CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

C3 Kennisdocument Natuurwaarden.PDF

Raadsvergadering 23 september 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Ingekomen stukken18.950 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hieronder worden de resultaten kort toegelicht.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 49

flora kust en duin Als eerste kaartje de verspreiding van enkele soorten planten van duin en kust. Voor deze kaart zijn alle doorgegeven waarnemingen van 2013-2017 gebruikt. De Blauwe zeedistel is een plant van open plekken in het zeeduin, dit blijkt ook duidelijk uit het kaartbeeld. De Gewone ossentong is een opvallende soort van ruderale plekken op kalkrijke zandgrond, deze komt dan ook verspreid in het duingebied voor, maar is ook gevonden op vergelijkbare plekken aan de rand van bebouwing meer in het binnenland, vooral in het westelijk havengebied van Amsterdam. De Zwarte toorts is eveneens een opvallende soort van zandige standplaatsen, komt verspreid in het duingebied voor, maar is ook gevonden in bebouwd gebied elders. De Wilde hyacint is een soort van loofbossen aan de binnenduinrand, maar wordt ook veel in tuinen geplant en verwildert makkelijk, vandaar enkele vondsten in het binnenland. En hetzelfde geldt in zekere zin ook voor de Vingerhelmbloem.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 50

flora klei en veen Voor deze kaart zijn alle waarnemingen van 2013 - 2017 gebruikt. Echte koekoeksbloem is een soort van vochtige graslanden, open rietland en drassige slootkanten. Het kaartje vertoont allerlei vondsten in vochtige duinvalleien, in moerassige plekken in het stroomgebied van het Oer-IJ en vooral in het veenweidegebied. Maar met name in dat laatste gebied komt deze soort waarschijnlijk veel meer voor dan uit het kaartje blijkt. Veenmos (Sphagnum) komt uiteraard vooral in het veengebied voor. Gewone dotterbloem heeft een vergelijkbare standplaats als de koekoeksbloem, maar is gebonden aan zoetwater en is daardoor lange tijd afwezig geweest in het brakke, maar inmiddels weer verzoete veengebied. De vondsten van Kamvaren zijn (op een enkele uitzondering na) beperkt tot het veenweidegebied. Pijlkruid is een soort van sloten en slootkanten in zoete, door grondwater gevoede milieus (kwel). Zilte rus tenslotte is een soort van vochtige zilte en brakke milieus; opvallend is de serie waarnemingen in het poldergebied bij Heemskerk.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 51

vogels kust en duin Alle waarnemingen zijn van 2017 en betreffen vogels die broed indicerend gedrag vertoonden (behalve uiteraard van de Drieteenstrandloper). De Drieteenstrandloper is in Nederland geen broedvogel maar komt hier tussen september en april algemeen voor op het strand waar hij voedsel zoekt tussen de hoog- en de laagwaterlijn. Grasmus en Nachtegaal broeden in het struweel (struikgewas) van het middenduin, maar deze twee soorten komen ook in het recreatiegebied Spaarnwoude en in het Westelijk Havengebied en de Brettenzone van Amsterdam op uitgebreide schaal voor. De Grote Bonte Specht en de Bosuil zijn bosvogels, vooral de Grote Bonte Specht komt tegenwoordig ook buiten het duingebied veel voor in parken en landgoederen. De verspreiding van met name Bosuil, Grasmus en Grote Bonte Specht is waarschijnlijk ruimer dan het kaartje suggereert.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 52

vogels kleigebied De waarnemingen van alle soorten zijn uit 2017. Op de verspreidingskaart zijn weliswaar enkele concentraties van waarnemingen te zien, maar de zeer opvallende en daardoor vaak gemelde Grote zilverreiger blijkt vrijwel overal voor te komen waar maar graslanden of slootkanten zijn. Ook voor de populaire IJsvogel geldt kennelijk dat deze bijna overal waar maar water is wordt waargenomen. De minder opvallende Ringmus is een broedvogel van vooral kleinschalig en gevarieerd agrarisch gebied, maar uit het kaartje blijkt een ruime verspreiding over het gehele gebied.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 53

vogels veenweidegebied Voor deze kaart zijn data van 2017 gebruikt, en wel de NDFF waarnemingen van vastgestelde territoria en broedindicerend gedrag. Hierin ontbraken echter gegevens uit de Westwouderpolder, daarom zijn voor dat gebied betrouwbare gegevens uit 2008 gebruikt. Grutto, Slobeend en Tureluur zijn hier sindsdien weliswaar alle drie in aantal verminderd, maar zij kwamen hier in 2017 toch nog steeds in relatief hoge dichtheden voor (Jaarboek Boerenlandvogels Noord-Holland 2019). Het kaartbeeld van 2008 met allerlei overlappende stippen geeft daardoor de situatie in 2017 tóch goed weer. Het veenweidegebied is vanouds bekend om zijn weidevogelrijkdom. Deze gebieden (met uitzondering van de ruilverkavelde polder Assendelft) springen er dan ook duidelijk uit voor de broedvogels Grutto, Slobeend en Tureluur. Maar van deze soorten zijn ook veel waarnemingen gemeld uit de speciale natuurterreinen in het kleigebied, zoals de Hempolder, het Limmer Die en de terreinen van Stichting de Hooge Weide tussen Uitgeest en Castricum, en tenslotte de graslanden van landgoed Marquette bij Heemskerk.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 54

wintervogels veenweidegebied De Goudplevier en de Smient zijn doortrekker en wintergast van open graslandpolders mits daar voldoende rust heerst (en v.w.b. de Smient ook voldoende open water in de nabijheid). Uit het vorige kaartje blijken deze biotoopeisen echter niet of nauwelijks, daarom is voor deze soorten in tweede instantie ook een kwantitatief kaartje gemaakt. Hierin zijn van Goudplevier en Smient alle winterwaarnemingen van de periode 2015-2017 weergegeven. Beide soorten blijken vooral in de polders rond het Alkmaardermeer en tussen Castricum en Uitgeest te zijn waargenomen, en de Smient daarnaast ook veel in de poldergebieden van Spaarnwoude en van de Zaanstreek.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 55

zoogdieren kust en duin Alle data van deze kaart zijn uit de jaren 2014-2017. De waarnemingen van de Zeehond beslaan uiteraard vooral de zone langs de kust en rond de pieren van IJmuiden, maar zo af en toe belandt er ook wel eens een exemplaar in het Noordzeekanaal. Het Konijn is vooral bekend als soort van het duingebied, maar deze komt in ons land overal voor waar maar zand te vinden is, dus ook in het westelijk havengebied van Amsterdam, bedrijventerrein Waarderpolder bij Haarlem en op diverse plaatsen in wegbermen of spoortaluds. De Boommarter komt tegenwoordig weer voor in het duingebied, maar is nogal zwerflustig en wordt dan ook wel eens - vooral als verkeersslachtoffer - in het poldergebied aangetroffen. De Gewone grootoorvleermuis, die vooral in bos foerageert en open gebieden mijdt, is waargenomen in duinbossen en parken, vooral in ZuidKennemerland.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 56

zoogdieren klei en veen De gegevens van de Noordse woelmuis, Waterspitsmuis, Dwergmuis en Meervleermuis zijn van 2008-2017, de data van de Hermelijn zijn van 2014-2017. De Dwergmuis is een soort van hoge, ruige begroeiing die zowel in het duingebied als in het veengebied, maar ook in het stroomgebied van het Oer-IJ zelf is waargenomen. Overigens past hierbij wel de reeds eerder gemaakte opmerking, dat meldingen van kleine muizen- en spitsmuizensoorten vaak afkomstig zijn uit braakballen van uilen, deze kunnen hun prooi op een andere plaats hebben gevangen dan de plek waar hun braakbal is gevonden. De Meervleermuis jaagt vooral (maar niet uitsluitend) langs wateren, de meldingen betreffen vooral het gebied tussen IJmond en Zaanstreek, en enkele uit de duinbossen van ZuidKennemerland. De Noordse woelmuis, het icoon van de waterrijke veenweidegebieden, is inderdaad vooral uit de natte veengebieden gemeld, maar ook uit het gebied Spaarnwoude zijn nogal wat meldingen afkomstig. De Waterspitsmuis is een soort die bij kleine heldere wateren met begroeide oevers leeft, en die in ons gebied een ijle verspreiding heeft. De Hermelijn tenslotte blijkt zowel in het duin als in het klei- en in het veengebied voor te komen.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 57

amfibieën en reptielen Voor de amfibieën en reptielen volstaan we met één verspreidingskaart, voor deze kaart zijn waarnemingen van 2014-2017 gebruikt. De Zandhagedis doet zijn naam eer aan en is alleen in het duingebied waargenomen, daar overigens wél van de zeereep tot in het binnenduin. Rugstreeppad, Kleine watersalamander en Groene kikker (deze laatste soort betreft eigenlijk drie moeilijk van elkaar te onderscheiden soorten) komen verspreid over alle drie onderscheiden landschapstypen voor. Kleine, heldere wateren en een vegetatie die enige beschutting biedt zijn voor hen voldoende. De Rugstreeppad heeft een voorkeur voor zand en kan in het duin voorkomen op flinke afstand van de poeltjes en plasjes waarin ze als larven zijn opgegroeid. Maar ook in het poldergebied komen ze voor.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 58

vlinders kust Voor deze kaart zijn waarnemingen van 2014-2017 gebruikt. Er zijn veel soorten (dag)vlinders die min of meer aan het duingebied zijn gebonden. Bij de Duinparelmoervlinder en de Heivlinder blijkt dat duidelijk uit de verspreidingskaart. Het Bruin blauwtje komt echter ook buiten de duinen voor als zwerver, en kan zich daar ook op braakliggende stukjes en in schrale wegbermen handhaven.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 59

vlinders klei en veen Ook voor deze kaart zijn waarnemingen van 2014-2017 gebruikt. De Argusvlinder is een echte graslandvlinder, de rupsen leven van verschillende soorten grassen. Zodoende komt deze soort ook in het duin voor. Het merendeel van de waarnemingen in het polderland lijkt gekoppeld aan weg- en dijkbermen, waar vlinders (rupsen) meer overlevingskansen hebben dan in agrarisch gebruikt grasland, maar zoals eerder al aangegeven, dit kan natuurlijk ook een waarnemereffect zijn. Het Bruin zandoogje en het Zwartsprietdikkopje zijn algemene vlindersoorten, waarvan de rupsen van verschillende soorten grassen leven. Ook deze twee soorten zijn zowel in de duinen als in het polderland waargenomen.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 60

libellen Ook voor deze kaart zijn waarnemingen uit de jaren 2014-2017 gebruikt. De Gewone pantserjuffer (Lestes sponsa) is een algemene soort juffer waarvan de larven leven in kleine wateren met een rijke begroeiing, deze soort is ten zuiden van het Noordzeekanaal in het hele poldergebied waargenomen, ten noorden slechts plaatselijk. De Viervlek (Libellula quadrimaculata) is een ruim verspreide “echte” libellensoort waarvan de larven leven in allerlei rijk begroeide wateren. De larven van de Tengere grasjuffer (Ischnura pumilio) daarentegen leven in spaarzaam begroeide ondiepe wateren. De Zwervende heidelibel (Sympetrum fonscolombii) tenslotte is een zuidelijke soort, die de laatste decennia algemener is geworden. Ook van deze soort leven de larven in spaarzaam begroeide wateren. De beide laatste soorten zijn daardoor alleen in de duinen en in het westelijk havengebied van Amsterdam waargenomen.

Natuur in het Oer-IJ gebied 2021

Pagina 61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=4539b863-5507-4177-a44d-f430010bd980