0577 OM Transitievisie warmte Velsen def
Tekst van het document
Voldoet
Voldoet
Voldoet
Gevel
Kozijnen en Dak glas
Isolatie binnenzijde Spouw (na)isoleren
Minimaal HR glas
Dak (na)isoleren
Voldoet
Voldoet
Voldoet
De bron en bijhorende opwekinstallatie waarmee dit net wordt gevoed is sterk afhankelijk van de locatie en de schaalgrote van het afzetgebied. Het Warmte transitiemodel analyseert niet de beschikbaarheid van bronnen in een buurt, maar veronderstelt dat er altijd voldoende bronnen zijn. De potentiële bron nenmix in een gebied moet dus apart gevalideerd worden. Het verdient hier de opmerking dat een 70˚C-warmtenet wel degelijk kan starten als een warmte net dat tijdelijk gevoed wordt door bronnen van 90˚C, bijvoorbeeld door een tijdelijke gasketel in de wijk, met een biomassacentrale of als er hoogtempera tuur restwarmte beschikbaar is. Vastgoedeigenaren hebben dan de tijd om hun gebouwen te isoleren en het warmtenet kan dan dus sneller groeien.
Tabel 4: Indicatie basisniveau maatregelen per bouwjaar
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
35
De kosten voor de infrastructuur van een warmtenet bestaan uit de aanleg van de hoofdleiding naar de wijk, de wijkinfrastructuur en onderstations en het aansluiten van de woning inclusief het plaatsen van een afleverset. Deze kosten kunnen sterk per buurt verschillen en zijn voor een groot deel afhanke lijk van het type bebouwing en de dichtheid van de bebouwing. Deze worden deels terugverdiend door een positieve exploitatie van de verkoop van warmte aan de consument, gedurende een lange looptijd. Wat overblijft is de Bijdrage Aansluit Kosten (BAK) die de vastgoedeigenaar betaalt op het moment van aansluiten. In het Warmtetransitiemodel wordt gerekend met deze aansluitkos ten. Daarbij wordt rekening gehouden met schaal en dichtheid: hoe groter de lokale toepassingsschaal en hoe stedelijker de omgeving, hoe lager de kosten per woning. ALL-ELECTRIC ‘All-electric’ betekent dat er alleen een elektriciteitsnet in de buurt is. Als dat het geval is, dan is er een warmteopwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt. Dit is dus een individueel systeem waar gebouweigenaren over besluiten. In het model is uitgegaan van een lucht-wa ter-warmtepomp, omdat dit in praktijk de meest toegepaste oplossing is. Naast de investeringskosten in de warmtepomp zijn ook de kosten meegenomen voor elektriciteitsnetverzwaring.
Deze kosten zijn gebaseerd op een aantal praktijkcases, maar zullen per wijk uiteraard sterk kunnen verschillen. BESTAANDE GASNET (VOORLOPIG) LATEN LIGGEN De derde warmteoptie is die van het bestaande gasnet. Deze warmteoptie is belangrijk omdat er buurten overblijven waar zowel all-electric als een midden temperatuur warmtenet zeer kostbare en daarom onrealistische warmteopties zijn met de huidige stand van de techniek. Het gaat dan met name om lande lijke buurten en om oude binnensteden. Daarnaast is er in deze buurten door de stedelijke structuur en nauwe bebouwing vrijwel geen ruimte in het open baar domein om over te gaan tot de aanleg van bijvoorbeeld een warmtenet. Aangezien het Warmtetransitiemodel een model is dat een uitspraak doet over welke warmteoptie logisch is om mee te starten in een wijk vanuit het oogpunt van kosten, is het ook logisch om buurten aan te wijzen waar je voorlopig nog niet start en het gasnet voorlopig nog blijft liggen.
