CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

007 Bijlage 3 bestemmingsplan Berkter Hei 1a-1c toelichting.pdf

Raadsvergadering 25 januari 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 5.5: RV 7 Vaststellen bestemmingsplan Berkter Hei 1a-1c20.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMIGNSPLAN “Berkter Hei 1a-1c, Venlo” NL.IMRO.0983.BP202209BERKTERHEI.VA01 Vastgesteld

Document:

Bestemmingsplan “Berkter Hei 1a-1c Venlo”

IDN:

NL.IMRO.0983.BP202209BERKTERHEI.VA01

Status:

Vastgesteld

Datum:

25 januari 2023

Aanvrager:

Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo

Auteur:

Ing. R.M.M.R.G. Keiren

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST +31 77 – 208 6099 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING............................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ..................................................................................................3

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied.........................................................................................................4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ..............................................................................................................................5

2

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ...................................................................................................6

3

BELEID ...................................................................................................................................................................8

4

5

6

7

3.1.

Inleiding ...........................................................................................................................................................8

3.2.

Rijksbeleid .......................................................................................................................................................8

3.3

Provinciaal beleid.......................................................................................................................................... 10

3.4

Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................................... 14

PLANBESCHRIJVING ..................................................................................................................................... 20 4.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan ............................................................................................. 20

4.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten .................................................................................................. 21

4.3

Landschappelijke inpassing............................................................................................................................ 22

SECTORALE ASPECTEN .............................................................................................................................. 25 5.1

Inleiding ........................................................................................................................................................ 25

5.2

Milieuaspecten.............................................................................................................................................. 25

5.3

Waterparagraaf ............................................................................................................................................ 37

5.4

Kabels en leidingen ....................................................................................................................................... 39

5.5

Natuur ......................................................................................................................................................... 40

5.6

Archeologie en cultuurhistorie..................................................................................................................... 42

5.7

Verkeer en parkeren.................................................................................................................................... 44

5.8

Ontplofbare oorlogsresten .......................................................................................................................... 45

UITVOERBAARHEID...................................................................................................................................... 47 6.1

Economische uitvoerbaarheid ...................................................................................................................... 47

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid................................................................................................................. 47

6.3

Procedure .................................................................................................................................................... 47

JURIDISCHE TOELICHTING ....................................................................................................................... 49 7.1

Planstukken .................................................................................................................................................. 49

7.2

Toelichting op de verbeelding ...................................................................................................................... 49

Vastgesteld

1

7.3

Toelichting op de planregels......................................................................................................................... 50

BIJLAGEN Bijlage 1: AERIUS-berekening bouw- en gebruiksfase Separate bijlagen ▪ Landschappelijk inpassingsplan, Greenport Venlo ( d.d. 17 maart 2022, kenmerk: 20863-SO) ▪ Verkennend bodemonderzoek Berkter Hei 1a, HMB groep (d.d. 16 juli 2021, kenmerk: 20292101A) ▪ Aanvullend bodemonderzoek (asbest) Berkter Hei 1a, HMB (d.d. 19 januari 2022, kenmerk: 21233502A.2) ▪ Evaluatie sanering, HMB (d.d. 11 oktober 2021, datum: 21274001F) ▪ Verkennend bodemonderzoek Berkter Hei 1C, HMB Groep (d.d. 25 januari 2022, kenmerk: 21300801A) ▪ Akoestisch onderzoek, HMB Groep (d.d. 6 augustus 2021, kenmerk: 21286701N) ▪ Vooronderzoek niet-gesprongen explosieven, Bombs away (d.d. 26 juni 2015, kenmerk: 15P005) ▪ Quickscan flora en fauna, EQO (d.d. 5 september 2021, kenmerk: 00221)

Vastgesteld

2

1 INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Op de locatie Berkter Hei 1a was tot voor kort een pluimveehouderij gelegen. Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo heeft deze locatie verworven met de intentie het milieubelastende bedrijf te saneren, een stikstofprobleem ter plaatse op te lossen en de locatie en omgeving te voorzien van een aanzienlijke kwaliteitsverbetering. De agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn reeds beëindigd, de stallen zijn gesloopt en de milieuvergunning is ingetrokken. De bij de voormalige pluimveehouderij behorende bedrijfswoning (Berkter Hei 1c) is al eerder van het agrarisch bedrijf afgesplitst en in eigendom van een derde partij. Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo is voornemens om ter plaatse van de voormalige pluimveehouderij twee woningbouwkavels te realiseren voor de bouw van twee vrijstaande woningen, in ruil voor het saneren van de pluimveehouderij. De beoogde ontwikkeling sluit niet alleen veel beter aan bij omliggende woningen, maar zorgt eveneens voor een ontstening van het buitengebied en leidt tot een kwaliteitsverbetering van het landschap (meer ruimte voor landschappelijke kwaliteiten in de vorm van groen en water). Ten slotte zal ook het woon- en leefklimaat voor de omgeving aanzienlijk verbeteren door het saneren van de pluimveehouderij en het vervallen van de daarmee gepaard gaande emissies van geluid, geur, fijnstof. stikstof en ammoniak.

Afbeelding 1. Ligging locatie Berkter Hei 1a Venlo (rood omcirkeld)

Conform het (voormalige) agrarische gebruik is de locatie in het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Trade Port Noord en park Zaarderheiken” bestemd als ‘Agrarisch gebied’ en voorzien van een bouwvlak met de nadere verwijzing ‘agrarisch niet-grondgebonden bedrijf’. Conform deze bestemming is het uitsluitend toegestaan de locatie te gebruiken voor een duurzame agrarische bedrijfsuitoefening met in dit specifieke geval een agrarisch niet-grondgebonden bedrijf. Bij het agrarisch bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan.

Vastgesteld

3

Bij de gemeente Venlo is door initiatiefnemer een verzoek ingediend om de agrarische locatie Berkter Hei 1a te saneren en daarvoor in de plaats in twee woningbouwkavels te realiseren. In overleg met de huidige eigenaar van de voormalige bedrijfswoning Berkter Hei 1c, is initiatiefnemer tegelijkertijd voornemens de huidige bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning. De gemeente Venlo vindt dit een passende herontwikkeling voor deze locatie en heeft hieraan daarom in principe haar medewerking verleend om, onder voorwaarden, de huidige agrarische bestemming van de locatie te wijzigen in een passende woonbestemming. Om de nieuwe woonbestemming juridisch-planologisch vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Door middel van dit bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming van de locatie omgezet in de bestemming ‘Wonen’ zodat de huidige bedrijfswoning functioneel gewijzigd wordt in een burgerwoning en tevens de bouw van twee nieuwe woningen mogelijk wordt gemaakt.

1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied Betreffende locatie (in het vervolg aangeduid als “het plangebied”) is gelegen in het uiterste noordwesten van het buitengebied van de gemeente Venlo en ligt aan de rand van het nog in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein Trade Port Noord. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Venlo, sectie X, nummers 249 en 250. De omgeving waarin het plangebied is gelegen is al jaren in ontwikkeling. Enkele jaren geleden is ten zuiden van het plangebied de Greenportlane gerealiseerd. Deze weg ontsluit de bedrijven van het in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein Trade Port op de snelwegen A73 en A67. Ten westen van het plangebied is bedrijventerrein Trade Port Noord gelegen. Ten noorden van het plangebied is een groot glastuinbouwbedrijf gelegen. Desondanks de grootschalige bedrijven in de omgeving wordt directe omgeving van het plangebied gekenmerkt door een afwisseling van woningen en groen. Ten westen van het plangebied wordt thans Parc Zaarderheiken ontwikkeld. Hier zal ruim 100 hectare nieuwe natuur en landschap worden gerealiseerd rondom Trade Port Noord. Het plangebied is gelegen aan de Berkter Hei, een rustieke zijweg van de Venrayseweg (via de Heierhoevenweg). De locatie maakt onderdeel uit van een klein bebouwingscluster dat zich voornamelijk rond de kruising Berkter Hei met de Heierhoevenweg gevormd heeft.

Afbeelding 2. Luchtfoto plangebied (rood plangebied)

Vastgesteld

4

Het plangebied is, behoudens de bedrijfswoning, thans braakliggend. Alle voormalige bebouwing van de pluimveehouderij is reeds gesaneerd. De bedrijfswoning ligt op de zuidwestelijke hoek van het plangebied. De zuidelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de weg Berkter Hei. Aan de overzijde van de weg bevinden zich enkele woningen. Aan de noordelijke grens is een opgaande houtwal gelegen met daarachter het glastuinbouwbedrijf. In oostelijke richting grenst het plangebied aan de woning Berkter Hei 1. In westelijke richting grenst het plangebied aan agrarische gronden.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Trade Port Noord en park Zaarderheiken” (vastgesteld d.d. 25 januari 2006) en is hierin volledig bestemd als ‘Agrarisch gebied’ en voorzien van een bouwvlak met de nadere aanwijzing ‘agrarisch niet-grondgebonden bedrijf’. Oppervlakte van het bouwvlak bedraagt circa 9.500 m2. Ook is de aanduiding ‘stedelijk reconversiegebied’ opgenomen. De voor ‘Agrarisch gebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een duurzame agrarische bedrijfsuitoefening in de vorm van, in dit geval, een agrarisch niet-grondgebonden bedrijf. Tevens zijn de gronden bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de specifieke bij het gebied behorende landschappelijke-, natuurlijke-, ecologische-, cultuurhistorische-, en milieuwaarden en extensief recreatief medegebruik. Binnen het stedelijk reconversiegebied zijn enkele gebieden nader uitgewerkt. Het plangebied is gelegen in het gebied ‘ten westen van de Venrayseweg’. Hiervoor geldt dat het toekomstbeeld van dit gebied wordt bepaald door landgoederen en stedelijke publieksgerichte recreatieve functies.

Afbeelding 3. Uitsnede vigerend bestemmingsplan

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het realiseren van twee woningbouwkavels ter plaatse van het voormalige agrarische bedrijf Berkter Hei 1a en het omzetten van de voormalige bedrijfswoning Berkter Hei 1c naar een burgerwoning. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is dit niet mogelijk.

