006 bijl01 Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan Trefcenter.pdf
Tekst van het document
Herziening bestemmingsplan Trefcenter Gemeente Venlo
Herziening bestemmingsplan Trefcenter Gemeente Venlo
Rapportnummer:
P02179_14
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.0983.BP202114HerzTrefc-VA01
Datum:
december 2023
Projectteam BRO:
ROs
Concept:
23 februari 2022
Ontwerp:
maart 2022
Vaststelling:
februari 2023
Bron foto kaft:
BRO, abstract
BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
TOELICHTING
2
Inhoudsopgave
1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 4 5 7
2.INHOUD HERZIENING
7
3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid
12 12
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.1.3 Wet milieubeheer 3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.2 Regionaal beleid
12 13 16 17 17
3.2.1 Visie Bedrijventerreinen Noord Limburg 3.3 Provinciaal beleid
17 18
3.3.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 3.3.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 3.4 Gemeentelijk beleid
18 20 21 22
3.4.1 Strategische Visie Venlo 2040 3.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie 2014 3.4.3 Omgevingsprogramma Retail (concept)
22 24 25
4.ONDERZOEKSASPECTEN 4.1 Inleiding
27 27
4.1.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit 4.1.2 Geluid 4.1.3 Luchtkwaliteit 4.1.4 Milieuzonering 4.1.5 Externe veiligheid 4.1.6 Milieueffectrapportage 4.2 Kabels en leidingen 4.3 Ecologie 4.4 Waterhuishouding 4.5 Archeologie en cultuurhistorie
27 27 28 30 30 33 33 33 35 36
4.5.1 Archeologie 4.5.2 Cultuurhistorie 4.6 Verkeer en parkeren
36 36 36
4.6.1 Verkeer 4.6.2 Parkeren
Inhoudsopgave
37 43
1
5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Systematiek herziening 5.3 Opbouw planregels herziening
48 48 48 49
6.ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
50 50 50
7.PROCEDURE
52
SEPARATE BIJLAGEN: Bijlage 1: Inrichtingsplan Bijlage 2: Effectenanalyse Bijlage 3: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 4: Verslag voorontwerp Bijlage 5: Definitieve geactualiseerde notitie parkeren Bijlage 6: Definitieve notitie verkeer Bijlage 7: Quickscan Flora en Fauna Parkeerterrein Bijlage 8: Nota van zienswijzen
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Enkele jaren geleden hebben de eigenaren van het Trefcenter Venlo de ambitie uitgesproken om het perifere retailcluster Trefcenter te versterken en toekomstbestendig te maken. Hiervoor zijn diverse initiatieven ontplooid om het Trefcenter en het direct aanliggende gebied te ontwikkelen tot hét cluster van grootschalige retail in de Euregio. De ambitie is om de bovenregionale functie van het perifere retailcluster Trefcenter te versterken en daarmee de toekomstbestendigheid van het winkelgebied en Venlo als koopstad te waarborgen. Hiervoor zijn verschillende verbeterpunten gedefinieerd. Om die ambitie te bewerkstelligen zijn medio 2017 verschillende initiatieven voor het Trefcentergebied samengebracht in de ‘Toekomstvisie Trefcenter Venlo’. Deze gezamenlijk tot stand gekomen en gedragen visie bevat verschillende verbeterpunten, aanpassingen en ontwikkelingen om het Trefcentergebied te versterken en toekomstbestendig te maken. Bij besluit van 10 oktober 2017 heeft het College van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Venlo in beginsel ingestemd met de ‘Toekomstvisie Trefcenter Venlo’ en de daarin opgenomen verbeterpunten. De gemeente Venlo heeft daarmee tevens medewerking verleend aan de verdere uitwerking van die visie in een ruimtelijk uitwerkingsplan.
Naar aanleiding van de principemedewerking van de gemeente Venlo is er op 12 december 2018 een intentieovereenkomst gesloten tussen de gemeente Venlo en de verschillende vastgoedeigenaren binnen het Trefcenter. In de intentieovereenkomst spreken de vastgoedeigenaren en de gemeente de intentie uit om de in de Toekomstvisie aangegeven verbeterpunten voor het Trefcenter verder uit te werken en waar mogelijk uit te voeren met inachtneming van een aantal door de gemeente opgestelde uitganspunten en randvoorwaarden. Inmiddels zijn deze verbeterpunten nader omschreven en uitgewerkt in een uitwerkingsplan. De verbeterpunten uit het uitwerkingsplan hebben grotendeels betrekking op een beperkt aantal gewenste verschuivingen van de reeds toegestane functies uit het vigerend bestemmingsplan binnen het Trefcentergebied. Zo zal dit plan voorzien in de verplaatsing en gedeeltelijke vergroting (van 900 naar 2.150 m2 brutovloeroppervlakte (hierna: “bvo”)) van de reeds op het Trefcenter gevestigde Lidl-supermarkt. Het totaal aantal toegestane supermarkten wordt nu beperkt tot twee, terwijl op grond van het vigerende bestemmingsplan daarvoor geen maximum was gesteld.
Specifiek in het centrale deel van de bebouwing genoemd “Trefbox” wordt het aantal toegestane supermarkten beperkt tot één met een toegestane maatvoering van 4.000 tot 4.300 m2 bvo en is ter plaatse van het aanduidingsvlak ook alleen maar deze functie toegestaan (hier kan dus geen reguliere detailhandel meer worden gevestigd, terwijl tegelijkertijd ook de minimale maatvoering voor één reguliere detailhandelsvestiging van 8.000 m2 bvo is komen te vervallen). Tot slot is ook het maximum aantal toegestane reguliere detailhandelsvestigingen in de Trefbox in dit bestemmingsplan geregeld. Met de voorgestane wijzigingen wordt meer ruimte en flexibiliteit geboden voor een toekomstbestendige invulling van de winkelruimten en wordt daarmee verdergaande leegstand en verpaupering een halt toegeroepen. Tevens wordt er harde plancapaciteit met betrekking tot reguliere detailhandel weggenomen. Om de beoogde verschuivingen van de (reeds toegestane) functionele mogelijkheden binnen het Trefcenter juridisch-planologisch te verankeren is onderhavige planherziening opgesteld.
