CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

E29 Ontwerpbestemmingplan Energiehaven.pdf

Raadsvergadering 23 september 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken23.921 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De overgangsregel is ‐ evenals de anti‐dubbeltelregel ‐ opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening en dus voor alle bestemmingsplannen verplicht om over te nemen. In de Slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

56

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

57

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk gemaakt worden binnen het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn en gerealiseerd kunnen worden.

6.1

Grondexploitatiewet (Grex)

Op grond van de Grondexploitatiewet (GREX) is het mogelijk dat in het kader van de bestemmingsplanwijziging een exploitatieplan moet worden vastgesteld door de gemeenteraad. De centrale doelstelling van de Grondexploitatiewet, zoals opgenomen als afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening, is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. Het uitgangspunt van de Grondexploitatiewet is dan ook dat gemeenten een verplichting hebben tot kostenverhaal. Dit betekent, dat een gemeente de gemaakte kosten op de particuliere grondeigenaar moet verhalen in het geval deze eigenaar tot een ontwikkeling van de gronden overgaat. De gemeente mag hier bovendien niet meer van afzien. Op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro kan van de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan worden afgezien, indien (globaal) sprake is van de volgende factoren:  Het verhaal van de kosten van de grondexploitatie is anderszins verzekerd.  Het bepalen van een fasering en/of het vastleggen van locatie‐eisen is niet noodzakelijk.

Op 16 april 2020 is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de provincie Noord‐Holland, gemeente Velsen, Tata Steel, Zeehaven IJmuiden en Port of Amsterdam het convenant ondertekend voor de ontwikkeling van de Energiehaven. In navolging hierop worden tussen de ontwikkelaars en de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten. Port of Amsterdam en Zeehaven IJmuiden voeren namens de overige convenantpartners de exploitatie van de Energiehaven. De kosten zijn daarmee voldoende verzekerd.

6.2

Planschade

Middels het afsluiten van een anterieure overeenkomst worden de mogelijke kosten voor planschade volledig gedekt.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

58

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

59

Hoofdstuk 7

7.1

Inspraak en overleg

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het gemeentebestuur streeft naar draagvlak bij belanghebbenden en maatschappelijke organisaties voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Daarom hecht het gemeentebestuur veel belang aan de dialoog over dit bestemmingsplan. Dit hoofdstuk over de 'maatschappelijke uitvoerbaarheid' gaat nader in op de maatschappelijke dialoog die in het kader van het bestemmingsplan zal plaatsvinden. Resultaten van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro, en de inspraakreacties zijn hierna opgenomen. Eventuele zienswijzen zullen hieronder nog verwerkt worden.

7.2

Vooroverleg en inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan Energiehaven heeft vanaf 26 maart gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. In dezelfde periode is het plan toegestuurd aan de overlegparters in kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro. De binnengekomen reacties zijn samengevat en van commentaar voor in de Nota inspraak en overleg, bijlage 3.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

60

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Energiehaven Milieueffectrapportage

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

Bijlage 2 Bijlagenboek Milieueffectrapportage

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

REGELS

71

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.2 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.3 antennemast bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van het zenden en ontvangen van electromagnetische golven; 1.4 archeologische deskundige een deskundige met opgravingsbevoegdheid of met gekwalificeerde kennis op het gebied van de archeologie. 1.5 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.6 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.

1.7 assemblage en deassemblage het samenstellen/monteren en demonteren van elders geproduceerde onderdelen, niet zijnde de productie, sloop of afvalverwerking van samengestelde of losse onderdelen; 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.10 bedrijfsvloeroppervlak het totale oppervlak welke ten dienste staat van de (commerciële) bedrijfsvoering, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen, overige dienstruimten, terrassen en dergelijke; 1.11 beperkt kwetsbaar object beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

