013 bijl05 Bestemmingsplan Boschkamp Tegelen bijlagen toelichting gecomprimeerd.pdf
Tekst van het document
BEELDKWALITEITSPLAN BOSCHKAMP TEGELEN
14 SEPTEMBER 2023
RUIMTELIJK CONCEPT DE NAAM BOSCHKAMP De locatie huisvestte jarenlang de Tegelse Metaalwaren Industrie en Hekkens IJzergieterij. Voorheen was het een open gebied met langgerekte percelen en een houtwal, een groene akkerrand. De historische naam daterend uit de 17e eeuw van het gebied is “Boschkamp” (zie bijgaande kaart uit 1850). Naast de naam zal ook de houtwal in ere hersteld worden. RUIMTELIJK CONCEPT Aan de zuidkant grenst Boschkamp aan de Hoogstraat, dit is de historische (middeleeuwse) doorgaande weg van vóór de aanleg van de huidige rijksweg. Er is hier sprake van een organisch gegroeide structuur met een diversiteit aan bebouwing uit verschillende periodes die gezamenlijk een aantrekkelijk beeld opleveren. De noordkant van het plangebied wordt gekenmerkt
door rationele stedenbouw. De Veldstraat kent zijn oorsprong in de jaren ‘70. Ten noorden van deze straat bevindt zich de wijk Maasveld I, gevormd in de jaren ‘00. Deze wijk is gebouwd op de opgehoogde uiterwaarden van de Maas en kent een heldere opzet. De wijk kenmerkt zich tevens door een aantal woningen gelegen aan de Maas die een exceptioneel uitzicht hebben over de rivier. Het concept van Boschkamp verenigt deze twee ruimtelijke structuren. Het historische van Tegelen en het rationele van Maasveld vinden elkaar en vormen een symbiose van oud en nieuw. Dit gebeurt door de weg en de groene ruimte die als een ritssluiting de twee structuren aan elkaar verbindt.
3D BEELD
DRIE DEELGEBIEDEN Boschkamp Tegelen is een historische industriële locatie dat een woonomgeving wordt binnen Tegelen. Boschkamp heeft belangrijke kwaliteiten die de identiteit van de wijk bepalen. Deze identiteit met zijn kwaliteiten wordt vertaald in uitgangspunten en vastgelegd in dit beeldkwaliteitsplan. Dit beeldkwaliteitsplan beschrijft het gewenste beeld in de toekomstige situatie en bevat architectonische criteria waaraan bouwplannen kunnen worden getoetst door het Adviesbureau Welstand en Erfgoed van de gemeente Venlo (AWE). Om het gewenste beeld in de wijk te bereiken en om veelvuldige repetitie en eenzijdige straatbeelden te voorkomen wordt vanuit welstand niet alleen op de architectuur van de woning getoetst, maar wordt tevens een impressie van het straatbeeld gevraagd, om zo een bepaalde mate van kwaliteit te waarborgen. Het beeldkwaliteitsplan biedt bovendien ruimte voor creativiteit en inventiviteit bij de ontwikkelende partij(en), zodat het niet alleen voor de toetsing van bouwplannen, maar ook voor de begeleiding en ter inspiratie kan worden ingezet. Bouwplannen komen tot stand in samenwerking met de stedenbouwkundige van de Gemeente Venlo.
DE DEELGEBIEDEN
PLANGEBIED MET BEBOUWING
Stedenbouwkundig accent Zorgvuldige hoekoplossingen: -
dubbele oriëntatie
-
aan beide zijden een levendige gevel met voldoende gevelopeningen
DEELGEBIED DORPS WONEN ARCHITECTUUR • Diversiteit aan bebouwing • Bestaande bebouwing ingepast • De kern bevat levensloopbestendige woningen
• De rand bestaat uit een mix van tweekappers en vrijstaande woningen
DEELGEBIED DORPS WONEN ERFAFSCHEIDINGEN / OVERGANG OPENBAAR GEBIED • Organische kavelstructuur • Lage hagen aan voorzijde • Hoge hagen aan zij- en achterzijde
• Hagen tussen percelen als erfafscheiding
DEELGEBIED INDUSTRIEEL WONEN ARCHITECTUUR • Industrieel karakter • Bebouwing met o.a. sheddaken
• Appartementengebouw in de kern
DEELGEBIED INDUSTRIEEL WONEN ERFAFSCHEIDINGEN / OVERGANG OPENBAAR GEBIED • Hagen tussen percelen als erfafscheiding • Lage hagen aan voorzijde
• Parkeerkoffers met groene haag
DEELGEBIED DE VILLA REEKS ARCHITECTUUR • Ruim opgezette woningen • Accenten en gebruik hoogwaardige materialen in de gevels
DEELGEBIED DE VILLA REEKS ERFAFSCHEIDINGEN / OVERGANG OPENBAAR GEBIED • Hagen tussen percelen als erfafscheiding • Erfafscheidingen openbaar gebied: muurtjes met hekwerken
DEELGEBIED ‘T VELD ARCHITECTUUR • Aansluiting op architectuur van de Veldstraat • Rijwoningen en levensloopbestendige woningen
• Versieringen met bijvoorbeeld prefab elementen en/of tegelwerk • Woonpad
DEELGEBIED ‘T VELD ERFAFSCHEIDINGEN / OVERGANG OPENBAAR GEBIED
• Halfverharding toepassen voor overrijdbare randen en het parkeerterrein • Houtwal
• Gemetselde afscheiding bij de voortuinen • Hekwerken met groen als afscheiding achtertuinen • Geen losse bijgebouwen (zoals bergingen) langs groene buffer / aan openbaar gebied
MATERIALEN • Diversiteit in materialen, maar eenheid binnen het plangebied
PARKEREN Parkeren vindt waar mogelijk – zoals op dit plaatje weergegeven - plaats op het eigen kavel en in de openbare ruimte op de multistroken en in de parkeerkoffers.
Vrijstaande woningen hebben veelal twee parkeerplaatsen op eigen terrein, die onafhankelijk van elkaar gebruikt kunnen worden. De tweekappers (en eindwoningen van rijen waar mogelijk) hebben een en soms twee parkeerplaat(en) op eigen terrein. Inritten voor twee auto's zijn ca. 5 meter breed. Per kavel geldt een maximum van één inrit.
Notitie / Memo Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Goedgekeurd door:
Antares Menno van Dinther en Raymond Scheringa 1 juli 2022 Archief AD1980_M&I_NT2207011030 Projectgerelateerd A.W.H. Erhardt
Onderwerp:
Verkeersbeoordeling Boschkamp
HaskoningDHV Nederland B.V. Mobility & Infrastructure
Inleiding De gemeente Venlo ontwikkelt samen met woningbouwcoöperatie Antares en Bouwmij Janssen in Tegelen de nieuwbouwwijk Boschkamp met circa 103 woningen. Hiervoor is door Antares en Bouwmij Janssen een stedenbouwkundig plan opgesteld. Antares heeft Royal HaskoningDHV gevraagd om een eerste verkeerskundige beoordeling uit te voeren van het stedenbouwkundig plan. In deze memo beoordelen we dit plan verkeerskundig en worden de volgende onderdelen behandeld: 1. Verkeersproductie. 2. Beschouwing van de verkeersstructuur, wegprofiel, ligging parkeervoorzieningen en verkeersveiligheid (geen beoordeling van de parkeerbalans).
