Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Velsen-Noord
Tekst van het document
Bedrijventerreinen Velsen-Noord
Status Identificatiecode
Datum
Voorontwerp NL.IMRO.0453.BP0300BEDRIJVENTE1-V001
12 maart 2019
Ontwerp NL.IMRO.0453.BP0300BEDRIJVENTE1-O001
28 januari 2020
Vastgesteld NL.IMRO.0453.BP0300BEDRIJVENTE1-R001
5 maart 2021
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Inhoudsopgave
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Plangebied 1.2 Aanleiding 1.3 Vigerend bestemmingsplan
8 8 9 10
Hoofdstuk 2 Ontwikkelingen
12
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Mondiaal beleid 3.3 Europees beleid 3.4 Rijksbeleid 3.5 Provinciaal beleid 3.6 Gemeentelijk beleid
16 16 16 16 18 24 28
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Bedrijven en milieuhinder 4.3 Externe Veiligheid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Geluid 4.6 Bodem 4.7 Ecologie 4.8 Duurzaamheid
34 34 35 36 40 40 42 44 46
Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden, onderzoek en verantwoording 5.1 Inleiding 5.2 Economie 5.3 Groen 5.4 Verkeer & vervoer
47 47 47 49 50
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Waterbeheer 6.2 Oppervlaktewater 6.3 Grondwater 6.4 Riolering 6.5 Waterkering 6.6 Klimaatadaptatie
51 51 51 51 51 52 52
Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Inleidende bepalingen 7.3 Bestemmingsbepalingen 7.4 Algemene bepalingen 7.5 Handhaving 7.6 Algemene bepalingen
53 53 53 53 55 55 56
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid
57
Status: vastgesteld 2
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Hoofdstuk 9 Inspraak en vooroverleg
58
Nota inspraak en vooroverleg
59
Bijlage 1
60
Nota Inspraak en vooroverleg
Regels
83
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
84 84 91
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19
Bestemmingsregels Bedrijf - Gasdrukmeet- en Regelstation Bedrijventerrein Gemengd Groen Horeca Kantoor Recreatie - Volkstuinen Verkeer Water Overig - Leiding - Afsluiterlocatie Leiding - Gas Leiding - Hoogspanning 1 Leiding - Hoogspanning 2 Leiding - Water Waarde - Archeologie categorie 3 Waarde - Archeologie categorie 5 Waterstaat - Waterkering
93 93 94 97 98 99 100 101 102 103 104 105 108 110 112 114 116 118
Hoofdstuk 3 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 125 Artikel 24 126 Artikel 25 127
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene gebruiksregels
120 120 121 122
Algemene afwijkingsregels Overige regels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 128 Artikel 26 Overgangsrecht 128 Artikel 27 Slotregel 129 Bijlage 131 Bijlage 1 132 Bijlage 2 153
Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging Status: vastgesteld 3
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Status: vastgesteld 4
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Status: vastgesteld 5
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Status: vastgesteld 6
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Toelichting
Status: vastgesteld 7
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Hoofdstuk 1 Inleiding De bedrijventerreinen Velsen-Noord zijn gelegen rondom de woonkern Velsen-Noord. Het plangebied kenmerkt zich door een grote diversiteit aan bedrijvigheid, van zware industrie, distributiebedrijven tot kleine bedrijvigheid. Binnen het plangebied komen geen woningen voor. In het plangebied is het volkstuinencomplex van de Volkstuindersvereniging “Wijkeroog” gelegen.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto plangebied Het nieuwe bestemmingsplan geeft een actueel planologisch kader voor het gebied.
1.1 Plangebied Het plangebied wordt globaal begrensd door het Noordzeekanaal ten zuiden van het plangebied, een deel van het Noordzeekanaal is opgenomen in dit bestemmingsplan. Het terrein van Tata Steel vormt globaal de begrenzing aan de westkant van het plangebied. De woonkern Velsen-Noord vormt tevens de begrenzing van het plangebied, er is geen woonfunctie aanwezig in het plangebied. De gemeentegrens vormt in het noordoosten en het oosten van het gebied de begrenzing. Onderstaande afbeelding laat de begrenzing van het plangebied zien.
Status: vastgesteld 8
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Afbeelding 1.1.1 Plangebied
1.2 Aanleiding De directe aanleiding om voor dit gebied een nieuw bestemmingsplan op te stellen, is gelegen in het feit dat: diverse wetten en regels zijn sinds inwerkingtreding van het "oude" bestemmingsplan gewijzigd. Dit bestemmingsplan is gebaseerd op de meest recente wetten en regels van het Rijk, de Provincie en gemeente; bij uitspraak van 4 augustus 2010 heeft de Raad van State uitgesproken dat de grens van het gezoneerde industrieterrein ter hoogte van het westelijk schiereiland niet juist op de plankaart van het bestemmingsplan is gelegd. Deze uitspraak moet in dit bestemmingsplan worden verwerkt; het bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar dient te zijn via de landelijke voorziening op internet, conform de huidige Wet ruimtelijke ordening. Voorafgaand aan de concrete onderbouwing van de keuzes die in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Velsen-Noord zijn gemaakt, wordt stilgestaan bij de juridische plan opzet en de opmaak van de verbeelding van de kaart. Bij het toekennen van bestemmingen aan functies in het plangebied is uitgegaan van de volgende uitgangspunten en overwegingen: Regels mogen slechts worden voorgeschreven in verband met de bestemming en als dat uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig is. Regels dienen niet meer te regelen dan, in verband met de bestemming, strikt noodzakelijk is.
Gebodsregels zijn niet geoorloofd; dit heeft te maken met de toelatingsplanologie die het Nederlandse stelsel kenmerkt. De bestemmingen dienen zodanig te worden geprojecteerd dat duidelijk is waar kan worden gebouwd en welk gebruik hierbij is toegestaan. Status: vastgesteld 9
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Verbeelding van de kaart, verklaring en regels vormen in juridisch opzicht een eenheid en dienen als zodanig te worden gehanteerd. Het bestemmingsplan dient vergezeld te gaan van een toelichting, welke een onderbouwing geeft aan het bestemmingsplan in zijn geheel; hierin dienen zowel de intenties van het plan als de uitleg van de regels te zijn opgenomen. Het bestemmingsplan is overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) opgesteld. Om het plan zo globaal en flexibel mogelijk op te stellen zijn de volgende uitgangspunten toegepast: Regels mogen slechts worden voorgeschreven in verband met de bestemming en als dat uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig is. Regels dienen niet meer te regelen dan, in verband met de bestemming, strikt noodzakelijk is. Gebodsregels zijn niet geoorloofd anders dan in dubbelbestemmingen; dit heeft te maken met de toelatingsplanologie die het Nederlandse stelsel kenmerkt.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het bestemmingsplan vervangt (een deel van) onderstaande vigerende bestemmingsplannen. Bestemmingsplan
Vastgesteld door Goedgekeurd gemeenteraad / B&W door Provincie
Raad van State / Kroon
3.00 Bedrijventerreinen Velsen-Noord
13-11-2008
07-07-2009 (ged.) 04-08-2010
4.00 Velsen-Noord
26-11-2015
nvt
Tabel 1.3.1 : Overzicht vigerende plannen met vaststellingsdatum
Status: vastgesteld 10
nvt
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Afbeelding 1.3.1: huidige plangrenzen
Aan de noordzijde vindt een kleine correctie van de plangrens plaats door een stukje spoortracé dat nu in het plangebied van bestemmingsplan Velsen-Noord valt (in afbeelding 1.3.1 in rose weergegeven) in het plangebied van Bedrijventerreinen Velsen-Noord op te nemen.
Status: vastgesteld 11
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Hoofdstuk 2 Ontwikkelingen 2.1
Ingediende initiatieven
Bij de start van het bestemmingsplan is een advertentie geplaatst met daarin de oproep aan een ieder die een bouwinitiatief heeft binnen het plangebied, deze kenbaar te maken bij de gemeente. Het ging hierbij om initiatieven die direct betrekking hebben op het toevoegen van bebouwing in het gebied, maar het kon ook gaan om transformatie in het gebruik (bijvoorbeeld van werken naar wonen). Er zijn hierop wel enkele reacties, maar geen concrete initiatieven ontvangen waarvoor een aanpassing van het bestemmingsplan nodig is.
2.2
Bekende ontwikkelingen
Hieronder worden de bij de gemeente bekende ontwikkelingen geschetst. Het gaat hier om ontwikkelingen die al bij de inventarisatie van het bestemmingsplan bekend waren. Bijvoorbeeld omdat ze al als afzonderlijke bouwlocaties waren aangemerkt of al in de structuurvisie Velsen 2025 worden genoemd. Daarnaast zijn er de initiatieven die door derden zijn ingediend naar aanleiding van de inventarisatie van bouwinitiatieven, en die een dusdanige omvang hebben dat ze ook als ontwikkellocatie vallen aan te merken. Vooralsnog zijn de volgende ontwikkellocaties voorzien: 1. Woningbouwlocatie De Schouw 2. Windturbine van Eneco 3. Pontplein noordzijde 4. Stoomleiding Nuon-Crown van Gelder 5. Nieuw gebouw Tennet t.b.v. 150kV GIS installatie 6. busbaan Wijckerpoort 7. Rijksinpassingsplan Net op zee Hollandse Kust (noord) en Hollandse kust (west Alpha). Hieronder wordt nader ingegaan op deze locaties. 2.2.1
Woningbouwlocatie De Schouw
Direct tegen het plangebied aan ligt locatie De Schouw. Op dit moment maakt deze locatie geen deel uit van het plangebied. De eigenaar van de Schouw wil het tussen de Bleyenhoevelaan 2 en de Koningsweg gaan ontwikkelen. De gemeente staat hier in beginsel positief tegenover. De ontwikkelaar heeft in november 2016 zijn plannen gedeeld met het wijkplatvorm en de omwonenden. Eind november hebben de gemeente en de ontwikkelaar een intentieovereenkomst ondertekend met als intentie om tot een ontwikkeling van het gebied te komen. Deze wordt niet in dit bestemmingsplan opgenomen. Voor deze ontwikkeling wordt een zelfstandige planologische procedure gevoerd. 2.2.2
Windturbine van Eneco
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben op 21 februari 2018 een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een windturbinepark, 'windpark Spuisluis'. Op 19 december 2018 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (201802988/1/R6) uitspraak gedaan inzake de ingestelde beroepschriften tegen de verleende vergunning. De Raad van State heeft geoordeeld dat de vergunning terecht is verleend. Hiermee is de verleende vergunning onherroepelijk en kan worden overgegaan tot de bouw van het windpark Spuisluis. Voor het plangebied is deze aanvraag in zoverre relevant dat 1 van de in totaal 6 Status: vastgesteld 12
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
windturbines geplaatst wordt bij de Rijksbinnenhaven. De overige 5 zullen geplaatst worden in een lijnopstelling op de landtong van de spuisluis. Alleen de meest oostelijke turbine van deze lijnopstelling valt dus binnen het plangebied. Deze windturbine is in dit bestemmingsplan opgenomen. 2.2.3
Pontplein noordzijde
De eigendom van het pontplein ten noorden van het noordzeekanaal is door de gemeente Amsterdam overgedragen aan de gemeente Velsen. Het huurcontract met de huurder/exploitant van cafétaria "FF wachten" is beëindigd. Op 4 juli 2018 (nr. 5998-2018) is een vergunning aan het GVB verleend voor het oprichten van een oplaadstation t.b.v. de elektrificatie van de pont. De aanvraag was in strijd met het geldende bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord". In dit bestemmingsplan is het oplaadstation ingepast, binnen de bestemming "Groen" met de aanduiding Nutsvoorziening. 2.2.4
Stoomleiding
Al geruime tijd is een initiatief bekend betreffende de aanleg van een stoomleiding van het gebouw van Nuon naar Crown van Gelder om laatstgenoemde van energie te kunnen voorzien. Tot op heden is de haalbaarheid echter nog niet komen vast te staan. De ambitie om de leiding te realiseren is nog steeds aanwezig, echter de ontwikkeling is nog niet ver genoeg om deze in het bestemmingsplan op te kunnen nemen. 2.2.5
GIS installatie Tennet
Op 9 april 2018 is vergunning aan Tennet verleend voor een nieuwe GIS-installatie op het perceel Hoflaan 1. Het perceel ligt tussen de huidige twee elektriciteitscentrales. De realisatie van dit gebouw past reeds binnen de bouw- en gebruiksregels van het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Velsen Noord'. Het te bouwen hekwerk rondom het gebouw past qua hoogte niet binnen de bepalingen van het geldende bestemmingsplan. Het hekwerk wordt 2,8 meter hoog, terwijl in het bestemmingsplan een maximale hoogte van 2,6 meter was toegestaan. Bij de vergunningverlening is hiervoor op grond van artikel 19 onder a van het bestemmingsplan ontheffing verleend. Dit artikel bood namelijk de mogelijkheid om maximaal 10 % te mogen afwijken van de bij recht toegestane maten en afmetingen. In dit bestemmingsplan is een maximale hoogte van 2,8 meter in de regels opgenomen. 2.2.6
Busbaan Wijckerpoort
Op het traject Velsertraverse-Station Beverwijk is er sprake van een betrouwbaarheidsprobleem met het busvervoer. Geconstateerd is dat de bus onderweg van en naar station Beverwijk op de zogenaamde Velsertraverse bij het gelijkvloerse bajonetkruispunt Wijkerstraatweg-Velsertraverse-Velserweg-Rijk de Waalweg, regelmatig te kampen heeft met ernstige vertragingen. Door het verkorten van de route tussen Velsertraverse en station Beverwijk kan in vergelijking met de huidige situatie een aanzienlijke besparing op de exploitatie ontstaan. Inmiddels zijn de provincie en de gemeentes Velsen en Beverwijk tot een ontwerp gekomen van het verkorte tracé parallel aan de spoorlijn Haarlem-Alkmaar. Omdat er nog diverse (milieu-) onderzoeken moeten worden gedaan is de ontwikkeling op dit moment nog niet zover dat deze al bij recht in dit bestemmingsplan kan worden opgenomen. Op voorhand achten wij de busbaan ruimtelijk aanvaardbaar. Daarom hebben wij voor deze ontwikkeling een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Deze maakt het mogelijk om, nadat de onderzoeken, naar verwachting het vierde kwartaal van 2020, klaar zijn, op een snelle manier planologisch medewerking aan de busbaan te kunnen verlenen. 2.2.7 Rijksinpassingsplan Net op zee Hollandse Kust (noord) en Hollandse Kust (west Alpha) Status: vastgesteld 13
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
De windenergiegebieden Hollandse Kust (noord) en Hollandse Kust (west Alpha) leveren een belangrijke bijdrage aan het doel uit het Energieakkoord om in 2023 4.450 MW (megawatt) windenergie op zee te realiseren, alsmede aan de doelstellingen van de periode daarna (2024 – 2030). De door de toekomstige windgebieden opgewekte duurzame energie zal van de windenergiegebieden naar het bestaande hoogspanningsnet getransporteerd moeten worden door middel een hoogspanningsverbinding met bijbehorend transformatorstation. TenneT TSO B.V. zal als netbeheerder deze verbinding realiseren. Een klein gedeelte van deze ondergrondse hoogspanningsleiding loopt door het plangebied van dit bestemmingsplan. Deze loopt in het plangebied onder de A22 en het Wijkeroogpark door naar een in- en uittredepunt op bedrijventerrein De Pijp bij de Leeghwaterweg. Vervolgens loopt het tracé onder Zijkanaal A richting de A9 buiten dit plangebied. Ten behoeve van deze ontwikkeling hebben de ministers van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 24 april 2019 een inpassingsplan vastgesteld. Het inpassingsplan is opgenomen in dit bestemmingsplan. Hiertoe is in artikel 14 van de regels een dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsleiding 2' opgenomen.
