CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

E13 Regionaal Transitieplan Just Transition Fund.pdf

Raadsvergadering 28 oktober 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken18.068 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De bovenstaande kansen bieden kansen voor de ontwikkeling van de IJmond ‘Energy Hub’ voor de het NZKG en de MRA. Oftewel: een werkplaats voor bestaande en toekomstige wind- en zonneparken, een aanlandingsplaats voor elektriciteit van zee, een schone productieplaats voor waterstof, via een waterstofbackbone verbonden met de rest van de MRA, en een plek voor transport en hergebruik van CO2. Het JTF kan deze ontwikkeling ondersteunen; in hoofdstuk 4 werken we dit verder uit.

3.2 Bestaande netwerken & samenwerkingsverbanden Overheden, industrie en onderwijspartners in de IJmond en het bredere Noordzeekanaalgebied werken al jarenlang samen in verschillende initiatieven en samenwerkingsverbanden aan innovatie, arbeidsmarktbeleid en verduurzaming. De samenwerkingsverbanden en initiatieven vormen een solide basis waarop de IJmond met het JTF kan voortborduren, door nieuwe projecten te ondersteunen die voortkomen uit deze samenwerkingsverbanden (zie H. 4). Ook kan de regio via deze partijen de belangrijkste doelgroepen voor het JTF (o.a. grootbedrijf en MKB) bereiken. De Omgevingsdienst IJmond speelt voor het JTF een centrale rol als aanspreekpunt vanuit het Rijk. De belangrijkste initatieven en samenwerkingsverbanden zijn: • Projectbureau NZKG: het Projectbureau NZKG zorgt voor het programmamanagement van het Uitvoeringsprogramma en de gezamenlijke communicatie met de omgeving. Daarnaast coördineert het projectbureau de Cluster Energie Strategie NZKG en het uitvoeringsprogramma Energietransitie NZKG. En vervult het projectbureau het projectleiderschap van de projecten Leefbaarheid en Duurzaamheid in het NZKG, Monitor Ruimte-intensivering en het Gezamenlijk vestigingsbeleid.

Aangesloten partners bij het NZKG zijn onder andere; Provincie Noord-Holland, gemeenten in het NZKG (Amsterdam, Zaanstad, Haarlemmermeer, Velsen, Heemskerk en Beverwijk), Port of Amsterdam, netbeheerders (Tennet, Alliander en Gasunie), Rijksoverheid (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Ministerie van Economische Zaken en Klimaat), energieproducent Vattenfall, Tata Steel en ondernemersvereniging ORAM en Zaanstad Maakstad. • Techport: is een publiek-private samenwerkingsorganisatie tussen bedrijfsleven (o.a. TATA Steel, Crown van Gelder, Damen, Selmers etc.) onderwijsinstellingen (o.a. Nova College, Haprotech, De Bonhoeffer etc.) en overheden (Provincie Noord-Holland en de IJmond gemeenten). Dit doet Techport door inhoudelijk te focussen op de thema’s digitalisering en Smart Industry/Smart Maintenance om zo de industrie schoner en slimmer te maken. Door het versterken van het innovatief vermogen van het bedrijfsleven en door in te zetten op een goede aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt werkt Techport aan de toekomst van de maak- en onderhoudsindustrie. Daarnaast zet Techport in op een gezonde arbeidsmarkt waarbij de focus met name ligt op het aantrekken en behouden van voldoende technisch personeel.

• Greenbiz IJmond: is een vereniging voor en door ondernemers, gericht op het verduurzamen van individuele bedrijven en bedrijventerreinen binnen de IJmond. Greenbiz richt zich hierbij met name

23

•

•

•

op het MKB en zet vooral in op het verduurzamen van de energievoorziening (Greenbiz Energy), het hergebruik van materialen (Greenbiz Circulair) en het opleiden van personeel (Greenbiz Educatie). Arbeidsmarktregio’s en andere arbeidsmarktpartijen: de COROP-regio IJmond maakt deel uit van de arbeidsmarktregio’s Zuid-Kennemerland & IJmond en Noord-Holland. De regio’s zetten in op het aantrekken, opleiden en omscholen van (technisch) personeel, evenals onderwijsinstellingen als het Nova College. Initiatieven zijn o.a. het Leer en Werk Loket, de Pilot Techniek, het ontwikkelfonds voor vakmanschap en het mobiliteitscentrum en de technologiecoalitie (voor een compleet overzicht van de initiatieven zie transitiepad 4). Ondernemersvereniging IJmond (OVIJ): de OVIJ is de ondernemersvereniging van de IJmond. Bij de OVIJ zijn ruim 500 ondernemers uit verschillende sector aangesloten. Vanuit de maakindustrie zijn naast het MKB ook de grotere bedrijven waaronder; TATA Steel, Enci en Crown van Gelder aangesloten. Amsterdam IJmuiden Offshore Ports (AYOP): AYOP is een vereniging bestaande uit bedrijven, regionale overheden en kennis- en onderwijsinstellingen die actief zijn in de offshore olie & gas en (offshore) windenergiesector in het Noordzeekanaalgebied.

AYOP zet zich specifiek in op: het promoten van de regio als vestigingslocatie, kennisuitwisseling, samenwerkingen en het creëren van een netwerk/ecosysteem. AYOP is ook buiten de IJmond actief en werkt daarom op IJmondiale schaal nauw samen met Techport.

24

4 Vier transitiepaden voor JTF IJmond Met het JTF stimuleert de regio IJmond de rechtvaardige transitie naar een duurzame industrie en economie, langs vier parallelle ‘transitiepaden’. Het eerste pad behelst de transitie naar een duurzame staalindustrie in de IJmond, met minder CO2-uitstoot én een schonere leefomgeving. Het tweede pad betreft de verduurzamingsopgave van het Noordzeekanaalgebied als geheel; deze opgave is breder dan de staalindustrie alleen en hier zijn ook al concrete plannen voor op NZKG-schaal. De IJmond kan zich hierbinnen profileren als ‘energy hub’ en technische werkplaats voor het NZKG en de MRA. Er is overlap tussen de eerste twee transitiepaden; we ondersteunen daarom met het JTF projecten die én bijdragen aan de verduurzaming van de staalindustrie én aan de verduurzaming van de overige industrie in de IJmond en het NZKG, zoals investeringen in de waterstofeconomie en elektrificatie. Het derde transitiepad zet in op de verduurzaming van het energie- en materialengebruik in de overige industrie in de IJmond; hier wordt in de regio met initiatieven als Greenbiz en Techport al volop op ingezet. Het vierde en laatste transitiepad is dat naar een toekomstbestendige arbeidsmarkt, door inzet op het aantrekken en behouden van talent, leven lang ontwikkelen & kennistoepassing op de werkvloer.

Onderstaande figuur geeft de vier transitiepaden die centraal staan schematisch weer. We lichten ze hieronder nader toe. Figuur 7: vier centrale transitieplannen waar de IJmond met het JTF op inzet

25

4.1 Transitiepad 1: naar duurzame staalindustrie in IJmond Het transitiepad van Tata Steel richting een duurzame staalindustrie stond lange tijd nog ter discussie. Inmiddels heeft Tata Steel gekozen voor staal maken op waterstof. In de onderstaande figuur is het pad schematisch weergegeven. Figuur 8: Route naar een duurzame staalindustrie zoals beoogd door Tata Steel

De keuze voor reductie met waterstof zorgt voor een snellere overstap van kolen naar waterstof en dringt de overlast voor de omgeving sneller terug dan de andere routes. De cokes- en sinterfabrieken zijn niet langer nodig bij reductie met waterstof, maar een aangepaste versie van de Pelletfabriek wel. Aangezien er geen grote volumes CO2 meer worden afgevangen bij Tata Steel, is de basis voor het CO2opslagproject Athos ook weggevallen. Athos heeft inmiddels kenbaar gemaakt om de ontwikkeling van CO2-afvoer en opslag rond IJmuiden te staken.12 Wél blijft er nog een behoefte aan opslag van 1 Mton CO2 in de IJmond (i.p.v. de 5 Mton die eerder was voorzien). In meer detail zijn er nu de volgende projecten bekend: • De overstap op staalproductie zonder CO2-uitstoot met reductie van ijzererts met waterstof en het smelten van ijzer met elektriciteit in een vlamboogoven. Staalproductie op basis van waterstof past goed binnen de JTF-kaders en zou in aanmerking kunnen komen voor steun als de planvorming uiterlijk 2027 gereed is en de uitvoering uiterlijk in 2029 is afgerond. • De productie van groene waterstof benodigd voor de reductie van ijzererts kan geleverd worden door de elektrolysers van H2ermes (zie 4.2). • Tata Steel heeft diverse plannen om fabrieksonderdelen te elektrificeren.

Er zijn nog meer initiatieven die wel bijdragen aan de transitie van de staalindustrie, maar buiten de kaders van het JTF vallen: • De Roadmap Plus van Tata Steel zet in op het verminderen van de overlast van de Pelletfabriek voor de leefomgeving (geur, geluid, luchtkwaliteit) en bedraagt € 300 mln. t/m 2025. De uitvoering van de Roadmapprojecten ligt bij Tata Steel zelf en valt buiten de kaders van het JTF. Binnen het JTF kunnen echter wel meekoppelkansen gefinancierd worden, dus projecten waarbij vermindering van overlast en CO2-reductie hand in hand gaan. Inzet JTF binnen de transitie naar duurzame staalproductie Allereerst merken we op dat het JTF-transitieplan voor de IJmond niet het kader is waarin besloten wordt over de route naar een duurzame staalproductie en het tempo waarin de route wordt afgelegd. Wel is het JTF bij uitstek geschikt om de transitie naar een duurzame staalindustrie te stimuleren. Aangezien de totale benodigde investeringen het JTF-budget ruimschoots overstijgen, doen we dit gericht. We stellen voor de inzet van het JTF binnen transitiepad 1 de volgende lijn voor, langs de lijnen van innovatiebevordering en de aanleg van technologie en infrastructuur:

12

https://athosccus.nl/nieuws/athos-project-stopt-in-huidige-vorm-na-besluit-tata-steel/

26

•

•

•

Inzet op robuuste maatregelen die in alle paden naar duurzame staalindustrie passen. Hoewel Tata Steel inmiddels een route heeft gekozen, is er nog geen investeringsbeslissing genomen. Daarmee is de fasering en het exacte effect van de plannen nog onzeker. De keuze om staal te maken met waterstof en elektriciteit is echter al wel gemaakt en investeringen in die opties kunnen als robuust gezien worden. Inzet op maatregelen die én verduurzaming staalindustrie én verduurzaming NZKG mogelijk maken. Er zit een grote inhoudelijke overlap tussen de verduurzaming van de staalindustrie in de IJmond, en de verduurzaming van het NZKG als geheel. We investeren daarom bij voorkeur in projecten die én bijdragen aan de verduurzaming van de staalindustrie én aan die verduurzaming van het NZKG als geheel. Zo is het effect voor de regio maximaal. Het zal hierbij veelal gaan om inzet op waterstof en elektriciteit (zie bovenste bullet) maar mogelijk ook op andere technieken. We werken deze lijn in paragraaf 4.2 verder uit. Verbetering van de kwaliteit van leefomgeving: gezien de negatieve impact van de staalproductie op de leefomgeving ondersteunen we bij voorkeur maatregelen die én bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving én passen binnen het transitiepad naar een duurzame staalindustrie.

Een voorbeeld is de geplande overstap op waterstofgedreven productie – mits dit binnen de looptijd van het JTF van de grond komt – maar ook andere maatregelen zijn mogelijk. Het is daarbij niet de insteek om private verplichtingen of plannen die ook zonder het JTF van de grond komen te ondersteunen, maar aanvullende maatregelen die de druk op de leefomgeving ook naast de CO2reductie, kunnen verlichten., Projecten die de druk op de leefomgeving per saldo structureel verhogen passen niet binnen het JTF.

4.2 Transitiepad 2: benutten kansen verduurzaming NZKG t.b.v. diverse en toekomstbestendige economie in de IJmond De verduurzaming van het NZKG als geheel biedt belangrijke kansen voor de IJmond. In de onderstaande figuur zijn de belangrijkste ontwikkelingen weergegeven en hun onderlinge samenhang. In deze paragraaf gaan we verder in op elk van de ontwikkelingen, en op de JTF-inzet daarbinnen. Figuur 9: Schematische weergave verduurzaming NZKG als geheel en staalindustrie daarbinnen

27

•

•

•

•

•

•

Aanlanding van wind op zee biedt kansen voor de elektrificatie van de industrie in de IJmond en het NZKG, bijvoorbeeld voor de gloeiovens van de verzinklijnen en de warmwalsband van Tata Steel. De aanlanding van wind op zee kan deels compenseren voor het sluiten van diverse elektriciteitscentrales in de regio. Daarnaast kan (een deel van) de elektriciteit van wind op zee gebruikt worden voor de productie van groene waterstof. Er is tot 2024 aanlanding van 2,1 GW voorzien. Met het aanwijzen van nieuwe windparken kan dat in de toekomst nog meer worden. Groene waterstof wordt geproduceerd uit hernieuwbaar opgewekte elektriciteit. Het project H2ermes is daar een concreet voorbeeld van met een productiecapaciteit van 100 MW. Waterstof kan op termijn gebruikt worden voor duurzame staalproductie. Daarnaast kan waterstofproductie bijdragen aan de transitie van de rest van de regio door ook in te zetten op aansluiting op de landelijke “waterstofbackbone” (nationale ringleiding) en de aanleg van lokale waterstofinfrastructuur – “Regional Integrated Backbone” (RIB) (zie figuur 9). Daarnaast ondersteunt de productie en distributie van waterstof nieuwe toepassingen, bijvoorbeeld de productie van synthetische brandstoffen (Synkero) of de toepassing van waterstof als brandstof in de industrie, zwaar vervoer of de gebouwde omgeving.

Ook het recent aangekondigde initiatief Advanced Methanol Amsterdam (productie van methanol uit huisvuil in de Haven van Amsterdam) biedt kansen; een te verkennen denklijn is of AMA met extra CO2 en groene waterstof aangeleverd vanuit de IJmond meer methanol kan produceren. CO2-afvangen wordt door diverse partijen in het MRA verkend, waaronder afvalverwerkers AEB en HVC. CO2-hergebruik (CCU of Carbon Capture Usage) biedt kansen voor de regio. CO2 wordt al lokaal hergebruikt in de glastuinbouw. Door koppeling van de afvanginitiatieven en de bestaande OCAPleiding wordt het aanbod voor de tuinbouw vergroot. Hergebruik van CO2 als grondstof voor synthetische brandstof (Synkero in de Haven van Amsterdam) staat ook gepland. Voor deze projecten is nieuwe regionale infrastructuur nodig (zie figuur 10). Het Athos-project is inmiddels van de baan, maar er blijft wel nog een behoefte aan opslag van 1 Mton CO2 in de IJmond. Industriële restwarmte kan gebruikt worden om het voorgenomen warmtenet in de IJmond te voeden vanuit meerdere bronnen. Het warmtenet helpt om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De elektrolysers H2ermes en diverse installaties van Tata Steel worden onderzocht als bronnen voor het warmtenet. Hieruit blijkt dat ook nieuwe warmtebronnen kunnen zorgen voor een blijvende beschikbaarheid van restwarmte als de configuratie van Tata Steel in de toekomst veranderd.

Overige initiatieven rond energieproductie staan niet vermeld in de figuur, maar er zijn diverse projecten. Op dit moment is de IJmond al uitvalsbasis voor het beheer- en onderhoud van de offshore windparken (Averijhaven/Energiehaven), en deze positie kan in de toekomst verder worden uitgebouwd. Op de langere termijn kan de regio IJmond ook een rol hebben in de productie en het onderhoud van drijvende zonneparken. Getijdenenergie wordt onderzocht met de startup Symphony Wave Power.