Vastgesteld

5

2 BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED Het plangebied is gelegen in het noordoosten van het buitengebied van de gemeente Venlo. Venlo is gelegen in NoordLimburg en vormt samen met de kernen Arcen, Belfeld, Blerick, Boekend, Hout-Blerick, Lomm, Steyl, Tegelen, Velden, Venlo en ’t Ven de gemeente Venlo. Het plangebied maakt tevens onderdeel uit van het Klavertje 4-gebied, een grootschalig bedrijventerrein volgens de nieuwe Cradle to Cradle filosofie, dit bedrijventerrein behoort tot een van de vijf Nederlandse Greenports. Het Klavertje 4-gebied is in de afgelopen jaren steeds verder ontwikkeld, voornamelijk met de ontwikkeling van grootschalige bedrijven. Desondanks de ontwikkeling van deze grootschalige bedrijven is er met zorg omgegaan met de bestaande woonclusters. Deze zijn zoveel mogelijk behouden en bewaard gebleven. Zo ook het buurtschap Berkter Hei waar de betreffende locatie aan de Berkter Hei onderdeel van uit maakt. Buurtschap Berkter Hei betreft een kleinschalige wooncluster/buurtschap, dat deels nog gelieerd is aan agrarische functies, maar deels ook uit niet-functioneel aan het buitengebied gebonden woningen bestaat. Dit wooncluster is in de loop der jaren steeds verder omringd door verschillende soorten bedrijvigheid. Met de komst van deze grootschalige bedrijven (Klavertje 4) is het landschap in de omgeving steeds verder verdicht en de openheid grotendeels verdwenen.

Ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Greenportlane (N295), is deze openheid nog grotendeels zichtbaar in de vorm van Parc Zaarderheiken. Dit vormt een schril contract tegenover de grootschalige bedrijven ten westen hiervan. In dit gebied zijn tevens enkele bosgebieden met her en der verspreid liggende bebouwing gelegen. Ter plaatse van de buurtschap Berkter Hei bestaat de bebouwing uit overwegend woningen al dan niet deels nog gelieerd aan agrarische functies. De woningvoorraad in de omgeving bestaat grotendeels uit ruime vrijstaande woningen op riante percelen met daarbij (voormalige) agrarische schuren/stallen.

Afbeelding 6 Berkter Hei richting nummer 1c

Afbeelding 7 Berkter Hei richting Heierhoeveweg

Afbeelding 4 Thans braakliggend terrein Berkter Hei 1c

Afbeelding 5 Thans braakliggend terrein Berkter Hei 1a

Vastgesteld

6

In 2016 is er in het kader van het omzetten van bedrijfswoningen naar plattelandswoningen een parapluplan opgesteld door de gemeente Venlo. Ten tijde van de vaststelling van het parapluplan “plattelandswoningen Venlo” is er onderzoek uitgevoerd naar de emissie van fijn stof. Hieruit is gebleken dat toen op de locatie Berkter Hei 1c niet kan worden voldaan aan de normen uit de Europese wet- en regelgeving. Vanwege deze hoge fijnstofconcentratie ter plaatse, vooral door de eigen pluimveehouderij, was er toentertijd geen sprake van een goed woon-en leefklimaat in de woning. Derhalve is de bedrijfswoning aan de Berkter Hei 1c met het parapluplan niet omgezet naar een plattelandswoning en is er thans nog steeds sprake van een bedrijfswoning.

Afbeelding 8 Voormalige bedrijfswoning Berkter Hei 1c

Vastgesteld

7

3 BELEID 3.1.

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 3.4 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Venlo.

3.2.

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;

Vastgesteld

8

▪ ▪

Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen Met het saneren van de voormalige pluimveehouderij de stikstofuitstoot van deze locatie volledig te vervallen. Gelet op de actualiteiten is dit een zeer positieve ontwikkeling. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd.

Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met onderhavig initiatief worden geen van de genoemde belangen geschaad. Op en om de locatie is geen sprake van een gebiedsreservering. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro).

Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL: RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Onderhavig initiatief voorziet in het realiseren van twee woningen en is derhalve ruim onder de grens van 11 woningen waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het functioneel wijzigen van de bestaande woning betreft

Vastgesteld

9

eveneens geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft dan ook niet aan de ladder getoetst te worden.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). In de Omgevingsvisie wordt de lange termijn visie (2030-2050) beschreven. Er wordt continue gezocht naar de goede balans tussen beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie komen vraagstukken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen. Daarnaast komen er ook autonome vraagstukken aan bod die van groot provinciaal belang zijn. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij het uitgangspunt. Het document is dynamisch en flexibel, dit biedt mogelijkheden om het document te actualiseren met het oog op (eventuele) toekomstige veranderingen. In de Provinciale Omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen.

In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg.

De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een

Vastgesteld

10

grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk.

Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf.

Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het saneren van een voormalig agrarisch bedrijf, te midden van een kleinschalig wooncluster c.q. bebouwingsconcentratie, in het buitengebied van Venlo. Rondom het voormalige agrarisch bedrijf zijn uitsluitend burgerwoningen gelegen waardoor het agrarisch bedrijf ter plaatse thans zorgde voor beperkingen en belemmeringen zoals geur en stikstof ten opzichte van de woningen alsmede mogelijke toekomstige ontwikkelingen in de directe omgeving. Met het saneren van de agrarisch opstallen komen deze beperkingen en/of belemmeringen dan ook te vervallen en is er sprake van een milieuwinst voor de omgeving alsmede het nabijgelegen natuurgebied de Maasduinen.

