2021-12-01 business case SSV.pdf
Tekst van het document
Business case Stadsschouwburg Velsen
64
Tabel 6.1 Exploitatietekort 2025 (eerste jaar opening) scenario’s en varianten, exclusief subsidie Scenario A
Scenario B
Scenario C
Centrumvariant 1.1
Bedrijfsopbrengsten exclusief subsidie
€ 2.149.225
€ 2.746.775
€ 2.884.000
Bedrijfskosten Exploitatietekort
€ 3.285.925 -€ 1.136.700
€ 4.360.325 -€ 1.613.550
€ 4.836.175 -€ 1.952.175
€ 54.525
€ 74.875
-€ 1.191.225
-€ 1.688.425
Aflossing en rente SSV Exploitatietekort inclusief investering SSV
Centrumvariant 1.2
Centrumvariant 2
€ 2.539.425
€ 796.275
€ 2.881.475
€ 4.915.275 -€ 2.375.850
€ 2.146.075 -€ 1.349.800
€ 5.602.850 -€ 2.721.375
€ 90.575
€ 108.850
€ 54.175
€ 126.275
-€ 2.042.750
-€ 2.484.700
-€ 1,403.975
-€ 2.847.650
Bron: bewerking Ecorys
Voor alle scenario’s en varianten moet een exploitatietekort worden verwacht. SSV beschikt over onvoldoende vermogen om dit exploitatietekort zelf op te vangen. Na meerdere jaren van reorganisatie en corona zijn de reserves vrijwel verdwenen. De wil is er om in de toekomst financiële buffers te gaan vormen. De balans van de eigen business case van SSV, na uitvoering van haar voorkeursscenario C, voorziet in de opbouw van reserves om tegenvallers op te vangen. Financiering investering SSV SSV gaat er van uit dat zij per scenario en centrumvariant een ander bedrag zelf moet gaan investeren. Voor de betaling van deze investeringen sluit SSV leningen. Elk jaar wordt een deel afgelost. Er wordt met circa 2,5% rente per jaar over de leensom rekening gehouden. SSV heeft verzocht om de aflossing en rente over deze lening te betrekken bij de overwegingen met betrekking tot het exploitatietekort. In tabel 6.1 is de aflossing en rente gespecificeerd over de scenario’s en centrumvarianten. Eenmalige subsidie € 1,5 miljoen 2018 is uitgegeven Vrijwel alle gemeenten met een schouwburg constateren dat het niet waarschijnlijk is dat de schouwburg een sluitende exploitatie kan hebben. Cultuur kost geld. De gemeenteraad heeft dit bij haar besluitvorming in het probleemjaar 2018 dit overwogen en daarom besloten om een eenmalig bedrag van € 1,5 miljoen subsidie ter beschikking te stellen.
Dit bedrag is uitgegeven. Het bedrag is verdeeld in twee tranches en diende om de schulden af te betalen en voor de wederopbouw van de organisatie. Na besteding van de eerste tranche van € 1 miljoen bleek dat voldaan was aan de verbetermaatregelen die in 2017 waren opgelegd. Die maatregelen gingen bijvoorbeeld over de governance, de administratieve organisatie, interne controle en planning & control. Op basis hiervan is de tweede tranche van € 500.000 uitgekeerd. Ook hieraan waren voorwaarden verbonden (versterken van de organisatie etc.) en daaraan werd voldaan. Op deze manier kon de organisatie met een schone lei verder werken aan een toekomstbestendige Stadsschouwburg. Het negatieve resultaat dat in 2018 en 2019 overbleef heeft de SSV kunnen opvangen. Inmiddels is ook voldaan aan de voorwaarden van goede bedrijfsvoering en kon op advies van de toezichthouder het externe verscherpte toezicht per 1 juli 2021 worden afgebouwd. Historische ontwikkeling subsidie gemeente Velsen 2005-2021 Voor de historische ontwikkeling van de door SVV ontvangen gemeentelijke subsidie vanaf 2005 wordt naar bijlage 5 verwezen. De in deze bijlage vermeldde subsidie per jaar bestaat vooral uit structurele subsidie en daarnaast uit overige gemeentelijke subsidie. Overige gemeentelijke subsidie 2020-2021 Vanuit vastgoed is voor het jaar 2020 een eenmalige toekenning van circa € 18.000 gekomen.
Wellicht volgt nog een kleine aanvulling. Voor het lopende jaar 2021 is een huurkorting van € 11.000 toegekend. Verder is een bedrag van € 230.000 (waarvan € 80.000 als cofinanciering van
Business case Stadsschouwburg Velsen
65
de gemeente geldt) toegekend vanuit het Provinciaal Noodfonds. Het ziet er echter naar uit dat dit gehele bedrag wordt teruggevorderd. Daarnaast is in de gemeentebegroting 2022 een voorstel opgenomen tot verhoging van de structurele subsidie met € 90.000 per jaar. Marktconforme gemeentelijke subsidie Met behulp van gegevens uit het TheaterAnalyseSysteem van de branchevereniging VSCD kan worden bepaald welke subsidie voor SSV in de toekomst min of meer als marktconform kan worden gezien. Onder ‘marktconforme subsidie’ wordt dan verstaan de jaarhuur die vergelijkbare theaters gemiddeld genomen per jaar ontvangen. Uit het TAS is de gemiddelde jaarhuur in het laatste pre-coronajaar 2019 genomen van de theaters die subsidie ontvangen van de gemeenten in middelgrote gemeenten (50.000-100.000 inwoners) en die ten minste met 2 theaterzalen zijn uitgerust Helaas registreert TAS niet de gemiddelde vloeroppervlakte van de theaters. Daarom kan geen marktconforme subsidie worden afgeleid op basis van een subsidie per m2 vloeroppervlakte. Wel geeft TAS de gemiddelde subsidie per inwoner op podiumkunstvoorstellingen (tabel 6.2). Tabel 6.2 Kengetallen voor gemeentelijke subsidie van theaters in 2019 50-100.000 inwoners
Alle VSCDtheaters
Gemeente Velsen
€ 19,89
€ 13,10
€ 12,76
4%
2%
Gemeentelijke subsidie per inwoner Prijsindex 2019-2025
€ 20,72 1,09
€ 13,37 1,09
Totaal gemeentelijke subsidie 2025
€ 22,67
€ 14,63
Gemeentelijke subsidie per inwoner op podiumvoorstellingen Overige subsidie
Bron: VSCD TheaterAnalyseSysteem 2021, bewerking Ecorys
Naast de subsidie op podiumvoorstellingen wordt in de middelgrote gemeenten 4% subsidie extra betaald. In alle theaters werd 2% extra subsidie uitgekeerd. In de laatste kolom staat welke subsidie per inwoner in Velsen in 2019 werd betaald. De subsidie per inwoner bleef achter bij die in de andere theaters. Dat betekent niet zonder meer, dat de subsidie zou moeten worden verhoogd. Subsidie en huur ten laste van de huurder zijn ten slotte communicerende vaten zijn. Eerder in de berekening werd de huur ingevoerd (de kostprijsdekkende huur). De subsidie is nog een onbekende. Marktconforme subsidie SSV 2025-2035 Aan de hand van het kengetal voor de VSCD-theaters in middelgrote gemeenten (€ 19,89 in 2019) is in tabel 6.3 de marktconforme subsidie berekend voor het jaar 2025, het eerste jaar van opening na de uitvoering van een scenario of centrumvariant. Het kengetal is geïndexeerd tot 1-1-2025, het jaar van opening van de nieuwe accommodatie. In tabel 6.3 is de marktconforme subsidie op basis van het kengetal doorgerekend. Het kengetal is elk volgend jaar weer geïndexeerd.
Business case Stadsschouwburg Velsen
66
Tabel 6.3 Marktconforme subsidie SSV, bij alle scenario’s en centrumvarianten Inwoners gemeente 69.050 69.154 69.258 69.341 69.445 69.570 69.752 69.934 70.080 70.262 70.480
Jaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035
Subsidie per inwoner € 22,67 € 23,08 € 23,50 € 23,92 € 24,35 € 24,79 € 25,24 € 25,69 € 26,15 € 26,62 € 27,10
Marktconforme subsidie SSV € 1.565.650 € 1.596.225 € 1.627.400 € 1.658.675 € 1.691.075 € 1.724.600 € 1.760.250 € 1.796.600 € 1.832.750 € 1.870.575 € 1.910.175
Bron: bewerking Ecorys
De marktconforme subsidie is gelijk voor alle scenario’s en centrumvarianten, omdat het gebruikte kengetal niet gevoelig is voor verschillen in de vormgeving van een theater. Restant exploitatietekort, na vermindering met marktconforme subsidie Tabel 6.4 laat zien welk exploitatietekort resulteert per scenario in het openingsjaar 2025, nadat de marktconforme subsidie in mindering is gebracht. Tabel 6.4 Restant exploitatietekort na vermindering met marktconforme subsidie
Exploitatietekort Marktconforme subsidie Restant tekort
Scenario A
Scenario B
Scenario C
Centrumvariant 1.1
Centrumvariant 1.2
Centrumvariant 2
-€ 1.191.250
-€ 1.688.425
-€ 2.042.750
-€ 2.484.700
-€ 1.403.975
-€ 2.847.650
€ 1.565.650 geen
€ 1.565.650 -€ 122.775
€ 1.565.650 -€ 477.100
€ 1.565.650 -€ 919.050
€ 1.565.650 geen
€ 1.565.650 -€ 1.282.000
Bron: bewerking Ecorys
De marktconforme subsidie is voldoende voor scenario A en centrumvariant 1.2, de scenario’s met de minste ambitie. Bij de andere alternatieven is meer gemeentelijke subsidie nodig om tot een dekkende exploitatie van de schouwburg te komen. Tabel 6.5 Sterkte/zwakte overzicht maatschappelijke impact scenario’s en centrumvarianten Variant 1.1 Scenario A Scenario B Scenario C (+ scen. A) +/Multifunctionaliteit -++ +/+ Levensvatbaarheid -+ ++ + Laagdrempeligheid + ++ Mogelijkheden tot + ++ +/+ samenwerking + Voorziet in behoefte voor -+ ++ iedereen in Velsen
Centrumvariant 1.2
Centrumvariant 2
--
++ + ++
+/-
++
--
++
Bron: bewerking Ecorys
Bij de besluitvorming over de keuze voor een van de scenario’s en varianten, moet de maatschappelijke impact meegenomen worden. Deze maatschappelijke impact is kwalitatief beoordeeld in tabel 6.5. Twee plussen staat voor excellent; een plus voor volwaardig; een plus/min voor matig tot goed; een min voor onvoldoende en twee minnen voor slecht. Het ijkpunt is scenario C. Dit scenario beantwoordt aan de eisen die vanuit de doelstellingen van de Cultuurnota gesteld mogen worden aan de centrale aanbieder van accommodatie voor podiumkunsten in de gemeente.
