C7 Aanbieding Manifest Hoogbegaafdenonderwijs - 'op naar Hoogbegaafdenonderwijs dat past!.PDF
Tekst van het document
Nu ik een universitaire studie volg en me eindelijk bewust ben van mijn hoogbegaafdheid, valt me pas op hoeveel worstelingen hoogbegaafdheid met zich meebrengt. Omdat mijn manier van verwerking niet aansluit bij de volgorde van de aangeboden literatuur, levert dat me aan het begin van het blok standaard veel frustratie op. Daarnaast merk ik constant dat de 26
literatuur voor mij niet diep genoeg op de stof in gaat, maar tijd om er wel voldoening uit te halen is er niet. Die tijd stoppen we in het schrijven van verslagen waarin onze eigen gedachten eigenlijk niet genoemd mogen worden, want dat is niet wetenschappelijk. En zo kan ik nog veel meer punten op kunnen noemen waar ik tegenaan loop. Het vervelendste vind ik nog dat hoogbegaafdheid niet als ‘handicap’ gezien wordt. Want ondanks dat mijn IQ heus weleens goed van pas komt, ben ik van mening dat het ook heel belangrijk is om hoogbegaafde leerlingen goed te begeleiden. Zeker omdat ik me nu een beetje verloren voel in een wereld waarin helemaal niks is afgestemd op mijn intense belevingswereld (zowel qua cognitie en gevoel als qua rechtvaardigheid en bewustzijn). Daphne 15 november 2020
34. Genieën, dat waren jongens zoals Einstein Na ruim tien jaar ben ik uit de wetenschap gestapt. Een passie is niet meer. Kapotgegaan aan overmatige conditionering. Ik ben eruit gestapt, of beter, gegooid, of gevallen. Ik waag me er niet meer. Eens was onderzoek doen een passie, maar ik zal niet meer terugkeren naar hetzelfde vakgebied. Mijn officiële toegang tot wetenschappelijke artikelen is afgesloten. Ik besta niet meer. Als je een (potentieel) IQ hebt van 130 tot 140 en je hebt het geluk hoogopgeleid te zijn, is het nog enigszins mogelijk om een werkomgeving te vinden waar zich nog enkele individuen bevinden met wie je je kunt onderhouden op een vergelijkbaar niveau, al is dat lang niet altijd makkelijk. Als je extreem hoogbegaafd bent val je vrijwel overal buiten. Je hoeft haast niet te hopen dat je voldoende wordt uitgedaagd in een bestaande organisatie of dat je in de bedrijfscultuur past. Je bent zo zeldzaam dat het grootste deel van wat je beweegt buiten het waarnemingsveld valt van recruiters, hiring managers en collega’s, mocht je het geluk hebben om überhaupt aan een baan te komen en niet als te intimiderend gezien worden. Een eigen traject met ruimte voor verschillende manieren van leren en ontwikkelen is dan noodzakelijk. En dat in een onderling respectvolle omgeving. Ik ben mijn hele leven onder de radar gebleven.
Mijn begaafdheid wordt namelijk heel makkelijk weggezet als arrogantie. Misschien stond ik voor sommigen zo dichtbij dat het te onwaarschijnlijk was om iemand als ik tegen te komen, met stelselmatige onderschatting tot gevolg. Ik ben daarbij niet op cruciale momenten de juiste mensen tegengekomen. Ik had geen ouders die vochten voor het beter vervullen van mijn uitzonderlijke leerbehoeften. En genieën, dat waren jongens zoals Einstein. Deze maatschappij doet van alles voor mensen die niet mee kunnen komen omdat het tempo te hoog ligt. Hun “handicap” kan door vrijwel alle andere mensen worden waargenomen. Aan de andere kant kan je zo uitzonderlijk begaafd zijn dat je de keuze hebt om je aan te passen onder druk van het poldermodel, buigend voor de in welke omgeving dan ook geldende 27
meerderheid, of om ten onrechte te worden buitengesloten. Je redt jezelf immers wel altijd in je eentje, voor jou hoeft niks gedaan te worden, zo is vaak de gedachte. Dat isoleert en maakt eenzaam. In sommige gevallen kan een vlucht naar internationale organisaties nog enig soelaas bieden. Voor de rest ben je op jezelf aangewezen, al dan niet als ondernemer. Ik heb veel onderzoek verricht. Voor wie legde ik die gouden eieren eigenlijk? Ook nu nog bestaat de veronderstelling dat ik gratis en voor niets nog een tijd kom doorwerken alsof er niets veranderd is. Brood op de plank is niet voor de slimste mensen weggelegd, want wie zo diep voor wat ooit een passie was wist te gaan, moet daar wel heel wat anders voor over hebben dan geld. Er is niet eens een exitgesprek geweest. Geen gebak, geen afscheidsborrel, geen koffie, alleen de kale, geautomatiseerde brief enkele weken geleden die mijn einde aankondigde, en nu wederom geautomatiseerd het eindigen van mijn online toegang tot wetenschappelijke kennis direct van de bron. Even borrelt frustratie in me op. Maar daarmee verander ik geen systemen en verbeter ik mijn leven niet. Ik ben niet voortijdig uitgevallen en alsnog val ik erbuiten. Laatst vond iemand dat ik erg veel kennis heb opgedaan. Daar had ik lang niet bij stilgestaan. De academische wereld ligt in elk geval achter me: ik zal me er niet weer vertonen.
Mijn onderzoeksmaterieel heb ik opgeborgen. Ik zal mijn zinnen op andere passies zetten, want die heb ik gelukkig. Als het lukt, want zekerheid bestaat niet. Ik ben extreem hoogbegaafd en onzichtbaar. (Geschreven in 2018) Anoniem 15 november 2020
35. Een afgiftepunt voor mijn anders zijn? Laatst vroeg iemand mij waar ze haar hoogbegaafdheid kon inleveren. Ik zei haar dat ze dat niet bij mij kon doen, niet hóefde te doen, maar waar wel kon ik haar niet vertellen. Lang geleden is de gedachte aan het inleveren van mijn hoogbegaafdheid ook bij mij de revue gepasseerd. Dat duurde niet lang en het antwoord op wat dan een geschikt afgiftepunt is ben ik mezelf bewust schuldig gebleven. Aan het begin van mijn studententijd verbond ik me met de studievereniging en daar leek ik helemaal niets van de rituelen te begrijpen. De leden waren vooral met heel andere dingen bezig. Niet eenzijdig goed of fout, ongetwijfeld voor veel mensen hartstikke goed, gezellig en leuk zelfs, maar niet voor mij. Ook op het reisje met de internationale studievereniging trof ik een soort groot zuipfestijn aan, maar nu zijn deze mensen vaak wel elkaars collega’s in mijn toenmalige sector.
28
Ik keek om me heen en zag dat er meer mensen waren die toch een andere dynamiek kenden en het ritme dat in onze aard verankerd lag stuurde ons anders aan. Het was alsof er een daglengteverschil bestond. Ik heb toch mijn weg gevonden door om te gaan met elkaar wederzijds beter aanvoelende mensen. Ook al zaten we samen in een voor ons niet zo passende omgeving, bood het ons voor de duur van onze studies toch een onderlinge uitlaatklep en een plek voor relativering en afwijkende humor. Je kunt in je schulp kruipen als je anders bent, ogenschijnlijk normaal, en toch verandert dat niets aan de andere spelregels in jouw leven. Het is handig om binnen de omgevingen waar jij je begeeft besef te hebben van de heersende opvattingen, maar dat hoeft niet te betekenen dat dit het dan maar voor je is. Je doet jezelf dan tekort. De meerderheidsspelregels leren begrijpen is een extra stap omdat je die van nature niet of minder zelf doorleeft. Allerlei op tradities en rituelen gebaseerde gedragingen, uitzonderingen, paradigma’s, procedures en processen zijn voor jou niet logisch. Zoek dan alsnog naar raakvlakken. Als die er niet zijn, zoek dan naar nieuwe omgevingen, omdat je anders na verloop van tijd stikt. Zeker als institutionele verandering naar meer inclusie niet gerealiseerd kan worden. Zorg dat je altijd iets hebt om je op te verheugen. Leer nieuwe mensen kennen.
Omgevingen en mensen waar jij meer authentiek kunt zijn bestaan. Soms moet je wat langer zoeken om ze te ontrafelen, maar je kunt ze ook zomaar tegenkomen. Leer vooral om jezelf te zien in eigenheid, zodat je weet waar je op moet letten. Dit is een verscherping van het waarnemingsvermogen dat je altijd al in je had. Ik hoop van harte dat het hoger onderwijs inclusiever wordt voor hoogbegaafden en iedereen met een goed stel hersens die anders leert. Zodat een afgiftepunt voor anders zijn niet nodig is. Anoniem 15 november 2020
29
36. Onbewust onbekwaam Al jong zagen we dat de ontwikkeling van onze zoon anders verliep dan die van zijn leeftijdgenootjes. Sneller en diepgaander vooral. We kozen, zonder het uit te spreken buitenshuis, bewust voor een school met 0,7 fte Hoogbegaafdheidsspecialist in huis, althans dat is wat er op de website stond. Helaas bleek later dat dit ging om iemand die twee dagdelen een training had gevolgd, verre van een specialist dus. In groep 1 zagen we de teleurstelling dat er niets geleerd werd. De verveling sloeg toe en de eerste tekenen van negatief gedrag kwamen naar voren. We kregen het, bij een super welwillende juf, voor elkaar dat hij onofficieel mee mocht draaien in groep 2 (want op papier bleef hij een groep 1leerling op basis van zijn leeftijd). Dit hielp iets. Een versnelling van groep 1 naar groep 3 was het resultaat. Wat waren we blij. Toen we in groep 3 zagen dat vloeiend lezen terugging naar hakken en plakken, hebben we er alles aan gedaan om dit op school onder de aandacht te brengen. Helaas vonden we geen luisterend oor. Wat begon als “hij moet gewoon mee met de groep”, werd “hij laat het op school niet zien” en ging over in “we weten niet wat we met zijn grensoverschrijdende gedrag moeten”. Aan het einde van groep 3 zat er een 6-jarige jongen op de bank die alleen nog maar dood wilde. Alles beter dan naar school.
Hij vertelde ons in detail hoe zijn uitvaart eruit moest zien, welke grafsteen hij graag wilde en dat hij graag gecremeerd wilde worden, zodat een stukje
30
van hem mee kon naar huis. Want hij wilde wel graag nog bij ons blijven. Dit zou geen kind en geen ouder mee moeten maken. Na een aantal weken “ziek” thuis was het zomervakantie. In groep 4 zouden we het nog een keer proberen. Om de dag hadden we een gesprek op school. Want de problemen stapelden zich op en aan leren kwam ons kind niet meer toe. In september begon groep 4 en de eerste week november kregen we te horen dat school handelingsverlegen was. Een week later moest hij vertrekken. Hij was 6 jaar en werd van school gestuurd. Want hoe hard je ook op ze inpraat, deze kinderen zijn heel goed in het horen wat niet gezegd wordt en het doorzien van situaties. “Mama, ze willen me niet meer op die school, want ze vinden me niet leuk genoeg. En dat snap ik wel, want ik ben ook een waardeloos kind”. Een tijdelijke plaatsing op het SBO volgde, want thuislaten was voor ons als ouders geen optie. Ondanks alle problemen was het een heel sociaal kind, dat elke middag met zijn vriendjes speelde. Vanwege het sociale aspect wilden we hem graag in een schoolse omgeving houden. De plaatsing zou voor 6 tot 8 weken zijn en in de tussentijd zou het SWV een goede school vinden, waar hij permanent zou kunnen blijven. Helaas was er na 8 weken nog geen school gevonden die hem wilde hebben. Gelukkig hebben we dit weg kunnen houden bij onze zoon, maar wat doet het als ouders pijn.
Je ziet dat je kind op het SBO niet past, maar niemand wil hem hebben. We hebben toen het heft in eigen handen genomen en zijn op alle scholen die we konden bedenken zelf op bezoek gegaan. Op de 9e school was er voor het eerst iemand die met ons in gesprek wilde. Inmiddels zit hij nu ruim 2 jaar op die school. Vanaf dag 1 was het grensoverschrijdend gedrag verdwenen en nu het trauma een beetje naar de achtergrond verdwijnt, zien we ons vrolijke, leergierige mannetje weer terug en groeit hij weer. Deze ervaring heeft hem en ons getekend voor het leven. Passend onderwijs is niet passend. Deels komt dat doordat hoogbegaafdheid nog steeds wordt gezien als luxeprobleem. Daarnaast speelt het een grote rol dat veel scholen onbewust onbekwaam zijn, want ze denken dat ze specialist zijn, terwijl ze in werkelijkheid geen idee hebben. Ook zit er heel veel geld op de verkeerde plaats. Wij hebben ons als ouders scheel betaald aan specialisten (die er gewoon zijn), maar waar de school niet mee samen wilde werken. Hier moet ingegrepen worden en dat begint bij echt inzicht bij de politiek. Want helaas heb ik de indruk dat ook zij nog steeds onbewust onbekwaam zijn. Anoniem 16 november 2020
31
37. ‘Ik voelde me raar mama, slecht raar’ ‘Eerst moet zijn gedrag veranderen, dan pas kunnen we kijken naar passend onderwijs.’ Vier jaar lang hebben wij gevochten voor passend onderwijs voor onze oudste zoon (8). Door verveling en zich niet begrepen voelen, ging hij clownesk gedrag vertonen en stoorde hij andere kinderen in de klas. Als wij op school vertelden dat wij ons zorgen maakten, zei de juf: ‘Hij is een slimme jongen hoor; die komt er wel’. Tijdens het thuisonderwijs dit voorjaar hebben we het schoolwerk aan de kant gelegd. Een boekverslag in het Engels heeft hij gemaakt en een grappig stripverhaal over sterrenkundige Eise Eisinga die dominee Alta op zijn nummer zet. Hij kreeg weer een klein beetje plezier in iets leren. Na de lockdown, toen het leven voor veel mensen weer wat kleur kreeg, werd de wereld voor onze zoon weer somber en grijs. Na de zomervakantie is hij begonnen op een speciale HB-school. Elke dag moeten we twee uur rijden (op eigen kosten), maar het is het waard. Eens per week ziet hij een orthopedagoog om zijn schooltrauma te verwerken. Laatst vertelde hij me hoe hij zich had gevoeld op zijn oude school: ‘Raar mama, slecht raar’. Eveline 16 november 2020
38. Passend onderwijs is niet passend Mijn zoon (15 jaar) zit al 3 jaar depressief thuis met een verlengde vrijstelling van inschrijving van onderwijs. Hij is uitgevallen op regulier onderwijs in de brugklas omdat hij veel gepest werd omdat hij grapjes letterlijk nam en hij geen aansluiting had. Daarna is hij naar een speciale school gegaan voor slimme autistische kinderen waar hij ook uitviel omdat het onderwijs niet passend was. De school wilde niet meewerken aan thuisonderwijs. Hij is toen naar een dagbesteding gestuurd waar hij met geestelijk gehandicapten moest afwassen terwijl hij een IQ heeft van 140+. Ik heb toen een gesprek aangevraagd met de leerplichtambtenaar en geef hem sinds die tijd zelf les. Ik betaal zijn school (via de LOI) zelf, hij haalt deelcertificaten bij DUO. Bij DUO heb ik bijzondere voorzieningen aangevraagd zodat hij met minder kinderen in een zaal zit en zijn HB-coach mee naar binnen mag. Hoewel hij daar schriftelijke toestemming voor bij zich had, werd zijn coach bij 3 van de 5 examens geweigerd. Heel vervelend want er zijn geen herkansingen als je dan door stress een onvoldoende haalt. Hopelijk heeft hij over 2 jaar zijn startkwalificatie. Hij is sociaal beschadigd geraakt van alle traumatische ervaringen in het onderwijs waar iedere keer de boodschap is dat hij niet past terwijl hij alleen wat slimmer is. Mickey 16 november 2020
32
39. Niet alle hulp heeft nut In de eerste klas van mijn middelbare school werden leerlingen onderworpen aan een IQ-test. Tot de verbazing van mijzelf en mijn ouders werd ik vanuit deze test doorverwezen naar een testcentrum, vanuit waar ik al snel dé stempel kreeg. Ik werd op de middelbare school in de “MGT-groep” geplaatst: een groepje meergetalenteerde kinderen. Op de basisschool zat ik ook al in zo’n groepje. Helaas ging bij beide groepen hetzelfde mis: degene die deze groepen moest begeleiden wist niet hoe hoogbegaafden in elkaar steken. De insteek leek: “laat ze maar doen waar ze zelf zin in hebben, ze zijn toch heel slim”. Dát werkt niet. We hebben júist heel veel behoefte aan begeleiding – begeleiding van mensen die weten hoe een hoogbegaafde in elkaar steekt en wat wij nodig hebben. Na het afronden van de middelbare school was het afgelopen met de specialistische begeleiding. In het hoger onderwijs mochten we het zelf uitzoeken, iets wat ik nog steeds heel jammer vind. Ik merkte wel dat ik anders dacht dan anderen, maar omdat ik en mijn gedachten vaak in de minderheid waren begon ik ontzettend aan mezelf te twijfelen en me aan te passen aan de rest. Zonde, en het resultaat? Een burn-out.
