006 bijl01 Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan Trefcenter.pdf
Tekst van het document
Hoofdstuk 4
47
5.
JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding Een bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen en overige aanduidingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de verbeelding en de regels.
5.2 Systematiek herziening In deze paragraaf wordt uiteengezet de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden. Voorliggende herziening betreft een herziening van het geldend bestemmingsplan ‘Trefcenter', zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo op 24 juni 2015. Hierdoor is sprake van een afwijkende opzet in vergelijking met een regulier bestemmingsplan. Onderhavige herziening heeft betrekking op:
Het optimaliseren van de reeds toegestane functionele mogelijkheden. In het huidige bestemmingsplan is binnen de bestemming 'Detailhandel – perifere detailhandel' reguliere detailhandel slechts toegestaan binnen daarvoor aangewezen gebieden. Middels onderhavige herziening worden de reeds toegestane vierkante meters aan reguliere detailhandel en supermarkten verdeeld over het gehele plangebied van het Trefcenter. Derhalve zijn de aanduidingen 'specifieke vorm van detailhandel – 1' en 'specifieke vorm van detailhandel – 2' gewijzigd en is het aantal reeds toegestane vierkante meters aan reguliere detailhandel (13.900 m2 bvo) en supermarkten (16.750 m2 bvo) verdeeld en zelfs verminderd over het plangebied.
Voor het inzichtelijk krijgen van de volledige planologische situatie binnen het plangebied is het noodzakelijk om naast deze herziening ook het vigerend bestemmingsplan Trefcenter te raadplegen.
Hoofdstuk 5
48
5.3 Opbouw planregels herziening De regels van de herziening bestaan uit drie hoofdstukken waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012. De hoofdstukken zijn als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 – Inleidende regels Hoofdstuk 1 van de planregels bevat het volgende artikel:
begrippen: in dit artikel zijn de van belang zijnde begrippen opgenomen overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012. algemene bepaling: in dit artikel is aangegeven dat op onderhavige herziening de verbeelding en de regels van het vigerend bestemmingsplan overeenkomstig van toepassing zijn. Tevens is in dit artikel aangegeven op welke onderdelen de artikelen uit het vigerend bestemmingsplan worden aangepast.
Hoofdstuk 2– Algemene regels Hoofdstuk 2 van de planregels bevat het volgende artikel:
anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Opname van deze bepaling is verplicht overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening;
Hoofdstuk 3 – Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 3 van de planregels bevat de volgende artikelen:
overgangsrecht: in deze regels wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik. slotbepaling: deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Hoofdstuk 5
49
6.
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. In de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een bestemmingsplan welke nieuwe bouwmogelijkheden schept, maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemers van het plan. Onderhavig bestemmingsplan betreft een herziening waarin de reeds toegestane functies optimaler zijn verspreid binnen het gehele plangebied. De diverse verschuivingen van de reeds toegestane functies, zijn geen aangewezen bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Er is dan ook geen sprake van wettelijk verplicht kostenverhaal.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. In het kader van het vooroverleg onderhavig bestemmingsplan naar diverse adviesinstanties verstuurd. Het verslag van het wettelijk vooroverleg is als bijlage bij onderhavig bestemmingsplan toegevoegd. Onderstaand worden de reacties die zijn binnengekomen samengevat: 1. Provincie Limburg Reactie: Het plan bevat geen provinciale belangen. Indien dit zo blijft hoeft de provincie ook in de verdere procedure niet bij dit plan te worden betrokken. Standpunt: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 2. Veiligheidsregio Limburg Noord Reactie: De Veiligheidsregio Limburg Noord heeft laten weten geen aanleiding te zien om een nieuw advies op externe veiligheid uit te brengen en dat de voorwaarden externe veiligheid uit het vigerende bestemmingsplan overeind blijven. Dit dient in de paragraaf externe veiligheid te worden verwerkt.
Hoofdstuk 6
50
Standpunt gemeente: De adviezen van de Veiligheidsregio zijn verwerkt in de paragraaf externe veiligheid van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan, teruggekoppeld met initiatiefnemers en worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de plannen. 3. Waterschap Limburg Reactie: In principe verandert er niets, maar bij zo’n grote ontwikkeling is aandacht voor de waterhuishouding wel op zijn plaats. Het advies is om goed te kijken of er mogelijkheden zijn om af te koppelen en het plan klimaatneutraal/adaptief te maken. Standpunt: Het advies is teruggekoppeld met de initiatiefnemers en wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van de plannen. Terinzagelegging ontwerp-bestemmingsplan/zienswijzen Het ontwerp-bestemmingsplan heeft van 24 maart 2022 tot en met 4 mei 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn diverse zienswijzen tegen het plan ingediend. Deze zienswijzen zijn beknopt samengevat en voorzien van een onderbouwd gemeentelijke reactie/standpunt. Een aantal van de zienswijzen heeft geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Kortheidshalve wordt hierbij verwezen naar de inhoud van de zienswijzennota die hier als herhaald en ingelast beschouwd dient te worden (zie bijlage 9).
Hoofdstuk 6
51
7.
PROCEDURE De procedure voor een bestemmingsplan staat beschreven in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De wettelijke procedure start met de kennisgeving ex artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De volledige bestemmingsplanprocedure vanaf ontwerp bestemmingsplan ziet er vervolgens als volgt uit: Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door eenieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; Algemene bekendmaking van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan geschiedt binnen twee weken na de vaststelling danwel na 6 weken indien door als zienswijze is ingediend, danwel indien het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld ten opzichte va het ontwerp bestemmingsplan. Burgemeester en wethouders plaatsen de kennisgeving van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan tevens in de Staatscourant en voorts geschiedt deze langs elektronische weg.
Gelijktijdig verzenden zij de kennisgeving, zoals bedoeld in de vorige volzin, langs elektronische weg aan de diensten en bestuursorganen als bedoeld in artikel 3.8, lid 1 sub b Wro, en stellen zij het besluit met de hierbij behorende stukken langs elektronische weg beschikbaar; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Hoofdstuk 7
52
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl