CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

VLSN_Visie op Velsen_Bouwstenen_V16.pdf

Sessies Raadzaal 11 februari 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: 21.30 - 23.00 uur Visie op Velsen, eerste beeldvormende sessie43.600 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

62%

64%

65%

64%

Op bezoek bij vrienden/familie

58%

47%

46%

52%

Via familie en/of vrienden

36%

32%

32%

28%

Fietsen

61%

28%

25%

41%

Via websites van gemeenten/plaatsen

21%

19%

20%

15%

Uit eten in restaurant/café

48%

58%

60%

51%

Ik zoek geen informatie op als ik er een dagje op uit ga

20%

15%

14%

20%

Naar het strand gaan

43%

48%

49%

46%

Via een navigatie-app (zoals Google Maps, of Kaarten)

16%

19%

21%

10%

Sporten

30%

42%

45%

30%

Via tijdschriften

18%

4%

4%

2%

Via landelijke of regionale dagbladen

17%

4%

4%

6%

Via facebook

10%

16%

17%

14%

Via lokale dagbladen

15%

2%

1%

4%

Via informatiefolders

11%

2%

1%

6%

Via boekings- en vergelijkingswebsites (bijv. tripadvisor, booking, zoover, expedia)

7%

10%

12%

4%

Via Instagram

2%

15%

17%

7%

Via een reisbrochure of -gids

4%

4%

4%

2%

Cultuur

29%

24%

23%

31%

Bezoek aan evenementen (bijv. festivals, concerten)

18%

42%

45%

30%

Winkelen in het centrum

14%

47%

48%

43%

Bezoek haven

25%

8%

8%

9%

Uitgaan

9%

39%

43%

21%

Wellness bezoeken

10%

23%

24%

22%

Wind-/watersport

6%

9%

10%

3%

Via vlogs en blogs

0%

6%

7%

3%

Vissen

2%

3%

3%

4%

Via YouTube

1%

4%

5%

1%

Anders

11%

1%

0%

4%

Via Twitter

1%

0%

0%

1%

Anders

6%

0%

0%

2%

Vraagstelling: Wat deed u voor de coronamaatregelen het liefst als vrijetijdsactiviteiten buitenshuis? Basis: n=959 (allen)

34 Significant verschil inwoners en niet-inwoners Velsen Significant verschil inwoners Amsterdam en Haarlem

168

Als u er normaal gesproken een dagje op uit gaat buiten uw eigen gemeente, hoe gaat u dan op zoek naar informatie?

Terug naar de inhoud

Vraagstelling: Als u er normaal gesproken een dagje op uit gaat buiten uw eigen gemeente (vrijetijdsbesteding), hoe gaat u dan op zoek naar informatie? Basis: n=959 (allen)

36

Significant verschil inwoners en niet-inwoners Velsen Significant verschil inwoners Amsterdam en Haarlem

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

169

Analyse - Regio - Citymarketing

De meeste inwoners van Velsen zijn bekend met het fietsknooppuntennetwerk en het wandelnetwerk rondom IJmuiden/Velsen 39% maakt wel eens gebruik van het fietsknooppuntennetwerk, 29% van het wandelnetwerk In hoeverre bent u bekend met het fietsknooppuntennetwerk?

Inwoners Velsen

Ik ben hiermee bekend en maak er ook wel eens gebruik van

39%

Ik ben hiermee bekend, maar ik maak er nooit gebruik van

39%

78% bekend

22%

Ik ben hier niet mee bekend

In hoeverre bent u bekend met het wandelnetwerk rondom IJmuiden en Velsen?

Bijlagen

Inwoners Velsen 29%

Ik ben hiermee bekend en maak er ook wel eens gebruik van

40%

Ik ben hiermee bekend, maar ik maak er nooit gebruik van

69% bekend

31%

Ik ben hier niet mee bekend

37

Vraagstelling: In hoeverre bent u bekend met het fietsknooppuntennetwerk? / In hoeverre bent u bekend met het wandelnetwerk rondom IJmuiden en Velsen? Basis: n=696 (Deelnemers uit de Gemeente Velsen)

Bijna 80% van de inwoners vinden dat er voldoende mogelijkheden zijn om te recreëren in de gemeente Velsen

39

Achtergrondinformatie

Inwoners missen verschillende recreatie mogelijkheden zoals een winkelhart of een plein In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling?

Inwoners Velsen

In de gemeente Velsen zijn er voldoende mogelijkheden om te recreëren.

30%

Helemaal mee eens

48%

Mee eens

78% voldoende

Niet mee eens

3%

Helemaal niet mee eens

0%

Haarlem

•

‘Culturele evenementen, een winkelhart’ ‘Gezellig plein met terrasjes’ ‘Meer dag recreatie in IJmuiden’ ‘Activiteiten en plekken voor de jeugd’ ‘Wat bankjes om te picknicken bv in de parken’ ‘Voor de mensen met behoorlijk wat geld is er wat te doen, voor mensen met weinig geld vrijwel niets. Amsterdam heeft een stadspas, Velsen heeft niets’ ‘Zeer onvriendelijk voor mensen met handicap’

Vraagstelling: In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling? In de gemeente Velsen zijn er voldoende mogelijkheden om te recreëren. / Wat mist u? Basis: n=696 (Deelnemers uit de Gemeente Velsen)

170

Terug naar de inhoud

5% 27%

IJmuiden

Wat mist u? • • • • • •

22%

Amsterdam

18%

Neutraal

Waarom woont u hier?

Waar woont u?

Velsen-Noord

3%

Velsen-Zuid

5% 16%

Velserbroek Santpoort-Noord

9%

Santpoort-Zuid

5%

Driehuis

8%

28% Niet-inwoners Velsen

72% Inwoners Velsen

31%

Ik ben hier geboren Wegens mijn werk

11%

Wegens partner/familie/vrienden

19%

Voor de omgeving

19%

Andere reden

20% Basis: n=696 (Deelnemers uit de Gemeente Velsen)

Basis: n=963 (allen)

38

40

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

171

Analyse - Regio - Regionale oriëntatie

Regionale oriëntatie Gemeente Velsen Velsen heeft het afgelopen jaar benut om zich te heroriënteren op de regionale samenwerkingsverbanden. Op basis van cijfers, kaarten en andere inhoudelijke voorbereidingen hebben raad en college hierover van gedachten gewisseld en richtinggevende uitspraken gewogen. Velsense koers in regionale samenwerking Velsen kijkt als volgt naar effectieve vormen om samen te werken met regionale partners:

Tot ziens bij MWM2

Auteurs: Fenneke Vegter, Joselijn Blom & Alice Reinhartz Datum: Juni 2020

41

• IJmond Zoeken naar een effectieve en evenwichtig samenwerking (balans in halen en brengen tussen partners). De focus (tijd, energie) van deze samenwerking richt zich op de onderwerpen luchtkwaliteit, noodzakelijk t.b.v. positie in MRA (domein van de fysieke leefomgeving: bereikbaarheid, woningbouw, ruimtelijke ordening, economie, maakindustrie, recreatie & toerisme). • Kennemerland Zoeken naar een effectieve samenwerking met Zuid-Kennemerland, en Haarlem als spil daarin. De focus (tijd, energie) van deze samenwerking richt zich op de onderwerpen bouwen en wonen, bereikbaarheid, landschap, onderwijs, Werk en inkomen, Jeugdzorg.

Onderstaande punten betreft eigenlijk meer ‘bestendiging’: • Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) Blijven werken in dit verband; spil op het vlak van Openbare orde en Veiligheid. • Noordzeekanaalgebied (NZKG) Blijven werken in dit samenwerkingsverband met de lokale, provinciale en landelijke overheden, havenbedrijven en vertegenwoordigers van bedrijfsleven. De focus (tijd, energie) van deze samenwerking richt zich op de onderwerpen van ruimtelijk-economische en havenontwikkeling (inclusief transitie naar duurzame energie). • Metropoolregio Amsterdam Blijven werken in dit samenwerkingsverband dat voor Velsen een belangrijke speler is wat betreft verdeling van (rijks)middelen in het domein van de fysieke leefomgeving. Denk aan bereikbaarheid, woningbouw, ruimtelijke ordening, economie, maakindustrie, recreatie & toerisme.

• Provincie Noord-Holland Een partner waar Velsen simpel gezegd niet omheen kan. Maar heel vaak ook een partner voor Velsen wat betreft inhoudelijke standpunten. Meer dan tot nu toe focus (tijd, energie) investeren in de samenwerking met deze partner. Bovenstaande punten zijn eigenlijk de behoedzame koersbijstelling van de oriëntatie van Velsen op regionale samenwerkingsverbanden.

172

Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

173

Inspiratie • De noodzaak van tuinieren, College van Rijksadviseurs • Samenleving 2030; een toekomstverkenning Proces • Bestuurlijke besluitvorming

174

Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

175

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

om 176

Terug naar de inhoud

Fre ed

F doreeTo m

m Fro

Hoe met ruimtelijke condities economische excellentie en kansengelijkheid te bevorderen

De noodzaak van tuinieren

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

177

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

Advies

6

De juiste condities

8

Samenleving in balans

20

Economie in balans

28

Overzicht ruimtelijke condities

36

Overzicht beleidsmaatregelen

38

Aan het woord

40

Drie voorbeeldregio’s

48

De noodzaak van tuinieren

4

Inhoud

“Il faut cultiver notre jardin”

Inleiding

Voltaire

“De omgeving van de mens is de medemens” Jules Deelder

3 178

Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

179

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

Centraal Planbureau, Centraal Economisch Plan (2020)

2 Raad voor de

leefomgeving en infrastructuur, Toegang tot de stad: hoe publieke voorzieningen, wonen en vervoer de sleutel voor burgers vormen (september 2020) 3 Raad voor

Volksgezondheid en Samenleving, Gezondheidsverschillen voorbij: complexe ongelijkheid is een zaak van ons allemaal (augustus 2020) 4 Nationaal

Campussen Overleg, Manifest 'Toplocaties' (juli 2020)

4 180

Ruimtelijke omstandigheden hebben dus invloed op de kansengelijkheid en economische prestaties van Nederland. We hebben als land een rijke planningstraditie, waarin gepoogd werd de economie te stimuleren en alle Nederlanders gelijke kansen te bieden. Met te veel sturing in de jaren ‘70 tot nagenoeg geen ruimtelijke sturing in het afgelopen decennium. Het resultaat: leefomgevingen waarin niet iedere Nederlander dezelfde kansen heeft en de economie niet optimaal profiteert.

Beleidsmakers nemen dagelijks beslissingen die – vaker onbewust dan bewust – ruimtelijke condities creëren. Werken aan sociale en economische ontwikkeling zou je kunnen vergelijken met tuinieren. Een tuinman geeft op tijd water en snoeit bij waar nodig. Zo zorgt hij voor de beste condities om de planten in zijn tuin te laten groeien en bloeien. Ook met ruimtelijke keuzes en beleid kunnen we condities creëren die de kans vergroten dat wenselijke ontwikkelingen zich voordoen: dat iedereen de kans heeft om zich optimaal te ontwikkelen en dat tegelijkertijd de economie groeit en bloeit, zonder dat extremen de overhand nemen. Dit advies is erop gericht om overheden bewust te maken van de effecten van hun beleid, bekeken door een ruimtelijke bril. Daarmee worden ook verbanden gelegd met andere sectoren, ruimtelijk en nietruimtelijk beleid, van het Rijk en van andere overheden. Het is een pleidooi om vooral meer te gaan tuinieren: condities creëren en extremen vermijden.

De noodzaak van tuinieren

Inleiding 1

Het gaat goed met Nederland wanneer de inwoners en bedrijven zo min mogelijk kansen missen. Maar er zijn wel degelijk ongelijke kansen en die leiden tot gemiste kansen voor kinderen én voor de economie, zegt het Centraal Planbureau. Zo kan de buurt waarin je opgroeit beslissend zijn voor de hoogte van je toekomstige inkomen1 en is de toegang tot wonen, vervoer en publieke voorzieningen voor veel mensen verslechterd2. Ook gezondheidsverschillen nemen toe en onze leefomgeving draagt daaraan bij.3 Tegelijkertijd worden kansen voor economische innovatie gemist. Tien grote campussen in Nederland pleitten onlangs nog voor meer aandacht voor het fysieke aspect van innovatie-ecosystemen.4

Leeswijzer De publicatie is als volgt opgebouwd:

Advies In dit advies aan het Rijk laten we zien hoe overheden kunnen sturen de juiste balans in de ruimtelijke thema's massa, diversiteit en uitwisselingsmogelijkheden om meer kansengelijkheid en economische excellentie te bereiken. Daarin richten we ons op beleidsmaatregelen voor het Rijk en daarbinnen specifiek de ministeries van BZK, EZK, IenW en OCW.

Aan het woord Ter illustratie van hoe je kunt werken aan grote doelen met simpele ruimtelijke sturingsmechanismen laten we drie experts aan het woord: David Rusk, Barbara Baarsma en Chaimae Fadis.

Drie voorbeeldregio’s Tot slot een uitwerking van de adviezen toegepast op drie voorbeeldregio’s. We tonen voorbeelden van ruimtelijke condities in Nederland, die bewust of onbewust zijn gecreëerd, en die aanleiding geven tot het verbeteren van condities. Welke condities zijn in deze regio’s nodig om kansengelijkheid en economische prestaties te bevorderen?

5 Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

181

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

De noodzaak van tuinieren

Advies

In dit advies aan het Rijk laten we zien dat het werken aan sociale of economische ontwikkeling niet zo verschillend is van ecologie en dat je met het creëren van de juiste ruimtelijke condities de kans kunt vergroten dat gewenste ontwikkelingen zich voordoen: meer kansengelijkheid en economische excellentie. We laten zien hoe overheden kunnen sturen op de juiste balans in ruimtelijke thema's massa, diversiteit en uitwisselingsmogelijkheden om deze doelen te bereiken. Hoe zij gewenste condities kunnen stimuleren en ongewenste extremen kunnen vermijden. Daarin richten we ons op beleidsmaatregelen voor het Rijk en daarbinnen specifiek de ministeries van BZK, EZK, IenW en OCW.

Parkrestaurant De Waard op Industriepark Kleefse Waard, Arnhem Foto: Cas van Hork

6

182

7

Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

183

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

184

“Door het creëren van de juiste ruimtelijke condities wordt de kans groter dat zich een bepaalde ontwikkeling voordoet.”

Om lepelaars naar de Oostvaardersplassen te lokken, werden poelen gegraven voor de driedoornige stekelbaars, hun favoriete snack. En met succes. Zoals lepelaars en stekelbaarsjes een ideaal leefmilieu hebben waarin zij het best gedijen, geldt dat ook voor mensen in het algemeen en voor onderscheidende subgroepen in het bijzonder. In die zin is het werken aan sociale of economische ontwikkeling niet zo verschillend van ecologie. Door het creëren van de juiste ruimtelijke condities wordt de kans groter dat zich een bepaalde ontwikkeling voordoet. Maar zowel de ecologische als de maatschappelijke actoren laten zich niet temmen. Soorten hebben elkaar nodig om te kunnen overleven. Zonder de brede diverse basis in de voedselpiramide kan de bijzondere soort bovenin niet bestaan. Hoe groter de massa, hoe meer specialisatie er mogelijk is. Bovenaan én onderin. Ook in de economie gaat het niet alleen om werkgelegenheid voor en het verdienvermogen van (inter)nationaal talent in topsectoren, maar juist ook om de brede economische basis waarin iedereen gelijke kansen heeft om zich te ontwikkelen. Economische excellentie en kansengelijkheid zijn wat dat betreft twee zijden van dezelfde medaille.

‘Engineering Nature’ In de Oostvaardersplassen werden poelen gegraven voor de driedoornige stekelbaars zodat er lepelaars op af zouden komen. Bron: Rijkswaterstaat, Werkdocument verspreiding stekelbaars Oostvaardersplassen (1989)

Ook als we specifiek kijken naar de ruimtelijke verschijningsvorm blijken veel ecologische principes ook te gelden voor economie. Ruimtelijke concentraties van mensen die zich met min of meer hetzelfde bezighouden, leiden bijvoorbeeld tot meer uitwisseling en kruisbestuiving van ideeën en innovaties. Hoe groter de botsingskans en uitwisselingsmogelijkheden, des te meer verwachte en onverwachte ontmoetingen, Proefstation en innovatieve vonken. Lepelaar & stekelbaars Met behulp van deze ecologische parallel kunnen we voor economische excellentie en kansengelijkheid drie relevante ruimtelijke thema’s onderscheiden: massa, diversiteit en uitwisselingsmogelijkheden. Elk kent een optimale balans. Te veel of te weinig massa, diversiteit en uitwisselingsmogelijkheden leiden namelijk tot extremen die we moeten zien te vermijden.

De noodzaak van tuinieren

De juiste condities 8

Lessen uit de ecologie

actieradius

Voedselpiramide

voedselpiramide

habitat

Stedelijke systemen hebben een vergelijkbare hiërarchie als in een voedselpiramide. Bovenaan staan de soorten die een groot gebied nodig hebben om goed te gedijen, onderaan de soorten met een kleine actieradius. Bron: onbekend

9 Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

185

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

Twee soorten vrijheid

In de laatste zin van Candide ou l‘optimisme (1759) nodigt Voltaire ons uit om onze tuin te bewerken: “il faut cultiver notre jardin”.

In zijn essay Two concepts of liberty (1958) maakt filosoof Isaiah Berlin onderscheid in twee typen van vrijheid. TWEE TYPEN VRIJHEID

Het werken aan economische excellentie en kansengelijkheid is net tuinieren: als je er niets aan doet overwoekert de tuin en nemen de slakken het over. Maar als tuinman kan je de tuin niet je volledige wil opleggen. Als je alles tot in de puntjes bijhoudt en structureert, is er geen ruimte voor spontane bloei en zal de tuin kwetsbaar blijken voor onvoorziene ontwikkelingen. Door af en toe een beetje bij te sturen, dat wat dood of uitgebloeid is te verwijderen en in een hoekje eens iets nieuws te proberen, geef je de tuin stapje voor stapje de ruimte en structuur om te bloeien en bewaar je de balans in het systeem. Tuinieren is een goede metafoor voor hoe de overheid op het vlak van economische excellentie en kansengelijkheid beleid zou moeten voeren: geen blauwdruk plannen van bovenop opleggen (te veel structuur), maar ook geen laisez-faire door alles aan de markt en de maatschappij overlaten (te weinig structuur). Er zijn twee types beleidsmaatregelen te onderscheiden die deze houding van de overheid ondersteunen.

Tweederde diversiteit en eenderde structuur is wat we nodig hebben1 Bij een ongestructureerd netwerk leidt te weinig slagkracht tot chaos, gekenmerkt door stagnatie. Een gestructureerd netwerk met een te grote efficiëntie leidt deaarentegen tot consolidatie en gaat ten koste van de diversiteit, verbondenheid en veerkracht, waardoor het gehele systeem op den duur labiel wordt door broosheid en instort.

1

1. FREEDOM FROM

2. FREEDOM TO

Beschermen tegen … ongewenste ontwikkelingen

In staat stellen om … wenselijke kansen te benutten

Het gebied waarbinnen een individu of groep, ongehinderd door anderen, kan zijn wie of wat zij of hij is. Het individu of groep wordt beschermd tegen (extreme) hinder van buiten. Overheidsrollen

Freedom to De mate waarin een individu of groep meester is over zijn eigen leven. Het gaat hierbij om de ontplooiingsmogelijkheden die er voor een individu of groep zijn. Om de kansen die iemand heeft om iets te ondernemen, bijvoorbeeld door scholing en infrastructuur, niet om het daadwerkelijk benutten van die kansen. Beleidsimpact Deze twee soorten van vrijheid zijn beide van belang bij het maken van beleidsmaatregelen. Voor de eerste vrijheid, freedom from, zijn beleidsmaatregelen nodig die mensen en plekken beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen. Oftewel het vermijden van extremen. Dit vergt duidelijke waarden en grenzen waarmee niet gemarchandeerd kan worden. Deze dienen iedereen, waaronder kwetsbaren, te beschermen tegen extremen. Bij het tweede type vrijheid, freedom to, gaat het om beleidsmaatregelen die mensen en plekken in staat stellen om wenselijke kansen te benutten. Hier gaat het om het creëren van ideale condities. Denk aan goed onderwijs, goede verbindingen en ruimte om te ondernemen. Dit is minder vastomlijnd en er zal altijd iets te wensen over blijven. Het is ook de kunst om individuen en groepen te verleiden deze condities te benutten.

Isaiah Berlin

Isaiah Berlin

“De overgang van ideale condities naar onwenselijke extremen is een glijdende schaal, in de vorm van een klokcurve. Het is aan de politiek te bepalen waar de grens tussen beide exact ligt.“

De overgang van ideale condities naar onwenselijke extremen is een glijdende schaal, in de vorm van een klokcurve. Het is aan de politiek te bepalen waar de grens tussen beide exact ligt.

Emiel Westerhof (TU Eindhoven), ‘Tweederde diversiteit en eenderde structuur is wat we nodig hebben’, in NL Magazine (mei 2014)

10

186

Freedom from

De noodzaak van tuinieren

Uit het boek Candide ou l'optimisme van Voltaire (1759)

Noodzaak van tuinieren

11 Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

187

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

dom

Het behouden van de balans in massa, diversiteit en uitwisseling speelt op verschil- m Fro lende schaalniveaus. We definiëren er drie: de plek, de regio en het bovenregionale schaalniveau.

m Fro

campussen, clusters, centra en wijken

Regio Balans

Te veel

• Plekken met te weinig massa missen schaalvoordelen

• Voldoende massa zorgt voor agglomeratievoordelen

• Te veel massa levert agglomeratienadelen op

daily urban system (DUS)

• Hieronder verstaan we het daily F doreeurban system (DUS). De regio is het To m schaalniveau van de dagelijkse habitat van de gemiddelde burger. Hier speelt zich de dagelijkse interactie af tussen wonen, werken en voorzieningen. Het is ook het territorium van de woning-, arbeids- en voorzieningenmarkt.

m Fro

Fre edo m

Massa

Te weinig

m Fro

dom

Fre e

dom

F doreeTo m

Fro m

F d ree

To om • Dit is onze directe leefomgeving, de plekken waar we een groot deel van onze tijd doorbrengen: omdat we er wonen, werken of studeren. In dit advies onderscheiden we onder meer campus, cluster, centrum en woonwijk.

dom

e Fre

dom

Plek

Fre e

De uitersten van de curve gaan over de ongewenste extremen, zoals het snoeien van de klimop, zodat hij de tuin niet overwoekert.

Fre e

Het is aan de politiek om te bepalen waar deze grens exact ligt

Fre e

Het midden van de curve gaat om het creeren van de juiste condities om daarmee wenselijke ontwikkelingen te stimuleren, net als het water geven aan de plantjes in de tuin.

De noodzaak van tuinieren

Schaalniveaus

Klokcurve

m Fro

• Onvoldoende diversiteit zorgt voor monocultuur en starheid

• Voldoende diversiteit zorgt voor veerkracht

• Te veel diversiteit levert framgentatie op en daardoor onvoldoende samenhang

NL+

Fre e

dom

Diversiteit

• Onvoldoende uitwisseling veroorzaakt gemiste kansen voor ontwikkeling, isolatie en inteelt

• Voldoende uitwisseling zorgt voor ontmoetingen die leiden tot productiviteit en innovatie

Fre e

dom

Uitwisseling

m Fro

m Fro

12

188

F d ree To om -

F d ree To om -

• Te veel uitwisseling maakt een plek tot enkel een corridor, waarbij kannibalisme door grootste massa optreedt

non-DUS: Nederland, ABC

• Het bovenregionale schaalniveau, met andere woorden het nondaily urban system: Nederland en omgeving, grofweg de regio rond Amsterdam-Brussels-Cologne (ABC). Haar vijftig miljoen inwoners maken voornamelijk op niet-dagelijkse basis gebruik van de grote diversiteit aan kwaliteiten en milieus buiten de eigen regio: voor een vakantievlucht, een weekendje weg, een festival of cultureel avondje, een zakenafspraak of congres. Maar zij trekken ook naar andere subregio’s binnen ABC voor verschillende levensfases, zoals een studie, eerste baan of het settelen met een gezin.