36
Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte
Modelleren van het afwegingskader Het afwegingskader is geïmplementeerd in het Warmtetransitiemodel door middel van rekenregels. Op basis van de kengetallen per sleuteltype is per woning berekend wat de investeringen en besparingen zijn van de warmte opties. Deze investeringen en besparingen worden opgeteld per buurt. Utili teitsgebouwen doen dus niet mee in deze berekening. Bij warmtenetten wordt rekening gehouden met schaal en dichtheid: hoe groter de toepassingsschaal en hoe hoger de dichtheid, hoe lager de kosten per woning. Op basis van de investeringskosten en de operationele kosten en opbrengsten wordt een onrendabele top berekend over een periode van 30 jaar met een financiering met 1,5% rente. De onrendabele top is het deel van de investering dat niet kan worden terugverdiend met de inkomsten en besparingen van de investering. Vrijwel altijd zullen duurzame warmteopties nog leiden tot een onrendabele top op buurtniveau. Als de financieringsperiode wordt verkort naar bijvoor beeld 15 jaar dan zal de onrendabele top dus verder stijgen. De omvang van de onrendabele top verschilt doorgaans sterk per buurt. Bij de berekeningen worden de volgende kengetallen gebruikt: Tarieven 2018 Kosten aardgas per m3 Kosten elektriciteit per kWh Kosten warmte per GJ Vastrecht gas energieleverancier Vastrecht gas en meetkosten netbeheerder Exploitatieduur Financieringsrente
€ 0,81 € 0,23 € 28,47 € 57,69 € 181,30 1,5%
Tabel 5: Geselecteerde financiële kengetallen
BANDBREEDTES IN INVESTERINGSKOSTEN EN BESPARINGEN Alle investeringskosten en de onrendabele top worden uitgedrukt in een ge middelde bandbreedte met een onder- en bovengrens. Deze bandbreedte is nodig omdat er een bandbreedte wordt genomen in de te nemen maatregelen op woningniveau en in hoeverre maatregelen (kunnen) worden gecombineerd met natuurlijke momenten. Ook zijn er sterke verschillen in de investeringen in de aansluiting op een warmtenet, vanwege lokale omstandigheden, zoals het type bron en de te realiseren schaal. De bandbreedtes zijn zodanig breed dat zij rekening houden met de volgende aspecten:
• Technische variaties binnen warmteopties, afhankelijk van warmtebron, opslag, opwekker en infrastructuur • Bestaande prijsverschillen op de markt zoals de kosten van elektriciteit per kWh • Marktontwikkelingen zoals schaarste en inzetbaarheid van personeel, materiaal, etc. • Het al dan niet benutten van natuurlijke momenten voor investeringen (woningrenovatie, aanpakken van de riolering, etc.) • Reeds getroffen maatregelen in de woning • Afwijking van de kengetallen als gevolg van sterk afwijkende woningen De omvang van de bandbreedte verschilt per maatregeltype, warmteoptie, woningtype en bouwjaarklasse, afhankelijk van de karakteristieken van die specifieke combinatie. ALLOCATIE VAN WARMTEOPTIES Het optellen van alle kosten en besparingen per woning per buurt leidt tot een som, waarbij de sommen van warmtenet en all electric worden vergeleken om de optie te vinden met de laagste maatschappelijke kosten. Buurten waar een warmtenet lagere kosten heeft dan all electric, maar waarbij niet wordt voldaan aan een van de twee onderstaande voorwaarden, komen uit op de warmteop tie “Voorlopig nog gasnet”: • Indien de bebouwingsdichtheid lager is dan 30 woningequivalenten per hectare, waarbij een woningequivalent gelijkstaat aan één woning en 100 m2 utiliteitsbouw. • Indien het gemiddelde bouwjaar ouder is dan 1920.
Maatregelen woningniveau
Maatregelen aardgasvrij Bandbreedte
Bandbreedte
Ondergrens Bovengrens
Ondergrens
Bovengrens
Totale investering warmtetransitie Bandbreedte
Ondergrens
Bovengrens
Figuur 10: Schematische weergave van kostenbandbreedtes voor de warmtetransitie
DE VISUALISATIE VAN DE WARMTEKAART De resultaten van de kostentechnische analyse worden gevisualiseerd in de Warmtekaart. De Warmtekaart toont de voorkeursoptie op basis van de laag ste maatschappelijke kosten, en toont ook de orde grootte van het verschil met het alternatief. Wanneer de kosten zeer dichtbij elkaar liggen, wordt dit ook weergegeven. Wanneer de gebruiker op een buurt klikt, zijn alle kosten en besparingen in detail te zien (met in achtneming van de bandbreedtes).
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
37
BIJLAGE
C Resultaten bewonersbijeenkomsten
38
Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
39
40
Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte
Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving
41
BIJLAGE
D Resultaten stellingen raadsavond 18 maart 2021
42
Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte