C6 Informatiebrief afsteken siervuurwerk.PDF
Tekst van het document
Aan:
Leden van de Gemeenteraad Gemeente Velsen Postbus 465 1970 AL Velsen Griffie@velsen.nl
Emmen, 7 maart 2022 Onderwerp:
Informatiebrief afsteken siervuurwerk.
Geachte raadsleden, VuurwerkCheck is een stichting die de belangen van lokale vuurwerkverkooppunten behartigd. Onze aandacht werd getrokken door een enquête waarin de inwoners van Velsen naar hun mening gevraagd werd over het afsteken van vuurwerk. De misstanden rond de jaarwisseling zijn ook een doorn in het oog van de vuurwerkbranche. Door het gedrag van een kleine groep raddraaiers komt de hele vuurwerktraditie in gedrang en daarmee de broodwinning van een grote groep mensen. De vuurwerkbranche is dan ook een groot voorstander van maatregelen die de overlast en schade door die beperkte groep mensen terug te dringen zodat de grote groep welwillende inwoners kan blijven genieten van de vuurwerktraditie. Om tot een juiste afweging te kunnen maken over het al dan niet voeren van een afsteekverbod wil ik u de volgende feiten onder de aandacht brengen. Een besluit van een gekozen orgaan zou niet af moeten worden gebaseerd op de vele misvattingen die in de mainstream media worden gepubliceerd. Inleiding bij de enquête: De traditie om vuurwerk af te steken tijdens oud en nieuw staat jaarlijks ter discussie. De afgelopen twee jaar is er een landelijk verbod op het verkopen en het afsteken van vuurwerk rondom de jaarwisseling. Dat heeft alles te maken met de druk op de zorg als gevolg van COVID-19.
Daarnaast zijn er een groeiend aantal organisaties en particulieren die pleiten voor een standaard verbod op consumentenvuurwerk. Ik ben uiterst benieuwd naar de bron van deze aanname maar ook naar de vraagstelling die aanleiding is voor de aangegeven meningen. In de onderliggende brief worden de feiten die door veel mensen voor waar worden aangenomen, omdat ze in de krant staan, genuanceerd en weerlegd. Discrepantie tussen politiek en mening van de inwoners Nederland Een gemeenteraad is door de inwoners gekozen om op te komen voor hetgeen binnen de gemeenschap leeft. Het zeer recent, onder de Nederlandse bevolking, gehouden grootste onafhankelijke landelijk onderzoek (ruim 3,3 miljoen unieke respondenten) naar wel of niet vuurwerk afsteken heeft aangetoond dat slechts 33% tegen het afsteken van vuurwerk gestemd heeft. U komt met u voorgenomen besluit dus op voor de minderheid in deze!
Pagina 1 van 11
De internetconsulatie over het wetsvoorstel van GroenLinks en Partij voor de Dieren heeft 12199 zichtbare reacties opgeleverd. In totaal werden 14907 reacties ontvangen, dus 2708 reactie zijn niet zichtbaar en onttrekken zich aan de openheid die binnen een democratische besluitvorming de norm zou moeten zijn. Van de reacties zijn er 10009 tegen het wetsvoorstel
= 82%
Van de reacties zijn er 2094 voor het wetsvoorstel
= 17%
Van de reacties zijn er 96 met geen mening
= 1%
We kunnen dus spreken van een overduidelijke Nee tegen het wetsvoorstel. Een overzicht van alle reacties is, direct na sluiting van de consultatie, opgevraagd maar daar is tot op heden geen gehoor aan gegeven. Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ligt de beslissing over het al dan niet ter beschikking stellen van de niet zichtbare reacties bij de initiatiefnemers. Wellicht worden de resultaten om hun moverende reden niet met ons gedeeld. Stel alle 2709 niet zichtbare reactie worden als voorstander van het wetsvoorstel geclaimd dan is het percentage nog steeds maar 32%. Een uitkomst die bijna naadloos aansluit bij de uitslag van de stemwijzer waarin 33% voor een vuurwerkverbod was. Gezien het ontbreken van een reactie van de initiatiefnemers lijkt mij het voor de hand te liggen om uit te gaan van een percentage voorstanders tussen de 17 en 32 %.
Bron: Zie stemwijzer resultaten maart 2021.
Risico Letselschade In 2020 is een verbod ingevoerd op Knalvuurwerk, Vuurpijlen, single-shots en F3 vuurwerk. In 2015 is een verbod ingevoerd op babyvuurpijltjes en romeinse kaarsen. Het in 2015 ingevoerde verbod heeft een positief effect gehad op het aantal verwondingen door consumentenvuurwerk. De in 2020 verboden artikelen hadden een onevenredig groot aandeel in het ontstaan van verwondingen. Pagina 2 van 11
Ik verzoek u dan ook om, net als de landelijke politiek, het resultaat van het in 2020 doorgevoerde verbod op genoemde artikelen af te wachten. Voorts heeft de Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland op 6 juli een rapport gepresenteerd waarin een plan is weergegeven om de veiligheid van het overgebleven siervuurwerk verder te verbeteren.
Overlast In Nederland geldt met uitzondering van 31 december 18:00 uur tot 1 januari 02:00 uur een afsteekverbod. De meldingen van overlast vinden voor het grootste deel plaats voor en na de toegestane afsteektijden en hebben dus vaak geen relatie met het afsteken van siervuurwerk gedurende de toegestane afsteektijden. De meeste inwoners zullen niet beseffen dat een afsteekverbod geen invloed heeft op de harde knallen die bij nacht en ontij worden veroorzaakt door het afsteken van illegaal vuurwerk. Een lokaal afsteekverbod zal geen verandering optreden in de overlast die voor en na de toegestane afsteektijden optreedt. Schade materieel De schade in veel gemeenten lag, tijdens de laatste jaarwisselingen met een algeheel vuurwerkafsteek en verkoopverbod, hoger dan tijdens de jaarwisseling 2019-2020 (laatste normale jaarwisseling). Hiermee is wel aangetoond dat een lokaal afsteekverbod zeker geen garantie biedt voor het terugdringen van schade. Wanneer we echter kijken naar de schade die is aangericht dan gaat het over afvalbakken, verkeersborden, bushokjes enz. die zijn opgeblazen. Het legale siervuurwerk dat in Nederland is toegestaan heeft simpel de kracht niet om dergelijke vernielingen aan te richten. Een lokaal afsteekverbod zal niet bijdragen aan het terugbrengen van de gemelde schade. De schades kunnen alleen veroorzaakt zijn door illegaal (knal)vuurwerk.
Op het gebied van schade gaat er dus geen positief effect uit van een lokaal afsteekverbod. Schade gezondheid/ milieu Op 30 september 2020 heeft het RIVM, gezaghebbend instituut op gebied van milieu en gezondheid zoals wij allen sinds maart 2020 te weten, een rapport gepubliceerd met de onderstaande algemene conclusie: Samenvattende conclusie RIVM rapport Milieulast van Vuurwerk (30 september 2020) Het algemene beeld dat uit deze studie naar voren komt, is dat de emissies naar het milieu door het afsteken van vuurwerk rond de jaarwisseling leiden tot beperkte, meestal tijdelijk effecten op de kwaliteit van het oppervlaktewater, de bodem en de lucht. Lokale, mogelijk ernstiger, effecten kunnen met deze studie echter niet worden vastgesteld. Deze conclusie heeft betrekking op de emissies bij afsteken in het gehele land. Wanneer de effecten van het afsteken van siervuurwerk beperkt en tijdelijk zijn zal een afsteekverbod in de gemeente Velsen geen invloed hebben op de genoemde emissies. Een kopie van het rapport is in bijlage gevoegd.
Pagina 3 van 11
Veiligheid/ angst Zoals we afgelopen jaarwisselingen hebben geconstateerd heeft het landelijke afsteekverbod en verkoopverbod niet geleid tot het achterwegen blijven van het afsteken van vuurwerk. De handhaving van dit verbod is ondoenlijk gebleken ook bij een totaalverbod zoals van toepassing was tijdens de afgelopen 2 jaarwisselingen. De prioriteit van de handhaving lag niet op het vuurwerkverbod omdat daar simpelweg geen afdoende mankracht voor aanwezig is. Een verbod zal, op termijn, leiden tot het wegvallen van verkooppunten waardoor de verkoop van illegaalvuurwerk zal toenemen (dit is in 2021 al duidelijk geworden door een verdubbeling van de hoeveelheid illegaal vuurwerk dat in beslag genomen is ruim 205000 kg. De veiligheid zal hierdoor niet toenemen maar afnemen. De gevolgen van een incident met illegaal vuurwerk zal veel groter zijn dan een incident met legaal siervuurwerk. Het afsteken van illegaal vuurwerk zal grotendeels knalvuurwerk betreffen maar ook mortieren en lawinepijlen. De uitwerking van deze artikelen is veel groter dan van legaal siervuurwerk. De knallen zijn vele malen harder dan het in 2020 in Nederland verboden legale knalvuurwerk. Het verbieden van het afsteken van legaal siervuurwerk zal, door toenemend gebruik van illegaal vuurwerk, zeker niet bijdragen aan een vermindering van angstgevoelens.