F d ree To om -

13

Terug naar de inhoud

F d ree To om -

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

189

Inspiratie Inspiratie - 14.- De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

De soortenrijkdom in een ecosysteem hangt sterk af van de schaal van leefgebieden: hoe groter de schaal van een gebied, des te groter de populaties en hun diversiteit. Een grotere populatie maakt het minder waarschijnlijk dat de soort lokaal zal uitsterven. Ook bevat een groter leefgebied meestal meerdere habitats en bevat het daardoor een groter aantal diverse soorten.2

Bron: Dramstad et al., Landscape Ecology Principles (1996) 2 Dramstad et

al, Landscape Ecology Principles (1996), P3. & P5. 3 Atlas voor ge-

meentes & Planbureau voor de Leefomgeving, Agglomeratievoordelen en de REOS (2015)

Net als in de ecologie vindt er concentratie en specialisatie plaats in de economie op verschillende ruimtelijke schaalniveaus: in regio’s (in het daily urban system), op specifieke plekken binnen een regio zoals campussen, clusters en centra, en in de context van Nederland en omgeving (in het non-daily urban system). Veel massa op een bepaalde plek leidt tot agglomeratievoordelen. Agglomeratievoordelen zijn economische voordelen die ontstaan door de concentratie van mensen en bedrijven in stedelijke agglomeraties dankzij onder andere de aanwezigheid van een grotere afzetmarkt, grotere arbeidsmarkt, meer toeleveranciers en de grotere kansen voor uitwisseling (spillover) van kennis.3 Dit alles leidt tot meer productiviteit en meer innovatie: clustervorming, kennishuishouding, lokale dichtheid en massa zijn structurerend voor stedelijke concurrentiekracht.4

4 Platform 31,

De concurrentiepositie van Nederlandse steden (2015) 5 Gemeente

Amsterdam, Wonen in Amsterdam (2019), factsheet Woningmarkt 6 Zie: Barbara

Baarsma in Aan het woord, vanaf p.40

Fre edo m

Agglomeratievoordelen op alle schaalniveaus

Te veel m Fro massa is kunnen er ook Wanneer de balans doorslaat en er te veel agglomeratienadelen ontstaan: centra worden te duur, bepaalde groepen worden uit het stadshart gedrukt omdat zij de woningen hier niet meer kunnen betalen. Dat leidt tot segregatie en filevorming doordat mensen steeds verder weg van hun werk wonen en het werk zich sterk concentreert op bepaalde plekken. Londen en New York City zijn voorbeelden van monocentrische steden die steeds meer last krijgen van hun eigen succes. Maar ook in Amsterdam is dit fenomeen zichtbaar: het stadshart wordt onbetaalbaar voor middeninkomens.5 F d ree

To omonwenselijke Deze ruimtelijke uitsortering is een situatie: het vergroot de kansenongelijkheid in opleiding en werk, het leidt tot grotere ongelijkheid en ontevredenheid6 en meer mobiliteit omdat bepaalde groepen mensen die zich het wonen in het hart van de stedelijke regio (de ‘stad’) niet meer kunnen veroorloven verder moeten reizen voor een baan die juist in dat hart te vinden is. Bereikbaarheid van werk en scholing gaan voor hen achteruit. Daardoor ontstaat ook een gebrek aan personeel, zoals leerkrachten, vooral in de meest kwetsbare wijken.7 Omdat wonen er te duur is, reizen vanuit een betaalbare woning te ver. Of omdat er, zoals met het lerarentekort in het basisonderwijs, aantrekkelijkere posities elders zijn.

Te weinig Aan de andere kant leidt te weinig massa niet tot de kritische massa die nodig is voor benodigde schaalvoordelen. Regio’s met weinig geconcentreerde massa hebben veelal een lager voorzieningenniveau. Jongeren kunnen moeilijk een baan vinden en trekken weg. Bedrijven kiezen voor andere regio’s om door te kunnen ontwikkelen, omdat ze daar makkelijker het juiste personeel en diensten kunnen vinden. Er ontstaan in Nederland steeds grotere regionale verschillen afhankelijk van opleidingsniveau en inkomen: hoger opgeleiden trekken naar de grote steden. Lager opgeleiden blijven achter in de regio.8 De regionale ongelijkheid groeit: door het wegtrekken neemt niet alleen de massa in een regio af, maar ook de diversiteit van bevolking en werkgelegenheid.

Campus, cluster, centrum We onderscheiden drie soorten economische hotspots (concentraties): Campus: concentratie van gespecialiseerde economische activiteiten rond een ‘anchor’ party zoals een universiteit of multinational die als trekker en hoofdadres dient. Voorbeelden van Science campussen: Bio Science Park Leiden, WUR Campus Wageningen, Utrecht Science Park. Voorbeelden van Business campussen (rond een multinational of grote speler). Voorbeelden: High Tech Campus Eindhoven, Novio Tech Campus Nijmegen, Chemelot in Limburg, maar ook het Mediapark in Hilversum of de Amsterdamse Zuidas.

De noodzaak van tuinieren

Massa

Cluster: concentratie van gespecialiseerde economische activiteiten zonder hoofdadres of ‘anchor’-party zoals een multinational of universiteit als trekker. Clusters kenmerken zich door een specialisatie ten opzichte van hun omgeving, zonder duidelijk zwaartepunt. Ze zijn vaak zwermachtig. Voorbeelden: het Westland, reclamebureaus in Amsterdam of architectenbureaus in Rotterdam. Centrum: concentratie van algemene voorzieningen (winkels, onderwijs, cultuur, zorg, vervoer) en werkgelegenheid. De typische binnenstad, waaronder Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Nijmegen en vele anderen.

7 Nationale Onder-

wijsgids, ‘Vooral leerlingen in achterstandswijken de dupe van lerarentekort’ (22 januari 2020) 8 Jan Latten et al,

‘Toenemende ruimtelijke verschillen in opleiding’, in Demos (juni 2017)

Landscape Ecology Principles Richard T.T. Forman 1996

Landscape Ecology De thema's massa, diversiteit en uitwisseling die hier behandeld worden zijn geinspireerd op het boek Landscape Ecology Principles in Landscape Architecture and Land-Use Planning van Dramstad, Forman en Olson uit 1996.

14

190

15 Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

191

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

Fre e

dom

Veerkracht door voldoende gerelateerde variatie en brede basisrom F

Bron: Dramstad et al., Landscape Ecology Principles (1996)

Analoog aan de ecologie, zijn ook economische actoren in een bepaald cluster of netwerk van elkaar afhankelijk. Diversiteit en wisselwerking is hierbij nodig tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven, en tussen verschillende sectoren onderling. Ook in de economie kan de top niet bestaan zonder een brede basis. De lijst met vitale beroepen die aan het begin van de coronacrisis werd opgesteld liet dat goed zien. Deze lijst bevatte niet de advocaat, data-engineer of directeur, maar wel de zorgverlener, docent, logistiek medewerker, vuilnisman en de pedagogisch medewerker in de kinderopvang. Om de samenleving vitaal en veerkrachtig te houden, zijn betere kansen nodig voor ontplooiing en ontwikkeling van iedereen, en ruimtelijke condities beïnvloeden die kansen.

9 Pickett et al,

‘Resilient cities: monitoring, models, and metaphor for integrating the ecological, socio-economic, and planning realms’, in Landscape and Urban Planning 69 (2004), p.369-384 10 Taeke M. de Jong,

Systematische transformaties in het getekende ontwerp en hun effect (1995) 11 Uit: NRC,

“Marginale exemplaren zijn de levensverzekering van een soort.” Prof. Taeke de Jong10

Ecologie-expert Louise Vet: ‘Corona toont aan dat ons economische systeem niet deugt’ (5 juni 2020) 12 Centraal Plan-

bureau, Centraal Economisch Plan (2020)

16

192

Biodiversiteit is essentieel voor het op lange termijn functioneren van een ecosysteem. Verschillende soorten vervullen hierin specifieke functies en soorten hebben elkaar nodig om te kunnen overleven. Zonder de brede en diverse basis kan de bijzondere soort bovenin de voedselpiramide niet bestaan. Ecosystemen zijn daarnaast, net als de economie, nooit in een statisch evenwicht. De biodiversiteit is veel groter dan strikt noodzakelijk voor het F doreem functioneren van een ecosysteem. Juist door deze overvloedTokan het systeem zich aanpassen aan veranderende interne en externe processen, en wordt het veerkrachtig.9 Op die manier zijn er altijd soorten beschikbaar die het systeem kunnen ondersteunen als er zich een onverwachte ontwikkeling voordoet, zoals een verandering in temperatuur.

Ook wijken met een groot aandeel van kwetsbare groepen (mensen met een migratie-achtergrond of lagere inkomens en ‘kort-geschoolden’) zijn in wezen monoculturen. Juist kinderen in deze buurten blijken niet dezelfde ontwikkelingskansen te hebben. Studies naar gezinnen die vanuit een kansarme buurt naar een betere buurt verhuizen, laten zien dat het latere inkomen van de kinderen profiteert van die verhuizing. De kans dat kinderen met een sociaaleconomische achterstand zich in een kansarme buurt kunnen optrekken aan meer gefortuneerde klasgenootjes, is namelijk niet groot. Dit komt onder andere doordat scholen vaak gesegregeerd zijn naar het opleidings- en inkomensniveau en de migratieachtergrond van de ouders.12

“ We hebben een economie opgebouwd waarin we keihard sturen op het verminderen van diversiteit. [..] Zo hebben we onszelf heel kwetsbaar gemaakt." Prof. dr. Louise Vet11

Te veel Aan de andere zijde van het spectrum leidt te veel diversiteit tot onvoldoende samenhang en onvoldoende gespecialiseerde massa. Er vinden wel veranderingen en innovaties plaats, maar het lukt niet die structureel op te schalen en door te voeren.

Daarnaast leren we uit de ecologie dat diversiteit risicospreiding geeft. Het gaat daarbij niet om de efficientie van het individuele exemplaar maar veel meer om de effectiviteit van het gehele systeem. De totale evolutie van de ‘survival of the fittest’ is eerder het tegenovergestelde van efficiëntie (het oogt allereerst als verspilling: veel nutteloos leven), maar het is wel zeer effectief. Niet zo zeer doelmatig, wel doeltreffend. Dit geldt voor ecologie én economie. Het is de taak van overheden om met beleid de doeltreffendheid van de economie of een sector te vergroten, niet om de efficiëntie van één bedrijf te vergroten. Daarom is het cruciaal om óók in te zetten op diversiteit, zodat we in crisistijden kunnen doorgroeien naar het volgende economische model.

Resilience innovation through crossovers while absorbing shocks

Terug naar de inhoud

Te weinig Want monoculturen en monopolies, hoe succesvol ook, zijn kwetsbaar voor veranderingen vanwege hun gebrek aan diversiteit. Ze zijn onvoldoende in staat zich aan te passen. Denk aan de regio Zuid-Limburg die geheel afhankelijk was van de mijnindustrie. Toen Nederland overging op aardgas verdween de werkgelegenheid in de mijnindustrie. Hoogopgeleiden trokken naar andere regio’s, de mijnwerkers bleven achter. Daar ondervindt Zuid-Limburg nog steeds de negatieve sociaaleconomische gevolgen van.

De noodzaak van tuinieren

Diversiteit

17

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

193

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

dom

Fre e

Goede verbindingen en hoge verblijfskwaliteit m Fro

De diversiteit oftewel soortenrijkdom in een ecosysteem hangt naast de schaal (massa) van leefgebieden sterk af van twee andere ruimtelijke aspecten. Ten eerste de onderlinge verbindingen tussen leefgebieden: een corridor of ecologische verbindingszone F tussen twee leefgebieden leidt tot meer uitwisselingsmogelijkhed ree To om den. Ten tweede de ruimtelijke kwaliteit, hoe hoger die kwaliteit hoe succesvoller.13

Bron: Dramstad et al., Landscape Ecology Principles (1996)

Voor de economie geldt hetzelfde. Net als een habitat in de ecologie, is de leefomgeving van de mens gebaat bij kwaliteit, en goede verbindingen. Door onderlinge verbondenheid ontstaan ontmoetingen die leiden tot productiviteit en innovatie. Zowel voor de basis als voor de top van de piramide moet dit op orde zijn. De meeste productiviteit en innovatie zien we in gebieden met voldoende gespecialiseerde massa, gerelateerde diversiteit, en daarbovenop uitmuntende ruimtelijke kwaliteit en verbindingen. Er kan daarbij onderscheid worden gemaakt tussen twee type uitwisselingen: interne uitwisselingsmogelijkheden binnen een regio op dagelijkse basis en bovenregionale uitwisselingsmogelijkheden op niet-dagelijkse basis. Dagelijkse uitwisselingsmogelijkheden zijn van belang voor werknemers, scholieren en andere intensieve relaties. Het betreft de woningmarkt, arbeidsmarkt en voorzieningenmarkt. Niet-dagelijkse netwerken zijn essentieel voor vers bloed en nieuwe ideeën van buiten. Het levert de nodige impulsen voor vernieuwing en veerkracht en daarmee voor economische en soicale volhoudbaarheid.

13 Dramstad et al,

Landscape Ecology Principles (1996), P4. 14 Tubantia, ‘De

Twentse roots van wereldmerk Booking.com’ (10 september 2016)

De niet-dagelijkse systemen zijn minder frequent en spelen zich af op een hoger schaalniveau: tussen de regio’s in Nederland en daarbuiten. Hoewel het niet om hele dikke stromen gaat, zijn ze wel van cruciaal belang voor het economische succes van een regio.

Te weinig Te weinig verbondenheid leidt tot isolatie, doordat er geen uitwisselingsmogelijkheden zijn. Het leidt tot inteelt, doordat er geen mogelijkheid is tot vernieuwing en ontwikkeling. Booking.com startte in het Bedrijfstechnologisch Centrum Twente. De verhuizing van het groeiende bedrijf naar Amsterdam had twee redenen: het benodigde (internationale) ICT-talent dat in Amsterdam beter te vinden en aan te trekken is én vooral de beste internetverbinding van Nederland.14

De noodzaak van tuinieren

Uitwisseling

Tegelijkertijd komt kansenongelijkheid in onze maatschappij vooral voor in gebieden met weinig variatie en weinig verbinding met relevante ontplooiingsmogelijkheden zoals onderwijs en werk. Vaak zijn dit ook nog gebieden waarin grote groepen kwetsbaren geconcentreerd zijn op dezelfde plek. Er zijn wijken waar de bewoners matige toegang hebben tot werk, scholing en voorzieningen. Daarbij speelt ook vervoersarmoede een rol: niet iedereen heeft een auto, voldoende tijd en geld om dagelijks anderhalf uur in het openbaar vervoer te zitten, of überhaupt toegang tot hoogwaardig OV. Voor sommige wijken telt de afwezigheid van kansen daarom dubbel: voorzieningen en banen zijn er onvoldoende, maar ze zijn, mede door de sociaaleconomische omstandigheden, ook nog eens extra moeilijk te bereiken. Dat beperkt de bewoners van die wijken in hun mogelijkheid zich te ontwikkelen in het maatschappelijk leven. Te veel Het andere uiterste, te veel verbondenheid, leidt tot een gebrek aan verblijfskwaliteit. Een corridor in de ecologie kent nauwelijks populatie. In ons ecosysteem is dat bijvoorbeeld het Prins Clausplein of station Duivendrecht en directe omgeving. Op een groter schaalniveau leidt te veel verbondenheid er ook toe dat de grootste massa in staat is om de kleinere te kannibaliseren.

In Amsterdam, maar ook in Utrecht, is het aantal banen in de stad de afgelopen tien jaar enorm toegenomen, tegelijkertijd zijn er banen op andere plekken in de regio verdwenen. Uitbreiding van infrastructuur heeft het mogelijk gemaakt dat mensen in groten getale steeds verder weg kunnen wonen en voor een baan in Amsterdam kunnen (blijven) kiezen.15 Dit vergroot de ongelijkheid binnen de regio. Niet alleen tussen inwoners, maar ook tussen ondernemingen in de regio en die in de centrumstad.

15 Thomas Straate-

meier (Goudappel Coffeng BV), essay ‘Daily-Urban-System Metropoolregio Amsterdam heden-verleden-toekomst’ (2019)

18

194

19

Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

195

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

17 Platform 31,

Wijk in zicht, Kwalitatief onderzoek naar de dynamiek en leefbaarheid in kwetsbare wijken (2020)

20

196

Gewenste condities

Het Rijk kan, met samenhangend beleid en instrumentarium van verschillende ministeries, bijdragen aan het verbeteren van de kansengelijkheid in Nederland.

Gemengde wijken

Fre e

dom

Voor het vergroten van kansengelijkheid is het nodig om de diversiteit en uitwisselingsmogelijkheden te vergroten, zodat het aandeel van ‘eenzijdige massa’ beperkt blijft. Waar het bij het creëren van gewenste condities vooral gaat om een open houding die ruimte, mogelijkheden en keuzes biedt aan de mens en de markt vergt het vermijden van extremen een veel resolutere houding met nietonderhandelbare principes, waarden m en normen. Fro

Fre e

F d ree To om -

dom

De volgende ruimtelijke condities dragen bij aan het vergroten van de kansengelijkheid. Aan elke conditie zijn specifieke beleidsmaatregelen per ministerie gekoppeld in de vorm van een advies.

m Fro

Gewenste condities

Ongewenste extremen

Gemengde wijken

Geen grote F d ree To om concentraties kwetsbare groepen

Het OV als ruggengraat van de regio

Behoud van voorzieningen door clustering Vermijden van uitdijing van het daily urban system

Om iedereen gelijke kansen te bieden zijn vanuit ruimtelijke optiek gemengde wijken de sleutel. Niet alleen het CPB toont in zijn Centraal Economisch Plan (2020) aan dat kinderen uit kwetsbare wijken minder ontwikkelingskansen hebben, ook de Amerikaanse onderzoeker en adviseur David Rusk pleit hiervoor. “De beste manier om een kind van ouders met een laag inkomen op te laten groeien is om het te laten integreren in reguliere middenklasse buurten en klaslokalen”, zegt hij.16 Wanneer je in je omgeving niemand kent met een ander perspectief op het leven, dan is de kans dat je zelf stijgt op de sociale ladder ook miniem. Dat wordt dan iets uit een Hollywoodfilm of sprookje, niet iets dat voor jou is weggelegd. Door te bouwen aan gemengde wijken voor mensen uit diverse inkomensgroepen, komen kinderen elkaar tegen op school en in de buurt. Het gaat er niet eens om of kinderen bevriend raken en veel bij elkaar over de vloer komen, maar dat iedereen zich bewust is dat je in het leven kan opklimmen. De nadruk op kinderen maakt ook duidelijk dat het niet kan gaan om kortstondig beleid, zoals met de aanpak van Vogelaarwijken, maar dat het een kwestie van lange adem is waarbij we ten minste een generatie vooruitkijken.

Wanneer verschillende woningtypes en woningsegmenten in een wijk worden aangeboden kunnen sociale stijgers in de wijk blijven wonen en wordt deze aantrekkelijker voor nieuwe instromers.17 Hierdoor worden wijken divers in bevolkingssamenstelling. Ook de ruimtelijke structuur van een wijk kan helpen om sociale menging te bevorderen. Rotterdam West is een goed voorbeeld van een wijk met een ruimtelijke structuur die ervoor zorgt dat mensen met verschillende sociaaleconomische achtergronden dichtbij elkaar wonen. Iedere wijkbewoner is zich bewust van andere groepen in de wijk (jong-oud, autochtoon-allochtoon, rijk-arm, kort of langgeschoold), ook al leeft iedereen in zijn eigen bubbel en zijn er niet per se veel onderlinge vriendschappen. Maar je komt elkaar wel tegen op straat of schoolplein of in de supermarkt of tram.

Beleidsmaatregelen » Benut de verstedelijkingsopgave om kwetsbare wijken te versterken, door menging en verdichting met woningen in andere typologieën en prijscategorieën, en zo sociale stijgers te faciliteren. BZK met SZW en regio

De noodzaak van tuinieren

in Aan het woord, vanaf p.40

Samenleving in balans

16 Zie: David Rusk

Kansengelijkheid

F d ree To om -

» Geef kinderen gelijke ontwikkelingskansen door sociaal gemengde scholen te stimuleren. OCW met regio

Ruimtelijke structuur Rotterdam West Rotterdam West is een wijk uit het begin van de 20e eeuw, ontworpen door G.J. de Jongh. De wijk heeft een ruimtelijke structuur van een singel en enkele statige lanen met woningen voor welgestelde Rotterdammers. Daarbinnen zijn homogene buurtjes te vinden met goedkopere (sociale huur)woningen. Een dergelijke ruimtelijke structuur draagt bij aan de ontplooiingskansen van verschillende bevolkingsgroepen. Dit lost zeker niet direct alle problemen op, maar feit is dat Rotterdam West lang niet zo problematisch is als Rotterdam Zuid, waar een veel eenzijdigere bevolkingssamenstelling te vinden is. Rotterdam Zuid heeft een veel grotere massa van kansarme groepen en een veel minder grote mix van verschillende sociale klassen dan Rotterdam West. Afbeelding: Heemraadssingel in 1919, bron onbekend

21

Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

197

Inspiratie - De noodzaak van tuinieren - College van Rijksadviseurs

dom

Het OV als ruggengraat van de regio Fre e

Stationsgebieden zijn de best bereikbare plekken van m Fro je favoriete vervoermiddel: of je een regio, ongeacht nu te voet, met de fiets auto of het OV komt.18 Juist de meer kwetsbaren in onze samenleving zoals lage-inkomensgroepen, kinderen en ouderen zijn afhankelijk van hun directe omgeving voor dagelijkse activiteiten en van het openbaar vervoer voor langere afstanden. Wanneer zij wonen op slecht bereikbare plekken, in F dr e To om wijken met weinig voorzieningen en zonder onderwijs en werk in de buurt, versterkt dit hun isolement en beperkt dit hun ontwikkelmogelijkheden. Maak daarom van het OV-netwerk de ruggengraat van een regio. Daarmee bedoelen we dat belangrijke bestemmingen met grote reizigersstromen zoals onderwijs, ziekenhuizen en zo veel mogelijk werkgelegenheid nabij OV-locaties georganiseerd moeten worden. Ook alle plekken met een hoge concentratie van inwoners en/of banen, dus ook woonwijken, zouden via deze ruggengraat met elkaar en met de bestemmingen in een regio verbonden moeten zijn.

Beleidsmaatregelen » Maak het OV-netwerk de ruggengraat van de regio. Verbeter de frequentie van regionaal OV en de first en last mile. IenW met regio » Verbind clusters, centra, campussen, onderwijs en ziekenhuizen en zo veel mogelijk werkgelegenheid direct aan OV knooppunten, op loopafstand (binnen 300 meter). IenW met BZK, EZK, OCW en regio » Stimuleer vestiging van (nieuwe) publieke programma’s (onderwijs, zorg, cultuur) op goed multimodaal bereikbare locaties in de regio. OCW met IenW, VWS en regio » Ontsluit elke significante woonomgeving (> 1.000 woningen) binnen 3 kilometer en alle nieuwe woningen binnen 1 kilometer met goed OV. BZK met IenW en regio

18 College van

Rijksadviseurs, Panorama Nederland (2018) 19 Raad voor de

leefomgeving en infrastructuur, Toegang tot de stad: hoe publieke voorzieningen, wonen en vervoer de sleutel voor burgers vormen (september 2020)

22

198

Zo kan het openbaar vervoer de basis van het economisch ecosysteem van een regio vormen, en verbetert de toegang van publieke voorzieningen in stedelijk gebied voor iedereen.19 Goede regionale verbindingen met een hoge frequentie geven iedereen in de regio op dagelijkse basis toegang tot de regionale arbeidsmarkt, de woningmarkt, de voorzieningenmarkt en opleidingen. Tegelijkertijd zijn stationsgebieden ook goed multimodaal verbonden met andere regio’s voor niet dagelijkse behoeften, waaronder vers bloed en frisse ideeën van buiten. Daarbij is aandacht nodig voor het verbeteren van de verblijfskwaliteit en bereikbaarheid van de stations: een voetgangersvriendelijk stationsgebied met aantrekkelijke routes, goed aanbod van deelsystemen voor fietsen, auto’s en scooters en aansluiting op lokaal OV helpen om ook mensen die niet op loopafstand van de halte wonen of werken er toch gemakkelijk te kunnen komen.

“Stationsgebieden zijn de best bereikbare plekken van een regio, ongeacht je favoriete vervoermiddel: of je nu te voet, met de fiets auto of het OV komt.”

De noodzaak van tuinieren

F d ree To om -

Bestaand stedelijk gebied en OV-knooppunten Bestaand stedelijk gebied binnen 10 minuten fietsen van een treinstation en binnen 10 minuten lopen van een lightrailstation Overig bestaand stedelijk gebied Uit: Ontwerp Nationale Omgevingsvisie, Ministerie van BZK (2019). Bronnen: CBS, Berekening Vereniging Deltametropool, OV Toekomstbeeld Concept

In de Nederlandse stedelijke regio’s met grote verstedelijkingsdruk zien we dat dit ruggengraatprincipe steeds meer wordt toegepast. Maar ook in regio’s met minder druk of zelfs krimp verdient het verder ontwikkelen van de ruggengraat van openbaar vervoer aandacht voor het bereikbaar houden van voorzieningen, opleidingen en werk voor alle bevolkingsgroepen.

23

Terug naar de inhoud

Bouwstenen voor de actualisatie van de Visie op Velsen 2050

199

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=861b09c7-1563-4b19-af3e-f70c12af6d5e