CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Speel- en beweegplan

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente VelsenBij agendapunt: Speel- en beweegplan10.127 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Speel- en beweegplan Gemeente Velsen 2021

Colofon Titel Opdrachtgever Tekst & onderzoek

Speel- en beweegplan gemeente Velsen gemeente Velsen Marije Buiter en Willem de Bruijne Speelplan BV Transistorstraat 53b 1322 CK Almere 036 5236127 www.speelplan.nl

In samenwerking met Cindy Kruidenberg en Daan van Drunen Datum November 2021

I

INHOUD

Speel- en beweegplan Velsen 1. 2.

Inleiding Huidige situatie en ontwikkelingen

3 5

3. 4. 5.

Beleidsambities Uitvoeringsprogramma Financiën

9 11 16

Bijlagen B1 - Participatietrajecten (apart document) B2 - Uitvoeringskaarten (apart document) B3 - Belang van goede speelruimte B4 - Het speelbuurtmodel

Overige documenten Onderzoeksrapportage speel- en sportruimte Velsen

2

1

INLEIDING Buitenspelen en bewegen is niet alleen leuk, maar ook gezond en belangrijk voor de motorische, creatieve en emotionele ontwikkeling. Kinderen leren samenspelen, uitdagingen aangaan, grenzen verleggen en hun fantasie vormgeven. Niet alleen kinderen, maar ook jongeren, volwassenen en ouderen zouden daarom veel vaker buiten moeten spelen en bewegen. Goed ingerichte speel- en beweegplekken stimuleren kinderen en volwassenen om naar buiten te gaan en samen te komen. Goed ingerichte buurten zorgen ervoor dat kinderen ook eerder zelfstandig op pad mogen. Het is daarom belangrijk dat we hierbij niet alleen denken aan speelplekken, maar aan de buitenruimte als geheel. Wanneer kinderen buiten spelen, doen zij dat immers voor het grootste deel buiten de daarvoor ingerichte speelplekken. Het gaat dan om speelruimte zoals de stoep, de eigen tuin, de straat, in het park of andere groene ruimte. Een beweegvriendelijke openbare ruimte stimuleert jeugd en volwassenen om meer naar buiten te gaan en elkaar te ontmoeten, wat goed is voor het individuele welzijn en vitaliteit van onze inwoners. Buitenspelen is niet alleen goed voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Voldoende, aantrekkelijke en groene speelruimte is tevens goed voor de positieve beleving en leefbaarheid van een wijk.

Zeker als gekozen wordt voor de juiste inrichting kunnen speel- maar ook sportplekken een belangrijke ontmoetingsfunctie vervullen. (Groot)ouders van jonge kinderen, jeugd en mensen met een handicap; iedereen moet op zijn manier plezier kunnen beleven van een goede openbare speel- en sportruimte. En dat willen we graag vastleggen.

1.1 Aanleiding Dit is het beleidsplan voor de openbare speel- en sportruimte van de gemeente Velsen voor de periode 2021-2030. De vorige speelruimtenota dateert uit 2010 en is toe aan actualisatie. Om het openbare speel- en sportruimte goed aan te laten sluiten bij alle inwoners, is het van belang dat de speel- en sportaanbod mee blijft ontwikkelen met haar gebruikers. De belangrijkste ontwikkelingen die aanleiding geven tot actualisatie zijn: •

•

•

Verzoeken bewoners: De afgelopen jaren zijn er vanuit bewoners veel verzoeken en initiatieven gekomen voor speelplekken en verbetering van de openbare ruimte voor jeugd Samenspeelakkoord: Toegankelijkheid en inclusiviteit zijn belangrijke criteria bij (her)inrichting van speelruimte i.v.m. samenspel voor kinderen met en zonder beperking (dit komt o.a. tot uiting via het landelijke Samenspeelakkoord uit 2019). Verduurzaming: Klimaatadaptatie en de (wettelijke) duurzaamheidseisen voor toestellen en ondergronden op speel- en sportplekken zijn belangrijke nieuwe criteria om bij de (her)inrichting rekening mee te houden.

Om meer zicht te krijgen op de kwaliteit van de openbare speel- en sportruimte, is bureau Speelplan gevraagd onderzoek te doen naar het huidige aanbod van de voorzieningen. In hoofdstuk 2 zijn de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek terug te vinden.

3

1.2 Doel Dit beleidsplan geeft de visie en strategie weer van gemeente Velsen voor de periode 2021 – 2030. In dit plan worden handvatten gegeven voor de aanpak van de kansen en knelpunten met betrekking tot de openbare speel- en sportruimte. Het stimuleren van beweging, ontmoeting, ontwikkeling en een gezonde leefstijl staat daarbij voorop. Deze notitie sluit aan op het lokale Sport- en Preventieakkoord 2020-2021, het collegeprogramma Velsen 2018-2022 en het speelruimtebeleid van 2010. Waar mogelijk zijn koppelingen gemaakt tussen de verschillende plannen (Hoofdstukken 2 en 3).

1.3 Scope Dit beleidsplan richt zich op de gehele openbare speel- en sportruimte in gemeente Velsen. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de formele speel- en sportplekken, maar ook naar de bespeelbaarheid van vrije speelruimte als stoepen, plantsoenen en parken. Een integrale aanpak, waarbij goed wordt gekeken naar de raakvlakken van zowel het fysieke als sociale domein, is van belang voor een goede uitvoering van dit beleid.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 werpt een blik op de huidige situatie op gebied van spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte van Velsen. Hoofstuk 3 gaat in op de beleidsambities die een rol gaan spelen bij de openbare speel- en sportplekken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 wordt het uitvoeringsplan besproken met bijbehorende kaders besproken. Hoofdstuk 5 betreft de financiën. Tot slot wordt in de Bijlage aanvullende informatie verschaft over de participatietrajecten, het speelbuurtmodel en wordt het belang van spelen en sporten in Velsen verder beargumenteerd.

4

2

HUIDIGE SITUATIE EN ONTWIKKELINGEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste punten uit het onderzoek over de openbare speel- en sportruimte van Velsen samengevat en wordt de koppeling gemaakt tussen constateringen, kansen en knelpunten. De volledige resultaten van het onderzoek zijn uitgewerkt in het onderzoeksrapport (apart document).

2.1 Hoe is de speel- en sportruimte georganiseerd? De gemeente Velsen beschikt over 135 formele plekken met speel- en sporttoestellen. De speelen sportplekken zijn verdeeld over de gemeentekernen IJmuiden, Velsen-Noord, Velsen-Zuid, Driehuis, Velserbroek, Santpoort-Noord en Santpoort-Zuid. De speelplekken zijn tijdens het onderzoek onderverdeeld in de volgende categorieën: •

•

•

•

•

74 Blokspeelplekken: Ruim 50% van de huidige speelplekken wordt gezien als blokspeelplek. Dit is een basisvoorziening voor de directe omgeving en is vooral ingericht voor de doelgroep tot 6 à 8 jaar. De blokspeelplekken zijn belangrijk voor de kinderen die nog niet zelfstandig naar de grotere plekken in de buurt kunnen komen. Naast de blokspeelplekken zijn er in 9 speelhoekjes. Dit zijn speelplekken die kleiner zijn dan de gemiddelde blokplek en minimaal ingericht. 27 Buurtspeelplekken: Buurtspeelplekken zijn vaak centraal gelegen, ruimere voorzieningen, waar de gehele buurt samen kan komen om te spelen, sporten en ontmoeten. Buurtspeelplekken zijn van belang voor alle leeftijden, maar in het bijzonder voor kinderen die de blokspeelplekken ontgroeid zijn. Het is daarom van belang dat buurtspeelplekken meer uitdaging bieden voor de leeftijd 8+. 4 Bovenwijkse voorzieningen: Deze locaties bedienen naast de eigen buurt een veel groter gebied. Deze plekken hebben een grote aantrekkingskracht door een uitgebreide inrichting en/of veel ruimte en zijn in staat om veel gebruikers te ontvangen. In gemeente Velsen zijn 4 bovenwijkse voorzieningen, waaronder de groene speelweide in park Velserbeek, de speelplek op het Stratingplantsoen in VelsenNoord.

IJmuiden beschikt over twee bovenwijkse voorzieningen, namelijk de groene speelplek aan de Jan Pieterszoon Coenstraat en de aaneenschakeling van speel- en sportvoorzieningen in het Stadspark. 21 Sportplekken: 21 locaties zijn volledig ingericht als sportplek. Daarnaast zijn er op 23 speelplekken ook sport- en beweegtoestellen te vinden, zoals een voetbaldoel of fitness rek. Naast verschillende voetbal- en basketbalplekken, wordt er voornamelijk skaten aangeboden. Vrije speelruimte: Dit is in de meeste wijken voldoende aanwezig, waaronder bespeelbaar groen, duinen, verkeersluwe straten en brede stoepen. Richting het centrumgebied is er minder vrije speelruimte. Hier zijn goede formele voorzieningen van nog groter belang.

5

2.2 Wat gaat er al goed en wat kan nog verbeterd worden? Uit de speel- en beweegscan wordt geconcludeerd dat er over het algemeen goed gespeeld en gesport kan worden in Velsen, maar dat er ook meerdere gebieden verbeterpunten zijn. Hieronder de belangrijkste bevindingen: •

•

• • •

•

De verdeling kan beter: De ruimtelijke verdeling speelplekken over de kernen is wisselend. Met name in Velserbroek, maar ook in de Zee- en Duinwijk in IJmuiden liggen veel kleinere speelplekken op steenworp afstand van elkaar, terwijl een aantal buurten in IJmuiden, Driehuis en Santpoort juist speelvoorzieningen missen. Goede kwaliteit speelplekken, meer uitdaging nodig voor 8+: De meeste speelplekken zien er netjes en goed onderhouden uit, maar zijn vrij standaard ingericht met traditionele speelvormen die vooral bedoeld zijn voor de jongste kinderen (tot ca. 8 jaar). Voor oudere kinderen zijn er wel trapveldjes, basketbalpalen en skatebanen, maar weinig uitdagende speeltoestellen. Aanbevolen wordt om meer in te zetten op uitdaging en diversiteit voor de doelgroep 6-14 jaar, speelnatuur en plekken in het groen om in te spelen. Inclusiviteit: Met name speelplekken, maar ook sportplekken hebben verbetermogelijkheden omtrent toegankelijkheid en inclusiviteit (2.3.1). klimaatbestendigheid: Het vergroenen van speelplekken kan verder gestimuleerd worden (2.3.2). Redelijk goed basisaanbod sport en bewegen, meer diversiteit mogelijk: Naast het versterken van het traditionele sportaanbod kan het aanbod voor de jongeren en volwassenen worden uitgebreid met onder andere (urban) sport- en beweeginrichting (zie verder 2.3.4).

Meer mogelijkheden voor de jeugd: De sportplekken en jongerenontmoetingsplekken voorzien niet in de behoefte van alle jongeren om elkaar te ontmoeten. Jongeren verblijven nu ook op plekken waar zij overlast veroorzaken. Met name in IJmuiden en Velserbroek leidt dit tot klachten en aanvaringen. Het is van belang om jongeren te laten zien waar zij heen kunnen en hen mogelijkheden te bieden om te kunnen sporten en ontmoeten.

Figuur 1. De verdeling van de speel- (rood) en sportvoorzieningen (blauw) over de Gemeente Velsen

6

2.3 Aansluiten bij trends en ontwikkelingen Ten opzichte van 2010 zijn er meerdere relevante ontwikkelingen met betrekking tot de speelen sportruimte in Velsen: 2.3.1 Het Samenspeelakkoord en de inclusieve speelruimte Eind 2019 is het SamenSpeelAkkoord getekend door onder andere de branchevereniging Spelen en Bewegen en het ministerie van VWS. Hierin wordt gepleit voor betere toegankelijkheid en meer inclusiviteit op speelplekken ter bevordering van samenspel voor kinderen met en zonder een beperking. De openbare speel- en sportruimte van Velsen scoort momenteel redelijk goed op het gebied van toegankelijkheid. De entree is meestal breed genoeg en er is vaak sprake van een vaste ondergrond (verharding, kunstgras) of pad door de speelplek. Er zijn echter ook meerdere centrale speel- en beweegplekken die niet goed te bereiken zijn met een rolstoel. Qua toestelaanbod zijn er meerdere speeltoestellen te vinden die goed te bespelen zijn voor inwoners met een fysieke beperking, zoals mandschommels. Wel kan het aanbod aan inclusieve speelmogelijkheden verder verbreed worden. Dit kan bijvoorbeeld met een brede taludglijbaan of interactieve toestellen. Interactieve speel- en sporttoestellen stimuleren gebruikers om actief bezig te zijn met behulp van geluid- en lichtsignalen gekoppeld aan verschillende spelvormen die ook eenvoudig kunnen variëren.

2.3.2 Klimaatadaptatie en duurzaamheid Velsen hecht veel waarde aan de leefbaarheid in de kernen en wijken van de gemeente. Daarom is het van belang om de CO2-concentratie in de lucht nog verder te reduceren (Lokaal klimaatakkoord, 2021). Klimaatadaptatie en de duurzaamheidseisen voor toestellen en ondergronden op speel- en sportplekken zijn daardoor belangrijke nieuwe criteria om bij de inrichting rekening mee te houden. Daarnaast is door de gemeenteraad ‘Motie Groen’ aangenomen, waarin gesteld werd dat iedere inwoner van Velsen binnen 5 minuten op een groene verkoelde plek moet kunnen zijn. Momenteel is veelal gebruik gemaakt van kunstgras- en gietrubber ondergronden. Daarnaast biedt een groot deel van de speelplekken onvoldoende beschutting. Door meer natuurlijke ondergronden (gras, zand) te gebruiken en beschutting te creëren, verbetert niet alleen de klimaatbestendigheid van de speelplekken, maar vermindert ook de hittestress in de zomer. Groen fungeert bovendien als buffer tegen luchtverontreiniging. Op groene speelplekken kan het spelen gestimuleerd worden door middel van groene speelaanleidingen en speelmogelijkheden op en rondom het water. 2.3.3 Actieve verbetering en vergroening van schoolpleinen Schoolpleinen binnen Gemeente Velsen worden momenteel niet beheerd door de gemeente, maar staan wel steeds meer in de belangstelling als het gaat om vergroening.

Vanuit het programma Duurzaamheid en het Groenstructuurplan wordt dit ook gestimuleerd en in samenwerking met het Pieter Vermeulen Museum zijn er al diverse samenwerkingen ontstaan en schoolpleinen vergroend. Het initiatief ligt bij de scholen, waarna de gemeente advies geeft en ondersteuning kan bieden. Het Pieter Vermeulenmuseum heeft, in samenwerking met de gemeente, een werkboek voor het vergroenen van schoolpleinen. Dit is speciaal voor de scholen opgesteld zodat ze een beter beeld hebben wat er bij komt kijken en waar ze aan moeten denken. Hoewel het verbeteren en vergroenen van schoolpleinen buiten de scope van dit beleidsplan valt, is het van belang om herinrichtingen te koppelen aan deze programma’s, en met name in de gebieden met minder openbaar groen.

7

2.3.4 Een beweegvriendelijke leefomgeving Een van de basisuitgangspunten van het Sport- en Preventieakkoord van Velsen en het collegeprogramma Velsen is om meer kinderen en volwassenen aan de beweegrichtlijnen te laten voldoen. Hierdoor is de laatste jaren goed geïnvesteerd in sportaccommodaties. Aangezien er de laatste jaren een landelijke trend is waarin steeds individualistischer wordt bewogen, wordt de openbare ruimte die uitnodigt om te gaan bewegen vanzelfsprekend ook van steeds groter belang. Naast de hoeveelheid beweging, komt het belang van veelzijdig bewegen steeds meer naar de voorgrond. Veelzijdig bewegen verbetert de motorische basisvaardigheden van iedereen, ongeacht leeftijd, geslacht of achtergrond. Naast verminderde kans op hart- en vaatziekten en andere chronische ziekten zorgt een goede motorische basis op latere leeftijd voor meer sportdeelname en plezier bij sporten. Hierdoor wordt steeds meer nadruk gelegd op ‘Athletic Skills Model’. Dit wetenschappelijk onderbouwde model richt zich op het aanbieden van zo veel mogelijk verschillende beweegvormen, zoals kracht en explosiviteit, maar ook doelgericht mikken en lenigheid. Momenteel is het basisaanbod om te bewegen in de openbare ruimte (en op sportplekken) van Velsen redelijk goed. Er zijn echter minder mogelijkheden die aansluiten op de behoeftes van (jong)volwassenen en senioren.

Steeds meer gemeenten, waaronder Velsen, hebben daardoor het doel om meer groene wandel-, hardloop- en fietsroutes (met lage, toegankelijke en soms interactieve fitnesselementen) te creëren. Daarnaast vervullen urban sports een steeds centralere rol in de openbare sportruimte. Voorbeelden hiervan zijn calisthenics (fitness), freerunning, bouldering (klimmen), pumptracks en urban dance grounds. Het gebruik van tijdelijke sportcontainers met calisthenics toestellen of openbare kasten met sportmateriaal houdt het aanbod gevarieerd en peilt de vraag naar openbare sportmogelijkheden in een gebied. Ten slotte bevorderen watertappunten, rustpunten en verlichting een langer verblijf op sportlocaties. 2.3.5 Een gezonde, rookvrije leefomgeving Een gezonde leefomgeving is een verbreding van de beweegvriendelijke leefomgeving en betreft eveneens zaken als fijnstof, voedselaanbod en lawaaioverlast. Velsen streeft naar een samenleving waarin een gezonde leefstijl de norm is en waarin het makkelijker is om de gezonde keuze te maken. Velsen heeft binnen de gezonde leefomgeving als doel om de openbare ruimte rookvrijer te maken door het aanwijzen van rookvrije zones, zoals bij scholen en speeltuinen en kinderboerderijen. Dit kan door middel van verbodsborden en pleinplakkers.

Goed getrainde en geïnformeerde beheerders en beveiligers kunnen vervolgens een rookvrije openbare ruimte handhaven en een rookvrije generatie verder stimuleren.

8

3

Beleidsambities Aan de hand van het onderzoeksrapport en verdiepingsgesprekken met gebiedsprofessionals zijn de bevindingen, kansen en knelpunten in Velsen vertaald naar 5 beleidsambities voor de openbare speel- en sportruimte. In hoofdstuk 4 (Uitvoeringsprogramma) en 5 (Financiën) worden de ambities concreter uitgewerkt.

3.1 Goede verdeling speelplekken Ieder kind evenveel recht heeft op speelmogelijkheden in de openbare ruimte. Daarom is een evenredig verdeling van speelvoorzieningen belangrijk. Met name in Velserbroek, maar ook in de Zee- en Duinwijk in IJmuiden liggen veel kleine speelplekken op korte afstand van elkaar. Het verschil in inrichting ten opzichte van elkaar is minimaal. Dit terwijl een aantal buurten in IJmuiden, Driehuis en Santpoort juist speelvoorzieningen missen (Zie ook uitvoeringskaarten, bijlage 2). Om de speelruimte toekomstbestendig te maken, richt gemeente Velsen zich op een goede ruimtelijke verdeling en kwalitatief sterke speel- en sportvoorzieningen, zodat buitenspelen nog meer wordt gestimuleerd. Het realiseren van deze toekomstgerichte ambities én het aanleggen van nieuwe locaties in buurten waar speelvoorzieningen missen, zal echter niet in het huidige investeringsbudget passen. Om meer financiële ruimte te krijgen, benadrukt Velsen daardoor het belang om de niet-noodzakelijke speelplekken om te vormen. Om een goede ruimtelijke verdeling van speel- en sportplekken adequaat en objectief te beoordelen, hanteren we het Speelbuurtmodel (zie Bijlage 4 voor volledige model). Om te beoordelen welk speelaanbod per speelbuurt nodig is, wordt niet alleen gekeken naar de behoeftes van de inwoners, maar ook naar de beschikbare ruimte, speeldruk, bebouwing en demografie.

Daarnaast wordt beoordeeld of het speelaanbod in de buurt divers genoeg is, en of genoeg mogelijkheden op straat en in het groen zijn om in te kunnen spelen. De speelbuurten waarin locaties opgeheven of omgevormd gaan worden, behouden een goed netwerk van ingerichte speel- en sportplekken. Hierdoor blijft voor alle inwoners van Velsen genoeg speelruimte bereikbaar. Tijdens een kinderwandeling in Velserbroek gaven kinderen zelf ook aan dat niet elke speelplek noodzakelijk is (Bijlage 1.1).

3.2 Uitdagende, centrale speelvoorzieningen Het aanbod op grotere buurt- en wijkspeelplekken is momenteel vaak gericht op een jonge doelgroep, terwijl deze speelplekken bij uitstek locaties zijn die de ruimte bieden voor kinderen die de kleine speelplekken zijn ontgroeid. Gemeente Velsen vindt het belangrijk dat dat buurten wijkspeelplekken voldoende aantrekkingskracht en capaciteit hebben om buitenspelers uit de hele buurt/omgeving te ontvangen. Er moet voldoende uitdaging zijn om grenzen te verleggen en veerkracht, autonomie en weerbaarheid te ontwikkelen. Het streven is daarom om voor alle inwoners binnen 5 minuten (400 meter) loopafstand een uitdagende buurtspeelplek te realiseren (Speelbuurtmodel; bijlage 4).

3.3 Een inclusieve speelruimte Een groep die nu nog te weinig mogelijkheden heeft om buiten te spelen en andere kinderen te ontmoeten zijn kinderen met een handicap. Op basis van het landelijk SamenSpeelAkkoord (2019) streeft gemeente Velsen naar een inclusievere speelcultuur, waarbij kinderen met en zonder een handicap gestimuleerd worden om samen te spelen (zie Bijlage 3.4 voor verdieping Samenspeelakkoord).

9

Door bij het ontwerp en de inrichting van speel- en sportplekken rekening te houden met toegankelijkheid en inclusiviteit, worden meer samenspeelplekken voor kinderen met en zonder handicap worden gerealiseerd. Het verbeteren van de inclusiviteit vergt soms enige aanpassingen aan een speelplek. De openbare speel- en sportruimte is momenteel redelijk inclusief, aangezien er in de meeste gevallen sprake is van een vaste ondergrond of een centraal pad. Er zijn echter wel meerdere centrale speel- en beweegplekken die niet goed te bereiken zijn met een rolstoel. Het verbeteren van de toegankelijkheid is overigens niet alleen voordelig voor mensen met een beperking. Ouderen met een kinderwagen of een rollator hebben bijvoorbeeld ook profijt van een goed toegankelijke speelplek. Verder kan het aanbod en de verdeling van inclusieve speelmogelijkheden verbetert worden. Door bij het ontwerp en de inrichting van speel- en sportplekken nog meer rekening te houden met toegankelijkheid en inclusiviteit, worden meer samenspeelplekken voor kinderen met en zonder handicap worden gerealiseerd.

3.4 Een klimaatbestendige en duurzame speelruimte Een groene speelruimte levert een noodzakelijke bijdrage aan de bespeelbaarheid, leefbaarheid en klimaatbestendigheid van de openbare ruimte en vergroot de diversiteit van het speelaanbod. Hoewel er buiten en tussen de kernen van Velsen genoeg groen is, moet er vooral binnen de buurten meer groen komen (Motie Groen; zie 2.3.3). Om die reden is het belangrijk om bij de inrichting van speelplekken altijd te kijken naar de mogelijkheden voor vergroening. Vergroening van speelplekken is aantrekkelijk en nuttig, maar is niet altijd haalbaar of gewenst. Per buurt en plek willen we daarom kijken naar de mogelijkheden: van een eenvoudig grasveld met bomen tot een plek met zand, water, verschillende soorten beplanting en niveauverschillen als ultieme ravotplek.

3.5 Een beweegvriendelijke leefomgeving en een breder sportaanbod Een van de basisuitgangspunten van het Sport- en Preventieakkoord van Velsen en het collegeprogramma Velsen is om meer kinderen en volwassenen aan de beweegrichtlijnen te laten voldoen. Een belangrijke trend is dat vooral volwassenen en jongeren de afgelopen jaren meer de openbare ruimte zijn gaan gebruiken voor sport en beweging, individueel en in groepsverband. Momenteel is er een goed basis sport- en beweegaanbod voor jeugd dat bestaat uit voetbal, basketbal en skaten. Daarnaast zijn buurtsportcoaches actief die verschillende activiteiten organiseren op centrale locaties. Om alle inwoners te stimuleren om meer te gaan sporten en bewegen en jeugd meer uitdaging te bieden, is het voor Velsen van belang om de diversiteit van het sport- en beweegaanbod verder te vergroten en in te zetten op een beweegvriendelijke openbare ruimte voor jong tot oud. Dit kan door het beweegaanbod op bestaande speel- en sportplekken te versterken en/of uit te breiden met bijvoorbeeld urban sports en beweegroutes. Bij het realiseren van een beweegvriendelijke leefomgeving is een integrale aanpak vereist. Daarbij wordt uitgegaan van samenwerking tussen verschillende gemeentelijke domeinen, sportaanbieders en gebruikers/bewoners.

10

4

Uitvoeringsprogramma In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe en met welke kaders we de gestelde ambities vorm willen geven. In 4.1 en 4.2 wordt uitgewerkt hoe de ambities bewerkstelligd moeten worden. In 4.3 en 4.4 zijn de randvoorwaarden voor uitvoering en participatie uitgewerkt.

4.1 Uitvoeringsplanning Het uitvoeren van de beleidsambities op plekniveau zal gecombineerd worden met het moment dat speel- en sportplekken toe zijn aan herinrichting. Het uitvoeren van de ambities komt bovenop het normale bedrag aan investering dat nodig is voor behoud van de rest van de speelruimte. Jaarlijks wordt een plan opgesteld welke speelplekken aan de beurt zijn. Een aanzienlijk deel van de vervangingsopgave wordt verwacht in de periode 2022-2023 (zie figuur 2; H5.2). Met levensduurverlengend onderhoud kan de vervangingsopgave meer worden gespreid (4.3.10).

4. 2 Ambities uitvoeringsprogramma 4.2.1 Goede verdeling speelplekken Na toetsing aan het Speelbuurtmodel (bijlage 4), komen 20 kleine speel- en sportplekken in aanmerking voor opheffing. Deze speelplekken liggen in de meeste gevallen op een (zeer) korte afstand (< 200 meter) van een andere speelplek. In plaats van opheffen, kunnen speelplekken ook omgevormd worden tot vrije, groene speelruimte. In dit geval wordt deze ambitie (een goede verdeling van speelplekken) gecombineerd met de klimaatbestendigheidsambitie (3.4; 4.2.4). Gemiddeld is de vervangingswaarde van de speel- en sportplekken die niet noodzakelijk zijn tussen de €20.000 en €30.000 euro (inclusief ondergronden). Deze indicatie is gebaseerd op basis van recent uitgevoerde vervangingen. Bijkomende kosten zoals participatie zijn niet in dit budget opgenomen. Het verwijderen van een speelplek kost per locatie gemiddeld €2.500,-. Het opheffen van 20 locaties zorgt voor een besparing van €525.000,- over een tijdspanne van 15 jaar (exclusief besparing in onderhoud). Wanneer alleen wordt gekozen voor opheffing (dus zonder vergroening), wordt de komende 15 jaar in totaal ongeveer €125.000,aan onderhoudskosten bespaard. Optioneel Volgens het Speelbuurtmodel zijn er ook 10 (speel)buurten die juist in aanmerking komen voor het realiseren van een nieuwe speelplek. In de meeste van deze buurten is een buurtspeelplek nodig.

Het realiseren van nieuwe speelplekken is echter niet haalbaar binnen de huidige budgetten; hier moet extra budget voor worden aangevraagd. Voor de realisatie van 10 nieuwe buurtspeelplekken is namelijk €60.000,- per locatie nodig (richtbedrag voor buurtspeelplek). Dit komt in totaal neer op €600.000,- Dit bedrag is inclusief ondergrond en plaatsing, maar exclusief onderhoud (3% van het richtbedrag per jaar extra). Bijkomende kosten als participatie en het begeleiden van het ontwerptraject (indien extern) zijn niet meegerekend. 4.2.2 Uitdagende, centrale speelvoorzieningen Zoals in de uitvoeringskaarten (Bijlage 2) te zien, zijn er 29 speelplekken die in aanmerking komen voor een uitdagingsimpuls. Met een speelimpuls (en/of -sport) kan de uitdaging op deze plekken worden vergroot voor de doelgroep 8+, zodat deze leeftijdscategorie meer gestimuleerd wordt om buiten te spelen en te bewegen. Per speelplek wordt gemiddeld €12.500,- geraamd, wat neerkomt op een totaalinvestering van €362.500,-. 4.2.3 Een inclusieve speelruimte Door grotere/centrale speel- en sportplekken in te richten als samenspeelplek, kunnen kinderen met een handicap makkelijker buitenspelen (Uitvoeringskaarten; Bijlage 2). Deze voorzieningen en paden op deze locaties zijn toegankelijk en het toestelaanbod bevordert samenspel tussen

11

mensen met en zonder een handicap. Op de overige speel- en sportvoorzieningen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met toegankelijkheid en inclusiviteit. Het doel is daardoor dat iedere wijk een centrale speelplek met een inclusief karakter krijgt. Om deze ambitie te realiseren, is het aanbevolen om in totaal 25 speelplekken een inclusiviteitsimpuls te geven. Hierdoor komt er een goede dekking van samenspeelvoorzieningen. De kosten per locatie worden begroot op €10.000,-. Dit komt neer op een totaalinvestering van €250.000,-. 4.2.4 Een klimaatbestendige en duurzame speelruimte Velsen heeft de ambitie om klimaatbestendige speel- en sportplekken te creëren die de klimaatbestendigheid van de speelplekken verbeteren. Speelplekken zijn hierdoor beter bespeelbaar in de zomer en de algehele leefbaarheid in de woonkernen zal verbeteren. Hoewel Velsen de ambitie heeft dat er voor iedere inwoner binnen 5 minuten (400 meter) loopafstand een groene, verkoelende speelplek moet zijn (Motie Groen; zie 2.3.2), zijn er momenteel 81 locaties niet klimaatbestendig genoeg. Vanwege het gebrek aan groen binnen de kernen, is het aanbevolen om alle 81 speelplekken (deels) te vergroenen. Het vergroenen van de speelplekken kost gemiddeld €5.000,- per locatie. Dit komt neer op een totaalinvestering van €405.000,-. Dit budget wordt ingezet als impuls op het bestaande vervangingsbudget.

De vergroening wordt immers deels ook gefinancierd door andere keuzes te maken bij de vervanging zelf van bijvoorbeeld ondergronden en verhardingen. 4.2.5 Een beweegvriendelijke leefomgeving en breder sportaanbod Om het basissportaanbod te versterken en het sportaanbod te verbreden, komen 9 speelplekken in aanmerking voor een sportimpuls. Per locatie kost dit gemiddeld €20.000,-, wat resulteert in een totaalinvestering van €180.000,Optioneel Naast het versterken van het basisaanbod, is het advies om via incidentiele middelen wijkoverstijgende (urban) sportplekken en beweegroutes te realiseren die de jeugd en volwassenen aantrekken. Middels verschillende participatietrajecten zijn de behoeftes voor nieuwe sportvoorzieningen in kaart gebracht (Bijlage 1.2 en 1.3). Hieruit bleek dat de respondenten tot 29 jaar het liefst fitness/calisthenics zien komen, gevolgd door (beach)volleybal, klimmen/boulderen en freerunning. De respondenten boven de dertig jaar zien het liefst fitness/calisthenics komen, gevolgd door klimmen/boulderen, wandel/mountainbikeroutes en voetbal. Vanuit het Sport- en Preventieakkoord is reeds een budget beschikbaar gekomen voor het realiseren van beweegroutes, zoals voor een beweegroute in samenwerking met CareWorx en IJmed uit IJmuiden.

Momenteel worden gesprekken gevoerd over meerdere initiatieven, zoals een fitnessruimte in Promenadepark in Velserbroek en en een recreatieve sportvoorziening op Sportpark Zeewijk. Het is van belang om deze ontwikkelingen mee te nemen in de eventuele keuze voor een wijkoverstijgende sportplek. Deze optionele kosten worden begroot op ongeveer €80.000 per project. In combinatie met de overige sportimpulsen, levert dit een totaalinvestering op van €320.000,-. Dit zijn wel puur de investeringskosten, hierbij is dus nog niet gekeken naar bijkomende onderhoudskosten voor dergelijke nieuwe voorzieningen.

12

4.3 Randvoorwaarden voor uitvoering 4.3.1 Werken binnen de beschikbare budgetten De belangrijkste voorwaarde binnen het uitvoeringsplan is dat ambities binnen de beschikbare vervangingsbudgetten moeten worden gerealiseerd. Het volledig realiseren van de ambities past echter niet binnen de huidige budgetten. Tenzij extra budget beschikbaar kan worden gesteld moeten er dus keuzes gemaakt worden: • • •

Niet alle ambities uitvoeren: focus op bijvoorbeeld inclusiviteit of juist klimaatbestendigheid. Ambities gedeeltelijk uitvoeren, bijvoorbeeld alleen op de belangrijkste plekken of wijken met de hoogste urgentie. Meer ruimte maken binnen de huidige begroting door minder plekken te behouden met speeltoestellen en/of minder plekken in te richten voor de jongste kinderen.

4.3.2 Regulier uitvoeringsprogramma Blokspeelplekken moeten vooral direct omwonenden bedienen, vaak jongere kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtspeelplek kunnen. Deze plekken kunnen in de regel dichter op de woningen staan en hebben minder voorzieningen nodig omdat deze plekken vaak minder intensief worden gebruikt. In sommige buurten is het niet altijd nodig deze in te richten met reguliere speeltoestellen. In dat geval volstaat bespeelbaar groen (grasveldje, tiny forest, ravotplek of struinplek) of juist een autovrij fietspleintje met speelaanleidingen. De buurtspeelplekken moeten voldoende aantrekkingskracht en capaciteit hebben om gebruikers uit de hele speelbuurt te ontvangen. Dat betekent een inclusieve speel- én sportplek met veel (vrije) ruimte, voldoende uitdaging in (natuurlijke) speelobjecten en een hoge verblijfswaarde met voldoende groen, bankjes en afvalbakken. Participatie met kinderen heeft de wens voor natuurlijk spelen bevestigd (Bijlage 1.1). Bovenwijkse voorzieningen bedienen en verbinden meerdere speelbuurten/wijken. Dat kan omdat ze een zeer grote aantrekkingskracht hebben (Cruyff Court) of heel gericht een specifieke doelgroep aanspreken (skatebaan). Een integrale aanpak bij ontwerp en aanleg van de bovenwijkse voorziening is van belang.

4.3.3 Het omvormen van speelplekken 20 kleine speelplekken komen in aanmerking voor opheffing of omvorming naar speelruimte zonder toestellen, omdat op korte afstand (< 200 meter) een andere kleine of grote speelplek gelegen is (zie ook Uitvoeringskaarten; Bijlage 2). De speelplekken worden opgeheven wanneer de toestellen technisch niet meer voldoen en onderhoud niet meer in verhouding staat tot de waarde van het object. Zo ontstaat financieel meer ruimte voor het aanleggen van nieuwe plekken in de buurten waar nu te weinig speelvoorzieningen zijn en het doen van impulsen om de speelkwaliteit op centrale speelplekken te verbeteren. Veel van de kleinere speelplekken worden omgevormd naar vrije, bij voorkeur groene, speelruimte. Hier kunnen kinderen nog steeds fijn spelen, maar wordt er niet gewerkt met speeltoestellen. Door deze plekken goed in te richten kunnen de omgevormde plekken zorgen voor meer diversiteit in het speelaanbod. Het verminderen van speelplekken of juist de aanleg van nieuwe locaties kan tot onrust leiden onder bewoners. Het is daarom belangrijk om hen op tijd mee te nemen in de planvorming, en samen te kijken naar de wijze van uitvoering die op het meest draagvlak kan rekenen. Verwachtingsmanagement en duidelijke kaders zijn hierbij erg belangrijk (4.4.2).

13

4.3.4 Uitdaging Op gebied van uitdaging is het van belang dat er niet alleen meer variatie in toestellen en speelaanleidingen komt, maar ook dat de toestellen meer kracht en behendigheid vereisen en meer de hoogte in gaan. Extra uitdaging hoeft niet altijd in de vorm van toestellen, maar kan ook met (natuurlijke) speelaanleidingen en speelnatuur worden gerealiseerd. Klim- en klautertoestellen, parcours, hoge glijbanen en interactieve (sport)toestellen zijn voorbeelden die ook de oudere kinderen uitnodigt om buiten te spelen en bewegen. 4.3.5 Inclusiviteit Het verbeteren van de inclusiviteit vergt soms enige aanpassingen aan een speelplek. De eerste stap is het goed kunnen bereiken van de speelplek. Dit kan door een (rondlopend) pad dat (dicht)bij de speeltoestellen loopt. Een toestel kan wel op een minder toegankelijke ondergrond staan, mits niet te ver van een toegankelijk pad. Een inclusief toestelaanbod bestaat bijvoorbeeld uit een brede taludglijbaan of interactieve toestellen. Interactieve speel- en sporttoestellen stimuleren gebruikers om actief bezig te zijn met behulp van geluid- en lichtsignalen gekoppeld aan verschillende spelvormen die ook eenvoudig kunnen variëren. Verder zijn (rolstoel)hellingen, draaimolens, water- en zandspeelplekken en toestellen die fantasiespel stimuleren de meest inclusieve opties.

Ten slotte, moeten volwassenen met een mentale beperking niet over het hoofd worden gezien, aangezien deze doelgroep ook gebruik moet kunnen maken van het toestelaanbod. 4.3.6 Klimaatbestendigheid De helft van de huidige speel- en sportvoorzieningen is nu niet klimaatbestendig ingericht (Uitvoeringskaarten; Bijlage 2). Het vergroenen van deze plekken kan door het toevoegen van bomen voor o.a. schaduw en/of het vervangen van bestrating of de (valdempende) ondergrond van toestellen door gras (valhoogte lager dan 150 cm). Geschikte soorten groen om in te spelen zijn bij voorkeur robuust, stekelvrij, niet giftig en makkelijk in onderhoud. Op plekken waar de toestellen (en ondergronden) worden verwijderd, daalt het onderhoudsbudget spelen. Op plekken die (vervolgens) worden vergroend stijgen echter de kosten voor het groenonderhoud. Het is belangrijk dat de afdeling Beheer en Onderhoud daarom bij de herinrichtingen aan de voorkant van het traject wordt meegenomen. 4.3.7 Beweegvriendelijke leefomgeving en sportaanbod Voor een aantal centrale/grote speel- en sportplekken (bovenwijks en buurtplekken) is een sportimpuls voorgesteld. Dit komt neer op een verbetering van het huidige aanbod (betere goals, een tweede basketbalpaal, nieuwe ondergrond etc.) of een uitbreiding van het aanbod.

Verder kan gedacht worden aan het verbeteren van de faciliteiten, zoals een watertappunt of ontmoetingselementen. Bij de (her)inrichting van sportplekken is het belangrijk dat de gebruikers intensief betrokken worden. Dit maakt (creatief) maatwerk mogelijk en voorkomt kapitaalvernietiging. Het realiseren van een beweegvriendelijke leefomgeving gaat uit van een samenwerking tussen verschillende gemeentelijke domeinen, sportaanbieders en gebruikers/bewoners. 4.3.8. Jongeren horen erbij Bij de (her)inrichting van grotere, speel- en sportvoorzieningen is het van belang dat er ook ruimte is voor jongeren. Hierdoor willen we niet alleen inzetten op meer speel- en sportuitdaging, maar ook ruimte geven voor ontmoeting. 4.3.9. Een gezonde, rookvrije leefomgeving Bij de (her)inrichting van speelplekken is het van belang om meer nadruk te leggen op een gezonde leefomgeving. Hierdoor streeft Velsen ernaar dat rookvrije, openbare speel- en beweegvoorzieningen de norm wordt. Het plaatsen van verbodsborden en pleinplakkers bij de openbare speel- en sportplekken zal een rookvrije omgeving aanmoedigen.

14

4.3.10 Levensduurverlenging De technische levensduur van speeltoestellen is gemiddeld 15 jaar. Over het algemeen gaan toestellen langer mee, zeker als voor duurzame materialen wordt gekozen en goed onderhoud wordt gepleegd. Door na 10 à 15 jaar bepaalde onderdelen te vervangen kunnen toestellen vaak nog 5 à 10 jaar mee. Dit is gunstig vanuit duurzaamheidsaspect, maar ook vanuit financieel oogpunt het overwegen waard. Levensduurverlenging kost ca. 10% van de toestelwaarde in een periode van 15 jaar, maar levert uiteindelijk een besparing op. Samen met de beheerder moet op plekniveau gekeken worden of het vervangingsjaar opgeschoven kan worden met of zonder levensduurverlengend onderhoud.

