E24 Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) 2021.pdf
Tekst van het document
GEMEENTE VELSEN
Collegebericht Weeknummer: 12
Datum vergadering
22-3-2022
Ambtenaar
J.J. Ravestijn
Zaaknummer
33774-2022
Telefoonnr.
0255 567250
Portefeuillehouder(s)
F. Bal
E-mailadres
jravestijn@velsen.nl
Bijlagen
3
Onderwerp: Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) 2021
Geachte leden van de raad, De woningbouwopgave in Velsen baseren we grotendeels op twee basisdocumenten. De eerste is het kwalitatieve woonwensenonderzoek ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam’ (WiMRA). Het onderzoek geeft onder meer een inkijk in wie en wat er achter de woningvraag zit en wat er aan de hand is op de woningmarkt in de MRA. De tweede is de kwantitatieve bevolkingsprognose van de provincie Noord-Holland. De prognose geeft een beeld van de verwachte bevolkingsontwikkeling en beschrijft op gemeente- en regioniveau onder andere de woningbehoefte. Van beide documenten is recent een nieuwe versie verschenen. Met dit bericht informeren wij u over wat dit betekent voor de woningbouwopgave in Velsen. Algemene uitkomsten bevolkingsprognose Bij deze nieuwe provinciale prognose groeit de bevolking in Noord-Holland van bijna 2,9 miljoen in 2021 naar bijna 3,4 miljoen in 2050. Voor het huisvesten van deze groei zijn tot 2050 circa 275.000 extra woningen nodig. Tot 2030 gaat het om 160.000 – 165.000 extra woningen, dat is inclusief het inlopen van het huidige woningtekort. Tot de start van de coronapandemie zat Noord-Holland in een periode van hoge bevolkingsgroei. Sindsdien is de groei afgenomen, vooral doordat minder mensen uit het buitenland naar NoordHolland toekwamen.
Daarnaast bleef het aantal mensen dat uit Noord-Holland verhuist naar een andere provincie hoger dan andersom. Oversterfte door corona speelt een beperkte rol. Door de lagere bevolkingsgroei nam ook de huishoudensgroei af. Het aantal huishoudens steeg in 2020 met 5.500 terwijl de woningvoorraad groeide met 11.000 woningen. Hierdoor is het woningtekort gedaald. In vergelijking met de prognose uit 2019 is het verwachte aantal inwoners op de lange termijn maar iets hoger. Het verschil met de oude prognose zit vooral bij het lagere startniveau in 2021. Dit komt
GEMEENTE VELSEN door de lage groei als gevolg van de coronapandemie. Om dan in 2040 hoger uit te komen dan bij de prognose uit 2019 is meer groei nodig
Figuur 1: vergelijking prognoses 2019 en 2021 (provincie Noord-Holland)
Prognose Velsen Woningbehoefte De provincie raamt de woningbehoefte op basis van de bevolkingsprognose. Factoren die hierbij een rol spelen: de ontwikkeling van huishoudens in het algemeen, huishoudensgrootte, binnenlandse en buitenlandse migratiesaldo’s, vergrijzing, beroepsbevolking en bevolking algemeen (zoals leeftijdsopbouw en herkomst). Op basis van deze factoren berekent de provincie ook de woningbehoefte voor Velsen. Dit doen ze voor de periode tot 2030, tot 2040 en in tegenstelling tot de prognose uit 2019 nu ook voor de periode tot 2050. Basisjaar
Beginstand voorraad
Opgave tot 2030
Opgave tot 2040
Opgave tot 2050
+1.900 (t.o.v. 2019) +1.550 (t.o.v. 2021)*
+3.200 (t.o.v. 2019) +2.250 (t.o.v. 2021)
Niet berekend +2.350 (t.o.v. 2021)
(o.b.v. CBS Statline)
2019 2021
30.913 31.439
*Exclusief huidig woningtekort
Opgeleverd sinds 2019 526**
**Opgeleverd op 1 januari 2021, sinds 1 januari 2019
Tabel 1: ontwikkeling indicatieve woningbehoefte o.b.v. prognose 2019 en prognose 2021
Verschil met prognose 2019, gevolgen voor visies en beleid De opgave tot 2040 (t.o.v. 2019) was +3.200 woningen, op basis van de prognose uit 2019. In 2040 zijn er volgens de nieuwste prognose 950 woningen minder nodig ten opzichte van het basisjaar 2021. Deels komt dit door het aantal toegevoegde woningen sinds 2019 tot begin 2021 (+526). Een andere reden is een lager buitenlands migratiesaldo (vanwege de coronapandemie). In de prognose uit 2019 is echter geen rekening gehouden met het huidige woningtekort (zie volgende paragraaf). Op basis van een evenredige verdeling over de regio, betekent dit voor Velsen een extra opgave van circa 300 woningen (20% van de regionale extra opgave). Dit tekort dient zo snel mogelijk ingelopen te worden, om ongewenste verdringing op de woningmarkt tegen te gaan. Koersdocument Omgevingsvisie: ruimte voor wonen In het Koersdocument Omgevingsvisie Velsen 2040 (door uw raad vastgesteld op 27 mei 2021) beschrijft het college hoe we aan de woningbouwopgave kunnen voldoen. De benoemde locaties in categorie A voldoen nog steeds om aan deze nieuwe opgave te voldoen. Indien locaties om diverse redenen toch uitvallen, wijken we uit naar de locaties onder categorie B. Vooralsnog geven
GEMEENTE VELSEN deze actuele cijfers geen aanleiding om de koers te veranderen. We houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Door ontwikkelingen in Oekraïne en door het openstellen van alle grenzen na een periode van coronamaatregelen, kan het saldo van buitenlandse migratie snel oplopen. Hier is met de nieuwe prognose geen rekening mee gehouden. Inlopen huidig woningtekort Het woningtekort raakt kinderen die uit huis willen gaan, net afgestudeerden op zoek naar een eigen woning, dak- en thuislozen, woningzoekenden na een scheiding en buitenlandse werknemers. Het gaat vooral om groepen met een beperkte koopkracht. Voor het terugdringen van het tekort ligt daarmee een belangrijke opgave bij de sociale huursector. Een hoog woningtekort zorgt voor lange wachtlijsten bij sociale huurwoningen, meer huishoudens die een woning delen, meer gebruik van bewoonde andere ruimten (kamers, antikraak, bedrijfspanden, recreatiewoningen enz.) en toenemende krapte bij particuliere huur en op de koopwoningmarkt. Daarnaast heeft een hoog woningtekort effect op relatievorming (samenwonen, uit elkaar gaan), leidt tot uitstel/afstel van kinderen krijgen en zorgt voor langere woonwerkafstanden. Een hoog tekort is daarom om veel redenen onwenselijk.
Het volledig inlopen van het woningtekort is gezien de onzekerheid rondom feitelijke woonvoorkeuren en dynamiek op de woningmarkt niet realistisch. Een zeker woningtekort is van alle tijden. Een woningtekort van circa 2% in de provincie gaat samen met een redelijk ontspannen woningmarkt. Het huidige woningtekort kent een grote bandbreedte, daarom zijn deze gegevens alleen op regionaal niveau beschikbaar. De som van de woningbehoefte en het aantal woningen dat nodig is om het woningtekort in te lopen, is de indicatieve netto woningbouwopgave. Woningtekort in 2021 regio ZK/IJ
Woningtekort in 2021 (percentage)
Streven
Benodigd aantal extra woningen
5.100 2,9% 2,0% +1.500 Tabel 2: woningtekort regio Zuid-Kennemerland/IJmond in 2021 en benodigd aantal woningen voor inlopen
Algemene resultaten WiMRA Het WiMRA 2021 laat zien dat de druk op de woningmarkt verder is toegenomen. De prijzen op zowel de koop- als huurmarkt zijn sterk gestegen. Het risico dat mensen de huur of hypotheek niet meer kunnen betalen, is toegenomen. De mogelijkheden om een betaalbare woning te vinden, zijn afgenomen. Door de coronapandemie wil een groter deel van de huishoudens ruimer wonen. Ook ervaren bewoners hun buurt anders, dit zijn zowel veranderingen ten goede als ten slechte. Op het gebied van de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de woningmarkt hebben de trends die geconstateerd werden in ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2019’ zich voortgezet. De ruimte voor lage en middeninkomens op de woningmarkt is verder afgenomen. De afname van het aandeel sociale corporatiewoningen is gestopt. Dit betreft nu 30% van de voorraad. Het aandeel sociale huur van particulieren nam wel verder af, van 8% naar 7%. Daarnaast is het aandeel betaalbare koopwoningen in de regio nagenoeg nihil (tot €188.000; 1%). Resultaten Velsen In 2021 waren er ruim 31.000 huishoudens in Velsen. Ongeveer een derde hiervan woont alleen. Velsen telt relatief veel stellen met kinderen en stellen zonder kinderen. Daarnaast zijn er relatief veel huishoudens in de hogere leeftijdsklassen. Ruim 65% van de huishoudens is 55 jaar of ouder, tegenover 44% in de MRA.
