E16 Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse Bedrijven 2022-2025.pdf
Tekst van het document
4.2
Risicoanalyse
De uiteindelijke prioritering bij de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving prioriteitenstelling is gebaseerd op een inschatting van het risico op negatieve effecten bij overtreding van de verschillende handhavingsthema’s. Om die risico’s te kunnen inschatten wordt een risicoanalyse gemaakt met betrekking tot de verschillende inrichtingbranches. De risicoanalyse brengt het risico in beeld dat aan elk van de handhavingsthema’s is verbonden. Risico is daarbij gedefinieerd als het negatief effect maal de kans dat die zich voordoet, of risico
Figuur 3 - Risicomatrix
= negatief effect x kans. Schematisch ziet dat er uit als de matrix hiernaast. Negatieve effecten op beschermingsdoelen worden verdeeld in zeven omgevingsthema’s: 1.
Fysieke veiligheid: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen persoonlijk leed.
2.
Volksgezondheid: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen ziekten en/of dood.
3.
Hinder en leefbaarheid: de mate waarin mensen en dieren (sociale leefomgeving) hinder zouden kunnen ondervinden, denk hierbij aan visuele, licht-, stank- en geluidshinder, privacy.
16
4.
Natuur/ ecologische veiligheid: de mate waarin flora en fauna wordt beschermd en mate waarin aantasting en verstoring van de natuur mogelijk is.
5.
Financiële/economische veiligheid: de mate waarin de financieel-economisch en culturele veiligheid voor de gemeenschap/overheid aanwezig is bij het ontstaan van financiële schade.
6.
Politieke gevoeligheid/imago: de mate van politiek-bestuurlijke afbreuk en publieke onrust.
7.
Klimaatbescherming (duurzaamheid): de mate van bescherming van het klimaat van de aarde tegen aantasting.
Voor de kans wordt een inschatting gemaakt hoe vaak het niet naleven van een regel of voorschrift voor zal komen. Het inschatten van de kans gebeurt op basis van naleefgegevens en een expertoordeel. Uit het toezicht komt deze naleefinformatie vrij. Deze informatie wordt bij de omgevingsdienst geregistreerd. Voor het registreren overtredingsgegevens wordt gebruik gemaakt van het keuzemodel in de sanctie- of beoordelingsmatrix van de Landelijke handhavingsstrategie(LHS). Door deze registratievorm komt komende jaren meer data voorhanden waarmee naleefanalyses worden gegenereerd. Deze leveren een bijdrage aan de kansberekening in de risico- en probleemanalyse en gaan het naleefbeeld optimaliseren. De risico- en probleemanalyse is geen statisch geheel. De basis ligt echter vast gedurende de looptijd van dit beleidskader VTH. Indien bij de uitvoering van handhaving nieuwe inzichten ontstaan, door bijvoorbeeld afwijkende naleefgegevens, een verhoogd aantal klachten of incidenten, kunnen deze bij het opstellen van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s als prioriteit worden meegenomen.
4.3
Gebied in beeld
Sprekender dan een tekstuele beschrijving van het gebied waar ODIJ werkt en de activiteiten die er plaatsvinden, is de visuele weergave daarvan. Hierna is daarom per regio weergegeven welke activiteiten er plaatshebben en de invloedssfeer die met die activiteiten samenhangt. Uiteraard is dit een momentopname en wijzigen de gegevens dagelijks, mede op grond van de inspectie- en vergunninggegevens die vergaard en gegenereerd worden. 4.3.1
Regio IJmond
De regio IJmond kent een aanzienlijke maakindustrie en verschillende risicovolle activiteiten. Om die reden is een viertal kaarten opgenomen die een beeld geven van de risicovolle activiteiten en de activiteiten die een hindercirkel op geur, geluid of veiligheid kennen.
17
Figuur 7 - Risicovolle activiteiten
Figuur 6 - Propaantanks
Figuur 4 - Hindercirkels bedrijven
Figuur 5 - Ammoniakkoelinstallaties
18
4.3.2
Zuid-Kennemerland
Zuid-Kennemerland kent een aantal bedrijven met een aanzienlijke hindercirkel. Daarnaast is in het buitengebied een relatief groot aantal opslagtanks 9vaak propaan) aanwezig.
Figuur 8 - Hindercirkels bedrijvigheid Zuid-Kennemerland
Figuur 9 - Risicovolle activiteiten Zuid-Kennemerland
19
4.3.3
Regio Zaanstreek-Waterland
De regio Zaanstreek-Waterland kent een groot aantal agrarische bedrijven gegeven het landelijk gebied. Het aantal tanks is ook hier relatief groot.
Figuur 10 - Risicovolle activiteiten
20
Figuur 11 - Hindercirkels bedrijven
Natura2000 gebied (VR)
Natura2000 gebied (HR + VR) Natura2000 gebied (HR)
Bedrijventerreinen
Figuur 12 - Stallen
21
5. Samenwerking In de uitvoering van onze taken werken wij samen met betrokken collega’s van provincie en gemeenten, andere omgevingsdiensten en instanties als de politie, Rijkswaterstaat, brandweer, de veiligheidsregio’s en GGD’s, waterschappen, douane, Inspectie Leefomgeving en Transport, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Openbaar Ministerie, ed. Door bundeling van kennis, taken en ervaring zorgen we voor een kwalitatieve en betrouwbare dienstverlening. Ook de ondernemers en de inwoners profiteren hiervan. De kwaliteit van de leefomgeving verbetert, de administratieve lasten voor bedrijven en inwoners verminderen, procedures verkorten en voorschriften zijn op elkaar afgestemd. Hierdoor ontstaat een gelijk speelveld voor onze klanten.
5.1
Niveaus van samenwerking en partners in samenwerking
Met verschillende partners werken we thema- of procesgericht samen, met sommigen structureel, met anderen op incidentele basis. Deze samenwerking kan worden onderverdeeld op strategisch, tactisch en operationeel niveau:
Strategisch niveau: afstemming over VTH-beleid en uitvoering, handhavingsprojecten, zoals een handhavingsestafette of een regionaal samenwerkingsprogramma.
Tactisch niveau: doelgroep- en ketengericht, analyses, trend, inzet van handhavingsinstrumenten, aanpak probleem, informatie en kennisdeling;
Operationeel niveau: casusbesprekingen, lokaal karakter, acties, projecten, integrale aanpak.
Hieronder is weergegeven met welke partners we op welke thema’s samenwerken. Partner
Samenwerking op
Veiligheidsregio’s Zaanstreek-
-
Asbestsloop en inventarisatie asbestdaken
Waterland en Kennemerland
-
Brandveiligheid
-
Externe veiligheid
-
Evenementen
-
Gezamenlijk opleiden en werven personeel
-
Samenwerkingsagenda OD’s Noord-Holland
-
Collegiale toetsing
-
Kennisnet (implementatie nieuwe wet- en regelgeving,
Omgevingsdiensten/ODNL
netwerk
OD’s) -
Vakberaden VTH
-
Landelijke projecten (tankstations en bodemverontreiniging)
-
Asbest-, afval- en bodemparagraaf (ketens), ZZS
GGD Kennemerland en
-
Natte koeltorens
Zaanstreek-Waterland
-
Integraal leefomgevingsadvies (richting Omgevingswet)
-
Fijnstof
-
Schiphol (geluid)
-
Platform Milieu en Gezondheid
-
Hygiëne (signaaltoezicht)
-
Dierenwelzijn (signaaltoezicht)
-
Natte koeltorens
-
Asbest (arbeidsomstandigheden)
nVWA
ISZW
22
ILT
-
Sloopschepen
-
Routering gevaarlijke stoffen
-
Ketentoezicht
-
Evenementen en OOV
-
Drugsgerelateerde zaken
-
Dreigingsbeeld Milieu Criminaliteit
-
Ondermijning
-
Samenwerking RIEC
-
BOA-inzet en -afstemming reguliere TH-taken
-
Vergunningverlening
-
Zeehaven
-
Lozingen en saneringen
Waterschappen
-
Glastuinbouw
Gemeenten
-
Basistaken
-
Plustaken (DHW, BWT, OOV)
-
Gebiedsgericht integraal werken
-
Evenementen
-
CE en energietransitie/duurzaamheid
Politie/OM
Rijkswaterstaat
5.2
Positie in het stelsel
Het landelijk stelsel zoals dat werd voorzien bij de oprichting van omgevingsdiensten begint steeds beter te functioneren. Na een aanloopperiode waarin de omgevingsdiensten hun plek nog moesten vinden, hebben de meeste omgevingsdiensten inmiddels hun toegevoegde waarde bewezen. Op landelijk niveau hebben de omgevingsdiensten zich verenigd in OD.nl. Onder OD.nl zijn verschillende programma’s, vakberaden en een kennisnetwerken uitgerold. Dit zorgt voor een versteviging van het stelsel en het beoogde landelijke level playing field. Daarnaast worden verschillende landelijke projecten gecoördineerd vanuit OD.nl, waaronder toezicht op (LPG)tankstations. Als koepel kan OD.nl afstemmen en adviseren richting de gemeentelijke en provinciale koepels (VNG, IPO) en het Rijk. Steeds vaker komen er vragen vanuit Rijk, IPO of VNG aan OD.nl over met name inhoudelijke onderwerpen die bij haar rusten. Op die manier fungeert OD.nl, naar analogie van de omgevingsdiensten ook op koepelniveau als verlengd lokaal bestuur. Voorbeelden daarvan zijn:
-
de opgave ten aanzien van asbestdaken; de problematiek rondom PAK-houdende korrels in kunstgrasvelden; de aanpak rondom Zeer Zorgwekkende Stoffen; de problematiek rondom asbesthoudend straalgrit.