Hoofdstuk 1
3
1.2 Plangebied Het Trefcenter is onderdeel van het detailhandelscluster op bedrijventerrein De Veegtes in het noordoosten van Venlo. Het Trefcenter wordt omsloten door de Nijmeegseweg in het westen, LJ Costerstraat/Bauhaus in het noorden, de A. van Leeuwenhoekstraat en de Buys Ballotstraat in het oosten en de Straelseweg/Leurs in het zuiden. Het plangebied bestaat grotendeels uit de contouren van het vigerend bestemmingsplan 'Trefcenter'. De globale begrenzing van het plangebied is op onderstaande luchtfoto rood omlijnd.
Hoofdstuk 1
4
1.3 Vigerend bestemmingsplan Op het plangebied is het vigerend bestemmingsplan 'Trefcenter', zoals dat door de gemeenteraad van Venlo op 24 juni 2015 is vastgesteld.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Trefcenter'
De gronden zijn in het vigerend bestemmingsplan bestemd tot: Bedrijf Detailhandel – Perifere detailhandel Groen Verkeer Leiding – riool Waarde Archeologie De bestemmingen binnen het plangebied worden onderstaand toegelicht. Bedrijf Ter plaatse van de huidige Tango zijn de gronden bestemd tot 'Bedrijf'. Binnen deze bestemming is ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' een tankstation toegestaan ten behoeve van de verkoop van brandstoffen (exclusief lpg). Detailhandel – Perifere detailhandel De gronden binnen het plangebied zijn grotendeels bestemd tot 'Detailhandel – Perifere detailhandel'. Binnen het bestemmingsplan wordt detailhandel – perifere detailhandel als volgt gedefinieerd: detailhandel op terreinen of locaties binnen de bebouwde kom, die vanwege de aard van het gevoerde assortiment, de benodigde oppervlakte voor uitstalling van het assortiment, de verkeersaantrekkende werking (waaronder begrepen intensieve dagelijkse bevoorrading), niet inpasbaar zijn in bestaande
Hoofdstuk 1
5
winkel(concentratie)gebieden of de onmiddellijk daaraan grenzende gebieden, waaronder begrepen detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair, woninginrichting en -stoffering, bouwmarkten, boten, campers, caravans en kampeer- en outdoorartikelen, auto's en automaterialen en tuin- en dierbenodigdheden. Onder perifere detailhandel wordt niet verstaan detailhandel in wit- en bruingoed, juweliersartikelen, drogisterijartikelen en detailhandel in sport en spel. De minimale brutovloeroppervlakte dient per detailhandelsvestiging 1.000 m² BVO te bedragen. Binnen deze bestemming zijn er een aantal afwijkende functies toegelaten. Binnen deze bestemming is er namelijk ruimte gemaakt voor (reguliere) detailhandel, horeca en sport. De reguliere detailhandel mag op basis van het vigerend bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel – 1' niet meer dan 15.850 m 2 bvo bedragen, waarbij minimaal één vestiging een brutovloeroppervlakte van minimaal 8.000 m 2 dient te beslaan en waarbij het restant uitsluitend mag worden gebruikt ten behoeve van detailhandel in de vorm van zelfstandige commerciële ruimten (shop-inshop). Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel – 2' is eveneens reguliere detailhandel toegestaan met een maximum van 900 m 2 bvo.
Ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van detailhandel - 1' en 'specifieke vorm van detailhandel - 2' geldt bovendien dat detailhandel, niet zijnde perifere detailhandel, uitsluitend is toegestaan op de begane grond. Ten aanzien van supermarkten geldt deze restrictie niet. Groen Langs de Nijmeegseweg loopt een groenstrook die is bestemd tot 'Groen'. Dit gebied is aangewezen om plantsoenen, groenvoorzieningen, bermen en beplanting, parken en waterhuishoudkundige voorzieningen zoals waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings-en infiltratievoorzieningen te huisvesten. Binnen deze bestemming zijn verhardingen en voet- en rijwielpaden ondergeschikt toegestaan. Parkeren is binnen deze bestemming expliciet niet toegestaan. Verkeer De Nijmeegseweg is gesitueerd in een gebied dat is bestemd als 'Verkeer'. Ook de in- en uitgangen van de Nijmeegseweg naar de parkeerplaats binnen het plangebied vallen binnen deze bestemming. In het gebied dat is bestemd als verkeer wordt gestreefd naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer. Hieronder vallen wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen.
Leiding – Riool De voor 'Leiding – Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse riooltransportleiding. Op deze gronden mag in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. Waarde – Archeologie De voor 'Waarde – Archeologie' bestemden gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Voor het bouwen binnen deze bestemming dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een rapport te worden overleg waarin de archeologische waarden van de gronden die worden verstoord
Hoofdstuk 1
6
door de bouwwerkzaamheden in voldoende mate zijn vastgesteld. Uitzondering op deze regel is nieuwbouw kleiner van 500 m 2 en uitbreidingen kleiner dan 500 m 2.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van de herziening is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse onderzoeksaspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In hoofdstuk 6 komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de procedure verder beschreven.
Hoofdstuk 1
7
2.