2.3
Herontwikkelingen
2.3.1
Bedrijventerrein Grote Hout
In maart 2005 heeft de gemeenteraad de inrichtingsvisie “Bedrijvenpark de Grote Hout” en de nota van uitgangspunten “Voormalig NAM terrein e.o” vastgesteld. Vanuit deze inrichtingsvisie en de nota van uitgangspunten is een aantal belangrijke randvoorwaarden geformuleerd voor herontwikkeling van het voormalige NAM terrein (hierna bedrijventerrein de Grote Hout). Deze randvoorwaarden zijn vertaald in dit bestemmingsplan. Herinrichting van het gebied heeft inmiddels plaatsgevonden. De ontsluiting is zodanig aangelegd dat het bestaande woongebied zoveel mogelijk wordt ontlast. Een groot aantal kavels is voorzien van nieuwe bedrijfsbebouwing, uitgifte van overige kavels nadert de afronding. De (voormalige NAM) kade is opgeknapt en wordt door de MEO voorzien van nieuwe bedrijfsbebouwing en gebruikt voor op- en overslag van goederen. Binnen het plangebied is de milieuzonering afgestemd op de bestaande woningbouw. Voor nieuwe bebouwing op bedrijventerrein de Grote Hout is een beeldkwaliteitplan van toepassing. 2.3.2
NAM-kade
Aan de NAM-kade kunnen en mogen zeeschepen afmeren. Gezien de diepte van de haven (9,5 meter) is het afmeren van zeeschepen maar tot een beperkte lengte (circa 150 meter) mogelijk. Dergelijke schepen zijn qua lengte vergelijkbaar met grote binnenvaartschepen (circa 135 meter). Omdat het verladen van containers op binnenvaartschepen en kleinere zeeschepen onderdeel uit maakt van de vergunde activiteiten van het aan de kade gevestigde bedrijf, zal in het bestemmingsplan de overslag van containers naar zeeschepen opgenomen worden. Dit leidt niet tot gevolgen voor de omgeving, omdat de activiteiten al vergund zijn en de ruimtelijke impact van de zeeschepen, die aan de NAM-kade kunnen aanmeren, vergelijkbaar is met die van binnenvaartschepen. Daarnaast is er sprake van een geluidgezoneerd industrieterrein, het bestemmingsplan voorziet niet in wijzigingen van het gezoneerde industrieterrein. De toegestane geluidsbelasting op gevoelige bestemmingen zal door dit plan niet toenemen. Om recht te doen aan de bestaande vergunde situatie zal voor het terrein aan de voormalige NAM-kade de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerreinen - stuwadoorsbedrijf' worden opgenomen. Deze aanduiding zorgt ervoor dat het bestemmingingsplan beter in overeenstemming is met de huidige vergunde bedrijfsvoering op het kaderterrein. Deze aanduiding leidt niet tot een wijziging in de bestaande situatie.
Status: vastgesteld 14
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Status: vastgesteld 15
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding In het kader van het voorliggende bestemmingsplan Bedrijventerreinen Velsen-Noord zijn de vigerende bestemmingsplannen beschreven en is het relevante ruimtelijke beleid geanalyseerd om vast te stellen of daaruit randvoorwaarden voor dit bestemmingsplan voortkomen. Hiertoe is een onderscheid gemaakt tussen het Europees beleid, het rijksbeleid, het provinciale beleid en het beleid van de gemeente Velsen. Naast het ruimtelijk beleid is ook de wetgeving, onder meer op het gebied van veiligheid, milieu en flora en fauna, relevant voor het bestemmingsplan. Hier wordt nader op ingegaan in hoofdstuk 4. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is naar verschillende aspecten gekeken. Ten eerste zijn dit de vigerende bestemmingsplannen en de daarin opgenomen bepalingen bekeken. Ook al het relevante beleid is op een rij gezet. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen het Europees beleid, het rijksbeleid, het provinciale beleid en het beleid van de gemeente Velsen. Tot slot is ook de wetgeving, onder meer op het gebied van veiligheid, milieu en flora en fauna, relevant voor het bestemmingsplan.
3.2 Mondiaal beleid 3.2.1 Unesco werelderfgoed De Stelling van Amsterdam heeft de status van werelderfgoedmonument. De Commissie voor het Werelderfgoed heeft in 1996 besloten de Stelling van Amsterdam op te nemen op de Lijst van het Werelderfgoed op basis van culturele criteria. De Commissie stelde vast dat de Stelling uitzonderlijke universele waarden vertegenwoordigt als buitengewoon voorbeeld van een uitgebreid samenhangend verdedigingssysteem uit de moderne tijd, dat intact en goed bewaard is gebleven sinds het eind 19de eeuw werd gebouwd. De Stelling is ook opmerkelijk door de unieke manier waarop het Nederlandse vernuft voor waterbouwkunde is opgenomen in de verdediging van de hoofdstad van het land. Deze status heeft formeel geen juridische waarde. Als object simpelweg niet meer aan de criteria voldoet dan wordt het forteiland van de lijst afgehaald. De status heeft met name economisch toeristische waarde. Vanwege de status van werelderfgoed heeft de provincie in haar provinciale ruimtelijke verordening het forteiland opgenomen als onderdeel van de nationale en metropolitane landschappen, waarvoor in het bestemmingsplan regels moeten worden opgenomen. Aan de oostzijde van het plangebied ligt tegen zijkanaal A, op Beverwijks grondgebied, een deel van de Stelling van Amsterdam.
Voor het bestemmingsplan heeft dit geen gevolgen omdat geen nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid van de Stelling worden mogelijk gemaakt.
3.3 Europees beleid Beslissingen over het grondgebruik in Nederland worden tot op zekere hoogte in Brussel genomen. Zoals alle andere lidstaten heeft Nederland zich gecommiteerd de Europese weten regelgeving en richtlijnen volledig, nauwkeurig, bindend en tijdig te implementeren.
Status: vastgesteld 16
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
3.3.1 Milieubeleid Het milieubeleid is één van de belangrijkste sectorale beleidsvelden die van invloed zijn op de ruimtelijke structuur en kwaliteit van de leefomgeving en inrichting van bestemmingsplannen. Diverse onderdelen van het Europees milieubeleid hebben een aanzienlijke ruimtelijke impact in Nederland. Voorbeelden zijn grenswaarden voor luchtkwaliteit (fijn stof en NO2), die gevolgen kunnen hebben voor woningbouw langs drukke wegen.