Na een coachingstraject bij iemand die wél veel verstand had van hoogbegaafdheid (en in mijn geval, hooggevoeligheid) begon ik pas te begrijpen wat werkt voor mij, en waar mijn krachten liggen. Inmiddels weet ik wat mijn krachten en talenten zijn en waar ik uitdagingen voor mezelf kan vinden, maar toen was ik al bijna afgestudeerd. Ik wil hiermee duidelijk maken: doe niet zomaar iets, maar verdiep je echt in wat hoogbegaafden nodig hebben en hoe ze denken. Daarbij wil ik ook benadrukken dat elke hoogbegaafde anders is, en dat gepaste begeleiding echt heel belangrijk is. Zo niet, dan hebben de “plusgroepjes” weinig zin. Maike 16 november 2020
40. Een kat in het nauw maakt rare sprongen Na mijn VWO ben ik begonnen aan een universitaire studie Pedagogische Wetenschappen. Ik keek er enorm naar uit; ik had de universiteit heel hoog staan. Hier zou ruimte zijn voor creativiteit, zouden kritische zienswijzen worden toegejuicht, zou ik al mijn ideeën kwijt kunnen, zou ik kennis opdoen binnen mijn interessegebied en kon ik hopelijk met mijn ervaringsdeskundigheid van jaren therapie, de wereld voor de volgende generatie een stukje mooier maken. Dat was het ideaalbeeld. Helaas bleek dat ook binnen de universiteit een gekaderd systeem bestaat, een duidelijk heersend paradigma dat alternatieven uitsluit. Hoewel ik op resultaten niet ben uitgevallen, voelde ik ten diepste dat ik (relatief) onderpresteerde. Ik voelde geen grond, geen begrip, geen draagkracht voor wat ik in me had. Wat ik bedacht viel buiten de lesstof, buiten het curriculum en de getoetste kennis. Tegelijkertijd haalde ik juist hierdoor slechte cijfers, omdat ik veel te moeilijk nadacht. Gelukkig heb ik mijn Bachelor in de ‘gebruikelijke’ drie jaar gehaald. Wel frustreerde ik me elk tentamen weer over de beperkte kennis die gevraagd werd te worden gereproduceerd. Ik vond geen uitdaging en kreeg regelmatig te horen ‘dat we het voor het tentamen niet zo diep hoefden te kennen’. Er was een mogelijkheid tot een Honoursprogramma, maar mijn 33
resultaten waren niet bovengemiddeld. Daarnaast had ik het idee dat het aanbod eerder ging om ‘meer werk’ dan om ‘dieper/uitdagender werk’. Tijdens mijn afstuderen liep ik tegen de kaders van de wetenschappelijke schrijfstijl aan. Mijn scriptie heb ik een aantal keer moeten herschrijven, omdat ik te breed schreef. Ik kon echter niet anders, alles had voor mijn idee met elkaar te maken, elke associatie wilde ik toelichten of ontkrachten. Uiteindelijk is mijn scriptie een minuscuul deel geworden van de plannen die ik in mijn hoofd had. Voor mijn gevoel ben ik al die jaren van mezelf verwijderd geraakt omdat ik zoveel moeite had om mezelf aan te passen om binnen het kader te kunnen presteren. Dat ik anders denk dan anderen werd ook tijdens mijn stage duidelijk. Ik schoot alle kanten op, was in het begin totaal niet mezelf, omdat ik inmiddels het gevoel had dat hoe ik dacht en deed zo out-of-the-box was en daarom niet gewaardeerd zou worden. Vandaar ook de titel; een kat in het nauw maakt rare sprongen. In het proces van geforceerd conformeren ben ik een deel van mijn authentieke zelf kwijtgeraakt. Wat ik in deze tijd heb gemist is een coach die mij hielp mijn opleiding te voltooien zónder mezelf kwijt te raken. Die me inzicht gaf in mijn manier van denken en dit accepteerde.
Het systeem zal niet zo snel worden aangepast (hoogbegaafden zijn immers in de minderheid), maar hoogbegaafden kunnen wel worden gecoacht in het milder kijken naar zichzelf binnen dit systeem, de mismatch te erkennen en een balans te vinden in wat kan en wat mag. Daarbij zou ik graag willen zien dat de creatieve ideeën die hoogbegaafden hebben niet worden gestild doordat het niet in de leerdoelen of het curriculum zou staan, maar deze vorm van uitdaging juist wordt aangemoedigd. Sanne 16 november 2020
41. Mijn desillusie van het hoger onderwijs Doordat ik fundamenteel anders dacht dan de opdrachten van mij vroegen op de basisschool en ik de cognitieve prikkels buiten school veel interessanter vond, ben ik na de basisschool begonnen op het VMBO. Ik wist dat ik anders was dan mijn klasgenoten maar hoogbegaafdheid als verklaring lag ver buiten het referentiekader van zowel mij als dat van mijn omgeving. Want ja die Cindy deed het niet zo goed op school. Na jaren van persoonlijke worstelingen, eenmaal erachter gekomen dat zelfs uitzonderlijke hoogbegaafdheid op mij van toepassing bleek te zijn, keek ik enorm uit naar het hoger onderwijs, ‘eindelijk op mijn plek’ dacht ik. Als kind had ik het ideaalbeeld van de universiteit, daar zou alles mogelijk zijn! Psycholoog worden is mijn droom, dus voor mijn stap naar de Universiteit had ik een vooropleiding nodig. Ik begon na het behalen van het colloquium doctum dan ook super enthousiast aan het HBO. Want dit was het hoger onderwijs! De plek waar eindelijk plaats zou zijn voor mijn divergente manier van denken en creëren. De eerste colleges heb ik tot grote frustratie van mijn klasgenoten naar hartenlust vragen gesteld, waar ik keer op keer de deksel op mijn neus kreeg. Want mijn vragen reikten verder dan het curriculum, onnodig dus… De eerste toetsen wilde ik laten zien wat voor kennis ik had.
En ik wist zeker dat ik een hoog cijfer zou halen want dit vakgebied is mijn passie, ik weet er alles van! … huh op het nippertje een 34
6…? Ja, want ‘je antwoorden zijn te abstract’. En ‘je denkt te moeilijk’. … Maar ik kan niet anders denken dat dit? En al die verbanden dan? Die kan ik toch niet ineens niet-zien? Ik liep met kennis van de stof de collegezaal in, om vervolgens verward de collegezaal weer uit te lopen. De stof werd met tussenstappen aangeboden die mijn hoofd niet maakte. Maar bij elke docent aangeven dat ik tegen mij hoogbegaafdheid aanliep, dat vond ik eng. ‘Kom ik dan niet arrogant over? Vinden ze mij dan een aansteller?’ Ik merkte dat ik wanneer ik thuisbleef betere resultaten haalde, maar door de onderprikkeling hard achteruitging in mijn psychische gezondheid. Ik had een aantal lieve en welwillende docenten die mij hielpen en opperde om te versnellen, wat mij een grote uitkomst leek! Maar de examencommissie zag dat anders in. Mijn situatie bleek geen reden tot uitzondering, hoogbegaafdheid zou geen handicap zijn. Naarmate het propedeusejaar vorderde raakte ik verder in mijzelf gekeerd en afgestompt… aan de docenten lag het niet. Maar het enthousiasme waar ik mee begon was verdwenen. De discrepantie tussen mij en de maatschappij groeide met de dag en eindigde in 4 opnames in de acute psychiatrie, verspreid over het propedeusejaar. Uiteindelijk heb ik vanuit het ziekenhuis mijn propedeuse gehaald.
Zou de universiteit dan die plek zijn waar er plaats is voor mijn manier van denken…? De studieadviseur keek mij wat beduusd aan toen ik vroeg of de universiteit begeleiding biedt voor hoogbegaafde studenten. ”Uhm… Nee, we hebben op de universiteit geen coördinator hoogbegaafdheid ofzo.” Geen plek voor divergentie… en daar blijf ik op vastlopen. Ik voel mij een kopieermachine tijdens mijn studie, ik wil en kan zelf denken. Waarom mag dat nou niet!? Mijn hoofd loopt over van ideeën en theorievorming. Maar ik sta achter geen enkel essay dat ik inlever, en ga er standaard vanuit dat ik vastloop op vraagstelling tijdens MC-tentamens. Met vragen stellen ben ik gestopt. Zodat ik minder verval in discrepantie en existentiële worstelingen. Want dat beeld van de universiteit dat ik had als kind, die plek waar alles zou kunnen, blijkt een steeds kleiner wordende kamer te zijn. We hebben nog een flinke stap te zetten wat betreft het onderwijs voor hoogbegaafden. Wat zouden we gave dingen kunnen bereiken als we met elkaar een plek kunnen creëren voor hoogbegaafden in het hoger onderwijs. Ik blijf mij daarom inzetten voor inclusie en bewustwording. Weg met dat stigma! Cindy 16 november 2020
35
42. Mees Onze Mees werd 7 jaar geleden geboren. Hij groeide op in het bos, in de natuur met een roedel van 19 sledehonden. Vanaf dag 1 werd hij door de roedel geaccepteerd en opgenomen in de roedel. Mees ontwikkelde zich als een echte hondenfluisteraar. Hij leerde de non-verbale taal van de roedel en elke individuele hond kennen. We genoten van elke stap die hij in de roedel zette. Hij ontwikkelde een gave als het om het communiceren met honden gaat. Toen hij 3 jaar was ging hij voor het eerst naar de peuterspeelzaal. Daar was hij een stille jongen, observeren kon hij als de beste. Tot de dag dat onze lieve Mees doodongelukkig bleek te zijn toen ik hem naar de peuterspeelzaal bracht. Kwam dit doordat hij thuis zo anders opgroeide dan het systeem waarin hij terecht was gekomen of wat was er aan de hand? Uiteindelijk besloten we hem in een ander dorp naar school te laten gaan. Op de nieuwe school werd hij goed opgevangen. Twee kleuterjaren lang hobbelde hij mee. Toch vielen ons dingen op; hij was anders dan andere jongens. Verwoorden kon ik het niet, uitleggen ook niet. Totdat hij in groep 3 terechtkwam. Hij werd constant ziek, had buikpijn en kreeg verschrikkelijke paniekaanvallen. Vier maanden later, heel wat huisartsbezoeken, een gebroken moederhart en een coronalockdown verder, zag ik wat er zich al die jaren heeft afgespeeld in dat observerende koppie van Mees.
Hij is hoogbegaafd!!!! En nee, hij kon niet al voor groep 3 lezen, hij was nog geen kleine professor, maar had zichzelf wel gespecialiseerd in honden, het roedelleven, lichaamstaal en het communiceren van en met honden! Dit heeft hij namelijk al die jaren aangeboden gekregen. En toen… toen moest ik toch mijn vermoeden uitspreken naar school toe, hoe voel je je dan als ouder? Nee, ik zeg niet dat mijn kind meer is dan een ander kind. Ik zeg niet dat ik wil dat mijn kind straks op de beste universiteit van de wereld terechtkomt. Ik zeg niet dat mijn kind alles allang kan. Ik zeg: mijn kind leert razendsnel nieuwe stof; ook hij heeft instructie nodig om dingen te leren. Hij loopt vast in communicatie omdat hij een IQ van ergens tussen de 135 en 140 heeft en dus moet communiceren met kinderen met een gemiddeld IQ van 100. Even ter verduidelijking, hetzelfde verschil als hoe wij communiceren met een gemiddeld IQ van 100 met iemand met een IQ van tussen de 60 en 65, hoe moeilijk kan dat zijn? En dan ben je ook nog een kind… En dan, dan ga je op zoek naar de beste kinderpsycholoog van NL in de hoop je vrolijke, talentvolle kind terug te krijgen. En dan krijg je de diagnose van zijn talenten… Ineens begrijp je alles, je krijgt erkenning maar ook slapeloze nachten. En dan, hoe ga ja dan verder… Dat zijn wij nu aan het uitvinden. Een weg die niet klaarligt.
Een weg waar iedereen om Mees heen het wiel moet gaan uitvinden omdat er gewoon geen 36
passend onderwijs voor deze doelgroep is. Een weg waar veel van de juffen gevraagd gaat worden. Een weg waar veel mensen van Mees zullen leren en hij onbewust met ups en downs zijn talenten zal inzetten om zijn omgeving hoogbegaafde kinderen te leren zien en begrijpen. Mees werd geïnterviewd door Filemon Wesselink. Cathelijne 17 november 2020
43. Ziek Dit verhaal gaat over mijn dochter Rosaline. Ze was meteen bijzonder. Ontwikkelde zich razendsnel, Sprak als eenjarige in volzinnen en begon met twee jaar te lezen. Ontzettend creatief, leergierig, vrolijk. Sportief, nooit ziek, ijzersterk. Met drie jaar naar school, tweede klas overgeslagen, groep 3 ging prima en toen hield het op… Ze stopte eenvoudigweg met leren, paste zich aan, ging onderpresteren. Het was waarschijnlijk de sociale omgeving. Ze had pech, weinig meisjes in de klas en geen aansluiting. Andere school. Meteen een grote groep vriendinnen, plezier, vrolijk, dachten we… maar leren… helemaal niet. Leek het moeilijk, dan begon ze er eenvoudigweg niet aan en leek het makkelijk dat raffelde ze het snel even af en maakte daardoor veel fouten. Ze verzette zich tegen alles wat met leren te maken had en wilde alleen maar spelen en sporten (op hoog niveau, dat wel). Toen werd ze ziek, een griepje... dachten we, maar uiteindelijk bleek het een zware longontsteking. Uiteraard zou ze daarvan moeten herstellen en daar had ze tijd voor nodig. Alleen, ze herstelde niet, ze werd een schim van zichzelf, altijd moe, altijd hoofdpijn, buikpijn en nog veel meer klachten.
Ze kwam nauwelijks nog op school, ze presteerde zeer middelmatig en werd in de groepjes gezet die extra uitleg nodig hadden en ze moest maar herhalen en herhalen… Ik opperde bij de leerkracht dat ze misschien hoogbegaafd zou kunnen zijn. Dat werd meteen stellig afgewezen. Zeer middelmatige leerling, nee hoor, daar was geen sprake van. Haar toch laten testen, met al haar faalangst, afkeer en met haar zieke pijnlijke lijfje kwam daar al een score van 137 uit. De leerkracht besloot dat ze dat dan maar eens moest laten zien en gaf haar stapels toetsen die ze dan eerst maar eens foutloos moest maken, daarna zouden ze wel zien of ze wat extra uitdaging kon krijgen. Helaas was de plusklas (halve dag in de week) vol. Hartverscheurend moest ze afscheid nemen van haar vriendinnen om naar het voltijds HBonderwijs te gaan, waar ze het enige meisje in haar schooljaar is. De enige nog mogelijke weg. We zijn nu ruim twee jaar verder. Ze is nog altijd ziek. Met veel begeleiding en kleine stapjes begint ze heel langzaam weer wat te doen op school. Ze mist vriendinnen, is eenzaam. Het onderwijs is ondanks twee geweldige en begripvolle juffen nog altijd niet passend. Ze blijkt UHB. Voor haar bestaat er geen passend onderwijs. Geen basisschool en geen middelbare school.
Ze zou zoveel kunnen bijdrage aan de wereld, ze kan zo fantastisch denken en is buitengewoon creatief en origineel en in plaats van steun en hulp krijgen we als familie te maken met drang, dwang, onbegrip, een VT-melding, hoon en uitsluiting. Rosaline 17 november 2020
37
44. Ben ik een Alien? Op de basisschool was ik ervan overtuigd dat ik een alien was of de anderen robots waren, en het leek of iedereen om mij heen op mij afgesteld was. Ze reageerden altijd hetzelfde op elke vraag: Hoe gaat het? Goed. Er was altijd maar 1 goed antwoord op de vragen die de juf stelde. Ik vond het allemaal maar vreemd, maar zei daar verder niks over. Ik begaf me vooral op de achtergrond, dan hadden mijn acties de minste consequenties. Op de middelbare school werd veel gewaarschuwd over het eindexamen dat ik er in de eerste klas al bang voor werd. Het zou allemaal zo groots en moeilijk worden, zei men, maar als je dan een vraag stelde als: “oh dus dit werkt zo, maar hoe werkt dat dat samen met dit?” kreeg ik het antwoord dat ik dat volgend jaar wel zou leren. Daardoor werd het overzicht mij ontnomen. Bij gesprekken werd dan gezegd: “doe maar wat minder huiswerk”. Helaas werd het daadwerkelijke probleem niet begrepen. Ik leer beter met eerst een overzicht van de te leren stof hebben en daarna inzoomen. Uiteindelijk raakte ik zo ver van mezelf verwijderd dat ik niet meer sliep, naar binnen toe keerde (veilig plekje), in de war was. “Wat is er mis met mij?”. Uiteindelijk ben ik bij ConnEQt terecht gekomen, waar ik door bij gelijkgestemden te zijn en begeleiding met kennis van hoogbegaafdheid kreeg ik heb mogen leren wat mijn kracht is. Ik ben hier enorm gegroeid.
Passend onderwijs is belangrijker dan men nu in de gaten heeft. We passen niet allemaal in een standaard mal! Er was niets mis met mij, maar ik kreeg geen voor mij passend onderwijs aangeboden. Isabeau 17 november 2020
38
45. “Mam, ik moet continu een rol aannemen” Eigenlijk ging het al mis vanaf de peuterspeelzaal, waar ze als vrolijke vrije peuter binnen slechts een paar keer een gesloten angstig meisje werd. Basisschool: ze wilde leren lezen en schrijven, uitgedaagd worden in groep 1. Thuis kende ze het alfabet, op school bleek niemand het te kennen en dus deed Julie of zij het ook niet kende. Al gauw begon de verveling enorm toe te slaan. We lieten haar op advies testen, uitslag hoogbegaafd. Ze deed foutloos opdrachten erbij die voor 12-jarigen bestemd waren. Wat school voorstelde? Extra moeilijke vouwwerkjes. Haar leren lezen en schrijven vonden ze zielig. Voorbij gegaan werd wat Julie nodig had. Uiteindelijk, toen ze echt depri was op haar 5e, werd ze halverwege groep 2 doorgeschoven naar groep 3. In groep 3 een super juf, maar in groep 4 zat een juf die letterlijk zei ‘je bent zo intelligent, zoek het je zelf maar (allemaal) uit’. Geen enkel kind kan zonder ondersteuning opgroeien. Het werd een ramp en we besloten te switchen van school. Op de Vrije School zou ieder mogen zijn wie hij/zij is. Leuke theorie, maar de meester die zij kreeg (en die alle jaren mee zou overgaan naar de volgende klas) kreeg geen grip op haar, want Julie was ondertussen zo beschadigd dat ze naar binnen toe geslagen was. Hij gaf haar steeds de schuld, schreeuwde soms tegen haar. Dus weer een andere school.
Daar zou men haar echt!!! helpen. Praktijk bleek dat kinderen die onderaan uitvielen een rugzakje (lees: geld) kregen en dus alle aandacht en Julie werd wederom aan haar lot overgelaten (tja, geen rugzakje, geen geld en dus geen tijd). Plusklas? Nee, daar zag men haar niet in horen, ondanks een ondertussen 2e IQ-test die niets te raden overliet. Waarom niet? Omdat ze zich niet liet zien of horen. Ze was zo beschadigd door het niet passende onderwijs dat ze totaal zichzelf niet meer was. Uitleg 5x moeten horen, maar na halve zin de bedoeling al weten en niet aan de slag mogen. Diepgang in gesprekken met klasgenoten miste ze. Julie begreep hun oppervlakkige gesprekken niet en ze zei ‘mam, ik moet continue een rol aannemen’. Alle lessen waren bottom-up, maar Julie leert top-down en dat werd niet aangeboden. Op geen enkele basisschool. Alles is voor de gemiddelde leerling. Resultaat: op haar 11e doodziek geworden!! Passend onderwijs? Niet gekregen! Dat in een notendop, want ik kan er een boek over schrijven, zoveel als er gebeurd is en hoe zij nooit gezien is. Mary 17 november 2020
39
46. Versnellen: wanneer je studieplanning ingewikkelder ligt dan de studie zelf Met hoge verwachtingen startte ik op het HBO: nu ging ik uitgedaagd worden en keihard studeren! Helaas merkte ik al snel dat die uitdaging er niet was, dat de theorie heel breed en laagdrempelig was en dat ik zonder veel moeite mijn propedeuse ook wel ging halen. De studie was leuk, maar kwam niet in de buurt van wat ik verwachtte en langzaam begon ik dit ook richting docenten uit te spreken: ik mis uitdaging. Fijn ervaringen zijn er ook! Mijn signalen werden opgepakt en ik mocht deelnemen aan het (voor VWO-ers bedoelde) versnellersprogramma waar een handjevol leerlingen jaarlijks gebruik van maakt. De studie in 3 jaar afronden waardoor je meer op je bordje kreeg, ruimte had voor verbreding en verdieping en uitgedaagd werd zelf je studie in te delen. Met name dat laatste blijkt een uitputtingsslag: het versnellen mag, maar betekent dat je regelmatig op meerdere plekken tegelijk moet zijn, aanloopt tegen docenten die helemaal niet op de hoogte zijn van het versnelde programma (“wat doe jij als 2ejaars in mijn 4ejaars les? Dit lijkt mij echt niet de bedoeling!”) en vakken die doorlopen tot na je afstuderen waarvan je zelf maar moet bedenken hoe je het dan vorm gaat geven. Mijn school denkt wat mee, dat is prettig.
Maar echt worden uitgedaagd en gewaardeerd om wie je bent en wat je kunt als hoogbegaafde, is op het HBO een moeilijke kwestie… wat zou het soms fijn zijn om gewoon gemiddeld te presteren, om niet die hunkering te hebben naar diepte, kennis en uitdaging. Anoniem 17 november 2020
47. Ik dacht dat ik dom was, joh Wat heb ik een vreselijke schooltijd gehad. Ik voelde me altijd een vreemde eend in de bijt. Snapte mijn medeleerlingen niet. Ik was anders dan anderen, dat was duidelijk en dus kroop ik in mijn schulpje; het zou vast wel aan mij liggen. Hooggevoelig, dat woord was nog nooit genoemd, dus werd ik als aansteller weggezet en ging dat zelf ook geloven. Hoogbegaafd, dat was nog nooit onderzocht. Ik hobbelde mee, om er ‘bij te horen’. Legde de leerkracht iets uit, herhaalde, herhaalde en herhaalde hij het en de stof werd ook veelvuldig herhaald, tot vervelens toe. Ik vond de basisschooltijd helemaal niks! Dacht dat het aan mij lag. Ging mijn best niet meer doen, want ‘ik was toch dom’. Ik werd naar MAVO gestuurd, maar paste daar al helemaal niet. De gesprekken van leerlingen onderling gingen over make-up, welke schoenen je droeg… Ik dacht ‘lekker belangrijk, not!’. Bleef authentiek, maar voelde me super eenzaam en onbegrepen. Begreep mezelf ook al snel niet meer. Had niemand om het erover te hebben. Ik dacht dat ik gek was, dom was. Was vanaf mijn 12e depressief. Ik deed (zelf)studies in slechts een fractie van waar anderen jarenlang voor naar school gingen, maar zei dan ‘dat kan toch iedereen’. Dat dacht ik echt. Ik deed mezelf veel te kort. Pas vele jaren later kwam ik in gesprek met een coach gespecialiseerd in hoogbegaafdheid.
Zij heeft mij de ogen helpen openen. Natuurlijk voelde ik me nooit op mijn gemak; ik leer top down maar kreeg het anders aangeboden en dat paste dus niet. Ik kijk letterlijk anders tegen zaken in de wereld aan. Natuurlijk was ik verveeld met al die herhalingen van hoofdstukken/stof. Versnellen kon/mocht 40
niet. Er is weinig tot geen oog voor hoogbegaafdheid. Velen roepen ‘wij hebben kennis’, maar gebleken is dat ze vaak geen idee hebben van de ‘snelle hersenen’ en hoe een hoogbegaafde denkt. Wist men maar… dat zou een HELEBOEL hoogbegaafden de hel van een weg besparen. Antoinette 18 november 2020
48. Maar waarom denken jullie zo klein? Binnen mijn opleiding werken wij alleen met groepsopdrachten. Héérlijk leek me dat, ik kon oneindig nieuwe dingen leren, enorm veel creatieve vrijheid; de hele wereld zou voor mij openliggen. Na drie weken was ik wel van mijn roze wolk gedonderd, het ging weer hetzelfde als altijd. Docenten die niet snappen dat ik oneindige uitdaging nodig heb, enorm veel kennis wil vergaren, veel creativiteit heb en enorm veel doorzettingsvermogen. Groepsgenoten die bepaalde dingen niet belangrijk vinden, want daar worden we toch niet op beoordeeld. Maar hoeee vet als we het wel doen? En als we dan dit doen, of dan zus en zo! Gewoon omdat het kan. “Puck, je moet niet zo groot denken” kreeg ik terug. Maar waarom denken jullie zo klein? Na twee weken verveelde ik me al, klein is voor mij niet genoeg. Maar verdieping is er niet voor eerstejaars Hbo’ers. Er is geen besef van wat ik zoek en wat ik nodig heb. En wanneer ik mij dan heb aangesloten bij de tweedejaars zonder enige voorkennis, dan is de vraag ‘wat doe jij hier?’. In het hoger beroepsonderwijs mis ik de mogelijkheid tot oneindige groei en de sturing die daarbij nodig is. Gelijkgestemden vinden is moeilijk, maar wat zou het fijn zijn als de docent mijn behoefte zou begrijpen en er samen naar oplossingen gezocht zou kunnen worden. Puck 18 november 2020
41
49. Kleuterdepressie Mijn prachtige dochter mag eindelijk naar school. Ze kan niet wachten en mag daarom 2 maanden eerder naar school. We kiezen niet zomaar een school en gaan meerdere bekijken. We kiezen bewust, maar de dag voordat ze begint blijkt ze in een andere klas ingedeeld te zijn. Ze willen het leerniveau van deze klas omhoog brengen en zetten mijn 3-jarige daarom in die klas. Een week voor haar derde verjaardag wordt ze bang om naar school te gaan. We besluiten haar naar een andere school over te plaatsen. Deze school heeft op het laatste moment aanmeldingen gekregen van 4 andere HB-kinderen. De laatste 6 weken van het schooljaar maakt ze hier af. Na de zomervakantie kijkt ze uit om weer te beginnen. Om vervolgens een huilend kind van school te halen. ‘Mama ik heb vandaag niet leren lezen.’ ‘Nee, lief meisje, je moet eerst een jaar kleuterschool afmaken.’ Langzaam ontwikkelde ze de kleuterdepressie. In de nacht huilend en krijsend wakker worden, doodmoe zijn, geen interesses meer hebben, onverklaarbare boosheid maar op school aangepast gedrag vertonen. In november haar naar groep 2 overgeplaatst. Dit geeft anderhalve maand een adempauze. Ze gaat ondertussen naar creatieve therapie waar naar boven komt dat ze zichzelf alleen en onbegrepen voelt. Alleen thuis is ze veilig en begrepen. Ondertussen hebben wij haar getest, een IQ van 145+.
Langzaam zie ik mijn prachtig dochter verdwijnen achter een zwarte sluier. Alles op alles zetten om haar in het licht te houden tot het volgend schooljaar. Ze is aangenomen voor HBonderwijs, een uur verderop. Haar 3de school op 5-jarige leeftijd. De worsteling met zichzelf maar vooral de omgeving is nu voorbij. Ze is 5 en zit in groep 3, ze heeft vriendinnen, vindt haar leerkrachten geweldig en ontwikkelt zichzelf. Elke ochtend om 7.30 in de taxi is vermoeiend voor haar. Maar ik ben blij dat wij het geld hebben om voor haar onderwijs te kunnen betalen. Dat wij de mogelijkheid hebben een IQ-test te betalen. Die andere bank voor in de huiskamer komt wel een andere keer. Ik maak mij vaak zorgen. Zorgen over het VO en studie. Maar vooral zorgen over hoe we dit prachtige meisje puur kunnen houden zodat ze haar creatieve geest verder kan ontwikkelen. Ze kan de wereld gaan veranderen als ze volwassen is. Er moet alleen worden gezorgd dat ze zo min mogelijk beschadigd wordt. Marleen 19 november 2020
42
50. Vaak vervelend Op de kleuterschool begon het al. Andere kinderen wilden niet met me spelen. De juf was kwaad en dreigde me op te laten sluiten. Als het schooltje dicht ging stonden op de hoek kinderen mij op te wachten om te pesten en te trekken. Ik wilde er niet heen maar mijn ouders forceerden dat. Toen de lagere school. In de klas kwam een meisje uit Nieuw-Guinea. Kinderen ‘vonden’ dat ze stonk. Dezelfde kinderen die nota bene in Sinterklaas geloofden. Stommelingen kortom. Ik zat vaak naar buiten te kijken, vogeltjes en zo. Niets te beleven. Iedere week werd ik door oudere jongens aangevallen. Vaak kwam ik met open knieën thuis. Soms stond er een groepje om me heen. Als ik iemand aankon werd er een sterkere figuur ingezet. Soms hielp mijn vader me eruit en liepen we zwijgend naar huis. In de zesde klas dreigde van alles mis te gaan. Ik moest nog een jaar op de lagere school blijven. Ook het vervolg was problematisch. Op de Mulo had ik een kans om te slagen van 1 op 10. Mijn ouders wilden toch de HBS. Inmiddels had ik judo geleerd en had ik mijn belagers hun lesje geleerd. HBS: in het jaar schommelende resultaten: begin november en begin februari ging het mis. Een zeldzame gevaarlijke seizoensdepressie die niet onderkend werd. De verveling bleef. Ik las de bibliotheek leeg, tenminste als ik de boeken voor ouderen te pakken kon krijgen.
Dol op filosofen, maar op mijn vijftiende had ik ze allemaal gehad. Uiteindelijk, via vele bijlessen om dat stomme onderwijs te snappen, toch afgestudeerd. Naar de HTS in Amsterdam om opvolger te worden van mijn vader die aannemer was. Fascinerende wereld en ik werd lid van Provo. De HTS bezocht ik weinig. Ging veel hasj gebruiken en zelfmoord werd een steeds belangrijker thema. Toen zwerven en LSD. Lang zou ik niet meer leven. Gearresteerd met 30 gram hasj en 10 LSD tabletten. Negen maanden gevangenis waarvan een half jaar voorwaardelijk. Ernstige, onbehandelde shock. Na de gevangenis geweigerd op meerdere Hts’en. Had de voorpagina van de Telegraaf gehaald tenslotte. Eindelijk een school in Hengelo. Daar vonden ze mij en mijn ideeën spannend. Onderwijshervormingen doorgevoerd die tot op de dag van vandaag deze HTS populair maken. Veel gepubliceerd. Leuke tijd. Toen naar de universiteit. Stomme opleiding. Soms was een werkcollege leuk met een getalenteerde onderwijsgevende. Besteedde er drie uur per dag aan. Tentamens: een zesje of zeventje was voldoende. Soms vond ik iets leuk en kreeg ik opeens een tien. Weer naar mijn vader. Dit is niet te doen. Een bekend adviesbureau dreigde zich te verslikken in een megaklus en zat op mij te wachten. Zou misschien ten koste van de door mijn vader betaalde studie gaan maar anders was het ook niet te doen. Mocht van mijn vader.
Werd een reuzensucces en toch haalde ik op tijd mijn kandidaats economie. Toen naar de Interfaculteit bedrijfskunde. Wel aardig, de Studenten werden op voorhand geselecteerd en maar één op de drie werd toegelaten. Bleek al snel dat ik de beste was van het spul. Had nogal eens aanvaringen met professoren omdat ze mijns inziens tekortschoten. Weer naar mijn vader: ik wilde hiermee ophouden. Voor mij niet zinnig. Mijn vader zei dat het behalen van zo’n Drs.-titel het leven later aangenamer en makkelijker zou maken en drong erop aan het af te maken. Met wat medestudenten een eigen onderzoeksbureau begonnen naast de studie. Zo ben ik uiteindelijk toch Drs. Ing. S. van de Raadt geworden. Ook universitair hoofddocent omdat ik persé geen professor wilde worden. Te eentonig! 43
Steven van de Raadt www.africanart.nl 19 november 2020
51. Voltijds HB-onderwijs op de school Toen ons tweede zoontje nog geen jaar oud was, viel zijn ontwikkelingssnelheid op. Hij kon zijn wereld veel sneller en gerichter manipuleren dan zijn leeftijdsgenootjes. Toch maar even lezen over hoogbegaafdheid, want we hadden al een neefje en een nichtje die hoogbegaafd waren gebleken. Een half jaar later ging onze oudste zoon naar de kleuterschool. Hij had een voorsprong op het gebied van taal volgens het KDV, maar tot 10 tellen lukte nog niet. Niet dom, maar ook niet snel, dachten wij. De overstap naar de kleuterschool werd een regelrechte ramp. Hij zou “een slecht karakter hebben”. Toch maar even laten testen; TIQ 145+. School jubelt, overlaadt hem met pluswerk en zoon wil niet meer naar school. Juf geeft de moed in maart op. Ze ziet wel weer naar de zomervakantie als de klas weer kleiner is. We besluiten over te stappen naar de school waar we hem op de wachtlijst hebben staan voor het voltijds HBonderwijs. Nog 2 jaar uitzingen en daarna gaat hij over, na nog een verplichte test (weer 145+). Jaar 1 is een ramp. De onervaren juf raakt overwerkt en opvanger na stagiair lopen stuk op de groep. Daarna gaat het lopen en zien we hem groeien en bloeien. Onze jongste is natuurlijk meteen naar dezelfde school gegaan. Zit nu in groep 3.
We betalen een externe plusklas (1500 per jaar) om dit jaar te overbruggen en wat blijkt nu… het SWV heeft de bekostiging overgenomen en het aannamebeleid aangepast. Onze jongste zoon moet eerst volledig kapotlopen, dan naar een school met een interne plusklas en als hij dan nog niet blij is, dan is school handelingsverlegen en vragen ze het SWV om een overstap naar het voltijds HBonderwijs (mogen ze bij 2 kinderen per jaar aangeven). Maar… dat moeten we eigenlijk niet eens willen, dat hij naar het voltijds hoogbegaafdenonderwijs gaat, omdat de juf ons vertelt dat er nu ook “getraumatiseerde dubbel bijzondere kinderen of kinderen met een sterk disharmonisch profiel worden toegelaten”. Hij zou daar niet aan zijn trekken komen en niet de aandacht krijgen die hij nodig heeft. Wat nu? We moeten nu dus maar 5 dagen per week aan ons kind vragen of er iets mis is met school, met de sociale aansluiting, met de plusklas, of met de sportclubjes, zodat er direct bijgestuurd kan worden. Niet gezond en het was niet nodig geweest als we accepteren dat hoogbegaafde en uitzonderlijk hoogbegaafde leerlingen geen speciaal onderwijs-leerlingen zijn, maar leerlingen die niet gebaat zijn bij het reguliere onderwijs dat voor een gemiddeld IQ is ontwikkeld. Hoogbegaafde en uitzonderlijk hoogbegaafde leerlingen leren sneller en anders en daar is maatwerk voor nodig, geen zorgtraject.
Fleur 19 november 2020
44
52. Nog maar een kleuter… We schrijven dit over onze zoon Bart. Bart is zes jaar en gaat op dit moment naar school. Hij is vrolijk, enthousiast en wil graag helpen. Hij speelt het liefste met treinen, Paw Patrol, Magnetics, Kapla en doet spelletjes op een iPad. Toen Bart 1 jaar was en hij bij de jongste groep van de kinderopvang zat, werd ons voor het eerst verteld dat hij andere kinderen begon te duwen wanneer hij zich niet begrepen voelde of wanneer hij overprikkeld/gefrustreerd was. Bart is toen naar de Bengels overgezet, groep van kinderen tot 4 jaar. Dit had niet het gewenste effect want het duwen bleef. Bart is vervolgens in deze groep geobserveerd door een orthopedagoog. Zij gaf het advies dat Bart meer moest worden uitgedaagd. Toen Bart drie jaar was zijn we in overleg met school in juni, ruim voordat hij vier werd, gaan praten over eerder starten met school. Hij heeft een paar proefdagen meegedraaid en dit ging erg goed. In september in 2018 is Bart gestart in groep 1/2 D. Bart gaat graag naar school, hij vindt de juf fantastisch. In september kregen wij de eerste geluiden van de juf dat Bart kinderen duwt en slaat. Wij zijn hiermee naar de huisarts gegaan en hebben vervolgens hulp gezocht bij een speltherapeut. De speltherapeut heeft diverse sessies met Bart gehad.
Zij is tot de conclusie gekomen dat Bart zeer intelligent is en dat zijn gedrag hierdoor beïnvloed wordt. Ik ben als ouder altijd afwijzend geweest tegen het idee dat Bart heel intelligent is omdat in mijn optiek iemand die heel slim is wel stopt met kinderen pijn doen. Bart kan nadat hij boos is geworden perfect uitleggen hoe hij in die situatie beter had kunnen handelen. De tips van speltherapeut voor school, waren door de school niet toe te passen, ik kan oprecht niet zeggen of dit onwil of onkunde is. School heeft aan ons het verzoek gedaan om met Bart naar de GGD te gaan omdat er geen significante verbetering merkbaar was. Zij hebben hulp en advies nodig om beter met Bart om te gaan. Wij herkennen dat Bart andere kinderen pijn doet, hij doet dit thuis ook bij zijn zusje In januari 2019 hebben wij een afspraak bij de GGD en daar gaf de jeugdarts ons het advies om Bart te laten testen. Uit deze test kwam naar voren dat Bart inderdaad zeer intelligent is. Uit de observaties blijkt ook dat Bart moeite heeft met communiceren met leeftijdsgenoten en het reguleren van zijn emotie. Deze uitslag is de bevestiging van wat de speltherapeut vanaf het begin heeft aangegeven. We zijn in september 2019 gestart met speltherapie daar waar onderzoek had plaatsgevonden. Er zijn ook observaties geweest op school waar vervolgens adviezen en tips zijn gegeven aan de school om Bart te helpen.
Hierbij is school wederom niet in staat gebleken om alle tips over een langere periode toe te passen. Bart is twee maandagen naar huis gestuurd omdat de situatie in de klas niet houdbaar was. Hierna heeft school aangegeven dat er meerdere opties onderzocht moeten worden en dat ze handelingsverlegen zijn. Daarop zijn wij gaan zoeken naar een betere plek voor Bart en zo zijn
45
we bij een fulltime HB-school uitgekomen. We hebben bij de school gesprekken gevoerd maar er was geen mogelijkheid voor Bart om daar in groep 3 in te stromen. We willen dat Bart met plezier naar school blijft gaan, de uitdagingen krijgt die hem helpen in zijn ontwikkeling, docenten die hem begrijpen en dat hij door minder prikkels beter kan functioneren, bij gebrek aan een beter woord. De klas waar Bart nu in zit heeft 27 kinderen en Bart heeft volgens de juf de beste dag gehad toen er 6 kinderen ziek waren. Voor ons is het uitzoeken van de beste plaats lastig want iedereen die hiermee te maken heeft geeft een advies en deze liggen niet in het verlengde van elkaar. Dit zorgt ervoor dat wij alles moeten wikken en wegen terwijl wij hier geen experts in zijn. Bart is in mei 2020 gestart op een andere school omdat ze daar na observaties het idee hadden een goede plek te hebben voor Bart. Het is een kleinere school, 120 leerlingen t.o.v. 700 leerlingen. Hier is het in de periode na Corona toen de school weer openging met halve klassen erg goed gegaan. Zodra de klassen groter werden viel Bart soms terug in oud gedrag. Bart zit nu in en combinatieklas groep 3 /4 met 29 kinderen. Op advies van school wordt Bart geschaduwd, positief benadrukken en negatief zoveel negeren. Er is zeker vooruitgang maar het gaat soms nog fout.
Na een escalatie heeft school gevraagd om Bart uitgebreid te laten testen en nu zijn wij dat aan het uitzoeken. Bart is een nieuwsgierig kind, komt met de meest vreemde vragen waar wij soms ook het antwoord niet direct op weten: Hoe ontstaat mist? Waarom is er zwaartekracht? Hoe wordt poep gemaakt? Etc. Het is onze overtuiging, wens en hoop dat wanneer Bart op de juiste plek terecht komt hij daardoor minder gefrustreerd zal raken. De huidige manier van aanbod in onderzoek, behandeling maakt dit een moeizame zoektocht. Alle stappen die wij tot nu toe hebben gezet en trajecten die we zijn gestart maakt het voor ons lastig om vertrouwen te blijven houden in een goede oplossing. We hebben inmiddels alweer diverse gesprekken met de schoolleiding, GGD en praktijkondersteuner gevoerd. We hebben sinds kort contact met Stichting ConnEQt in Eindhoven en een onderwijsconsulent en hopen dat we in de komende periode de juiste stappen kunnen zetten voor Bart… Ouders van Bart 21 november 2020
46
53. Het begon best goed In 1993 begon ik op 4-jarige leeftijd aan groep 1. Ik heb op 3 verschillende basisscholen gezeten. Dat had met mijn ouders te maken; niet met mij. Op elke school was ik het lievelingetje van de leraar. Mijn werkjes werden naar voren gehaald als voorbeeld voor de rest van de klas. Als topscoorder van de klas ben je automatisch bevriend met de andere paar topscoorders in de klas. Mijn ambitie was om het zo goed te doen dat ik een klas over kon slaan. Dit is helaas nooit gebeurd. Sommige van mijn vrienden hadden dit wel gedaan en hadden wel het stempeltje hoogbegaafd. Mijn hoogbegaafde vriendjes hebben gedurende mijn schoolloopbaan onafhankelijk van elkaar weleens gesuggereerd dat ik ook hoogbegaafd zou kunnen zijn. We gingen er verder niet op in. Als ik dat zou zijn dan zouden de leraren het wel ontdekken. Net zoals ze dat bij mijn vriendjes gedaan hadden. Sinds ze het niet gedacht hebben zou ik het ook niet zijn ging ik vanuit. De eerste middelbare school heb ik zelf na een jaar verlaten. Grappig zijn vond ik belangrijker dan school. School ging toch altijd moeiteloos. Vriendjes maken was moeilijker. Ik vind dat ik vaak als voorbeeld gebruikt ben om te zorgen dat de rest van de klas zich zou gedragen. Op de tweede middelbare school, mijn vijfde school, werd onterecht de aanname gemaakt dat ik lui was.
Ik hoefde in de les niet op te letten, omdat ik het zelf al eerder in de bibliotheek gelezen had. Ik hoefde me op school niet leergierig te gedragen, doordat ik dat buiten school al non-stop was. De boeken van de openbare bibliotheek hadden me al meer geleerd over de schoolvakken dan ze me op school zouden leren. Niemand die wist dat dit de reden was. Mijn cijfers waren (ruim) voldoende, ik was de enige in de klas die nooit spijbelde en ik had vaker resultaten neergezet waarvan de leraren verbluft waren. Ik verwachtte naar het VWO te gaan samen met mijn vrienden. Dit werd op deze school in de vierde klas bepaald. Zij mochten wel en ik niet. Iemand die steeds grappig probeert te zijn hoort niet thuis op de universiteit. Ik geloof dit niet zo. Ik geloof dat het heel moeilijk is voor de meeste leraren om te geloven dat een niet-Nederlandse leerling slimmer kan zijn dan Nederlandse leerlingen. Ik ben in Suriname geboren en woon sinds ik 2 ben in Nederland. Ik heb persoonlijk alleen Nederlanders gekend die getest zijn op hoogbegaafdheid, terwijl er ook weleens een buitenlands vriendje was die net zo bijzonder presteerde op school. Ook een klas overslaan heb ik alleen Nederlandse klasgenoten zien doen. Een keer moest ik apart zitten, omdat de juf dacht dat ik het huiswerk had overgeschreven van mijn vrienden, terwijl zij het juist van mij hadden overgeschreven.
Ik vind het zelf ook naar om The Race Card erbij te pakken, maar deze feiten zeggen toch wel wat? We geloven toch niet dat leraren boven vooroordelen staan, terwijl we weten dat op de werkvloer vooroordelen ook een rol spelen? Het word je een stuk lastiger gemaakt om te geloven dat je slim bent als je keer op keer tegenover leraren staat die geloven dat je dat niet bent. Reza 21 november 2020
47
54. Het begon goed deel 2 In mijn ervaringsverhaal over het onderwijs heb ik verteld hoe ik in 5 scholen mijn havo afgerond heb met twee vingers in mijn neus. Ik dacht dat het een misverstand was. Dat wanneer ze zouden zien hoe slim ik werkelijk was dat er roem en rijkdom naar me toe zouden stromen. Een studiekeuze maken vond ik moeilijk. Ik was in alles wel goed vond ik. Het eerste probleem bij de eerste studie was dat ik moest opletten in de les om de studie te volgen. Dit had ik op de basisschool en middelbare school nooit hoeven doen. Ik vond ook dat het beroep niet belangrijk genoeg was voor de talenten die ik had. Dat was ook het probleem bij de tweede en de derde studie. Daar bovenop had ik ook constant suïcidale gedachten. Ik deed een poging en moest daardoor ook met mijn derde studie stoppen. Ging therapie in. Laat ik maar niet beginnen over de problemen die ik met therapie heb. Ik besloot sinds ik toch goed was in alle schoolvakken ik dan maar de pabo zou doen. Dit keer zou ik er echt werk van maken om te tonen hoe goed in school was. Het lukte. Ik haalde verreweg de beste resultaten van de hele pabo. Leraren, mijn stageleerlingen en stagebegeleiders waren dik tevreden over me. Een groepje klasgenoten moesten me constant treiteren op de meest kinderachtige wijze.
Waarom? Omdat ik veel hoger scoorde dan hen? Omdat ze daardoor dom leken? Omdat tijdens een les waarin we debatteerden ik steeds een afwijkend standpunt had dan dat van hen en ik de hele groep eruit debatteerde? Omdat ik het belangrijk vond dat het onderwijs seculier bleef? Ik week op zoveel manieren af van hen, maar ik wilde hun levens niet moeilijk maken, terwijl zij dat wel constant tegenover mij deden. Ze roddelden en verspreidden leugens. De toekomstige leraren gedroegen zich letterlijk als middenbouwers. Gedrag dat ze zelf zouden afstraffen als leerlingen van hun klas dat deden. Na vele vriendelijke verzoeken om te stoppen met dit kinderachtige gedrag ging het op een gegeven moment te ver en verloor ik mijn controle. Ik schold. Ze hadden nu alle bewijs om bij de directeur aan te kloppen dat ik niet spoorde en een gevaar was voor het onderwijs. De directeur vond het makkelijker om de grotere groep gelijk te geven ondanks het feit dat ik allang bewezen had een voorbeeldstudent te zijn. Ik werd geschorst, terwijl ze vrij spel hadden om meer leugens te verspreiden. Ik had zogenaamd iemand bedreigd en heb geen zin om verder op te schrijven wat ze verder gezegd hadden. Het was mijn vierde hogeschool. Na drie basisscholen en twee middelbare scholen. Ik had mijn alles op alles gezet. Ik had goede cijfers en vlak voor mijn propedeuse leek ik alles en iedereen tegen me te hebben.
Ik zou nooit meer naar school gaan na deze ervaring. Maar tien jaar later zijn er een heleboel meer volwassenen die aan de pabo beginnen. Ik geloof niet dat een situatie als met de tienermeisjes van toen zo makkelijk voorkomt. In hun systeem staan nog steeds mijn cijfers van toen opgeslagen als het goed is. Daarom wil ik in februari weer beginnen. Het onderwijs kan op erg veel vlakken veel beter dan wat ik gezien heb en daar help ik graag bij. Ik vind het leuk om met schoolvakken en schoolkinderen te werken en ben er erg goed in. Reza 21 november 2020 48
55. Ik ben pedagogiek gaan studeren, omdat ik denk dat het anders kan Op de basisschool al kwamen er signalen dat ik anders in elkaar stak dan mijn medeleerlingen. Bij de CITO dacht men dat ik VMBOniveau zou hebben, maar er kwam HAVO/VWO uit. Ik ging naar HAVO/VWO. Met leren was ik niet bezig, ik speelde de clown. Ik kon wel naar het VWO, maar vanwege vrienden wilde ik op de HAVO blijven. Verveling sloeg toe in klas 2 en 3. Ik begreep niet waarom ik bepaalde vakken moest leren, had ook niet ‘leren leren’. Kritische vragen aan de leraar werden niet op prijs gesteld, ik werd erop afgerekend. Steeds met hakken over de sloot ging ik over. In de 3e bleef ik zitten. Ik werd steeds depressiever, maar over een depressie werd nergens gesproken. Ik voelde me overleven, wat uiteindelijk resulteerde in vaker ziek worden. In klas 4 kwam ik thuis te zitten. Ik ben uiteindelijk naar het MBO gegaan, zat er onder mijn niveau, maar leerde er leren en had het geluk dat een leerkracht mij zag en begreep. Daarna ben ik hbo-pedagogiek gaan doen; heerlijk, hier voelde ik mij thuis met hoorcolleges en lekker veel informatie ‘opslurpen’. Achteraf met de motivatie om te leren hoe het wel kan. Op 23-jarige leeftijd heb ik een ADHDtest gedaan en heb ik medicatie genomen, wat mij voor een tijd geholpen heeft. Door ConnEQt kan ik dit nu allemaal plaatsen. Saskia ConnEQt 23 november 2020