De komende jaren blijven de omgevingsdiensten werken aan verdere professionalisering en kwaliteit in het VTH-domein. Ook onder de Omgevingswet wordt voor de omgevingsdiensten een rol voorzien, zowel in de uitvoering als in de advisering rondom visie- en planvorming.
23
6. Doelen en prioriteiten In het Besluit omgevingsrecht (Bor) is opgenomen dat het bevoegd gezag aangeeft welke doelen het zichzelf stelt bij de uitvoerings- en handhavingstaken en welke activiteiten het daartoe uitvoert (artikel 7.2, lid 1 Bor). In dit hoofdstuk worden de doelen bij de uitvoering van VTH-taken beschreven. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s wordt vervolgens beschreven welke activiteiten worden uitgevoerd om de gestelde doelen te bereiken. Jaarlijks vindt in het jaarverslag rapportage plaats over de voortgang ten aanzien van de gestelde doelen. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn geen doelen op zich, maar middelen tot een doel. Uiteindelijk gaat het er bij de uitvoering van wettelijke taken op dit gebied om wat het resultaat daarvan is in de buitenwereld (outcome). Dit betekent sturing op kwaliteit en effect. Om dit meetbaar te maken dienen de concrete prestaties die geleverd worden om de gewenste resultaten te realiseren geduid te worden (outputcriteria). Doelen worden meetbaar gemaakt door indicatoren op te nemen, zoals een aantal, een percentage of een streefwaarde. Ook kan een tijdsduur aan een doel verbonden worden. Indicatoren kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op aantallen klachten, of het percentage bedrijven dat na een hercontrole nog in overtreding is met betrekking tot een bepaald onderwerp.
6.1
Doelen
Voor de uitvoering van de VTH-taken formuleert Omgevingsdienst IJmond een aantal doelen met indicatoren daarbij. Voor een deel betreft dit een herformulering van de doelen uit het aflopende uitvoeringskader, voor een deel zijn dit nieuwe doelen. HOOFDDOEL: Met de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het werkgebied draagt Omgevingsdienst IJmond bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. -
-
Omgevingsdienst IJmond heeft zicht op de milieubelastende bedrijvigheid en activiteiten in haar werkgebied en de risico’s die daarmee samenhangen; Omgevingsdienst IJmond signaleert in een vroegtijdig stadium signalen die duiden op mogelijke risico’s met betrekking tot de leefomgeving, zowel uit eigen inspecties als geluiden op landelijk of bovenregionaal niveau; Omgevingsdienst IJmond stimuleert bedrijven tot het nemen van de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van bescherming van de fysieke leefomgeving en inspireert tot het nemen van stappen die verder reiken dan het wettelijke vereiste minimum.
Vergunningverlening DOEL: Omgevingsdienst IJmond levert vergunningen en maatwerk van hoog (adequaat) niveau, op basis van een zorgvuldige en transparante afweging van belangen met als resultaat beperking -en waar mogelijk terugdringing- van de milieudruk op de omgeving. -
90% van de verleende vergunningen en afgegeven maatwerkvoorschriften houdt stand in een evt. bezwaar- of beroepsprocedure; Alle besluiten in het kader van een vergunningprocedure worden tijdig (binnen de maximale wettelijke termijn) genomen en waar mogelijk uiteraard versneld; Het vergunningenbestand is actueel (onder meer ten aanzien van de Best Beschikbare Technieken, landelijke en lokale beleidsmatige kaders);
24
-
Vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet is inzichtelijk welke vergunningen in stand blijven en mogelijk aanpassing behoeven, dan wel waar maatwerkvoorschriften opgesteld dienen te worden in verband met vervallen van de vergunningplicht.
Toezicht en handhaving DOEL: Omgevingsdienst IJmond bereikt door toezicht en handhaving bewustwording van de geldende regelgeving met als effect een verhoogde mate van naleving van die regelgeving en vermindering van het aantal incidenten, klachten en handhavingsverzoeken. -
-
In 90% van de gevallen gaat binnen 2 weken na datum toezichtscontrole gaat een brief uit naar degene op wie het toezicht zich richt; Omgevingsdienst IJmond heeft inzicht in de verschillende doelgroepen binnen de geprioriteerde ketens en het risico van niet-naleving bij die betreffende doelgroepen; De doelen in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden geformuleerd volgens de methodiek van programmatisch en risicogestuurd handhaven. De dienst rapporteert over de voortgang en het resultaat hierop; Het percentage inrichtingen dat haar overtredingen voor de eerste hercontrole beëindigt bedraagt minimaal 85%; Minimaal 95% van de afgegeven handhavingsbeschikkingen houdt stand in een eventuele bezwaar- of beroepsprocedure; Tegen minimaal 90% van de handhavingsbesluiten die wordt verzonden wordt geen bezwaar gemaakt of beroep ingesteld; Minimaal 90% van de klachten wordt binnen twee weken afgehandeld.
Samenwerking en data DOEL: Omgevingsdienst IJmond is een toonaangevende dienst op het gebied van informatieuitwisseling, samenwerking met de handhavingspartners en afgestemd handelen op zowel strategisch, tactisch en operationeel niveau. Daarmee draagt Omgevingsdienst IJmond bij aan level playing field op regionaal en landelijk niveau, ontwikkelt zij een volledig beeld van de problematiek die speelt en realiseert zij een efficiënte inzet van toezichthouders en handhavers. -
-
-
-
25
Omgevingsdienst IJmond fungeert voor haar handhavingspartners als informatieknooppunt met betrekking tot regionale en regio-overschrijdende milieu- en gerelateerde problematiek.; Omgevingsdienst IJmond initieert, ontwikkelt en trekt toezicht- en handhavingsprojecten in regionaal en bovenregionaal verband, steeds met oog voor de lokale problematiek; Omgevingsdienst IJmond maakt concrete afspraken met het OM, politie, ketenpartners en andere omgevingsdiensten over informatieuitwisseling, samenwerking en afgestemd handelen en geeft hier uitvoering aan; De informatie die Omgevingsdienst IJmond verzamelt, wordt verrijkt en kan op verschillende niveaus gebruikt worden, zowel in de sfeer van toezicht en handhaving, als ook gemeentelijke visie- en planvorming; De vergaring en verwerking van gegevens in het kader van de taken die Omgevingsdienst IJmond uitvoert, is AVG-proof.
6.2
Prioriteiten
Uit de globale gebieds- en risicoanalyse, de landelijke, regionale en lokale prioriteiten en doelstellingen en de geschetste ontwikkelingen volgt een aantal hoofdprioriteiten waar Omgevingsdienst IJmond de komende vier jaar op inzet. Jaarlijks, bij het opstellen van de uitvoeringsprogramma’s wordt aangegeven hoe hieraan invulling wordt gegeven en waar eventueel bijstelling noodzakelijk is. Onderwerp Asbest(daken)
Doel Het tot een minimum beperken van het aantal illegale asbestsaneringen, asbestdumpingen en asbestbranden middels een proactieve aanpak in samenspraak met de relevante ketenpartners (o.a. veiligheidsregio’s) en andere instanties (banken, verzekeringstellingen, brancheorganisaties.
Bodem
Het voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen, bevorderen van herstel of beheersing van aanwezige bodemverontreinigingen en het zorgdragen voor een correcte overdracht van bodemtaken van provincie naar gemeenten.
Ketens grond, asbest, elektronica, metaal Risicoactiviteiten
Het voorkomen van verontreiniging van lucht, bodem en water door niet-normconforme omgang met risicovolle afvalstromen. Het voorkomen van incidenten en ongewone voorvallen door het verzekeren van een juiste regulering van activiteiten met gevaarlijke en risicovolle stoffen, specifiek opslagen van gevaarlijke stoffen, LPGtankstations en ammoniakkoelinstallaties.
Net niet Bevi-bedrijven
Het voorkomen van incidenten en ongewone voorvallen door het verzekeren van een juiste regulering van activiteiten met gevaarlijke en risicovolle stoffen bij bedrijven die net onder de ondergrens van het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen.
Legionella
Het voorkomen van incidenten en ongewone voorvallen, specifiek het risico op legionella-uitbraak, vanwege onjuist onderhoud aan natte koeltoren en afvalwaterzuiveringsinstallaties.
Verduurzaming
Het bevorderen en waar nodig afdwingen van verduurzamingsmaatregelen bij bedrijven.
Zeer Zorgwekkende Stoffen
Het weren van ZZS uit de leefomgeving, omdat dit stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de voortplanting belemmeren of zich in de voedselketen ophopen.
Ondermijning
Het voorkomen en tegengaan van ondermijnende activiteiten door informatievergaring en –deling met handhavingspartners zoals justitie,
26
politie, douane en Belastingdienst.
6.3
Aanpak
Bij de uitvoering van het VTH-takenpakket worden in de periode 2019-2022 de volgende kaders gehanteerd: -
Branche- en activiteitengericht werken vormt de basis voor VTH. Een grondige analyse van een branche of activiteit en de doelgroepen daarbij aan de voorzijde zorgen voor een duidelijke identificatie van de problemen en naleefrisico’s, waardoor gericht toezicht en handhaving wordt gefaciliteerd. Stelselmatig niet-naleven leidt tot een verhoogde tot zeerintensieve toezichtlast bij bedrijven (tactiek van tegenhouden);
-
De gebiedsgerichte aanpak wordt gecontinueerd en verder ontwikkeld, in samenwerking met de partners in een gebied. Op deze wijze wordt gecoördineerd en gericht ingezet op behalen van omgevingsdoelen in de breedte. Dat kan breder gaan dan de traditionele thema’s, bijvoorbeeld met mobiliteit. De balans tussen wonen, werken en recreëren is in een aantal gebieden kwetsbaar en verdient meer dan gemiddelde aandacht. Een goed samenspel tussen beleid, uitvoering en verzameling van data is hier essentieel om de balans goed te houden;
-
Specifieke risicovolle activiteiten blijven periodiek en met vaste frequentie onderwerp van aandacht en inspectie, ongeacht nalevingsgedrag;
-
Driestappenhandhaving (waarschuwing, vooraankondiging, last) blijft uitgangspunt bij handhaving, tenzij de aard of ernst van de overtreding, dan wel de mate van hufterigheid van een overtreder aanleiding geeft tot directer ingrijpen;
-
De aanpak asbestdaken wordt gekoppeld aan de ambities op duurzaamheidsvlak en krijgt prioriteit. In samenspraak met onder meer gemeenten, brancheorganisaties en andere partijen wordt bekeken hoe de aanpak vorm kan krijgen;
-
Bij branches en bedrijven waar het naleefgedrag als goed bestempeld kan worden en die ook overigens geen aanleiding geven tot reguliere inspectie, kan worden gekozen over te gaan op het zogenoemde ‘piepsysteem’ ten bate van de inzet op onder meer activiteiten die bijdragen aan de duurzaamheidsambities van gemeenten en de verbrede aanpak van omgevings-problematiek;
-
In bredere zin krijgen duurzaamheid en energietransitie een grotere prioriteit binnen VTH en wordt gekeken naar slimme samenwerkingen met onder meer onderzoeks- en onderwijsinstellingen, HVC, nutsleveranciers om bedrijventerreinen collectief te verduurzamen;
-
Bij de verzameling van data en inspectiegegevens wordt mede gedacht over en gericht op gebruik daarvan binnen een breder kader onder de Omgevingswet en de visies en plannen van gemeenten. Verzameling en gebruik van deze gegevens voldoet aan de wettelijke eisen hieraan in het kader van privacy- en gegevensbescherming.
27
Bijlage 1 – Beleidscyclus VTH Het Beleidskader VTH 2019-2022 beslaat een aantal onderdelen van de beleidscyclus zoals beschreven in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit zijn het strategische en operationele beleidskader. In het Bor zijn eisen vastgelegd (procescriteria) waaraan elke professionele VTHorganisatie moet voldoen. Deze eisen hebben tot doel om de uitvoering van de VTH-taken op een adequate, herkenbare en structurele wijze te laten verlopen. De beleidscyclus bestaat uit een model met een logische aaneenschakeling van diverse bestuurlijke en uitvoerende werkprocessen. Dit model onderscheidt de volgende zeven stappen in het beleidsproces:
1.
Strategisch beleidskader
2.
Operationeel beleidskader
3.
Planning & Control
4.
Voorbereiden
5.
Uitvoeren
6.
Monitoren
7.
Rapportage & Evaluatie
Dit beleidskader gaat over twee onderdelen van de beleidscyclus: het strategische en operationele beleidskader. De andere onderdelen van de beleidscyclus worden wel hieronder beschreven, maar niet in detail uitgewerkt.
Analyse Om tot een strategisch beleidskader te komen maken we een analyse op risico’s en problemen. Dit is een onderdeel van de stap “rapportage en evaluatie”. In deze risico- en probleemanalyse beoordelen we het effect van niet-naleving en de kans dat niet-naleving zich voordoet. De resultaten van stap 7: Rapportage & Evaluatie worden in deze analyse meegenomen. Deze analyse geeft inzicht in de grootste risico’s voor de leefomgeving.
Strategisch beleidskader Het strategische beleidskader is de tweede stap van de beleidscyclus en bestaat uit de volgende onderdelen: -
De prioriteiten die met behulp van de analyse zijn gekozen, aanvullend met eigen prioriteiten van de deelnemers;
-
Meetbare beleidsdoelstellingen.
Operationeel beleidskader Het operationeel (tactisch)beleidskader is de derde stap van de beleidscyclus. Dit kader bestaat uit een strategie voor vergunningen, toezicht en handhaving oftewel de VTH-strategie. De VTHstrategie bestaat uit de volgende onderdelen: •
Vergunningenstrategie
•
Toezicht- en preventiestrategie
28
•
Handhaving- en gedoogstrategie
Hierin staat beschreven hoe de uitvoering van de VTH-taken plaatsvindt.
Planning & Control Het “Uitvoeringsprogramma Omgevingsdienst IJmond” vormt het hart van de beleidscyclus. Een voorstel voor het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks door ODIJ opgesteld. Het college van iedere deelnemer stelt het uitvoeringsprogramma vast. Het programma bevat: -
activiteiten die worden uitgevoerd voor vergunningen, toezicht en handhaving;
-
een beschrijving van de wijze waarop dit bijdraagt aan de doelstellingen van het strategisch beleidskader;
-
concrete operationele afspraken met andere (keten)partners;
-
overige uitvoeringstaken bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid.
Voorbereiden “Voorbereiden” betekent dat de organisatorische randvoorwaarden aanwezig zijn om taken uit te kunnen voeren. De organisatie werkt op basis van vooraf vastgestelde procedures, processen, protocollen en strategieën. Het personeelsbeleid is, evenals het financieel beleid, gericht op het voldoen aan de Kwaliteitsverordeningen (op basis van de kwaliteitscriteria 2.1) van de partners. Denk hierbij aan kennis en opleidingseisen die aan medewerkers worden gesteld.
Uitvoeren Dit betreft de daadwerkelijke uitvoering, dus het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhavend optreden. De uitvoeringsorganisatie hanteert hierbij o.a. de volgende uitgangspunten: -
vergunningverlening is gescheiden van toezicht & handhaving (Art. 7.4. onder b Bor),
-
de organisatie is 24-uur en 7 dagen in de week bereikbaarheid (Art. 7.4. onder d Bor),
-
personeel rouleert regelmatig zodat een bedrijf door verschillende toezichthouders wordt gecontroleerd (Art. 7.4. onder c Bor).
Monitoren De uitvoeringsorganisatie heeft een systematiek voor het monitoren van processen, resultaten en effecten. De resultaten en de voortgang van de uitvoering zijn op die manier inzichtelijk. De bestuursrapportages en het jaarverslag geeft inzicht in de monitoringsresultaten. Deze resultaten vormen de input voor de rapportage en evaluatie. Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken gebruiken we indicatoren.
Rapportage & Evaluatie De monitoringsresultaten zijn belangrijke bouwstenen voor de rapportage en evaluatie. Onderdelen van de rapportage en evaluatie voor de uitvoeringstaken zijn: -
twee tussentijdse verantwoordingsrapportages;
-
een jaarlijkse verantwoordingsrapportage;
-
een jaarlijkse evaluatie of bijstelling van de beleidsdoelstellingen indien dit noodzakelijk is (in het jaarverslag/uitvoeringsprogramma);
29
-
een vierjaarlijkse, dan wel periodieke, beleidsevaluatie die in gaat op de bijdrage aan beleidsdoelen, de beheersing van risico’s, en of beleid;
-
vierjaarlijks, dan wel periodiek, de risico’s in kaart brengen met een risicoanalyse;
-
vierjaarlijks, dan wel periodiek, bijstellen of herzien van het Beleidskader, doelen en prioriteiten.
Ter verduidelijking staat hieronder een schema met een nadere uitwerking van de beleidscyclus. Het schema geeft per onderdeel aan hoe rollen en verantwoordelijkheden verdeeld zijn en welke taken en producten aan de orde zijn. Tevens blijkt uit het schema hoe de verschillende onderdelen gekoppeld zijn aan de wettelijke eisen uit het Bor. Rollen in de beleidscyclus VTH
Strategisch beleid
Deelnemer / ODIJ (advies/kennisr ol)
Deelnemer Operationeel beleid
Deelnemer / ODIJ (advies/kennisr ol)
ODIJ (advies/kennisr ol) Programma en organisatie
ODIJ (steller) deelnemer (besluit)
Een integrale risicoanalyse uitvoeren in samenwerking en afstemming met andere regionale ketenpartners en Deelnemers. Vaststelling GS/B&W als beleidsbepalende partij.
Opstellen en vaststellen van VTHbeleid inclusief: - prioritering per beleidsveld op basis van de risico- en probleemanalyse - het bepalen van meetbare beleidsdoelen per beleidsveld - inzicht geven in samenwerkingsverbanden Budget voor capaciteit.
ODIJ adviseert ten aanzien van prioriteiten en SMART-doelstellingen die de Deelnemer in het beleid op kan nemen. Realiseren van samenwerkingsverbanden / overeenkomsten, gericht op de uitvoering van bijv. toezichttaken. Realiseren van gestelde beleidsdoelen en beleidscyclus onderdelen zoals de taak, een integrale risicoanalyse. Advisering over projectmatige aanpak van specifieke doelgroepen of thema’s (lokaal, landelijk).
VTH-strategie bestaande uit: - vergunningenstrategie - preventiestrategie - toezichtstrategie - handhaving-strategie (LHS) - sanctiestrategie - gedoogstrategie Toezichtmatrix / doelgroep analyse
Beschrijving van vergunningen, preventie-, toezicht- en handhavingsinstrumenten, toepassing hiervan op doelgroepen, de processen, de beoogde kwaliteit en de werking hiervan in de toezichtmatrix. GS/B&W verantwoordelijk voor vaststellen.
Uitvoeringsprogramma (ODIJ) Het inzetten van de capaciteit.
Budget, passend bij de gestelde doelen en prioriteiten, wordt beschikbaar gesteld.
Art. 7.7 Art. 7.7 Art. 7.2
ODIJ
Art. 7.2 en Art. 7.5
Beleidsevaluatie (jaarlijks of i.i.g. elke 4 jaar) Risico- en probleemanalyse (jaarlijks of i.i.g. elke 4 jaar)
Bor
Art. 7.2 en Mor (art.10.31)
Deelnemer
Toelichting Toetsing van behalen eerder vastgestelde operationele doelen, vastleggen van behaalde (tussentijdse) resultaat. Ter kennisgeving GS/B&W. Zijn gestelde doelen behaald, worden de adequate instrumenten daartoe ingezet, etc.
Art . 7. 5
Taak/ Producten Tertaalrapportage / jaarverslag
Welk instrument/ interventie zet je op welke doelgroep in, een gedifferentieerde aanpak. Jaarlijkse bijstelling wanneer nodig als onderdeel van uitvoeringsprogramma. Jaarprogramma’s (VTH) , toewijzen beschikbare capaciteit om de vastgestelde doelen en prioriteiten te behalen.
Art. 7.2
Wie aan zet ODIJ
Art. 7.3 en 7.5
Onderdeel Rapportage en evaluatie
30
Rollen in de beleidscyclus VTH
Voorbereiding
Uitvoering
ODIJ
Kwaliteitsborging
ODIJ
Protocollen en werkinstructies Planning voor uitvoering
ODIJ
Interne en externe afstemming Het inzetten van de capaciteit zoals is overeengekomen in het Uitvoeringsprogramma Uitvoering ondersteunende voorzieningen Data verzamelen uit registratiesysteem. Monitoring van de kwaliteit van de resultaten (resultaten en mogelijk effecten hiervan), weergave in jaarverslag.
ODIJ
ODIJ
Monitoring
31
ODIJ
Toelichting Verwijzen naar UP ODIJ (Uitvoeringsprogramma ODIJ) Scheiding vergunningverlening en handhaving, rouleren personeel, 24-uurs bereikbaarheid. Kwaliteitsbeleid en doelstellingen, wijze van borgen. Systeem voor planning op orde. Ook protocollen voor communicatie, informatiebeheer en –uitwisseling en werkprocessen. Zijn interne bedrijfsvoeringprocessen.
Bor
Art. 7.4
ODIJ
Taak/ Producten Uitvoeringsprogramma (indien integraal) koppelen met UP ODIJ Organisatorische condities
Art. 7.4
Wie aan zet Deelnemer
Intern bedrijfsvoeringproces.
Interne bedrijfsvoeringprocessen.
Zorgen dat de juiste data wordt geregistreerd, beheerd en geanalyseerd ten behoeve van de jaarrapportages en de periodieke beleidsevaluatie.
Art. 7.6
Onderdeel
Bijlage 2 – Evaluatie Uitvoeringskader 2015-2018 Omgevingsdienst IJmond Doelstellingen, output en doorrekening Geformuleerd doel: Omgevingsdienst IJmond zorgt voor een gevoel van veiligheid met betrekking tot de fysieke leefomgeving, vertrouwen in de overheid en een hoge mate van klanttevredenheid. Realisatie: Over het algemeen kan gesteld worden dat zowel overheidspartijen, ondernemers en inwoners graag met ODIJ samenwerken, dan wel de uitvoering van taken en afhandeling van vragen en verzoeken door ODIJ als proactief, begrijpelijk en deskundig worden getypeerd. Naast investeren in opleidingen en vaardigheden om de vereiste kennis en kunde van medewerkers op adequaat niveau te houden, zijn houding en gedrag belangrijke factoren waar aandacht aan wordt gegeven bij ODIJ. De juiste houding en gedrag maken constructieve samenwerking mogelijk en maken de acceptatie en het begrip bij ondernemers en inwoners groter voor de belangen die ODIJ beschermt bij haar taakuitvoering. Dat vertaalt zich binnen het VTH-spoor in een relatief laag aantal handhavingsbeschikkingen en bezwaar- en beroepzaken. Buiten het VTH-spoor zien we dit terug in onder meer succesvolle samenwerkingen als IJmond Bereikbaar en GreenBiz, en in stimuleringsacties en drukbezochte voorlichtingsavonden over duurzame energie.
Vergunningverlening: continu adequaat Geformuleerd doel: Omgevingsdienst IJmond levert vergunningen en maatwerk van hoog (adequaat) niveau, op basis van een zorgvuldige en transparante afweging van belangen met als resultaat beperking -en waar mogelijk terugdringing- van de milieudruk op de omgeving. Realisatie: Het vergunningenbestand waar ODIJ op toeziet is actueel. Enkele vergunningen zijn weliswaar ouder dan tien jaar -de grens die over het algemeen voor actualiteit van een vergunning wordt aangehouden-, maar actualisatie is hier, gegeven de milieurelevantie van de activiteiten en het beschermingsniveau dat door de vigerende vergunning wordt geboden, niet noodzakelijk. Het aantal bezwaar- en beroepzaken tegen (milieu)vergunningen is daarnaast tot een minimum gedaald. De ontwikkeling van het steeds meer activiteiten brengen onder algemene regels die sinds een aantal jaar is ingezet, komt ook de komende jaren niet tot stilstand. Dit betekent echter dat het aantal (complexe) meldingen, waarvan de toetsing relatief meer tijd in beslag neemt, toeneemt, evenals het aantal maatwerkvoorschriften dat wordt opgesteld om een passende bescherming te kunnen bieden aan de omgeving waar bepaalde activiteiten plaatsvinden.
32
Met het digitaal inzichtelijk maken van de milieubelasting van (vergunde) activiteiten in een gebied, afgezet tegen andere omgevingsfactoren, is de afgelopen jaren reeds voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet. Deze informatie biedt de basis voor de op te stellen omgevingsvisies en omgevingsplannen en een integrale benadering van de fysieke leefomgeving.
Toezicht: informatiegestuurd en risicogericht Geformuleerd doel: Omgevingsdienst IJmond bereikt met het toezicht dat zij uitvoert bewustwording van de geldende regelgeving met als effect een verhoogde mate van naleving van die regelgeving, vermindering van het aantal incidenten, klachten en handhavingsverzoeken. Realisatie: Er hebben zich de afgelopen jaren geen (grote) milieu-incidenten voorgedaan in het werkgebied van ODIJ. Het informatiegestuurde en risicogerichte toezicht heeft de afgelopen jaren vorm gekregen en levert een steeds beter zicht op de nalevingsrisico’s binnen bepaalde branches, activiteiten en doelgroepen. Nieuwe vormen van toezicht waarbij data en informatie steeds belangrijker worden, zijn met succes ingezet. Denk hierbij aan de gebruikmaking van zelftoezicht middels Digitale Checklisten bij vuurwerkbedrijven, de analyse van bedrijfs(afval)gegevens en gecombineerde data bij grondstromen. Samenwerking en informatie-uitwisseling met ketenpartners blijft daarbij een aandachtspunt. Het naleefgedrag is over het geheel bezien de afgelopen vier jaar niet significant verbeterd. Dit hangt mede samen met het feit dat niet alle inrichtingen in het werkgebied jaarlijks worden bezocht. Dit zorgt ervoor dat geen objectieve vergelijking tussen verschillende jaren te maken valt.
Bij ketenactiviteiten (grondstromen, asbest, elektronica) laat onderzoek zien dat hier stelselmatige (grove) overtredingen van onder meer milieuwet- en regelgeving plaatsvinden. Dit kan aanzienlijke milieurisico’s opleveren en een financieel wederrechtelijk voordeel voor de overtreder. Het aantal ongewone voorvallen/calamiteiten, klachten en handhavingsverzoeken blijft, ondanks de doelstelling van vermindering, redelijk constant. Het merendeel van de klachten is echter ongegrond, in die zin, dat er geen overtreding van milieuvoorschriften aan ten grondslag ligt.
Handhaving: eenduidig en voortvarend Geformuleerd doel: Omgevingsdienst IJmond handhaaft daar waar overtredingen plaatsvinden op een open, eenduidige en voortvarende wijze en zorgt daarmee voor een verhoogd gevoel van veiligheid bij de burger, een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en versterking van het vertrouwen in de overheid bij de uitvoering van haar taken.
33
Realisatie: Conclusies in het algemeen over de ontwikkeling van het naleefgedrag in het werkgebied en de invloed van de inzet van ODIJ hierop kunnen slechts met terughoudendheid gemaakt worden, nu een groot deel van de gecontroleerde activiteiten niet jaarlijks wordt bezocht. Het naleefgedrag is over het geheel bezien de afgelopen vier jaar niet significant verbeterd. Dit hangt mede samen met het feit dat niet alle inrichtingen in het werkgebied jaarlijks worden bezocht. Dit zorgt ervoor dat geen objectieve vergelijking tussen verschillende jaren te maken valt. Bij ketenactiviteiten (grondstromen, asbest, elektronica) laat onderzoek zien dat hier stelselmatige (grove) overtredingen van onder meer milieuwet- en regelgeving plaatsvinden. Dit kan aanzienlijke milieurisico’s opleveren en een financieel wederrechtelijk voordeel voor de overtreder. Handhaving vindt zonder uitzondering plaats volgens het vastgestelde handhavingsbeleid. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen wordt gedoogd onder voorwaarden. Het feit dat de bevoegdheid tot handhaving is gemandateerd aan de directeur van ODIJ maakt dat handhavingstrajecten voortvarend kunnen worden opgepakt. We zien dat de laatste jaren nog slechts een handvol handhavingstrajecten uiteindelijk uitmondt in een daadwerkelijke handhavingsbeschikking (last onder dwangsom of last onder bestuursdwang).
Het overgrote deel van de geconstateerde overtredingen wordt ofwel ter plekke, ofwel voor de eerste hercontrole opgelost. Dit wijst erop dat het gros van de overtreders geneigd is tot normconform gedrag en niet opzettelijk de regels overtreedt, dan wel het doel van de overtreden norm en het achterliggende belang dat ermee gediend is begrijpt. Over het geheel bezien is de kwaliteit van de leefomgeving met name vanuit het oogpunt van gezondheid een item dat aandacht heeft bij inwoners en bestuur. Vanuit milieuoogpunt (bedrijven en risico’s) is dit over het algemeen geen onderwerp dat tot zorg leidt.
Samenwerking: constructief en resultaatgericht Geformuleerd doel: Omgevingsdienst IJmond is een toonaangevende dienst op het gebied van informatieuitwisseling, samenwerking met de handhavingspartners en afgestemd handelen op zowel strategisch, tactisch en operationeel niveau. Daarmee draagt Omgevingsdienst IJmond bij aan level playing field op regionaal en landelijk niveau, ontwikkelt zij een volledig beeld van de problematiek die speelt en realiseert zij een efficiënte inzet van toezichthouders en handhavers. Realisatie: De samenwerking en informatie-uitwisseling met ketenpartners in handhaving heeft de afgelopen jaren stevig vorm gekregen. ODIJ draagt op verschillende niveaus en in diverse gremia bij aan de ontwikkeling van een regionaal en landelijk level playing field op het gebied van toezicht en handhaving. Op landelijk niveau vertaalt zich dit in het voorzitterschap van het vakberaad toezicht en
34
handhaving onder ODNL, waarin alle omgevingsdiensten van Nederland vertegenwoordigd zijn en trekkerschap van onder meer de branche-aanpak LPG-tankstations en de landelijke asbestkamer. Op regionaal niveau worden via het zgn. milieu informatie- en selectie-overleg informatie uitgewisseld op casusniveau en regionaal van belang zijnde thema’s. Lokaal wordt via de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC) op uitvoeringsniveau samengewerkt met onder meer politie, justitie, douane en FIOD aan de aanpak van georganiseerde criminaliteit. Aandachtspunt blijft een goede informatie-uitwisseling tussen verschillende omgevingsdiensten en ketenpartners onderling. De actualiteit van de data is daarbij het voornaamste item van discussie. Hoe actueler de data (waarbij realtime data, via uniforme standaarden en open koppelvlakken tussen verschillende systemen uiteraard het ideaalplaatje is) hoe bruikbaarder voor de uitvoering.
Plustaken: synergie door integraliteit Geformuleerd doel: Door integraal toezicht en handhaving kan Omgevingsdienst IJmond haar toezicht- en handhavingsapparaat efficiënter inzetten en realiseert zij op effectiever wijze op meerdere terreinen een verhoogd gevoel van integrale veiligheid bij de burger, een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en versterking van het vertrouwen in de overheid bij de uitvoering van haar taken. Realisatie: Voor de gemeenten waar ODIJ meerdere domeinen in haar takenpakket heeft, voert zij toezicht en handhaving waar mogelijk integraal uit. Dit betekent dat toezichtscapaciteit efficiënt en doelmatig kan worden ingezet en de onder toezicht staande beperkt belast wordt. In één controle wordt op verschillende domeinen geïnspecteerd. De inspecteurs van ODIJ zijn breed opgeleid en kunnen naast het toezicht dat zij uitvoeren, de ondernemer op verschillende vlakken ook adviseren en eventueel doorverwijzen naar de juiste specialist.
35
Bijlage 3 – Gemeente- en provinciespecifieke gebieds- en risicoanalyse Naast de beschrijving van het werkgebied en de risico’s op hoofdlijnen, is ook per gemeente een grove analyse gemaakt van het gebied en de aanwezige risico’s en prioriteiten. Bij het opstellen van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma het beleidskader als basis gebruikt, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke problematiek of aandachtspunten die samenhangen met de bedrijvigheid en activiteiten in een gemeente of de provincie of juist vanaf nationaal niveau. Het naleefgedrag, klachtenpatroon en bestuurlijke prioriteiten vormen daarbij indicatoren voor een aanpassing in de prioritering. Eventuele beleidswijzigingen worden waar noodzakelijk in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s verwerkt.
1. Regio IJmond 1.1. Gemeente Beverwijk Gemeente Beverwijk bestaat uit de kernen Beverwijk en Wijk aan Zee en heeft meer dan 40.000 inwoners. Aan de noordkant en de zuidkant raakt de bebouwing van Beverwijk die van respectievelijk Heemskerk en Velsen. Aan de oostkant grenst de stad aan het waardevolle buitengebied, dat vanwege zijn landschappelijke en cultuurhistorische waarden en agrarische functies zoveel als mogelijk gevrijwaard wordt van bebouwing. Industrieterrein de Pijp is een belangrijke banenmotor voor de regio, waarbinnen de Bazaar en woonboulevard kenmerkende elementen zijn. Daarnaast zijn De Kagerweg, Business Park IJmond en De Wijkermeerpolder belangrijke centra van bedrijvigheid. Wijk aan Zee is een dorp, ingeklemd tussen het bedrijf Tata Steel, de Noordzee en het Noord-Hollands Duinreservaat (Natura 2000 gebied). 1.1.1.
Vigerend beleid
Gemeente Beverwijk heeft vastgesteld beleid voor de taakvelden BWT en RO. Het betreft een strategisch beleidskader ten aanzien van de toezicht- en handhavingstaken en ziet op de periode van vier jaren van 2015- 2019. De gemeente Beverwijk streeft naar een gezond, maar met name veilige woon, - werk- en leefomgeving voor burgers en bedrijven. Veiligheids-, gezondheids- en milieurisico’s wegen daarbij zwaar. Toezicht en handhaving levert hier een belangrijke bijdrage aan. Waar mogelijk zullen de doelstellingen van gemeente Beverwijk worden meegenomen in onderhavig beleidskader. 1.1.2.
Risicoanalyse
Op basis van informatie gestuurde handhaving en activiteiten worden jaarlijks zogenoemde aandachtsbedrijven geselecteerd waar een verhoogde controlefrequentie op wordt toegepast. Dit kan zowel veiligheid (RIEC) als duurzaamheid gerelateerd zijn. Indien daartoe aanleiding is, of indien de gemeente hier de wens toe uitspreekt, worden gebiedsgerichte projecten gedraaid. Momenteel wordt er specifiek een horeca- en afvalproject gedraaid. 1.1.3.
Klachtenanalyse
In 2017 ontvingen wij 90 milieu gerelateerde klachten uit de gemeente Beverwijk. Het merendeel van de klachten had betrekking op de aspecten geur, geluid en afval. Het aantal klachten is redelijk constant de laatste jaren.
36
1.1.4.
Prioriteiten
Het aantal klachten dat is gerelateerd aan overlast door horeca-inrichtingen geeft reden voor een verhoogde aandacht voor dit type inrichtingen in gemeente Beverwijk. Met name in de opvolging van klachten en middels gerichte (aspect)controles wordt hier extra aandacht aan gegeven. Een voorbeeld hiervan is het project afval rond een aantal ondergrondse containers en de drie straatjes aanpak in het centrum van Beverwijk. Op de industrieterreinen de Pijp en Kagerweg ligt de focus op duurzaamheid. Samen met de ondernemers op dit terrein wordt gewerkt aan een energiepositief industrieterrein. 1.2. Gemeente Heemskerk Gemeente Heemskerk heeft ongeveer 40.000 inwoners. Heemskerk kent drie verschillende industrieterreinen, De Houtwegen, De Waterwegen en De Trompet. Aan de westkant van Heemskerk grenst de gemeente aan de zee met een uitgestrekt duingebied (Noord-Hollands duinreservaat, Natura 2000). Daartussen ligt een gebied met veel (glas)tuinbouwbedrijven; het Heemskerkerduin. 1.2.1.
Vigerend beleid
Het vigerend uitvoeringskader ten aanzien van integrale handhaving voor gemeente Heemskerk stamt uit 2015. De looptijd van dit kader is inmiddels afgelopen, maar wordt in 2019 herzien. In 2019 wordt gestart met het opstellen van nieuw beleid. Gemeente Heemskerk zet in op programmatisch en integrale handhaving, met als doel de leefomgevingskwaliteit te verhogen. 1.2.2.
Risicoanalyse
Op basis van informatie gestuurde handhaving en activiteiten worden jaarlijks zogenoemde aandacht bedrijven geselecteerd waar een verhoogde controlefrequentie op wordt toegepast. Dit kan zowel veiligheid (RIEC) als duurzaamheid gerelateerd zijn. Indien daartoe aanleiding is, of indien de gemeente hier de wens toe uitspreekt, worden gebiedsgerichte projecten gedraaid. Momenteel worden specifiek de glastuinbouwbedrijven op registratieverplichting i.s.m. het HHNK bezocht. 1.2.3.
Klachtenanalyse
Afgelopen jaar ontvingen wij 21 milieugerelateerde klachten uit de gemeente Heemskerk. Het merendeel van de klachten had betrekking op de aspecten geur, geluid en bodem. Het aantal klachten is de laatste jaren redelijk stabiel. 1.2.4.
Prioriteiten
Per 1 januari 2018 is een regeling in werking getreden die verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen vanuit de glastuinbouw en open teelt naar het riool en oppervlaktewater moet verminderen. Het doel is om in 2018 50% minder gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater te meten ten opzichte van het jaar 2015. Uiteindelijk is het doel om in het oppervlaktewater in 2023 een vermindering van 90% aan gewasbeschermingsmiddelen ten opzichte van 2015 te bewerkstelligen. Voor ondernemers in de glastuinbouw betekende dit dat ze actie moesten ondernemen om het voor 1 januari 2018 te regelen. 37
Via een gezamenlijk project met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier toetsen wij of glastuinbouwbedrijven inderdaad geen gewasbeschermingsmiddelen in het riool lozen en of de juiste zuivering is geïnstalleerd. Op bedrijventerrein de Trompet worden projecten opgestart om dit terrein nog duurzamer te maken dan het al is. 1.3. Gemeente Uitgeest Gemeente Uitgeest heeft meer dan 13.000 inwoners en is gelegen aan het Alkmaarder- en Uitgeestermeer. De gemeente kenmerkt zich door het uitgestrekte landelijk gebied aan de oost- en zuidoostzijde van de dorpskern waar voornamelijk veehouderijen zijn gevestigd. Aan de westzijde van de A9 (Molenwerf) is de voornaamste bedrijvigheid gevestigd. Gemeente Uitgeest werkt samen in werkorganisatie De BUCH. De BUCH werkt voor 4 gemeenten: Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. Zelfstandige gemeenten, met één gezamenlijke ambtelijke organisatie. Vooralsnog heeft deze samenwerking geen gevolgen voor het takenpakket dat is ingebracht bij Omgevingsdienst IJmond. 1.3.1.
Vigerend beleid
Het vigerend uitvoeringskader ten aanzien van het Omgevingsrecht voor gemeente Uitgeest stamt uit 2010, namelijk het Handhavingsbeleid Omgevingsrecht (Wabo) gemeente Uitgeest. Destijds heeft Omgevingsdienst IJmond dit kader voorbereid en sindsdien heeft dit kader gefungeerd als basis voor de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Verschillende ontwikkelingen op wetgevings- en uitvoeringsgebied nopen tot het opstellen van een nieuw uitvoeringskader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van het basis- en milieutakenpakket. In 2019 zal het huidige omgevingsbeleid worden herzien en geactualiseerd door gemeente Uitgeest. 1.3.2.
Risicoanalyse
Op basis van informatie gestuurde handhaving en activiteiten worden jaarlijks zogenoemde aandacht bedrijven geselecteerd waar een verhoogde controlefrequentie op wordt toegepast. Dit kan zowel veiligheid (RIEC) als duurzaamheid gerelateerd zijn. Indien daartoe aanleiding is, of indien de gemeente hier de wens toe uitspreekt, worden gebiedsgerichte projecten gedraaid. In Uitgeest wordt al jaren uitvoering gegeven aan integraal toezicht en handhaving. Dit maakt het mogelijk vanuit verschillende thema’s gerichte controles uit te voeren. Momenteel worden er specifiek inzet gepleegd voor het opzetten van een GreenBiz Uitgeest. TNO heeft een energiepotentieel scan uitgevoerd. Omgevingsdienst IJmond is momenteel voor het gehele bedrijventerrein de kansrijke maatregelen in kaart aan het brengen. 1.3.3.
Klachtenanalyse
Het aantal milieugerelateerde klachten in Uitgeest is al jaren zeer laag. 1.3.4.
Prioriteiten
Zoals gezegd wordt in Uitgeest al jaren uitvoering gegeven aan integraal toezicht en handhaving. Zo inventariseren wij bij controles op de veehouderijen ook of er asbestdaken aanwezig zijn en informeren wij de ondernemer over de mogelijkheden om bij het verwijderen van een asbestdak direct ook zonnepanelen te plaatsen. 38
1.4. Gemeente Velsen Gemeente Velsen is de grootste gemeente binnen de IJmondregio met bijna 68.000 inwoners. De gemeente omvat de kernen Driehuis, IJmuiden, Santpoort-Noord-, Santpoort-Zuid, Velsen-Noord, Velsen-Zuid en Velserbroek. Zeehaven IJmuiden en de bijbehorende bedrijvigheid en industrie aan en om het Noordzeekanaal gebied zijn economisch van groot belang voor de regio als geheel. Met IJmuiden aan Zee en Spaarnwoude zijn ook recreatiemogelijkheden in ruime mate aanwezig. De leefomgeving moet veilig, gezond en duurzaam gehouden worden. Luchtkwaliteit is speerpunt in Velsen en de IJmond! 1.4.1.
Vigerend beleid
De kernwaarden van gemeente Velsen zijn: Betrouwbaar, Doelgericht, Attent en Dynamisch. Het nieuw beleidskader ten aanzien van de vergunningverlening, toezicht en handhaving voor gemeente Velsen is op 17 juli 2018 vastgesteld. In dit document staan een aantal strategische doelstellingen. Deze doelstellingen sluiten aan bij de kernwaarden. De volgende twee zijn voor ons het belangrijkst. Het college van Velsen hecht veel belang aan het vergroten van de spontane naleving van regels en het in een eerder stadium bijsturen om escalatie van handhavingszaken te voorkomen (bijvoorbeeld bij onderliggende burenruzies). Deze zogenaamde preventiestrategie wordt nog verder uitgewerkt. Verder streeft de gemeente naar een Veilig Velsen. De leefomgeving moet veilig, gezond en duurzaam gehouden worden. Het handhavingsbeleid van de omgevingsdienst helpt daarbij. 1.4.2.
Risicoanalyse
Op basis van informatie gestuurde handhaving en activiteiten worden jaarlijks zogenoemde aandacht bedrijven geselecteerd waar een verhoogde controlefrequentie op wordt toegepast. Dit kan zowel veiligheid (RIEC) als duurzaamheid gerelateerd zijn. Indien daartoe aanleiding is, of indien de gemeente hier de wens toe uitspreekt, worden gebiedsgerichte projecten gedraaid. Een integraal toezicht- en handhavingsproject in samenwerking met Velsen en politie is uitgevoerd. Daarnaast is een integraal handhavingsoverleg gestart waarin het beeld en aanpak van bedrijfsgerelateerde overlast wordt besproken. Specifiek is er dit jaar aandacht voor vervuiling rond ondergrondse containers in de Velserbroek. Bedrijven in de nabijheid van het winkelcentrum worden bezocht specifiek op hun afvalgedrag en de afgifte van bedrijfsafval aan een erkend inzamelaar. Dit blijft onder de aandacht. In het havengebied wordt nauw samengewerkt met overige handhavingspartners in het zogenaamde haventeam. Er vind regelmatig overleg plaats met de verschillende partners, waaronder gemeente Velsen, Politie, Douane en Koninklijke Marechaussee. Samen vormen zij het haventeam. Na het overleg, en binnen de daaropvolgende zes weken, worden met name onaangekondigde controles uitgevoerd in het havengebied.
De controles vinden plaats op basis van eigen waarnemingen (tijdens surveillances), klachten, meldingen/bevindingen van partners en van bedrijven/ondernemers. Uitvoering van de Havenverordening draagt bij aan totale inzicht in het gebied.
39
1.4.3.
Klachtenanalyse
Het aantal milieu gerelateerde klachten in gemeente Velsen is de afgelopen jaren redelijk constant en schommelt elk jaar rond de 100 in aantal. Dit betreft de klachten waarvoor het college van Velsen bevoegd is en is exclusief de klachten die bij andere bevoegde gezagen horen (o.a. Provincie Noord-Holland). Het overgrote deel van de klachten is afkomstig uit IJmuiden. De klachten hebben voornamelijk betrekking op geluidoverlast vanuit het havengebied en de bedrijven daaromheen. Daarnaast wordt regelmatig geuroverlast ervaren, afkomstig van bedrijven in het havengebied. In mindere mate wordt ook geklaagd over visuele hinder (stof) en afval. 1.4.4.
Prioriteiten
Gemeente Velsen wenst daarnaast met een vernieuwd evenementenbeleid een uitnodigende plek te zijn voor (grootschalige) evenementen. Evenementen kennen een aantal aspecten die hinder met zich kunnen brengen in de vorm van geluidoverlast, verkeershinder en veiligheid. In het beleid van Velsen wordt per locatie aangegeven welk type evenementen, met welke frequentie en in welke omvang daar kunnen plaatsvinden. Voor Omgevingsdienst IJmond ligt hier een taak in zowel de advisering met betrekking tot met name geluids- en (fysieke) veiligheidsnormen voorafgaand evenementen, alsook het toezicht op en advisering aan de gemeente op naleving van de APVvergunning daaromtrent. De bedrijven op de Broekerwerf zijn benaderd om een GreenBiz op te starten. Momenteel loop hier een zonnepanelenactie op initiatief van PWN. In de nabije toekomst liggen voor dit bedrijventerrein bij uitvoering van een energie potentieel scan en het verder stimuleren van het toepassen van zonnepanelen.
2. Regio Zuid-Kennemerland 2.1. Bloemendaal Gemeente Bloemendaal telt ruim 23.000 inwoners. De vijf kernen zijn Aerdenhout, Bennebroek, Bentveld (gedeeltelijk), Bloemendaal, Overveen en Vogelenzang. Een groot deel van het grondgebied van gemeente Bloemendaal bestaat uit ongerept duingebied. De bedrijvigheid in gemeente Bloemendaal is voornamelijk gericht op detailhandel. Daarnaast vormt de horeca een belangrijk onderdeel van het bedrijvenbestand, met onder meer een aantal strandpaviljoens aan de kust. 2.1.1.
Vigerend beleid
Gelijktijdig met het opstellen van het Beleidskader VTH was gemeente Bloemendaal eveneens bezig met de ontwikkeling van een VTH-kader voor de fysieke leefomgeving. Relevant beleid waar in dit kader rekening mee is gehouden is: -
Handhavingsbeleid Omgevingsrecht Bloemendaal 2013 (ligt voor ter actualisatie);
-
Beleidsregels evenementen strandpaviljoens Bloemendaal;
-
Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Bloemendaal 2016.
Verduurzaming heeft een grote prioriteit in Bloemendaal. In 2019 wordt het duurzaamheidsbeleid geactualiseerd, waarnaar vanuit VTH wordt gekeken welke rol daarin genomen kan worden.
40
2.1.2.
Risico’s
Op basis van ontvangen klachten en de monitoring van naleefgedrag worden jaarlijks zogenoemde aandachtsbedrijven geselecteerd waar een verhoogde controlefrequentie op wordt toegepast. Indien daartoe aanleiding bestaat vanuit landelijke, regionale of lokale prioriteiten of incidenten, worden gebiedsgerichte projecten gedraaid. Het aantal risicovolle activiteiten in Bloemendaal is vanuit milieuoogpunt bezien beperkt. Er resteren nog drie vergunningverplichtige inrichtingen in Bloemendaal. Met Bloemendaal en VRK wordt bekeken hoe toezicht op brandveiligheid goed geborgd kan worden. Daarnaast wordt onderzocht hoe in de vergunningfase de toezichtsmethode reeds bepaald en ingericht kan worden. De omvang van de asbestdakenproblematiek is in Bloemendaal beperkt. In samenspraak met de gemeente wordt bepaald hoe eigenaren ertoe gebracht kunnen worden voor 2024 de daken te verwijderen dan wel vervangen, en hoe duurzaamheid hierin een rol kan spelen. 2.1.3.
Klachtenanalyse
De milieugerelateerde klachten uit Bloemendaal betreffen voornamelijk geluidsoverlast en stankoverlast. Het gemiddeld aantal klachten per jaar schommelt tussen de 50 en 60, waarbij een lichte stijging waar te nemen valt over de afgelopen twee, drie jaar. Dit komt ten dele door de activiteiten van en toenemende aandacht voor de ontwikkelingen rondom Circuitpark Zandvoort. 2.2. Gemeente Haarlem Gemeente Haarlem kent ruim 156.000 inwoners. Tot de gemeente behoren de stad Haarlem (na Amsterdam de grootste stad in provincie Noord-Holland) en het westelijk deel van Spaarndam. Het centrum van Haarlem kent vooral detailhandel, horeca, zakelijke dienstverleners en publieke instellingen als scholen. Het belangrijkste bedrijventerrein is de Waarderpolder, waar grofweg 1.000 bedrijven zijn gevestigd, waaronder farmaceutische bedrijven, bouwnijverheidsbedrijven en lichte industrie. 2.2.1.
Vigerend beleid
Ten tijde van het opstellen van het Beleidskader VTH werd door gemeente Haarlem gewerkt aan actualisatie van het Integraal Veiligheids- en Handhavingsbeleid 2015-2018. Hierover heeft afstemming plaatsgevonden. Daarnaast biedt de geactualiseerde kadernota Haarlem Duurzaam samen met het programma Haarlem Klimaat Neutraal 2030 nog steeds de leidraad voor de ambities van Haarlem op het gebied van duurzaamheid. Met de gemeente en de VRK worden op de thema’s duurzaamheid en veiligheid de banden aangehaald om tot een betere wisselwerking te komen. 2.2.2.
Risicoanalyse
Op basis van ontvangen klachten en de monitoring van naleefgedrag worden jaarlijks zogenoemde aandachtsbedrijven geselecteerd waar een verhoogde controlefrequentie op wordt toegepast. Indien daartoe aanleiding bestaat vanuit landelijke, regionale of lokale prioriteiten of incidenten, worden gebiedsgerichte projecten gedraaid.
41
Binnen gemeente Haarlem zijn verduurzaming van bedrijven, horeca in de binnenstad en zwaardere bedrijvigheid in de Waarderpolder belangrijke thema’s. Bij het opstellen van de uitvoeringsprogramma’s ligt een nadrukkelijk accent op veiligheid, het uitvoeren van structureel toezicht op de zwaardere bedrijvigheid, energiebesparing indien het verbruik daartoe aanleiding geeft en de ketenaanpak. Er bevinden zich nog ruim 20 vergunningplichtige inrichtingen in gemeente Haarlem. De komende jaren wordt, in samenwerking met de gemeente, RIEC, politie, justitie en andere partners scherper ingezet op het identificeren en tegengaan van ondermijnende activiteiten. De omvang van de asbestdakenproblematiek is in Haarlem niet bijzonder groot. In de stad zijn vooral kleine dakoppervlakken aanwezig die door particulieren zelf verwijderd mogen worden. In samenspraak met de gemeente wordt bepaald hoe eigenaren ertoe gebracht kunnen worden voor 2024 de daken te verwijderen dan wel vervangen, en hoe duurzaamheid hierin een rol kan spelen. 2.2.3.
Klachtenanalyse
Het aantal milieugerelateerde klachten in gemeente Haarlem schommelt rond de 100 per jaar. Een groot deel van de klachten ziet op geluidhinder veroorzaakt door horeca-inrichtingen en inrichtinggebonden werkzaamheden en apparatuur. Daarnaast komen regelmatig klachten binnen met betrekking tot geurhinder. 2.2.4.
Prioriteiten
Ten aanzien van geluid, mede richting Omgevingswet, wordt de komende jaren met gemeente Haarlem onderzocht hoe hier een duidelijk kader voor geschapen kan worden. In een stad als Haarlem is geluid alom aanwezig vanwege onder meer bouwwerkzaamheden, bevoorrading bij bedrijven en evenementen (onder meer basgeluiden/dB(C)). Dit kan tot overlast leiden en verdient vanuit dien verstande extra aandacht. Andere prioriteiten zijn het inzichtelijk maken energiebesparingseffecten (dataloggers Waarderpolder) en veiligheid, waaronder milieuveiligheid en brandveiligheid. 2.3. Gemeente Heemstede Gemeente Heemstede heeft rond de 27.000 inwoners. De gemeente kent twee bedrijventerreinen, een waarvan is gelegen aan de Leidsevaartweg en een groter terrein dat is gelegen aan de Nijverheidsweg/Cruquiusweg. Het merendeel van de bedrijven behoort tot de commerciële dienstverlenende sector. De detailhandel is grofweg verspreid over zeven winkelclusters in de gemeente, waarvan het centrum van Heemstede het belangrijkst is. 2.3.1.
Bedrijvenbestand
Ongeveer 100 bedrijven in gemeente Heemstede zijn vanuit milieuoogpunt relevant. Minder dan een handvol hiervan is nog vergunningplichtig onder de Wet milieubeheer. 2.3.2.
Vigerend beleid
Heemstede werkt aan de actualisatie van de Nota Integraal Veiligheidsbeleid 2014-2018. Hierbij wordt gekeken hoe het samenspel tussen de verschillende afdelingen en domeinen zo optimaal 42
mogelijk kan worden ingericht richting de Omgevingswet en de omgevingsvisie en het omgevingsplan van de gemeente. Duurzaamheid is een belangrijk speerpunt voor de gemeente Heemstede. In 2019 loopt het vigerende duurzaamheidsbeleid af en wordt nieuw beleid ontwikkeld. 2.3.3.
Risicoanalyse
Op basis van ontvangen klachten en de monitoring van naleefgedrag worden jaarlijks zogenoemde aandachtsbedrijven geselecteerd waar een verhoogde controlefrequentie op wordt toegepast. Indien daartoe aanleiding bestaat vanuit landelijke, regionale of lokale prioriteiten of incidenten, worden gebiedsgerichte projecten gedraaid. Duurzaam en integraal beheer van de kwaliteit en functionaliteit van de bodem is een belangrijk speerpunt voor gemeente Heemstede, waar vanuit VTH scherp op wordt toegezien. Daarnaast wordt luchtkwaliteit een steeds belangrijker item. Hoewel in Heemstede wettelijk wordt voldaan aan de norm, verdient schoner de voorkeur. Weliswaar kent Heemstede geen inrichtingen met een grote uitstoot, er liggen wel een aantal regionaal belangrijke doorgaande wegen die mogelijk een bron zijn waaraan gesleuteld kan worden. De omvang van de asbestdakenproblematiek is in Heemstede zeer beperkt. In samenspraak met de gemeente en omliggende gemeenten wordt bepaald hoe eigenaren ertoe gebracht kunnen worden voor 2024 de daken te verwijderen dan wel vervangen, en hoe duurzaamheid hierin een rol kan spelen. 2.3.4.
Klachtenanalyse
Het aantal milieugerelateerde klachten in gemeente Heemstede ligt jaarlijks rond de 30. Het overgrote deel van de klachten ziet op geluidoverlast en kent diverse oorzaken, verschillend van horecageluid tot geluid afkomstig van laden en lossen. 2.4. Gemeente Zandvoort Gemeente Zandvoort heeft bijna 17.000 inwoners en twee kernen, te weten Zandvoort en Bentveld. Detailhandel en horeca zijn de belangrijkste economische pijlers voor de gemeente, met name in de zomer langs het strand en in de duinen. Het Circuitpark Zandvoort is een belangrijke toeristische trekpleister. Op drukke dagen kan deze combinatie ervoor zorgen dat meer dat meer dan het tienvoud van het aantal inwoners naar Zandvoort trekt. Ten noordwesten van de woonbebouwing is een kleinschalig bedrijventerrein, Nieuw Noord, gelegen. 2.4.1.