GEMEENTE VELSEN Meer lage inkomens, minder hoge inkomens In Velsen is het aandeel lage inkomens (tot €40.000 euro per jaar) toegenomen. De groep met een hoog inkomen (vanaf €60.000 euro per jaar) is afgenomen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het merendeel van de verkochte woningen in Velsen gemiddeld goedkoper is dan in de rest van de MRA. Samenstelling woningvoorraad In Velsen bestaat de woningvoorraad voor 57% uit koopwoningen. Na een toename van het aandeel koopwoningen tussen 2017 en 2019 bleef het in de afgelopen twee jaar gelijk. Het aandeel sociale huurwoningen van corporaties is de afgelopen twee jaar gegroeid van 30% naar 32%. Het aandeel particulier verhuurde sociale huurwoningen nam af. Het aandeel huurwoningen in de vrije sector bleef de afgelopen jaren ongeveer gelijk. Betaalbaar wonen in Velsen Eén van de manieren om de betaalbaarheid van wonen te beoordelen, is de woonquote: het percentage van het besteedbaar inkomen dat men kwijt is aan wonen. In Velsen hebben huurders een hogere woonquote van 27%, bij kopers is dit 15%. Huishoudens met een laag inkomen wonen relatief vaak in woningen van een corporatie (57%) of zijn eigenaar-bewoner (30%). Dat is aanzienlijk meer dan in de MRA gemiddeld. Zodra de woonquote hoger is dan 30%, woont de bewoner te duur en spreken we van een niet passende woonsituatie.
Meer starters vinden een plek in Velsen In de periode 2019 - 2020 zijn 2.500 huishoudens in of naar Velsen verhuisd. Dat is 16% van alle huishoudens. Dit aandeel is vergelijkbaar met 2017 - 2018 (16%). Er verhuisden minder jonge huishoudens (jonger dan 35 jaar, zonder kinderen) en huishoudens van 35 tot 54 jarigen zonder kinderen, het aandeel verhuisde gezinnen en senioren bleef ongeveer gelijk. Er werd minder vanuit de IJmond naar Velsen verhuisd, en vaker vanuit elders in de MRA. Het aantal starters steeg licht. In 2019 - 2020 zijn er in totaal 820 starters onder de recent verhuisden, in 2017 - 2018 waren dit er 790. De instroom uit andere delen van de MRA kwam vooral uit Haarlem, Amsterdam, Beverwijk en Haarlemmermeer. Meer dan de helft heeft verhuisplannen Van de huishoudens in Velsen heeft 51% verhuisplannen. 23% wil zeker verhuizen, 28% misschien. De verhuisgeneigdheid in Velsen is vergelijkbaar met gemiddeld in IJmond en iets lager dan gemiddeld in de MRA. Huishoudens jonger dan 35 jaar zonder kinderen willen het vaakst verhuizen. Huurders zijn vaker verhuisgeneigd dan eigenaar-bewoners. Verhuis- en woonwensen De meeste huishoudens in Velsen die willen verhuizen, willen in de eigen gemeente blijven (60%). Ongeveer een derde van de verhuisgeneigde huishoudens wil buiten IJmond gaan wonen (36%).
Door deze groep worden Haarlem en elders in Nederland (buiten de MRA) het meest genoemd. Slechts 3% wil binnen IJmond naar een andere gemeente verhuizen. Van de woningzoekenden in Velsen zoekt 60% een koopwoning in Velsen. Ongeveer de helft zoekt een woning tussen 60 en 100 vierkante meter groot. 40% zoekt een woning groter dan 100 vierkante meter. Een ruime meerderheid geeft aan een tuin te willen, en 15% zoekt een woning met een geschikte werkruimte thuis. Van de huishoudens die in of naar Velsen willen verhuizen, is 43% op zoek naar een woning die gelijkvloers is.
GEMEENTE VELSEN Prettig wonen Over de woning zijn Velsenaren gemiddeld zeer tevreden (8,0). Vergeleken met het gemiddelde in de MRA geven Velsense bewoners aan meer burencontact te hebben en zijn zij tevredener over de veiligheid ‘s avonds in de buurt. Over het aanbod van winkels voor dagelijkse boodschappen zijn Velsenaren minder tevreden. Gemiddeld geven ze hiervoor een 7,3. In Velsen Noord (5,6), Velsen Zuid en Driehuis (5,7) en IJmuiden West (5,9) is men het minst te spreken over het winkelaanbod. Duurzaamheid Huishoudens in Velsen zijn vaker dan gemiddeld in de MRA bereid om te investeren in verduurzaming van de woning, of vanwege verduurzaming een hogere huur te betalen. In 2021 geeft 16% van de huishoudens in Velsen aan zonnepanelen op de woning te hebben. In 2019 was dit nog 9%. 33% van de huishoudens heeft interesse in de aanschaf van zonnepanelen. Volledige rapport en factsheet In de bijlagen treft u de bevolkingsprognose, het rapport van het woonwensenonderzoek en de Factsheet voor Velsen. De factsheet is een beknopte samenvatting van het rapport specifiek voor Velsen met daarin een aantal kerncijfers. Op dinsdag 5 april verzorgt OIS van de gemeente Amsterdam een lunchlezing over het onderzoek. Iedereen kan deze lunchlezing digitaal volgen via deze link. Vervolg Het WiMRA en de bevolkingsprognose zijn belangrijke bouwstenen voor visievorming en beleid.
De Woonvisie 2040 is gebaseerd op eerdere versies van deze onderzoeken. De resultaten geven ons inzicht in diverse onderdelen van de woningmarkt, zoals verhuisbewegingen, woonwensen, verduurzamingsvraagstukken en wensen ten aanzien van het langer zelfstandig thuiswonen. De cijfers gebruiken we jaarlijks bij de Prestatieafspraken en bij de Uitvoeringsagenda van het Woonakkoord regio Zuid-Kennemerland/IJmond. De resultaten gebruiken we ook bij de onderbouwing van beleidsadvisering bij woningbouw- en gebiedsontwikkeling. Daarnaast worden we ook geconfronteerd met nieuwe opgaven, zoals het (tijdelijk) huisvesten van vluchtelingen uit Oekraïne, die we vooraf niet zagen aankomen. Op termijn kan dit ervoor zorgen dat we meer statushouders huisvesten en de druk op de woningmarkt toeneemt. We benaderen de geprognosticeerde woningbouwopgave daarom niet als een einddoel. We zorgen ervoor dat we te allen tijde voldoende, passende woningen beschikbaar hebben en maken daarom ook werk van bijvoorbeeld flexwonen, zodat de instroom van de ene groep bewoners de kansen van een andere groep minder beïnvloedt.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen
PROGNOSE NOORDHOLLAND 2021-2050 Bevolking, huishoudens en woningbehoefte
Sector Onderzoek & Informatie
Prognose Noord-Holland 2021-2050
17-11-2021
demografie@noord.holland.nl Directie Beleid, Sector Onderzoek & Informatie
1
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Inhoudsopgave Samenvatting
3
Inleiding
4
Hoofdstuk 1: Totstandkoming van de prognose
5
1.1: Nationale CBS-Prognose
6
1.2: Invloed van beleid
8
1.3: Toepassing van de prognose
9
1.4: Vergelijking met de vorige prognose
10
Hoofdstuk 2: Terugblik en vorige prognose
12
2.1: Recente ontwikkelingen
12
2:2: De effecten van de coronacrisis
13
2.3: Prognoses in historisch perspectief
14
Hoofdstuk 3: Bevolkingsontwikkeling
16
3.1: Natuurlijke aanwas
17
3.2: Buitenlandse migratie
18
3.3: Historische ontwikkeling binnenlandse migratie
21
3.4: Analyse recente verhuisstromen
22
3.5: Prognose binnenlandse migratie
27
3.6: Prognose componenten van bevolkingsontwikkeling
32
Hoofdstuk 4: Bevolking en huishoudens
34
4.1: Inwoners
34
4.2: Huishoudens
35
4.3: Huishoudensgrootte
36
4.4: Beroepsbevolking
37
Hoofdstuk 5: Indicatieve woningbehoefte
39
5.1: Berekening indicatieve woningbehoefte
39
5.2: Ontwikkeling indicatieve woningbehoefte
41
5.3: Indicatieve woningbehoefte per gemeente
42
5.4: Woningtekort
43
5.5: Regionale bouwopgave en woningbouwproductie
47
Bijlage: Uitkomsten per gemeente/regio
50
2
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Samenvatting Bij deze nieuwe provinciale prognose groeit de bevolking in Noord-Holland van bijna 2,9 miljoen in 2021 naar bijna 3,4 miljoen in 2050. In 2025 wordt waarschijnlijk de grens van 3 miljoen inwoners overschreden. Voor het huisvesten van deze groei zijn tot 2050 rond de 275 duizend extra woningen nodig. Tot 2030 gaat het om 160-165 duizend extra woningen, dat is inclusief het inlopen van het huidige woningtekort. Tot de start van de coronapandemie zat Noord-Holland in een periode van hoge bevolkingsgroei. Het jaar 2019 had de hoogste bevolkingsgroei sinds 1960. Sinds de start van de coronapandemie is de groei afgenomen, vooral doordat minder mensen uit het buitenland naar Noord-Holland toekwamen. Daarnaast bleef het aantal mensen dat uit Noord-Holland verhuist naar een andere provincie hoger dan andersom. Oversterfte door corona speelt een beperkte rol. Door de lagere bevolkingsgroei nam ook de huishoudensgroei af. Het aantal huishoudens steeg in 2020 met 5,5 duizend terwijl de woningvoorraad groeide met 11 duizend woningen. Hierdoor is het woningtekort gedaald. Van 2019 tot 2021 was de groei in Noord-Holland lager dan werd verwacht in de provinciale prognose uit 2019. De bevolkingsgroei kwam uit op 35 duizend (prognose +44 duizend) en het aantal huishoudens nam toe met 19 duizend (prognose +30 duizend).