Business case Stadsschouwburg Velsen
67
Relevant is onder meer, dat wij er van uitgaan dat scenario A een korte termijnsoplossing is. Het vervangen van de huidige schouwburg door centrumvariant 1.2 beperkt de programmeringsmogelijkheden. Kiezen voor dit scenario betekent in feite uitstel. Voor de lange termijn is de schouwburg niet langer levensvatbaar, als de gemeente zich beperkt tot dit scenario. Aanvullend: prestatiesubsidie In hoofdstuk 5 werd geconstateerd dat veel maatschappelijke partijen (zoals bijvoorbeeld een middelgrote scoutingvereniging met een exploitatie van circa € 5.000 voor het hele jaar) het sociaal-maatschappelijke tarief en het tarief voor lokale amateurs niet kunnen veroorloven. Dit roept voortdurend een dilemma op, zowel bij deze partijen als bij de schouwburg. Wij constateren dat SSV haar verhuurbeleid voor de toekomst van de schouwburg verder moet uitwerken. Een idee is om ook andere organisaties dan lokale amateurs gebruik te laten maken van het laagste tarief, indien zij op grond van hun jaarverslag kunnen aantonen dat zij niet in staat zijn om het commerciële tarief of het sociaal-maatschappelijk te veroorloven. De schouwburg zou dan gecompenseerd kunnen worden voor de mindere inkomsten die worden gegenereerd. In feite is er dan sprake van aparte subsidiering als prestatiebeloning vanuit het cultuurbeleid. Het gaat immers om doelgroepen die in de cultuurnota worden bedoeld.
Bovendien moeten de dagtarieven gespecificeerd worden naar bijvoorbeeld de theaterzaal, de toekomstige vlakkevloerzaal en eventuele andere per dag of dagdeel te verhuren accommodatie. Indien SSV eens per jaar een begroting opstelt voor het te verwachten verlies op de culturele verhuur, kan de extra subsidiering als voorschot worden verstrekt. Een maximum kan dan worden vastgesteld. Na afloop van elk jaar kan de eindafrekening plaatsvinden, bijvoorbeeld bij de vaststelling van het voor volgend jaar beschikbaar stellen van de reguliere subsidie voor de schouwburg.
Business case Stadsschouwburg Velsen
68
Bijlage I Ingrepen en voor- en nadelen van de scenario’s A en B
I.1 Scenario A: verduurzaming bestaand gebouw
Bron: HER-architecten 2019
NB - Dit overzicht is opgesteld door de architect. Het overzicht moet begrepen worden vanuit de bestaande situatie (achterstallig onderhoud) en niet vanuit een toekomstige situatie, waarbij structurele verbeteringen zijn gerealiseerd.
Business case Stadsschouwburg Velsen
69
I.2 Scenario B: verduurzaming en toevoegen multifunctionele zaal
Bron: HER-architecten 2019
NB - Dit overzicht is opgesteld door de architect. Het overzicht moet begrepen worden vanuit de bestaande situatie (achterstallig onderhoud) en niet vanuit een toekomstige situatie, waarbij structurele verbeteringen zijn gerealiseerd..
Business case Stadsschouwburg Velsen
70
Bijlage II De logica van twee zalen
Scenario C en centrumvariant 2 voorzien in een volwaardige podiumfunctie met een grote theaterzaal (nu: 716 stoelen) en een vlakke multifunctionele zaal (200-250 bezoekers). In deze bijlage wordt het belang van de combinatie van dergelijke zalen voor een schouwburg bekeken. Tabel II.1 Vergelijking grootte en bezettingsgraad schouwburg Velsen en theaters Nederland in 2019 Velsen Theaters NL 2019 2019 Zalen per theater 1,0 1,4 (VSCD: 2,1) Stoelen per zaal 716 446 (418) Stoelen per 1.000 inwoners 10,5 15,8 Bezoeken per podiumkunstvoorstelling 423 333 Bezoeken per professionele podiumkunstvoorstelling 445 359 Podiumkunstvoorstellingen per zaal 142 123 Professionele podiumk.voorstellingen per zaal 107 91 Bezoeken podiumk. voorstellingen per stoel 83,9 73,0 Bezetting van stoelen per podiumkunstvoorstelling 59% n.b. Bezetting van stoelen per professionele p.k. voorstelling 62% 80% (68%) Bezoeken per inwoner aan podiumkunstvoorstellingen 0,60 Verhoging van bezoekfrequentie in middelgrote gemeenten 8,4% Bezoekfrequentie theaters inwoners middelgrote gemeenten 0,69 0,65 Bron: VSCD, EM-cultuur, CBS, SSV en VSCD 2021, bewerking Ecorys
In tabel II.1 heeft Ecorys verschillende gegevens over de schouwburg en haar aantal bezoekers zo bijeengebracht en bewerkt, dat omvang en prestaties van de Velsense schouwburg in het precoronajaar 2019 kan worden vergeleken met het gemiddelde van alle theaters in Nederland. Het gaat over het jaar 2019: dit pre-coronajaar is het meest recente jaar waarover statistiek over de Nederlandse theaters beschikbaar is, op dit moment.31 Relatief weinig zalen en stoelen, in vergelijking met andere theaters Uit deze vergelijking blijkt, dat het aantal zalen van Stadsschouwburg Velsen relatief klein is, zowel vergeleken met het gemiddelde van alle theaters in Nederland (1,4) als met dat van de theaters die lid zijn van de branchevereniging VSCD (2,1 zalen, zowel in de theaters in middelgrote gemeenten met 50.000-100.000 inwoners als voor alle VSCD-theaters). Het gemiddeld aantal stoelen per zaal komt hierdoor hoger uit dan gemiddeld. Er was in 2019 in alle Nederlandse theaters gemiddeld 446 stoelen per zaal aanwezig, volgens het CBS. In de VSCD-theaters in de gemeenten met 50.000100.000 inwoners waren 418 stoelen per zaal beschikbaar en 482 stoelen in alle gemeenten. Het aantal stoelen in de schouwburg per 1.000 inwoners van de gemeente lag in Velsen een derde deel lager dan gemiddeld in Nederland.
Door een tweede (kleinere) zaal toe te voegen aan de schouwburg, komt SSV meer in balans met het aanbod aan zalen en stoelen in de andere theaters in Nederland. Bezettingsgraad van de theaterzaal in Velsen was relatief hoog Het aantal bezoeken per podiumkunstvoorstelling en per professionele podiumkunstvoorstelling kwam in Velsen een kwart hoger uit dan elders. Dit terwijl het aantal professionele podiumvoorstellingen in Velsen 15-20% hoger uitkwam dan in de andere theaters. Helaas zijn er niet voldoende landelijke cijfers ter beschikking om de bezetting van de theaterzaal bij alle soorten
31
Gegevens over theaters in deze paragraaf hebben betrekking op schouwburgen en overige theaters die zich eerst en vooral richten op podiumkunst in een gebouw. Separate poppodia en openluchttheaters worden niet meegeteld. Hoewel filmtheaters het woord theater in hun naam en diverse schouwburgen ook als filmtheater functioneren, worden separate filmtheaters in ons land tot de branche bioscopen gerekend.
Business case Stadsschouwburg Velsen
71
podiumkunstvoorstellingen in SSV te vergelijken met alle theaters in het land. Deze cijfers zijn er wel voor de professionele podiumkunstvoorstellingen. De bezettingsgraad van de grote theaterzaal van SSV (62%) bleef iets achter bij die van alle VSCD-theaters in Nederland (circa 65%) en bij die van de VSCD-theaters in de middelgrote gemeenten (circa 64%). Goede bezoekfrequentie van inwoners gemeente Het is normaal om het aantal bezoekers aan podiumkunstvoorstellingen in een jaar aan een theater te delen door het aantal inwoners van de gemeente. Deze deling, die de bezoekfrequentie wordt genoemd, is ook normaal voor bijvoorbeeld bioscopen en filmtheaters. Hierbij worden de bezoekers van een theater die van buiten de gemeente van vestiging komen meegeteld. De regiofunctie van het theater zit zo in de berekening ingebakken. De bezoekfrequentie aan theaters in de middelgrote gemeenten (50.000-100.000 inwoners) ligt iets hoger dan in alle gemeenten. De bezoekfrequentie kwam in Velsen uit op 0,69 keer per inwoner in 2019. In de middelgrote gemeenten lag dat op 0,65 keer per jaar. Ook voor dit kengetal doet de Velsense schouwburg het relatief goed. Toename van de bezoekfrequentie haalbaar bij verbetering kwaliteit Het kan beter. In de jaren 2015 en 2016 scoorde de Velsense schouwburg een bezoekfrequentie van bijna 0,75 keer per jaar, terwijl het Witte Theater toen nog open was.
Dit theater werd op 1 juli 2017 gesloten. De bezoeken aan het Witte Theater zijn niet meegeteld in de 0,75 keer per jaar. In 2017 en 2018 kwam de bezoekfrequentie aan de schouwburg uit op 0,79 keer per jaar. In 2019 kwam dit uit op 0,69 keer, mogelijk in verband met de reorganisatie van de schouwburg. Als de kwaliteit van de accommodatie van de schouwburg verbeterd; het aantal podiumvoorstellingen groeit en de programmering nog beter wordt afgepast op de wensen en voorkeuren van de inwoners van Velsen, moet de bezoekfrequentie kunnen toenemen. In het verleden is in andere middelgrote gemeenten bewezen dat dit haalbaar was. In het hoofdstuk over de exploitatiebegrotingen gaat Ecorys er van uit dat de bezoekfrequentie aan podiumkunstvoorstellingen in SSV zal stijgen naar circa 0,82 keer per jaar in het eerste volledige jaar van opening. Dit komt neer op minder dan 5% toename ten opzichte van 2017 en 2018. Uit ervaringen met significante verbetering van theaters en bioscopen in de middelgrote steden, weten we dat er in de eerste vijf jaar na de opening sprake zal zijn van een uitgroei van het markteffect, in dit geval tot circa 0,85 keer per jaar. In het rekenmodel is deze uitgroei niet meegenomen.
De theaterzaal van SSV is een grote zaal (> 700 zitplaatsen) Is de theaterzaal met haar meer dan 700 stoelen niet te groot? In andere schouwburgen heeft de theaterzaal minder stoelen of meer stoelen. Zo beschikt de schouwburg van Haarlem over 658 stoelen. Om en nabij de 700 stoelen is het beste, is de heersende gedachte in het veld. Dit heeft te maken met de kosten van de producties, waar een bepaalde opbrengst tegenover moet staan. Van de circa 250 zalen die het theateranalysesysteem van de VSCD zijn geregistreerd, beschikt ongeveer 60% van de zalen over minder dan 500 stoelen, ongeveer 20% over 500-700 stoelen en eveneens ongeveer 20% over 700 of meer stoelen. Vanaf ongeveer 700 stoelen wordt een theaterzaal als groot gezien, hoewel de streep ook wel bij ten minste 500 stoelen wordt getrokken. De eerste zaal van de VSCD-theaters beschikte in 2019 gemiddeld over 660 stoelen. In de andere zalen van deze theaters stonden toen gemiddeld 236 stoelen. De grote theaterzalen hebben met name zo veel stoelen nodig voor de blockbuster-voorstellingen, bijvoorbeeld voor populaire musicals of voor een heel bekende cabaretier. Het aantal blockbustervoorstellingen per jaar is overigens voor de meeste grote theaterzalen beperkt en kleiner dan vroeger, onder meer omdat de populaire musicals niet langer plegen rond te reizen.
Business case Stadsschouwburg Velsen
72
De bestaande zaal van de Stadsschouwburg telt 716 stoelen. (Momenteel zijn nog maximaal 125 bezoekers in de zaal zijn toegestaan, vanwege de corona-aanpassingen.) In dit rapport wordt er van uitgegaan, dat het aantal zitplaatsen van de theaterzaal bij scenario C op circa 715 stoelen wordt gehandhaafd. Omdat bij centrumvariant 2 wordt uitgegaan van hetzelfde programma als bij scenario C, geldt voor centrumvariant 2 hetzelfde. In een studie naar de haalbaarheid en wenselijkheid van de realisatie van een nieuwe vlakkevloerzaal bij Theater de Parade in ’s-Hertogenbosch32 is met behulp van enkele bronnen een inschatting gemaakt van het aantal voorstellingen voor theaterzalen met meer dan 300 stoelen. Ongeveer 10% van de voorstellingen heeft 300-400 toeschouwers; eveneens 10% 400-500 toeschouwers; ongeveer 6% 500-600; ongeveer 4% 700-800 toeschouwers en 7% meer dan 800 toeschouwers. Als er een tweede, kleinere zaal bijkomt met 200-250 stoelen, kan de grote zaal zich richten op de 30% van de podiumkunstvoorstellingen met zeer veel toeschouwers. De keuze voor minder stoelen in een nieuwe grote theaterzaal bij centrumvariant 2 kan in de nabije toekomst zorgvuldig worden overwogen. Door te kiezen voor bijvoorbeeld 500-525 stoelen, kan circa 10% van de voorstellingen niet meer gefaciliteerd worden.
Het gaat dan vooral om de voorstellingen met het meeste publiek, met mogelijk serieuze gevolgen voor de financiële exploitatie van de schouwburg. De raming van de investering voor centrumvariant 2 in het volgende hoofdstuk is gebaseerd op even veel stoelen als in de bestaande theaterzaal. Redelijke bezettingsgraad van de theaterzaal De meeste podiumkunstvoorstellingen ontvangen minder bezoekers dan het aantal stoelen van grote theaterzalen. In 2019 waren er 445 van de 716 stoelen van de theaterzaal van SSV bezet bij de professionele podiumkunstvoorstellingen (62%). Voor alle podiumkunstvoorstellingen kwam de bezettingsgraad op circa 59% uit. Als alleen wordt gekeken naar de professionele podiumkunstvoorstellingen, kenden alle VSCD-theaters in 2019 gemiddeld 65% bezettingsgraad, tegen 64% in de middelgrote gemeenten. Betekent dit dat de bestaande theaterzaal iets te veel stoelen heeft? Vanaf 2013 heeft de bezettingsgraad bij alle podiumkunstvoorstellingen in de theaterzaal steeds gemiddeld tussen de 55-60% gelegen. Het adviesbureau BMC (2017) vond deze bezettingsgraad aan de lage kant. Een gemiddelde bezettingsgraad van 60-65% moest haalbaar zijn. Ook afgezet tegen gemiddeld 64% bezetting in de VSCD-theaters in de gemeenten met 50.000-100.000 inwoners in het laatste pre-coronajaar 2019.
Ecorys plaatst hier overigens de kanttekening bij, dat de theaterzaal van SSV met 716 stoelen duidelijk groter is dan de meeste theaterzalen in deze middelgrote gemeenten, met als logische consequentie dat de bezettingsgraad lager wordt. De 5560% bezettingsgraad van SSV is daarmee een goede prestatie. Temeer daar het gemiddeld aantal bezoeken aan deze zaal per voorstelling in deze zaal aan de hoge kant pleegt uit te vallen. Het vak houdt aan, dat podiumkunstvoorstellingen voor artiesten en publiek het beste tot hun recht komen als minimaal circa 55% van de stoelen bezet is. Als er financieel of ruimtelijk beperkingen zijn, kan de kritische capaciteit naar 50% dalen. Ecorys adviseert om 55-60% bezetting als taakstellend voor de toekomst aan te houden. Als er een tweede zaal bijkomt, zullen de bezoekers over beide zalen spreiden. De bezettingsgraad van de grote zaal kan dan gaan dalen, tenzij het aantal bezoekers gaat stijgen, mede omdat het aantal podiumkunstvoorstellingen zal gaan stijgen.
De multifunctionaliteit van de nieuwe vlakkevloerzaal (200-250 bezoekers) 32
Langeveld: “Analyse tweede zaal theater aan de Parade” (2017), pagina 9
Business case Stadsschouwburg Velsen
73
Het belangrijkste kenmerk van vlakkevloerzalen is dat de toeschouwers zich in dezelfde ruimte bevinden als de spelers, waardoor de afstand tussen spelers en publiek kleiner is dan in een traditionele theaterzaal. Een traditionele theaterzaal heeft een vaste opstelling en een lijsttoneel: het publiek kijkt naar een podium, zoals naar een schilderij. In een vlakkevloerzaal kan het publiek in diverse opstellingen worden geplaatst, al of niet op een tribune die kan worden gedemonteerd. De toeschouwer kan zich tussen de artiesten bewegen. Een ander kenmerk is dat theatertechnische installaties, schijnwerpers en decorelementen vaak voor het publiek zichtbaar zijn, evenals decorwisselingen. Boven het toneel is vaak geen trekkenwand, maar een netwerk van buizen of bruggen aangebracht om de spots aan te hangen. Ook is de toneelhoogte geringer dan in het toneelhuis van een traditionele theaterzaal. Met de nieuwe vlakke multifunctionele zaal voor 200-250 bezoekers wordt het podiumaanbod van de SSV beter afgestemd op de mogelijkheden om zo veel mogelijk voorstellingen te laten geven, zowel groot als klein en zowel door professionele als door (lokale) amateurgezelschappen. Tabel 4.2 Specificatie programmering nieuwe multifunctionele zaal per jaar
Bron: HTC 2020
Op grond van haar eerdere onderzoek naar de behoefte aan podiumkunsten bij de bevolking (onder meer met uitvoerige enquêtes), kwam HTC vorig jaar tot de bovenstaande specificatie van de in de toekomst gewenste programmering voor de vlakke multifunctionele zaal. De filmvoorstellingen staan er nog niet bij in de linkerkolom. Het gaat om een gevarieerd programma. De multifunctionele uitvoering van de nieuwe zaal maakt deze zaal inzetbaar voor bijvoorbeeld filmvoorstellingen (waaronder art house films), voor on screen presentaties voor de liefhebbers van culturele gebeurtenissen (bijvoorbeeld de Wagner-cyclus in Bayreuth), voor popvoorstellingen en klassieke kamermuziek en voor familie- en zakelijke bijeenkomsten.33 Het belang van de combinatie van een grote theaterzaal en een vlakke multifunctionele zaal Middelgrote gemeenten hebben veelal één schouwburg met een grote traditionele theaterzaal. Een aantal schouwburgen beschikt daarnaast ook over een vlakkevloerzaal. Dat geldt in het bijzonder voor de theaters die lid van de branchevereniging VSCD zijn, waaronder Stadsschouwburg Velsen. Verreweg de meeste theaters die bij de branchevereniging VSCD zijn aangesloten beschikken over twee zalen. De eerste zaal heeft gemiddeld 698 stoelen in alle VSCD-theaters en gemiddeld 660 stoelen in de VSCD-theaters in de middelgrote gemeenten.
De tweede zaal heeft gemiddeld gemiddeld tussen de 200-250 stoelen.34 De schouwburg in Velsen kan over enkele jaren ook over twee zalen gaan beschikken. De 716 stoelen van de theaterzaal is dan niet te veel, in vergelijking met de VSCD-theaters. De vlakke multifunctionele vloer wordt met 200-250 stoelen wat aan de kleine kant. Daar staat tegenover dat de meeste vlakke multifunctionele zalen in alle theaters over om en nabij 250 stoelen beschikken.
33
34
Het Thalia Theater in IJmuiden (voorheen City bioscoop) beschikt over een kleinere vlakkevloerzaal met circa 150 m2 oppervlakte, die geschikt is voor feesten en zakelijke bijeenkomsten (https://www.thaliatheater.nl/capaciteit/). VSCD: “TheaterAnalysteSysteem” over het jaar 2019
Business case Stadsschouwburg Velsen
74
Een goed gevulde zaal inspireert acteurs en artiesten en bevordert de sfeer en het gevoel van saamhorigheid onder bezoekers. Vooral in het middensegment van de voorstellingen (met onder meer groot gemonteerd toneelaanbod) worden de nadelen van de relatief slecht bezette grote theaterzalen sterk ondervonden. De podiumgezelschappen die structureel subsidie van het Rijk ontvangen (de zogenaamde BIS-gezelschappen, goed voor 15-20% van de theatervoorstellingen in het land) spelen daarom meer in vlakkevloerzalen en in kleinere theaterzalen. In de studie naar de haalbaarheid en wenselijkheid van de realisatie van een nieuwe vlakkevloerzaal bij Theater de Parade in ’s-Hertogenbosch35 is ook ingeschat voor welk deel van de podiumvoorstellingen een vlakkevloerzaal (met 200-250 stoelen) geschikt is. Vlakkevloerzalen plegen tot rond de 250 toeschouwers plaats te bieden. Ongeveer 10% van de voorstellingen telt minder dan 100 bezoekers; bijna een kwart 100-200 toeschouwers en bijna 15% 200-300. In een uiterste geval zou ongeveer de helft van alle voorstellingen (niet van de bezoekers!) in de vlakkevloerzaal kunnen worden geaccommodeerd.
Schouwburgen met een grote en een kleine zaal kunnen commercieel succesvolle producties gebruiken om verliezen op artistiek aanbod te dekken.36 Door de combinatie van zalen nemen de exploitatiemogelijkheden toe en kan de bedrijfsvoering efficiënter worden georganiseerd. Het wordt verder mogelijk om voorstellingen tegelijk te geven en om bepaalde voorstellingen (mocht de verkoop van het aantal tickets tegen- of meevallen) in de andere zaal te laten plaatsvinden. De complementaire voorzieningen (zoals de horeca) krijgen, door de differentiatie in de programmering meer kansen. Bovendien kan het filmtheater twee films tegelijk gaan draaien en beter verschil maken tussen blockbuster en art house films. Een grote theaterzaal is er voor de grote professionele podiumkunstvoorstellingen en voor grotere bijeenkomsten van bijvoorbeeld scholen of bedrijven. Deze passen niet in een kleine zaal. De kleine zaal is meer geschikt voor functies als amateurkunst, pop, cabaret en kleinere zakelijke bijeenkomsten. Deze passen weer niet in de grote zaal. De functie van grote en kleine zaal zijn daarmee niet vergelijkbaar en niet uitwisselbaar. Daarom kan gesteld worden dat SSV met twee zalen naar verwachting een betere exploitatie zal draaien en beter zal voldoen aan de doelstellingen van de gemeentelijke cultuurnota, dan bij een grote (traditionele) theaterzaal.
Gemis aan synergie bij accommodaties voor podiumkunsten op meer dan één locatie Op het moment dat de vlakkevloerzaal zelfstandig in het centrumgebied zou komen en de schouwburg op haar huidige locatie blijft, betekent dit dat minder inhoudelijke synergie en versterking zal optreden en een gevoel van rivaliteit kan gaan ontstaan. Eerder heeft de gemeente de keuze gemaakt om het Witte Theater te sluiten, dus om voor een locatie voor podiumkunsten te kiezen. Toen is besloten om het podiumaanbod te richten op de schouwburg. Indien de raad in de toekomst opteert voor een zelfstandige vlakkevloerzaal in het centrum, wordt daarvan afgeweken. Vlakkevloerzaal is aanvullend, niet vervangend Voor de besluitvorming over de toekomst van de Velsense schouwburg is relevant om te beseffen dat centrumvariant 1 niet vervangend kan zijn voor de bestaande schouwburg. De programmering die mogelijk is in een vlakkevloerzaal is aanvullend op die van de schouwburg. Indien centrumvariant 1 wordt uitgevoerd en de bestaande schouwburg uit exploitatie wordt gehaald, leidt dit tot aanzienlijk niveauverlies in Velsen op het gebied van podiumkunsten. Indien centrumvariant 1 wordt uitgevoerd in combinatie met de renovatie van de bestaande schouwburg (scenario A), leidt dit weliswaar tot een schaalsprong, maar dan zal sprake zijn van dislocatie (spreiding over twee locaties).
Daardoor zullen de jaarlijkse exploitatielasten hoger uitvallen dan bij scenario B.
35 36
Langeveld: “Analyse tweede zaal theater aan de Parade” (2017), pagina 9 Fonds Podiumkunsten: ‘Jaarverslag 2019’, pagina 32.
Business case Stadsschouwburg Velsen
75
Bijlage III Herontwikkeling bestaande locatie
Indien de gemeenteraad in de toekomst gaat kiezen voor een nieuwe vlakkevloerzaal of voor een nieuwe schouwburg in het centrumgebied, kan het nodig worden om te kijken naar de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de huidige schouwburglocatie. De gemeente is eigenaar van dit pand en van het kavel. Op dit moment kan het volgende opgemerkt worden met betrekking tot het toekomstig gebruik van het bestaande schouwburgpand en van deze locatie. Het pand staat niet op de monumentenlijsten van het Rijk en van de gemeente. Optie 1: slopen en herontwikkeling locatie naar woningbouw Indien er voor gekozen wordt om het pand te slopen om ter plaatse bijvoorbeeld woningbouw te gaan realiseren (de gemeente kan besluiten bouwrijpe grond te gunnen, via een openbare aanbesteding, aan een ontwikkelaar of aannemer) moet niet alleen rekening worden gehouden met de kosten van het slopen en het bouwrijp maken van de grond, maar ook aan versnelde afschrijving.
Omdat verondersteld kan worden dat de gemeente bij sloop en herontwikkeling naar woningbouw een bepaald financieel resultaat kan behalen, dat kan bijdragen aan de realisatie van centrumvariant 2, wordt deze bijlage in de eindversie van dit rapport uitgebreid met een raming van het financieel resultaat: wat is de grond in dit geval waard? Optie 2: handhaven gebouw en hergebruiken voor leisure De tweede mogelijkheid is het handhaven van het bestaande gebouw, waarbij het gebouw zo wordt aangepast dat het geschikt is voor ander gebruik dan voor podiumkunsten en verwant cultuur. Het gebouw is zo specifiek in indeling en hoogte, dat de mogelijkheden voor ander gebruik zeer beperkt zijn. Gedacht kan worden aan functies die de hoogte van de zaal kunnen aanwenden, zoals leisure-vormen (kinderspeelpaleis, klimwanden, trampolines). Er is voldoende parkeren in de omgeving voor dit soort hergebruik. De huuropbrengsten en vastgoedwaarde van het pand bij leisure-functies zijn vergelijkbaar met die als schouwburg. Bij deze optie zal de gemeente het eigendom van het gebouw willen afstoten. Het is steeds meer gewoonte in de leisure-branches om panden niet te huren, maar te kopen. De vergunningstermijn moet dan afgestemd worden op de hypotheektermijn. De aanpassing van het gebouw voor het beoogde gebruik komt voor rekening van de huurder en zal in mindering worden gebracht op de koopprijs.
In de eindversie van dit rapport wordt ook een raming van het financieel resultaat van deze optie (verkoopwaarde) toegevoegd. Voorlopige conclusie Vooralsnog wordt, op basis van onze eerste inschattingen, opgemerkt dat het financieel resultaat van de eerste optie (grondwaarde, bouwrijp) en van de tweede optie (verkoopwaarde) niet van een dusdanige orde zal zijn, dat significant kan worden bijdragen aan de dekking van de kosten van de realisatie van een nieuwe vlakkevloerzaal of schouwburg in het centrumgebied.
Business case Stadsschouwburg Velsen
76
Bijlage IV Spreiding drukte over uren van de week van SSV en van stadion Telstar Bron: Google Analytics, geraadpleegd 10 augustus 2021
Business case Stadsschouwburg Velsen
77
Business case Stadsschouwburg Velsen
78
Bijlage V Subsidie en huur 2005-2021
Business case Stadsschouwburg Velsen
79
Over Ecorys
Ecorys is een toonaangevend internationaal onderzoeks- en adviesbureau dat zich richt op de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen. Door middel van uitmuntend, op onderzoek gebaseerd advies, helpen wij publieke en private klanten bij het maken en uitvoeren van gefundeerde beslissingen die leiden tot een betere samenleving. Wij helpen opdrachtgevers met grondige analyses, inspirerende ideeën en praktische oplossingen voor complexe markt-, beleids- en managementvraagstukken. Onze bedrijfsgeschiedenis begon in 1929, toen een aantal Nederlandse zakenlieden van wat nu beter bekend is als de Erasmus Universiteit, het Nederlands Economisch Instituut (NEI) oprichtten. Het doel van dit gerenommeerde instituut was om een brug te slaan tussen het bedrijfsleven en de wereld van economisch onderzoek. Het NEI is in 2000 uitgegroeid tot Ecorys. Door de jaren heen heeft Ecorys zich verspreid over de wereld met kantoren in Europa, Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Wij werven personeel met verschillende culturele achtergronden en expertises, omdat wij ervan overtuigd zijn dat mensen met uiteenlopende eigenschappen een meerwaarde kunnen bieden voor ons bedrijf en onze klanten. Ecorys excelleert in zeven werkgebieden: - Economic growth; - Social policy; - Natural resources; - Regions & Cities; - Transport & Infrastructure; - Public sector reform; - Security & Justice.
Ecorys biedt een duidelijk aanbod aan producten en diensten: - voorbereiding en formulering van beleid; - programmamanagement; - communicatie; - capaciteitsopbouw (overheden); - monitoring en evaluatie. Wij hechten waarde aan onze onafhankelijkheid, onze integriteit en onze partners. Ecorys geeft om het milieu en heeft een actief maatschappelijk verantwoord ondernemingsbeleid, gericht op meerwaarde voor de samenleving en de markt. Ecorys is in het bezit van een ISO14001-certificaat dat wordt ondersteund door al onze medewerkers.
Business case Stadsschouwburg Velsen
80
Postbus 4175 3006 AD Rotterdam Nederland
Watermanweg 44 3067 GG Rotterdam Nederland
T 010 453 88 00 F 010 453 07 68 E netherlands@ecorys.com K.v.K. nr. 24316726
W www.ecorys.nl
Sound analysis, inspiring ideas
BELGIË – BULGARIJE – INDIA – KROATIË - NEDERLAND – POLEN – SPANJE – TURKIJE - VERENIGD KONINKRIJK