CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

E11 Aanpak Lage basisvaardigheden 2021-2024.pdf

Raadsvergadering 31 maart 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken13.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tot slot U las het regionale meerjarenplan Aanpak verbeteren basisvaardigheden van de gemeenten van ZuidKennemerland en IJmond. De gemeenten streven er naar samen met hun partners meer inwoners met lage 20 https://beeldbank.gebruikercentraal.nl

19

basisvaardigheden te bereiken en hen een passend aanbod aan te kunnen bieden. Zodat onze doelgroepen gemakkelijker/beter kunnen meedoen en zelf regie kunnen houden op leefgebieden zoals gezondheid, vitaliteit en betrokkenheid bij de opvoeding. Een goede samenwerking met alle partners en inwoners uit de doelgroepen zelf is noodzakelijk voor de realisatie van onze doelstellingen. Om deze samenwerking te ondersteunen werken we een aparte regionale samenwerkingsagenda uit. Deze agenda is een werkdocument dat we jaarlijks aanpassen aan de actualiteiten. Wij kijken er naar uit om met onze doelgroepen en onze partners samen de Aanpak verbetering basisvaardigheden te versterken de komende jaren!

20

BIIJLAGE 1 Opbrengsten uit de gesprekken met onze partners Om te komen tot het regionale plan spraken we, de gezamenlijke gemeenten met onze regionale en lokale partners en met collega’s binnen de gemeenten. Het gaat om de volgende partijen: • • • • • • • • • • • • • • • •

NOVA-college INTK Bibliotheek Zuid-Kennemerland Bibliotheek IJmond De taalhuizen Haarlem Effect Pluspunt Welschap Beverwijk en Heemskerk SPA Welzijn Velsen Pasmatch IJmond Werkt! Nel Groen, docent Coördinator Wijkteams Haarlem en Zandvoort Stichting Lezen en Schrijven Collega’s met de volgende portefeuilles: o Sociaal domein o Inburgering o RMC o Onderwijs o Participatie/Werk en Inkomen o Arbeidsmarkt ontwikkeling

Al deze gesprekken leveren waardvolle inzichten op, waardoor we zijn gekomen tot de nieuwe aanpak. De belangrijkste naar aanleiding van de gesprekken met onze partners geven we hieronder puntsgewijs weer. • • • • • • • • • •

Welzijnspartners bereiken de doelgroepen op de vindplaatsen en met camouflage aanbod en kunnen toeleiden naar professioneel taalaanbod Er is onvoldoende capaciteit om vast te stellen of iemand tot de doelgroep behoort Mensen vertrouwd maken en toeleiden aan aanbod kost veel tijd die er vaak niet is bij de professionals Aanbod en ondersteuningsstructuur verschilt per sub regio, wat prima is. Er kan meer aanbod komen gekoppeld aan leefgebieden en in het bijzonder aan vitaliteit en Positieve Gezondheid. Het werkt om een inhoudelijk expert (docent) binnen het taalnetwerk te hebben zoals in de IJmond. De expertise van de bibliotheken en professionele taalaanbieders is essentieel voor de kwaliteit van het aanbod en het bieden van maatwerk. Ruimte voor maatwerk is belangrijk net als het bieden van combinatietrajecten door non-formele organisaties waar naast het leren het activeren en participeren belangrijk is. Vrijwilligers zijn essentieel voor het laagdrempelig oefenen met de deelnemers maar het vrijwilligersbestand vergrijst wel. Nu kan er veel omdat de vraag voor de formele educatie minder is dan de hiervoor ingekochte trajecten. Er worden inmiddels steeds meer mensen bereikt die tot de doelgroep behoren. Nu laten we bijvoorbeeld ook laaggeletterde arbeidsmigranten toe tot de formele educatie die niet tot een van de doelgroepen van ons regionaal plan behoren.

Zij zullen in de toekomst zelf moeten zorgen voor hun scholing in het geval de vraag toeneemt.

21

• • • • • • • • •

• • • • • • • • • • • • •

Het is belangrijk om meer informatie te hebben over de kwaliteit van het aanbod, maar we moeten extra registratie bureaucratie zoveel mogelijk vermijden. Het de wens om te werken met ‘wat werkt principes’ als dat kan, Het is de wens om van 16 of 20 weken naar meer weken aanbod te kunnen zodat deelnemers een beter resultaat behalen zonder tussentijdse toets. Digi-Sterk! kan een vindplaats worden voor de doelgroep bij de bibliotheek. Het is de wens om te komen tot vervolg aanbod na de training Stap In. We hebben een Taalakkoord waar nu niet veel gebeurt, dit kan een kans zijn in combinatie met een werkgeversaanpak. De NT1 doelgroep wordt bereikt en bediend in (delen van) de IJmond in Zuid-Kennemerland gebeurt dit nog niet structureel. Er moet aandacht blijven voor de kwetsbare groep in de bijstand en er moet ruimte komen voor de nieuwe werklozen vanwege de coronasituatie zoals jonge mannen met een eigen bedrijf. We zien dat de taalvaardigheid van pubers steeds slechter wordt waardoor we verwachten dat de doelgroep “jongvolwassenen” gaat toenemen als we geen actie ondernemen. Daarom moet er meer aandacht komen voor jongeren en hun ouders. Er kan meer aanbod komen voor ouders onder schooltijd van de basisschool door de samenwerking met deze scholen te intensiveren. Er is meer behoefte aan structureel digitaal aanbod naar aanleiding van de coronacrisis.

