Koersdocument Omgevingsvisie def 20-04-21
Tekst van het document
Als gevolg van de deregulering zal Velsen zelf moeten bepalen wat wel en niet gereguleerd wordt en op welke wijze. Hierdoor neemt de urgentie toe om in
regionaal verband gezamenlijk invulling te geven aan de beleidsvrijheid rondom de gemeentelijke watertaken en de zorgplichten van het waterschap.
Klimaatverandering
zorgt ervoor dat er strenge regels gelden in gebieden met een dergelijk label. We moeten ons telkens afvragen of ontwikkelingen in deze gebieden noodzakelijk zijn en of we het op manieren kunnen doen dat we de biodiversiteit niet verstoren.
Klimaatverandering zal meer clusterbuien, droogte en hittestress met zich meebrengen. Hittestress is vooral aan de orde op plekken met grote verharde oppervlakten zoals het centrum van IJmuiden of de industrieterreinen. Daarentegen zorgen plekken met veel groen en water juist voor verkoeling. Ook in bouwopdrachten is nog beperkt aandacht voor hittebestendige bouw. Door tijdelijke berging en verbeterde waterafvoer wordt overlast door clusterbuien grotendeels voorkomen. Tijdelijke waterberging kan ook bijdragen aan de kwaliteit van het openbaar groen. Wel kan hinder optreden als tunnels onder water lopen. Omdat de meeste verharding ligt op private terreinen ligt er een belangrijke opgave op deze terreinen.
Niet alleen de gebouwde omgeving kan de biodiversiteit verstoren. Ook licht, geluid, trilling, geur, magneetvelden en straling vragen aandacht. In Velsen komt veel verkeer samen wat voor een verhoogd stikstofgehalte zorgt: over water, over de weg en door de lucht. Daarnaast is de stikstof-uitstoot van de industrie en gebouwde omgeving van grote invloed op onze biodiversiteit.
Biodiversiteit
Velsen is een nautische toegangspoort tot Europa. De groei van onze havens en de ferry en cruisevaart maakt ons ook kwetsbaarder indien we die groei niet veilig faciliteren. Het havengebied is één van de locaties binnen onze gemeente die vatbaar is voor criminele activiteiten. Ook omgevingsveiligheid is nog steeds een actueel thema. Denk aan het vervoer van gevaarlijke stoffen en het plaatsgebonden en persoonsrisico dat daarbij komt kijken. Zeker in de allocatie van nieuwe functies zoals wonen dient dit aspect in ogenschouw genomen te worden, indien we onze bedrijven en de logistiek ook de ruimte willen blijven geven. Tot slot dienen we rekening te houden met veiligheidsgevoelige functies, zoals coffeeshops, bordelen en gokbedrijven. Deze functies kunnen niet overal gehuisvest worden.
De biodiversiteit staat onder druk. Op aarde, in Nederland, maar ook in Velsen. In Nederland is de biodiversiteit teruggelopen naar ca. 15% van de oorspronkelijke, ongestoorde natuursituatie. Nederland voldoet nog niet aan de Europese doelstelling om soorten en habitattypen in gunstige staat te brengen en te houden. Om de biodiversiteit te verbeteren en in stand te houden, is het belangrijk te weten wat een grotere biodiversiteit bijdraagt. Zo zorgt het voor een fijner leefklimaat, schoner drinkwater en vruchtbare grond. Het verstoren van de biodiversiteit levert bovendien een disbalans op, waardoor de ecologische waarde van gebieden sneller achteruit gaat. De waardering als Natura 2000 of NNN
21
Om het tij te keren zet Velsen in op natuurinclusieve ontwikkeling. Dit geldt bijvoorbeeld voor toekomstige woningbouw, het gebruik van agrarische gronden, aanleg van infrastructuur.
Veiligheid
Energietransitie In 2015 tekende Nederland het klimaatverdrag van Parijs, samen met 194 andere landen. Doel van dat verdrag is opwarming van de aarde te beperken en uitstoot van CO2 terug te dringen. De Europese Commissie heeft de doelstelling in december 2020 verhoogd naar 55% CO2 reductie in 2030. Het doel is om 95% CO2 reductie te realiseren in 2050. We nemen daarom afscheid van het gebruik van fossiele brandstoffen, ook in de gebouwde omgeving. We hebben hier ‘slechts’ 30 jaar de tijd voor. Dit maakt de transitie naar hernieuwbare en schone energie tot een urgent vraagstuk, uiteraard ook voor Velsen. De gevolgen van deze transitie zullen hoe dan ook te zien zijn binnen stedelijk gebied en in het landelijk gebied.
Transitievisie Warmte Op lokaal niveau laten we met de Transitievisie Warmte (TVW) zien welke wijken kansrijk zijn om voor 2030 van het aardgas af te gaan, welke planning daarbij hoort en welk verwarmingsalternatief daarvoor de voorkeur heeft. Daarnaast geeft de visie richting voor de wijken ná 2030 voor welk warmtealternatief het meeste kans lijkt te bieden met de kennis van nu. Die warmtealternatieven zijn bijvoorbeeld collectieve voorzieningen zoals een warmtenet of individuele oplossingen zoals een warmtepomp.
Regionale Energiestrategie (RES) In het Klimaatakkoord uit 2019 is afgesproken dat dertig energieregio’s de mogelijkheden in hun gebied onderzoeken voor grootschalige opwek van zonne- en windenergie op land. In de Regionale Energiestrategie 1.0
Noord-Holland Zuid (RES 1.0 NHZ) staan de plannen die overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners hiervoor hebben gemaakt. Daarnaast worden in de RES 1.0 NHZ de mogelijkheden verkend om met behulp van duurzame warmtebronnen en -technieken gebouwen te verwarmen in plaats van met aardgas. Ook in de regio IJmond & Zuid-Kennemerland is begin 2020 samen met maatschappelijke organisaties, georganiseerde inwoners, belanghebbenden en gemeenten gekeken naar welke gebieden in deze regio kans bieden voor grootschalige energieopwekking uit vooral zon en wind. Deze gebieden noemen we de zogenaamde zoekgebieden. Voor de IJmond zijn dit het terrein van Tata Steel, rondom de A9 en het Noordzeekanaal. Daarnaast hebben het college en de gemeenteraad van Velsen het Recreatieschap Spaarnwoude via een wens toegevoegd als zoekgebied. De besluitvorming van de RES 1.0 NHZ en de bijbehorende zoekgebieden vindt plaats in juni 2021. De zoekgebieden waar de gemeenteraad dan mee instemt worden opgenomen in de omgevingsvisie.
Cluster Energiestrategie Hoewel aanpak van CO2-reductie in de industrie een mondiale aanpak vergt, vinden veranderingen lokaal en regionaal plaats. Zo is het verbinden van bedrijven aan bijvoorbeeld de warmtevraag van de gebouwde omgeving een regionale of lokale aangelegenheid. In Nederland zijn vijf industriële regio’s waar de energieintensieve bedrijvigheid is geclusterd. Velsen is onderdeel van de cluster Noordzeekanaalgebied. Dit cluster biedt mogelijkheden om vanuit bijvoorbeeld restwarmte huizen en andere gebouwen te verwarmen. Voor de clusters
22
worden plannen gemaakt voor grootschalige productie van bijvoorbeeld waterstof. Dit gaat echter gepaard met grote infrastructurele projecten die zowel boven als onder de grond een grote ruimtelijke impact hebben. Ruimtelijk gezien is het belangrijk om vraag en aanbod van warmte zo dicht mogelijk bij elkaar te realiseren. Aanleg van transportinfrastructuur is immers vaak lastig en heel kostbaar door gebrek aan ruimte in de ondergrond. Een RES is daarmee de meest voor de hand liggende plek om de integrale afweging van de totale energietransitie te maken en de keuzes gebiedsgericht te optimaliseren en door te vertalen. Buiten de clusters zijn ook tal van individuele industriële bedrijven of kleine clusters te vinden. Hiervoor geldt dat deze ook kansen kunnen bieden aan de omgeving, al dan niet in beperktere mate gezien de omvang.
Regioplan NZKG Bijna 30 bedrijven in het Noordzeekanaalgebied, groot en klein, zetten verduurzaming hoog op de agenda. Zij zijn de koplopers in de energietransitie en spelen een sleutelrol om van het gebied de groene stekker voor de regio te maken. De ambities zijn groot, samen kunnen we die realiseren, zo blijkt uit het Regioplan Noordzeekanaalgebied (NZKG). Het Regioplan geeft een beeld van de ontwikkelingen op het gebied van industriële CO2-emissie reductie en energiebesparing in het Noordzeekanaalgebied. Uit de projecten van de bedrijven blijkt dat de initiatieven van de bedrijven kunnen zorgen voor een CO2-reductie van bijna 15 megaton (Mton). Dit is ruim boven de gestelde ambitie van 4,2 Mton voor het Noordzeekanaalgebied. Het grootste deel van deze reductie wordt gerealiseerd met de projecten van Tata Steel (samen 7,4 Mton) en de sluiting van de Vattenfall Hemweg-kolencentrale (CO2-reductie van 2,5 Mton).
Afval en circulaire economie We produceren met z’n allen steeds meer afval, ook in Velsen. Dat afval wordt waar mogelijk verwerkt tot nieuwe producten en grondstoffen. Soms wordt dat afval ook verbrand. Een belangrijke voorwaarde voor hergebruik van materialen is het scheiden van afval, het liefst zo dicht mogelijk bij de bron. Bij nieuwbouwprojecten realiseren we daarom gescheiden ondergrondse afvalcontainers, zodat de drempel om afval te scheiden zo laag mogelijk is. In oudere wijken valt nog veel te winnen. De landelijke doelstelling is om in 2025 op 30kg restafval per persoon per jaar uit te komen. In 2050 moet dit aantal teruggebracht zijn naar 0kg. Ook in de (nieuw)bouw is de circulaire economie inmiddels geland. We kunnen steeds meer circulaire randvoorwaarden stellen bij ontwikkelingen, waardoor de impact op het milieu beperkt wordt. Steeds meer studies tonen ook aan dat op een andere manier bouwen (bijvoorbeeld met andere grondstoffen) ook een positief effect heeft op de gezondheid van de eindgebruikers. Er is dus nog een wereld te winnen.
Economie en werkgelegenheid Velsen spreekt in de Economische agenda 2020 - 2025 de ambitie uit om de positie van de haveneconomie te versterken. De groei van de verschillende marktclusters zoals de visserij, de offshore wind en de cruisevaart creëren allerlei nieuwe (ruimtelijke) uitdagingen. De actie om Energiehaven te ontwikkelen tot hét centrum van
offshore wind en duurzame energie in Velsen-Noord biedt mogelijk ruimte aan de andere clusters om te groeien in de monding van het Noordzeekanaalgebied. Het netwerk van Techport speelt hierin ook een zeer belangrijke rol. Met Techport zet Velsen als onderdeel van de IJmond in op de maak- en onderhoudsindustrie. De gezamenlijke ambitie van Techport is om in 2030 dé excellente economische regio van de Nederlandse maaken onderhoudsindustrie te zijn. Ook op het gebied van de cruise- en ferryvaart zijn ontwikkelingen gaande die mogelijk een positieve bijdrage leveren aan de duurzame groei van Velsen. Zo is er bijvoorbeeld een subsidieaanvraag ingediend om de walstroom te verduurzamen (elektrificeren) voor de lijnen van DFDS Seaways. Die ontwikkeling is ook gekoppeld aan het thema gezonde gemeente vanwege de positieve bijdrage aan de luchtkwaliteit. Tot slot, maar zeker niet minder relevant, is Tata-Steel aan verandering onderhevig. Ook Tata-Steel heeft te maken met een verduurzamingsopgave. Het staalbedrijf is gekoppeld aan diverse initiatieven met restwarmte, waterstof, etc. De transitie naar een duurzamer en economisch rendabeler bedrijf vraagt een sterke regionale samenwerking, maar ook fysieke en milieuruimte, onder én boven de grond.
Samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam Velsen maakt onderdeel uit van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dat is economisch gezien een van de meest succesvolle regio’s van Nederland. Het succes van de MRA blijkt bijvoorbeeld uit de stijging van de
23
huizenprijzen en de druk op de ruimte doordat bedrijven en bewoners zich graag in de MRA willen vestigen. Velsen en de IJmond zijn net zo belangrijk voor de MRA als de MRA belangrijk is voor Velsen en de IJmond. Zonder de bedrijven en instellingen in Velsen en de IJmond gaat de MRA zijn duurzaamheidsdoelstellingen niet realiseren. Velsen en IJmond zijn een factor van betekenis. Voorheen was het ‘IJmond IJzersterk’. Nu is het motto ‘IJmond als Techport van Nederland’. Met dat motto kan onderbouwd dat hier grote energietransitie opgaven liggen die met gelden van het Rijk, de EU en bedrijven ingevuld moeten worden. Voor Velsen betekent dit dat Velsen meer dan tot nog toe de blik naar buiten moet richten: door inhoud gedreven en slim samenwerken. Voorbij de instituties. Niet alleen binnen de IJmond en Zuid-Kennemerland, maar ook thematisch in VNG en G40 verband, op de energietransitie in het Noordzeekanaalgebied inclusief fondsen, met de kust- en grensgemeenten en als onderdeel van een bloeiende metropool in de MRA. Zo divers als Velsen is, zo strategisch positioneert het zich als slimme en betrouwbare partner op zaken die van wederzijds belang zijn.
Duurzame mobiliteit Velsen heeft het mobiliteitsbeleid verankerd in de mobiliteitsagenda. Een ambitieuze agenda die bijdraagt aan de toekomstige bereikbaarheid van Velsen. De gemeente spreekt van een mobiliteitstransitie. Een transitie van het traditionele denken vanuit automobiliteit naar multimodale mobiliteit als middel is nodig. Dat betekent rekening houden met de bereikbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen,
alternatieve vormen van vervoer aantrekkelijk maken, woon-werkverkeer stimuleren om duurzame keuzes te maken en emissieloos vervoer stimuleren. Daarnaast is het belangrijk om tijdig in te spelen op innovatieve en duurzame ontwikkelingen in mobiliteit, zoals smart mobility en mobility-as-a service. Ook op regionale schaal wordt gewerkt aan het thema duurzame mobiliteit. Op de schaal van de IJmond door IJmond Bereikbaar, maar ook op het schaalniveau van de provincies Noord-Holland en Flevoland, middels het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP). De gezamenlijke ambitie is om in 2030 maximaal 4,2 ton CO2 uit te stoten door mobiliteit.
Lokaal Klimaat Akkoord Het lokaal klimaatakkoord is een verzameling van lopende en nieuwe initiatieven van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties die het verbruik van aardgas, elektriciteit en brandstof voor vervoer in de samenleving vermindert en verduurzaamt. Samen vormt het een dynamisch en groeiend akkoord dat leidt tot 49% CO2-reductie in 2030. Het delen van kennis en ervaring zorgt voor versnelling.
Zoekgebieden van de concept-RES NHZ 1.0
24
Ambitie en koersen Ambitie: Velsen is klimaatneutraal in 2050. Dat wil zeggen dat we als gemeente niet bijdragen aan klimaatverandering. Daarnaast zijn we de Techport van Nederland, de hoofdstad van offshore windenergie en als gemeente klimaatbestendig ingericht om zo de gevolgen van de reeds ingezette klimaatverandering op te kunnen vangen, zonder dat onze inwoners, ondernemers en infrastructuur onder druk komen te staan. We kunnen dat echter niet alleen: ook inwoners en ondernemers zullen een bijdrage moeten leveren. ‘Onze’ maakindustrie en duurzame bedrijfsleven zijn hierin de pioniers. Energietransitie De ambitie van de gemeente Velsen is om in 2050 energieneutraal te zijn. Dit betekent concreet dat we in de gemeente minimaal evenveel energie opwekken als dat we verbruiken. De eerste stappen daartoe zijn gezet. Zo waren we voor onze inwoners energieneutraal in 2020 op het gebied van elektra (we produceerden evenveel duurzame energie als dat onze inwoners verbruikten), maar nog niet op het gebied van gas. We moeten nog een aantal stappen zetten. De energie die we verbruiken zal duurzamer moeten worden opgewekt. Voor 2030 nemen we de doelstellingen uit het landelijk Klimaatakkoord over. Dit akkoord verdeelt de landelijke ambitie voor CO2-besparing over de provincies. Daar moeten en willen we invulling aan geven. Het Klimaatakkoord vraagt om op
regionaal niveau de ruimtelijke mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie te zoeken via regionale energiestrategieën (RES). Koers: Wij nemen in de omgevingsvisie de opgaven voor duurzame energie in de provincie Noord-Holland over uit het Klimaatakkoord (2019) en we geven hier een ruimtelijke invulling aan met behulp van de Regionale Energiestrategie (RES), de Cluster Energie Strategieën (CES) en het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP). We concentreren duurzame energieopwekking bij voorkeur langs bestaande infrastructuur om de ruimtelijke impact te beperken. We streven naar 50% lokaal eigendom van grootschalige duurzame energie. Lokaal eigendom in energieprojecten draagt bij aan een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten van de energietransitie. Er kan groter maatschappelijk (en bestuurlijk) draagvlak ontstaan als lokaal wordt meegeprofiteerd. Belangrijke energiemaatregelen zijn de ontwikkeling van het warmtenet, het beschikbaar stellen van ruimte voor windenergie en zonnepanelen (RES-traject), de Transitievisie Warmte en het energieconvenant met bedrijven vanuit GreenBiz IJmond. Hiermee is de gemeente op koers van het landelijk klimaatakkoord.
25
Regionale Energie Strategie De Regionale Energie Strategie 1.0 Noord-Holland-Zuid (RES 1.0 NHZ) (waar Velsen onderdeel van is) focust zich in eerste instantie op de grootschalige energieopwekking op land door middel van windturbines en zonnepanelen. Dit kan beiden zijn in de zogenaamde zoekgebieden. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden van zonnepanelen op grote daken, parkeerplaatsen of geluidschermen. Zoals eerder genoemd vindt de besluitvorming over de zoekgebieden plaats in juni 2021 en wordt dit besluit verwerkt in de omgevingsvisie. Binnen de zoekgebieden is de afgelopen tijd, op basis van landschappelijke, stedelijke en technische beperkingen, gekeken naar de mogelijkheden voor de opwek van zonen windenergie. Denk daarbij aan hoogtebeperkingen door vliegverkeer van en naar Schiphol, afstanden tot woningen, beperkingen vanwege UNESCO-gebied, etc. Dit onderzoek is gedaan in samenwerking met advies- en ingenieursbureau TAUW. Als uitkomst hiervan bleven er binnen de IJmond, voor nu, een aantal locaties over voor het mogelijk plaatsen van windturbines of zonnepanelen. Deze uitkomsten zijn een eerste verkenning die nog verder integraal moet worden afgewogen, denk daarbij bijvoorbeeld aan maatschappelijke belangen, technische aspecten, landschappelijke inpassing en belangen van grondeigenaren.
In de omgevingsvisie worden de uitgangspunten die de gemeenteraad wil meegeven aan deze zoekgebieden opgenomen. Deze uitgangspunten worden de komende periode (samen met de raad) verder uitgewerkt.
Offshore windenergie
Cluster Energie Strategie
Daarnaast streeft Velsen ernaar om de hoofdstad van de offshore windenergie te worden. Door de gunstige ligging van het Noordzeekanaalgebied voor zowel olie & gas offshore en wind op zee als voor nieuwe toekomstige energievormen, biedt Velsen veel kansen voor de gevestigde bedrijven daar, en voor bedrijven die voor hun (toekomstige) activiteiten in de zuidelijke Noordzee ondersteuning uit de regio zoeken. In de zuidelijke Noordzee zijn circa 160 olie- en gasplatformen en vijf windparken operationeel. Hier komen in de nabije toekomst nog vier windparken bij. De relatief geringe afstand tot deze platformen en windparken, maakt de regio van het Noordzeekanaal inclusief Velsen tot een ideale vestigingsplaats voor toeleveranciers en dienstverleners in de offshore sector. Zij zijn actief in onder andere engineering, construction, maintenance & conversions, decommissioning, arbeidsmarkt, logistieke services, terminals, facilitaire diensten en overige zakelijke dienstverlening. Het merendeel van deze bedrijven en overheden is aangesloten bij Amsterdam IJmuiden Offshore Ports (AYOP).
Voor alle sectoren, zoals Elektriciteit, Gebouwde Omgeving, Mobiliteit en Industrie, is in het Klimaatakkoord het aantal Megaton CO2-reductie aangegeven. Per sector worden hiervoor regionale strategieën uitgewerkt, zoals de RES voor de sector Elektriciteit en het RMP voor Mobiliteit. Voor de Industrie was in het Koplopersoverleg van het Klimaatakkoord Industrie afgesproken dat de vijf industriële clusters hiervoor een Regioplan opstellen. Dit plan is de actualisering van het aanbod vanuit de Klimaattafel Industrie NZKG van eind 2018. Het Regioplan NZKG is medio 2020 vastgesteld. De projecten uit het regioplan geven inzicht in de benodigde infrastructuur en de mogelijke CO2-reductie.
Koers: IJmuiden wordt met de nieuwe Energiehaven ontwikkeld tot belangrijkste uitvalsbasis voor de aanleg en het onderhoud van windparken op zee. Daarnaast is Velsen de hoofdstad van de offshore industrie.
De opgave in het NZKG voor de Industrie zoals afgesproken in het Klimaatakkoord bedraagt 4,3 Megaton CO2-reductie voor 2030. Met de huidige projecten zoals opgenomen in het Regioplan wordt deze doelstelling gehaald. Belangrijke randvoorwaarde is en blijft de energie-infrastructuur. Door de samenwerking met veel bedrijven en overheden is er een gezamenlijke koers uitgezet voor de energietransitie industrie in het gebied. En ook wat er nodig is aan nieuwe innovatieve infrastructuur voor waterstof, elektriciteit , warmte en CO2. Doel van de Cluster Energie Strategie NZKG is om deze ambities en doelen te vertalen naar concrete infrastructuurprojecten waardoor voor bedrijven in het NZKG maar ook de netbeheerders de noodzakelijke zekerheid ontstaat om tijdig te investeren. De
26
uiteindelijke CES NZKG moet voor juni 2021 voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) worden ingediend.
Klimaatadaptatie en -mitigatie Langere periodes van droogte, extreme piekbuien, hittestress en alle gevolgen van dien: de mondiale klimaatverandering zorgt ervoor dat we met andere weersomstandigheden te maken krijgen die van invloed zijn op onze gezondheid, ons dagelijks leven en onze fysieke leefomgeving. De klimaatdoelstellingen uit het landelijk Klimaatakkoord (2019) zijn erop geënt verdere klimaatverandering tegen te gaan. Desondanks krijgen we ook nu al te maken met de gevolgen daarvan. Velsen is nog niet overal even goed voorbereid op deze gevolgen. Sommige plekken zijn nog te versteend, waardoor water moeilijker de grond infiltreert (met name in delen van IJmuiden, Velserbroek en VelsenNoord) en wateroverlast eerder voorkomt. Andere plekken bieden te weinig schaduw, waardoor hittestress kan ontstaan (centrum IJmuiden). Daarnaast zullen we in lijn met het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA, 2021) onze vitale en kwetsbare functies moeten beschermen tegen de gevolgen van extreme hitte, droogte of wateroverlast. Denk aan onze primaire uitvalswegen, elektriciteitsvoorzieningen, het riool en de waterzuivering. In lijn met de Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie is onze gemeente in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering is zeker voor de lange termijn een
voorwaarde voor een krachtige en duurzame economie, een gezonde en veilige leefomgeving, vitale dorpen, robuuste natuur en duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Koers: Wij werken aan een klimaatbestendige leefomgeving. In de Klimaatatlas staat welke gebieden in Velsen kwetsbaar zijn voor klimaatverandering en welke kansen daar zijn om de kwetsbaarheid te verminderen. Waar we kunnen zetten we in op extra groen en verbetering van het huidige areaal groen, omdat dit zowel voor leefkwaliteit als klimaatbestendigheid positieve invloeden heeft. Klimaatbestendige bouw is het uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen. Zie de tekstbox op de volgende pagina met meer achtergrondinformatie over klimaatadaptatie. Een klimaatbestendige leefomgeving vraagt extra ruimte voor water en groen, ook in gebieden waar de gemeente geen eigenaar van is. Wij willen de kansen hiervoor vroegtijdig in beeld brengen bij nieuwe ontwikkelingen en onze partners hierop wijzen. Andersom draagt een klimaatbestendige inrichting bij aan andere maatschappelijke opgaven. Wij willen bijvoorbeeld meer groenblauwe verbindingen in en om IJmuiden, zeker op plekken waar dat nu nog ontbreekt. Deze verbindingen dragen bij aan een klimaatbestendige leefomgeving, maar ook aan recreatiemogelijkheden, natuur in en om de stad en een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
Een klimaatbestendige leefomgeving draagt ook bij aan gezondheid, biodiversiteit, natuur en brandveiligheid. Werkgelegenheid en economie
Zoals hierboven aangegeven spreekt Velsen in de Economische Agenda 2020 – 2025 de ambitie uit om de positie van de haveneconomie te versterken. Hiervoor is ruimte nodig: fysieke ruimte op onze haven en bedrijventerreinen, maar ook milieuruimte. De actie om Energiehaven te ontwikkelen tot hét centrum van offshore wind en duurzame energie in Velsen-Noord biedt mogelijk ook ruimte aan de andere clusters om te groeien in de monding van het Noordzeekanaalgebied.
Koers: We behouden minimaal de huidige (milieu) ruimte voor onze havens en industrie, maar zetten met innovaties in op een intensiever ruimtegebruik, zodat we plek kunnen bieden aan bedrijven die bijdragen aan onze economische (duurzame) doelstellingen.
Daarnaast is ook Tata Steel aan verandering onderhevig. Het staalbedrijf heeft te maken met een verduurzamingsopgave en is gekoppeld aan diverse initiatieven met restwarmte, waterstof, etc. De transitie naar een duurzamer en economisch rendabeler bedrijf vraagt een sterke regionale samenwerking, maar ook fysieke en milieuruimte, onder én boven de grond.
Het bodem- en watersysteem vormt de natuurlijke basis voor de ontwikkelingen in onze gemeente. Daarom werken we aan duurzame en robuuste bodem- en watersystemen. Het bodem- en watersysteem staat onder druk door de opeenstapeling van gebruikseffecten en daar komen de nieuwe ontwikkelingen bij. Door functies en gebruik te combineren kunnen we het bodem- en watersysteem optimaal en duurzaam benutten. We willen voorkomen dat de kwaliteit van bodem en water door onomkeerbare keuzes te veel onder druk komt te staan.
Koers: Alleen door nu ruimte te bieden, geven we onze economie de gelegenheid om te verduurzamen. Op de langere termijn heeft dit een schoner bedrijfsleven tot gevolg waardoor er meer ruimte ontstaat om te groeien, zonder daar extra milieuruimte voor te hoeven afgeven. Koers: We streven naar energiepositieve bedrijventerreinen door een publiekprivate samenwerking (GreenBiz), de energieconvenanten met bedrijfsleven vanuit Greenbiz IJmond en het duurzaam mobiliteitsbeleid met de werkgeversaanpak van IJmond Bereikbaar.
27
Bodem, ondergrond en watersysteem
Het gebruik van de bodem, het water en de ondergrond moet veilig en duurzaam zijn. Ook toekomstige generaties moeten gebruik kunnen maken van de waarden die dit systeem te bieden heeft. Daarom letten wij bij nieuwe ontwikkelingen vanaf het begin op het bodem en watersysteem: de potenties van het systeem, de voorwaarden om het systeem duurzaam en robuust houden en de gevolgen van nieuwe ontwikkelingen op de bodem.
Koers: We brengen de ondergrond in beeld met behulp van een lichte versie van een structuurvisie ondergrond (STRONG). Met een complexiteitskaart hebben we zicht op de kansen en beperkingen van onze ondergrond. De gemeentelijke watertaken komen voort uit drie zorgplichten, te weten afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeentelijke zorgplichten hebben inhoudelijk een sterke samenhang met de zorgplichten voor het zuiveren van afvalwater en die voor het regionaal watersysteem van de waterbeheerder, in dit geval Hoogheemraadschap van Rijnland. In de Omgevingsvisie Velsen 2040 nemen we de zorgplichten uit de Bouwstenen waterketen Omgevingswet SWR2 over. Duurzame groei gaat over veel meer onderwerpen dan energietransitie, klimaatadaptatie en onze natuurlijke hulpbronnen. In de Omgevingsvisie Velsen 2040 worden deze overige onderwerpen verder uitgewerkt, mede op basis van de evaluatie van het Milieubeleidsplan 2015 2020. De ODIJ voert deze evaluatie momenteel uit.
Klimaatverandering en klimaatadaptatie Wateroverlast en overstroming Eén van de gevolgen van klimaatverandering is extreme neerslag. Daarbij kan het water niet allemaal door het riool verwerkt worden of direct de grond in. Het overtollige water stroomt dan af en kan leiden tot wateroverlast. Het risico op wateroverlast is met name groot in gebieden die flink versteend zijn en waar weinig groen aanwezig is. Hittestress Niet alleen wateroverlast is een gevolg van klimaatverandering. Ook neemt de kans op langere periodes van hitte toe. In 2050 zullen per jaar gemiddeld 7 tot 15 tropische dagen (dagen waarop de maximum temperatuur hoger is dan 30 graden) voorkomen ten opzichte van gemiddeld 4 in het huidige klimaat. Hogere temperaturen hebben een negatieve invloed op de gezondheid en de productiviteit van mensen. Vooral kwetsbare groepen zoals ouderen hebben hier last van. Dit noemen we hittestress. Ook de combinatie van luchtvochtigheid, straling en wind (de gevoelstemperatuur) spelen een rol bij het van hittestress. Hittestress is niet alleen voor mensen schadelijk. Ook dieren en de biodiversiteit lijdt hieronder. Droogte De opwarming van de aarde leidt niet alleen tot een groei van de droogtegebieden. Ook de periodes van droogte gaan langer duren en de impact op mensen wordt erger.
In zogenaamde stresstesten wordt gekeken naar de impact van extreme droogte en de effecten van mitigerende maatregelen in sectoren zoals landbouw, natuur en drinkwater.
28
5.3 Ruimte voor wonen Nederland heeft een bouwopgave van één miljoen woningen tot 2030. Dat komt neer op circa 100.000 woningen per jaar. De druk op de woningmarkt is ongekend groot. Ook in Velsen wordt die druk ervaren. Het gevolg is dat groepen woningzoekenden niet aan bod komen op de woningmarkt: niet in het sociale segment, niet op de vrije markt. Velsen is een gewilde gemeente om te wonen: er is een ruime keuze en je bent altijd dichtbij voorzieningen, werk en natuur. Voor ieder wat wils dus. De keerzijde is dat steeds meer mensen hier willen wonen en daardoor de druk op de woningmarkt nog groter wordt. Behalve een kwantitatieve opgave is er ook een kwalitatieve opgave. Bijzondere doelgroepen dienen een betaalbare en geschikte plek te krijgen, de grotendeels verouderde woningvoorraad in het centrum van IJmuiden moet vernieuwd worden en we willen meer spreiding van segmenten over onze kernen.
Wat speelt er? Bevolkingsontwikkeling en woningvoorraad Velsen had in 2020 circa 68.000 inwoners, waarvan ongeveer 30.000 mensen in IJmuiden wonen. De laatste jaren neemt de druk op Velsen als woongemeente toe. Dat heeft vele oorzaken, zoals de toenemende druk op de huizenmarkt door bijvoorbeeld huishoudenverdunning en de stijgende huizenprijzen in Amsterdam en Haarlem waardoor woningzoekenden uitwijken naar Velsen. Maar ook het feit dat er in Velsen veel te kiezen is: groots en tussen het groen in Santpoort-Zuid, of juist stedelijk in IJmuiden. Velsen heeft voor iedereen wat te bieden en is relatief betaalbaar. Het gevolg is dat het inwonertal en het aantal huishoudens in Velsen nog wel een tijdje zal blijven groeien, mits er voldoende woningen beschikbaar zijn.
Veranderende bevolkingspiramide Daarnaast zien we dat de bevolkingsopbouw de komende jaren zal veranderen. Het aandeel 65-plussers zal de grootste bevolkingsgroep worden als er geen trendbreuk plaatsvindt. Het aantal jongeren blijft in aandeel nagenoeg gelijk, het aantal 45-60-jarigen zal
relatief afnemen. Om de groeiende groep 65-plussers en nieuwkomers een passende woning te kunnen aanbieden, zijn nieuwe woningen nodig.
Woningbehoefte Vanwege de ligging in de Randstad, de stijgende huizenprijzen en de aanhoudende schaarste op de woningmarkt, is te verwachten dat er de komende decennia een grote behoefte aan woningen blijft. De druk op de woningmarkt in Velsen is door onze ligging groot. De Provincie Noord-Holland vertaalt deze druk naar een geschatte ‘woningbehoefte’. Voor de periode tot 2030 schat de provincie dat er in Velsen circa 1.900 extra woningen nodig zijn. Daarmee wordt niet ingelopen op het huidig aantal woningzoekenden (soms geduid als ‘huidig tekort’). Voor de periode daarna is het moeilijk te voorspellen en bovendien afhankelijk van de keuzes die we nu maken. Vooralsnog wordt de behoefte van 2030 tot 2040 geschat op 1.300 woningen. De totale opgetelde woningbehoefte tot 2040 is dus volgens de laatste prognose van de provincie NoordHolland uit 2019 1.900 + 1.300 = 3.200 woningen. We zien wel dat de prognoses de afgelopen jaren bij iedere herijking toenemen. De Nationale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsvisie houden rekening met een groeiende behoefte, ook na 2040.
29
Bijzondere doelgroepen en vergrijzing Naast de reguliere woningzoekenden, zijn er ook steeds meer bijzondere doelgroepen die als gevolg van veranderende regelgeving een beroep (moeten) doen op de woningmarkt. Denk aan mensen die tijdelijk een dak boven hun hoofd nodig hebben, mensen met lichte psychische aandoeningen die begeleiding nodig hebben, alleenstaande ouders die om diverse redenen op straat staan of jongeren die een traject met jeugdhulp afronden en de stap gaan maken naar de maatschappij. Soms zoeken zij ‘normale’ woningen, soms zijn dit woningen aangepast aan specifieke behoeften op specifieke locaties. Er is onder aan de streep behoefte aan beschutte en beschermde (nieuwe) woonvormen. Ook voor de steeds ouder wordende bevolking zijn andersoortige woningen nodig. Steeds vaker wordt de term ‘levensloopbestendig’ gebruikt. Dit houdt in dat woningen bewoond kunnen worden gedurende alle levensfasen en bewoners niet hoeven te verhuizen zodra zij slechter ter been raken en bijvoorbeeld moeilijker traplopen. Het steeds ouder worden roept ook de vraag op waar we onze woningen voor deze doelgroep realiseren. Voorzieningen, of dat nu de dagelijkse voorzieningen of zorgvoorzieningen zijn, moeten bereikbaar en toegankelijk zijn.
Kwalitatieve opgave Op basis van bovenstaande kan de conclusie getrokken worden dat we veel bewuster moeten nadenken over wat we waar en voor wie bouwen. Daarbij ligt een belangrijke basis in de huidige kernenstructuur en de bijbehorende type bebouwing. Als we onze inwoners een wooncarrière willen aanbieden in hun eigen woonplaats, dan moet er binnen de kernen van onze gemeente meer gedifferentieerd worden in het woningaanbod. Dat betekent niet dat we van alle plekken een eenheidsworst maken. De verschillen tussen de kernen zijn nu soms dusdanig groot voor wat betreft woningsegment, dat dit ook in andere aspecten van de maatschappij zichtbaar is en tot ongewenste effecten leidt, zoals de concentratie van doelgroepen.
opgaven ook concreet te benoemen. Denk aan het differentiëren van parkeernormen indien er nabij (h)ov-haltes of ov-knooppunten wordt gebouwd. Of de bewuste keuze om hoogbouw te concentreren rondom dergelijke knooppunten. Een ander voorbeeld is het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte: door nieuwbouw te realiseren komen middelen beschikbaar om de openbare ruimte ook beter in te richten.
Zoekgebieden woningbouw door SITE
Locatieonderzoek: waar is ruimte voor wonen? Om aan de opgave tot 2030 te voldoen, zijn in principe voldoende locaties beschikbaar binnen onze gemeentegrenzen. Dat betekent echter wel dat een aantal grote locaties voor 2030 tot ontwikkeling moeten komen. Soms zijn dit ook (zeer) complexe locaties, zoals Kustplaats IJmuiden.
Bevolkingsprognose NH2019
Sturen op (on)zekerheid en gerelateerde opgaven Als we één ding zeker weten, dan is het dat de toekomst onzeker is. Het is belangrijk dat we met het instrument Omgevingsvisie Velsen straks de ruimte hebben om bij te kunnen sturen op de actuele kwantitatieve én kwalitatieve behoefte. Dat vraagt om nu een weloverwogen keuze te maken voor de gebieden die daar eventueel voor in aanmerking komen. Enerzijds om kwaliteit te kunnen behouden, anderzijds om tijdig in te kunnen springen op een sterk groeiende behoefte, mocht dat nodig zijn. Met de woningbouwopgave kunnen we echter ook invulling geven aan andere opgaven. Denk aan het verbeteren van ons (hoogwaardig) openbaar vervoernetwerk, het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte en het versterken van ons voorzieningenniveau. Met het thema Ruimte voor wonen proberen we die aanpalende
Om ook na 2030 in de woningbehoefte te kunnen voorzien, is onderzoek uitgevoerd naar mogelijke extra woningbouwlocaties. De ruimte in Velsen is zeer gewild. Want waar niet gewoond wordt, wordt wel gerecreëerd, gewerkt of gereisd. Om een weloverwogen keuze te maken welke locaties wél en welke locaties niet in aanmerking komen voor woningbouw na 2030, zijn een aantal ordenende principes opgesteld. Aan de hand van die ordenende principes zijn de zoekgebieden voor woningbouw gewogen. Het resultaat is een eerste integrale beoordeling van locaties: een aantal locaties valt af, een aantal andere locaties wordt juist gezien als woningbouwlocatie bij uitstek. Voor deze locaties is bij wijze van het schetsmatig inkleuren bepaald wat het zogenaamde laadvermogen van de locatie is. Met andere woorden: hoeveel woningen zouden hier – gelet op allerlei factoren – gerealiseerd kunnen worden?
30
Prognose IJmond (o.b.v. Bevolkingsprognose NH)
Ambitie en koersen Ambitie: In Velsen is het fijn wonen waar voor iedereen een passende woning beschikbaar is, ongeacht sociaaleconomische status of achtergrond, door te voldoen aan de woningbehoefte met behoud van zoveel mogelijk groen en open landschappen. De landelijke bouwopgave, voor sommigen ‘de woningnood’, gaat niet aan Velsen voorbij. Ook in Velsen is de woningbehoefte zichtbaar. Op basis van de provinciale bevolkingsprognose (Provincie NoordHolland, 2019) is de opgave voor Velsen gekwantificeerd. Concreet betekent dit voor Velsen dat we in de periode 2019 tot 2040 circa 3.200 woningen nodig hebben. Dat is een enorme opgave waarbij het om een toevoeging gaat van circa 10% in 20 jaar tijd. Er zijn al plannen voor een groot deel van die woningen, maar er resteert nog een zoektocht naar ruimte voor ongeveer 700 woningen om aan de opgave te kunnen voldoen. Om die woningen te kunnen realiseren, moet er ruimte gezocht worden. Dat vinden we enerzijds in locaties die reeds bestempeld zijn als toekomstige bouwlocatie (Structuurvisie 2025). Anderzijds in ruimte die in Velsen reeds wordt gebruikt om te wonen, werken, reizen of recreëren. Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken tussen de verschillende belangen, hebben we eerst een locatieonderzoek laten uitvoeren. Het resultaat van dit onderzoek is een lijst met potentiële zoekgebieden waar woningbouw mogelijk zou zijn.
De locaties hebben we vervolgens afgewogen aan de hand van een aantal criteria en kernwaarden. •
•
• • • • •
Het DNA van Velsen wordt gerespecteerd: ontstaansgeschiedenis, de (hoofd)(kernen) structuren, de ligging aan zee en kanaal en het ‘profiel’. Wonen gebeurt in een gezond woon- en leefklimaat. Circulair en/of natuurinclusief bouwen kan daar een bijdrage aan leveren. Woningbouw moet voor de locatie een toegevoegde waarde hebben. Woningbouw bedient huidige en toekomstige gebruikers. Woningbouw behoudt of versterkt bestaande structuren, of maakt deze beleefbaar. Woningen zijn op voorhand goed bereikbaar. Woningbouw dient ook de onderliggende opgaven, zoals spreiding sociale huur, mogelijk maken wooncarrière, etc.
Daarnaast wordt zo goed als mogelijk aangesloten bij de kwalitatieve voorwaarden die in de diverse (beleids) documenten van de gemeente staan benoemd, denk aan de Woonvisie, Mobiliteitsagenda, Economische Agenda, Groenstructuurplan en de Welstandsnota. De grote druk op de woningmarkt zorgt ervoor dat er allerlei ideeën ontstaan om de woningbouw te versnellen, te verduurzamen en betaalbaarder te maken. We houden deze innovaties goed in de gaten en werken op het schaalniveau van de MRA en de regio Zuid-Kennemerland/IJmond nauw samen met andere gemeenten en provincies om deze ontwikkelingen lokaal te kunnen vertalen.
31
Koers: We voldoen aan de woningbehoefte, nu en in de toekomst, door voldoende (kwantitatieve opgave) en toekomstbestendige (kwalitatieve opgave) woningen te realiseren, waarbij we zoveel mogelijk groen behouden. We focussen ons daarom op de eerste plaats op het bestaand stedelijk gebied en Kustplaats IJmuiden. We sluiten onze ogen niet voor de overige locaties, maar geven deze vooralsnog geen prioriteit. Prognoses geven een orde van grootte aan, maar leveren geen zekerheid tot achter de komma. Zeker niet tot ver in de toekomst. Het is daarom belangrijk om de complexiteit van de andere zoekgebieden voor woningbouw inzichtelijk te maken en die op de long-list te plaatsen. Mocht het in de toekomst nodig zijn om bij te sturen, dan beginnen we niet bij nul.
Plancapaciteit Om aan de woningbehoefte te voldoen, is voldoende plancapaciteit nodig. Als we de woningbouwopgave ontleden en koppelen aan de huidige en toekomstige plancapaciteit, ontstaat het volgende beeld: De opgave van 2019 tot 2040 is het realiseren van 3.200 extra woningen. Tot en met 2020 zijn 430 woningen opgeleverd. De resterende opgave is dus 3.200 – 430 = 2.770 woningen. Momenteel heeft Velsen een plancapaciteit van 2.930 woningen. Het betreft hier alle plannen voor woningbouw in de gemeente Velsen. In principe zou dat dus voldoende moeten zijn om de resterende opgave te behalen. Echter gaan we er doorgaans vanuit dat 30% van alle plannen uitvallen. Enerzijds omdat ontwikkelingen uiteindelijk minder woningen opleveren, anderzijds omdat ontwikkelaars zich terugtrekken of omdat regelgeving nieuwe ontwikkelingen belemmert. De netto plancapaciteit (= de totale plancapaciteit – 30% planuitval) is 2.930 – 30% = 2.050. Onder aan de streep komen we dan 720 woningen tekort. Voor deze 720 woningen is dus extra plancapaciteit nodig. Omdat we ook bij deze extra plancapaciteit rekening houden met 30% planuitval, betekent dat dat we op zoek moeten gaan naar 720 / 70% = 1.030 extra plancapaciteit.
Koers: We breiden de plancapaciteit tot 2040 uit met circa 1.000 woningen om voldoende plancapaciteit te hebben om aan de woningbehoefte te voldoen. Dat doen we met locaties die binnenstedelijk zijn, om het groen rondom de kernen zoveel mogelijk te behouden. We prioriteren de overige locaties om voorbereid te zijn op eventueel planuitval op de middellange of lange termijn. Dat betekent dat we de komende jaren blijven investeren in de realisatie van de huidige plannen, zoals Hofgeest in Velserbroek, Zuidoostrand van Driehuis en Kustplaats IJmuiden, waar zowel kwantitatief als kwalitatief een bijdrage aan de woningbouwopgave mogelijk is. Daarnaast zal Stedelijk IJmuiden - voor een deel kent dit overlap met Pont tot Park - de mogelijkheid bieden om naar verwachting maximaal 1.500 extra woningen te realiseren. Met extra woningbouw in Velsen-Noord (Gildenbuurt) en rondom het Telstar-stadion focussen we ons eerst op de binnenstedelijke gebieden. Met die keuze werken we aan onze woningbouwopgave, maar behouden we zoveel mogelijk groen. Indien het laadvermogen van Stedelijk IJmuiden toch lager blijkt te zijn dan de verwachte 1.500 extra woningen, bijvoorbeeld omdat de leefbaarheid onder druk komt te staan of op het gebied van groene buitenruimte, en omdat we afhankelijk zijn van andere partijen, dan is het goed om tijdig andere locaties in het vizier te hebben.
Hetzelfde geldt voor wanneer bijvoorbeeld Kustplaats IJmuiden minder woningen oplevert dan gepland.
32
Monitor Plancapacaiteit Provincie NH
Plancapaciteit Velsen in tabel
Koers: Op basis van het locatieonderzoek van SITE (2020), komen we tot de volgende prioritering van locaties (in volgorde):
A
Ontwikkellocaties voor woningbehoefte tot 2040
Indicatief aantal woningen
1
Stedelijk IJmuiden / Pont tot Park
1.000 - 1.500
2
Kustplaats IJmuiden
1.000
3
Velsen-Noord
100
4
Telstar - Schoonenberg
200
B
Mogelijke uitwijklocaties 2030 - 2040
Indicatief aantal woningen
5
Grote Buitendijk
150 - 350
6
Zuidrand Driehuis
200 - 300
C
Zeer complexe locaties, enkel op langere termijn (en alleen indien nodig)
7
Dorpskernen
complex vanwege fijnmazigheid, impact op direct omwonenden, daarnaast een beperkte toevoeging
8
Kanaalfront
complex vanwege gezondheid, verkeersdrukte en aanpassen/weghalen recent aangelegd park (vergroening)
9
Zuidflank Santpoort
complex vanwege waardevol groen, beschermende regimes, versnipperd grondeigendom
10
Duinrand Santpoort
complex vanwege ligging nabij beschermd natuurgebied, waardevol groen, daarnaast een beperkte toevoeging
11
Wijkeroog
complex vanwege aanwezigheid waardevol groen voor Velsen-Noord
12
Duinfront IJmuiden
complex vanwege waardevol groen, bovendien grote uitdaging op het gebied van stikstof
D
Geen ontwikkellocaties
13
Haven
14
Velserbeek - Beeckestijn 33
o.b.v. Gildebuurt, exclusief De Schouw
o.b.v. initiatief voor RKVV
Om te voldoen aan de huidige becijferde woningbehoefte tot 2040 kunnen we volstaan met de onder A genoemde ontwikkellocaties. Daarentegen houden we in onze koers rekening met de langere termijn. We weten dat plannen soms uitvallen of minder woningen opleveren dan vooraf verwacht. We houden ook rekening met een fluctuerende woningbehoefte. Daarom benoemen we in categorie B zogenaamde uitwijklocaties die in beeld komen zodra de onder A genoemde locaties uiteindelijk niet voldoende blijken te zijn. In categorie C staan locaties die niet op korte termijn voor ontwikkeling in aanmerking komen. Het zijn (soms zeer) complexe locaties, waarbij vaak ook waardevol groen wordt aangetast. Soms gaat het hier ook op gebieden die door diverse regimes worden beschermd, zowel vanuit de gemeente, maar ook door provincie en/of Rijk. Deze komen enkel in deze volgorde in beeld als A en B niet tot de noodzakelijke capaciteit leiden. Als ze niet nodig zijn, worden ze ook niet ontwikkeld. We behouden daarmee onze open, groene landschappen die we als kernkwaliteit en -waarde zien voor onze gemeente. In categorie D benoemen we de locaties die we niet gaan ontwikkelen. Aan deze locaties hechten we dusdanig veel waarde om diverse redenen (economisch, cultuurhistorisch, landschappelijk, sociaal, etc.) waardoor woningbouw hier niet passend te maken is.
Daarnaast gaan we uiteraard door met het ontwikkelen van de huidige plannen. We sluiten met deze plannen aan op bestaande beleidskaders. Ter illustratie: op basis van onder andere het groenbeleid (nu nog verwoord in het Groenstructuurplan 2019) is het toevoegen van groen (zowel op maaiveld, gevels en daken) en ontstenen een uitgangspunt.
Risico’s Het is hierbij belangrijk om oog te hebben voor de risico’s van binnenstedelijke ontwikkeling. Deze processen duren doorgaans langer dan ontwikkelingen aan de randen van de kernen of nieuwe uitleggebieden zoals Velserbroek in het verleden is ontwikkeld. Daarnaast zijn er grenzen aan wat een kern kan dragen aan nieuwe ontwikkelingen. We willen niet dat de leefbaarheid verslechtert, de gezonde leefomgeving op het spel komt te staan, of er onveilige situaties ontstaan. Daarnaast zijn we bij de grote clusters Kustplaats en Pont tot Park afhankelijk van derden. We gebruiken de gebiedsvisie en het ambitiedocument om in gesprek te gaan met inwoners, ondernemers, ontwikkelaars en de woningcorporaties, waarbij we continu oog moeten blijven houden voor thema’s als leefbaarheid en gezondheid. Juist daarom zijn de locaties in categorie B en C goed om in het oog te houden voor de middellange (2030 – 2040) en langere termijn (>2040). Deze locaties kunnen een rol vervullen in de kwantitatieve en kwalitatieve opgave en daarmee bijzonderder, waardevoller groen ontlasten. De rangschikking in de tabel onderstreept deze zoektocht.
Koers: In de Omgevingsvisie Velsen 2040 benoemen we concreet welke genoemde binnenstedelijke locaties voldoende ruimte bieden om aan de woningbehoefte te voldoen – nu en in de toekomst, waarbij we ook de grenzen van binnenstedelijk bouwen (op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, etc.) concreet maken.
34
5.4 Samenhang tussen de thema’s Het motto van de Omgevingswet is: ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. Dat motto is in de wet vertaald in twee maatschappelijke doelstellingen. Allereerst moet de Omgevingswet bijdragen aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Daarnaast moet de Wet bijdragen aan het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving om maatschappelijke functies te vervullen.
Een samenhangende visie bevordert duurzame ontwikkeling. Het beschrijft de voorgenomen ontwikkelingen, het gebruik en beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied. Ruimtelijke, economische en sociale componenten beïnvloeden elkaar. Daarom krijgen ze in samenhang een plek in een omgevingsvisie. De drie thema’s en bijbehorende ambities en koersen lijken op eerste gezicht afzonderlijke onderwerpen, maar zijn door alle onderliggende vraagstukken sterk met elkaar verbonden. Het is niet voor niets dat deze drie onderwerpen zijn gekozen als paraplu voor de Omgevingsvisie Velsen. Gezamenlijk leggen ze de basis voor een aantrekkelijke gemeente met een fijne leefomgeving voor iedereen.
35
6. Vervolg Na de zomer van 2021 stellen we onze omgevingsvisie verder op, volgens de lijnen van dit koersdocument. We hebben uitgewerkt welke aanpak we daarvoor volgen en welke sturingsfilosofie we hanteren. Daarbij betrekken we inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en medeoverheden in het kader van Samenspel.
6.1 Keuzes maken
6.2 PlanMER
6.4 Dynamisch beleid
We willen dat Velsen in trek blijft vanwege de aanwezige kernwaarden en kwaliteiten, om hier te wonen, te werken, te ontspannen en te verplaatsen, ook na de ruimtelijke inpassing van de ruimteclaims die de woningbouwopgave, energietransitie en klimaatverandering met zich meebrengen. De gemeente staat ook nu al onder druk door het steeds intensievere gebruik. Dit levert een puzzel die vraagt om slimme combinaties, multifunctioneel ruimtegebruik en innovatieve oplossingen. Ook zal het nodig zijn prioriteiten te stellen en keuzes te maken.
De kwaliteit van onze leefomgeving en de manier waarop we met de fysieke omgeving omgaan hangen nauw met elkaar samen. We maken een Milieueffectrapport (planMER) zodat we tijdens het opstellen van de omgevingsvisie inzicht krijgen in de effecten van ons voorgenomen beleid op de leefomgeving. Hierin beoordelen we de duurzaamheids- en gezondheidseffecten van het nieuwe beleid en vergelijken we deze met de effecten bij voortzetting van het bestaande beleid. Dit ondersteunt het keuzeproces.
We willen dat onze omgevingsvisie, omgevingsplan en de bijbehorende programma’s actueel zijn en dat ze voldoen aan de wensen van de samenleving en onze samenwerkingspartners. Ook willen we dat ze meebewegen met maatschappelijke veranderingen. Hier richten we ons proces voor de totstandkoming van de omgevingsvisie én het proces voor actualisatie na de vaststelling van de omgevingsvisie voor in.
We willen deze keuzes weloverwogen en integraal maken. Hiervoor is goede en betrouwbare informatie nodig, denk aan geografische informatie over het gebied, cijfers over aanbod en vraag en wettelijke verplichtingen. Daarmee kunnen we de kansen, beperkingen, scenario’s en consequenties van keuzes duidelijk in beeld brengen bij het afwegen van conflicterende belangen. Samen met politiek en partners gaan we op zoek naar de informatie en de hulpmiddelen die we nodig hebben om gebiedsgerichte afwegingen te maken voor de omgevingsvisie. Deels moeten we hier nader onderzoek voor uitvoeren, bijvoorbeeld op het gebied van de ondergrond. Ook het planMER gaat ons helpen bij de gebiedsgerichte keuzes.
6.3 Relatie met huidige beleid We beginnen niet bij nul. Velsen heeft een breed palet aan (ruimtelijk) beleid wat straks een plek krijgt in de omgevingsvisie. Voor een deel is dit beleid recent vastgesteld en ‘omgevingswet-proof’ opgesteld, zodat we de uitgangspunten en ambities één-op-één kunnen overnemen in deze visie. Soms moet beleid afgestoft worden en ambities geactualiseerd worden. Voor andere onderdelen is nog geen beleid, waardoor we een beentje bij moeten trekken (bijvoorbeeld op het gebied van de ondergrond). Uiteindelijk komt al het sectorale beleid straks te vallen onder de Omgevingsvisie Velsen, waardoor het voor iedereen goed raadpleegbaar moet zijn.
36
We kijken ver vooruit naar de opgaven die voor ons liggen en met die kennis nemen we steeds op tijd de maatregelen die op dat moment nodig en betaalbaar zijn. Daarbij zorgen we ervoor dat we steeds flexibel en adaptief kunnen inspelen op nieuwe kansen en inzichten en maatschappelijk urgente vraagstukken. Soms zullen we voor structurele oplossingen kiezen en soms voor tijdelijke. Voor een flexibele en adaptieve omgevingsvisie is het cruciaal dat we de effecten van beleid continu monitoren. We sluiten aan bij de beleidscyclus zoals opgenomen in de Omgevingswet. De omgevingsvisie wordt maximaal eenmaal per coalitieperiode herzien.
6.5 Samenspel We willen inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en medeoverheden betrekken bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie. Tegelijkertijd zijn we ons ook bewust dat we gericht het gesprek aan moeten gaan en onze inwoners niet moeten overbevragen. In het voorjaar van 2020 is begonnen met de participatie in het kader van de actualisatie van de Visie op Velsen. De uitkomst hiervan is verwerkt in het Koersdocument. Zodra het koersdocument is vastgesteld, gaan we in het kader van de omgevingsvisie verder in gesprek met onze inwoners. Daarvoor wordt een aparte participatieaanpak opgesteld. De motivatie om het samenspel groots op te tuigen is divers: • Mogelijkheid bieden aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners voor tijdige en actieve betrokkenheid bij de totstandkoming van de omgevingsvisie; • Verschillende perspectieven, meer kennis en creativiteit komen vroegtijdig op tafel; • Vergroten van de kwaliteit van oplossingen • Beter aansluiten op (nieuwe) maatschappelijke ontwikkelingen; • Betere kwaliteit van de besluiten. We geven de inhoudelijke koers zoals vastgelegd in het koersdocument een uitwerking in een integrale gebiedsgerichte visie met concrete uitvoeringsstrategieën of gebiedsgerichte of thematische uitwerking in programma’s.
Dit gebeurt in nauwe samenwerking met medeoverheden en we betrekken hierbij ook ondernemers, belangenorganisaties en inwoners.
Vervolgens verschuift de focus naar het bestuurlijke afstemmingsproces. In 2022 vindt ten slotte het formele besluitvormingsproces plaats. De inspraakprocedure is daar een belangrijk onderdeel van.
Geslaagd samenspel Samenspel en participatie gaat er niet om of iedereen het uiteindelijk eens is met de uitgangspunten en ambities uit onze omgevingsvisie. Dan zou het samenspel namelijk nooit geslaagd zijn. Participatie staat dan ook niet gelijk aan draagvlak. Wanneer is het samenspel dan wel geslaagd naar ons idee? Allereerst gaat het om erkennen: inwoners en maatschappelijke partners voelen zich voldoende betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van de omgevingsvisie. Daarnaast gaat het om verrijking. Het college en de gemeenteraad kunnen de input meenemen in de besluitvorming. Tot slot gaat het over herkenning: hoewel niet ieders inbreng vertaald kan worden naar een aangepast besluit, kennen deelnemers aan het proces wel de afwegingen die de basis vormen voor de besluiten van het college en de gemeenteraad en weten zij dat daarbij alle invalshoeken en belangen zijn afgewogen.
uiteindelijk om keuzes te maken. Die keuzes werken we uit in de omgevingsvisie. Na het verwerken van die inspraak wordt de omgevingsvisie vastgesteld door de raad. Met de uitgangspunten uit dit document kunnen we energiek verder werken aan een omgevingsvisie waarin Velsen keuzes maakt om voorbereid te zijn op de opgaven van morgen.
6.6 Tot slot We hebben nu een eerste inzicht gegeven in de uitgangspunten, kernopgaven, ambities en koersen voor de omgevingsvisie. Nu komt de vervolgstap: het uitwerken van koers naar ontwerp-omgevingsvisie. Bij het opstellen van de ontwerp-omgevingsvisie werken we toe naar gebiedsgerichte keuzes. We betrekken daarbij onze partners, inwoners en de raad. Die gesprekken gebruiken we om keuzevarianten aan te scherpen en De fysieke leefomgeving. Bron: Startnota ‘De opgaven voor de Nationale Omgevingsvisie’, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, februari 2017 37
7. Bijlagen Externe links
Gebruikte bronnen
Regionale Energiestrategie (RES) Klimaatakkoord Nederland Velsen in beleid Bevolkingsprognose Provincie Noord-Holland Nationale Omgevignsvisie Provinciale Omgevingsvisie Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2018 Landelijke nota gezondheidsbeleid Monitor Plancapaciteit MRA/Provincie Noord-Holland Aan de slag met de Omgevingswet Loket gezond leven PlanMER VNG Omgevingsvisie Wonen in de Metropoolregio Amsterdam Kernwaarden Gezonde Leefomgeving GGD GHOR Bouwmonitor 2020 Rijksstructuurvisie Ondergrond (STRONG) Deltaplan Ruitmelijke Adaptatie (DPRA)
Welstandsnota Structuurvisie 2025 Visie op Velsen 2025 Visie op Velsen 2050 (concept) Woonvisie 2040 Mobiliteitsagenda Groenstructuurplan Bouwsteen Water Omgevingsvisie Discussiedocument Omgevingsvisie Velsen Velsen in Cijfers Velsen in Beeld Economische Agenda Programma Gezondheid en Luchtkwaliteit Milieubeleidsplan 2015 - 2020 Locatieonderzoek SITE
38
X
Afwegen met de NOVI
39
X
Kader voor Duurzame ontwikkeling Omgevingsvisie NH
40
X
Zoekgebieden woningbouw o.b.v. analyse SITE
41
X
Bevolkingsprognose Provincie Noord-Holland 2019
42
Prognose totaal IJmond o.b.v. Bevolkingsprognose Provincie Noord-Holland 2019
43
X
X
Plancapaciteit gemeente Velsen (d.d. maart 2021)
44
45