018bijl 1.5 B04 RAAPrap_4529_TEGMA2_herzien.pdf
Tekst van het document
RAAP-RAPPORT 4529
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen Gemeente Venlo Archeologisch vooronderzoek: een verkennend booronderzoek
Colofon Titel: Plangebied Tegelen te Tegelen, gemeente Venlo; archeologisch vooronderzoek: een verkennend booronderzoek Versie: 20-07-2020 Auteur: drs. X.C.C. van Dijk Projectcode: TEGMA2 Bestandsnaam: RAAPrap_4529_TEGMA2_20200527 Autorisatie: dr. M.P.F. Verhoeven
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2020 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Samenvatting Inleiding In opdracht van Martinushof BV heeft RAAP in mei 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen in de gemeente Venlo. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. De omvang 2
van het plangebied is 1,6 hectare en de omvang van de bodemingrepen bedraagt 4000 m ; de exacte diepte van de ingrepen is nog niet bekend, maar deze zijn in ieder geval dieper dan 40 cm –mv. Bodem In grofweg het centrale en zuidelijke deel van het plangebied is een oude Maasgeul aangetroffen, die mogelijk in het allerød-interstadiaal is gevormd. Omdat diverse boringen niet konden worden doorgezet vanwege ondoordringbaar puin, kan de geul niet goed in kaart worden gebracht. De boorgegevens wijzen, in combinatie met geologische kaarten, erop dat deze ruim 120 m breed en op hoofdlijnen WZW-ONO georiënteerd is. De diepte bedraagt vermoedelijk maximaal grofweg één meter ten opzichte van het toenmalige maaiveld. De opvulling van de geul bestaat uit matig tot sterk zandige klei. De top van de geulvulling is op veel plekken humeus als gevolg van bodemvorming. In de jonge dryas zette de Maas opnieuw overwegend (grof) zand af op de kleiige sedimenten, ook in het plangebied. De textuur van de top van de natuurlijke afzettingen lijkt gekoppeld aan de aanwezigheid van de oude Maasgeul in de ondergrond. Ter hoogte van de oude geul is het zand meestal matig siltig, terwijl noordelijker in de regel zwak siltig is. Deze zanden zijn overwegend bruin tot grijsbruin van kleur, waarbij de basis veelal grijs is en de top (donker)grijsbruin.
Vermoedelijk bedraagt de dikte van dit zandpakket maximaal grofweg één meter. Er zijn geen afzettingen uit het holoceen aangetroffen. Op de beter ontwaterde, noordelijke, gebiedsdelen komen redelijk intacte moderpodzolgronden voor,. In de minder goed ontwaterde oude Maasgeul zijn oude rivierkleigronden gevormd. De bodem is hier plaatselijk verstoord tengevolge van bodem-/graafactiviteiten in het kader van de keramische industrie e
e
vanaf het midden van de 19 eeuw, mogelijk reeds de 18 eeuw. Het plangebied is vanaf ongeveer 1924 steeds verder bebouwd geraakt, wat ook voor verstoringen heeft gezorgd. Het onlangs gesloopte ziekenhuiscomplex betrof een groot, zwaar gefundeerd gebouw, dat voor deel onderkelderd was . Verder konden verschillende boringen niet tot diepte worden gezet vanwege ondoordringbare pui nlagen in de ondergrond, met in het centrum en de zuidoostelijke hoek van het plangebied , zodat hier geen aanvullende landschappelijke informatie is verkregen. Advies Archeologisch vervolgonderzoek is alleen zinvol in die delen van de noordelijke strook van het plangebied waar bodemingrepen dieper dan 40 cm beneden maaiveld zijn gepland. Een proefsleuvenonderzoek is de beste manier om de verwachte archeologische resten nederzettingssporen van landbouwende gemeenschappen - op te sporen. In het overige deel van het plangebied wordt, gezien de (verwachte) landschappelijke ontwikkeling en bodemgaafheid, geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen in het kader van de voorgenomen bodemingrepen. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Venlo, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[3]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7
2 Archeologische verwachting ............................................................................................................. 9 3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 11 3.1 Methode .............................................................................................................................................11 3.2 Resultaten ..........................................................................................................................................11 3.3 Archeologische relevantie ...................................................................................................................18
4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 20 4.1 Conclusie ...........................................................................................................................................20 4.2 Advies ................................................................................................................................................22 4.3 Tot slot ...............................................................................................................................................23
Literatuur .......................................................................................................................................... 24 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 25
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[4]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Martinushof BV heeft RAAP in mei 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen in de gemeente Venlo (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Het onderzoek is een vervolg op een adviesdocument dat in 2017 is opgesteld (Peeters, 2017). Dit document is herwerkt met de opmerkingen van de gemeente Venlo (Ernst & Schotten, 2017) en als appendix 2 aan de rapportage toegevoegd. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Venlo ligt het plangebied in zone met overwegend een lage archeologische verwachting (Peeters, 2014). Het beleid schrijft voor dat in dergelijke gebieden 2
bij bodemingrepen groter dan 5000 m en dieper dan 40 cm beneden maaiveld een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan. De 2
omvang van het plangebied is 1,6 hectare en de omvang van de bodemingrepen bedraagt 4000 m ; de exacte diepte van de ingrepen is niet bekend, maar reiken dieper dan 40 cm –mv. De omvang van het plangebied is daarmee groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van d e Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. Dit PvA diende als uitgangspunt voor het onderzoek. Het onderzoek is bovendien uitgevoerd conform de geldende richtlijnen van de bevoegde overheid. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[5]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 1. Ligging plangebied.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[6]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Opdrachtgever
Martinushof BV
Bevoegde overheid
Gemeente Venlo
Plaats
Tegelen
Gemeente
Venlo
Provincie
Limburg
Centrumcoördinaten (X/Y)
207.400/372.650
Toponiem
Kerkstraat 238
Oppervlakte plangebied
1,6 hectare
Afbakening plangebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
Mei-juni 2020
Uitvoerder
RAAP Zuid
Projectleider
drs. X.C.C. van Dijk
Projectmedewerkers
-
RAAP-projectcode
TEGMA2
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
4864556100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Zuid te Weert en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) heeft als doel de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in kaart te brengen, evenals eventuele bodemverstoringen. Het onderzoek heeft niet tot doel eventuele archeologische vindplaatsen in kaart te brengen. Dit neemt niet weg dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen tijdens het veldwerk. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd:
Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het onderzoeksgebied eruit?
Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het onderzoeksgebied overeen met hetgeen op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting verwacht werd?
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de ge specificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?
Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?
Is de bodemopbouw in het onderzoeksgebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[7]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?
Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen verwachte resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[8]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2 Archeologische verwachting Volgens de archeologische verwachtings- en beleidskaarten van de gemeente Venlo ligt het plangebied in een archeologisch minder interessant gebied (Van Dijk, 2007; Peeters, 2014). Op basis van landschappelijke en historische gegevens, in combinatie met de bekende archeologische vindplaatsen in de directe omgeving, geldt voor vrijwel het gehele plangebied een lage archeologische verwachting (figuur 2). Slechts voor twee kleine deelgebiedjes in het noordelijk deel van het plangebied (met oppervlaktes van respectievelijk circa 390 m² en 250 m²) geldt een hoge of middelhoge archeologische verwachting. Volgens de verwachtingskaarten van de gemeente moet i n deze laatste gebieden vooral rekening worden gehouden met de aanwezigheid van nederzettingsterreinen uit de periode van de landbouwers (Bronstijd t/m Nieuwe tijd) met bijbehorende akkers en grafvelden (‘droge archeologie’). Archeologische resten van jager-verzamelaars en resten die gerelateerd zijn aan zogenaamde ‘natte archeologie’ worden niet in het gebied verwacht ( van Dijk, 2007 en Peeters, 2014).
Echter, op de Cultuurhistorische Inventarisatiekaart Venlo uit 2015 is in de zuidoostelijke strook van het plangebied een historische (natuurlijke?) waterloop aangegeven (Keunen & Van der Veen, 2015, kaartbijlage 3). Deze is inmiddels verdwenen, en is niet verwerkt in de archeologische verwachtings - en beleidskaarten van de gemeente, maar is er wel van belang voor.
Indien het om een natuurlijke beekloop of een restant van een smalle oude Maasgeul gaat, is er sprake van een gradiëntsituatie, en is de archeologische verwachting hoog voor resten van jagerverzamelaars. Ook wanneer geen sprake is van een gradiëntsituatie, is de archeologische verwachting hoog voor resten die gerelateerd zijn aan zogenaamde ‘natte archeologie’. Ook indien het om een gegraven loop gaat, is de archeologische verwachting hoog voor resten di e gerelateerd zijn aan zogenaamde ‘natte archeologie’ en historische bebouwing. Het betreft in dat geval resten uit de late middeleeuwen en de Nieuwe tijd, zoals watermolens; de verwachting voor resten van jager verzamelaars is in dat geval laag.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[9]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 2. Uitsnede beleidskaart gemeente Venlo (Peeters, 2014). Legenda: Geel = zone met een lage archeologische verwachting (beleidscat. 5); Roze = zone met een middelhoge archeologische verwachting (beleidscat. 4).
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[10]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van het PvA (Van Dijk, 2020). Het veldonderzoek is uitgevoerd op één dag – 29 mei 2020. Het had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. In het plangebied zijn 12 boringen gezet. Rekening houdende met (restanten van) aanwezige oppervlakteverharding, zoveel mogelijk in een grid van 40x50 m in vier in ZW -NO georiënteerde raaien, overeenkomend met een boordichtheid van 8 boringen per hectare. Ten behoeve van de optimale spreiding versprongen de boorpunten ten opzichte van de volgende raai 40 m van elkaar, waardoor een systeem van gelijkbenige driehoeken ontstond. Er is geboord tot maximaal 170 cm beneden maaiveld met een Edelmanboor (7 cm).
Verschillende boringen konden niet tot op diepte (C-horizont) worden doorgezet en moesten voortijdig worden afgebroken vanwege de aanwezigheid van ondoordringbare puinlagen in de ondergrond of vanwege gestort gebroken puin ten behoeve van de aanleg van de parkeerplaats in de zuidoostelijke hoek van het plangebied. Deze boringen zijn - tevergeefs - enkele malen verplaatst teneinde deze toch diep te kunnen doorzetten. Het gaat daarbij om boringen 3, 4, 7 en 10, op of aan de rand van het parkeerterrein. In het centrum van het plangebied is de bodem in het kader van de sloop van de voormalige bebouwing diep ontgraven en vervolgens opgevuld met een dik pakket geel zand, waardoor hier geen informatie over de natuurlijke bodem kon worden verkregen (boringen 6 en 9). Daardoor is slechts in zeven van de dertien boringen informatie verkregen over de landschappelijke ontwikkeling van het plangebied; met name met betrekking tot het centrum en de zuidoostelijke hoek van het plangebied ontbreekt informatie op basis van het veldwerk. De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3) en met behulp van RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van RTK-GPS.
Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontrolee rd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
3.2 Resultaten 3.2.1
Veldwaarnemingen
Tijdens het veldbezoek viel direct op dat de braakliggende plek van de voormalige bebo uwing midden in het plangebied ongeveer een meter lager ligt dan de omgeving , zie figuur 3. Met name in de
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[11]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
zuidoostelijke hoek, ter hoogte van de inritten en de parkeerplaatsen, en de resterende bebouwing halverwege de westelijke strook van het plangebied, is oppervlakteverharding in de vorm van asfalt, bestrating en/of lagen met gebroken puin aanwezig.
Figuur 3. Ligging van het plangebied op het AHN2 (bron: https://www.ahn.nl/ahn-viewer?origin=/commonnlm/viewer.html).
3.2.2
Geologie en geomorfologie
Op zowel de geomorfologische kaart als de bodemkaart van Nederland is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging binnen bebouwde gebied (Staring Centrum /RGD, in voorbereiding; Stiboka, 1968). Ook valt het plangebied buiten de scope van de archeologische verwachtingskaart van het Maasdal (Isarin e.a., 2015). Dit betekent dat er nauwelijks gedetailleerde landschappelijke gegevens over het plangebied voorhanden zijn. Uit de landschappelijke gegevens met betrekking tot het omliggende gebied blijkt echter dat h et plangebied in het gebied van de Maasterrassen ligt. Deze fluviatiele genese van het plangebied wordt op hoofdlijnen bevestigd door het veldwerk.
Oude grove Maasafzettingen De Maasterrassen zijn in het pleistoceen door de Maas gevormd; volgens de geomorfologische kaart en gegevens van de bodemkaart zijn deze jongste fluviatiele afzettingen in het laat weichsel afgezet
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[12]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
(Staring Centrum /RGD, in voorbereiding; Stiboka, 1968). Volgens een laat-pleistocene Maasterrassenkaart ligt het plangebied hoofdzakelijk op een terras uit de vroege dryas-periode (Staring Centrum, in voorbereiding: code 4E9; Stiboka, 1968). De vroege dryas was relatief koud en duurde van ongeveer 12.050 tot 11.950 voor Christus (Hoek, 2008). De Maas had in deze periode een zogenaamd vlechtend riviersysteem, waarbij voornamelijk grof zand en grind werd afgezet; lokaal kwamen kleilagen voor. Uit het booronderzoek is gebleken dat de diepere ondergrond in het algemeen tot circa 110 -155 cm – Mv uit matig fijn tot licht grof, matig gesorteerd zand bestaat, dat door de Maas is afgezet gedurende de oude dryas. Als gevolg van reducerende omstandigheden is dit lokaal lichtgrij s van kleur, bijvoorbeeld in boringen 1, 2 en 12.
Een geul uit het allerød-interstadiaal? Na deze koude periode warmde het klimaat op in het allerød-interstadiaal (11.950 tot 10.850 voor Chr.). In deze periode ging de Maas haar oude geulen tot één hoofdge ul concentreren en zich in het landschap insnijden. Een ruim100 m brede, voormalige rivierbedding (geul) die op de laat-pleistocene Maasterrassenkaart is afgebeeld, ligt volgens deze kaart juist in de oostelijke randzone van het plangebied (Stiboka, 1968: 31). Dit wordt bevestigd door het booronderzoek. In grofweg het centrale en zuidelijke deel van het plangebied zijn namelijk duidelijke aanwijzingen voor een oude Maasgeul aangetroffen, die onderdeel vormde van het meanderend riviersysteem van de Maas in het laat-weichsel, mogelijk het allerød-interstadiaal. Deze oude geul is aangetroffen in boringen 1, 2, 5, 8 en 12. Omdat boringen 3, 4, 6, 7 9 en 10 in het zuidelijke deel van het plangebied niet konden worden doorgezet (zie eerder) kan de geul niet goed in kaart worden gebracht. Op basis van de boorgegevens is wel af te leiden dat de geul minstens 120 m breed en ongeveer WZW-ONO georiënteerd is. De diepte is beperkt: slechts maximaal 1,35 m ten opzichte van het huidige maaiveld, waarbij opgemerkt wordt dat de bodem in boring 5 niet is bereikt en deze is gestaakt op 1,2 m beneden maaiveld.
De diepte bedraagt vermoedelijk slechts enkele decimeters tot maximaal grofweg één meter ten opzichte van het toenmalige maaiveld. De opvulling van de geul bestaat aan de basis uit matig tot sterk zandige, bruingrijze klei, die lokaal lichtblauwgrijs van kleur is als gevolg van reducerende omstandigheden. Lokaal is aan de basis een overgangslaag naar de oude dryas -afzettingen aanwezig; deze bestaat uit sterk zandige klei. Daarboven is de klei meestal (lichtgrijs)bruin van kleur, waarbij een sterke inspoeling van ijzermineralen aanwezig kan zijn, wat tot een oranjebruine kleur heeft geleid. De top van de kleiafzettingen is op veel plekken echter donker (bruin)grijs en matig humeus, als gevolg van bodemvorming. Boven op de kleiige sedimenten in het plangebied is zand afgezet, waarbij soms een dunne overgangslaag van sterk siltig of kleiig zand aanwezig is. De textuur van de top van de natuurlijke afzettingen is divers en lijkt gekoppeld aan de genese van de onderliggende lagen, da t wil zeggen de aanwezigheid van de oude Maasgeul in de ondergrond. Ter hoogte van de oude geul gaat het meestal om matig siltig zand, terwijl noordelijker het in de regel om zwak siltig zand gaat. Vermoedelijk zijn deze zandige sedimenten ook gedurende het allerød-interstadiaal afgezet. Ook dit sluit aan bij de geomorfogenetische kaart van Tegelen en omgeving (Stiboka, 1968: 32).
Deze zanden zijn overwegend bruin tot grijsbruin van kleur, waarbij de basis veelal grijs is en de top (donker)grijsbruin . De dikte van
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[13]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
dit zandpakket is moeilijk te bepalen. Vermoedelijk bedraagt de dikte enkele decimeters tot maximaal grofweg één meter. Een duidelijke gradiëntzone kan dan ook niet worden vastgesteld.
Dat de geul is afgedekt en geen deel uitmaakt van de oppervlakte -geologie, sluit aan bij de geomorfogenetsiche kaart van het Maasdal, waarop deze ligt in de ‘interstadiale of oudere dalvlakte’, dus in het oudere Maasterrassengebied.
Jonge grove Maasafzettingen Na het allerød-interstadiaal koelde het klimaat weer af. Deze koude periode wordt ook wel de jonge dryas genoemd (10.850 - 9.710 jaar voor Chr.). In deze periode kreeg de Maas weer een vlechtend karakter en zette opnieuw overwegend (grof) zand af. Door de kou en droogte was er nauwelijks vegetatie en kon de wind vat op de ondergrond krijgen en lokaal opnieuw (lokaal) grote hoeveelheden zand afzetten: jong dekzand.
Ontbrekende afzettingen uit het holoceen Op het einde van de jonge dryas, rond 9.710 jaar voor Chr., begon een langere, relatief warme periode met een stabieler klimaat en laat men het holoceen beginnen. Door de warmere temperatuur en de toegenomen neerslag kon zich na verloop van tijd een dichte vegetatie vormen. Daardoor vonden geen grootschalige natuurlijke wijzigingen van het reliëf meer plaats. In het plangebied zijn daar in elk geval geen duidelijke aanwijzingen voor gevonden.
3.2.3
Bodem
Het plangebied is in bodemkundig opzicht niet gekarteerd (Stiboka, 1968). Het booronderzoek heeft aangetoond dat op de beter ontwaterde, noordelijke gebiedsdelen moderpodzolgronden voorkomen. Dit kan met name worden vastgesteld in de noordelijke strook van het plangebied, waar de bodemopbouw nog redelijk intact is (boringen 8, 11, 12 en 13). De bruine bodemlagen in de top van de jonge dryasafzettingen betreft de B-horizont van dit bodemtype. Het is echter niet aannemelijk dat de bodemontwikkeling diepgaand is beïnvloed door menselijk handelen; van een di k antropogeen akkerdek (esdek) is dan ook geen sprake. In de minder goed ontwaterde oude Maasgeul zijn oude rivierkleigronden in de grofzandige afzettingen uit de jonge dryas gevormd. Deze bodemlagen zijn meestal sterk gevlekt, in meer of mindere mate grijzig van kleur en bevatten soms ook kleibrokjes tot een diepte van wel 60-110 cm –Mv (boringen 1, 2, 5, 7 en 10). Dit wijst op een diepe verstoring van de bodem en/of aanrijking met materiaal van elders. Vermoedelijk zijn deze verstoringen gerelateerd aan bodem -/graafactiviteiten in (de tweede helft van) de Nieuwe tijd, getuige het voorkomen van baksteenpuin en/of steenkoolgruis .
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[14]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3.2.4
Archeologische indicatoren
Tijdens het veldonderzoek is in geen van de boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Wel zijn in verschillende boringen zaken als kachelslakken, baksteenpuin en/of steenkoolgruis gevonden, met name in de boringen in de dagzomende delen van de oude Maasgeul (boringen 1, 2, 5, 7 en 10).
3.2.5
Archeologie en historie
In het plangebied zelf zijn geen archeologische vindplaatsen bekend (gegevens ARCHIS2; Peeters, 2017). e
Volgens historisch kaartmateriaal was het plangebied in het begin van de 19 eeuw als akkerland in gebruik en niet bebouwd (Tranchotkaart: Landesvermessungsamt Nordrhein Westfalen, 1968: figuur 4). Het plangebied – met name het noordelijk deel daarvan - maakt onderdeel uit van het ‘Sandfeld’. Deze naam houdt verband met de zandige bodem in het noordelijk deel van het plangebied . Het zuidelijke deel van het plangebied ligt in een strook met meer gras- of weilandpercelen, maar het plangebied is volledig als akkerland in gebruik. De gras-/weilanden liggen bij het middeleeuwse gehucht ‘Am Creutz’ ofwel ’Kruis’ ten zuidwesten van het plangebied en de Munt ten noordoosten van het plangebied. Hoewel dit grondgebruik expliciet gewenst kan zijn in het kader van het boerenbedrijf, kan het ook zijn ingegeven door de landschappelijke en bodemkenmerken, namelijk de ligging in een relatief slecht ontwaterd gebied (de oude Maasgeul in de diepere ondergrond). Zuidelijk van het plangebied ligt een groot, open veld: het Hahner Veld. Op de Cultuurhistorische Inventarisatiekaart Venlo staat het plangebied aangegeven als onderdeel van een gebied met droge kampontginningen: velden (Keunen & Van der Veen, 2015; kaartb ijlage 3: code Rkda). De ZW-NOgeoriënteerde waterloop die op deze kaart in het zuiden van het plangebied staat afgebeeld, gaat terug e
tot de vroege 19 eeuw en staat afgebeeld op de Tranchotkaart. Op deze kaart is de waterloop opvallend recht over een lange afstand, en sluit aan op de grachten van het klooster de Oude Munt, die op hun beurt aansluiten op de Engerbeek (voorheen ook wel Mulbeek genoemd). Het is duidelijk dat deze plek van nature waarschijnlijk slecht waterdoorlatend en daardoor (seizoenaal) n at was; een greppel zal ongetwijfeld gezorgd hebben voor een betere ontwatering van het gebied tussen het ‘Sandfeld’ en het ‘Hahner Veld’. Verder is het belangrijk om te weten dat er rond 1850 een ‘pannenbakkerij’ pal ten oosten van het plangebied stond, nabij de Industriestraat. Deze nijverheid was, na de Romeinse tijd, al vanaf de (late) e
middeleeuwen aanwezig in Tegelen, maar nam rond het midden van de 19 eeuw een vlucht. Tot dan waren vrijwel alle keramische werkplaatsen gelegen op het laagterras, maa r nu deze waren uitgeput, werden de bedrijfsactiviteiten verplaatst in oostelijke richting en werd een groot aantal nieuwe fabriekjes opgericht in de buurt van de steilrand van het hoogterras (Monumentenhuis Limburg, 2001:12-13). Een uitzondering lag bij het gehucht Kruis, waar pannenbakker Joes Denessen al in 1780 een bedrijfje startte (Berghs (red.), 2001: 14). Vanwege deze pannenbakkerijen is de kans reeël dat in het plangebied klei werd gewonnen in het kader van de keramische (dakpan)industrie, ook in het plangebied. Dit wijst dus ook indirect op de aanwezigheid van een oude Maasgeul in de directe omgeving. Door deze industrie is het bodemarchief op veel plekken in en rond Tegelen verdwenen. De situatie met betrekking tot de bebouwing blijft tot omstreeks 1924 ongewijzigd. Dan verschijnt de eerste bebouwing in het plangebied. Vanaf dan raakte het plangebied steeds verder bebouwd. Uit het
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[15]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
historische kaartmateriaal valt niet op te maken of bestaande bebouwing steeds verder werd uitgebreid, of dat er ook sprake is geweest van sloop en nieuwbouw. Dit laatste lijkt in ieder geval voor delen van het plangebied op te gaan.
Figuur 4. Het plangebied geprojecteerd op de Tranchotkaart ( Landesvermessungsamt Nordrhein Westfalen, 1968 ).
e
In de loop van de 20 eeuw groeide de bebouwing uit tot het inmiddels gesloopte ziekenhuiscomplex (www.topotijdreis.nl; figuur 5). Dit complex was niet alleen zwaar gefundeerd, maar ook deel onderkelderd. Dit gold met name voor de noordvleugel (door waar nu op de AHN een depressie zichtbaar is). Het niet bebouwde terreindeel was eveneens verder ingericht met verhardingen, benodigde infra, etc. Cultuurhistorische elementen ontbreken in het plangebied, maar de inmiddels gesloopte bebouwing behoorde tot de wederopbouwarchitectuur.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[16]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 5. Historische situatie plangebied.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[17]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3.3 Archeologische relevantie Het booronderzoek heeft aangetoond dat op de beter ontwaterde, noordelijke gebiedsdelen moderpodzolgronden voorkomen. In de minder goed ontwaterde oude Maasgeul in het centrale en zuidelijke deel van het plangebied zijn oude rivierkleigronden gevormd. In de noordelijke randzone van de geul is echter nog jong dekzand afgezet, waarin zich ook moderpodzolen hebben gevormd (bori ng 8). De bodemlagen in dit relatief slecht ontwaterde gebied zijn meestal sterk gevlekt, bevatten baksteenpuin en/of steenkoolgruis en soms ook kleibrokjes tot een diepte van wel 60 -110 cm –Mv. Dit wijst op diepe verstoringen van de bodem die vermoedelijk zijn gerelateerd aan bodem/graafactiviteiten in (de tweede helft van) de Nieuwe tijd.
Figuur 6. Resultaten verkennend booronderzoek.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[18]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Daarnaast is de bodem in het centrale deel van het plangebied, ter plekke van de voormalige bebouwing, diep ontgraven in het kader van de sloop van de voormalige bebouwing en vervolgens opgevuld met een dik pakket geel zand, waardoor hier geen informatie over de natuurlijke bodem kon worden verkregen. Verder konden verschillende boringen niet tot diepte worden doorgezet vanwege de aanwezigheid van ondoordringbare puinlagen in de ondergrond. Daardoor kon met name met betrekking in het centrum en de zuidoostelijke hoek van het plangebied geen aanvullende landschappelijke informatie middels veldwerk worden verkregen. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Wel zijn in verschillende boringen kachelslakken, baksteenpuin en/of steenkoolgruis waargenomen, met name in de oude Maasgeul.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[19]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: ● Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het onderzoeksgebied eruit? De bodem in het centrale deel van het plangebied, ter plek ke van de voormalige bebouwing, diep is ontgraven in het kader van de sloop van de voormalige bebouwing en vervolgens opgevuld met een dik pakket geel zand. Verder konden verschillende boringen niet tot diepte worden doorgezet vanwege de aanwezigheid van ondoordringbare puinlagen in de ondergrond. Daardoor kon met name met betrekking in het centrum en de zuidoostelijke hoek van het plangebied geen aanvullende landschappelijke informatie middels veldwerk worden verkregen. De diepere ondergrond bestaat tot circa 110-155 cm –Mv uit matig fijn tot licht grof, matig gesorteerd zand, dat door de Maas is afgezet gedurende de oude dryas. In grofweg het centrale en zuidelijke deel van het plangebied is een oude Maasgeul aangetroffen, die mogelijk in het allerød-interstadiaal is gevormd. Omdat diverse boringen niet konden worden doorgezet, kan de geul niet goed in kaart worden gebracht. De boorgegevens wijzen, in combinatie met geologische kaarten, erop dat deze ruim 120 m breed en op hoofdlijnen WZW -ONO georiënteerd is.
De diepte is beperkt: slechts maximaal 1,35 m ten opzichte van het huidige maaiveld; de diepte bedraagt vermoedelijk maximaal grofweg één meter ten opzichte van het toenmalige maaiveld. De opvulling van de geul bestaat uit matig tot sterk zandige , bruingrijze klei, die lokaal lichtblauwgrijs van kleur. De top van de geulvulling is op veel plekken donker(bruin)grijs en matig humeus als gevolg van bodemvorming. In de jonge dryas zette de Maas opnieuw overwegend (grof) zand af op de kleiige sedimenten, ook in het plangebied. De textuur van de top van de natuurlijke afzettingen lijkt gekoppeld aan de oude Maasgeul in de ondergrond. Ter hoogte van de geul gaat het meestal om matig siltig zand, terwijl noordelijk er het in de regel om zwak siltig zand gaat. Deze zanden zijn overwegend bruin tot grijsbruin van kleur, waarbij de basis veelal grijs is en de top (donker)grijsbruin. Vermoedelijk bedraagt de dikte van dit zandpakket maximaal grofweg één meter. Er zijn geen afzettingen uit het holoceen aangetroffen. Op de beter ontwaterde, noordelijke gebiedsdelen komen moderpodzolgronden voor, met name in de noordelijke strook van het plangebied, waar de bodemopbouw nog redelijk intact is. Het is echter niet aannemelijk dat de bodemontwikkeling diepgaand is beïnvloed door menselijk handelen; van een dit antropogeen akkerdek (esdek) is dan ook geen sprake.
In de minder goed ontwaterde oude Maasgeul zijn oude rivierkleigronden in de grofzandige afzettingen gevormd. De bodemlagen in dit relatief slecht ontwaterde gebied zijn meestal sterk gevlekt, bevatten baksteenpuin en/of steenkoolgruis en soms ook kleibrokjes tot een diepte van wel 60-110 cm –Mv.
● Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het onderzoeksgebied overeen met hetgeen op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting verwacht werd? Op basis van de beschikbare gegevens is in het adviesdocument van Peeters (2017) geen geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied geformuleerd in het
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[20]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
gespecificeerde archeologische verwachtingsmodel. Het veldwerk was derhalve cruciaal om hier inzicht in te krijgen.
● Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld? Ja, de gespecificeerde archeologische verwachting dient , weliswaar in beperkte mate, te worden bijgesteld op basis van de resultaten van het veldonderzoek. D e archeologische verwachting is (middel)hoog voor de noordelijke strook van het plangebied en laag voor het centrale en zuidelijke deel van het plangebied. Deze verwachting geldt voor vindplaatsen van landbouwende gemeenschappen. Een duidelijke gradiëntzone in het plangebied kon niet worden vastgesteld. Daarom blijft de verwachting laag voor vindplaatsen van jager-verzamelaargemeenschappen. De archeologische verwachting is middelhoog voor resten die gerelateerd zijn aan zogenaamde ‘natte archeologie’. Het betreft in dat geval wel alleen resten uit de late middeleeuwen en de Nieuwe tijd, zoals watermolens .
● Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen? Archeologisch interessante lagen bevinden zich in principe overal in het plangebied aan het maaiveld.
● Is de bodemopbouw in het onderzoeksgebied zodanig (intact) dat archeologis ch vervolgonderzoek zinvol is? In het noordelijke deel van het plangebied is de bodemopbouw nog redelijk intact en is op diverse plekken nog een B-horizont van de moderpodzol aangetroffen. De bodemopbouw in de rest van het plangebied is slechts in (zeer) geringe mate intact. Waar de minder goed ontwaterde oude Maasgeul dagzoomt, zijn de bodemlagen meestal sterk gevlekt, bevatten baksteenpuin en/of steenkoolgruis en soms ook kleibrokjes tot een diepte van wel 60-110 cm –Mv. Dit wijst op een diepe verstoring van de bodem en/of aanrijking met materiaal van elders. Vermoedelijk zijn deze verstoringen gerelateerd aan bodem-/graafactiviteiten in de Nieuwe tijd, met name de keramische industrie vanaf het midden van de e
e
19 eeuw, mogelijk reeds de 18 eeuw. Bovendien is het plangebied vanaf ongeveer 1924 steeds verder bebouwd geraakt. Uit het historische kaartmateriaal valt niet op te maken of bestaande bebouwing steeds verder werd uitgebreid, of dat er ook sprake is geweest van sloop en nieuwbouw. Dit laatste lijkt in ieder geval voor delen van het plangebied op te gaan. Het onlangs gesloopte ziekenhuiscomplex betrof een groot gebouw, waarschijnlijk zwaar gefundeerd. Bovendien was onder het ziekenhuisgebouw deels een kruipruimte aanwezig. Het niet bebouwde terreindeel was (en is nog steeds) verder ingericht met verhardingen, benodigde infra, etc. De plek van de voormalige bebouwing is in het kader van de sloop diep ontgraven. Archeologisch vervolgonderzoek is daarom alleen zinvol in het noordelijke deel van het plangebied. Omdat de boringen in de zuidoostelijke hoek van het plangebied geen aanvullende landschappelijke informatie opleverden, kunnen geen harde uitspraken over dit gebied worden gedaan. Echter, gezien de landschappelijke ontwikkeling van de rest van het plangebied, lijkt het erop dat de oude Maasgeul zich in deze richting doorzette en dat de bodem hier eveneens diep is verstoord. In dat geval is archeologisch vervolgonderzoek hier niet zinvol.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[21]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
● Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten? De bodem wordt in de te bebouwen delen en stroken met geplande kabels, leidingen en andere nutsvoorzieningen zo diep geroerd, dat eventuele archeologische resten hierdoor verstoord worden, omdat deze in principe vanaf het maaiveld voorkomen.
● Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan? Er kunnen verschillende onderzoeksmethoden worden ingezet om archeologische resten op te sporen in de gebieden met een hoge archeologische verwachting waar bodemingrepen dieper dan 40 cm beneden maaiveld zijn gepland, zie ook de volgende vraag.
● Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen verwachte resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)? Een proefsleuvenonderzoek is de beste manier om de verwachte archeologische resten op te sporen in de noordelijke strook van het plangebied; er worden immers nederzettingssporen van landbouwende gemeenschappen verwacht, zie ook § 4.2.
4.2 Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in de noordelijke strook van het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen indien die dieper reiken dan 40 cm beneden maaiveld. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende fase van een inventariserend veldonderzoek. Gezien de prospectiekenmerken van de verwachte vindplaatsen (grondsporen en vondsten) is een proefsleuvenonderzoek de geëigende methode voor vervolgonderzoek (zie ook www.archeologieinnederland.nl/prospectie-op-maat).
In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q . de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[22]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 7. Aanbevelingenkaart.
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Venlo (dhr. J. Schotten: j.schotten@venlo.nl), deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[23]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Literatuur Berghs, K. (red.), 2001. De ontwikkeling van stad en streek: Tegelen. Stichting Architectuurpodium Venlo, Venlo. Dijk, X.C.C. van, 2007. Gemeente Venlo: een archeologische verwachtings - en advieskaart. RAAPrapport 1473. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Dijk, X.C.C. van, 2020. Plan van Aanpak. Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek ). RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Ernst, T. & J. Schotten, 2017. Opmerkingen Archeologisch onderzoek, plangebied Martinus aan de Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo versie 6 juni 2017. Gemeente Venlo, Venlo. Hellenberg Hubar, B.C.M. van & R.H.M. Denessen, 2001. Een dorpse enclave in Tegelen, gemeente Venlo: cultuurhistorische verkenning, quick scan. Monumentenhuis Limburg, Roermond. Hoek, W.Z., 2008. The Last Glacial–Interglacial Transition, in Episodes 31: 2, pp 264-267, International Union of Geological Sciences (IUGS). Isarin, R., E. Rensink, R. Ellenkamp en E. Heunks, 2015. Archeologische verwachtingskaart Maasdal (AVM) tussen Mook en Eijsden. Verantwoording methodiek en kaartbeeld. RCE, Amersfoort. Keunen, L.S. & S. van der Veen, 2015. Venlo’s verleden op de terrassen van de Maas: cultuurhistorische inventarisatiekaart gemeente Venlo. RAAP-rapport 2926. RAAP, Weesp.
Landesvermessungsamt Nordrhein Westfalen, 1968. Kartenaufnahme der Rheinlande durch Tranchot und Von Müffling 1803-1820, schaal 1:25.000. Kaartblad 33 Venlo. Landesvermessungsamt Nordrhein Westfalen, Bonn. Monumentenhuis Limburg, 2001. Cultuurhistorische inventarisatiekaart kern Tegelen. Rapport 2001336. Monumentenhuis Limburg, Roermond. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Peeters, M.M., 2014. Verantwoordingsdocument actualisatie archeologische verwachtings- en beleidskaart, gemeente Venlo. RAAP-adviesdocument 529. RAAP Archeologisch Adviesbureau Weesp. Peeters, M., 2017. Archeologisch onderzoek, plangebied Martinushof aan de Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo. RAAP-adviesdocument 880, RAAP, Weesp. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Staring Centrum /RGD, in voorbereiding. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Kaartblad 58 Roermond. In concept. Staring Centrum/Ri jks Geologische Dienst, Wageningen/Haarlem Stiboka, 1968. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:25.000. Kaartblad 58 Oost Roermond. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[24]
Plangebied Kerkstraat 238 te Tegelen, gemeente Venlo ; archeologisch vooronderzoek: een inventarise rend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: 6
Figuur 1. Ligging plangebied. Figuur 2. Uitsnede beleidskaart gemeente Venlo (Peeters, 2014). Legenda: Geel = zone met een lage archeologische verwachting (beleidscat. 5); Roze = zone met een middelhoge archeologische
10
verwachting (beleidscat. 4). Figuur 3. Ligging van het plangebied op het AHN2 (bron: https://www.ahn.nl/ahn-viewer?origin=/common-
12
nlm/viewer.html). Figuur 4. Het plangebied geprojecteerd op de Tranchotkaart (Landesvermessungsamt Nordrhein Westfalen, 1968).