Voor de komende decennia wordt in Noord-Holland meer groei verwacht dan bij de prognose uit 2019. De afgelopen jaren, afgezien van een korte dip tijdens de coronapandemie, komen steeds meer mensen uit het buitenland naar Nederland. Daarom heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de nationale prognose opgehoogd. Dit is verwerkt in deze nieuwe provinciale prognose. In de periode 2021-2050 groeit de Nederlandse bevolking volgens het CBS met ongeveer 2 miljoen inwoners. Een hogere bevolkingsgroei zorgt voor een jongere bevolking, een grotere beroepsbevolking en meer gezinnen met kinderen. Op vergrijzing heeft extra groei weinig invloed, de meeste toekomstige ouderen wonen al in Noord-Holland. De groei van ouderen blijft hoog. Tot 2050 neemt het aantal 75+ers toe met 245 duizend inwoners, stijgt de bevolking tussen de 30 en 75 jaar met 150 duizend en groeit het aantal inwoners onder de 30 jaar met 110 duizend. Het aantal huishoudens in Noord-Holland neemt tot 2050 toe met 275 duizend. De grootste huishoudensgroei zit bij alleenstaanden boven de 65 jaar (+125 duizend) en gezinnen met kinderen (+65 duizend). De provinciale prognose vormt de basis voor het maken van regionale afspraken en het bepalen van bouwambities. Hierbij is het verstandig rekening te houden met een flinke bandbreedte.
Absoluut vormt de ontwikkeling van de buitenlandse migratie de grootste onzekerheid bij de prognose. Ook de ontwikkeling van de binnenlandse migratie is onzeker, momenteel verlaten relatief veel inwoners NoordHolland voor een ander provincie. Los van deze fluctuaties en onzekerheden is duidelijk dat tot 2030 jaarlijks gemiddeld meer woningen moeten worden gebouwd dan afgelopen jaren (structureel) het geval is geweest. Voor het bouwen van al deze woningen zijn ruim voldoende plannen beschikbaar. De netto plancapaciteit (het aantal woningen in gemeentelijke bouwplannen) bedraagt momenteel bijna 440 duizend woningen. Dat betekent dat niet alle plancapaciteit nodig is om te voldoen aan de woningbouwopgave. Hierdoor is ruimte voor vertraging, uitstel of eventueel planuitval.
3
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Inleiding Om inzicht te krijgen in demografische ontwikkelingen maakt de provincie Noord-Holland periodiek een bevolkingsprognose. De prognose geeft een beeld van de verwachte bevolkingsontwikkeling en beschrijft op gemeente- en regioniveau de huishoudensvorming, ontwikkeling van de woningbehoefte en de veranderingen die plaatsvinden binnen de leeftijdssamenstelling. Opbouw van de rapportage In het eerste hoofdstuk is de methodiek achter de prognose beschreven. Hoofdstuk twee beschrijft de ontwikkelingen in de laatste jaren, blikt terug op voorgaande prognoses en geeft een beeld van de verschillen tussen de vorige en deze nieuwe prognose. De drie componenten van de bevolkingsontwikkeling zijn beschreven hoofdstuk drie. Hoofdstuk vier gaat in op de veranderende leeftijdssamenstelling van bevolking en huishoudens. In hoofdstuk vijf is beschreven hoe de indicatieve woningbehoefte wordt berekend en hoeveel woningen nodig zijn om de toekomstige groei te huisvesten. Regio-indeling1
1 Bij sommige figuren:
IJmond (Heemskerk, Beverwijk, Velsen) + Zuid-Kennemerland (Bloemendaal, Haarlem, Zandvoort, Heemstede) = IJmond/Zuid-Kennemerland; Gemeente Zaanstad + Waterland (Beemster, Edam-Volendam, Wormerland, Purmerend, Oostzaan, Landsmeer, Waterland) = Zaanstreek/Waterland.
4
Prognose Noord-Holland 2021-2050
1. Totstandkoming van de prognose Alle prognoses met uitkomsten op gemeente- en provincieniveau zijn gebaseerd op de landelijke CBSprognose. Op landelijk niveau bestaan twee van dit soort prognoses: de Primosprognose2, opgesteld door ABF-Research in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de regionale prognose van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).3 Daarnaast maken bijna alle individuele provincies een eigen prognose. Deze prognose voor Noord-Holland is opgesteld met het IPBPrimosmodel van ABF-Research, een model dat ook door de meeste andere provincies wordt gebruikt. Voor de prognose is per gemeente een buitenlands- en binnenlandsmigratiesaldo opgesteld en ingevoerd in het model (zie 3.2 en 3.5). Het prognosemodel berekent vervolgens via geboorte en sterfte de toekomstige bevolkingssamenstelling die wordt vertaald naar huishoudens en woningbehoefte. Een goede afstemming tussen vraag en aanbod op de woningmarkt is een speerpunt bij het woonbeleid van de provincie Noord-Holland. Om de vraag in beeld te brengen is een analyse gemaakt van de binnenen buitenlandse migratie in de afgelopen periode. Ook is gekeken naar de recente bevolkingsontwikkelingen, verhuisbewegingen, ontwikkelingen op de woningmarkt en de landelijke verwachtingen van het CBS.
Voor een toekomstig beeld van de woonvoorkeuren zijn verschillende scenarioberekeningen uitgevoerd. Daarnaast is gekeken naar de uitgangspunten van het ruimtelijk beleid: de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050, de Provinciale Ruimtelijke Verordening (inclusief de ladder voor duurzame verstedelijking), de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 en het Masterplan Wonen. Tenslotte is gebruikt gemaakt van de actuele voorraad aan woningbouwplannen per gemeente, beschikbaar via de site www.plancapaciteit.nl. Alle waargenomen data (tot en met 2021) is afkomstig van het CBS, tenzij anders vermeld. De uitkomsten van de prognose zijn gepresenteerd voor de periode 2021 tot 2050. Doordat veel getallen zijn afgerond, kan het zijn dat deze niet helemaal optellen tot het totaal. Deze rapportage is met zorgvuldigheid samengesteld, mocht u desondanks iets vinden dat vragen oproept, kunt u mailen naar demografie@noord-holland.nl. Dit kan ook voor het opvragen van gedetailleerde cijfers per gemeente die niet in dit rapport staan.
2 https://www.abfresearch.nl/producten/prognoses/primos-bevolkingsprognose/ 3 http://www.pbl.nl/themasites/regionale-bevolkingsprognose
5
Prognose Noord-Holland 2021-2050
1.1 Nationale CBS-Prognose De verwachtingen uit de meest recente landelijke CBS-Prognose van december 20204 vormen de basis voor deze provinciale prognose. In 2070 verwacht het CBS dat Nederland 20,4 miljoen inwoners heeft, een toename van 2,9 miljoen t.o.v. de huidige 17,5 miljoen. In de periode 2021-2050 groeit de Nederlandse bevolking volgens het CBS met ongeveer 2 miljoen inwoners. In vergelijking met de vorige CBS-Prognose uit 2018 (die de basis vormde de provinciale prognose uit 2019) is vooral de verwachte buitenlandse migratie opgehoogd, de verwachtingen voor geboorte en sterfte zijn beperkt bijgesteld. De prognosecijfers zijn met onzekerheden omgeven. Zo kan het aantal migranten van jaar tot jaar sterk fluctueren. Ook is niet zeker of de stijging van de levensduur in de toekomst in hetzelfde tempo door zal zetten en of Nederlanders een voorkeur voor gezinnen met twee kinderen blijven houden. Bovendien is nog bijzonder onzeker of de corona-epidemie ook op de lange termijn effecten heeft op de bevolkingsontwikkeling. De bevolking in 2070 ligt zeer waarschijnlijk tussen de 17,2 miljoen en 22,0 miljoen inwoners (CBS, 2020). De bevolkingsgroei is vooral hoog in de eerste jaren, met een hoog buitenlands migratiesaldo en een positieve natuurlijke aanwas (geboorte min sterfte).
De daling van de natuurlijke aanwas, veroorzaakt door een stijging van de sterfte als gevolg van de vergrijzing, zorgt tot 2050 voor een dalende bevolkingsgroei. Ook neemt de emigratie toe waardoor het buitenlands migratiesaldo wat afneemt. Zoals te zien in figuur 1.2 stijgt vooral het aantal ouderen. Tot 2040 groeit vooral het aantal inwoners boven de 65 jaar (+1,5 miljoen). Het aantal jongeren schommelt rond de 4 miljoen en de bevolking van 20-65 jaar neemt tot 2040 licht af, om hierna weer wat te stijgen. Figuur 1.1: Bevolkingsgroei CBS-Prognose 2020 voor NL
Figuur 1.2: CBS-Prognose 2020 voor NL naar leeftijd
120.000
12,0
100.000
10,0
80.000
8,0
x 1 mln.
60.000 40.000 20.000
6,0
Bevolkingsgroei Natuurllijke aanwas Buitenlandse migratie
2069
2065
2061
2057
2053
2049
2045
2041
2037
2033
2029
2021
2069
2065
2061
2057
2053
2049
2045
2041
2037
2033
0,0
2029
-40.000
2025
2,0
2021
-20.000
2025
4,0
0
0 tot 20 jaar 20 tot 65 jaar 65 jaar of ouder
Voor de nieuwe prognose (PNH 2021-2050) loopt de prognoseperiode tot 2050. Naast de techniek, het prognosemodel rekent maar tot 2050, zijn hier zijn verschillende redenen voor. De onzekerheid neemt toe met de lengte van de prognosetermijn en bij de huidige verwachtingen van het CBS zit de grootste dynamiek in de periode tot 2050.
4 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/51/prognose-bevolking-blijft-komende-50-jaar-groeien
6
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Figuur 1.3: Bevolkingsontwikkeling in Nederland 2021-2050 bij de CBS-Prognose 2018 en 2020 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000
Buitenlands migratiesaldo
Natuurlijke aanwas
Bevolkingsgroei
0
Prognose CBS december 2018
Prognose CBS december 2020
Prognose per provincie (Primos 2021) Bij de Primosprognose 2021 nemen in de toekomst de regionale verschillen verder toe. In de Randstadprovincies, Flevoland, Gelderland en Noord-Brabant groeit de bevolking tot 2050. In de overige provincies daalt de bevolking. Het aandeel van Noord-Holland in de nationale groei wordt hierdoor steeds wat groter. De bevolkingsgroei is sterk geconcentreerd in en rondom de steden in de Randstad. Figuur 1.4: Primosprognose 2021: Bevolkingsgroei per provincie 120.000 Groningen
100.000
Friesland 80.000
Drenthe Overijssel
60.000
Gelderland 40.000
Flevoland Utrecht
20.000
Noord-Holland
0
Zuid-Holland Noord-Brabant
-20.000
Zeeland -40.000
7
2049
2047
2045
2043
2041
2039
2037
2035
2033
2031
2029
2027
2025
2023
2021
Limburg
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Historische context Zonder historische context is het lastig te bepalen of de verwachte groei van inwoners hoog of laag is. Daarom is de nieuwe prognose in figuur 1.5 en 1.6 vergeleken met het verleden. De bevolkingsgroei in Noord-Holland was vanaf de jaren zestig tot halverwege de jaren tachtig lager dan de nationale groei, daarna was de groei een aantal jaren vergelijkbaar. Vanaf 2008 groeide Noord-Holland harder dan de rest van Nederland, tot de start van de coronapandemie. In de prognose komt dit weer terug, de nationale groei neemt sneller af dan in Noord-Holland. Historisch gezien is de huidige bevolkingsgroei procentueel niet extreem hoog, zowel nationaal als provinciaal is de groei in het verleden hoger geweest. Qua omvang is de verwachte groei van 2021 tot 2050 redelijk vergelijkbaar met de laatste dertig jaar. Ook toen steeg het aantal inwoners in Noord-Holland met ongeveer een half miljoen. Figuur 1.5: Waarneming en prognose: procentuele bevolkingsgroei per jaar in Nederland en Noord-Holland 1960-2050 1,6% 1,4% 1,2% 1,0% 0,8% 0,6% 0,4% 0,2% 0,0% -0,2%
1960 1963 1966 1969 1972 1975 1978 1981 1984 1987 1990 1993 1996 1999 2002 2005 2008 2011 2014 2017 2020 2023 2026 2029 2032 2035 2038 2041 2044 2047
-0,4%
Nederland
Noord-Holland
Figuur 1.6: Waarneming en prognose: bevolkingsgroei per jaar in Noord-Holland 1820-2050 80.000 60.000 40.000 20.000
0 -20.000
1820 1825 1830 1835 1840 1845 1850 1855 1860 1865 1870 1875 1880 1885 1890 1895 1900 1905 1910 1915 1920 1925 1930 1935 1940 1945 1950 1955 1960 1965 1970 1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2020 2025 2030 2035 2040 2045
-40.000
Waarneming
Prognose
Bron: Datagraver.com
8
Prognose Noord-Holland 2021-2050
1.2 Invloed van beleid Bij het maken van een prognose speelt beleid en regelgeving een rol omdat dit de context vormt waarbinnen de toekomstige ontwikkelingen plaatsvinden. Ruimtelijke regelgeving bepaalt waar wel en niet gebouwd mag worden. In het beleid van Rijk en provincie is de ladder voor duurzame verstedelijking vastgelegd. Dit betekent dat om aan de woningbehoefte te voldoen eerst de binnenstedelijke bouwmogelijkheden worden benut. Pas als regionaal binnenstedelijk niet kan worden voldaan aan de vraag, ontstaat beleidsmatig buitenstedelijk ruimte voor de gewenste uitbreiding. Theoretische voorbeelden: •
In een woningmarktregio hebben twee gemeenten in de periode 2021-2030 een toename van de indicatieve woningbehoefte van 1.000 woningen. Gemeente A heeft een binnenstedelijke capaciteit van 1.500 woningen en gemeente B van 500. Bij het huidige beleid zal een deel van de vraag in gemeente B worden afgeleid naar gemeente A.
•
In een situatie waarbij regionaal onvoldoende binnenstedelijke mogelijkheden beschikbaar zijn, ontstaat beleidsmatig ruimte voor uitleg. Als een regio bijvoorbeeld een toename heeft van de woningbehoefte van 10.000 woningen en een binnenstedelijke capaciteit van 8.000 woningen, ontstaat (na het doorlopen van de ladder) ruimte voor woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied.
1.3 Toepassing van de prognose Een belangrijk doel van de prognose is om de afweging te laten zien tussen woningbehoefte en plancapaciteit. De prognose geeft een beeld van de te verwachten ontwikkelingen. Deze verwachtingen bevinden zich binnen een bandbreedte en kennen onzekerheden. Buitenlandse migratie is lastig voorspelbaar en kleine veranderingen in gedrag (verhuisvoorkeuren, geboorte en sterfte, huishoudensgrootte en woningbezetting) hebben op termijn grote invloed op de omvang en samenstelling van de bevolking. Een prognose is niet alleen een vooruitblik, maar ook een momentopname omdat bij het opstellen de inzichten van dat moment zijn verwerkt. Ontwikkelingen zoals: kinderen die langer thuis blijven wonen, vrouwen die later kinderen krijgen, gezinnen die langer in stad blijven wonen of net-werkenden die met vrienden een huis delen, hebben significante effecten op de bevolkings- en huishoudenssamenstelling en de vorming van huishoudens. Bij dit soort ontwikkelingen gaat het vaak om uitstel en niet zozeer om radicale gedragsveranderingen. Het verhaal achter de cijfers is hierbij minstens net zo belangrijk als de exacte uitkomsten. Een deel van de toekomst is onzeker, een ander deel bevat structurele ontwikkelingen die zich vaak al vele jaren voordoen: vergrijzing, daling van de natuurlijke aanwas en de groei van stedelijke gebieden.
Het is vrijwel zeker dat de prognose voor 2030 nog een aantal keer omhoog of omlaag wordt bijgesteld. Voor NH-Zuid is vooral de vraag hoe de buitenlandse migratie zich ontwikkelt en of het binnenlands vertrekoverschot weer wat terug gaat lopen. Voor NH-Noord is vooral de ontwikkeling in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) van belang en in mindere mate de buitenlandse migratie. Zonder instroom vanuit NH-Zuid groeit de woningbehoefte in NH-Noord tot 2050 met maar 10 duizend woningen. De provincie monitort continu al deze ontwikkelingen en actualiseert de prognose mocht hiervoor aanleiding zijn. 9
Prognose Noord-Holland 2021-2050
1.4 Vergelijking met de prognose PNH 2019 en andere prognoses In vergelijking met de vorige prognose uit 2019 (afgekort PNH 2019) is het verwachte aantal inwoners op de lange termijn maar iets hoger. Het verschil met de oude prognose zit vooral bij het lagere startniveau in 2021. Dit komt door de lage groei als gevolg van de coronapandemie (zie paragraaf 2.2). Om dan in 2040 hoger uit te komen dan bij de prognose uit 2019 is meer groei nodig. In 2040 heeft Noord-Holland ongeveer 30 duizend inwoners meer dan bij de vorige prognose werd verwacht. Het aantal huishoudens in 2040 ligt 20 duizend hoger t.o.v. de vorige prognose en bij de woningbehoefte is dit +40 duizend. Dit verschil komt vooral door de veranderde samenstelling van huishoudens. Bij de nieuwe prognose is de gemiddelde huishoudensgrootte in 2040 wat kleiner. Daarnaast wonen toekomstige huishoudens bij de nieuwe prognose vaker in een reguliere woning en minder vaak in een bewoonde andere ruimte (zie 5.1). De verschillen in groei naar huishoudenstype zitten vooral bij de alleenstaanden jonger dan 65 jaar en de groei van het aantal gezinnen met kinderen. Die is bij de nieuwe prognose beduidend hoger (zie figuur 1.10).
Woningbehoefte 1.700.000
1.650.000
1.650.000
3.200.000
1.600.000
1.600.000
3.100.000 3.000.000 2.900.000
Woningbehoefte
1.700.000
3.300.000
Huishoudens
3.400.000
1.550.000 1.500.000 1.450.000 1.400.000
1.550.000 1.500.000 1.450.000 1.400.000
1.350.000
2.700.000
1.300.000
1.300.000
2019 2023 2027 2031 2035 2039 2043 2047
1.350.000 2019 2023 2027 2031 2035 2039 2043 2047
2.800.000 2019 2023 2027 2031 2035 2039 2043 2047
Inwoners
Figuur 1.7-1.9: Vergelijking Prognose PNH 2019 en PNH 2021 Bevolking Huishoudens
Prognose PNH 2019
Prognose PNH 2019
Prognose PNH 2019
Prognose PNH 2021
Prognose PNH 2021
Prognose PNH 2021
Figuur 1.10: Vergelijking huishoudensgroei 2021-2040 Prognose PNH 2019 en PNH 2021 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000
20.000 0 Alleenstaand Alleenstaand Eenouder <65 65+ PNH 2019
Paar zonder Paar met kind(eren) kind(eren)
PNH 2021
10
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Vergelijking met Primos 2021 en Prognose OIS Amsterdam In figuur 1.11 is de huishoudensgroei bij de nieuwe prognose vergeleken met de Primosprognose 2021 en de prognose voor de gemeente Amsterdam van de dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS). De nieuwe prognose van CBS/PBL is nog niet beschikbaar, deze verschijnt in 2022. Vergeleken met Primos 2021 zijn de verschillen tot 2030 klein, m.u.v. Amsterdam. Zowel bij de Primosprognose 2021 als bij de Prognose PNH 2021 ligt de huishoudensgroei tot 2030 voor NH-Zuid (exclusief Amsterdam) rond de 50 duizend. Voor NH-Noord komt de Prognose PNH 2021 iets hoger uit, +24 duizend extra huishoudens t.o.v. +22 duizend bij Primos 2021. Voor Amsterdam is bij Primos 2021 de prognose hoger dan die van de provincie en OIS Amsterdam. De belangrijkste verklaring hiervoor is een hoger buitenlands migratiesaldo. Verder valt op dat op de korte termijn het negatieve binnenlands migratiesaldo bij Primos 2021 snel oploopt en daarna weer daalt. Bij gemeente en provincie blijft het binnenlands migratiesaldo langer flink negatief om pas daarna wat te stijgen. Primos 2021 gaat tot 2025 uit van gemiddelde groei van 16 duizend inwoners per jaar in Amsterdam. Dit is vrij hoog. In de afgelopen 10 jaar lag de groei rond de 10 duizend inwoners per jaar en 2010 was het jaar met de hoogste groei sinds 1972, ruim 12 duizend inwoners.
Door de hogere bevolkingsgroei komt ook de groei van het aantal huishoudens bij Primos 2021 hoger uit dan bij de verwachtingen van OIS en de provincie. Voor de bouwopgave van Amsterdam maken de verschillen niet heel veel uit. Ongeacht de exacte opgave zijn veel woningen nodig. Het groeitempo waar de stad zelf mee rekent in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, ongeveer 7.500 woningen per jaar tot 2025, sluit goed aan bij de opgave. Mocht de huishoudensgroei lager uitvallen, kan het woningtekort verder worden teruggebracht dan de 4% waar nu mee gerekend is. Figuur 1.11: Vergelijking huishoudensgroei 2021-2030: Primosprognose 2021, PNH 2021 en OIS Amsterdam 2021 80.000 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0
Primos 2021
OIS Amsterdam 2021
Almere/Lelystad
Gooi en Vechtstreek
Amsterdam
Amstelland-Meerlanden
Waterland
Zaanstad
Zuid-Kennemerland
IJmond
Regio Alkmaar
West Friesland
Kop van Noord-Holland
PNH 2021-2050
11
Prognose Noord-Holland 2021-2050
2. Recente ontwikkelingen en vorige prognoses Dit hoofdstuk beschrijft hoe de bevolking in Noord-Holland zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Veel van de in deze prognose verwachte effecten doen zich namelijk nu al voor. Ook is gekeken naar het effect van de coronacrisis en in hoeverre de verwachtingen van prognoses uit het verleden daadwerkelijk zijn uitgekomen. De beschreven trends zijn meegenomen in de berekeningen.
2.1
Recente ontwikkelingen
Figuur 2.1: % Bevolkingsontwikkeling 2010-2021
De bevolking van Noord-Holland is in de afgelopen jaren relatief hard gegroeid. Op de kaart hiernaast is de procentuele bevolkingsgroei in 2021 t.o.v. 2010 weergegeven. Bijna alle gemeenten met een hoge bevolkingsgroei liggen in het zuiden van de provincie. In Blaricum en in een aantal kustgemeenten (Bergen, Den Helder, Texel) is de bevolking gedaald. In onderstaande grafieken is te zien hoe in de afgelopen jaren de leeftijdsopbouw van de bevolking is veranderd. In NH-Noord is de bevolking tot 45 jaar duidelijk gedaald en in de hele provincie is het aantal 65+ers fors gestegen. Ook veranderingen in de huishoudensamenstelling zijn de laatste jaren al te zien, zoals een stijging van het aantal alleenstaande huishoudens boven de 65 jaar en een daling van het aantal gezinnen in NH-Noord. Figuur 2.2: Bevolkingsontwikkeling naar leeftijd 2010-2021
Figuur 2.3: Huishoudensontwikkeling naar type 2010-2021
12
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Een andere manier om in beeld te brengen hoe het straatbeeld verandert door demografische ontwikkelingen, is door te kijken naar de gemiddelde leeftijd. In 1972 lag die in NH-Noord rond de 30 jaar, terwijl dit in delen van NH-Zuid boven de 35 jaar was. Jonge gezinnen vertrokken uit de steden, waardoor de bevolking die achterbleef relatief oud was. In 2021 is veel veranderd, het noorden van de provincie, IJmond en Waterland zijn nu de oudste regio’s en de oudste regio van toen (Amsterdam) is nu de jongste. In de Gooi & Vechtstreek en Zuid-Kennemerland is de toename van de gemiddelde leeftijd minder groot. Hier was de bevolking al redelijk oud in de jaren zeventig. De jonge gezinnen in de groeikernen van toen, zijn de oude paren van nu. In veel regio’s ligt de gemiddelde leeftijd nu bijna 15 jaar hoger dan in 1972. Alleen in Amsterdam is de bevolking jong gebleven door veel baby’s en de instroom van jongeren uit binnen- en buitenland. Figuur 2.4: Gemiddelde leeftijd bevolking per regio 1972-2021 50
45
Kop van Noord-Holland West Friesland Regio Alkmaar IJmond Zuid-Kennemerland Zaanstad Waterland Amstelland-Meerlanden Amsterdam Gooi en Vechtstreek
jaar
40
35
30
2020
2017
2014
2011
2008
2005
2002
1999
1996
1993
1990
1987
1984
1981
1978
1975
1972
25
2.2 De effecten van de coronacrisis Tot het begin van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 zat Noord-Holland in een periode van hoge bevolkingsgroei. Het jaar 2019 had de hoogste groei sinds 1960. Dit kwam vooral door het hoge buitenlandse migratiesaldo. Bij de start van de coronacrisis liep de immigratie snel terug en stokte de bevolkingsgroei. Een aantal maanden is de bevolking in Noord-Holland zelf gekrompen. In de regio’s waar buitenlandse migratie een groot aandeel heeft in de groei was dit effect het sterkst. Het gaat dan vooral om de gemeente Amsterdam en een aantal andere regio’s in het zuiden van de provincie. Terugkijkend was de buitenlandse migratie in 2020 weliswaar veel lager dan in 2019, maar nog steeds vrij hoog. Sinds 1960 was in slechts zes jaar het saldo hoger, waarvan vier jaar in de periode 2016-2019. Daarnaast had Noord-Holland te maken met oversterfte door corona. In Noord-Holland was de oversterfte lager dan het Nederlands gemiddelde, tussen de 5-8% procent, alleen in ZaanstreekWaterland was de oversterfte beduidend hoger met 14%.5
5 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/04/bijna-169-duizend-mensen-overleden-in-2020-10-procent-meer-dan-verwacht
13
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Een andere factor is de ontwikkeling van de binnenlandse migratie. Sinds 2017 verhuizen meer mensen uit Noord-Holland naar andere provincies dan andersom. Noord-Holland heeft hierdoor een negatief binnenlands migratiesaldo. Dit komt met name door het hoge vertrek uit de gemeente Amsterdam. Sinds de start van de coronacrisis is het beeld dat deze suburbanisatietrend doorzet. In 2020 nam ook in de andere zuidelijk regio’s, m.u.v. Amstelland-Meerlanden en de Gooi & Vechtstreek, het binnenlandse migratiesaldo sterk af. In NH-Noord steeg het binnenlandse migratiesaldo. De ontwikkelingen op de woningmarkt lijken hiervoor de belangrijkste verklaring, meer hierover op blz. 23. Vergeleken met de andere provincies kent Noord-Holland van alle provincies de grootste terugloop van de bevolkingsgroei t.o.v. 2019. Het eerder beschreven beeld, minder buitenlandse migratie in de meer stedelijke gebieden en toenemende suburbanisatie, gaat ook landelijk op. Ook in Utrecht en ZuidHolland is de groei flink lager terwijl in de meeste niet Randstadprovincies de groei veel minder hard is gedaald of zelfs hoger ligt dan in 2019. Momenteel is de situatie vrij onzeker. In september 2021 maakte de bevolkingsgroei in Noord-Holland een flinke sprong, met name door de komst van buitenlandse studenten. Bij nieuwe coronamaatregelen kan dit weer veranderen. Figuur 2.5: Bevolkingsgroei jan t/m sep per provincie
Figuur 2.6: Bevolkingsgroei jan t/m sep per regio
30.000
10.000
25.000
8.000
20.000
6.000 4.000
15.000
2.000
10.000
0
5.000
2020
2021
2019
2020
Almere/Lelystad
Gooi en Vechtstreek
Gemeente Amsterdam
Amstelland-Meerlanden
Regio Waterland
Gemeente Zaanstad
Zuid-Kennemerland
IJmond
Regio Alkmaar
Limburg
Zeeland
Noord-Brabant
Zuid-Holland
Utrecht
Gelderland
Flevoland
Drenthe
2019
Overijssel
Fryslân
Groningen
Noord-Holland
-5.000
Westfriesland
Kop van Noord-Holland
-2.000
0
2021
2.3 Prognoses in historisch perspectief Om na te gaan in hoeverre de verwachtingen overeenkomen met de werkelijke ontwikkelingen, is voor diverse prognoses teruggekeken in de tijd, de prognoses van het CBS uit 2000 en 2006 (de hoogste en laagste van de laatste twintig jaar) en de provinciale prognoses uit 2010, 2012 en 2019. Het CBS publiceert periodiek prognoses voor de bevolking en het aantal huishoudens in Nederland. De verwachtingen uit het verleden voor het jaar 2021 staan in tabel 2.7. Achteraf gezien blijkt dat de CBSprognose uit 2000 aansluit bij de feitelijke ontwikkeling, terwijl in de prognose uit 2006 de groei van inwoners en huishoudens is onderschat. De onderschatting is absoluut en relatief een stuk groter bij inwoners dan bij huishoudens.
14
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Figuur 2.7: CBS-Prognoses voor Nederland: Bevolking en huishoudens in 2021 x 1 mln. Prognose 2000 Prognose 2006 Waarneming 2021 Bevolking in 2021 17,5 16,8 17,5 Huishoudens in 2020 8,0 7,9 8,0
In 2010 heeft de provincie de Structuurvisie Noord-Holland 2040 vastgesteld. Inmiddels is deze visie vervangen door de Omgevingsvisie NH 2050. Bij het vaststellen van de structuurvisie was de prognose dat van 2010 tot 2020 de huishoudensgroei in NH-Noord ongeveer 25 duizend zou bedragen, in NH-Zuid rond de 75 duizend en 25 duizend in Almere/Lelystad. In 2020 blijkt dat de verwachting voor het noorden van de provincie en Almere/Lelystad in 2010 te hoog was. Voor het zuiden was de groei te laag ingeschat. In de prognose uit 2012 werd al meer groei verwacht in NH-Zuid, deze prognose zat heel dicht bij de uiteindelijke ontwikkeling. Figuur 2.8: Prognose PNH 2010: Huishoudensgroei 2010-2020 Prognose 2010 Prognose 2012 Noord-Holland Noord +25.000 +21.000 Noord-Holland Zuid +75.000 +95.000 Almere/Lelystad +25.000 +19.000 Totaal +125.000 +135.000
Waarneming 2010-2020 +21.000 +98.000 +15.000 +134.000
De laatste prognose van de provincie kwam uit in 2019. De verwachte groei in de periode 2019-2021 was iets meer dan 43 duizend inwoners en circa 30 duizend huishoudens. Deze groei is niet gehaald, NoordHolland groeide met 35 duizend inwoners en 19 duizend huishoudens. De bevolkingsgroei in NH-Noord was wat hoger dan verwacht, terwijl de ontwikkeling van het aantal huishoudens verliep volgens de prognose. In NH-Zuid bleef zowel de huishoudens- als bevolkingsgroei achter. Dit is vooral toe te schrijven aan de effecten van de coronacrisis. Figuur 2.9-2.10: Prognose PNH 2017 en PNH 2019: Bevolkings- en huishoudensgroei 2019-2021
Bevolkingsgroei 2019-2021
Huishoudensgroei 2019-2021
50.000
30.000
40.000
25.000 20.000
30.000
15.000
20.000
10.000
10.000
5.000
0
0 Noord-Holland Noord Noord-Holland Zuid
Noord-Holland Noord Noord-Holland Zuid
Prognose PNH 2019
Prognose PNH 2019
Waarneming
Waarneming
Conclusie Prognoses variëren in de tijd en zijn soms te hoog en soms te laag. Een te lage bevolkingsprognose betekent niet automatisch dat ook de huishoudensprognose te laag is. Daarnaast bestaan vaak grote verschillen per regio. De afgelopen jaren blijkt dat niet een onderschatting van de actuele groei reden is voor bijstelling van de prognose, maar de omhoog bijgestelde toekomstverwachtingen voor de buitenlandse migratie. Bij de actuele situatie is dit vooral een gevolg van de coronapandemie, een vrije unieke situatie. Dit laat wel zien dat pas na vele jaren echt geconcludeerd kan worden of een prognose te hoog of te laag was. 15
Prognose Noord-Holland 2021-2050
3. Bevolkingsontwikkeling Drie componenten bepalen de bevolkingsontwikkeling: • • •
Natuurlijke aanwas (geboorte - sterfte); Buitenlandse migratie (immigratie - emigratie); Binnenlandse migratie (vestiging - vertrek).
Dit hoofdstuk laat zien hoe deze componenten zich in het verleden hebben ontwikkeld en beschrijft de wijze waarop de toekomstige ontwikkelingen in de prognose worden berekend. Onderstaande figuur geeft een beeld van de ontwikkeling van de bevolking in Noord-Holland van 1960 tot en met 2020. In 1960 had Noord-Holland 2,05 miljoen inwoners. Begin 2021 is dit gegroeid naar 2,88 miljoen. Het binnenlands migratiesaldo (het saldo van het aantal personen dat vanuit Noord-Holland naar andere provincies verhuist en andersom) was decennialang negatief. In 2004 is dit veranderd en werd het saldo positief. De laatste jaren kent Noord-Holland weer een binnenlands vertrekoverschot. Door een verdere toename van de buitenlandse migratie bleef de bevolkingsgroei hoog, tot de start van de coronapandemie. Figuur 3.1: Bevolkingsontwikkeling in Noord-Holland van 1960 tot en met 2020 40.000
30.000
20.000
Correcties Buitenlands migratiesaldo
10.000
Binnenlands migratiesaldo Natuurlijke aanwas
0
Bevolkingsgroei -10.000
1960 1962 1964 1966 1968 1970 1972 1974 1976 1978 1980 1982 1984 1986 1988 1990 1992 1994 1996 1998 2000 2002 2004 2006 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020
-20.000
16
Prognose Noord-Holland 2021-2050
3.1
Natuurlijke aanwas
Figuur 3.2: Natuurlijke aanwas per 1.000 personen in 2019
De natuurlijke aanwas in Noord-Holland (het verschil tussen geboorte en sterfte) is al decennialang positief. Met name in de periode van de babyboom was het aantal geboorten hoog. Sinds 2010 is een dalende trend te zien. In NH-Noord werden in 2010 nog 7 duizend baby’s geboren bij 5 duizend sterfgevallen, terwijl dit in 2020 uitkwam op 6 duizend geboorten en 6,5 duizend sterfgevallen. Hierdoor was sprake van natuurlijke krimp (meer sterfte dan geboorte). Ook in NH-Zuid is een daling van de natuurlijke aanwas te zien, van 25 duizend baby’s en 16 duizend sterfgevallen in 2010 naar 23 duizend en 19 duizend in 2020. Op de kaart hiernaast is te zien dat in 2019 al in bijna de helft van de gemeenten de natuurlijke aanwas negatief was, in alle kustgemeenten, delen van Waterland en Westfriesland en in de Gooi & Vechtstreek. Een aantal grote gemeenten vormen in absolute zin nog de natuurlijke groeimotor van Noord-Holland: Amsterdam (met afstand de grootste), Haarlemmermeer, Haarlem, Zaanstad, Heerhugowaard, Alkmaar en Hoorn. De daling van de natuurlijke aanwas komt zowel door hogere sterfte als minder geboorte. Figuur 3.3 en 3.4 tonen het gemiddeld kindertal per vrouw en het aantal sterftegevallen in Noord-Holland. Het aantal kinderen dat een vrouw gemiddeld in haar leven krijgt, is sinds de jaren tachtig tot 2010 gestegen en daarna afgenomen.
Het huidige gemiddelde van rond de 1,4 ligt ruim onder het niveau van 2,1 kind per vrouw dat nodig is om de huidige bevolking in de toekomst te vervangen. Het effect hiervan is dat zonder migratie de bevolking op termijn flink gaat dalen. Volgens het CBS heeft de afname sinds 2010 vooral betrekking op het aantal geboorten bij twintigers en jonge dertigers. Geboorten bij oudere dertigers en veertigers zijn wel op peil gebleven. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen voor het eerst moeder worden, is opgeschoven van 29,2 in 2010 naar 30,1 in 2019. Vrouwen beginnen later aan kinderen. Ook in andere opzichten lijken jongere generaties er langer over te doen om ‘gesetteld’ te raken. Twintigers van nu gaan later uit huis en later samenwonen, volgen langer onderwijs en hebben minder snel een vaste baan en een koopwoning. Ze hebben in toenemende mate te maken met onzekerheid. De flexibilisering van de arbeidsmarkt leidt tot meer inkomens- en baanonzekerheid, terwijl een stabiel en voldoende hoog inkomen een belangrijke voorwaarde wordt gevonden om aan kinderen te beginnen. Betaalbare woningen voor starters zijn schaars en hypotheken zijn met de aangescherpte normen moeilijker te krijgen (CBS, 2020). In 2021 is tot nu toe sprake van een mini-babyboom, het aantal geboorten ligt in de eerste acht maanden ongeveer 5% hoger dan in 2020 en 2019.
De sterfte in Noord-Holland was lang stabiel, rond de 22 duizend. De laatste jaren is al een kleine toename te zien, maar de grote stijging als gevolg van de vergrijzing komt nog. In de prognose blijft de sterfte de komende decennia continu toenemen en ligt in 2050 rond de 33 duizend personen. De invloed van binnenlandse migratie op sterfte is relatief klein. Doordat ouderen weinig verhuizen of migreren, woont bijna iedereen die de komende decennia komt te overlijden, nu al in de gemeente waar dit gaat gebeuren. In veel gemeenten in Noord-Holland is de daling van de natuurlijke aanwas hierdoor met een grote mate van zekerheid te voorspellen.
17
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Figuur 3.3: Gemiddeld kindertal per vrouw in Noord-Holland
Figuur 3.4: Sterfte in Noord-Holland
Prognose Voor de uiteindelijke berekening in de prognose wordt het aantal geboren kinderen en de sterfte uit de nationale CBS-Prognose toegedeeld aan gemeenten, rekening houdend met verschillen in bevolkingsopbouw. Sterftekansen en geboortecijfers zijn gemeentespecifiek, een vergrijsde gemeente heeft meer sterfte en minder geboorten dan een jonge groeigemeente.
3.2
Buitenlandse migratie
Figuur 3.5: Immigranten per 1.000 inwoners in 2019
Het hoge buitenlandse migratiesaldo vormt de laatste jaren een belangrijke factor in de bevolkingsgroei. Dit hangt vooral samen met de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor steeds meer buitenlandse werknemers naar Noord-Holland komen. Naast arbeid hebben immigranten verschillende andere immigratiemotieven: studie, asiel, gezinshereniging, terugkeer naar Nederland of ze arriveren bijvoorbeeld als au-pair. De invloed van buitenlandse migratie op de bevolkingsgroei verschilt sterk per regio. De kaart hiernaast laat per duizend inwoners zien hoeveel immigranten zich in een gemeente vestigden. In Amsterdam ligt dit boven de 40 personen, terwijl dit in NH-Noord en vooral in de IJmond en Waterland veel lager is (onder de 5 personen). Zowel absoluut als relatief is de bevolkingsgroei door buitenlandse migratie in Amsterdam en omliggende gemeenten veel hoger dan in de rest van Noord-Holland. Zoals in figuur 3.6 te zien, is deze verhouding vrij stabiel. Ongeveer 6 van de 10 immigranten naar Noord-Holland vestigen zich in de gemeente Amsterdam. Het aandeel immigranten dat zich vestigt in NH-Noord is relatief klein, gemiddeld ongeveer 1 op de 10. De aantrekkelijkheid voor immigratie vormt hierdoor een belangrijke verklaring voor het verschil in groei tussen het noorden en zuiden van de provincie.
Aangezien de bevolkingsgroei voor een steeds groter deel uit buitenlandse migratie bestaat, zal de groei vooral in de steden terechtkomen. 18
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Figuur 3.7 laat zien hoe het aantal inwoners naar nationaliteit is ontwikkeld tussen 2010 en 2020. Voor NH-Noord gaat het met name om een beperkt aantal groepen die zorgen voor bevolkingsgroei: arbeidsmigratie uit het voormalig Oostblok (Polen, Roemenië) en asielmigratie (Eritrea, Syrië). In NH-Zuid is de situatie veel diverser, hier komen migranten uit bijna alle landen van de wereld en is het aandeel uit westerse landen hoger. Het aantal inwoners met een Marokkaanse nationaliteit daalt door sterfte. Wat betreft asielmigratie verwacht het CBS de komende jaren voor Nederland ongeveer 18 duizend vergunninghouders per jaar. Op basis van de bevolkingsomvang zijn deze per regio toe te wijzen. Voor Noord-Holland komt dit uit rond de 3.000 personen per jaar. In de prognose zijn deze aantallen verwerkt als onderdeel van de buitenlandse migratie. Figuur 3.6: Aandeel immigratie per regio 2016-2020
Kop van Noord-Holland West Friesland Regio Alkmaar IJmond Zuid-Kennemerland Zaanstad Waterland Amstelland-Meerlanden
Amsterdam Gooi en Vechtstreek 0% 2016
2017
20% 40% 60% 80%
2018
2019
2020
Figuur 3.7: Bevolkingsontwikkeling 2010-2020 naar nationaliteit (excl. Nederlands) Amerikaans Belgisch Braziliaans Brits Bulgaars Duitsland Chinees Eritrees Frans Grieks Hongaars Iers Indiaas Indonesisch Iraaks Italiaans Japans Marokkaans Pools Portugees Roemeens Russisch Spaans Surinaams Syrisch Thais Turks Overig Afrika Overig Amerika Overig Azië Overige Europa -10.000
0
Noord-Holland Noord
19
10.000 Noord-Holland Zuid
20.000
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Prognose In de laatste tien jaar lag het aandeel in de nationale immi- en emigratie van Noord-Holland rond de 25%. Oftewel, ongeveer 1 op de 4 immigranten naar Nederland vestigde zich in Noord-Holland en ongeveer 1 op de 4 emigranten die vertrok uit Nederland, kwam uit Noord-Holland. Voor de prognose is op basis van het historisch aandeel berekend welk aandeel van de nationale CBS-prognose in iedere gemeente terecht komt. Deze uitkomst vormt de input voor de prognose. Voor heel Noord-Holland betekent dit dat op korte termijn het buitenlands migratiesaldo hoog blijft en dat dit op termijn afneemt naar ongeveer 14 duizend personen per jaar. In de periode 2021-2050 bedraagt het totale buitenlands migratiesaldo voor Noord-Holland bijna een half miljoen personen. Aangezien migranten over het algemeen jong zijn, levert buitenlandse migratie een belangrijke toevoeging aan de potentiële beroepsbevolking. Figuur 3.8: NH: Buitenlands migratiesaldo: waarneming en prognose 35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 -5.000 -10.000
2048 2046 2044 2042 2040 2038 2036 2034 2032 2030 2028 2026 2024 2022 2020 2018 2016 2014 2012 2010 2008 2006 2004 2002 2000 Waarneming
Prognose
Terwijl de migratie in de prognose volgens een mooie lijn verloopt, zal de ontwikkeling in de praktijk veel grilliger zijn. De omvang van de migratie is sterk afhankelijk van de economische conjunctuur en krapte op de arbeidsmarkt. Minder economische groei zal leiden tot wat minder vestiging en meer vertrek. De verwachte daling van het buitenlands migratiesaldo komt dan ook vooral door een toename van de emigratie, het aantal immigranten blijft hoog. Ook technologische ontwikkelingen kunnen grote invloed hebben op de buitenlandse migratie. Door automatisering/robotisering verdwijnt mogelijk een deel van de werkgelegenheid waarvoor nu juist veel werknemers uit het buitenland worden aangetrokken.
20
Prognose Noord-Holland 2021-2050
3.3 Historische ontwikkeling binnenlandse migratie Noord-Holland kende decennialang een negatief binnenlands migratiesaldo, meer mensen verhuisden uit Noord-Holland naar andere provincies dan andersom. Rond 2005 is dit omgeslagen naar een positief saldo. In 2017 kwam hier voorlopig weer een einde aan en lag het vertrek hoger dan de vestiging. Deze paragraaf bevat een historische beschrijving en een analyse van de belangrijkste binnenlandse migratiestromen. Na de Tweede Wereldoorlog De jaren zestig van de vorige eeuw werden gedomineerd door suburbanisatie. De woonomgeving in de grote steden was slecht, veel jonge gezinnen zochten een woning met tuin in de meer landelijke gebieden. In de jaren zeventig begint de geboortegolfgeneratie op de woningmarkt te komen. Een generatie die niet alleen qua omvang groot was, maar ook nog eens meer “geïndividualiseerd” ging wonen: niet pas zelfstandig wonen bij een huwelijk, maar eerder en vaker als alleenstaande. Dit leidde tot een enorme druk op de woningmarkt. De landelijke omgeving rond de grote steden dreigde vooral door het toegenomen verkeer dicht te slibben en de suburbanisatie waaide uit tot in de Kop van NoordHolland.
Groeikernen Deze druk op de woningmarkt heeft geleid tot het groeikernenbeleid: opvang van de woningbehoefte vanuit de grote steden geconcentreerd in groeikernen, in combinatie met een restrictief beleid in de landelijke omgeving. Dit betekende de opkomst van de groeikernen: Alkmaar, Hoorn, Purmerend, Lelystad, Almere en (later) Haarlemmermeer. Rijk en provincie maakten dit beleid, ondersteund met gesubsidieerde woningbouw, de aanleg van wegen, planologische ruimte en restrictief beleid voor de groene (buffer)ruimte. In zekere zin was de opkomst van de groeikernen de start van het vraaggestuurd bouwen, het beleid sloot aan op de sterke voorkeur voor een eengezinswoning. De locatiekeuze was wel beperkt. Binnen de oude steden heeft in deze periode vooral stadsvernieuwing plaatsgevonden, in Amsterdam, Haarlem en Zaanstad groeide de woningvoorraad nauwelijks. Vanaf de jaren tachtig is een kentering waarneembaar en zijn de steden weer gaan groeien. Compacte stad Het grote vertrek uit de steden, enerzijds door het groeikernenbeleid maar ook door het Rijksbeleid van decentralisatie vanuit de Randstad, zorgde voor een afkalving van het voorzieningenniveau in de steden en een snelle groei van de groeikernen. De achterblijvende groei van de werkgelegenheid in de nieuwe steden en de toenemende congestie zorgden voor kritiek op dit beleid.
Als reactie daarop werd in de steden meer gebouwd, met tegelijkertijd een afbouw van de productie in de verder weg gelegen groeikernen Alkmaar, Hoorn en Lelystad. De dichterbij gelegen groeikernen Almere, Purmerend en Haarlemmermeer zetten hun bouwactiviteiten voort en namen nieuwe wijken in ontwikkeling. De bevolking in het zuiden van Noord-Holland groeide vooral door de omliggende stedelijke gebieden. Amsterdam trok jonge mensen, studenten en hoogopgeleide afgestudeerden aan vanuit heel Nederland. Deze jongeren woonden een tijd in de stad, maar wanneer ze in een andere levensfase kwamen, vestigden ze zich in de regio.
21
Prognose Noord-Holland 2021-2050
Verstedelijking Vanaf 2000 ontstond een grote trek naar de steden in Noord-Holland. Amsterdam trok meer dan in het verleden mensen aan uit de rest van Nederland en zij blijven langer in Amsterdam wonen. Veranderingen in de nieuwbouwproductie speelden een rol, maar waren hierop maar beperkt van invloed. Het vestigingsoverschot in Amsterdam (en andere grote steden als Haarlem en Hilversum) was groter dan op grond van de toename van het aantal woningen werd verwacht. Tegenover het vestigingsoverschot van de grotere steden stond een vertrekoverschot van de meer landelijke gemeenten. Toenemend vertrek uit de stad sinds 2013 Sinds het aantrekken van de economie en het stijgen van de huizenprijzen wordt weer meer verhuisd. Verreweg de meeste verhuizingen vinden plaats over korte afstand, binnen de eigen gemeente of binnen de regio. Een toenemend deel van deze verhuizingen gaat over grotere afstand, vanuit het zuiden naar het noorden van de provincie en over de provinciegrens heen. De zoektocht naar een koopwoning speelt hierbij een belangrijke rol. Door de krapte op de woningmarkt en de alsmaar stijgende woningprijzen wordt het zoekgebied van kopers steeds verder verruimd.
Een recent onderzoek van RIGO geeft hiervan een goed beeld.6 Jongeren trekken naar de Randstad op zoek naar een baan of vanwege werk en zijn hierbij vooral aangewezen op de particuliere huurvoorraad, terwijl de vertrekkers vaak kiezen voor een koopwoning. Het effect van de coronacrisis is hierbij nog onzeker, de trend van toenemend vertrek was al een aantal jaar gaande. In coronatijd liepen de huizenprijzen nog sneller op waardoor dit waarschijnlijk een grote invloed had op de verhuizingen. Een eventuele zoektocht naar ruimere woningen met meer werkruimte, in combinatie met meer thuiswerken kan hierbij meespelen, maar op basis van de nu beschikbare gegevens is dit nog niet te bepalen.
3.4 Analyse recente verhuisstromen In figuur 3.9 staan de belangrijkste migratiestromen naar saldo voor de regio’s in Noord-Holland. Zo heeft de Gooi & Vechtstreek een positief binnenlands migratiesaldo met Amsterdam en de rest van NHZuid, terwijl naar overig Nederland meer mensen verhuizen dan andersom. Onderlinge afstanden spelen hierbij vanzelfsprekend een belangrijke rol. Vanuit NH-Noord is overig Nederland relatief ver waardoor de invloed beperkt is, terwijl in het zuiden van de provincie veel meer verhuizingen over de provinciegrens heen gaan. Uit de figuur zijn een aantal migratiestromen af te leiden die voor NoordHolland een belangrijke rol spelen: • • • •