CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

001 RN bijl1 Omgevingsanalyse Venlo 2023.pdf

Commissie Bestuur 14 maart 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 5: Omgevingsanalyse 2023 (RN 2023-1)10.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Werkdocument Omgevingsanalyse BSO

Inleiding Als onderdeel van de Kadernota 2024 presenteren wij u jaarlijks een analyse van de maatschappelijke context van de gemeente Venlo, een omgevingsanalyse. Het doel van dit document is om u de omgeving waarin onze gemeenschap, onze stad, onze regio en onze organisatie zich bevindt te duiden. Van belang daarbij is het bestuurlijk vergezicht van onze stad, de strategische visie Venlo 2040, en de ambities die u daarin heeft opgenomen. In Meetbaar Venlo kunt u twee keer per jaar, per programma(-lijn), de ontwikkeling van de belangrijkste indicatoren ten aanzien van onze ambities volgen. In de omgevingsanalyse leest u dus binnen welke actuele context dit gebeurt. Actueel is uiteraard de oorlog in Oekraïne en de gevolgen die dat heeft voor de toestroom aan ontheemden, maar ook voor de ontwikkeling van de energieprijzen en de koopkracht van huishoudens. Daarnaast is er na twee jaren van corona sprake van oplopende inflatie en nog niet volledig opgeloste storingen in de logistieke ketens. Het is een dynamische omgeving, met een grote mate van onvoorspelbaarheid. Tegelijkertijd is de werkloosheid nog steeds zeer laag zodat er een steeds kleiner deel van onze bevolking -voor wat betreft hun inkomen- van overheidssteun afhankelijk is.

Zoals ieder jaar hebben wij -afgezien van de vaste onderwerpen zoals demografie, economie, arbeidsmarkt en wonen- in deze editie extra aandacht voor internationale medewerkers, vluchtelingen, gezondheid, veiligheid, armoede, energie en waterstof. We hebben daarbij gekeken naar de thema’s die naar onze overtuiging aansluiten bij de ambities van de raad en die vanuit het perspectief van onze strategische opgaven en de actualiteit bestuurlijk opportuun zijn. Wij proberen u ieder jaar een wisselend decor aan onderwerpen te presenteren zodat er bij u, in de loop van een aantal jaren, een goed en breed beeld ontstaat met betrekking tot de voor de gemeente Venlo relevante onderwerpen. Venlo, februari 2023

1

Bevolking Het aantal inwoners in onze gemeente is in 2022 verder gegroeid. Met 1.206 inwoners naar 103.342 inwoners.1 Dit is de grootste toename die we in afgelopen jaren hebben gezien. Het aantal geboorten nam in 2022 verder af van 998 geboorten in 2021 naar 865 in 2022. Tegelijkertijd daalde het aantal sterfgevallen van 1.064 naar 1.016 inwoners. Per saldo groeide daarmee het sterfteoverschot naar 151 (2021: 66). De bevolkingsgroei komt net als vorige jaren geheel op het conto van nieuwe Venlonaren. Gecorrigeerd voor het aandeel Oekraïners (541) nam het aantal inwoners per saldo met 665 toe, nog steeds de grootste toename in de afgelopen tien jaar. Steeds meer mensen kiezen er dus voor om zich in onze gemeente te vestigen. Gegeven de bijzondere omstandigheden en de wellicht tijdelijkheid van het verblijf van onze Oekraïense inwoners is het goed om de bevolkingsontwikkeling ook de komende jaren voor deze groep te corrigeren. In 2022 vestigden zich 3.753 inwoners zich in onze gemeente en vertrokken er 2.780. De vestigers zijn gemiddeld twee jaar jonger dan de vertrekkers en voor het eerst sinds lange tijd kent Venlo een binnenlands migratieoverschot (+94). Binnenlandse verhuisbewegingen werken in dit geval dus verjongend op onze populatie en hoewel dit effect bescheiden is tempert dit

de toenemende vergrijzing. Verhuisbewegingen 2022 (bron: bevolkingsadministratie Venlo) Opvallend is dat met name de gemeenten Peel en Maas, Horst aan de Maas, Roermond en Venray de gemeenten zijn waarvan vandaan en waarheen wordt verhuisd. Zo’n 40% van de verhuisbewegingen vindt plaats binnen onze regio. Dat Venlo inmiddels ook de concurrentie met steden als Eindhoven 1 Dashboard Venlo, bevolkingscijfer 11 januari 2023. Aantal inwoners op 1 januari 2022 bedroeg 102.136.

2

aankan blijkt uit het feit dat er 2022 14 inwoners meer vanuit die stad naar Venlo verhuisden dan in omgekeerde richting. En dat geldt ook voor onze provinciale hoofdstad Maastricht (6). Venlo is in trek als woonstad. In de periode 2018-2021 werden er netto-gemiddeld tussen de 350 en 400 woningen per jaar aan onze woningvoorraad toegevoegd. Landelijk nam het aantal studenten in het hoger onderwijs in het studiejaar 2022/2023 af. Het HBO met gemiddeld 5,5%, opleidingen op het gebied van zorg en landbouw hadden te maken met gemiddeld 12,5%, respectievelijk 9,3% minder instroom. In lijn daarmee liet ook het aantal WOstudenten in onze stad een afname zien, van 310 naar 241 studenten. Een ontwikkeling die wordt veroorzaakt door een afname van eerstejaars van 162 naar 62 studenten. Deze ontwikkeling is ook zichtbaar bij de HAS en Fontys. De meest aannemelijke verklaring is het ‘basisbeurs-effect’, het gevolg van de aanstaande herinvoering van de basisbeurs in het studiejaar 2023/24 waardoor een aantal studenten de start van hun opleiding een jaar hebben uitgesteld. Dit zou in 2023/24 een verhoogde instroom aan instromers kunnen betekenen.2 Dat betekent ook dat het (op dit moment nog ontoereikende) aanbod aan studentenwoningen de komende jaren nog verder zal moeten groeien.

Het aantal 0-5 jarigen is inmiddels 15% (circa 800) groter dan het aantal 5-10 jarigen, wat betekent dat er na een periode van ontgroening inmiddels sprake is van ‘hergroening’. Het is evident dat dit de komende jaren gevolgen gaat hebben voor ons basis- en middelbaar onderwijs. Naast deze ‘hergroening’ zal de komende jaren het aantal ouderen substantieel toenemen, met name het aantal 80+ers. Het blijvend kunnen aanbieden van de juiste zorg en ondersteuning van deze leeftijdsgroep zal een grote en gedeelde inspanning vragen. Nieuwe bevolkingsprognoses voor Venlo3 bevestigen het groeiperspectief voor de komende 15-20 jaar, zoals voor het eerst zichtbaar in de prognoses van 2019. Het biedt Venlo zicht op de in Venlo 2040 opgenomen ambitie om naar 110.000 inwoners te groeien. Een kans om tot een gezonde en robuuste bevolkingsopbouw te komen, voldoende draagvlak te behouden voor commerciële en maatschappelijke voorzieningen en arbeidskrachten voor de regionale economie. Deze positieve koerswending van het demografisch perspectief moet het leidmotief zijn voor de keuzes en prioritering in (ontwikkel)programma's van de gemeente en haar partners. Of het nu gaat om woningbouw, onderwijs, voorzieningen of bedrijvigheid, uiteraard zonder de autonome maatschappelijke en economische trends en ontwikkelingen hierbij uit het oog te verliezen.

In de komende jaren vragen de woningbouw, het (primair) onderwijs en de zorg om bijzondere aandacht vanuit dit gewijzigd perspectief. Het causaal verband tussen een goed en toereikend 2 https://www.scienceguide.nl/2022/11/daling-instroom-van-studenten-zet-door/ 3 CBS, 2022

3

woningaanbod en demografische ontwikkelingen is evident. Wel is het leggen van de juiste focus en accenten in het programma en woonmilieus belangrijk. De (kwalitatieve) tekorten concentreren zich voor nu op starters, jonge gezinnen en ouderen.

Wonen De woningmarkt heeft ook in Venlo gepiekt, met korte verkooptijden en overbieden op de vraagprijs. De gewenste afkoeling van de markt is in de laatste maanden van 2022 ingezet. In 2023 sluit het Rijk nieuwe deals met regio's over de bijdrage aan de brede woonopgave van Nederland. Hoog op de agenda staat de versnellingsopgave en de wijze waarop de regio en individuele gemeenten hieraan kunnen bijdragen richting 2030. De aantallen zijn belangrijk maar het aanbod moet ook aansluiten bij de woonwensen. Daarnaast moet de benodigde ruimteclaim voor extra woningen haalbaar zijn (programma NOVEX) in verhouding tot andere ruimteclaims én van toegevoegde waarde voor de ruimtelijke kwaliteit (programma Mooi Nederland). Voor Venlo liggen hier kansen. De vraag naar stedelijke woonomgevingen is groot en exclusief in een overwegend rurale regio. Daarnaast biedt de stedelijke structuur nog volop kansen voor transformatie, verdichting en uitbreiding met koppelkansen voor andere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. In Nederland zijn op iedere drie woningen twee gezinswoningen, terwijl slechts een van de vier huishoudens een tweeoudergezin is. Het is dan ook een misverstand dat er vooral huizen met tuinen nodig zijn voor gezinnen.

Een veel urgentere vraag zijn de starters, vaak jongvolwassenen die nog geen huis hebben, en senioren die hun woning mogelijk zouden willen verruilen voor een geschiktere woning Bouwen voor senioren helpt de groep zelf, maar brengt ook een proces van verhuizingen op gang, doordat woningen beschikbaar komen voor gezinnen. De groei zit dus vooral in de 1- en 2persoonshuishoudens. Om verhuisbewegingen ook werkelijk op gang te brengen en starters aan de stad te binden is het van belang om in de planvorming rekening te houden met hun gewoontes en gedrag op de woningmarkt. Een deel van de starters is redelijk flexibel: vooral hoogopgeleiden verhuizen makkelijk, maar ze hebben wel een voorkeur om dicht bij werk, opleiding en voorzieningen te wonen. Mensen met een beroepsopleiding zijn honkvaster en willen bij familie en vrienden in de buurt blijven. Ook senioren willen hun sociale netwerk niet achterlaten, ze willen bovendien graag dezelfde huisarts en winkels houden. Ligt bij hoogopgeleide starters een voorkeur voor de stad voor de hand, bij starters met een beroepsopleiding en senioren is

4

bestendiging van de woonplaats het grondpatroon, of dat nu de stad is of het dorp. Wat beide groepen delen is de behoefte aan nabijheid.4 De betaalbaarheid van woningen komt voor een groeiende groep van de inwoners onder druk te staan. Volgens DNB zullen de huizenprijzen in 2023 en 2024 naar verwachting met respectievelijk 3,1% en 3,3% dalen. Na een piek in het 3e kwartaal daalde in het 4e kwartaal van 2022 (ten opzichte van het vorige kwartaal) de gemiddelde woningprijs in onze regio met 6,3%, van € 368.000 naar € 342.000 Ten opzichte van een jaar geleden noteerde de NVM een prijsdaling van 4,2%. Tegelijkertijd nam de gemiddelde verkooptijd toe van 24 naar 31 dagen, net als het woningaanbod dat in diezelfde periode met ruim de helft toenam. Met een keuze uit gemiddeld 3,2 woningen is er echter nog geen sprake van een evenwichtige woningmarkt.5 Bij 55% van de transacties werd er in het 4e kwartaal van 2022 nog steeds verkocht boven de vraagprijs. Ondanks de verwachte stabiliserende woningprijzen in 2023 komen steeds meer woningen nieuwbouw en bestaand- op de markt boven de €355.000 of een huur hoger dan €1.000 maand, hetgeen landelijk als de grens voor betaalbaar is gedefinieerd.

In nieuwbouw is het daarnaast ook steeds moeilijker om de woningen betaalbaar te houden en tegelijkertijd goede kwaliteit te realiseren, gezien de hoge kosten en energetische en circulaire wensen en eisen. Op de woningmarkt kan een tegenstelling ontstaan van verouderde betaalbare woningen met een slechte energieprestatie en moderne dure woningen met een goede energieprestatie. In 2023 zal ook de opgave rondom het 'flexwonen’ volop in de aandacht staan – hierin wordt de woonopgave voor diverse doelgroepen samengepakt, zoals statushouders, arbeidsmigranten, inwoners met een psychische kwetsbaarheid, studenten en andere woonurgenten. Daarnaast zal ook de uitwerking van de Spreidingswet voor asielopvang spelen in relatie tot het creëren van een permanente voorraad van tijdelijke huisvesting. In Venlo wordt flink gebouwd. Zo steeg het aantal woningen in Venlo in 2022 per saldo met 374 naar 48.554 woningen. Daarvan waren 254 nieuwbouwwoningen. 213 woningen werden op een andere wijze aan de bestaande voorraad toegevoegd.6

Economie Voor een terugblik op de economische ontwikkeling van Venlo maken we gebruik van de cijfers die het CBS ons op maat aanlevert. De raming van de economische groei op gemeenteniveau over 2021 is een voorlopige raming. In 2021 is de economie van gemeente Venlo met 6,6 procent gegroeid. Deze groei is groter dan de groei van de totale Nederlandse economie van 4,9 procent. Het herstel volgt na de economische krimp van 2020, het jaar waarin strengere maatregelen tegen corona van kracht waren. De grootste bedrijfstak in Venlo, de commerciële dienstverlening, liet een groei zien van 7,5 procent. Ook de overige bedrijfstakken presteerden goed. De bedrijfstak nijverheid en energie groeide met 7,8 procent het hardst. De niet-commerciële dienstverlening groeide met 4,1 procent. 2019

2020*

2021*

% volumemutaties Bbp

3,9

-6,6

6,6

4 Bouwen in de buurt, CRa, 2022 5 Bij een waarde 5 is er sprake van een evenwichtige woningmarkt (NVM) 6 CBS, woningvoorraad t/m november 2022

5

Bruto toegevoegde waarde

4,0

-6,7

6,9

A Landbouw, bosbouw en visserij

11,5

-10,6

7,1

B-F Nijverheid en energie G-N Commerciële dienstverlening O-U Niet-commerciële dienstverlening

0,1

-3,6

7,8

6,3

-8,7

7,5

2,2

-4,7

4,1

CBS, december 2022 Tegelijkertijd lieten ook de leegstandscijfers in de Venlose binnenstad een gunstig verloop zien. Op 1 januari 2023 bedroeg de totale leegstand in de binnenstad 9.8%, een daling met 0,9%-punt in vergelijking met een jaar eerder. Specifiek voor de detailhandel nam de leegstand af van 9,8% naar 9,1%. Na de economische krimp in 2020 en de twee hersteljaren die daarop volgden laat zich voor 2023 en 2024 een ander macro-economisch beeld schetsen. Weliswaar zal er op jaarbasis naar verwachting geen sprake zijn van economische krimp, toch wordt het geen onbezorgde periode. De Rabobank spreekt over ‘muddling through’, wat vertaald kan worden als ‘doormodderen’.7 Wel vooruitgang, maar met hindernissen. Ondanks de tientallen miljarden waarmee het kabinet de economische klappen opvangt is de koopkracht in 2022 gedaald en zal, ondanks de verwachte koopkrachtstijging, de Nederlandse bevolking ultimo 2023 evenveel te besteden hebben als in 2018. Dat laat onverlet dat er huishoudens zijn die niet alleen de energiecrisis stevig voelen, maar ook de sterk toegenomen prijzen voor de dagelijkse boodschappen, contributies en abonnementen. Het Centraal Planbureau (CPB) prognosticeert een koopkrachtdaling, over 2022 en 2023 samen genomen, met in totaal 4 procent.

Iets meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten heeft huishoudens met een klein inkomen financiële ondersteuning geboden bovenop het pakket dat het kabinet hiervoor beschikbaar had gesteld. Zo ook Venlo.8 Met een door het kabinet ingesteld prijsplafond garandeert het Rijk dat de energiekosten in 2023 niet te hoog oplopen voor huishoudens met een gemiddeld verbruik. Het effect daarvan is dat de inflatie zonder prijsplafond zou uitkomen op 6%, mét prijsplafond is dat 3,5%.

7 Rabobank, Update 16 december 2022 8 NRC, 7 januari 2023

6

Het CPB voorspelt dat de gasprijzen die de inflatie zo hebben aangejaagd niet snel meer zo hoog worden als afgelopen jaar, maar dat ze ook in 2030 nog twee keer zo hoog zullen zijn als het niveau vóór de energiecrisis. „Zowel de geopolitieke situatie als het doormaken van de energietransitie maken het aannemelijk dat de energieprijzen hoog zullen blijven”, schrijft het CPB.

9

Het CPB en de Raad van State zijn van oordeel dat de overheid gerichte programma’s moet ontwikkelen voor de groep huishoudens die op de wat langere termijn alsnog in de problemen komt: „Met het beleid voor 2023 is tijd gekocht, die benut moet worden voor de overgang naar een meer structurele situatie.” Zij zijn van oordeel dat in plaats van de energieprijzen voor iedereen te stutten – door een prijsplafond of een lagere energiebelasting –het kabinet beter kan aandringen op verduurzaming en energiebesparing bij burgers.10 De gasprijs is inmiddels, ten opzichte van de piek van afgelopen zomer, met 80% gedaald van €330 naar €63 per megawatt uur, ofwel circa €0,65 per M3 ‘kale gasprijs’11, dat wil zeggen de inkoopprijs die energieleveranciers betalen. Het door het kabinet ingestelde prijsplafond bedraagt €1,45 per M3 gas en €0,40 per KWh elektriciteit. Deze inflatie gaat uiteraard ook niet aan de gemeente Venlo voorbij. In de begroting 2023 is er daarom al een bescheiden stelpost opgenomen die naar verwachting een deel van deze ontwikkeling zal kunnen opvangen.

9 CBS, Jaaroverzicht 2022 10 NRC, 6 december 2022

11 Dutch TTF Natural Gas Futures, 13 januari 2023

7

In Venlo maken we gebruik van de conjunctuurklok om te beoordelen in welke fase van de economische cyclus we verkeren om zo inschattingen te kunnen maken over hetgeen we aan voor Venlo relevante ontwikkelingen kunnen verwachten. De conjunctuurklokindicator geeft meerjarig het verloop weer van de netto stand van onze economie.12

Duidelijk zichtbaar zijn de conjunctuurgolven die zich sinds de eeuwwisseling hebben voorgedaan, inclusief de pandemie in 2020, de recessies van 2003/2004, de diepe recessie na de bankencrisis in 2008/2009 en het vervolg daarop in 2012/2013. Met name die laatstgenoemde recessie leidde destijds tot een omvangrijk pakket aan bezuinigingen, zowel op Rijks- als op lokaal niveau. De indicatoren op de conjunctuurklok bewegen zich over het algemeen tijdens de economische cyclus ‘tegen de klok’ in. Dat betekent dat de meeste indicatoren over het verloop van een aantal jaren ‘een rondje’ maken. Indien we op de stand van de conjunctuurklok wat meer in detail kijken naar de economische ontwikkeling dan zien we dat, vergeleken met een jaar geleden, met name de werkloosheid (iets) begint op te lopen, net als het aantal faillissementen, en dat de woningprijzen dalen. Tegelijkertijd nemen het aantal gewerkte uren, de omzet van de uitzendbranche, de uitvoer en de consumptie nog steeds toe. Het consumentenvertrouwen is licht verbeterd en bevindt zich aan de start van een opwaartse beweging en ook de indicator met betrekking tot investeringen is sterk verbeterd.

12 De Conjunctuurklokindicator is het ongewogen gemiddelde van de indicatoren (exclusief het bbp) in de

Conjunctuurklok (CK) van het CBS.

8

CBS, Conjunctuurklok december 2021 en december 2022

Voor de meeste regio’s ziet 2023 er niet rooskleurig uit, met nauwelijks groei of zelfs krimp. Brainport Eindhoven (met een groei van 1,5%) en Groot-Amsterdam (2,1%) springen er in 2023 positief uit.13 Het overgrote deel van de regio’s groeit in 2023 echter nauwelijks en Rabobank verwacht economische krimp in een kwart van de regio’s. Voor Nederland verwacht de Rabobank een groei van 0,6% in 2023 en van 1,0% in 2024. Alle voor Venlo en Noord-Limburg relevante (speerpunt-)sectoren laten na een stevige groei in de afgelopen twee jaar een terugval of een bescheiden krimp zien. Uitzondering hierop is de landbouw. Deze sector deelde echter ook niet in de stevige groei die aan de huidige ontwikkeling voorafging. Met name de tuinbouw heeft veel last van de hoge energieprijzen. Deze zijn slechts beperkt door te berekenen aan de klant. De Rabobank ziet dat veel bedrijven hun productie geheel of gedeeltelijk terugbrengen, waardoor het aanbod van groente, bloemen en planten afneemt. De hogere productprijzen kunnen de daling van het aanbod, en daarmee de lagere afzet, naar verwachting niet volledig compenseren. In de sierteelt daalt de consumentvraag namelijk en in de glasgroenteteelt neemt de productie vanuit Spanje toe, met als gevolg lagere omzetten in de Nederlandse tuinbouw.

13 Rabobank, Onderzoek ‘Komend jaar economische krimp in een kwart van de regio’s’, 15 december 2022

9

De Rabobank signaleert dat de meest kennisintensieve regionale economieën het minst last hebben van de voorspelde economische vertraging. Daarmee wordt het belang onderschreven van een goed ontwikkelde en vitale kennisinfrastructuur in Venlo en in onze regio. De verwachting is dat in 2023 onze regionale economie stabiel blijft met uiteraard verschillen tussen de afzonderlijke economische sectoren.

Met de uitvoering van het Regionaal Uitvoeringsprogramma 2019-2023 Noord-Limburg hebben wij de afgelopen jaren regionaal grote stappen gezet ten aanzien van de verbetering van de brede welvaart in onze regio. We hebben op een breed terrein investeringen gedaan en initiatieven ondersteund die bijdragen aan beter leven, wonen en werken in Noord-Limburg. Instrumenten die we daarbij hebben ingezet zijn de regiodeal Noord-Limburg en de regionale investeringsagenda. Op dit moment bereidt de regio Noord-Limburg met het oog op de periode 2023-2027 een nieuw regionaal perspectief en uitvoeringsprogramma voor.

Brede welvaart in Nederland, 2022 (CBS)

10

Arbeidsmarkt Opnieuw nam het afgelopen jaar het aantal bijstandsuitkeringen in onze gemeente af, naar 2.571 uitkeringen in januari 2023. Om dit in meerjarig perspectief te plaatsen: in januari 2017 telde Venlo 3.359 uitkeringen. Dat betekent dat er in zes jaar tijd 788 meer huishoudens de bijstand hebben verlaten dan erin terecht zijn gekomen. Over het algemeen betekent dit dat deze huishoudens meer te besteden hebben, minder gebruik maken van voorzieningen, actief deelnemen aan onze arbeidsmarkt en daarmee direct bijdragen aan onze lokale en regionale economie. Betaald werk kent veel positieve aspecten.

ontwikkeling uitkeringen 2017- heden 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000

totaal

> 5 jr uitk

jan-23

okt-22

jul-22

apr-22

jan-22

jul-21

okt-21

apr-21

jan-21

okt-20

jul-20

jan-20

apr-20

okt-19

jul-19

apr-19

jan-19

jul-18

okt-18

apr-18

jan-18

okt-17

jan-17

apr-17

0

jul-17

500

< 5 jr uitk

Bestand bijstandsgerechtigden in Venlo, 16 januari 2023 Tegelijkertijd, en daarop hebben wij u reeds in eerdere omgevingsanalyses geattendeerd, neemt binnen deze dalende bijstandspopulatie de groep huishoudens die langer dan 5 jaar afhankelijk is van een bijstandsuitkering gestaag toe. In dezelfde periode (van 2017) nam deze groep toe van 1.116 naar 1.409 uitkeringen, een stijging van 26%. Een groep inwoners dus die lange tijd niet in hun eigen levensonderhoud hebben kunnen voorzien, ondanks economische groei en dalende werkloosheid. De regio Noord-Limburg heeft momenteel te maken met een zeer krappe arbeidsmarkt. Werkgevers komen moeilijk aan personeel en de meeste werkzoekenden hebben een goede kans op werk. Dat is niet nieuw. Al sinds het tweede kwartaal van 2018 is de arbeidsmarkt in Noord- Limburg krap en staan er veel vacatures open in verhouding tot het aantal beschikbare kortdurend werkzoekenden. Vooral in 2021 groeide het aantal openstaande vacatures sterk en nam het aantal werkzoekenden af. Een ontwikkeling die zich in 2022 voortzette.