INHOUD HERZIENING Het functioneren van bestaande winkels op het Trefcenter dient verbeterd te worden door deze meer of minder ruimte te bieden en/of te verplaatsen naar een meer geschikte locatie in het gebied. Ook is er de wens om het aanbod te versterken door nieuwe trekkers te accommoderen. Enerzijds kunnen dit winkels betreffen die nu elders in Venlo zijn gevestigd, maar op hun huidige locatie niet toekomstbestendig zijn, anderzijds kan het nieuwe grootschalige winkels betreffen welke zich op het Trefcenter willen vestigen. Het is daarbij van het grootste belang om de samenhang met het centrumgebied van Venlo in ogenschouw te houden. Daarbij dient het principe te worden gehanteerd dat het Trefcenter en de binnenstad van Venlo complementair aan elkaar zijn en elkaar versterken. Middels onderhavige herziening worden de reeds toegestane vierkante meters voor (reguliere) detailhandel (m.n. supermarkten) optimaler verdeeld over het plangebied van het Trefcenter. Door deze verdeling zal het Trefcenter toekomstbestendiger worden en wordt de rol van Venlo als centrum van de Euregio versterkt. Verdeling reeds toegestane vierkante meters (reguliere) detailhandel.
In de huidige situatie is reguliere detailhandel slechts toegestaan binnen de daarvoor aangewezen gebieden, middels de aanduidingen ‘specifieke vorm van detailhandel – 1’ en ‘specifieke vorm van detailhandel – 2’, binnen de bestemming 'Detailhandel – perifere detailhandel'. Primair geldt dat onderhavige herziening slechts ziet op een verschuiving van de reeds deels toegestane vierkante meters ten behoeve van (reguliere) detailhandel en wordt dit voor deze functie zelfs verminderd. Volledigheidshalve is in onderhavige toelichting getoetst of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, wanneer de beoogde verschuivingen wel worden gezien als een nieuwe ontwikkeling ten opzichte van de bestaande situatie. Ter plaatse van de Trefbox is op grond van het vigerend bestemmingsplan binnen de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel -1' maximaal 15.850 m2 bvo aan reguliere detailhandel toegestaan. De restrictie die hiervoor geldt is dat één detailhandelsvestiging minimaal 8.000 m 2 bvo moet bedragen en de overige vierkante meters ingezet worden voor zelfstandige shop-in-shop winkels. In de huidige situatie kan hier al lange tijd niet aan voldaan worden, aangezien de AH- XL-vestiging 5.825 m2 bvo beslaat, hetgeen voor deze specifieke winkel al te veel is.
Samen met de overige detailhandelsvestigingen wordt er in de huidige situatie slechts 13.888 m2 bvo aan reguliere detailhandel op de begane grond gebruikt binnen de Trefbox. Op de verdieping wordt in de huidige situatie 858 m2 bvo in gebruik genomen door de AH-XL. Verder geldt ingevolge de gebruiksregels van het vigerend bestemmingsplan onder artikel 4.4.1 sub a dat ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van detailhandel - 1' en 'specifieke vorm van detailhandel - 2' detailhandel, niet zijnde perifere detailhandel, uitsluitend is toegestaan op de begane grond. Deze beperking geldt niet voor supermarkten. Deze mogen namelijk wel op de verdieping worden gerealiseerd op grond van het vigerend bestemmingsplan. Bouwkundig is het namelijk mogelijk om op de verdieping metrages ten behoeve van supermarkten toe te voegen aangezien er een bouwhoogte van 10 meter geldt ter plaatse. In de huidige situatie is dit reeds het geval ter plaatse van de AH-XL, het kantoor en de kantine van de AH-XL zijn namelijk op de verdieping aanwezig. Het maximale toegestane aantal vierkante meters ten aanzien van reguliere detailhandel bedraagt 13.900 m2 bvo ter plaatse van de Trefbox (uitgaande van de omvang van de gebouwen en het feit dat reguliere detailhandel uitsluitend op de begane grond is toegestaan ter plaatse van de aanduidingen
Hoofdstuk 2
8
‘specifieke vorm van detailhandel – 1’). Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel – 2' is maximaal 900 m 2 bvo aan reguliere detailhandel (supermarkt) toegestaan. In totaal is er derhalve binnen het plangebied maximaal 14.800 m2 bvo aan reguliere detailhandel toegestaan. Ten aanzien van supermarken geldt dat het aantal vierkante meters maximaal 16.750 m 2 bvo mag bedragen op grond van het vigerend bestemmingsplan ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van detailhandel – 1’ en ‘specifieke vorm van detailhandel – 2’. Het is wenselijk om de onbenutte vierkante meters t.b.v. de supermarkten elders op het terrein van het Trefcenter binnen het plangebied in te zetten. Middels onderhavige herziening wordt het totaal aantal toegestane vierkante meters voor supermarkten (16.750 m2 bvo) optimaler ingezet maar nog steeds beperkt tot de Trefbox en de locatie van de nieuwe Lidl vestiging. Op grond van het nieuwe bestemmingsplan is binnen het plangebied maximaal 14.290 m2 bvo aan reguliere detailhandel en supermarkten toegestaan. Er is een reductie opgenomen van 2.460m2 bvo t.o.v. de huidige mogelijkheden. Ter plaatse van de Trefbox zijn de maximaal toegestane vierkante meters ten aanzien van detailhandel en supermarkten gezamenlijk teruggebracht naar 12.140m2 bvo. De mogelijkheden t.a.v. reguliere detailhandel zijn beperkt door middel van aanduidingen.
Uitsluitend ter plaatse van de volgende aanduidingen: ‘specifieke vorm van detailhandel – vlak 1’, ‘specifieke vorm van detailhandel – vlak 2’ en ‘specifieke vorm van detailhandel – vlak 3’ is het toegestaan om reguliere detailhandel te realiseren. In de regels is tevens opgenomen wat de maximum metrage mag bedragen ter plaatse van de verschillende aanduidingen en hoeveel winkels er maximaal per vlak mogen worden gerealiseerd: De volgende regels zijn gekoppeld ter plaatse van de verschillende aanduidingen: -
‘specifieke vorm van detailhandel – vlak 1’: maximaal 7 winkels met maximum oppervlakte van 3.850 m2 bvo ‘specifieke vorm van detailhandel – vlak 2’: maximaal 7 winkels met maximum 3.620 m2 bvo ‘specifieke vorm van detailhandel – vlak 3’: maximaal 2 winkels met maximum 370 m2 bvo.
