CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

E11 Aanpak Lage basisvaardigheden 2021-2024.pdf

Raadsvergadering 31 maart 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken13.664 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE VELSEN

Collegebericht Weeknummer: 10

Datum vergadering

9-3-2021

Ambtenaar

P. de Vink

Zaaknummer

25236-2021

Telefoonnr.

0255 567200

Portefeuillehouder(s)

M. Steijn

E-mailadres

pdeVink@velsen.nl

Bijlagen

2

Onderwerp: Regionaal Meerjarenplan Aanpak Lage Basisvaardigheden 2021-2024

Geachte leden van de raad, Hierbij treft u ter kennisname aan het Regionaal meerjarenplan Aanpak verbeteren basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond 2021-2024 en de bijbehorende regionale samenwerkingsagenda van de gemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond. In Nederland hebben meer dan 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite met taal en/of rekenen. Vaak beschikken zij ook over weinig digitale vaardigheden. Dat heeft grote impact op hun persoonlijke leven. Als je moeite hebt met deze basisvaardigheden, vind je minder snel een baan, kun je minder gezond leven en heb je minder grip op je geldzaken. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een passend opleidingsaanbod voor hun inwoners met lage basisvaardigheden. Hiervoor ontvangen de contactgemeenten vanuit de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) financiën. De gemeente Haarlem is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) in Zuid-Kennemerland en IJmond. Zij organiseren in samenspraak met de regio een passend opleidingsaanbod voor de laaggeletterde inwoners in de gehele arbeidsmarktregio. Voor de aanpak van de lage basisvaardigheden stelden de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland een nieuw Regionaal Meerjarenplan Aanpak Lage Basisvaardigheden 2021-2024 op waarin de inhoudelijke doelstellingen, doelgroepen en thema’s beschreven staan.

Aanvullend op dit programma is er een regionale samenwerkingsagenda opgesteld. Doel van het regionaal meerjarenplan Het regionaal meerjarenplan heeft tot doel om te lage basisvaardigheden onder volwassenen in de regio aan te pakken door het bieden van een passend aanbod op het gebied van taal-, reken- en digitale vaardigheden. Het beschikken over voldoende basisvaardigheden draagt bij aan de zelfstandigheid, zelfredzaamheid en sociale inclusie van inwoners en voorkomt maatschappelijke kosten. Met dit regionale programma voldoen we daarnaast aan de wettelijke verplichting om te zorgen voor voldoende kwaliteit en continuïteit van het educatieve aanbod, een goede spreiding van de educatie in de regio, bekendheid voor inwoners en duidelijkheid voor de aanbieders.

GEMEENTE VELSEN Het nieuwe meerjarenplan is samen met de regio en de partners opgesteld Het voorliggende meerjarenplan en de regionale samenwerkingsagenda zijn in nauw overleg met de gemeenten van Zuid-Kennemerland en IJmond op ambtelijk niveau samengesteld en op bestuurlijk niveau besproken op 8 oktober 2020. Daarnaast leverden ook de uitvoerende partners zoals bibliotheken en welzijnsorganisaties input bij het opstellen van het plan. Uitgangspunten meerjarenplan De belangrijkste uitgangspunten van het voorliggende plan zijn als volgt: • • • •

•

Inzetten om meer inwoners met lage basisvaardigheden te bereiken; Meer passend educatief aanbod beschikbaar stellen op basis van de behoefte en mogelijkheden die er zijn; Extra inzet voor het bereiken NT1-ers (mensen met Nederlands als eerste taal); Uitgebreide monitoring van de educatieve trajecten, de impact daarvan op de deelnemers en kwaliteitstoetsing van de non-formele educatie (na totstandkoming van een landelijk kwaliteitssysteem); Haarlem ontvangt een aanvullende ‘decentralisatie’ uitkering voor de regievoering en de implementatie en jaarlijkse uitvoering van de bestuurlijke afspraken met het Rijk.

Lokale trajecten Het regionale plan sluit goed aan bij de ambities en trajecten die lokaal plaatsvinden. In Velsen zijn er verschillende trajecten die aangeboden worden om mensen met lage basisvaardigheden te ondersteunen. Zo is er een taalspreekuur in de Bibliotheek. Vinden in de buurthuizen taallessen plaats en krijgen mensen ondersteuning om hun digitale vaardigheden te verbeteren. Ook gaan we in 2021 starten met een traject om inwoners die moeite hebben hun administratie op orde te houden te ondersteunen. Dit wordt begeleid door de twee taalexperts die onderdeel uitmaken van het Taalhuis. Financiering In de periode 2021-2024 ontvangt de gemeente Haarlem in de rol van regievoerder twee typen uitkeringen vanuit het Rijk: • Specifieke uitkering. Dit is geoormerkt geld voor formele educatie1 en non-formele educatie2. Deze middelen worden gebruikt voor de inkoop van formele educatietrajecten en voor de subsidiering van non-formele educatietrajecten voor het aanbod volwasseneducatie (18+) en voor niet-inburgeringsplichtigen. • Decentralisatie uitkering. In aanvulling op de specifieke uitkering is er in 2021 een decentrale uitkering. Deze middelen mag de gemeente Haarlem inzetten voor het voeren van der regie en het implementeren van de afspraken die met het Rijk zijn gemaakt.

Dit betekent onder andere extra inzet plegen op het bereiken van inwoners met te lage basisvaardigheden met Nederlands als moedertaal (NT1-er), het monitoren van de deelname aan educatietrajecten en de impact die dit heeft op de deelnemers en het invoeren van een kwaliteitssysteem voor de non formele aanbieders. Medio 2021 wordt bekend of de decentrale uitkering doorloopt vanaf 2022. Van dit geld worden geen structurele projecten gefinancierd. De WEB-begroting voor 2021-2024 bedraagt voor de regio Kennemerland: Subtotaal Specifieke uitkering

€

1.150.000

Waarvan Formeel onderwijs

€

700.000

1 Formele educatietrajecten leiden toe naar een erkend diploma. 2 Niet-formele educatietrajecten leiden niet toe naar een erkend diploma, maar richten zich meer op

cursussen en trainingen op kortere termijn.

GEMEENTE VELSEN Waarvan Non-formeel onderwijs

€

450.000

Subtotaal Decentralisatie uitkering

€

129.000

TOTAAL WEB budget

€

1.279.000

Bijlagen - Regionaal meerjarenplan Aanpak Verbeteren basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2024; - De bijbehorende regionale samenwerkingsagenda van de gemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen

Regionaal meerjarenplan Aanpak verbeteren basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond

De gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort

1

Inhoudspagina 1.

VOORWOORD JUR BOTTER, WETHOUDER VAN O.M. ONDERWIJS .......................................................... 4

2.

INLEIDING ............................................................................................................................................... 6

3.

SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 7

3.1 WEB ............................................................................................................................ 7 3.2 DOELSTELLINGEN.............................................................................................................. 7 3.3 DOELGROEPEN ................................................................................................................ 7 3.4 THEMATISCH WERKEN ....................................................................................................... 7 3.5 REGIONALE SAMENWERKINGSAGENDA ................................................................................... 8 3.6 BUDGET ......................................................................................................................... 8 3.7 BESLUITVORMING ............................................................................................................ 8 3.8 KANTTEKENING................................................................................................................ 8 4

MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN TE LAGE BASISVAARDIGHEDEN ............................................................... 10

5

LAAGGELETTERDHEID -OFTEWEL TE LAGE BASISVAARDIGHEDEN- NEEMT TOE ..................................... 11

5.1. TE LAGE BASISVAARDIGHEDEN EEN GROEIEND VERSCHIJNSEL ..................................................... 11 5.2. AANPAK LAAGGELETTERDHEID IN ZUID-KENNEMERLAND EN IJMOND .......................................... 11 5.3. ONZE PARTNERS............................................................................................................ 12 5.4. REGIONAAL TAALAKKOORD .............................................................................................. 13 5.5. CONCLUSIES: VERBREDEN SAMENWERKING EN MEER INVESTEREN IN PREVENTIE.............................. 13 6 REGIONAAL PROGRAMMA VERBETEREN BASISVAARDIGHEDEN ZUID-KENNEMERLAND EN IJMOND 2020-2024 ...................................................................................................................................................... 14

6.1. DE AANLEIDING: BESTUURSAFSPRAKEN BASISVAARDIGHEDEN 2021-2024 VAN HET RIJK EN DE VNG . 14 6.2. VAN VOLWASSENEDUCATIE NAAR EEN LEVEN LANG LEREN ........................................................ 14 6.3. ONZE VISIE: IEDEREEN DE KANS OM MEE TE DOEN ................................................................... 15 6.4. DOELSTELLINGEN: MEER INWONERS BEREIKEN EN MEER AANBOD OP BASIS VAN BEHOEFTE EN MOGELIJKHEDEN .................................................................................................................. 15 6.4.1. Meer inwoners met te lage basisvaardigheden bereiken; ............................................................ 15 6.4.2. Meer passend educatief aanbod op basis van de behoefte en mogelijkheden; ............................ 15 6.5. DOELGROEPEN ............................................................................................................. 16 6.5.1 Jongvolwassenen zonder start- of beroepskwalificatie ................................................................. 16 6.5.2 Ouders van kinderen tot en met de basisschoolleeftijd ................................................................. 16 6.5.3 Uitkeringsgerechtigden .................................................................................................................

16 6.5.4 Inwoners met een zwakke positie op de arbeidsmarkt ................................................................. 17 6.6. THEMA GERICHT WERKEN ................................................................................................ 17 6.6.1. Gezondheid en vitaliteit................................................................................................................. 17 6.6.2. Financiën ....................................................................................................................................... 18 6.6.3. Opvoeding en school ..................................................................................................................... 18 6.6.4. (Om)scholing en werk ..................................................................................................................... 18 6.7. DE EIGEN ROL VAN DE GEMEENTE....................................................................................... 19 BIIJLAGE 1 .................................................................................................................................................... 21 Opbrengsten uit de gesprekken met onze partners ...................................................................................... 21 BIJLAGE 2.

.................................................................................................................................................... 23 Educatief WEB bekostigt aanbod in Zuid-Kennemerland en IJmond voor meerderjarige nietinburgeringsplichtigen.................................................................................................................................. 23 BIJLAGE 3. .................................................................................................................................................... 24 Wet Inburgering ........................................................................................................................................... 24

2

BIJLAGE 4. .................................................................................................................................................... 25 Rol- en taakverdeling gemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond ................................................................ 25 BIJLAGE 5. .................................................................................................................................................... 27 Schema taalniveaus ..................................................................................................................................... 27

3

1. Voorwoord Jur Botter, wethouder van o.m. onderwijs Als je niet of slecht kunt lezen, schrijven, spreken, rekenen of computeren, is je dagelijkse routine gevuld met obstakels. Boodschappen doen, betalen, reizen met het openbaar vervoer, 10-minutengesprek op school, solliciteren, allemaal handelingen waarbij de maatschappij van je verlangt dat je kan spreken, lezen, luisteren, rekenen en computeren op voortgezet onderwijs examen niveau. Kan je dat niet dan is meedoen een stuk moeilijker. In onze regio heeft 9 procent van alle inwoners moeite mee te doen in de maatschappij omdat zij die basisvaardigheden onvoldoende beheersen. Onder jongeren zie je dat dit aandeel nog groter is en verder groeit. Van alle 15-jarigen heeft 24 procent te lage basisvaardigheden. Dat is bij 1 op de vier jongeren van 15 jaar! Dat is in mijn ogen onacceptabel. Wanneer je zo van school gaat zijn veel stappen daarna in je leven extra ingewikkeld. Denk aan het zoeken van een huis, een baan, het bijhouden van je eigen administratie, het ondersteunen van ouder wordende ouders, hulp bieden aan schoolgaande kinderen, en het bijhouden van een maatschappij die snel verandert. De afgelopen jaren is er naar mijn mening politiek onvoldoende oog geweest voor deze problematiek. We moeten echt met elkaar gaan bedenken hoe we laaggeletterdheid kunnen voorkomen en een leven lang leren stimuleren.

Zodat iedereen mee kan doen. Dit is een onderwerp waar schaamte en taboe omheen hangt. De mensen waar het om gaat, brengen het liever niet onder de aandacht. Maar dit verzwijgen lost het niet op. Hulp bieden wel. Door het probleem te signaleren, scholing aan te bieden en te helpen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een passend opleidingsaanbod voor hun inwoners met lage basisvaardigheden. Daarnaast kunnen gemeenten helpen door hun eigen informatie aan te bieden. Op een niveau dat voor iedereen begrijpelijk is. Ik ben erg blij met deze meerjarige regionale aanpak van passende educatie voor alle inwoners met lage basisvaardigheden. Het is een aanpak met oog voor wat lokaal nodig is. Dit stuk is met alle betrokken partijen tot stand gekomen. Samen pakken we het probleem aan en zorgen we ervoor dat iedereen mee kan doen. Jur Botter Wethouder Onderwijs gemeente Haarlem Regievoerder

4

Jargon •

•

• • • •

•

• •

• •

•

• •

Formele educatie is gericht op het behalen van een diploma dat erkend is en gebaseerd is op de standaarden en eindtermen van de volwasseneneducatie. De onderwijsinspectie ziet toe op de kwaliteit van dit aanbod; Geletterdheid: is het kunnen gebruiken van alle soorten informatie in het Nederlands ten behoeve van het functioneren in de maatschappij, om zo de eigen doelen te bereiken en om de eigen kennis en mogelijkheden te ontwikkelen; Jongvolwassenen; inwoners van 18-27 jaar Laaggeletterd: te lage basisvaardigheden, onvoldoende kunnen lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer (in hun moedertaal) om zichzelf te kunnen redden; LEA: Lokale Educatieve Agenda Non-formele educatie is educatie waarbij de trajecten niet worden afgesloten met een diploma dat erkend wordt door het ministerie van OCW. De aanbieder van non-formele educatie kan alsnog wel een diploma en/of certificaat uitgeven ter afronding van het traject. In plaats van de onderwijsinspectie, ziet de gemeente toe op de kwaliteit van dit aanbod; NT1: het gaat om inwoners met Nederlands als eerste taal (NT1).

Voor deze doelgroep werkt het goed om ervaringsdeskundigen (ambassadeurs) in te zetten die hun basisvaardigen zijn gaan vergroten en met aanbod om praktische vaardigheden op te doen waarbij taal een middel is en geen doel op zich(camouflage aanbod); NT2: het gaat om inwoners met Nederlands als tweede taal (NT 2) doelgroep. NT2-onderwijs is voor cursisten die relatief nieuw zijn in Nederland en de taal willen leren in de brede zin van het woord; Startkwalificatie: minimaal een afgeronde havo- of vwo- opleiding of een basisberoepsopleiding mbo-2 of hoger, dat wil zeggen niveau 2 van de kwalificatiestructuur zoals vastgelegd in de Wet Educatie Beroepsonderwijs. Het minimale niveau dat nodig is om een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt te veroveren of door te stromen naar vervolgonderwijs (hoger onderwijs). Vindplaatsen: Locatie of organisatie waar men bovengemiddeld kans maakt inwoners met lage basisvaardigheden te vinden; Volwasseneneducatie is onderwijs voor volwassenen, gericht op bevordering van zelfredzaamheid. Dit onderwijs richt zich op persoonlijke ontplooiing ten dienste van het maatschappelijk functioneren van de volwassene.

Hierbij is aandacht voor de ontwikkeling van de basisvaardigheden; Vroeg- en Voorschoolse educatie: kinderen tot 6 jaar die een achterstand (dreigen te) ontwikkelen op het gebied van basisvaardigheden kunnen gebruik maken van de Vroeg- en Voorschoolse educatie (VVE). Dit aanbod maakt onderdeel uit van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Wet Educatie Beroepsonderwijs: verder te noemen: WEB; Zelfredzaam: met voldoende beheersing van de basisvaardigheden kan een volwassene zich zelfstandig redden in de samenleving;

Voor een volledig overzicht van de gebruikte begrippen: www.hetbegintmettaal.nl/begrippenlijst. Het Steunpunt Basisvaardigheden maakte deze lijst samen met ‘Het begint met taal’ en het kennisinstituut voor taalontwikkeling (ITTA).

5

2. Inleiding Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een passend opleidingsaanbod voor volwassen inwoners met lage basisvaardigheden. De gemeenten uit onze regio hanteren bij voorkeur het woord basisvaardigheden in plaats van het woord laaggeletterdheid om de breedte van het vraagstuk te benadrukken en stigma te voorkomen. Voor u ligt het regionale integrale meerjarenplan Aanpak Versterking Basisvaardigen van de gemeenten in Zuid-Kennemerland en IJmond waarvan gemeente Haarlem de contactgemeente is. Haarlem is verantwoordelijk voor het opstellen hiervan in nauw overleg met de regiogemeenten. Verder is dit plan na raadpleging van partners en inwoners vanuit de doelgroepen tot stand gekomen. Inhoud plan We beginnen met een beschrijving van het probleem (hoofdstuk 1) gevolgd door een terugblik op de afgelopen periode en tot slot een conclusie. Vervolgens gaan we in op het nieuwe Rijksbeleid en formuleren we onze visie en doelstellingen (hoofdstuk 2). We beschrijven voor wie we aan de slag gaan en onze aanpak daarbij. In de bijlagen leest u onder andere een overzicht van het huidige aanbod en deelnemers, een overzicht van de gesprekken met partners, de rol- en taakdeling tussen de gemeenten en informatie over het sociaal domein.

Regionale samenwerkingsagenda Bij dit regionale integrale meerjarenplan Aanpak Versterking Basisvaardigen van de gemeenten in ZuidKennemerland en IJmond hoort de regionale samenwerkingsagenda. In deze werkagenda beschrijven de gemeenten de belangrijkste onderwerpen waarop zij de regionale samenwerking de komende jaren gaan versterken. Dit zal een levend document zijn. Citaten Door het plan heen leest u citaten uit de vele gesprekken die wij mochten voeren met professionals en met inwoners vanuit de verschillende doelgroepen. Deze citaten maken duidelijk hoe groot het vraagstuk is rondom lage basisvaardigheden en wat het betekent om niet goed te kunnen lezen, schrijven, spreken, rekenen en/of omgaan met de computer. Wat betekent het om lage basisvaardigheden te hebben? Wim is 52 als zijn werkgever hem ontslaat. Hij werkt als loodgieter maar door de digitalisering van zijn vak komt hij niet meer mee. Wim kan niet goed lezen, schrijven en omgaan met de computer. Hij gaat leren. “Bij Stichting ABC leerde ik om te lezen en schrijven. Ik kan nu omgaan met een tablet.” Wim is nu een voorbeeld voor anderen. Hij zet zich in als vrijwillig taalambassadeur om te laten zien hoe belangrijk basisvaardigheden zijn.

“Ik ben voor inwoners een voorbeeld en een stok achter de deur om hun problemen met lezen en schrijven aan te pakken.” Wim is weer aan het werk.”Ik werk nu voor een bedrijf dat gespecialiseerd is in lekdetectie. Als er ergens vocht in huis is kan ik het oplossen. Mijn ervaring als loodgieter komt goed van pas.”

6

3. Samenvatting 3.1 WEB Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van een passend opleidingsaanbod voor hun inwoners met lage basisvaardigheden (laaggeletterdheid). Hiervoor ontvangen de contactgemeenten vanuit de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) een budget. Dit budget is een specifieke uitkering en Haarlem ontvangt deze middelen voor de regio Zuid Kennemerland en IJmond. De WEB schrijft voor dat de regio gemeenten een gezamenlijk programma opstellen wat nu voor u ligt. Voorliggend programma is voor de periode 2021-2024 waarin de inhoudelijke doelstellingen, doelgroepen en thema’s staan beschreven. Aanvullend op dit programma is er een regionale samenwerkingagenda opgesteld. Het regionaal programma heeft tot doel om te lage basisvaardigheden onder volwassenen in de regio aan te pakken door het bieden van een passend aanbod op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden. Het beschikken over voldoende basisvaardigheden draagt bij aan de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van inwoners en voorkomt maatschappelijke kosten. Met dit regionale programma voldoen we daarnaast aan de wettelijke verplichting om te zorgen voor voldoende kwaliteit en continuiteit van het educatieve aanbod, een goede spreiding van de educatie in de regio, bekendheid voor inwoners en duidelijkheid voor de aanbieders.

3.2 Doelstellingen Net als afgelopen jaren is het uitgangspunt van het programma dat iedere gemeente de vrijheid heeft om het lokale aanbod zodanig te organiseren dat het past bij de lokale vraag. Onze doelstellingen hierbij zijn: Inwoners van Zuid-Kennemerland en IJmond beschikken over voldoende basisvaardigheden om mee te kunnen doen in de samenleving. Hiervoor gaan we: Meer inwoners met te lage basisvaardigheden bereiken; Meer passend educatief aanbod beschikbaar stellen op basis van de behoefte en mogelijkheden.

3.3 Doelgroepen We onderscheiden de volgende prioritaire doelgroepen in willekeurige volgorde: Jongvolwassenen zonder beroeps- of startkwalificatie en in kwetsbare posities (18-27 jaar); Ouders van kinderen tot en met de basisschoolleeftijd1; Inwoners met een uitkering van de gemeente of het UWV; Inwoners met een zwakke positie op de arbeidsmarkt, zoals: o (Ex-)werkenden die om- en bijgeschoold moeten worden; o Ex-inburgeraars; o Inwoners in kwetsbare sectoren en met flexcontracten.

3.4 Thematisch werken We gaan aanbod thematisch organiseren aan de hand van de volgende thema’s: 1. Gezondheid en vitaliteit; 2. Financiën; 3. Opvoeding en school; 4. Werk; a. Werkgeversaanpak; b. Empowerment. Daarnaast ondersteunen we de gemeentelijke aanpak die ervoor te zorgt dat onze communicatie en dienstverlening duidelijk is voor inwoners. We maken afspraken met onze partners over bewustwording, het signaleren en het doorverwijzen van inwoners met lage basisvaardigheden.

1 We houden hierbij rekening met de VVE criteria

7

3.5 Regionale samenwerkingsagenda Aanvullend op het lokale aanbod willen we samenwerken door middel van de regionale samenwerkingsagenda op de volgende vier punten: Bereik NT1-ers; Bereik jongvolwassenen en ouders; Herijking aanbod op basis van de ervaringen van de deelnemers Monitoring bereik, kwaliteit en impact Nadere uitwerking hiervan vindt de komende periode plaats.

3.6 Budget In de periode 2020-2024 ontvangen we twee typen uitkeringen vanuit het Rijk: 1. Doel specifieke uitkering. Het geld is voor het aanbod volwasseneducatie (18+) en voor nietinburgeringsplichtigen. Dit is geoormerkt geld. 2. Decentralisatie uitkering. Vanaf 2020 ontvangt de contactgemeente Haarlem deze uitkering jaarlijks. Het geld is bedoeld voor de regiefunctie en zijn daarnaast een bijdrage voor het bereiken van de doelstellingen die met het Rijk zijn afgesproken De specifieke uitkering (ruim € 1.150.000) dient Haarlem in de gehele regio in te zetten op basis van een plan met voldoende regionaal draagvlak. De uitkering wordt jaarlijks door het Rijk verdeeld naar objectieve criteria zoals het aantal inwoners, het percentage bijstandsgerechtigden enz. per gemeente. Deze gelden worden gebruikt voor de inkoop van formele educatietrajectenen voor de subsidiering van non-formele educatietrajecten. In aanvulling op de doel specifieke uitkering zijn er vanaf 2020 decentralisatie ‘gelden’: circa € 129.000 per jaar. Deze middelen mag Haarlem inzetten voor het voeren van de regie en het implementeren van de afspraken die met het Rijk zijn gemaakt. Dit betekent onder andere het monitoren van de deelname aan educatietrajecten en de impact die dit heeft op de deelnemers, het invoeren van een kwaliteitssysteem voor de non formele aanbieders.