Daarnaast is er met het saneren van de agrarische opstallen sprake van ontstening (in totaal circa 3.945 m² aan opstallen en 2.030 m2 aan verharding) van het buitengebied en een aanzienlijke kwaliteitsverbetering van de locatie en haar omgeving. Om de economische uitvoerbaarheid te kunnen waarborgen zijn er twee woningbouwkavels beoogd ter plaatse van het voormalige agrarische bedrijf en zal de bestaande bedrijfswoning functioneel gewijzigd worden naar een burgerwoning.

Vastgesteld

11

Het realiseren van nieuwe woningen elders binnen het stedelijke gebied is voor initiatiefnemer niet haalbaar aangezien zij daar geen gronden in bezit heeft Daarnaast wordt met de realisatie van twee woningbouwkavels op deze locatie aangesloten op de omliggende woonbebouwing. Een woongebruik sluit aan bij de omgeving en zorgt voor een passende invulling c.q. afronding van de locatie. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief daarom binnen de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. 3.3.2 Ontwerp Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. Op dit moment geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 juli 2022) is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige gaat vervangen.

De volgende regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Omgevingswaarden wateroverlast; ▪ Boringsvrije zone Venloschol; ▪ Wonen, werken en recreëren; De ontwerp Omgevingsverordening is momenteel nog niet in werking getreden. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hieronder is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. 3.3.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Tot het moment dat de Omgevingsverordening Limburg in werking treedt (verwachte inwerkingtreding: 1 juli 2022) geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014 nog. In de Omgevingsverordening bevat de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019.

De volgende regels uit de Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Regionale wateroverlast – normering 1:25; ▪ Boringsvrije zone – Venloschol. Regionale wateroverlast In de Omgevingsverordening is voor verschillende te onderscheiden gebieden een norm opgenomen waarin is aangegeven waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moeten zijn ingericht. Het plangebied ligt in het buitengebied van Venlo. Voor het buitengebied is de referentienorm voor wateroverlast vastgesteld op 1:25. Dit wil zeggen dat in totaal 14,6 dagen per jaar wateroverlast kan optreden binnen het plangebied. Echter de kans op daadwerkelijke wateroverlast is kleiner dan de norm. Gesteld kan worden dat de kans op wateroverlast kleiner is dan 4% per jaar, zodoende kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd.

Vastgesteld

12

Boringsvrije zone Venloschol Het is in het gebied Venloschol beneden 5 meter +NAP verboden: a. Een boorput te hebben; b. De grond te roeren; c. Een gesloten bodemenergiesysteem te hebben; d. Werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Betreffend perceel ligt op circa 26,7 m +NAP. Dit betekent dat in het kader van de Venloschol in de praktijk de bodem tot een diepte van 21,7 meter geroerd kan worden. Dit is in dit geval echter niet aan de orde. Aan het plangebied is de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’ toegekend om diepe boringen zonder de daarvoor noodzakelijke vergunning te voorkomen. 3.3.4 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Venlo heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Horst aan de Maas, Gennep, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venray en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld.

Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Venlo gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 538 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venlo gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren.

Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. ▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad.

Vastgesteld

13

▪

Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

Middels onderhavig initiatief wordt de bestaande agrarische bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning en worden ter plaatse van het reeds gesaneerde agrarische bedrijf Berkter Hei 1a twee nieuwe woningen gerealiseerd. Zodoende is er sprake van twee extra woningen. Met het saneren van de agrarische bedrijvigheid ter plaatse van de locatie Berkter Hei 1a is sprake van een grote ontstening van het buitengebied. Tevens wordt hiermee de laatste agrarische bedrijvigheid ter plaatse van dit wooncluster gesaneerd waardoor er sprake is van een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat en milieuwinst van de omgeving. Daarnaast is er ook sprake van een grote afname van de gebruikersintensiteit met een positief effect op het woon- en leefklimaat. Qua vorm en uitstraling van de nieuwe woningen wordt aangesloten op de omliggende bebouwing. De woningen worden niet specifiek ingericht voor starters of ouderen. Desondanks de ligging in het buitengebied heeft de gemeente Venlo aangegeven medewerking te verlenen aan dit initiatief omdat daarmee de agrarische bedrijfslocatie te midden van de burgerwoningen wordt gestaakt en de dynamische woningbouwprogrammering nog ruimte biedt voor het realiseren van woningen binnen het Klavertje 4-gebied.

