bestemmingsplan De Schouw
Tekst van het document
Hoofdstuk 4
29
In april 2017 heeft de gemeenteraad de Beleidsnota archeologie Velsen met bijbehorende beleidskaart vastgesteld. Op de beleidskaart zijn alle aangetoonde, bekende aanwezige en te verwachten archeologische waarden geïnventariseerd en verdeeld in categorieën. Bij elke categorie hoort een regime met een vrijstellingsoppervlak en vrijstellingsdiepte. Het regime bepaalt waar en bij welke ruimtelijke plannen er rekening dient te worden gehouden met archeologie en wanneer er sprake is van vrijstelling hiervan. Onderzoek Het projectgebied kent een archeologische waardering. In het vigerende bestemmingsplan is daarvoor een dubbelbestemming opgenomen: de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor onderhavige ontwikkeling is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd.10 Bij het onderzoek zijn acht boringen gezet tot een maximale diepte van 3 m -mv. De ondergrond van het gebied bestaat uit twee zandpakketten, gescheiden door een vegetatiehorizont of veenlaag op dieper dan 160 cm -mv. Op het niveau van de vegetatiehorizont kunnen nog archeologische waarden uit de prehistorie aanwezig zijn. Geadviseerd wordt dan ook graafwerkzaamheden dieper dan 130 cm mv in het plangebied te vermijden.
Hierbij wordt een uitzondering gemaakt voor de geplande boorpalen, omdat het hier boringen betreft met een beperkte ruimtelijke omvang en daardoor een eventuele archeologische vindplaats toch grotendeels behouden zal blijven. Het pakket duinafzettingen boven de vegetatiehorizont is door recente bodemingrepen verstoord geraakt tot een diepte van 65 á 120 cm -mv. Op dit niveau worden daarom geen archeologische waarden verwacht. Archeologenbureau Argo adviseert daarom om graafwerkzaamheden dieper dan 130 cm -mv zoveel mogelijk te vermijden en, als dat niet mogelijk is, op de te verstoren locaties een Inventariserend Veld Onderzoek door middel van een Proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uit te voeren. De werkwijze van het proefsleuvenonderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). De bevoegde overheid, de gemeente Velsen, stemt overeen met het bovenstaande advies in haar selectiebesluit. Het heipalenplan dient nog door de gemeente Velsen beoordeeld te worden, om zo te kunnen bepalen of met de geplande hoeveelheden en dichtheid van de boorpalen archeologische waarden bedreigd worden. Tot slot dient te worden vermeld dat, ongeacht dit advies en het selectiebesluit, er een wettelijke meldingsplicht bestaat (Erfgoedwet 2016) mochten er onverhoopt toch archeologische overblijfselen worden aangetroffen.
De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is voor deze ontwikkeling niet meer nodig. Conclusie Het aspect ‘archeologie’ vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.10 M.e.r.-beoordeling Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen 10
Archeologenbureau Argo, Archeologisch bureau- en booronderzoek plangebied ‘De Schouw’, Grote Hout- of Koningsweg 178 te Velsen-Noord (gemeente Velsen), mei 2020.
Hoofdstuk 4
30
belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) nodig. Doorwerking plangebied Met dit planvoornemen wordt woningbouw mogelijk gemaakt. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r. overschrijdt. De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet aan te merken als een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat. De activiteit is wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit m.e.r. De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar het valt onder de drempelwaarden die hier genoemd worden. Derhalve is uitsluitend een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde.
D.11.2
Activiteiten
Gevallen
Besluit
De aanleg, wijziging of uitbreiding van
In gevallen waarin de activiteit
De vaststelling van het plan,
een stedelijk ontwikkelingsproject, met
betrekking heeft op:
bedoeld in artikel 3.6, eerste lid,
inbegrip van de bouw van winkelcentra
1: een oppervlakte van 100 hectare of
onderdelen a en b, van de Wet
of parkeerterreinen.
meer,
ruimtelijke ordening --> het
2. een aaneengesloten gebied en 2.000
bestemmingsplan
of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Hiertoe is een aanmeldingsnotitie opgesteld. De aanmeldingsnotitie11 met vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als separate bijlage. De gemeente dient, voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan, een separaat besluit te nemen omtrent het al dan niet doorlopen van een m.e.r.-procedure. Conclusie Gezien de bevindingen als beschreven in de aanmeldingsnotitie, en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r., kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een relatief klein schaalniveau met bijbehorende minimale effecten. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat deze geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg hebben die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
11
BRO, Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Coornhertkade Alkmaar, november 2019
Hoofdstuk 4
31
Burgemeester en wethouders hebben op 12 mei 2020 besloten dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan “De Schouw Velsen Noord” geen milieueffectrapportage wordt vereist.
4.11 Duurzaamheid Gemeente Velsen heeft voor duurzaam bouwen een lokaal stimuleringsbeleid geformuleerd in het Milieubeleidsplan 2015-2020. Een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR-gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers voor een bouwplan. De gemeente Velsen heeft momenteel een GPR-score van minimaal een 8 voor Energie en Gezondheid en minimaal een 7,5 voor de thema's Milieu, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Voor een hoekwoning en vrijstaande woning wordt de score 0,5 punt lager gesteld. Voor een hoger niveau van duurzaam bouwen is het mogelijk om de ambitie te verhogen naar minimaal 9 voor het thema 'energie' (richting BENG, “Bijna Energie Neutrale Gebouwen”). Landelijk en Europees beleid In 2013 is het Energieakkoord voor duurzame groei gesloten. De gemeente onderschrijft de doelstellingen uit het Energieakkoord. De hoofdlijnen zijn: een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5% per jaar, een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking van 4,5% in 2013 naar 14% in 2020, en een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Het Bouwbesluit (wettelijk kader) is daarvoor in 2015 aangescherpt van een energieprestatie coëfficiënt (EPC) van 0,6 naar 0,4. Vanaf 1 januari 2021 moet alle nieuwbouw voldoen aan de eisen voor BENG, “Bijna Energie Neutrale Gebouwen”. BENG vervangt dan de EPC.
BENG stelt ook de eis dat de energiebronnen voor het gebouw in bepaalde mate duurzaam moeten zijn. In het nationaal energieakkoord voor duurzame groei is afgesproken dat de energievoorziening in 2050 geheel klimaatneutraal is. Voor de gebouwde omgeving betekent dat geen aardgas meer gebruikt mag worden voor het verwarmen van gebouwen: de warmtetransitie (Energierapport van het ministerie van Economische Zaken). Aardgasvrij bouwen Waarom een nieuwbouwwoning bouwen die niet toekomstbestendig is? Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen volgens het nieuwe bouwbesluit Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) zijn en vanaf 2050 zullen we helemaal aardgasvrij zijn. In het nieuwe regeerakkoord staat zelfs dat aan het einde van deze kabinetsperiode per jaar ongeveer 50.000 nieuwbouwwoningen moeten worden opgeleverd. De eerste stap hierin is dat de overheid de wettelijke verplichting om nieuwbouwwoningen aan te sluiten op het gasnet laten vervallen vanaf 2018. Daarmee is in 2021 een substantieel deel van de jaarlijkse nieuwbouw en de woningvoorraad aardgasvrij. Dat betekent dat ernaar moet worden gestreefd om vanaf nu in nieuwe wijken en nieuwbouwontwikkelingen geen aardgasnetten aan te leggen.
Zou er wel een gasnet aangelegd worden dan maakt dat niet alleen de opgave groter maar zorgt dat ook voor een desinvestering voor de netbeheerder aangezien de levensduur van deze netten veel langer is dan de horizon tot 2050. Bovendien worden toekomstige bewoners van deze nieuwbouwwoningen of gebruikers van deze panden opgezadeld met extra investeringen die gemaakt zullen moeten worden om voor 2050 alsnog van het aardgas af te gaan.
Hoofdstuk 4
32
De gemeente Velsen wil vooruitlopen op de ontwikkelingen op het gebied van energieneutraal (met ingang van 2021) en aardgasvrij bouwen en zo een bijdrage leveren aan de opgave om in 2050 energieneutraal en aardgasvrij te zijn. Basale keuzes in het licht van het beleid Kies voor aardgasgasvrij. Een investering in een gasnet heeft een afschrijvingsduur van 60 jaar, daarom is het van belang om nieuwe gebouwen nu al niet meer op het aardgasnet aan te sluiten en dit nadrukkelijk na te streven. Kies voor maximale isolatie. Kies voor zongericht verkavelen en dakoppervlakken die geschikt zijn voor zonne-energie. Maak een afweging voor collectieve duurzame warmtevoorzieningen of individuele (Warmte Koude Opslagsystemen, zonnecollectoren, en dergelijke). Hulpmiddelen voor het stimuleren van duurzaam bouwen. GPR Gebouw score is maximaal 10, om voorbereid te zijn op BENG moet voor energie een score van 9 of hoger gehaald worden.
4.12 Stikstofdepositie Toetsingskader Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) – dat juli 2015 van kracht werd – berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit leidde tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden die bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op (stikstof-gevoelige habitattypen in) Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).
Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van AERIUS Calculator op 16 september 2019 en 14 januari 2020 kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op een relevant Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de bouw/aanlegfase als de gebruiksfase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j. is er geen belemmering. Bij een uitkomst van stikstofdepositie boven 0,00 mol/ha/jr. zal verder bepaald moeten worden welke opties er mogelijk zijn tot het verkrijgen van een vergunning, zie ook de bijlage die hier verder op ingaat.
Hoofdstuk 4
33
Doorwerking plangebied De volgende Natura-2000 gebieden zijn in de directe omgeving van het planvoornemen gelegen: Kennemerland Zuid, op circa 2500 m (stikstof gevoelige habitats); Noord-Hollands Duinreservaat op circa 2500 m (stikstof gevoelige habitats). Er is derhalve door BK Bouw- & milieuadvies een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen, de belangrijkste conclusies worden hieronder vermeld. In het onderzoek is een analyse uitgevoerd naar de stikstofanalyse. Hieruit blijkt dat de NOX uitstoot in de toekomstige gebruiksfase 38,1 kg bedraagt en er 81,08 kg NOx wordt uitgestoten tijdens de bouwfase (per jaar). De Aerius calculator laat zien dat in zowel de bouw- als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op de Natura-2000 gebieden. Er zijn namelijk geen rekenresultaten, hoger dan 0,00 mol/ha/j.
Hoofdstuk 4
34
5.
JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.
5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2 Plansystematiek Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de ontwikkelingen zoals beschreven in hoofdstuk 2 juridisch-planologisch mogelijk te maken. De regels en de verbeelding zijn zodanig opgesteld dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvoor een juridisch kader bieden. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4.
inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels.
Hoofdstuk 1: inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit de begripsbepalingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van diverse in het bestemmingsplan gebruikte begrippen/termen. De begripsbepalingen zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlakten, percentages, hoogte, diepte, breedte en dergelijke. Hiermee kan op een eenduidige manier toepassing worden gegeven aan de regels.
Hoofdstuk 5
35
Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen opgenomen (enkel- en dubbelbestemmingen). De opbouw van de bestemmingen is als volgt (met dien verstande dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten): bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Ook kunnen aanduidingen die betrekking hebben op het gebruik (functieaanduidingen) zijn opgenomen. Middels deze functieaanduidingen is een specifiek gebruik ter plaatse bestemd of uitgesloten. Daarnaast wordt in de regels per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd. Dit wordt eventueel met een bouwvlak en aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering (maximale goot- en of bouwhoogte, bebouwingspercentage) op de verbeelding aangeven. In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven.
Hoofdstuk 3: algemene regels Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Deze bestaan uit de volgende onderdelen: anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. algemene bouwregels: hier zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Daarnaast zijn regels opgenomen ten aanzien van bestaande afstanden en andere maten ingeval van strijdigheid met de nieuwe bestemmingsregels. Ook is hierin geregeld wanneer overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwdelen is toegestaan. algemene gebruiksregels: in deze regels is opgenomen welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig gebruik worden beschouwd. algemene aanduidingsregels: hier zijn regels opgenomen, die van toepassing zijn ter plaatse van enkele in het plan opgenomen gebiedsaanduidingen. Deze aanduidingen zijn bestemmingsoverschrijdend en kunnen dus van toepassing zijn binnen meerdere bestemmingen. overige regels: in deze regels zijn de parkeernormen van de gemeente geregeld.
Hoofdstuk 5
36
5.3 Bestemmingen Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemmingen. Artikel 3 Groen Deze bestemming is toegekend aan de openbare groenstructuren en groen van enige omvang en betekenis. Binnen de bestemming Groen zijn groenvoorzieningen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘nutsvoorziening’ is tevens een gebouw ten behoeve van nutsvoorzieningen toegestaan. Artikel 4 Verkeer De ontsluitingswegen hebben binnen het plangebied de bestemming ‘Verkeer’. Binnen de bestemming ‘Verkeer’ zijn wegen, straten, paden en parkeerplaatsen toegestaan. Alsmede voor de daarbij behorende groenvoorzieningen, waterpartijen en straatmeubilair. Gebouwen binnen deze bestemming zijn niet toegestaan, met uitzondering van bestaande gebouwen. Artikel 5 Wonen De in het plangebied geprojecteerde woningen, met daarbij behorende tuinen en erven zijn voorzien van de bestemming Wonen. Het aantal woningen mag per bouwvlak de aangegeven maximum niet overschrijden. De maximale bouw- en goothoogte van de woningen zijn respectievelijk 10 en 7 meter. Aan- uit- en bijgebouwen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat de maximum oppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van het erf, met een maximum van 70 m2. Erf- en terreinafscheidingen mogen zowel voor als achter de voorgevelrooilijn 2 meter bedragen. Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen 4 meter bedragen.
Artikel 6 Leiding – Hoogspanning De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het aanleggen en in standhouden van ondergrondse hoogspanningsleidingen. Binnen deze zone mag uitsluitend gebouwd worden ten behoeve van de hoogspanningsverbinding. Onder voorwaarden is het mogelijk middels een omgevingsvergunning hiervan af te wijken. Tevens is een vergunningstelsel opgenomen voor een aantal categorieën van werkzaamheden. Artikel 7 Leiding – Water In het vigerende bestemmingsplan ‘Velsen-Noord’ is voor de bestaande waterleiding aangeduid met de daarbij behorende beschermingszone. Binnen deze zone mag uitsluitend gebouwd worden ten behoeve van de waterleiding. Onder voorwaarden is het mogelijk middels een omgevingsvergunning hiervan af te wijken.
Hoofdstuk 5
37
6.
UITVOERBAARHEID 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan diverse instanties. Deze instanties zijn per mail of elektronische portalen benaderd met het verzoek te reageren. Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 22 mei 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn vijf inspraakreacties ingediend. In een separate inspraaknota zijn deze reacties van een antwoord voorzien. Deze inspraaknota is als bijlage toegevoegd aan onderhavige toelichting. In de inspraaknota zijn tevens de wijzigingen samengevat in het bestemmingsplan ten aanzien van de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. Vaststelling Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 5 februari 2021 tot en met 18 maart 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is één zienswijze bij de gemeenteraad ingediend. De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging in het bestemmingsplan. De zienswijze en de beantwoording hiervan is opgenomen in een separate nota zienswijzen. Deze is als bijlage toegevoegd aan deze toelichting. Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan zes weken ter visie gelegd.
Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Participatie De plannen zijn gepresenteerd aan het Wijkplatform in Velsen-Noord. Daarnaast heeft er een openbare informatiebijeenkomst plaatsgevonden. De informatie en feedback uit deze sessies is meegenomen in het definitieve plan. Tijdens de termijn terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zal er een informatieavond georganiseerd worden, met dien verstande dat naar de mogelijkheden wordt gekeken in verband met de maatschappelijke ontwikkelingen omtrent COVID-19.
6.2 Financiële uitvoerbaarheid Uitvoerbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. De ontwikkeling is hiermee financieel uitvoerbaar.
Hoofdstuk 6
38
Kostenverhaal Wanneer met een omgevingsvergunning een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Aangezien in voorliggend geval het kostenverhaal is vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer, kan de vaststelling van een exploitatieplan achterwege blijven. In deze anterieure overeenkomst is tevens de afwenteling van eventuele planschade claims geborgd.
Hoofdstuk 6
39
bestemmingsplan "De Schouw"
Status: vastgesteld 46
bestemmingsplan "De Schouw"
Bijlagen bij toelichting
Status: vastgesteld 47
bestemmingsplan "De Schouw"
Bijlage 1 Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Status: vastgesteld 48
Advies
: Ladder voor duurzame verstedelijking woningen De Schouw Velsen-Noord
Datum Opdrachtgever
9 juli 2018 Delta Onroerend Goed B.V.
Ter attentie van Projectnummer
De heer P. Schram P00247
Opgesteld door
Geert Welten en Maartje Verhulst
1. Aanleiding Initiatief Op 24 november jl. hebben Delta Onroerend Goed en de gemeente Velsen een intentieovereenkomst getekend, die de start inluidde van de herontwikkeling van de locatie ‘De Schouw’ in Velsen-Noord. Het conferentiecentrum De Schouw heeft haar deuren reeds jaren geleden gesloten, en is al vele jaren in verval. In januari 2018 heeft een grote brand het conferentiecentrum in de as gelegd. Het plan is om het congrescentrum en de oude woning aan de Grote Hout- of Koningsweg te slopen en een woningbouwproject te starten op het voormalige Hoogovens conferentiecentrum. In dit plan zijn vooralsnog 36 koopwoningen voorzien. Tabel 1.1: Programma woningbouw1
Aantal woningen
Typologie woningen
Prijssegment
36
Eengezins rijtjeswoningen
Koop
Locatie Velsen-Noord is een dorp in de gemeente Velsen. Velsen-Noord is het enige gedeelte van de gemeente dat aan de noordoever van het Noordzeekanaal ligt. De verbinding tussen VelsenNoord en IJmuiden vindt plaats via de pont, de Velsertunnel en de sluizen. Het plangebied, gelegen in de Gildenwijk, wordt omsloten door een aantal wegen, te weten de Wenckebachstraat, de Grote Hout- of Koningsweg, de Bleyenhoevelaan en een klein stuk Schulpweg. De Gilden- en Westenwijkbuurt liggen ten noorden van de spoorlijn en worden van elkaar gescheiden door de Grote Hout- of Koningsweg, de hoofdontsluitingsroute voor dit deel van Velsen-Noord en het zuidelijk gelegen bedrijfsterrein.
1
Plancapaciteit.nl
Bestemming Het vigerende bestemmingsplan voor de planlocatie betreft ‘Velsen Noord’ en is op 26 november 2011 vastgesteld. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ Figuur 1.1: Planlocatie De Schouw Velsen-Noord
2. “Ladder voor duurzame verstedelijking” In de ladder voor duurzame (art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) (hierna: “de ladder”) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking, moet voldoen aan de systematiek van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument, waaraan iedere nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ (art. 1.1.1. Bro) moet worden getoetst. Per 1 juli 2017 het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt beschreven: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Navolgend wordt getoetst of het initiatief voor 36 woningen aan de Bleyenhoevelaan in VelsenNoord geldt als nieuwe stedelijke ontwikkeling.
3. Opzet onderzoek Ruimtelijk-functioneel onderzoek Het antwoord op de hoofdvraag uit dit onderzoek wordt verkregen door middel van ruimtelijkfunctioneel onderzoek, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling wordt onderzocht binnen het verzorgingsgebied. Met de resultaten van het onderzoek is de ladder voor duurzame verstedelijking (“ladder”) doorlopen.
Voor het bepalen van de behoefte (kwantitatief) en de vergelijking met het actuele aanbod is er onder andere gekeken naar: Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 t/m 2020 (2016) Structuurvisie Velsen (2016) Woonvisie 2025 (2011) Woningmarkt- en woonwensenonderzoek gemeente Velsen 2009 Leeswijzer rapport In de volgende paragraaf wordt bij wijze van conclusie de onderzoeksvraag beantwoord en wordt de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De elementen waaruit de conclusie is opgebouwd komen aan de orde in de bijlage. In bijlage 1 wordt de kwantitatieve behoefte verkend binnen het verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling. Dit wordt opgevat als de relevante regio in het kader van de ladder-toets. In bijlage 2 is de kwalitatieve onderbouwing van het initiatief uitgewerkt.
4. Conclusie ladder duurzame verstedelijking Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling De beoogde ontwikkeling aan de Bleyenhoevelaan in Velsen-Noord betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling, want het betreft de mogelijke kwantitatieve toevoeging van meer dan 12 woningen. Dit blijkt uit de volgende gegevens: 1. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ Op basis van dit bestemmingsplan is wonen op de locatie niet toegestaan. 2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om 36 woningen te bouwen aan de Bleyenhoevelaan in Velsen-Noord kan onder deze definitie worden geschaard, gezien het hier gaat om de ontwikkeling van een (afgebrand) conferentiecentrum naar een woningbouwlocatie. 3. Omdat het om de toevoeging gaat van 36 nieuwe woningen, kan het initiatief gekwantificeerd worden als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio. Hiervoor kijken we naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen.
In dit behoefteonderzoek gaat het om de regio IJmond / Zuid-Kennemerland. Uit de verhuisbewegingen blijkt dat in de gemeente Velsen 58% van de verhuisbewegingen binnen de gemeente plaatsvindt. Deze markt is dus redelijk lokaal. Toch is er ook een sterke relatie met Haarlem. Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hieronder volgt een beknopte toelichting en advies. De volledige onderbouwing van de woningbehoefte is opgenomen in bijlage 1 en 2 van deze notitie. Met een afnemende huishoudensomvang en het groeiende huishoudensaantal neemt de kwantitatieve woningbehoefte toe in de gemeente Velsen. Als afgeleide van de bevolkingsen huishoudensontwikkeling bedraagt een raming van de kwantitatieve woningbehoefte in Velsen tot 2040 volgens de provincie Noord-Holland circa 1.900 woningen.
Vanuit het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 – 2020 wordt gesteld dat het gewenste bouwprogramma voor Velsen 872 woningen betreft tot 2020. De bandbreedte betreft hier 20%. In het uiterste geval mogen er tot 2020 circa 1.050 woningen worden toegevoegd. Momenteel hebben 919 woningen een harde plancapaciteit en is er nog ruimte om de bandbreedte op te vullen. Op basis hiervan is te concluderen dat er kwantitatief behoefte is aan dit initiatief. In het initiatief is opgenomen dat de 36 geplande woningen allen eengezinsrijtjeswoningen betreffen. Hiervan worden alle woningen afgezet in de koopsector. Vanuit zowel het beleid van de regio als het beleid van de gemeente blijkt dat er veel behoefte is naar koopwoningen. In Velsen-Noord is nu momenteel sprake van een gelijke mix aan eengezins- en meergezinswoningen en is er over het algemeen iets minder koop dan huur. In zowel de koop- als huursector is er een goedkope voorraad.
Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ Het voormalig congrescentrum ligt in een bosplantsoen aan de rand van de Gildenwijk. De Gildenwijk ligt aan de oostzijde van de Bleyenhoevelaan en is voorzien van een klein aantal woningen. Dit maakt dat, gelet op de huidige ruimtelijke structuren en bebouwing rondom het plangebied en de ter plaatse geldende bestemmingen, wordt geconcludeerd dat het plangebied in het bestaand stedelijk gebied ligt.
Bijlage 1: Onderbouwing kwantitatieve woningbouwbehoefte B1.1 Relevante regio: IJmond-Kennemerland De actuele relevante regio is het gebied waarbinnen vraag en aanbod van woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarktafbakening verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen / migratiestromen binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats. Wanneer gekeken wordt naar de verhuisstromen (CBS, 2017) blijkt dat meer dan de helft van de verhuizingen plaatsvindt binnen de gemeente Velsen zelf (58%). Daarnaast komt er nog een aanzienlijk gedeelte uit Haarlem (15%) en Amsterdam (4%). De woningmarktregio waarin Velsen valt, heet IJmond en bestaat uit Beverwijk en Heemskerk. Binnen de regio vindt 62% van de verhuisbewegingen plaats. Een iets grotere regio is de regio IJmond / Zuid-Kennemerland. Hierin vallen – naast de regio IJmond – ook de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede c.a., Heemstede en Zandvoort. 81% van de verhuisbewegingen vindt in deze regio plaats. Tabel 1: Verhuisbewegingen binnen en tussen Velsen2 Verhuisbewegingen
2016
2015
2014
2013
2012
2011
Binnen gemeente Velsen (58%)
3.666
3.585
3.347
3.676
3.289
3.057
Tussen gemeenten en Velsen
2.661
2.613
2.355
2.148
1.981
1.930
Totaal
6.327
6.198
5.702
5.824
5.270
4.987
Tabel 2: Verhuisbewegingen naar Velsen (top 10) – blauw is woningmarktregio IJmond-Kennemerland3 Verhuisbewegingen van … naar Velsen
Aantal
Percentage
Haarlem
972
15%
Amsterdam
276
4%
Beverwijk
180
3%
Heemskerk
84
1%
Bloemendaal
78
1%
Haarlemmermeer
72
1%
Zaanstad
65
1%
Haarlemmerliede en Spaarnwoude
44
1%
Zandvoort
41
1%
Heemstede
39
1%
Voor de kwalitatieve en kwantitatieve analyse van de vraag wordt daarom gekeken naar de regio IJmond-Kennemerland. Amsterdam wordt buiten beschouwing gelaten, omdat dit een woningmarktregio op zichzelf is.
2 3
CBS 2017 CBS 2017
B1.2 Kwantitatieve behoefte In deze paragraaf is de behoefte (vraagontwikkeling) van de gemeente Velsen en de woningmarktregio IJmond + Hilversum in beeld gebracht. De kwantitatieve behoefte wordt bepaald door de woningvraag in de marktregio. Dit is gedaan aan de hand van de Prognose 2017 – 2040 van de provincie Nood-Holland. De vraagbehoefte is afgezet tegen het aanbod binnen de regio en gemeente, om zo aan te kunnen geven of er nog ruimte is voor de ontwikkeling van extra woningen. Bevolkings- en huishoudensprognose De gemeente Velsen telt circa 67.619 inwoners4. Volgens de bevolkingsprognoses van de provincie Noord-Holland blijkt dat het inwoneraantal van zowel Velsen, regio IJmond en Hilversum flink zal stijgen in 2040 ten opzichte van 2017. Vanuit de Woonvisie 2025 valt te concluderen dat Velsen iets meer vergrijsd is dan het landelijk en provinciaal gemiddelde. De verwachting is dat deze vergrijzing zich voortzet. Het aandeel 65‐plussers zal nog fors toenemen, van 18% nu naar 27% in 2040. Opmerkelijk is echter dat het aantal 25‐49-jarigen slechts beperkt afneemt. Dit hangt samen met een verwachte instroom van mensen van buiten, omdat er aangenomen is dat er in Velsen meer gebouwd kan worden dan nodig is voor de eigen bevolking. Tabel B1.1 Bevolkingsprognose Velsen, regio IJmond en regio Zuid-Kennemerland 5 2017
2020
2030
2040
Verschil
Velsen
67.500
68.200
69.400
70.900
+3.400
Regio IJmond
147.400
149.100
153.500
155.400
+7.900
Regio Zuid-Kennemerland
231.900
236.200
248.800
258.000
+26.100
Wat betreft huishoudensprognose laten alle onderzochte gebieden een stijging van het aantal huishoudens zien. Ook in de Woonvisie 2025 wordt deze stijging benoemd, als gevolg van de gezinsverdunning. Aangezien huishoudens de vraag op de woningmarkt uitoefenen neemt hierdoor de vraag naar woningen toe, ondanks dat het aantal personen zal gaan afnemen. Tabel B1.2 Huishoudensprognose Velsen, regio IJmond en regio Zuid-Kennemerland 6 2017
2020
2030
2040
Verschil
Velsen
30.800
31.400
32.300
32.800
+2.000
Regio IJmond
66.800
68.200
70.700
75.900
+5.200
Regio Zuid-Kennemerland
110.400
113.600
121.000
126.100
++15.700
Kwantitatieve woningbehoefte Met een afnemende huishoudensomvang en het groeiende huishoudensaantal neemt de kwantitatieve woningbehoefte toe in de gemeente Velsen. Als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling bedraagt een raming van de kwantitatieve woningbehoefte in Velsen tot 2040 volgens de provincie Noord-Holland circa 1.900 woningen.
4
CBS (2018). Bevolking. Noord-Holland (2017). Bevolkingsprognose 2017 – 2040 6 Noord-Holland (2017). Bevolkingsprognose 2017 – 2040 5
Tabel B1.3 Ontwikkeling woningbehoefte Velsen, regio IJmond en regio Zuid-Kennemerland7 2017
2020
2030
2040
Verschil
Velsen
30.800
31.400
32.300
32.700
+1.900
Regio IJmond
67.300
68.700
71.200
72.400
+5.100
Regio Zuid-Kennemerland
109.100
112.200
119.800
124.800
+15.700
Kwantitatief aanbod In het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 – 2020 wordt gesteld dat een woningbouwprogramma van 8.100 woningen (met een bandbreedte van 20%) gewenst zijn voor de periode 2016 t/m 2020 om in de woningbehoefte te kunnen voorzien is in de regio IJmond / Zuid-Kennemerland. Dit is de centrale opgave voor de regio in de komende RAP-periode. Omdat zowel op de korte als op de lange termijn een tekort aan plancapaciteit dreigt, wordt de komende periode gezocht naar extra plancapaciteit in de hele regio. Kijkende naar de meest actuele plancapaciteit die door de regio wordt bijgehouden8, dan blijkt dat er weinig ruimte is in de plancapaciteit. Tabel B1.4 Plancapaciteit regio IJmond en regio Zuid-Kennemerland9
Totale nieuwbouw Plancapaciteit
Uitgesplitst naar
Fasering
IJmond
Zuid-Kennemerland
4.185
14.848
Nog te slopen
890
1.270
Saldo (netto)
3.295
13.578
Harde plancapaciteit
1.704
4.412
Zachte plancapaciteit
2.341
10.107
Onbekend
140
329
2016
192
-
2017-2019
2.014
6.328
2020-2024
972
5.023
> 2025 onbekend
0
0
1.007
3.497
De totale vraag in Velsen bedraagt volgens de provincie Noord-Holland circa 1.900 woningen. In de regio ligt dit aantal voor IJmond op 5.100 en voor Zuid-Kennemerland op 15.700 inwoners. Vanuit de plancapaciteit bezien staan er in Velsen in totaal 2.816 woningen op de planning en worden er 752 woningen onttrokken. Dit betekent dat er per saldo 2.064 woningen worden toegevoegd. Dit is nog altijd meer dan de beoogde 1.900 woningen. Iets meer dan de helft van de plannen heeft een harde status. In de periode tot 2020 worden er circa 920 woningen toegevoegd.
Noord-Holland (2017). Bevolkingsprognose 2017 – 2040 https://www.plancapaciteit.nl/map.do (Plancapaciteit Noord-Holland 2017) 9 Noord-Holland (2017). Bevolkingsprognose 2017 – 2040 7 8
Tabel B1.5 Plancapaciteit gemeente Velsen Velsen Totale nieuwbouw Plancapaciteit
Uitgesplitst naar
2.816
Nog te slopen
752
Saldo (netto)
2.064
Harde plancapaciteit
1.548
Zachte plancapaciteit
1.268
Onbekend
Fasering harde plancapaciteit
2017-2019
919
2020-2024
468
2025-2030
33
2030-2050
0
onbekend
128
Confrontatie kwantitatieve vraag en aanbod Vanuit het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 – 2020 wordt gesteld dat het gewenste bouwprogramma voor Velsen 872 woningen betreft tot 2020. De bandbreedte betreft hier 20%. In het uiterste geval mogen er tot 2020 circa 1.050 woningen worden toegevoegd. Momenteel hebben 919 woningen een harde plancapaciteit en is er nog ruimte om de bandbreedte op te vullen. Op basis hiervan is te concluderen dat er kwantitatief behoefte is aan dit initiatief. Tabel B1.6 Gewenst woningbouwprogramma regio IJmond / Zuid-Kennemerland
Bijlage 2:
Onderbouwing kwalitatieve woningbehoefte
B2.1 Kwalitatieve vraag Kwalitatieve behoefte Regio IJmond / Zuid-Kennemerland Bureau RIGO heeft in opdracht van de regio Zuid-Kennemerland / IJmond de woningbehoefte voor 2025 berekend. Om een analyse te kunnen maken van eventuele tekorten per segment is die berekende behoefte vergeleken met de woonsituatie in 2015. De resultaten uit dit onderzoek zijn opgenomen in het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 – 2020. Tabel B2.1 Ontwikkeling woningvoorraad Velsen, regio IJmond en regio Zuid-Kennemerland 10
Uit bovenstaande tabel valt op te maken dat de toename van de woningbehoefte zich uitsluitend zal voordoen in de koopsector. Als gevolg van demografische ontwikkelingen (vergrijzing) en de verwachte ontwikkeling van de doelgroepen wordt voor de sociale huursector in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond een kleine afname verwacht van ongeveer -2%. De belangrijkste oorzaak voor deze afname ligt in het feit dat een aanzienlijk aandeel van de sociale huurwoningen op dit moment worden bewoond door ouderen. De ouderen van 2025 zullen relatief minder vaak in de huurwoning wonen dan de ouderen van nu. Bovendien zal deze groep op termijn, door overlijden of verhuizing naar verpleeginstellingen, geen beroep meer doen op de sociale huursector. Aan de andere kant zijn de (inkomens)eisen om toe te treden tot de sociale huursector strenger geworden, wat nieuwe aanwas beperkt. Bij de berekening van de woningbehoefte past een belangrijke kanttekening: de berekening houdt geen rekening met de bestaande fricties op de woningmarkt (zoals het huidige tekort aan sociale huurwoningen) en de verwachte extra instroom van statushouders en andere groepen in de samenleving die in toenemende mate in de sociale huur moeten worden gehuisvest. Daarom vindt de regio het noodzakelijk om het aantal sociale huurwoningen de komende jaren minimaal op gelijk niveau te houden.
In het Regionaal Actieprogramma Wonen is o.a. voor de gemeente Velsen een ontwikkelingsrichting opgenomen voor het gewenste regionale bouwprogramma. Hierin wordt gesteld dat er
10
Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 - 2020
in het huursegment per saldo geen afname van de voorraad wordt voorzien en dat in de koopsector per saldo voor betaalbare koop een lichte procentuele toename van de voorraad plaatsvindt (0 – 25%) en dat voor de middeldure en dure koopcategorie er een sterke procentuele toename van meer dan 25% plaatsvindt. Figuur B2.1 Ontwikkelingsrichting gewenst regionaal bouwprogramma
Structuurvisie Velsen Velsen-Noord - oorspronkelijk een bebouwingslint in de binnenduinrand - is sinds de komst van het Noordzeekanaal uitgegroeid tot een arbeiderswijk voor Tata Steel. Het dorp is een symbool van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Velsen-Noord heeft een goede ontsluiting via de A22, ligt dichtbij het station en het voorzieningencentrum van Beverwijk en er is veel werkgelegenheid in de nabijheid. Er zijn veel betaalbare (huur)woningen aanwezig en een belangrijke opgave voor het dorp is het blijven verbeteren van de bestaande woningvoorraad in de wijk en het blijven investeren in de leefbaarheid. Dat kan onder meer door in het kader van de aanpassing van de Velsertraverse kansen te benutten om de groene leefomgeving verder te verbeteren. Ook het verbeteren van de fysieke verbinding met Beverwijk en een hoge frequentie van de pont naar Velsen-Zuid in combinatie met het realiseren van een snelfietsroute (tussen Heemskerk, via Velsen-Noord, Velsen-Zuid naar Haarlem-Noord) dragen bij aan de aantrekkelijkheid van het dorp.
Woonvisie Velsen 2025 Volgens de Woonvisie moet Velsen zich kunnen profileren, zowel qua woningaanbod, stedenbouwkundige verschijningsvorm als qua woonsfeer. Velsen moet zich de komende jaren hoofdzakelijk richten op het stedelijk wonen in stedelijke woonmilieus voor de genoemde stedelijk georiënteerde huishoudens. Velsen-Noord kent daarentegen een landelijk/dorps woonmilieu, waarbij de nadruk ligt op het ‘afronden’ van de kernen. Het gaat dan om invullen van bouwlocaties naar het dorpse karakter, niet over verstedelijking en grootschalige uitbreiding. In IJmuiden en Velsen‐Noord is de gemeente - gezien de huidige opbouw van de woningvoorraad - zeer terughoudend met het toevoegen van kleine woningen (woonoppervlak minder dan 80 m2). In de woonvisie is per wijk aangegeven wat de huidige stand van zaken is en wat de ontwikkelrichting naar 2025 is. Uit onderstaande tabel blijkt dat er voornamelijk gefocust zal worden op een jonge doelgroep (jongeren/studenten en jonge gezinnen). Figuur B2.1 Ontwikkelingsrichting Velsen-Noord
Kwalitatief aanbod De gemeente Velsen kent 30.820 woningen. Iets meer dan de helft van die woningen (54%) betreft koopwoningen. Het overige gedeelte bestaat uit huurwoningen, waar sociale huur (35%) beduidend meer voorkomt dan particuliere huur (11%). Ook bestaat de woningvoorraad uit meer eengezinswoningen (61%) dan meergezinswoningen (39%). Bijna de helft van alle woningen bestaat uit eengezinskoopwoningen (46%). Een ander aanzienlijk deel bestaat uit meergezinshuurwoningen (30%).
Plancapaciteit IJmond, uitgesplitst naar type
Kennemerland (excl. Haarlem), uitgesplitst naar type
Het initiatief betreft hier grondgebonden woningen. Voor de plannen die voor de regio IJmond en Kennemerland is voor een kwart onbekend wat voor type woningen er gebouwd gaan wonen. In beide regio’s is meer dan de helft van de woningen bestempeld als gestapelde woningen. Tabel B2.1 Samenstelling woningvoorraad naar segment en type11
Aantal woningen
30.820
Koopwoningen
54%
Huurwoningen
46%
-
Sociale huur
35%
-
Particuliere huur
11%
Eengezinswoningen
61%
Meergezinswoningen
39%
Confrontatie kwalitatieve vraag en aanbod In het initiatief is opgenomen dat de 36 geplande woningen allen eengezinsrijtjeswoningen betreffen. Hiervan worden alle woningen afgezet in de koopsector. Vanuit zowel het beleid van de regio als het beleid van de gemeente blijkt dat er veel behoefte is naar koopwoningen. Daarnaast wordt er met het gemeentelijke beleid ingezet op de jongere doelgroepen. Deze jongere doelgroepen zijn voornamelijk op zoek naar eengezinswoningen en een rijwoning kan daarom passend zijn voor deze jongere doelgroepen.
11
Syswov (2016). Woningvoorraad
bestemmingsplan "De Schouw"
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
Status: vastgesteld 61
BK Bouw- & Milieuadvies B.V. Daltonstraat 30D Postbus 3064 3301 DB Dordrecht 088 321 25 10 info@bkmilieuadvies.nl www.bkmilieuadvies.nl
Akoestisch onderzoek wegverkeer Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord
Opdrachtgever:
Delta Onroerend Goed B.V. Olieweg 1 1951 NH Velsen-Noord
Projectnummer:
194920
Versienummer:
1.0
Plaats, datum:
Dordrecht, 8 april 2020
Auteur:
ing. K.W. Romijn
Paraaf:
Controleur:
ing. D.C. Blokland
Paraaf:
BANK NL45ABNA0586840729 KVK 24459961 BTW NL820721141B01 Gecertificeerd volgens ISO 9001
BK Bouw- en Milieuadvies pagina 2 van 9
Inhoudsopgave
pagina 1 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 3 1.1 Gegevens................................................................................................................................................................................................ 3 2 Uitgangspunten ............................................................................................................................................................................................. 4 2.1 Situatie .................................................................................................................................................................................................... 4 3 Normstelling ................................................................................................................................................................................................... 6 3.1 Geluidnormen Wet geluidhinder .................................................................................................................................................
6 3.2 Aftrek artikel 110 Wgh ..................................................................................................................................................................... 6 4 Rekenresultaten ............................................................................................................................................................................................. 7 5 Conclusies ........................................................................................................................................................................................................ 9
Bijlagen 1 2 3
Invoergegevens Rekenresultaten Figuren
Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord Akoestisch onderzoek wegverkeer | 194920 | 8 april 2020
BK Bouw- en Milieuadvies pagina 3 van 9
1
Inleiding
Algemeen In opdracht van Delta Onroerend Goed heeft BK Bouw- & Milieuadvies een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van 36 woningen gelegen aan de Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord. Aanleiding Aanleiding van het onderzoek is een procedure in het kader van de Wabo. Doel In het kader van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting ten gevolge van zoneringsplichtige bronnen ter plaatse van het project inzichtelijk te worden gemaakt. Het plangebied is gelegen binnen de zone van een geluidgezoneerd industrieterrein en diverse wegen. Voorliggende rapportage gaat in op geluid ten gevolge van de omliggende wegen. Voor het bepalen van de geluidbelasting ten gevolge van industrielawaai zijn de benodigde gegevens opgevraagd bij de omgevingsdienst. Na aanlevering van deze gegevens zal het onderzoek hierop worden aangevuld. Dit rapport is van toepassing op de situatie zoals beschreven in de volgende hoofdstukken. Wijzigingen in het plan, de omgeving en/of de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn, kan van invloed zijn op de beschreven resultaten en conclusie.
1.1
Gegevens
Ten behoeve van het voorliggend onderzoek is gebruikgemaakt van de volgende gegevens: 1. Reken- en Meetvoorschrift geluid juni 2012. 2. Kadaster online voor de benodigde gegevens. 3. Verkeersgegevens conform opgave van de Omgevingsdienst IJmond.
Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord Akoestisch onderzoek wegverkeer | 194920 | 8 april 2020
BK Bouw- en Milieuadvies pagina 4 van 9
2
Uitgangspunten
2.1
Situatie
In afbeelding 1 is het plangebied weergegeven met betrekking tot de realisatie van 36 woningen op de locatie Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord. afbeelding 1: situatie
Wegverkeer
Op grond van de Wet geluidhinder heeft iedere weg een zone aan weerszijden, tenzij: • de weg is gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; • de maximumsnelheid van de weg 30 km/uur bedraagt. De breedte van de zone is afhankelijk van de inrichting van die weg (artikel 74 Wgh). Indien een geluidgevoelige bestemming wordt gerealiseerd binnen de zone dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het bouwplan is gelegen binnen de zone van de Wenckebachstraat, Breedbandweg, Grote Hout- of Koningstraat, Duinvlietstraat en Stratingplantsoen. Op grond van de Wet geluidhinder is het stelsel van zonering van wegen erop gebaseerd dat de geluidbelasting van de gevel van een geluidgevoelig object dat is gelegen binnen de zone van meerdere wegen, per weg wordt bepaald. In het kader van goede ruimtelijke ordening is tevens de geluidbelasting van de Bleijenhoevelaan, Schulpweg, Gildenlaan en Kruisbeeklaan bepaald. Voor het aanbrengen van geluidwerende gevelvoorzieningen dient echter uitgegaan te worden van het cumulatieve effect, dus de gezamenlijke geluidbelasting van de wegen, zonder aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Voor het akoestisch onderzoek is de Standaard-rekenmethode II (RMG,2012) toegepast. De rekenvoorschriften zijn verwerkt in een computerprogramma van DGMR, Geomilieu 5.10.
Gelet op de Wet geluidhinder dient voor het berekenen van de geluidbelasting van een weg uitgegaan te worden van een maatgevende verkeersintensiteit, dat wil zeggen een etmaalintensiteit zoals die binnen tien jaar wordt verwacht. Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord Akoestisch onderzoek wegverkeer | 194920 | 8 april 2020
BK Bouw- en Milieuadvies pagina 5 van 9
De verkeersgegevens zijn ontleend aan een opgave van Omgevingsdienst IJmond. Van de Bleijenhoevelaan, Gildenlaan, Kruisbeeklaan en Schulpweg (30 km/uur wegen) zijn geen intensiteiten bekend. Hiervoor is een aanname gedaan van maximaal 400 mvt/etmaal.
Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord Akoestisch onderzoek wegverkeer | 194920 | 8 april 2020
BK Bouw- en Milieuadvies pagina 6 van 9
3
Normstelling
3.1
Geluidnormen Wet geluidhinder
Bij de beoordeling van een (toekomstige) akoestische situatie worden normen gehanteerd, zoals vermeld in de Wgh. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat de voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. Indien de voorkeursgrenswaarde wel, maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, kan door de Gemeente, mits voldaan wordt aan bepaalde criteria, ontheffing worden verleend tot een maximumwaarde. De geluidbelasting wordt uitgedrukt in een gemiddeld geluidniveau (Lden). De voorkeursgrenswaarden en de maximale ontheffingswaarden in het geval van wegverkeer in stedelijk en in buitenstedelijk gebied staan in tabel 1 weergegeven. De tabel heeft betrekking op een bestaande weg en nieuw te projecteren geluidgevoelige bestemmingen. tabel 1: voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde wegverkeerslawaai Situatie
Geluidgevoelige bestemmingen
Binnenstedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
Voorkeursgrenswaarde
Maximale ontheffingswaarde
Woningen, onderwijsgebouwen en ziekenhuizen / verpleeghuizen
48 dB
63 dB
Andere gezondheidszorggebouwen
48 dB
53 dB
Woonwagenstandplaatsen
48 dB
53 dB
Andere geluidgevoelige terreinen
48 dB*
58 dB
Vervangende nieuwbouw (woningen)
48 dB
68 dB
Woningen, onderwijsgebouwen en ziekenhuizen / verpleeghuizen
48 dB
53 dB
Andere gezondheidszorggebouwen
48 dB
53 dB
Woonwagenstandplaatsen
48 dB
53 dB
Andere geluidgevoelige terreinen
48 dB*
58 dB
Vervangende nieuwbouw (woningen)
48 dB
58 dB
*Met uitzondering voor terreinen bij andere gezondheidszorggebouwen (voorkeursgrenswaarde 53 dB)
3.2
Aftrek artikel 110 Wgh
Op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder mogen de berekende geluidbelastingen gecorrigeerd worden door de verwachting dat het verkeer in de toekomst stiller wordt. De artikelen 3.4 en 3.5 zijn van toepassing. De aftrek voor het toekomstig stiller worden van het wegverkeer (artikel 3.4) bedraagt 2 dB voor de wegen waar de snelheid hoger is dan 70 km/uur en 5 dB voor de overige wegen (< 70 km/uur). Deze correctie houdt verband met de verwachting dat het verkeer in de toekomst stiller zal worden door technische ontwikkelingen en aanscherping van het type keuringseisen. De aftrek voor het toekomstig stiller worden van banden (artikel 3.5) is alleen bij snelheden van 70 km/uur en hoger toegestaan. Het te verwachten effect van de stille band is 1 of 2 dB(A), afhankelijk van het type wegdek. De grootte van de aftrek bedraagt 2 dB(A) voor de ‘gladdere’ wegdekken zoals steenmastiekasfalt (SMA), de dunne geluidreducerende deklagen (DGD’s), het dubbellaags zeer open asfaltbeton met een fijne toplaag (TLZOAB-fijn) en dicht asfaltbeton (DAB). Een aftrek van 1 dB(A) is van toepassing voor de ‘ruwere’ wegdekken zoals enkellaags en dubbellaags zeer open asfaltbeton (ZOAB, TLZOAB), uitgewassenbeton en elementenverharding.
Artikel 3.4 wordt zodanig gewijzigd dat voor wegen waar de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, de aftrek op basis van artikel 110g Wgh (art. 3.4, lid 1) als volgt bedraagt: 4 dB voor situaties waarin de geluidbelasting zonder aftrek ex artikel 110g Wgh 57 dB is; 3 dB voor situaties waarin de geluidbelasting zonder aftrek ex artikel 110g Wgh 56 dB is; 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. Bij wegen met een andere representatieve snelheid (lager dan 70 km/uur) blijft de aftrek ongewijzigd.
Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord Akoestisch onderzoek wegverkeer | 194920 | 8 april 2020
BK Bouw- en Milieuadvies pagina 7 van 9
4
Rekenresultaten
In het Geomilieu rekenmodel zijn immissiepunten ingevoerd ter plaatse van het bouwplan. Ter plaatse van de immissiepunten is de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer over de wegen berekend op de relevante hoogten boven het maaiveld. In tabel 2 zijn de hoogst berekende geluidniveaus opgenomen. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 2. tabel 2: rekenresultaten Lden (dB) incl. aftrek ex artikel 110g Wgh (afgerond naar hele getallen) Weg
Hoogte (m)
Dag
Avond
Nacht
Lden*
Lden
Wenckebachstraat
7,50
62
55
56
63
58
Breedbandstraat
7,50
53
47
47
54
49
Grote Hout- of Koningstraat
1,50
62
58
52
62
57 --
Bleijenhoevelaan
4,50
46
32
37
46
Duinvlietstraat
1,50
35
30
24
34
29
Stratingplantsoen
1,50
40
36
30
40
45
Schulpweg
7,.50
44
43
36
46
--
Kruisbeeklaan
7,50
38
25
30
38
--
Gildestraat
7,50
40
26
31
39
--
* incl. aftrek ex artikel 110 Wgh
De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Wenckebachstraat bedraagt ten hoogste 58 dB Lden (inclusief aftrek). De geluidbelasting voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Aan de maximaal toelaatbare waarde van 63 dB Lden; nieuw te bouwen woningen in binnenstedelijk gebied wordt voldaan. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Grote Hout- of Koningstraat bedraagt ten hoogste 57 dB Lden (inclusief aftrek). De geluidbelasting voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB L den. Aan de maximaal toelaatbare waarde van 63 dB Lden; nieuw te bouwen woningen in binnenstedelijk gebied wordt voldaan. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Breedbandstraat bedraagt ten hoogste 49 dB Lden (inclusief aftrek). De geluidbelasting voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Aan de maximaal toelaatbare waarde van 63 dB Lden; nieuw te bouwen woningen in binnenstedelijk gebied wordt voldaan. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Stratingsplantsoen bedraagt ten hoogste 45 dB Lden (inclusief aftrek). De geluidbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Duinvlietstraat bedraagt ten hoogste 29 dB Lden (inclusief aftrek). De geluidbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden.
De Bleijenhoevelaan, Kruisbeeklaan, Schulpstraat en Gildestraat zijn 30 km/uur wegen. Deze wegen zijn niet gezoneerd. Evenwel is in het kader van goede ruimtelijke ordening de geluidbelasting ten gevolge van deze wegen bepaald. De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Bleijenhoevelaan bedraagt ten hoogste 46 dB Lden (excl.aftrek). De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Schulpstraat bedraagt ten hoogste 46 dB Lden (excl. aftrek). De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Gildestraat bedraagt ten hoogste 39 dB Lden (excl. aftrek). De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Kruisbeekstraat bedraagt ten hoogste 38 dB Lden (excl. aftrek). De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 64 dB Lden (exclusief aftrek).
Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord Akoestisch onderzoek wegverkeer | 194920 | 8 april 2020
BK Bouw- en Milieuadvies pagina 8 van 9
Maatregelen In situaties waar nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemmingen een geluidbelasting ondervinden boven de voorkeursgrenswaarde, dient allereerst onderzocht te worden of deze geluidbelasting gereduceerd kan worden door maatregelen aan de bron of door overdrachtsmaatregelen. Voor het verminderen van het wegverkeerslawaai kan gedacht worden aan het verbeteren van het wegdektype en/of het toepassen van geluidschermen. •
Het plaatsen van een scherm langs de wegen is vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk.
•
Het verlagen van de snelheid op de Wenckebachweg, Breedbandweg en de Grote Hout- of Koningstraat valt niet te verwachten omdat dit doorgaande wegen zijn binnen de gemeente Velsen.
•
Het toepassen van dunne deklagen B geeft een reductie van circa 2,3 dB. Dit is onvoldoende doeltreffend om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Daarnaast kan dit niet worden toegepast op plaatsen met veel wringend verkeer (rotondes, kruispunten met verkeerslichten).
Na de verlening van de hogere waarde dient in het kader van de Wabo - activiteit bouwen te worden aangetoond dat de geluidwering van de gevels en het binnenniveau voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit en de Wet geluidhinder. Dit kan door middel van een onderzoek naar de geluidwering van de gevels.
Bleijenhoevelaan te Velsen-Noord Akoestisch onderzoek wegverkeer | 194920 | 8 april 2020
BK Bouw- en Milieuadvies pagina 9 van 9
5
Conclusies
De berekende geluidbelasting voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Wet geluidhinder. • De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Wenckebachstraat, Breedbandstraat, Grote Hout- of Koningstraat voldoen niet aan de voorkeursgrenswaarde, maar wel aan de maximaal toelaatbare waarde. • De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Duinvlietstraat, Stratingplantsoen voldoen aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting. • De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Bleijenhoevelaan, Schulpweg, Kruisbeekstraat en Gildestraat zijn vanuit goede ruimtelijke ordening toelaatbaar. • Het aanvragen van een hogere waarde is noodzakelijk. Deze hogere waarde zal door de Gemeente vastgesteld en gepubliceerd worden. • Na verlening van de hogere waarde dient in het kader van de bouwvergunning aangetoond te worden dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit en de Wet geluidhinder. Hiervoor is een onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk.