CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Samenspel Velsen

Sessies Raadzaal 25 maart 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Beleidskader Participatie14.196 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samenspel wat als we dat gewoon eens gaan doen?

inleiding

Wat als we gewoon gaan samenspelen? Samenspelen, wat is er eigenlijk ingewikkeld aan? Is samenspel niet gewoon dóen? Maar als het zo gewoon was, dan deden we het al.

Samenspel mag dan vrij simpel lijken, in de praktijk hebben we er veel woorden voor nodig. Een kleine inventarisatie: burger­participatie, integraal werken, klantgericht, gebiedsgericht, de nieuwe buitendienst, wijkgericht, gewoon goed, bottom up. Uit al deze woorden spreekt een enorm verlangen om voorbij het ‘organisatorische gedoe’ te komen. Want we willen het ‘gewoon doen’ met elkaar: lekker aan de slag en soepel samenwerken. In de wandelgangen en informele overleggen doen collega’s dat ook volop. Er is veel collegialiteit in Velsen. We zijn enorm sterk bij elkaar betrokken. Maar herken je ook dit? Langs bureaus leuren met je werk. Het lukt niet om ook nog die collega uit de brand te helpen. Dat je soms een beetje cynisch over bewoners denkt: ze zien niet hoe hard we werken. En wat er allemaal wél goed gaat. Waar we vandaan komen en hoe ver we al zijn. Ze zijn eigenlijk nooit tevreden. Of dat je al tijden op een besluit wacht. Je planning niet haalt. En bestuurders die wijzen op de dingen die niet

lukken en almaar sneller en meer willen. En dan moet je óók nog in gesprek met bewoners… weten ‘ze’ wel hoeveel tijd dat kost? We laten elkaar dan niet vallen. We pakken op wat ons voor de voeten komt en waar een collega nu dringend aandacht voor vraagt. We helpen elkaar uit de brand. Maar het gebeurt vaak onder hoge druk en soms met knip-en-plak-werk. De kwaliteit leidt daaronder, maar ook soms ons humeur. Terwijl de samenleving en ons bestuur terecht hoge eisen aan ons stelt. Hoe brengen we daar rust in, terwijl we wel vooruitkomen? Hoe kunnen we het zo inrichten dat de uitvoering minder stress oplevert, zowel voor onszelf als voor de onderwerpen waar we aan werken, ook als dat grote, integrale opgaven zijn als duurzaamheid, omgevingskwaliteit of zorg voor onze jeugd? Dat vraagt om inhoudelijke keuzes: welke dossiers hebben nu echt prioriteit? Maar ook om keuzes over de manier van werken en organiseren. We hebben de neiging ons werk ‘sectoraal’ aan te

Samenspel – 2

pakken, vanuit onze vak-expertise of vanuit onze eigen afdelingsdoelen en belangen, want die aanpak kennen we. Afdelingen zijn dan soms elkaars concurrent, terwijl ze moeten samenwerken om de beste resultaten voor onze inwoners te bereiken. Als onze kernen vragen om duurzaamheid, gemeenschapszin en betaalbaarheid, dan moeten we het anders aanpakken dan alleen maar sectoraal. Dat ‘anders werken’ gaat niet vanzelf. Die veranderingen vragen sturing en regie. En programmamanagement is bij uitstek een methode om deze interdisciplinaire veranderuitdagingen van meerdere partijen succesvol te realiseren. En daarom gaan we programmatisch werken. Dat is een hele lichte organisatievorm, waarbij het meer over gaat wat je wil bereiken dan waar je van bent of tot welke afdeling je behoort. Ook gaan we met pilots oefenen met een gebieds­ gerichte aanpak. En we gaan oefenen met buitenspelen: naar buiten gaan is voor ons ook ‘gewoon’ werk. We kunnen dat leren van collega’s die dat altijd al doen.

In deze uitgave lees je hoe collega’s hier vorm aan geven, hoe onze bestuurders daarover denken en hoe de raad hiermee aan de slag gaat. De verhalen laten zien dat er al enorm veel gebeurt in Velsen, gewoon omdat we het al doen. Maar het is nog niet genoeg, want het samenspel kan beter, efficiënter en fijner. En nog meer samen met bewoners. Ook hier draait het om taal. We gaan op zoek naar werkwoorden in plaats van zelfstandig naamwoorden. Het gaat dus niet om ‘organisatie’, maar om ‘organiseren’. En het gaat dus niet om ‘samenspel’ maar om ‘samenspelen’. Zullen we het gewoon eens gaan doen, dat samenspelen?

EN DUIZELT HET JE VAN DE TERMEN? OP PAGINA 40 STAAT EEN BEGRIPPENLIJST!

Samenspel – 3

“Bewoners denken niet in hokjes die de gemeente bedacht heeft.” – Ron Buiting

COLOFON Coördinatie en eindredactie: Marije van den Berg

De quotes van bewoners zijn afkomstig uit de Quick

Teksten en productie: Sigrid van Iersel

Scan Lokale Democratie voor de gemeente Velsen,

Vormgeving: Nanda Alderliefste | Noinoloi

uitgave Democratie in Actie (2019).

Cartoons: Flos Vingerhoets Uitgave: Gemeente Velsen, 2019

Gegevens uit deze publicatie mogen uitsluitend overgenomen worden met toestemming van de gemeente Velsen.

Inhoudsopgave

Inleiding

2

1. Kennis en ervaring van bewoners benutten

6

2. Verhelderen en overzicht creëren

8

3. Van verbitteren naar verbeteren

10

4. Suggesties vragen en beste tips delen

12

5. Luisteren naar ervaringsdeskundigen

14

6. Door de wijken struinen

16

7. Samen bouwstenen verzamelen

18

8. Bouwen aan Velsen én aan contact

20

Een heleboel geparticipeer!

22

9. Inventariseren wat plannenmakers willen

24

10. Ruimte geven aan veel varianten

26

11. Samenspelen met de raad, de burgers en de regio

28

12. Zelf kiezen voor nieuwe bomen

30

Samenspelen, meer en vaker?

32

13. Met een enquête langs de deuren lopen

34

14. Geen rechtbankje spelen, maar in gesprek gaan

36

Call cousin Vinnie

38

Goede woorden gebruiken

40

Door de democratische bril kijken

41

Over grenzen heen werken

41

Jezelf uitspreken als dat nodig is

42

Tweedelijns bij communicatie

43

Samenspel – 5

verhaal 1

Kennis en ervaring van bewoners benutten Echte zeggenschap voor bewoners, gebruikmaken van het collectieve verstand van Velsen en samen uitvoeren. Dat zijn de uitgangspunten voor het nieuwe programma Samenspel voor de ambtelijke organisatie. Martie Meijer (directeur) en Arie Verburg (programma­manager) vertellen. Waarom een programma Samenspel? Inwoners vragen om ambtenaren die echt contact maken. Niet alleen in woorden, maar ook in samen denken en samen uitvoeren. Die opgave is urgent, zegt Martie. “De samenleving verandert, inwoners vragen om andere samenwerking, ambtenaren dienen anders te gaan werken. Dat gaat niet vanzelf.” Hoe ziet die andere manier van samenwerking er dan uit? Martie: “Bij het programma Samenspel staat de opgave vanuit de samenleving centraal, onafhankelijk van de inrichting van de gemeentelijke

organisatie. Als vakspecialist werk je in tijdelijke samenwerkingen in een gebied of aan een complexe opgave buiten jouw domein. Met mensen binnen en buiten dit huis. Op deze manier willen we het samenspel tussen burgers, ambtenaren en andere partners beter voor elkaar te krijgen. We hebben het eerder gedaan met de transitie in het sociaal domein, alleen gaat dit nu over alle sectoren heen.” Wat is er nu al zichtbaar? Arie: “In een jaar tijd hebben we meer dan 90 projecten gedaan waarin participatie en betrokkenheid een prominente rol hebben gespeeld, van Parkenpraat tot straatfeesten en een diner met actieve bewoners. Daarbij waren meer dan 1.000 Velsenaren betrokken. We doen dus al veel. Wel bestaan deze projecten vaak los van elkaar en laten ze soms ook tegengestelde geluiden horen. Het programma brengt daar lijn in en biedt ruimte om het experiment aan te gaan.” Waarom juist nu? Arie: “De democratische legitimatie staat onder druk. De vraag hoe je serieus wordt genomen, die is zeer relevant. We moeten alle kracht en macht

uit de organisatie gebruiken om daarmee aan de slag te gaan. Juist de input uit de samenleving is noodzakelijk om wijze besluiten te nemen. De gemeenteraad en het college vinden het heel belangrijk om hier serieus mee om te gaan. Ook past deze ontwikkeling goed in onze organisatieontwikkeling en besturingsfilosofie. We kunnen veel meer kennis en ervaring uit de omgeving halen als we inwoners erbij betrekken en hen als een gelijkwaardige partner zien. Dat vraagt om plekken om elkaar te ontmoeten, om alle doelgroepen te bereiken en om meer wijkdemocratie.” Hoe ziet dit eruit voor de interne samenwerking? Arie: “We kunnen het samenspel met de samenleving niet tot leven brengen als we intern niet goed met elkaar samenwerken. Met drie pilots op het gebied van Gebiedsgericht Werken gaan we samen verkennen, besluiten én daadwerkelijk doen.” Martie: “Ik zie veel ‘rijdende treinen’ voor me, die op een spooremplacement bij elkaar komen. We dringen gebiedsgericht werken niet op aan onze mensen. Het is eerder: we sluiten aan bij wat je al doet en bouwen daarop voort. Het komt dus niet

Samenspel – 6

bovenop het bestaande werk, maar het is vooral anders en beter.” Het zal niet altijd duidelijk zijn naar wie je als medewerker moet luisteren, naar je eigen manager of naar de leider van het programma, vervolgt Martie. “Als dat conflicten oplevert, kijken we natuurlijk hoe we dat oplossen. Maar ik hoop vooral dat mensen het heel leuk gaan vinden om de opgave centraal te zetten. We horen

graag je ideeën over samenspel. Doe vooral mee en lever je inbreng.” Meer werkplezier? Arie: “De interne samenwerking verloopt soms stroef, blijkt uit het medewerkerstevredenheidsonderzoek. We willen de samenwerking en de uitvoering graag makkelijker en gestroomlijnder maken, zodat het leuker wordt om hier te werken. Goede ideeën, ergernissen en oplossingen: laat maar komen. Maar ook: waar gaat het goed en waar wil je meer van? Waar gaat deze manier van werken jou helpen?” Drijfveren? “Omdat ik er echt in geloof”, zegt Arie. “Ik heb mijn eigen ontslagbrief als manager algemene zaken geschreven om dit programma te gaan leiden. We kunnen als overheid van veel meer betekenis zijn voor onze inwoners. Het gaat gewoon lukken, want het moet! Hoe, wie en wat, dat weten we nog niet. Maar ik weet wel dat iedere collega graag iets wil doen wat er echt toe doet, anders werk je hier niet.”

STAPPEN VERHELDEREN “In vele gevallen wordt de burger nu goed betrokken bij gemeentelijke zaken. Dit staat nog in de kinderschoenen, maar ik vind het zeker de goede kant op gaan. Ik hoop er dan ook op dat burgers hierdoor meer hun gezicht en stem laten zien en horen. Dan stopt dat negatieve gepraat sneller. Er kan nog meer communicatie komen over hoe de gemeente werkt, zodat mensen ook begrijpen welke stappen er nodig zijn om tot een stemming van een plan te komen. Richting de raad bedoel ik dan. Ik weet dat al deze stappen en uitwerking veel tijd kosten.” Bewoner

MARTIE MEIJER EN ARIE VERBURG:

‘Niet méér werk, maar anders en beter’

Samenspel – 7

verhaal 2

Verhelderen en overzicht creëren Ron Buiting maakte het plan voor een gebiedsgerichte aanpak voor Velsen, waarbij met drie pilots ervaringen opgedaan worden. Gebiedsgericht werken, wat is dat eigenlijk en waar helpt dat bij? En wat betekent dat concreet voor Velsen? De gemeente Velsen wil gebiedsgericht gaan werken. Hoe dan? “Bij deze aanpak is de opgave in een gebied leidend, niet de gemeentelijke organisatie. Hoe houd je een kern leefbaar bijvoorbeeld. Bewoners denken immers niet in hokjes die de gemeente bedacht heeft. In een buurt hangt alles met elkaar samen: verkeer, wonen, veiligheid, winkels, en ga zo maar door. Vervolgens benut je de kennis en ervaring uit de gemeenschap om tot wijze besluiten te komen. Best logisch, dus, maar niet vanzelfsprekend gemakkelijk te organiseren.”

RON BUITING:

‘Niet nog meer praten, maar doen’

Aanpak? “Voor integrale opgaven in een gebied dienen we als gemeente, naast de gebruikelijke manier van werken, meer gebiedsgericht te werken. Dat vraagt om de

Samenspel – 8

nodige aanpassingen. Ik geloof erg in het werken van onderop en wil gebiedsgericht werken zo simpel mogelijk inrichten. Dat betekent aansluiten op de bestaande organisatie en al werkende leren hoe we verder gaan. Je kunt heel lang werken aan een plan, maar veel belangrijker is het om aan te sluiten bij wat al goed werkt. In samenspel dus. Geen praatclubjes oprichten, maar doen.” Voorbeeld? “In Driehuis hebben de bewoners het gevoel dat ze de grip kwijt zijn geraakt, omdat er allerlei projecten tegelijkertijd plaatsvinden. De afdeling Ruimte was op zoek naar een manier om hiermee om te gaan. Hoe komen al die projecten in Driehuis samen in de logica van gemeente én bewoners? Daarom willen we samen met bewoners een dorpsagenda opstellen. Daarbij hoort ook de verdeling van de zeggenschap. Die mag meer bij de bewoners liggen, zodat zij meer grip hebben op hun dorp.” Wat is de rol voor participatie? “We participeren niet om het participeren, maar het is wel een belangrijke randvoorwaarde. Het doel is om meer overzicht en meer zeggenschap te creëren voor bewoners. De inhoud staat dus centraal, maar de democratische kwaliteit is wel de toetssteen voor al ons werk.” Belangrijkste obstakel? “Voor mij is dat vooral de vraag hoe we de meerwaarde van deze aanpak laten zien, in de eigen organisatie en aan bewoners en andere

betrokkenen. Wat levert het op om samen met de gemeenschap op te trekken? Want het kost wel tijd en geld.” Wat betekent dit voor collega’s bij de gemeente Velsen? “De kunst is om de kennis en ervaring van bewoners in het gezamenlijke proces te brengen en daar ruimte aan te geven. Daarbij hoef je als ambtenaar niet al je eigen kennis overboord te zetten, maar jouw kennis dien je wel minder dwingend en sturend in te brengen. De ambtelijke organisatie kan ook helpen om meer actieve bewoners bij elkaar te krijgen, zodat niet alleen de bekende mensen aan tafel zitten, maar een bredere afspiegeling van de samenleving. En ambtenaren kunnen meedenken hoe we de kernen leefbaar houden. Bij meer ingewikkelde opgaven hebben we hierbij nog veel in te leren. Veel bewoners ervaren de gemeente een black box: ze hebben geen idee hoe hier de keuzes gemaakt worden. Dus verheldering is ook een belangrijke taak.” Waar hoop je op? “Ik wil niet heel lang praten over de ideale vorm of de meest democratische aanpak voor gebiedsgericht werken. Ik wil liever dat we aan de slag gaan en dat we het allemaal zelf gaan ervaren. Mensen zijn moe over al het praten over processen, dus daar moeten we vanaf. Er is ook momentum: de raad vindt het belangrijk. Bovendien: we zijn al tot hier gekomen. We zijn het al aan het doen.”

DRIE PILOTS Binnen het programma Samenspel onderzoeken we in drie gebieden hoe we gebiedsgericht werken het beste kunnen uitvoeren. · In Velsen-Noord onderzoeken we de koppelkansen van het verbeteren van de gezondheid en welzijn en het versterken van de lokale gemeenschap, waarbij het wijkplatform meebepaalt. · In Driehuis werken we zoals de omgevingswet bedoeld is: vanuit de agenda van het dorp, binnen de werkelijkheid van eerder genomen besluiten, en met toevoeging van alle kwaliteiten van onze collega’s die daarbij nodig zijn. · In Velserbroek (en trouwens ook in IJmuiden-Noord en -Zuid) maken we samen met bewoners en organisaties een voorstel voor voorzieningen en plekken voor ontmoeting die relevant zijn voor bewoners en waar zij zich mede-eigenaar van kunnen voelen. Dat zich vertaalt in samen uitvoeren.

