C6 Informatiebrief afsteken siervuurwerk.PDF
Tekst van het document
235.839
Bebouwd terrein|Bedrijventerrein
86.336
Recreatieterrein|Park en plantsoen
30.819
Versie: 0.1
11.437 11.823 16.093
Pagina 15 van 28
Tabel 17. Totaal oppervlakten (CBS 2018, AtlasLeefomgeving 2020). Categorie Oppervlakte [ha] Stedelijk gebied Statline 392.347 Stedelijk gebied Atlas Leefomgeving 402.484*
Datum 30 september 2020
* Ook oppervlaktewater meegenomen.
Resultaten en discussie De berekende jaarlijkse toegevoegde concentratie van metalen ten gevolge van vuurwerk in stedelijke bodem staat weergegeven in Tabel 18. Hier staan de berekende concentraties ook uitgedrukt in percentages ten opzichte van de achtergrondconcentratie. Als laatste is ook de berekende concentratie uitgedrukt in percentages van de HC50, te vinden in Brand, Smit et al. (2015) en het NOBO-rapport (VROM 2008). Tabel 18. De berekende toegevoegde concentratie in de bodem per jaar voor de metalen verspreid over de toplaag van Nederlands stedelijk gebied. Stofnaam Toegevoegde Jaarlijkse Jaarlijkse concentratie in bijdrage bijdrage bodem per jaar in vuurwerk t.o.v. vuurwerk t.o.v. stedelijk gebied achtergrondHC50 [%] t.g.v. vuurwerk concentratie [%] [mg/kg ds] Antimoon 0,043 4,31 0,001 Barium
0,524
0,20
0,250
Koper
0,265
1,32
0,442
Strontium
0,169
0,32
-1
Zink
0,027
0,05
0,013
1) De HC50-waarde voor Strontium is niet bekend
Bijdrage vuurwerk ten opzichte van de achtergrondconcentratie Antimoon uit vuurwerk levert de hoogste bijdrage aan de concentratie in de toplaag van de bodem ten opzichte van de achtergrondconcentratie, gevolgd door koper. Gemiddeld ligt de bijdrage ten opzichte van de achtergrondconcentratie op ongeveer één procent. Dat wil zeggen, dat bij deze conservatieve benadering de jaarlijkse bijdrage van vuurwerk redelijk laag ligt. Vuurwerk is echter meerdere jaren afgestoken, de meerjarige bijdrage van vuurwerk ten opzichte van de achtergrondconcentratie ligt dus hoger. De bijdrage van vuurwerk kan in perspectief worden geplaatst met de totale jaarlijkse emissie van deze metalen uit andere bronnen. Voor koper en zink kunnen via de website www.emissieregistratie.nl de totale emissies naar bodem opgevraagd worden. Tabel 19 geeft de totale emissies uit andere bronnen en de emissies ten gevolge van vuurwerk naar bodem voor zink en koper weer. Koperemissies uit vuurwerk dragen ongeveer een kwart bij aan de totale koperemissie naar de bodem, voor zink is dit 2%. Versie: 0.1
Pagina 16 van 28
Tabel 19. Emissies ten gevolge van vuurwerk en totale emissie voor koper en zink naar de Nederlandse bodem. Stofnaam Emissie naar bodem Totale emissie naar t.g.v. vuurwerk [kg] bodem [kg] Koper 6.2361 219.800 Zink 6244 295.800
Datum 30 september 2020
Bijdrage van vuurwerk ten opzichte van de HC50 De HC50 wordt in Nederland gebruikt als onderbouwing van de ecologische risico’s en vormt naast de risicogrenswaarde voor gezondheidseffecten de onderbouwing van de interventiewaarde. De jaarlijkse bijdrage van vuurwerk afgezet tegen de HC50 kan een indicatie geven van het toegevoegde risico. Hierbij geldt tevens dat een toename in de concentratie niet lineair doorwerkt in het risico. Desondanks kan gesteld worden dat een kleine toename in concentratie niet leidt tot een grote toename van het risico. De grootste bijdrage van vuurwerk ten opzichte van de HC50 is te zien voor koper (0,44%). Ondanks dat vuurwerk ongeveer voor een kwart bijdraagt aan de totale koperemissie naar de bodem is de bijdrage ten opzichte van de HC50 beperkt. Voor de overige metalen ligt deze verhouding enkele malen tot een veelvoud lager. Omdat deze getallen ten opzichte van de HC50 klein zijn, zijn de ecologische risico’s in de bodem ten gevolge van het afsteken van vuurwerk verwaarloosbaar. Volledigheidshalve wordt nog vermeld dat de transportprocessen in de bodem, zoals afspoeling naar oppervlaktewater en of uitspoeling naar grondwater, en de incorporatie van de metalen in organisch materiaal niet zijn meegenomen in de beoordeling.
Onder deze aanname kan ook de totale emissie van de gehele periode (1990 tot 2016), zoals beschreven in het emissieschattingen rapport, worden meegenomen in de berekening (Tabel 20). Ook voor deze totale emissie geldt dat geen sprake is van onaanvaardbare risico’s voor de ecologie. Omdat in de praktijk processen als afspoeling en incorporatie in organisch materiaal wel een rol spelen, zullen de risico’s voor bodem verder afnemen. Tabel 20. Emissie zware metalen uit vuurwerk over periode 1990 tot 2016 en hun bijdrage aan de HC50. Stofnaam Emissies t.g.v. Percentage t.o.v. vuurwerk voor periode HC50 stedelijk [%] 1990 - 2016 [kg]2 Antimoon 234.699 0,02 Barium
2.893.903
3,28
Koper
1.462.026
5,80
Strontium
931.878
-1
Zink
146.417
0,17
1) De HC50-waarde voor Strontium is niet bekend 2) Emissies zijn per 5 jaar weergegeven. In de sommatie is uitgegaan van de hoogste emissie per 5 jaar periode.
Versie: 0.1
Pagina 17 van 28
Aannames bediscussieerd In deze indicatieve beoordeling zijn enkele conservatieve aannames gemaakt. De aannames met de grootste invloed op de uitkomst, en welke in vervolgonderzoek verder uitgewerkt kunnen worden, zijn. 1. De laagdikte van 10 cm 2. Het gedrag van metalen in de bodem 3. Oppervlakte waar depositie optreedt
Datum 30 september 2020
De eerste twee aannames hangen sterk samen. Voor de laagdikte geldt dat een representatieve laagdikte sterk afhankelijk is van het metaal en de omstandigheden in de bodem. Sommige metalen zullen sneller door de bodem bewegen dan anderen en ook dit is sterk afhankelijk van de zuurgraad (pH) van de bodem. In een meer gedetailleerde beoordeling zou daarom per gebied de heersende omstandigheden (bodemtype, pH) meegenomen kunnen worden om na te gaan tot welke diepte de emissie terecht komt. Echter, omdat dit een indicatieve beoordeling betreft, is gekozen voor één bodemtype (standaardbodem) en één laagdikte. De gebruikte laagdikte van 10 cm ligt hierin aan de conservatieve kant. De derde aanname betreft het oppervlak waar depositie plaatsvindt. In deze beoordeling is voor stedelijk gebied gekozen omdat hier het meeste vuurwerk wordt afgestoken. Een groot deel van het stedelijk oppervlak is verhard en een deel van de emissies van het afsteken van vuurwerk kunnen uitwaaien naar aangrenzend landelijk gebied. Een correctie voor verharding zou echter voor de bodem geen verschil maken omdat de depositie per vierkante meter hetzelfde blijft (het bodemvolume neemt af, maar daarmee ook de emissie naar dat bodemvolume). Conclusie In deze indicatieve beoordeling is op twee manieren naar de invloed van vuurwerk op de bodem gekeken.