72

1.12 bestaande situatie gebruik: de situatie zoals die ten tijde van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan bestond; bouwen: bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 BEVI Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.17 BEVI‐inrichtingen bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.18 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.19 bijgebouw een op zichzelf staand (vrijstaand of aangebouwd) gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, zoals garages, hobbyruimten, bergingen en huisdierenverblijven; 1.20 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.21 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag een doorlopend gedeelte van

een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder en zolder; 1.23 bouwperceel een aangesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten; 1.24 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel;

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

73

1.25 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.26 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.27 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.28 duurzame energie verzamelnaam voor hernieuwbare energie die verkregen wordt uit energiebronnen die niet opraken, zoals zon, wind en water, uitgezonderd biomassa; 1.29 ecologische waarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de samenhang van de in het gebied voorkomende organismen en hun leefmilieu; 1.30 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31 geluidbelasting vanwege een industrieterrein het geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen op een industrieterrein; 1.32 geluidgevoelige functies bewoning of andere geluidgevoelige functies/object zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.33 geluidgevoelige gebouwen gebouwen die dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie (onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven) als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit

geluidhinder; 1.34 geluidzone ‐ industrie de met de gebiedsaanduiding 'geluidzone ‐ industrie' aangegeven zone, zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder; 1.35 gezoneerd industrieterrein een terrein waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van bedrijven en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken; 1.36 groepsrisico de cumulatieve kansen per jaar, dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongeval op een transportroute of als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting, waarbij een gevaarlijke (afval)stof of bestrijdingsmiddel betrokken is;

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

74

1.37 hogere waarde voor de geluidsbelasting een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.38 hoofdgebouw Een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meerdere gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.39 kadegebonden bedrijven bedrijf blijvend gericht op het vervoer van goederen en personen over water of op activiteiten die onlosmakelijk verbonden zijn met de afwikkeling van schepen en het daarmee verbonden personen‐ en vrachtverkeer en op grond van deze activiteiten direct aan kadeterrein moet worden gesitueerd; 1.40 kantine een onderdeel van een gebouw waar tegen beperkte vergoeding dranken en etenswaren worden verstrekt ten behoeve van de gebruikers van de hoofdfunctie; 1.41 kantoor een ruimte die dient voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige, financiële, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening ‐ niet zijnde detailhandel ‐ al dan niet met een publiekgerichte baliefunctie; 1.42 kelder een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,0 m boven het peil ligt; 1.43 kwetsbaar object kwetsbare

objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.44 milieudeskundige een rechtspersoon die/dat vanwege, de beschikbaarheid aan kennis opgedaan uit opleiding en ervaring, kan worden aangemerkt als deskundig op het gebied van milieuvraagstukken; 1.45 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 1.46 overig bouwwerk bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.47 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak of een bijbehorend bouwwerk dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand 1.48 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig‐constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

75

1.49 parkeernormenbeleid de door de gemeente Velsen vastgestelde nota Parkeernormenbeleid 2015, met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota; 1.50 perceel een aaneengesloten stuk grond dat een eenheid vormt in gebruik; 1.51 plaatsgebonden risico (PR) de kans per jaar op overlijden van een onbeschermd individu op een bepaalde locatie naar aanleiding van een incident met gevaarlijke stoffen; 1.52 plan het bestemmingsplan Energiehaven met identificatienummer NL.IMRO.0453.BP0103ENERGIEHAVE1‐ON01 van de gemeente Velsen; 1.53 REVI de regeling externe veiligheid inrichtingen, houdende regels met betrekking tot afstanden en de wijze van berekening van het plaatsgebonden risico ter uitvoering van het besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.54 risicovolle inrichting een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q.

een risico‐afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.55 stand‐still voor luchtkwaliteit: per saldo treedt geen verslechtering op in de luchtkwaliteit, de bestaande concentraties NO2, PM10 en PM2,5 worden niet verhoogd door een nieuwe activiteit; voor geluid: de emissies van een nieuwe activiteit moeten inpasbaar zijn in de vastgestelde geluidzones; 1.56 verdieping de boven de begane grond gelegen bouwlagen; 1.57 voorgevel alle naar de weg gekeerde gevels van een gebouw; 1.58 voorgevelrooilijn de lijn die samenvalt met de voorgevel(s) van een hoofdgebouw en met het denkbeeldige verlengde daarvan; 1.59 voorkeursgrenswaarde de maximale waarde voor de geluidbelasting die acceptabel kan worden geacht op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.60 Wgh‐inrichtingen bedrijven zoals bedoeld in onderdeel D van Bijlage I behorende bij het Besluit omgevingsrecht die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken; 1.61 windturbine een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuishouding.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

76

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Afstanden afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot erfafscheidingen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2 Bebouwingspercentage een deel van het bouwperceel uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.3 De breedte en lengte of diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren; 2.4 De breedte van een boot tussen de linker‐ en rechterzijde van een boot, waar deze afstand in het horizontale vlak het grootst is bij projectie van de boot van de voor‐ en achterzijde op ware grootte, ondergeschikte of in uiterlijk ondergeschikte delen van de boot zoals boegspriet, antennes, trapjes, netten, ladders en vergelijkbare onderdelen niet meegerekend; 2.5 De goot‐ (of boeibord) hoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, dakkapellen niet meegerekend; 2.6 De hoogte van bouwlagen Van de bovenkant van een vloer tot de bovenkant van de vloer van de erboven liggende bouwlaag; 2.7 De hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de as van de windturbine; 2.8 De inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 De bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.10 De oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.11 De verdiepingshoogte van de bovenkant van een vloer tot de bovenkant van de verdieping. 2.12 Het peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; c.

voor een bouwwerk in of op het water: het Normaal Amsterdams Peil;

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

77

2.13 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel‐ en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak‐ of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

78

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

79

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bestemmingsregels

Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn: a. bestemd voor kadegebonden bedrijven voor de assemblage, deassemblage en onderhoud aan installaties die gebruikt worden voor het opwekken van duurzame energie en daarbij behorende apparatuur; b. bestemd voor kadegebonden laad‐, los‐ en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart en zeeschepen voor: 1. containers; 2. stukgoederen; 3. ertsen, mineralen, e.d.; 4. granen of meelsoorten; c. walstroomvoorzieningen; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals (spoor)verkeersvoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en parkeervoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.12 ligt het peil ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ afwijkend peil' op 6 meter boven NAP. 3.2.2 Gebouwen en overkappingen a. gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. het maximum bebouwingsoppervlak bedraagt ten hoogste 5.000m². 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde a. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 50 meter met in achtneming van het bepaalde in lid 3.3.2; b.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 8 meter. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Algemeen Met betrekking tot het gebruik geldt dat: a. dienstwoningen niet zijn toegestaan; b. zelfstandige kantoren niet zijn toegestaan;

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

80

c. d. e. f.

detailhandel niet is toegestaan; risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan; kwetsbare objecten niet zijn toegestaan; opslag en overslag van steenkolen niet zijn toegestaan.

3.3.2 Lichtmasten Met betrekking tot het gebruik van lichtmasten geldt dat: a. het gebruik van lichtmasten met een hoogte hoger dan 10 meter uitsluitend gedurende de dagperiode, van 07:00 tot 19:00, is toegestaan; b. het gebruik van lichtmasten met een hoogte hoger dan 10 meter tijdens de avond‐ en nachtperiode, van 19:00 tot 07:00 uitsluitend is toegestaan indien is aangetoond dat hierbij geen toename van lichthinder ontstaat op: 1. woningen; 2. vogels en vleermuizen die gebruikmaken van de trekroute langs de kust. 3.3.3 Bedrijfsactiviteiten Het gebruik van de in lid 3.1 sub a en b bepaalde bedrijfsactiviteiten is uitsluitend toegestaan op voorwaarde dat: a. is aangetoond dat de bedrijfsactiviteiten passen binnen het gemeentelijke stand‐still beleid voor luchtkwaliteit, conform de maximaal toegestane concentraties zoals opgenomen in bijlage 1, en geluid; en aan minimaal één van de volgende voorwaarden kan worden voldaan: b. de bedrijfsactiviteiten op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan reeds vergund zijn door middel van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (of diens voorganger: de Natuurbeschermingswet 1998); c. voor de bedrijfsactiviteiten een vergunning of verklaring van geen bedenkingen is verleend op basis van de Wet natuurbescherming of diens rechtsopvolger, door het daartoe bevoegde gezag; d.

dit niet leidt tot een overschrijding dan wel verdere overschrijding van de kritische depositiewaarden voor verzuring gevoelige habitats binnen Natura 2000‐gebieden; e. in samenhang het de bedrijfsactiviteiten maatregelen getroffen worden waardoor een overschrijding dan wel verdere overschrijding van de kritische depositiewaarden voor verzuringsgevoelige habitats binnen Natura 2000‐gebieden wordt voorkomen. 3.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder 3.2.2 ten behoeve van de realisatie van tijdelijke overkappingen, met een maximum bebouwingsoppervlak van ten hoogste 10.000m2, ter bescherming van de opslag van goederen waarbij geldt dat de omgevingsvergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste 10 jaar. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijken bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 om andere bedrijven toe te laten op voorwaarde dat: a. is aangetoond dat de bedrijfsactiviteiten passen binnen het gemeentelijke stand‐still beleid voor luchtkwaliteit, conform de maximaal toegestane concentraties zoals opgenomen in bijlage 1, en geluid; b. de bedrijfsactiviteiten betrekking hebben op duurzame energie; c. dit kadegebonden bedrijven zijn; d.

de betreffende bedrijfsactiviteiten niet leiden tot een overschrijding dan wel verdere overschrijding van de kritische depositiewaarden voor verzuring gevoelige habitats binnen Natura 2000‐gebieden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

81

Artikel 4

Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen; met de daarbij behorende: b. waterpartijen en watergangen; c. wegen, paden en parkeerplaatsen; d. oevers. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen op de gronden ten behoeve van de bestemming gelden de volgende regels tenzij ter plaatse van een aanduiding anders is bepaald: 4.2.1 Bouwen van gebouwen a. er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht; b. aanwezige gebouwen mogen niet worden gewijzigd in maatvoering. 4.2.2 Bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde a. er mogen geen nieuwe bouwwerken geen gebouwen zijnde worden opgericht; b. aanwezige bouwwerken geen gebouw zijnde mogen niet worden gewijzigd in maatvoering; c. in afwijking van het bepaalde onder sub a en b mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ 1' een oeverconstructie worden aangelegd al dan niet voorzien van meerpalen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

82

Artikel 5

Water

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishouding; c. vaarweg; d. afmeren; e. het lichteren van schepen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water ‐ lichteren'; f. het laden, lossen‐ en overslaan t.b.v. binnenvaart en zeeschepen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water ‐ overslag'; g. nutsvoorzieningen; alsmede voor: h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard, waaronder oeverbeschoeiingen, (aanleg)steigers en hulpmiddelen voor verkeer te water; i. oevers en taluds; j. watertaxi; met de daarbij behorende: k. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen op de gronden ten behoeve van de bestemming gelden de volgende regels, tenzij ter plaatse van een aanduiding anders is bepaald: 5.2.1 Bouwen van gebouwen Op of in deze gronden zijn geen gebouwen toegestaan. 5.2.2 Bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer te water, mag niet meer dan 4 m bedragen; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer te water of Rijkswaterstaatswerken, is 10 m; c.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water ‐ lichteren' is de maximale bouwhoogte 8 m. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximum van 25 % van de bouwhoogte, mits advies is verkregen van Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap en het Centraal Nautisch Beheer of diens rechtsopvolgers omtrent de veiligheid op het water. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Lichteren Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water ‐ lichteren' mogen de gronden worden gebruikt voor het lichteren van (zee)schepen met een jaarlijks maximum van 3,2 miljoen ton droge bulkgoederen. 5.4.2 Overslag Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water‐ overslag' zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan zoals omschreven in artikel 3.1 onder b, indien de activiteit het lichteren van (zee)schepen betreft geldt het bepaalde in artikel 5.4.1.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

83

5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Maximum hoeveelheid Het college van burgemeester en wethouders kan, met een omgevingsvergunning, afwijken van de in artikel 5.4 gestelde maximale hoeveelheid en de soort bulkgoederen op voorwaarde dat is aangetoond dat de te lichteren hoeveelheid bulk past binnen het gemeentelijke stand‐still beleid voor luchtkwaliteit, conform de maximaal toegestane concentraties zoals opgenomen in bijlage 1, en geluid.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

84

Artikel 6

Waarde ‐ Archeologie

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde ‐ Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen op de gronden ten behoeve van de bestemming gelden de volgende regels, tenzij ter plaatse van een aanduiding anders is bepaald: a.

b.

ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag ‐ met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels ‐ uitsluitend worden gebouwd, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; het bepaalde in dit lid onder a is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²; 3. een bouwwerk waarbij de grond niet wordt geroerd onder de ‐18,90 meter NAP.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Verboden Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiing, kades of aanlegplaatsen; het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen, parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanplanten van bomen en/of houtgewas; het kappen en/of rooien van bomen en houtgewas; het uitvoeren van graafwerkzaamheden zoals, het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik, waaronder afschermende materialen; het wijzigen van de grondsamenstelling en/of het aanbrengen van voorzieningen; het graven of dempen van sloten en daarmee gelijk te stellen waterlopen, uitsluitend indien dit een wijziging van het kavelpatroon tot gevolg heeft; het scheuren van graslanden; het aanbrengen van boven‐ of ondergrondse transport‐, energie‐, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen.

6.3.2 Niet van toepassing Het in artikel 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 6.2 in acht is genomen; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m²;

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

85

c. d. e. f. g.

geen gronden roeren onder de ‐18,90 meter NAP; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; het normale onderhoud betreffen; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

6.3.3 Verlening omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 6.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a.

b.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

86

Artikel 7

Waterstaat ‐ Waterkering

7.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Waterstaat ‐ Waterkering' aangewezen gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. primair de instandhouding van de primaire waterkering waaronder de kernzone van de waterkering en de beschermingszone van de waterkering; b. secundair voor overige bestemmingen, voor zover op de verbeelding aangeduid; Met de daarbij behorende: c. waterstaatwerken, zoals taluds, dijken en (onderhouds‐)wegen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde van wetbouwkundige aard, zoals duikers, keerwanden, walradarsystemen, beschoeiingen en kademuren en andere werken zoals hulpmiddelen voor verkeer te water. 7.2

Bouwregels

7.2.1 Afwijking In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (basisbestemming) mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. 7.2.2 Bouwen van gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 7.2.3 Bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt: a. de maximale bouwhoogte is 3 m. 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Toestaan van bouwen Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de nutsleiding, een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van: a. het bepaalde in artikel 7.2.1 en 7.2.2 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende beheerder; b. het bepaalde in artikel 7.2.3 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende beheerder. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verboden Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning), ter plaatse van de in artikel 7.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.

het aanleggen van wegen, fiets‐ en wandelpaden, parkeerplaatsen of andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, anders dan normaal onderhoud en agrarische activiteiten; c. het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de grond; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplantingen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

87

7.4.2 Niet van toepassing Het verbod in artikel 7.4.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden, vallend onder normaal onderhoud en gebruik, waaronder normaal spit‐ en ploegwerk anders dan diepploegen en voor zover de belangen in verband met de leidingen hierdoor niet worden geschaad of waarvoor op het tijdstip waarop het plandeel rechtskracht verkrijgt vergunning is verleend. 7.4.3 Aanleg van leidingen Het verbod in artikel 7.4.1 geldt ook voor de aanleg van leidingen binnen de bestemming. Bij beoordeling van de omgevingsvergunning voor de aanleg van een leiding dient de bijbehorende toetsingsafstand, de afstand waarbinnen de aard van de omgeving moet worden nagegaan, in ogenschouw te worden genomen. 7.4.4 Adviesprocedure voor omgevingsvergunningen Alvorens omtrent het verlenen van de vergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de betrokken leidingbeheerder(s) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leidingen niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden. 7.4.5 Uitzonderingen Indien op basis van artikel 7.3 een omgevingsvergunning is verleend, behoeft voor daaruit voortvloeiende werken of werkzaamheden op de desbetreffende gronden geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

88

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

89

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Algemene regels

Anti‐dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

90

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1 Overschrijding bouwgrenzen 9.1.1 Bouwgrenzen De bouwgrenzen mogen in afwijking van de verbeelding, de bestemmingsregels uitsluitend worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's, afdaken en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m. 9.1.2 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. ondergronds bouwen is toegestaan binnen het bouwvlak; b. de verticale bouwdiepte mag niet meer bedragen dan 3 m onder peil; c. de gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig het bij de bestemming toegestane gebruik. d. de grondwatersituatie in de omgeving van de gebouwen mag niet verslechteren. Indien er verslechtering optreedt dienen maatregelen genomen te worden om het nadelig effect te niet te doen. 9.1.3 Bouwen boven een weg Indien boven een weg wordt gebouwd, mag niet lager worden gebouwd dan: a. 4,5 m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,5 m breedte aan weerszijden van de rijweg; b. 2,5 m boven de hoogte van een ander deel van de weg, mits de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt. 9.1.4 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten geldt het volgende: a.

voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands‐, hoogte‐, inhouds‐ en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden; b. ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken, als opgenomen in dit plan, niet van toepassing.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

91

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

10.1 Verboden Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de bestemmingsomschrijving en de overige regels in dit bestemmingsplan. 10.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. opslagplaats voor bagger en grondspecie; b. opslagplaats voor afval, puin, grind of brandstoffen; c. uitstalling‐, opslag,‐ stand‐ of ligplaats voor kampeer‐ en verblijfsmiddelen; d. seksinrichting; e. kunst of kunstuitingen in de openbare ruimte. 10.3 Uitzonderingen op strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval niet verstaan: a. vormen van gebruik als bedoeld in artikel 10.2, die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, bestemmingsomschrijving en/of de overige regels mag worden gebruikt; b. het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming; c. de stalling van ten hoogste één toercaravan en/of boot op de bij een woning behorende grond.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

92

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

11.1 Geluidzone ‐ industrie Binnen de op de kaart voor geluidszone ‐ industrie aangeduide gronden is het bouwen van nieuwe gebouwen met een geluidsgevoelige bestemming, in overeenstemming met het bepaalde in hoofdstuk 2 in dit plan, uitsluitend toegestaan, indien is gebleken dat de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van de gebouwen met deze geluidsgevoelige bestemmingen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

93

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

12.1 Maten en bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat‐ en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het verloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen, met ten hoogste 3,0 m worden overschreden en geen vergroting van bestemmings‐ of bouwvlakken inhouden anders dan bedoeld onder a, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; Bij de beoordeling van een verzoek om een omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met eerder verleende omgevingsvergunningen op basis van dit artikel, om te beoordelen of maximale afwijkingsmogelijkheden al dan niet worden overschreden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

94

Artikel 13

Overige regels

Onverminderd het bepaalde in voorgaande artikelen dient worden te voldaan aan onderstaande regels. 13.1 Parkeren 13.1.1 Aanbrengen ruimte voor parkeren Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het Parkeernormenbeleid, zoals dat geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning, wordt gerealiseerd. 13.1.2 Aanbrengen ruimte voor laden/lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 13.1.3 Afwijken Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het Parkeernormenbeleid indien: a. het voldoen aan die bepalingen ten gevolge van bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit onredelijk bezwarend is; b. op andere wijze in de benodigde parkeerruimte dan wel laad‐ of losruimte wordt voorzien.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

95

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Overgangs‐ en slotregels

Overgangsrecht

14.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

96

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Energiehaven'.

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

Bijlage 1 Tabel luchtkwaliteit

Rho adviseurs voor leefruimte

20200174

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=e60c689c-2590-4af5-87ae-8b1dceb64078