Samengevat zijn er dus maximaal 16 winkels (exclusief 1 supermarkt) toegestaan in de Trefbox met een maximum oppervlak van 7.840 m2 bvo. Dit is een daling ten opzichte van de huidige juridisch-planologische situatie waarin maximaal 13.900 m 2 bvo als reguliere detailhandel in gebruik kan worden genomen binnen de Trefbox. Bovenstaande betekent dus dat in het nieuwe bestemmingsplan 6.060 m2 bvo minder aan reguliere detailhandel in gebruik kan worden genomen binnen de Trefbox. Dit is een positieve ontwikkeling vanuit het oogpunt van het vigerend detailhandelsbeleid in de gemeente Venlo. Daarnaast wordt een unit binnen de Trefbox aangeduid als ‘horeca’. Ter plaatse van deze aanduiding is uitsluitend horeca toegestaan en geen reguliere detailhandel. Onderhavige herziening voorziet niet in het vergroten van het aantal toegestane vierkante meters ten behoeve van (reguliere) detailhandel en supermarkten maar slechts op een optimale spreiding van de reeds toegestane vierkante meters binnen het plangebied en hebben dan ook nog eens specifiek alleen betrekking op supermarkt m 2’s. Voor supermarkten en reguliere detailhandel gezamenlijk is, zoals reeds bovenstaand weergegeven maximaal 14.290 m2 bvo toegestaan binnen het plangebied.
Hoofdstuk 2
9
Ten aanzien van de supermarkten geldt dat er op grond van onderhavige herziening dat supermarkten uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduidingen ‘supermarkt 1’, ‘supermarkt 2’. Binnen deze aanduidingen is alleen het gebruik t.a.v. maximaal 2 supermarkten toegestaan en mag er geen reguliere detailhandel plaatsvinden. Voorts is uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt 1’ ter plaatse van de AH XL toegestaan om de facilitaire ruimtes op de verdieping te hebben. Voor de supermarkt in de Trefbox (ter plaatse van de aanduidingen ‘supermarkt 1’) geldt dat er maximaal 4.300 m2 bvo in gebruik mag worden genomen ten behoeve van 1 supermarkten en deze bovendien minimaal 4.000 m2 bvo dient te bedragen. Voor de Lidl geldt dat er ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt 2’ maximaal 1 supermarkt is toegestaan van maximaal 2.150 m2 bvo. Er is weliswaar sprake van een feitelijke afname van de vierkante meters ten aanzien van supermarkten binnen het Trefcenter, maar m.n. de reeds toegestane vierkante meters worden fors verlaagd. Er is namelijk ten aanzien van supermarkten sprake van een verschuiving van m2 bvo’s (maximaal 1.250 m2 bvo) uit de Trefbox t.b.v. de uitbreiding van de te verplaatsen Lidl ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt 2’.
De totale maximale oppervlakte voor de verplaatste en vergrootte Lidl bestaat uit de verplaatste ‘specifieke vorm van detailhandel - 2’ bestemming uit het vigerend bestemmingsplan (ter grootte van 900 m2 bvo) aangevuld met maximaal 1.250 m2 bvo verplaatsing vanuit de Trefbox. In onderhavig bestemmingsplan is in tegenstelling tot het vigerend bestemmingsplan niet alleen het aantal supermarkten gemaximaliseerd maar ook is de maximum brutovloeroppervlakte t.a.v. supermarkten gemaximaliseerd. Binnen het nieuwe bestemmingsplan zijn namelijk maximaal 2 supermarkten toegestaan, waarvan maximaal 1 binnen de Trefbox en 1 daarbuiten. In het vigerende bestemmingsplan is er geen maximum opgenomen ten aanzien van het aantal supermarkten binnen de Trefbox. Daarnaast zijn op grond van de regels van onderhavig bestemmingsplan ter plaatse van de Trefbox en de nieuwe Lidl-vestiging maximaal 6.450m2 bvo aan supermarkten toegestaan. In het vigerend bestemmingsplan is er binnen het plangebied maximaal 16.750 m2 bvo toegestaan aan supermarkten. Dit is een verlaging van meer dan 10.000 m2 m2 bvo aan supermarkten binnen het plangebied.
Naast de verdeling van de reeds toegestane vierkante meters voor (reguliere) detailhandel over het plangebied wordt middels onderhavige herziening voor 5 perifere detailhandelsvestigingen toegestaan om een lagere brutovloeroppervlakte te hebben dan 1.000 m2 bvo, Volgens de huidige trends en ontwikkelingen is er namelijk behoefte aan kleinere winkelunits. Dit heeft te maken met het feit dat perifere detailhandelszaken tegenwoordig het assortiment ook online aanbieden en internetverkoop de laatste jaren enorm is toegenomen. Aangezien de verkoop van producten tegenwoordig niet meer uitsluitend vanuit de winkel plaatsvindt maar dus ook deels online vanuit het magazijn is er behoefte aan compactere winkelunits en meer magazijnruimte. Aangezien er op het Trefcenter al 5 kleinere perifere detailhandelsvestigingen zijn (waarvan sommige vergund) en dit aansluit bij de hierboven geschetste trends en ontwikkelingen, is ervoor gekozen om dit beperkte aantal rechtstreeks toe te staan. Aanpassing shop-in-shop formule In het vigerend bestemmingsplan is ter plaatse van de Trefbox binnen de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel -1' opgenomen dat er maximaal 15.850 m 2 bvo aan reguliere detailhandel toegestaan.
