CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

007 Bijlage 3 bestemmingsplan Berkter Hei 1a-1c toelichting.pdf

Raadsvergadering 25 januari 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 5.5: RV 7 Vaststellen bestemmingsplan Berkter Hei 1a-1c20.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Vastgesteld

41

Gebruik mobiele werktuigen Voor het bepalen van de emissie afkomstig van mobiele werktuigen op de locatie tijdens de bouwfase is gebruik gemaakt van de volgende gegevens. Dit betreffen de volgende gegevens: ▪ Bouwrijp maken locatie: 1 graafmachine gedurende 40 uur (2 dagen) ▪ Storten beton voor fundering: 1 betonpomp gedurende 10 uur ▪ Monteren staalskelet: 1 kraan gedurende 40 uur (3 dagen) ▪ Storten beton voor betonvloer: 1 betonpomp gedurende 12 uur ▪ Monteren betonpanelen: 1 kraan gedurende 8 uur ▪ Leggen kanaalplaatvloeren: 1 kraan gedurende 12 uur ▪ Monteren wand- en dakbeplating: 1 kraan gedurende 60 uur (5 dagen) ▪ Leggen dakisolatie: 1 kraan gedurende 8 uur

Betonpomp Mobiele hijskraan Graafmachine Totaal

2014 2015 2014

Diesel Diesel Diesel

200 100 200

50 50 60

27,78 14,02 33,09

22 128 40

Totale emissie

Draaiuren

Liters diesel per uur*

Vermogen (kW)

Brandstof

Bouwjaar

Werktuig

Belasting (%)

Op grond van deze uitgangspunten zijn de emissies van de mobiele werktuigen berekend.

1,0 1,1 1,3 3,4

Tijdens de bouwfase is sprake van een toename van 10,2 kg NOx. Dit leidt op basis van AERIUS Calculator niet tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden. Er is derhalve geen merkbaar c.q. negatief effect voor wat betreft stikstofdepositie ter plaatse van de Natura2000-gebieden door het initiatief. Door het saneren van de voormalige pluimveehouderij komt de stikstofdepositie afkomstig van de veehouderij volledig te vervallen. Niet alleen vindt er geen stikstof uitstoot meer plaats omdat de bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd, maar ook ten gevolge van het wegvallen van onder andere het vrachtverkeer van en naar de locatie, neemt de uitstoot van stikstof af. Het initiatief leidt derhalve niet tot extra verzuring of vermesting in Natura2000-gebieden, maar heeft juist een positief effect op de Natura2000-gebieden

5.6 Archeologie en cultuurhistorie 5.6.1 Cultuurhistorie De provincie Limburg hecht veel waarde aan de cultuurhistorie van de provincie. De provincie wil dan ook dat er verstandig omgegaan wordt met cultuurhistorische bouwwerken en landschappen. In de Provinciale Omgevingsvisie is derhalve aangegeven dat gestreefd wordt naar het behouden, ontwikkelen en beheren van beschermde historische bouwwerken, hoofdlijnen van jonge en oude cultuurlandschappen en historische landschapselementen. Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie zoals dit in de Provinciale Omgevingsvisie is weergegeven, is gestoeld op de Nota Belvédère. De Provinciale Omgevingsvisie schrijft dan ook voor een beschrijving in het bestemmingsplan mee te nemen, betreffende de omgang met de cultuurhistorische elementen in relatie tot de hiervoor geldende wettelijke bepalingen.

Vastgesteld

42

Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ liggen er binnen of in de nabijheid van het plangebied geen belangrijke cultuurhistorische waarden en geen Rijks- en of gemeentelijke monumenten. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. Naast het provinciaal cultuurhistorisch beleid heeft de gemeente Venlo ook een gemeentelijke cultuurhistorische inventarisatiekaart (d.d. 6 november 2015) opgesteld. Conform de gemeentelijke cultuurhistorische inventarisatiekaart is het plangebied gelegen in het landschapstype ‘jonge heide ontginning, nu overwegend landbouwgrond, Rhl’. Dit landschapstype bestaat tegenwoordig uit overwegend landbouwgronden. Kenmerkend voor dit landschapstype zijn de regelmatige structuur en planmatigheid van de wegen en waterlopen. De jonge heideontginningen vormden landbouwgebieden op zich, hetgeen betekende dat er verspreid boerenbedrijven werden gevestigd. De dichtheid daarvan werd geleidelijk steeds groter. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische landschapselementen gelegen. Het aspect cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Afbeelding 16 Uitsnede cultuurhistorische inventarisatiekaart Venlo (geel plangebied)

5.6.2 Archeologie Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De gemeente Venlo heeft in 2007 een archeologische beleidskaart laten opstellen door archeologisch adviesbureau RAAP. In februari 2015 is deze beleidskaart herzien. Conform deze kaart is het plangebied gelegen in een gebied dat is verstoord. Binnen gebieden die reeds verstoord zijn is archeologische onderzoek niet noodzakelijk.

Vastgesteld

43

Afbeelding 17. Uitsnede archeologische waardenkaart met (rood plangebied)

5.7 Verkeer en parkeren Het realiseren van twee nieuwe woningen heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit effect heeft op het wegverkeer en het parkeren. De functiewijziging van bedrijfswoning naar burgerwoning wordt buitenbeschouwing gelaten aangezien er in beide gevallen sprake is van een woning. Verkeer Met de realisatie van de twee nieuwe woningen gaan verkeersbewegingen gepaard. Echter is het aannemelijk de verkeersbewegingen die gepaard gaan met de twee woningen aanzienlijk minder zijn de verkeerswegingen van het voormalige agrarische bedrijf. Gezien de ligging in het landelijke gebied dient er rekening te worden gehouden met het ontbreken van faciliteiten voor voetgangers en fiets zoals een trottoir. Echter is het aannemelijk dat toekomstige bewoners hiervan op de hoogte zijn aangezien deze de keuze maken om in het landelijk gebied te gaan wonen met al haar voordelen en enkele nadelen zoals het ontbreken van deze faciliteiten. Parkeren Voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen maakt de gemeente Venlo in beginsel gebruik van de CROWpublicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Gekeken is naar de functie ‘koop, huis, vrijstaand’ en naar het gebiedstype ‘buitengebied in een niet stedelijk gebied’.

Hiervoor geldt een parkeernorm van minimaal 2 parkeerplaatsen en maximaal 2,8 parkeerplaatsen. Derhalve dienen er 3 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Gezien de grootte van het beoogde woningbouwkavels is op eigen terrein voldoende ruimte om te voorzien in de parkeerbehoefte. Daarnaast is er op de locatie zelfs sprake van een afname van de parkeerbehoefte doordat er geen sprake meer is van (de mogelijk tot oprichten van) een agrarisch bedrijf.

Vastgesteld

44

5.8 Ontplofbare oorlogsresten Een bijzonder onderwerp voor wat betreft 'externe veiligheid' vormen ontplofbare oorlogsresten. Omdat ter hoogte van Venlo in de Tweede Wereldoorlog gevochten is, is er een reële kans op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Indien er conventionele explosieven (CE) uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn in de bodem van het plangebied bestaat de mogelijkheid op een ongecontroleerde detonatie van een of meerdere CE. Op basis van de Arbowetgeving en de Openbare Orde en Veiligheid dienen alle risico’s voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden in kaart te worden gebracht waarbij de risico’s zoveel mogelijk moeten worden ingeperkt. In het kader van de ontwikkeling van Greenport Venlo is enkele jaren geleden een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten8 uitgevoerd, het plangebied valt binnen de scoop van dit onderzoek. Onderhavig plangebied ligt, op basis van de gemeentelijke risicokaart explosieven, in een hoog verdacht gebied voor aanwezigheid van (resten van) explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Onderzocht moet worden of het plangebied vrij is van dergelijke explosieven. Conform het uitgevoerde onderzoek is het plangebied gelegen in een gebied dat verdacht is op brandbommen.

Dit zijn gebieden die verdacht zijn op het aantreffen van respectievelijk afwerpmunitie (brisantbommen) en brandbommen omdat hier geallieerde bombardementen hebben plaatsgevonden. Specifiek voor het plangebied heeft dit betrekking op de bombardementen van 20 augustus 1944 waarbij een geallieerd vliegtuig het gebied en/of de nabije omgeving bombarden met fosforbrandbommen. Blindgangers van 30 lbs, fosfor rubber brandbommen kunnen zich net onder het maaiveld tot maximaal 2 – 2,5 meter minus maaiveld, indien de bodem sinds 1944-1945 niet geroerd is, bevinden. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat de kans op de aanwezigheid van de bommen in de bodem vanaf maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zeer gering is. Het voormalige agrarische bedrijf heeft zich omstreeks 1967 op deze locatie gevestigd. Met de realisatie van de opstallen is de grond aanzienlijk geroerd (aanleg funderingen, mestkelders en erfverhardingen) waardoor de kans op aanwezigheid van de bommen in de bodem zeer gering is binnen het plangebied.

8 Vooronderzoek niet-gesprongen explosieven, Bombs away (d.d. 26 juni 2015, kenmerk: 15P005)

Vastgesteld

45

Afbeelding 18 Uitsnede verdachte gebieden Trade Port Noord Venlo

Vastgesteld

46

6 UITVOERBAARHEID

6.1 Economische uitvoerbaarheid Het initiatief geschiedt volledig voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. Tenslotte wordt in een overeenkomst het planschadeverhaalsbeding zoals bedoeld in art. 6.4a Wro opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venlo komt maar voor rekening van de initiatiefnemers.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit geeft aan dat het college van Burgemeester van Wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg dienen te plegen met betrokken instanties. De Gasunie, RRP, Veiligheidsregio en Rijkswaterstaat hebben medegedeeld dat zij geen opmerkingen hebben over het plan. Door het Waterschap is wel een opmerking ingediend betreffende de opvang en infiltratie van hemelwater op eigen terrein. De opmerkingen zijn verwerkt in voorliggende bestemmingsplan. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft voorafgaand aan de feitelijke bestemmingsplanprocedure de direct omwonenden benaderd. Bij het gesprek zijn de plannen voor het omzetten van de voormalige bedrijfswoning en het realiseren van twee woningbouwkavels op deze locatie besproken. De benaderde partijen geven aan op voorhand geen bezwaar te hebben.

De gespreksverslagen van de omgevingsdialoog zijn op te vragen bij initiatiefnemer. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen in de periode 29 september 2022 tot en met 9 november 2022. Er zijn geen zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan.

6.3 Procedure De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: ▪ Vooroverleg met betrokken instanties; ▪ Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan;

Vastgesteld

47

▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪

Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door eenieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Vastgesteld

48

7 JURIDISCHE TOELICHTING

7.1 Planstukken Een bestemmingsplan geeft bestemmingen met de bijbehorende regels. Het bestaat niet alleen uit een tekstdocument, maar ook uit een verbeelding (plankaart). Alle toegelaten functies zijn met een eigen bestemming op de verbeelding opgenomen. Samen met de regels vormt de (digitale en analoge) verbeelding het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting hoort wel bij het bestemmingsplan, maar is geen onderdeel daarvan: de toelichting is niet juridisch bindend. Dat betekent, dat indien er onverhoopt verschillen zouden bestaan tussen de toelichting en het bestemmingsplan, de regels en de verbeelding (plankaart) doorslaggevend en bindend zijn en de toelichting niet. De toelichting beschrijft wat de doelstellingen van het bestemmingsplan zijn en hoe de regels van het bestemmingsplan moeten worden geïnterpreteerd. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan is digitaal opgesteld en beschikbaar. Van het elektronische document is een papieren versie gemaakt. Bij een onbedoeld verschil tussen de papieren versie en de elektronische versie gaat de laatste voor.

Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Venlo voldoet het bestemmingsplan qua systematiek aan het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Trade Port Noord en park Zaarderheiken” zoals dat reeds voor het plangebied geldt.

7.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding geeft met kleuren en tekens aan welke bestemming voor de gronden geldt. De bestemming is aangegeven met een gekleurd vlak met de letters van de bestemming. Er zijn voor de gronden meerdere tekens opgenomen. Het gaat dan om aanduidingen (functie- of gebiedsaanduidingen) of dubbelbestemmingen. Voor een aanduiding of dubbelbestemming zijn in de regels specifieke bepalingen van toepassing. Uit de verbeelding kan afgeleid worden op welk gebied het bestemmingsplan betrekking heeft, omdat daarop de plangrens is aangegeven. De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500. De analoge verbeelding bestaat uit één plankaart met een legenda. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het agrarische bouwvlak van de locatie is verwijderd. Het plangebied is bestemd als ‘Wonen’ en ‘Natuur’. Daarnaast is het plangebied voorzien van één bouwvlak ter plaatse van de locatie Berkter Hei 1a, één bouwvlak ter plaatse van de locatie Berkter Hei 1c en een bouwvlak ten oosten van de nieuwe woningen ten behoeve van de locatie Berkter Hei 1. Ter plaatse van het bouwvlak Berkter Hei 1a is het uitsluitend toegestaan twee woningen te realiseren gezien de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’. De woningen dienen vrijstaand te worden opgericht gezien de bouwaanduiding ‘vrijstaand’.

Aan het plangebied is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing Berkter Hei 1a-1c’ toegekend zodat de beschreven landschappelijke inpassing van de locatie planologisch geborgd is in het bestemmingsplan. Het plangebied is daarnaast voorzien van de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’.

Vastgesteld

49

7.3 Toelichting op de planregels Alle gronden binnen het plangebied hebben een bestemming. Een bestemming geeft de functie aan, die de gemeenteraad aan een gebied heeft toebedacht. Bij deze bestemmingen horen gebruiksregels. Het kan gaan om regels voor bouwen, werken en werkzaamheden, slopen en het gebruik van grond en de opstallen voor bepaalde activiteiten. De bestemming en de regels bepalen gezamenlijk welke activiteiten en handelingen zijn toegestaan. Het gevolg van het leggen van een bestemming is, dat de betreffende gronden alleen overeenkomstig deze bestemming mogen worden gebruikt. In die zin houdt een bestemming dus een inperking in van het eigendomsrecht. De bevoegdheid om bestemmingen te leggen is toegekend aan de gemeenteraad. Dit is geregeld in artikel 3.1 van de Wro. Een gemeenteraad mag niet zomaar een bestemming leggen, maar moet daarvoor vanuit het algemeen belang van een “goede ruimtelijke ordening‟ redenen hebben. Het leggen van een bestemming betekent overigens niet, dat er een verplichting bestaat voor een grondgebruiker om die bestemming te realiseren. 'Bestemming' heeft slechts een passieve betekenis: of een bestemming gerealiseerd wordt, is afhankelijk van het handelen van de rechthebbende(n) op de grond (eigenaar, huurder, pachter). Een bestemming geeft alleen aan welk handelen toegelaten is.

Daaruit kan worden afgeleid dat ander handelen niet is toegelaten. De artikelen 2.1 en 2.2 van de Wabo en enkele andere wetten verbieden het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Om misverstanden te voorkomen wordt bij de bestemming aangegeven wat “in ieder geval‟ beschouwd moet worden als in strijd met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een juridisch plan: de daarin opgenomen bepalingen zijn bindend voor burgers en bedrijven en voor de overheid. Bij het opstellen van de regels is zo veel mogelijk uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en de gemeentelijke standaard uit het bestemmingsplannen “Bedrijventerrein Trade Port Noord en park Zaarderheiken” en “Buitengebied”. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; ▪ Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene aanduidingsregels en algemene afwijkings- en wijzigingsregels; ▪ Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven.

Hoofdstuk 1: INLEIDENDE REGELS In dit hoofdstuk worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Hoofdstuk 2: BESTEMMINGSREGELS In deze artikelen worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Hoofdstuk 3: ALGEMENE REGELS Deze artikelen bevatten bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in een afzonderlijke paragraaf onder te brengen. Hoofdstuk 4: SLOT- EN OVERGANGSREGELS Hier wordt omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht.

Vastgesteld

50

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Bureau Leefomgeving Berkter Hei 1a, 5928RR Venlo

Omschrijving Toelichting

Berkter Hei 1a Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rd3HSkhpvgeR 23 november 2022, 08:37 Wnb-rekengrid

Berekening

Totale emissie

Gebruiksfase - Beoogd

Resultaten

Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

Rd3HSkhpvgeR (23 november 2022)

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste depositie

Hexagon

Gebied

2022 -

36,5 g/j

0,3 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

Rd3HSkhpvgeR (23 november 2022)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

36,5 g/j

0,3 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. Rd3HSkhpvgeR (23 november 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

Rd3HSkhpvgeR (23 november 2022)

-

Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2022

1 Wegverkeer | Weg Naam Wegverkeer Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

-

-

0,3 kg/j 82,1 g/j 36,5 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221004_3d4bf05159 Database versie 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

Rd3HSkhpvgeR (23 november 2022)

6/6

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Bureau Leefomgeving Berkter Hei 1a, 5928RR Venlo

Omschrijving Toelichting

Berkter Hei 1a-1c Bouwfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S1agNoRctq1L 23 november 2022, 08:51 Wnb-rekengrid

Berekening

Totale emissie

Bouwfase - Beoogd

Resultaten

Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

S1agNoRctq1L (23 november 2022)

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste depositie

Hexagon

Gebied

2022 -

0,2 kg/j

10,2 kg/j

2/6

Projectberekening

Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bouwlocatie  Verkeersnetwerk

S1agNoRctq1L (23 november 2022)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

18,0 g/j 0,2 kg/j

3,4 kg/j 6,8 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. S1agNoRctq1L (23 november 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

S1agNoRctq1L (23 november 2022)

-

Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

-

-

5/6

Projectberekening

Bouwfase, Rekenjaar 2022

1 Wegverkeer | Weg Naam Wegverkeer Wegtype Buitenweg Type scherm Rijrichting Beide richtingen Hoogte Tunnelfactor 1 Afstand tot de weg Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren 2

Naam

-

-

Voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

In file

0 p/etmaal 1.2 p/etmaal 10 p/etmaal 0 p/etmaal

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Bouwlocatie

6,8 kg/j 0,3 kg/j 0,2 kg/j

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

NOₓ NH₃

Naam

Stageklasse

Betonpomp

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 28 l/j ja

22 u/j 0 l/j

Mobiele hijskraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 14 l/j ja

128 u/j 0 l/j

Graafmachine

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 33 l/j ja

40 u/j 0 l/j

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

3,4 kg/j 18,0 g/j

BrandstofverbruikDraaiurenAdBlue verbruik

Stof Emissie

NOₓ 1,0 kg/j

NH₃ 6,7 g/j NOₓ 1,1 kg/j NH₃ 3,4 g/j NOₓ 1,3 kg/j NH₃ 7,9 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221004_3d4bf05159 Database versie 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ S1agNoRctq1L (23 november 2022)

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/109/documents/3390