4.4 Kaders voor communicatie 4.4.1 Integrale afstemming Een goede afstemming tussen verschillende fysieke opgaven staat centraal binnen het uitvoeringsplan; wijkrenovatie, herstructurering, (vervangings)opgave van speel- en sportplekken. Bij grotere speel- en sportplekken of bijzondere projecten wordt samengewerkt met verschillende beleidsterreinen (integrale aanpak) en externe partners in de buurt. Het gaat dan om externe partners die een rol kunnen spelen in de uitvoering of na realisatie, zoals aanbieders van (sport)activiteiten, verenigingen (speeltuin, sport, scouting, ouderen) of scholen (bij schoolpleinen) en kinderdagverblijven. Kinderen met een fysieke beperking kunnen een rol spelen in de uitvoering van inclusieve speelplekken. Zo kan de inrichting geoptimaliseerd worden en kunnen naast spelen en bewegen ook andere thema’s geïntegreerd worden in het uitvoeringsplan. 4.4.2 Participatie en bewonersinitiatieven De gemeente hecht er veel waarde aan om inwoners te betrekken bij de speel- en beweegplekken. (Buurt)initiatieven stimuleren (belangrijk speerpunt uit de Omgevingsvisie) is een middel om mede-eigenaarschap en draagvlak te creëren. Een opkomend fenomeen is het Uitdaagrecht (ook wel Right to Challenge R2C genoemd) , hierbij kunnen initiatiefnemers taken van overheden overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen.

De gemeente gaat graag in gesprek over dit soort initiatieven. Meer informatie over bewonersinitiatieven is te vinden bij B.4.6. 4.4.3 Communicatiestrategie Het weghalen van speelplekken kan tot onrust leiden. Het is dan ook erg belangrijk om goed naar inwoners te communiceren over de aankomende veranderingen. Hiervoor moet een communicatieplan worden opgesteld. Naast een (wijkgericht) participatietraject over de uitvoering zelf (planvorming), is het belangrijk om bewoners (kinderen en volwassenen) goed voor te lichten over hoe de speelruimte beoordeeld wordt en hoe de keuze tot stand is gekomen. Hierbij worden bewoners geïnformeerd over het tijdspad voor uitvoering (welke buurt is wanneer aan de beurt), maar ook naar de mogelijkheden van spelen zonder speeltoestellen. 4.4.4 Kwaliteitsbewaring en evaluatie Het is belangrijk om de opgestelde ambities en het bijbehorende uitvoeringsprogramma als levend document regelmatig te updaten. Daarnaast kan dit beleidsplan jaarlijks geëvalueerd worden om te beoordelen of de uitgevoerde ambities daadwerkelijk leiden tot meer en beter buitenspeelgedrag en een beter leefklimaat in Velsen. Daarom is het van belang om regelmatig een herijking te maken van de concrete vervangingsopgave.

15

5

Financiën In dit hoofdstuk wordt de koppeling gemaakt tussen de beschikbare budgetten, de vervangingsopgave en opgestelde ambities.

5.1 Beschikbare budgetten Vanaf 2021 wordt jaarlijks €350.000,- beschikbaar gesteld voor vervanging/realisatie van openbare speel- en sportplekken. Dit bedrag ligt fors lager dan de eerder beschikbare budgetten. Het jaarlijks beheerbudget bedraagt €76.000,- voor het bekostigen van (kleine) reparaties aan de toestellen en ondergronden en de veiligheidsinspecties. Budgetten voor investeringen worden aangevraagd aan de hand van een meerjarenonderhoudsplan; dit wordt jaarlijks met het uitvoeringsplan aangevraagd.

5.2 Vervangingsopgave 5.2.1 Huidige situatie De totale vervangingswaarde van de totaal 135 openbare speel- en sportvoorzieningen bedraagt ongeveer €5.37 miljoen. Dit omvat de kosten voor inrichting en aanleg incl. ondergronden. Beheerkosten en kosten voor eventueel externe ondersteuning bij uitvoering zijn niet in het budget opgenomen. Dit komt neer op een vervangingsopgave van €359.500,-/jaar over een periode van 15 jaar wat nodig is voor instandhouding van het huidige speel-en sportaanbod (tabel 1). Dit is hoger dan het jaarlijks beschikbare budget. In de diagram in figuur 3 is het verloop van de verwachte vervangingen te zien. Vooral op korte termijn wordt een vervangingspiek verwacht omdat veel speeltoestellen 15 jaar of ouder zijn. Door het nieuwe investeringsplafond (blauwe lijn) zijn deze pieken niet goed op te vangen.

Figuur 2. De verwachte vervangingsopgave op basis van instandhouding van 135 voorzieningen. Bedragen zijn inclusief aanleg en ondergronden, maar exclusief beheerkosten en externe ondersteuning. De horizontale blauwe lijn is het jaarlijks beschikbare budget van €350.000,-

5.2.2 Behoud van 115 speelplekken Door een aantal kleinere speelplekken te laten vervallen wordt financiële ruimte gecreëerd voor het doorvoeren van de beleidsambities. Volgens toetsing van de speelruimte aan het ‘Speelbuurtmodel’ in bijlage 4 kunnen 20 locaties worden opgeheven/omgevormd (kosten ca. €2.500,- per locatie). Hiermee wordt de totale vervangingswaarde incl. de kosten voor opheffing/omvorming € 4.85 miljoen. Dit komt neer op €323.000 per jaar over een periode van 15 jaar (zie tabel 1).

16

Ta b el 1 : Verv a n g in g so p g a v e n a b eh o u d 1 1 5 lo ca ties termijn

Behouden speelplekken

O mvormen speelplekken

aantal

aantal

kosten

2021-2022

29

€

1.091.000

7

2023-2024

16

2025-2030

39

€

700.000

1

€

1.684.000

5

na 2030

31

€

1.320.000

7

Totaal

115

€

4 .7 9 5 .0 0 0

20

kosten €

Totaal aantal

kosten

17.500

€

€

2.500

€

702.500

€

12.500

€

1.696.500

€

17.500

€

1.337.500

€

5 0 .0 0 0

€ 4 .8 4 5 .0 0 0

Onderhoudskosten (3% per jaar)

€

1.108.500

2.157.750

5.3 Uitvoering ambities Als het uitgangspunt is dat de gestelde ambities binnen de beschikbare middelen moeten worden uitgevoerd, is hier binnen het huidige jaarlijkse vervangingsbudget weinig ruimte voor (tabel 2; figuur 3). Dit betekent dat wanneer hier geen aanvullend budget voor wordt vrijgemaakt er bij de inrichting van speelruimte keuzes zullen moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld minder, maar uitdagendere speelplekken of minder speeltoestellen en meer (speel)groen. Voor het optimaal doorvoeren van alle ambities is totaal €1.2 miljoen (€80.000,-/jaar) extra budget nodig. De kosten voor realisatie van de ambities (over een periode van 15 jaar) zijn berekend in tabel 2. Als uitgegaan wordt van het behoud van 115 locaties (incl. omvormkosten), is jaarlijks gemiddeld €27.000 nodig voor het realiseren van de extra ambities. Dit komt dus neer op een jaarlijks tekort van €53.000,-/jaar als de ambities in totaliteit worden uitgevoerd. De optionele aanleg van 10 nieuwe speelplekken, zie hoofdstuk 4.2.1, is hierin niet meegenomen. Tabel 2: Uitvoering ambities Jaarlijks

Totaal

Beschikbaar budget

€ 350.000

€ 5.250.000

Vervangingsopgave na opheffen 20 locaties

€ 323.000

€ 4.845.000

Financ iële ruimte voor ambities

€ 2 7 .0 0 0

€ 4 0 5 .0 0 0

Uitdagende, centrale speelvoorzieningen

€ 24.167

€ 362.500

Een inclusieve speelruimte

€ 16.667

€ 250.000

Een klimaatbestendige speelruimte

€ 27.000

€ 405.000

Een beweegvriendelijke leefomgeving

€ 12.000

€ 180.000

Tekort

-€ 52.833

-€ 792.500

* exclusief uitvoering ambities

Figuur 3: De vervangingsopgave inclusief de ambities voor de komende 15 jaar. De waardes zijn inclusief ondergrond, maar exclusief beheer en externe kosten. Lichtblauw = vervangingsopgave na omvorming van 20 locaties (115 speelplekken), rood = uitdaging, paars = inclusiviteit, groen = klimaatbestendigheid, blauw = beweegvriendelijkheid. De horizontale blauwe lijn is het beschikbare budget van € 350.000,-

17

5.4 Beheerkosten De vuistregel is om per jaar 3% van het totale vervangingswaarde te reserveren voor onderhoudskosten (klein onderhoud, reparatie en inspectie van de toestellen en ondergronden). Wanneer wordt uitgegaan van enkel behoud van 115 locaties, komen de onderhoudskosten per jaar gemiddeld neer op €143.850 (in totaal € 2.16 miljoen,-). * Het huidige beschikbare budget voor onderhoud is €76.000,-. Dit is 1,4% van de totale vervangingswaarde. Dit verschil is te verklaren doordat in deze onderhoudskosten niet de uren en inzet van machines is meegenomen (puur vervangen van onderdelen en kleine reparaties of beperkte externe inhuur). Het is wel belangrijk om jaarlijks de onderhoudskosten te blijven monitoren, zeker als door de uitvoering van ambities speelplekken uitdagender of groener worden ingericht, hetgeen extra onderhoudskosten met zich mee kan brengen. Dit is uiteraard ook het geval bij de realisatie van nieuwe speelplekken (zie optionele kosten). *Hierbij zijn de eventuele extra kosten voor het groenonderhoud van opgeheven plekken niet meegenomen.