Afbeelding 1: Impressie van de nieuwbouwwijk Boschkamp in Tegelen
1 juli 2022
AD1980_M&I_NT2207011030
1/7
1.
Verkeersproductie
Voor de nieuwbouwwijk Boschkamp hebben wij de verkeersproductie bepaald en vervolgens de nieuwbouwwijk ook toegevoegd aan het “verkeersmodel Noord-Limburg, Prognosejaar 2030”, om zo het verkeerskundig effect van de nieuwbouwwijk te bepalen. De verkeersgeneratie van de wijk is bepaald met behulp van de CROW 381 en resulteert in 780 mvt/etmaal op een werkdag, onderverdeeld in 390 aankomsten en 390 vertrekken 1. Zie tabel 1 voor de berekening van de verkeersproductie. In bijlage 1 is de uitvoer uit het verkeersmodel toegevoegd waarbij het effect van de toevoeging van Boschkamp in Tegelen in het prognosejaar 2030 zichtbaar is. Ritgeneratie Boschkamp Aantal CROW type woning woningen 40 20 21 8 14
Huis, tussen/hoek Huis, 2 onder 1 kap Huis, Levensloopbestendig, midden Huis, vrijstaand Koop, appartement, midden
Verkeersgeneratie per woning weekdag werkdag min. max. gemiddeld 6,7 7,5 7,9 7,4 8,2 8,7 5,2 7,8 5,2
6,0 8,6 6,0
Verkeersgeneratie werkdag 316 174
6,2 9,1 6,2
130,2 72,8 86,8
Totale verkeersgeneratie Boschkamp in mvt/etmaal
780
Tabel 1: Verkeersgeneratie Boschkamp (in motorvoertuigen per etmaal)
1
Voor Boschkamp is hierbij uitgegaan dat Tegelen in de volgende categorieën valt: • Rest bebouwde kom. • Matig stedelijk. • Gemiddelde waarde (min/max) per woning. • Omrekenfactor van weekdag naar werkdag is 1,11.
1 juli 2022
AD1980_M&I_NT2207011030
2/7
2.
Beschouwing van de verkeersstructuur, wegprofiel, ligging parkeervoorzieningen en verkeersveiligheid
Het stedenbouwkundig plan van de nieuwbouwwijk Boschkamp hebben we verkeerskundig beoordeeld. Algeheel beeld is dat de nieuwbouwwijk een standaard verkeersstructuur kent met allemaal erftoegangswegen en met een snelheidsregime van 30 km/u. De wijk heeft voldoende snelheidsremmende maatregelen om een verkeersveilige inrichting te waarborgen. We hebben de wijk in de beschouwing getoetst aan de algehele verkeerskundige ontwerprichtlijnen van het ASVV 2021. Gekeken is naar de verkeerstructuur, ligging van de parkeervoorzieningen (geen parkeerbalans opgesteld) en verkeersveiligheidsaspecten. Bij de beschouwing zijn een aantal verkeerskundige aandachtspunten naar voren gekomen die we onderstaand per punt nader toelichten:
De grote doorgaande toegangsweg (rood gemarkeerd) is 5,50 meter breed. Dit voldoet aan het minimaal profiel voor een erftoegangsweg met tweerichtingsverkeer. Echter, de gemeente heeft de wens om de ontsluiting aan de zuidoostzijde op de Venloseweg van verkeerslichten te voorzien. Om hier voldoende opstelruimte te creëren en het passeren van wachtend verkeer voor de VRI mogelijk te maken, adviseren wij om de weg de laatste 50 meter te verbreden tot 6 meter. Zo is er voldoende ruimte voor auto én fietser om de wijk in te rijden, als ook verkeer voor de verkeerslichten staat te wachten. Voor de wegen in de wijk met tweerichtingsverkeer adviseren wij om bij voorkeur een minimale wegbreedte van 5,10 meter te hanteren (dit mag wel inclusief de goot zijn). Deze breedte zit tussen de minimale en het ideale profiel in. Ons advies van deze maat komt naar voren uit de ervaring dat het minimale profiel van 4,80 meter krap is als twee voertuigen elkaar moeten passeren. Zeker als één van de twee voertuigen een vrachtwagen (bijvoorbeeld een vuilnisauto of de levering van bouwmaterialen) betreft. Ook fietsers hebben bij deze maat een iets veiliger gevoel en fietscomfort als een auto hen passeert. Ervaring leert dat deze maat ideaal is voor erftoegangswegen in nieuwbouwwijken, waarbij rijcomfort en afdwingen van de maximumsnelheid met elkaar overeenkomen.
Een uitzondering kan gemaakt worden voor de weg aan de oostzijde van de ontsluitingsweg. Deze weg loopt over in een weg voor eenrichtingsverkeer. Hierdoor is de verwachte verkeersbelasting van tegengestelde richting laag en betreft het een korte afstand, waardoor een breedte van 4,80 meter passend is. Op de nieuw ingetekend weg aan de noordzijde van het plangebied (figuur 1) is in de ingetekende rijbaan geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen rijbaan en trottoir. Door middel van een lijn is in het stedenbouwkundig plan onderscheid aangebracht tussen beiden. In het plan is niet zichtbaar of dit ook een onderscheid in bestrating betreft (trottoir en weg). Ons advies is om dit onderscheid wel degelijk aan te brengen en ook hier specifiek voor een trottoir te kiezen. Op die manier wordt voorkomen dat bewoners dit als trottoir bedoelde deel van de rijbaan gaan gebruiken om te parkeren.
1 juli 2022
AD1980_M&I_NT2207011030
3/7
Afbeelding 2: Straat met enkel belijning als onderscheid tussen de rijbaan en het trottoir
In dezelfde straat zijn de parkeervakken aan de overzijde van de weg ten opzichte van de woningen gesitueerd. Gevolg is de dat bewoners de straat moeten oversteken om de parkeervakken te bereiken. De kans bestaat dat de bewoners in deze situatie kiezen om de auto (onbedoeld en bijvoorbeeld bij laden of lossen) op het trottoir voor de woning te parkeren. Ook geeft het ASVV 2021 aan dat, indien mogelijk, de wens is om parkeerplaatsen/trottoir bij voorkeur aan de woningzijde situeren. In deze situatie is dat niet mogelijk, doordat de positionering van de weg niet zuidelijker kan liggen vanwege de historische waardevolle groenstructuur die grenst aan het plangebied.