De restrictie die hiervoor geldt is dat één detailhandelsvestiging minimaal 8.000 m 2 bvo moet bedragen en de overige vierkante meters ingezet worden voor zelfstandige shop-in- shops. Op grond van het vigerend bestemmingsplan wordt met zelfstandige commerciële ruimte het volgende bedoeld: een detailhandelsvestiging, gevestigd in een ruimte binnen een grotere ruimte, die van de rest van de ruimte is afgescheiden door zichtbare afgrenzingen van maximaal 2,00 m hoog, niet is aan te merken als bouwkundig compartiment en door het publiek als zodanig als zelfstandige ruimte wordt ervaren
Hoofdstuk 2
10
(shop-in-shop). Deze bepaling ziet voornamelijk op de bouwkundige aspecten ten aanzien van de indeling van de Trefbox. Functioneel zijn het aparte, zelfstandige winkelunits. Door de afscheiding met de opening aan de bovenkant (max. 2 m hoog) ontstaat visueel het effect dat men de Trefbox in zijn geheel als één winkel ervaart. In de toekomstige situatie zal er nog steeds functioneel sprake zijn van aparte, zelfstandige winkelunits binnen de Trefbox. Echter de bouwkundige afscheiding (zichtbare afgrenzing van maximaal 2 m hoog) zal niet meer aan een maximum worden gebonden in onderhavig bestemmingsplan. Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten Onderhavig bestemmingsplan ziet enkel op het verschuiven van de reeds deels toegestane vierkante meters t.a.v. reguliere detailhandel en supermarkten. De onderliggende bouwregels en bestemmingsvlakken uit het vigerend bestemmingsplan zullen niet wijzigen. Er vinden derhalve geen bouwkundige uitbreidingswerkzaamheden plaats binnen het plangebied. Ten behoeve van de optimalere verdeling van de metrages binnen het plangebied zal het parkeerterrein worden gerenoveerd. Bestaande bomen op plekken waar nu en in de toekomstige inrichting groenvlakken aanwezig zijn, worden ingepast. Daarnaast zullen de voetgangersroutes worden verlegd om betere verbindingen aan te leggen en worden er terrassen aangelegd.
Derhalve zal de verblijfskwaliteit en beleving van het plangebied aanzienlijk worden verbeterd. Hiermee zal het aantrekkelijker worden voor bezoekers en winkeliers. De beoogde nieuwe groene inrichting is weergegeven op de inrichtingstekeningen.
Hoofdstuk 2
11
3. BELEIDSKADER In dit hoofdstuk zal aandacht worden besteed aan het beleidskader, voor zover dit gewijzigd is ten opzichte van het beleid, zoals opgenomen in het juridisch-planologisch regime van het geldend bestemmingsplan. Dat betekent dat reeds in het verleden bij het vaststellen van het bestemmingsplan een toets heeft plaatsgevonden aan de beleidsaspecten. Dus voor zover het beleid ongewijzigd is gebleven, wordt verwezen naar de toelichting van het vigerend bestemmingsplan.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9). De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;
Hoofdstuk 3
12
5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaat-bestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agro-productie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (in-ter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21.
Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand
1
O.a. ABRvS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRvS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRvS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3
13
stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Afweging De voorgenomen herziening heeft betrekking op het verschuiven van de reeds toegestane vierkante meters aan reguliere detailhandel en supermarkten binnen de bestaande gebouwen van het Trefcenter dat onderdeel uitmaakt van bestaand stedelijk gebied. Middels de verschuiving wordt de reeds bestaande bebouwing functioneel optimaler ingedeeld en wordt het Trefcenter toekomstbestendiger. Er worden planologisch geen vierkante meters aan reguliere, dan wel perifere detailhandel toegevoegd binnen het plangebied. Sterker nog de toegestane metrages t.b.v. reguliere detailhandel worden zelfs sterk gereduceerd. De ontwikkeling betreft een flexibele optimalisering ten behoeve van een duurzame instandhouding van het reeds bestaande Trefcenter. De reeds bestaande functionele mogelijkheden en bebouwingsmogelijkheden worden door middel van deze herziening losgekoppeld van de aangewezen locaties binnen het Trefcenter en beter gespreid over het gehele Trefcenter. Derhalve is er conform de jurisprudentie2 geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is de Ladder voor duurzame verstedelijking dus niet van toepassing op de beoogde planherziening.
Volledig- en zekerheidshalve is een effectenanalyse uitgevoerd, waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening wanneer de ontwikkeling wel wordt gezien als een uitbreiding ten opzichte van de bestaande situatie.3 Onderstaand worden de conclusies uit dit rapport weergegeven. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar de bijlagen van onderhavig bestemmingsplan.
2 3
De beoogde supermarktontwikkeling op Trefcenter sluit aan bij de vigerende provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders. De ontwikkeling draagt bij aan de provinciale ambitie om de kwaliteit van grootschalige perifere clusters te versterken en de aantrekkelijkheid te bevorderen met een compleet winkelaanbod. Supermarkten worden gemoderniseerd en Trefcenter beschikt in de nieuwe situatie over twee aantrekkelijke moderne supermarkten, in elkaar aanvullende segmenten. Een nuance op het bovenstaande is dat de provincie ook aangeeft dat locaties aan de rand van steden (zoals het Trefcenter) geen ruimte is voor winkels uit branches die thuishoren in de stadscentra. Supermarkten zijn belangrijk voor het centrum van Venlo, maar niet het belangrijkst. De binnenstad van Venlo wordt primair bezocht voor recreatief winkelen, horeca en beleving. In het kader van de leefbaarheid en fijnmazigheid is het belangrijk dat supermarktvoorzieningen verspreid over de gemeente aanwezig zijn, op goed bereikbare en centrale locaties. Het Trefcenter voorziet hierin. Bovendien zijn supermarkten van oudsher al onderdeel van het Trefcenter en is sprake van bestaande harde plancapaciteit. Het regionale beleid sluit hier op aan. Gestreefd wordt naar een compleet en aantrekkelijk voorzieningenaanbod (kwantitatief én kwalitatief).
Behoud van het gevarieerde aanbod én uitbreiding op Trefcenter is wenselijk voor behoud van regionale aantrekkingskracht en concurrentiepositie. Tegelijkertijd mag geen afbreuk worden gedaan aan de positie en ruimtelijke kwaliteit van de binnenstad, de stadsdeelcentra én de buurt- en wijkcentra. Aan dit laatste wordt voldaan, zoals blijkt uit de effectenanalyse. Lokaal wordt tevens gestreefd naar versterking van de bestaande structuur en Trefcenter heeft daarin een prominente positie. Twee moderne supermarken (bovendien complementair
ABRvS 22 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:774. BRO, ‘Effectenanalyse supermarkten Trefcenter’, projectnr.: P02179, d.d. 11 december 2023
Hoofdstuk 3
14
aan elkaar), die daar bovendien al gevestigd zijn, dragen bij aan een krachtig perifeer detailhandelsgebied met een uitgebreid en aantrekkelijk aanbod. Volgens het principe van dynamisch voorraadbeheer dient bij nieuwe ontwikkelingen met een uitbreiding van het winkelvloeroppervlak op enige wijze saldering plaats te vinden. Aangezien gebruik wordt gemaakt van bestaande ruimtes, c.q. plancapaciteit voor detailhandel, vindt echter geen planologische uitbreiding van het winkelvloeroppervlak plaats en hoeft er dus geen saldering plaats te vinden.
Kwantitatieve behoefte Tabel 7 uit de effectenanalyse toont de indicatieve berekeningen van het economisch functioneren van de dagelijkse sector binnen de gemeente Venlo. Het huidige dagelijkse artikelenaanbod in de gemeente Venlo functioneert nagenoeg gelijk aan het landelijk gemiddelde. In kwantitatieve zin is er echter geen aanleiding voor uitbreiding van supermarkten. Als gevolg van bevolkingsgroei en een optimalisering van de binding (tot 90% a 95%), nemen de totale bestedingen in de gemeente Venlo echter wel fors toe. Dit kan de uitbreiding van supermarktmeters ook kwantitatief verantwoorden. Verwacht wordt dat het huidige aanbod op een gezond niveau functioneert. In Limburg is het normaal dat supermarkten iets onder het landelijk gemiddelde functioneren. De omzet ligt lager, maar ook de lasten (met name huurprijs). Kwalitatieve behoefte De beoogde supermarktontwikkelingen dragen bij aan de consumentenverzorging in Venlo én de regio en geven invulling aan een kwalitatieve behoefte: Lidl is te klein voor een moderne supermarkt en in de huidige vorm niet toekomstbestendig. Uitbreiding en/of modernisering is van belang om invulling te kunnen geven aan de hedendaagse consumentenbehoeften (ten aanzien van assortiment, ruimte, winkelbeleving, etc.). Lidl krijgt een stevige moderne en toekomstbestendige maatvoering.
De supermarkt kan daarmee duurzaam blijven functioneren binnen de structuur. Albert Heijn XL neemt in omvang substantieel af (van bijna 6.000m2 bvo naar maximaal 4.300 m2 bvo. De ontwikkeling biedt vooral mogelijkheden om een efficiëntere winkelopzet te creëren en meer ruimte te bieden voor onder meer winkelbeleving. Er is sprake van een complementair supermarktaanbod. Albert Heijn is een fullservicesupermarkt en Lidl is een (soft)discounter. Er zit voldoende variatie tussen beide supermarkten op Trefcenter in doelgroep, assortiment, omvang, uitstraling, formule en prijsniveau dat gesproken mag worden van complementariteit. Effecten Als gevolg van alle momenteel voorziene supermarktontwikkelingen in de gemeente Venlo daalt de gemiddelde vloerproductiviteit voor dagelijkse artikelen in de gemeente Venlo maximaal circa 5% onder het huidige niveau, maximaal 8% onder het landelijk gemiddelde. Dit is relatief beperkt en kan worden beschouwd als ondernemersrisico. Indien wordt ingezoomd op de omzeteffecten van de supermarkten op het Trefcenter wordt verwacht dat het omzeteffect voor omliggende supermarkten, zoals aan het Gelreplein, de Straelseweg en de Vinckenhofstraat iets kan oplopen tot circa 1%.
Geconcludeerd moet worden dat ook indien wordt ingezoomd op de lokale effecten, nog steeds sprake is van een aanvaardbaar omzeteffect dan moet worden beschouwd als ondernemersrisico. Uit de effectenanalyse komt naar voren dat het economisch functioneren van
Hoofdstuk 3
15
bestaande supermarkten in Venlo, en meer specifiek de supermarkten aan het Gelreplein, de Straelseweg en de Vinckenhofstraat, niet in gevaar komt. Verdringing wordt niet verwacht zoals is beschreven in de effectenanalyse. Bovendien worden veel supermarkten in winkelgebieden in de gemeente Venlo gemoderniseerd. Dit is positief voor de consumentenverzorging en de detailhandelsstructuur. In de bijgevoegde effectenanalyse zijn de effecten nog uitgebreider beschreven.