Concluderend kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling aansluit op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Strategische Visie Venlo 2040 In 2021 heeft de gemeente Venlo de Strategische Visie 2040 vastgesteld. Met de strategische visie Venlo 2040 geeft de gemeente Venlo een afwegingskader mee op basis waarvan toekomstige besluiten kunnen worden afgewogen en nieuwe ontwikkelingen binnen breder perspectief kunnen worden geplaatst. In de visie is vastgelegd hoe Venlo zich tot 2040 zal moeten ontwikkelen. Centraal in de Strategische visie staan vijf opgaven: ▪ Gezondheid De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezondere levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen de economie maar ook de inwoners hebben geprofiteerd. Daarnaast heeft ook de vrijetijdseconomie een impuls gekregen hierdoor. Het is van belang dat Venlo niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging bekend staat maar ook vanwege de mogelijkheden om te wandelen, fietsen, ontspannen en te genieten van de regiogebonden voeding en producten. ▪ Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren maar ook niet-Venlonaren zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van de economie. Dit vraagt om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen.

Mede door deze toename is het noodzakelijke om te voorzien in passende woonruimte voor alle doelgroepen. Woningbouw vindt hierbij vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. Ontmoeten moet centraal blijven staan, de openbare ruimte en de voorzieningen vervullen hierbij een belangrijke rol. ▪ Ruimte voor ontwikkeling De binnenstad is in de afgelopen jaren steeds groener geworden, historische waterlopen zijn zichtbaar en er is een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. De klimaatopgave is gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen, zo heeft de grond deels een andere invulling gekregen, wordt de ruimte tussen de kernen opengehouden en gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus.

Vastgesteld

14

▪

▪

Werken in Venlo De visie is om van een grijze grensgemeente naar een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied te gaan. Er dient gekeken te worden naar goede ontsluiting en bereikbaarheid van de regio, waarbij ook de veiligheid en leefbaarheid van degene die in de nabijheid van deze verkeersaders wonen en leven van groot belang is. Het logistieke belang van Venlo groeit door digitalisering en robotisering. Er wordt binnen de logistiek dan ook ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. Maar ook op het gebied van maakindustrie en agribusiness staat het vergroten van de toegevoegde waarde centraal. Grenzeloos De ligging aan de Duitse grens is een gegeven en zal niet veranderen. Echter wordt dit gegeven niet optimaal benut. Er wordt ingezet op het vergroten van deze grensligging en het gebruik maken van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaar aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen zal hierdoor veel hechter worden.

Onderhavig bouwplan draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk woonklimaat, waarbij de voormalige agrarische bedrijvigheid gestaakt zal worden en ter plaatse de mogelijkheid wordt gecreërd om twee burgerwoningen te realiseren en de voormalige bedrijfswoning als burgerwoning in gebruik te nemen. De ontwikkeling draagt dan ook bij aan het creëren van een ‘Thuis in Venlo’. Desondanks dat het plangebied niet is gelegen binnen de huidige stedelijke contouren is woningbouw passend op deze locatie. Er zijn reeds diverse burgerwoningen gelegen, met onderhavige ontwikkeling worden er woningen aan dit wooncluster toegevoegd en wordt de agrarische functie juist gesaneerd. Met het saneren van de agrarische functie komen beperkingen/belemmeringen zoals geur en stikstof ter plaatse te vervallen. Hierdoor wordt de kwaliteit van het woonmilieu ter plaatse versterkt. Het initiatief is dan ook niet in strijd met de Strategische Visie Venlo 2040. 3.4.2 Structuurvisie Klavertje 4 De gemeente Peel en Maas, Horst aan de Maas en Venlo en de provincie hebben in 2012 gezamenlijk de intergemeentelijke structuurvisie Klavertje 4-gebied vastgesteld.

De gunstige ligging tussen aanvoer- en afzetmarkten (mainports en Rurhgebied), de goede bereikbaarheid en de sterke, van oudsher aanwezige agrarische en logistieke sectoren, hebben ervoor gezorgd dat de regio rondom Venlo zich heeft ontwikkeld tot één van de vijf Nederlandse Greenports. Rijk, provincie en gemeenten hebben de handen ineengeslagen om de kansen voor een verdere economische ontwikkeling te benutten en een duurzame ruimtelijke-economische structuurversterking te realiseren, geïnspireerd door de Cradle 2 Cradle principes. Dit wordt vormgegeven door de in het Klavertje 4-gebied omvangrijke werklandschappen te

Afbeelding 9 Uitsnede structurenkaart (rood plangebied)

Vastgesteld

15

ontwikkelen in de sectoren trade & logistics, agro & food en de maakindustrie. Het Rijk hecht veel waarde aan de gebiedsontwikkeling en heeft Greenport Venlo in de Crisis- en herstelwet aangewezen als project van nationaal belang. Hierdoor is wet- en regelgeving omtrent het omgevingsrecht vereenvoudigd en kan gebruik worden gemaakt van kortere procedures. Het plangebied is gelegen in de Robuuste Groenstructuur (RGS) en is op basis van de structurenkaart aangeduid als ‘Mozaïeklandschap’ en ‘ontwikkelingen dragen bij aan verbeteren ecologische verbinding’. Onder de RGS vallen het Beekdal- en Mozaiëklandschap. Binnen de RGS is het primaire doel de versterking van de natuur- en landschapswaarden door de aanleg van een samenhangend en robuust ecologisch netwerk. Om tegenwicht te bieden aan de grootschalige verstedelijking – en het daarmee samenhangende verlies van de nu aanwezige kwaliteiten – is het noodzakelijk het aanwezige groene casco een stevige impuls te geven en om het ‘sense of place’ opnieuw te ontwikkelen en te versterken. Ook voor dieren en planten is het nodig dat leefgebieden worden vergroot en verbonden. Door versnippering van het buitengebied worden de leefgebieden immers kleiner. Dit is één van de belangrijkste oorzaken voor een afname van soorten planten en dieren.

Ook voor mensen is de RGS aantrekkelijk, zeker voor degene die wonen in het gebied of de daaraan grenzende kernen. De doelstelling van het gebied is een minder intensief gebruik ten gunste van de natuurontwikkeling. Het uitplaatsen van (agrarische) bedrijven, ontstening en aanleg van groen en water moeten dit doel dichterbij brengen. Bedrijven in het buitengebied van het Klavertje 4-gebied die hun bedrijf beëindigen kunnen hiervoor gebruik maken van de beëindigings- en verplaatsingsregeling. Doormiddel van deze regeling wordt gestimuleerd om bedrijven uit het buitengebied te verplaatsen ofwel te beëindigen. Het toevoegen van economische functies (zoals verblijfsfuncties) wordt met deze regeling mogelijk gemaakt. De economische functie fungeert hierbij als kostendrager en daarmee als stimulans. Het toevoegen van verblijfsfuncties zoals woningen en bedrijfswoningen gebeurt, bij voorkeur, geconcentreerd in de linten en clusters.

Het toevoegen van verblijfsfuncties is mogelijk buiten de werklandschappen en bij voorkeur buiten het beekdal- en mozaïeklandschap, met inachtneming van de volgende beoordelingsaspecten: ▪ In het algemeen geldt dat in het Klavertje 4-gebied niet meer woningen/verblijfsfuncties worden toegevoegd dan is afgesproken in het Masterplan, zijnde 150 woningen of 15 ha in de periode tot 2040; ▪ Initiatieven geven invulling aan het duurzame en innovatieve concept van Greenport Venlo, bij voorkeur agrogerelateerd; ▪ Initiatieven zijn gericht op verbetering van de landschaps- en omgevingskwaliteit; ▪ Initiatieven houden rekening met de bedrijfsvoering en bestaande bedrijven in de omgeving, dit geldt ook voor toekomstige bedrijven in de werklandschappen; ▪ Initiatieven passen binnen de beschikbare milieuruimte; ▪ Initiatieven passen binnen het gemeentelijk beleid voor wonen, recreatie en toerisme. Tevens gelden er voor het toevoegen van (bedrijfs)woningen nog aanvullende voorwaarden. Aangezien de marktvraag – op basis van de aanbodanalyse uit 2011- beperkt is en de regio te maken krijgt met bevolking stabilisatie, wordt zorgvuldig omgegaan met het toevoegen van woningen. Om de verbetering van de landschapskwaliteit te bevorderen, blijft het toevoegen van een (klein) aantal woningen mogelijk.

Daarom zijn de volgende aanvullende voorwaarden gesteld voor het toevoegen van (bedrijfs)woningen: ▪ Woningbouw is niet projectmatig van aard; ▪ Woningbouw mag niet concurrerend zijn met (doelgroepen van) woningbouwprojecten in de omgeving. Conclusie In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt een agrarisch bedrijf te midden van een wooncluster gesaneerd, hiermee wordt enerzijds voorzien in een kwaliteitsverbetering van de locatie en haar omgeving, anderzijds komt hiermee de geur- en stikstof uitstoot ter plaatse volledig te vervallen. Om het saneren van het agrarisch bedrijf economisch haalbaar te maken zullen er twee verblijfsfuncties ter plaatse worden toegevoegd.

Vastgesteld

16

De programmatische ruimte voor nieuwe verblijfsfuncties, in het Klavertje – 4 gebied, is gelimiteerd tot 150 wooneenheden of 15 ha in de periode tot 2040. Tot op heden zijn er nog maar twee van deze 150 wooneenheden gerealiseerd en zijn er 4 in procedure. In het kader van de dynamische woningbouwprogrammering wordt in principe geen medewerking verleend aan nieuwe woningbouwinitiatieven, uitgezonderd voor een enkele woning en mits passend binnen de woningbehoefte van het deelgebied. Derhalve is er nog meer dan voldoende programmatische ruimte om de woningen te realiseren. Daarnaast is het toevoegen van woningen toegestaan indien dit noodzakelijk is om de bedrijfsbeëindiging financieel mogelijk te maken. Het toevoegen van verblijfsfuncties, waaronder woningen, is het meest passend nabij andere woningen. Het plangebied vormt een van de weinige woonbebouwingsclusters binnen het Klavertje 4 gebied. Het realiseren van twee nieuwe woningen binnen dit wooncluster vormt dan ook enerzijds een passende invulling c.q. afronding en anderzijds een mooie vervanging van het voormalige agrarische bedrijf. Gelet op de kleinschaligheid van het initiatief, zijnde het realiseren van twee woningbouwkavels en het functioneel wijzigen van de bestaande bedrijfswoning, is er geen sprake van een projectmatige ontwikkeling.

Met het saneren van de agrarische opstallen ondergaat de locatie een aanzienlijke kwaliteitsimpuls, het oppervlakte aan verharding neemt aanzienlijk af en de milieubelasting zoals geur en stikstof komt te vervallen. Er is dan ook sprake van een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat op de locatie en in de omgeving. Daarnaast neemt ook de gebruikersintensiteit, zoals het aantal verkeersbewegingen van zwaar verkeer, van en naar de locatie aanzienlijk af, wat eveneens een positief effect heeft op het woon- en leefklimaat van mens, dier en plant. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is tevens een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit inpassingsplan zorgt enerzijds voor een verbetering en versterking van de robuuste groenstructuur/ ecologische verbindingszone en anderzijds voor een kwaliteitsverbetering van het gebied. Het inpassingsplan vormt een onderdeel van het ‘grotere’ inpassingsplan voor het Klavertje - 4 gebied. De realisatie van de twee woningbouwkavels en het functioneel wijzigen van de bestaande bedrijfswoning past uit economisch oogpunt bij de integrale gebiedsvisie voor deze locatie. Het initiatief is dan ook in lijn met de Structuurvisie Klavertje 4. 3.4.3 Woonvisie 2021-2026 In september 2021 heeft de gemeenteraad van Venlo de Woonvisie 2021-2026 vastgesteld.

In de Woonvisie 2021-2026 legt de gemeente Venlo de prioriteiten van het lokale woonbeleid voor de komende jaren vast. De visie geeft inhoud en richting aan de ontwikkelingen in de sociale volkshuisvesting. Daarbij wordt concreet ingezet op de komende vijf jaar, met een doorkijk naar de jaren daarna, voor wat betreft de lange termijn ontwikkelingen die de gemeente in het oog willen houden. Met de woonvisie 2021-2026 wordt tevens een bijdrage geleverd aan het bereiken van het toekomstbeeld van de Strategische Visie Venlo 2040. De huidige uitdagingen op de woningmarkt zijn niet gering, de markt is volop in bewegingen. Dat heeft positieve kanten, maar ook een keerzijde. Gemeente Venlo wil inzetten op het benutten van die positieve kanten van de huidige bewegingen op de woningmarkt, zonder hierbij de negatieve kanten uit het oog te verliezen. Hierbij zijn drie hoofdthema’s geformuleerd. Voor ieder hoofdthema zijn doelstellingen geformuleerd om flexibiliteit te behouden en in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. Bij de doelstellingen wordt uitgegaan van de principes: versnellen, verbinden en vernieuwen. De drie hoofdthema’s zijn: ▪ Een robuuste woningvoorraad Een woningvoorraad die voldoende ruimte biedt voor de gewenste ontwikkeling van de stad en de diverse doelgroepen.

Maar ook een woningvoorraad die kan meebewegen met groei en krimp van verschillende doelgroepen en kwalitatief passend is bij de wensen van de huidige en toekomstige inwoners van Venlo. Het is noodzakelijk te versnellen om te komen tot een robuuste woningvoorraad, maar de verbinding met andere opgaven dient niet uit het oog te worden verloren. Daarnaast dient er gekeken te worden naar vernieuwde concepten om een impuls te kunnen geven aan de woningvoorraad. ▪ Beschikbaarheid en betaalbaarheid

Vastgesteld

17

Het is noodzakelijk om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van de woningvoorraad in het oog te houden. Waar nodig moet versnelt worden om knelpunten rondom de beschikbaarheid en betaalbaarheid op te lossen. Dient de verbinding tussen de diverse doelgroepen en de Venlose woningmarkt te worden gestimuleerd en wordt er gekeken naar het toepassen van vernieuwde woonconcepten om een bijdrage te leveren aan de woningmarkt. ▪ Wonen en zorg Wonen en zorg zijn tegenwoordig onlosmakelijk met elkaar verbonden, mede door de groeiende vergrijzing. Er moet versnelt worden om passende woonruimtes in combinatie met zorg te kunnen garanderen, vernieuwde woonconcepten zouden hierbij een uitkomst kunnen bieden. Ook dient ingezet te worden op het verbinden met de sociale woonomgeving, zoals sociaal contact en ruimte voor ontmoeting. Gemeente Venlo kent diverse stadsdelen en kernen, het is noodzakelijk per stadsdeel en kern te kijken naar de locatie specifieke uitgangspunten. Het projectgebied is gelegen in ‘Venlo overig’, hier gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Een robuuste woningvoorraad o Nieuwe woningbouwlocaties enkel binnen contour, hierbij vooral inzetten op transformatie van locaties en functies die met huidig gebruik geen toekomst meer hebben; o Aandacht voor kwetsbare wijken.

▪ Beschikbaarheid en betaalbaarheid o Aandacht voor eenzijdige voorraad op wijkniveau (concentratie sociale huurwoningen); ▪ Wonen en zorg o Opgave voor geclusterde woonvormen voor ouderen op de korte termijn; o Opgave voor 24-uurs zorgvoorzieningen voor ouderen op de korte termijn. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het realiseren van twee woningbouwkavels en het functioneel wijzigingen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Desondanks dat de locatie niet gelegen is in de stedelijke contour, is er conform de structuurvisie Klavertje 4 wel programmatische ruimte voor nieuwe verblijfsfuncties ter plaatse te realiseren. Mede gelet op het feit dat de nieuwe woningbouwkavels te midden van een bestaand wooncluster worden gerealiseerd is deze ontwikkeling op deze locatie dan ook zeer passend. Het initiatief speelt in op het toevoegen van kwaliteit en diversiteit aan de woningvoorraad en het aantrekkelijk maken van de woonomgeving. Onderhavige ontwikkeling is dan ook passend binnen de woonvisie van de gemeente Venlo. 3.4.4 Dynamische Woningbouwprogrammering De dynamische woningbouwprogrammering (DWP) is een lokaal uitvoeringsinstrument, waarbij de gemeente Venlo invulling geeft aan de woningbouwkaders uit de woonvisie en de Strategische Visie 2030. De DWP is op 26 april 2011 vastgesteld in het college van B&W.

De gemeente geeft in de DWP aan te kijken naar drie elementen als het gaat om de planvoorraad (initiatieven): mate van gebondenheid, financiële betrokkenheid/risico’s gemeente en doelen van de stad. De eerste schifting wordt gemaakt door te kijken naar de mate van gebondenheid (juridische status). Binnen de mate van gebondenheid zijn drie categorieën te onderscheiden, per categorie is aangegeven hoe met de initiatieven en plannen omgegaan wordt: ▪ Categorie 1. In aanbouw/ omgevingsvergunning / bestemmingsplan Het gaat hier om harde plannen die al in uitvoering zijn, of een omgevingsvergunning hebben of waarbij het bestemmingsplan onherroepelijk is. Aan deze plannen zal gemeente Venlo gewoon medewerking (blijven) verlenen. Ook wordt vanuit de gemeente niet actief gestuurd op een eventuele verandering van het programma of een andere fasering. Uiteraard staat het initiatiefnemers vrij op basis van actuele marktvraag in gesprek te gaan met de gemeente om te komen tot een bijstelling van het programma in kwantitatieve en kwalitatieve zin of fasering. ▪ Categorie 2. In voorbereiding (SOK/ROK) Bij deze plannen bestaat een mate van gebondenheid. Er liggen overeenkomsten aan ten grondslag, bekrachtigd door tenminste een b en w besluit. Per plan kan de mate van gebondenheid verschillen en dit bepaalt de vrijheid die de

Vastgesteld

18

▪

gemeente heeft nog te sturen in programma en fasering. Het moet dus mogelijk zijn en blijven om in gesprek te gaan met de ontwikkelaars om te komen tot een kwantitatieve en kwalitatieve bijstelling en/of aanpassing van de fasering op basis van de actuele marktsituatie. Categorie 3. Ontwikkellocatie (geen afspraken) Dit zijn initiatieven waar nog geen afsprakenkader onder ligt. Gemeente is hier niet gebonden aan het plan en heeft dus nog de vrijheid om te beslissen over eventuele medewerking, het programma en fasering.

Namens het college van burgemeester & wethouders van Venlo is met betrekking tot het onderhavige initiatief al besloten om principe-medewerking te verlenen, dit aangezien de programmatische ruimte voor nieuwe verblijfsfuncties reeds mogelijk is gemaakt binnen de Structuurvisie Klavertje 4. Hierdoor kan dit woningbouwinitiatief gekwalificeerd worden als een 'categorie 2-plan'. Bij categorie 2-plannen respecteert de gemeente Venlo de afspraken die gemaakt zijn, maar stuurt waar mogelijk aan op een aanpassing van het programma via een aangepaste fasering c.q. temporisering.

Vastgesteld

19

4 PLANBESCHRIJVING Initiatiefnemer in voornemens het voormalige agrarische bedrijf ter plaatse te saneren en hiermee aan bijdrage te leveren aan de actuele stikstofproblematiek. Met het saneren van het voormalig agrarisch bedrijf komen namelijk ook de beperkingen/belemmeringen ten aanzien van geur- en stikstofuitstoot ter plaatse te vervallen. Om de sanering economisch mogelijk te maken bestaat het voornemen ter plaatse van het voormalige agrarische bedrijf aan de Berkter Hei 1a twee woningbouwkavels op te richten en tevens de bestaande bedrijfswoning Berkter Hei 1c om te zetten naar een burgerwoning. In het kader van onderhavige ontwikkeling is tevens overleg gevoerd met de naastgelegen buren inzake eventuele grondruil/aankoop. Onderstaand verkavelingsplan geeft een beeld van de mogelijke verkaveling van het plangebied. De exacte grootte van de nieuwe percelen en de positionering van de kadastrale grenzen is echter slechts nog indicatief.

Afbeelding 10 Verkavelingsplan indicatief

4.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Bij de opstelling van dit bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten voor de realisatie van twee nieuwe woningen binnen het plangebied; ▪ De bestaande voormalige bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning; ▪ De achterzijde van het plangebied dient een natuurbestemming te krijgen om de groene zone tussen de woningen en het achterliggende bedrijf te waarborgen. ▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Venlo dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Trade Port Noord en park Zaarderheiken” zoals dat thans voor het plangebied geldt;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/109/documents/3390