Waar illegaal vuurwerk toeneemt zal ook de opslag van illegaal vuurwerk toenemen. Deze opslag is niet gecontroleerd en veelal in woonwijken. Op 18 september 2021 ontkwam Harderwijk aan een ramp omdat er tijdens een woningbrand op tijd 500 kg illegaal vuurwerk werd ontdekt en kon worden voorkomen dat het bij de brand betrokken raakte. Een dergelijke hoeveelheid illegaal vuurwerk had, bij ontbranding, een massaexplosie kunnen veroorzaken die de hulpverleners had kunnen verwonden (of veel erger) en de omliggende woningen had kunnen vernietigen. Wanneer de gemeenteraad besluit tot een lokaal afsteekverbod (verkoop kan op basis van Europese regelgeving niet verboden worden) dan zullen meer situaties ontstaan zoals in Harderwijk. Een dergelijk besluit heeft dus een negatieve invloed op de veiligheid van opslag en verkoop. Besluitvorming andere gemeenten Op dit moment is er in 11 van de 352 gemeenten in Nederland een lokaal afsteekverbod van kracht (ca. 3%). Er is dus zeker geen grote meerderheid van gemeenten met een lokaal afsteekverbod. Wanneer het aantal gemeenten met een afsteekverbod verder toeneemt zal er een conflict met de Europese regelgeving ontstaan (zie onderstaande item). Ook wordt bij de besluitvorming over lokale afsteekverboden de nuancering van de VNG buiten beschouwing gelaten. Zie onderstaande citaat uit de brief van de VNG.
Vanuit de Vuurwerk branche zijn inmiddels brieven verzonden naar zowel de Europese autoriteiten en naar de staatsecretaris. In de brief aan de staatsecretaris is verzocht om toezicht te houden op het aantal lokalen afsteekverboden, dit in relatie tot de Europese regelgeving.
Pagina 4 van 11
Europese regelgeving Er is (komt) geen landelijk afsteekverbod omdat dat is strijd is met de Europese regelgeving. Alleen via notificatie, bij bijzondere omstandigheden, kan een uitzondering worden gemaakt (zoals met CORONA is gebeurd). De gemeentelijke aftsteekverboden mogen mits de omvang geen invloed heeft op de het vrij handelsverkeer. Wanneer het vrijhandelsverkeer in gedrang komt dan dient er WEL een notificatie bij de Europese autoriteiten te worden gedaan. De Stichting Behoud Vuurwerktraditie heeft de Europese autoriteiten geïnformeerd over de ontwikkelingen die in diverse gemeenten in Nederland plaatsvinden. Ook het ministerie van I en W is gewezen op hun verantwoordelijkheid om toe te zien op deze ontwikkelingen. Handhaving In diverse gemeenten is door zowel de burgemeester als de politie aangegeven dat indien de raad tot een lokaal afsteekverbod besluit dit niet handhaafbaar zal zijn. Dit was het geval in Apeldoorn, Haarlem en Amsterdam. Het invoeren van een lokaal afsteekverbod zal zoals de afgelopen jaarwisseling is gebleken niet handhaafbaar zijn. Vraag: op welke gronden denkt u dat een lokaal afsteekverbod wel te handhaven is wanneer zelfs een landelijk afsteek en verkoopverbod in 2020 en 2021 niet handhaafbaar is gebleken. Alternatieven Het bieden van alternatieven zal een verdere verzwaring van de taak van de handhavers met zich brengen.
Ook zal dit een beperking van de handhavingscapaciteit in de rest van de gemeente tot gevolg hebben. De pakkans neemt verder af en de overlast verder toe omdat mensen niet meer verwachten dat er siervuurwerk wordt afgestoken. Is er in de gemeente Velsen budget voor een alternatief? Feit: Het bieden van een alternatief in de vorm van een vuurwerkshow is beperkt haalbaar door de kosten (vanaf 50.000 euro voor een vuurwerkshow), beschikbaarheid van bereikbare locatie, en het beperkte aantal pyrotechnici dat in Nederland actief is (maximale capaciteit wordt door de
Pagina 5 van 11
branche ingeschat op 20 tot 30 shows landelijk). Een laser of Droneshouw zal niet binnen deze budgetten te verwezenlijken zijn (een droneshow is een factor 3 duurder dan een vuurwerkshow). Ondernemers Sinds het in werking treden van het Vuurwerkbesluit in 2004 is gebouwd aan een netwerk van vuurwerkverkooppunten dat controleerbaar is op zowel de opslag als de verkoop. De opslag moet voldoen aan veel voorschriften constructief en installatietechnisch. In het opgebouwde systeem worden zeer frequent controles doorgevoerd en kunnen artikelen, ook na levering worden geblokkeerd voor de verkoop. Op deze wijze kunnen artikelen die ook maar een kleine afwijking, bijvoorbeeld een afwijkende brandduur van een lontje, uit de verkoop worden gehouden om zo de consumenten maximaal te beschermen. Het invoeren van een afsteekverbod zal onvermijdelijk leiden tot een afname in de omzet. De betrokken verkooppunten zullen op termijn de verkoop niet op een bedrijfseconomische wijze kunnen voortzetten. Het wegvallen van de legale verkoop biedt openingen aan de illegale verkoop/ illegale opslag.
Illegaal vuurwerk dat veel zwaarder is dan het veilige siervuurwerk wat in Nederland is toegestaan zal zorgen voor meer schade en gevaarlijke situaties bij de opslag (veelal onder het bed, op zolder of in een schuurtje midden in een woonwijk zonder alle veiligheidsvoorzieningen die de legale verkooppunten wel hebben (zie eerder vermelde situatie in Harderwijk van 18 september jongstleden). Met het totaalverbod (verkopen en afsteken) tijdens afgelopen 2 jaarwisselingen is gebleken dat er toch aanzienlijke hoeveelheden vuurwerk werden afgestoken. Dit betreft voornamelijk illegaal vuurwerk, immers er is geen sprake geweest van verkoop van legaal siervuurwerk. In de afgelopen jaren is de beeldvorming over vuurwerk meer en meer verschoven in de richting van het negatieve beeld dat er alleen maar sprake is van overlast en vernielingen. In veel gevallen wordt de overlast al vanaf oktober ondervonden. De vuurwerkbranche had in de afgelopen jaren meer aandacht moeten besteden aan deze negatieve beeldvorming. In de huidige tijdframe is het lastig om een positief verhaal te brengen over legaal siervuurwerk zonder ondergesneeuwd te raken in de negatieve sentimenten. De branche staat voor behoud van veilig siervuurwerk gedurende 8 uur per jaar gewaardeerd door zeker 10 miljoen Nederlanders.
Ik verzoek u het landelijke beleid te volgen bij uw besluitvorming over het afsteken van siervuurwerk. Voorts verzoek ik u VuurwerkCheck in de gelegenheid te stellen (inspraakmoment) om de raad te informeren voordat wordt overgegaan tot besluitvorming. Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u naar aanleiding van bovengenoemde opmerkingen, vragen hebben, kunt u contact opnemen met dhr. F.C.J.H. Köhler telefoonnummer 06-46031746.
Pagina 6 van 11
Achtergrondinformatie:
Een groot risico op letselschade: Op een gewone werkdag komen er tussen de 5000 en 6300 mensen naar de Spoed Eisen Hulp (SEH) voro het behandelen van uiteenlopende verwondingen. Bij 86 SEH posten is dat gemiddeld 58 - 73 behandelingen per dag. Om een zuivere inschatting te maken van de verwondingen die worden voorkomen door het invoeren van een afsteekverbod moet er gekeken worden de verwondingen die zijn veroorzaakt door legaal siervuurwerk. Een dergelijke inschatting kunnen we maken aan de hand van de cijfers van Veiligheid.nl. Om de discussie zuiver te houden moet er gekeken worden naar de percentages van het vuurwerk dat in Nederland is toegestaan. Illegaal vuurwerk, babypijltjes, romeinse kaarsen zijn al verboden. Een lokaal afsteekverbod is hierop niet van invloed. Het oudejaarsvuurwerk is verantwoordelijk voor 19% van de vuurwerk gerelateerde SEH behandelingen. Hiervan moet echter 12% worden afgetrokken omdat vuurpijlen en knalvuurwerk in Nederland verboden is. Rest 7% door oudejaarsvuurwerk (legaal siervuurwerk) Daarnaast is 9% door F1 vuurwerk veroorzaakt. Dit is legaal vuurwerk maar valt niet onder een lokaal afsteekverbod. De 17% verwondingen door Carbid hebben geen relatie met vuurwerk (Carbid is geen vuurwerk) en vallen ook niet onder een lokaal afsteekverbod.
Wanneer we naar de laatste normale jaarwisseling kijken en dan de cijfers van het op dit moment in Nederland toegestane vuurwerk daarop toepassen (beperkt tot de cijfers van toepassing zijn op vuurwerk dat valt onder een afsteekverbod) dan is dus legaal siervuurwerk verantwoordelijk voor 7% van 385 SEH bezoeken (aantal vuurwerk gerelateerde SEH bezoeken in 2019). Het gaat landelijk dan over 27 SEH bezoeken door nu in Nederland toegestaan vuurwerk (= 0,31 bezoek per SEH post) * Wanneer we F1 vuurwerk meenemen dan komen we op 16% = 62 SEH bezoeken landelijk dus 0,72 bezoek per SEH post ** *door legaal siervuurwerk F2 **Door legaal siervuurwerk F2 + F1
Pagina 7 van 11
In 2020 is een verbod ingevoerd op Knalvuurwerk, Vuurpijlen, single-shots en F3 vuurwerk. In 2015 is een verbod ingevoerd op babyvuurpijltjes en romeinse kaarsen. Het in 2015 ingevoerde verbod heeft een positief effect gehad op het aantal verwondingen door consumentenvuurwerk. De in 2020 verboden artikelen hadden een onevenredig groot aandeel in het ontstaan van verwondingen. Voorts heeft de Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland op 6 juli een rapport gepresenteerd waarin een plan is weergegeven om de veiligheid van het overgebleven siervuurwerk verder te verbeteren. Mens en dier ernstige overlast en gezondheidsproblemen/ Luchtkwaliteit In Nederland geldt met uitzondering van 31 december 18:00 uur tot 1 januari 02:00 uur een afsteekverbod. De meldingen van overlast vinden voor het grootste deel plaats voor en na de toegestane afsteektijden en hebben dus vaak geen relatie met het afsteken van siervuurwerk gedurende de toegestane afsteektijden. De meeste inwoners zullen niet beseffen dat een afsteekverbod geen invloed heeft op de harde knallen die bij nacht en ontij worden veroorzaakt door het afsteken van illegaal vuurwerk.
Op 30 september 2020 heeft het RIVM, gezaghebbend instituut op gebied van milieu en gezondheid zoals wij allen sinds maart 2020 te weten, een rapport gepubliceerd met de onderstaande algemene conclusie: Samenvattende conclusie RIVM rapport Milieulast van Vuurwerk (30 september 2020) Het algemene beeld dat uit deze studie naar voren komt, is dat de emissies naar het milieu door het afsteken van vuurwerk rond de jaarwisseling leiden tot beperkte, meestal tijdelijk effecten op de kwaliteit van het oppervlaktewater, de bodem en de lucht. Lokale, mogelijk ernstiger, effecten kunnen met deze studie echter niet worden vastgesteld. Deze conclusie heeft betrekking op de emissies bij afsteken in het gehele land. Wanneer de effecten van het afsteken van siervuurwerk beperkt en tijdelijk zijn zal een afsteekverbod in de gemeente Velsen geen invloed hebben op de genoemde emissies. Een kopie van het rapport is in bijlage gevoegd.
Pagina 8 van 11
Gezondheidsschadedoor bijvoorbeeld fijnstof is door het karakter van het fijnstof van vuurwerk (hygroscopisch) van zeer korte duur. De waarden zijn rond 1 januari 08:00 uur terug op normaal niveau. Politie en Hulpverleners Zoals we afgelopen jaarwisselingen hebben geconstateerd heeft het landelijke afsteekverbod en verkoopverbod niet geleid tot het achterwegen blijven van het afsteken van vuurwerk. De handhaving van dit verbod is ondoenlijk gebleken ook bij een totaalverbod zoals van toepassing was tijdens de afgelopen 2 jaarwisselingen. De prioriteit van de handhaving lag niet op het vuurwerkverbod omdat daar simpelweg geen afdoende mankracht voor aanwezig is. Het met vuurwerk bekogelen van hulpverleners is een gedragsprobleem. Dit gedagsprobleem zal niet opgelost worden door het verbieden van het afstreken van legaal siervuurwerk. Het nu nog toegestane legale siervuurwerk is niet geschikt om mee te gooien. Het soort vuurwerkwerk waarmee gegooid wordt is veelal, zo niet helemaal, illegaal knalvuurwerk. Dit is al verboden en dus niet relevant bij het invoeren van een lokaal afsteekverbod. De stelling: Steeds meer mensen zijn voorstander van een beperking van verkoop en afsteken van consumentenvuurwerk Gezien de ervaringen van de laatste jaarwisseling waag ik deze constatering te betwijfelen.
Het recent, onder de Nederlandse bevolking, gehouden grootste onafhankelijke landelijk onderzoek (ruim 3,3 miljoen unieke respondenten) naar wel of niet vuurwerk afsteken heeft aangetoond dat slechts 33% tegen het afsteken van vuurwerk gestemd heeft. U komt met u voorgenomen besluit dus op voor de minderheid in deze! (58% tegen een verbod en 9% had geen mening). De internetconsulatie over het wetsvoorstel van GroenLinks en Partij voor de Dieren heeft 12199 zichtbare reacties opgeleverd. In totaal werden 14907 reacties ontvangen, dus 2708 reactie zijn niet zichtbaar en onttrekken zich aan de openheid die binnen een democratische besluitvorming de norm zou moeten zijn. Van de reacties zijn er 10009 tegen het wetsvoorstel
= 82%
Van de reacties zijn er 2094 voor het wetsvoorstel
= 17%
Van de reacties zijn er 96 met geen mening
= 1%
We kunnen dus spreken van een overduidelijke Nee tegen het wetsvoorstel. Een overzicht van alle reacties is, direct na sluiting van de consultatie, opgevraagd maar daar is tot op heden geen gehoor aan gegeven. Stel alle 2709 niet zichtbare reactie worden als voorstander van het wetsvoorstel geclaimd dan is het percentage nog steeds maar 32%. Een uitkomst die bijna naadloos aansluit bij de uitslag van de stemwijzer waarin 33% voor een vuurwerkverbod was. Gezien het ontbreken van een reactie van de initiatiefnemers lijkt mij het voor de hand te liggen om uit te gaan van een percentage voorstanders tussen de 17 en 32 %.
Pagina 9 van 11
Bron: Zie stemwijzer resultaten maart 2021. Stelling:
Er zijn veel mensen die graag naar vuurwerk kijken
Jaarlijks genieten veel mensen van het kijken naar vuurwerk. Wanneer we cijfers van de stemwijzer (2021) omrekenen komen we op ca. 10 miljoen mensen die genieten van legaal siervuurwerk. Dit vuurwerk wordt voor het overgrote deel afgestoken door huisvaders en huismoeders om het oude jaar af te sluiten en het nieuwe jaar in te luiden. Het organiseren van een centrale show is hier geen afdoende vervanging voor. Los van het feit of er een afdoende budget is en een afdoende aantal pyrotechnici dat een show kan verzorgen (dat is niet het geval landelijk kunnen 20 – 30 shows worden verzorgd dus gemeente met hoogste budget krijgt een show). Ook is het verplaatsen naar een evenemententerrein problematisch en voor gezinnen met kleine kinderen niet wenselijk. Een groot deel van de inwoners wordt uitgesloten op die manier. Als laatste het feit dat een dergelijke show een groot beslag legt op de handhavers. Deze kunnen dan niet elders in de gemeente worden ingezet. Stelling:
Het vieren van nieuwjaar voor mens en dier feestelijk mogelijk moet zijn.
Voor 10 miljoen mensen in Nederland is het afsteken van vuurwerk een feestelijke viering van nieuwjaar. Wanneer de afsteektijden gehandhaafd worden (dus 8 uur per jaar) dan kan dat aantal nog verder toenemen. Stelling:
Politie en hulpverleners negatief adviseren over het huidige vrije afsteken.
De politie en hulpverleners ondervinden vooral hinder door het illegale vuurwerk en de combinatie drug, alcohol en vuurwerk. Nu er geen werpbare vuurwerkartikelen meer zijn toegestaan zal legaal siervuurwerk geen enkele bijdrage meer leveren aan de misdragingen tegen de hulpdiensten en handhavers. Het stimuleren van een mentaliteitsverandering en het verder opvoeren van de strijd tegen het illegale vuur is hier de sleutel om te komen tot een oplossing. Een afsteek verbod voor legaal siervuurwerk raakt enkel en alleen de burgers die zich toch al aan de wet hielden.
Pagina 10 van 11
Politie gaf laatste jaar geen prioriteit aan de handhaving. Vrij vertaald is handhaving niet mogelijk dus wordt alleen opgetreden bij excessen.
Pagina 11 van 11
Milieulast van vuurwerk
A. van Leeuwenhoeklaan 9 3721 MA Bilthoven Postbus 1 3720 BA Bilthoven www.rivm.nl KvK Utrecht 30276683 T 030 274 91 11 info@rivm.nl
Bijlage(n) Horend bij Ons kenmerk
1 Brief nr:
Contactpersoon
Datum 30 september 2020 Behandeld door
1. Algemene inleiding Jaarlijks worden tijdens de jaarwisseling miljoenen kilogrammen vuurwerk afgestoken in Nederland (Tabel 1). Dit memo beschrijft op hoofdlijnen de milieulast voor de bodem, het oppervlaktewater en de lucht als gevolg van het afsteken van dit vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Voor de analyse is gebruik gemaakt van gegevens van de landelijke emissieregistratie (een samenwerkingsverband onder regie van het RIVM, www.emissieregistratie.nl). De gegevens over vuurwerkemissie uit de emissieregistratie zijn verder uitgewerkt (door (Dröge and Roex 2018) in de factsheet "Emissieschattingen Diffuse bronnen Emissieregistratie Afsteken vuurwerk." Het betreft emissies van gasvormige componenten, zware metalen en fijn stof. Andere componenten worden niet geregistreerd. Tabel 1. Hoeveelheid afgestoken vuurwerk per jaar in Nederland (Dröge and Roex 2018). Jaar Vuurwerk (miljoen kg) 2000 13,6 2005 15,3 2010 17,5 2015 17,2 2016 16,4 Componenten in vuurwerk en emissie naar het milieu Vooral het siervuurwerk bevat zware metalen om bepaalde kleureffecten te veroorzaken, maar ook het knalvuurwerk draagt bij aan de emissie van specifieke componenten (Tabel 2). Siervuurwerk draagt bij aan de emissie naar de bodem en naar het oppervlaktewater via het riool. Knalvuurwerk heeft hier nauwelijks een aandeel in.
De emissies naar de lucht per kilogram vuurwerk zijn voor siervuurwerk ongeveer een factor 2 hoger dan voor knalvuurwerk. Daarnaast wordt aangenomen dat de totale hoeveelheid vuurwerk bestaat uit 85% siervuurwerk en 15% knalvuurwerk (Dröge and Roex 2018). De
Versie: 0.1
Pagina 1 van 28
emissies naar lucht door siervuurwerk zijn hiermee ongeveer een factor 10 hoger dan voor knalvuurwerk.
Datum 30 september 2020
Tabel 2. Emissiefactoren voor afsteken van vuurwerk (g/kg vuurwerk) (Dröge and Roex 2018) en www.emissieregistratie.nl. Knalvuurwerk Siervuurwerk Vuurwerk totaal Gasvormige componenten - koolstofdioxide 22 47 43,3 - koolstofmonoxide 2,5 7,5 6,9 - methaan 0,4 0,9 0,8 - waterstofsulfide 0,6 1,3 1,2 - zwaveldioxide 1 2,1 1,9 - distikstofoxide 1 2,1 1,9 - stikstof(di)oxide 0,3 Stofvormige componenten * - strontium 4,3 3,7 - barium 13,4 11,4 - koper 6,8 5,8 - antimoon 1,1 0,9 - zink 0,7 0,6 - overige 52 113 104 stofvormige componenten Fijn stof (PM10) * 5 13,9 12,6**
* Het deel van de emissie van stofvormige componenten dat als fijn stof in de lucht terecht komt, wordt geschat op 10%. Dit betreft dus 10% van de som van stofvormige componenten Sr, Ba, Cu, Sb, Zn en overige stofvormige componenten. ** De laatste inzichten zijn dat de emissiefactor voor PM10 (naar de lucht) veel hoger is dan 12,6 g/kg, namelijk 42,7 g/kg (Visschedijk, Meesters et al. 2020). Deze informatie kwam te laat om nog te verwerken in onderliggend memo, maar het heeft geen invloed op de uitkomsten van onderliggende studie, omdat deze emissiefactoren hier verder niet worden gebruikt.
Door gebruik te maken van de landelijke emissiegegevens per jaar geeft de onderliggende studie een globaal, gemiddeld beeld. Het kan zijn dat regionaal de effecten op het milieu groter of kleiner zijn. De studie gaat alleen in op de stoffen die in de factsheet (Dröge and Roex 2018) zijn genoemd. In Tabel 3 is de verdeling van de emissies over de compartimenten weergegeven. Belasting van het oppervlaktewater vindt alleen indirect plaats via het riool en niet direct via bijvoorbeeld afspoeling.
Versie: 0.1
Pagina 2 van 28
Tabel 3. Relatieve verdeling van vuurwerkemissie over de compartimenten (Dröge and Roex 2018). Lucht Direct Indirectoppervlaktewater riool Gasvormige 100% 0% 0% stoffen Fijnstof 100% 0% 0% (PM10) Stofvormige 30% 0% 16%* stoffen *
Datum 30 september 2020
Bodem 0% 0% 54%*
* In een zeer recente publicatie (Visschedijk, Meesters et al. 2020) wordt uitgegaan van 14% naar riool, 56% naar bodem.
Verpakkings- en constructiemateriaal Het afval afkomstig van vuurwerk bestaat grotendeels uit verpakkings- en constructiemateriaal. Dit materiaal blijft op de plek waar het vuurwerk wordt afgestoken of valt korte tijd na lancering op de bodem. Voor de constructie van siervuurwerk wordt papier, karton, hout, kunststof en Chinaklei gebruikt. In knalvuurwerk wordt vrijwel alleen papier gebruikt. Na het afsteken van vuurwerk komen deze materialen als vast afval op de bodem terecht. Na verloop van tijd wordt het merendeel met het huishoudelijk afval of straatvuil afgevoerd (Brouwer, Hulskotte et al. 1995). Van de hoeveelheden verpakkings- en constructiemateriaal zijn geen recente data bekend. (Brouwer, Hulskotte et al. 1995) schatten de hoeveelheid papier- en kartonafval dat in 1992 ontstond na het afsteken van knalvuurwerk op 630 ton. De schatting van de hoeveelheid afval door siervuurwerk was toen 2335 ton papier/karton, 80 ton hout, 80 ton kunststof en 80 ton klei. Aangezien de afgestoken hoeveelheid vuurwerk sinds 1992 met een factor 2 tot 3 is toegenomen, kan worden aangenomen dat ook de hoeveelheid afval afkomstig van vuurwerk sterk is toegenomen. Tabel 4 geeft een schatting van de hoeveelheid afval die vrijkomt per kilogram afgestoken vuurwerk.
Omdat er geen nadere gegevens bekend zijn over de hoeveelheid afval die achterblijft in het milieu, wordt er in dit memo verder niet op ingegaan. Tabel 4. Hoeveelheid afval die vrijkomt bij het afsteken van vuurwerk (g/kg vuurwerk) (Brouwer, Hulskotte et al. 1995). Afval Knalvuurwerk Siervuurwerk Papier/karton 900 540 Hout 18 Klei 18 Kunststoffen 18 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt een schatting gemaakt van de milieubelasting van vuurwerkemissies voor oppervlaktewater (Hoofdstuk 2), de bodem (Hoofdstuk 3) en de lucht (Hoofdstuk 4).
Versie: 0.1
Pagina 3 van 28
2. Effecten van vuurwerk op kwaliteit van het oppervlaktewater
Datum 30 september 2020
Emissies van verontreinigende stoffen van vuurwerk naar het riool Emissies van zware metalen uit vuurwerk naar het oppervlaktewater vinden plaats door emissies uit regenwaterriolen, via overstorten en via effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) (Van Duijnhoven 2018). De emissies naar het riool vinden plaats via de hemelwaterafvoer, dat wil zeggen na een regenbui. De belangrijkste emissie naar het riool bestaat uit de zware metalen antimoon, barium, strontium en zink (Tabel 5). 10% van deze metaalemissie is in de vorm van fijnstof. Andere stofvormige componenten die geëmitteerd worden zijn vooral kaliumcarbonaten, sulfaten en -sulfieten in stofvorm, maar die worden niet apart geregistreerd en zijn daarom in deze studie niet meegenomen. In deze studie wordt gebruik gemaakt van de emissiegegevens uit 2016. Dit is het meest recente jaar uit de factsheet van (Dröge and Roex 2018). Tabel 5. Vuurwerkemissies naar riool (kg) in 2016 (Dröge and Roex 2018).
Stof 2016 Antimoon 2.503 Barium 30.858 Koper 15.590 Strontium 9.942 Zink 1.561 Hoeveelheid rioolwater waarin de metalen terecht komen In de factsheet “Effluenten RWZI’s, regenwaterriolen, niet aangesloten riolen, overstorten en IBA’s” (Van Duijnhoven 2018) wordt uitgegaan van 0,52 miljard m3 afstromend hemelwater per jaar, 0,96 miljard m3 afvalwater per jaar en 0,36 miljard m3 rioolvreemd water per jaar, dat via het gemengde rioolstelsel bij de ruim 300 rwzi’s terecht komt. Voor deze studie wordt verondersteld dat de zware metalen uit het vuurwerk na de eerste bui na de jaarwisseling het gemengde rioolstelsel instromen en volledig in het influent van de rwzi terechtkomen. Dit is een conservatieve aanname. Mogelijk zijn hier meerdere buien voor nodig, maar het ligt voor de hand dat tijdens de eerste bui die groot genoeg is om afstroming naar het riool te veroorzaken de meeste zware metalen het riool instromen. Verder wordt aangenomen dat er 185 dagen per jaar neerslag valt (KNMI 2011). Bij een gemiddelde regendag spoelt er (0,52 miljard m3/185 dagen =) 2,8 miljoen m3 regenwater het gemengde rioolstelsel in. Daarnaast is er per dag gemiddeld (0,96 miljard m3/365 dagen =) 2,6 miljoen m3 afvalwater en de hoeveelheid rioolvreemd water is (0,36 miljard m3/365 dagen =) 1,0 miljoen m3 dagelijks.
In totaal is dit 6,4 miljoen m3 water dat dagelijks via het gemengde rioolstelsel naar de rwzi’s wordt afgevoerd. Met dit volume wordt de gemiddelde concentratie(toename) van de zware metalen in het influent van rwzi’s berekend na de eerste regenbui na de jaarwisseling. Versie: 0.1
Pagina 4 van 28
Verwijdering van de zware metalen in de rwzi In Tabel 6 is het verwijderingsrendement in de rwzi weergegeven van de zware metalen die afkomstig zijn uit vuurwerk. Hiervoor zijn verschillende bronnen gebruikt, die niet dezelfde percentages geven. Voor het vervolg is gebruik gemaakt van de gemiddelde waardes. Vier van de vijf metalen worden voor meer dan 75% verwijderd. Alleen de verwijdering van strontium is beperkt. Tabel 6. Schatting van het verwijderingsrendement in rwzi’s van zware metalen afkomstig uit vuurwerk. Stof VerwijderingsVerwijderingsVerwijderingsrendement (%) rendement (%) rendement (%) (Van Duijnhoven (Watson database)* (CBS 2020) ** 2018) Antimoon 93 99 Barium 82 71 Koper 92 94 Strontium 18 0 Zink 67 84 * Berekend met influent en effluent data uit de Watson database (periode 2010 t/m 2015). ** O.b.v. CBS data influent en effluent (periode 2016 t/m 2018).
Datum 30 september 2020
Gemiddeld (%) 96 77 93 9 76
Concentratie metalen in afspoelend regenwater, influent en effluent van de rwzi Er is een schatting gemaakt van de concentratie van de metalen in het regenwater na een regenbui met een gemiddelde afspoeling. Deze concentraties liggen in de mg/L-range (Tabel 7). Door verdunning met afvalwater en rioolvreemd water zijn de concentraties in het influent (inkomend afvalwater) van de rwzi lager dan in het afspoelend regenwater. Deze concentraties zijn berekend door de emissies van de metalen te delen door het totale volume rioolwater (6,4 miljoen m3) tijdens de dag met een gemiddelde afspoeling door regenval. Deze concentraties geven in feite de toename aan van de concentraties in rioolwater als gevolg van de metaalemissies uit vuurwerk. Tabel 7. Geschatte concentraties (afgerond) van metalen afkomstig uit vuurwerk in het afspoelend regenwater, het influent en effluent van de rwzi op basis van emissies uit 2016. Concentratie Concentratie in influent Concentratie in afspoelend na rwzi o.b.v. Emissie regenwater gemiddelde verwijdering Stof (kg, naar riool in rwzi afvoer 2016) (µg/L) – gem. (µg/L) afvalwater regenbui (µg/L) Antimoon 2.503 900 400 16 Barium
30.858
11.000
4.800
1.100
Koper
15.590
5.500
2.400
170
Strontium
9942
3.600
1.600
1.400
Zink
1561
560
240
60
Versie: 0.1
Pagina 5 van 28
Met behulp van de gemiddelde verwijderingspercentages uit Tabel 6 zijn de verwachte concentraties in het effluent (gezuiverd afvalwater) berekend. Aanname is dat na een regenbui met gemiddelde afspoeling naar het riool de totale emissie van zware metalen uit vuurwerk in een dagvolume van de totale hoeveelheid rioolwater terecht komt.
Datum 30 september 2020
Naast verwijdering in de rwzi is er ook enige verwijdering van deze metalen uit het rioolwater door periodieke reiniging van straatkolken, rioolbuizen en gemalen (door verwijdering van slib dat metalen bindt). Hoe groot deze (geringe) verwijdering is, is niet bekend en wordt hier niet meegenomen. Vergelijking met concentraties in influent en effluent uit de Watson database De geschatte concentraties van de betreffende metalen in het influent en effluent van rwzi’s als gevolg van emissies door vuurwerk worden vergeleken met de concentraties van deze metalen die in de Watson Database (Emissieregistratie 2020) worden gerapporteerd. In de Watson Database zijn concentraties van een groot aantal microverontreinigingen in het influent en effluent van rwzi’s in Nederland te vinden. In Tabel 8 zijn concentraties van de in deze studie betrokken metalen in het influent in de periode 2010 t/m 2015 weergegeven (nieuwere data zijn in deze database niet volledig beschikbaar). Voor de meeste metalen is de berekende concentratie in het influent na de jaarwisseling (Tabel 7) ruim hoger (tot een factor 30 voor koper) dan het maximum in Tabel 8. Antimoon is een uitzondering. Aangezien de metalen meestal maar maximaal één keer per maand in het influent (en effluent) worden gemeten, is het mogelijk dat de piek in januari als gevolg van het afsteken van vuurwerk gemist wordt.
Het kan er ook op duiden dat de emissie naar het riool uit de emissieregistratie (16%) een overschatting is. Ook de vergeleken jaren en tijdsperiode (2010 t/m 2015 t.o.v. 2016) is afwijkend. Dit is echter geen verklaring waarom de berekende concentraties in het influent (Tabel 7) hoger zijn dan in Tabel 8. In een langere periode (2010 t/m 2015) is de kans namelijk groter op een hoge piek dan tijdens een enkel jaar (2016). Tabel 8. Concentratie van metalen in influent van rwzi (µg/L): alle rwzi’s in Nederland, periode 2010 t/m 2015 (Watson Database). Stof gemiddeld 90-percentiel maximum Antimoon 254 730 2.400 Barium 50 80 200 Koper 67 77 80 Strontium 217 311 440 Zink 137 180 210 In Tabel 9 zijn de concentraties in het effluent van de metalen in de periode 2010 t/m 2015 weergegeven. Ook hier geldt dat voor de meeste metalen de berekende concentratie in het effluent na de jaarwisseling (Tabel 7) ruim hoger is dan het maximum in Tabel 9 (behalve voor koper en zink). Versie: 0.1
Pagina 6 van 28
Tabel 9. Concentratie van metalen in effluent van rwzi (µg/L): alle rwzi in Nederland, periode 2010 t/m 2015 (Watson Database). Stof gemiddeld 90-percentiel maximum Antimoon 0,7 2 19 Barium 14 30 60 Koper 5,5 9 150 Strontium 240 400 570 Zink 45 78 960
Datum 30 september 2020
Concentraties van de metalen in de grote rivieren Maas en Rijn Tabel 10 toont de concentraties van de metalen in de rivieren de Maas (Eijsden) en de Rijn (Lobith). Op deze rivieren wordt door verschillende rwzi’s in binnen- en buitenland effluent geloosd. De gemiddelde concentratie in het effluent is voor sommige van de beschouwde metalen hoger en voor andere lager dan de gemiddelde concentratie in de Maas en de Rijn. De geschatte metaalconcentraties die via het effluent geloosd worden na een regenbui na de jaarwisseling zijn duidelijk hoger dan de gemiddelde concentratie in de Rijn en de Maas. De afvoer van de Rijn en de Maas bestaat gemiddeld voor circa 13% uit rwzi-effluent (De Rijk, De Keizer et al. 2010). In de winter is dat iets minder, dan ligt dat net onder de 10%. De bijdrage van metaalemissies rond de jaarwisseling kan de concentratie van deze metalen in deze rivieren tijdelijk significant doen toenemen. In kleinere rivieren, zoals De Dommel is de invloed van het rwzi-effluent nog groter. Tabel 10. Gemiddelde concentraties van de metalen in de Maas bij Eijsden (RIWA-Maas 2018) en in de Rijn bij Lobith (RIWA-Rijn 2017) en vergelijking met de concentraties in rwzi-effluent. Stof Gemiddeld Gemiddeld RwziSchatting rwziMaas Rijn 2016 effluent effluent na (µg/L) 2017* (gem.) jaarwisseling (µg/L) 2010(toename conc. 2015 t.o.v.
gem.) (µg/L) (µg/L) Antimoon 0,27 0,25 0,7 16 Barium 24 77 14 1.100 Koper 3,2 2,95 5,5 170 Strontium 203 477 240 1.400 Zink 15 14 45 60 * Data van 2016 waren niet beschikbaar op de website van RIWA Maas.
Emissies van metalen uit vuurwerk naar oppervlaktewater via overstorten en regenwaterriolen Tabel 11 laat zien hoeveel kilogrammen van de beschouwde zware metalen door emissies uit verschillende bronnen uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht komen. Dit is inclusief de bijdrage van vuurwerk (Van Duijnhoven 2018). Er worden vijf routes onderscheiden. Relevant voor de emissies van vuurwerk naar oppervlaktewater zijn de emissieroutes effluent rwzi’s, overstorten en regenwaterriolen. Via huishoudelijk afvalwater en IBA’s (individuele behandeling afvalwater) komen geen restanten van vuurwerk in het oppervlaktewater terecht. Versie: 0.1
Pagina 7 van 28
Tabel 11. Emissie per jaar naar oppervlaktewater in 2016 (kg) (Van Duijnhoven 2018). Stof
Antimoon Barium Koper Strontium Zink
Emissie naar oppervlaktewater in 2016 (kg) Effluent OverHuishou- RegenIBA rwzi’s stort delijk water naar afvalriolen opperwater vlaktewater
109 2.765 8.523 410.538 64308
208 1.534 3.124 1.280 12.403
0 0 123 356 108
631 7.019 6.918 4.444 20.908
0 0 128 954 149
Datum 30 september 2020
totaal
948 11.318 18.816 41.7572 97.876
Overstorten De bijdrage van overstorten is meestal kleiner dan van het effluent van rwzi’s, behalve voor antimoon. Het merendeel van de metalen uit vuurwerk dat in het riool terecht komt, komt uiteindelijk terecht in het influent van de rwzi. In de rwzi wordt het grootste deel van de metalen uit het afvalwater verwijderd voordat het op het oppervlaktewater geloosd wordt. De fractie van het rioolwater die via de overstort in het oppervlaktewater terecht komt, is beperkt. Bij overstorten vindt echter geen zuivering plaats, waardoor de totale lozing op het oppervlaktewater toch nog significant kan zijn. Lokaal kunnen hoge concentraties van deze metalen in het oppervlaktewater ontstaan na overstorten, zeker als er overstorten plaatsvinden direct na de jaarwisseling. Er moet opgemerkt worden dat overstorten vooral plaatsvinden na korte heftige buien in de zomer, dus de kans op een overstort vlak na de jaarwisseling is gering. Effecten van overstorten op de oppervlaktewaterkwaliteit worden hier verder niet uitgewerkt, omdat dit te ver voert voor deze beknopte studie. Hiervoor is onder meer gedetailleerde informatie nodig over de frequenties en volumes van overstorten, en het volume of debiet van het ontvangende oppervlaktewater.
Regenwaterriolen Regenwaterriolen vormen voor enkele metalen een belangrijke bijdrage aan de emissie naar het oppervlaktewater, met name voor antimoon en barium. Regenwaterriolen lozen het water ongezuiverd op oppervlaktewater. Dit zou lokaal kunnen leiden tot verhoogde concentraties in het oppervlaktewater. Of hier normen overschreden worden is niet op voorhand te zeggen. Dit hangt onder meer af van het volume van de regenbui en de hoeveelheid metalen die tijdens de bui meespoelt, maar ook van het volume of debiet en de waterkwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater. Om hier iets over te kunnen zeggen, is gedetailleerde informatie nodig van het lokale watersysteem. Op basis van het hydraulisch model van het rioleringssysteem zoals beschreven in de factsheet “Effluenten RWZI’s, regenwaterriolen, niet aangesloten riolen, overstorten en IBA’s” (Van Duijnhoven 2018) wordt Versie: 0.1
Pagina 8 van 28
aangenomen dat circa 25% van het regenwater dat in een rioleringssystemen terecht komt een regenwaterriool betreft. Dit is circa 0,17 miljard m3 per jaar of per regendag (185 keer per jaar) gemiddeld ruim 900 miljoen m3. De geschatte concentratie van de metalen in het afspoelende regenwater (zoals weergegeven in Tabel 7) is ook de concentratie die verwacht wordt in het regenwaterriool. Dit wordt ongezuiverd geloosd op oppervlaktewater.
Datum 30 september 2020
De emissie van antimoon en barium via regenwaterriool is vrijwel volledig aan vuurwerk toe te kennen, terwijl de emissies van koper, strontium en vooral zink nog andere bronnen hebben. Toetsen van de verwachte concentraties in het rwzi-effluent aan normen voor oppervlaktewater De website Risico’s van stoffen (RIVM 2020) bevat een overzicht van milieunormen. Tabel 12 toont de relevante normen voor de beschouwde metalen. Tabel 12. Verschillende normen (µg/L) voor zoet oppervlaktewater voor de beschouwde metalen (RIVM 2020). Stof
Antimoon Barium koper Strontium * Zink
Oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding
Wettelijke jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm (opgelost)
200 50
5,6 73 2,4
200
7,8
Wettelijk jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm JG-MKN (totaal)
12
Maximaal aanvaardbare concentratie (MAC-MKN 1, opgelost)
200 148
15,6
* Alleen landoppervlaktewateren achtergrondconcentratie (opgelost) gerapporteerd (110 µg/L).
In Tabel 13 is een indicatieve berekening gedaan van de verwachte concentraties metalen in de Rijn en de Maas na een pieklozing vanuit rwzi’s na de jaarwisseling. Dit is een voorbeeldberekening die een indicatie geeft van welke concentraties verwacht kunnen worden. In het algemeen geldt dat lagere afvoeren van rivieren leiden tot hogere concentraties van verontreinigingen in de rivier. De belangrijkste (deels eerdergenoemde) aannames die hier gedaan zijn: - voorafgaand aan de pieklozing van de metalen op de Maas en de Rijn heerst de gemiddelde concentratie van de metalen zoals weergegeven in Tabel 10, - rwzi-effluent draagt 10% bij aan het totale debiet van de Maas en de Rijn tijdens de pieklozing,
1
Sinds de invoering van de Kaderrichtlijn Water zijn er voor oppervlaktewater drie soorten milieukwaliteitsnormen (MKN). De JG-MKN (Jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm), de MAC-MKN (Maximaal aanvaardbare concentratie voor kortdurende blootstelling) en de MKN-biota (de maximaal aanvaardbare hoeveelheid van een stof in prooidieren).
Versie: 0.1
Pagina 9 van 28
-
de effluentconcentraties metalen (Tabel 10), berekend uit landelijke emissiecijfers van vuurwerk, is ook de concentratie in het effluent dat op de Rijn en de Maas wordt geloosd, de concentratie in het afspoelende regenwater is berekend met de gemiddelde afspoeling naar het riool na een regenbui van gemiddelde intensiteit.
Datum 30 september 2020
In deze voorbeeldberekening wordt de norm voor oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding voor barium, koper en zink niet overschreden na de (piek)emissie van metalen uit vuurwerk na de jaarwisseling. Dit kan wel het geval zijn bij rivieren waarvan het debiet voor een groter gedeelte uit rwzi-effluent bestaat of voor oppervlaktewater waarop overstorten uitkomen of regenwaterriolen. Gedetailleerde uitwerking hiervan valt buiten de scope van dit onderzoek. Tabel 13. Indicatieve berekening van de verwachte concentraties metalen in de Rijn en de Maas na een pieklozing vanuit rwzi’s na de jaarwisseling. Stof RwziGemiddeld Gemiddeld Maas na Rijn na effluent Maas Rijn 2016 piekbelasting piekbelasting (µg/L) na jaar2017 vuurwerk vuurwerk (µg/L) wisseling (µg/L) (µg/L) (µg/L)* 10% 90% 90% bijdrage bijdrage bijdrage Antimoon 17 0,27 0,25 1,9 1,9 Barium 1.114 24 77 133 180 Koper 176 3,2 2,95 21 20 Strontium 1.640 203 477 350 600 Zink 105 15 14 24 23 * Gemiddelde concentratie en toename concentratie door vuurwerk uit Tabel 10 (laatste 2 kolommen) bij elkaar opgeteld.
In de voorbeeldberekening (Tabel 13) wordt de MAC-waarde (zie Tabel 12) voor barium (Rijn) en voor zink (Maas, Rijn) wel tijdelijk overschreden, aangenomen dat de metalen opgelost zijn. Omdat de metaalemissie afkomstig van vuurwerk naar het oppervlaktewater slechts korte tijd optreedt (eerdere aanname: gedurende een dag na de eerste regenbui) worden in de voorbeeldberekening de wettelijke jaargemiddelde milieukwaliteitseisen hierdoor niet overschreden, de toename als gevolg van vuurwerk op jaarbasis is verwaarloosbaar. Conclusie Emissies van zware metalen uit vuurwerk dat wordt afgestoken rond de jaarwisseling kunnen na een regenbui (tijdelijk) tot een sterkte toename leiden van de concentratie in het rioolwater (piekbelasting). In de rwzi worden de meeste van deze metalen grotendeels verwijderd. Desondanks kan door de lozing van het effluent de concentratie van deze metalen in het ontvangende oppervlaktewater sterk toenemen. Regenwaterriolen vormen voor enkele metalen een belangrijke bijdrage aan de emissie naar het oppervlaktewater, met name voor antimoon en Versie: 0.1
Pagina 10 van 28
barium. De emissie van antimoon en barium via regenwaterriolen is vrijwel volledig aan vuurwerk toe te kennen. Voor de metalen koper, strontium en zink zijn er ook andere bronnen aan te wijzen en is de emissie via het effluent van rwzi’s groter.
Datum 30 september 2020
De bijdrage van overstorten aan de emissie van de beschouwde metalen is meestal kleiner dan van het effluent van rwzi’s, behalve (op jaarbasis) voor antimoon. Overstorten vinden vooral plaats na korte heftige buien in de zomer, zodat de kans dat een overstort vlak na de jaarwisseling plaatsvindt met een piekbelasting op het oppervlaktewater is gering. Of er normen worden overschreden door de beschreven emissies naar het oppervlaktewater is op basis van deze studie niet met zekerheid te zeggen. De emissie van metalen uit vuurwerk naar oppervlaktewater na de jaarwisseling is een piekbelasting. De concentratie in het ontvangende oppervlaktewater hangt zowel af van het debiet en de concentratie van de lozing, als van het debiet en de (achtergrond)concentratie van het ontvangende oppervlaktewater. Grote rivieren waar het aandeel van een effluentlozing (of eventueel een overstort of lozing van regenwaterriool) op het totale debiet gering is, zijn minder gevoelig voor overschrijdingen van normen door een lozing dan kleinere oppervlaktewateren waar zo’n lozing een significant deel kan zijn van het totale debiet van het waterlichaam. Bij deze kleine oppervlaktewateren, met een grote invloed van het effluent van rwzi’s, is het reëel te veronderstellen dat normen voor metalen tijdelijke worden overschreden na de jaarwisseling.
Discussie Om de effecten van metaalemissies uit vuurwerk op de oppervlaktewaterkwaliteit preciezer te kunnen bepalen, is detailinformatie nodig van regionale riolerings- en oppervlaktewatersystemen en de emissies die hierin plaatsvinden. Dit zou bijvoorbeeld kunnen met behulp van de KRW-verkenner (https://publicwiki.deltares.nl/display/KRWV/KRW-Verkenner). Ook metingen in het effluent van rwzi’s tijdens de pieklozing kunnen hierbij behulpzaam zijn. De huidige berekeningen zijn indicatief. Er is uitgegaan van een gemiddelde afspoeling naar het riool na een regenbui van gemiddelde intensiteit. Bij een intensievere regenbui dan hier is aangenomen, zullen als gevolg van een grotere verdunning de metaalconcentraties in het regenwater en het influent lager zijn dan hier (indicatief) is berekend. Daarnaast zijn de data uit de gebruikte factsheets aan verandering onderhevig als gevolg van nieuwe inzichten en metingen. In (Dröge and Roex 2018) wordt aangenomen dat 16% van de metalen uit vuurwerk in het oppervlaktewater terecht komt. In (Van Duijnhoven 2018) wordt echter 10% genoemd. Dit verschilt een factor 1,6. Ook de verwijdering van de metalen in de rwzi is niet eenduidig en zal per rwzi verschillen.
Versie: 0.1
Pagina 11 van 28
3. Indicatieve risicobeoordeling zware metalen in de bodem ten gevolge van vuurwerkemissies
Datum 30 september 2020
Inleiding Zware metalen kunnen ten gevolge van het afsteken van vuurwerk op en in de bodem terecht komen. Tabel 14 geeft een overzicht van de emissie van metalen ten gevolge van vuurwerk in 2016 zoals gerapporteerd in het rapport “emissieschattingen diffuse bronnen en emissieregistratie – afsteken vuurwerk” (Dröge and Roex 2018). Een deel van het totale gehalte metalen in de bodem is biobeschikbaar, dat wil zeggen dat ze kunnen worden opgenomen in bodemdieren en planten (Mol, Spijker et al. 2012). De opgenomen metalen kunnen toxische effecten veroorzaken in organismen wat uiteindelijk een negatief effect heeft op het ecosysteem als geheel. Het is daarom van belang om de potentiële effecten van het afsteken van vuurwerk op het bodemecosysteem te onderzoeken. Tabel 14. Totale emissie van zware metalen uit vuurwerk (Dröge and Roex 2018). Stofnaam Emissie 2016 (kg) antimoon
17.880
barium
220.420
koper
111.360
strontium
71.010
zink
11.150
Toetsing In deze indicatieve beoordeling worden de ecologische risico’s beoordeeld aan de hand van de Hazardous Concentration 50 (HC50). Deze HC50waarden zijn terug te vinden in het huidige bodembeleid als de ecologische onderbouwing van de interventiewaarde (VROM 2008, Rijksoverheid 2013). Voor de afleiding van HC50-waarden wordt gebruik gemaakt van Species Sensitivity Distributions (SSD)(Posthuma, Traas et al. 2002). Deze distributies (verdeling van gevoeligheden) geven het verband tussen de concentratie van een stof en het deel van de soorten dat daarvan negatieve effecten ondervindt, ofwel de Potentially Affected Fraction (PAF). Afhankelijk van de vorm van de SSD-curve kan een concentratietoename een kleine of grote invloed hebben op de PAF. Hoewel de methodiek achter de afleiding van de SSD’s voor deze notitie te vergaand is , is het echter wel belangrijk om te vermelden dat een stijging in concentratie kan resulteren in een niet-lineaire, c.q. versnelde toename van het aantal soorten die negatieve effecten ondervinden. In deze indicatieve risicobeoordeling wordt in eerste instantie onderzocht hoe de concentratie in de bodem ten gevolge van vuurwerk zich verhoudt tot de natuurlijke achtergrondconcentratie. Dit geeft inzicht in de mogelijke toename door het afsteken van vuurwerk.
Wanneer de toename van de concentratie ten gevolge van vuurwerk (zeer veel) kleiner is dan de achtergrondconcentratie, zullen ecologische risico’s van het afsteken van vuurwerk naar verwachting klein zijn. Vervolgens kunnen deze Versie: 0.1
Pagina 12 van 28
concentraties ten gevolge van depositie van vuurwerk aanvullend vergeleken worden met de HC50-waarden. Ook hiervoor geldt dat wanneer de concentraties ten gevolge van vuurwerk (zeer veel) kleiner zijn dan de HC50-waarden de ecologische risico’s naar verwachting klein zijn.
Datum 30 september 2020
Omdat dit een indicatieve beoordeling betreft, worden voor de emissie, depositie en beschikbaarheid van metalen conservatieve aannames gedaan. Er wordt vanuit gegaan dat de metalen enkel in stedelijk gebied op de bodem terecht komen, dat de metalen volledig in de bovenste 10 cm van de bodem blijven en dat de metalen volledig biobeschikbaar zijn voor opname door bodemorganismen. Deze aannames leiden tot een “worstcase” scenario waarbij de concentraties van metalen ten gevolge van vuurwerk en daarmee de ecologische risico’s in ieder geval niet onderschat worden. Wanneer uit dit “worstcase” scenario blijkt dat risico’s voor de ecologie aanwezig zijn, kunnen de conservatieve aannames in meer gedetailleerde beoordelingen verder worden uitgewerkt . Methoden Afleiding invloed vuurwerk op achtergrondconcentratie De emissie van metalen ten gevolge van vuurwerk kan afgezet worden tegen de achtergrondconcentratie door de emissie te verdelen over de toplaag van de Nederlandse bodem (de bovenste 10 cm). De totale emissie kan op deze manier uitgedrukt worden in een concentratie door deze te delen op het bodemvolume van de toplaag van het Nederlandse grondgebied. De formule voor de gehele afleiding is beschreven in vergelijking 1. Vergelijking 1. Berekening van de concentratie in de bodem ten gevolge van het afsteken van vuurwerk.
C:
𝐶𝐶 =
Opp: D: E: Vs: SD: Frac:
𝐸𝐸 ∗ 𝐹𝐹𝐹𝐹𝐹𝐹𝐹𝐹 ∗ 106 𝑂𝑂𝑂𝑂𝑂𝑂 ∗ 10.000 ∗ 𝐷𝐷 ∗ 𝑉𝑉𝑉𝑉 ∗ 𝑆𝑆𝑆𝑆
Concentratie t.g.v. emissie [mg/kg ds] (De hoeveelheid verontreiniging (in mg) per kg droge grond.) Oppervlakte bodem [ha] Diepte toplaag [m] Emissie [kg] Volumefractie droge stof [-] Volumieke massa droge grond [kg/m3] Emissiefactor naar bodem [-]
Bij deze berekening wordt aangenomen dat het berekende bodemvolume opgebouwd is als standaard bodem (25% lutum en 10% organisch stof) (Rijksoverheid 2018). Daarnaast wordt uitsluitend gebruik gemaakt van het stedelijke bodemvolume, omdat vuurwerk voornamelijk in stedelijk gebied wordt afgestoken (Jansen, Meesters. et al. 2018). Ook worden processen als afspoeling naar het oppervlaktewater of uitloging naar het grondwater, alsmede het effect van verharding en bebouwing buiten Versie: 0.1
Pagina 13 van 28
beschouwing gelaten. De enige afspoeling waar rekening mee gehouden wordt, is de afspoeling naar het riool (Hoofdstuk 2). Dit is volgens (Dröge and Roex 2018) ook de enige route voor belasting van het oppervlaktewater. Deze conservatieve aannames zullen ertoe leiden dat de daadwerkelijke invloed van vuurwerk op de bodemconcentratie niet onderschat wordt en mogelijke risico’s als gevolg van emissies door vuurwerk waarschijnlijk lager zijn.
Datum 30 september 2020
Gebruikte data Achtergrondconcentratie Voor deze indicatieve beoordeling is eerst een overzicht nodig van de natuurlijke achtergrondconcentraties in Nederland. Deze zijn in het bodembeleid formeel vastgelegd met het doel bodemverzet te faciliteren (VROM 2008, Rijksoverheid 2018). Deze natuurlijke achtergrondwaarden zijn beleidsmatig vastgesteld op basis van gemeten achtergrondconcentraties in het project AW2000. Dat wil zeggen dat vanwege (pragmatische) beleidsmatige keuzes voor een aantal stoffen de normen afwijken van de gemeten gehaltes (zie NOBO-rapport, VROM, 2008). In het AW2000-project zijn op 100 locaties in landelijk gebied metingen uitgevoerd in de bovenste 10 cm van de bodem, en is een achtergrondconcentratie vastgesteld waarbij 95% van de locaties onder deze waarde liggen (p95-waarde). Dat betekent dat 95% van het landelijk gebied in Nederland een lagere concentratie heeft dan de achtergrondwaarde (Tabel 15). Tabel 15. Achtergrondwaarden uit het NOBO rapport (VROM 2008) en achtergrondconcentraties uit de Geochemische BodemAtlas. Stofnaam AchtergrondAchtergrondBodemtype waarde NOBO concentratie Geochemische [mg/kg ds] Geochemische BodemAtlas BodemAtlas [mg/kg ds] Antimoon 4 0,987 p95 marien klei Barium
190
259
p95 zand
Koper
40
20,03
p95 zand
52,7
p95 zand
50,8
p95 zand
Strontium Zink
140
Een tweede bron voor achtergrondconcentraties van metalen is de Geochemische BodemAtlas (Mol, Spijker et al. 2012). Voor het samenstellen van deze atlas zijn ook metingen naar achtergrondconcentraties van metalen uitgevoerd. Naast dat meer monsters zijn genomen (358), zijn deze op een andere manier geanalyseerd waardoor er een betere representatie van het totaalgehalte van metalen in de bodem wordt verkregen. Om deze redenen is gekozen om de achtergrondconcentraties in de Geochemische BodemAtlas te gebruiken voor deze beoordeling. De Geochemische BodemAtlas rapporteert p95waarden voor verschillende bodemtypen. In deze beoordeling is gekozen Versie: 0.1
Pagina 14 van 28
om de laagst gerapporteerde p95-waarde van deze bodemtypen (exclusief bodemtype löss) te nemen als achtergrondconcentratie.
Datum 30 september 2020
Emissie van zware metalen De emissie van zware metalen ten gevolge van het afsteken van vuurwerk is gerapporteerd in de factsheet “emissieschattingen diffuse bronnen en emissieregistratie – afsteken vuurwerk” (Dröge and Roex 2018). Hierin zijn de emissies van metalen uit vuurwerk over meerdere jaren uiteengezet. Voor onderliggende indicatieve beoordeling worden de data van het meest recente jaar (2016) uit deze factsheet gebruikt (Tabel 14). Daarnaast wordt ervan uitgegaan dat 56% van de totale emissie van metalen uit vuurwerk op de bodem terecht komt (Jansen, Meesters. et al. 2018, Visschedijk, Meesters et al. 2020). Ook zijn de emissies van koper en zink terug te vinden op de website www.emissieregistratie.nl. Hier worden zowel emissies ten gevolge van vuurwerk als totale jaarlijkse emissie uit overige bronnen gerapporteerd. De emissies voor vuurwerk komen voor zowel koper als zink redelijk overeen met de waarden uit het emissieschattingen rapport. Omdat de overige metalen niet publiekelijk beschikbaar zijn op emissieregistratie.nl is gekozen om de waarden uit het rapport “emissieschattingen diffuse bronnen en emissieregistratie” (Dröge and Roex 2018) te gebruiken. Oppervlakten in Nederland Voor de oppervlakte van stedelijk gebied in Nederland is het overzicht van het CBS in Statline gebruikt (CBS 2018).
In de Statline omgeving zijn de oppervlakten in Nederland onderverdeeld in een tal van categorieën, zoals “Bebouwd terrein”, “Semi-bebouwd terrein”, en “Bos en open natuurlijk terrein”. In deze categorieën is een selectie gemaakt die het stedelijke oppervlakte het beste beschrijft (Tabel 16 en Tabel 17). Het resulterende totale oppervlak is vervolgens vergeleken met die voor stedelijk gebied afgeleid uit de (AtlasLeefomgeving 2020). In dit laatste getal zit ook nog wateroppervlak. Beide oppervlakten kwamen redelijk overeen. Uiteindelijk is voor deze beoordeling de oppervlakte uit Statline gebruikt (CBS 2018). Tabel 16. Oppervlakte gebruikte categorieën stedelijk gebied (CBS 2018). Categorie
Oppervlakte [ha]
Bebouwd terrein|Woonterrein Bebouwd terrein|Terrein voor detailhandel en horeca Bebouwd terrein|Terrein voor openbare voorzieningen Bebouwd terrein|Terrein voor sociaal-culturele voorz.