5.5 Conclusie Het jaarlijks beschikbaar speelruimtebudget is niet toereikend voor de reguliere vervanging en de te verwachten onderhoudskosten van de huidige hoeveelheid speeltoestellen. Met name op de korte termijn is het nodig om hierin keuzes te maken omdat anders simpelweg een groot deel van de speelplekken komende jaren niet heringericht kan worden. De belangrijkste keuzes die gemaakt moeten worden zijn: •

•

•

•

Welke prioriteit hebben de ambities? Nu is het niet mogelijk om ambities door te voeren. Door twintig speelplekken op te heffen ontstaat ruimte voor een deel van de ambities. Daarin moet dus geprioriteerd worden binnen thema én de betreffende locaties of buurten. Hoe belangrijk is het om de ambities uit het speelruimteplan uit te voeren? Voor uitvoering van de basisambities is een aanvullend budget nodig van € 53.000,-/jaar. Dit is inclusief het opheffen van twintig kleinere speelplekken. Hoe om te gaan met de variatie in benodigde uitvoeringskosten? De komende jaren wordt een piek in vervangingskosten verwacht. Door levensverlengend onderhoud en het uitstellen van ingrepen is het mogelijk dit iets meer ‘uit te smeren’, maar daarvoor is aanvullend onderzoek nodig. Op welke wijze kunnen de optionele ambities/projecten worden gefinancierd? Dit heeft betrekking op nieuwe speelplekken en bovenwijkse sportvoorzieningen. In het huidige budget is hier nu (vanzelfsprekend) geen budget voor beschikbaar.

Door aanvullend budget beschikbaar te stellen is het mogelijk om een groter deel van de ambities uit te voeren en/of opvolging te geven aan de behoefte voor nieuwe voorzieningen. Legitimiteit voor deze budgetverhoging kan gevonden worden in de thematiek van de gewenste impulsen. Deze zijn niet alleen gericht op extra speeltoestellen, maar ook breder gedeelde ambities gericht op inclusiviteit en klimaatbestendigheid. Indien het niet mogelijk is extra budget beschikbaar te stellen en te schuiven in vervangingsjaren, wordt het komende jaren niet mogelijk om alle speelplekken te behouden in de huidige staat. In de praktijk zal dit resulteren in het uitstellen van vervangingen. Dit leidt mogelijk tot een afname van de aantrekkelijkheid van de bestaande voorzieningen, maar ook tot een toename van de jaarlijkse onderhoudskosten (relatief oude toestellen vergen meer onderhoud). Geadviseerd wordt daarom om, gekoppeld aan de eerstvolgende inspectieronde een goede inventarisatie te maken van de te verwachten vervangjaren (wat moet echt op korte termijn, wat kan nog worden uitgesteld) en per ambitie te beoordelen of budget vanuit aanvullende programma’s gemotiveerd kan worden toegevoegd aan het uitvoeringsprogramma, eventueel door samenwerking met andere beleidsterreinen (groen, sociaal domein). Hierdoor kan, in een

18

integrale aanpak, gekeken worden hoe de reguliere vervanging en (een deel van) de ambities de komendejaren kunnen worden uitgevoerd. Het is belangrijk dat hierbij zowel goed samengewerkt en gecommuniceerd wordt met andere beleidsterreinen (integrale aanpak) als met bewoners en externe organisaties. Zo kunnen verbeteringen, maar ook het opheffen van speelplekken, op de beste manier worden uitgevoerd.

19

B

BIJLAGEN De volgende bijlagen zijn als apart document opgesteld: B1 – Samenvatting participatietrajecten B1.1 Kinderwandelingen B1.2 Plekhoppen jongeren Velserbroek B1.3 Resultaten Maptionnaire enquête B2 – Uitvoeringskaarten

B

BIJLAGE 3: Het belang van goede speelruimte De openbare ruimte speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen, het streven naar een gezondere leefstijl van inwoners van Velsen en het vergroten van de sociale cohesie in buurten. Hiervoor is het belangrijk dat er in de openbare ruimte op een goede manier gespeeld, bewogen, verbleven en ontmoet kan worden.

B.3.1 Ontwikkeling van kinderen Voor kinderen is goede openbare speelruimte van belang voor hun motorische, zintuigelijke, sociale, creatieve en emotionele ontwikkeling. Tijdens het buitenspelen komen kinderen in nieuwe situaties terecht, kunnen ze doen waar ze zelf zin in hebben en kunnen ze hun eigen regels maken voor zelfbedachte spelletjes. Buiten zijn er voor kinderen meer lichamelijke uitdagingen en worden zij aan meer prikkels blootgesteld, wat goed is voor de ontwikkeling van alle zintuigen. Kinderen die veel (zelfstandig) buiten spelen moeten zelf problemen oplossen. Dit kan zijn op motorisch vlak, maar ook sociaal. Door op ontdekking te gaan in de eigen buurt ontwikkelen kinderen een goed oriëntatie vermogen en doen zij kennis op over de eigen woonomgeving (vriendjes, geheime plekken, bestemmingen en activiteiten). Goed ingerichte speelplekken stimuleren kinderen om naar buiten te gaan.

B.3.2 Beweegvriendelijke leefomgeving Naast spelen en de ontwikkeling op verschillende vlakken, draagt een goede openbare ruimte bij aan voldoende beweging. Dit geldt niet alleen voor kinderen, maar zeker ook voor volwassenen en ouderen. In de beweegrichtlijnen van de gezondheidsraad (2017) is aangegeven dat volwassenen wekelijks tenminste 2,5 uur matig intensief zouden moeten bewegen en kinderen dagelijks minstens 1 uur. Dit verlaagt het risico op chronische ziektes als diabetes, harten vaatziekten, depressiviteit en, bij ouderen, botbreuken (Gezondheidsraad – beweegrichtlijnen 2017). Om inwoners te stimuleren is het van belang dat de openbare ruimte beweegvriendelijk wordt ingericht voor zowel jong als oud. Dit is ook een van de basisuitgangspunten van het lokale Sporten Preventieakkoord. Hierbij willen we ook inzetten op een gevarieerd aanbod van beweegvormen. Dit wordt bereikt door bij de inrichting van sportplekken te mikken op multifunctionele plekken waar veel verschillende sporten kunnen worden beoefend. Een model dat dit ook voorschrijft is het Athletic Skills Model (ASM).

20

B.3.3 Samenspel en ontmoeting Een van de belangrijkste aspecten van buitenspelen is samenspel. Samenspelen is niet alleen goed voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Het is daarom belangrijk om bij de inrichting van openbare speel- en sportruimte vooral te letten op de mogelijkheid om samen te kunnen spelen, zoals dubbele schommels, tweepersoons veerelementen en ruime trapveldjes. Naast het stimuleren van samenspel is ontmoeting in algemenere zin een belangrijk aspect van goede speelruimte. Voor kinderen en (groot)ouders is de speeltuin vaak een prima plek om contacten te leggen. Om ontmoeting te bevorderen op een speelplek is het belangrijk in te zetten op samenspel, voldoende ruimte (picknicken, buurt- en kinderfeestjes), en een goede verblijfswaarde door voldoende bankjes, afvalbakken en beschutting (zon, regen of wind).

B.3.4 Inclusiviteit Een groep die nu nog veel te weinig kans heeft om buiten te spelen en andere kinderen te ontmoeten zijn kinderen met een beperking. Nog meer dan andere inwoners lopen zij tegen sociale en fysieke drempels aan waardoor zij maar weinig in de eigen wijk buiten spelen. Door in de directe woonomgeving al in te zetten op plekken voor iedereen, kan samen spelen en dus inclusie al in de kiem worden gestimuleerd. Dit vergt soms enige aanpassingen aan een speelplek, maar belangrijk is dat er vooral niet gedacht moet worden in speciale toestellen in een aparte hoek van de speelplek. Het gaat immers vooral om samenspel en inclusiviteit. Om dit belang te benadrukken is eind 2019 ook het SamenSpeelAkkoord getekend door onder andere de branchevereniging Spelen en Bewegen en het ministerie van VWS. In de tevens verschenen inspiratiebundel “Aan de slag met samenspelen” (VNG: 2019) wordt daarbij gebruik gemaakt van de 100-70-50-richtlijn: • • •

Een kind of inwoners met een handicap moet zich 100% welkom voelen. 70% van de speelplek moet voor iedereen toegankelijk zijn (paden, ondergronden) 50% van de speelaanleidingen moet bespeelbaar zijn voor ieder kind.

B.3.5 Leefbaarheid en veiligheid Het belang van goede speelruimte gaat de laatste jaren steeds meer over het vergroten van de leefbaarheid in de wijk. Speelruimte moeten fijne plekken zijn die de sociale cohesie in de buurt vergroten en zorgen voor een gezonde wijk waarin voldoende bewogen wordt. Naast dat de speelruimte moet voldoen aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) wordt rekening gehouden met zaken als klimaatbestendigheid (hoe blijven plekken ook in de toekomst prettig om te verblijven) en de inrichting van de buurt zelf. De uitdaging ligt daarbij in het vergroten van het veiligheidsgevoel en daaraan gekoppeld de bewegingsvrijheid van kinderen (maar ook volwassenen) door te zorgen voor voldoende veilige routes en plekken door de buurt, een bespeelbare openbare ruimte (ook buiten de formele plek) en voldoende interessante, diverse, uitdagende en prettige speel- en sportplekken. Hierbij is het bijvoorbeeld belangrijk dat er wordt nagedacht over sociale veiligheid (zicht op locaties) maar bijvoorbeeld ook (slimme) verlichting langs hardlooproutes en/of sportplekken.

B.3.6 Vergroening en klimaatbestendigheid In het collegeprogramma van Velsen is de noodzaak voor vergroening benadrukt. Binnen de openbare ruimte moet niet alleen ingezet worden op klimaatadaptatie, maar ook op de verbinding tussen buiten spelen en natuur. Speelplekken hebben, met de juiste inrichting, een belangrijke rol op beide vlakken. Om dit te bereiken is het belangrijk om in te zetten op zowel natuurlijke ondergronden als beplanting en bomen. Vergroening zorgt naast verkoeling voor het vasthouden en vertraagd afvoeren van regenwater en biedt bij de juiste toepassing extra speelen verblijfswaarde voor een plek. Daarbij zorgt een groene leefomgeving voor meer beweging.

21

B

BIJLAGE 4: Het Speelbuurtmodel Om de huidige speelruimte te beoordelen en de juiste verbetervoorstellen te vormen is het onderzoek opgebouwd volgens de stappen van het Speelbuurtmodel. Dit betreft zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve beoordeling van de openbare speel- en sportmogelijkheden. Om het model van de speelbuurt toe te passen is elke speelbuurt (zie hieronder) apart doorgelicht aan de hand van 5 stappen:

B.4.1 De speelbuurt Centraal in het onderzoek van de openbare speel- en sportruimte staat de speelbuurt. Dit is het deel van de wijk of buurt waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn barrières voor kinderen. Een buurtgrens is soms ook vooral een niet-fysieke afspraak. Kinderen komen of mogen dan simpelweg niet uit hun eigen buurtje. De speelbuurt is het gebied waarin steeds moet worden gekeken of het aanbod bijdraagt aan de belangen die aan goede speelruimte worden gelinkt. Afhankelijk van de omvang en het karakter van een speelbuurt worden er voorwaarden gekoppeld aan de hoeveelheid speelvoorzieningen (zie stap 2). Een speelbuurt komt soms overeen met de buurtindeling die de gemeente zelf al hanteert, maar is vaak ook iets kleiner. In elke speelbuurt geldt dat kinderen binnen 200 meter van hun woning speelruimte kunnen vinden. De omvang en het soort speelruimte hangt af van het type speelbuurt. In een grote speelbuurt van minstens 10 hectare moet minimaal 1 buurtplek gelegen zijn. Dit is een (bij voorkeur centraal gelegen) speel- en sportplek van ca. 2.500 m2 groot als plek waar de buurt samen kan komen. Een buurtplek heeft een actieradius van 400 meter waardoor het in zeer grote speelbuurten nodig kan zijn om te voorzien in meerdere buurtplekken.

Naast de buurtplek is een netwerk van kleinere blokspeelplekken nodig. Dit zijn plekjes van ca. 500 m2 die vooral zijn ingericht voor de kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Een blokplek heeft een actieradius van 200 meter en hoeft niet altijd ingericht te zijn met speeltoestellen In een kleine speelbuurt volstaat een netwerk van blokplekken en is het niet nodig om te voorzien in een buurtplek. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine speelbuurten met een hoge speeldruk (bij hoge bevolkingsdichtheid, gemengde stadsbuurten en centraal stedelijke woonmilieus). Hier geldt hetzelfde uitgangspunt als bij de grote speelbuurt: tenminste één buurtplek én een netwerk van blokplekken.

B.4.2 Vraag en aanbod Om te bepalen welke speelruimte nodig is, wordt per speelbuurt indicatief gekeken naar de vraag en het aanbod van de openbare speelmogelijkheden. Een buurt met veel hoogbouw, weinig tuinen en een hoge bevolkingsdichtheid levert in de regel een hogere speeldruk op (meer gebruikers per m2 speelruimte). Brede stoepen, goede vrije speelruimte (spelen op straat en in het groen), een beperkte parkeerdruk en veel bewegingsvrijheid (weinig barrières binnen de speelbuurt) zorgen dat een speelbuurt juist op de aanbodzijde hoog scoort. Kinderen vinden hier eenvoudig vrije speelruimte binnen 200 meter van hun woning waardoor ingerichte formele voorzieningen minder van belang zijn. In deze buurten volstaat het vaak om te voorzien in alleen (een) goed ingerichte buurtplek(ken). Als de vraag naar speelruimte het aanbod overstijgt, dan is het aanvullend op de buurtplek óók nodig om in een netwerk van blokplekken te voorzien. Op die manier kan de speeldruk zich goed verspreiden over meerdere plekken.

22

B.4.3 Schijf van Vijf Naast de kwantitatieve uitgangspunten van de speelbuurt beoordelen we de diversiteit van het aanbod. Spelen en bewegen kan op veel verschillende manieren. In de speelbuurt is het daarom belangrijk om een variatie van speel- en beweegvormen aan te bieden. In elke speelbuurt moeten de volgende 5 aspecten aanwezig zijn: • • • • •

Formeel speelaanbod: reguliere (en inclusieve) speelplekken met speeltoestellen Formeel sportaanbod: sport of beweging voor jong en oud Vrije speelruimte: bespeelbaar groen Vrije speelruimte: spelen op straat Activiteitenaanbod – en kennis daarvan bij bewoners (georganiseerd door Sportloket Velsen)

B.4.4. Speelruimte per speelbuurt Net als de speelbuurt kunnen ook de voorzieningen zelf beoordeeld worden op relevante criteria. Dit biedt inzicht in de verbeterpunten op plekniveau. Naast het beoordelen van de bestaande situatie geven de criteria ook handvatten voor de (her)inrichting van speel- en sportplekken. Hoe een speelplek is geclassificeerd hangt af van de huidige inrichting én ruimtelijke context. Een buurtplek moet bijvoorbeeld voldoende aantrekkingskracht en capaciteit hebben om gebruikers uit de hele speelbuurt te ontvangen. Dat betekent een inclusieve speel- én sportplek met veel (vrije) ruimte, voldoende uitdaging in speelobjecten en een hoge verblijfswaarde met voldoende groen, bankjes en afvalbakken (zie ook de bijlage met speelruimtecriteria). Een blokplek moet vooral direct omwonenden bedienen, vaak jongere kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Deze plekken kunnen in de regel dichter op de woningen staan en hebben minder voorzieningen nodig omdat deze plekken vaak minder intensief worden gebruikt. In sommige buurten is het niet nodig deze in te richten met reguliere speeltoestellen. In dat geval volstaat bespeelbaar groen (grasveldje, tiny forest of ravotplek) of een autovrij fietspleintje met speelaanleidingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=017b79f3-7eb6-49c1-845c-3ecc138c43bc