In eerste instantie is de berekende concentratie in de bodem ten gevolge van het afsteken van vuurwerk in 2016 afgezet tegen de achtergrondconcentratie, zoals die in de Geochemische Atlas van Nederland is gerapporteerd. Deze verhouding is uitgedrukt in een percentage concentratie van metalen uit vuurwerk ten opzichte van de achtergrondconcentratie. Voor antimoon en koper ligt deze verhouding boven één procent (4,3% en 1,3% resp.). Voor barium, strontium en zink ligt deze verhouding onder de één procent (0,2%, 0,3% en 0,05% resp.). Als de vuurwerkemissies van meerdere jaren worden meegenomen, worden deze percentages hoger, maar voor een realistisch beeld moeten dan ook concentratie reducerende processen als afspoeling naar oppervlaktewater en uitspoeling naar grondwater worden meegenomen. Dat is in deze indicatieve risicobeoordeling niet gedaan. In tweede instantie is de berekende concentratie van metalen in de bodem ten gevolge van het afsteken van vuurwerk vergeleken met de HC50-waarden. Voor koper komt deze eenjarige concentratie uit op 0,44% van de HC50-waarde van koper, voor de overige stoffen is dit lager. Op basis van deze inschatting lijken de ecologische risico’s van het afsteken van vuurwerk verwaarloosbaar. Echter, wanneer deze emissies nog meerdere decennia plaatsvinden kunnen deze risico’s hoger worden. Versie: 0.1
Pagina 18 van 28
Indien wenselijk kan in nader onderzoek in meer detail naar het gedrag van metalen in de bodem worden gekeken. Hierbij kunnen onder andere processen als afspoeling en uitspoeling worden meegenomen .
Versie: 0.1
Datum 30 september 2020
Pagina 19 van 28
4. Effecten van vuurwerk op de luchtkwaliteit
Datum 30 september 2020
Inleiding De grootste emissie naar de lucht bij het afsteken van vuurwerk is fijnstof. Gassen die bij het afsteken van vuurwerk naar de lucht worden geëmitteerd zijn koolstofdioxide, koolstofmonoxide, methaan, waterstofsulfide, zwaveldioxide en distikstofoxide (Tabel 21). Daarnaast worden stofvormige componenten uitgestoten. Dit zijn zware metalen en kaliumcarbonaten, -sulfaten en -sulfieten. De kaliumzouten worden niet apart geregistreerd. Tien procent van de stofvormige componenten (zware metalen, kaliumzouten) is in de vorm van fijnstof (Dröge and Roex 2018). Op basis van Tabel 3 wordt aangenomen dat al het fijnstof en alle gasvormige componenten die bij het afsteken van vuurwerk vrijkomen, in de lucht terecht komen. Daarnaast komt ook 30% van de overige stofvormige componenten in de lucht terecht. Tabel 21. Emissies naar lucht (kg) als gevolg van het afsteken van vuurwerk (RIVM 2020a).
Stof Emissie in 2018 Methaan 1.3695 Zwaveldioxide 32.121 Waterstofsulfide 19.837 Distikstofoxide 32.121 Koolstofmonoxide 114.540 Koolstofdioxide 717.950 Antimoon 1.544 Barium 18.957 Koper 9.578 Strontium 6.109 Zink 963 Fijnstof 709.351 Stikstofdioxide 4.316 Voor onderliggende beknopte analyse van de effecten van emissies van vuurwerk op de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de publicaties van het Compendium voor de Leefomgeving (Compendium-voor-deLeefomgeving 2020) en van de publicatie van (Van den Elshout, Woudenberg et al. 2019). Resultaten en discussie Emissies fijnstof Tijdens de jaarwisseling veroorzaakt vuurwerk in korte tijd forse luchtverontreiniging met onder andere sterk verhoogde niveaus van fijnstof (PM10). In het eerste uur van de jaarwisseling laten stedelijke meetpunten verhoogde concentratiewaarden van fijnstof zien (Figuur 1). In de loop van de nacht dalen de fijnstofconcentraties ook weer snel tot onder de jaargemiddelde norm van 40 μg/m3. Figuur 2 toont de piek voor fijnstof voor meerdere jaarwisselingen. Er is te zien dat de concentratie fijnstof lokaal tijdelijk kan oplopen tot boven de 1.000 µg/m3. Gemiddeld Versie: 0.1
Pagina 20 van 28
over de periode 1994 tot en met 2019 ligt de fijnstofconcentratie in het eerste uur na de jaarwisseling net iets boven de 500 μg/m³.
Datum 30 september 2020
Figuur 1. Concentratie fijnstof tijdens jaarwisseling 2018/2019 (Compendium-voor-de-Leefomgeving 2020).
Figuur 2. Stedelijke concentratie fijnstof vlak na de jaarwisseling (Compendium-voor-de-Leefomgeving 2020). Omdat consumenten éénmaal per jaar vuurwerk mogen afsteken is de bijdrage aan het jaartotaal van fijnstofemissie gering. Toch neemt het relatieve aandeel aan fijnstofemissies toe. In 1990 was de bijdrage aan fijnstofemissies nog ongeveer 0,1%, maar dat gaat de laatste jaren naar ruim 2% (Tabel 22). Dit komt doordat de hoeveelheid Versie: 0.1
Pagina 21 van 28
afgestoken consumentenvuurwerk sinds 1990 is toegenomen. Daarnaast zijn de emissies van belangrijke bronnen als verkeer en industrie afgenomen. Voor PM2.5 is het aandeel vuurwerk zelfs nog sterker toegenomen: van minder dan 0,1% in 1990 naar 4,5% in 2017 (Van den Elshout, Woudenberg et al. 2019). Tabel 22. Emissies van fijnstof (PM10) in ton per jaar. Emissiebron 2015 2016 Nationaal totaal 31.290 29.790 Wegverkeer* 4.902 4.672 Houtstook 1.971 1.971 Vuurwerk 735 (2,3%) 692 (2,3%)
Datum 30 september 2020
2017 29.340 4.530 1.972 739 (2,5%)
* De wegverkeeremissies bestaan uit uitlaatgassen en overige fijnstofbronnen bij het wegverkeer, zoals banden en remslijtage (Van den Elshout, Woudenberg et al. 2019, RIVM 2020a).
De vuurwerkuitstoot speelt uiteraard een rol in de uiteindelijke luchtconcentraties rond de jaarwisseling, maar ook meteorologische omstandigheden spelen een rol. Een flink deel van de jaarlijkse variatie wordt veroorzaakt door het weer en met name de windsnelheid. De pieken en dalen in de jaarwisselingsconcentraties en de windsnelheid zijn nagenoeg tegengesteld (Van den Elshout, Woudenberg et al. 2019). Het afsteken van vuurwerk draagt circa 0,1 μg/m3 bij aan de jaargemiddelde fijnstof concentratie, met als range 0 tot 0,82 μg/m3, afhankelijk van tijd en plaats (Van den Elshout, Woudenberg et al. 2019). De jaargemiddelde concentratie fijnstof is de laatste jaren sterkt gedaald en ligt momenteel rond de 20 μg/m3 in Nederland (Compendium-voor-deLeefomgeving 2019). Dit voldoet aan de jaargemiddelde norm van 40 μg/m3. Wel kan als gevolg van het afsteken van vuurwerk de 50 µg/m3 als vierentwintig-uurgemiddelde concentratie worden overschreden, maar dit mag maximaal vijfendertig keer per kalenderjaar voorkomen (Rijksoverheid 2019). Gasvormige emissies De hoeveelheid gasvormige componenten die naar de lucht wordt geëmitteerd na het afsteken van vuurwerk (Tabel 21) is vrijwel verwaarloosbaar is ten opzichte van de jaarlijkse emissies door andere bronnen, zoals verkeer, landbouw en industrie.