Afbeelding 3: Situeren van straat met rijtjeswoningen en parkeren aan de overzijde in vakken. Normaliter wordt geadviseerd de rijbaan verder van de woningen te positioneren. Vanwege de aanwezige historische groenstructuur wordt deze weg naast de woningen gepositioneerd. (groen = historische waardevolle groenstructuur)
1 juli 2022
AD1980_M&I_NT2207011030
4/7
In Boschkamp zijn op verschillende plaatsen haakse parkeervakken ingetekend in het plan. Deze parkeervakken liggen vaak in doodlopende straten geclusterd bij elkaar. Achter de parkeervakken is eerst een donkergrijze strook ingetekend en vervolgens een kleur die overeenkomt met de verharding van de rijbaan. Wat deze andere kleur grijs gearceerde strook betekent is niet geheel duidelijk. Vermoedelijk betreft het een verbreding van de rijbaan om de benodigde 6 meter achter de parkeervakken ten behoeve van het in- en uit rijden te halen. Wij adviseren om deze rand te verwijderen en de rijbaan te verbreden tot 6 meter (zie afbeelding 4 voor een nadere uitleg). De strook achter de parkeervakken dan ook in zijn geheel dezelfde bestrating mee te geven. De ingetekende parkeervlakken dienen minimaal 5 meter in lengte en 2,50 meter in breedte te blijven.
Afbeelding 4: Grijze stroken achter de parkeervakken, advies is om deze hetzelfde vorm te geven als de bestrating van de rijbaan
In Boschkamp zijn op enkele plekken parallel aan de rijbaan ook haakse parkeervakken gelegen. Ook bij deze parkeervakken is nu de grijze strook achter de vakken opgenomen, Wij adviseren om de parkeerplaatsen gelegen aan de doorgaande weg ook te voorzien van een verbreding van de rijbaan tot 6 meter en dit in dezelfde bestrating uit te voeren als de rijbaan. Als er geen haakse parkeervakken gelegen zijn is een rijbaanbreedte van 5,10 meter voldoende.
1 juli 2022
AD1980_M&I_NT2207011030
5/7
Afbeelding 5: Rijbaan met haakse parkeervakken in Boschkamp met daarachter ook een grijze strook ingetekend. Ook hier het advies strook van dezelfde verharding als de rijbaan te voorzien
In Boschkamp worden op verschillende locaties langsparkeervakken gerealiseerd. Deze parkeervakken hebben een lengte van 6 meter en breedte van 2 meter, waarmee voldaan wordt aan de normen van het ASVV 2021. Wat ons echter opvalt is dat bij de parkeervakken op de uiteinden relatief abrupt worden beëindigd. Het achterliggend trottoir komt redelijk snel naar de rijbaan toe. Dit maakt het in- en uitrijden van het laatste parkeervak behoorlijk lastig. Ons advies hier bij de vormgeving rekening mee te houden. Gekozen kan worden om na het laatste langsparkeervak nog een uitrit te leggen, waardoor ook deze uitrit gebruikt kan worden bij het in- en uitrijden van het parkeervak.
Afbeelding 6: Strook met langsparkeervakken
1 juli 2022
Afbeelding 7: Voorbeeld van een straat in een nieuwbouwwijk waarbij de langsparkeervakken voldoende ruimte hebben om in – en uit te rijden
AD1980_M&I_NT2207011030
6/7
Midden in het plangebied zijn een 6 woningen gelegen die door middel van een smalle toegangsweg ontsloten zijn naar de hoofdas door de wijk. De uitrit op deze hoofdsas is echter zeer krap vormgegeven en zeker bij een geparkeerde auto in één van de langsparkeervakken is het zicht op de weg bij het uitrijden beperkt. Het ASVV 2021 geeft voor een uitrit een minimale breedte van 4,50 meter. Advies is dan ook om bij deze toegangsweg naar de 6 woningen de uitrit 4,5 meter breed te maken en het parkeervak aan rechterzijde van de uitrit niet te realiseren (zie afbeelding 8). Tevens is het advies in om de rechterzijde ook een apart voetpad te realiseren (zie donkerblauwe lijn afbeelding 8). Via dit pad kunnen de voetgangers ook veilig deze 6 woningen bereiken. Tevens hebben de woningen aan de rechterzijde dan een mogelijkheid voor ontsluiting van de tuinen. Afbeelding 8: Toegang tot 6 woningen in Boschkamp Daarnaast kan die (voet)pad als leidingstrook fungeren. In Boschkamp komen wij verschillende breedtes voor het trottoir tegen. Het ASVV 2021 geeft een trottoirbreedte mee van minimaal 1,80 meter. Advies is ook om deze breedte in het plan aan te houden en zeker aan de zijde van de straat waar de woningen gelegen zijn.
Als aan de woningzijde een trottoir van 1,80 meter gelegen is, dan is de mogelijkheid om aan de overzijde een smaller trottoir te realiseren, mits aan deze zijde geen woningen gelegen zijn.
Concluderend kan gesteld worden dat Boschkamp een goed ingerichte nieuwbouwwijk is en met verwerking van de aangegeven aandachtspunten in het stedenbouwkundigplan hier een verkeerskundig goed en verkeersveilig wordt gerealiseerd. De wegenstructuur betreffen allemaal erftoegangswegen 30 km/u binnen de bebouwde kom waarop, met de betreffende inrichting, deze snelheid ook gewaarborgd is. Kortom een verkeersveilig nieuwbouwwijk die aan de gestelde verkeerskundige richtlijnen voldoet!
1 juli 2022
AD1980_M&I_NT2207011030
7/7
3
3 33
3 10
16
1
24
3
5
15
6
24
1
3
60
5 4
4 3
60
4
41
1
4
5
22
24
6
1
5 4
10
45
6
3
6
9
12
5
68
3
Verschillenweergave (colour) - script -100000 to -50 50 to 100000
13
5
1
2 5
8
128
24
2
60
38
1
3 6
6
4
17 16
1
2
1
10
4
3
7
13
3
11
4 3
68
4
45
38
4
5
2 2
1
4
22
41
4
84
41
4
3
15 9
96
4
1
2
41
19 5
4
17
3
17
2
17 16
2
1
4 5
17
2
84
3
3 3
96
16
2
4
17
2
5
17 16
17
1
2 2
5
17 16
10 0
87
19 0
4
9
2
190
87
10 0
17 17
10
6
17
2
1
17
2
16
2
10
17 16
87
6 16
4
3
166 29 4
16
16
17
1
10 0
1
10
17
16
17 -7
16
29 4
1
-10
-1 0
10 0
16
29 4
166
17
1
16
17
2
28 9
17
16
9
5
30 5
-1
-1
9
5
28 9
-1
16
-17
2
28 9
9
8
30 5
2
1 2
14 4
30 7
1
-4
30 7
35 6
14
-50 -50
13 4
Algemeen:
-4
-50
- 51
-5
9
8
9
73 7 54 2 39
377 377
Aimsun Version: 8.1.5 (R47097) Model Noord-Limburg_2018 (R47097) _ Final_Variant Boschkamp.ang
1
748 375
2 1
2
2
375
Datum: 4/21/2022 4
-1
2
38 9 52 2 66
10 1
-51
-275 1
4
2
4 -25 22
-2 54 22
1 2
-6
-49
317 66
7
1
2
317 66
4 77
22
3 25
-5
3
-1
3
-6 -50
6 -1
5 -2
1
6 -1
5 -2
22
1 1
7 1
22
7 - 24 7
1
3
72
- 254
-1
7
4 2
- 50
-1
1
6 31
1
-1
-1
10
2933
2
56
23
2
-2
315 40
-4
23 -2
1
3
1
56
1
9
1
3 77
2
3
22
1
15
275
2
1
2
3
9
4 -2
13
55 55
1
16
15
31 16
2
16 14
16 14
1
16 14
14
16 3 6
16
14
5
2
3 16
6 6
6 7
12
5
3
6
1
54 54
3
2
15
2
1
7
4
2
15 1
1
6
3
-1
5
2
1
2 6
3
9
2
3
3
10
-1
6
2 1
2 6
13 2
-1
13
4
2
1
1
1
38
53
12 7
-2
17
3
1
1
4
13 2
1
4
4
1
14
6
15
-2
13
-2
2
1
6
10
54
-2
13
9 4
1
8
37
1 4
-2
13
-2 10
-1
2 5
1 -1 2
1
1
1
1
-1
1
1 -1
4
1
12
2
3
Project: Verkeersmodel Noord-Limburg
3 2
-1
11
2
1
6 2
3
52
2
1
Opdrachtgever: Gemeente Venlo
1
1
32
1
3
Plot: Verschil intensiteiten etmaal t.o.v. 2030_Boschkamp_Referentie [mvt]
32
52
-1
2
51 31
5
31
51
Autonetwerk: Prognosejaar 2030 Boschkamp Variant 1
31
50
50 31
50 31
31 50
5
30
35
45
2
9
5
24
35 30
5
3
6 23
3
2 6 5
23
-1
-1
3
5
1
54
2
32
52
37
55
2 351
1
1 -2
1 4 12
37
2 54
2
5 2
6
2
-2
1
- 29
2
1
2
-1
3
2
5
1
1
1 -2
-2
-2
4 -1
13
-2
1
13
1
01 6,
93 5,
R 3, 50
0 5 , R3
77 2,
0 0 , 6 R1
0 5 , 9 R1
99 3,
50 1,
0 0 , 6
0 0 , 5 50 2,
3
1 0 , 6
50 5,
2, 43
4 , 9 6
2, 49
50 3,
5 , 0 0
6, 18
R 5, 00
R6 , 0 0
00 5,
50 2,
50 5,
50 2,
R 5, 00
0 0 , R6
0 0 , 5
00 3, 00 6,
16 3,
R 4, 00
6 ,0 4
00 3,
00 5,
00 6,
2
0 5 , R4 2 , 0 0
R
24 , 50
00 6,
0 5 4,
50 5,
3 , 5 0
2 , 5 8
6 , 0 3
4, 55
R
R 5, 50
00 2,
2, 00
R
5, 50
R
50 , R 5
30 , 00
0 0 , 2
R5 , 5 0
R
16 , 00
6 , 0 8
0 5 , 5
4 3 , 5
60 2,
0 5 , 5
00 2,
0 5 , 2
00 5,
1
0 0 , 6
0 0 , 3
2 0 , 3
2 1 , 5
83 4,
0 5 , 5
R 5, 50
00 2,
Stedenbouwkundig plan Boschkamp, Tegelen
project:
TEK01-0469090 - 01D
datum:
23 februari 2022
schaal:
1:1000
formaat:
A1
N
Bouwmij - Janssen
plangebied Beneluxweg 125
Wim Duisenbergplantsoen 21
4904 SJ Oosterhout
6221 SE Maastricht
T: +31 (0)162 48 75 00
T: +31 (0)43 325 32 23
www.croonenburo5.com
info@croonenburo5.com
Toets Ladder voor duurzame verstedelijking
Tegelen, Boschkamp
Gemeente Venlo
Datum: 15 september 2023 Projectnummer: 220318
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Het plan Leeswijzer
3 3 5
2
Toets Ladder voor duurzame verstedelijking
6
2.1 2.2 2.3 2.4
Stedelijke ontwikkeling Verzorgingsgebied Behoefte Bestaand stedelijk gebied
6 6 8 13
3
Conclusie
15
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Op 1 oktober 2012 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 Bro lid 2 vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling.
Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder ‘stedelijke ontwikkeling’ en ‘bestaand stedelijk gebied’ wordt verstaan is in het Bro opgenomen en is verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaat het Bro een ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
1.2
Het plan Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de kern Tegelen, gelegen in de gemeente Venlo. Het betreft een inbreidingslocatie tussen de straten Venloseweg, Hoogstraat en de Veldstraat. Het terrein is plaatselijk ook wel bekend als het Boschkampterrein. Het voornemen betreft de transformatie van het bedrijventerrein in een stedelijk woongebied met een (voorlopig) programma van 101 woningen (42 grondgebonden woningen DAEB segment en 59 grondgebonden woningen koop. Er wordt voorzien in 177 parkeerplaatsen, nieuwe openbare ruimte (woonstraten, aansluiting op bestaande wegenstructuur), groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen (WADI i.v.m. berging/infiltratie hemelwater). Het ontwikkelingsgebied bedraagt ca. 3,05 ha.
3
Het geldende bestemmingsplan ter plaatse is het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Tegelen met – onder meer - de enkelbestemming ‘Ontwikkellocatie’. Binnen deze bestemming is nieuwe woningbouw ter plaatse verboden. Binnen de aangewezen ontwikkellocatie zijn namelijk primair de functies toegestaan die daar op basis van het (voorheen) geldende bestemmingsplan zijn toegelaten. Wonen hoort daar echter niet toe. Omdat de ontwikkeling als geheel niet past binnen de kaders van het bestemmingsplan heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo besloten in principe medewerking te willen verlenen om – in afwijking van het geldende bestemmingsplan – een wooninvulling op de locatie mogelijk te maken. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken zal een bestemmingsplanprocedure worden doorlopen. Eén van de aspecten die onderdeel uitmaakt van een goede ruimtelijke ordening is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze toets vindt in dit rapport plaats. Voor dit initiatief is een verkaveling opgesteld ten behoeve van de realisatie van de beoogde woonwijk. Deze verkavelingsopzet is verdeeld over de 3 deelgebieden van de nieuwe woonwijk. Per deelgebied is de verkaveling als volgt vormgegeven: Deelgebied 1: Dorps wonen • De bestaande woningen zijn in de verkaveling ingepast. • De nieuw te ontwikkelen woningen richten zich ook op de omliggende straten.