Impact reguliere detailhandel voor binnenstad beperkt In eerdere plannen voor Trefcenter (zoals ook was verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan) werd uitgegaan van vier supermarkten, waarvan drie gesitueerd in de Trefbox. Het aantal supermarkten wordt gemaximeerd tot twee, waarvan één in de Trefbox. Dit naar aanleiding van het nieuwe omgevingsprogramma retail, dat op 28 november 2023 is vastgesteld door het college en op 1 januari 2024 inwerking treedt. Het gevolg daarvan is dat in de Trefbox meer ruimte ontstaat voor reguliere detailhandel. Ten opzichte van de eerdere plannen, met drie supermarkten in de Trefbox, nemen de mogelijkheden voor reguliere detailhandel in de Trefbox toe met circa 2.500 m2 bvo, verdeeld over drie units. De mogelijkheden voor reguliere detailhandel worden wel gemaximeerd, zowel in omvang als in aantal units. Dit betekent concreet maximaal 7.840 m 2 bvo reguliere detailhandel, verdeeld over maximaal 16 units. De impact van deze omzetting van supermarktmogelijkheden naar mogelijkheden voor reguliere detailhandel betekent voor de binnenstad van Venlo is beperkt. De mogelijkheden voor reguliere detailhandel in Trefbox zijn gemaximeerd, zowel in omvang als in aantal. Ten opzichte van de binnenstad is het aanbod zeer beperkt, zowel in omvang als in varieteit.
Het reguliere detailhandelsaanbod op Trefcenter komt op geen enkele manier in de buurt van het reguliere detailhandelsaanbod in het centrum van Venlo. Laat staan als uitsluitend wordt gekeken naar de extra units die er bijkomen door het wegvallen van de supermarkt in de Trefbox. Het Trefcenter wordt geen alternatief worden voor de binnenstad. De diversiteit van het winkelaanbod in het centrum is vele malen groter én gevarieerder. Bovendien profileert het centrum zich als recreatieve aankooplocatie met aanvullend horeca en cultuur. Het bezoekmotief van de binnenstad (recreatie, verblijven, beleven) is niet te vergelijken met Trefcenter (doelgericht kopen, gemak en efficiëntie). De complementariteit tussen beide winkelgebieden blijft in stand. De negatieve impact van de reguliere detailhandel op Trefcenter voor de binnenstad van Venlo is beperkt. Laat staan als uitsluitend rekening wordt gehouden met de aanvullende mogelijkheden voor reguliere detailhandel, door wegvallen van twee supermarkten in de Trefbox (ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan). 3.1.3 Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. Die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b.
Ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.
Hoofdstuk 3
16
In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'.
De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van dit bestemmingsplan, is opgenomen in paragraaf 4.1.6. 3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en in de jaren daarna hebben nog diverse wijzigingen plaatsgevonden. In de AMvB Ruimte zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Afweging Het Barro heeft voor de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het plan, geen gevolgen voor het planvoornemen.
3.2 Regionaal beleid 3.2.1 Visie Bedrijventerreinen Noord Limburg De regionale Visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg bevat de ambities, opgaven en principes die de regiogemeente in Noord-Limburg nastreven met betrekking tot bedrijventerrein. Daarnaast bevat de visie de regionale werkwijze en spelregels, rekening houdend met het door de provincie voorgestelde dynamisch voorraad beheer.
Hoofdstuk 3
17
De regionale visie bedrijventerreinen vormt de nadere uitwerking van het onderwerp werklocaties, opgenomen in de POVI. In de visie worden de ambities, opgaven en principes benoemd, waaronder:
De ruimtevraag van bestaande bedrijvigheid dient gefaciliteerd te worden;
Nieuw ondernemerschap (starters) wordt gestimuleerd;
Er wordt ruimte geboden aan nieuwe bedrijvigheid van buiten de regio op regionale bedrijventerreinen;
De kwaliteit van bedrijventerreinen wordt behouden en waar nodig verbeterd door middel van herstructurering en transformatie van bedrijventerreinen (waar noodzakelijk);
Ruimtevraag wordt in eerste instantie gefaciliteerd op bestaande terreinen. Voor de ruimtevraag van bestaande bedrijven wordt geprobeerd om deze op het huidig kavel op te vangen (intensiveren).
De leegstand dient rond het frictieniveau te liggen. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot een vergroting van de leegstand.
Verder wordt aangegeven dat:
Wanneer nieuwe plannen voldoen aan de kwalitatieve vraag van het bedrijfsleven en op een juiste locatie zijn gelegen voor de regio, worden de plannen als een goede toevoeging gezien en kunnen ze tot ontwikkeling komen.
De focus voor de regio is gericht op het bestaande bedrijfsleven. Voor de regio is het van belang dat deze bestaande bedrijvigheid zo snel en goed mogelijk op te vangen, zodat het percentage van verplaatsingen naar buiten de regio zo klein mogelijk wordt.
In het kader van intensivering hoeft een beperkte uitbreiding van het huidig kavel (<10%) niet te worden verrekend in het dynamisch voorraadbeheer.
Een startend bedrijf moet in zijn eigen gemeente een plek kunnen vinden. Een eerste volgende stap in hun groeiproces moet ook opgevangen kunnen worden in de eigen gemeente.
Afweging In het voorliggende geval zijn de gronden binnen het plangebied conform het vigerend bestemmingsplan reeds bestemd voor bedrijvigheid. Derhalve vindt er feitelijk géén uitbreiding van een bedrijventerrein plaats. Deze ontwikkeling heeft derhalve geen invloed op het dynamisch voorraadbeheer. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee binnen de beleidsdoelen uit de Visie bedrijventerreinen Noord Limburg
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen.
Hoofdstuk 3
18
De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze ontwerp-omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 4.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.
Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Winkelgebieden Limburg heeft (te) veel winkels, en gezien huidige ontwikkelingen omtrent e-commerce is het aannemelijk om te denken dat dit op de lange termijn verder terug zal lopen. De opgave in Limburg is om kwaliteit van winkels te vergroten, maar de kwantiteit terug te dringen. Hierbij is ondersteuning van de provincie aan gemeente ten behoeve van het versterken van de economie en de leefbaarheid, door het compacter maken en kwalitatief versterken van de bestaande winkelgebieden in de steden en landelijke kernen. Afweging De voorgenomen herziening heeft betrekking op het verschuiven van de (reeds toegestane) vierkante meters aan reguliere detailhandel en supermarkten. Middels onderhavige herziening wordt de reeds bestaande bebouwing functioneel optimaler ingedeeld en wordt het Trefcenter toekomstbestendiger. Er worden geen vierkante meters aan reguliere dan wel perifere detailhandel toegevoegd binnen het plangebied. Het maximaal aantal toegestane vierkante meters wordt met de onderhavige ontwikkeling teruggebracht.
De ontwikkeling betreft een flexibele optimalisering ten behoeve van een duurzame instandhouding van het reeds bestaande Trefcenter. De reeds bestaande functionele mogelijkheden en bebouwingsmogelijkheden worden door middel van deze herziening losgekoppeld van de aangewezen locaties binnen het Trefcenter en beperkt verspreid over het gehele Trefcenter.
Hoofdstuk 3
19
Daarnaast voldoet onderhavig plan aan de ladder voor duurzame verstedelijking en is de ontwikkeling in lijn met de ‘Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg’. De beoogde ontwikkeling is dan ook in lijn met de principes, zoals beschreven in de ‘Ontwerp Provinciale omgevingsvisie’. 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de “Omgevingsverordening Limburg 2014” vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordening Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en de Verordening Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) vrijwel ongewijzigd overgenomen. Beschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied is gelegen binnen de boringsvrije zone Venloschol.
In deze zone is het verboden om beneden 5 meter boven NAP een boorput te hebben, de grond te roeren, een gesloten bodemenergiesysteem te hebben of werken op of in de bodem uit te voeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Aangezien er geen sprake is van een van deze ingrepen beneden 5 meter boven NAP, vormt de ligging in de boringvrije zone Venloschol geen belemmering. Verder zijn binnen het plangebied geen stiltegebieden, waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones of overige boringsvrije zones gelegen. Vanuit dit kader bestaan er dan ook geen belemmeringen. Duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening zijn verder in paragraaf 2.2 regels opgenomen ten behoeve van duurzame verstedelijking. Onderdeel hiervan vormt onder meer de Ladder voor duurzame verstedelijking. De onderbouwing van het project in relatie tot deze ladder is reeds opgenomen in paragraaf 3.1.4. Een belangrijk aandachtspunt vanuit de provincie vormt ook het streven naar herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen. In artikel 2.2.2 wordt gesteld dat bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de mogelijkheden tot herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen dienen te worden betrokken.
Aangezien met de beoogde verschuivingen van de (toegestane) vierkante meters t.b.v. detailhandel reeds gebruik wordt gemaakt van de bestaande bebouwing, wordt middels de voorgenomen planherziening invulling gegeven aan dit streven. Het plan voldoet hiermee aan het gestelde in de omgevingsverordening ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking. Afweging Uit de kaarten behorende bij de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ blijkt dat de locatie is gelegen in het beschermingsgebied ‘Boringsvrije zone Venloschol’. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Venloschol in gronden beneden 5 meter NAP dient vier weken tevoren schriftelijk te worden gemeld aan gedeputeerde staten. Binnen het plangebied zullen geen diepe grondwaterboringen plaatsvinden. De ligging binnen deze zone vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling aangezien geen diepe
Hoofdstuk 3
20
grondboringen of grondwateronttrekkingen voorzien zijn. De onderhavige ontwikkeling voldoet aan het Provinciale beleid. 3.3.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2024 wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied binnen het gebied ‘bedrijventerreinen’ en meer specifiek ter plaatse van ‘Trefcenter SD’. Conform artikel 12.5 van de omgevingsverordening geldt ter plaatse van de aanduiding bedrijventerreinen de volgende vestigingsmogelijkheden: 1.
Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. 2. Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. 3.
Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. 4. Een omgevingsplan: a. laat geen bedrijfskavel toe met een oppervlakte van meer dan 5 hectare; b. laat niet toe dat bedrijfskavels worden samengevoegd indien hierdoor bedrijfskavels groter dan 5 hectare ontstaan; c. laat niet toe dat gebouwen zodanig worden gerealiseerd of met elkaar verbonden dat zij de grens van een bedrijfskavel overschrijden.
Hoofdstuk 3
21
5. De motivering bij een omgevingsplan bevat: a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid en aan het vierde lid; en b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub)regionaal verband. Afweging In ruimtelijke onderbouwing is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12.5 van de omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit de paragraaf ‘Provinciale omgevingsvisie Limburg (POVI)’ past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. Bovendien wordt met onderhavige ontwikkeling geen nieuw bedrijventerrein/winkelareaal toegevoegd, maar is er sprake van een herziening, van de verdeling van het toegestane aantal vierkante meters voor (reguliere) detailhandel.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Strategische Visie Venlo 2040 In de nieuwe strategische visie- zijn nieuwe opgaven toegevoegd zoals (de voortgaande) digitalisering, duurzaamheid, energie en klimaat. Als leidraad voor het bestaande ‘stedelijk’ beleid staat de strategische koers echter nog steeds recht overeind: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om de voorzieningen in stand te houden, om de economie draaiende te houden. Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een nietVenlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van onze economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en onze voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol.
Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen. De overheid en inwoners moeten bescheiden zijn in hun verwachtingen over en weer. Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en is er werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid. De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadapatie.
Hoofdstuk 3
22
Ruimtelijke ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus. Werken in Venlo In de toekomst bevindt Venlo zich op een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering. Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde voeding. De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg. Daarmee is het economisch fundament die dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness verder is verbreed. Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen.