E13 Regionaal Transitieplan Just Transition Fund.pdf
Tekst van het document
GEMEENTE VELSEN
Collegebericht Weeknummer: 40
Datum vergadering
05-10-2021
Ambtenaar
V.C. van Vuuren
Zaaknummer
114234-2021
Telefoonnr.
06 22249089
Portefeuillehouder(s)
F. Bal
E-mailadres
vvuuren@odijmond.nl
Bijlagen
1
Onderwerp: Regionaal Transitieplan Just Transition Fund
Geachte leden van de raad, De Europese Unie heeft het Just Transition Fund (JTF) opgericht om regionale clusters in Europa te ondersteunen bij de transitie naar een duurzame industrie. Nu leunen deze clusters nog sterk op fossiele brandstoffen, dat moet veranderen. De IJmond is zo’n cluster vanwege Tata Steel. De IJmond is aangewezen als één van de zes Nederlandse regio’s die in aanmerking komt voor budget uit het JTF. Het JTF-transitieplan beschrijft de beoogde inzet van de JTF-gelden in de regio IJmond. De JTF gelden betreffen nadrukkelijk een bijdrage aan een zachte landing van de energietransitie. De totale kosten bedragen veel meer. De recente keuze van Tata Steel om de overstap te maken naar groene waterstof is hierbij relevant. Overigens zullen de JTF gelden slechts ten dele de gehele energietransitie kunnen realiseren, waarbij de nadruk ligt op het MKB en niet op Tata Steel. JTF is een vliegwiel, bedoeld om al voorgenomen inzet en investering een extra zetje te geven. De IJmond-gemeenten (Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Uitgeest en Velsen) en de provincie Noord-Holland hebben gezamenlijk een Regionaal Transitieplan opgesteld om een beroep te kunnen doen op geld dat binnen het fonds voor de IJmond-regio is gereserveerd. In totaal gaat het om 58,5 miljoen euro.
Het JTF-transitieplan is een strategie op hoofdlijnen die het ‘transitiepad’ naar een duurzame (staal)industrie in de IJmond en het Noordzeekanaalgebied beschrijft, aan welk type activiteiten het JTF-geld in de IJmond nuttig besteed kan worden en welke consequenties dit heeft voor vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Opleidings- & Onderwijsfondsen kunnen hierbij als cofinanciering dienen. Doel en noodzaak Het doel van de JTF inzet in de IJmond is: Bijdragen aan de rechtvaardige transitie, ook gericht op de werknemers, naar een duurzame industrie en economie in de IJmond, als onderdeel van het Noordzeekanaalgebied (NZKG). De noodzaak om de industrie in de IJmond te verduurzamen is urgent vanwege: • De hoge CO2-emissie industrie IJmond en druk op de leefomgeving. • De opgave voor de energietransitie in het NZKG als geheel. • Het belang van behoud van banen en verdienvermogen in de IJmondiale industrie.
GEMEENTE VELSEN •
De krappe arbeidsmarkt en veranderende eisen aan kennis en vakmanschap van werknemers.
Wat levert het op? De middelen en uiteindelijk de uitvoering van projecten leveren op drie gebieden winst op. Het draagt bij aan de versnelde uitvoering van de energietransitie in de regio. Het brengt nieuwe economische kansen en technische (product)innovaties tot stand. En het creëert kansen voor de ontwikkeling van de regionale werkgelegenheid. Vier transitiepaden Met het JTF stimuleert de regio IJmond de rechtvaardige transitie naar een duurzame industrie en economie, langs vier parallelle ‘transitiepaden’. De vier transitiepaden met daarbij de inzet op hoofdlijnen zijn weergegeven in onderstaande figuur:
Kans om de leefbaarheid en luchtkwaliteit te verbeteren Het JTF is onderdeel van een bredere Europese regeling, het Just Transition Mechanism (JTM). Het JTM biedt steun aan regio’s die economisch relatief sterk afhankelijk zijn van inkomsten en werkgelegenheid uit de winning van fossiele brandstoffen of broeikasgas-intensieve industriële processen. In onze regio is dit onder meer het geval door Tata Steel die met de huidige productiemethode op grote schaal gebruik maakt van fossiele brandstoffen en daarmee een grote impact heeft op de leefbaarheid en luchtkwaliteit in onze regio. De keuze van Tata Steel om via de waterstof route met de inzet van de zogenaamde Direct Reduced Iron om CO2 te verminderen technologie zorgt voor een versnelling van de realiseren van groen staal en minder uitstoot. DRI is een technologie waarmee ijzer wordt gemaakt op basis van aardgas of waterstof, uitgevoerd in combinatie met een of meer elektrische ovens. De beschikbaarheid van voldoende groene waterstof is op dit moment nog heel klein, maar zal geleidelijk aan de aardgastoepassing kunnen vervangen. Doel van het fonds is om te komen tot een rechtvaardige transitie. Voordeel voor onze regio is dat het JTF een steun in de rug kan zijn om de leefbaarheid en luchtkwaliteit, die mede door Tata Steel onder druk staat, te verbeteren.
GEMEENTE VELSEN
Positionering Met het regionale plan willen we de IJmond binnen het nationale JTF-plan positioneren. Zo laten we de regionale ambities goed in het nationale plan landen en de JTF-gelden zo effectief mogelijk bijdragen aan de transitie in de IJmond. Het JTF-transitieplan bevat geen selectie van projecten; pas na afronding van het programmeringsproces met het Rijk en de Europese Commissie (begin 2022) volgt een fase van uitwerking (door stakeholders), indiening, beoordeling en toewijzing van JTF-projecten. Nog geen besluit op inzet of toekenning Het JTF-transitieplan is geen definitieve bestuurlijke instemming of medewerking/ financiering voor projecten vanuit de IJmond-gemeenten of de provincie Noord-Holland. Of het nu gaat om ruimtelijke ontwikkelingen, infrastructurele projecten, of andersoortige maatregelen. Alleen projecten die in beginsel ‘uitvoeringsgereed’ zijn, komen in aanmerking voor ondersteuning met JTF-gelden. Initiatiefnemers moeten dit zelf op voorhand regelen en aantonen voor ze een aanvraag voor JTF-ondersteuning indienen. Het regionale Transitieplan dient als input voor het nationale Just Transition Plan (TP). Het TP wordt dit najaar aan de colleges ter instemming voorgelegd. Bij de besluitvorming over de projectaanvragen vanaf voorjaar 2022 toetsen we vervolgens expliciet de ruimtelijke afwegingen.
Participatie Het transitieplan is in samenspraak met stakeholders (ongeveer 30 bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, samenwerkingsverbanden) opgesteld. Met de input van het transitieplan voor de IJmond zal het regionale hoofdstuk van het nationale Just Transition Plan worden opgesteld. Ook hierbij betrekken we de stakeholders. De gemeenteraad kan reageren op de ontwikkeling van het plan en eventueel verzoeken om een informatiebijeenkomst/ expertsessie.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen
TRANSITIEPLAN JTF IJMOND Eindversie (geactualiseerd) 27 september 2021
1
TRANSITIEPLAN JTF IJMOND Eindversie Bureau BUITEN & CE Delft, onder begeleiding van de Omgevingsdienst IJmond, de gemeenten in de COROP-regio IJmond, de provincie Noord-Holland, het projectbureau Noordzeekanaalgebied, en de arbeidsmarktregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond en Noord-Holland Noord. Aangeboden aan: PFO JTF 25 augustus 2021 Geactualiseerd op: 27 september 2021 o.b.v. actuele berichtgeving over de waterstofplannen Tata Steel en het stopzetten van het Athos-project. Projectnummer 1632
2
Inhoudsopgave Samenvatting
4
1
Inleiding: JTF bevordert rechtvaardige transitie naar duurzame industrie IJmond
7
2
Urgentie: duurzame (staal)industrie, transitie NZKG & toekomstbestendige arbeidsmarkt
11
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Staalindustrie gaat gepaard met CO2-emissie & druk op leefomgeving Bredere transitieopgave NZKG Behoud banen & verdienvermogen Krappe arbeidsmarkt Aandachtspunten bij transitieplan IJmond
11 14 15 17 19
3
IJmondiale kansen voor een rechtvaardige en succesvolle transitie
21
3.1 3.2
Strategische ligging aan zee, multimodaal verbonden en in de MRA en het NZKG Bestaande netwerken & samenwerkingsverbanden
21 23
4
Vier transitiepaden voor JTF IJmond
25
4.1 4.2
Transitiepad 1: naar duurzame staalindustrie in IJmond Transitiepad 2: benutten kansen verduurzaming NZKG t.b.v. diverse en toekomstbestendige economie in de IJmond Transitiepad 3: Verduurzaming overige industriële bedrijvigheid IJmond Transitiepad 4: rechtvaardige transitie naar een toekomstbestendige arbeidsmarkt Steun aan type activiteiten: infrastructuur, innovatie en om- en bijscholing Steun aan verschillende doelgroepen: grootbedrijf, MKB, en andere partners in een ecosysteemaanpak
26
5
Financiële kaders & strategie
36
5.1 5.2 5.3
Kaders JTF/JTM Financiële inzet JTF IJmond Praktische uitwerking financiële strategie JTF en inzet binnen andere pijlers JTM
36 37 39
6
Vervolgproces tot aan uitvoering JTF en randvoorwaarden bij selectie JTF-projecten
40
6.1 6.2 6.3
Vervolgproces tot aan uitvoering JTF Aanzet tot randvoorwaarden / selectiecriteria voor JTF-projecten in de IJmond Eerste beeld project inventarisatie
40 40 41
4.3 4.4 4.5 4.6
Bijlage
27 30 31 33 35
42
3
Samenvatting Aanleiding en doel: rechtvaardige transitie IJmond naar duurzame industrie, als onderdeel van het NZKG De IJmond behoort tot één van de vijf grote industriële clusters van Nederland. In het kader van de energietransitie moeten ook deze industriële clusters verduurzamen. Omdat industriële clusters vooralsnog vooral gebruik maken van fossiele brandstoffen, heeft de Europese Unie het Just Transition Fund opgericht om deze clusters te ondersteunen bij de transitie naar een duurzame industrie. Met deze ondersteuning wordt geprobeerd te voorkomen dat de energietransitie sociaaleconomische negatieve gevolgen heeft voor de industriële clusters en de omgeving. De IJmond is onder andere door de aanwezigheid van TATA Steel, sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen en een grote uitstoter van CO2. Hierdoor ligt er voor de IJmond een grote transitieopgave en is de COROP-regio IJmond aangewezen als één van de zes Nederlandse regio’s die in aanmerking komt voor middelen uit het JTF. Het hoofddoel voor de JTF inzet in de IJmond is: Bijdragen aan de rechtvaardige transitie naar een duurzame industrie en economie in de IJmond, als onderdeel van het Noordzeekanaalgebied (NZKG). De noodzaak om de industrie in de IJmond te verduurzamen komt voort uit een viertal urgenties: • De hoge CO2-emissie industrie IJmond en druk op de leefomgeving.
• De opgave voor de energietransitie in het NZKG als geheel, die én IJmond voor specifieke opgaven stelt én belangrijke kansen oplevert voor de IJmond. • Het belang van behoud van banen en verdienvermogen in de IJmondiale industrie. • De krappe arbeidsmarkt en veranderende eisen aan human capital. IJmondiale kansen inzetten voor verduurzaming van de industrie en economie Naast de noodzaak om de IJmond te verduurzamen, beschikt de IJmond over diverse kansen om de transitie naar een groene industrie en economie succesvol te doorlopen en de economische positie te versterken. De belangrijkste kansen van de IJmond zijn: • De strategische geografische ligging en de verbondenheid met de rest van het NZKG en de MRA: de ligging van de IJmond aan zee, de verbondenheid met de haven van Amsterdam - als onderdeel van het Noordzeekanaalgebied - en de ligging in de economisch sterke MRA bieden volop ontwikkelen verduurzamingskansen voor de IJmond. Eén van deze kansen voor de IJmond is de rol die regio kan pakken als ‘energy hub’. • Aanwezige kennis en expertise en bestaande samenwerkingsverbanden: overheden, industrie en onderwijspartners in de IJmond en het bredere Noordzeekanaalgebied werken al jarenlang samen in verschillende initiatieven en samenwerkingsverbanden aan innovatie, arbeidsmarktbeleid en verduurzaming.
Deze samenwerkingsverbanden vormen een solide basis waarop de IJmond met het JTF kan voortborduren. Inzet voor het JTF op 4 transitiepaden Met het JTF stimuleert de regio IJmond de rechtvaardige transitie naar een duurzame industrie en economie, langs vier parallelle ‘transitiepaden’. Deze transitiepaden komen voort uit de urgenties en werken toe richting het geformuleerde JTF-hoofddoel. Met deze inzet op de vier transitiepaden levert de IJmond ook een bijdrage aan de bredere verduurzamingsplannen uitgewerkt in de Regioplannen en de CES van het NZKG. Daarnaast zetten deze transitiepaden ook in op mogelijke kansen die vanuit de strategische geografische ligging aan zee, de verbondenheid met de haven van Amsterdam - als onderdeel van het Noordzeekanaalgebied - en de ligging in de economisch sterke MRA voortkomen. Eén van deze kansen voor de IJmond is de rol die regio kan pakken als ‘energy hub’. De vier transitiepaden met daarbij de inzet op hoofdlijnen zijn weergegeven onderstaande figuur:
4
Update JTF transitieplan per 22 september: versnelde waterstofroute Tata, stopzetten Athos De recente keuze van Tata Steel om in te zetten op de waterstofroute met de Direct Reduced Iron (DRI)1 technologie, zorgt voor een versnelling van het realiseren van groen staal en minder uitstoot. DRI is een technologie waarmee ijzer wordt gemaakt op basis van aardgas of waterstof, uitgevoerd in combinatie met een of meer elektrische ovens. De beschikbaarheid van voldoende groene waterstof is op dit moment nog gering, maar zal geleidelijk aan de aardgastoepassing kunnen vervangen. De overgang naar staalproductie o.b.v. waterstof valt binnen de scope van het JTF-transitieplan. Als gevolg van het besluit van Tata Steel is het Athos-project voor CO2-transport, -hergebruik en -opslag in het Noordzeekanaalgebied stopgezet; dit plan maakt dus géén onderdeel meer uit van de scope van het JTF. Wél blijft er nog een behoefte aan opslag van 1 Mton CO2 in de IJmond (i.p.v. de 5 Mton die eerder was voorzien). Doelgroepen & ecosysteemaanpak Omdat het JTF is bedoeld om de transitie van het gehele ‘ecosysteem’ van bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheden in de IJmond mogelijk te maken, streven we bij deze vier transitiepaden naar een ecosysteemaanpak op basis van bestaande initiatieven.
Daarbij is de inzet om zowel initiatieven vanuit het grootbedrijf als het bredere MKB te ondersteunen waarbij verbindingen met samenwerkingspartners in het verdere NZKG en elders in Nederland gemaakt kunnen worden. Thematische focus De JTF-middelen in IJmond worden gericht ingezet op drie activiteiten: • Innovatie • Infrastructuur (gericht op de energietransitie en een duurzame en schone industrie) • Om- en bijscholing van werkenden en werkzoekenden. Financiële kaders Er is € 58,5 mln aan Europese middelen uit het JTF voor de IJmond. Dat is het bedrag inclusief 3,25% middelen voor programmabeheer (Technische bijstand). Op programmaniveau kan maximaal 50% worden bijgedragen vanuit de Europese middelen. Dat betekent dat bedrijven en overheden gezamenlijk een tenminste vergelijkbare cofinanciering moeten leveren. Op projectniveau moet altijd rekening worden gehouden met de regels over Staatssteun. 5
IJmond zet de JTF-middelen in: • gericht op de 4 transitiepaden; • en op drie thema’s: innovatie, infrastructuur en om- en bijscholing; • met de opgaven centraal en past de financiële verdeling over de thema’s hierop aan; • complementair aan andere financieringsmogelijkheden voor energietransitie en verduurzaming; • en zodanig dat de inzet leidt tot een afname van de milieudruk en verbetering van de leefkwaliteit voor de omgeving. IJmond is voornemens de JTF-middelen (ook wel pijler-1 middelen van het Just Transtion Mechanism (JTM)) voornamelijk in te zetten in de vorm van subsidie. Mogelijk wordt een deel aangewend als risicokapitaal voor (groeiende) bedrijven. Voor één en of meerdere warmtenetten en/of voor regionale waterstofnetten/-infrastructuur in de IJmond wordt – in samenspraak met het Ministerie van EZK en de EIB - gekeken of gebruik kan worden gemaakt van pijler 3 van het JTM. Selectiecriteria voor JTF-projecten in de IJmond Op dit moment zetten bedrijven, overheden en kennis- en onderwijsinstellingen in de regio IJmond en in het bredere Noordzeekanaalgebied volop in op de uitwerking, concretisering en uitvoering van de verduurzamingsplannen. Om te bepalen welke projecten mogelijk in aanmerking komen voor financiële steun formuleren we op voorhand enkele randvoorwaarden waar JTF-projecten in de IJmond in elk geval aan moeten voldoen. Deze voorwaarden zijn: 1.
