CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

010bijl 1.1 Toelichting bp uitbreiding Barge Terminal.pdf

Raadsvergadering 23 maart 2022, gemeente VenloBij agendapunt: 4.2: RV 10 Vaststellen bestemmingsplan Uitbreiding Barge Terminal Venlo23.332 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Toetsing Door DGMR is een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van onderhavig ontwikkelingsplan op de luchtkwaliteit (d.d. 30 maart 2021). De resultaten van dit onderzoek worden hieronder beknopt besproken, het volledige onderzoek is terug te vinden in de bijlage van dit bestemmingsplan. Volgens de Wet milieubeheer hoeft de luchtkwaliteit niet op bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen te worden beoordeeld. In dit onderzoek is vanwege de omgeving van de inrichting ervoor gekozen om wel te toetsen in de nabijheid van het bedrijf. Er zijn acht toetspunten op circa 100 meter van de inrichtingsgrens in het rekenmodel opgenomen. Deze toetspunten liggen in de haven of op bedrijfsterreinen van derden. Formeel vindt hier geen toetsing plaats, maar indien de waarden voldoen op de dichtbij gelegen toetspunten, zal deze ook op de omliggende plaatsen waar mensen worden blootgesteld buiten het industrieterrein voldoen. Deze methode wordt ook aanbevolen door Rijkswaterstaat. Daarnaast zijn ook enkele toetspunten bij woningen en fietspaden gelegd, zodat de invloed op woon- en leefgebieden inzichtelijk kan worden gemaakt.

CroonenBuro5

41

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

Uit het onderzoek blijkt dat in de toekomstige situatie (2025) voldaan wordt aan de grenswaarden voor de concentraties luchtverontreinigende stoffen. De grenswaarden voor luchtkwaliteit worden niet overschreden. Daarnaast is aangetoond dat de uitbreiding van de barge terminal een beperkte invloed op de luchtkwaliteit in de omgeving heeft. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de gewenste activiteiten.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggend bestemmingsplan.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Algemeen Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de verantwoordelijkheid voor archeologie(beleid) grotendeels bij de gemeentelijke overheid neergelegd. Gemeenten dienen archeologie te borgen in hun ruimtelijk beleid, bijvoorbeeld door dubbelbestemmingen voor archeologie op te nemen in bestemmingsplannen. Om dat te kunnen doen hebben veel gemeenten een archeologische beleidskaart gemaakt. Op basis van deze kaart kan archeologie in bestemmingsplannen worden verwerkt. Beleid Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Venlo geldt voor het uitbreidingsgebied waar grondverstorende werkzaamheden zijn voorzien grotendeels een hoge archeologische verwachting. Bij deze archeologische verwachting geldt dat er een archeologische onderzoeksplicht is bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte van 500 m2 of meer die de bodem dieper dan 40 cm zullen verstoren.

CroonenBuro5

42

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

Figuur 18. Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Venlo met aanduiding uitbreidingsgebied, Bron: RAAP

Toetsing In het plangebied zijn bodemingrepen gepland die mogelijk bedreigend zijn voor eventuele archeologische resten. In het kader van de Archeologische Monumentenzorg is conform de richtlijnen van de bevoegde overheid door adviesbureau Raap een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (d.d. 24 mei 2016). Het doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hieronder worde conclusies uit het bureauonderzoek kort toegelicht, het volledige onderzoek is toegevoegd als bijlage. De resultaten van het onderzoek tonen aan dat in het gehele plangebied archeologische resten verwacht worden die bij de bestaande planvorming verstoord kunnen worden. Initieel wordt geadviseerd deze verwachte archeologische resten in te passen in de planvorming. Gezien de aard van de geplande ingreep lijkt planaanpassing echter uitgesloten. Daarom wordt aanbevolen om verder onderzoek uit te laten voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek. Nader onderzoek In september 2021 is door RAAP een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Tjalkkade 23-25. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in het rapport (d.d. 13 september 2021). Dit rapport is opgenomen als bijlage bij de toelichting.

Hieronder wordt ingegaan op de conclusies van het onderzoek. De gespecificeerde archeologische verwachting moet enigszins worden bijgesteld. De verwachting is laag voor de aanwezigheid van goed bewaarde vindplaatsen uit het paleo- en mesolithicum. De verwachting voor de aanwezigheid van goed bewaarde jongere vindplaatsen is sterk afhankelijk van de diepte van de grondsporen, zodat met name resten vanaf de Romeinse tijd nog redelijk tot goed bewaard kunne zijn. Opgemerkt wordt dat de verblauwing onder de parkeerplaatsen sterk van invloed is op de leesbaarheid van archeologische grondspore, ook die uit de nieuwe tijd. Voor het noordelijke en noordwestelijke deel van het plangebied en het afgegraven deel ten behoeve

CroonenBuro5

43

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

van de aanleg van laad- en losdocks is de verwachting laag voor de aanwezigheid van goed bewaarde vindplaatsen uit alle perioden. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. De gemeente Venlo heeft op basis van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek echter het besluit genomen het onderzoeksgebied vrij te geven voor nader archeologisch onderzoek. Op basis hiervan is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – archeologie - hoge - tot middelhoge waarde’ ter plaatse van het onderzoeksgebied komen te vervallen. Tevens is het gebied direct ten oosten van het onderzoeksgebied (het gebied dat op de archeologische beleidskaart als zone met een lage archeologische verwachting is aangeduid) ook vrijgegeven van een archeologische dubbelbestemming. Voor het plangebied in voorliggend bestemmingsplan is enkel het gebied in het oosten met een hoge- tot middelhoge verwachtingswaarde (conform de archeologische beleidskaart) beschermd middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Conclusie Voor het gebied waar werkzaamheden zijn voorzien is gebleken dat de archeologische verwachtingswaarde naar laag kan worden bijgesteld.

Het bevoegd gezag heeft het gebied vrijgegeven voor nader archeologisch onderzoek. Voor het gebied waar mogelijk archeologische resten verstoord kunnen worden (in het oosten van het plangebied) is de dubbelbestemming ‘Waarde – Arcehologie 3’ opgenomen. Ter plaatse zijn verstorende werkzaamheden niet toegestaan voordat er op basis van vervolgonderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden worden verstoord. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.

Cultuurhistorie Algemeen Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Toetsing In het plangebied bevinden zich cultuurhistorisch waardevolle elementen en patronen. De elementen zijn opgenomen op de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Limburg, zie Figuur 19. Een overzicht van de historisch waardevolle elementen en patronen is weergegeven in (Tabel 3). Er bevinden zich geen beschermde (Rijks-) monumenten en/of beschermde Stads- en dorpsgezichten in en in de nabijheid van het plangebied.

CroonenBuro5

44

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

Figuur 19. Cultuurhistorische waardenkaart (Provincie Limburg)

Tabel 3. Cultuurhistorische waardevolle elementen Element Type Nieuw cultuurland 1806-1890 Cultuurhistorisch element (vlak en lijn) Bouwland, veld Cultuurhistorisch element (vlak) Grasland, geperceleerd Cultuurhistorisch element (vlak)

Waarde Cultuurlandschap Cultuurlandschap Cultuurlandschap

Het oppervlak aan uitgeefbaar bedrijventerrein wordt met een beperkte oppervlak uitbreidt, door het verwijderen van het huidige talud. De cultuurhistorische waarden blijven, met de beperkte uitbreiding, ten behoeve van het verlengen van de kraanbaan, als zodanig intact. Het cultuurlandschap wordt niet aangetast. Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de uitvoering van het initiatief niet in de weg.

4.10

Water Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding.

Beleidskader Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is in december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 20162021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt pro-actief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen.

CroonenBuro5

45

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: - Nederland blijft de veiligste delta in de wereld - Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater - Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht - Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement - Nederlanders leven waterbewust. Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voorbereiden. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit.

Waterschap Limburg: Waterbeheerplan 2016-2021 Sinds 2017 zijn de verschillende waterschappen in Limburg gefuseerd in ‘Waterschap Limburg’. De besturen van de Limburgse waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei hebben in een gezamenlijke vergadering een visie op waterbeheer in 2020 vastgesteld. Zij schetsen in het document welke (water)opgaven Limburg wachten en wat dit vraagt van het waterbeheer. Het waterschapswerk in 2020 draait nog steeds om de kerntaken van het integraal waterbeheer, namelijk veilige dijken, droge voeten, schoon water en voldoende water, zowel in de grond als in de beken en rivieren. De belangrijkste doelstellingen zijn: • • • • • •

Hoogwaterbescherming Maas op orde: door primaire waterkeringen te versterken; Bescherming tegen wateroverlast vanuit het regionale systeem, grote wateroverlastproblemen oplossen en risico’s beheersen; Voldoende grond- en oppervlaktewater door een robuuster watersysteem te realiseren; Natuurlijk watersysteem: door maatregelen aan emissies, riooloverstorten en rwzi’s en beekherstel goede ecologische toestand realiseren; Duurzaam stedelijk waterbeheer: door stedelijk gebied gefaseerd waterrobuust in te richten, groen in te zetten tegen hittestress en het scheiden van waterstromen; Optimalisatie van de waterketen: door energieverbruik van rwzi’s te reduceren tot energieneutraal en het effluent te verminderen.

Het waterschap heeft vier instrumenten waarmee het behalen van de doelstellingen kan worden gewaarborgd: keur, legger, beleidsregels en algemene regels. De keur is het belangrijkste instrument van het waterschap. Hierin staat welke geboden en verboden er gelden voor in de legger opgenomen waterstaatswerken. Van een verbodsbepaling kan enkel worden afgeweken met een vergunning. Op de legger is aangegeven voor welke (primaire) oppervlaktewateren en keringen de keur van toepassing is. De beleidsregels zorgen ervoor dat er een consequente en zorgvuldige afweging van belangen plaatsvindt. De algemene regels zijn opgesteld om de regeldruk voor bedrijven en bewoners te verminderen. Veel activiteiten zijn daardoor niet meer vergunningplichtig.

CroonenBuro5

46

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

Locatiestudie Het plangebied ligt naast de kademuur die in de Legger als zodanig is aangeduid. De uitsnede van de Legger ter hoogte van het plangebied is opgenomen in figuur 20. Het grootste deel van het plangebied is in de huidige situatie reeds verhard. Enkel de waterkant op het terrein van Havam is een groenstrook. In de huidige situatie wordt het hemelwater binnen het plangebied afgevoerd op de naastgelegen insteekhaven aan de noordzijde. Er zijn geen primaire waterlopen waarop onderhavig bestemmingsplan direct invloed uitoefent. Dit betekent dat de algemene regels van toepassing zijn op onderhavig bestemmingsplan.

Figuur 20. Uitsnede kaartbeeld Legger met aanduiding plangebied

In de onderstaande figuur is de maaiveldhoogte van het plangebied weergegeven. Het maaiveldniveau ligt op een hoogte van gemiddeld 18 meter + NAP. Het bestaand talud ligt, ter hoogte van de watergrens, ligt op een hoogte van circa 12,6 meter + NAP. De afstand tussen het oppervlaktewater en de maaiveldhoogte van het bedrijventerrein (de hoogte van de kademuur boven het oppervlaktewater) bedraagt ruim 5 meter. In de toekomstige situatie wordt het bestaande talud verwijderd en de kademuur doorgetrokken. De kademuur wordt doorgetrokken op dezelfde hoogte als de bestaande kademuur. Het plangebied bevindt zich op een dusdanige hoogte dat overstromingsgevaar niet aan de orde is.

CroonenBuro5

47

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

18,4 m + NAP

12,6 m + NAP 18,7 m + NAP

18,4 m + NAP

18,0 m + NAP 17,5 m + NAP

Figuur 21. Uitsnede hoogtekaart AHN2 ter hoogte van het plangebied (AHN.nl)

In de Tjalkkade ligt een gemeentelijke riolering deze bestaat uit een vuilwater-, regenwater- en een overstortleiding met bijbehorende inspectieputten. Tevens is er een overstortput en een pompput met bijbehorende schakelkasten aanwezig ten behoeve van het verbeterd gescheiden rioolsysteem van het aangesloten bedrijventerrein in de omgeving (Tjalkkade, Deltakade, Ankerkade, Rijnaakkade Groot Bollerweg. Via de overstortleiding wordt regenwater geloosd in de Haven ter plaatse van de beoogde kade. In het riool is ook een hoogwaterschuif opgenomen die dient te worden gesloten in geval van maashoogwater.

Waterkwantiteit In relatie tot de voor onderhavig bestemmingsplan relevante regels kan worden geconcludeerd dat er geen (grond)water wordt onttrokken en er tevens geen obstakels worden geplaatst. De ontwikkeling heeft mogelijk een beperkte toevoeging van verharding tot gevolg en het verwijderen van een talud ten behoeve van de kraanbaan die in het verlengde wordt geplaatst van de bestaande kraanbaan. Het gaat hierbij om een talud van ca. 3.500 m2. In artikel 1 van de ‘Algemene regel Grondwater Versnelde afvoer via nieuw verhard oppervlak’ is bepaald dat bij toename van verharding van meer dan 2.000 m2 in het stedelijk gebied er compenserende infiltratie maatregelen dienen te worden genomen. Met het verwijderen van het talud en het doorzetten van de kademuur ontstaat er meer ruimte (circa 20 m1) voor berging van water. De ontwikkeling heeft geen nadelige invloed op de waterhuishoudkundige situatie.

Waterkwaliteit Riolering In de nieuwe situatie wordt het hemelwater- en afvalwater van de uitbreidingslocatie op het bestaande gemeentelijke rioolstelsel aangesloten. Er wordt voorzien van een olie- en vetafscheiding om te voorkomen dat olie- of vethoudend afvalwater in het riool terecht komt. Om de waterhuishouding van het bedrijventerrein te waarborgen dient de riolering altijd toegankelijk te zijn voor beheer en onderhoud en bij calamiteiten. De inspectieputten dienen vrij van obstakels te zijn. Ook dient de uitstroming van de overstortleiding in de haven niet belemmerd te

CroonenBuro5

48

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

worden. Aandachtpunt daarbij is om na te gaan of er risico of hinder is voor afgemeerde schepen tijdens een overstort. In het ontwerp van de kade is hier reeds rekening mee gehouden. Het rioleringsplan wordt nader uitgewerkt met de beheerder van het riool. Bouwmaterialen Ten behoeve van de waterkwaliteit wordt geadviseerd om geen gebruik te maken van uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink. Hierdoor wordt de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.

Advies In het kader van de bestaande urgente dijkversterkingsopgave van het waterschap in de haven dient de huidige waterkering verhoogd, versterkt en hoogstwaarschijnlijk verlengd te worden. Afstemming met het waterschap is benodigd over de terreinhoogte. Deze afstemming vindt plaats voorafgaande aan de werkzaamheden (en de aanvraag van de watervergunning). Daarnaast is het ontwerpbestemmingsplan ‘Herziening ‘Venlo Trade Port’, uitbreiding Barge Terminal’ conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar het Waterschap Limburg.

Conclusie De ontwikkeling die mogelijk gemaakt wordt in voorliggend bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishoudkundige situatie. Het aspect wordt vormt daardoor geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

4.11

Verkeer en vervoer Beleidskader In juli 2005 is het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) 2005-2015 vastgesteld. Het doel van het GVVP 2005-2015 is het verbeteren van de leefbaarheid en bereikbaarheid van de gemeente Venlo. Dit beleidsdocument dient nog altijd als overkoepelend kader, maar is door de jaren heen aangevuld met de uitwerkingsnota’s Deelnota Fiets, Deelnota Verkeersveiligheid, Deelnota bereikbaarheid en parkeren en de Deelnota Dynamisch Verkeersmanagement. Onderhavig bestemmingsplan heeft met name betrekking op het aspect bereikbaarheid. Venlo wordt net als alle andere gemeenten in Nederland geconfronteerd met het almaar toenemende autoverkeer. Deze toename van verkeersbewegingen geldt voor Venlo overigens ook voor vervoer over spoor en water. De gemeente ervaart deze gevolgen met name door grote stedelijke ontwikkelingen en de economische aantrekkingskracht.

De hoofddoelstelling van de hoofdnota GVVP is: “Een verkeers- en vervoerssysteem, dat de ruimtelijke en economische ambities optimaal ondersteunt en zorgt voor een leefbare, veilige en bereikbare stad.” De centrale doelstelling voor de deelnota bereikbaarheid en parkeren is hiervan afgeleid: “Het zorgdragen voor een goede autobereikbaarheid van (sub-)stedelijke functies en voorzieningen door middel van het aanbieden van een vlot en veilig verkeers- en vervoerssysteem en voldoende kwalitatief hoogwaardige parkeerfaciliteiten”. De ambities die Venlo heeft op het gebied van bereikbaarheid (met aspect als economische groei) en leefbaarheid (met aspecten als duurzaam veilig, harmonie met omgeving) staan centraal in dit integrale beleid. Dan gaat het voornamelijk om het benutten van de knooppuntfunctie die Venlo heeft door de samenkomst van een aantal internationale verbindingen (spoor, water en weg). Het streven is om met het verkeers- en vervoerssysteem alle functies van stad en regio optimaal te

CroonenBuro5

49

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

(blijven) bedienen. Ofwel een systeem te ontwikkelen dat robuust is en de mobiliteit organiseert en accommodeert. Uitgangspunt is een uitgebalanceerd en samenhangend geheel aan vervoersmogelijkheden. Robuust wil zeggen dat het systeem ook een hogere groei dan verwacht aan moet kunnen. Hiertoe zijn de volgende doelstellingen gesteld: • • • •

•

• • • • •

mobiliteit staat ten dienste van de economische, ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkeling van de stad en regio; geen sturende beïnvloeding van de mobiliteit naar omvang, waarbij alle modaliteiten (auto, fiets, voetganger en openbaar vervoer) van gelijkwaardig belang zijn; het aanbieden van kwalitatief hoogwaardige alternatieven voor alle modaliteiten; het realiseren van een uitgebalanceerde wegencategorisering die voldoet aan de inrichtingseisen en waarbij een goede, vlotte, veilige doorstroming op de hoofdwegen mogelijk is én waarbij een goede kwaliteit van leefbaarheid en veiligheid wordt bereikt; de zorg voor parkeermogelijkheden in de verblijfsgebieden en in de centra door evenwicht in vraag en aanbod van straatparkeren en parkeergarages met behulp van het parkeerregime (vrij, betaald, vergunning) en, waar relevant, het juiste tarief; de parkeercapaciteit in een centrumgebied wordt gedimensioneerd op het gemiddelde van de piek tijdens de zaterdag en de koopavond; de verkeersonveiligheid voortvarend aanpakken door het oplossen van de meest onveilige situaties en een goede inrichting van de wegen en straten; het realiseren van een volwaardig netwerk van hoogwaardige fietsroutes met onderscheid in onder meer een fietsruggengraat en primaire fietsroutes; het aanbieden, samen met de Provincie, van een goed openbaar vervoerssysteem met deeltaxi’s, lijnbussen op

hoofdlijnen en treinen; het realiseren van goede faciliteiten voor het goederenvervoer, waaronder een vlotte doorstroming op autosnelwegen; het uitvoeren van een geïntegreerde aanpak van infrastructuur en gedragsbeïnvloeding door middel van educatie, voorlichting, handhaving en samenwerking.

Toetsing Verschillende van de bovengenoemde beleidsdoelstellingen zijn van toepassing op de ontwikkeling die in onderhavig bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daarom is ook in het GVVP gestel dat het goederenvervoer verder gefaciliteerd moet worden door de bereikbaarheid van de Trade Ports en de doorstroming op de autosnelwegen te verzekeren. Hiermee blijft ook op termijn een goede kwaliteit van de doorstroming behouden. Venlo is en blijft een belangrijk industrieel en logistiek knooppunt. Venlo bevindt zich op een knooppunt van grote internationale goederenstromen met samenhangende activiteiten: glastuinbouwcentra, industrie/bedrijventerreinen en groenten- en fruitveiling. Voor het goederenvervoer worden de autosnelwegen uitgebreid en blijven de primaire hoofdontsluitingswegen zonder bijzondere beperkingen beschikbaar. Het vervoer per spoor en over water wordt naar verhouding belangrijker. Het goederenvervoer wordt sterker multimodaal gericht: de overslag van weg, water, spoor wordt verbeterd. De stedelijke distributie vraagt de komende jaren aandacht. Over water wordt over een periode van 20 jaar een verdrievoudiging van de vervoersomvang met containers verwacht. Een samenhangend terminalbeleid is hierdoor van toepassing: wanneer de wegcapaciteit haar grenzen bereikt (de ruimte is immers beperkt) dient de noodzaak tot alternatief vervoer zich aan.

Het vervoer per spoor en over water biedt kansen. Venlo is hierop voorbereid; de lijnen hiervoor worden in de komende jaren verder uitgezet.

Conclusie Het vervoer van goederen over water heeft een prominente rol binnen het GVVP. Onderhavig bestemmingsplan draagt nadrukkelijk bij aan de doelstelling het vervoer over water te bevorderen. De ontwikkeling is dus in lijn met het beleid. Op het bedrijfsperceel zelf wordt aan de hand van een

CroonenBuro5

50

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

gestructureerde routing voor vrachtwagens zorggedragen voor de doorstroming op het bedrijventerrein. Hierdoor ontstaan er geen (logistieke) knelpunten.

4.12

Kabels en leidingen Algemeen De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. 1. Hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; 2. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; 3. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; 4. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; 5. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico’s met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken.

Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Conclusie Er zijn geen kabels of leidingen binnen het plangebied aanwezig die planologische moeten worden beschermd.

4.13

Duurzaamheid en energie De gemeente Venlo heeft de ambitie om Venlo Trade Port op duurzame wijze te beheren. Dit betreft zowel de openbare ruimte als de uitgeefbare gronden van het bedrijfsterreinen. Het gaat hierbij om aspecten die betrekking hebben op afval, energie, watergebruik en materiaalgebruik. Voor het materiaalgebruik geldt als uitgangspunt het toepassen van Beste Beschikbare Technieken (BBT). Verder wordt op het gebied van waterbeheer het initiatief genomen dat bij uitbreiding dan wel nieuwe ontwikkeling de verplichting wordt gesteld om het hemelwater af te koppelen van het rioleringsstelsel. In paragraaf 4.10 is opgenomen hoe bij het voorgenomen initiatief hiermee rekening wordt gehouden. Duurzaam beheer in de vorm van een parkmanagement organisatie schept de voorwaarde voor een duurzame ontwikkeling van bedrijventerreinen. Onder parkmanagement wordt verstaan: het sturen van voorzieningen en beheerstaken op bedrijventerreinen met als doel het op de lange termijn behouden van een hoog kwaliteitsniveau. Voor de bestaande bedrijventerreinen is er een parkmanagement organisatie, waarin bedrijven en gemeente intensief samenwerken.

CroonenBuro5

51

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

5

Gemeente Venlo

Juridische planopzet Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de beoogde ontwikkeling. In dit hoofdstuk is een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven.

5.1

Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels vormen het voor de burgers juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geformuleerde uitgangspunten. Het bestemmingsplan voldoet aan de eisen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten op de plansystematiek van het bestemmingsplan ‘Venlo Trade Port’ van de gemeente Venlo. De regels van dit bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

5.2

Plansystematiek Inleidende regels In de begrippen worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven over hoe gemeten moet worden.

Bestemmingsregels Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies bedrijventerrein of water. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. De hoofdfuncties worden als eerste genoemd. Indien van toepassing worden ook de aan de hoofdfuncties ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt weergegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. Tevens wordt aangegeven welke functies bij de bestemming behoren door middel van de zin 'met daarbij behorende'. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel, maar bevat ook inrichtingsaspecten.

CroonenBuro5

52

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

Bouwregels In de bouwregels wordt aangegeven welke bebouwingsmogelijkheden er op een perceel bestaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Afwijken van de bouwregels Door het opnemen van een afwijkingsregeling bestaat de mogelijkheid af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen. Deze afwijkingen zijn niet bedoeld voor afwijkingen van de bouwregels, waarvan de verwachting is, dat ze in (bijna) alle gevallen worden verleend. In dat geval zijn de bouwregels hierop aangepast. Voor elke afwijking wordt aangegeven waarvan afgeweken wordt, de maximale afwijking die met de afwijking kan worden toegestaan en eventueel de situaties of voorwaarden waaronder kan worden afgeweken. Het gaat hier om afwijkingbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Als afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 (de algemene regels). Nadere eisen Nadere eisen kunnen worden gesteld ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals de plaats en afmetingen van gebouwen en veiligheidsrisico’s. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming.

Hierin worden niet alle mogelijke strijdig gebruiksvormen genoemd, maar alleen die waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de bestemmingsomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels Een afwijking van een gebruiksregel mag niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen dat wel afwijking kan worden verleend ten behoeve van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. Via afwijking kunnen geen 'nieuwe' functies worden toegestaan. Met andere woorden: de afwijkingsregeling kan worden opgenomen voor kleinere, planologisch minder ingrijpende, onderwerpen. Functiewijzigingen en grotere, ingrijpende ruimtelijke ingrepen worden geregeld via een wijzigingsbevoegdheid. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden Specifieke inrichtingsactiviteiten, niet bestaande uit bouwen, dienen soms aan een omgevingsvergunning gebonden te worden.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Algemene bouwregels Er kunnen zich situaties voordoen, waarbij bestaande bebouwing in strijd is met de regels. Zo kan de specifieke bouwhoogte van een bedrijfshal hoger zijn dan de toegestane hoogte van bebouwing (een algemene maat). Deze strijdigheid is niet gewenst. Het is immers niet de bedoeling dat deze bebouwing moet worden aangepast aan de nieuwe maatvoering.

CroonenBuro5

53

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

Daarom is de algemene bepaling opgenomen, dat bij afwijkingen de maatvoering mag worden aangehouden, zoals die fysiek bestond op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast is een regeling opgenomen die bepaalt dat (her)oprichting van gebouwen alleen op dezelfde plaats mag plaatsvinden als waar deze feitelijk zijn gesitueerd.

Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om met een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsbepalingen die gelden voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan. Specifieke, op de bestemmingen gerichte, afwijkingen zijn reeds opgenomen onder de betreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, worden aangegeven.

Algemene wijzigingsregels In deze bepaling wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om meerdere bestemmingen te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven

Overgangs- en slotregels Overgangsbepalingen In deze bepalingen wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze bepaling bevat de titel van het plan.

5.3

Beschrijving per bestemming Bedrijventerrein-4 Het overgrote deel van het plangebied is bestemd als ‘Bedrijventerrein-4’, waarmee zoveel mogelijk is aangesloten op de regeling van het bestemmingsplan ‘Venlo Trade Port’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor onder meer het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die zijn genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten onder de categorie 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2. Risicovolle inrichtingen zijn hierbij in principe uitgesloten, behalve ter plaatse van de aanduiding ‘risicovolle inrichting’. Daarnaast is de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - vaarwater gerelateerde bedrijven’ opgenomen binnen het bestemmingsvlak. Hiermee zijn in het bijzonder vaarwater gerelateerde bedrijven toegestaan, zodat de aanwezige bedrijvigheid ten alle tijden gerelateerd is aan de barge terminal. Specifieke aanduidingen zijn opgenomen voor de barge terminal en de (verlengde) kraanbaan. Ook is de aanduiding ‘opslag’ opgenomen op de gronden waar de opslag van containers is voorzien. Verder zijn deze gronden ook bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, met daaraan ondergeschikt opslag en uitstalling, wegen en paden, groenvoorzieningen, manoeuvreerruimte en parkeervoorzieningen. In de regels zijn bebouwingsregels opgenomen.

Voor wat betreft de toegestane goot- en bouwhoogte en het maximale bebouwingspercentage wordt verwezen naar de verbeelding.

Water – Haven De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor waterberging, waterhuishouding en ecologische natuurwaarden, waterlopen en daarbij behorende oevervoorzieningen, kruisingen en

CroonenBuro5

54

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden, bestaande aanlegsteigers en laden en lossen ten behoeve van barge terminal. Er zijn bouwregels opgenomen voor kranen en overbouwingen.

Waarde - Archeologie 3 De op de verbeelding voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aanwezige bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Er mag slechts onder voorwaarden worden gebouwd.

Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden geldende bestemmingen, mede bestemd voor een stroomvoerende functie. Op de gronden binnen deze bestemming mag uitsluitend via een omgevingsvergunning worden gebouwd. Ter bescherming van het stroomvoerend rivierbed is een omgevingsvergunning vereist voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden.

Waterstaat - Waterbergend rivierbed De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden geldende bestemmingen, mede bestemd voor een waterbergende functie. De gronden binnen deze bestemming mogen gebruikt worden ten behoeve van deze bestemming. Ter bescherming van het waterbergend rivierbed is een omgevingsvergunning vereist voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden.

Waterstaat - Waterkering De gronden binnen deze bestemming zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering. Er mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd.

CroonenBuro5

55

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

6

Gemeente Venlo

Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Financieel Uitvoerbaarheid Het voorliggend plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die hiermee gepaard gaan, zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn hieraan geen financiële consequenties verbonden.

Kostenverhaal Wanneer voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) is voorgenomen, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal aan de andere kant is verzekerd. Het kostenverhaal van de ontwikkeling is verzekerd middels een erfpachtovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer.

6.2

Maatschappelijk Het Ontwerpbestemmingsplan ‘Herziening ‘Venlo Trade Port’, uitbreiding Barge Terminal’ wordt conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Door de provincie Limburg en Rijkswaterstaat zijn vooroverlegreacties ingediend. Hieronder zijn de reacties opgenomen. Provincie Limburg Het plan is door de provincie Limburg beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft voor de provincie Limburg geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. De provincie geeft aan dat, indien dit plan op deze wijze wordt voortgezet en het nog uit te voeren onderzoek naar stikstofdepositie geen onoverkomelijke belemmeringen aantoont, dat er geen aanleiding is om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. Rijkswaterstaat Door Rijkswaterstaat is het plan beoordeeld op de beheerdersaspecten, zoals deze door Rijkswaterstaat Zuid-Nederland worden behartigd. Een deel van de civiel-technische werkzaamheden ten behoeve van de overslagfaciliteiten zijn gepland in het gebied dat is vrijgesteld van de vergunningplicht in het kader van de Waterwet. Paragraaf 6 van Hoofdstuk 6 van het waterbesluit is hier niet van toepassing.

Een deel van de werkzaamheden(deel nieuwe kade) is echter gepland in de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterbergend rivierbed’ . Werkzaamheden in dit gebied zijn vergunning plichtig in het kader van de Waterwet. In relatie tot de milieucomponent zullen ook de aspecten ten aanzien van de waterkwaliteit aan de orde komen aangezien Rijkswaterstaat tevens bevoegd gezag is voor het waterkwaliteitsbeheer. Rijkswaterstaat verzoekt contact op te nemen over het proces ter verkrijging van de benodigde vergunningen.

CroonenBuro5

56

Bestemmingplan Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal

Gemeente Venlo

Het ontwerpbestemmingsplan heeft de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 15 juli 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Het bevoegd gezag heeft ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan echter wel een ambtshalve wijziging toegevoegd. Gedurende de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is er nader archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft geleid tot het bijstellen van de archeologische verwachtingswaarde ter plaatse van het plangebied. Dit heeft ertoe geleid dat het plangebied deels is vrijgegeven van de archeologische dubbelbestemming. Op XX is het bestemmingsplan ‘Herziening Venlo Trade Port, uitbreiding Barge Terminal’ gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo.

CroonenBuro5

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/634/documents/17087