28

Figuur 10: Mogelijke waterstofontwikkelingen in het Noordzeekanaalgebied tot 2050

Bron: Regioplan Noordzeekanaalgebied Juni 2020. Inzet JTF binnen de verduurzaming van het Noordzeekanaalgebied als geheel Samenvattend zou de IJmond vanwege haar strategische ligging, grote lokale energievraag, sterke energie-infrastructuur en kennisbasis goed kunnen functioneren als “energy hub” voor het NZKG en de bredere MRA en als “slimme werkplaats” voor (duurzame) industrie. In een energy hub komen meerdere energiestromen samen en vindt opslag en conversie naar andere energiedragers plaats. Inzet op een dergelijke rol voor de IJmond sluit goed aan op onder meer de MRA Agenda en Made In IJmond, waar deze ambitie ook in verwoord is. De inzet op IJmond als Energy Hub past binnen het JTF-kader omdat het bijdraagt aan de diversificatie en het toekomstbestendig maken van de regionale economie in de IJmond. Immers leiden de hierboven genoemde ontwikkelen tot nieuwe economische kansen voor de IJmond. De Energy Hub biedt bovendien de juiste randvoorwaarden om verduurzaming van de (staal)industrie in de IJmond mogelijk te maken, én ondersteunt ook de bredere transitie van de industrie in de rest van het NZKG. Concreet kan het JTF door inzet op innovatiebevordering (bv. nieuwe vormen van energieproductie, ontwikkeling en toepassing van synthetische brandstoffen) en op de aanleg van technologie en infrastructuur (bv.

groene waterstofproductie, aansluiting op de landelijke waterstofbackbone, CCU, infrastructuur voor groene energieproductie op zee) de positie van de IJmond als Energy Hub versterken. Een belangrijke voorwaarde hierbij is wel dat de JTF-activiteiten in de IJmond zelf moeten landen en primair daar effect moeten sorteren. Daarnaast zijn ruimtegebruik (beperkte fysieke- en milieukundige ruimte), de druk op de leefomgeving en maatschappelijk draagvlak belangrijke aandachtspunten (zie paragraaf 2.5); projecten die de druk op de leefomgeving structureel vergroten in de IJmond passen niet binnen een rechtvaardige transitie.

29

Figuur 11: Mogelijke toepassingen voor CO2 in het Noordzeekanaalgebied.

Bron: Regioplan Noordzeekanaalgebied Juni 2020.

4.3 Transitiepad 3: Verduurzaming overige industriële bedrijvigheid IJmond Een derde transitiepad betreft het verduurzamen van de overige industriële bedrijvigheid in de IJmond. Binnen de IJmond werken verschillende organisaties aan het verduurzamen van de industrie, waaronder Techport en Greenbiz IJmond. Door verschillende activiteiten ondersteunen zij bedrijven bij het verdere verduurzamen van zowel de productie als de logistieke processen. De Greenbiz en Techport richten zich hierbij op het bedrijfsleven, van MKB tot grootbedrijf (zie ook H. 3). We dragen met het JTF bij aan twee sporen in de verduurzaming van de overige (niet-staal-)industrie in de IJmond: 1. Stimuleren van het verduurzamen van de energievoorziening 2. Stimuleren van circulair gebruik van materialen en restproducten Het JTF kan geen activiteiten financieren die reeds gestart zijn, maar kan wel nieuwe projecten ondersteunen die voortkomen uit bestaande initiatieven of geheel nieuwe projecten. Er ligt in de regio een solide basis van samenwerkingsverbanden om op voor te borduren. De inzet nader toegelicht: Stimuleren van het verduurzamen van de energievoorziening De productie- en logistieke processen van industriële bedrijven in de IJmond (en elders) zijn energieintensief. De IJmond zet JTF-middelen in op verduurzaming van deze processen, via de volgende lijnen: 30

•

•

•

•

B-2-B-uitwisseling van groene energie. Een voorbeeld is Greenbiz Energy: een samenwerkingsplatform vanuit de Greenbiz IJmond met als doel de lokale energievraag te matchen met lokaal aanbod van groene energie. Via het platform kunnen ondernemers binnen de IJmond energie aan elkaar verkopen. Hierdoor wordt het elektriciteitsnet op piekmomenten ontzien en kunnen ondernemers tegen lagere prijzen lokaal stroom inkopen. JTF-middelen kunnen bijvoorbeeld ingezet worden op de verdere uitbouw van een dergelijk platform, op de aansluiting van andere energieprojecten op het platform of op nieuwe, soortgelijke platforms. Smart maintenance & manufacturing. Door onderhoudsprocessen slimmer in te richten en optimaal gebruik te maken van digitalisering, kunnen bedrijven bijdragen aan het reduceren van het energie- en materialengebruik in de industrie. Met het Techport Innovation Centre (TPIC) wil Techport innovaties ondersteunen die een bijdrage leveren aan de digitalisering van de maak- en onderhoudsindustrie en (daarmee) het reduceren van energieverbruik. Daarnaast werkt Techport momenteel de plannen uit voor het opzetten van fieldlabs/proefopstellingen gericht op ‘smart’ energiebesparing. Dergelijke initiatieven kunnen vanuit het JTF worden ondersteund. Digitale werkplaats voor MKB.

Om het MKB verder te ondersteunen bij het verduurzamen en te faciliteren met de energietransitie overweegt Techport het opzetten van een digitale werkplaats. Binnen deze digitale werkplaats kunnen MKB-bedrijven aan de hand van data het energieverbruik inzichtelijk maken en daarmee energiebesparing nastreven. Binnen de digitale werkplaats kan een expertisecentrum worden ingericht waar bedrijven verdere ondersteuning met betrekking tot energiebesparing kunnen aanvragen. Relevant in deze context is dat er momenteel in Haarlem, onder de noemer Cupola XS, in de voormalige Koepelgevangis een fysieke locatie ingericht wordt, waar MKB-ondernemers digitale toepassingen verder kunnen ontwikkelen. Cupola XS biedt daarmee ook kansen voor ondernemers vanuit de IJmond om de MKB-bedrijven verder te digitaliseren. Energiebesparing en elektrificatie kunnen al op de korte termijn bijdragen aan CO2-reductie. Papierfabrikant Crown van Gelder heeft plannen om een elektroboiler te installeren. Ook diverse nabewerkingsstappen van Tata Steel en het drogen van cement bij ENCI zouden geëlektrificeerd kunnen worden.

Naast het MKB en kennispartijen kunnen ook energiecoöperaties een rol spelen in de verduurzaming van de energievoorziening.

Stimuleren van circulair gebruik van materialen en restproducten Naast het energiegebruik heeft ook het materiaalgebruik van de industrie een grote milieu-impact. JTFmiddelen kunnen daarom circulair materiaalgebruik in de IJmond stimuleren: • Hergebruik warmte: De mogelijke ontwikkeling van een warmtenet kan de overige industriële bedrijvigheid verder verduurzamen. Afhankelijk van het type bedrijf kunnen de overige industriële bedrijven aangesloten worden op het warmtenet als leverancier of afnemer van restwarmte. Daarnaast biedt het warmtenet ook kansen om nabijgelegen woonwijken en andere bedrijventerreinen van warmte te voorzien. Een dergelijke ontwikkeling leent zich meer voor pijler 3 van het JTM dan voor ondersteuning uit het JTF. • Greenbiz Circulair is een initiatief vanuit de Greenbiz IJmond en onderdeel van het Interreg project “Upcycle Your Waste”, gericht op benutten van afvalstromen als grondstoffen. Momenteel kunnen MKB-bedrijven een afvalscan aanvragen; een volgende stap is het daadwerkelijk benutten van deze reststromen in de bestaande industriële processen. JTF-middelen kunnen het opschalen van initiatieven die voortkomen uit Greenbiz Circulair (of andere circulaire initiatieven) bevorderen.

4.4 Transitiepad 4: rechtvaardige transitie naar een toekomstbestendige arbeidsmarkt Bijdrage transitiepaden 1, 2, en 3 aan een rechtvaardige transitie voor de IJmond

31

We zetten met het gehele JTF-transitieplan in op een rechtvaardige transitie. In eerste instantie doen we dit door bij te dragen aan een schonere industrie (transitiepad 1 en 3) en daarmee een schonere leefomgeving. Dit draagt bovendien bij aan het maatschappelijk draagvlak (‘license to operate’) voor de industrie. Ten tweede zetten we in op de diversificatie van de IJmondiale economie: náást het behoud van banen in de staalindustrie willen we ook de nieuwe economische kansen benutten die uit de transitie naar een groene economie (in het NZKG als geheel) gepaard gaan. Daarbinnen is de IJmond goed geëquipeerd om zich te positioneren als “Energy Hub” (transitiepad 2). Ook activiteiten als de aanleg en uitbreiding van een warmtenet (te ondersteunen via de derde pijler van het JTM) kan bijdragen aan een rechtvaardige transitie. Inzet op om- en bijscholing voor een rechtvaardige en toekomstbestendige arbeidsmarkt Door de verduurzaming van de industrie in de IJmond verandert ook de vraag naar arbeid. Trends als digitalisering en elektrificatie van de maak- en onderhoudsindustrie vragen om nieuwe (technische)skills van het bestaande en nieuwe personeel. We constateren dat niet iedereen kan meekomen met deze ontwikkelingen, en we willen voorkomen dat er doelgroepen achterblijven.

Bovendien is de arbeidsmarkt vooral voor technische beroepen nu al krap, en neemt deze krapte als gevolg van de energietransitie toe. Dit vraagt om gericht beleid om talent voor de regio aan te trekken en te behouden. Samenvattend zetten we daarom met het JTF in op drie lijnen binnen het thema arbeidsmarkt: 1. Aantrekken en behouden van talent: om te kunnen voorzien in de (toekomstige) behoefte op de arbeidsmarkt is het van belang nieuw personeel aan te trekken voor de industrie in de IJmond en bestaand personeel te behouden. Hierbij is het van belang om met een brede blik te kijken naar wat nodig is om werkenden te behouden en aan te trekken. 2. Leven lang leren en ontwikkelen: door digitalisering en andere IT-toepassingen in de maak- en onderhoudsindustrie (Smart Maintenance/Industry 4.0) veranderen de benodigde vaardigheden van het personeel. In samenwerking met onderwijsinstellingen én bedrijven moet daarom ingezet worden op bijscholing en het leven lang leren en ontwikkelen van technisch personeel in de industrie. 3. Kennistoepassing: om kennis vanuit innovatieprojecten te laten landen in de arbeidsmarkt is het van belang in te zetten op kennistoepassing, dit kan bv. door skills labs en proefopstellingen. Deze lijn draagt ook bij aan transitiepad C.

Binnen transitiepad 4 hebben de arbeidsmarktregio’s een centrale rol in de uitvoering (ZuidKennemerland IJmond en Noord-Holland Noord). Zij kunnen daarbij samen optrekken met partners vanuit het provinciale manifest Werken & Ontwikkelen 2030. Daarnaast kunnen partijen die lokaal actief zijn in de IJmond waaronder; de onderwijsinstellingen (o.a. Nova College), de vakbonden (FNV), sectorpartijen (Metaalunie) en Techport ook betrokken worden. Onderstaande tabel geeft een overzicht van bestaande en geplande initiatieven, onderverdeeld naar de drie sporen, waar het JTF op kan voortborduren.

32

Tabel 3: overzicht van bestaande en nieuwe arbeidsmarkt initiatieven in de IJmond Aantrekken en behouden van Leven lang leren en ontwikkelen Kennistoepassing talent Tata Steel Academy

Techport Innovation Centre

Techport Skillslab

Techport Digitale werkplaats

Duurzame Inzetbaarheid (FNV)

Cupola XS

Servicepunt Techniek NH (TC) IJmond Werkt!

Leer Werk Loket (ZKIJ)

Greenbiz Educatie

Bijscholingscurriculum (ZKIJ)

Pilot Techniek (ZKIJ)

Ontwikkelfonds (RPA NHN)

Havenspot (HBA)

House of Skills Regionale Mobiliteitsteams

TC = Technologie-coalitie HBA = Havenbedrijf Amsterdam ZKIJ = Arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland IJmond RPA NHN = Arbeidsmarktregio Noord-Holland Noord.

4.5 Steun aan type activiteiten: infrastructuur, innovatie en om- en bijscholing De Europese JTF-verordening biedt de mogelijkheid om in te zetten om 15 verschillende activiteiten. Om de vier geschetste transitiepaden te faciliteren en te versnellen, zet de IJmond in op drie activiteiten: Voor transitiepaden 1, 2 en 3 gaat het om de volgende activiteiten: 1. Investeringen in onderzoek en innovatie, onder meer door universiteiten en openbare onderzoeksorganisaties, en ter bevordering van de overdracht van geavanceerde technologieën; 2. Investeringen in het gebruik van technologie, alsook in systemen en infrastructuur voor betaalbare schone energie, met inbegrip van technologieën voor energieopslag, en ter vermindering van broeikasgasemissies; Voor transitiepad 4 gaat het om de volgende activiteit: 3. Bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden; Een nadere toelichting per type activiteit: • Innovatie: – Mogelijke inhoudelijke thema’s voor innovatiebevordering binnen de eerste drie transitiepaden zijn o.a. nieuwe waterstoftoepassingen (bv. productie van synthetische brandstoffen), innovaties ter verduurzaming van de staalindustrie, innovaties op het gebied van duurzame energiewinning (bv. getijdenenergie) of innovaties op het gebied van smart maintenance & manufacturing.

– Het ligt voor de hand projecten te ondersteunen met een TRL (Technological Readiness Level) van 6 t/m 9. Het gaat dan in de (staal)industrie om het stadium voorbij prototyping/praktijktest, richting demonstration tot de fase van een proefinstallatie (de schaal van een proeffabriek is al snel te groot). Immers is het beeld dat innovaties op bovengenoemde thema’s het experimentele stadium zijn ontstegen, en dat de IJmond en het bredere Noordzeekanaalgebied beschikt over partijen – grootbedrijf, MKB, en anderen – die de schaalgrootte en slagkracht hebben om innovaties een stap verder te brengen. Hierbij lopen partijen echter ook tegen de nodige technologische en niet-technologische onzekerheden aan; investeren in de opschaling van innovatie is dus vaak risicovol. Inzet van JTF-gelden als subsidie voor innovatieprojecten in hogere ‘TRL’s’ kan opschaling bevorderen. 33

•

•

–

De inzet is om innovatieprojecten in een ecosysteemaanpak uit te voeren; zie H. 4.6. Infrastructuur & technologie: – De inhoudelijke focus voor aanleg van infrastructuur en technologie ligt, in lijn met transitiepaden 1 en 2, primair op: aanlanding en omzetting van windenergie, elektrificatie van de industrie en bijbehorende energie-infrastructuur en groene waterstofproductie. Daarnaast is er ook behoefte aan infrastructurele investeringen op het gebied van CO2-afvang, transport en hergebruik. Binnen de derde pijler van het JTM is ook het opzetten van een industrieel warmtenet denkbaar, voor uitwisseling van warmte tussen bedrijven onderling of met de gebouwde omgeving. Ook is de ontwikkeling van een regionale waterstofbackbone goed denkbaar als inzet onder pijler drie. – Voorwaarden aan infrastructuurprojecten in het JTF. Er zijn al met al forse investeringen nodig in de IJmond en het NZKG op het gebied van elektrificatie, waterstof, CO2, warmte en meer. Er ligt dan ook een forse publieke én private financieringsopgave. Het JTF is hierbinnen een welkome doch bescheiden financieringsbron om in de komende jaren. Wel is het van belang het JTF daarbinnen gericht in te zetten; niet alle infra-projecten lenen zich immers voor het JTF.

Er moet in ieder geval sprake zijn van: o Projecten die op korte termijn van start gaan (uitvoering t/m 2026 of t/m 2029) o Projecten die qua budgetomvang binnen het JTF passen. Gezien de hoge kosten voor de aanleg van technologie en infrastructuur, afgezet tegen het JTF-budget, zal het vooral gaan om relatief kleinschalige infrastructuur. Waterstofinfrastructuur leent zich naar verwachting eerder voor ondersteuning binnen het JTF dan CCS-infra, gezien de hoge kosten van laatstgenoemde. Bovendien is waterstofinfrastructuur in transitiepad 1 én 2 een “no-regretmaatregel”, die in alle scenario’s deel uitmaakt van het beoogde eindbeeld. En gezien de budgettaire beperkingen is het logischer te investeren in ontbrekende schakels binnen de IJmond en aantakking op nationale netwerken, dan op grote nationale verbindingen. Tot slot gaat de uitbouw of opschaling van het nationale elektriciteitsnet de schaal van het JTF ver te boven. o Investeringen die zonder publieke ondersteuning niet financieel haalbaar zijn (ook niet met terugbetaling op termijn); dit zal moeten worden aangetoond. o Investeringen met een ‘hefboomwerking’: ontbrekende ‘puzzelstukken’ in (de financiering van) een duurzame en toekomstbestendige infrastructuur, die een impuls kunnen geven aan de opschaling en toepassing van duurzame technologieën.

o Open access: om infra-projecten ook staatsteuntechnisch te kunnen verantwoorden, moet het gaan om voorzieningen die voor alle marktpartijen (evt. tegen betaling) toegankelijk zijn. Om- en bijscholing:

– Er is ruimte voor arbeidsmarktprojecten (transitiepad 4), gericht op het aantrekken en behouden van (jong) talent, op een leven lang leren en ontwikkelen van human capital, en op kennistoepassing door mensen in de praktijk. Er is daarbij nadrukkelijk ruimte voor projecten die bv. werklozen of mensen met afstand tot de arbeidsmarkt begeleiden naar werk in de techniek of industrie, en voor projecten die inzetten op begeleiding van ‘werk naar werk’. Het is van belang de JTF-inzet aanvullend te laten zijn op regulier arbeidsmarktbeleid en inzet vanuit werkgeversen werknemersorganisaties – zoals de Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen - en hier de koppeling mee te leggen. – Uitgangspunt voor de regio is dat de inhoudelijke financiële behoefte leidend is bij de uitvoering van het JTF. Dat houdt in: zoveel middelen voor om- en bijscholing als nodig, maar geen vooraf bepaalde en van bovenaf opgelegde quota voor de inzet van middelen voor om- en bijscholing.

34

4.6 Steun aan verschillende doelgroepen: grootbedrijf, MKB, en andere partners in een ecosysteemaanpak Doelgroepen JTF IJmond op een rij In de IJmond zijn vele verschillende typen organisaties en bedrijven gevestigd of actief. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de aanwezige stakeholders naar organisatietype. De primaire doelgroep bestaat uit het grootbedrijf en MKB, maar projecten waarin (ook) kennis- en onderwijsinstellingen, overheden of samenwerkingsverbanden deelnemen zijn zeker ook mogelijk. Tabel 4: stakeholders naar organisatietype in de IJmond. Type Stakeholders Grootbedrijf IJmond/NZKG

Tata Steel, Liander, Vattenfall, Engie, overig grootbedrijf NZKG

MKB/overige bedrijven IJmond/NZKG

MKB incl. start- en scale-ups in IJmond en NZKG. O.a., ENCI, Crown van Gelder, Linde Gas Benelux

Kennis- en onderwijsinstellingen, arbeidsmarktpartijen

House of Skills, IJmond Werkt/werkbedrijf, Technologiecoalitie, Techport, Nova College, TNO, InHolland, FNV, Metaalunie en Metaalunie Jong Management (MJM), werknemers en jongeren/jong talent.

Overheden

Rijk (EZK, SZW), Omgevingsdienst IJmond, Provincie Noord-Holland, gemeenten (Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Uitgeest, Velsen), Projectbureau NZKG, arbeidsmarktregio’s ZKIJ/RPA, Port of Amsterdam, Zeehaven IJmuiden

Samenwerkingsverbanden / koepels

Techport, Greenbiz IJmond, OV IJmond, AYOP, VNO-NCW West, MKB Nederland

Inwoners/samenleving

Zowel individuele inwoners van de IJmondgemeenten, als inwoners in georganiseerd verband waaronder energiecoöperaties of lokale belangengroepen of maatschappelijke organisaties.

Ecosysteemaanpak: samenwerking in triple helix, voortbouwend op bestaande structuren Het JTF is niet bedoeld om de individuele ambities van (private) partijen te ondersteunen, maar om de transitie van het gehele ‘ecosysteem’ van bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheden in de IJmond mogelijk te maken. Om dit te bereiken, kiezen we voor een ecosysteemaanpak: we ondersteunen projecten die uitgaan van samenwerking in de triple helix, tussen grootbedrijf, MKB, overheden, en kennis-, onderwijs- en arbeidsmarktpartijen. We bouwen daarbij voort op de vele activiteiten en bestaande samenwerkingsverbanden binnen de IJmond en het NZKG. Bestaande samenwerkingsverbanden hebben het netwerk dat nodig is om transities te versnellen en hebben toegang tot een bredere achterban van bedrijven en andere partijen. Ook gezien de (beperkte) doorlooptijd van het JTF is het raadzaam goed aan te sluiten op bestaande initiatieven. Zowel partijen binnen de IJmond als binnen het grotere Noordzeekanaalgebied en omgeving vallen binnen de scope. Ontwikkelingen zoals de waterstofinfrastructuur, elektrificatie, CO2-afvang, transport en benutting, en een warmtenet overstijgen immers de grenzen van de COROP-regio IJmond. Het is daarom van belang ook samen te werken met partners in de bredere regio. Daarnaast is deze regionale context ook van belang voor de arbeidsmarkt.

Om lokaal de krapte op de arbeidsmarkt te verlichten en in te zetten op ‘leven lang leren’ is ook samenwerking over regiogrenzen nodig. Randvoorwaarde is wel dat de effecten van JTF-ondersteunde activiteiten altijd direct in de IJmond landen. 35

5 Financiële kaders & strategie 5.1 Kaders JTF/JTM Het JTF is de eerste pijler van het Just Transition Mechanism (JTM) dat de Europese Commissie heeft opgezet in het kader van de Green Deal. Figuur 12: De drie pijlers van het Just transtion Mechanism

Dit transitieplan is met name gericht op de eerste pijler, het JTF, maar kijkt ook naar de mogelijkheden in de twee andere pijlers voor de IJmond. Financiële kaders JTF Op Europees niveau is er binnen het JTF € 17,5 mrd beschikbaar. Die € 17,5 mrd is opgebouwd uit twee begrotingscomponenten: € 7,5 mrd (43%) komt uit de reguliere meerjarenbegroting van de EU (het MFK) en € 10 mrd (57%) komt uit de extra middelen die in het kader van coronaherstel zijn overeengekomen onder de noemer Next Generation EU (NG). De begrotingstechnische herkomst van de middelen is relevant, omdat er aan de NG-middelen een specifieke looptijd is gekoppeld. De NGmiddelen moeten uiterlijk ultimo 2023 zijn vastgelegd uiterlijk in 2026 zijn besteed (‘n+3’). De reguliere MFK-middelen moeten zijn vastgelegd in 2027 en zijn besteed in 2029 (‘n+2’). Nederland komt in aanmerking voor € 622,5 mln uit het JTF (in lopende prijzen). Het Rijk heeft voorgesteld dat hiervan € 58,5 mln is bestemd voor IJmond. Het JTF kan worden ingezet in de vorm van subsidie, maar ook als financieel instrument. Dat laatste is de EC-verzamelnaam voor leningen, garanties en/of kapitaaldeelname (risicokapitaal voor bedrijven). Het JTF financiert maximaal 50% van de in aanmerking komende kosten op programmaniveau.

Voor individuele projecten kan dat lager of hoger dan die 50% zijn, met de kanttekening dat altijd rekening moet worden gehouden met de staatssteunregels. Er is dus naast de JTF-middelen altijd cofinanciering nodig uit publiek en/of private middelen. Verwacht wordt dat het Rijk een bescheiden bijdrage aan deze cofinanciering zal leveren. Het merendeel van de cofinanciering zal moeten komen van bedrijven, regionale en lokale overheden, onderwijsinstellingen, en overige regiopartners.

36

Naast subsidie kan het JTF ook worden ingezet als zogeheten ‘financieel instrument’. Het geld kan dan revolving worden ingezet in de vorm van leningen of garanties of in de vorm van kapitaaldeelname in een bedrijf (risicokapitaal). Ook kan worden gedacht aan het inzetten van Social Impact Bonds, waarbij de ondernemer financiering pas krijgt uitgekeerd bij het behalen van een vooraf bepaald maatschappelijk rendement. De inzet als financieel instrument vergt een specifieke voorbereiding, waaronder een onderzoek naar het functioneren van de kapitaalmarkt. Uit een dergelijk onderzoek moet dan de meerwaarde blijken van de inzet van het JTF langs die Voor de uitvoering van het programma mag maximaal 3,25% van de middelen worden aangewend in de vorm van Technische Bijstand (TB), ten laste van de € 58,5 mln. Op programmaniveau moet er sprake zijn van 50% cofinanciering; de TB, die als zogeheten flat rate in de uiteindelijke financiële tabel wordt verwerkt, hoeft niet afzonderlijk te worden gecofinancierd, maar het is dan wel de vraag of er voldoende TB-middelen beschikbaar zijn. Cofinanciering vanuit de regio De rol van gemeenten is op het gebied van de cofinanciering voor het programma (zowel voor projecten als voor Technische Bijstand) nog niet concreet ingevuld, en zal de komende maanden vorm moeten krijgen vanuit de overleggen met de regio en het Rijk.

Inzet voor de gemeenten zou kunnen zijn alleen projecten te co-financieren op de thema’s waar het bedrijfsleven, de regio en de provincie niet voldoende middelen voor kunnen vrijmaken vanuit bestaande budgetten. Projecten op het gebied van de arbeidsmarkt en in mindere mate op het gebied van infrastructuur die geen directe koppeling hebben met het bedrijfsleven, lenen zich hier mogelijk voor. Volgend op het gesprek tussen Rijk en Regio dienen ook nadere afspraken binnen de regio – tussen gemeenten, provincie, de ODIJ en andere publieke partners – gemaakt te worden. Tweede en derde pijler JTM De tweede en derde pijler van het JTM bestaan uit leningen (2e en 3e pijler) en een beperkte subsidie (3e pijler). De tweede pijler is gericht op bedrijven. De derde pijler gericht op overheden. Voor beide pijlers geldt dat het om leningen gaat ten behoeve van investeringen die weliswaar op termijn uit kunnen, maar in de markt (nog) lastig zijn te financieren. Ook moet het gaan om investeringen die passen binnen de reikwijdte van het JTM/JTF, dus gericht moeten zijn op energietransitie en CO2-reductie. In pijler 2 kan het bijvoorbeeld gaan over pijpleidinginfrastructuur die in beginsel commercieel kan worden uitgebaat maar waarvan de financieringsrisico’s door bedrijven nog te hoog worden bevonden.

Voor pijler 3 gaat het dan bijvoorbeeld om de financiering van een warmtenet en of waterstofinfrastructuur. In het TJTP moet concrete belangstelling voor de andere pijlers zijn opgenomen, als eerste stap naar verdere concretisering. In paragraaf 5.2 Vanwege de beschikbaarheid van leningen in deze andere JTM-pijlers, ligt het voor de hand om de JTFmiddelen (pijler 1) niet in de vorm van leningen in te zetten. Als wordt overwogen om JTF in te zetten als financieel instrument, dan is het logisch om dat te doen in de vorm van risicokapitaal voor ‘groene’ scale-ups.

5.2 Financiële inzet JTF IJmond Met de kaders uit de voorafgaande paragraaf in het achterhoofd en de hoofdlijnen van de vier transitiepaden uit hoofdstuk 4 wordt hier de financiële strategie voor de inzet van het JTF in IJmond uitgewerkt: 1. Zet het JTF gericht in ten behoeve van de rechtvaardige transitie naar een duurzame en schone industrie in de IJmond, binnen de 4 transitiepaden. Verduurzaming van de industrie (staalindustrie, overige industrie) staat centraal in de aanpak. Daarbij is oog voor de kansen in de IJmond in de 37

aansluiting op ontwikkelingen elders in het NZKG en voor de kansen en knelpunten op de arbeidsmarkt om de transities mogelijk te maken en de gevolgen ervan op te vangen. 2. Breng focus aan en investeer gericht in innovatie, infrastructuur en om- en bijscholing. Binnen de vier transities zet de IJmond in onderzoek en innovatie (met name gericht op de hogere TRLniveaus), investeringen in het gebruik van technologie en systemen en infrastructuur en op om- en bijscholing van werknemers en werkzoekenden. Hiermee wordt focus aangebracht ten opzichte van de JTF-verordening, die op Europese schaal een groter aantal mogelijke activiteiten benoemt. De inzet van IJmond sluit daarmee tevens aan op het aanbevelingen van de EC. 3. Stel de opgaven centraal bij de verdeling van JTF-middelen over type activiteiten. Zorg dat de verdeling van financiële middelen over ‘innovatie’, ‘infrastructuur’ en ‘om- en bijscholing’ voortkomt uit een inhoudelijke analyse van de opgaven. Naar de aard van de activiteiten zijn projecten in de sfeer van (groene) infrastructuur financieel vaak omvangrijker dan innovatie- of arbeidsmarktprojecten. IJmond laat de opgaven leidend zijn en past de verdeling van middelen hierop aan. 4. Zet het JTF complementair in aan andere (publieke) financieringsmogelijkheden.

De benodigde investeringen voor de energietransitie en verduurzaming van de industrie zijn vele malen groter dan dat de JTF-polsstok reikt. Daarom hanteert IJmond de volgende onderscheidende karakteristieken voor de inzet van het JTF:

– Geografische focus: het JTF is gericht op het COROP-gebied IJmond. Dat impliceert dat voor –

–

– –

projecten waarvan de baten vooral elders in het NZKG neerslaan er eerder naar andere mogelijkheden dan het JTF zal worden gekeken. Thematiek: het JTF is gericht op rechtvaardige transitie naar een duurzame en circulaire economie met de omschakeling van de (staal- en andere) industrie als centrale ambitie in de IJmond. De inzet op de thema’s innovatie, infrastructuur en om- en bijscholing zorgt voor gerichte inzet. Schaal: de geografische en thematische concentratie leidt waarschijnlijk tot een gemiddelde projectomvang met een EU-bijdrage in de ordegrootte van € 1-10 mln., met een ondergrens van €250.000 voor arbeidsmarktprojecten en van €500.000 voor overige projecten. De verschillende ondergrenzen volgen uit de verwachting dat arbeidsmarktprojecten gemiddeld minder groot in financiële omvang zijn dan innovatie- of infraprojecten. Advies blijft evenwel te sturen op grotere projecten (vanaf 1 mln.), met het oog op efficiënte en impactvolle uitvoering. Voor infrastructurele projecten kan die omvang groter zijn (mits er sprake is van een aantoonbare onrendabele top). Arbeidsmarktprojecten kunnen ook van bescheidener omvang zijn. Tijdshorizon: vooral de NG-middelen moeten op korte termijn worden weggezet (zie ook 5.1).

Gebruik JTF als ‘kickstarter’ en zorg voor afstemming met Groeifonds en RRF: Er zijn naast het JTF nog vele andere financieringsbronnen voor de energietransitie en vergroening, soms ook van een grote(re) omvang, zoals het RRF (Recovery and Resilience Fund), het nationale Groeifonds en het nieuwe Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Het JTF – en zeker het NG-deel – kan ontwikkelingen in de komende 2 tot 5 jaar in gang zetten, die daarna met andere middelen verder worden gebracht. Met de inzet van JTF-middelen wordt mede de basis gelegd onder het uitlokken van veel grotere investeringen door het bedrijfsleven. Er wordt, met andere woorden, een vliegwiel op gang gebracht. Het is daarom ook van belang om binnen IJmond en het NZKG goed af te stemmen wat met het JTF kan worden gefinancierd en voor welke (grotere) opgaven naar het Groeifonds, het RRF of het MIEK wordt gekeken.

5. Toewijzing van middelen mag niet leiden tot toename milieudruk. Een rechtvaardige transitie in de IJmond impliceert tevens dat de milieudruk op de omgeving niet mag toenemen op middellange en lange termijn en bij voorkeur afneemt. Bij het toewijzen van middelen wordt dit een belangrijk criterium. 38

5.3 Praktische uitwerking financiële strategie JTF en inzet binnen andere pijlers JTM Mede met het oog op het aanjaagkarakter van het JTF en de beschikbaarheid van leningen in de pijlers 2 en 3 van het JTM kiest de IJmond ervoor de JTF-middelen voornamelijk in de vorm van subsidie uit te keren. De mogelijkheid wordt opengehouden om in samenspraak met de nieuwe ROM in Noord-Holland te kijken naar het beschikbaar stellen van risicokapitaal voor groene scale-ups in lijn met de doelen van het JTF. Middelen daarvoor moeten dan in een apart (sub)fonds worden ondergebracht en het beheer van dat fonds zou dan bij de ROM kunnen worden ondergebracht. Er is in de IJmond concrete interesse in het gebruiken van pijler 3 van het JTM. Dit kan binnen de IJmond worden ingezet op ten minste twee concrete ideeën (en mogelijk ook nog op aanvullende ideeën) die mogelijk een businesscase hebben die voor medefinanciering vanuit de derde JTM-pijler in aanmerking kunnen komen: • Er wordt gewerkt aan de totstandkoming van verschillende warmtenetten in de IJmond. • Daarnaast wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van een regionale waterstofbackbone en een mogelijke waterstofproductiefabriek.

Momenteel wordt er onderzocht of er voor deze projectideeën in samenspraak één gezamenlijk JTMprojectvoorstel kan worden geformuleerd, om met het Rijk te delen zodat dit in het nationale JTF-plan (TJTP) kan worden opgenomen. De regio IJmond is vervolgens voornemens die businesscase(s) verder uit te werken en wil in samenspraak met initiatiefnemers voor de projecten (tezamen) en het Ministerie van EZK en de EIB de kansen voor het benutten van pijler-3 middelen (lening en een deel subsidie) concretiseren. Mogelijk is er bij het bedrijfsleven ook sprake van belangstelling voor pijler 2. Dat moet nog nader worden verkend en zal – als daar inderdaad sprake van is - in het nationale TJTP worden opgenomen.

39

6 Vervolgproces tot aan uitvoering JTF en randvoorwaarden bij selectie JTF-projecten 6.1 Vervolgproces tot aan uitvoering JTF Op dit moment zetten bedrijven, overheden en kennis- en onderwijsinstellingen in de regio IJmond en in het bredere Noordzeekanaalgebied volop in op de uitwerking, concretisering en uitvoering van de verduurzamingsplannen. Dit gebeurt op de schaal van het Noordzeekanaalgebied (activiteiten van het projectbureau, het Regioplan en de CES NZKG en de projecten die daaruit volgen), van de IJmond (met o.a. het economisch gebiedsprogramma Made in IJmond en de Techport Meerjarenagenda) en lokaal. De verduurzaming van de industrie en de economie in de IJmond en het bredere Noordzeekanaalgebied is dus echt ‘work in progress’. Het opstellen van voorliggend JTF-transitieplan en – daaropvolgend – het formuleren en uitvoeren van een JTF-programma is één van de vele stappen die – parallel en achter elkaar – gezet moeten worden. Binnen de context van het JTF moet het voorliggende transitieplan van de IJmond eveneens worden gezien worden als ‘work in progress’ en een tussenstap. Het transitieplan zelf is afgerond; conceptversies zijn stakeholders, de ambtelijke begeleidingsgroep en bestuurders besproken, en opmerkingen die daaruit voortkwamen zijn verwerkt.

Ook hebben stakeholders kansrijke eerste projectideeën gedeeld; de resultaten van deze projectinventarisatie zijn opgenomen in het stuk. Evengoed zijn er nog de nodige vervolgstappen te zetten. Het JTF-Transitieplan IJmond – en conceptversies die daaraan voorafgaan – dienen als inhoudelijke onderbouwing en uitwerking van de inzet van het JTF in de IJmond. Om deze inzet concreet te maken, werkt de regio de komende maanden aan het opstellen van een IJmondiaal regiohoofdstuk binnen het nationale Territorial Just Transition Plan. Daarnaast moet er ook een operationeel programma voor het JTF worden opgesteld. Op welk schaalniveau dit gebeurt en hoe de precieze governance van het JTF wordt ingevuld is op dit moment nog onderwerp van het gesprek tussen het Rijk (ministeries van EZK en SZW) en de JTF-regio’s. Na de programmering volgt een fase van het uitwerken van projectaanvragen (door initiatiefnemers), het beoordelen en selecteren van projecten, en de uitvoering en monitoring van projecten.

6.2 Aanzet tot randvoorwaarden / selectiecriteria voor JTF-projecten in de IJmond We formuleren aan de voorkant enkele randvoorwaarden, waar JTF-projecten in de IJmond in elk geval aan moeten voldoen om in aanmerking te komen voor financiële steun. Het is aan initiatiefnemers zelf om, tijdens de uitvoering van het JTF, vooraf te voorzien in deze voorwaarden. Deze voorwaarden zijn – in het JTF-programmeringsproces – verder uit te werken tot subsidie- of selectiecriteria. Voor de onderbouwing van deze criteria verwijzen we naar de voorgaande hoofdstukken. 1. Ruimtelijke inpassing aan de voorkant regelen: Zoals in hoofdstuk 1 al aangegeven, is de ruimtelijke inpasbaarheid van initiatieven een belangrijk aandachtspunt in de hoogstedelijke regio IJmond. We vragen initiatiefnemers vooraf helder te maken hoe een zorgvuldige ruimtelijke en planologische afweging doorlopen is. Randvoorwaarde is bovendien dat de ruimtelijke inpassing aan de voorkant – dus voor het aanvragen van projecten – geregeld is door initiatiefnemers. 2. Timing: projecten moeten uitvoeringsgereed zijn en binnen looptijd JTF af te ronden (t/m 2026 en 2029) zijn: Gezien de beperkte doorlooptijd van het JTF is het van belang dat projecten in beginsel ‘uitvoeringsgereed’ zijn; er moet concreet zicht zijn op succesvolle uitvoering en afronding binnen de looptijd van het JTF (t/m 2026 en t/m 2029).

Projecten met grote risico’s op vertraging of afstel lenen zich niet goed voor ondersteuning vanuit het JTF. 40

3. Positieve bijdrage aan leefkwaliteit en leefomgeving: Een belangrijke randvoorwaarde is dat projecten in transitiepad 1 (verduurzaming staalindustrie) een positieve uitwerking hebben op de kwaliteit op de leefomgeving, en nu of op termijn de druk op de leefomgeving vanuit de industrie kunnen verminderen. Projecten die de druk op de leefomgeving structureel vergroten passen niet binnen de scope van het JTF. 4. Robuuste bijdrage aan verduurzaming industrie IJmond én Noordzeekanaalgebied op langere termijn: Gezien de onzekerheden in de route naar een duurzame staalindustrie in de IJmond en de verdere industrie in het Noordzeekanaalgebied, gaan we voor projecten die een ‘robuuste bijdrage’ leveren op zowel het niveau van de IJmond als het NZKG. Daarmee bedoelen we: geen oplossingen die tijdelijk zijn of een hoog risico op verzonken kosten hebben, maar oplossingen die in alle scenario’s passen binnen het langetermijnbeeld van een duurzame industrie. Het gaat dan primair om de inzet op elektrificatie en op een waterstofeconomie, maar mogelijk ook om houdbare toepassingen voor CO2-hergebruik of warmte-uitwisseling. 5. Ecosysteem-aanpak: De inzet is om innovatieprojecten in een ecosysteemaanpak uit te voeren: géén losse projecten door één enkele initiatiefnemer, maar samenwerkingen tussen grootbedrijf, MKB en kennis- en onderwijspartijen.

Randvoorwaarde is dat initiatiefnemers onderbouwen hoe projecten de transitie van de regio IJmond als geheel ondersteunen; de impact van projecten moet dus breder zijn dan enkel de directe impact op initiatiefnemer. 6. Innovatieprojecten: projecten moeten zorgen voor de demonstratie en opschaling van innovaties die passen binnen de weg naar een duurzame industrie en economie. Indicatief zetten we in op projecten met een TRL van 6 t/m 9. Zie paragraaf 4.5 voor nadere toelichting. 7. Infrastructuurprojecten: projecten moeten qua termijn en budget passen binnen de JTF-scope, er moet sprake zijn van (de mogelijkheid tot) open access, een ‘hefboomwerking’ en van een aantoonbare financieringsbehoefte. Zie paragraaf 4.5 voor nadere toelichting. 8. Arbeidsmarktprojecten: projecten moeten een positieve bijdrage leveren aan duurzaam behoud van arbeid en aan arbeidsmarktopgaven in de regio. Gezien het belang van personeel om de energietransitie succesvol te doen doorlopen, is het van belang dat er bij de selectie van projecten goed gekeken wordt hoe en of het project een bijdrage levert aan relevante opgave(s) op de arbeidsmarkt, of omgaat met de situatie van (oplopende) tekorten aan personeel.

6.3 Eerste beeld project inventarisatie Er lopen in de IJmond en het bredere NZKG al volop initiatieven die bijdragen aan de transitie naar een duurzame en schone industrie en economie. Het transitieproces is dus al volop bezig. Ook zijn er volop ideeën voor aanvullende projecten de komende jaren. In bijlage 3 vindt u een eerste overzicht van concrete projecten die in de komende jaren met JTF-geld mogelijk een stap verder gebracht kunnen worden. Dit beeld komt voort uit een eerste projecteninventarisatie onder stakeholders. Het betreft ‘work in progress’; de inventarisatie van projecten die passen binnen de 4 transitiepaden zal de komende tijd verder worden doorgezet. Ook worden de al geformuleerde projectideeën nog verder uitgewerkt en wordt de mogelijke inzet van het JTF hierbinnen geconcretiseerd. De uitkomsten van deze exercitie worden benut voor de programmering van het JTF in de IJmond en de uiteindelijke uitvoering van het programma. We merken op dat er nog geen uitgebreide inhoudelijke toets heeft plaatsgevonden op deze projecten, noch een selectie of prioritering. Bijlage 3 toont enkel aan dat er veel initiatiefnemers met concrete projecten in de IJmond zijn die passen binnen het JTF-transitieplan.

41

Bijlage Bijlage 1: Overzicht stakeholders Organisatie

Gesprekspartner(s)

Ambtelijke begeleidingsgroep: Omgevingsdienst IJmond

Vera van Vuren

Provincie Noord-Holland

Ivon Soldaat

Projectbureau Noordzeekanaalgebied

Ingrid Post

Arbeidsmarktregio: Zuid-Kennemerland IJmond

Nadira Rambocus

Arbeidsmarktregio: Noord-Holland Noord

Brian Verweij

De Buch

Marcel Arends

Gemeente Beverwijk

Wouter Hol & Erik Warns

Gemeente Velsen

Nienke van der Staay/Martijn Haeser

Gemeente Heemskerk

Bianca Baart

Betrokken stakeholders (interview en/of stakeholdersessie): Tata Steel

Cock Pietersen & Donald Voskuil

Port of Amsterdam

Thomas Hermans

Projectbureau Noordzeekanaalgebied

Geert Haenen

Omgevingsdienst IJmond

Nick Ruiter & Marcus Sloog

Greenbiz IJmond

Jan Boudesteijn

Techport

Henno van Horsen & Gerik ten Berge

OV IJmond

Ton van der Scheer & Leen Wisker

FNV

Matthijs van Manen & Roel Berghuis & Cihan Lacin

Metaalunie

Monique van der Voort

Nova College

Edward Straus.

42

Bijlage 2: Factsheet randvoorwaarden JTF in de IJmond De belangrijkste kaders voor het JTF in de IJmond volgens de Europese verordening13, de aanbevelingen uit het Country Report 2020 en het voorstel uit de kamerbrief van 8 december 2020. Aspect

Randvoorwaarde JTF IJmond

Totale JTF-enveloppe NL

€ 622,5 mln

Budgetverdeling JTFenveloppe MFK - NextGen

NextGen: €355,7 mln (57% van het totaalbudget) MFK: €266,8 mln (43% van het totaalbudget)

Aandeel COROP-regio IJmond

€ 58,5 mln. (voorlopig voorstel Rijk)

Beoordeling plannen

Het Territorial Just Transition Plan (TJPT) op lidstaat- of regionaal niveau beschrijft onder meer de selectie van gebieden, het transitieproces en problemen, de beoogde inzet van de JTF-middelen en de governancestructuur hierbij. Verplicht is, naast het TJTP, het indienen van operationele programma’s op lidstaat- of regionaal niveau voor de uitvoering van het JTF.

Mogelijke type acties (volgens aanbevelingen EC)

Investeringen in onderzoeks- en innovatieactiviteiten, onder meer door universiteiten en openbare onderzoeksinstanties, en ter bevordering van 14 de overdracht van geavanceerde technologieën; Investeringen in het gebruik van technologie, alsook in systemen en infrastructuur voor betaalbare schone energie, met inbegrip voor technologieën voor energieopslag, en ter vermindering van broeikasgasemissies; Bijscholing en omscholing van werknemers en werkzoekenden. Maximale EU-cofinanciering 50% (max. Europese cofinanciering voor meer ontwikkelde regio’s) op programmaniveau, zie volgende pagina), mits passend binnen AGVV. Looptijd JTF–uitgaven NextGenEU: vastleggingsperiode t/m 2023, uitvoering n+3 (t/m 2026) MFK: vastleggingsperiode t/m 2027, uitvoering n+2 (t/m 2029) Type instrumenten Subsidies (volgens CPR) Leningen (revolverend fonds) Garanties Een optie is hierbij om gebruik te maken van de andere pijlers van het JTM (InvestEU / leningsfaciliteit EIB). Meer hierover in H. 5. Verwachte grootte van JTFprojecten

Voor subsidieprojecten: verwacht indicatief projectbudget van € 1 à €10 miljoen (kleiner is niet zinvol, groter kan eventueel wel). Voor JTF als financieel instrument: grotere totale projectomvang (10 tot enkele tientallen miljoenen), waarbij vanuit JTF-geld een financieringsbijdrage van max. ca. 10 miljoen te realiseren is.

13 JTF-verordening (COM(2020) 22 final 2020/0006 en CPR-verordening COM(2018) 375 final, met compromisvoorstellen 11

december 2020. Finale versie zoals aangenomen in EP op 18 mei 2021 is te vinden op https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2021-0219_NL.html 14 De JTF-verordening beschrijft 15 mogelijke acties, maar de EC beschrijft in het Country Report 2020 dat kernactiviteiten van het JTF in Nederland kunnen worden gericht op investeringen in onderzoeks- en innovatieactiviteiten; investeringen in de aanleg van technologie en infrastructuren t.b.v. de energietransitie en bijscholing en omscholing van werknemers.

43

Doelgroep

MKB als primaire doelgroep JTF kan ook steun verlenen aan partijen anders dan MKB, waaronder grootbedrijf (mits noodzakelijk binnen TJTP en passend in AGVV) De ontmanteling of de bouw van kerncentrales De productie, de verwerking en de afzet van tabak(sproducten) Ondernemingen in moeilijkheden, tenzij het verlenen van steun is toegestaan op grond van tijdelijke staatssteunregels die zijn vastgesteld om het hoofd te bieden aan uitzonderlijke omstandigheden of in het kader van de-minimissteun ter ondersteuning van investeringen ter vermindering van de energiekosten in het kader van het energietransitieproces Investeringen met betrekking tot de productie, de verwerking, het vervoer, de distributie, de opslag of de verbranding van fossiele brandstoffen Investeringen in CCS/CCU-technieken en –toepassingen t.b.v. blauwe waterstof die als hefboom kunnen werken binnen een transitiepad naar groene waterstof

Uitgesloten acties

Onder voorwaarden

Bijlage 3: Overzicht van mogelijke projecten in de IJmond DISCLAIMER: In deze tabel is een overzicht van mogelijke projecten opgenomen. Deze lijst is dynamisch, wordt nog verder uitgewerkt en is nog niet inhoudelijk beoordeeld. Er heeft dus nog géén selectie van projecten plaatsgevonden die voor JTF-steun in aanmerking komen, en aan deze lijst kunnen geen rechten worden ontleend. Overzicht eerste beeld mogelijke projecten o.b.v. een voorlopige inventarisatie Projectnaam Organisatie Activiteit Thema H2ermes

Nobian

Infrastructuur

Waterstof

Warmtenet IJmond

HVC

Infrastructuur

Warmtenetwerk

NXT Hydrogen IJmond

GP Groot brandstoffen en oliehandel

Infrastructuur

Waterstof

Regional Integrated Backbone

Gasunie

Infrastructuur

Waterstof

Restwarmte voor de IJmond

TATA Steel

Infrastructuur

Restwarmte

Transitie bekledingslijnen

TATA Steel

Innovatie

Elektrificatie/ waterstof

Elektroboiler

Crown van Gelder

Innovatie

Elektrificatie

H2 Short sea (Zero-emmission Coaster)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=69930c4a-ddc8-42a9-a658-71eb41ac674e