• Er is een mix van vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoning en levensloopbestendige woningen gepland. Voor de twee-onder-een-kapwoning is er de optie om deze levensloopbestendig uit te voeren. • De woningen zijn ingetekend op ruime percelen, waarbij men grotendeels op eigen terrein kan parkeren. • Het woonpad doorsnijdt het woonblok om het binnengebied toegankelijk te maken. • Het binnengebied is voor alle verkeer toegankelijk vanaf de noordzijde en alleen voor langzaam verkeer vanaf de zuidzijde. • Er wordt gestreefd om groene erfafscheidingen toe te passen en bomen op de erven aan te planten. • De bestaande parkeerplaatsen aan de Hoogstraat zijn behouden en deels verplaatst (en daarom niet meegeteld in de parkeerbalans). Ook zijn hier enkele parkeerplaatsen toegevoegd. • Het parkeren aan de zuidzijde van de Veldstraat is deels officieel géén parkeerruimte. Er zijn 6 parkeerplaatsen teruggebracht in het ontwerp ter compensatie van de parkeerfunctie. • Dit deelgebied omvat een sluitende parkeerbalans. Deelgebied 2: industrieel wonen kwalitatieve centrale groene ruimte • Het appartementengebouw ligt vrij in deze centrale groene ruimte. • De bebouwing is gericht op de centrale groene lichting. • In het park liggen wadi’s voor het bufferen en infiltreren van regenwater. • Het bestaande groen en hoogteverschil worden (deels) behouden in deze ruimte.
• De historische akkerrand wordt hersteld als houtwal.
4
• •
Er is ruimte voor een natuurlijke speelplek met boomstammen en zand. Er lopen routes naar en door de centrale groene ruimte heen.
aansluiting met doorgaande woonstraat • De hoofdontsluitingsweg (5,50 m breed) wordt gecombineerd met de centrale groene ruimte. • Voetpaden zijn aan minimaal één zijde van de hoofdweg voorzien. • De bestaande bomen worden aan de gebiedsentree behouden. • De hoofdontsluitingsweg scheidt twee woonsferen van elkaar. Deelgebied 3: Maasveld wonen • Aan de Veldstraat zijn huur- en koop rijwoningen gesitueerd. • Rug-aan-rug met de rijwoningen aan de Veldstraat liggen levensloopbestendige koopwoningen en huur- en koop rijwoningen. • Er is een woonpad met levensloopbestendige woningen. Het woonpad is 3,5 meter breed (eis van de brandweer) en heeft aan weerszijden een groenstrook van 2,0 meter, met ruimte voor kleine bomen en heesters. Hierdoor kan er niet geparkeerd worden op deze plekken. • De bebouwing aan de oostzijde (levensloopbestendige huurwoningen) grenst met de achterzijde aan de bestaande percelen. De bebouwing op geruime afstand (+ 30 meter) van de bestaande bedrijfsfunctie. • Het appartementengebouw bestaat uit drie lagen met opbouw in de vierde laag. De buitenruimtes zijn gericht op de zuidzijde. Er is onder de appartementen ruimte voor 12 parkeerplaatsen, tevens zijn de bergingen in de parkeerkelder gesitueerd. • De woonstraat heeft het karakter van een woonerf met doorgaande structuur. Er is geen verkeersfunctie, maar enkel verkeer t.b.v.
de woningen ter plaatse gewenst. • Het parkeren is opgelost aan de woonstraat in de buurt. Daar waar parkeren ongewenst is, is dit niet mogelijk door landschappelijke inpassingen als heesters, bomen en boomstronken. • De carport met zonnepanelen van Antares is zichtbaar, voorstel is om de met beplanting (haag/ klimplant) groen in te passen. Voor de carport wordt onderzocht of het toepassen van de historisch significante muur een optie is. • Dit deelgebied omvat een sluitende parkeerbalans
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Binnen de toets zal allereerst bepaald worden of en, zo ja, waarom sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Vervolgens wordt het markt- of verzorgingsgebied bepaald. Daarna volgt de toetsing of de ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en wordt gekeken of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Hoofdstuk 3 bevat een eindconclusie als gevolg van de toets aan de Ladder.
5
2
Toets Ladder voor duurzame verstedelijking
2.1
Stedelijke ontwikkeling
2.1.1
Algemeen Allereerst moet de vraag worden beantwoord of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) opgenomen. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Andere stedelijke voorzieningen betreffen volgens de Nota van Toelichting (2017) “accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure”.
2.1.2
Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 103 woningen (waarvan 89 in verschillende woningtypen, en 14 appartementen) in de bebouwde kom van de kern Tegelen. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het voorliggende plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan. Uit jurisprudentie1 blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een dorpskern niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 12 woningen wordt daarentegen wel aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.2 Met voorliggend initiatief worden meer dan 11 woningen planologisch toegestaan. Daarmee wordt gesteld dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
2.1.3
Conclusie Gelet op het voorgaande is voorliggende ontwikkeling binnen het plangebied aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Deze toets vindt in dit document plaats.
2.2
Verzorgingsgebied
2.2.1
Algemeen Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de behoefte aan de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt te worden beschreven. De behoefte dient te worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De 1 Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921). 2 Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953).
6
aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het verzorgingsgebied moet van geval tot geval worden bekeken en kan sterk verschillen per functie 2.2.2
Toetsing Inleiding De provincie Limburg heeft in 2021 de Omgevingsverordening vastgesteld. In de verordening worden instructieregels voor gemeenten gesteld of regels voor activiteiten die rechtstreeks gelden voor een ieder. Voor voorliggend plan is het dan ook noodzakelijk om te kijken welke regels ten aanzien van wonen zijn vastgelegd. Artikel 2.4.2 van de omgevingsverordening regelt dat de behoefte aan nieuwe woningen in overeenstemming is binnen de regio’s in Limburg. De provincie Limburg heeft in de Limburgse Agenda Wonen (2020-2023) uitgesproken ervoor te zorgen dat het Limburgse woningaanbod past bij de behoeften van de samenleving. De provincie heeft als doel om de woningmarkt te versnellen, versterken en doorzetten daar waar dat kan en nodig is. De gemeente Venlo vormt samen met de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas en Venray de regio Noord-Limburg. Binnen deze regio vindt onderlinge afstemming plaats over plancapaciteit, zowel kwantitatief als kwalitatief. In de regionale woonvisie van Noord-Limburg (2020-2024) zijn afspraken gemaakt over de woningbouwinitiatieven. Gemeenten hebben een sturende rol als het gaat om wonen. Venlo heeft voor de periode 2021-2026 een woonvisie opgesteld met het woonbeleid voor deze periode.