Jaarlijks wordt de doelspecifieke uitkering van het Rijk verantwoord. Daarnaast is met het Rijk afgesproken dat de contactgemeente (Haarlem) elk jaar aan het Rijk rapporteert over de implementatie van de bestuursafspraken, na vaststelling hiervan door de gemeenteraad. Dit is een nieuwe taak.

3.7 Besluitvorming Het programma en de bijbehorende samenwerkingsagenda staan geagendeerd voor het Portefeuillehouders overleg RBL Leerplein (waaronder RMC) van de regio. Na vaststelling van het programma door het College van de gemeente Haarlem begint de inkoop van het formele educatieaanbod in 2021. Met onze lokale partners maken we lokale subsidie afspraken aan de hand van een nog op te stellen verordening.

3.8 Kanttekening Nog niet alle informatie over de vervolgaanpak van laaggeletterdheid is bekend omdat de VNG de bestuurlijke afspraken heeft opgeschort. Het Rijk is nog met de VNG en de contactgemeenten in gesprek hierover. Duidelijkheid wordt medio november verwacht. Hieronder ziet u een schematische samenvatting van het regionale meerjarenplan.

8

Hoe is het om lage basisvaardigheden te hebben? “Ik ben geen dag thuis gebleven. Altijd maar mijn best gedaan, ik was er altijd en ze waren gek met me. Maar je gaat trucjes ontwikkelen om te verbergen dat je niet kunt lezen en schrijven. Zogenaamd druk met iets anders bezig zijn, dingen uit je hoofd leren. Ik kende het hele magazijn uit mijn hoofd bijvoorbeeld.” “Als je zegt dat je niet kan metselen gelooft iedereen je. Zeg je dat je niet kunt lezen vallen ze van hun stoel en verslijten de inwoners je voor gek. Je vóelt het van binnen als men anders tegen je aankijkt. Ik maakte een reis door Afrika maar had hulp nodig met geld pinnen. Dan zak je door de grond als iemand zegt: ‘dan moet die man niet zo'n reis boeken’.” Citaat bibliotheek medewerker “Verbaal is T. heel sterk en hij heeft een fenomenaal geheugen. Hij leest door woorden te onthouden. In de IJmond blijkt dat 1 op de 9 inwoners laaggeletterd is, ook onder jongvolwassenen is dat een groot probleem. Want weet je, als je uit Somalië komt en je kunt niet lezen of schrijven word je daar niet op aangekeken. Maar als je je eigen taal niet beheerst dan gaat de schaamte, en dus het verbergen van je laaggeletterd zijn, een rol spelen.”

9

4 Maatschappelijke kosten te lage basisvaardigheden In de huidige Nederlandse kenniseconomie raakt het onvermogen om goed te kunnen lezen, schrijven en/of rekenen direct aan de welvaart van inwoners. In Nederland zijn ongeveer 2,5 miljoen inwoners laaggeletterd.2 De maatschappelijke kosten hiervan bedragen ongeveer € 1,13 miljard 3 per jaar. Deze kosten komen voor rekening van de laaggeletterden zelf, de werkgevers, de zorgverzekeraars en de overheid, zie figuur 4. De kosten voor laaggeletterden (16-65 jaar) komen neer op €575 per jaar per persoon. Daarnaast kost het de overheid en de zorgverzekeraars €257 miljoen. Dit komt door: • •

Extra ziekenhuisbezoek (€250 miljoen) Huisartsbezoek (€7 miljoen)

Bovendien kost het de overheid/maatschappij € 292 miljoen door: • • •

Gemiste belastinginkomsten (€ 80 miljoen) Meer bijstandsuitkeringen (€ 117 miljoen) Kosten rondom armoede (€117 miljoen)

Laaggeletterden lopen door lagere taal- en rekenvaardigheden jaarlijks inkomen mis: €5724 miljoen Bijna 100.000 inwoners leven in armoede door laaggeletterdheid, kosten hiervan bedragen € 95 miljoen. Omdat laaggeletterden moeilijker een baan kunnen vinden, komen zij vaker in de bijstand, dit kost ca. € 117 miljoen 57% van de inwoners met lage basisvaardigheden heeft een betaalde baan waarvan een groot deel in de kwetsbare sectoren werkt zoals industrie I13,9%)5, bouw (12,7), horeca (9,5%) en handel (9,5%) werkt. Dit zijn sectoren waar hervormingen elkaar in snel tempo opvolgen door de coronacrisis en de digitalisering van de samenleving. Dit is dus een risico waarvan de effecten nog onbekend zijn. Laaggeletterden hebben vaker een ongezonde levensstijl en gaan daardoor vaker naar de huisarts of naar het ziekenhuis: € 257 miljoen. 40%6 van hen ervaart daarnaast een matige tot slechte gezondheid.

2 Algemene Rekenkamer, 2016 3 Cijfers gebaseerd op 2,5 miljoen laaggeletterden vanaf 16 jaar. 4 PWC 2018 5 SER 2020 6 Lezen en Schrijven, 2018

10

5 Laaggeletterdheid -oftewel te lage basisvaardigheden- neemt toe Laaggeletterd -oftewel te lage basisvaardigen- neemt toe in ons land en ook in onze regio. Om dit te duiden leest u in dit hoofdstuk achtereenvolgens over de volgende zaken: 1. Te lage basisvaardigheden een groeiend verschijnsel 2. Aanpak laaggeleterdheid in Zuid-Kennemerland en IJmond 3. De resultaten tot nu toe a. Regionaal Taalakkoord b. Taalhuizen de lokale spil 4. Aansluiting educatie en sociaal domein 5. Conclusies

5.1. Te lage basisvaardigheden een groeiend verschijnsel Te lage basisvaardigheden is een groeiend verschijnsel (9,5% in 1995, 12 % heden7) in onze samenleving. Dit komt door 3 zaken: 1. Vergrijzing 2. Nieuwkomers 3. Jongvolwassenen met te lage basisvaardigheden van school 1.Vergrijzing Nederland vergrijst en onder deze doelgroepen zijn laaggeletterden oververtegenwoordigd 8. Daarnaast blijkt het dat cognitieve vermogens gedurende de levensloop met 1 onderwijsniveau dalen.9Dit staat nog los van de problemen die ouderen ervaren door de digitalisering van informatie. 2.Nieuwkomers Uit cijfers van DUO blijkt dat tussen 2013-2018 3000 nieuwkomers nooit geslaagd zijn voor hun inburgeringsexamen en ontheffing hebben gekregen. Met de komst van de Wet inburgering naar gemeenten een belangrijke ontwikkeling om aandacht voor te hebben. 3.Jongvolwassenen Jongvolwassenen verlaten steeds vaker met te lage basisvaardigheden (24%) de school, stromen uit zonder diploma (8%) en er is een hogere uitval. Uit recent onderzoek10 blijkt dat 24% van de 15-jarige jongvolwassenen functioneel analfabeet11 is, dat 60% alleen leest als het moet en dat 40% lezen tijdverspilling vindt. Van de 15jarigen vindt 1 op de 3 zichzelf geen goede lezer. 18% van de 15-jarigen heeft een leesniveau waarbij zij een verhoogd risico lopen om op latere leeftijd ‘laaggeletterd’ te worden 12.

Veel jongvolwassenen begrijpen alleen nog teksten van maximaal 140 karakters als gevolg van het gebruik van social media. Nederland scoort hiermee voor het eerst lager dan alle andere landen13 (OECD2019d). Voor een goede deelname aan de maatschappij is het belangrijk om nu in te grijpen en de groei van inwoners inwoners met te lage basisvaardigheden in te perken! Dit kan alleen als we onze inspanningen voor zowel het volwassenonderwijs als het jeugdonderwijs bundelen en onverminderd sterk inzetten op het voorkomen van schooluitval en investeren in het verwerven van basisvaardigheden.