3.3.2 Natura 2000 De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld in 2010 de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen. Een belangrijk instrument hiervoor is de uitvoering van de gebiedsgerichte onderdelen van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Dit betekent het realiseren van een netwerk van natuurgebieden van Europees belang: het Natura 2000 netwerk. Dit netwerk heeft als hoofddoelstelling het waarborgen van de biodiversiteit in Europa. In dit verband is de afspraak gemaakt dat de lidstaten van de Europese Unie alle maatregelen nemen die nodig zijn om een ‘gunstige staat van instandhouding’ van soorten en habitattypen van communautair belang te realiseren. Voor Nederland betreft dit 51 habitattypen, 36 soorten en 95 vogelsoorten. Bij de vormgeving en keuze van maatregelen wordt rekening gehouden met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede met regionale en lokale bijzonderheden. Het is evident dat aan te nemen maatregelen in het kader van veiligheid een zwaar gewicht wordt toegekend. In Velsen ligt een deel van het Nationaal Park Zuid Kennemerland dat onderdeel uitmaakt van het Natura2000 netwerk.
3.3.3 De Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water heeft tot doel landoppervlaktewater, overgangswater, kustwateren en grondwater te beschermen om: a. van water afhankelijke ecosystemen in stand te houden en te verbeteren; b. de beschikbaarheid van water veilig te stellen en het duurzaam gebruik te bevorderen; c. het aquatische milieu in stand te houden en te verbeteren door het voorkomen van verontreiniging; d. de gevolgen van overstroming en droogte te beperken. Deze Europese Kaderrichtlijn Water moet onderdeel zijn van het gemeentelijk beleid en derhalve ook van het ruimtelijk beleid. In Nederland vertaalt de Rijksoverheid de Kaderrichtlijn Water (KRW) in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. De Minister van Infrastructuur en Milieu is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de KRW. Zij is dit mede namens de andere rijkspartijen en in nauw overleg met provincies, waterschappen en gemeenten. In het Bestuursakkoord Water is de samenwerking in het waterbeheer en -beleid tussen deze partijen vastgelegd. Het Werkprogramma Stroomgebiedbeheerplannen 2015 beschrijft het proces en de randvoorwaarden voor de actualisatie van de stroomgebiedbeheerplannen in 2015. Het bevat een tijdschema en gaat in op de vorm en inhoud van de producten van Rijk en regio.
Verder worden de organisatie, de publieke participatie, de relatie met andere richtlijnen en internationale afstemming toegelicht. Op 13 december 2012 is het bestuurlijk vastgesteld. Vervolgens zijn de verschillende Stroomgebiedbeheerplannen vastgesteld.
Status: vastgesteld 17
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
3.3.4 Het Verdrag van Malta Op basis van diverse Europese, rijks- en provinciale beleidsregels, met name het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta, bij wet 26 februari 1998) is onder andere bepaald dat het archeologisch belang wordt meegewogen bij de besluitvorming rond ruimtelijke ordeningsaspecten. Een belangrijk punt in het verdrag van Malta is dat vooraf aan iedere ingreep in het bodemarchief (door nieuwbouw, wegenaanleg etc.) archeologisch onderzoek plaats moet vinden. Daarmee kan worden bepaald hoe eventueel aangetroffen archeologische waarden in de plannen kunnen worden ingepast. Mocht dit niet kunnen en is een opgraving onvermijdelijk geworden om de archeologische informatie veilig te stellen, dan dienen de kosten daarvan in het ontwikkelingsproces meegenomen te worden.
3.4 Rijksbeleid 3.4.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De minister van Infrastructuur en Milieu heeft op 13 maart 2012 de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) met bijbehorende stukken vastgesteld. In deze visie is Velsen-Noord aangewezen als locatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking (>500 MW). De structuurvisie is verder uitgewerkt in het Barro, dat hieronder wordt besproken.
3.4.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 heeft gevolgen voor de doorwerking van het nationale ruimtelijke beleid. Totdat de Wro in werking was getreden werd het geldende rijksbeleid vastgelegd in Planologische Kernbeslissingen (PKB's). Sinds 1 juli 2008 zijn deze documenten alleen nog bindend voor het Rijk en niet meer voor andere overheden. Het Rijk kiest ervoor om het deel van het ruimtelijk beleid dat bedoeld is bindend te zijn voor andere overheden, ook onder de Wro te borgen. De Wro geeft daarvoor het Rijk de beschikking over het instrument Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden.
Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer de ecologische hoofdstructuur, radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. Relevante regels Status: vastgesteld 18
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Op dit plan zijn de regels uit het Barro van toepassing met betrekking tot: Rijksvaarwegen; voorkeurstracé buisleidingen; vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Rijksvaarwegen Het Noordzeekanaal is een Rijksvaarweg. De vrijwaringzone Barro wordt gerekend vanaf de begrenzinglijn van de rijksvaarweg zoals opgenomen in de legger conform artikel 5.1 van de Waterwet. De vrijwaringzone zeehaventoegang is 40 meter. Nabij vaarwegsplitsingen of havenuitvaarten bedraagt de vrijwaringzone een afstand van 300 meter van de splitsing of uitgang, aan weerszijden van de vaarweg 50 meter. Hiermee is ook het onderdeel vrijwaringzone vaarweg van het Barro relevant voor het plangebied. nagaan of dit kopt. Ook het kustfundament is van toepassing op het plangebied van dit bestemmingsplan. Het fundament omsluit het Havengebied en loopt deels over het gebied. Hier dient rekening mee gehouden te worden. Dit zodat het fundament niet (indirect) aangetast wordt. nagaan of dit klopt Voorkeurstracé buisleidingen Het oostelijk deel van het plangbied is in het Barro aangewezen als voorkeurstracé voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
afbeelding 3.4.2.1: uitsnede kaart Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro), voorkeurstracé voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang. Status: vastgesteld 19
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking Het tussen de Wenkebachstraat en Noordersluisweg gelegen terrein van Nuon is in de Barro aangewezen als vestigingsplaats voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Ditzelfde geldt voor de centrale op het terrein van Tata Steel, maar deze valt buiten het plangebied.
afbeelding 3.4.2: uitsnede kaart Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro), vestigingsplaats voor grootschalige electriciteitsopwekking Velsen. Voor het bestemmingsplan betekent dit dat het bestemmingsplan op grond van de Barro grootschalige (>500 MW) elektriciteitsopwekking moet toelaten, moet voorzien in de fysieke ruimte daartoe en geen hoogtebeperkingen voor installaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking mag bevatten.
3.4.3 Visie NZKG 2040 Het Bestuursplatform NZKG (Noordzeekanaalgebied), een samenwerkingsverband tussen het Rijk, Provincie Noord-Holland, de gemeentes langs het noordzeekanaal en de havenbeheerders, heeft medio 2013 de Visie NZKG 2040 vastgesteld. Dit heeft uiteindelijk zijn weerslag gevonden in het Uitvoeringsprogramma Noordzeekanaalgebied 2016. Het uitvoeringsprogramma raakt aan het plangebied, omdat het ingaat op de in de nabijheid van het plangebied gelegen gebieden, zoals gebied De Pijp in Beverwijk, de nieuwe zeesluis en de averijhaven. Over het plangebied zelf worden echter geen concrete uitspraken met gevolgen voor het bestemmingsplan gedaan. Status: vastgesteld 20
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
3.4.4 Nationaal Waterplan In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Het Nationaal Waterplan (NWP) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. In het Nationaal Waterplan is een eerste uitwerking gegeven aan het Deltaprogramma dat wordt opgesteld naar aanleiding van het advies van de Deltacommissie in 2008. Dit programma is gericht op duurzame waterveiligheid en zoetwatervoorziening.
3.4.5 Nationaal Milieubeleidsplan 4 In het NMP4 staat de aanpak van de in het NMP3 gesignaleerde hardnekkige milieuproblemen centraal. De aanpak van deze problemen vraagt om ingrijpende maatschappelijke veranderingen. Het NMP4 zet daarom in op het tot stand brengen van transities (systeeminnovaties) op het vlak van de energiehuishouding, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, landbouw en mobiliteit. Vanwege de groeiende aandacht voor gezondheid en veiligheid is de nota ook gericht op vernieuwing van het stoffenbeleid en beleidsvernieuwing van de leefomgeving. Het NMP4 heeft een beleidshorizon die verder reikt dan de beleidshorizon in het NMP3. Het NMP4 gaat uit van een beleidshorizon die in het jaar 2030 is gelegd. In het NMP4 worden zeven grote milieuproblemen gesignaleerd en laat zien hoe de situatie over dertig jaar zal zijn als het beleid niet verandert. Deze problemen zijn: verlies aan biodiversiteit; klimaatverandering; overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen; bedreiging van de gezondheid; bedreiging van de externe veiligheid; aantasting van de leefomgeving; mogelijk onbeheersbare risico’s.
De gewenste situatie over 30 jaar kan als volgt worden omschreven: Het milieubeleid moet een bijdrage leveren aan een gezond en veilig leven, in een aantrekkelijke leefomgeving, temidden van een vitale natuur, zonder de mondiale biodiversiteit aan te tasten of natuurlijke hulpbronnen uit te putten, hier en nu en elders en later. Hoewel het milieubeleid van de afgelopen jaren redelijk succesvol is geweest, op de grote milieuproblemen heeft het nog geen afdoende antwoord. In het NMP4 worden zeven onderlinge barrières onderkend die een oplossing van de grote problemen in de weg staan. Voortzetting van het huidige beleid is niet voldoende als we de ambities voor 2030 willen realiseren. Het huidig beleid gaat immers nog te veel voorbij aan deze barrières voor duurzame ontwikkeling, die te beschouwen zijn als systeemfouten in de economie en de thans functionerende instituties. In het NMP4 is aangegeven waarmee deze barrières doorbroken kunnen worden en zijn hiervoor nieuwe beleidsinstrumenten aangegeven. Milieubeleid draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Hoe de leefomgeving wordt ervaren, wordt onder meer bepaald door de aanpak van de vervuiling van bodem, lucht en Status: vastgesteld 21
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
water, door veiligheidsrisico’s bedrijvigheid, geluidsoverlast en afvalinzameling. Daarnaast spelen zaken als woningaanbod, werkgelegenheid en voorzieningen een rol, evenals groenvoorzieningen, natuur en afwisseling van karakteristieke gebieden. De plaatselijke overheid is vaak beter dan de rijksoverheid in staat aan de kwaliteit van de leefomgeving bij te dragen. Daarom krijgt de lokale overheid meer vrijheid en zoveel mogelijk integrale verantwoordelijkheid voor de lokale leefomgeving. Uitgangspunt hierbij is dat dit leidt tot verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Het Rijk stelt voor de milieukwaliteit een harde ondergrens en zal samen met de andere overheden bij uitvoering en handhaving die grens bewaken.
3.4.6 Rijksbeleid met betrekking tot ecologie In Europa zijn door de Europese Unie richtlijnen opgesteld voor de bescherming van de natuur, de Habitat- en Vogelrichtlijn. Hierin worden regels gesteld voor de bescherming van zowel natuurgebieden als voor bedreigde planten- en diersoorten. Eén van de doelstellingen is het creëren van een Europees netwerk van natuurgebieden, Natura 2000 genaamd. Een vertaling van dit EU-beleid voor soortbescherming naar Nederlands niveau is de Flora- en faunawet. Hierin worden bedreigde inheemse planten- en diersoorten als beschermd aangewezen. Gebiedsbescherming wordt in Nederland geregeld in de wet Natuurbescherming. Hierin worden waardevolle natuurgebieden als beschermd aangewezen. Ruimtelijke plannen als bestemmings-, bouw- en sloopplannen moeten aan deze wet- en regelgeving voldoen. In Hoofdstuk 4 Milieuaspecten wordt hier nader op ingegaan.
3.4.7 Rijksbeleid met betrekking tot erfgoed Op grond van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007) een aanpassing van de Monumentenwet 1988, de nieuwe Erfgoedwet (2016) en door opname van bovengenoemde wetgeving in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet algemene bepalingen omgevingswet (Wabo 2010) en de komende Omgevingswet (2021) is de relatie erfgoed en ruimtelijke ordening (nog meer) versterkt.
3.4.8 Luchthaven Indelingsbesluit Het luchthaven indelingsbesluit (LIB) Schiphol legt beperkingen op aan objecten, bebouwing en gebruiksfuncties in het gebied rond de luchthaven. Het LIB Schiphol geeft de maximale hoogten van bebouwing aan. In delen van het plangebied mag de bebouwing niet hoger zijn 146 meter. Dit is echter nergens het geval en dit acht de gemeente ook niet wenselijk.
Status: vastgesteld 22
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Afbeelding 3.4.5.1: bijlage 4 Luchthavenindelingsbesluit. De windturbine binnen het plangebied is strijdig met het Luchthavenindelingsbesluit, gelet op Status: vastgesteld 23
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
de toetshoogten uit artikel 2.2.2 LIB en de toetszones windturbines en lasers uit artikel 2.2.4 LIB. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft hiervoor een verklaring van geen bezwaar afgegeven. Bovendien geeft het LIB beperkingen aan de bouwmogelijkheden van gevoelige bebouwing, waaronder woningen en scholen worden bedoeld. Bijlage 3 van het LIB bevat een kaart waarop de verschillende 'beperkingsgebieden' zijn weergegeven. Het plangebied ligt gedeeltelijk in beperkingsgebied nummer 5. Op deze gronden zijn buiten bestaand stedelijk gebied geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan.
Afbeelding 3.4.5.2: bijlage 3 Luchthavenindelingsbesluit Schiphol. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid tot het bouwen van nieuwe woningbouwlocaties. Het bestemmingsplan is daarom niet in strijd met het LIB.
