CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

009bijl 1.1 toelichting vast bp Colum Raven Paul.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 18 maart 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 3.a: 19.15 - 19.20 uur Vaststellen bestemmingsplan reparatieplan Columbusweg, Ravenvennen en Paul Guillaumestraat (RV 2021-09) - HAMERSTUK19.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hoofdstuk 5

60

meente Venlo ernaar om bij nieuwbouw en herstructurering regenwater volledig af te koppelen en zoveel mogelijk binnen het plangebied te verwerken. Volgens de Afkoppel Beslisboom van de gemeente Venlo dient te worden voldaan aan de volgende bergingseisen:  T=10 (50mm in 24 uur) (dynamische) berging/infiltreren op eigen terrein (bergen boven grondwaterstand);  T.b.v. eigen risico doorrekenen gevolgen bui T=100 (84mm in 48 uur), eis: geen water(schade) in gebouwen. Voor het initiatief is nog geen concreet bouwplan ter beschikking. Op eigen terrein is echter wel voldoende ruimte beschikbaar om een voorziening te kunnen realiseren met voldoende capaciteit. De benodigde voorzieningen in het plangebied voor de omgang met hemelwater zullen worden uitgewerkt in het kader van een concreet bouwplan. Overleg waterbeheerder Aangezien er geen sprake is van een toename van de hoeveelheid oppervlakteverharding en er voor het overige geen waterschapsbelangen in het geding zijn, is vooroverleg met het waterschap Limburg en het verkrijgen van een wateradvies niet noodzakelijk. Bij de ontwikkeling in deelgebied 3 aan de Paul Guillaumestraat vindt wel een toename van het verhard oppervlak plaats. Deze toename bedraagt echter beduidend minder dan de ondergrens van 2.000 m 2 en hoeft daarom niet te worden voorgelegd aan het waterschap.

Conclusie Gezien het bovenstaande bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen voor wat betreft een duurzame waterhuishouding.

Hoofdstuk 5

61

6.

JURIDISCHE ASPECTEN

6.1 Algemeen Het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Columbusweg, Ravenvennen en Paul Guillaumestraat’ is vervat in een verbeelding, planregels en toelichting. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet en het gebruik van de verbeelding en planregels. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012, alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor).

6.2 Toelichting op de analoge verbeelding De verbeelding is getekend op basis van een recente kadastrale ondergrond (schaal 1: 1000). De bestemmingen ‘Bedrijventerrein’, ‘Bos’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ zijn weergegeven. De bestemming ‘Bedrijventerrein’ is opgenomen voor de bedrijfslocatie (zowel het bestaande als het nieuwe gedeelte) en er is een bouwvlak ingetekend waarbinnen de bedrijfsgebouwen zijn toegestaan. Daarnaast zijn de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijf tot en met categorie 5’ en ‘specifieke vorm van bedrijf uitgesloten – bedrijf tot en met categorie 2’ opgenomen voor de bedrijfslocatie, overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan ‘Veegplan stedelijk gebied 2015’ voor het bestaande bedrijfsperceel. De berm aan de zijde van de Columbusweg is bestemd tot ‘Verkeer’. Tot slot is de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ opgenomen. Op het natuurcompensatieperceel is de bestemming ‘Bos’ opgenomen en de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Deze dubbelbestemming is opgenomen overeenkomstig het gemeentelijke archeologiebeleid. Op het perceel aan de Paul Guillaumestraat, dat is bestemd tot ‘Wonen’, is een bouwvlak opgenomen. De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – nieuwbouwwoningen’ is opgenomen voor het gehele plangebied.

Op het bouwvlak ligt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – grondgebonden’ en op een deel van het bouwvlak (voorzijde) ligt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – hoofdgebouw toegestaan’. Daarnaast is de maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ opgenomen op het hoofdgebouwvlak, op basis waarvan een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter zijn toegestaan.

Hoofdstuk 6

62

6.3 Toelichting op de regels Bij het opstellen van de planregels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en recente bestemmingplannen uit de omgeving van het plangebied. De planregels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten:  Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten;  Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hiermee worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld;  Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, en algemene wijzigingsregels;  Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de regels is om de bouw- en gebruiksregels van de nieuwe bestemmingen aan te geven. 6.3.1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Een aantal begrippen is standaard voorgeschreven in de SVBP 2012. Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden.

6.3.2 Bestemmingsplanregels Ter verkrijging van een logische opbouw wordt de navolgende volgorde in de bestemmingsregeling aangehouden voor de opgenomen bestemmingen: 1 2 3 4 5 6

Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels

Hoofdstuk 6

63

7 8 9

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid

In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Vervolgens worden de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. In de nadere eisen wordt bepaalde welke aanvullende eisen het bevoegd gezag kan stellen aan de bebouwing. Van de bouwregels kan tevens afgeweken worden middels een omgevingsvergunning (afwijken van de bouwregels). In de specifieke gebruiksregels staat onder andere aangegeven welke gebruik in ieder geval strijdig is met de bestemmingsomschrijving. Van de gebruiksregels kan tevens afgeweken worden middels een omgevingsvergunning voor meer gebruiksmogelijkheden (afwijken van de gebruiksregels). In de regels omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is een vergunningplicht opgenomen voor bepaalde werkzaamheden. De regels omtrent een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk bepalen in welke gevallen het slopen van een bouwwerk vergunningplichtig is.

In de wijzigingsbevoegdheid is opgenomen onder welke voorwaarden een bestemming omgezet kan worden naar een andere bestemming. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Hierbij wordt, conform SVBP2012, een alfabetische volgorde aangehouden. Bedrijventerrein De volledige bedrijfslocatie aan de Columbusweg is bestemd tot ‘Bedrijventerrein’, met hierbinnen de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf – bedrijf tot en met categorie 5’ en ‘specifieke vorm van bedrijf uitgesloten – bedrijf tot en met categorie 2’. Op basis van deze aanduidingen zijn ter plaatse bedrijven van milieucategorie 3.1 t/m 5.1 toegestaan, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen. Daarnaast zijn waterhuishoudkundige voorzieningen, ondergeschikte productiegebonden detailhandel, wegen en paden, groenvoorzieningen en manoeuvreerruimte toegestaan.

Hoofdstuk 6

64

Bos Het natuurcompensatieperceel is bestemd tot ‘Bos’. De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het beschermen en in stand houden van bos, extensief recreatief medegebruik en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van beperkte voorzieningen ten behoeve van extensieve recreatie. Verkeer De berm langs het bedrijfsperceel aan de Columbusweg is bestemd tot ‘Verkeer’. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. Hierbij wordt gestreefd naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer. Wonen Het woonperceel aan de Paul Guillaumestraat is bestemd tot ‘Wonen’. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, in de vorm van grondgebonden woningen, gestapelde woningen en boven- en benedenwoningen en waaronder begrepen kamerbewoning tot max. 4 personen per woning; tuinen, erven en onbebouwde erven; waterhuishoudkundige voorzieningen en (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.

Op het perceel is een bouwvlak aanwezig, waar een grondgebonden nieuwbouwwoning gebouwd mag worden op basis van de aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – nieuwbouwwoningen’ en ‘specifieke bouwaanduiding – grondgebonden’. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – hoofdgebouw toegestaan’ mag het hoofdgebouw (i.c. de woning) worden gebouwd. Waarde – Archeologie Volgens de ‘Archeologische beleidskaart, gemeente Venlo’ (ABK) ligt het woonperceel binnen een ‘AMK-terrein, overig’. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen met een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm beneden maaiveld en een oppervlakte van meer dan 100 m 2. Overeenkomstig het geldende bestemmingsplan is daarom de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen voor dit perceel, waarin deze onderzoeksplicht is vastgelegd. Waarde – Archeologie 4 Op het natuurcompensatieperceel is op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart (ABK) sprake van een middelhoge archeologische verwachting. Deze is overeenkomstig de ABK vastgelegd in het bestemmingsplan middels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de in deze gronden voorkomende cultuurhistorische waarden en archeologische hoge en middelhoge waarden.

Voor de bedrijfslocatie is overeenkomstig de ABK geen archeologische dubbelbestemming opgenomen.

Hoofdstuk 6

65

6.3.3 Algemene regels In de anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de algemene bouwregels zijn daarin regels opgenomen voor bestaande afstanden en maten. In de algemene gebruiksregels is een algemeen gebruiksverbod opgenomen en een beschrijving van wat in ieder geval wordt verstaan onder strijdig gebruik. In de algemene aanduidingsregels is de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ geregeld. Deze aanduiding ligt over de bedrijfslocatie aan de Columbusweg, vanwege de ligging van dit perceel binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein Venlo Trade Port. De algemene afwijkingsregels en de algemene wijzigingsregels verschaffen burgemeester en wethouders de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. 6.3.4 Overgangs- en slotregels In de bepaling Overgangsrecht is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan.

In de Slotregel is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 6

66

7.

UITVOERBAARHEID

7.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet (Grex-wet) is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Deze verplichting vervalt indien de gronden volledig in eigendom zijn van de gemeente. Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, dan kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar het kostenverhaal minimaal is, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2.1a Bro). Onderhavig voornemen heeft betrekking op de realisatie van een bedrijfspand en de uitbreiding van een bedrijfsperceel. Derhalve betreft voorliggend plan een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening en is in principe kostenverhaal noodzakelijk.

Dit kostenverhaal is vastgelegd in de voorwaarden in de koopovereenkomst voor de grond tussen de gemeente en de initiatiefnemer. De natuurcompensatie betreft geen bouwplan, waardoor kostenverhaal voor dit onderdeel niet noodzakelijk is. Over de realisatie van de natuurcompensatie, die is gerelateerd aan de ontwikkeling van de zweefvlieghangar aan de Bloemartsweg, zijn afspraken gemaakt met de initiatiefnemer van dit plan. De bouw van een woning is in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro aangewezen als bouwplan. Er is in dit geval dus sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Omdat echter sprake is van een geval als bedoeld in artikel 6.2.1a, aanhef en sub c van het Bro, waarbij de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen, is er geen sprake van een verplichting tot kostenverhaal.

Hoofdstuk 7

67

8.

OVERLEG EN INSPRAAK

8.1 Overleg Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. Vooroverleg met het Rijk is niet noodzakelijk, omdat bij het initiatief geen nationale belangen in het geding zijn. Aangezien er geen nieuw verhard oppervlak is voorzien, behoudens het oppervlak dat reeds volgens het geldende bestemmingsplan verhard mag worden, is bij het voorliggende initiatief geen sprake van een toename van de hoeveelheid verhard oppervlak. De toename van de verharde oppervlakte bij ontwikkeling van de woning aan de Paul Guillaumestraat ligt ruimschoots beneden de ondergrens van 2.000 m2. Hierdoor, en doordat er geen waterschapsbelangen in het geding zijn, is vooroverleg met het Waterschap Limburg niet noodzakelijk. De provincie Limburg heeft in het kader van het vooroverleg het plan beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen.

Hierbij heeft zij opgemerkt dat in artikel 4 van de regels (bestemming ‘Bos’), de waterhuishoudkundige voorzieningen zoals genoemd in artikel 4.1 lid c alleen kunnen worden toegestaan indien deze ten dienste staan van het beschermen en instandhouden van het bos. Indien dit niet het geval is, dan zal voor het aanbrengen van waterhuishoudkundige voorzieningen in de bestemming Bos de procedure moeten worden gevolgd zoals beschreven in paragraaf 2.6 Goudgroene natuurzone van Omgevingsverordening Limburg. Deze regel in artikel 4.1 lid c is zodanig aangepast dat uitsluitend waterhuishoudkundige voorzieningen zijn toegestaan voor zover deze ondergeschikt zijn aan het beschermen en instandhouden van het bos, zoals bedoeld in lid a van artikel 4.1.

8.2 Inspraak De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in de Wro zelf niet verplicht gesteld. De gemeente Venlo volgt voor dit bestemmingsplan geen inspraakprocedure.

8.3 Procedure In het kader van de procedure ex artikel 3.1 Wro dient de procedure genoemd in afdeling 3.4 Algemene Wet Bestuursrecht gevolgd te worden.

Hoofdstuk 8

68

De procedure ziet er als volgt uit: - Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; - Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; - Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; - Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend; - Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; - Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; - Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

8.4 Zienswijzenprocedure / resultaten terinzagelegging Het ontwerp bestemmingsplan zal voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd. Tijdens deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend.

Hoofdstuk 8

69

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.BRO.nl

Hoofdstuk 8

70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/498/documents/10770