Verhuisbewegingen gemeente Venlo Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat meer dan 65% van de gevestigde personen in de gemeente Venlo uit de gemeente zelf afkomstig is. Daarnaast komt circa 22% van de verhuisbewegingen naar Venlo vanuit andere gemeenten. 12,6% van het totale aantal vestigers in Venlo komt uit het buitenland. Tabel: Totaal aantal verhuisbewegingen gemeente Venlo in 2021
Verhuisbewegingen Venlo
Aantal
Aandeel (%)
Binnen gemeente Venlo
7.372
65,1%
Vanuit andere gemeenten
2.507
22,3%
Vanuit het buitenland
1.415
12,6%
Totaal aantal verhuizingen
11.249
100%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek.
7
Tabel: Verhuisbewegingen naar Venlo naar herkomst in 2021
Gemeente
Aantal
Aandeel (%)
Beesel
69
2,8%
Bergen
36
1,4%
Gennep
10
0,4%
Eindhoven
102
4,1%
Heerlen
25
1,0%
Horst aan de Maas
217
8,7%
Leudal
72
2.8%
Mook en Middelaar
0
0%
Nijmegen
74
2,9%
Peel en Maas
251
10,0%
Roermond
136
5,4%
Venray
155
6,2%
Elders
1.360
52,1%
Totaal
2.507
100%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek.
2.2.3
Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat het marktgebied voor de woningen zich primair richt op de gemeente Venlo. Het plan bevat ook geen dusdanige kenmerken dat een bovengemeentelijke aantrekkingskracht te verwachten is. Daarom wordt de gemeente Venlo als marktgebied gehanteerd voor deze toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
2.3
Behoefte
2.3.1
Algemeen Aangetoond moet worden dat de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte binnen het markt- of verzorgingsgebied. Bij het bepalen van de behoefte is zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte van belang.
2.3.2
Kwantitatieve behoefte Kwantitatieve huishoudensontwikkeling De vraag naar woningen wordt in belangrijke mate bepaald door de demografische ontwikkelingen. Voor de kwantitatieve woningbehoefte geldt dat het sterk afhankelijk is van de ontwikkeling van het aantal huishoudens. Op basis van de Progneff-prognose 2019 ontstaat voor Venlo het volgende beeld.
8
Bron: Progneff 2019 Update. Uit het voorgaande is af te leiden dat de gemeente Venlo de komende jaren een positieve huishoudensprognose kent, maar dat op de lange termijn een daling te verwachten is. Planningslijst In de strategische visie Venlo 2040 wordt de ambitie uitgesproken om aantrekkelijke woonmilieus te bieden voor kenniswerkers, studenten en internationale werknemers. Hiervoor wordt een percentage van 10% bovenop de basisbehoefte gehanteerd. Daarnaast wordt rekening gehouden met planuitval, niet alle initiatieven worden gerealiseerd. Hierbij is een percentage van 30% bovenop de basisbehoefte landelijk geaccepteerd als extra capaciteit die je zou moeten aanhouden voor planuitval. Tenslotte zullen woningcorporaties de komende jaren een behoorlijke vernieuwingsopgave hebben. Bij sloop zal een deel van de woningen terugkomen op de bestaande locatie, maar vaak niet het gehele woonprogramma. Om de kernvoorraad sociale huurwoningen op peil te houden zijn ook aanvullende locaties nodig om hetzelfde aantal sociale huurwoningen terug te kunnen bouwen. Hiervoor wordt een aanname gedaan van 500 extra woningen binnen de huidige planvoorraad. Dat levert het volgende beeld op:
9
Uit bovenstaande rekensom wordt duidelijk dat het huidige woningbouwprogramma van ca. 2.000 woningen, onvoldoende is om in onze huishoudensgroei tot 2035 te voorzien. Het plan Boschkamp betreft geen nieuw plan. Deze locatie staat opgenomen in het projectenoverzicht van Antares als bijlage bij de Prestatieafspraken 2023 met als opmerking: 42 eenheden, eengezinswoningen, Daeb segment, oplevering in 2024; 59 eenheden, eengezinswoningen, koop, oplevering 2024. De corporaties hebben een strategische reserve opgebouwd, doordat op verschillende locaties meer huurwoningen zijn gesloopt dan teruggebouwd. Dit project valt niet onder de strategische reserve, het betreft een zogeheten 'oud plan'. Over deze locatie zijn afspraken gemaakt vóór de vaststelling van de afspraken over de strategische reserve. Het totaal van 125 woningen uit eerdere projecten-overzichten komt ook uit die tijd. Het plan is ook al jarenlang in de plancapaciteitsmonitor Limburg opgenomen. Conclusie Het plan Boschkamp is geen nieuw plan en is geen aanvulling op de benodigde extra planvoorraad. Het plan is onderdeel van de kwantitatieve woningbehoefte van het marktgebied. 2.3.3
Kwalitatieve behoefte Regionale woningbehoefte Voor de regio Noord-Limburg is in de regionale woonvisie een overzicht gemaakt van huishoudens per leeftijdscategorie en type huishouden. Voor het overzicht hierna is gebruik gemaakt van drie leeftijdscategorieën, te weten onder de 20 jaar, tussen 20 en 65 jaar en de laatste groep bevat de huishoudens in de leeftijd van 65 jaar en ouder. De groep huishoudens in de leeftijd onder de 20 jaar is op regionale schaal verwaarloosbaar klein (zo’n 0,3%). Die zien we in de grafiek ook niet terug. De aansluitende twee groepen zijn daarentegen, logischerwijs, een stuk groter. De verschuiving in de leeftijdsgroepen is in figuur 4 duidelijk zichtbaar, zowel procentueel (staafgrafiek, linkeras) als absoluut (lijngrafiek, rechteras). De groep ouderen neemt vanaf 2020 tot en met 2050 toe met ruim 36% (in aantallen een groei van ruim 15.500 huishoudens).
10
In dezelfde periode neemt het aantal huishoudens in de leeftijdsklasse 20 tot 65 jaar met zo’n 15% af (oftewel een afname van bijna 12.500 huishoudens).
Verdeling van de huishoudens op basis van leeftijd (Progneff 2019 update) Huishoudens worden niet alleen naar leeftijd ingedeeld, maar ook naar type. Een huishouden kan verschillend van samenstelling zijn: alleenstaand of een paar, met of zonder kinderen. Ook hier zien we in toenemende mate trends terug. In figuur 5 is de ontwikkeling van de huishoudens naar type weergegeven. Bewust is gekozen voor een relatieve vergelijking, een overzicht in absolute aantallen kan vertekenend werken omdat het totaal aantal huishoudens ook verandert.
Particuliere huishoudens naar type (Progneff 2019 update) Deze figuur laat zien dat de groep eenpersoonshuishoudens de enige groep is die nog groter zal worden in de toekomst. In 2050 is de verwachting dat deze groep 40% van het totaal aantal huishoudens beslaat, waar dat in 2020 nog maar 1/3 is. Dat betekent een groei van ruim 20%. In aantallen gaat het om een groei van ruim 9.600 huishoudens ten opzichte van 2020 tot bijna 52.000 huishoudens 30 jaar later. De overige groepen zullen, zoals ook in figuur 5 zichtbaar is, kleiner worden. De belangrijkste conclusies op een rij: • Het aantal huishoudens neemt voor de regio nog toe tot circa 2036. • Na 2036 volgt er een afname in het aantal huishoudens. • Er is een toename in het aandeel 65+-huishoudens.
11
•
We zien een toename in het aandeel 1-persoonshuishoudens.
Gemeentelijke woningbehoefte In de zoektocht naar nieuwe woningbouwlocaties heeft de gemeente Venlo in haar woonvisie gebruik gemaakt van een woonwensenonderzoek dat recent is uitgevoerd. Ondanks dat iedere locatie vraagt om zijn eigen specifieke invulling, kan met het woonwensenonderzoek in combinatie met de huishoudensontwikkeling een aardig beeld worden gevormd van de gevraagde woningen. Bij nieuwbouw wordt volgens de Woonvisie Venlo ingezet op onderstaande:
Locatie De bestaande gebouwde omgeving biedt volgens de Woonvisie Venlo ruimte voor nieuwbouw, herbestemming en transformatie. Bij het zoeken naar woningbouwlocaties wordt daarom de volgende uitgangspunten meegenomen: -
Woningbouw als versterker van stad en dorp: • zorgvuldig ruimtegebruik • draagvlak voorzieningen • verbinden stadsdelen en wijken • benutten huidige hoofdinfrastructuur
-
Woningbouw als versneller van stedelijke en economische dynamiek: • transformaties van brown- en greyfields • clustering en herpositionering • stimulans voor koppelkansen (niet afhankelijk, maar maakt beter
-
Woningbouw als drager van brede maatschappelijke opgeven • versterking leefbaarheid kwetsbare wijken
12
• • • •
functieverlies religieus erfgoed terugdringen structurele leegstand winkels versnellen energietransitie stimulans duurzaam mobiliteitsgedrag
Door op deze wijze naar woningbouw te kijken, kunnen nieuwe locaties hiermee (deels) een oplossing bieden voor andere vraagstukken. Vanuit dit denkkader zijn binnen de contour locaties te vinden voor ruim extra 2.500 woningen. Samen met de bestaande planvoorraad biedt dit een potentiële capaciteit voor het toevoegen van 4.500 woningen. Conclusie kwalitatieve behoefte Er is niet alleen kwalitatieve behoefte aan levensloopbestendige appartementen. Er is behoefte aan: Levensloopbestendige woningen; Appartementen (huur en koop); Kleinere woningen voor 1 en 2 persoonshuishoudens (starters en senioren); Nieuwe woningen zoals bovenstaand zijn ook van belang omdat daardoor de doorstroming van ouderen vanuit grotere eengezingswoningen naar aangepaste, kleinere woningen kan plaatsvinden, zodat de eengezinswoningen beschikbaar komen voor jonge mensen die een vervolgstap in hun wooncarrière. Het plan levert hier een bijdrage aan.
2.4
Bestaand stedelijk gebied
2.4.1
Algemeen Nu is gebleken dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, moet worden aangetoond in hoeverre die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Het Bro definieert het bestaand stedelijk gebied als: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Naast de criteria uit de definitie moet de geldende bestemming ook betrokken worden bij het beoordelen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied.
2.4.2
Toetsing Het plangebied maakt onderdeel uit van de bebouwde kom van Tegelen. Het plangebied bevindt zich nabij het centrum van Tegelen op een jaren geleden gesaneerd voormalig bedrijventerrein. In het noord en westen wordt het gebied begrensd door woningen/woonstraat (Veldstraat), in het oosten door een bedrijventerrein en in het zuidoosten door de Venloseweg en de Hoogstraat. Het projectgebied is te kwalificeren als een functieloos en braakliggend (bouw)terrein. Het projectgebied is geheel onbebouwd en onverhard. De huidige ruimtelijke kwaliteit van het projectgebied is bijzonder laag. Dit tezamen maakt dat, gelet op de huidige ruimtelijke structuren en bebouwing
13
rondom het plangebied en de ter plaatse geldende bestemmingen, wordt geconcludeerd dat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied ligt Bovendien kan gezien de heersende functies in de omgeving van het plangebied en het karakter van de beoogde ontwikkeling gesteld worden dat de voorgestelde ruimtelijke ontwikkelingen op deze locatie past. De omgeving kenmerkt zich door een menging van functies maatschappelijk, bedrijvigheid en wonen. Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat de beoogde ontwikkeling is voorzien op een passende locatie binnen bestaand stedelijk gebied. 2.4.3
Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling wordt voorzien in bestaand stedelijk gebied. Bovendien is gemotiveerd dat de voorgestelde ontwikkeling op deze locatie past. De geconstateerde kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt dan ook gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied.
14
3
Conclusie Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. Het plan voorziet in een behoefte en vindt binnen bestaand stedelijk gebied plaats. Daarmee wordt het plan als haalbaar geacht voor wat de betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.
15
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tegelen, Boschkamp
Gemeente Venlo
Datum: 15-09-2023 Projectnummer: 220318
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2
Aanleiding De m.e.r.-beoordeling
3 4
2
Kenmerken van het project
7
2.1 2.2 2.4
Inleiding Beschrijving van het project Overige kenmerken van het project
7 7 8
3
Plaats van het project
10
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
10 10 10
4
Kenmerken van het potentiële effect
16
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Inleiding Natuur Archeologie Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Bodem
16 17 20 23 24 25 26
5
Conclusie
28
1 Inleiding 1.1
Aanleiding In Tegelen bestaat het voornemen om het bedrijventerrein aan de VenlosewegHoogstraat-Veldstraat om te vormen tot een woongebied, ook wel het TMIHekkensterrein genoemd. Het betreft de transformatie van het bedrijventerrein in een stedelijk woongebied met een (voorlopig) programma van maximaal 103 woningen (42 grondgebonden woningen (DAEB segment) en 59 grondgebonden woningen koop). Er wordt voorzien in (voorlopig) 177 parkeerplaatsen, nieuwe openbare ruimte, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Het ontwikkelingsgebied bedraagt circa 3,05 ha. Het geldende bestemmingsplan staat de beoogde ontwikkeling niet toe. Er wordt echter ook ruimte geboden om met een omgevingsvergunning tot een omgevingsplanactiviteit (OPA) te komen inhoudende een herontwikkeling, mits die herontwikkeling past binnen het gebied. Om te kunnen beoordelen of een ontwikkeling aan dat criterium voldoet, wordt – onder meer - gebruik gemaakt van de ‘Beleidsregels afwegingskader ontwikkellocaties’. Om het initiatief te kunnen realiseren is een bestemmingsplanprocedure nodig.
