CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Velsen-Noord

Sessies Raadzaal 11 februari 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: 19.30 - 21.00 uur Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Velsen-Noord27.545 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Doel was te komen tot een samenhangende groenstructuur, waarbij gekomen moest worden tot een verbetering van de landschappelijke, ecologische en recreatieve kwaliteiten van het gebied. Het totale gebied was opgedeeld in 7 deelgebieden. Het meest zuidelijke deelgebied is de parkzone Wijkeroog. Onderdeel van deze parkzone is het Wijkeroogplantsoen. Met de uitvoering van het Groen- en Waterplan is een groot aaneengesloten groengebied ontstaan ; een groen lint, dat loopt van Heemskerk via Beverwijk tot aan Velsen-Noord, dat heel verschillende landschappen omvat en allerlei recreatiemogelijkheden biedt. Een nieuw stelsel van beken en fiets- en wandelpaden verbindt de gebieden met elkaar. Zo is de Scheybeek doorgezet naar het Wijkeroogplantsoen , waarbij de beek deels bestaand uit betonnen elementen uiteindelijk uitmondt in het Noordzeekanaal. De koppeling met dit kanaal is gemaakt met een vishevel; een bovengrondse waterverbinding tussen beek en kanaal, die ook voor vissen bruikbaar is. In het deelgebied Wijkerpoort heeft de waterverbinding nog een beperkt profiel met weinig groene begeleiding. Bij de definitieve ontwikkeling van de Wijkerpoort dient dit robuuster te worden uitgewerkt door aan de zijde van de Velsertraverse een royale parkstrook met water en een wandelpad te realiseren en deze via de onderdoorgang onder het viaduct te verbinden met het Wijkeroogplantsoen.

Status: vastgesteld 32

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

3.6.9 Prostitutie Per 1 oktober 2000 is het algemene bordeelverbod (artikel 250bis Wetboek van Strafrecht) opgeheven. Dit betekent dat het exploiteren van prostitutie (in bordelen of anderszins) vanaf deze datum een legale beroepsuitoefening is. Door de gemeenteraad van Velsen is in september 2000 de nota Integraal prostitutiebeleid vastgesteld. In de nota wordt aangegeven dat er een vergunningplicht is voor seksinrichtingen en dat raam- en straatprostitutie niet is toegestaan. Ruimtelijk gezien is er door de raad aangegeven dat alleen in het havengebied van Velsen maximaal 2 seksinrichtingen gevestigd mogen zijn. In de rest van de gemeente, waaronder dit plangebied, is geen seksinrichting toegestaan.

Status: vastgesteld 33

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten In dit hoofdstuk worden de relevante milieuaspecten aan de orde gesteld. Hierbij dienen aan de orde te komen het wegverkeerslawaai, geluidzones, bedrijvigheid, bodem, vervoer gevaarlijke stoffen, archeologie, de flora en de veiligheid.

4.1 Milieueffectrapportage Om het milieubelang, naast andere belangen, een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu, is sinds enkele decennia het instrument van de milieueffectrapportage (mer) in de Nederlandse wetgeving ingevoerd. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit MER is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of MER-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit MER drempelwaarden opgenomen. Omdat de drempelwaarden niet worden overschreden is er geen directe MER-plicht. Wel moet er in dergelijke gevallen een vormvrije MER-beoordeling worden opgesteld. Voor dit plan is dat ook het geval. Over het algemeen maakte de vormvrije MER-beoordeling onderdeel uit van de plantoelichting. Echter sinds 16 mei 2017 is het verplicht om bij de vormvrije MER-beoordeling in een zo vroeg mogelijk stadium een besluit te nemen over de MER-plicht. Op 26 april 2018 heeft de gemeenteraad besloten dat er voor dit bestemmingsplan geen MER-plicht geldt. De bedrijventerreinnen vallen onder categorie D11.3 van bijlage D bij het Besluit MER.

Ook al is het bestemmingsplan voornamelijk conserverend van aard, toch kan er een planMER-plicht gelden, vanwege de ontwikkelingsruimte die op het industrieterrein nog aanwezig is door braakliggende percelen. Conform wet- en regelgeving en jurisprudentie dient bij de beoordeling of sprake is van een planMER-plicht namelijk ook rekening te worden gehouden met onbenutte ruimte die wordt overgenomen uit vigerende bestemmingsplannen en eventuele afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden. Op bedrijventerrein Grote Hout en op het terrein van Nuon/Tennet is nog vrije ruimte aanwezig, waardoor er sprake is van onbenutte ruimte. De totale onbenutte (nog beschikbare) ruimte voor bedrijventerrein bedraagt in het gehele plangebied minder dan 15 hectare. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein, voor zover de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer, is mogelijk planMER-plichtig. De onbenutte ruimte blijft hier echter ruimschoots binnen, waardoor er wat categorie D11.3 betreft geen MER-plicht is voor het actualiseren van het bestemmingsplan.

Op grond van Besluit MER (bijlage lijst D 22.1) is voor de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een elektriciteitscentrale met een vermogen van 200 megawatt (thermisch) of meer, voor het vaststellen van structuurvisies en bestemmingsplannen, MER beoordelingsplichtig. In de bestaande situatie zijn de centrales van Nuon al goed voor een gezamenlijk vermogen van circa 725 MW. Er is geen sprake van een uitbreiding, evenmin zal er planologisch een verruiming plaatsvinden. Er is dus geen sprake van een MER-plicht.

Status: vastgesteld 34

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

4.2 Bedrijven en milieuhinder Een goede ruimtelijke ontwikkeling streeft naar het bevorderen van een duurzame ruimtelijke kwaliteit in een dynamische samenleving. Het is helder dat duurzame ruimtelijke kwaliteit mede richting en inhoud geeft aan het criterium "een goede ruimtelijke ordening". Een goede ruimtelijke ordening houdt ook in het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (editie 2009), het zogenaamde 'groene boekje', een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand bedrijven gesitueerd worden. Het Groene Boekje geeft adviesafstanden (zie tabel) die gemotiveerd kunnen worden toegepast bij ruimtelijke ordening. De publicatie is niet bedoeld om bestaande historisch gegroeide situaties te heroverwegen. De adviesafstanden hangen samen met gebiedskenmerken. Het is mogelijk om door middel van maatregelen overlast te beperken en daardoor af te wijken van de afstanden. In dit geval zal aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om de overlast te beperken.

Aan de hand hiervan kan dan gemotiveerd worden afgeweken van de standaard adviesafstanden. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Conclusie bedrijven en milieuzonering Het bestemmingsplan maakt geen andere functies mogelijk ten opzichte van het vorige bestemmingsplan. Er is sprake van een zonering waarbij de toegestane milieucategorie oploopt naarmate de bedrijfsbestemmingen verder van de woonbebouwing in Velsen-Noord af komt te liggen. Deze zonering is overgenomen uit het vorige bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor het bestemmingsplan.

Status: vastgesteld 35

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

4.3 Externe Veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bev-I), het beleid voor transportmodaliteiten staat beschreven in de circulaire 'Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen' (c-RNVGS inclusief het Basisnet) en het beleid met betrekking tot buisleiding is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bev-B). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 /jaarcontour (wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt van minimaal 10 personen. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N), de fN-curve. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de 1 % letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald), ofwel door de afstand waarop nog 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Nagegaan moet worden of op het gebied van externe veiligheid belemmeringen of beperkingen worden ondervonden voor het te nemen onderliggend ruimtelijk besluit 'Bestemmingsplan Velsen-Noord'. Hierbij is getoetst aan bronnen die een extern veiligheidsrisico in kunnen houden. Het gaat daarbij om de volgende risicobronnen: bedrijven, waar handelingen met gevaarlijke stoffen worden uitgevoerd; vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg; vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor; vervoer van gevaarlijke stoffen over het water; transport van gevaarlijke stoffen door een buisleiding.

Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied / 200 meter toetsingszone voor ruimtelijke maatregelen van de volgende risicobronnen: NUON Elektriciteitscentrale; hogedruk aardgastransportleidingen GasUnie; Rijksweg A22 De dichtheid in het plangebied bedraagt circa 80 personen/hectare. Risico-inventarisatie Vattenfall Elektriciteitscentrale Het betreft een inrichting waarvoor de provincie Noord-Holland het bevoegde gezag is. Uit de risicokaart blijkt dat de 10-6 /jaar PR-contour van de Vattenfall-elektriciteitscentrale niet buiten Status: vastgesteld 36

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

de inrichtingsgrenzen reikt .Onlangs (2019) heeft Vattenfall gronden binnen de inrichtingsgrenzen verkocht aan Alliander en aan Tennet. Vattenfall heeft met deze partijen afgesproken dat zij binnen de inrichtingsgrenzen geen (beperkt) kwetsbare objecten mogen oprichten. Deze afspraak is ook planologisch geborgd door opname van een verbod in artikel 3.4 van dit bestemmingsplan. Hogedruk aardgastransportleidingen GasUnie In het plangebied liggen twee aardgastransportleidingen. Dit betreft de leidingen A-538 [66,2 bar, 18 inch], A-565 [66,2 bar, 12 inch], Overeenkomstig de rekenmethodiek Bev-B zijn in 2011 en 2012 alle buisleidingen in het plangebied doorgerekend (AVIV, kwantitatieve risicoanalyse IJmond leidingen, punt 3 en 4) en (GasUnie, kwantitatieve risicoanalyse, blok I31). Uit de resultaten van beide risicoanalyses blijkt dat de buisleidingen in het plangebied geen 10-6 /jaar PR-contour hebben.

Figuur 3 buisleidingen gelegen binnen het plangebied. Het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleidingen in het plangebied ligt in alle gevallen onder de 0,1 x oriënterende waarde. Rijksweg A22 In de circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (c-RNVGS 2012) is in de bijlage het “Basisnet WEG” opgenomen. Uit de gegevens van dit basisnet (Arcadis, Eindrapportage basisnet weg, bijlage 7, p. 23, De Basisnet-tabel) blijkt dat de A22 geen 10-6 /jaar PR-contour heeft, geen plasbrandaandachtsgebied en dat het groepsrisico door de weg lager is dan de oriënterende waarde.

Status: vastgesteld 37

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Structuurvisie buisleidingen Op grond van de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 van het Rijk, moet, via het Barro, in een bestemmingsplan rekening worden gehouden met de toekomstige ontwikkeling van nieuwe buisleidingen. In de Structuurvisie is een buisleidingstrook opgenomen die door het plangebied loopt. Deze strook heeft ter plaatse een breedte van 45 m. In het bestemmingsplan is rekening gehouden met het mogelijk toekomstige gebruik van de strook. In de strook is de ontwikkeling van nieuwe bebouwing uitgesloten.

Buisleidingen Binnen buisleiding strook liggen twee aardgastransportleidingen. Voor deze leidingen is door Gasunie (Kwantitatieve risicoanalyse Blok J13) een risicoberekening uitgevoerd voor het PR en GR. Hieruit blijkt het volgende: Leiding A-564 heeft 10-6 /jaar PR-contour. Leiding A-550 heeft 10-6 /jaar PR-contour. Binnen de 10-6 /jaar PR-contour liggen geen kwetsbare objecten. Binnen de 10-6 /jaar PR-contour liggen beperkt kwetsbare objecten Binnen de 10-6/jaar PR-contour worden geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten toegestaan. In de huidige situatie wordt overal aan de grenswaarde voor het PR voldaan. Het GR van beide leidingen bedraagt minder dan 0,1 x oriënterende waarde (OW) en de OW. Kenmerken leidingen naam

Status: vastgesteld 38

maximale werkdruk

uitwendige diameter

PR 10-6 risicocontour

invloedsgebied

afstand tot plangebied

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Gasunie A-550

66 bar

36 inch

0m

430 m

ligt in plangebied

Gasunie A-564

66 bar

18 inch

Ca. 60 m

250 m

ligt in plangebied

Ligging aardgastransportleidingen in plangebied en omgeving

Ligging PR 10-6 contour (zwarte lijn)

FN curve voor A-550 van N.V. Nederlandse Gasunie FN curve voor A-564 van N.V. Nederlandse Gasunie Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het bestemmingsplan. Status: vastgesteld 39

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

4.4 Luchtkwaliteit In 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Op de beoordeling van luchtkwaliteit is niet alleen de Wet milieubeheer van toepassing, maar ook het Besluit niet in betekende mate bijdragen en drie regelingen. De volgende grenswaarden (jaargemiddeld, tenzij anders vermeld) zijn opgenomen in de Wet milieubeheer: • Zwavel (SO2): 24 uur gemiddelde 125 microgram/m 3 ; • Stikstofdioxide: 40 microgram/m 3 ; • Fijn stof (PM 10): 40 microgram/m 3 ; • Fijn stof (PM 2,5): 25 microgram/m 3 ; • Koolstofmonoxide: 8 uurgemiddelde 10000 microgram/m 3 ; • Benzeen: 5 microgram/m 3 ; • Lood: 0,5 microgram/m 3 . In de praktijk zijn alleen de normen voor stikstofdioxide en fijn stof van belang. In het plan zijn geen nieuwe ontwikkelmogelijkheden opgenomen. Bij de andere nieuwe ontwikkelingen komen geen verbrandingsemissies naar de lucht vrij. Ook voor wat betreft de herontwikkelingen (uitgifte van bedrijventerreinen) zijn geen grote toenamen van de verkeersof verbrandingsemissies te verwachten (niet in betekende mate bijdragend). Uit de Monitoringstool (www.nsl-monitoringstool.nl) blijkt dat in het plangebied ruimschoots kan worden voldaan aan de luchtkwaliteitsnormen. De conclusie is dat de luchtkwaliteit geen knelpunt vormt voor het vaststellen van het plan.

4.5 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder liggen er geluidzones rond wegen, spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Binnen een geluidzone moet voor het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen onderzoek worden gedaan naar de optredende geluidbelasting. Woningen, scholen, kinderdagverblijven, zieken- en verzorgingshuizen, woonwagenterreinen en aangewezen ligplaatsen voor woonschepen zijn volgens de Wet geluidhinder geluidgevoelige bestemmingen. Als de geluidbelasting op de gevel van de nieuwe geluidgevoelige bestemming de voorkeursgrenswaarde van een geluidbron overschrijdt, moet gelijktijdig met de planprocedure een hogere waarden procedure in het kader van de Wet geluidhinder worden gevoerd. Een hogere waarde kan, onder voorwaarden, worden vastgesteld tot de maximale ontheffingswaarde voor de betreffende geluidbron. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van een spoorlijn, een rijksweg en diverse binnenstedelijke wegen. Wegverkeerslawaai In de Wet Geluidhinder zijn normen met betrekking tot geluidbelasting vanwege wegverkeer ter plaatse van (geprojecteerde) geluidgevoelige gebouwen vermeld in de artikelen 82 en 83. Status: vastgesteld 40

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

De voorkeursgrenswaarde voor geluidbelasting op gevels van woningen is 48 dB. De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, vanwege een weg, niet hoger worden vastgesteld dan 53 dB in buitenstedelijk gebied en 63 dB in stedelijk gebied. Voor woningen in een zone van een autosnelweg geldt altijd het beschermingsniveau voor buitenstedelijk gebied. In het plangebied ligt de rijksweg A22 en diverse binnenstedelijke wegen. Luchtvaartlawaai Het plangebied ligt binnen het beperkingengebied van het Luchthaven indelingsbesluit (LIB) voor de luchthaven Schiphol. Het plangebied ligt wel binnen de 20Ke contour (lichtroze gebied op afbeelding 1).

Afbeelding 4: Geluidbelastingen kaart Provincie Noord-Holland Industrielawaai Alle bedrijfsbestemmingen in het plangebied maken deel uit van een gezoneerd industrieterrein. Het deel ten oosten van de A22 ligt op gezoneerd industrieterreinen de Pijp. De bedrijfsbestemming ten westen van de A22 liggen op gezoneerd industrieterreinen IJmond. Delen van het plangebied die geen onderdeel uitmaken van de gezoneerde industrieterreinen liggen in de geluidzones van deze terreinen. (Zie afbeelding 2) De voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai is 50 dB(A). Bij een hogere geluidbelasting is het mogelijk tot en met 55 dB(A) een hogere waarde in het kader van de Wet geluidhinder vast te stellen. Dit bestemmingsplan voorziet niet in het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Omdat de bedrijventerreinen industrieterrein IJmond en industrieterrein de Pijp industrieterrein van regionaal belang zijn, treedt de provincie Noord-Holland op als zonebeheerder.

Status: vastgesteld 41

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Afbeelding 5: Geluidbelastingen kaart Provincie Noord-Holland Spoorweglawaai De zonebreedte van spoorwegen is afhankelijk van de hoogte van het vastgestelde Geluidproductieplafond (GPP). De geluidzone van de spoorlijn Uitgeest - Haarlem bedraagt op grond hiervan 300 of 600 m. Voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen bedraagt de voorkeursgrenswaarde van een spoorlijn 55 dB met een maximale ontheffingswaarde tot 68 dB. In het plangebied loopt de spoortunnel, voor dit spoorweggedeelte zijn geen GPP's vastgesteld. Conclusie geluid Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Nader onderzoek kan den ook achterwege blijven.

4.6 Bodem 4.6.1 Wet bodembescherming Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. De Wbb kent een viertal regelingen die alle vier een ander onderdeel van bodembescherming voor hun rekening nemen: Een regeling voor de bescherming van de bodem waarin ook staat dat degene die de bodem verontreinigt, zelf verantwoordelijk is voor het verwijderen van de vervuiling. De overheid kan dwingen tot sanering als de verontreiniging na 1987 is ontstaan. Een bijzondere regeling voor de aanpak van nieuwe bodemverontreiniging die is ontstaan als gevolg van een ongewoon voorval (calamiteit). Een regeling voor de verontreiniging die is ontstaan voor de Wbb in werking trad in 1987 (historische bodemverontreiniging). Ook in die gevallen geldt dat de vervuiler zelf de verontreiniging verwijdert. Als er geen vervuiler (meer) is, omdat het bedrijf niet meer bestaat en er geen rechtsopvolger is, zal de sanering door de overheid worden Status: vastgesteld 42

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

uitgevoerd. Een regeling voor de aanpak van verontreiniging in de waterbodem. Rijkswaterstaat heeft vooral met deze regeling te maken. De regeling geldt voor alle waterbodemverontreiniging, of de vervuiling nu voor of na 1987 is ontstaan. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een voldoende schone bodem dienen te worden gerealiseerd.

4.6.2 Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Het besluit heeft alleen betrekking op steenachtige bouwstoffen. Andere materialen worden in de praktijk ook toegepast als bouwstof maar vallen niet onder dit besluit. In het Besluit bodemkwaliteit zijn, onder meer, kwaliteitsregels voor bodemonderzoek, bodemsanering en laboratoriumanalyses vastgelegd. Deze regels zijn bekend onder de naam Kwalibo (kwaliteitsborging in het bodembeheer).

4.6.3 Relatie Wet bodembescherming en Wabo In artikel 6.2c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is neergelegd wanneer een omgevingsvergunning in werking treedt. Een omgevingsvergunning treedt voor gevallen van ernstige verontreiniging, die voor 1 januari 1987 zijn veroorzaakt, niet eerder in werking dan nadat: met het (deel)saneringsplan is ingestemd, of is vastgesteld dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is, of een BUS-melding is gedaan en de vijf weken termijn is verstreken. Er geldt alleen een bodemonderzoeksplicht voor bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist. Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt niet eerder afgegeven dan nadat uit onderzoek is gebleken dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Voor gevallen van ernstige verontreiniging die na 1 januari 1987 zijn veroorzaakt, geldt voor de veroorzaker van de verontreiniging geen uitgestelde inwerkingtreding van de omgevingsvergunning omdat deze worden geacht onmiddellijk te worden opgepakt.

Status: vastgesteld 43

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

4.6.4 Bodemkwaliteit in het plangebied In de gemeente Velsen is het generieke beleid vanuit het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit is een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld. Het plangebied valt vrijwel geheel in de klasse industrie, het Wijkeroogpark en het volkstuinen complex vallen in de categorie overig. Bij grondverzet dient de kwaliteit van de bodem te worden vastgesteld door middel van partijkeuringen. Dit geldt zowel voor de kwaliteit van de toe te passen grond als van de ontvangende bodem. Om een partij grond te mogen toepassen moet de partij worden getoetst aan zowel de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem als aan de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. Bij deze dubbele toets geldt dat de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond moet voldoen aan de strengste norm.

Afbeelding 6: bekende verontreinigen (bruine arcering)

4.7 Ecologie Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Sinds 2017 zijn beide thema's opgenomen in de Wet natuurbescherming. De taken op grond van deze wet zijn gedecentraliseerd. De omgevingsdienst Noord-Holland Noord voert de vergunningverlenende- en toezichthoudende taken op grond van deze wet uit namens de provincie Noord-Holland. Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000 gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. Status: vastgesteld 44

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Ecologisch onderzoek naar effecten van plannen op Natura 2000 gebieden staat bekend als de 'Habitattoets'. Deze bestaat uit een Voortoets en eventueel een zogenoemde 'passende beoordeling' als uit een Voortoets blijkt dat er mogelijk significante gevolgen zijn. De belangrijkste aspecten die bij de beoordeling van mogelijke invloed op Natura 2000 gebieden aan de orde komen zijn: oppervlakteverlies, verontreiniging, verdroging, vermesting door stikstofdepositie, geluid, licht, verstoring door mensen, mechanische effecten en versnippering. Voor bestemmingsplannen, bouwplannen of andere activiteiten, kan het noodzakelijk zijn dat een Wet natuurbeschermingsvergunning aangevraagd dient te worden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het gaat om: bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee alle Natura 2000-gebieden. Soortbescherming Soortbescherming is eveneens geregeld in de wet Natuurbescherming. In deze wet is een aantal planten en dieren aangewezen als beschermd.

Belangrijk is het gegeven dat beschermde soorten ook buiten natuurgebieden voorkomen. De soortenbescherming in de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Bij ieder regime is een ander afwegingskader voor het verlenen van ontheffingen van toepassing. Voor soorten die vallen onder Vogel- of Habitatrichtlijn wordt ontheffing van de verbodsbepalingen slechts verleend, indien: er sprake is van een wettelijk geregeld belang er geen alternatief is geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort. Het bevoegd gezag kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' een vrijstelling besluit nemen. Het vrijstellingsbesluit van de provincie Noord-Holland is te vinden op de internetsite: https://www.noord-holland.nl/ Onderwerpen/Natuur/Natuurbescherming. In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen geen nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik dan wel van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting, gelden sommige verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming niet.

Conclusie Ecologie In het bestemmingsplan zijn geen nieuwe ontwikkelingen opgenomen. Binnen het plangebied liggen nog niet uitgegeven percelen met ontwikkelmogelijkheden (uitgifte van bedrijventerreinen). Hoewel bij geen van deze ontwikkelingen knelpunten met de Wet natuurbescherming worden verwacht, kunnen er op enige van deze locaties beschermde soorten, bijvoorbeeld vleermuizen, voorkomen. Als de plannen concreet zijn moet ecologisch onderzoek (quick scan) uitgevoerd worden waaruit zal blijken of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming dient te worden aangevraagd. Status: vastgesteld 45

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Tevens moet dan worden onderzocht of vanwege de nog niet gerealiseerd ontwikkelingen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Hiervoor moet er een berekening gemaakt worden waarbij de mogelijke stikstofdepositie wordt bepaald (Aerius berekening).

4.8 Duurzaamheid Gemeente Velsen heeft voor duurzaam bouwen een lokaal stimuleringsbeleid geformuleerd in het Milieubeleidsplan van 2015-2020. Een instrument om duurzaam bouwen inzichtelijk en meetbaar te maken is GPR-gebouw. Dit instrument geeft rapportcijfers voor een bouwplan. De gemeente heeft momenteel een GPR-score van minimaal een 8 voor Energie en Gezondheid en minimaal een 7,5 voor de thema's Milieu, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Voor een hoekwoning en vrijstaande woning wordt de score 0,5 punt lager gesteld. Voor een hoger niveau van duurzaam bouwen is het mogelijk om de ambitie te verhogen naar minimaal 9 voor het thema 'energie' (richting BENG, “Bijna Energie Neutrale Gebouwen”). Landelijk en Europees beleid Vanaf 1 januari 2020 moet alle nieuwbouw voldoen aan de eisen voor BENG, “Bijna Energie Neutrale Gebouwen”. BENG vervangt dan de EPC. BENG stelt ook de eis dat de energiebronnen voor het gebouw in bepaalde mate duurzaam moeten zijn. In het nationaal energieakkoord voor duurzame groei is afgesproken dat de energievoorziening in 2050 geheel klimaatneutraal is. Voor de gebouwde omgeving betekent dat geen aardgas meer gebruikt mag worden voor het verwarmen van gebouwen: de warmtetransitie (Energierapport van het ministerie van Economische Zaken).

Energietransitie We stappen over van fossiele brandstoffen naar duurzame energie, wat onder andere betekent dat we straks geen aardgas meer gebruiken voor verwarmen en koken. Hiervoor is energie besparen door bijvoorbeeld isolatiemaatregelen en opwekken van duurzame energie uit zon en wind van groot belang. Aardgasvrije nieuwbouw Op 1 februari 2018 heeft de gemeente Velsen de intentieovereenkomst voor aardgasvrije nieuwbouw ondertekend samen met de andere gemeenten in de metropoolregio Amsterdam. In deze intentieovereenkomst is opgenomen dat alle nieuwbouwwoningen waarover het besluit om te bouwen na 1 februari 2018 valt, worden opgeleverd zonder aardgasaansluiting. De intentieovereenkomst sluit aan op het besluit dat de Eerste Kamer op 6 april 2018 nam om de gasaansluitplicht voor nieuwbouw uit de wet te schrappen. Op 1 juli 2018 is de wet VET van kracht, waarin is opgenomen dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hiervan af te wijken.

Status: vastgesteld 46

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden, onderzoek en verantwoording 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan diverse milieu- en andere sectorale aspecten die mogelijk beperkingen kunnen opleveren voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect milieu wordt ter inleiding het volgende opgemerkt. Via de milieuwetgeving en de ruimtelijke ordening wordt getracht milieubelastende en milieugevoelige functies zo goed mogelijk te scheiden, teneinde overlast zoveel mogelijk te voorkomen. Dit beïnvloedt de bestemmingstoekenning en de juridische regeling van de bestemmingen. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de verschillende relevante milieuaspecten zowel binnen als buiten het plangebied.

5.2 Economie Het plangebied is op te delen in een aantal deelgebieden die zijn te onderscheiden door de ruimtelijke opbouw, functies en ontstaansgeschiedenis. Op dit moment kennen een aantal verschillende deelgebieden hun eigen bestemmingsplannen. In onderstaande afbeelding zijn de verschillende deelgebieden weergegeven.

Afbeelding 7: overzicht bedrijventerreinen

A. Businesspark IJmond Businesspark IJmond is een gemengd bedrijventerrein van circa 100 hectare. Er zijn Status: vastgesteld 47

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

bedrijven in de productie, groothandel, distributie, op - en overslag en R&D sector gevestigd. Op dit bedrijventerrein is ook kantoorruimte aanwezig. Bij de (her)ontwikkeling van het gebied is bijzondere aandacht besteed aan een versterking van de relatie naar de omgeving. Er is gekozen voor een sterke groenstructuur waarbij aansluiting wordt gezocht bij het aangrenzende gebied. B. Nuon Centrale Nuon heeft verschillende gasgestookte centrales. Onder locatie Velsen behoren de productie-eenheden Velsen 24 en 25 en, buiten het plangebied gelegen, IJmond 1. De eenheden Velsen 24 (1974) en 25 (1986) hebben beide een levensduurverlenging ondergaan waarbij groot onderhoud is gepleegd en alle besturingssystemen zijn aangepast aan de nieuwste standaarden. Zo is de productie van de eenheden voor de komende jaren weer zeker gesteld. Beide eenheden kunnen het volle vermogen realiseren met alleen aardgas. Velsen 24 heeft een vermogen van 350 megawatt. De eenheid wordt vooral ingezet als Velsen 25 en IJmond 1 stilstaan. Velsen 25 heeft een vermogen van 375 megawatt. De eenheid wordt ingezet als basislasteenheid voor het verstoken van hoogovenmenggas. In de centrales van Velsen worden restgassen als hoogovenmenggas en cokesovengas afkomstig van staalfabrikant Tata Steel verstookt.

Het hergebruik van de restgassen levert een aanzienlijke milieubesparing op want het voorkomt dat deze zomaar verbrand (afgefakkeld) moeten worden en in de lucht verdwijnen. Warmtekrachteenheid IJmond 1 staat op het terrein van Tata Steel. Toen de eenheid in 1997 in bedrijf genomen werd, was het de eerste op hoogovengas gestookte gasturbine buiten Japan. Naast elektriciteit levert de eenheid processtoom aan Tata Steel. Met zijn schoorstenen van maximaal 150 meter en gebouwen van 70 meter hoog is het NUON terrein een blikvanger in de IJmond. Op en rondom het terrein bevindt zich infrastructuur waarmee koelwater en hoogovengas wordt transporteerd. C. 1e, 2e en 3e Rijksbinnenhaven Dit gebied, grotendeels eigendom van Rijkswaterstaat, laat zich onder andere door de activiteiten van Stuwadoorsbedrijf Velserkom typeren als een gebied waar havenactiviteiten plaatsvinden. binnen dit deelgebied ligt ook de All Weather terminal van Tata Steel. Dankzij de overkapping kunnen binnenvaart schepen bij weer en wind worden beladen. Transport naar deze terminal vindt plaats over het Gildenspoor die dwars door de woonkern VelsenNoord loopt. D. Grote Hout Het bedrijventerrein Grote Hout ligt tussen de woonwijk Velsen-Noord en het Noordzeekanaal. Het bedrijventerrein is een relatief nieuw bedrijventerrein, met nieuwe faciliteiten, in een bestaande omgeving.

Het bedrijventerrein bestaat uit drie deelgebieden. Een kadeterrein (vml. NAM terrein) geschikt voor zee- en binnenvaart met op- en overslagfaciliteiten, 'droge' kavels voor bedrijven en bestaande kantoren en kavels met een gemengde bestemming. Na de herinrichting van het bedrijventerrein zijn inmiddels diverse bedrijfskavels uitgegeven en is de benodigde infrastructuur aangelegd. De bestemming van dit gebied zal naar aanleiding hiervan worden geactualiseerd. E. Wijkeroogpark In het recent opgeknapte Wijkeroogpark ligt het volkstuinencomplex van de volkstuinvereniging Wijkeroog. Op het complex zijn om en nabij 260 volkstuinen gelegen en een verenigingsgebouw. De vereniging pacht van de gemeente en heeft het beheer van het volkstuinencomplex. De tuinen worden door de vereniging doorverhuurd aan de huurders die conform het bestemmingsplan de tuinen van gebouwen en bouwwerken mogen voorzien. F. De Pijp Status: vastgesteld 48

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

De Pijp ligt op de gemeentegrens tussen Beverwijk en Velsen en valt daarmee in beide gemeentes. Haven de Pijp en het omringende bedrijventerrein verbindt het Noordzeekanaal met het hart van Beverwijk. Het terrein als geheel heeft zowel natte (haven gebonden overslag) als droge (onder andere logistieke) bedrijfsfuncties. G. Wijckerpoort In het noorden van het plangebied, tussen de afritten van de A22 en ten zuidwesten van het gemeentehuis en NS station Beverwijk, ligt, tussen spoorwegen ingeklemd, het gebied genaamd Wijckerpoort. Het gebied is grotendeels eigendom van NS Vastgoed en Railinfratrust B.V., terwijl ook gemeente Beverwijk en de Provincie enkele percelen in eigendom hebben. De gemeente Velsen heeft hier geen grondeigendom. Het gebied ligt wel in de gemeente Velsen. De gronden hebben in het vigerende bestemmingsplan de bestemming Verkeer, waarbij een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen om de bestemming Verkeer te wijzigen ten behoeve van de aanleg van een busbaan (zie paragraaf 2.2). H. Noordwijkermeer Noordwijkermeer is een zeehaventerrein met gemengde bedrijvigheid van 40 hectare bruto. Vooral distributie en cold storage bedrijven zijn er gevestigd. Er is een directe aansluiting op de A22. In het noordoosten van het plangebied ligt een bedrijvenstrook waar bedrijven in diverse (milieu-) categorieën zijn gevestigd.

Aan de noordzijde grenst deze strook aan dat deel van het industrieterrein De Pijp dat op grondgebied van de gemeente Beverwijk ligt. Bij de kruising Leegwaterweg/ Lijnderweg staat een drietal kantoorgebouwen. De Noordwijkermeerpolder is ontstaan bij het graven van het Noordzeekanaal en het droogleggen daarbij van delen van de Wijkermeer. De Noordwijkermeer is een voortzetting van het industrieterrein De Pijp dat via het Zijkanaal A voor de scheepvaart in open verbinding staat met het Noordzeekanaal. Doelstelling van ontwikkeling van dit gebied was om te voorzien in uitbreiding van offshore-activiteiten. Binnen dit deelgebied is ondermeer het distributiecentrum van Dekamarkt gevestigd en koel en vriesruimten van Daalimpex Coldstores. De Noordwijkermeerpolder wordt van het bedrijventerrein Grote Hout gescheiden door een brede buffer bestaande uit de spoortunnel, de rijksweg A22 en parkgebied het Wijkeroogpark. Beide industrieterreinen zijn in de huidige situatie met elkaar verbonden via de Wijkermeerweg. Via deze route vindt ook het transport plaats van grondstoffen naar Crown van Gelder.

5.3 Groen De gemeente Velsen heeft een digitale klimaatatlas. De verwachte effecten van de klimaatverandering zijn hierin inzichtelijk gemaakt. De bedrijventerreinen vallen daarbij meteen op als gebieden waar sterke hittestress optreedt. Op de bedrijventerreinen is groen veelal beperkt of niet aanwezig. Dit leidt tot bovengemiddelde opwarming, lokaal grotere kans op wateroverlast en een hard, stenig beeld. Voor alle bedrijventerreinen geldt dat gezocht moet worden naar mogelijkheden tot vergroening. Gelet op de inrichting van deze gebieden en de beperkte invloed van de gemeente, zal dit in overleg met de ondernemers moeten gebeuren. Denk aan het vergroenen van daken, gevels, parkeerterreinen e.d.

Hoofd groenstructuur Het Wijkeroogpark is een belangrijke schakel in de Velsense groenstructuur. Het behoort zelfs tot de hoofdgroenstructuur. Behoud van het groen staat hier voorop. Status: vastgesteld 49

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

5.4 Verkeer & vervoer In het Lokaal Verkeer- en Vervoersplan 2004 (LVVP) zijn de beleidshoofdlijnen op het gebied van verkeer en vervoer voor de gemeente Velsen vastgelegd. Dit LVVP beschrijft voor de periode tot circa 2020 de hoofdlijnen van het verkeers- en vervoerbeleid en bevat een overzicht van concrete uitvoeringsmaatregelen en beleidsacties. Knelpunten en mogelijke oplossingen worden besproken. Doelstelling van het LVVP is het vergroten van de verkeersveiligheid, de leefbaarheid en de bereikbaarheid. In Velsen-Noord is de verkeersstructuur gewijzigd in de afgelopen jaren. Hier zijn twee belangrijke wegen toegevoegd aan het wegennet: de Westelijke Randweg Beverwijk (N197) en aan de zuidkant de Concordiastraat. De Pontweg is juist afgesloten voor autoverkeer op het gedeelte tussen de woonkern en de Concordiastraat-Noordersluisweg. Hierdoor is een duidelijke scheiding verkregen tussen de woonkern en de bedrijventerreinen.

Status: vastgesteld 50

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Op grond van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) dient in de toelichting afzonderlijk te worden aangegeven wat de gevolgen voor het plan zijn voor de waterhuishouding. In het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw is geconcludeerd dat Nederland zijn waterhuishouding niet op orde heeft. Water dient in de toekomst een mede-ordend principe te worden. In het bestemmingsplan dient daarom aandacht besteed te worden aan water. Recent is er een Nationaal waterakkoord gesloten tussen het Rijk, gemeenten, waterschappen en Provincies, waarin opgenomen is hoe de partijen met water wensen om te gaan. De opgave is te zorgen voor veiligheid en te beschikken over voldoende mogelijkheden voor waterberging ter voorkoming van waterlast, watertekort en het verslechteren van de waterkwaliteit. De watertoets is ingevoerd om te kijken in hoeverre hier aan voldaan wordt.

6.1 Waterbeheer Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is de waterbeheerder voor Velsen-Noord en heeft de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer en het beheer van waterkeringen. Rijkswaterstaat is de waterbeheerder van het Noordzeekanaal, alsmede van de 2e en 3e Rijksbinnenhaven, en is verantwoordelijk voor het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer.

6.2 Oppervlaktewater Het Bedrijventerrein Grote Hout ligt aan het Noordzeekanaal. Ca. 440 m kade grenst aan het Noordzeekanaal. Binnen het Business Park IJmond is geen oppervlaktewater aanwezig. Ten oosten van dit bedrijventerrein ligt de Staalhaven. Het bedrijventerrein Noordwijkermeer ligt aan het Noordzeekanaal en Haven De Pijp. Dit bedrijventerrein ligt in de polder De Meerweiden. Het polderpeil bedraagt - 2.20 m NAP. Het waterbezwaar wordt uitgemalen naar het Noordzeekanaal door het poldergemaal De Meerweiden aan de Wijkermeerweg.

6.3 Grondwater Het grondwater stroomt in Velsen-Noord af richting het Noordzeekanaal en de zijkanalen. De grondwaterstand fluctueert over de seizoenen en natte en droge jaren drukken hun stempel op de hoogte van het grondwater. Binnen de bedrijventerreinen is geen sprake van hoge grondwaterstanden.

6.4 Riolering De riolering van Velsen-Noord voert via het rioolgemaal aan de Polderweg af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Velsen-Zuid. Uitzondering hierop wordt gevormd door de riolering in de noordoostzijde van het plangebied. Dit bedrijventerrein (deelgebied De Pijp) voert via het rioleringsstelsel van de gemeente Beverwijk af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Beverwijk. Binnen de bedrijventerreinen Business Park IJmond, Noordwijkermeer en Grote Hout is een verbeterd gescheiden stelsel aanwezig. Het hemelwater wordt via uitlaten afgevoerd naar de Status: vastgesteld 51

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Staalhaven, Noordzeekanaal en De Pijp. De gemeente Velsen hanteert het uitgangspunt dat afvalwater en hemelwater bij de bron gescheiden moet worden. Hemelwater wordt bij voorkeur ter plaatse geïnfiltreerd in de bodem of kan worden gebufferd op het dak bij realisatie van een groen-blauw dak. Door het afkoppelen van hemelwater en de lokale verwerking neemt de hoeveelheid hemelwater in de afvalwaterketen af en wordt de bebouwde omgeving klimaatbestendiger. Een klimaatbestendige aanpak is nodig omdat als gevolg van klimaatwijziging vaker sprake zal zijn van extreme buien. De bedrijventerreinen zijn gebouwd op zandbodem. Deze gronden zijn geschikt voor infiltratie van hemelwater.

6.5 Waterkering Langs de oevers van het Noordzeekanaal ligt een regionale waterkering. Deze is aangeduid op de verbeelding en voorzien van regels om deze zoveel mogelijk te beschermen.

6.6 Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Naast zeespiegelstijging verwacht het KNMI hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving. Er zal vaker sprake zijn van wateroverlast en hittestress. Dit zijn problemen waar iedereen mee te maken kan krijgen en waarbij de verantwoordelijkheid verder reikt dan van de gemeente alleen. Het heeft daardoor hierdoor invloed op de ruimtelijke ordening. De gemeente heeft een digitale klimaatatlas die verwachte effecten inzichtelijk gemaakt. Deze effecten zijn op hoog detailniveau bepaald met de meest recente gegevens en berekeningsmethoden. Met behulp van nieuwe gegevens of door het uitvoeren van maatregelen veranderen de effecten. De Klimaatatlas wordt daarom regelmatig bijgewerkt zodat steeds de meest recente effecten zichtbaar zijn. Het vormt daarmee een basis om bij ruimtelijke ingrepen te bespreken welke klimaatadaptieve maatregelen genomen moeten worden.

Status: vastgesteld 52

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding Hieronder wordt kort uitleg gegeven over de regels van dit bestemmingsplan.

7.2 Inleidende bepalingen Wijze van meten In de regels en op de verbeelding kunnen goot- en/of bouwhoogtes zijn opgenomen. Indien er alleen sprake is van een bouwhoogte, dan mag de maximale bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding of in de regels staat opgenomen. Er kan hierbij zowel sprake zijn van een platte afdekking als van een andere kapvorm mits de kap niet hoger is dan de aangegeven maximale bouwhoogte. Indien de maximale bouwhoogte in combinatie met de goothoogte wordt gehanteerd is de maximale bouwhoogte te beschouwen als de nokhoogte. Er is in dat geval afdekking toegestaan middels een plat dak of een kap. De kap bestaat uit hellende dakvlakken, waarbij de goot niet hoger is dan de maximale goothoogte. Een dakvlak zal hierbij in zijn geheel onder dezelfde hellingshoek vallen. De beide dakvlakken treffen elkaar in de nok, welke maximaal op de maximaal toegestane bouwhoogte is gelegen. Er dient dus sprake te zijn van een daadwerkelijke nok met evenwijdige dakvlakken. Er kan ook sprake zijn van een platte afdekking, maar dan is er sprake van een boeibordhoogte. Deze platte afdekking mag dan niet hoger zijn dan de maximaal toegelaten goothoogte. Indien in de regels een goothoogte en bouwhoogte is opgenomen maar op de verbeelding een andere goot- en bouwhoogte is opgenomen, dan gelden de op de verbeelding opgenomen hoogtes.

Indien in de regels een goot en bouwhoogte is opgenomen maar op de verbeelding alleen een bouwhoogte, en geen goothoogte, is opgenomen dan is er sprake van alleen een bouwhoogte.

7.3 Bestemmingsbepalingen Het belangrijkste artikel in dit bestemmingsplan is de bestemming "Bedrijventerrein". Dit artikel biedt de planologische mogelijkheid voor bedrijven om zich op de bedrijventerreinen Velsen-Noord te vestigen. De toegestane bedrijfsactiviteiten zijn weergegeven in de bij de regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is de maximaal toegestane milieucategorie weergegeven. Dit verschilt per gebied. Op de gedeeltes van het bedrijventerrein die het dichtstbij gevoelige bebouwing liggen (denk hierbij vooral aan woningen) zijn bedrijven uit lagere milieucategorieën toegestaan dan op de gedeeltes die op een grotere afstand van gevoelige bebouwing liggen. Voor bijzondere bedrijven, zoals de electriciteitscentrales en de papier- en kartonfabriek, is een uitzondering gemaakt in die zin dat zij zich alleen mogen vestigen op de gebieden die daarvoor een specifieke aanduiding op de verbeelding hebben. Ook voor kade-, havengebonden en laad- los en overslagactiviteiten is een specifieke aanduiding op de verbeelding aangebracht. Deze activiteiten zijn aangeduid om te voorkomen dat bedrijven die deze activiteiten niet uitvoeren zich op dit gedeelte van het bedrijventerrein kunnen vestigen. Status: vastgesteld 53

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

In de bouwregels van dit artikel is de toegestane hoogte van gebouwen vastgelegd. De maximale hoogtes worden op de verbeelding weergegeven. Ter plaatse van de electriciteitscentrales mag de hoogte van de schoorstenen maximaal 155 meter bedragen. Op grond van het Luchthavenindelingsbesluit is dit de maximaal toegestane hoogte die op het bedrijventerrein is toegestaan. Zie voor een nadere uitleg hierover paragraaf 3.4.8 van deze toelichting. De artikelen 4.3 en 4.4 bevatten bepalingen die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geven om af te wijken van de bouw- en gebruiksregels in die zin dat de bouwvlakken kunnen worden gewijzigd. En dat onder voorwaarden bedrijven uit een andere milieucategorie dan primair toegestaan kunnen worden toegelaten, dan wel bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten worden genoemd. Tenslotte kunnen onder specifieke voorwaarden Bevi-inrichtingen worden toegelaten. Gemengd Om een zekere flexibilteit te bieden is voor het deelgebied op de Campus op bedrijventerrein de "Grote Hout" gekozen voor een gemengde bestemming waarbinnen bedrijven zijn toegestaan en tevens kantoren mogelijk zijn. Tevens is voor de panden gelegen in Business Park IJmond een gemengde bestemming opgenomen omdat hier ook kantoorfuncties gevestigd zijn die aan Tata Steel zijn gelieerd.

Kantoren De al bestaande kantoren zijn opgenomen in de bestemming "kantoren". De kantoorfunctie zal gehandhaafd blijven. De afgelopen jaren hebben zich ook enkele (sociaal-) medische functies in het kantorencomplex gevestigd. Uit milieutechnisch en planologisch oogpunt bestonden hiertegen geen bezwaren. Daarom zijn deze activiteiten nu ook binnen deze bestemming opgenomen. Recreatie - Volkstuinen Binnen het plangebied is het volkstuincomplex "Wijkeroog" gelegen. Dit complex valt onder de bestemming recreatie- Volkstuinen. Binnen deze bestemming zijn gebouwen ten behoeve van beheer en onderhoud van de tuinen toegestaan, alsmede gebouwen ten behoeve van collectieve voorzieningen, zoals een verenigingsgebouw en sanitaire voorzieningen. De gebouwen behorende bij de volkstuinen, zoals dagverblijven en/of (planten)kassen, mogen niet hoger dan zijn dan 3 meter. Bij een volkstuin met een oppervlakte van minimaal 200 m 2 mag een gebouw ten behoeve van het verblijf niet meer dan 25 m 2 bedragen. Bij een volkstuin met een oppervlakte van minimaal 200 m 2 mag de oppervlakte van een (planten)kas niet meer bedragen dan 10 m 2 . Verkeer De bestaande (rail)infrastructuur is opgenomen binnen de bestemming "Verkeer". Het aanwezige groen voor de bermen en dergelijke valt tevens onder deze bestemming.

Ook is binnen deze bestemming een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die de aanleg van de busbaan "Wijckerpoort" mogelijk maakt. Leidingen Binnen de dubbelbestemming "Leidingen" worden de leidingen in het plangebied bestemd. Er ligt een aantal leidingen ondergronds in het plangebied, die onder deze bestemming vallen. De hoogovengasleidingen welke door het plangebied lopen zijn tevens middels een dubbelbestemming opgenomen.

Status: vastgesteld 54

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

7.4 Algemene bepalingen 7.4.1 Handhaving en toezicht Het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Velsen-Noord is gemaakt op grond van het in de Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening bepaalde. Deze wet is dan ook van toepassing op handhaving en toezicht op de uitvoering van dit bestemmingsplan evenals de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht met bijbehorende besluiten en ministeriële regelingen.

7.4.2 Algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels Met de algemene afwijkingsregels kan middels de omgevingsvergunning een kleine afwijking van het plan toegestaan worden, tot maximaal 10% van de gegeven maten, afmetingen en percentages.

7.4.3 Monumenten In algemene zin wordt opgemerkt dat de monumenten - om reden van kenbaarheid - op de verbeelding zijn aangeduid met 'specifieke bouwaanduiding-monument'. De planregels bevatten verder geen specifieke regels voor de monumenten in het plangebied, anders dan een verwijzing naar de gemeentelijke of provinciale monumentenverordening of de Monumentenwet 1988. De bescherming van de desbetreffende gebouwen is afdoende verzekerd via de Monumentenwet. Om die reden wordt in het bestemmingsplan ook niet het vereiste van een sloopvergunning voor monumenten opgenomen. In het plangebied is één rijksmonument opgenomen, namelijk het ventilatiegebouw van de Velsertunnel.

7.5 Handhaving Een overtreding als bedoeld in artikel 23 van de regels is een strafbaar feit zoals is ondergebracht in de Wet op de economische delicten. Het relevante artikel (1a) van deze wet luidt: "Economische delicten zijn eveneens overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening, artikel 7.2".

Status: vastgesteld 55

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

7.6 Algemene bepalingen Het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Velsen-Noord is gemaakt op grond van het in de Wet ruimtelijke ordening bepaalde. Deze wet bepaalt samen met de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het kader voor het kunnen bouwen en gebruiken van gronden en van toepassing op handhaving en toezicht op de uitvoering van dit bestemmingsplan. Het hieronder beschreven overzicht van relevante wetgeving was geldend ten tijde van vaststelling van dit bestemmingsplan. Let op, dit zijn geen integraal overgenomen wetteksten: Wabo artikel 2.1 lid 1. Hierin staat dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: a. het bouwen van een bouwwerk, b. het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, c.

het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet Wabo artikel 2.10 Dit artikel zegt dat een omgevingsvergunning alleen kan worden geweigerd als de aanvraag niet voldoet aan hetgeen gesteld in: a. bouwbesluit b. bouwverordening c. bestemmingsplan, beheersverordening of exploitatieplan d. welstandsnota e. advies van de commissie voor de tunnelveiligheid Wro artikel 7.2 Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met: a.

een voorbereidingsbesluit of een verklaring als bedoeld in artikel 4.1, vijfde lid, of 4.3, vierde lid, voor zover hierbij toepassing is gegeven aan artikelen 3.7, vierde lid, maar geen toepassing is gegeven aan de tweede volzin van het lid;

b.

regels die zijn gesteld krachtens deze wet voor zover de overtreding daarvan is aangemaakt als strafbaar feit en voor zover daarop artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet van toepassing is.

Dit strafbaar feit heeft zijn grondslag in de wet op de economische delicten waarin tevens de straffen en maatregelen zijn opgenomen. De volledige teksten van de relevante artikelen zijn opgenomen in de Wet op de economische delicten

Status: vastgesteld 56

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Kosten voor ontwikkelingen die mogelijk zijn op basis van wijzigingsbevoegdheden, kunnen middels een aparte overeenkomst bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid verhaald worden. Gelet hierop is er geen noodzaak tot het opstellen van een exploitatieplan zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening.

Status: vastgesteld 57

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Hoofdstuk 9 Inspraak en vooroverleg Over het voorontwerp van dit bestemmingsplan is, overeenkomstig de gemeentelijke Inspraakverordening, gelegenheid tot Inspraak geboden. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 3 mei 2019 tot en met 13 juni 2019 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden er reacties worden ingediend bij burgemeester en wethouders. Ook is een inloopmiddag gehouden in wijkcentrum De Stek, Heirweg 2, in Velsen-Noord op dinsdagmiddag 21 mei 2019 van 17 tot 19 uur. Deze werd, behalve door het wijkplatform, bezocht door 3 inwoners van Velsen-Noord. In de periode dat het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen zijn 4 schriftelijke reacties ontvangen van bedrijven/particulieren en 8 reacties van vooroverlegpartners. Er zijn geen mondelinge reacties ingediend. De reacties zijn van een antwoord voorzien in een separate inspraakrapportage. Deze is als bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd.

Status: vastgesteld 58

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Nota inspraak en vooroverleg

Status: vastgesteld 59

bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Bijlage 1 Nota Inspraak en vooroverleg

Status: vastgesteld 60

INSPRAAKRAPPORTAGE VOORONTWERPBESTEMMINGSPLAN

"Bedrijventerreinen Velsen-Noord"

Gemeente Velsen 29 januari 2020

1

INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding.................................................................................................................................... 3 2. Resultaten inspraak ................................................................................................................... 5 1. inspreker 1 ....................................................................................................................... 5 2. Bewonersvereniging Vondelkwartier .................................................................................. 5 3. Wijkplatform Velsen-Noord, werkgroep Groen ................................................................... 6 4. Bouw Offerte Winkel, namens Velser offshore Base Holding B.V. ......................................... 9 3. Resultaten van het artikel 3.1.1. Bro-overleg ............................................................................. 10 1. Gasunie .......................................................................................................................... 10 2. Liander ........................................................................................................................... 13 3. Vattenfall ....................................................................................................................... 14 4.

Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied ............................................................. 16 5. Fietsersbond Velsen en Fietsersbond IJmond-Noord ......................................................... 19 6. Hoogheemraadschap van Rijnland ................................................................................... 19 7. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ............................................................... 20 8. Brandweer Kennemerland ............................................................................................... 20 4. Conclusie (samenvatting) ......................................................................................................... 21 6. Vervolgprocedure .................................................................................................................... 22 Bijlage 1 – inspraakreacties Bijlage 2 – reacties vooroverleg ex. artikel 3.1.1. Bro

2

1. INLEIDING Plangebied Het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Velsen-Noord is een actualisatie van het nu nog geldende gelijknamige bestemmingsplan Het plangebied wordt globaal begrensd door het Noordzeekanaal ten zuiden van het plangebied, een deel van het Noordzeekanaal is opgenomen in dit bestemmingsplan. Het terrein van Tata Steel vormt globaal de begrenzing aan de westkant van het plangebied. De woonkern Velsen-Noord vormt tevens de begrenzing van het plangebied. De gemeentegrens vormt in het noordoosten en het oosten van het gebied de begrenzing. Onderstaande afbeelding laat de begrenzing van het plangebied zien.

Procedure Voordat de formele bestemmingsplanprocedure zal starten, die in de Wet ruimtelijke ordening staat beschreven, heeft het college de ingezetenen, natuurlijke en rechtspersonen in de gelegenheid gesteld om hun mening over het voorontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft voor een ieder met ingang van 3 mei 2019 tot en met 13 juni 2019 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden er reacties worden ingediend bij burgemeester en wethouders. Tevens is een inloopmiddag gehouden in wijkcentrum De Stek, 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=0df19fb5-9c5d-43ac-b6ae-38c202e4bf21