Samenspel – 9

verhaal 3

Van verbitteren naar verbeteren Fred Schweitzer gaat in buurthuizen en op andere plekken direct in gesprek met bewoners over hun klachten en radicale opvattingen. Het werkt, vindt hij. Vooral als hij bewoners een verrassende spiegel voorhoudt of de volgende dag al een antwoord levert op een kwestie die de bewoner hoog zit. Wat was de aanleiding? Als beleidsadviseur bestuur en veiligheid bij Algemene Zaken heeft Fred Schweitzer discriminatie en polarisatie in de samenleving in zijn pakket. Extremisme hoort er ook bij. Geen gemakkelijke gespreksonderwerpen, omdat ze vooral negatieve associaties oproepen. Velsen heeft gekozen voor een ander perspectief, namelijk samenspel. Iedereen in Velsen doet mee. Fred: “Maar hoe geef je dat dan handen en voeten? Want je kunt moeilijk met 67.000 inwoners om de tafel gaan zitten.” Hoe? Fred stapte naar stichting Welzijn Velsen, gaf een presentatie van zijn werk en en werd uitgenodigd eens te komen eten met bewoners in wijkcentrum De Stek in Velsen-Noord. Hij schoof aan en raakte direct met een

van de bewoners aan de praat. Deze bewoner foeterde over buitenlanders die alle banen en huizen in beslag nemen. “Dan wordt dit een kort gesprek”, zei Fred. “Hoezo”, vroeg de bewoner. “Nou, Schweitzer is niet direct een Hollandse naam, denkt u wel?”, zei Fred. “U heeft een punt”, gaf de bewoner meteen toe. Op die manier probeert Fred het thema bespreekbaar te maken. Fred probeert ook te bevorderen dat mensen vaker andere mensen ontmoeten. “Als we elkaar meer in de ogen kijken en moeite doen elkaar te begrijpen dan leren we met elkaar om te gaan. Als het glad is, maak je de straat schoon voor de buurvrouw die dat zelf niet kan. Het gaat me erom het zo laag mogelijk in te steken: zo alledaags mogelijk.” Wat is lastig? “De moeilijkste groep zijn de mensen met extremistische opvattingen. Zij lopen vaak weg of komen niet op afspraken. Maar het is beter om door de lompheid van hun uitspraken heen te kijken. Ik zoek naar een haakje om wel met hen in gesprek te gaan.” Fred maakt altijd duidelijk dat je in Nederland alles mag denken en je mening mag uiten, maar dat je wel je handen thuishoudt. “Ik hoef het er niet mee eens te zijn of daarvoor begrip te hebben, als ik het maar wel

GOED GELUISTERD “Jaren geleden ergerde ik mij aan het feit dat er zo hard bij ons in de straat werd gereden en maakte ik mij zorgen om de spelende kinderen. Na melding hiervan zijn zeer snel drempels geplaatst in de straat. Ik doe regelmatig mee aan peilingen, dus dat geeft het gevoel dat er naar de inwoners geluisterd wordt.” Bewoner

Samenspel – 10

FRED SCHWEITZER:

‘Kom uit je stoel en verras mensen’

begrijp. Want dat kan leiden tot een gesprek en een oplossing voor een probleem. Overigens is ‘nee’ is ook een antwoord, want dat geeft duidelijkheid. Als je dat uitlegt, accepteren mensen dat ook.” Werkt het? Vaak wel, merkt Fred. “Je kunt altijd op een nette manier met mensen in gesprek gaan en de nuance zoeken. Mensen in een buurthuis staan met elkaar in contact en vertellen het al snel verder. Dat heeft ook positieve kanten. ” Tip voor collega? “Kom uit je stoel en ga de wijk in”, adviseert Fred. “Praat er met collega’s over hoe je dit aanpakt en vraag feedback. Of spreek mij erop aan, want ik wil best meedenken. Een beleidsnota is fantastisch, maar niemand ligt er wakker van als die nota een maand later klaar is. Als je daarentegen kleine dingen oplost die burgers dwars zitten, dan bouw je direct aan relaties en werk je aan vertrouwen. Stap gewoon op de fiets en ga tussen de mensen zitten. Informeer hoe hoog een bepaalde kwestie zit en houd zo nodig mensen direct een spiegel voor, want dat mag ook.”

VLONDER VOOR EEN HONDJE “Tijdens de vernieuwing van de Lange Nieuwstraat enkele jaren geleden werd echt geluisterd naar omwonenden en winkeliers. Een mooi voorbeeld van dit laatste was een matje dat werd neergelegd op de houten vlonders omdat er in de betreffende flat een hondje woonde met zere pootjes. Erg vriendelijk opgelost!” Bewoner

Wat nog meer? Freds geheime wapen: geef snel antwoord. “Als je ergens iets over hoort, probeer er dan meteen iets mee te doen. Doe geen toezeggingen, maar zeg wel dat je erop terugkomt. Geef dan de volgende dag al antwoord. Je deelt daarmee een enorme verrassing uit, want dat verwachten ze niet van de gemeente. En dat onthouden mensen.”

Samenspel – 11

verhaal 4

Suggesties, vragen en beste tips delen Maaike de Ruijter (beleidsadviseur Openbare Werken) stond met collega Edwin van ’t Hart voor een uitdaging: hoe maak je het omgaan met loslopende honden in parken bespreekbaar zonder dat die discussie alles domineert? Onder de vlag ‘Parkenpraat’ kregen de bewoners een bredere oproep voorgelegd: deel je tips om de negen parken van de gemeente beter te gebruiken. Aanleiding? De aanleiding voor Parkenpraat was het collegebesluit om de hondenlosloopplaatsen te verkleinen. Dat leverde een stroom aan bezwaren op van hondenliefhebbers, vooral bij het Burgemeester Rijkenspark in Santpoort. Op de hoorzitting in Santpoort kwamen niet alleen de veertig bezwaarmakers, maar ook vijftig andere mensen. Het college trok een deel van het besluit terug en besloot opnieuw naar het gebruik van parken te gaan kijken. Dat dreigde een discussie te worden

van voorstanders versus tegenstanders van loslopende honden in parken. Waarom Parkenpraat? De gemeente wilde het daarom breder aanpakken: niet alleen de hondenliefhebbers, maar ook ouders van spelende kinderen, sporters, mensen die honden het liefst mijden en andere gebruikers van de parken. Daarbij ontstond het idee van Parkenpraat, waarbij de gemeente op aparte bijeenkomsten in gesprek ging met de aanwezigen. De nadruk lag daarbij op de voorzieningen in de parken (bijvoorbeeld bankjes en prullenbakken) en minder op het beheer en onderhoud. Alle omwonenden van de parken kregen daarnaast ook een uitnodiging om aan een digitale enquête mee te doen. Wie kwamen op de bijeenkomsten? Maaike: “We kregen een redelijk gemengde groep van gebruikers aan tafel. Mensen met een hond komen drie keer per dag in het park. Het is wel logisch dat er meer hondenbezitters reageren dan mensen met kleine kinderen, die in de winterperiode maar af en toe naar het park komen. Alles bij elkaar waren we tevreden over de samenstelling.”

Hoe pakten jullie het gesprek aan? Op grote plattegronden van de parken konden mensen zelf aangeven waar ze bijvoorbeeld banken, prullenbakken en bakken voor hondenpoepzakjes wilden hebben. Aan het einde van de avond waren sommige plattegronden helemaal volgeplakt met kaartjes. Ook maakten Maaike en haar collega’s een matrix, die ze samen met bewoners invulden. Waarmee moeten we stoppen? En waarmee moeten we vooral doorgaan? En nu? “We hebben heel veel informatie verzameld, dus we zoeken nu naar manieren om het compacter te maken. Vervolgens willen we met een kleinere groep nogmaals in gesprek. Er zijn best veel mensen die zich aangemeld hebben om mee te praten.” AANGEPAST BESLUIT “De hondenlosloopplaatsen zouden beperkt worden. Na commotie onder de burgers werd dit besluit in de ijskast geplaatst. Per gemeentedeel werd er eerst overlegd met burgers. Daarna werd er opnieuw een aangepast besluit genomen.” Bewoner

Samenspel – 12

MAAIKE DE RUIJTER:

‘We hoorden veel tevredenheid over het gemeentelijke beheer’

Hoe beviel het? “De avonden waren soms pittig. We kregen te horen dat we geen begrip hadden voor de hondenbezitters of ‘dat het allemaal toch al besloten was’. Maar we hoorden vooral dat mensen enorm blij zijn met het gemeentelijke beheer. Het is erg leuk om te horen dat mensen met heel veel plezier hun bootcamps houden in onze parken. De parken gaan de mensen echt aan het hart.” Iets nieuws gehoord? “Een bewoner die tegenover het park woont, had er last van dat de honden meteen al uit de auto springen en dan direct de tuinen inlopen. Daar hadden we zelf niet aan gedacht. De bewoner heeft een suggestie gedaan hoe dit opgelost kan worden. We weten niet of dat een goed idee is, dus dat gaan we nog bekijken.” Opbrengst? “We willen zoveel mogelijk ideeën overnemen. Ook hopen we hiermee een goed besluit te kunnen nemen over de hondenlosloopplaatsen. In de maand van de bewonersavonden was ik er 75 procent van mijn tijd mee bezig, dus het kost wel veel tijd. Daardoor moest ik wel zaken laten liggen, maar het was de moeite waard.” Tip voor collega’s? “Als je een maximum aantal deelnemers in je hoofd hebt om mee te denken, geef dan van tevoren aan dat je gaat loten. Anders loop je het risico dat je een hoop mensen teleurstelt.”