Topografische kaart met de globale ligging van het projectgebied (in rood). Bron: PDOK Viewer
3
Luchtfoto van de ontwikkellocatie Bron: PDOK Viewer
De beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Voorafgaand aan het in procedure brengen van een ruimtelijke motivering of ruimtelijke onderbouwing, dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of een m.e.r. moet worden doorlopen, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.
1.2
De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is 4
de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sinds een wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.-richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld.
Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor projecten, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld.
5
Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig project wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.” De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 103 woningen. Momenteel staat de locatie leeg. De gronden zijn bestemd voor ‘Ontwikellocatie’. Het totaal woonoppervlak zal maximaal 12.000 m2 bedragen. Het ontwikkelingsgebied bedraagt ca. 3,05 ha. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit onder de drempelwaarde en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten.
In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van de activiteit; − plaats waar de activiteit wordt verricht; − kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen vier hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven. In hoofdstuk 4 komen de kenmerken van het potentiële effect aan bod. Het rapport wordt met een eindconclusie in hoofdstuk 5 afgesloten.
6
2 2.1
Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving van het project De projectlocatie is gelegen in de gemeente Venlo. Het projectgebied bevindt zich nabij het centrum van Tegelen op een vele jaren geleden gesaneerd bedrijventerrein. In het noorden en het westen wordt het gebied begrensd door woningen, in het oosten door een bedrijventerrein en in het zuidoosten door de Venloseweg en de Hoogstraat. De begroeiing in het projectgebied bestaat vooral uit ruig grasland en diverse groepjes bomen (valse acacia’s en ruwe berken) en struiken (als braam). Op het terrein zijn op diverse plaatsen hopen met puin gesitueerd, die grotendeels zijn begroeid. Er bevinden zich soorten als akkerwinde, veldzuring, rode klaver, vogelwikke, schapenzuring, teunisbloem, zomerfijnstraal, kropaar, biggenkruid, Sint Janskruid, gewone reigersbek, rapunzelklokje, braam en dolle kervel. Er is tevens opslag van populier, wilg, populier en valse acacia aanwezig.
2.3
Omvang van het project De oppervlakte van het totale projectgebied bedraagt circa 30.500 m2. Er wordt geen bebouwing gesloopt. Het project beslaat zoals gesteld maximaal 103 woningen.
7
Verkavelingsopzet (Bron: Bouwmij Janssen)
2.4
Overige kenmerken van het project
2.4.1
Cumulatie met andere projecten In de directe nabijheid van het projecten zijn er geen andere plannen of ontwikkelingen bekend die tegelijkertijd uitgevoerd zullen zijn. Cumulatie met andere projecten is derhalve niet aan de orde.
2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruikgemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. 8
De nieuwe functies binnen het project maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het projectgebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).
2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
9
3 3.1
Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het projectgebied bevindt zich tussen de Veldstraat, de Hoogstraat en de Venloseweg, ten noorden van het centrum van Tegelen. De beoogde ontwikkeling ligt dus binnen de bebouwde kom. De begrenzing van dit projectgebied behelst de percelen kadastraal bekend als gemeente Venlo, sectie A, nummers: 8853, 8854, 8720 (gedeeltelijk). De gronden zijn bestemd voor ontwikkellocatie. Een van de gebiedsdoeleinden is het bieden van mogelijkheden voor een nieuwe, duurzame invulling van leegstaand vastgoed en/of het vestigen van nieuwe functies op braakliggende terreinen.
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn.
10
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
Het projectgebied ligt niet in een wetlandgebied.
Kustgebieden
Het projectgebied ligt niet in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Het projectgebied is niet gele-
Reservaten en natuurparken:
Nationale Landschappen zijn
Het projectgebied ligt niet in een
Nationale Landschappen
benoemd in de Nota Ruimte
Nationaal Landschap, en even-
Nationale parken
Nationale Parken zijn onderdeel
eens niet in een Nationaal Park.
gen in een berg- of bosgebied.
van de EHS. Speciale beschermingszones,
Wet natuurbescherming
In de omgeving van het project-
door de lidstaten aangewezen
gebied ligt een Natura 2000-
krachtens Richtlijn 79/409/EEG
gebied (zie verder onder 1).
(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het projectgebied ligt niet in een
munautaire wetgeving vastge-
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-
gebied waar op basis van
stelde normen inzake milieu-
derrichtlijn water)
communautaire wetgeving
kwaliteit reeds worden
reeds normen worden over-
overschreden
schreden.
Gebieden met hoge bevol-
Het projectgebied is niet gele-
kingsdichtheid
gen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van
Verdrag van Valletta
Het projectgebied heeft een ho-
historisch belang
Monumentenwet
ge of middelhoge archeolo-
cultureel belang
Gemeentelijk landschapsont-
gische verwachting (zie verder
beschermd stads- en dorpsge-
wikkelingsplan
onder 2)
zicht archeologisch belang
1. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het projectgebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen. De navolgende afbeelding laat de ligging van het projectgebied zien ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebied ‘Vogelschutzgebiet 'Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg’ (1) is het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied op een afstand van zo’n 3 kilometer van het projectgebied. Natura 2000-gebied ‘Krickenbecker Seen - Kl. De Witt-See’(2) ligt op een afstand van circa 8 kilometer en ‘Wälder und Heiden bei Brüggen-Bracht’ op 5 kilometer van het projectgebied. Overige Natura 2000-gebieden (Swalmdal (4), Maasduinen (5), Grote Peel (6), Deurnse Peel (7), Leudal (8)) liggen op een afstand van 10-20 kilometer.
11
Globale ligging van het projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebied (Bron: quick scan natuurFaunaconsult)
Met het project wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
12
2. Archeologie De gemeente Venlo beschikt over een archeologische beleidsadvieskaart.
Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart Venlo met het projectgebied wit omkaderd Bron: archeologisch onderzoek RAAP
Uit de kaart blijkt dat het projectgebied een archeologische waarde kent: − Hoge of middelhoge verwachting: beleidslijn is om het archeologisch erfgoed 'in situ' te bewaren. Als dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om vroegtijdig in de projectvorming een archeologisch onderzoek in de vorm van een bureauen inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) te laten uitvoeren. Tijdens dit onderzoek zal informatie worden verzameld op basis waarvan belangenafweging en verdere besluitvorming kan plaatsvinden. In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen. Als de oppervlakte van de bodemverstorende activiteit meer dan 500 m2 is en dieper is dan 40 cm beneden maaiveld is, dan is een archeologisch onderzoek vereist. Gezien voorgaande kunnen voor wat betreft archeologie op voorhand geen negatieve milieueffecten worden uitgesloten. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom nader onderzocht.