Metaalemissies naar de lucht Naast fijnstof komen bij het afsteken van vuurwerk ook metalen vrij (Tabel 21). De uitstoot van deze metalen komt geheel voor rekening van het siervuurwerk aangezien knalvuurwerk deze metalen niet bevat. Consumentenvuurwerk draagt aanzienlijk bij aan de totale metaalemissies naar de lucht. Voor barium en strontium is dit vrijwel 100%. Ook voor koper en antimoon zijn de bijdragen fors (circa 20-30%). Voor beide stoffen is het afsteken van vuurwerk na verkeer de grootste bron. Voor zink is het aandeel vuurwerk beperkt met een percentage van 1%. Versie: 0.1
Pagina 22 van 28
Er zijn bij RIVM geen metingen bekend van de toename van metaalconcentraties in de lucht als gevolg van het afsteken van vuurwerk. Voor deze metalen worden in de Wet Milieubeheer ook geen richtwaarden genoemd (Rijksoverheid 2019).
Datum 30 september 2020
Conclusie Als gevolg van het afsteken van vuurwerk kan de concentratie fijnstof rond de jaarwisseling lokaal tijdelijk oplopen tot boven de 1000 µg/m3. In de loop van de nacht daalt de fijnstofconcentratie ook weer snel tot onder de jaargemiddelde norm van 40 μg/m3. Het afsteken van vuurwerk draagt circa 0,1 μg/m3 bij aan de jaargemiddelde fijnstofconcentratie, die momenteel rond de 20 μg/m3 ligt in Nederland. De hoeveelheid gasvormige componenten die naar de lucht wordt geëmitteerd na het afsteken van vuurwerk is vrijwel verwaarloosbaar ten opzichte van de jaarlijkse emissies door andere bronnen. Van de zware metalen die vrijkomen na het afsteken van vuurwerk wordt 30% naar de lucht geëmitteerd. Consumentenvuurwerk heeft een aanzienlijke bijdrage aan de totale emissie van sommige metalen naar de lucht. Er zijn bij RIVM echter geen metingen bekend van de toename van metaalconcentraties in de lucht als gevolg van het afsteken van vuurwerk.
Versie: 0.1
Pagina 23 van 28
5. Samenvattende conclusies en aanbevelingen
Datum 30 september 2020
Het algemene beeld dat uit deze studie naar voren komt, is dat de emissies naar het milieu door het afsteken van vuurwerk rond de jaarwisseling leiden tot beperkte, meestal tijdelijk effecten op de kwaliteit van het oppervlaktewater, de bodem en de lucht. Lokale, mogelijk ernstiger, effecten kunnen met deze studie echter niet worden vastgesteld. Oppervlaktewater Zware metalen uit vuurwerk komen in het oppervlaktewater terecht via de riolering. Een regenbui na de jaarwisseling kan leiden tot sterk verhoogde concentraties zware metalen in het rioolwater. In de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) worden de meeste van deze metalen voor het grootste deel verwijderd. Desondanks kan door de lozing van het effluent de concentratie van deze metalen in het ontvangende oppervlaktewater (tijdelijk) sterk toenemen. Overstorten en lozingen vanuit regenwaterriolen kunnen ook tot forse toename leiden van de metaalconcentraties in het ontvangende oppervlaktewater, omdat deze lozingen niet zijn gezuiverd. Verreweg de grootste hoeveelheid van de emissie naar het riool wordt echter afgevoerd naar de rwzi’s, zodat de meeste van de metalen in het riool voor het grootste deel wordt verwijderd. Of er normen worden overschreden door de emissies naar het oppervlaktewater is niet op voorhand te zeggen.
De emissie van metalen uit vuurwerk naar het oppervlaktewater vormt een piekbelasting na de jaarwisseling. Grote rivieren waar het aandeel van een effluentlozing (of eventueel een overstort of lozing van regenwaterriool) op het totale debiet gering is, zijn minder gevoelig voor overschrijdingen van normen door een lozing dan kleinere oppervlaktewateren waar zo’n lozing een significant deel kan zijn van het totale debiet van het waterlichaam. Bij deze kleinere oppervlaktewateren, met een grote invloed van het effluent van de rwzi, is het reëel te veronderstellen dat normen voor metalen tijdelijke worden overschreden na de jaarwisseling. Om de effecten van metaalemissies uit vuurwerk op de kwaliteit van het oppervlaktewater preciezer te kunnen bepalen, is informatie nodig van regionale watersystemen en de emissies die hierin plaatsvinden en/of kunnen metingen worden verricht na de jaarwisseling. Bodem Emissies van metalen uit vuurwerk naar de bodem zorgen voor een toename van de achtergrondconcentratie. Jaarlijks is dit voor antimoon en koper respectievelijk circa 4% en 1%, voor barium, strontium en zink respectievelijk 0,2%, 0,3% en 0,05%.
Als de vuurwerkemissies van meerdere jaren worden meegenomen, worden deze percentages hoger, maar voor een realistisch beeld moeten dan ook concentratie-reducerende processen als afspoeling naar oppervlaktewater en uitspoeling naar grondwater worden meegenomen. Deze aspecten zijn niet meegewogen in deze indicatieve risicobeoordeling. Versie: 0.1
Pagina 24 van 28
In tweede instantie is de berekende concentratie van metalen in de bodem ten gevolge van het afsteken van vuurwerk vergeleken met de HC50. Voor koper komt deze éénjarige concentratie uit op 0,44 % van de HC50, voor de overige stoffen is dit lager. Op basis van deze inschatting lijken de ecologische risico’s van het afsteken van vuurwerk verwaarloosbaar. Echter, wanneer deze emissies nog meerdere decennia plaatsvinden kunnen deze risico’s hoger worden. In een nader onderzoek kan in meer detail naar het gedrag van metalen in de bodem worden gekeken. Hierbij kunnen onder andere processen als afspoeling en uitspoeling meegenomen worden en de invloed van verschillende bodemtypes.
Datum 30 september 2020
Lucht Als gevolg van het afsteken van vuurwerk kan de concentratie fijnstof rond de jaarwisseling lokaal tijdelijk oplopen tot boven de 1000 µg/m3. In de loop van de nacht daalt de fijnstofconcentraties ook weer snel tot onder de jaargemiddelde norm van 40 μg/m3. Het afsteken van vuurwerk draagt circa 0,1 μg/m3 bij aan de jaargemiddelde fijnstof concentratie, die momenteel rond de 20 μg/m3 ligt in Nederland. Het afsteken van vuurwerk levert een grote bijdrage aan de totale emissie naar de lucht van sommige zware metalen (barium, strontium, koper, antimoon) in Nederland. Desondanks hebben zware metalen en andere componenten, die via vuurwerk naar de lucht worden geëmitteerd, een minder groot effect op de luchtkwaliteit dan fijnstof. Voor zover bekend bij RIVM zijn er rond de jaarwisseling nog geen metingen gedaan van concentraties zware metalen in de lucht. Inzicht in de concentratie zware metalen in de lucht zou kunnen helpen om het effect op de luchtkwaliteit rond de jaarwisseling beter te kunnen bepalen. Algemeen Een eventueel verbod op knalvuurwerk leidt tot een reductie van emissies naar de lucht (gasvormige componenten, fijnstof) van circa 10%. Emissies naar oppervlaktewater en bodem worden hierdoor nauwelijks lager.
Versie: 0.1
Pagina 25 van 28
Referenties
Datum 30 september 2020
AtlasLeefomgeving (2020). from www.atlasleefomgeving.nl. Brand, E., et al. (2015). "Onderbouwing ecologische risicogrenswaarden voor bodem." RIVM, Bilthoven. Brouwer, J., et al. (1995). "Afsteken van vuurwerk." WESP rapportnr C3, RIVM rapportnr 772414005. CBS (2018). "Bodemgebruik; uitgebreide gebruiksvorm, per gemeente." Retrieved 06-04-2020, 2020, from https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70262ned/table?dl=29F7A. CBS (2020). "Zuivering van stedelijk afvalwater; per provincie en stroomgebieddistrict." Retrieved 29 April 2020, from https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/7477/table?ts=1580212266643. Compendium-voor-de-Leefomgeving (2019). "Fijn stof (PM10) in lucht, 1992-2017." from https://www.clo.nl/indicatoren/nl0243-fijn-stof-pm10-in-lucht. Compendium-voor-de-Leefomgeving (2020). "Luchtverontreiniging tijdens de jaarwisseling, 1994-2020." from https://www.clo.nl/indicatoren/nl0570luchtverontreiniging-tijdens-de-jaarwisseling. De Rijk, S., et al. (2010). Invloed van steden en klimaatverandering op de Rijn en de Maas, Deltares. Dröge, R. and E. Roex (2018). "Emissieschattingen Diffuse bronnen Emissieregistratie - Afsteken vuurwerk." Emissieregistratie (2020). "Watson-database." from http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/erpub/wsn/default.aspx?rwzi. Jansen, B. I., et al. (2018).
"Methodology for the calculation of emissions from product usage by consumers, construction and services." RIVM, Bilthoven Report No. 2018-0011. KNMI (2011). "Regendagen." from https://www.onweeronline.nl/forum/topic/28699/regendagen/. Versie: 0.1
Pagina 26 van 28
Mol, G., et al. (2012). Geochemische bodematlas van Nederland. The Netherlands, Wageningen Academic Publishers.
Datum 30 september 2020
Posthuma, L., et al. (2002). Species sensitivity distributions in ecotoxicology, Lewis Publishers. Rijksoverheid (2013). "Circulaire bodemsanering." Staatscourant 2013 nr. 16675(Nr. 16675). Rijksoverheid (2018). "Regeling Bodemkwaliteit." https://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/2018-11-30. Rijksoverheid (2019). "Wet Milieubeheer." from https://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/2019-11-14/#Bijlage2. RIVM (2020). "Zoeksysteem Risico's van stoffen." 30 April 2020, from https://rvszoeksysteem.rivm.nl/. RIVM (2020a). "www.emissieregistratie.nl." RIWA-Maas (2018). "Jaarrapport in groepen. Eijsden (M615). 1-1-2017 t/m 31-122017." Retrieved 30 April 2020, from https://www.riwa-maas.org/wpcontent/uploads/2018/08/EYS-2017-NL.pdf. RIWA-Rijn (2017). "Jaarrapport 2016 De Rijn." from https://www.riwa-rijn.org/wpcontent/uploads/2017/09/RIWA-jaarrapport-NL-2016-internet.pdf. Van den Elshout, S., et al. (2019). "Vuurwerk, relevante luchtvervuiling?" Tijdschrift Lucht december: 33-35. Van Duijnhoven, N. (2018). Emissieschattingen Diffuse bronnen EmissieRegistratie. Effluenten RWZI’s, regenwaterriolen, niet aangesloten riolen, overstorten en IBA’s, Partners 4 Urban Water en Deltares. Visschedijk, A., et al. (2020). "Methodology for the calculation of emissions from product usage by consumers, construction and services." RIVM rapport 2020-0041. VROM (2008).
"NOBO: Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling." Versie: 0.1
Pagina 27 van 28
Datum 30 september 2020
Versie: 0.1
Pagina 28 van 28