3.5 Provinciaal beleid 3.5.1 Structuurvisie 2040 (2010) Op 16 februari 2010 is de Provinciale Ruimtelijke verordening door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Provinciale Staten hebben op 21 juni 2010 de structuurvisie vastgesteld. In 2015 is de structuurvisie voor het laatst bijgewerkt. De provincie werkt nu aan de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. In de structuurvisie beschrijft de Provincie hoe en op welke manier ze met verschillende ontwikkelingen en keuzes omgaat en schetst ze hoe de provincie er in 2040 moet komen uit te zien. De Provincie speelt in op actuele dilemma's door mee te veranderen waar nodig, maar vooral ook door bestaande kwaliteiten verder te ontwikkelen. Noord-Holland moet aantrekkelijk blijven in wat het is: een diverse, internationaal concurrerende regio, in contact met het water en uitgaande van de kracht van het landschap. Door te kiezen voor Status: vastgesteld 24
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
hoogstedelijke milieus en beperkte uitleg van bedrijventerreinen, houdt de Provincie Noord-Holland het landelijk gebied open en dichtbij. Door voorzichtig om te gaan met uitleg buiten bestaande kernen speelt ze in op de veranderingen in de bevolkingsontwikkeling op langere termijn. Door in te zetten op het op eigen grondgebied opwekken van duurzame energie draagt ze actief bij aan de CO2-reductie. Door versterking van de waterkeringen en het aanleggen van calamiteitenbergingen houdt ze de voeten droog. En door het landelijk gebied te ontwikkelen vanuit de kenmerken van Noord-Hollandse landschappen en de bodemfysieke kwaliteiten blijft de provincie bijzonder en aantrekkelijk om in te wonen, te werken en om te bezoeken. De structuurvisie en de bijbehorende provinciale verordening zijn het inhoudelijke beleidskader van de provincie waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen. Dit betekent dat de provincies regels voorschrijft over bestemmingen en het gebruik van gronden met een provinciaal belang. Voor Velsen zijn met name het bestaand bebouwd gebied (de voormalige rode contouren), de Rijksbufferzone Amsterdam-Haarlem (heeft in de SVIR geen status meer) en de reservering voor nieuw haventerrein van belang. De provinciale EHS is herijkt en op 23 mei 2011 door PS vastgesteld.
3.5.2 Provinciaal milieubeleidsplan Noord-Holland In het Provinciaal Milieubeleidsplan staan de milieudoelen van de provincie. Ook wordt daarin beschreven hoe die moeten worden gerealiseerd en binnen welke termijn. Het biedt gemeenten en waterschappen een kader voor hun beleid en geeft ondernemers en burgers inzicht in toekomstige ontwikkelingen en maatregelen. Voor de Provincie is het de basis voor de vergunningverlening en handhaving. Daarnaast gebruikt de Provincie het milieubeleidsplan om te kijken welke rol het milieu moet spelen in andere beleidsplannen. Met dit plan wil de provincie bijdragen aan: Het voorkomen van schade aan de menselijke gezondheid Duurzaam produceren en consumeren Vergroten van de kwaliteit van de leefomgeving Hierbij wordt prioriteit gegeven aan: Bodemsanering en de uitvoering baggerprogramma's Regie op handhaving Duurzame energie Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS) Prioriteiten bij de uitvoering van het PMP Kwaliteit van de leefomgeving vormt een centraal thema in het programma. Dit betekent dat hieraan prioriteit wordt gegeven en dat de doelstellingen voor de thema's lucht, geluid en externe veiligheid, die in belangrijke mate bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving, uit het Milieubeleidsplan worden gerealiseerd.
Aan de duurzaamheidthema's energie, duurzaam ondernemen en duurzame mobiliteit wordt aandacht gegeven bij de reguliere advisering bij ontwikkelingslocaties. De doelstellingen voor het thema natuur en landschapskwaliteit sluiten aan bij de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS) en zijn tevens in lijn met landelijk beleid. De doelstellingen voor het thema bodem sluiten aan bij het landelijk beleid (Nationaal Milieubeleidsplan 4). Voor het thema afval zijn de activiteiten en de doelstellingen gericht op preventie en tevens gericht op de nuttige toepassing (hergebruik) van herbruikbaar afval. De provinciale doelstellingen en activiteiten omtrent het thema water worden in overleg met regionale waterbeheerders uitgewerkt in deelstroomgebiedvisies en deelstroomgebiedplannen. Status: vastgesteld 25
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
Milieubeleidsplan 2009-2013 Op 31 maart 2009 is het ontwerp-Provinciaal Milieubeleidsplan voor de periode 2009-2013 vastgesteld door Gedeputeerde Staten en vrijgegeven voor inspraak. Najaar 2009 wordt een definitief plan aan Provinciale Staten voorgelegd ter goedkeuring. Het nieuwe Milieubeleidsplan moet eind 2013 leiden tot het bereiken van de Europese en nationale milieunormen. Het plan heeft twee overkoepelde doelen: het voorkomen van schade aan de menselijke gezondheid, het stimuleren van duurzame ontwikkeling, zonder afwenteling van milieubelasting. De Provincie stelt tweejarige uitvoeringsprogramma's op (2010-2011 en 2012-2013) waarin de uitvoering van dit het nieuwe Milieubeleidsplan meer in detail wordt vastgelegd.
3.5.3 Provinciaal Waterplan 2010-2015 Provinciale Staten hebben op 16 november 2009 het Provinciaal Waterplan 2010-2015 vastgesteld. Het motto van het Waterplan is beschermen, benutten, beleven en beheren van water. De klimaatverandering, het steeds intensievere ruimtegebruik in Noord-Holland en de toenemende economische waarde van wat beschermd moet worden, vragen om een herbezinning op de waterveiligheid, het waterbeheer en de ruimtelijke ontwikkeling. In het Waterplan wordt per thema behandeld wat de Provincie zelf doet tot en met 2015 en wat de Provincie verwacht van Rijk, Rijkswaterstaat, waterschappen, gemeenten, terreinbeheerders en bedrijfsleven. De Provincie versterkt de uitvoering van het plan en bewaakt de voortgang door samen met haar partners een uitvoeringsprogramma voor de hele planperiode op te stellen. In het Waterplan worden vier uitgangspunten gehanteerd: -
-
-
Klimaatbestendig waterbeheer: De waterkeringen, het watersysteem en de ruimtelijke inrichting moeten voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Water medesturend in de ruimte: water is een belangrijke sturende factor in de ruimtelijke ontwikkeling. Op sommige plekken, zoals in de omgeving van dijken, is water vanwege de veiligheid zelfs het belangrijkste sturende element. Elders is water volgend in de ruimtelijke afweging; Centraal wat moet, decentraal wat kan: Met de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening is 'centraal wat moet, decentraal wat kan' de nieuwe sturingsfilosofie van het Rijk die de Provincie overneemt. De uitgangspunten van deze vernieuwingen zijn: minder regels, meer uitvoeringsgericht, modernisering en stroomlijning van de regels; Gebiedsgerichte en resultaatgerichte benadering: Het Noord-Hollandse landelijk gebied zoals dat nu ervaren wordt is het resultaat van het leven met en de strijd tegen water. Daarbij moet worden gedacht aan de terpen, dijken, molens en droogmakerijen. Sinds 2007 heeft de Provincie dankzij het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) een belangrijke regierol voor de inrichting en het beheer van het landelijk gebied. Met het Rijk heeft de Provincie uitvoeringsafspraken gemaakt voor de periode 2007-2013. De uitvoering van het waterbeleid vraagt maatwerk via een gebiedsgerichte aanpak.
3.5.4 Provinciaal verkeers- en vervoersplan Op 1 oktober 2007 hebben provinciale staten het “Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, Actualisatie van het PVVP 2007-2013 (PVVP)” vastgesteld. Hierin zet de provincie haar bijgewerkte visie op het verkeer en vervoer in de provincie en het verkeers- en vervoersbeleid voor de periode van 2007 tot 2013 uiteen. Uitgangspunt hiervoor was het beleid zoals dat in het “Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan 2003” is opgenomen. In hoofdlijnen is het beleid gericht op 'vlot en veilig door Noord-Holland'. Status: vastgesteld 26
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
In de visie merkt de Provincie op dat de ruimtelijke ordening belangrijke aanknopingspunten biedt voor het mobiliteitsvraagstuk. In bestaande situaties zijn er nauwelijks mogelijkheden voor wijzigingen. Bij herontwikkeling van bestaande situaties of nieuwe situaties zijn die mogelijkheden er wel. Mobiliteit is in deze situaties één van de sturende uitgangspunten. In het PVVP is bepaald dat bij de ontwikkeling van (ruimtelijke) plannen duidelijk moet worden gemaakt hoe de bereikbaarheid van het plangebied wordt gewaarborgd. Ook is in het PVVP bepaald dat 'oplossingen' moeten bijdragen aan de veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid van het gebied.
3.5.5 Leidraad landschap en cultuurhistorie Mede dankzij de grote variëteit aan landschappen, dorpen en bijbehorende cultuurhistorie is Noord-Holland een aantrekkelijk gebied om te wonen, werken en recreëren. Er zijn wadden, duinen, polders, heidevelden, veenweiden en droogmakerijen. De rijke historie is onder andere terug te vinden in de West-Friese Omringdijk en de Stelling van Amsterdam. De provincie Noord-Holland wil de kwaliteit en de diversiteit van het Noord-Hollands landschap graag behouden en verder ontwikkelen en de dorpen behouden en ontwikkelen. Daarom heeft het begrip ruimtelijke kwaliteit een belangrijke plek gekregen in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is onlangs vernieuwd. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 april 2018) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 is een digitaal document en bestaat uit een introductiedeel met onder andere informatie over de opzet van de Leidraad en de juridische doorwerking, een deel met gebiedsgerichte informatie (ensembles en structuren) en een voorbeeldenbank.
De Leidraad 2018 is in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) verankerd in artikel 15 (ruimtelijke kwaliteitseis). De wijziging van de Verordening, en daarmee ook de Leidraad 2018, is op 2 mei 2018 in werking getreden. In de informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie staat een algemeen overzicht van landschap en cultuurhistorie van provinciaal belang. In het plangebied bevinden zich geen van dergelijke landschappen of cultuurhistorische objecten.
Status: vastgesteld 27
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
3.6 Gemeentelijk beleid 3.6.1 Visie op Velsen 2025 In de Visie op Velsen is de gemeente in 2025 een bloeiende en groeiende gemeente en bevat de kennisindustrie van de Metropool Regio Amsterdam. Onderzoeksinstituten op het gebied van wind- en waterenergie en duurzaamheid hebben een grote (internationale) aantrekkingskracht op studenten, expats en kenniswerkers die veelvuldig gebruik maken van de horeca die gesitueerd is rondom het prachtige stadshart van IJmuiden. Er is een sterke samenwerking tussen de kennisinstituten in Amsterdam en de bedrijven in Velsen. In deze visie ligt het accent op kennisrijke industrie: doorontwikkelde bestaande industrieën en initiatieven (kennisintensief worden van haven en staal, offshore-industrie), ontwikkeling van kenniscentra op deze terreinen en ontwikkeling van nieuwe werkgelegenheid op het gebied van duurzame energie (waterenergie) en samenwerking met wetenschappelijke instituten op deze terreinen. De rol van de gemeente De rol van de gemeente in deze visie is die van facilitator. De gemeente brengt partijen bijeen, legt relaties en verbindingen, initieert overleggen en zet zich in voor nauwe regionale samenwerking. Daarnaast schept de gemeente waar mogelijk de nodige randvoorwaarden, bijvoorbeeld op het gebied van ruimtelijke ordening en de inrichting van de openbare ruimte. De gemeente voert een actief marketing- en promotiebeleid.
De Visie op Velsen 2025 zal uitgewerkt worden in verschillende nog op te stellen beleidsdocumenten, zoals een nieuwe Structuurvisie en een nieuwe Woonvisie.
3.6.2 Structuurvisie 2025 (2016) Op 12 mei 2016 heeft de gemeenteraad de nieuwe Structuurvisie Velsen 2025 ‘Rauw, Slim en Lommerrijk’, vastgesteld. In de structuurvisie worden de kernkwaliteiten van Velsen verder verankerd. De innovatieve maakindustrie, de nautische toegangspoort tot de Metropoolregio Amsterdam, het gedifferentieerde woonmilieu met de groene duindorpen en de focus op dit IJmuiden met zijn te lang onderschatte metropolitane kwaliteiten. De structuurvisie Velsen is de integrale visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De structuurvisie zet de stip op de horizon in 2040 en toont de ruimtelijke visie tot 2025. Voor het plangebied worden onderstaande onderwerpen benoemd: slimme werkplaats / ontwikkeling Techport; aantrekkelijke samenhangende routes maken en versterken beleefbaarheid kanaalzone. pont; nautische toegangspoort; netwerk van fiets- en wandelpaden verder ontwikkelen; groene landschap tussen de kernen behouden. Onderstaand is een uitsnede van de structuurvisiekaart opgenomen, waarbij is ingezoomd op het plangebied.
Status: vastgesteld 28
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
afbeelding 3.6.2: Structuurvisie 2025.
Voor het plangebied geldt dat op bovenstaande kaart de paarse vlakken zijn gemarkeerd als 'nautische toegangspoort'. De roze delen zijn gemarkeerd als 'slimme werkplaats/ Techport'. Door het plangebied loopt ook een groene zone, gemarkeerd als 'verbinden en verbetering kwaliteit parken'. Als ambitie voor 'Nautische Toegangspoort' wordt genoemd het verder versterken van de positie van Velsen als volwaardige Nautische Toegangspoort van de MRA. Centraal in die ontwikkeling staat onder meer de ontwikkeling van de haven als servicehaven voor de offshore industrie (inclusief windenergie). Als ambitie voor 'slimme werkplaats/Techport' wordt genoemd het verder ontwikkelen als de Slimme Werkplaats / Techport. Daarvoor wordt ingezet op: economische specialisatie in basismetaal-, maakindustrie en onderhoud offshore windenergie; het kennisintensief maken van de maakindustrie, meer gericht op innovatie en duurzaamheid; krachtenbundeling van onderwijs, overheid en bedrijfsleven (technisch vakmanschap); de Techniekcampus Tata Steel. Specifiek voor 'verbetering kwaliteit parken' is geen ambitie omschreven. In de structuurvisie is het gebied Wijckerpoort, nabij station Beverwijk, benoemd als zoeklocatie voor woningbouw op de langere termijn (na 2025), als gemengd woon-werkgebied.
Status: vastgesteld 29
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
3.6.3 Archeologie en Monumentenbeleid De beleidsnota Monumentenzorg Velsen is in 2005 vastgesteld en in 2008 geactualiseerd. In deze beleidsnota geeft de gemeente Velsen haar visie op de gemeentelijke monumentenzorg. Leidraad hierbij is een zorgvuldig beheer en weloverwogen behoud van het architectonische en cultuurhistorisch erfgoed van Velsen, in samenspel met Rijk, Provincie en particulieren. Cultuurhistorie wordt als vast onderdeel betrokken bij planontwikkelingen en –uitvoering.
3.6.3.1
Beleidsnota archeologie Velsen
In april 2017 heeft de gemeenteraad de Beleidsnota archeologie Velsen vastgesteld. Op de beleidskaart zijn alle aangetoonde, bekende aanwezige en te verwachten archeologische waarden geïnventariseerd en verdeeld in categorieën. Bij elke categorie hoort een regime met een vrijstellingsoppervlak en vrijstellingsdiepte. Het regime bepaalt waar en bij welke ruimtelijke plannen er rekening gehouden dient te worden met archeologie en wanneer er sprake is van vrijstelling hiervan. Voor het (voorontwerp) van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Velsen-Noord gelden twee archeologische regimes. Deze twee regimes zijn vertaald in twee verschillende soorten bestemmingsplanregels met betrekking tot archeologie; waarde archeologie categorie 3 en waarde archeologie waarde 5.
3.6.4 Verkeersbeleid In het Lokaal Verkeer- en Vervoersplan 2004 (LVVP) zijn de beleidshoofdlijnen op het gebied van verkeer en vervoer voor de gemeente Velsen vastgelegd. Dit LVVP beschrijft voor de periode tot circa 2020 de hoofdlijnen van het verkeers- en vervoerbeleid en bevat een overzicht van concrete uitvoeringsmaatregelen en beleidsacties. Knelpunten en mogelijke oplossingen worden besproken. Doelstelling van het LVVP is het vergroten van de verkeersveiligheid, de leefbaarheid en de bereikbaarheid. In Velsen-Noord is de verkeersstructuur gewijzigd in de afgelopen jaren. Hier zijn twee belangrijke wegen toegevoegd aan het wegennet: de Westelijke Randweg Beverwijk (N197) en aan de zuidkant de Concordiastraat. De Pontweg is juist afgesloten voor autoverkeer op het gedeelte tussen de woonkern en de Concordiastraat-Noordersluisweg. Hierdoor is een duidelijke scheiding verkregen tussen de woonkern en de bedrijventerreinen.
3.6.5 Milieubeleid De gemeente Velsen heeft in samenwerking met de Milieudienst IJmond een Meerjaren Milieubeleidsplan (MBP) opgesteld. In het MBP is voor de periode 2008-2012 het gemeentelijke milieubeleid opgesteld en vertaald in concrete doelstellingen. Aandachtspunten in het MBP zijn: Het waarborgen van de leefbaarheid; optimaal gebruik van de regelgeving; de voorbeeldfunctie van de gemeente; het bevorderen van duurzame ontwikkeling en het realiseren van klimaatbeleidsdoelstellingen. Waar mogelijk wordt meervoudig ruimtegebruik toegepast, waarbij ondergronds bouwen, gestapeld bouwen en het combineren van functies belangrijke elementen zijn. Bij het herinrichten van terreinen dan wel bij uitbreidingswensen wordt uitgegaan van het mengen Status: vastgesteld 30
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
van functies als wonen, detailhandel, horeca en niet hinderlijke bedrijvigheid. Binnen de gemeente is in navolging van de milieuvisie een beleidsplan duurzaam bouwen vastgesteld. In dit beleidsplan worden de ambities beschreven op het gebied van duurzaam bouwen in relatie tot bouwprojecten en de openbare ruimte. Het toepassen van meervoudig ruimtegebruik is één van de ambities.
3.6.6 Duurzaamheid Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen is het op zodanige manier bouwen dat gedurende de gehele levensloop van het gebouw en de gebouwde omgeving zo min mogelijk (milieu-)belasting ontstaat. Aandacht voor duurzaamheid betekent expliciete aandacht voor een gezond, leefbaar binnenmilieu van de woningen, beperkingen van de negatieve gevolgen voor mens en milieu en beperkingen van de woonlasten op termijn (energierekening). Duurzame stedenbouw is een belangrijk en voorwaardenscheppend onderdeel van duurzaam bouwen. Verschillende nieuwe, maar zeker ook al bestaande, initiatieven en/of maatregelen worden in het kader van duurzaam bouwen samengevoegd tot het concept van een plan. Deze initiatieven en maatregelen vormen samen de bouwstenen. Gemeentelijk beleid voor duurzaam bouwen Gemeente Velsen en de Omgevingsdienst IJmond hebben ter ondersteuning en invulling van deze beleidsdoelstellingen een lokaal beleid geformuleerd in 'Kwaliteit en duurzaam bouwen' en in het milieubeleidsplan 2014-2018. In dit milieubeleidsplan is de ambitie van de gemeente gesteld op een GPR score van minimaal een 8 voor Energie en Gezondheid en minimaal een 7,5 voor de thema's Milieu, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Voor een duurzame invulling van het project is het zelfs mogelijk om de ambitie te verhogen naar minimaal 9 voor het thema 'energie'.
GPR Gebouw GPR Gebouw is een programma voor het omzetten van ontwerpgegevens van een gebouw naar prestaties op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid. GPR gebouw gaat over woonkwaliteit, de toekomstwaarde én de gebruikelijke thema's van duurzaam bouwen. Het is een hulpmiddel voor het maken van keuzes bij nieuwbouw en renovatie van woningen, scholen en andere gebouwen. Om inzicht te krijgen in de duurzaamheid van nieuwbouwprojecten stimuleert de gemeente Velsen het gebruik van GPR Gebouw. GPR Gebouw is een relatief eenvoudig instrument waarmee prestaties worden uitgedrukt in rapportcijfers van 1 tot 10. Keuzemodules geven aan hoe scores zijn te verhogen (tot maximaal een tien) voor de vijf verschillende onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Binnen het ontwerp (of de renovatie) is men vrij om binnen de verschillende modules voorzieningen naar keuze te realiseren, zolang deze keuzes leiden tot het gewenste ambitieniveau. Per project wordt door Omgevingsdienst IJmond (gratis) digitaal een sublicentie voor het programma GPR Gebouw verstrekt.
Status: vastgesteld 31
bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Velsen-Noord"
3.6.7 Windturbinebeleidsplan De gemeente Velsen is momenteel bezig met een actualisering van het gemeentelijke windturbinebeleidsplan. In het geactualiseerde stuk wordt meer ruimte geschapen voor windturbines aan de noordoever van het Noordzeekanaal gelegen binnen dit bestemmingsplan en de verruiming van mogelijkheden parallel aan de rijksweg A9. De mogelijkheden voor windturbines passen bij de schaal van dit gebied en de daar gelegen bedrijventerreinen. De nieuwe visie van de gemeente Velsen op het eigen windturbinebeleidsplan zal eerst binnen de Regionale Energiestrategie (RES) in regionaal verband afgestemd moet worden.
3.6.8 Groen en waterplan In juli 2019 is het Groenstructuurplan Velsen vastgesteld. Dit plan vervangt het eerder vastgestelde Landschap- beleidsplan en Groenbeleidsplan. Het doel van het Groenstructuurplan is de bestaande kwaliteit van het landschap en groen te behouden en richting te geven aan de ontwikkeling en het beheer ervan. In het plan zijn daartoe vier speerpunten geformuleerd: Het versterken van de beleving van de Velsense landschappen; het waarborgen van een groene leefomgeving binnen stedelijk gebied; het verhogen van de ecologische waarde van de groenstructuur en het benutten van de groenstructuur bij het realiseren van een klimaatadaptieve gemeente. In het Groenstructuurplan worden de kansen met betrekking tot klimaatadaptatie op het gebied van groen en water benut en werken we toe naar een klimaatbestendige stad. Het Groenstructuurplan zet in op het vergroenen van bedrijventerreinen, zowel (waar mogelijk) in de openbare ruimte als op daken. Op daken kan dit ook gecombineerd met installaties voor opwekking van duurzame energie (zon en wind). Toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen worden aan dit Groenstructuurplan getoetst. Als uitwerking van het in 1991 opgestelde Ontwikkelingsplan Groene IJmond is in 2001 het Groen- en Waterplan vastgesteld. Het Groen- en Waterplan gaf een visie voor de binnenduinrand ter hoogte van Heemskerk, Beverwijk en Velsen Noord.