11

Spanningsindicator regio Noord-Limburg, 2e kwartaal 2022 Deze personeelskrapte doet zich voor in een breed spectrum van beroepen. De regionale spanningsindicator liet in het tweede kwartaal van 2022 in Noord-Limburg voor acht van de elf beroepsklassen een zeer krappe arbeidsmarkt zien. Alleen voor de beroepsklassen transport en logistiek, pedagogisch en creatief en taalkundig is er sprake van een iets minder krappe arbeidsmarkt. De voor 2023 verwachte afname van de economische groei, koopkrachtverlies en afnemende consumentenbestedingen kunnen ervoor zorgen dat conjunctuurgevoelige beroepen bijvoorbeeld in horeca, detailhandel en bouw- in 2023 minder kansrijk worden.14 Hoewel de kans op werk momenteel goed is voor vrijwel alle beroepen, betekent dat niet dat ook op langere termijn de baankansen overal even goed blijven. Zo zijn de langetermijnperspectieven minder gunstig voor beroepen als administratief medewerker en bibliotheekmedewerker, waar digitalisering en automatisering de menselijke inbreng in het werkproces terugdringen. De oorzaak voor beperkte baankansen op langere termijn kan ook liggen in de populariteit van het beroep onder werkzoekenden, waardoor er veel sollicitanten zijn per vacature. Voorbeelden daarvan zijn beroepen als dierenverzorger en reisleider. Zichtbaar en merkbaar is ook de krapte binnen de sector openbaar bestuur, meer in het bijzonder gemeenten.

In de afgelopen decennia is -met name als gevolg van nieuwe wetgeving en de decentralisatie van Rijkstaken- het takenpakket van gemeenten stevig gegroeid, inclusief de budgettaire middelen die daarmee zijn gemoeid. Actueel is de invoering van de Omgevingswet. In combinatie met de versterking (in 2023) van de decentrale rekenkamer is dit een belangrijke versterking van de controlerende mogelijkheden van de gemeenteraad. De gemeente wordt daarnaast de afgelopen jaren regelmatig ingezet bij calamiteiten en bij de oplossing van vraagstukken die voorheen bij het Rijk lagen. Te denken valt hierbij aan de aanpak van 14 UWV, Regio in Beeld 2022, Regio Noord-Limburg, november 2022

12

de pandemie, het hoogwater, de opvang van mensen uit Syrië, Afghanistan en Oekraïne en aan de aanpak van de gevolgen voor huishoudens van de toeslagenaffaire. Het aandeel werkenden boven de 50 jaar neemt nog steeds toe, onder vrouwen naar verhouding sterker dan onder mannen. Inmiddels is de netto arbeidsparticipatie van 50-60-jarigen in Nederland 80% en van 60-65-jarigen 63%. Dit betekent dat een aanzienlijk deel van de werkende beroepsbevolking binnen afzienbare termijn met pensioen gaat. De werkzaamheden van een groot deel van deze mensen zullen de komende jaren moeten worden overgenomen. De vacatures die hierdoor ontstaan worden op veel manieren ingevuld, maar een belangrijke factor hierbij is de instroom van jonge schoolverlaters. Voor de komende jaren is de instroom van jongeren in Noord-Limburg echter niet voldoende om het aantal vertrekkende ouderen op te vangen. In Noord-Limburg wonen nu bijna 72.200 mensen tussen de 50 en 67 jaar. Het aantal jongeren tussen de 0 en 17 jaar, zij die wat betreft leeftijd de oudere groep op de arbeidsmarkt kunnen vervangen, is bijna 44.300. Als al deze jongeren gaan werken, en zij de enigen zouden zijn die de vacatures van de vertrekkende 50-plussers invullen, ontstaat er in Noord-Limburg een gat van 27.900 onvervulde vacatures. Deze vacatures worden voor een deel ingevuld door mensen van buiten, door immigratie.

Maar vaak duurt het lang voordat nieuwkomers in Nederland aan het werk kunnen, zeker op het niveau waarop zij in het land van afkomst hebben gewerkt.

Energie en klimaat De klimaatopgave en samenhangend de prijs van energie en de leveringszekerheid zijn onderwerpen die nationaal en lokaal hoog op de agenda staan. Groene energie-opwek, energiebesparing en verduurzamen van de gebouwde omgeving zijn belangrijke gemeentelijke aandachtsvelden bij de klimaatopgave. Ondanks verhoogde nationale ambities wordt aan (inter)nationale tafels gesproken om meer te doen. Dat is nodig om de afgesproken 55%emissiereductie in 2030 te halen. Op basis van het Rijksbeleid is in 2030 de geraamde emissie 39% tot 50% lager dan in 1990. Er moet dus nog een afstand van 5% tot 16% (ofwel 12 tot 36 megaton) overbrugd worden. Een deel van de nog niet uitgewerkte Rijksplannen kan in 2030 additioneel voor 5 à 6 megaton extra emissiereductie zorgen. Hieronder vallen maatwerkafspraken met grote uitstoters, productie van groene waterstof in de industrie, normering van de hybride warmtepomp, prestatieafspraken met woningcorporaties en verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Veel van deze onderwerpen hebben raakvlakken met de gemeentelijke taken op gebied van de energietransitie. De uitvoering daarvan wordt deels belemmerd door tekortkomingen in duidelijkheid en slagkracht van het rijksbeleid en geldende wetgeving.

13

Door besluitvorming over een steviger nationaal klimaatbeleid medio 2023 verandert de opgave deels van beleidsformulering en besluitvorming ('waar gaan we naartoe') naar de beleidsuitvoeringsfase ('hoe komen we daar'). Daarbij wordt het sturen op uitvoeringsprogramma’s nationaal, regionaal (RES) en lokaal (routekaart) essentieel, neemt het belang van monitoring toe en komt meer nadruk te liggen op interventies op gedragswetenschappelijk niveau. De technische oplossingen zijn steeds meer beschikbaar en ook de financiering op langere termijn is meer bereikbaar. Meest complex en cruciaal is de noodzakelijke gedragsverandering van mens en bedrijf die het energiesysteem van de toekomst vraagt. Onderwerpen als energieprijzen, energiearmoede, leveringszekerheid gas, economische schade door energiekosten, netcongestie, stikstof, beschikbaarheid grondstoffen, droogte, achteruitgang biodiversiteit, wateroverlast staan ook in 2023 en volgende jaren in de aandacht. Ondernemers, inwoners en overheid in Venlo dragen hun steentje bij aan de oplossing. Onder meer is dit zichtbaar in de duurzame opwek waarin Venlo in Limburg een koploperspositie inneemt.

Bij de bouw het 'Krachtigste zonnedak ter wereld staat in Venlo” (12,6 hectare) en levert vergelijkenderwijs aan 4500 huishoudens groene stroom

Het Windpark Greenport Venlo is veruit het grootste windenergieproject in Limburg en levert in opbrengst vergelijkenderwijs aan 30.000 huishoudens groene stroom .

Op basis van dakoppervlak benut Venlo inmiddels 39,2% van de bedrijfsdaken voor zonne-opwek en ligt daarmee goed op koers voor de doelstelling vanuit de RES. Wat betreft zon op particuliere daken staat de regio Noord- en Midden-Limburg landelijk gezien op de eerste plaats. Daarnaast ligt de regio ook op koers voor het realiseren van het bod uit de RES 1.0. Ook op gebied van windenergie wordt (ten dele op ons grondgebied) een substantiële bijdrage geleverd met het gereedkomen van het Windpark op Greenport. Eind 2022 zijn er 8 windmolens gerealiseerd en zijn er concrete plannen voor de 9e. Op het moment dat het park volledig operationeel is levert dit 120.000 MWh/jaar aan groene stroom. Dit staat gelijk aan 30.000 huishoudens, ofwel 60 % van alle huishoudens in Venlo. De komende jaren wordt samen met belanghebbenden in het gebied onderzocht hoe grootschalige energie-opwek verder kan worden gestimuleerd. Het succes daarvan is mede afhankelijk van randvoorwaarden waarop Venlo slechts beperkt invloed heeft. Het stikstofdossier, beschikbaarheid van grondstoffen, sterk gestegen grondstoffenprijzen en netcongestie zijn vraagstukken die de komende jaren spanning zetten op de realisatie van de opgave. Deze onderwerpen leggen ook beperkingen op aan de realisatie van plannen voor energieopwek op bedrijfsdaken en de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Venlo loopt samen met de RES-regio voorop in groene energie-opwek.

14

Het energiesysteem van de toekomst vraagt om flexibiliteit en benutten van kansen. Kansen voor meer nationale en lokale autonomie en actief sturen op opbrengst en kosten van energie. Door activiteiten op te schalen wanneer energie goedkoop beschikbaar is en af te schalen wanneer het kostbaar is. Door het zelf op te wekken, zelf aan te wenden en overtollige energie en warmte uit te wisselen met de omgeving. Door energie, warmte en opslag slimmer te integreren. Energievraagstukken zijn ruimtelijke vraagstukken en vragen om strategisch gebiedsmanagement om kansen te benutten en crossovers tot stand te brengen. Woningeigenaren, verhuurders en huurders zijn actief aan de slag met energie-opwek en besparing. Dat blijkt uit het gebruik van lokale subsidies voor energiebesparing waarbij Venlo uit de nationale subsidiepot €2,8 miljoen naar haar inwoners heeft weten door te geven en volledig weten te benutten. Daarmee is Venlo in Limburg ook absolute koploper om woningeigenaren en huurders (gratis) energiebesparende middelen te verstrekken. Rekening houdende met de sociale structuur van Venlo, de kenmerken van het woningbestand en dat vooralsnog niet alle warmtebronnen beschikbaar zijn (Geothermie) maakt dat Venlo echter een stevigere opgave heeft in vergelijking met andere gemeenten. Gelijktijdig is er haast geboden voor oplossingen die de energierekening structureel omlaag brengen.

Een belangrijk middel om hierin resultaat te boeken is een doorontwikkeling van het gemeentelijk adviesloket dat naast advies en voorlichting ook faciliteiten en service aan inwoners, verenigingen, instellingen en bedrijven biedt om structurele oplossingen te realiseren. De gemeente kan hierin het goede voorbeeld geven door haar eigen huisvesting en maatschappelijk vastgoed te verduurzamen en om het voorzieningenniveau in de gemeente ook in moeilijke tijden op peil te houden. De energietransitie van Venlo is omvangrijker dan enkel de gebouwde omgeving en energie, en raakt ook de andere sectoren van het klimaatakkoord zoals mobiliteit, landbouw en industrie. Zowel mobiliteit als industrie zorgen naast gebouwde omgeving voor een belangrijke CO2 emissie in Venlo en kennen ook een forse energiebehoefte. Projecten zoals het verduurzamen van bedrijventerreinen dienen de komende jaren verder opgeschaald te worden wil Venlo haar doelstelling op energie en klimaat kunnen behalen. Dat geldt ook voor het verduurzamen van de mobiliteit. Naast technische oplossingen en verdergaande flexibilisering van het energiesysteem zijn bewustwording en een veranderende houding en gedrag essentieel daarbij. Met projecten zoals klimaatwijkakkoorden, verduurzamen bedrijventerreinen, gebiedsverkenningen en grootschalige opwek werken we aan een brede coalitie en zien we resultaat. Dat vraagt de

15

komende jaren om opschaling, om meer (maatschappelijk en economisch) vermogen om de lokale energietransitie succesvol te laten verlopen. Het wordt door klimaatverandering steeds warmer en in het stedelijk gebied is dit effect nog sterker (vooral in de nacht blijft warmte lang hangen). Bomen en water kunnen voor verkoeling zorgen als het op de juiste manier wordt ingericht. Verkoeling is belangrijk om goed te slapen en daardoor voldoende energie te hebben. Op de kaart (uitsnede van: verkoelend effect van blauw en groen) is het verkoelend effect zichtbaar van groen (bomen e.d.) en blauw (water) binnen stedelijke gebieden. Om de Europese industrie te verduurzamen, zullen de komende jaren vanuit de havengebieden steeds grotere hoeveelheden op zee geproduceerde en geïmporteerde ‘groene’ waterstof als grondstof en energiedrager worden getransporteerd naar de industriële complexen in Nederland en haar buurlanden (Routekaart Waterstof). Ter voorbereiding hiervan wordt gestart met de realisatie van een ondergrondse infrastructuur. Noord-Limburg ligt op een knooppunt van twee (inter)nationale buisverbindingen. Het gaat om de Delta Rhine Corridor en de H2-Backbone.

Uiteindelijk ontstaat een landelijk dekkend waterstofnetwerk, waar ook regionale distributienetten onderdeel van zullen zijn, zodat de gehele industrie, (logistieke) mobiliteit en (delen van) de gebouwde omgeving van ‘groene’ waterstof kunnen worden voorzien. De Delta Rhine Corridor is een privaat initiatief en bestaat uit een set van nieuw aan te leggen buizen van Rotterdam naar Chemelot, met een aftakking naar Duitsland via Venlo. Behalve voor waterstof worden ook buizen aangelegd voor LPG, Propeen, CO2 en mogelijke ammoniak. De tweede verbinding is een initiatief van Gasunie en bestaat uit een bestaande hoofd-aardgasleiding tussen Delfzijl en Chemelot. Beide verbindingen zijn energieprojecten van nationaal belang. Dit betekent dat het tracé van de Delta Rhine Corridor in Venlo via een Projectbesluit zal worden vastgesteld door het Rijk (Rijkscoördinatieregeling Delta Rhine Corridor). Begin 2023 start het participatieproces en in 2025 de realisatie. Het H2-Backbone tracé moet in 2027-2028 gereed zijn. Het tracé van de Delta Rhine Corridor door Venlo bestaat uit twee gedeeltes. Van Reuver tot de A74 is het tracé al vastgelegd in de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 (Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035). Van de A74 tot de A67 wordt in 2023 een voorkeurstracé vastgesteld. Dit biedt economische, ruimtelijke, ecologische en maatschappelijke kansen voor Venlo.

En op langere termijn kan het een bijdrage leveren aan de grote verduurzamingsopgave, met name de warmtetransitie, waar Venlo de komende decennia voor staat.

Armoede We zagen de energieprijzen in 2022 sterk stijgen en verwachten dat deze prijzen ook in 2023 nog boven het langjarig gemiddelde zullen liggen. Deze hoge prijzen, die tevens gepaard gaan met een hoge inflatie, maken dat de financiële situatie voor veel huishoudens onzeker blijft. Landelijke maatregelen als de instelling van een energieplafond en de verhoging van het minimumloon hebben effect op de koopkracht van met name huishoudens met lage inkomens.

16

Weliswaar verwachten het CPB en het Nibud voor 2023 een inhaalslag ten aanzien van de koopkrachtontwikkeling, het is echter nog onduidelijk wat het exacte financiële effect op verschillende doelgroepen of afzonderlijke huishoudens zal zijn.15 De verwachting is dat deze problematiek bij huishoudens met lage- en lage middeninkomens zeker ook nog in 2023 speelt en dat een deel van deze inwoners zich zal melden bij de gemeente voor (additionele) ondersteuning. Daarnaast zien we landelijk een groeiend bewustzijn om armoede in een breder perspectief te plaatsen en de aanpak van positieve gezondheid centraal te stellen. Door nadrukkelijker ook andere domeinen te betrekken bij de armoede-aanpak ontstaat er een meer integrale en op maat gesneden aanpak die beter aansluit bij de leefwereld van de inwoners. Tot slot zien we op dit gebied ook de noodzaak om een beter beeld te krijgen van de effectiviteit en efficiëntie van de verschillende interventies. Op basis daarvan kan er meer gericht beleid worden ontwikkeld en kan het aanbod vanuit de gemeente nog beter aansluiten bij de behoefte vanuit de samenleving.

Ontheemden Gemeenten hebben in de 2022 de opgave opgepakt om Oekraïense ontheemden op te vangen, om veel statushouders te huisvesten en ze hebben de verantwoordelijkheid gepakt om de druk op de asielketen te verlichten door noodopvang te organiseren. De verwachting is dat het aantal ontheemden en asielzoekers in 2023 verder zal toenemen en de opgave voor gemeenten groter wordt. Het moment waarop dit zich gaat voordoen en waar het zwaartepunt voor Venlo komt te liggen, is nog onzeker. De wijze waarop we deze opgaven aanpakken zal nader moeten worden uitgewerkt. We schatten in dat de gemeente Venlo aanzienlijk meer Oekraïense ontheemden moet opvangen. Dit zal tussen de 10 % - 100% extra zijn ten opzichte van 2022. De inschatting is dat er meer statushouders moeten worden gehuisvest en dat dit er tussen de 50% en 100% meer zullen zijn ten opzichte van het afgelopen jaar. Daarnaast is de verwachting dat de gemeente Venlo tussen de 100 en 300 plekken moet realiseren voor vluchtelingen met een asielstatus. Door deze vergrote toestroom voorzien we druk op de randvoorwaardelijke voorzieningen om deze doelgroepen goede opvang en huisvesting te kunnen bieden. Concreet zien we dat terug in het onderwijs, de huisarts- en tandartszorg, de sociale wijkteams en het vermogen van onze partnerorganisaties om deze specifieke groepen een toegesneden aanbod te doen.

Daarnaast heeft deze ontwikkeling invloed voor wijken en buurten wat betreft draagvlak, leefbaarheid en veiligheid. Tegelijkertijd zien we ook dat een deel van deze groep, zeker voor wat betreft de Oekraïense ontheemden, sterke overeenkomsten heeft met de groep internationale werknemers die in Venlo voor korte of langere termijn werk zoeken. Deze groep vraagt overigens beleidsmatig steeds meer om een integrale aanpak, waarbij er op verschillende facetten tegelijkertijd en in samenhang wordt ingezet. De inmiddels ingezette 9-sporen aanpak blijft daarom ook in 2023 centraal staan bij deze doelgroep.

15 https://www.nibud.nl/nieuws/2023-financieel-gezien-bijkomen/

17

Gezondheid Het Zorginstituut is in mei 2021 een campagne begonnen om aandacht te vragen voor het risico dat de zorg de komende jaren onbetaalbaar wordt. Daarnaast is er een groot tekort aan ‘handen aan het bed’. De diverse akkoorden die tussen het Rijk worden of zijn afgesloten met aanbieders, zorgverzekeraars, VNG, maatschappelijke partners benadrukken een integrale aanpak om zo passend mogelijk zorg en ondersteuning te bieden. Het doel van het Integraal ZorgAkkoord (IZA) is te zorgen voor een (financieel) houdbaar zorglandschap waarin de nadruk verschuift van ‘zorg’ naar ‘gezond leven’. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) richt zich op de integrale inzet op preventie, dit wil zeggen gezondheidsbevordering en een gezonde samenleving. Het Ministerie van VWS, gemeenten en zorgverzekeraars richten zich daarbij op gemeenschappelijke doelen zoals het versterken van de sociale basis, een gezonde leefstijl (inclusief versterken van de mentale gezondheid en vitaal ouder worden) en langer meedoen. Voorkomen moet worden dat maatschappelijke problemen of welzijnsvraagstukken een ‘zorgoplossing’ krijgen. In plaats daarvan moeten we investeren in preventie, het versterken van het (sociale) netwerk en vroegsignalering. Uit onderzoek blijkt dat sociaaleconomische ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen verschillen in welzijn en (ervaren) gezondheid kan verklaren.

De gemiddelde levensverwachting bij geboorte voor mensen met een inkomen in de laagste inkomensklasse ligt momenteel op 77 jaar, tegenover 84½ jaar binnen de hoogste inkomensklasse. In het rapport ‘Van verschil naar potentieel’ adviseert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de aandacht te richten op het behalen van gezondheidswinst door de gezondheid van mensen in kwetsbare posities te verbeteren. Voorbeelden zijn mensen die onder de armoedegrens leven, migranten of mensen met chronische aandoeningen. Het aantal Venlose inwoners met een chronische aandoening ligt boven het regionale en landelijke gemiddelde. Zo heeft 36% van alle volwassenen in Venlo één of meerdere aandoeningen, terwijl het landelijk gemiddelde 30% is.16 Leefstijl en de kwaliteit van de sociale en fysieke omgeving hebben invloed op de gezondheid. Bijna 20% van de ziektelast in Nederland wordt veroorzaakt door ongezond gedrag. Vaak voorkomende aandoeningen (o.a. hart- en vaatziekten, diabetes, kanker) kunnen dus vaak ook voorkómen worden. Dit heeft potentieel een groot positief effect op de (ervaren) kwaliteit van leven en participatie in de samenleving.17 Door de pandemie zijn de toekomstige opgaven voor volksgezondheid en zorg urgenter geworden. Corona legt als het ware een vergrootglas op de kwetsbaarheden en problemen.

Kijken we naar de opgaven uit de Toekomstverkenning-2018 dan zien we bij de blijvend hoge ziektelast door hart- en vaatziekten en kanker dat ons gedrag ongezonder lijkt te worden. Roken en overgewicht, twee belangrijke riscofactoren, lijken gemiddeld toe te nemen. Dit onderstreept het belang van preventie. Een belangrijk volksgezondheidsvraagstuk was al dat er steeds meer oudere mensen komen die extra 16 GGD gezondheidsmonitor 2020

17 De (laatst gepubliceerde) RIVM volksgezondheidsverkenning (2018)

18

kwetsbaar zijn. Juist voor deze mensen vormt COVID-19 een extra risico. Deze ouderen wonen langer zelfstandig en krijgen meer te maken met dementie en andere complexe gezondheidsproblemen.18 Het aandeel inwoners in onze gemeente dat voldoet aan de meest gehanteerde normen van TNO voor bewegen (Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen, afgekort NNGB) is afgenomen sinds 2017.19 Diverse maatschappelijke ontwikkelingen werken deze daling in de hand, zoals het aantal chronisch zieken, sociale media en de pandemie. De daling is met name te zien onder jongeren tussen de 18 en 29 jaar (60% in 2017 en 51% in 2019) en de combinorm (68% in 2017 en 57% in 2019). Ook het aantal 55-plussers dat aan de NNGB-norm voldoet, is gedaald van 60% naar 54%.

Jeugd Het merendeel van onze jongeren groeit zonder noemenswaardige (opvoed)problemen in hun eigen leefomgeving op. Soms is er (tijdelijk) professionele ondersteuning nodig voor de jeugdige en zijn ouders/verzorgers. Over het eerste halfjaar van 2022 maakte in Venlo 2.030 jongeren, dat wil zeggen 8,7% van de jongeren gebruik van jeugdhulp in natura.20 Uit landelijke benchmarkgegevens21 blijkt dat het aandeel jongeren tot 18 jaar in de gemeente Venlo dat gebruik maakt van jeugdhulp iets hoger is dan het landelijk gemiddelde: 11,0% ten opzichte van 10,7% in Nederland. We zien echter wel een dalende trend, zowel landelijk als in Venlo. Bij de uitsplitsing van het jeugdzorggebruik blijkt dat in onze gemeente het percentage voor jeugdhulp met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering (licht) hoger is dan het landelijk gemiddelde. Dit wordt met name veroorzaakt door de wijziging van het woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022, waardoor de gemeente Venlo voor een groep jeugdigen de verantwoordelijkheid overgedragen heeft gekregen. Het aantal jeugdigen (unieke cliënten) in jeugdhulp was in de maand oktober 2022 3% hoger dan in oktober 2021. Tegelijkertijd blijft de gemiddelde zwaarte van de hulpvraag toenemen. 

Het aantal jeugdigen dat behandeling met een verblijf ontvangt is in 2022 verder gedaald. Tegelijkertijd zien we een toename van het aantal jeugdigen in woonvoorzieningen. De ambitie is om deze laatste vorm van ondersteuning te laten groeien, om zo een gezinsvervangende oplossing te bieden voor jeugdigen die door omstandigheden tijdelijk of voor langere tijd niet thuis kunnen wonen. Bij jeugdhulp zonder verblijf zien we in 2022 dat het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugd-GGZ lager ligt dan in 2021. Er is gedeeltelijk een verschuiving naar het gebruik van andere vormen van ambulante jeugdhulp. Dit heeft onder andere te maken met de nieuwe contractafspraken. Hierin is opgenomen dat een aantal lichtere vormen van behandeling zoals ambulante jeugdhulp worden ingezet zonder dat hiervoor een (volwaardige) GGZbehandeling noodzakelijk is. Daarnaast zien we nog altijd de positieve effecten van de inzet van de Specialistisch Ondersteuner Jeugd bij huisartsenpraktijken. Het aandeel jeugdbescherming ligt in Venlo op 11,7% ten opzichte van 7,4% landelijk in het eerste halfjaar van 2022. Tegelijkertijd zien we de afgelopen jaren in de gemeente Venlo een lichte daling op het totaal aantal jeugdbeschermingsmaatregelen. Het gaat hier om jeugdigen die onder toezicht zijn gesteld of die een voogdijmaatregel hebben gekregen.

Vaak gaat het om jeugdigen waar bij de ouders sprake is van een (v)echtscheiding, jeugdigen uit multiprobleemgezinnen of van (arbeids)migranten en waar sprake is van schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten. Door initiatieven op het gebied van vroegsignalering en samenwerking met verwijzers zetten we in op het versterken van de eigen omgeving van

18 RIVM, Tussenbericht 2020

19 Stadspeiling Venlo, 2021, gepubliceerd 2022 20 CBS StatLine, kerncijfers over jeugdzorg eerste halfjaar 2022 21 Waarstaatjegemeente.nl.

19

jeugdigen. De focus verschuift geleidelijk van de aanpak van problemen waarmee de jeugdige wordt geconfronteerd, naar een bredere gezinsaanpak om ook (onderliggende) oorzaken of signalen op te kunnen pakken. De inzet van de jeugdhulpverlening is erop gericht dat jeugdigen bij problemen zo spoedig mogelijk geholpen worden. Vanuit aanbieders in de jeugdzorg komen signalen dat gezien de staat van de arbeidsmarkt het steeds lastiger wordt om vacatures in te vullen. Om zicht te krijgen op de mentale gezondheid van jongeren heeft het RIVM een vijfde kwartaalonderzoek uitgevoerd.22 De meerderheid (68%) gaf in september 2022 aan geen mentale klachten te ervaren. Voor een derde was dit wel zo. Het RIVM geeft aan dat na de piek in het aantal jongeren met mentale klachten in meetronde 3 (61% in maart 2022), het aantal jongeren met deze klachten nu duidelijk afneemt. De grootste kans op mentale klachten ligt bij jongeren die nog last hadden van een meegemaakte gebeurtenis. Het RIVM constateert dat in de thema’s waarop zij jongeren hebben bevraagd over het algemeen het aantal klachten licht afneemt.  Het aantal jongeren dat er in de laatste drie maanden serieus aan dacht om een eind aan hun leven te maken is gedaald van 17% in maart 2022 naar 13% in september 2022.

 Het aantal jongeren dat zich enigszins tot sterk eenzaam voelt is licht gedaald van 52% in maart 2022 naar 46% in september 2022.  Het aantal jongeren dat (zeer) vaak gestrest is door één of meerdere facturen is gedaald van 54% in maart 2022 naar 47% in september 2022. De stress wordt in de meeste mate veroorzaakt door achtereenvolgens school, alles wat zij moeten doen, wat anderen van hen vinden, eigen problemen, de coronasituatie/-maatregelen en de situatie thuis.

Op het moment van het opstellen van deze omgevingsanalyse wordt de laatste hand gelegd aan de Hervormingsagenda Jeugd. De gezamenlijke ambitie van Rijk, gemeenten en brancheorganisaties in de jeugdzorg is om met voorstellen te komen voor verbetering van de hulpverlening voor kwetsbare kinderen, jongeren en gezinnen. Tegelijkertijd dient het jeugdstelsel inhoudelijk en financieel duurzaam georganiseerd en beheersbaar te worden. De Hervormingsagenda zal betrekking hebben op het integrale jeugdstelsel, en is daarom voor al onze jeugdigen van belang (van preventie tot en met intensieve jeugdzorg). Overeenstemming tussen alle partijen is van belang om de agenda daadwerkelijk uit te kunnen voeren. In dat kader is tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG op 2 december 2022 een motie aangenomen die de VNG de opdracht geeft om met het Rijk afspraken te maken over het volledig compenseren van de feitelijke uitgaven in het kader van de Jeugdwet, en daarmee tot een passend financieel kader te komen voor de Hervormingsagenda Jeugd. In de landelijke akkoorden met het Rijk is het versterken van de sociale basis een belangrijk onderdeel.

Onder de sociale basis verstaan we: ‘het geheel van organisaties, diensten, voorzieningen en betrekkingen die het mogelijk maken dat mensen in redelijkheid in sociale verbanden (buurten, groepen, netwerken, gezinnen) samen kunnen leven en kunnen participeren in de samenleving’.

22 RIVM, mentale gezondheid jongeren: Mentale klachten onder jongeren nemen af.

20

Vrijwilligers en mantelzorgers Vrijwilligerswerk levert een waardevolle bijdrage aan onze samenleving. Vrijwilligerswerk kan op drie manieren van waarde kan zijn: voor de vrijwilliger zelf, voor degene die hulp ontvangt als gevolg van vrijwilligerswerk en voor de samenleving als geheel. In totaal heeft bijna de helft (48%) van onze inwoners in de leeftijd van 18 tot 90 jaar een vorm van vrijwilligerswerk gedaan (in 2021). Het gaat hierbij om ongeveer 42.000 inwoners: 40-plussers gaan het vaakst onbetaald aan de slag (51%) en jongere inwoners (18-29) het minst (38%). Daarnaast zien we dat meer dan de helft van de hoogopgeleide Venlonaren vrijwilligerswerk heeft uitgevoerd, ten opzichte van 44 procent van de andere opleidingsniveaus. De helft van de vrijwilligers is daar zo’n één tot tien uur per week mee bezig (53%). Bijna vier op de tien (37%) zijn weinig intensief bezig met vrijwilligerswerk, maximaal een uur per week. Het overige deel werkt meer dan tien uur per week als vrijwilliger. Als gevolg van demografische veranderingen, door veranderingen in beleid (ouderen die steeds langer zelfstandig thuis blijven wonen) en een krimpend aanbod van (zorg)personeel, is de verwachting dat de druk op mantelzorgers zal toenemen (SCP, 2019). De verwachting is echter ook dat het aantal personen dat mantelzorg kan verlenen minder snel zal toenemen.

Binnen de gemeente Venlo verleende in 2021 41% van de volwassen bevolking mantelzorg.

Veiligheid In het integraal veiligheidsbeleid 2019-2022 ‘Wij staan voor een Veilig Venlo’ zijn onze strategische prioriteiten en doelstellingen opgenomen. De geprioriteerde thema's in de periode 2019-2022 waren:  Adresgerelateerde problematiek (o.a. woonoverlast)  Veiligheid en Zorg (jeugdoverlast, jeugdcriminaliteit, mensen met verward gedrag)  Ondermijnende criminaliteit De belangrijkste doelstelling van het beleid is een verhoging van het rapportcijfer voor veiligheid dat de inwoners zelf aan hun woonomgeving toekennen. Bewoners waardeerden hun woonomgeving in 2022 met een 7,2 (was in 2016 een 6,9). De andere doelstellingen zijn deels wel en deels niet gehaald. Doelstelling voor 2022 uit ‘Wij staan voor een Veilig Venlo’, IVB 20192022 Het gemeentelijk gemiddelde rapportcijfer van inwoners voor veiligheid van de woonomgeving stijgt van 6,9 naar 7,2 (in 2022). Onze bijzondere aandacht gaat uit naar de wijken die in 2016 een rapportcijfer lager dan een 6,5 scoorden. Samen met de inwoners richten wij ons op het rapportcijfer 6,7 voor Blerick Noord (was 6,1), Venlo Centrum (was 6,3) en Klingerberg (was 6,4).

Realisatie 2022 (Veiligheidsmonitor 2021)

Het rapportcijfer 7,2 is gehaald zowel voor de kern Venlo als voor de gemeente Venlo.

In de Veiligheidsmonitor 2021 scoort:  Blerick-Noord: 6,2 (+0,1 t.o.v. 2016)  Venlo-Centrum: 6,9 (+0,6 t.o.v. 2016)  Klingerberg: 6,4 (gelijk gebleven)  De doelstelling van een 6,7 voor deze wijken is alleen voor Venlo-Centrum behaald.

21

Iedere wijk in Venlo krijgt in 2022 een rapportcijfer 6,5 of hoger.

In de Veiligheidsmonitor 2021 scoren 16 van de 18 wijken/dorpen hoger dan een 6,5. De volgende wijken scoren lager dan een 6,5:  Blerick-Noord: 6,2 (+0,1 t.o.v. 2016)  Klingerberg: 6,4 (gelijk gebleven t.o.v. 2016)

Eerdergenoemde geprioriteerde thema's zijn nog steeds relevant. In dat kader springt de overlast van mensen met verward gedrag in het oog. De afgelopen jaren is in Venlo sprake van een toename van overlastgevende personen (ook overlast door zwervers en overlast door alcohol/drugs). Ondernemers, inwoners en andere instanties/instellingen klagen over de toename van overlast door drinkende personen, zwervers, (ex)arbeidsmigranten en verwarde personen. Uit politieregistraties blijkt er al langere tijd (vanaf 2018) sprake van een toename van overlast door verwarde personen en zwervers. De preventieve en repressieve maatregelen vanuit politie, Openbaar Ministerie en gemeente tegen ondermijnende criminaliteit hebben tot op heden niet tot zichtbare afname geleid. Zaken als lage opleiding, armoede, gezondheid en daarmee bestaansonzekerheid, kansenongelijkheid en een beperkte sociale samenhang zijn risico-verhogende factoren. Gemeente, politie en private partijen staan voor de lastige opgave hoe om te gaan met de veranderingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie en de gevolgen daarvan. Nieuwe criminaliteitsvormen zoals cybercrime en digitale fraude nemen toe Criminelen experimenteren met phishing, whatsapp fraude of hypotheekfraude, ook gericht tegen burgers. Jongeren zijn (als dader) de afgelopen jaren bij steeds meer cybercrime-zaken betrokken.

Landelijk was vorig jaar bij 47 procent van de zaken iemand van 21 jaar of jonger betrokken, waar dat in 2018 nog in 33 procent van de cybercrime-zaken het geval was. Het gaat om alle soorten van cybercrime: van het plegen van DDOS-aanvallen tot fraude. Speciale zorg gaat uit naar de kans dat deze jongeren de stap maken van cybercrime naar andere vormen van criminaliteit. De aard van de terroristische dreiging is veranderd. Het jihadisme blijft de voornaamste terroristische dreiging, maar deze dreiging is in Nederland en de ons omringende landen sinds het vorige decennium afgenomen. Met de opkomst van het rechts-extremistische accelerationisme23 zijn terroristische aanslagen vanuit dit inherent gewelddadige gedachtegoed ook voorstelbaar geworden. Daarnaast kan geloof in complottheorieën binnen het radicale anti-overheidsprotest aanleiding geven tot extremistisch en zelfs terroristisch handelen. Verder zien we een toename in het aantal mensen die geloven in complottheorieën en antioverheidssentimenten en die zich daar in vastbijten. In hun slipstream zien we een grote groep volgers die deze theorieën onderschrijven en gevoed worden door uitspraken van (met name online) aanjagers maar ook door nationale en internationale politici.

Ook dit kan aanleiding zijn voor extremistisch of zelfs terroristisch handelen (dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid).24

23 Gedachtegoed waarbij het creëren of versnellen van chaos wordt nagestreefd, om zo een rassenoorlog en de vervanging van de democratie door een witte etnostaat te bespoedigen 24 NCTV, Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 57, november 2022

22

Maatschappelijke betrokkenheid Het vertrouwen in de Tweede Kamer en de regering is laag. Ongeveer de helft van de Nederlanders geeft aan geen of weinig vertrouwen te hebben in de politiek. 50% heeft voldoende vertrouwen in de regering en 51% heeft voldoende vertrouwen in de Tweede Kamer. 25 In Venlo is het vertrouwen in het gemeentebestuur juist toegenomen waarbij slechts 17%, dus één op de zes inwoners, aangaf geen tot weinig vertrouwen te hebben in het gemeenbestuur.26 Interessant ook zijn de in januari 2023 gepubliceerde resultaten van een onderzoek van het ministerie van SZW in negen gemeenten naar de kennis en naleving van de verplichtingen die horen bij de Participatiewet. Aan onze inwoners die een uitkering ontvangen werd gevraagd of ‘de gemeente Venlo hen rechtvaardig behandelt’.27 Niet alleen is dit aandeel het afgelopen jaar in Venlo verder toegenomen, ook is dit significant hoger dan het landelijk gemiddelde.

Ongeveer 70% van de Nederlanders is overigens tevreden met de manier waarop de democratie functioneert. Nederlanders waarderen vooral vrije verkiezingen en de vrijheid van meningsuiting. Ruimte voor verbetering zien mensen vooral bij de politiek: die zou beter moeten luisteren, leren van fouten en eerlijker moeten zijn. Een veelgehoorde klacht over het functioneren van het systeem is dat er te veel partijen zijn. Burgers vrezen dat deze versplintering in het politieke landschap de samenwerking en doelmatigheid van zowel het kabinet als de oppositie vermindert.28 Een ontwikkeling die zich ook in Venlo laat zien en voelen en die heeft geleid tot het hoger op de bestuurlijke agenda zetten van een thema als burgerbetrokkenheid. De aanbevelingen uit het onderzoek van de rekenkamercommissie naar dit onderwerp worden hierin meegenomen.

25 SCP, Continu Onderzoek Burgerperspectieven, 1 september 2022 26 I&O Research/ Gemeente Venlo, stadspeiling 2021

27 I&O Research/ Ministerie van SZW, Kennis der Verplichtingen Participatiewet, januari 2023

28 SCP, Continu Onderzoek burgerperspectieven 1 september 2022

23

Gemeentelijke woonlasten Gemeentelijke woonlasten worden gedefinieerd als het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een woning met gemiddelde waarde in een gemeente betaalt aan de onroerend zaakbelasting (OZB), rioolheffing en afvalstoffenheffing, na aftrek van een eventuele heffingskorting. In deze omgevingsanalyse worden de gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden als uitgangspunt genomen. In 2022 stond de gemeente Venlo op de 155ste plaats (2021: 148e plaats, 2020: 202e plaats) waarbij positie 1 de laagste gemeentelijke woonlasten heeft.29

Rangnummer COELO vs aantal (deel)gemeenten 387

372

377

176

193

202

2018

2019

2020

Totaal aantal (deel)gemeenten Nederland

370

349

148

155

2021

2022

Positie gemeente Venlo

Venlo is iets gestegen op de ranglijst ten opzichte van 2021. Desondanks bevindt Venlo zich nog steeds ruim onder de middenmoot.

Op basis van de ‘Atlas lokale lasten 2022’ van het COELO zijn de woonlasten als volgt:

29 Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO): Atlas lokale lasten 2022.

24

Het totaal van de woonlasten voor een (gemiddeld) meerpersoonshuishouden bedraagt voor Venlo €900 en zijn daarmee iets lager dan de woonlasten van het landelijk gemiddelde (€ 904) en ruim lager dan de woonlasten van andere Limburgse steden als Heerlen (€969), Sittard-Geleen (€1.020) en Maastricht (€994). De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoons-huishouden ligt in Venlo nog wel boven het gemiddelde van de grote gemeenten (€875). De hoogte van de rioolheffing en afvalstoffenheffing van Venlo bevindt zich ruim onder de waarden van zowel de Limburgse steden als het landelijk gemiddelde en het gemiddelde van de grote gemeenten. De OZB voor woningen is daarentegen hoger dan het landelijk gemiddelde, het gemiddelde van de grote steden en hoger ten opzichte van de Limburgse steden Heerlen en Maatricht. Enkel de gemeente Sittard-Geleen heeft een hoger OZB-bedrag voor woningen. In de begroting 2022 en 2023 is uitvoering gegeven aan het besluit om de woonlasten voor woningeigenaren en huurders en de gemeentelijke woonlasten voor niet-woningen gemiddeld nominaal niet te verhogen. Voor deze jaren is het vastgestelde beleid van 100% kostendekkende heffingen niet toegepast. Hiervoor is er voor wat betreft de afvalstoffenheffing en rioolheffing een incidentele onttrekking gedaan uit de egalisatiereserve ‘mitigeren afval, riolen, woonlasten’.

In de programmabegroting 2023 is aangegeven deze lijn gedurende de collegeperiode door te trekken waarvoor binnen de jaarschijven 2024 t/m 2026 (deels) middelen zijn gereserveerd. Als gevolg van onvoldoende structurele middelen vanaf 2026, het nog op te stellen beleidsplan afval en de kostenontwikkeling en beleidsmatige keuzes die te maken zijn is opdracht gegeven tot het opstellen van scenario’s zodat bij de kadernota een concreet voorstel gedaan kan worden op welke wijze om te gaan met de woonlastenontwikkeling. De Atlas lokale lasten 2023 van het COELO is nog niet verschenen. Het COELO heeft inmiddels wel uitgebracht het rapport ‘Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2023’30. Op basis van dit rapport is de volgende vergelijking te maken:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/210/documents/3796