16
Figuur 5. Historische situatie plangebied.
17
Figuur 6. Resultaten verkennend booronderzoek.
18
Figuur 7. Aanbevelingenkaart.
23
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
7
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal
Appendici: Appendix 1. Boorbeschrijvingen Appendix 2. Adviesdocument, herziene versie (Peeters, 2017)
RAAP-rapport 4529 / versie 20-07-2020
[25]
Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering
Tijdperk
Recente tijd
- 1945 C
Nieuwe tijd
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B Laat A
Vroeg
Middeleeuwen
D: Ottoonse tijd
C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd
A: Volksverhuizingstijd Laat
Romeinse tijd
Midden
Vroeg Laat
IJzertijd
Midden
Vroeg Laat
Bronstijd
Midden
Prehistorie
Vroeg Laat
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Mesolithicum (M idden Steentijd)
Midden Vroeg Laat
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Jong B Jong A Midden
Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014
- 1250 - 1050 - 900 - 725
- 525 - 450
- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000
- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 12.500 - 16.000
- 35.000 - 250.000
Appendix 1. Boorbeschrijvingen
Boring: TEGMA2_1 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 1, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 150 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207379.455, Y-coördinaat in meters: 372558.786, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.594, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 19.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 40 / 19.19 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithologie vrijveld: GEVLEKT Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Brokken en vlekken: kleibrokken, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment, Archeologische interpretatie: betredingshorizont / oud loopvlak 60 / 18.99 Laag
algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont, Brokken en vlekken: kleibrokken Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment, Archeologische interpretatie: akkerlaag 80 / 18.79 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 90 / 18.69 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 105, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: Ab2 105 / 18.54 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 120 / 18.39 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 135, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-blauw-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig Bodem:
Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 135 / 18.24 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 135, Ondergrens laag in cm: 150, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: geheel gereduceerde C-horizont Einde boring 150 / 18.09
bron: Tegma2.geojson - 05-06-2020 15:24:38
Appendix 1. Boorbeschrijvingen
Boring: TEGMA2_2 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 2, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 170 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207424.592, Y-coördinaat in meters: 372584.374, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.638, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 19.64 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 40 / 19.24 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment, Archeologische interpretatie: betredingshorizont / oud loopvlak Laag opmerking: Opmerking: gevlekt 75 / 18.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm:
75, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont, Brokken en vlekken: kleibrokken Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment, Archeologische interpretatie: akkerlaag Laag opmerking: Opmerking: kachelslak, steenkool 110 / 18.54 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 125, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig, Bijmengsel humus: zwak humeus Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 125 / 18.39 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 125, Ondergrens laag in cm: 130, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-blauw-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk zandig Bodem: Bodemhorizont: geheel gereduceerde C-horizont 130 / 18.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 130, Ondergrens laag in cm: 145, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 145 / 18.19 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 145, Ondergrens laag in cm: 155, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs
Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 155 / 18.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 155, Ondergrens laag in cm: 170, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: geheel gereduceerde C-horizont Einde boring 170 / 17.94
Boring: TEGMA2_3 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 3, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 30 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207466.137, Y-coördinaat in meters: 372607.868, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.954, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 19.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: ondoordringbaar Einde boring 30 / 19.65
bron: Tegma2.geojson - 05-06-2020 15:24:38
Appendix 1. Boorbeschrijvingen
Boring: TEGMA2_4 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 4, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 30 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207502.708, Y-coördinaat in meters: 372642.469, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.144, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 20.14 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Einde boring 30 / 19.84
Boring: TEGMA2_5 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 5, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207382.879, Y-coördinaat in meters: 372604.782, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.316, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 19.32 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 25, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 25 / 19.07 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 25, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: steenkoolgruis, kachelslak 60 / 18.72 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie:
Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: AB-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Archeologische interpretatie: betredingshorizont / oud loopvlak 70 / 18.62 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: oranje-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont met ingespoelde ijzer/aluminium (humuspodzolen) Archeologie: Archeologische interpretatie: akkerlaag 80 / 18.52 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: kleilagen-veel-dun Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 90 / 18.42 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 100 / 18.32 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk zandig Bodem: Bodemhorizont: geheel gereduceerde C-horizont Einde
boring 120 / 18.12
bron: Tegma2.geojson - 05-06-2020 15:24:38
Appendix 1. Boorbeschrijvingen
Boring: TEGMA2_6 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 6, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207423.346, Y-coördinaat in meters: 372631.314, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 18.776, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 18.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: ondoordringbaar Einde boring 120 / 17.58
Boring: TEGMA2_7 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 7, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 75 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207463.184, Y-coördinaat in meters: 372656.173, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.684, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 19.68 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 19.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment, Archeologische interpretatie: betredingshorizont / oud loopvlak 60 / 19.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 65, Boortype en