5.2. Aanpak laaggeletterdheid in Zuid-Kennemerland en IJmond Ook in onze regio Zuid-Kennemerland en IJmond groeit het aantal inwoners met te lage basisvaardigheden. Voor de aanpak van de laaggeletterdheid krijgt Haarlem een specifieke WEB uitkering van ruim € 1.150.000

7

Geletterdheid in Zicht, 2020

8

Buisman et al, 2013

9

Buisman et al, 2013

10 De Staat van het Onderwijs 2020 11 Dit betekent dat ze een bijsluiter of een brief van school of de overheid niet goed begrijpen 12 Feiten en cijfers laaggeletterdheid, Stichting Lezen en Schrijven, Maastricht University, 2018 13 De Staat van het Onderwijs 2020

11

voor de uitvoering van educatie voor niet inburgeringsplichtige volwassenen in onze arbeidsmarkt regio ZuidKennemerland en IJmond. Volgens ‘Geletterdheid in zicht’ heeft in de regio tussen de 4-10 % van de inwoners tussen de 16 en 65 jaar lage basisvaardigheden. In Haarlem gaat het om circa 9% 14 van de inwoners tussen de 16 en 65 jaar. In Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort om 4%. In Beverwijk, Heemskerk en Velsen respectievelijk 8%, 8% en 10%. Onze regio scoort daarmee onder het landelijk gemiddelde van 12% maar een percentage van gemiddeld 9% is nog steeds zeer zorgelijk. Tot 2015 werden de rijksmiddelen ingezet voor de formele (niet-diplomagerichte) educatie. Door wijzigingen van de WEB verandert de volwasseneneducatie. De diplomagerichte educatie is aanbesteed en er komt er meer ruimte niet-diploma gerichte educatie (non-formele educatie). Dit aanbod richt zich vooral op participatie en zelfredzaamheid. Voorbeelden hiervan zijn een taalcursus bij een vrijwilligersorganisatie of een ‘omgaan met geld’ traject bij een welzijnsaanbieder. De niet diploma gerichte trajecten, veelal lokaal uitgevoerd, worden via subsidie gefaciliteerd. Voor beide vormen van educatie hanteren we de wettelijk voorgeschreven verplichte eindtermen. In onze regio gaat 80% van het budget naar de formele educatie en 20% naar nonformele trajecten. Het NOVA college verzorgt het formele aanbod.

In 2019 werden ruim 1300 cursussen op het gebied van taal en rekenen gegeven. Ruim 60% daarvan bestaat uit diploma gerichte trajecten. De overige trajecten worden door uiteenlopende organisaties gegeven. Zie bijlage 4 voor een overzicht van het huidige aanbod en het aantal deelnemers. Zie het grijze kader verderop in dit hoofdstuk waarin we een aantal succesvolle projecten en goede voorbeelden beschrijven.

5.3. Onze partners Onze partners verzorgen het educatieve aanbod zowel regionaal als ook lokaal. Het gaat om de bibliotheken, educatieve aanbieders zoals het NOVA college maar ook om welzijnspartijen en vrijwilligersorganisaties. Zij doen dit ieder vanuit hun eigen expertise. Zij zorgen ervoor dat we inwoners met lage basisvaardigheden vinden en stimuleren hen om te ontwikkelen en te leren. Zodat deze inwoners beter kunnen meedoen in de samenleving. Wij vroegen hen ook naar kansen voor de nieuwe aanpak voor het voorkomen van lage basisvaardigheden op basis van hun ervaringen tot nu toe. Zij gaven ons op hoofdlijnen het volgende mee: • Blijf investeren in doelgroepen zoals de kwetsbare groep in de bijstand en ouders en de jongvolwassenen; • Investeer in het bereiken van de inwoners op de vindplaatsen, zoals bij loketten, buurthuizen enz.; • Zorg voor een thematisch aanbod waarbinnen gecombineerd aanbod mogelijk is van zowel informeel, non formeel als formeel leren; • Zorg voor voldoende inhoudelijke expertise binnen het taalnetwerk IJmond en het basisvaardighedennetwerk van Zuid-Kennemerland; • Faciliteer partners zodat partijen elkaar beter leren kennen U zult hun inbreng teruglezen in de aanpak die we schetsen in het volgende hoofdstuk. De komende periode zullen we in gesprek met onze partners de aandachtspunten oppakken.

Dit geldt ook voor de ondersteuning en inzet vanuit Stichting Lezen en Schrijven. Voor meer informatie zie bijlage 1. Succesvolle praktijkvoorbeelden: a. Zelfredzaamheidsgroepen De zelfredzaamheidsgroepen maken onderdeel uit van een programma voor inwoners die langzaam leren. Het gaat om thematisch ingerichte trajecten waarbij de inwoners bezig zijn met wat zij zelf willen leren. Taal is daarbij een middel waarbij het vooral gaat om luisteren en spreken over levensgebieden zoals gezondheid, werk en opvoeding. Zij gaan op werkbezoek bijvoorbeeld de bibliotheek en er zijn gastsprekers van bijvoorbeeld het sociaal wijkteam. Zo krijgen ze meer zelfvertrouwen om zichzelf te presenteren en bij het maken van een brief of CV. Het doel is niet per se om aan het werk te gaan of een diploma te halen, maar door deze bemiddeling lukt dat toch vaak wel. b. Leren en werken in de Zorg Anderstaligen die geinteresseerd zijn in een baan in de zorgsector krijgen de gelegenheid een voortraject ‘Leren en Werken in de Zorg’ te volgen. Zij volgen gedurende een half jaar lessen over de Nederlandse zorgcultuur, de vaktermen die gebruikt worden in de zorg en daarnaast wordt er stage gelopen. Na een succesvol voortraject kunnen ze starten met een beroepsopleiding Mbo-3. De student krijgt een baangarantie mits de opleiding en stage goed zijn doorlopen. 14 Geletterdheid in Zicht, 2020

12

c. Het Stap In programma (Heemskerk) Het Stap In programma is succesvol omdat de interesses van de deelnemer leidend zijn bij wat hij/zij leert aan basisvaardigheden. Het doel is activering en het verbeteren van de basisvaardigheden is een middel waardoor zij meer gaan deelnemen aan de samenleving. Voorbeelden van leerwensen zijn: ik kan een tien-minutengesprek voeren met de leerkracht, ik begrijp een brief van school. Samen met een vrijwilliger oefent de deelnemer en daarnaast komen ze samen in een kleine groep. De deelnemer is gekoppeld aan de sociaal werker in de buurt zodat iemand in beeld blijft, ook als het traject is afgelopen.

5.4. Regionaal taalakkoord In 2019 realiseerden we een regionaal Taalakkoord waarbij een groot aantal partijen de intentieovereenkomst ondertekenden om zich in te zetten voor de bestrijding van laaggeletterdheid. Zo ook een aantal gemeentelijke voorzieningen zoals het Leerplein. Belangrijkste speerpunten zijn het herkennen en doorverwijzen van laaggeletterden, het verbeteren van de toeleiding en het versterken van het non-formele aanbod. Belangrijkste doelgroepen waren uitkeringsgerechtigden en jongvolwassenen zonder start- of beroepskwalificatie tot 27 jaar, inwoners met een laag inkomen en een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt en ouders van kinderen (0-6 jaar) met een VVE indicatie.

5.5. Conclusies: verbreden samenwerking en meer investeren in preventie In onze arbeidsmarktregio werken we goed samen met gemeenten en partners. Er is een start gemaakt met het scholen van professionals in het herkennen van de problematiek en doorverwijzen. De komende periode is er echter doorlopend aandacht nodig voor deze kennis bij professionals. Het aanbod is op het gebied van formele (diploma gerichte) educatietrajecten is kwalitatief goed, met dit aanbod bereiken we vooral NT2-ers. Er is nog geen landelijk of regionaal kwaliteitssysteem voor de non-formele educatie opgezet. De resultaten zijn goed voor zover we dit inzichtelijk hebben. Wat we nog onvoldoende weten is of de deelnemers hierdoor beter kunnen meedoen in de samenleving en wat de impact is van de educatie op diverse levensterreinen. We bereiken de NT1 doelgroep onvoldoende gezien de landelijk bekende cijfers. De partners vragen om meer samenwerking voor deze doelgroep in het bijzonder en dan vooral rondom thema’s en met combinatie trajecten. Het is een kans om te investeren in deze groep inwoners, vanuit de verschillende beleidsterreinen zoals onderwijs en vanuit de sociale basis. Samen kunnen we ervoor zorgen dat zo weinig mogelijk (liefst geen) jongvolwassenen met te lage basisvaardigheden het onderwijs verlaten.

En er daarnaast voor zorgen dat volwassenen zich ook op latere leeftijd door blijven ontwikkelen. Zodat ook zij kunnen blijven meedoen in de samenleving.

13

6 Regionaal programma Verbeteren basisvaardigheden ZuidKennemerland en IJmond 2020-2024 De gemeenten willen met dit ‘Regionaal programma basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond’ voor de komende vier jaar een impuls geven aan het verbeteren van de basisvaardigheden voor de inwoners van onze regio. In dit hoofdstuk leest u over het volgende: 1. Aanleiding om te komen tot een nieuw regionaal programma a. Van volwasseneducatie naar een Leven lang leren. 2. De visie; 3. Doelstellingen van de gemeenten; 4. Doelgroepen; 5. Hoe de aanpak eruit ziet.

6.1. De aanleiding: Bestuursafspraken Basisvaardigheden 2020-2024 van het Rijk en de VNG In 2019 maakten de Ministeries van OCW, VWS, SZW en BZK samen met de VNG bestuurlijke afspraken. Deze afspraken tusssen de Ministeries en de gemeenten gaan over de volgende doelen: • Meer inwoners bereiken met extra aandacht voor inwoners die Nederlands als eerste taal gebruiken (zogeheten NT1- ers); • Meer samenwerken met organisaties en bedrijven om het bereik te vergroten; • Bewaken van de kwaliteit van de cursussen; • Beste werkwijzen uitwisselen over het vinden, adviseren en motiveren van inwoners met lage basisvaardigheden; • Betere aansluiting met het sociaal domein; • Meten van bereik en resultaten. Om dit te bereiken krijgt de contactgemeente Haarlem aanvullende middelen om extra taken uit te voeren en om regie te voeren voor de regio. Deze gemeente is hiervoor eindverantwoordelijk. Het gaat om de volgende taken: •

• •

•

Regionaal programma aanpak basisvaardigheden. In dit programma beschrijven de gemeenten hoe zij bovenstaande doelen gaan bereiken waarbij de gemeente Haarlem de pen voert. Het voorliggende plan beschrijft onze aanpak; Monitoring. Haarlem levert gegevens aan voor het landelijke monitoringssysteem met behulp van de educatieve partners; Kwaliteitssysteem. Contactgemeenten (Haarlem) zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het nonformele aanbod in hun regio. Hiervoor wordt momenteel een landelijk kwaliteitssysteem ontwikkeld dat de gemeente moet gaan implementeren; Regievoeren. Deze coördinerende taak vraagt extra inzet vanuit de contactgemeente Haarlem.

Op moment van schrijven hebben de gemeenten met de VNG de bestuurlijke afspraken opgeschort in afwachting van nadere afspraken met het Rijk. De gemeenten van onze regio kiezen ervoor door te gaan met het opstellen van een nieuw regionaal programma. Daarnaast gaan de lopende educatieve activiteiten natuurlijk door in onze regio. Daarnaast zijn er andere ontwikkelingen die de komende periode in samenhang kunnen worden opgepakt, zoals de de komst van de Wet Inburgering naar de gemeenten in 2021. We verkennen de samenwerking hierop. In elk geval willen we er voor zorgen dat er een soepele overgang is voor de inwoners die zijn of haar inburgeringsdiploma heeft gehaald maar toch nog extra educatieve ondersteuning nodig heeft om maatschappelijk goed te functioneren. Zie voor meer informatie over deze wet bijlage 3.

6.2. Van volwasseneducatie naar een Leven lang leren De noodzaak om te investeren in voldoende basisvaardigheden voor inwoners is urgenter dan ooit om te kunnen blijven meedoen op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) houdt hiervoor in haar advies ‘ Het betere werk’ in een pleidooi voor om- en bijscholing. De Sociaal

14

Economische Raad (SER) vindt dat iedereen zich moet blijven ontwikkelen om de veranderende samenleving te kunnen bij houden. Het kabinet nam dit advies over in verschillende Kamerbrieven over de volwasseneducatie en het beroepsonderwijs15. Een Leven lang leren stelt inwoners in staat om onder veranderende omstandigheden te kunnen blijven meedoen zoals nu nodig door de crisis bijvoorbeeld. Daarnaast pleit de SER voor preventie en het voorkomen van lage basisvaardigheden bij (jong)volwassenen. De gemeenten van ZuidKennemerland en IJmond staan voor het recht op onderwijs en passend leer(werk)aanbod voor elke jongere 16. Gezien van het feit dat jongvolwassenen steeds vaker te lage basisvaardigheden hebben willen de gemeenten zowel investeren in het volwassenen onderwijs, in aansluiting op de onderwijsvisies van (bijvoorbeeld de leerplicht). Hiervoor hebben wij de volgende visie geformuleerd.

6.3. Onze visie: iedereen de kans om mee te doen Voldoende basisvaardigheden zijn een noodzakelijke voorwaarde voor inwoners om zich te kunnen aanpassen aan de sociale, mentale en fysieke uitdagingen van het leven17. De maatschappij verandert snel en dit betekent dat inwoners zich moeten blijven ontwikkelen om regie te kunnen (blijven) voeren over hun leven. Dat begint met het beheersen van de basisvaardigheden: lezen, schrijven, spreken, luisteren, rekenen en digitale vaardigheden. Deze vaardigheden zijn onmisbaar om informatie te begrijpen, te verwerken er iets mee te doen. Zoals een formulier invullen, een recept begrijpen of een bankpas gebruiken. Daarom investeren de gemeenten van Zuid-Kennemerland en IJmond in het versterken van basisvaardigen van de inwoners die dat nodig hebben. Wij bieden mogelijkheden om te leren en stellen waar mogelijk de mogelijkheden van elk individu centraal. Hieronder beschrijven we onze doelstellingen voor de komende vier jaar.

6.4. Doelstellingen: meer inwoners bereiken en meer aanbod op basis van behoefte en mogelijkheden We richten ons de komende vier jaar op twee doelstellingen voor de regio. Uitwerking van de doelstellingen vindt u in de regionale samenwerkingsagenda en bij de lokale beschrijvingen. Onderdeel van de aanpak is het jaarlijks evalueren van de resultaten en het uitvoeren van lokale jaarplannen. Onze doelstellingen zijn de volgende: Inwoners van Zuid-Kennemerland en IJmond beschikken over voldoende basisvaardigheden om mee te kunnen doen in de samenleving. Hiervoor gaan we: Meer inwoners met te lage basisvaardigheden bereiken; Meer passend educatief aanbod beschikbaar stellen op basis van de behoefte en mogelijkheden.

6.4.1. Meer inwoners met te lage basisvaardigheden bereiken; •

• •

Wij richten ons op inwoners met beperkte basisvaardigheden onder het niveau B1 voor inwoners met Nederlands als tweede taal en onder niveau 2F voor inwoners die het Nederlands als moedertaal hebben.18 We werven ervaringsdeskundigen om hun advies te horen en voorlichting te laten geven; We ondersteunen en trainen professionals verder zodat ze inwoners met lage basisvaardigheden herkennen en ze te helpen met hun leervraag formuleren;

6.4.2. Meer passend educatief aanbod op basis van de behoefte en mogelijkheden; • • • •

15

We weten wat de behoeftes van de inwoners zijn en helpen ze desgewenst met het uitspreken ervan; We zorgen voor laagdrempelige toegang tot thematisch aanbod waarbij taalverbetering het middel is; We laten educatieve trajecten uitvoeren onder toezicht van gediplomeerde professionals; We vinden dat getrainde vrijwilligers noodzakelijk zijn bij de educatieve ontwikkeling van inwoners.

SER 2018, 2019, 2020

16 Zie hiervoor ook de nota Vervolgaanpak Voortijdige Schooluitval van jongvolwassenen 2019 t/m 2022 17 Positieve gezondheid volgens Machteld Huber. 18 NT2, B1 en NT1 2F. Als je op deze niveaus zit, heb je voldoende basisvaardigheden om mee te kunnen doen

15

6.5. Doelgroepen De doelgroep bestaat uit niet-inburgeringsplichtige inwoners vanaf 18 jaar met basisvaardigheden onder het startkwalificatie niveau. We onderscheiden daarbij inwoners met Nederlands als moedertaal (NT1) en anderstaligen (NT2). Binnen deze groepen is het leervermogen, de leerbehoefte en de motivatie verschillend. De middelen die tot onze beschikking staan zijn onvoldoende om iedereen een aanbod aan te kunnen bieden. We moeten daarom prioriteren. De volgende groepen krijgen voorrang bij het formele onderwijs. Er is geen hierarchische volgorde. Deze inwoners kunnen zowel NT1-er als NT2-er zijn: • Jongvolwassenen zonder start- of beroepskwalificatie en in een kwetsbare posities (18-27 jaar); • Ouders van kinderen tot en met de basisschoolleeftijd19; • Inwoners met een uitkering van de gemeente of het UWV; • Inwoners met een zwakke positie op de arbeidsmarkt, zoals: o (Ex-)werkenden die verplicht om- en bijgeschoold moeten worden; o Ex-inburgeraars; o Inwoners in kwetsbare sectoren en met flexcontracten. Wanneer de ruimte er is staan de middelen ook ter beschikkingen voor de overige inwoners met te lage basisvaardigheden, waarbij het investeren in digi vaardigheden voorop staat. Hieronder beschrijven we op hoofdlijnen wat we doen voor de geprioriteerde groepen.

6.5.1 Jongvolwassenen zonder start- of beroepskwalificatie Deze jongvolwassenen (18-27 jaar) hebben meer kans op werkloosheid en kunnen nu, maar ook op latere leeftijd, sneller werkloos raken of in andere problemen verzeild raken. In principe heeft iedere jongere recht op een passend scholingsaanbod. Door dit aanbod kan een jongere zich optimaal ontwikkelen, participeren in de samenleving en deelnemen op de arbeidsmarkt. We investeren verder in een samenhangende regionale aanpak. Zie hiervoor de regionale samenwerkingsagenda. Citaat deelnemer “Ik heb gevochten tegen mijn oude school. We kregen geen lessen. Ze reden de tv de klas in. Ik wilde heel graag les maar ik kreeg het niet. Ik had alleen maar ruzie. Ze zeiden ‘als je een dubbeltje bent dan zul je nooit een kwartje worden’.”

6.5.2 Ouders van kinderen tot en met de basisschoolleeftijd Sommige ouders beheersen de taal onvoldoende, waardoor hun kinderen een groter risico hebben op een taalachterstand. We investeren verder in een samenhangende regionale aanpak voor deze doelgroep. Zie hiervoor de regionale samenwerkingsagenda. Citaat jeugdwerker “De psycholoog van het kind tipte mij over een moeder. Ik bellen om haar te spreken. Ik moest de vullingen uit mijn kiezen kletsen om af te spreken met deze mevrouw. Ik hield haar voor dat ze kon afspreken waar ze maar wilde, thuis, in het park of op kantoor bij ons. Maar ze was zo angstig. Zo angstig dat het naar buiten zou komen dat ze niet kon lezen en schrijven. Nu was ze zo ver en in een fase dat ze haar leven opnieuw op orde wilde krijgen. Uiteindelijk ging ze praten. Maar ze vond het zo eng. En het kostte zoveel tijd om vertrouwen te winnen. Als je echt iets wilt bereiken met deze inwoners moet je investeren in tijd en vertrouwen opbouwen.”

6.5.3 Uitkeringsgerechtigden We investeren in deze doelgroep zodat ze deel kunnen blijven nemen aan de samenleving en waar mogelijk (opnieuw) aan de arbeidsmarkt. We onderzoeken bij of het verbeteren van de basisvaardigheden onderdeel kan uitmaken van het ondersteuningsaanbod.

19 We houden hierbij rekening met de VVE criteria

16

Citaat deelnemer “Het leren is goed voor je ontwikkeling en het is goed om te leren, want je kunt beter uit je woorden komen. En je kunt beter sollicitatiebrieven schrijven en gesprekken voeren. En omdat het beter wordt, krijg je meer zelfvertrouwen. En dan praat je ook makkelijker over wat je denkt en voelt met andere inwoners.”

6.5.4 Inwoners met een zwakke positie op de arbeidsmarkt Om te voorkomen dat inwoners met een zwakke positie op te arbeidsmarkt (langdurig) werkloos raken, investeren we in het verbeteren van hun basisvaardigheden, onder andere in samenwerking met de werkgevers, het WerkgeversServicePunt en Leren en Werken van de regio en de ondertekenaars van het Taalakkoord. In het geval inwoners uit onze regio elders werken en daar mee kunnen doen aan het versterken van hun basisvaardigheden proberen we daarop aan te sluiten. Dit geldt ook in het geval inwoners elders wonen en hier in de regio werken. Citaat sociaal werker “Inwoners hebben onderweg hun vaardigheden verloren. Als de basis niet goed is dan gebeurt dit gewoon. En dan is het heel belangrijk om alsnog de basis op orde te krijgen en om inwoners te verleiden om weer te gaan leren. Ook al hebben ze er hele slechte ervaringen mee. En het moet dan vooral niet teveel op school lijken. Anders haken ze weer af.” Onder de hier boven genoemde doelgroepen vallen ook de zogeheten ‘NT1-ers’. Deze inwoners ervaren vaak schaamte vanwege hun lage basisvaardigheden. Voor deze groepen ontwikkelen we een aparte aanpak, zie hiervoor de regionale samenwerkingsagenda. Om deze inwoners te bereiken richten we ons op de thema’s die de inwoners zelf graag willen aanpakken. Onderdeel van die thema’s kunnen taal-, reken- of digitale activiteiten zijn.

Hierover meer in de volgende paragraaf. Citaat docent “T. komt één keer per week drie kwartier. Ze schrijft dan een gedicht over uit een boekje en daarna praten zij en ik er samen over. Ze vindt het schrijven leuk om te doen. En ze vindt het ook leuk om een gedicht te schrijven. Een verhaaltje schrijven is ook goed als het maar niet zo lang is. Zelf iets verzinnen vindt ze te moeilijk. Ze vertelt erover thuis en dan krijgt zij positieve feedback. Ze schrijft ook weleens thuis in haar agenda over haar belevenissen overdag. Ze vindt dat het schrijven goed gaat. Ze heeft er ook veel plezier in. Ze vindt het leuk genoeg om nog een tijdje te blijven doen.”

6.6. Thema gericht werken De afgelopen jaren leerden we over de doelgroepen van hoofdstuk 5 dat zij problemen kunnen ervaren op één of meerdere leefgebieden. Onze partners adviseren ons dan ook om juist die leefgebieden centraal te stellen in de aanpak. Het gaat om de volgende leefgebieden: • Gezondheid en vitaliteit • Financiën • Opvoeding en school • Omscholing en werk • Werkgeversaanpak • Empowerment Hieronder lichten we activiteiten binnen de thema’s toe. De gemeenten kiezen zelf waar het lokale accent ligt en wat realistisch en haalbaar is. Nadere uitwerking volgt dan medio 2021.

6.6.1. Gezondheid en vitaliteit Informatie over gezondheid en vitaliteit moet voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk zijn. Dat is nu nog niet het geval. Daarom investeren we in bewustwording bij intermediairs, zodat zij in hun communicatie rekening houden hiermee en we betrekken organisaties bij onze Taalnetwerken. Daarnaast investeren we in aanbod dat de gezondheidsvaardigheden vergroot, zoals het programma ‘Voel je goed’.

17

Praktijkvoorbeeld Voel je goed Dit is een programma voor inwoners met lage basisvaardigheden die willen werken aan een gezonder gewicht, en daarnaast moeite hebben met taal (en daardoor het verwerken van informatie). Door de combinatie van beweegadvies door een diëtist en lessen van een vrijwilliger over gezonder eten volgt een positieve verandering in leefstijl van de deelnemers. Dit programma start in diverse gemeenten in de regio.

6.6.2. Financiën Armoede, schulden en lage basisvaardigheden gaan hand in hand. De gemeenten en Taalnetwerken investeren in het bereiken van inwoners die schulden hebben en in het signaleren van problemen door te lage basisvaardigheden bij inwoners die bij het taalnetwerk in beeld zijn. Zo kan naar elkaar worden doorverwezen. Bij signalering verwijzen we inwoners door naar passend aanbod zoals bijvoorbeeld Voor ’t zelfde geld. Daarnaast zetten we ervaringsdeskundigen in die kunnen ondersteunen in het bespreekbaar maken van de problemen. Citaat deelnemer “Het is makkelijker geworden om boodschappen te doen omdat ik rekenen oefen. Ik pin nu echt heel vaak in plaats van dat ik contant betaal. Daardoor ga ik minder besteden. Want alles gaat duurder worden door de corona natuurlijk.”

6.6.3. Opvoeding en school Alle ouders willen het beste voor hun kind. Het voorkomen van lage basisvaardigheden bij kinderen begint bij de ouders. Door ouders/opvoeders educatief te ondersteunen kunnen ze gemakkelijker voorlezen en helpen met andere schoolzaken van hun kinderen. Dit thema werken we uit in de regionale samenwerkingsagenda in een samenhangende preventieve aanpak. Dit combineren we met de lopende inzet rondom het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en de maatregelen en het aanbod van de regionale RMC-structuur van coördinatie- en meldpunten voor dreigende schooluitval. Het aanbod voor het versterken van basisvaardigheden is hier aanvullend op.

6.6.4. (Om)scholing en werk Als gevolg van de coronacrisis neemt het aantal werkzoekenden toe. Inwoners uit de kwetsbare sectoren zoals de cultuur, horeca en recreatie nemen deel aan trajecten voor omscholing in overleg met de arbeidspartners. Een aantal van hen kan ook baat hebben bij taal-, reken- en digitale scholing. Daarnaast kijken we ook voor extra educatief aanbod naar inwoners die verplichte bijscholing nodig hebben.

6.6.4.1 Werkgeversaanpak We willen het bewustzijn vergroten bij werkgevers en hen duidelijk maken welke problemen lage basisvaardigheden veroorzaken. En hen verleiden om te investeren in aanbod voor hun werknemers. Citaat deelnemer “Het schrijven gaat nu beter. En ik kan zinnen maken. En feedback geven op mijn collega schoonmaker.”

6.6.4.2 Empowerment De afgelopen periode deden we goede ervaringen op met projecten zoals Stap In waarbij het versterken van basisvaardigheden in combinatie met participatie centraal staan om aansluiting te vinden bij de arbeidsmarkt. We gaan hiermee door en onderzoeken of dit aanbod aanvullend kan zijn voor jongvolwassenen naast de maatregelen en het aanbod vanuit Voortijdige Schooluitval. Citaat docent “De deelnemers zijn blij om gesprekken te voeren, want het gaat niet alleen om het lesgeven maar ook omgaan met het leven zelf. Natuurlijk zijn ze ook bezig met lezen en schrijven maar dan wel gericht op de inhoud van alledag. De deelnemers bepalen daarom zelf wat ze leren en hoe ze dat doen. Dan werkt het en anders niet. Ze moeten het gevoel hebben dat ze er ook echt wat aan hebben.”

18

Uit de gesprekken bleek ook hoe belangrijk de rol van de gemeente zelf is om inwoners met lage basisvaardigheden te bereiken. Wij willen toegankelijker zijn voor deze inwoners in dienstverlening. We willen de volgende zaken aanpakken.

6.7. De eigen rol van de gemeente De aanpak verbeteren basisvaardigheden kent twee kanten. Aan de ene kant is het belangrijk dat inwoners zijn toegerust met voldoende basisvaardigheden. Aan de andere kant is het belangrijk dat overheden en organsaties voldoende toegankelijk zijn. De gemeente is er voor elke inwoner en heeft daarnaast een voorbeeldfunctie. Haarlem en Zandvoort laten dat bijvoorbeeld zien in de nieuwe dienstverleningsvisie 20212024. De gemeente sluit daarnaast bijvoorbeeld ook aan bij de campagne ‘Duidelijke Taal’.

6.7.1. Begrijpelijke communicatie De gemeente heeft de ambitie om de communicatie toegankelijk en begrijpelijk te maken, bij voorkeur op B1 niveau. We verkennen de mogelijkheden van Beeldtaal 20 ter ondersteuning hiervan voor bijvoorbeeld het versturen van beeldbrieven. Ook zetten we ervaringsdeskundigen in om onze communicatie te laten beoordelen op toegankelijkheid en duidelijkheid.

6.7.2. Benutten van subsidie- en inkoopafspraken We verkennen de mogelijkheden om bij de subsidieverstrekking en de inkoop voorwaarden te verbinden zodat meer organisaties meewerken aan het voorkomen en bestrijden van lage basisvaardigheden. Denk hierbij aan het toegankelijker maken van de eigen dienstverlening, investeren in bewustwording van het verborgen probleem, het signaleren ervan en het investeren in taalscholing van de eigen medewerkers. Voor de periode 2021-2024 maken we daaarnaast afspraken met Stichting Lezen en Schrijven over hun inzet in de regio.

6.7.3. Budget WEB In de periode 2020-2024 ontvangen we twee typen uitkeringen vanuit het Rijk: 1. 2.

Doel specifieke uitkering. Het geld is voor het aanbod volwasseneducatie (18+) en voor nietinburgeringsplichtigen. Dit is geoormerkt geld. Budgetten doel specifieke uitkering. Jaarlijks ontvangt de contactgemeente Haarlem deze uitkering. En die is bedoeld voor de regiefunctie en het bereiken van de doelstellingen die met het Rijk zijn afgesproken

De doel specifieke uitkering dient Haarlem in de gehele regio in te zetten op basis van een plan met voldoende regionaal draagvlak. Jaarlijks wordt de besteding van de uitkering aan het Rijk verantwoord. Deze uitkering wordt jaarlijks door het Rijk verdeeld naar objectieve criteria zoals het aantal inwoners, het percentage bijstandsgerechtigden enz. per gemeente. In het geval van onderbesteding mag maximaal 25% worden overgeheveld naar het volgende jaar. Het budget voor de doel specifieke uitkering ontvangt Haarlem vanaf 2020 voor haar regiefunctie en voor het halen van de doelstellingen zoals de VNG met het Rijk heeft afgesproken (zie paragraaf). Het bedrag dat overblijft na aftrek van de kosten die Haarlem maakt voor de gehele regio, wordt verdeeld over de gemeenten volgens de verdeelsleutel die het Rijk gebruikt voor de verdeling van de WEB-gelden. Kanttekening Nog niet alle informatie over de vervolgaanpak van laaggeletterdheid is bekend omdat de VNG de bestuurlijke afspraken heeft opgeschort. Het Rijk is nog met de VNG en de contactgemeenten in gesprek hierover. Duidelijkheid wordt medio november verwacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=072c6b4c-f555-49e0-bab9-46dad7577231