Een professionele intake heeft de voorkeur. We zien mogelijkheden om veel meer professionals te trainen in het herkennen en doorverwijzen. Het kan een kans zijn om het NT2 aanbod aan te bieden aan inburgeraars. Het is de wens om aan de slag te gaan met de methode van Klasse! voor het werven van NT1-ers. Het is goed om elkaar beter te leren kennen en ook de expertise van ieder beter te leren kennen. De informatie vanuit gemeenten en de bibliotheken kan eenvoudiger worden gemaakt. De werving kunnen we gezamenlijk oppakken en leren wat werkt voor wie. Werken met mensen uit de doelgroep is een pré. Taalaanbod kan gecombineerd worden met re-integratietrajecten om mensen uit de bijstand te helpen. Bewustwording stimuleren bij de professionals in het sociaal domein en de schuldhulpverlening in het bijzonder. Bewustwording stimuleren bij gemeentelijke collega’s en afdelingen.

22

BIJLAGE 2. Educatief WEB bekostigt aanbod in Zuid-Kennemerland en IJmond voor meerderjarige nietinburgeringsplichtigen Activiteit

Doelgroep

Aantal cursisten

Aanbieders

NT 1 Formeel taalaanbod 0 naar 1F 1F naar 2F 2F naar 3F NT 2 Formeel taalaanbod 0 naar A1 A1 naar A2 A2 naar B1 B1 naar B2 NT 1 en NT 2 Formeel rekenaanbod 0-1F 1F naar 2F 2F naar 3F

Nederlandstaligen die het Nederlands onder het niveau 2F beheersen

3 ZK 2 IJM

Nova College

Regionaal/ lokaal Regio

5 380 ZK 326 IJM

Nova College

Regio

706 35 ZK 22 IJm

Nova College

Regio

Van A2 naar B1 Formeel combi traject met stage in de zorg

Trajecten op maat t.b.v. cursisten Leren en werken in de zorg

57 16 ZK 3 IJM

Nova College

Regio

Versterken Nl taal. Formeel traject

Tbv cursisten leren en werken in de zorg die een opleiding bij het MBO volgen

Nova College

Regio

Non-formele trajecten taal-, reken-, en digitale vaardigheden

Trajecten ‘Zelfredzaam met taal’ t.b.v. langzaam lerende anderstaligen die hun basisvaardigheden willen verbeteren t.b.v. dagelijkse taken en bezigheden

Nova College

IJmond

Non-formele trajecten taal-, reken-, en digitale vaardigheden

Trajecten ‘Zelfredzaam met taal’ t.b.v. langzaam lerende anderstaligen die hun basisvaardigheden willen verbeteren t.b.v. dagelijkse taken en bezigheden

Nova College INTK Bureau Ad Appel

ZK

Non-formele NT2 lessen

Voor beginners, half gevorderden en gevorderden

Non-formele NT2 lessen

0-A1 A1-A2 A2-B1 B1-B2 Anderstalige ouders van leerlingen van de basisschool

Anderstaligen die het Nederlands onder niveau B1 beheersen

Nederlands- én anderstaligen die hun rekenvaardigheden onder niveau 2F beheersen

19

19

36 IJM

65 ZK Taalschool Jacqueline Huigen 20 ZK

Non-formele NT2 lessen Non-formele NT2 lessen

Non-formele digitale cursussen Non-formele NT2 lessen

NT2 , taalplein oefenaars, Taalsoos, spreekuren Schalkwijk, centrum, noord, UWV en Zandvoort

Iedereen die z’n Nederlands wil verbeteren

Taalschool van Stichting Studiefonds Plus 40 ZK Spaarnesant / Piramide school 14 HLM 80 ZK

Bibliotheek ZK

Nog niet gestart 25 ZK

Haarlem Effect/ Dock en bibliotheek ZK Pluspunt Zandvoort

23

Non-formeel NT1 en NT2, taal rekenen en digi Non-formeel NT1 en NT2

Non-formeel NT1 en NT2 Non-formeel NT2

Volwassenen die aan hun basisvaardigheden willen werken

75 VEL

St,. Welzijn Velsen

Mensen die ingeburgerd zijn met een taalachterstand (laaggeletterd NT1 en 2) en een sociale en psychische beperking Volwassenen die aan hun basisvaardigheden willen werken Anderstaligen met onvoldoende kennis van de NL taal

35

Gem. Heemskerk / SPA / Welschap en MEE

64

St. Welzijn Beverwijk

43

SPA Beverwijk

1303 totaal

BIJLAGE 3. Wet Inburgering Op 1 januari 2021 treedt de stelselwijziging Inburgering in werking. Gemeenten zijn dan weer verantwoordelijk voor de uitvoering van de inburgering. De belangrijkste punten van de veranderopgave zijn: • Iedereen doet mee, liefst via betaald werk • Gemeenten voeren regie over de inburgering en zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een passend aanbod • Gemeenten nemen een brede intake af op basis waarvan een persoonlijk plan Inburgering en Participatie volgt • De Taaleis gaat van A2 naar B1 • De gemeente neemt de eerste zes maanden de vaste lasten en verplichtingen voor de statushouder over • Het nieuwe stelsel gaat uit van drie leerroutes: o Onderwijsroute, gericht op de overstap naar regulier onderwijs, met name voor jongeren; o Reguliere route, gericht op het behalen van taalniveau B1 en kennis van de Nederlandse samenleving; o Z-route, gericht op het zelfstandig worden door taal, bedoeld voor mensen met een beperkt leervermogen. Inburgeraars vallen niet onder de WEB-regelingen. Maar als zij hun inburgering hebben afgerond kunnen zij wel gebruik maken van het WEB-aanbod. Dat gebeurt nu ook al. Op dit moment is nog niet duidelijk welke gevolgen de stelselwijziging gaat hebben op de vraag naar aanbod. Waar nodig gaan we onze aanpak bijsturen als duidelijk is wat de effecten zijn.

24

BIJLAGE 4. Rol- en taakverdeling gemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond We geven elke gemeente zoveel mogelijk keuzevrijheid in relatie tot de wettelijke verantwoordelijkheden. Hieronder kun je lezen hoe we de taken en verantwoordelijkheden verdelen. Taken en verantwoordelijkheden De coördinerende taken van de contactgemeente zijn vastgelegd in de wet. In de samenwerking houden we vast aan deze formele taken van de contactgemeente. Dat betekent dat Haarlem verantwoordelijk is voor: • • •

• • • •

•

• • • • • • • • •

Het opstellen van een regionaal programma in overleg met de andere gemeenten in de regio; Het bijhouden van regionale afspraken en het waar nodig aanpassen van het regionale educatieplan; Het organiseren van ambtelijke overleggen over de verdeling van de middelen voor het komende jaar en tussentijds over de voortgang en daadwerkelijke bestedingen. Het gaat om minimaal 4 overleggen per jaar; Het verantwoorden van alle WEB uitgaven aan het ministerie voor zowel de regionale opdrachten (waarvoor Haarlem opdrachtgever is) als de opdrachten die individuele gemeenten verstrekken; Het doen van betalingen, zowel voor contractpartners als voor subsidies; Het vervullen van de rol van opdrachtgever en contractbeheerder van de aanbieders van formele educatie; Het maken van afspraken over het formele regionale aanbod. Alle aanbestedingen gaan onder regie en coördinatie van de contactgemeente. Hiervoor wordt samengewerkt met (een afvaardiging van) de regionale gemeenten; Gemeenten maken afzonderlijk of in combinatie met één of meer andere gemeenten afspraken met educatieve partners. De gemeenten die deze afspraken willen aangaan, voeren zelf de gesprekken en maken afspraken binnen de in regionaal verband afgesproken budgettaire kaders. Dit leidt in alle gevallen tot een subsidieaanvraag die bij de gemeente Haarlem wordt ingediend.

Het implementeren van het landelijke kwaliteitssysteem en een systematiek voor monitoring; Het verzamelen van registratiegegevens en beschikbaar stellen aan het Ministerie, conform AVGrichtlijnen; Het verdelen van eventueel (resterende) rijksbijdrage aan de gemeenten voor lokale initiatieven; Het leveren van informatie aan de overige gemeenten in de regio; Op verzoek het geven van advies; Gegevens vast laten stellen door de raad, conform de bestuurlijke afspraken laaggeletterdheid van VNG en het Rijk; Beschikkingen afgeven; Stimuleren en faciliteren van non formeel aanbod; Onderhouden van het taalnetwerk, zowel regionaal als landelijk.

Alle gemeenten in de regio hebben de volgende verantwoordelijkheden: • • • • • • • • • •

Bijdragen aan het uitvoeren, uitwerken en aanpassen van het regionale plan en uitvoeringsprogramma; Bijdragen aan het regionale uitvoeringsprogramma; Iedere gemeente maakt waar mogelijk een lokaal of sub regionaal jaarplan; Hebben inzicht in de subsidie aanvragen die partners naar de contactgemeente gaat; Zorgen voor inzicht in de vraag naar basisvaardighedenonderwijs onder hun bewoners; Het inbrengen van deze lokale vraag in het regionale WEB-overleg; Het organiseren van de toegang tot het educatie-aanbod van de inwoners; Het aantrekken van aanbieders voor non-formeel (lokaal) aanbod; Het leveren van verantwoordingsinformatie die de contactgemeente nodig heeft voor de verantwoording aan het ministerie; Stimuleren en faciliteren informeel aanbod;

25

• • •

Stimuleren verbinding tussen het taalnetwerk en de netwerken sociaal domein; Onderhouden van het taalnetwerk; De monitoring van zelfgemaakte afspraken met sub-regionale en lokale aanbieders.

26

BIJLAGE 5. Schema taalniveaus

Raamwerk alfabetisering Referentiekader taal en rekenen volwasseneducatie (Meijerink) Europees Referentiekader voor talen (Raamwerk NT2 Anderstaligen)

Laaggeletterd Alfa21

Geletterd

Instroom

1F, eind basisschool

2F, eind VMBO

3F, eind MBO4 en HAVO

4F, eind VWO

A1, beginner, 5% bevolking

A2, inburgerings examen, 15% bevolking

B1, staats examen, gevorderden, 40% bevolking

B2, staats examen, 25% bevolking

C1 vergevorderden, 10% bevolking

C2, 5% bevolking

A1: begrijpt woorden of namen die vertrouwd zijn en heel eenvoudige korte zinnen. A2: begrijpt korte eenvoudige teksten, in staat om informatie te vinden in eenvoudige teksten zoals een advertentie of een menukaart. B1: begrijpt teksten die uit veel gebruikte woorden bestaan en teksten die moeilijker zijn als ze daar veel mee te maken hebben, zoals werkinstructies. B2: begrijpt een tekst waarin de schrijver een standpunt inneemt, kan ook genieten van hedendaagse literatuur. C1: begrijpt lange en complexe teksten. Kan specialistische teksten en technische instructies begrijpen, zelfs als die over een ander vakgebied gaan. Waardeert complexe (oudere) literatuur en het gebruik van stijlen. C2: begrijpt alle teksten inclusief jargon of metaforen.

21

Analfabeet

27

De regionale samenwerkingsagenda van de gemeenten van Zuid-Kennemerland en IJmond Behorende bij het regionaal meerjarenplan Aanpak verbeteren basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond

B De gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort

Concept 30 september 2020

1

Inhoudsopgave DE REGIONALE SAMENWERKINGSAGENDA VAN DE GEMEENTEN VAN ZUID-KENNEMERLAND EN IJMOND .................... 1 INHOUDSOPGAVE ............................................................................................................................................ 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................... 3 1.2 UITGANGSPUNTEN VOOR SAMENWERKING ............................................................................................... 3 1.3 OP WELKE ONDERWERPEN WERKEN WE SAMEN?...................................................................................... 4 1.3. A. BEREIK NT1-ERS ........................................................................................................................................... 5 1.3. B. BEREIK JONGVOLWASSENEN EN OUDERS ............................................................................................................ 6 1.3. C. HERIJKING VAN HET TOTALE BESTAANDE AANBOD OP BASIS VAN DE ERVARINGEN VAN DE DEELNEMERS .......................... 7 1.3. D. MONITORING BEREIK, KWALITEIT EN IMPACT ...................................................................................................... 8 3.3.

WAT ZIJN DE RANDVOORWAARDEN VAN DE REGIONALE SAMENWERKINGSAGENDA? ...................................................... 9 3.3. a. De taalnetwerken en de Taalhuizen ................................................................................................... 9 3.3. b. Samenwerkingsstructuur .................................................................................................................... 9 3.3. c. Verantwoording .................................................................................................................................. 9 3.3. d. Kennisdeling en netwerkactiviteiten ................................................................................................... 9 TOT SLOT ............................................................................................................................................................... 9

2

1.1 Inleiding Voor u ligt de regionale samenwerkingsagenda van de gemeenten uit de arbeidsmarktregio ZuidKennemerland en IJmond. Deze agenda hoort bij het ‘Regionaal meerjarenplan Aanpak verbeteren basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond’. Wij adviseren u om eerst het meerjarenplan te lezen voordat u deze samenwerkingsagenda leest. In deze agenda leest u over de volgende zaken: • Uitgangspunten voor de samenwerking • Overzicht van de onderwerpen waarop de gemeenten verder gaan samenwerken, zoals: o Het bereiken van NT1-ers1; o Het bereiken van ouders en jongvolwassenen; o Het herijken van al het aanbod op basis van de ervaringen van deelnemers; o Monitoring resultaten, de kwaliteit en de impact • De randvoorwaarden van de regionale samenwerking We starten met de inleiding. In de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond werken de gemeenten met partners al geruime tijd succesvol samen rondom onder andere het verminderen van te lage basisvaardigheden bij inwoners. Daarnaast heeft iedere gemeente een lokale aanpak passend bij de lokale situatie. Een van de manieren waarop we dit doen is via het regionale meerjarenplan Aanpak verbeteren basisvaardigheden 2020-2024. Bij dit plan hoort de regionale samenwerkingsagenda die nu voor u ligt. Deze agenda geeft aan waar de gemeenten op samenwerken de komende vier jaar.

In deze regionale samenwerkingsagenda leest u de volgende zaken: 1. 2.

3.

Uitgangspunten voor samenwerking Op welke onderwerpen werken we samen a. Bereik NT1-er b. Bereik jongvolwassenen i. Ouderbetrokkenheid vergroten ii. Aansluiten bij de Lokale Educatieve Agenda (LEA) iii. Voortijdig schoolverlaten voorkomen c. Monitoring bereik, kwaliteit en impact Randvoorwaarden voor samenwerking a. De Taalnetwerken en de Taalhuizen b. Samenwerkingsstructuur c. Verantwoording d. Kennisdeling en netwerkactiviteiten

Hieronder gaan we in op de uitgangspunten voor samenwerking.

1.2 Uitgangspunten voor samenwerking Omdat we verwachten dat er meer vragen gaan komen dan dat er middelen zijn, hanteren we een aantal uitgangspunten voor de samenwerking: • • • • • •

We richten ons op het vergroten van de participatiemogelijkheden, inclusief werk als dat passend is; We leggen de verbinding met bestaande programma’s en initiatieven, in het bijzonder met het sociaal domein en de inburgering; We leggen op thema de verbinding met formele-, non-formele- en informele educatie2; We zorgen voor een zorgvuldig samengesteld leeraanbod met combinatietrajecten en een goede spreiding in de regio zodat iedereen zijn of haar basisvaardigheden kan ontwikkelen; We faciliteren en stimuleren publieke samenwerking en investeren in zowel professionele als vrijwillige inzet daarbij; Van inwonersdie voldoende middelen hebben, zoals expats, verwachten we dat ze hun onderwijs zelf bekostigen. Natuurlijk kunnen zij wel gebruik maken van de algemene voorzieningen zoals de bibliotheek

1 Inwonersmet Nederlands als 1e taa,l (basis)onderwijs in Nederlands gevolgd – spreekt de taal goed 2 Niet Web subsidiabel

3

• •

We gaan door met het aanbesteden van het regionale formele aanbod en het subsidiëren van het nonformele aanbod; We vragen onze partners om te investeren in bewustwording van het verborgen probleem, te investeren in het herkennen en doorverwijzen, en in taalscholing van de eigen medewerkers.

We gaan uit van het principe regionaal waar mogelijk, lokaal waar nodig om gezamenlijk meer slagkracht te hebben. Dit betekent bijvoorbeeld dat we het formele aanbod regionaal gaan aanbesteden in 2021. Maar ook dat de non-formele trajecten via subsidiering plaats blijven vinden. De invulling hiervan vindt grotendeels lokaal plaats zodat er ruimte is voor lokale accenten. De gunning van de formele educatie aan het Nova College loopt tot en met uiterlijk 31-12-2021. Vanaf medio 2021 start Haarlem de aanbestedingsprocedure van de formele educatie voor een nieuwe periode. De gemeenten van onze regio worden hier nauw bij betrokken.

1.3 Op welke onderwerpen werken we samen? In de periode 2020-2024 werken we in ieder geval op de volgende punten regionaal samen: a. Bereik NT1-ers b. Bereik jongvolwassenen en ouders van kinderen op de basisschool c. Herijking bestaand aanbod op basis van de ervaringen van de deelnemers d. Monitoring bereik, kwaliteit en impact In de onderstaande overzichten beschrijven we per punt wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. De gemeenten kiezen zelf waar het lokale accent ligt en wat realistisch en haalbaar is. Nadere uitwerking volgt dan medio 2021.

4

1.3. a. Bereik NT1-ers Wat is er aan de hand? Uit landelijke cijfers3 blijkt dat van de groep inwonersmet lage basisvaardigen het merendeel (56%) Nederlands als moedertaal heeft, de zogeheten NT1-ers. Deze verhouding zien we niet terug bij de deelnemers aan ons aanbod. Daarom willen we de komende jaren focussen op het verhogen van het bereik van deze groep en het creëren van passend aanbod voor hen. Om dit te realiseren gaan we: 1. NT1-ers werven 2. Het aanbod beter laten aansluiten op de vraag van NT1-ers Punt 2 is de verantwoordelijkheid van de verschillende gemeenten. Iedere gemeente stelt zelf het lokale aanbod samen. Hierbij willen we meer leren van elkaars ervaringen. Voor punt 1 gaan we regionaal samenwerken. Wij investeren in trajecten om deze inwoners te vinden en te verleiden met behulp van ervaringsdeskundigen en themagericht aanbod. Bijvoorbeeld aanbod waarbinnen gezondheidsvaardigheden leren centraal staat zoals rondom gezonde voeding. Inwoners met lage basisvaardigheden kunnen bijvoorbeeld niet goed etiketten lezen. Daarbij sluiten we aan op de levensgebieden waarop de persoon problemen ervaart. Digi vaardigheden verwerven en behouden zijn hierbij belangrijk. De aanpak ziet u in schema weergegeven hiernaast. Eerder sloten we een Taalakkoord voor onze regio af. De partners van het Taalakkoord en de gemeenten zijn ook werkgevers.

Bij en met hen vragen we aandacht voor het vergroten van kennis en herkenning van het verborgen probleem van te lage basisvaardigheden van professionals. Wat willen we bereiken? A. Meer inwoners die Nederlands als moedertaal hebben, de zogeheten NT1-ers, vinden hun weg naar beschikbare diensten en voorzieningen die hen ondersteunen bij het verwerven en onderhouden van basisvaardigheden B. Er is meer thematisch aanbod beschikbaar voor deze inwonersgericht op levensgebieden zoals gezondheid, financiën, opvoeding en werk Wat gaan we daarvoor doen? Doelstelling A: 1. 2.

We werken de aanpak verder uit in een plan; We ontwikkelen een gezamenlijke communicatiestrategie zoals bijvoorbeeld een campagne om de activiteiten vanuit de Taalhuizen te promoten;

3 Laaggeletterdheid in Zicht

5

3.

We ontwikkelen een aanpak begrijpelijke communicatie, en benutten van (gezamenlijke) subsidieverordeningen en bestekken medio 2022;

Doelstelling B: 4. 5. 6.

We ontwikkelen thematisch aanbod gericht op levensgebieden zoals gezondheid We wisselen kennis en ervaring uit over het educatieve aanbod, zoals Stap In en Digi Sterker. Dit doen we in de periodieke overleggen op regionaal niveau; We ontwikkelen een werkgeversaanpak met een aantal partners van het Taalakkoord. Samen met een aantal van hen gaan we een werkgeversaanpak ontwikkelen voor de kwetsbare sectoren zoals bouw, horeca, handel en industrie.

1.3. b. Bereik jongvolwassenen en ouders Wat is er aan de hand? Steeds meer jongvolwassenen verlaten het onderwijs onvoldoende taalvaardig. Dat vraagt om een landelijke arbeidsmarktrelevante voorziening met van cursussen basisvaardigheden voor deze groepen. Bijvoorbeeld door de integratie van taaltrajecten in het mbo-onderwijs/taalgericht onderwijs, of een sterkere link met werk of vervolgopleiding binnen het educatieaanbod voor jongvolwassenen. Wij zullen hiervoor pleiten bij betrokken uitvoerende partijen de komende periode. In onze regio heeft ca. 11% van de jongvolwassenen (16-30 jaar) te lage basisvaardigheden4. We willen de komende periode investeren in een integrale preventieve aanpak voor jongvolwassenen en ouders door het vergroten van ouderbetrokkenheid, aansluiten bij de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. We verkennen de komende periode welke van deze zaken in regionaal verband nog meer kunnen worden opgepakt. Het gaat om de volgende zaken: a. b. c.

Ouderbetrokkenheid vergroten Aansluiten bij de Lokale Educatieve Agenda’s (LEA) Voortijdig schoolverlaten voorkomen

a. Ouderbetrokkenheid vergroten Sommige ouders beheersen de taal onvoldoende, waardoor hun kinderen een groter risico hebben op een taalachterstand. Dit willen we voorkomen door ouders te stimuleren om hun taal te verbeteren in relatie tot de opvoeding en ontwikkeling van hun kind. We beginnen hiermee zo vroeg mogelijk in samenwerking met het CJG, de kinderopvang en het basisonderwijs. b. Agenderen lage basisvaardigheden jongvolwassenen Lokaal Educatieve Agenda (LEA) We nemen het voorkomen van lage basisvaardigheden op in de Lokaal Educatieve Agenda. Dit is een instrument voor gemeenten, schoolbesturen en overige partners om tot gezamenlijk afspraken voor het onderwijs- en het jeugdbeleid te komen. Het taalnetwerk zoekt hiervoor samenwerking met de betreffende onderdelen binnen gemeenten, de schoolbesturen, CJG en kinderopvangorganisaties binnen het LEAnetwerk. c. Voortijdig schoolverlaten voorkomen In onze regio werken we samen met het RBL, Leerplein, Regionale Bureau voor RMC en leerplicht.5 Wij willen de jongvolwassenen de mogelijkheid bieden om door aanvullend (taal)aanbod alsnog een start- of beroepskwalificatie te behalen. Lukt dit niet dan bieden we een traject aan dat de zelfstandigheid vergroot, zoals Empowerment trajecten. Het gaat hier om jongvolwassenen in kwetsbare posities.

Wij willen dit aanbod voor deze groep samen met het RBL-leerplein, het Regionaal Bureau RMC en de leerplicht en de jongvolwassenen zelf ontwikkelen. Daarnaast investeren we in bewustwording bij de professionals door 4 Geletterdheid in Zicht, 2020. Het gaan om zowel werkende als niet-werkende jongvolwassenen, zowel met een Nederlandse als niet-

Nederlandse achtergrond, die overwegend niet hoogopgeleid zijn. 5 Zie voor meer informatie hierover ook het Jaarverslag 2019-2020 van het Leerplein

6

online materiaal in te zetten zoals filmpjes voor inwoners die met de doelgroep in aanraking komen. Hierbij vragen we via de subsidie afspraken aan onze partners om hierin te investeren. Wat willen we bereiken? • In 2024 willen we dat er meer jongvolwassenen beschikken over voldoende basisvaardigheden om mee te kunnen doen in de samenleving; Wat gaan we daarvoor doen? • We verkennen de mogelijkheden voor een regionale jeugdpreventie coalitieaanpak. Het gaat hierbij om de structurele samenwerking tussen het LEA-netwerk en de netwerken voor (jong)volwassenen. Waar mogelijk sluit de inburgering hierbij aan. Het besluit hierover nemen we in 2021; • We verkennen de mogelijkheid van een regionale ‘talentenacademy’ die professionals structureel traint in het herkennen, benoemen en doorverwijzen van ouders en jongvolwassenen. Het besluit hierover nemen we in 2021; • In een periodiek overleg met het RBL Leerplein brengen we de processen van behoeftes en (herijkt) aanbod in kaart zodat er sneller en meer op maat lokaal aanbod beschikbaar is voor jongvolwassenen in de hele regio; • We bespreken de doelstelling periodiek en operationaliseren deze in het ambtelijk en bestuurlijk overleg op basis van voortschrijdend inzicht en met de uitkomsten van de monitor (zie hiervoor 1.3.d.)

1.3. c. Herijking van het totale bestaande aanbod op basis van de ervaringen van de deelnemers Wat is er aan de hand? In onze regio is een wisselend aanbod beschikbaar van zowel formele als non-formele educatie en combinatie-/participatie trajecten. Om zicht te krijgen op de kwaliteit van dit aanbod is het belangrijk dat we het aanbod allereerst goed in kaart hebben. We vragen onze partners en de taalnetwerken om het aanbod beter en overzichtelijk online te ontsluiten en de kwaliteit te meten via het monitoringssysteem. Zie hiervoor 1.3.d. Hoewel fysiek aanbod en menselijk contact belangrijk zijn bij leren en ontwikkelen, leerden we de afgelopen tijd ook dat online aanbod deels tegemoet kan komen aan de leerwensen van de deelnemers. We stimuleren dat inwonersgebruik maken van een combinatie van online en offline aanbod als dat bij hun mogelijkheden past. We werken aan passend aanbod voor de verschillende doelgroepen. We zullen gegevens krijgen uit de monitoring waarvan we kunnen leren. Daarnaast willen we ook leren van de ervaringen van de deelnemers. We investeren in een ervaringspanel van ervaringsdeskundigen die -als ze dat willen- een voorbeeld zijn voor anderen, voorlichting geven aan professionals en de toegankelijkheid van de communicatie in de gaten houden.

Naast de monitoring zijn er straks landelijke -verplichte- kwaliteitseisen waar het lokale aanbod minimaal aan moet voldoen. Wij verwachten van onze partners dat zij investeren in de implementatie van deze eisen. Wat willen we bereiken? A. In 2024 zijn de taalhuizen gecertificeerd op kwaliteit van zowel het aanbod als de toekomstbestendigheid van de organisatie; B. In 2024 is het actuele regionale aanbod zoveel mogelijk online en overzichtelijk ontsloten; C. In 2022 is een ervaringspanel beschikbaar van ervaringsdeskundigen. Wat gaan we daarvoor doen? A. We maken afspraken met de betrokken partners van de taalhuizen over het certificeringsproces in 2021. We maken dan ook afspraken over hoe de inhoudelijke expertise te borgen binnen de Taalhuizen;

7

B. C.

We verkennen in 2021 de mogelijkheden van een online platform voor het ontsluiten van het online en offline aanbod. We nemen hierover eind 2021 een bestuurlijk besluit; Op dit moment zijn er enkele ervaringsdeskundigen beschikbaar (IJmond) en zijn we aan het werven. In overleg met deze inwoners en met Stichting ABC besluiten we begin 2021 hoe het ervaringspanel eruit kan komen te zien en welke randvoorwaarden daarbij nodig zijn.

1.3. d. Monitoring bereik, kwaliteit en impact Wat is er aan de hand? Een eis vanuit de Rijksoverheid voor de aanpak van lage basisvaardigheden is dat gemeenten investeren in kwaliteitsbewaking van de non-formele educatie en in de monitoring van de deelname aan de trajecten en de impact van die trajecten op de deelnemers. Vanuit het ministerie van OCW komt nog een instrumentarium. Het is nog niet bekend hoe dit instrumentarium eruit gaat zien. We sluiten daarop aan als dat beschikbaar komt. In onze regio zijn we al bezig met het implementeren van het beproefde en bewezen monitor- en registratiesysteem van Qwasp/ Maurice de Greef6. We gaan dit systeem inzetten bij zowel de formele als de non-formele aanbieders. De vragenlijst bevat verplichte vragen vanuit het Rijk aangevuld met vragen die in onze regio van belang worden gevonden. Dit wordt bepaald na regionaal ambtelijk overleg, na consultatie van onze partners. Het systeem monitort op de volgende aspecten: Input/kwalitatief: • •

Aantallen en soorten activiteiten; Aantallen deelnemers per activiteit.

Output: • •

Activiteiten al dan niet afgerond/non-formele educatie; Diploma of certificaat als dan niet behaald/formele educatie.

Outcome/kwalitatief: •

Effecten op zelfredzaamheid, sociale contacten, arbeidsmarkt/betaald werk, vervolgonderwijs enz.

Het is de verwachting dat we met dit systeem goed kunnen aansluiten op het nog te ontwikkelen landelijke monitor systeem. Wat willen we bereiken? In 2024 beschikken aantoonbaar meer inwoners van Zuid-Kennemerland en IJmond over voldoende basisvaardigheden om mee te doen in de samenleving Wat gaan we daarvoor doen? 1.

2.

Op basis van de landelijke 0-meting in 2020 stellen we regionale doelstellingen vast voor het bereik van de doelgroep, afgeronde trajecten en uitkomsten zoals verbetering van vaardigheden en van participatie; Op basis van de metingen sturen we jaarlijks bij.

6 “Houder van de Unesco leerstoel Volwasseneneducatie aan de Vrije Universiteit Brussel”. Zet nu vanuit de organisatie Qwasp

monitoringsactiviteiten op in de helft van de Nederlandse arbeidsmarktregio’s”.

8

3.3. Wat zijn de randvoorwaarden van de regionale samenwerkingsagenda? Er is een aantal randvoorwaarden om de beoogde resultaten te realiseren. Deze randvoorwaarden noemen we hieronder.

3.3. a. De taalnetwerken en de Taalhuizen De taalnetwerken van de Taalhuizen zijn essentiële schakels bij het verminderen van het aantal inwonersmet lage basisvaardigheden. Op dit moment breiden de netwerken zich uit, komen er nieuwe initiatieven en samenwerkingsvormen. In de vervolgaanpak is doorontwikkeling van het netwerk belangrijk. Zoals het creëren en bewaken van de samenhang en de duurzame inbedding van inhoudelijke expertise in de taalhuizen zelf. We onderzoeken wat er nodig is om de Taalhuizen te certificeren. Verder investeren we in het vergroten van de herkenbaarheid en het bereik van de taalhuizen in samenwerking met Sociale Wijkteams en welzijnsorganisaties. Zo kan een Taalhuis voor iedereen laagdrempelig is.

3.3. b. Samenwerkingsstructuur Er is een ambtelijke werkgroep die periodiek bijeenkomt en die verantwoordelijk is voor de voortgang in de gehele regio. Deze werkgroep laat zich o.a. adviseren door Stichting Lezen en Schrijven. Binnen de werkgroep zijn de taken verdeeld. Zie voor de rol- en taakverdeling tussen de gemeenten bijlage 5. Deze werkgroep werkt een aangepaste WEB-verordening uit na vaststelling van dit plan.

3.3. c. Verantwoording De wethouders ontvangen jaarlijks een rapportage. Deze rapportage komt aan de orde in het overleg bestuur van de GR (Gemeenschappelijke regeling) Schoolverzuim en VSV (Vroegtijdig School Verlaten). De rapportage bestaat uit voortgangsinformatie, resultaten uit de lokale/regionale en landelijke monitor, landelijke ontwikkelingen, een financieel overzicht en als nodig, sturingsvragen. Waar nodig is er tussentijdse informatieuitwisseling via de lokale routes.

3.3. d. Kennisdeling en netwerkactiviteiten De komende periode gebruiken we de periodieke overleggen voor kennisdeling en laten we ons inspireren door goede voorbeelden uit het land. We kunnen hiervoor sprekers uitnodigen en op werkbezoek gaan.

Tot slot De gemeenten streven ernaar samen met hun partners meer inwonersmet lage basisvaardigheden te bereiken en hen een passend aanbod aan te kunnen bieden. Zodat onze doelgroepen gemakkelijker/beter kunnen meedoen en zelf regie kunnen houden op leefgebieden zoals gezondheid, vitaliteit en betrokkenheid bij de opvoeding.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=072c6b4c-f555-49e0-bab9-46dad7577231