Ruimtelijke inpassing aan de voorkant regelen. 2. Timing: projecten moeten uitvoeringsgereed zijn en binnen looptijd JTF af te ronden zijn (voor 57% van de middelen t/m 2026 en de resterende 43% t/m 2029). 3. Positieve bijdrage aan leefkwaliteit en leefomgeving. 4. Robuuste bijdrage aan verduurzaming industrie IJmond én zo mogelijk het Noordzeekanaalgebied op langere termijn. 5. Ecosysteem-aanpak op basis van samenwerkingen tussen grootbedrijf, MKB, kennis- en onderwijspartners en regionale overheden. 6. Innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie. 7. (Infrastructuur-)projecten moeten qua termijn en budget passen binnen de JTF kaders, er moet sprake zijn van open access, een ‘hefboomwerking’ voor de transitie en een aantoonbare financieringsbehoefte. 8. Arbeidsmarkt en sociale effecten: projecten moeten een positieve bijdrage leveren aan duurzaam behoud van arbeid en aan arbeidsmarktopgaven in de regio.
6
1 Inleiding: JTF bevordert rechtvaardige transitie naar duurzame industrie IJmond Aanleiding: (staal)industrie IJmond is belangrijke economische drager, met forse transitieopgave IJmond is een van de vijf grote industriële clusters van Nederland, en de industrie is dan ook van groot belang voor de regionale werkgelegenheid. Staalgigant Tata Steel is met ca. 9.000 directe banen in IJmuiden één van ’s lands grootste industriële spelers, maar ook andere toonaangevende internationale spelers en MKB’ers bepalen het regionale economische profiel van de IJmond. Denk aan toeleveranciers voor Tata Steel, papierfabriek Crown Van Gelder, machinefabrikant BSE IJmond, Post Staalbouw, noodstroomexpert Zwart Techniek, en vele andere partijen in de maakindustrie en metaalsector. De staalindustrie is een belangrijke economische drager in de IJmond, maar kent tegelijkertijd een forse CO2-uitstoot. Het is sociaaleconomisch van groot belang dat de transitie naar een duurzame (staal)industrie succesvol verloopt, om een ‘fossiele lock-in’ – en daarmee verlies van werkgelegenheid en economische kracht – te voorkomen. Ook zijn er zorgen over de druk van de industrie op de leefomgeving in de IJmond. Naast de staalindustrie staat ook de bredere (maak)industrie in de IJmond en het Noordzeekanaalgebied voor de opgave de impact op milieu en klimaat te reduceren.
Werk aan de winkel dus, maar de transitie naar een schone (staal)industrie zorgt ook weer nieuwe economische kansen voor de IJmond, en voor een schonere leefomgeving. Het bedrijfsleven, overheden, kennisinstellingen en andere partijen in de IJmond en in het bredere Noordzeekanaalgebied werken al volop samen aan de verduurzaming van de industrie. Zo beschrijven de industrie en andere partners waaronder overheden in het Regioplan NZKG (2020) en de CES NZKG de inzet en projecten om de doelen uit het klimaatakkoord te behalen. In totaal hebben de plannen de potentie om tot 15 Mton te besparen1. Ook werken partijen binnen Techport aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt voor de maak- en onderhoudsindustrie en werkt de Omgevingsdienst IJmond samen met bedrijven in de GreenBiz IJmond om bedrijven te verduurzamen. JTF als fonds dat een succesvolle en rechtvaardige transitie in de IJmond kan bevorderen Het Just Transition Fund (JTF) – onderdeel van het Just Transition Mechanism (JTM) – is een belangrijk instrument om de Green Deal van de Europese Commissie (EC) te realiseren. Het JTF bevordert een rechtvaardige transitie in regio’s die sterk afhankelijk zijn van emissie-intensieve industrieën en voor grote transitieopgaven staan. Het JTF kan in de IJmond een wezenlijke bijdrage leveren aan de transitie naar een duurzame industrie en economie.
Er is voor de IJmond naar verwachting €58,5 mln. beschikbaar, waarvan het grootste deel binnen 5 jaar moet worden besteed (zie kader en H.7).
1 15 Mton is gebaseerd op een longlist aan projecten die gezamenlijk 15Mton aan CO
2 besparing kunnen realiseren. Het is echter niet op voorhand te bepalen of deze reducties ook daadwerkelijk toe te rekenen valt tot het NZKG. Ter indicatie: 15 Mton is min of meer gelijk aan de gehele CO2-reductieopgave voor de Nederlandse industrie zoals afgesproken in het Klimaatakkoord.
7
Belangrijkste kaders JTF De JTF-allocatie voor Nederland bedraagt €623 mln. Het kabinet heeft in december 2020 voorgesteld zes COROP-regio’s aan te wijzen voor JTF-steun, waaronder de regio IJmond. Het indicatieve JTF-budget voor de IJmond is €58,5 mln. De overige middelen landen in Zuid-Nederland (West-Brabant, Zeeland, ZuidLimburg), Groot-Rijnmond en de provincie Groningen. Het JTF-geld komt zowel uit het Meerjarig Financieel Kader (43%) als uit NextGenerationEU (‘coronaherstelplan; 57%). Voor het Next-Gen-deel geldt een vastleggingsperiode t/m 2023 en een uitvoerings-periode t/m 2026; het grootste deel van het JTF moet dus al op korte termijn (binnen 5 jaar) worden besteed. De belangrijkste kaders voor het JTF zijn de JTF-verordening en de CPR-verordening (Common Provisions Regulation, waar ook het JTF onder valt). De JTF-verordening is op 18 mei 2021 aangenomen door het Europees Parlement.
Deze beschrijft 15 mogelijke acties om te ondersteunen; daarbinnen geeft de EC in het Country Report 2020 aan dat activiteiten van het JTF in Nederland moeten worden gericht op 3 activiteiten: • investeringen in onderzoek en innovatie, onder meer door universiteiten en openbare onderzoeksorganisaties, en ter bevordering van de overdracht van geavanceerde technologieën; • investeringen in het gebruik van technologie, alsook in systemen en infrastructuur voor betaalbare schone energie, met inbegrip van technologieën voor energieopslag, en ter vermindering van broeikasgasemissies; • bij- en omscholing van werknemers en werkzoekenden;
Doel, proces, en status JTF-transitieplan IJmond In het JTF-transitieplan beschrijft de regio IJmond de beoogde inzet van de JTF-gelden in de regio. Het hoofddoel is daarbij: “Bijdragen aan de rechtvaardige transitie naar een duurzame industrie en economie in de IJmond, als onderdeel van het Noordzeekanaalgebied (NZKG)” Het JTF-transitieplan dient meerdere doelen: • Inhoudelijke onderbouwing voor het regionale hoofdstuk van de IJmond in het Territorial Just Transition Plan (TJTP; nationaal ‘JTF-plan’) en JTF-programma dat moeten worden ingediend bij de EC. • Handreiking aan het Rijk, voor de dialoog tussen Rijk en regio over de uitvoering van het JTF in Nederland. • Handreiking aan de stakeholders in de IJmond en het verdere Noordzeekanaalgebied, voor de verdere uitwerking van de plannen die het JTF kan ondersteunen. We merken in algemene zin op dat het JTF-transitieplan gelezen moet worden als een strategie op hoofdlijnen die het ‘transitiepad’ naar een duurzame (staal)industrie in de IJmond en het Noordzeekanaalgebied beschrijft, en die daarbinnen aanduidt aan welk type activiteiten het JTF-geld in de IJmond nuttig besteed kan worden. Het plan heeft de functie om de IJmond binnen het nationale JTF-plan te positioneren, zodat de regionale ambities goed in het nationale plan landen en de JTF-middelen zo effectief mogelijk bijdragen aan de transitie in de IJmond.
Het JTF-transitieplan bevat met nadruk géén selectie van projecten; pas ná afronding van het programmeringsproces met het Rijk en de EC volgt een fase van uitwerking (door stakeholders), indiening, beoordeling en toewijzing van JTF-projecten. Het JTF-transitieplan moet bovendien met klem níet gelezen worden als een bestuurlijke instemming of medewerking voor projecten vanuit de IJmond-gemeenten of de provincie Noord-Holland, of het nu gaat om ruimtelijke ontwikkelingen, infrastructurele projecten, of andersoortige maatregelen. Alleen projecten die in beginsel ‘uitvoeringsgereed’ zijn komen in aanmerking voor ondersteuning met JTF-gelden, en initiatiefnemers moeten dit zelf op voorhand regelen en aantonen alvorens ze een aanvraag voor JTFondersteuning indienen. Hoofdstuk 6 gaat in op de randvoorwaarden voor JTF-projecten in de IJmond.
8
Proces en status JTF-transitieplan als eindversie De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) treedt op als regionaal aanspreekpunt namens de gemeenten in de COROP-IJmond en de provincie Noord-Holland voor het Rijk in de programmering van het JTF. De ODIJ is daarom ook opdrachtgever voor voorliggend JTF-transitieplan, waarbij ze wordt ondersteund door Bureau BUITEN en CE Delft. Het transitieplan komt tot stand onder begeleiding van een ambtelijke werkgroep met regiogemeenten in de IJmond, de provincie Noord-Holland, het projectbureau Noordzeekanaalgebied, en de arbeidsmarktregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond Regionaal Werkbedrijf of WSP ZKIJ) en Noord-Holland Noord (Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid of RPA NHN). Het transitieplan wordt bovendien in samenspraak met stakeholders (bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, samenwerkingsverbanden) opgesteld (zie ook bijlage 1). Voorliggend stuk is de eindversie van het JTF-transitieplan zoals deze op 25 augustus is vastgesteld door regiobestuurders in het Portefeuillehoudersoverleg JTF IJmond. Het transitieplan wordt hierna ter accordering voorgelegd aan de Colleges van B&W van de vijf IJmondgemeenten, en met het Rijk gedeeld.
Het JTF-transitieplan is in juli en augustus ambtelijk besproken en met externe stakeholders gedeeld, en vervolgens aangescherpt op basis van feedback vanuit de werkgroep en stakeholders, en aangevuld met een projecteninventarisatie. Scope in doelgroep, geografische afbakening en tijd De verduurzaming van de staalindustrie (Tata Steel) is de voornaamste aanleiding om JTF-middelen aan de regio IJmond toe te wijzen. Deze opgave heeft dan ook een belangrijke plek in het transitieplan. Tegelijkertijd benadrukken we dat de scope van het JTF in de IJmond qua doelgroep en opgave breder is dan de verduurzaming van Tata Steel alleen; belangrijke doelgroepen zijn het bredere MKB in de IJmond, overig grootbedrijf in de IJmond en het Noordzeekanaalgebied, kennis en onderwijspartijen in de IJmond en omgeving en regionale overheden. Met deze doelgroepen wil de regio IJmond in een ‘ecosysteemaanpak’ binnen het JTF werken aan een rechtvaardige en succesvolle transitie naar een duurzame staalindustrie, én aan de verduurzaming van de verdere industrie, en daarmee ook aan een schonere leefomgeving in de IJmond en van het Noordzeekanaalgebied. Een volgend aandachtspunt betreft de geografische scope. Voor het JTF is de COROP-regio IJmond geselecteerd: het grondgebied van de gemeenten Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Uitgeest, en Velsen.
Dit betekent dat de regio IJmond als zodanig centraal staat in het JTF-transitieplan, en dat de impact van JTF-acties in ieder geval duidelijk in de vijf gemeenten van het COROP-gebied IJmond moet landen. Tegelijkertijd is de IJmond economisch en regionaal sterk verweven met de bredere regio. In het bijzonder is de IJmond onderdeel van het Noordzeekanaalgebied (NZKG), dat ruimtelijk-economisch en infrastructureel één samenhangend systeem vormt. Dit biedt economische kansen voor de IJmond, die de regio kan benutten. Binnen het NZKG wordt ook volop samengewerkt aan verduurzaming – onder meer binnen het Projectbureau NZKG en de het Regioplan NZKG. Het Regioplan en de CES NZKG vormen dan ook belangrijke onderleggers voor het JTF-transitieplan en mogelijke acties binnen het JTF, mits de impact óók of voornamelijk in de IJmond landt. In H. 4 gaan we hier verder op in.
9
Figuur 1: Ligging COROP-regio IJmond in het Noordzeekanaalgebied, waarbij het totale oppervlakte van de NZKG-gemeenten is weergegeven
Daarnaast komen binnen de COROP-regio twee arbeidsmarktregio’s samen, te weten ZuidKennemerland en IJmond (Velsen, Beverwijk en Heemskerk) en Noord-Holland-Noord (Uitgeest en Castricum). Vanuit deze twee arbeidsmarktregio’s wordt de verbinding gemaakt met regionale samenwerkingsverbanden en regionale actieplannen met betrekking tot arbeidsmarktvraagstukken. Tot slot benadrukken we dat de JTF-gelden voor een belangrijk deel al in de komende 5 jaar moet worden uitgegeven. Qua tijdshorizon richten we ons in het JTF-transitieplan daarom vooral op de komende 5 à 10 jaar, met uiteraard ook oog voor de mate waarin acties bijdragen aan de transitie op langere termijn.
10
2 Urgentie: duurzame (staal)industrie, transitie NZKG & toekomstbestendige arbeidsmarkt De urgentie om het JTF in te zetten op de transitie naar een duurzame industrie en economie in de IJmond valt in vier redenen of opgaven uiteen. Ten eerste gaat de (staal)productie in de IJmond gepaard met hoge CO2-emissies en druk op de leefomgeving. Ten tweede staat ook het Noordzeekanaalgebied als geheel voor een forse verduurzamingsopgave, en kan de IJmond daar een belangrijke rol in spelen. Ten derde is het van groot sociaaleconomisch belang dat de IJmond erin slaagt de werkgelegenheid en het verdienvermogen van de industrie te behouden, en nieuwe economische kansen die voortkomen uit transitie naar een duurzame economie te benutten. Ten vierde en laatste is voldoende en passend opgeleid talent een randvoorwaarde voor de transitie, die in het licht van een krappe arbeidsmarkt en snel veranderende eisen aan human capital zeker ook inzet vereist. 2.1 Staalindustrie gaat gepaard met CO2-emissie & druk op leefomgeving Huidige CO2-uitstoot IJmond relatief hoog door staalproductie In de IJmond is de energie-intensieve industrie sterker vertegenwoordigd dan gemiddeld in Nederland. Er wordt veel (fossiele) energie verbruikt en CO2 uitgestoten op een klein oppervlak, zie ook onderstaande tabel.
Het grootste deel van de CO2-uitstoot (~99%) van de industrie in de IJmond is afkomstig van staalfabrikant Tata Steel en de elektriciteitscentrales van Vattenfall, die de restgassen van de staalproductie verbranden. Tabel 1: Elektriciteits- en gasverbruik en de CO2-uitstoot in de COROP-regio IJmond. Indicator
Aandeel IJmond in landelijk verbruik/uitstoot
Totaal elektriciteitsverbruik bedrijven
3,4 miljoen kWh/j 4,3% van landelijk verbruik door bedrijven in Nederland
Totaal gasverbruik bedrijven
565 miljoen m3/j (veel gebruik kolen, relatief weinig gas) 1,8% van landelijk verbruik door bedrijven in Nederland
Totale CO2-uitstoot bedrijven
11% van de totale CO2-uitstoot door bedrijven in Nederland 2 van de 12 grootste uitstoters in Nederland Tata Steel en centrales IJmond: 10,9 Mton/j, samen goed voor: • 98,8% van CO2-uitstoot van de industrie in IJmond, • 92% van alle CO2-uitstoot in IJmond • 7% van alle CO2-uitstoot in Nederland
Bron: CBS, bewerking Bureau BUTEN & CE Delft Het staalproductieproces in een notendop Tata Steel gebruikt het hoogovenproces en het oxystaalproces om staal te maken. Daarbij wordt steenkool gebruikt om ijzererts te reduceren tot ruwijzer én om het ruwijzer te smelten. Zie het kader op de volgende pagina voor een korte uitleg van het proces om staal te maken. Het proces begint met de voorbehandeling van steenkool in de cokesovens en de productie van pellets en sinters uit steenkool. Deze voorbehandeling maakt de grondstoffen geschikt om in het 11
hoogovenproces te gebruiken. In de hoogoven wordt het ijzererts (Fe2O3) met koolstof uit de cokes, pellets en sinters gereduceerd tot ijzer (Fe). De koolstof wordt hierbij omgezet tot koolmonoxide (CO) en CO2. De restgassen van de cokes-, pellet- en sinterfabrieken en van de hoogovens en oxystaalconverters worden afgevoerd en verbrand in de elektriciteitscentrales van Vattenfall.
Het hoogovenproces bij Tata Steel in het kort • Als eerste stap in de productie van staal worden de grondstoffen geschikt gemaakt om aan de hoogoven toegevoegd te worden: steenkool wordt cokes, uit ijzererts worden pellets en sinters gemaakt. • De pellets, sinters en cokes worden van bovenaf in de hoogoven geladen. De hoogoven (Blast Furnace) wordt van onderaf gestookt met poederkool en hete lucht. • De koolstof in de kolen reduceert het ijzererts (Fe2O3) tot ijzer. De koolstof zelf wordt hierdoor omgezet in koolmonoxide (CO) en CO2. • Onderin de hoogoven wordt het ijzer gesmolten en vervolgens afgetapt. Overtollig koolstof wordt in de oxystaalconverter (Basic Oxygen Furnace) met zuurstof uit het ruwijzer verwijderd: zo ontstaat sterk staal. • Het vloeibare staal wordt vervolgens verder bewerkt tot eindproducten in o.a. gietinstallaties en walserijen. • De restgassen van de processtappen bestaan voornamelijk uit CO en CO2 en worden verbrand in de elektriciteitscentrales van Vattenfall. De afbeelding rechts toont schematisch hoe dit proces verloopt, en laat zien waar in het proces CO en CO2 vrijkomt. Mogelijkheden voor broeikasgasreductie staalproductie op een rij De staalproductie moet verduurzaamd worden omdat het huidige proces veel fossiele CO2-uitstoot. Tata Steel heeft inmiddels bekend gemaakt dat zij definitief staal wil gaan maken met waterstof2.
De andere verduurzamingsroutes zijn hiermee niet langer relevant. Hieronder schetsen we voor de volledigheid toch kort de belangrijkste mogelijkheden voor verduurzaming van de staalproductie in algemene zin. In Hoofdstuk 4 gaan we verder in op de plannen die er liggen en beschrijven we de mogelijke bijdrage hieraan vanuit het JTF. • Staal maken met waterstof (gekozen als route door Tata Steel per 15 september 2021). In een nieuw proces (Direct Reduced Iron (DRI)) kan ijzererts gereduceerd worden met groene waterstof in plaats van koolstof. Het ijzer wordt vervolgens gesmolten in een vlamboogoven op elektriciteit. Vrijwel iedere staalfabrikant is bezig om een proces op waterstof te ontwikkelen, maar er zijn nog geen installaties die de techniek op grote schaal toepassen. Naast de voorkeursoptie van DRI – waar Tata steel inmiddels voor heeft gekozen – zijn aanvullende mogelijkheden voor CO2-reductie en verduurzaming van de staal in algemene zin: • CO2-afvang en opslag bij hoogovens. De CO2 uit de hoogovens wordt afgevangen en opgeslagen onder de Noordzee. De cokes-, pellet- en sinterfabrieken blijven bestaan. Deze fabrieken kunnen CO2-neutraal gemaakt worden met een combinatie van CCS, elektrificatie en waterstof, maar de
2
https://www.tatasteeleurope.com/nl/corporate/nieuws/tata-steel-kiest-voor-waterstofroute
12
oplossing per fabriek staat nog niet vast. Tata Steel heeft aangegeven zich te committeren aan 40% CO2-reductie in 2030, onafhankelijk van de exacte keuze voor een techniek. • CO2-afvang en hergebruik. De CO en CO2 uit de restgassen worden samen met groene waterstof omgezet in nieuwe chemische producten, zoals brandstoffen en plastics. Hierdoor wordt er minder aardolie verbruikt, maar (via een omweg) wordt er nog steeds fossiele CO2 uit steenkool toegevoegd aan de atmosfeer. • HIsarna. Een nieuw proces op basis van steenkool. Hierbij zijn de cokes,- pellet- en sinterfabrieken niet langer nodig en kan meer CO2 worden afgevangen. De bouw van een nieuwe fabriek op basis van fossiele brandstoffen is echter expliciet uitgesloten van steun vanuit het JTF. • Biomassa. Cokes kunnen vervangen worden door ‘biocokes’ uit biomassa. De koolstof van duurzame3 biomassa is recent uit de atmosfeer opgenomen en telt dus niet mee in de CO2-uitstoot. De beschikbaarheid van voldoende biomassa die duurzaam geteeld is, is een belangrijke uitdaging. • Elektrolyse. IJzererts wordt met elektriciteit direct gesplitst in ijzer en zuurstof. Het ijzer wordt vervolgens gesmolten in een vlamboogoven op elektriciteit. Dit proces bevindt zich nog in de onderzoeksfase. Overigens staat de aanpak van de overlast voor de leefomgeving los van de CO2-reductieopgave. De overlast wordt aangepakt met de Roadmap Plus.
Urgentie schonere staalindustrie: verminderen van de druk op de leefomgeving Naast de CO2-uitstoot die met staalproductie gepaard gaat, maakt ook de druk op de leefomgeving de transitie naar een schone staalindustrie in de IJmond urgent. De belangrijkste gezondheidsrisico’s op een rij op basis van informatie van het RIVM4,5,6,7,8,9: • (Ultra)fijnstof: (Ultra)fijnstof komt vrij bij verbrandingsprocessen in onder andere de industrie en mobiliteit. Wanneer fijnstof ingeademd wordt kan dit via de longen in het bloed en andere organen achterblijven. Ultrafijnstof is nog kleiner dan regulier fijnstof en blijft daardoor nog langer in het lichaam. Door langdurige blootstelling aan (ultra)fijnstof ontstaan serieuze gezondheidsrisico’s. • Stikstofoxide (NOx): stikstofoxide ontstaat bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen in de industrie en mobiliteit. Stikstofoxiden slaan neer in de natuur (depositie), waardoor de bodem verrijkt wordt met stikstof. De veranderende samenstelling van de bodem resulteert in een afname van de biodiversiteit. • Loodvervuiling en andere zware metalen (grafietregen): het vrijkomen van zware metalen en PAK’s (kankerverwekkende stoffen) als gevolg van industriële processen geeft gezondheidsrisico’s. Het vrijkomen van deze stoffen is met name schadelijk voor jonge kinderen, maar de gezondheidsrisico’s moeten voor ouderen ook zeker niet onderschat worden.
• Geurhinder (H2S), o.a. door vrijkomen ruw kooksovengas: H2S is een zwavelverbinding die vrij kan komen bij industriële processen en voornamelijk voor geuroverlast zorgt. Afhankelijk van de duur van blootstelling kunnen ook andere gezondheidsklachten waaronder hoofpijn en lichte irritatie van de ogen en luchtwegen optreden. • Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS): ZZS zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen. Mensen en ecosystemen komen in contact met ZZS via het milieu (lucht, water of bodem), voedsel, de werkplek, of via producten zoals huishoudchemicaliën. • Geluidsoverlast, o.a. door afzuiginstallaties, schrootpark, transport; Geluid heeft invloed op de woon- en leefomgeving van mensen. Het horen van te veel geluid kan behalve onprettig, ook
3 Lang niet alle biomassa is duurzaam. De inzet van niet-duurzame biomassa kan zelfs leiden tot een netto toename van CO 2
uitstoot ten opzichte van steenkool. 4 https://www.rivm.nl/fijn-stof/ultrafijn-stof 5 https://www.rivm.nl/stikstof/stikstofoxiden-nox 6 https://www.rivm.nl/inschatting-gezondheidsrisicos-grafietregen 7 https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/620201001.pdf 8 https://rvs.rivm.nl/onderwerpen/zeer-zorgwekkende-stoffen 9 https://www.rivm.nl/geluid
13
schadelijk voor de gezondheid zijn. Gezondheidsrisico’s zijn er in de vorm van slecht slapen, of een verhoogde bloeddruk wat de kans op een hartinfarct vergroot. De effecten van de staalindustrie op de leefomgeving en de acceptatie daarvan staan sterk in de actualiteit, met onder andere een strafzaak van omwonenden tegen Tata Steel, diverse discussies rond de omgevingsvergunning van Tata Steel en de handhaving daarvan, en een plan van het FNV voor versnelde verduurzaming van Tata Steel (Plan Zeester en plan Groen Staal). Ook het recente vonnis in de klimaatzaak die Milieudefensie tegen Shell heeft aangespannen, is illustratief voor het maatschappelijk debat rondom de acceptatie van negatieve klimaat- en milieueffecten die bedrijven veroorzaken. Deze ontwikkelingen onderstrepen de maatschappelijke urgentie van verduurzaming van de (staal)industrie. De noodzaak om het milieu en de inwoners van de IJmond en aangrenzende regio’s als Zuid-Kennemerland te beschermen is de voornaamste reden om te investeren in een schone industrie, maar in het licht van een rechtvaardige transitie is er nog een tweede argument. Als de industrie er namelijk onvoldoende in zou slagen te verduurzamen, loopt ze het risico dat het maatschappelijk draagvlak of de “license to operate” voor de aanwezigheid van de industrie wegvalt, met alle sociaaleconomische gevolgen van dien (zie H. 2.3).
Het is daarom van groot belang dat de JTF-inzet naast CO2-reductie resulteert in een afname van de negatieve effecten op de leefomgeving. De industrie maakt zelf ook werk van deze opgave; Tata Steel zet met de Roadmap Plus in op het versneld terugdringen van de hinder voor de leefomgeving. Hierin staan zo’n 300 miljoen euro aan investeringen die Tata Steel versneld (vóór 2025) gaat doen, zodat er al in 2023 een belangrijke hinderreductie is bereikt. Het terugdringen van de overlast voor de omgeving is hard nodig voor een duurzame staalindustrie, maar op zichzelf niet voldoende voor een succesvolle transitie op de lange termijn. De CO2-uitstoot moet namelijk tegelijkertijd ook substantieel naar beneden. Directe steun aan investeringen die enkel de omgevingseffecten van fossiele processen terugdringen valt dan ook buiten de kaders van het JTF. Wij zien echter wél goede meekoppelkansen door in te zetten op maatregelen die én bijdragen aan verduurzaming van de staalindustrie én de overlast reduceren. Verdere verduurzamingsopgave industrie in de IJmond Hoewel Tata Steel de grootste uitstoter is in de IJmond, is de verduurzamingsopgave breder dan dat: • Papierfabriek Crown van Gelder in Velsen heeft een CO2-uitstoot 120 kton/j en gebruikt aardgas om papier te drogen. Er wordt onder andere ingezet op een elektrische boiler. • ENCI in IJmuiden produceert cement uit hoogovenslak.
De grondstoffen moeten gedroogd worden, waarvoor aardgas gebruikt wordt. Dit geeft een CO2-uitstoot van 10-15 kton/j. • De niet energie-intensieve industrie in de IJmond moet ook verduurzamen. De maak- en onderhoudsindustrie en logistiek zijn belangrijke sectoren in de IJmond. Hun opgave bestaat uit verduurzaming van hun gebouwschil, het realiseren van lokale opwek, verduurzamen van transport en de verduurzaming van zowel het eigen productieproces als het grondstofgebruik en de afdanking van hun producten. • Ook bestaande bedrijvigheid die zelf geen grote verduurzamingsopgave heeft, kan wel een rol spelen in de verduurzaming van anderen. Zo kan Linde Gas in Velsen de zuurstof die H2ermes als restproduct produceert integreren in haar huidige levering van zuurstof aan Tata Steel. Ook beheert Linde Gas het OCAP-netwerk waarmee CO2 aan de glastuinbouw wordt geleverd.
2.2 Bredere transitieopgave NZKG De IJmond is onderdeel van het grotere Noordzeekanaalgebied (NZKG) en de samenwerking daarbinnen. Naast de IJmond zijn de havens van Amsterdam en de industrie in de Zaanstreek belangrijke gebieden binnen het NZKG. Het NKZG is één samenhangend systeem, zowel economisch als infrastructureel. Veel planvorming vindt dan ook plaats op NZKG-niveau. Het Regioplan NZKG en de 14
Cluster Energiestrategie (CES) NZG vormen belangrijke onderleggers voor mogelijke acties in het JTF. De impact moet dan wel ten minste deels, maar het liefst grotendeels, in de IJmond landen. Het NZKG heeft zijn eigen verduurzamingsopgaven, die echter wel samenhangen met de verduurzaming van de IJmond. Enkele grote opgaven voor het NZKG zijn: • De Haven van Amsterdam is de grootste (fossiele) benzinehaven ter wereld en zal moeten overstappen naar duurzame brandstoffen of andere activiteiten. • De voedselindustrie in Zaanstreek moet van het aardgas af. Deze industrie ligt in dichtbebouwd gebied en heeft dus deels dezelfde uitdagingen met de omgeving als Tata Steel. • Het NZKG zal van netto producent naar netto verbruiker van elektriciteit veranderen, door het sluiten van de Hemwegcentrale (2020), sluiting van één of meerdere hoogovengascentrales eind jaren ’20 en een sterk toegenomen elektriciteitsverbruik door waterstofproductie, elektrificatie van de industrie en meer datacenters.10 De vraag neemt toe van ca. 500 MW nu naar 1500+ MW in 2030. Om te kunnen voorzien in deze toenemende elektriciteitsbehoefte en mogelijke waterstofproductie, moet er in de regio en breder voldoende elektriciteit beschikbaar zijn. Om te voorzien in deze elektriciteitsbehoefte is een belangrijke rol weggelegd voor (offshore) windenergieprojecten.
Ten slotte hangt de verduurzaming van de industrie samen met de (verduurzaming van) de gebouwde omgeving: de industrie kan restwarmte leveren voor de verwarming van huizen en vrijgekomen stikstofruimte kan ingezet worden om woningen te bouwen. Het JTF is specifiek bedoeld om de verduurzaming van de IJmondiale economie en industrie te stimuleren; het fonds richt zich dus enkel op het IJmondiale deel van het Noordzeekanaalgebied, plus de aanvullende IJmondgemeenten die niet binnen het NZKG liggen (Castricum en Heemskerk). De bredere regionale context en ligging in het NZKG is echter wél van groot belang voor het JTF-transitieplan van de IJmond. Immers kunnen de verduurzamingsopgaven in overige delen van het NZKG economische kansen voor de IJmond opleveren. Op deze kansen gaan we in hoofdstuk 4 nader in.
2.3 Behoud banen & verdienvermogen Het belang van behoud van banen en verdienvermogen en van een diverse en toekomstbestendige economie is de derde reden om JTF-middelen in de IJmond in te zetten. Het economisch belang van de energie-intensieve sectoren11 in de COROP-regio IJmond is groot De energie-intensieve sectoren (incl. staalindustrie) zijn gezamenlijk goed voor bijna 20% van de totale toegevoegde waarde of het bruto regionaal product (BRP) van de IJmond (tabel 2). Het aandeel energieintensieve sectoren in het BRP van de IJmond is beduidend groter dan Nederland als geheel (11%) en de provincie Noord-Holland als geheel (5,5%). Afgezet tegen de totale toegevoegde waarde van de IJmondiale economie van €6,2 miljard (CBS, 2019), komt dit neer op grofweg €1,24 miljard aan toegevoegde waarde vanuit de energie-intensieve sectoren (LISA, 2019). In de IJmond is met name de procesindustrie, met 16,8% aandeel in het BRP van groot belang. Andere grote bedrijven actief binnen de procesindustrie zijn ook Crown van Gelder, Linde Gas en ENCI. Tabel 2: Aandeel energie-intensieve sectoren IJmond in regionaal, provinciaal en landelijk BRP.
10 Hierbij wordt gekeken naar productie en verbruik binnen het Noordzeekanaalgebied zoals afgebakend in de Visie NZKG, dus
zonder gebieden in zee waar energie wordt opgewerkt. Evengoed heeft het NZKG wel een belangrijke rol in het bieden van de infrastructuur voor offshore windenergie. 11 Bureau BUITEN heeft de afbakening gevolgd van de “Monitor topsectoren 2018; Sectorplan Procesindustrie”. Het gaat om sectoren met de volgende SBI-codes in het LISA Werkgelegenheidsregister: Energie: 0620, 0910, 272, 3511, 3512. 3513, 3514, 3530; Agrofood: 10, 11, 12; Procesindustrie: 6, 8, 10, 17, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 35; Chemische industrie: 19, 20, 22.
15
COROP-regio IJmond
Provincie Noord-Holland
Nederland
(Fossiele) energie
0,4%
0,6%
2,1%
Agrofood-industrie
1,1%
1,7%
2,2%
Chemische industrie
1,4%
1,0%
2,3%
Procesindustrie excl. chemie en fossiele energie *
16,8%
2,2%
4,1%
Totaal aandeel energie-intensieve sectoren in toegevoegde waarde Bron: LISA 2019, bewerking Bureau BUITEN
19,6%
5,5%
11%
* N.b. een deel van procesindustrie bestaat uit chemische industrie en agrofoodindustrie. Dit aandeel is afgehaald van het aandeel procesindustrie zoals dat in deze tabel is weergegeven, om dubbeltelling te voorkomen.
Concluderend: het economisch belang van de energie-intensieve sectoren voor de IJmond – met de staalindustrie als zwaartepunt - is in absolute en relatieve zin groot. Energie-intensieve sectoren als bron van werkgelegenheid binnen de COROP-regio IJmond. De energie-intensieve sectoren in de IJmond zijn ook van groot belang voor de lokale en regionale werkgelegenheid (tabel 3). Binnen de IJmond zorgen de energie-intensieve sectoren voor bijna 15% van de lokale werkgelegenheid. Provinciaal en landelijk ligt het aandeel van de energie-intensieve sectoren in de totale werkgelegenheid met resp. 3,2% en 6,6% beduidend lager. In absolute cijfers komt de totale werkgelegenheid binnen de IJmond uit op 78.785 banen, met daarbinnen 14,6% of 11.500 banen in de energie-intensieve sectoren (LISA, 2019). Hiervan is TATA Steel met ca. 9.000 banen verreweg de grootse werkgever. Andere grote werkgevers zijn Crown van Gelder, Vattenfal, Linde Gas en Enci. Naast het genereren van directe werkgelegenheid in de IJmond zijn er indirect ook veel bedrijven betrokken bij de productie in de IJmond als toeleveranciers en/of afnemers. Voor Europese staalbedrijven waaronder TATA Steel wordt de ‘multiplier’ voor indirecte werkgelegenheid geschat op een waarde tussen de 3 en 4. De indirecte werkgelegenheid die TATA Steel daarmee genereert komt uit op ca. 30.000 á 35.000 banen (Eurofer, 2020 & FNV, 2021).
We merken op dat deze banen niet alleen in de IJmond landen, maar in de hele regio en (inter)nationaal. Ook merken we op dat er methodologische kanttekeningen te plaatsen zijn bij dergelijke multipliers en dat het lastig is hier absolute getallen aan te hangen. Wel staat vast dat er veel indirecte werkgelegenheid in de IJmond en het NZKG met de aanwezigheid van TATA Steel gepaard gaat. Concluderend: het economisch belang van de energie-intensieve sectoren voor de IJmond en daarbuiten, is ook in termen van werkgelegenheid groot. Een rechtvaardige transitie vraagt daarom om inzet op duurzaam behoud van deze werkgelegenheid voor de regio en daarbuiten. Tabel 3: Aandeel werkgelegenheid energie-intensieve sectoren regionaal, provinciaal en landelijk COROP-regio IJmond
Provincie Noord-Holland
Nederland
(Fossiele) energie
0,2%
0,3%
0,4%
Agrofood-industrie
0,8%
1,0%
1,6%
Chemische industrie
0,6%
0,6%
1,1%
Procesindustrie excl. chemie en fossiele energie
13,0%
1,3%
3,6%
Totaal aandeel energieintensieve sectoren in werkgelegenheid Bron: LISA 2019, bewerking Bureau BUITEN
14,6%
3,2%
6,6%
16
Energie-intensieve werkgelegenheid blijft belangrijk maar diversificatie van de economie neemt toe. Hoewel de werkgelegenheid in de IJmond nog veelal afhankelijk is van de energie-intensieve sectoren, diversifieert deze ook. In onderstaande figuur is de ontwikkeling van het aantal banen voor de energieintensieve sectoren en overige sectoren (die laatste als gezamenlijke categorie) weergegeven in indexcijfers. Wat opvalt is dat het totaal aan energie-intensieve banen de afgelopen 10 jaar met zo’n 5% is gedaald. Dit is veelal het gevolg van toenemend arbeidsproductiviteit als gevolg van automatisering, robotisering en digitalisering in de industrie: er zijn minder werknemers nodig voor dezelfde hoeveelheid werk. Daarentegen steeg het aantal banen in de andere sectoren met bijna 6%. Nog steeds is de industrie en andere energie-intensieve werkgelegenheid relatief van groot belang voor de IJmondiale economie. Maar het relatieve belang van de energie-intensieve industrie in de werkgelegenheid neemt af, omdat andere sectoren momenteel harder groeien. Er is daardoor een autonome ontwikkeling gaande van diversificatie van de IJmondiale werkgelegenheid.
In het licht van het JTF betekent dit twee dingen: het is van sociaaleconomisch belang de werkgelegenheid die gepaard gaat met de industrie zoveel mogelijk te behouden, maar er is óók potentie tot diversificatie, en het JTF kan ook hieraan bijdragen. Figuur 2: Procentuele ontwikkeling werkgelegenheid IJmond energie-intensieve en andere sectoren. 108,0% 106,0% 104,0% 102,0%
100,0% 98,0% 96,0% 94,0% 92,0% 90,0% 2011
2012
2013
2014
2015
Energie-intensieve sectoren
2016
2017
2018
2019
2020
Andere sectoren
Bron: LISA 2019, bewerking Bureau BUITEN
2.4 Krappe arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt en de veranderende eisen aan human capital vormen de vierde aanleiding om JTF-middelen in te zetten in de IJmond. Immers is voldoende én passend opgeleid en ‘skilled’ personeel een randvoorwaarde voor een succesvolle transitie naar een duurzame economie. Werkloosheid en aantal moeilijk vervulbare vacatures neem toe. De werkloosheid lag précorona historisch laag, maar nam als gevolg van de coronacrisis in de arbeidsmarktregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond en Noord-Holland Noord toe. In deze periode is het werkloosheidspercentage opgelopen van 3,1% eind 2019 naar 4,3% eind 2020. Deze stijging was echter van tijdelijke aard; de werkloosheid bedraagt nog 3,6% in het eerste kwartaal van 2021 (Bron, UWV). Tegelijkertijd blijft het aantal moeilijk vervulbare vacatures in een aantal sectoren wel toenemen. Sectoren waar werkgevers moeilijk aan nieuw personeel weten te komen zijn vooral technisch van aard: • Technische beroepen waaronder; bedrijfstechnici, lassers, metaalsnijders, monteurs, elektriciens, werkvoorbereiders en installatiemonteurs. • ICT-beroepen waaronder; programmeurs en systeemontwikkelaars. 17
• •
Transport en logistieke beroepen. Onderwijsberoepen waaronder; docenten exacte vakken.
Concluderend: het grote aantal moeilijk vervulbare vacatures kan duiden op krappe arbeidsmarkt en een mogelijke mismatch tussen vraag en aanbod. JTF-middelen kunnen daarom ingezet worden op het aantrekken en behouden van nieuw en bestaand personeel voor de techniek. Door energietransitie neemt vraag naar technisch personeel verder toe De energietransitie heeft effect op de arbeidsmarkt. Het overschakelen op duurzame bronnen van energieopwekking vraagt om extra personeel voor de energiesector. Uit de scenarioverkenning van het PBL blijkt dat, afhankelijk van hoe de energietransitie tot 2030 verloopt, de werkgelegenheid in de IJmond met 1.000 tot 1.700 banen toeneemt (en na 2050 nog meer). Relatief gezien is deze toename in de IJmond het grootst vergeleken met de andere regio’s in Noord-Holland. Het gaat bij deze extra banen wederom om veelal technische beroepen waaronder machinebouw, architecten/ingenieursbureaus, elektrische apparatuur, basismetaal en reparatie/installatie van machines. Door digitalisering, automatisering en robotisering stijgt de arbeidsproductiviteit en kan een deel van de vraag naar (technisch) personeel worden opgevangen, maar ook daarmee blijft de krapte bestaan.
Voor het slagen van de transitie naar een duurzame industrie in het belangrijk dat de krapte op de arbeidsmarkt voor duurzame energieopwekking, waaronder de (offshore)windindustrie ook voldoende aandacht krijgt. Wanneer de duurzame energiesector niet over voldoende personeel kan beschikken voor duurzame energieopwekking, komt ook de verdere verduurzaming van de industrie in de IJmond en het NZKG in het geding. Figuur 3: Verandering in spanning op de arbeidsmarkt als gevolg van de klimaattransitie per provincie.
Bron: Regionale arbeidsmarkteffecten van de energietransitie: een scenarioverkenning, PBL, 2020. Denken en samenwerken over regiogrenzen Werkgelegenheid en banenbehoud zijn echter geen thema’s die alleen binnen de COROP-regio kunnen worden opgepakt. De verbinding met de andere delen van de arbeidsmarktregio’s en zelfs de MRA is van wezenlijk belang om aan de vraag naar mensen te kunnen voldoen. De pendelbewegingen woonwerk binnen de MRA maken dit duidelijk (zie onderstaande figuur). De IJmond staat voor wat betreft de arbeidsmarkt vooral in verbinding met de aangrenzende regio’s; Zuid-Kennemerland, ZaanstreekWaterland en Noord-Holland Noord.
18
Voor het JTF betekent dit dat arbeidsmarktprojecten in de IJmond altijd moeten passen in de regionale context en inzet, en dat het nodig is samen te werken met partners (arbeidsmarktregio’s, werkgevers, onderwijsinstellingen) in de buurregio’s. Figuur 4 overzicht van de pendel tussen de verschillende regio’s in de MRA.
Bron: Economische Verkenningen MRA 2019, cijfers op basis van CBS.
2.5 Aandachtspunten bij transitieplan IJmond Tot slot zijn er in het kader van een rechtvaardige transitie drie aandachtspunten van belang voor de IJmond: •
Druk op de ruimte vraagt om zorgvuldige ruimtelijke afwegingen en slimme ruimte-intensieve oplossingen: ten eerste is de IJmond een dichtbevolkte regio, waar – net als in veel andere delen van de MRA – wonen, werken, energie, recreatie en toerisme, mobiliteit en andere functies om de ruimte ‘strijden’. Dit vraagt – in het kader van de transitie naar een duurzame industrie en economie – om zorgvuldige ruimtelijke en planologische afwegingen en om slimme, ‘ruimte-intensieve’ oplossingen. In hoofdstuk 5 gaan we nader in op de randvoorwaarden die de regio IJmond stelt aan projecten die met de JTF-gelden worden ondersteund.
•
Verduurzaming van de industrie is noodzakelijk voor een schone leefomgeving én voor de ‘license to operate’ (maatschappelijk draagvlak) voor de industrie. Een tweede belangrijk aandachtspunt gaat over de druk op de leefomgeving (luchtkwaliteit, geur, geluid) die met staalproductie en andere economische activiteiten in de regio gepaard gaat (zie ook paragraaf 2.1). Het is in het kader van een rechtvaardige transitie van groot belang om oog te hebben voor deze zorgen in het JTFtransitieplan. In de eerste plaats vanwege het belang van een gezonde leefomgeving, maar ook omdat een schonere (staal)industrie noodzakelijk is voor de ‘license to operate’ op de langere 19
termijn, en daarmee voor behoud van banen en economische activiteit. Een belangrijk aandachtspunt – en een randvoorwaarde – voor het JTF in de IJmond is dat de inzet van de gelden bijdraagt aan vermindering van de druk op de leefomgeving. Hier gaan we in hoofdstuk 4 (transitiepaden) en hoofdstuk 5 (randvoorwaarden bij uitwerking en selectie van projecten) verder op in. •
Belang van een rechtvaardige transitie, opvangen van nadelige effecten en tegengaan van energiearmoede. De energietransitie kan in bredere zin ook negatieve sociaaleconomische neveneffecten kan hebben. Verlies van fossiele werkgelegenheid is een groot risico – en hier richt het JTF Transitieplan IJmond zich vooral op – maar ook toenemende energiearmoede is een serieus risico. Dit treedt op wanneer mensen onvoldoende financiële middelen voor bv. verwarming, verlichting of om te koken, of vervoerskosten moeilijk kunnen betalen. Het is zaak dat de energietransitie niet zorgt voor (meer) energiearmoede. Binnen het JTF-Transitieplan is er daarom onder meer aandacht voor gebruik van restwarmte (Warmtenet, ook voor huishoudens) en voor toegankelijke oplossingen voor duurzame mobiliteit (bv. o.b.v. waterstof).
20
3 IJmondiale kansen voor een rechtvaardige en succesvolle transitie In het kort: De IJmond beschikt over diverse kansen om de transitie naar een groene industrie en economie succesvol te doorlopen. De strategische geografische ligging aan zee, de verbondenheid met de haven van Amsterdam - als onderdeel van het Noordzeekanaalgebied - en de ligging in de economisch sterke MRA bieden kansen. Eén van deze kansen voor de IJmond is de rol die regio kan pakken als ‘energy hub’. Daarnaast bieden bestaande netwerken & samenwerkingsverbanden een solide basis waarop de IJmond met het JTF kan voortborduren. Figuur 5: de IJmond als onderdeel van het bredere Noordzeekanaalgebied.
Bron: Visie Noordzeekanaalgebied 2040.
3.1 Strategische ligging aan zee, multimodaal verbonden en in de MRA en het NZKG De IJmond is een onderdeel van het bredere Noordzeekanaalgebied (zie figuur 4). In figuur 5 is de COROP-regio IJmond in kaart gebracht en zijn de belangrijkste bedrijven en initiatieven weergeven. IJmond is onderdeel van de MRA en is gunstig aan zee gelegen. De belangrijkste kansen met betrekking tot de ligging van de IJmond zijn; • Ligging aan zee & infrastructuur voor offshore windenergie: De Port of IJmuiden ligt direct aan zee en aan de monding van het Noordzeekanaal. Het havengebied kent een oppervlakte van 187,5 ha incl. havenbekkens. De haven faciliteert offshore olie- en gasprojecten en de assemblage en bouw van offshore windmolenparken. Daarnaast staan er momenteel, naast de drie al aanwezige high voltage 21
stations, nog vijf high voltage stations ter ontwikkeling op de planning. High voltage stations zijn nodig om energie van bijv. windmolens te transformeren en distribueren op het hoogspanningsnet. Figuur 6: Ligging JTF gebied COROP-Regio IJmond en belangrijke verbindingen, spelers en initiatieven.
22
• •
Multimodale ontsluiting ontsloten: IJmond ligt in de MRA en is multimodaal ontsloten. Via de Rijkswegen A9 en A22, het spoor en waterwegen (Noordzeekanaal en de Noordzee) kunnen arbeidskrachten en goederen de IJmond bereiken. IJmond als onderdeel van de MRA en het Noordzeekanaalgebied. De economie van de IJmond hangt sterk samen met die van het NKZG als geheel en die van de MRA. Door de ligging nabij Amsterdam en Haarlem heeft de IJmond toegang tot een groot arbeidsmarktpotentieel (talent in de regio), kennis- en onderwijsinstellingen als ’leveranciers van kennis en talent’ én samenwerkingspartners. Strategische partners voor de IJmond in de regio zijn onder meer de Port of Amsterdam (samenwerkingskansen rondom hernieuwbare energieprojecten en waterstof), energiebedrijven (o.a. Alliander, Eneco Wind, Westpoort Warmte), industriebedrijven, afvalverwerkers als AEB Amsterdam en HVC Alkmaar en meer. Ook met bijvoorbeeld de Zaanstreek zijn er de nodige samenwerkingskansen; zo speelt de staalindustrie als leverancier van verpakkingsmateriaal een belangrijk rol in de agro-food industrie.