013 bijl03 Bestemmingsplan Boschkamp Tegelen toelichting.pdf
Tekst van het document
Overdrachtsmaatregelen Het vergroten van de afstand tussen de wegen en de woningen is gezien de inrichting van de kavels niet efficiënt. Grotestraat/Venloseweg Voor een efficiënte overdrachtsmaatregel is een 8 meter hoog geluidsscherm over een lengte van 60 meter benodigd. Bij een eenheidsprijs van € 250,- per m² bedragen de totale kosten voor het geluidsscherm circa € 120.000,-. Een dergelijke investering stuit op bezwaren van financiële aard. Daarnaast is een afschermende maatregel van een dergelijke omvang binnen stedelijk gebied niet wenselijk. Derhalve zal het realiseren van overdrachtsmaatregelen voor het plan op overwegende bezwaren van financiële en stedenbouwkundige aard stuiten. Hoogstraat en Veldstraat Voor een efficiënte overdrachtsmaatregel van de Hoogstraat is een 4 meter hoog geluidsscherm over een lengte van 90 meter benodigd. Voor de Veldstraat zijn twee geluidschermen benodigd met een hoogte van 3 meter met een totale lengte van 55 meter breed. Bij een eenheidsprijs van € 250,- per m² bedragen de totale kosten voor de geluidsschermen circa € 90.000,- voor de afscherming van de Hoogstraat en € 41.250,- voor de afscherming van de Veldstraat. Een dergelijke investering stuit op bezwaren van financiële aard.
Daarnaast is een afschermende maatregel van een dergelijke omvang en vanwege de ontsluiting van de woningen op de kavel maar zeer beperkt mogelijk en binnen stedelijk gebied niet wenselijk. Derhalve zal het realiseren van overdrachtsmaatregelen voor het plan op overwegende bezwaren van financiële en stedenbouwkundige aard stuiten. Aanvraag hogere waarden Voor de Hoogstraat en Veldstraat kunnen vanwege het ontbreken van een zone formeel geen hogere waardes worden vastgesteld. Ten gevolge van de overschrijdingen op de woningen van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de Grotestraat en Venloseweg – kan (en moet) wel een hogere waarde bij het college van B&W worden aangevraagd. De gemeente zal hierbij de volgende kenmerken van het project in overweging nemen: 1. 2. 3.
bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet doelmatig of stuiten op overwegende bezwaren; de berekende geluidsbelastingen zijn lager dan de maximaal te ontheffen waarde; middels een nader onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de gevels wordt het vereiste binnenniveau conform het Bouwbesluit 2012 gewaarborgd.
Conclusie Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Vanwege de Grotestraat en Venloseweg is
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 53
een hogere geluidgrenswaarde aangevraagd ter plaatse van een aantal woningen. In dat verzoek is specifiek aangegeven voor welke woningen, welke hogere waarde wordt aangevraagd. Voor de woningen dient ook het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Voor het volledige akoestisch onderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 5 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting. Het verzoek om een hogere grenswaarde is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd.
4.3
Bodem- en grondwaterkwaliteit
In het kader van deze omgevingsvergunning dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming is met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd binnen het plangebied. Middels dit onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. In opdracht van Antares is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied dat is gelegen aan de Hoogstraat en Veldstraat te Tegelen. Het plangebied bestaat uit de voormalige bedrijfsterreinen van TMI en Hekkens. De aanleiding voor het onderzoek zijn de bij eerder uitgevoerd bodemonderzoek aangetroffen verontreinigingen van de bodem met zware metalen, PAK, minerale olie en vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl) ter plaatse van het voormalige TMI-terrein en met zware metalen en minerale olie ter plaatse van het voormalige Hekkens-terrein. Het aanvullende onderzoek bestaat uit de volgende delen: ▪ verkennend asbestonderzoek.
▪ actualiserend bodemonderzoek naar: - de actuele aard en omvang van de verontreiniging met zware metalen in het grondwater, met als doelstelling het actualiseren van de aard en omvang en te beoordelen of de Maas invloed heeft op de verspreiding van de verontreinigingspluim - de mogelijke aanwezigheid van een grond- en grondwaterverontreiniging met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen VOCl met als doel de actuele verontreinigingssituatie vast te stellen. ▪ verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van PFAS in de grond om na te gaan of de verdenking van het voormalige TMI-terrein voor de aanwezigheid van PFAS terecht is en of de bodem van het voormalige Hekkens-terrein verontreinigd is met PFAS. Ter plaatse van het plangebied liggen momenteel nog meerdere grond- en puindepots. Het aanvullende onderzoek wordt daarom gefaseerd uitgevoerd waarbij tijdens fase 1 de bodem buiten de depots wordt onderzocht. Fase 2 van het onderzoek betreft het onderzoek van de bodem onder de depots. Deze fase wordt uitgevoerd nadat de bodem toegankelijk is gemaakt.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 54
onderzoeksgebied aanvullend bodemonderzoek (fase 1) (bron: Aveco de Bondt)
Aanvullend bodemonderzoek-fase 1 Uit de resultaten van de eerste fase van het aanvullende bodemonderzoek blijkt het volgende. Voormalige Hekkensterrein ▪ Tijdens het actualiserend bodemonderzoek van 2010 is ter plaatse van het zuidwestelijke terreindeel vanaf het maaiveld tot 0,5 m-mv een laag aangetroffen die volledig uit puin en slakken bestond. Deze laag bestaat voor meer dan 50% uit antropogene materialen en betreft derhalve geen bodem. Tijdens onderhavig onderzoek zijn zintuiglijk alleen resten baksteen, beton, asfalt, plastic en slakken aangetoond, vanaf het maaiveld tot 0,5 m-mv. Geadviseerd wordt om tijdens fase 2 van het aanvullende bodemonderzoek en tijdens het vervolg van de bodemsanering hieraan aandacht te besteden. ▪ Analytisch is in 2010 in de grond nog op één plaats een beperkte restverontreiniging met minerale olie in een gehalte boven de interventiewaarde aangetoond. ▪ Bij onderhavig onderzoek is voor het nu toegankelijke deel van de locatie vastgesteld dat in de bodem op een enkele plaats wel asbest aanwezig is maar niet in een mate dat de bodem verontreinigd is. ▪ Met betrekking tot PFAS voldoen de aangetoonde gehalten aan de normen voor grond die altijd toepasbaar is (plaatselijk met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden).
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 55
Conclusie De huidige bodemkwaliteit van het voormalige Hekkensterrein voldoet plaatselijk nog niet aan de saneringsdoelstelling van 2005 en ook niet aan de normen voor de toekomstige bodemfunctie wonen met tuin. Dit betekent dat een aanvullende saneringsinspanning noodzakelijk is om de locatie geschikt te maken voor het toekomstige gebruik. Voormalige TMI-terrein ▪ Tijdens onderhavig onderzoek is ter plaatse van het voormalige TMI-terrein op één plaats asbest aangetoond in een gehalte boven de richtwaarde voor nader onderzoek. Op basis van de resultaten van fase 2 van het verkennende bodemonderzoek zal worden beoordeeld in hoeverre nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht danwel direct kan worden overgegaan tot sanering van de grond. ▪ Met betrekking tot PFAS blijkt uit het onderzoek dat de aangetoonde gehalten voldoen aan klasse wonen of industrie, of beter. De hypothese dat het voormalige TMI-terrein vanuit de historische bedrijfsactiviteiten verdacht is voor de aanwezigheid van PFAS is hiermee niet bevestigd. ▪ Op basis van de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt geconcludeerd dat er ter plaatse van het voormalige TMI-terrein sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarbij de grond diffuus heterogeen verontreinigd is met arseen, cadmium, chroom, koper, lood, nikkel, zink en PAK in gehalten boven de interventiewaarden.
In het grondwater is sprake van sterk verhoogde concentraties met cadmium, chroom en nikkel. De verontreiniging met zware metalen in het grondwater is ontstaan op perceel 8720 zodat dit perceel als bronperceel voor deze verontreiniging kan worden beschouwd. De pluim van de grondwaterverontreiniging is in noordwestelijke richting tot buiten het bronperceel verspreid. Conclusie Op basis van de risicobeoordeling wordt geconcludeerd dat de sanering van de bodemverontreiniging spoedeisend is, vanwege de aanwezigheid van humane, ecologische en verspreidingsrisico’s. Met betrekking tot de humane risico’s wordt opgemerkt dat deze gerelateerd zijn aan een berekening van de overschrijding van de toelaatbare concentratie in de binnenlucht voor minerale olie. Voor deze beoordeling is uitgegaan van aromatische minerale olie (worst-case benadering). Mocht meer zekerheid over de risico’s gewenst zijn, dan is nader onderzoek van de grond nodig om vast te stellen of er sprake is van alifatische - of aromatische minerale olie. Aanvullend bodemonderzoek-fase 2 Fase 2 van het onderzoek betreft het onderzoek van de bodem onder de depots. Deze fase wordt uitgevoerd nadat de bodem toegankelijk is gemaakt, doch op basis van de resultaten van fase 1 dient reeds een bodemsanering uitgevoerd te worden conform de geldende wet- en regelgeving.
Indien bij de bouw of de inrichting van het terrein grond wordt verplaatst en/of van de locatie wordt aan/afgevoerd, dient rekening te worden gehouden met de Wet bodembescherming en/of het Besluit bodemkwaliteit. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 7 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1 Nationaal beleid In de Wet milieubeheer (Wm) zijn in hoofdstuk 5 onder titel 2 eisen ten aanzien van luchtkwaliteit opgenomen. Daarmee hangen de volgende besluiten en regelingen samen: 1. Besluit gevoelige bestemmingen 2. Besluit 'Niet in betekenende mate' (NIBM) 3. Regeling 'Niet in betekenende mate' (NIBM)
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 56
Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om aan de ene kant de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en aan de andere kant te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging.
4.4.2 Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de Wm kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarden projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. In dit kader is het Besluit gevoelige bestemmingen (Besluit) opgesteld. Het Besluit beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde 'gevoelige bestemmingen'. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend. In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden, indien de locatie is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen of binnen 50 meter vanaf provinciale wegen. Conclusie Het onderhavige project heeft geen betrekking op een van de bovengenoemde gevoelige bestemmingen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is verder niet van toepassing.
4.4.3 Niet in betekenende mate (NIBM) In de AMvB 'Niet in betekenende mate' en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die binnen de getalsmatige grenzen vallen en daardoor niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Het gaat hierbij om de volgende categorieën: a. inrichtingen b. infrastructuur c. kantoorlocaties d. woningbouwlocaties Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Dit project voorziet slechts in de realisatie van maximaal 103 woningen. Dit project is te kleinschalig om in betekende mate bij te dragen aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit. Achtergrondluchtkwaliteit Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties en deposities in Nederland.
De kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland zowel voor jaren in het verleden als in de toekomst. De nieuwe concentratiekaarten worden ieder jaar beschikbaar gesteld op 15 maart. De depositiekaarten volgen in juni. Gemeentes, provincies en anderen gebruiken concentratie- en depositiekaarten bij hun rapportage van overschrijdingen in het kader van de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit en bij (ruimtelijke) planvorming. Op basis van de meest recente Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) van het RIVM blijkt dat de achtergrondconcentratie in 2021 en de - door het RIVM verwachte achtergrondconcentratie in 2030 ter plaatse van het plangebied e.o. als volgt bedragen:
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 57
stofcategorie stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10) fijn stof (PM2,5)
2021 14.42 µg/m3 17.07 µg/m3 9.82 µg/m3
2030 9.67 µg/m3 13.15 µg/m3 7.39 µg/m3
De grenswaarden voor de luchtkwaliteitseisen voor PM10, PM2,5 en NO2 zoals opgenomen in de Wet milieubeheer zijn in navolgende tabel weergegeven.
Conclusie Aangezien ter plaatse van het plangebied sprake is van woonfuncties die niet in betekenende mate bijdragen, de achtergrondconcentraties ruimschoots voldoen aan de wettelijke normstelling en de achtergrondconcentraties een dalende trend vertonen, is voor het aspect luchtkwaliteit sprake van een goed woon- en leefklimaat.
4.5
Externe veiligheid
Het wettelijk kader voor risicovolle bedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor het transport van gevaarlijke stoffen is het vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gebaseerd op twee elementen: een harde norm in de vorm van het plaatsgebonden risico (PR) en een oriënterende waarde in de vorm van het groepsrisico (GR). De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt één op de miljoen (10-6) per jaar, ofwel 1 op de miljoen blootgestelde personen. Het hanteren van een norm voor het plaatsgebonden risico biedt een basisveiligheidsniveau voor de individuele burger in de omgeving van een risicovolle activiteit. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als grenswaarde. Dat wil zeggen dat kwetsbare objecten buiten de 10-6 contour moeten zijn gelegen. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risico-contour ook, maar daar geldt de contour alleen als richtwaarde. Het groepsrisico gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied (1 % letaliteitgrens) gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de oriënterende waarde.
Dit is een richtwaarde waarvan het bevoegd gezag, voldoende gemotiveerd, kan afwijken. Beleidsplan Externe veiligheid gemeente Venlo 2012-2015 Op 25 januari 2012 heeft de gemeenteraad van Venlo het ‘Beleidsplan Externe veiligheid gemeente Venlo 2012-2015’ vastgesteld. In het beleidsplan wordt antwoord gegeven op de vraag welke risiconiveaus acceptabel worden gevonden en welke niet. Het beleidsplan heeft geen wettelijke basis, maar is wel door de gemeenteraad van Venlo vastgesteld, waardoor het een kaderstellend beleidsstuk is. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen is aangegeven dat gemeenten die over een beleidsplan, met aandacht voor externe veiligheid beschikken, tot een lichtere invulling van de verantwoordingsplicht kunnen komen. Belangrijke afwegingen zijn immers al in het beleidsplan externe veiligheid gemaakt. Het beleidsplan is richtinggevend voor het kader in onder andere ruimtelijke plannen.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 58
4.5.1 Risicovolle inrichtingen en transport gevaarlijke stoffen Dit project ziet op de transformatie van een voormalig (braakliggend) bedrijfsterrein naar een nieuw woongebied met 103 woningen. Het betreft hier kwetsbaar objecten in de zin van artikel 1 uit zowel het Bevi als het Bevt. Met behulp van de risicokaart Limburg is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. Uit deze risicokaart blijkt dat er binnen het plangebied zelf en binnen een straal van ruim 700 meter om het plangebieden, geen risicovolle inrichtingen met bijbehorende PR 10-6-contouren aanwezig zijn.
risicokaart Limburg (plangebied rood omcirkeld)
Transport over waterwegen Over de Maas vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied is op een afstand van circa 350 meter gelegen vanaf de vaarroute. Het vervoer van de stofcategorie toxisch gas (GT3) is maatgevend voor het groepsrisico. Het invloedsgebied hiervan is 1070 m. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de stofcategorieën LT1 (toxische vloeistof) en GT3 (toxisch gas). Verder blijkt uit het Basisnet dat voor de Maas een plasbrandaandachtsgebied (PAG) geldt. Het plangebied is niet gelegen binnen het PAG. Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen, binnen een straal van 4 km rondom het plangebied. Binnen deze afstand zijn de volgende wegen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen mogelijk relevant: A73; A74. A73/A74 Op circa 670 meter ten noorden zuiden van het plangebied bevindt zich de A73 (wegvak L13) en op circa 1,27 km ten westen van het plangebied ligt de A74. Deze wegen zijn opgenomen in het Basisnet. Gelet op de
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 59 -6
ruimtelijke scheiding is de PR 10 -contour en het PAG van deze weg geen aandachtspunt voor het project. Uit de jaarintensiteiten van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de beide autosnelwegen blijkt dat in 2021 op de A73 en A74 sprake was van LF1-, LF2-, LT1-, LT2-, GF2- en GF3-transporten. Het maximale invloedsgebied bedraagt daarmee 880 meter. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A74 legt daarmee verder geen beperkingen op aan het plan. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van gevaarlijke stoffen over de A73. Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Het meest nabij gelegen spoortraject waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt betreft traject (Roermond - Venlo Oost) op circa 690 meter ten oosten van het plangebied. Over dit traject vindt transport plaats van A-, B2-, C3- en D3-stoffen plaats. De maximale grootte van het invloedsgebied is daarmee 995 m. Voor het beschouwde spoortraject is geen sprake van een PAG.
Verantwoordingsplicht groepsrisico Overeenkomstig het Bevt (artikelen 7 en 8) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, kan volstaan worden met een beperkte groepsverantwoording. De afstand van het plangebied tot de Maas, de A73/A74 en het spoor is in alle gevallen meer dan 200 meter. Er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording. Vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van transportassen waarbij een toxische wolk het relevante - of een van de relevante - scenario’s is, kan conform artikel 7 van de Bevt de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico beperkt zijn tot de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Ten behoeve van het scenario ’toxisch’ geldt het standaardadvies van de veiligheidsregio Limburg-Noord. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan in dit gebied tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dat het groepsrisico niet significant zal toenemen, vanwege: de afstand tot de plaats van het mogelijke incident; de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas); de reeds hoge personendichtheden binnen de gemeente Venlo nabij de grote risicobronnen.
Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico door maatregelen bij de risicobron zijn beschreven in het beleidsplan externe veiligheid. De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is binnen het plangebied geen item, vanwege het gegeven dat de: toename van de personendichtheid geen significant effect op het groepsrisico heeft; kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden bijzonder klein is. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Op deze afstanden van de risicobronnen speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet of nauwelijks. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op ruime afstand van het plangebied.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 60
Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Het plangebied wordt veelal alleen blootgesteld aan de gevolgen van een toxische gaswolk bij ‘optimale’ weersomstandigheden (bijvoorbeeld Pasquilklasse F1.5: weinig vermenging met schone lucht), die gedurende het jaar procentueel weinig voorkomen. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. In het kader van dit project zal worden zorggedragen dat alle nieuw te bouwen woningen voorzien worden van een dergelijke installatie.
Dit wordt ook juridisch geborgd in de omgevingsvergunning activiteit bouwen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en AlarmeringsSysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding en mogelijk in de toekomst ook via NL-alert.
4.5.2 Ondergrondse buisleidingen Een buisleiding die wordt gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen, vormt een risico voor de veiligheid. Als de leiding gaat lekken, kunnen de gevaarlijke stoffen vrijkomen en ontstaat er een kans op een explosie, vergiftiging van mensen of dieren of verontreiniging van het milieu. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit vanaf 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen. Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedruk aardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. In onderhavige situatie ligt de dichtstbij gelegen buisleiding op 735 meter afstand van het plangebied.
Hieruit volgt dat buisleidingen geen beperkingen opleggen aan het project; de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico evenals een beperkte groepsrisicoverantwoording is in casu niet aan de orde.
4.5.3 Hoogspanningsleidingen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones. Op basis van de informatie van o.a. de Netkaart blijkt dat er geen hoogspanningslijnen in de directe nabijheid van het plangebied liggen die van invloed zijn op het project.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 61
4.6
Milieuzonering
4.6.1 Algemeen Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies of gebieden. Om deze milieuzonering hanteerbaar te maken wordt veelal gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. Vooruitlopend op de komst van de nieuwe Omgevingswet in 2021 heeft de VNG echter ook een nieuwe publicatie opgesteld (‘Rapport Milieuzonering nieuwe stijl’ (mei 2019)). De nieuwe Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Het maatschappelijk doel hierbij is ‘ruimte voor ontwikkeling en waarborgen voor kwaliteit’. Gelet op dit doel is het logisch dat in de Omgevingswet het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder worden geïntegreerd. Het gemeentelijke omgevingsplan is straks hét instrument waarin deze integratie op lokaal niveau plaatsvindt. Een belangrijke vraag bij de integratie van ruimte en milieu is hoe om kan worden gegaan met bedrijvigheid. Binnen het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ is hiervoor door de VNG de staalkaart ‘bedrijfsmatige activiteiten’ voor het omgevingsplan opgesteld.
De opgestelde staalkaart is bedoeld als uitnodiging en startpunt richting gemeenten om na te denken over de wijze waarop zij bedrijfsmatige activiteiten binnen hun grondgebied willen reguleren. De staalkaart bevat een aantal mogelijkheden (niet uitputtend) voor de wijze van regulering van bedrijfsmatige activiteiten. De VNG ziet goede kansen om onderdelen van de staalkaart nu al toe te passen. Dit heeft geleid tot een nieuwe publicatie: het met een ‘milieuzonering nieuwe stijl’ reguleren van bedrijven in omgevingsplannen en – vooruitlopend daarop – nu al in bestemmingsplan verbrede reikwijdte in het kader van de Crisis-en herstelwet. Voor de reguliere bestemmingsplannen en buitenplanse omgevingsvergunningen blijft de bestaande VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ bruikbaar. De nieuwe VNG-publicatie is dan ook een alternatief naast de bestaande VNG Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’.
4.6.2 VNG Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (maart 2009) In het kader van het onderhavige project wordt gekozen om de afwegingen rondom milieuzonering te doen plaatsvinden met behulp van de toepassing van de bestaande VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009). De VNG Handreiking is ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand:
categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 62
Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.
4.6.3 Invloed milieuhinder op het plangebied Het plangebied e.o. kan gekwalificeerd worden als omgevingstype ‘gemengd gebied’. In de omgeving van het plangebied zijn namelijk diverse stedelijke functie naast elkaar aanwezig zoals wonen, detailhandel, kantoren, bedrijven en verkeer. In het kader van het garanderen van een goed woon-en leefklimaat ter plaatse van het plangebied (nieuwe woongebied) moet beoordeeld worden of er milieubelastende bedrijven/functies in de omgeving liggen die een bedreiging kunnen vormen voor dit goede woon-en leefklimaat. In een quickscan bedrijven en milieuzonering zijn twee zones onderzocht met mogelijke belastende functies voor het toekomstige woon-en leefklimaat binnen de nieuwe woonwijk (plangebied); een binnenste zone (0300 meter om het plangebied) en een buitenste zone (300-1500 meter om het plangebied). Uit de quickscan is gebleken dat er slechts één potentieel belastend bedrijf in de omgeving van het plangebied is gelegen. Het betreft hier een keramiekfabriek aan de Venloseweg 9 in Tegelen (Keramische Industrie Limburg B.V.). Op dit moment is niet duidelijk of en binnen welke termijn dit bedrijf zal verdwijnen. Gelet op de regels uit het voorheen vigerend bestemmingsplan Maasveld (2011) is sprake van een inrichting in milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand van 30 meter van toepassing is. Geluid is daarbij maatgevend.
Een strook van het plangebied van circa 2,5 meter breed bevindt zich nog net binnen de richtafstand van 30 meter (zie onderstaande afbeelding). Indien woningen (bouwvlakken) binnen deze richtafstand worden geprojecteerd, is nader akoestisch onderzoek gewenst.
richtafstand (30 m) om bestaande bedrijfsbestemming
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 63
In het stedenbouwkundige plan voor dit gebied is nadrukkelijk rekening gehouden met deze richtafstand. Er zijn geen woningen en ook geen bijbehorende bouwwerken gepland binnen deze zone. Een goed woon-en leefklimaat binnen het toekomstige woongebied is daarmee gegarandeerd. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 8 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting.
4.7
Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorische waarden in het buitengebied kunnen betrekking hebben op: 1. bebouwde cultuurhistorie (monumenten), cultuurlandschappen en molenbiotopen; 2. archeologische waarden. Ad 1. Binnen het plangebied is in zijn algemeenheid geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Zo zijn er binnen het plangebied e.o. geen gemeentelijke - of rijksmonumenten aanwezig. Het plangebied is verder niet gelegen in een molenbiotoop van een (historische) windmolen. Wel zijn er nog een aantal kleinere cultuurhistorische elementen binnen het plangebied die beschermd c.q. hersteld worden. Zo wordt een historische akkerrand hersteld als houtwal. De Oude Markt (met lindeboom en kruisbeeld) is verder letterlijk het scharnier tussen het oude dorpscentrum en het te ontwikkelen plangebied. De nieuwe ontwikkeling beoogt ter hoogte van de Oude Markt qua schaal, maat en typologie nadrukkelijk aan te sluiten bij de historische karakteristiek van het kleinschalige dorpsbeeld. De hoek Hoogstraat-Veldstraat krijgt een wat ruimere en groene invulling. Ad 2. Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen.
Dit vloeit voort uit het Europese Verdrag van Valetta (1992) inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed en de Wet op de archeologische monumentenzorg die de Monumentenwet 1988 deels heeft aangepast. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een archeologische verwachting, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Op basis van de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaart 2015 van de gemeente Venlo is gebleken dat voor het plangebied zeer hoge -, hoge – en middelhoge archeologische verwachtingswaarde gelden.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 64
archeologische verwachtings-en beleidskaart 2015
In aanvulling op de gebiedsdoelen en de gebiedsgerichte regels – zoals beschreven in hoofdstuk 2 van de regels bij het bestemmingsplan verbrede reikwijdte – gelden er binnen dit plan ook thematische regels voor – onder andere – aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden. Binnen gebieden met ‘Waarde Archeologie 1, Waarde - Archeologie 2 of Waarde - Archeologie 3’ geldt als aanvullend gebiedsdoel het behoud en de bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden (artikel 13.2.1). Binnen deze gebieden mag er niet zonder omgevingsvergunning gebouwd worden indien de bodem dieper verstoord wordt dan 40 cm -mv en indien de verstoringsoppervlakte groter is dan 100 m2 (Waarde-Archeologie 2) dan wel 500 m2 (Waarde-Archeologie 3). In het kader van de beoogde woningbouwontwikkeling wordt zowel de verstoringsdiepte en de verstoringsoppervlakten ruimschoots overschreden. Omgevingsvergunningverlening is hier uitsluitend mogelijk nadat archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat: a. b. c.
de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad (artikel 13.2.5).
Archeologisch onderzoek (BO/IVO) Er is in het kader van dit plan een archeologisch bureauonderzoek (BO) en een inventariserend veldonderzoek (IVO) uitgevoerd. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat het plangebied een lage gespecificeerde archeologische verwachtingswaarde heeft voor resten uit het Laat Paleolithicum en een hoge gespecificeerde archeologische verwachtingswaarde voor resten uit alle perioden vanaf het Mesolithicum.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 65
Resultaten inventariserend veldonderzoek Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van vergravingen op een deel van het centrale deel van het plangebied, wordt in het onderzoek geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek kan dit deel van het plangebied worden vrij te geven (de grijze zone op de onderstaande afbeelding). Op basis van de aangetroffen (deels) intacte bodemopbouw binnen het westelijke deel van het plangebied behoudt het plangebied daar een middelhoge tot hoge trefkans. Volgens het onderzoek is de kans reëel dat archeologische resten binnen het westelijke deel van het plangebied aanwezig zijn. Gezien de in het onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het westelijke deel van het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek (in de rode zone op de onderstaande afbeelding). In de niet onderzochte delen van het plangebied zullen nog graafwerkzaamheden worden uitgevoerd voor bodemsaneringen, Opsporingswerkzaamheden Ontplofbare Oorlogsresten (OO) en aansluitend voor de geplande nieuwbouw.
Voor deze zones (de oranje zones onderstaande afbeelding) is de meest geschikte onderzoeksmethode een opgraving, variant archeologische begeleiding. Hierbij begeleidt de archeoloog de civieltechnische graafwerkzaamheden waarbij archeologische waarden bij het aantreffen direct geborgen worden en daarmee ex-situ worden behouden. Voor dit onderzoek dient ook een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Venlo). De bevoegde overheid neemt vervolgens een selectiebesluit.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 66
resultaten archeologisch onderzoek
Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 9 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 67
Selectiebesluit Het onderzoeksrapport bevat volgens de gemeente Venlo de benodigde informatie om een selectiebesluit op te kunnen baseren en is inhoudelijk akkoord. Wel worden er de nodige opmerkingen geplaatst bij de interpretatie van de boringen en het daaruit voortvloeiende advies. Deze constateringen tonen aan dat er niet of nauwelijks verschil is tussen de mate van gaafheid van de bodem in het rode gebied op de bovenstaande afbeelding en de duidelijk verstoorde bodem in het grijze gebied. De gaafheid van het rode gebied kan dus worden gerelativeerd en naar beneden worden bijgesteld naar ‘laag’. Uit het bovenstaande volgt dat de gemeente Venlo het advies om in het westelijke (rode) deelgebied karterend-inventariserend vervolgonderzoek te doen door middel van proefsleuven, niet overneemt. Hetzelfde geldt voor het advies om in de niet onderzochte oranje gebieden op de bovenstaande afbeelding onderzoek te doen in de vorm van een begeleiding van de civiele werkzaamheden bij bodemsanering, Opsporingswerkzaamheden Ontplofbare Oorlogsresten en nieuwbouw. Het uitgevoerde archeologische onderzoek geeft voldoende aanleiding om ook deze gebiedsdelen archeologisch af te waarderen en vrij te geven. Dit betekent dat het hele plangebied archeologisch is vrijgegeven en het aspect archeologie verder geen rol meer speelt bij het plan.
Op het plangebied is dus ook geen archeologische dubbelbestemming meer van toepassing. Voor het volledige selectiebesluit wordt verwezen naar het besluit dat als bijlage 10 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting. Meldingsplicht Mochten tijdens de graafwerkzaamheden, in de in dit advies vrijgegeven delen van het plangebied, toch archeologische waarden worden aangetroffen in vrijgegeven delen van het plangebied, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
4.8
Ecologie
4.8.1 Gebiedsbescherming Algemeen Het plangebied is gelegen binnen stedelijk gebied. Het maakt geen onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen Ecologische HoofdStructuur (EHS)), Natura 2000-gebieden of beschermde natuurmonumenten. Het plangebied zelf heeft geen bijzondere natuurwaarden. Natura 2000 De onderstaande afbeelding laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000gebieden. Natura 2000-gebied ‘Vogelschutzgebiet 'Schwalm-Nette-Platte mit Grenzwald u. Meinweg’ (1) is het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied op een afstand van zo’n 3 kilometer van het plangebied. Natura 2000-gebied ‘Krickenbecker Seen - Kl. De Witt-See’(2) ligt op een afstand van circa 8 kilometer en ‘Wälder und Heiden bei Brüggen-Bracht’(3) op 5 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden (Swalmdal (4), Maasduinen (5), Grote Peel (6), Deurnse Peel (7), Leudal (8) liggen op een afstand van 10-20 kilometer.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 68
ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000gebieden
NNN Het plangebied ligt op circa 300 meter afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van de Goudgroene Natuurzone, het Limburgse deel van Natuurnetwerk Nederland (NNN).
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 69
ligging plangebied ten opzichte van NNN
4.8.2 Stikstof De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten die stikstof uitstoten worden gebruikt. Daarom moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden daardoor niet worden aangetast. Het beoogde project mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof. In een bijgevoegde rapportage wordt een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op voor stikstof gevoelige habitattypen een leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Berekening Voor de berekening van de planbijdrage voor de depositie van NOx en NH3 in Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de AERIUS CALCULATOR (versie 2023). Aanlegfase (incl.
bouwrijp maken) Onder de fase bouwrijp maken wordt verstaan het kappen en afvoeren van bomen, het saneren van het bouwterrein en bouwrijp maken van de ondergrond / infra. Op het toekomstige bouwterrein staan 14 bomen die gekapt dienen te worden. De bomen worden met een benzine aangedreven kettingzaag omgezaagd en vervolgens afgevoerd met vrachtwagens. Vervolgens dient de ondergrond in verband met de aanwezige vervuiling gesaneerd te worden. De vervuilde grond wordt met een loader en/of graafmachine afgegraven en met vrachtwagens afgevoerd. De retourvrachten bestaan uit de vereiste grond welke nodig is ter vervanging van de afgevoerde grond alsook voor de aanleg van wegen e.d. Het bouwrijp maken staat gepland voor 2023. Nadat het plangebied bouwrijp is, wordt gefaseerd gestart met de realisatiefase van 103 woningen gedurende 2024 en 2025.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 70
De emissieberekeningen van het bouwverkeer en de mobiele werktuigen voor de fase van het bouwrijp maken (2023) en de bouwfase zelf (2024 en 2025), zijn opgenomen in het stikstofonderzoek. Gebruiksfase De woningen in het inbreidingsplan worden voorzien van warmtepompen voor de opwekking van verwarming en warmwatervoorziening. De woningen worden volledig gasloos uitgevoerd. Er wordt derhalve in de gebruiksfase uitsluitend gerekend met verkeer aantrekkende werking. De AERIUS-berekening heeft betrekking op 89 grondgebonden woningen en 14 appartementen. In het plan worden de navolgende woningen gerealiseerd: Type Woning huur, huis, sociale huur koop, 2 onder 1 kap koop, huis, vrijstaand koop, tussen/hoek koop, appartement, midden koop, appartement, duur
Aantal 42 20 6 21 12 2
In de onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van het beoogde inbreidingsplan tijdens de gebruiksfase weergegeven. Hierbij is uitgegaan van de gemiddelde kencijfers van CROW-publicatie 381 voor een gebied dat ‘matig stedelijk’ is en behoort tot ‘rest bebouwde kom’. De verkeersbewegingen zijn binnen het inbreidingsgebied gemodelleerd tot op de Venloseweg te Tegelen waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld.
De verkeersgeneratie van de wijk resulteert in 356 aankomende en 356 vertrekkende motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. Extra rekenpunten Rekening houdend met recente jurisprudentie waarbij de berekeningssystematiek van wegverkeer tot 5 kilometer ter sprake is, is deze berekening uitgevoerd ter plaatse van eigen gedefinieerde rekenpunten. De rekenpunten zijn gelegen op een afstand van ca 4,5 kilometer alsook op de grens met het dichterbij gelegen Natura 2000 gebied waarmee de recente rechtspraak ondervangen is. De extra rekenpunten zijn op onderstaande afbeelding weergegeven.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 71
extra rekenpunten NOx en NH3 omgeving plangebied
Uit berekening van de invoerwaardes blijkt dat de gemodelleerde emissies niet leiden tot overschrijding van gestelde depositie-norm (zie AERIUS-berekening in de bijlage). Conclusie Uit berekening van de invoerwaardes blijkt dat de gemodelleerde emissies van de aanleg- en de gebruiksfase niet leiden tot overschrijding van gestelde depositie-norm. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het project niet noodzakelijk. Voor de volledige inhoud van het stikstofonderzoek en –berekening met AERIUS-CALCULATOR wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 11 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.
4.8.3 Soortenbescherming In verband met dit project is een quickscan flora en fauna verricht. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Flora Op twee locaties in het plangebied staat de Japanse duizendknoop. Dit is een invasieve exoot die verwijderd zal worden, voordat het plangebied wordt heringericht. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 72
Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Vleermuizen De laanbomen naast de Venloseweg en Veldstraat, en de bomen ten oosten van het plangebied (op het Antares terrein en het zuidoostelijk ervan gelegen terrein) fungeren mogelijk als vaste vliegroute voor vleermuizen. Vleermuizen en hun vaste vliegroutes zijn onder de Wnb beschermd.
Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, zal er tot op een afstand van 10 meter van de genoemde bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 12 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting.
4.9
Waterparagraaf
4.9.1 Inleiding Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water; dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is één van de instrumenten om dit te bereiken. Het proces is er om waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Een van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is het watertoetsproces. Het watertoetsproces moet ervoor zorgen dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding.
4.9.2 Beleid Waterschap Limburg Waterbeheerplan Waterschap Limburg De gemeente Venlo valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Het Waterschap Limburg is de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen. In het waterbeheerplan 2016-2021 is de koers uitgezet voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en wordt aangegeven hoe het waterschap invulling zal geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het plan is vastgelegd hoe men het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Ook staat hierin welke bijdrage het waterschap levert aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: 1. het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen; 2. het aanpakken van knelpunten van wateroverlast; 3. herstellen van beken; 4. het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 73
Voor het aan de orde zijnde plan en plangebied kent het Waterbeheerplan geen specifieke uitgangspunten. Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende Legger als kaart). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Op 1 april 2019 heeft het Waterschap een nieuwe Keur vastgesteld.
Toetsingspunten waterparagraaf in de toelichting van bestemmingsplannen of ruimtelijke onderbouwingen Het Waterschap Limburg hanteert sinds 1 april 2019 de volgende uitgangspunten voor haar toetsing met betrekking tot de behartiging van waterhuishoudkundige belangen binnen een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing alsmede voor de toetsing van de waterparagraaf van een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing: Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lagergelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit; schoonhouden, scheiden, zuiveren. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit; hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie.
Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepteinfiltratie toepassen. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid. Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan.
4.9.3 Waterhuishoudkundige situatie plangebied Afvoerend verhard oppervlak en riolering Het plangebied heeft een oppervlakte van 30.591 m2. Het plangebied is geheel onverhard en onbebouwd. Ter plaatse van de Venloseweg ligt een gemengd rioolstelsel. In de nieuwe situatie wordt voorzien in 17.501 m 2 aan woonbebouwing en erfverharding en 7.703 m2 aan verharding in de openbare ruimte (straten, fietspaden, trottoirs). Dit betekent dat in de nieuwe situatie 25.204 m 2 aan nieuw afvoerend verhard oppervlak gerealiseerd wordt. Dat betekent dus een aanzienlijke toename van het afvoerend verhard oppervlak. Bodem Het terrein is een slooplocatie. Het maaiveld ligt op een niveau van ca. NAP + 18,40 m. De grond bestaat uit een mix van klei, leem en zand. Grondwater Tijdens het infiltratie-onderzoek is in de boorgaten de actuele grondwaterstand vastgesteld (zomerperiode (eind augustus)).
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 74
Grondwaterstanden kunnen van seizoen tot seizoen verschillen en in nattere jaargetijden mogelijk hoger worden aangetroffen dan in droge perioden. Exacte grondwaterstanden kunnen alleen middels peilbuismetingen worden verkregen. Er staan peilbuizen in de directe omgeving van het plangebied. Er zijn echter geen klachten bekend van grondwateroverlast in de omgeving. Het plangebied heeft verder geen specifieke status als grondwaterbeschermingsgebied en/of grondwaterwingebied . Geohydrologie en infiltratie-mogelijkheden De K-waarden (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied zijn onderzocht. Voor de volledige inhoud van het infiltratie-onderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 13 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting. Hieronder volgen de belangrijkste conclusies. Door middel van het genoemde infiltratie-onderzoek zijn de volgende waarden vastgesteld:
gemeten doorlatendheid
Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: 1. 2. 3.
de doorlatendheid groter is dan ca. 0,2 m/d; de grondwaterstand dieper dan 0,5 à 0,7 m minus maaiveld aanwezig is; het in te leiden hemelwater niet is verontreinigd.
In de onderstaande tabel zijn de maatgevende doorlatendheden weergegeven ter plaatse van de metingen. De doorlatendheid van de bodem is geclassificeerd en tevens is weergegeven of de doorlatendheid aan de eerste eis voldoet.
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 75
classificatie waterdoorlatendheid
Aan de eerste eis wordt voldaan. De doorlatendheid van de bodem wordt overwegend geclassificeerd als goed doorlatend. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen de onderzoekslocatie, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Bij de aanleg en keuze van toekomstige hemelwatervoorzieningen wordt ten aanzien van de waterdoorlatendheid en lediging van de systemen rekening gehouden met de in de ondergrond aanwezige sterk zandige leemlagen en leemhoudende en/of sterk siltige zand lagen. Deze zullen bij voorkeur op de locaties waar geïnfiltreerd gaat worden worden vergraven en eventueel verwijderd en aangevuld worden met goed doorlatend zand of gemengd worden met goed doorlatend materiaal. Geadviseerd wordt om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 2,0 m/dag. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5. Bij het vaststellen van de rekenwaarde is voor k-waarden hoger dan 10 m/dag als bovengrens 10 m/dag aangehouden. Aan de tweede eis wordt voldaan aangezien het grondwater is aangetroffen op ca. 2,20 m -mv ofwel NAP + 16,2 m en de GHG in de omgeving van de projectlocatie (m.b. peilbuis Veldstraat (noordzijde)) wordt ingeschat op NAP + 16 m.
Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondergrond is ‘matig’ tot ‘zeer goed’. Geadviseerd wordt ofwel een infiltratievoorziening in de bovengrond (wadi) of - in de ondiepe ondergrond - infiltratiekratten aan te leggen, of een combinatie van beiden. Oppervlaktewater In het plangebied is geen primair oppervlaktewater aanwezig. In de toekomstige situatie wordt ook niet voorzien in oppervlaktewater. Ecosystemen Het plangebied ligt niet in een bijzonder droog of nat ecosysteem. Tevens is het niet gelegen in een hydrologisch gevoelig natuurgebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van een bestaand binnenstedelijk gebied.
Hoogwater
| toelichting bestemmingsplan Boschkamp Tegelen (gemeente Venlo) | status: vastgesteld |
Pagina | 76
Het plangebied maakt in zijn geheel deel uit van het gedeelte van het rivierbed waar §6 van hoofdstuk 6 van het Waterbesluit niet van toepassing is (artikel 6.16 van het Waterbesluit). Dit betekent dat het gebied is vrijgesteld van vergunningsplicht voor het gebruik van de waterstaatswerken. Als gevolg van de ligging in het rivierbed kan er in beide gebieden hoogwater optreden. Bij schade als gevolg van hoogwater kan geen schadevergoeding verhaald worden op het Rijk. De initiatiefnemer bouwt op eigen risico en voor eigen verantwoordelijkheid. Op 18 juni 2020 is door de minister het voornemen uitgesproken om de status als rivierbed voor gebieden achter de te versterken primaire keringen te laten vervallen. Op moment dat de primaire kering op hoogte is zal de status van rivierbed ter plekke komen te vervallen evenals de uitzondering op tegemoetkoming schade bij overstroming.