KLEINE KINDEREN “Parkenpraat lijkt goed verlopen te zijn, met nadruk op ‘lijkt’. Want tachtig procent van de aanwezigen waren hondenbezitters. Gezinnen met kleine kinderen kunnen in de avonduren niet altijd aanschuiven. Een deel van een park dient hondenvrij te zijn, zodat kinderen of gezinnen daar rustig kunnen zitten. Zonder honden die komen snuffelen of kinderen in risicovolle situaties brengen.” Bewoner

Samenspel – 13

verhaal 5

Luisteren naar ervaringsdeskundigen Statushouders omzichtig behandelen vanwege de trauma’s die zij bij hun vlucht mogelijk opgelopen hebben? Niet in alle gevallen nodig, vertelden de statushouders in een spiegelgesprek met de gemeente en andere betrokken organisaties. Astrid Spiering (beleids­ adviseur sociaal domein) vond het leerzaam. “De statushouders waren vooral ongeduldig en wilden aan het werk.” Wat is een spiegelgesprek? Onder leiding van een onafhankelijke gespreksleider delen bewoners (of cliënten, mantelzorgers, deelnemers aan een project) hun ervaringen over een bepaald thema. De professionals zitten er in een tweede kring om heen en luisteren alleen toe. Jacqueline Hauwertjes (casemanager statushouders) organiseerde zo’n gesprek met statushouders om hun wensen en ideeën op te halen over werk, onderwijs, gezondheid, daginvulling, etcetera. Als beleidsadviseur was Astrid een van de toehoorders. Ook de wethouder, de stichting Welzijn Velsen en Vluchtelingenwerk luisterden mee.

Samenspel – 14

Waarom? “We hadden de statushouders zo goed mogelijk geholpen bij de huisvesting, maar we wilden ook aan hun integratie werken”, vertelt Astrid. “Maar we kenden de doelgroep niet goed, dus we vroegen ons af wat de statushouders zelf hiervan vonden.” In twee ronden deelden de deelnemers in het spiegelgesprek hun ervaringen, onder meer over inburgering en werk. “Het was best pittig voor de deelnemers”, zegt Astrid. “De groep vulde elkaar aan. Het was mooi om te zien hoe ze dat zelf deden, want daar ging veel kracht van uit.”

Kanttekeningen? De deelnemers konden zich prima verstaanbaar maken en waren assertief genoeg om aan dit gesprek deel te nemen. Astrid: “Daarmee krijg je wel een bepaald perspectief op tafel, dat niet representatief hoeft te zijn. Denk dus niet na afloop dat je alles weet.” Het is volgens Astrid wel een mooie aanpak als je van een bepaalde groep weinig weet. “Je kunt op deze manier bij de direct betrokken mensen snel kennis ophalen. Ik denk dat dit vooral in het sociaal domein een handige aanpak is. Ik vind dit een gemakkelijke manier om je ideeën te toetsen, dus dit is zeker geen trucje.”

Hoe beviel het? “Het was een hele leuke manier om direct van statushouders te horen hoe zij het leven hier ervaren”, vindt Astrid. “Voor andere doelgroepen doen we het ook, bijvoorbeeld in de GGZ. Het is heel goed om alleen te luisteren, want anders ga je het invullen en het gesprek overnemen. Wij mochten op onze tong bijten, want onze vooroordelen deden niet ter zake.”

Opbrengst? “De inbreng van de statushouders kwam overeen met wat wij zelf al dachten”, vertelt Astrid. “We hebben onze koers dan ook niet gewijzigd. Het is wel fijn om ons beleidsplan te baseren op de ervaringen van statushouders zelf. Deze ervaringen ondersteunden ons bij de ingezette koers, waardoor we onze ideeën over integratie en werk konden versnellen en concreter maken.”

Iets nieuws gehoord? “We hoorden dat de deelnemers echt ongeduldig waren”, vertelt Astrid. “Ze wilden graag contacten leggen en hun eigen geld verdienen. Dat was heel interessant.” Het was vooral verrassend hoe zij op de vragen over trauma’s reageerden. “Wij denken dat zij het moeilijk hebben met al hun ervaringen. Maar zij zeiden: hoezo trauma’s? Ze benadrukten dat het best goed met hen ging en dat ze blij waren dat hun kinderen naar school konden gaan. Geef maar gewoon werk, zeiden ze. Help ons om aan de slag te gaan.”

NIET INZICHTELIJK “Ik doe altijd mee aan het bewonerspanel, maar het is mij niet duidelijk wat er met de informatie die daaruit wordt verzameld wordt gedaan. Ik krijg altijd een link naar wat er uitgekomen is. Maar de conclusie is dan meestal dat er verder naar gekeken wordt. Hoe een besluit wordt genomen vind ik niet inzichtelijk.” Bewoner

ASTRID SPIERING:

‘Ervaringen van statushouders ondersteunden onze koers’

Samenspel – 15

verhaal 6

Door de wijken struinen Bram Diepstraten (wethouder overheidsparticipatie, openbare ruimte en mobiliteit) is blij met alle initiatieven om het samenspel met bewoners, partnerorganisaties, raad en ambtelijke organisatie vorm te geven. Dat smaakt naar meer. Wat is er tot nu toe bereikt op het gebied van participatie? “We hebben meer inspraak georganiseerd voor bewoners en andere betrokkenen. We hebben hele goede ervaringen opgedaan met het schetsen van diverse varianten bij de herinrichting van de openbare ruimte, bij het Kennemerplein, Van Poptaplantoen en Pontplein bijvoorbeeld. Deze varianten hebben onze medewerkers heel goed technisch voorbereid, zodat we in samenspel met bewoners, andere betrokkenen en de raad keuzes kunnen maken. Met een goede voorbereiding kom je tot een gedragen plan. Bij de mobiliteitsagenda geldt iets soortgelijks. Als we dat gaan uitvoeren, weten we ons gesteund bij de uitvoering.”

BRAM DIEPSTRATEN:

‘Wees niet bang voor het gesprek’ Samenspel – 16

GESPREK MET BURGEMEESTER “Bij ons in de straat zijn vanaf de zomer regelmatig auto’s bekrast. Na de gemeente te hebben verzocht om cameratoezicht toe te passen, kwam de burgemeester naar ons huis om te bespreken wat eventueel mogelijk is. Daaruit vloeide een constructief gesprek voort met de wijkagent, een medewerkster van de gemeente en een aantal buurtbewoners.” Bewoner Wat kan beter? “We hebben relatief weinig initiatiefrijke beïnvloeders in Velsen, blijkt uit onderzoek. Veel samenspel start dus bij ons; dat is een grote verantwoordelijkheid. We werken met goede methodes om inwoners te betrekken, maar dat mag nog wel intensiever. De ene keer doen we dat met een burgerpanel, de andere keer met een straatreferendum. Een online democratisch platform komt binnenkort in de lucht om dat makkelijker en vaker te kunnen doen.” Nog meer? “Ik wil de samenwerking met wijkplatforms echt op een hoger plan krijgen. De wijkplatforms hebben nogal last van het verleden waarin ze zich niet als een volwaardige partner behandeld voelden. Dit wil ik graag verbinden met Right to Challenge, waarbij bewoners taken van de gemeente overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Hebben bewoners betere ideeën? Laat ze dan maar komen. Het samenspel is niet een doel op zich, maar weten dat je het juiste doet, is wel heel belangrijk

voor ons als gemeente. Daarnaast vind ik het erg belangrijk om mensen ruimte te geven om hun leefomgeving te beïnvloeden. Leefbaarheid is een groot thema waarop mensen invloed willen uitoefenen.” Wat betekent dit voor de gemeentelijke organisatie? “We zijn op de goede weg, want er gebeurt al veel. Dat vind ik een compliment waard aan alle collega’s die zich daarvoor inzetten. Wat nog beter kan: het is nog geen automatisme om inwoners er altijd bij te betrekken. Ik zie graag dat onze mensen de wijk ingaan en mensen meer opzoeken. Ga zelf ervaren hoe de situatie is. Laten we het zo organiseren dat dat buiten en binnen beter kunnen samenwerken. Bij de onderlinge samenwerking in onze organisatie worden eveneens stappen gemaakt, maar de integrale afstemming kan nog beter.” Voorbeeld? “Dat zie ik met name bij bewoners die met eigen initiatieven komen. Als een plan net niet binnen de afgesproken normen valt, kijk dan hoe je het wel mogelijk maakt. En bekijk de brede impact: in economisch opzicht kan een plan heel gewenst zijn, maar je dient ook naar de gevolgen voor bewoners te kijken. We moeten het lef hebben om hierover het gesprek aan te gaan en fouten te durven maken. Wees niet bang voor het gesprek en kleur soms buiten de lijntjes.” Hoe is het samenspel in het college als het gaat om participatie? “Ik krijg veel ruimte voor dit onderwerp en merk in

het college dat hiervoor veel steun is. Mijn collega’s dagen hun ambtenaren uit om meer te doen met participatie. We dagen ook elkaar uit. De andere wethouders gaan ook zelf het gesprek aan met inwoners om vorm te geven aan onze gemeenschappelijke agenda.” Drijfveren? “Ik ben de politiek in gegaan om invloed op de leefomgeving uit te oefenen en daardoor het vertrouwen in de overheid weer te laten groeien. Het gaat niet altijd om gelijk krijgen, ook niet voor mij als wethouder. Het gaat vooral om mindset: goede gesprekken voeren op het juiste moment. Luister wat de ander echt zegt en welk gevoel erachter zit, zodat de ander zich gehoord voelt.” Trots? “Ja, want het samenspel van raad, college en organisatie is een voorbeeld voor de rest van Nederland. Dat zit in respect voor mensen, de bereidheid om te geven en nemen en een goede interactie tussen raad en griffie, het college en de directie. Je moet bereid zijn om de ander te vertrouwen en geen persoonlijke kritiek te leveren. Uiteindelijk is het mensenwerk.” VERBEELDINGSKRACHT “Ik vind dat er meer gebruik moet worden gemaakt van de kennis, inventiviteit en verbeeldingskracht van de inwoners. Samen dingen doen is heel belangrijk. Inwoners moeten vaker het eigenaarschap worden toevertrouwd, wel met het nodige toezicht uiteraard. Het uiteindelijke besluit blijft wat mij betreft bij de gemeenteraad.” Bewoner

Samenspel – 17

verhaal 7

Samen bouwstenen verzamelen Hoe betrek je inwoners, experts en de gemeenteraad bij politieke keuzes? Voor de ontwikkeling van de nieuwe cultuurvisie haalden Moniek Ellenbroek en Erika de Jong (Maatschappelijke Ontwikkeling) zoveel mogelijk bouwstenen op bij inwoners, cultuurinstellingen, basisscholen en de gemeenteraad. Met deze bouwstenen vult de wethouder de gezamenlijke ‘cultuurtop’ in. Hoe verzamelden jullie deze bouwstenen? Moniek en Erika: “We hebben onderzoek gedaan onder de basisscholen over kunst- en cultuur­ educatie en een inwonersenquête uitgezet via het burgerpanel, de website en sociale media. Ook hebben we aan organisaties als de muziekschool gevraagd om de enquête via hun achterban uit te zetten. Verder zijn we in gesprek gegaan met de belangrijkste cultuurinstellingen en hebben we een interactieve sessie met de raadsleden georganiseerd.”

Spannend? Jazeker, vinden beiden. “Met het oog op recente ontwikkelingen met de schouwburg en het voormalige Kunstencentrum is kunst en cultuur een zeer actueel onderwerp. Daarom wilden we met inwoners en partners in gesprek over de cultuurvisie, zodat er een gedragen plan uit de bus komt.”

BURGERTOP “Bij Velsen op Koers is echt geïnvesteerd om op diverse manieren de samenleving te betrekken en hen op democratische wijze mee te laten doen op onderwerpen, variërend van een barbecueplaats tot een complete burgertop.” Bewoner

Opbrengst tot nu toe? De gemeente heeft meer dan duizend reacties op de inwonersenquête gekregen. Moniek en Erika zijn er blij mee, want er zitten veel nuttige en waardevolle reacties bij. “We krijgen vanuit alle kanten mee dat cultuur belangrijk is.” Uit de achtergrondvragen blijkt dat de meest deelnemers bestaan uit oudere en hoger opgeleide mensen. Mensen jonger dan 25 jaar ontbreken bijna geheel. “Erg jammer dat de deelnemers niet representatief zijn voor de inwoners van Velsen”, vinden Erika en Moniek. “Misschien gaan we nog aanvullende activiteiten bedenken om toch van een bredere groep reacties op te halen.”

De wethouder haalde bouwstenen op bij de raadsleden door ze in groepjes te laten discussiëren over enkele stellingen. In kleinere gesprekstafels gingen de raadsleden daarover in gesprek. Deze werkvorm leidde bij de start van de sessie wel tot wat vragen en onrust. Moniek: “Het is een proces waar we samen met de raad in moeten groeien. Heel fijn was dat we uiteindelijk aan de tafels goede inhoudelijke input hebben kunnen ophalen. Voor ons was dit een kans om tot verdieping te komen. Dat kan vervolgens leiden tot andere keuzes om subsidies te verdelen. Of het kan ertoe leiden dat er andere voorwaarden voor subsidies geformuleerd worden.”

Jullie kozen voor een interactieve sessie om met de raad in gesprek te gaan. Hoe deden jullie dat?

Belangrijkste vervolgstap? Erika: “Nu staat de gemeente voor de taak om

Samenspel – 18

afwegingen te maken over alle bouwstenen die we verzameld hebben. Dat is best lastig. Daarom organiseren we een cultuurtop, waarbij we de gezamenlijke wensen inventariseren en dieper ingaan op de knelpunten.” Moniek: “Er zijn onderdelen die iedereen belangrijk vindt, maar ook onderdelen waarover verschillend gedacht wordt. De meeste knelpunten kennen we overigens wel. Muziekeducatie, ga je dat wel of niet financieren. Hoe richt je het in? Wat zijn de randvoorwaarden?” Tip voor collega’s? “Het bedenken en inrichten van zo’n uitgebreid traject is best ingewikkeld”, vertellen ze. “We wisten bijvoorbeeld niet hoe we de enquête precies moesten inzetten. Met de interne kennis kwamen we tot een integraal plan. Je hoeft het niet allemaal zelf te weten, dus vraag andere mensen om mee te denken. Vorm een projectgroepje met verschillende expertises erin.”

ERIKA DE JONG EN MONIEK ELLENBROEK:

‘Maak snelle stappen, zodat je de energie vasthoudt’

KOERSEN OP LANGE TERMIJN “Betrokkenheid is lastig. De klagers staan vaak vooraan. Mensen die niets te klagen hebben en misschien zaken willen laten zoals ze zijn, verliezen daardoor hun stem. Ik ben tegen referenda, want dan stemt iedereen voor zichzelf en voor zijn portemonnee. Van bestuurders verwacht ik dat ze daarboven staan en kunnen koersen op de lange termijn.” Bewoner

Nog meer? “Ga aan de slag en laat het hele proces niet te lang duren”, geven ze als extra tip. “We dachten eerst dat we te snel gingen. Maar die snelheid bleek juist prettig te zijn, want dan kom je heerlijk in de flow. Het is leuk dat collega’s en de wethouder sterk betrokken zijn. Elke keer mogen we nieuwe stappen zetten. We moeten voortdurend nieuwe dingen opleveren of we ontvangen de resultaten van eerdere stappen. Dat levert elke keer een nieuw viermoment op. Zo hou je de energie vast.”

Samenspel – 19

verhaal 8

Bouwen aan Velsen én aan contact Burgerparticipatie is voor veel gemeenten ‘een moetje’, signaleert Jasper Ravestijn, sinds januari actief als beleidsmedewerker wonen bij de gemeente Velsen. In zijn woorden: checklistparticipatie. Terwijl het echt anders kan. En eigenlijk ook moet! Checklistparticipatie, wat is dat eigenlijk? “Mijn vorige werkgever was een adviesbureau in Amsterdam, waarbij we vaak gevraagd werden om participatietrajecten voor gemeenten te organiseren. Het betrekken van belanghebbenden voelde voor deze gemeenten vaak als een verplichting. Ze verwachtten niet dat er een goed idee uitkwam. Of ze dachten dat omwonenden toch niets willen veranderen. Een self fulfilling prophecy. Belanghebbenden voelen natuurlijk dat je geen echte aandacht hebt voor hun inbreng. Dan voelen zij zich ook niet geroepen om een inhoudelijke bijdrage te leveren.”

Hoe dan wel? “Participatie is de nieuwe manier om kennis te vergaren. Het is daarom veel beter als je de mensen wel betrokken houdt. Niet door het verplichte lijstje af te vinken, maar door een langdurige relatie op te bouwen. Haal op wat er lokaal speelt en maak aan de hand daarvan het plan. Dat kan heel interactief, bijvoorbeeld met VR-brillen of een expositie. Of maak ontwerptafels met legostenen en andere bouwmaterialen. Maar gewoon een goed gesprek met alle belanghebbenden is ook al mooi, hoor!” Welke impact heeft de nieuwe Omgevingswet? “In de nieuwe Omgevingswet heeft de gemeente veel vrijheid. Hoe je dat precies doet, staat veel minder scherp omschreven. Daar zit iets paradoxaals in, want participatie staat centraal in de Omgevingswet.” Hoe steek je participatie dan in? “Dat is sterk afhankelijk van het onderwerp, want niet alles is geschikt voor participatie. Je hoeft echt niet alles te ‘participeren’, zoals de Structuurvisie. Denk daarom eerst zelf na over wat en wanneer je dit wilt bespreken.

Bij een nieuwbouwproject kun je juist burgers vanaf het begin erbij betrekken, bijvoorbeeld met stellingen en een presentatie van toekomstbeelden. Geef ook de grenzen van de zeggenschap aan. Je moet mensen niet de illusie geven dat zij alles bepalen, dus zorg ervoor dat je goed verantwoordt wat je wel en niet doet. En zorg ervoor dat iedereen in het gemeentehuis van de gekozen aanpak weet, van raad en wethouder tot collega’s.” Hoe betrek je de juiste mensen erbij? “Zorg dat mensen iets kunnen verbeteren. Er dient voor hen wat te halen te zijn. Dat vraagt om VERANTWOORDELIJKHEID DELEN “Samen nadenken over problemen en mogelijkheden en uitvoeren, lijkt me belangrijk om draagvlak te creëren en mensen medeverantwoordelijk te maken om de omgeving in goede staat te houden. Besluiten kunnen het best genomen worden door een democratisch gekozen orgaan, ook omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk gehouden worden voor financiën.” Bewoner

Samenspel – 20

heldere en gerichte communicatie. Ook is langdurige betrokkenheid belangrijk. Houd niet alleen een participatiebijeenkomst, maar kom later ook terug om te vertellen wat je met de inbreng gedaan hebt. Vertel welke keuzes je hebt gemaakt.” Voorbeeld? “Voor de bouw van een nieuwe duurzame wijk ‘Geworteld Wonen’ in Rijswijk hebben we eerst op de locatie een biologische markt georganiseerd. Zo bereikten we niet alleen de omwonenden, maar ook mensen met een duurzaamheidsideaal. Het was een selecte en goed gemotiveerde groep, waarbij gedeeld eigenaarschap ontstond. Een project in de duinen vraagt weer iets heel anders, dus je zoekt elke keer naar iets passends. Met een iets creatievere aanpak kom je daarmee een heel eind. Elke overheid is uiteindelijk in dienst van inwoners. Je moet de bewoners faciliteren om in alle informatie te voorzien.”

niet. Het is namelijk een overstijgend maatschappelijk belang. Daar dient de gemeente eveneens voor te staan.” Waar mogen collega’s jou op bevragen? “Allereerst denk ik graag mee over een creatieve aanpak, die verder gaat dan een informatieavond. Ik heb een uitgebreid voorbeeldenboek beschikbaar. Ook denk ik graag mee over de manier hoe je langdurige communicatie in stand houdt. Als je een duurzame relatie opgebouwd hebt, vergroot je de welwillendheid bij burgers om mee te doen. En daarmee bouw je aan legitimiteit.”

AFVALCONTAINERS “Veel inwoners wilden niet vier afvalcontainers in hun tuin of het paste simpelweg gewoon niet. Ik heb een enquête in mijn buurt gehouden en het resultaat aan de verantwoordelijke ambtenaar laten zien. Maar ja, de bakken waren al besteld. Het viel me vooral tegen dat de beste man mijn buurt niet kende en op een kaartje moest zoeken naar de gemeenschappelijke verzamelcontainers voor het afval. Hij had zich niet eens in onze buurt verdiept. Dat vind ik kwalijk.” Bewoner

JASPER RAVESTIJN:

‘Geen checklist afwerken, maar kennis ophalen’

En levert het ook draagvlak op? “Het krijgen van draagvlak is in mijn ogen nooit een doel op zich. Het doel is juist om de aanwezige kennis op te halen en daar het maximale uithalen, zodat het plan beter wordt en er een verantwoord afwegingskader voor beslissingen is. Niet iedereen hoeft het er mee eens te zijn, maar je moet er wel naar streven dat iedereen er op zijn minst mee kan leven. De verduur­ zaming van woningen dient bijvoorbeeld toch uitgevoerd te worden, of er nu draagvlak is of

Samenspel – 21

DE AFGELOPEN MAANDEN

Een heleboel geparticipeer! De gemeente heeft in 2018 tientallen keren meningen, ideeën of reacties van inwoners opgehaald. En bewoners namen vaak ook zelf het initiatief voor samenwerking. Een overzicht, dat vast niet compleet is en gelukkig nog dagelijks uitbreidt. Om te weten wat er leeft zijn er in 2018 zeven digitale onderzoeken gedaan. Dit via het Burgerpanel, een Facebook Flitspeiling of als digitale enquête rond een thema in de buurt. Twee waren er lokaal gericht namelijk het parkeren in de Blauwe Zone in Santpoort-Noord en de herinrichting van de Andreaweg. Andere onderzoeken waren gemeentebreed, zoals de input voor het nieuwe raadsakkoord. De onderzoeken leverden in totaal ruim 4.600 reacties op. Daarnaast zijn er minimaal 90 bijeenkomsten georganiseerd, die te maken hadden met participatie. In totaal zijn hiermee ruim 2.300 mensen bereikt. Niet bij alle bijeenkomsten is bekend hoeveel mensen erbij aanwezig waren. En er zijn vast bijeenkomsten geweest die niet in dit overzicht zijn opgenomen.

De bijeenkomsten zijn te onderscheiden in drie typen: 1. Met een informerend karakter, bijvoorbeeld over afvalinzameling of zonnepanelen. 2. Met een vraag om mee te denken, zoals bij Parkenpraat, de inrichting van speelplekken, de herinrichting van het Van Poptaplantsoen (klankbordgroep) en de bewonersbijeenkomst bij Tata Steel over grafiet. 3. Meedoen, waarbij het initiatief meestal bij de bewoners zelf ligt en de gemeente dit mogelijk maakt. Bijvoorbeeld het maken van een ‘social sofa’, diverse straat- en buurtfeesten of de beplanting van boomspiegels.

De meeste ontmoetingen hadden betrekking op een bepaalde buurt of kern (zie het kaartje). Daarnaast hebben we over zeventien gemeentebrede thema’s gesproken, zoals verduurzaming van panden voor VVE’s, de evenemententop, de energietransitie of mobiliteit. De opbrengsten van deze bijeenkomsten lopen sterk uiteen: van het vergroten van kennis bij inwoners over een specifiek onderwerp tot informatie voor het maken van gemeentelijk beleid. Of van ruimte vragen om iets te organiseren (bewonersinitiatieven) tot het inbrengen van lokale kennis om tot betere plannen te komen. Soms doen we dat in de vorm van een klankbordgroep.

Een bijzondere bijeenkomst was het Bedankdiner voor actieve bewoners, waar tientallen actieve bewoners van Velsen met elkaar en het bestuur in gesprek gingen rond een theatervoorstelling die ging over samenspel in Velsen.

Samenspel – 22

Het aantal bijeenkomsten is verdeeld over de volgende woonkernen: 11

Velsen-Noord

17

Gemeentebreed

13 IJmuiden-Noord

5 IJmuiden-West

11

3

IJmuiden (breed)

6

Velsen-Zuid

5

IJmuidenZuid

5

Driehuis

IJmuiden Zee- en Duinwijk

7

Santpoort-Noord

12 Velserbroek

3 Spaarndammerpolder

3

SantpoortZuid

Samenspel – 23

verhaal 9

Inventariseren wat plannenmakers willen Staat een initiatief nog in de kinderschoenen of is het een compleet uitgewerkt plan? Met een participatie-instrument kun je toetsen waar de initiatiefnemers staan en wat de vervolgstappen zijn. Peter Bakker (beleids­medewerker wonen) en zijn collega’s pasten het Kompas voor Initiatief met tevredenheid toe bij het initiatief voor een ouderenwoongroep in IJmuiden. Aanleiding? Een aantal senioren wil een woongroep starten met 25 duurzame woningen, waar ze samen zelfstandig oud kunnen worden. Dat sluit aan op de wens van de politiek om mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen. Maar hoe concreet was dit plan? De wethouder nodigde de initiatiefnemers uit voor een sessie op het gemeentehuis in het kader van het collegeprogramma. Ook ambtenaren van verschillende afdelingen schoven aan, onder wie de collega’s van wonen, ruimtelijk beleid en communicatie. Peter Bakker was één van hen. “We wilden laten zien dat we dit soort initiatieven als gemeente willen ondersteunen, maar ook inventariseren hoe zinvol dit idee is.”

Samenspel – 24

PETER BAKKER:

‘Participatiekompas helpt om een initiatief te verhelderen’

Wat is het Kompas voor Initiatief? Aan de hand van dit kompas worden vijf terreinen in beeld gebracht: waarden (wat voegt het initiatief toe?), het draagvlak voor het initiatief (bijvoorbeeld in de omgeving), de visie van de politiek, wet- en regelgeving en financiën. En wat is het maatschappelijke doel of de urgentie? Zo ontstaat een breed overzicht van wensen, mogelijkheden en onderdelen waar nog aan gewerkt moet worden. Waarom handig? De initiatiefnemers van de woongroep hadden weinig ervaring met particulier opdrachtgeverschap. De gemeente wilde het initiatief wel ondersteunen, maar geen beloften doen die niet waar te maken zijn. “We faciliteren en geven waar nodig advies over een vervolgstap, maar we zijn niet de projectleider”, zegt Peter. Participatie wil niet meteen zeggen dat de initiatief­ nemers hun zin krijgen. Met name over de locatiekeuze wilde de gemeente de verwachtingen inperken. “De initiatiefnemers verwachten een locatie van de gemeente, maar het is bepaald geen uitgemaakte zaak dat die er komt. We maken onze eigen afwegingen, waarbij we rekening houden met belangen vanuit verschillende beleidsvelden. Daarnaast zal een pand dan openbaar aanbesteed moeten worden. We doen in onze communi-

catie-uitingen daarom altijd een oproep om ook buiten het gemeentelijke vastgoed te kijken. Het kompas hielp om deze verwachtingen duidelijk te maken.” Zelf doen? In dit geval leidde een externe begeleider het gesprek over alle onderdelen van het kompas. “Dat is prettig, want zij is onafhankelijk”, zegt Peter. “Ook hielp ze om het gesprek niet te laten verzanden in details. Ze had het vaker gedaan en wist waar ze heen wilde. Dit soort instrumenten hoeven we als ambtenaren dus niet allemaal zelf in de vingers te hebben.” Hoe nu verder? De gemeente kreeg een beter beeld van het initiatief. “We wachten nu op hun getekend programma van eisen. Aan de hand daarvan gaan we weer verder. Wat er dan gebeurt staat voor ons nog open.”

INVLOED VOOR STRAATCOMITÉ “Onze straat zou worden geherprofileerd, waarbij de kastanjebomen weg moesten. Ons straatcomité is ruim betrokken geweest en heeft invloed kunnen uitoefenen op de plannen: het inschakelen van een bomenconsulent, het hergebruik van straat­ klinkers en fraaiere stoep­ tegels.” Bewoner

Aanrader? “Het kompas helpt mensen om een plan verder uit te werken. Soms staat een plan helemaal nog in de kinderschoenen. Dan komen de deelnemers niet verder dan het uitwerken van de waarden, vertelde de begeleidster na afloop. Deze initiatiefnemers waren verder gevorderd. Zij hebben er ook wat aan om de plannen aan te scherpen.”

Samenspel – 25

verhaal 10

Ruimte geven aan veel varianten Bewoners willen duidelijkheid over het proces: hoeveel invloed kunnen ze precies uitoefenen, waar en wanneer? Wie daar veel aandacht aan besteedt, wint de harten, weet Annemieke Wijnakker (proces­ begeleider Pontplein bij Openbare Werken). Jullie kregen tientallen aanmeldingen van mensen om mee te praten over Het Pontplein, iedereen had het erover! Wat gebeurde er? “Het Pontplein gaat flink op de schop, omdat de verkeersdoorstroming verbeterd moet worden. Daar heeft iedereen in IJmuiden wel een mening over. We waren echt op zoek naar de blik van de weggebruiker, niet naar de visie van een belangenorganisatie. Mensen werden daarom nadrukkelijk uitgenodigd om hun persoonlijke mening te geven.” Hoe pakten jullie deze gesprekken aan? “De mensen kregen eerst uitleg over acht mogelijke oplossingen voor de herinrichting. Vervolgens hebben we in kleinere groepjes de tekeningen op

tafel gelegd en al hun opmerkingen en ideeën opgeschreven. Bij een volgende stap wil het college de acht varianten terugbrengen naar een kleiner aantal. Daarover gingen we opnieuw in overleg met alle betrokkenen. Wat zouden ze doen als er geen financiële beperkingen zijn? Maar ook: wat dient er minimaal te gebeuren voor de goede verkeersdoorstroming? Door deze kwesties te bespreken, maken we meteen duidelijk met welke afwegingen wij als gemeente te maken hebben. We zijn immers niet alleen met weggebruikers in gesprek, maar ook met veel andere stakeholders.” Dominante gesprekspartners? “Mensen die zich het meest laten horen, zijn vaak de meest betrokken deelnemers met hart voor de wijk. Dat merkte ik eerder bij het Kennemerplein en Van Poptaplantsoen, waar ik procesbegeleider was. De bewonersvereniging was fel tegen het raadsbesluit om de weg door te steken door het plantsoen tussen de Julianakade en de Homburgstraat. De ramen in de wijk hingen vol met pamfletten. Dat raadsbesluit kon niet meer worden teruggedraaid. Wel konden we samen nadenken

hoe we het gebied dan gingen inrichten. We wilden veel aandacht besteden aan de omgeving, want we willen echt iets maken waar iedereen blij van wordt. Ondanks alle verschillende belangen hielden we uiteindelijk één ontwerp over. Dat was gaaf.” Wanneer doe je zo’n uitgebreid participatie­ traject? “Je gaat eerst de stemming peilen in de buurt. Als ergens al enorm veel onvrede heerst of veel tegenstrijdige belangen zijn, dan moet je daarover samen in gesprek. Als dat niet zo is, dan kun je het kleiner houden.

KLANKBORDGROEP “Bij de herinrichting Van Popta­plantsoen heeft de gemeente een klankbordgroep van omwonenden ingesteld. Die heeft heel goed gewerkt. De deelnemers hebben veel invloed gehad bij het tot stand komen van de conceptplannen. Dit heeft zeker bijgedragen aan de acceptatie van het uiteindelijke ontwerp.” Bewoner

Samenspel – 26

Nog voor de bijeenkomst over de doorsteek in het Homburgplantsoen hadden we een mevrouw aan tafel gevraagd voor een kennismakingsgesprek. Zij was heel erg gekant tegen de doorsteek en had niet verwacht dat we nog met haar wilden praten. Uiteindelijk was ze enorm positief over het plan. Ook de bewonersvereniging was enorm blij met het proces. Er waren nauwelijks wijzigingsvoorstellen. Heel intensief, deze werkwijze. Maar ook ontzettend tof.”

ANNEMIEKE WIJNAKKER:

‘Zet op de allereerste bijeenkomst de toon goed neer’

Hoe bereik je zo’n omslag? “Mensen hebben vaak al een bepaald beeld van het traject. Ze denken dat alles al besloten is of dat er toch niets met hun inbreng gedaan wordt. Leg daarom op de allereerste avond heel goed uit wat de bedoeling is van zo’n participatiebijeenkomst. Zet de toon goed neer. Betrek mensen er vroeg bij en geef veel inzicht in het proces. Mensen willen precies weten wanneer ze mee kunnen denken, hoeveel invloed ze kunnen uitoefenen en wanneer ze bezwaar kunnen maken. Als die stappen niet duidelijk zijn, dan worden mensen onrustig. Leg ook alle opmerkingen van mensen goed vast en geef helder aan hoe de gemeente hier uiteindelijk mee omgaat. Doe je dat goed, dan kan er al snel een positieve sfeer ontstaan. Het is ontzettend leuk om mensen met elkaar in discussie te horen gaan. Ze merken dat er enorm veel verschillende meningen en belangen zijn. En ze begrijpen dan ook dat de gemeente zijn best doet om iets te ontwerpen waar iedereen echt blij mee is.”

Samenspel – 27

verhaal 11

Samenspelen met de raad, de burgers en de regio Als griffier helpt Ruurd Palstra om het samenspel tussen raad, college, samenleving en ambtelijke organisatie te verbeteren. Wat gaat er goed en wat kan nog beter? Wat was voor jou een mijlpaal in het samenspel met de raad? “Zonder twijfel het raadsakkoord. Daarin hebben we de raadsleden expliciet gevraagd hoe we het democratisch samenspel met de samenleving bevorderen, evenals het interne samenspel met de organisatie en de regio. Een heel belangrijk element uit het raadsakkoord is de wijze waarop de raad wil werken: in de raad met elkaar, tussen raad, college en organisatie en uiteraard met inwoners. Dat de raadsleden daarover een gezamenlijk uitgangspunt hebben bepaald is een van de belangrijkste elementen.” Waarom is het raadakkoord zo belangrijk? “Het akkoord geeft rust over inhoudelijke vraagstukken: een cruciale voorwaarde om open te staan voor ideeën uit de samenleving en de dialoog aan te gaan. Zo onderkent iedereen in het akkoord dat betaalbaar wonen een belangrijk

thema is. Dat helpt om de energie vast te houden en goed geïnformeerd het debat aan te gaan hoe dit te realiseren. De raad neemt ook zelf allerlei initiatieven. Zo hebben ze mensen uitgenodigd om te praten over het beleid voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en interseksepersonen (LHBTI). Zo’n initiatief helpt om bewust en daadwerkelijk het gesprek te voeren en meer van buiten naar binnen te werken.” Wat kan beter? “We willen ook ruimte voor andere werkvormen, zoals zeepkistenbijeenkomsten of Lagerhuisdebatten. Zolang het over ideeën bedenken gaat, zijn deze werkvormen erg goed. Deze werkvormen helpen om beelden en meningen te delen. Maar als het over besluitvorming gaat, gaan er ook andere krachten spelen. Als bewoners het bijvoorbeeld niet eens zijn over plannen in hun ‘achtertuin’, moeten zij ook goed de gelegenheid krijgen hun bezwaren neer te leggen. We moeten bovendien ruimte geven aan de voorstanders van een plan, die meestal niet goed zichtbaar zijn.” Hoe dan wel? “Het draait allemaal om goede interne samenwer-

NIET SAMEN TAKEN UITVOEREN “Mijn beeld van democratie is dat ik mensen kies die ik competent acht om de gemeente te besturen. Ruggenspraak vind ik goed, communicatie over genomen besluiten ook. Maar het samen uitvoeren van taken, daar geloof ik niet zo in. Ikzelf en mijn meeste vrienden hebben drukke banen en een gezin.” Bewoner

king. Als bewoners al vier keer een enquête hebben ontvangen over hun buurt, maar het leidt niet tot anders handelen van de gemeente, dan wordt het een vijfde keer niet meer serieus genomen. Geef scherp aan wat je met de ideeën en meningen gaat doen. Zo niet, dan gooi je je eigen glazen in. Niet alleen voor je eigen onderwerp, maar ook voor de rest van de gemeentelijke organisatie.” Wat betekenen de ambities van de raad voor de manier van werken van de gemeentelijke organisatie? “De raad wil zelf een klimaatakkoord opstarten en daarbij het proces bepalen. Dan is de vraag voor de gemeentelijke organisatie hoe ze daarbij de Samenspel – 28

RUURD PALSTRA, GRIFFIER:

‘Rust in de raad is cruciale voorwaarde voor dialoog met de samenleving’

raad kunnen ondersteunen. De raad heeft keihard de ambtelijke expertise nodig. Dat is aftasten, juist bij opdrachten die zo integraal geformuleerd zijn als een klimaatakkoord. Dit gaat van zonnepanelen tot luchtkwaliteit. Klimaat heeft veel raakvlakken met verschillende afdelingen. Er wordt hier in Velsen heel hard gewerkt, maar je kunt je energie maar een keer inzetten. Die inzet gebeurt nu niet altijd gestructureerd. Dat vraagt om een goede interne discussie hoe we in gezamenlijkheid op onze doelen sturen en hoe we die concreet maken.” Wat helpt bij een heldere rolverdeling? “Dat kan bijvoorbeeld in de rollen van opdracht­

gever en opdrachtnemer. Als griffie spelen we een rol in het scherp krijgen van het opdrachtgeverschap van de raad: wat vragen raadsleden nu echt in een motie aan het college? Dan kan het college het ook beter uitvoeren. Laatst hadden we in dit kader een leuke discussie over wie nu de hoeder is van de democratie en van de rechtstaat. Misschien is de raad allereerst de hoeder van de democratie, terwijl het college en de organisatie juist meer de hoeder van de rechtstaat zijn. Zij zorgen dat iedereen gehoord wordt, houden rechten en plichten in de gaten en zorgen voor handhaving. Dat vond ik een mooie invalshoek.”

OPLETTEN: HIER WIL DE RAAD BIJ ZIJN! Onze raad gaat over alles, maar vindt een aantal thema’s extra belangrijk. Werk je aan een van deze thema’s? Zoek dan nog sneller de griffie op – voor goed intern samenspel! Er zijn drie thema’s waar raadsleden zelf actief willen zijn om het samenspel vorm te geven – dus meewerken in participatie en contact hebben met belanghebbenden en betrokken. Daarvoor moet de organisatie een goed ontwerp maken. • de klimaatagenda (waarbij natuurlijk ook het groenstructuurplan en de regionale Energie Strategie wordt meegenomen) (in 2019) • de omgevingsvisie (waarbij rekening wordt gehouden met de leidraad Openbare Ruimte en het wijkgericht werken) (in 2019) • de nieuwe Visie op Velsen (inclusief nieuwe impulsprojecten) (in 2020). Aan twee thema’s’ geeft de raad daarnaast bijzondere prioriteit: de woonvisie en de samenwerking in de IJmond. Over deze onderwerpen wil de raad relatief vaak geïnformeerd en betrokken worden door het college.

Samenspel – 29

verhaal 12

Zelf kiezen voor nieuwe bomen De goede bomen laten staan en aanvullen met nieuwe bomen of alle bomen vervangen door nieuwe exemplaren? De gemeente besloot deze keuze voor te leggen aan de bewoners van de Brederoodseweg in Santpoort-Zuid via een straatreferendum. Ook kreeg de gemeente nogmaals de kans om de opties te verhelderen. Wat was de aanleiding? Vanwege de herinrichting van de Brederoodseweg tot 30-kilometerzone moest er een besluit genomen worden over de bomen. In deze laan staan veel bomen met een korte levensverwachting, die sowieso gerooid moeten worden. Maar wat gebeurde er met de andere bomen? In het eerdere inspraaktraject waren al vier varianten voorgelegd aan de bewoners om de straat anders in te richten. Daarbij hadden bewoners een vijfde variant naar voren geschoven, die door 44 huishoudens ondertekend was. De gemeente had deze variant verworpen.

PATRICK DE JONG:

‘We kregen bij het straat­ referendum de kans om onze aanpak te verhelderen’ Samenspel – 30

“Aan de indieners hadden we uitgelegd dat dit voorstel om verkeerstechnische redenen niet mogelijk was”, vertelt Patrick de Jong (project­ leider civiel Openbare Werken). “Maar de medeondertekenaars hadden die uitleg nooit gehoord, omdat wij alleen met de indieners in gesprek zijn gegaan.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=39ef34cb-5677-4ec6-957f-9b3ff1e59a83