CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

0577 OM Transitievisie warmte Velsen def

Raadsvergadering 28 oktober 2021, gemeente VelsenBij agendapunt: Vaststellen Transitievisie warmte19.762 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Wonen in Velsen zonder aardgas Transitievisie Warmte Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

Colofon

Inhoudsopgave

Datum versie: 26 maart 2021 Deze Transitievisie Warmte is opgesteld door Over Morgen, in opdracht van de gemeente Velsen en in nauwe samenwerking met woning­ corporaties Velison Wonen, Woningbedrijf Velsen en Brederode Wonen, netbeheerder Liander, drinkwaterbdrijf PWN, hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheemraadschap van Rijnland, GreenbizIJmond, Omgevingsdienst IJmond, Energiek Velsen en HVC.

2

Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte

Voorwoord3 Samenvatting4 1. Inleiding 1.1 Landelijke ambities 1.2 Lokale ambities 1.3 Wie hebben er meegedacht? 1.4 Leeswijzer

7 7 9 10 10

2. Gezamenlijke uitgangspunten

11

3. De warmtetransitie in Velsen 3.1 De opgave is groot 3.2 De transitie naar aardgasvrij 3.3 Isoleren als de eerste stap 3.4 Toekomstbestendige infrastructuur in elke wijk 3.5 Inzet op duurzame bronnen

12 12 14 14 17 17

4. Waar gaan we naartoe? 4.1 Analyse naar een aardgasvrij Velsen 4.2 Visie op aardgasvrij Velsen in 2050 4.3 Criteria wijkfasering 4.4 Gebieden met kansen en fasering 4.5 Financieringsopties

19 19 24 25 26 28

5. Hoe verder? Plan tot uitvoering

32

Bijlage A Aardgasvrije warmteoplossingen Velsen Bijlage B Warmtetransitiemodel en de Warmtekaart Bijlage C Resultaten bewonersbijeenkomsten Bijlage D Resultaten stellingen raadsavond 18 maart 2021

35 41 48 57

Voorwoord In het Klimaatakkoord van Parijs spraken we af: we gaan op weg naar een duurzame toekomst. Die duurzamere wereld spreekt mij mijn hele leven al aan, lang voordat we ons hier als samenleving druk om maakten. Ik vond en vind: we hebben maar één aarde, en die mogen wij niet verpesten en uitputten voor de generaties die na ons komen. Het is nu nodig om hier serieus mee aan slag te gaan, want ons doel is ambitieus: een CO2-reductie van 55% in 2030, en in 2050 willen we CO2-neutraal zijn. Dat vraagt om actie en over een deel van die actie gaat de Transitievisie Warmte Velsen die voor u ligt. De TVW gaat over het aardgasvrij maken van de woonomgeving, als onder­ deel van de energietransitie. Per wijk in Velsen bekijken we wat de beste alternatieve oplossing is. De visie beschrijft welke wijken zich lenen voor een collectief warmtenet, en welke delen we het beste aardgasvrij kunnen ma­ ken met een individuele warmte­techniek. We geven aan met welke wijken we willen beginnen. Die keuze baseren we op technische en financiële overwegingen, en op overwegingen die de gemeenteraad ons hierover meegaf. De totstandkoming van de transitievisie is een coproductie. Van de gemeente Velsen en de volgende organisaties: Energiek Velsen, Woningbedrijf Velsen, Velison, Liander, PWN, Hoogheemraadschap Rijnland, en HVC. Zij leverden allen input voor de Transitievisie Wonen.

En uiteraard betrekken we de partijen ook bij de vervolgstappen. De aanpak in de visie formuleerden we vanuit onderzoek naar rea­ listische alternatieven voor aardgas op dit moment. We zetten in op plannen waar we stevige stappen mee kunnen maken, technieken die nu de beste optie zijn. Daarbij verliezen we niet uit het oog wat

er straks kan. Aan de innovatieve technieken en oplossingen van de toekomst, wordt nu gesleuteld. Die ontwikkelingen nemen we mee in de periodieke herijking van de TVW, iedere vijf jaar. Zo benutten we met inwoners en ondernemers, de kansen die zich voordoen. Met de transitievisie helpen we zo veel mogelijk Velsenaren met het energiezuinig maken van hun woning. Voor nieuwbouw geldt al langer dat we deze aardgasvrij opleveren. Voor bestaande bouw zijn we voorstander van verduurzamingsstappen op natuurlijke momenten. Een verhuizing, een noodzakelijke verbouwing. Zo maken we de energietransitie betaalbaar haalbaar. Dat kan op ieder moment in de komende jaren, als de huiseigenaar er aan toe is. We stimuleren dat huiseigenaren nu al aan de slag gaan met betere isolatie want energie die niet weglekt, hoef je niet extra op te wekken. Ook zonnepanelen en elektrisch koken stimuleren we per direct. Dit pakken we als gemeente aan met Energiek Velsen en de Omgevingsdienst IJmond. Samen gaan we voor een toekomst­ bestendig duurzaam Velsen. Samen maken we onze ambitie werkelijkheid. Met de keuze die de raad maakt voor de wijken om mee te beginnen, zetten we de eerste stappen. We werken de Transitievisie Warmte hiervoor uit in Wijk-Uitvoerings-Plannen. Hiermee geven we de komende jaren vorm aan een aardgasvrij Velsen, hand in hand met betrokken bewoners. Floor Bal, wethouder Energietransitie

Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

3

Samenvatting De aarde warmt op doordat we mondiaal teveel CO2-uitstoten. Om deze opwarming te beperken tot bij voorkeur 1,5 en maximaal 2 graden zijn in het Klimaatverdrag van Parijs afspraken gemaakt over de reductie van de CO2-uitstoot. Dit wordt in belangrijke mate bereikt door het verbranden van fossiele brandstoffen te beperken. Alle woningen en gebouwen in Nederland gaan voor 2050 van het aardgas af. Gemeenten hebben hiervoor de regierol. Dat is zo afgesproken in het Nationale Klimaatakkoord. Deze overgang naar aardgasvrij verwarmen heet de warmtetransitie. De meeste woningen en gebouwen in Velsen gebrui­ ken nu nog aardgas. De transitie naar een alter­ natieve warmtevoorziening is daarom een grote uitdaging.

raadschap van Rijnland, GreenbizIJmond, Om­ gevingsdienst IJmond, Energiek Velsen en HVC. Inwoners van Velsen waren ook uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan het opstellen van deze visie. Zo waren er twee digitale inwonersavonden op 28 oktober en 25 november. Tot slot is de ge­ meenteraad op 18 maart middels een informatieve bijeenkomst op de hoogte gebracht van de stand van zaken van dat moment.

Alle gemeenten in Nederland maken uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte. In de Transitievisie Warmte geven gemeenten aan wat per wijk het beste alternatief is voor aardgas, met de kennis van nu. Ook geven zij aan welke wijken kansrijk zijn om vóór 2030 mee aan de slag te gaan. Dit betekent dat gemeenten de komende jaren de plannen voor deze wijken nader uitwerken. Dat gebeurt samen met de bewoners en andere belanghebbenden in de wijk.

In stappen naar aardgasvrij

Proces Gemeenten staan niet alleen in deze opgave. Dit geldt ook voor de gemeente Velsen. Deze Tran­ sitievisie Warmte is door diverse afdelingen van de gemeente opgesteld samen met belangrijke samenwerkingspartners: woningcorporaties Ve­ lison Wonen, Woningbedrijf Velsen en Brederode Wonen, netbeheerder Liander, PWN, Hoogheem­ raadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheem­

4

Velsen streeft er naar om in 2035 een klimaatneu­ trale gemeente te zijn. Dat wil zeggen dat Velsen in 2035 per saldo geen CO2 of andere broeikasgassen meer uitstoot. Ze neemt daarin ook het voortouw. In november 2020 is het CO2-reductieplan van de gemeentelijke organisatie vastgesteld om te zorgen dat in 2030 de CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie met 49% is gereduceerd. De gebouwde omgeving van Velsen zal geleidelijk op een andere manier dan met aardgas, worden voorzien van ruimteverwarming en warm tapwater. Alternatieven voor aardgas kunnen worden inge­ deeld in vier groepen: • Individueel met elektriciteit verwarmen (‘all-electric’); • Collectief verwarmen met een warmtenet; • Verwarmen met duurzaam gas.

Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte

Er zijn analyses gemaakt van alle wijken in de ge­ meente. Hierbij werden de maatschappelijke kosten van de verschillende alternatieven berekend en ver­ geleken met de andere modellen die zijn gebruikt voor inzicht in de warmteoplossingen voor Velsen, te weten het model van DWA, de startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het model van netbeheerder Liander. Hieruit blijkt dat in sommige wijken elektrisch verwarmen de meest passende oplossing is. Het is niet waarschijnlijk dat in deze wijken een warmtenet financieel haalbaar is. Dit zijn doorgaans nieuwere wijken met een lagere bebouwingsdichtheid. Hier zijn woningen al goed geïsoleerd. Daardoor zijn de kosten om elektrisch te verwarmen, vergeleken met het aansluiten op een warmtenet, lager. Voor nieuwe woningen is elektrisch verwarmen een goed alternatief. Voor oudere woningen is elektrisch verwarmen meestal minder geschikt en is vaak een collectieve warm­ tevoorziening juist wel een goed alternatief. Voor andere wijken en buurten is er echter geen duide­ lijk voorkeursalternatief. Hier liggen de geschatte maatschappelijke kosten van elektrisch verwarmen en aansluiten op een warmtenet dicht bij elkaar. Waar willen we beginnen? Op de eerste plaats wil­ len we aan de slag met energiebesparing.

Dit doen we door woningeigenaren te stimuleren om te gaan isoleren, elektrisch te gaan koken en andere vormen van energiebesparing toe te passen. Velsen

maakt daartoe bijvoorbeeld gebruik van de Rege­ ling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW). Daarmee bereiden we deze woningen alvast voor op een aardgasvrije toekomst. Maar er zijn ook buurten waar verder kan worden gedacht dan alleen isoleren. De volgende gebieden zijn in een eerste verkenning naar voren gekomen als kansgebieden in de warmtetransitie: A. Velsen-Noord: collectief warmtenet B. IJmuiden: collectief warmtenet In totaal staan in de genoemde buurten een ruim 17.000 woningen en gebouwen. Als alle woningen in deze buurten in 2030 geheel of gedeeltelijk' van het aardgas af zijn, kan daarmee tot zo'n 55% van het aardgas in de gebouwde omgeving van Velsen worden gereduceerd, overeenkomstig met de uitstoot van een kleine 40.000 ton CO2. Of dat uiteindelijk ook gebeurt is een besluit dat wordt genomen door gebouweigenaren en in geval van woningcorporaties met instemming van de huur­ ders. In de nog op te stellen wijkuitvoeringsplannen zal samen met de inwoners verkend worden wat er haalbaar is.

gasvrij worden gezet. Sommige woningen kunnen namelijk nu al overstappen op een warmtepomp al dan niet in hybride vorm. Bijvoorbeeld nieuwe woningen die in kleinere kernen of in lintbebouwing staan. Het is niet waarschijnlijk dat hier een warm­ tenet komt. Wie nu al van het aardgas af wil, kan zelf nu al overstappen op elektrisch verwarmen en als tijdelijke tussenstap in pieksituaties bijverwar­ men met aardgas. De warmtetransitie is een complex proces. Dit vraagt om een programmatische aanpak met te­ vens als doel om de bewustwording onder inwo­ ners over de warmtetransitie te vergroten. In de kansgebieden wordt binnenkort onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van het aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen in de buurt. Dit gebeurt stap voor stap. Zo kunnen we de aanpak, mocht dat nodig zijn, bijsturen. Iedereen, ook de inwoners en ondernemers, kan haar of zijn eigen bijdrage leveren door woningen en gebouwen te gaan of laten isoleren Een goede samenwerking tussen alle partners is van belang om een succes te maken van de warmtetransitie in de gemeente Velsen.

Ook wanneer de woning niet in één van bovenge­ noemde buurten staat kan er al een stap naar aard­

Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

5

1 Inleiding In Velsen vinden we een duurzame leefomgeving in het samenspel met anderen belangrijk. Daarom willen we als gemeente Velsen in 2030 een energieneutrale gemeente zijn, dat wil zeggen per saldo evenveel energie opwekken als gebruiken, en in 2035 klimaatneutraal, dat wil zeggen geen negatieve bijdrage leveren aan het klimaat, geen emissie van CO2 en andere broeikasgassen. Stevige ambities waar we met elkaar hard aan werken. Tegelijkertijd is er ook nog een landelijke opgave, namelijk om in 2050 aardgasvrij te zijn. In heel Nederland gaan we onze woningen, bedrij­ ven en andere gebouwen op een andere manier verwarmen. Ook douchen en koken gaan we doen zonder aardgas. De transitie van de verwarming van de gebouwde omgeving biedt ons een kans om grote stappen te maken in de verduurzamings­ opgave. Op dit moment zorgt de verwarming met aardgas voor meer dan tweederde van de CO2-uitstoot van gebouwen in Nederland. Daarnaast betekent het gebruik van aardgas een onwenselijke afhankelijk­ heid van gas uit Groningen of gas uit het buiten­ land. Van alle woningen en andere gebouwen is op dit moment 95% nog afhankelijk van aardgas voor verwarming. Het is onder andere nodig om over te stappen op alternatieve manieren van verwarmen en af te koppelen van het aardgas. Deze opgave is enorm en heeft impact op bijna zeven miljoen woningen.

Nederland neemt afscheid van de (aard) gasgestookte cv-ketel. En niet alleen Nederland, maar ook de gemeente Velsen staat voor een grote opgave. Op dit mo­ ment bestaat 26% van de totale energievraag in Velsen uit het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving. Deze warmtevraag moet op een andere manier ingevuld worden. Daar zijn we bijvoorbeeld

6

al mee gestart door het toepassen van riothermie bij het Vellesan College. Het is echter tijd om een gezamenlijk beeld te bepalen voor de aanpak van de opgave in de gehele gemeente Velsen. Op basis van analyses hebben we kansrijke wijken gesigna­ leerd en een tijdspad opgesteld waarin we de wij­ ken ingaan en kansen verder gaan verkennen. Op die manier kunnen we samen met onze bewoners en met professionele stakeholders concreet een wijkuitvoeringsplan maken in de eerste gebieden. Met deze Transitievisie Warmte geven we inzicht in de totale opgave en kansrijke oplossingen. Daar­ naast geeft dit document een logische volgorde en tempo voor het aardgasvrij maken van de eerste wijken in de gemeente Velsen. Met deze visie als basis kunnen we verder doorpakken met het uit­ rollen van de warmtetransitie in Velsen en met het verlagen van onze CO2-uitstoot. De warmtetransitie staat nog aan het begin en ontvouwt zich in volle vaart. Zowel nationaal als regionaal en lokaal zijn er continu nieuwe ontwikke­ lingen die invloed kunnen hebben op de transitie in Velsen. Ook technische ontwikkelingen staan niet stil. Flexibiliteit in de uitvoering is dus belangrijk. Deze Transitievisie Warmte geeft focus en richting, maar is geen eindpunt. De visie dient op basis van

Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte

ontwikkelingen herijkt te worden. Dat zullen we minimaal eens in de vijf jaar doen. We gaan dus periodiek de voortgang volgen en tijdig bijstu­ ren. Bijvoorbeeld als blijkt dat het einddoel of de tussendoelen buiten beeld raken of als een andere aanpak meer voor de hand blijkt te liggen. Op deze manier kunnen ook telkens nieuwe wijken aange­ wezen worden met potentiële alternatieven.

1.1 Landelijke ambities In december 2015 heeft Nederland in Parijs inge­ stemd met een nieuw VN Klimaatakkoord. Het akkoord heeft als doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Om de afspraken van het Parijs Klimaat­ akkoord te realiseren is een forse inspanning op energie­besparing en het gebruik van alternatieve energiebronnen nodig. Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangegeven dat ze de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 55%wil verminde­ ren ten opzichte van 1990. Om dit doel te halen is het Nationale Klimaatakkoord opgesteld, waarin overheid, organisaties en bedrijven in Nederland concrete afspraken hebben gemaakt. Daarnaast heeft de overheid gesteld om in 2050 een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben en een vermindering van de CO2-uitstoot met 95% ten opzichte van 1990. Om dat te beha­ len is het nodig dat een kwart van de woningen in 2030 van het aardgas af is. PLANNEN OP DRIE NIVEAUS Gemeenten hebben een belangrijke rol in deze transitie naar een aardgasvrije omgeving. In lijn

met het door het kabinet gepresenteerde Klimaat­ akkoord wordt er gewerkt aan plannen op drie niveaus: 1. Regionaal wordt dat gedaan in de vorm van de Regionale Energiestrategie (RES) waarin duurzame energiebronnen in de regio in kaart worden gebracht en worden gekoppeld aan de vraag naar energie in alle gemeenten. Onder­ deel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW), waarmee de regionale warm­ tevraag, de warmtebronnen, de benodigde infrastructuur en de bovenlokale kansen en uit­ dagingen op het gebied van de warmtetransitie in beeld worden gebracht. 2. Op gemeentelijk niveau wordt dat gedaan met deze Transitievisie Warmte. Dat beschrijft hoe de gemeente met haar stakeholders de warmte­ vraag op een aardgasvrije en duurzame manier kan gaan invullen, en zal als input dienen voor de RES en vice versa. De transitie zal in eerste instantie gemeentebreed worden aangepakt. Bij deze aanpak zal worden ingezet op een reduc­ tie van het aardgasverbruik door in te zetten op het transitiegereed maken van de woningen. Om dit te realiseren zal in alle gebieden die in deze transitievisie warmte zijn geselecteerd als kansrijk om tussen nu en vijf jaar aan de slag te gaan. Aan de slag gaan betekent in eerste instantie dat de gemeente door middel van het duurzaamheidsfonds gaat faciliteren en stimu­ leren om tot een verlaging van het gemiddelde energielabel te komen.

3.  Voor de langere termijn zal de gemeente aan de slag gaan met een Wijkuitvoeringsplan. Dit plan wordt vormgegeven samen met bewoners,

ondernemers en organisaties in de wijk. In die plannen wordt duidelijk welke warmtealter­na­ tieven er zijn, welke kosten hiermee gepaard gaan en hoe een in eerste instantie aardgas­ luwe- en uiteindelijke aardgasvrije wijk of buurt gerealiseerd gaat worden. HET VERSCHIL TUSSEN DE RSW EN DE TRANSITIEVISIE WARMTE Alle gemeenten in de regio werken aan de lokale Transitievisies Warmte. Deze lokale visie richt zich op alternatieve verwarmingsoplossingen voor de gebouwde omgeving in Velsen. Tegelijkertijd wer­ ken de gemeenten in de regio Noord-Holland Zuid gezamenlijk aan de Regionale Structuur Warmte. Daarin komt naar voren wat de regionale warmte­ vraag is, welke warmtebronnen de regio tot haar beschikking heeft (denk aan restwarmte, geother­ mie, biomassa, etc.) en welke bovenlokale opgaven en kansen er liggen die de gemeentes gezamenlijk aan kunnen pakken. LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN AARDGASVRIJE WIJKEN De transitie naar aardgasvrij zal vervolgens op de meeste plekken wijk voor wijk worden aange­ pakt. Dit is een proces van uitproberen, leren en op­schalen. Het Rijk ziet dat versneld moet wor­ den gestart in de eerste wijken en buurten om dit proces in gang te zetten en heeft daarom de regeling “Grootschalige Proeftuinen Aardgasvrij” in het leven geroepen waarbij ze 100 wijken waar concrete stappen naar aardgasvrij worden gezet ondersteuning biedt.

In 2018 en 2020 zijn in totaal 46 aardgasvrije proeftuinen ondersteund met een rijksbijdrage van 220 miljoen euro. Daarnaast is de aansluitplicht van aardgas voor netbeheerders voor de nieuwbouw afgeschaft per 1 juli 2018.

Het wetsvoorstel voor de Wet Collectieve Warmte (Warmtewet 2) beoogt door middel van een wijkgerichte aanpak de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Gemeenten krijgen op basis van deze wet de regie over de keuze voor een collectief warmtesysteem. Hiertoe krijgen gemeenten de bevoegdheid om een warmtekavel en een warmtebedrijf binnen dit vastgestelde warmtekavel aan te wijzen. In beginsel hebben die warmtebedrijven een aansluitplicht binnen het warmtekavel. Na het vaststellen van het omgevingsplan wordt een inventarisatie gemaakt van welke bewoners gebruik willen maken van de regeling om zich niet aan te laten sluiten, waarbij aan moet worden getoond dat de gebouweigenaar een qua energiezuinigheid en bescherming van het milieu een gelijkwaardig alternatief heeft voor het collectieve warmtesysteem.

Voor nieuwbouw geldt dat aardgasvrij de nieuwe norm is. Tot slot wordt in het kader van de nieuwe Warmtewet de koppeling tussen de gasprijs en de huidige prijsstelling van warmte ter discussie gesteld. Deze ontkoppeling zal in de toekomst naar verwachting een positief effect hebben op de prijs van collectieve warmte en biedt tevens meer mo­ gelijkheden voor nieuwe aanbieders van duurzame warmte. Dit gaat worden geregeld in de Warmte­ wet 2, de Wet Collectieve Warmtevoorziening, die waarschijnlijk begin 2022 actief wordt. Met name van belang is dat de discussies op rijks­ niveau moeten gaan leiden tot een oplossing voor de verdeling van de kosten van de warmtetransitie. Dit gaat over het deel van de kosten die liggen bij de verschillende stakeholders die een rol spelen in

Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

7

het realiseren van de overstap naar aardgasvrij. En met name moeten deze discussies ervoor zor­ gen dat de warmtetransitie betaalbaar blijft voor bewoners. Dit geldt zowel voor huurders, als voor particuliere eigenaren en Verenigingen van Eige­ naren (VvE’s).

1.2 Lokale ambities Velsen heeft een strategische agenda 2020 opge­ steld, Daarin wordt de ambitie uitgesproken dat zij voorop loopt in de energietransitie en energie­ neutraal wil zijn. De uitstoot van CO2 moet drastisch teruggebracht worden om op de klimaatverande­ ring in te kunnen spelen. Voor Velsen betekent de energietransitie dat het gebruik van fossiele brand­ stoffen wordt vervangen door duurzamere vormen

van energie, zoals windenergie, zonne-energie, maar ook nieuwe vormen als warmtepompen en riothermie. Het gaat hierbij om het aardgasvrij maken van wijken, maar ook om de opwek van duurzame energie in Velsen te vergroten en de overgang naar de elektrische auto te faciliteren. Gemeente Velsen zet sterk in op een klimaat­ neutrale warmtevoorziening, geen emissies van CO2 of andere broeikasgassen, met oog voor de kenmerkende waarden binnen de gemeente, een vitale samenleving, “kennisrijk werken” en goede samenwerking met elkaar. Velsen geeft zelf het goede voorbeeld. Eind 2020 is daartoe een reductieplan 1 gepresenteerd om de

CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie al in 2023 met 70% te reduceren. Het plan geeft 145 praktisch uitvoerbare acties en maatregelen ver­ deeld over de thema’s schone energie, duurzaam vervoer en circulaire economie. De gemeente zoekt daarnaast ook samenwerking met bewoners, bedrijven en andere overheden. Naast de verduurzaming van haar eigen bedrijfs­ voering en vastgoed, geeft Velsen duurzame invulling van initiatieven van lokale ondernemers en inwoners in de vorm van advies en facilitering. Ook streeft Velsen ernaar om over te gaan van koolstofenergiebronnen naar duurzame energie­ bronnen. Ze ziet hierin ook economische kansen: voor de maakindustrie op circulariteit en op werk­ gelegenheid in de offshore.

DE WARMTETRANSITIE IN DE ROUTE NAAR EEN ENERGIENEUTRAAL VELSEN IN 2030

1.3 Wie hebben er meegedacht? De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is een belangrijk onderdeel van de weg naar een energieneutrale gemeente. Maar om volledig energieneutraal te worden, moet in 2030 alle energie die verbruikt wordt duurzaam worden opgewekt. Deze Transitievisie Warmte is gericht op de alternatieven voor de gebouwde omgeving. De overgang naar een aardgasvrije gebouwde omgeving houdt in dat er alternatieve warmtebronnen nodig zijn, zoals riothermie en oppervlaktewater. Met de toename van het elektrisch verwarmen van woningen, meer elektrisch vervoer en de elektrificatie van andere processen, moet Velsen zich ook voorbereiden op een flinke uitbreiding in de opwek van duurzame elektriciteit. Veel van die bronnen overschrijden de gemeentegrenzen en daarom wordt er samengewerkt met onze buurgemeenten. Binnen de regio Noord-Holland Zuid wordt gewerkt aan een Regionale Energiestrategie (RES). Daarin worden de beschikbare energiebronnen in de regio gekoppeld aan de energievraag per gemeente. Binnen de regio wordt gewerkt aan die regionale energiestrategie (RES). Deze strategie draagt bij aan een betaalbare, betrouwbare, schone en veilige energievoorziening voor iedereen in de regio in 2050. Er wordt dus met de buren afgestemd en samen wordt onderzocht welke plekken in de regio het meest geschikt zijn voor welke manier van energie-opwek.

Daarbij wordt deze Transitievisie Warmte meegenomen als belangrijke input. Zo wordt er tot een strategie gekomen om energieneutraal te worden op een manier die realistisch is en ook ruimtelijk ingepast kan worden.

8

Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte

De warmtetransitie heeft impact op de hele ge­ meente. De gemeente Velsen staat er dan ook niet alleen voor. Er wordt samengewerkt met belang­ rijke partners die een rol spelen in de transitie. Zo kunnen planningen op elkaar worden afgestemd, schaalgrootte worden behaald, van elkaar worden geleerd en kan de energietransitie worden ver­ sneld. De transitie heeft uiteindelijk ook een grote impact op de inwoners van Velsen en daarom zijn zij ook bij het proces betrokken om tot een Transitievisie Warmte te komen. Om tot een gedragen Transitievisie Warmte te komen is de visie ten eerste opgesteld op basis van input van een brede groep professionele stakeholders. Hierin zaten vertegenwoordigers 1

https://www.velsen.nl/145-maatregelen-zorgen-voor-70-co2reductie-in-2023

van stakeholders die een rol hebben in de ener­ gievoorziening van Velsen, te weten woningcor­ poraties Velison Wonen, Woningbedrijf Velsen en Brederode Wonen, netbeheerder Liander, PWN, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Hoogheemraadschap van Rijnland, Greenbiz­ IJmond, Omgevingsdienst IJmond, Energiek Velsen, HVC en gemeente Velsen zelf. Deze partijen vormden samen de projectgroep waarmee deze visie en de aanpak die erin beschreven staat zijn ontwikkeld. In vijf bijeenkomsten is input opge­ haald bij de projectgroep en is, in afstemming met de bestuurders, samen tot een keuze van kansrijke gebieden en de bijbehorende aanpak gekomen.

Inwoners van Velsen waren ook uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan het opstellen van deze visie. Zo waren er twee digitale inwonersavonden op 28 oktober en 25 november. Deze inwoners hebben hun reactie achtergelaten middels een digitale enquête. De resultaten daarvan staan in bijlage C. Ook is een deel van de gemeenteraad van Velsen gevraagd naar hun mening op een aantal stellingen, deze staan in bijlage D.

1.4 Leeswijzer In deze transitievisie warmte wordt eerst in hoofd­ stuk 2 de gezamenlijke uitgangspunten waarop deze visie is gebaseerd behandeld. Dit zijn uit­

gangspunten die centraal hebben gestaan tijdens het opstellen van deze visie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de transitie naar aardgasvrij toegelicht en wordt er ingegaan op de verschillende oplos­ singen voor het aardgasvrij maken van woningen en gebieden. In hoofdstuk 4 wordt een richting gegeven voor een aardgasvrij Velsen in 2050 en wordt er ingezoomd op de wijken waar Velsen de komende jaren van start wil gaan met de warm­ tetransitie. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de manier waarop dit wordt georganiseerd en welke stappen de komende tijd gezet gaan worden om te komen tot een programmatische aanpak van de warmtetransitie in Velsen.

Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

9

2 Gezamenlijke uitgangspunten Met de vertegenwoordigers van de partijen uit de projectgroep hebben we een aantal uitgangspunten opgesteld die aan de basis liggen van deze Transitievisie Warmte. We werken aan een breed gedragen visie. Dit doen we door tijdig met inwoners, gemeenteraad en overige stakeholders in gesprek te gaan om hen aan de ene kant te informeren over de warmte­ transitie en aan de andere kant om hen te vra­ gen om input te leveren. Het kennisniveau en de wensen van bewoners zullen we meetbaar maken door het afnemen van interviews of enquêtes op verschillende momenten, of via andere manieren waarop we bewoners kunnen bereiken. We willen overlast zo veel als mogelijk beperken en ook de maatschappelijke kosten zo laag moge­ lijk houden. Dat betekent dat we werkzaamheden afstemmen, werk met werk maken, en koppel­ kansen benutten. We gaan concreet werken aan de warmte­transitie. Met deze visie als basis starten we met het aardgasvrij maken van de wijken in Velsen. Dat gaat niet ongezien of ongehoord gebeuren. Straten gaan open om de infrastructuur aan te passen en dat brengt naast overlast, ook kansen met zich mee. Met de Transitievisie Warmte zor­ gen we dat planningen en geplande investerin­ gen inzich­telijk worden gemaakt.

Initiatieven van stakeholders, zoals geplande werkzaamheden en investeringen van de woningcorporaties en de gemeente zijn meegenomen in de analyse. Doel is om desinvesteringen zoveel mogelijk te voor­ komen. De focus ligt op slim werk met werk maken

10

Verder vormen de laagste maatschappelijke kosten vormt een belangrijk criterium en we zetten in op een mix van alternatieven. We weten nog niet zo lang dat we in Nederland van het aardgas af gaan, en dat brengt onzekerheid met zich mee. Om ervoor te zorgen dat we in deze beginfase de juiste keuzes maken, starten we op de plekken waar de maatschappelijke kosten het laagst zijn. Waar de keuze voor een alternatief voor aardgas voor de hand ligt. We maken de keuze voor een alternatieve oplossing per wijk. Op basis van de laagste maatschappelijke kosten zal de optimale oplossing voor elke wijk anders zijn. We gebrui­ ken natuurlijke investeringsmomenten. We willen realistisch zijn in de oplossingen en het is duidelijk onderbouwd waar, wanneer en hoe we gezamen­ lijk aan de slag gaan. Deze visie is gericht op een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050 en biedt daarmee een duidelijk kader voor investerings­ beslissingen voor de eerste vijf jaar, gebaseerd op de kennis van nu. Om ervoor te zorgen dat we in deze beginfase de juiste keuzes maken, starten we op die plekken waar de maatschappelijke kosten het laagst zijn en waar de keuze voor een alter­ natief voor aardgas het meest voor de hand ligt.

Met de laagste maatschappelijke kosten worden bedoeld: de kosten voor het aanpassen van de woningen met isolatie en ventilatie, vervangen van infrastructuur en de ontwikkeling van duurzame energiebronnen. De kosten voor bijvoorbeeld opnieuw bestraten na vervangen infrastructuur valt hier niet onder.

Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte

Naast deze uitgangspunten zijn er ook een paar randvoorwaarden geformuleerd voor een succes­ volle start van de warmtetransitie in Velsen: • Capaciteit en middelen bij zowel de gemeente als de stakeholders en uitvoerende partijen zijn nodig om na de Transitievisie Warmte ook tempo te kunnen maken. • Er is een gedeelde verantwoordelijkheid in de financiering van de warmtetransitie in Velsen. • Een passend aanbod aan bronnen is nodig om de transitie naar een aardgasvrije en op termijn duurzame warmtevoorziening mogelijk te maken.

3 De warmtetransitie in Velsen In dit hoofdstuk gaan we eerst in op de opgave waar we als gemeente Velsen voor staan. We bekijken hoeveel woningen en gebouwen er zijn aangesloten op het aardgasnet, welk verbruik daarbij hoort en door welk type woningen Velsen zich laat kenmerken. Vervolgens gaan we in op de transitie die we zullen moeten doorlopen om al deze gebouwen zonder aardgas van warmte en warm water te voorzien.

3.1 De opgave is groot Gemeente Velsen ligt in de IJmond regio en wordt doorkruist door het Noordzeekanaal dat via de gemeente uitmondt in de Noordzee via de sluizen van IJmuiden. De gemeente heeft een oppervlakte van circa 52 km2. In 2019 telt de gemeente 68.348 inwoners en 30.319 geregistreerde woningen in de

basisadministratie van de gemeenten (BAG). Hier­ van bestaat het merendeel, ruim 60%, uit eengezins­ woningen. Zo’n 90% van de woningen is gebouwd voor het jaartal 2000. Van alle woningen is 34% in het bezit van een woningcorporatie en het overgro­ te deel van de woningen is aangesloten op aardgas. Om in 2050 aardgasvrij te zijn, betekent dat we de komende jaren ongeveer 1.000 woningen per jaar van het aardgas af halen, zie figuur 2. Dit is natuurlijk een lineaire gedachte, in de praktijk zal het tempo in de eerste jaren minder snel zijn dan de jaren die dichter bij 2050 liggen, maar het geeft wel inzicht in de opgave waar we voor staan.

16.000 14.000 12.000 10.000

Het grootste deel van onze woningvoorraad gebruikt nu voor de verwarming een cvketel. Een huishouden in Velsen verbruikt gemiddeld 1.235 m3 aardgas per jaar. Het gasverbruik verschilt per huishouden en is afhankelijk van het soort huis, het bouwjaar, de mate van isolatie en het gebruik van verwarming en warm water.

Ongeveer 80% van het aardgas in een woning wordt gebruikt voor het verwarmen van de woning

8.000 6.000

20% wordt gebruikt voor warm water, met name douchen

4.000 2.000 0 2020

(bron: gemeente Velsen)

De uitgangssituatie

De cv-ketel kan water tot ongeveer 90°C verwarmen, dat vervolgens door de radia­ toren stroomt en onze huizen verwarmt. Met deze temperatuur kunnen ook slecht geïsoleerde huizen met radiatoren verwarmd worden.

Waarschijnlijk verloop aantal woningen aardgasvrij in Velsen 18.000

Figuur 1: A  antal woningen in Velsen per soort en bouwjaarklasse

In deze Transitievisie Warmte richten we ons op de gebouwde omgeving. De opgave die deze sector heeft gekregen binnen het Klimaatakkoord is een besparing van 3,4 Mton CO2-uitstoot. Andere sec­ toren als mobiliteit en de industrie gebruiken ook veel energie maar die hebben hun eigen opgave, gezamenlijk 21,8 Mton aan besparing.

2025

2030

2035

2040

2045

2050

Voor koken wordt maar een heel klein deel van het aardgas gebruikt, circa 3%.

Figuur 2: D e opgave voor Velsen naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

11

3.2 De transitie naar aardgasvrij Het aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen kan met verschillende concepten en met verschillende temperaturen. De ene techniek vraagt meer aanpassingen aan de gebouwen en de wijk dan de andere. Er wordt een onderscheid gemaakt in collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Bij collectieve oplossingen is het een voorwaarde dat meer dan één woning, vaak meerdere gebou­ wen en soms een heel gebied, op een bepaalde technologie overstapt. Individuele oplossingen kun­ nen voor iedere woning los worden toegepast. Een warmtenet is een collectieve oplossing die gevoed kan worden door meerdere warmtebronnen. Een voorbeeld van een individuele oplossing is elektrisch verwarmen door middel van een warm­ tepomp in de woning. Hiervoor is het noodzakelijk dat de woning goed geïsoleerd is. De verschillende

1. Vraag beperken en temperatuur verlagen

Huidige situatie

alternatieven voor aardgas verschillen in tempera­ tuur waarmee de woning verwarmd kan worden. De vuistregel daarbij is: hoe beter de woning is geïsoleerd hoe lager de temperatuur waarmee die woning verwarmd hoeft te worden. De meest duurzame energie is de energie die niet wordt ver­ bruikt. Daarom is het belangrijk dat woningen en bedrijfspanden goed geïsoleerd zijn. De warmtetransitie kent drie belangrijke elementen. Om goed voorbereid te zijn op de warmtetransitie is het van belang om: 1.  De warmtevraag en verwarmingstemperatuur in gebouwen te verlagen2 . Om over te kunnen gaan op alternatieven voor aardgas met lagere temperaturen, zijn isolatie en het juiste verwar­ mingssysteem een randvoorwaarde. Bovendien geldt: energie die niet verloren gaat, hoeft ook niet opgewekt te worden.

2. infrastructuur en warmte-oplossing

Transitiegereed

3. Verduurzaming van de bron

Aardgasvrij

CO2-neutraal

2.  Een geschikte energie-infrastructuur te kiezen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende infrastructuren die in een wijk kunnen liggen om de verwarming van woningen mogelijk te maken (warmtenet, elektriciteitsnet en gasnet). 3.  De overstap te maken naar duurzame energiebronnen. Er zijn verschillende duurzame bron­ nen waarmee de infrastructuren gevoed kunnen worden (warmte, wind, zon of hernieuwbaar gas) en bronnen die kunnen worden ingezet tijdens de transitie (restwarmte, bio­massa of eventueel aardgas). Sommige duurzame warmte­bronnen, zoals bijvoorbeeld thermische energie uit oppervlaktewater, geven minder hoge temperatuurwarmte dan aardgas. Ook daarom is isoleren van belang.

3.3 Isoleren als de eerste stap Het verlagen van de warmtevraag en de verwar­ mingstemperatuur van woningen gebouwd vóór 1990 is een noodzakelijke stap om, ongeacht toekomstige energie-infrastructuur in de wijk, de gebouwde omgeving CO2-neutraal te kunnen verwarmen. Dit wordt het transitiegereed maken van het vastgoed genoemd (zie figuur 3). In alle situaties geldt: • De energie die niet verloren gaat, hoeft ook niet te worden opgewekt; • Hoe lager de temperatuur die nodig is om de woning te kunnen verwarmen, hoe efficiënter, betaalbaarder en met een zo laag mogelijke CO2-uitstoot de warmte kan worden opgewekt. 2

Figuur 3: De warmtetransitie in een notendop

12

Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte

https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/ isoleren-en-besparen/

Het transitiegereed maken van woningen kan wor­ den bereikt door een combinatie van de volgende maatregelen: • Isolatie van de vloer, gevel, glas en/of het dak; • Het dichten van kieren; • Efficiënt ventileren.

van 70°C als met 40°C (laagtemperatuur). Voor laagtemperatuur zullen wel alle radiatoren ver­ vangen moeten worden. De woning is daarmee toekomstbestendig omdat hij geschikt is voor meerdere alternatieve verwarmingstechnieken. De woning is dus transitiegereed.

Daarnaast zal iedereen elektrisch moeten gaan koken en zullen in sommige gevallen ook de be­ staande radiatoren of de gehele bestaande verwar­ mingsinstallatie vervangen moeten worden.

4. Woningen met een hoog isolatieniveau en voorzien van een energiezuinig ventilatiesysteem (20-50 kWh/m2). Deze woningen zijn daarmee zeer geschikt om comfortabel te verwarmen met een maximumtemperatuur van 40°C. Dit zijn recent gebouwde woningen en woningen die nog gebouwd gaan worden de komende jaren. Bij aanpassing van de bestaande bouw tot dit niveau moeten vaak de radiatoren worden vervangen.

De bestaande woningenvoorraad in Velsen kunnen grofweg worden opgedeeld in vier niveaus van isolatie: 1. Woningen met slechte of onvoldoende isolatie (80 kWh/m2 of hoger). Er is een hoge tempera­ tuur van circa 90°C nodig om op de koudste dagen deze woningen comfortabel warm te stoken. De meeste woningen gebouwd vóór 1990 zitten op dit niveau. 2.  Woningen die een minimumisolatieniveau hebben bereikt (65-80 kWh/m2). Bij het minimum­ niveau kunnen woningen comfortabel verwarmd worden met een maximumtemperatuur van 70°C (middentemperatuur). Het kan wel voor­ komen dat er een aantal radiatoren vervangen moet worden voordat deze woningen daadwer­ kelijk met 70°C kunnen worden verwarmd. De woning is dus 70°C ready. Bijna alle woningen gebouwd na 1990 voldoen aan dit niveau. 3. Woningen die een basisisolatieniveau hebben bereikt (50-65 kWh/m2). Bij een basisniveau kan de woning zowel comfortabel worden ver­ warmd met een maximumtemperatuur

Samenvattend kan het volgende gesteld worden over de isolatieniveaus van woningen: • Om een woning met 90°C (hoogtemperatuur) te kunnen verwarmen zijn geen aanpassingen nodig.

• Om een woning comfortabel met 70°C (mid­ dentemperatuur) te kunnen verwarmen, moet dus het minimum- of basisolatieniveau bereikt zijn (lager dan 80 kWh/m2) • Om een woning comfortabel met 40°C (laag­ temperatuur) te kunnen verwarmen, moet een basis- of hoog isolatieniveau bereikt zijn (lager dan 65 kWh/m2). Naast warmte voor ruimteverwarming is er in een woning ook warm tapwater nodig. Warm tapwater heeft een energievraag tussen de 15 en 20 kWh/m2. Voor warm tapwater geldt dat voor het veilig kun­ nen gebruiken van warm tapwater er met de huidige stand van de techniek en regelgeving een tempera­ tuur van minimaal 55°C bij het tappunt nodig is. Om deze temperatuur te kunnen garanderen moet het opweksysteem in praktijk een temperatuur van 6070°C kunnen leveren. Als de aanvoertemperatuur onvoldoende hoog is, moet er dus een aanvullende voorziening komen in de woning voor het opwekken of het boosten van de warmte voor warm tapwater.

TRANSITIEGEREED EN 70°C READY Een woning wordt ‘transitiegereed’ genoemd als deze klaar is voor de warmtetransitie en geen grote maatregelen meer nodig heeft tot 2050. In die woningen zijn isolatiemaatregelen toegepast die nodig zijn voor het aardgasvrij maken van de woning. Deze maatregelen staan los van de uiteindelijke energie-infrastructuur die in de wijk aangelegd gaat worden. Het niveau transitiegereed kan stapsgewijs worden bereikt. Bijvoorbeeld door op natuurlijke momenten als een verbouwing of verhuizing het minimumisolatieniveau (65-80 kWh/m2) aan te brengen. Op dit niveau kan de woning in veel gevallen verwarmd worden met middentemperatuur warmte en is daarmee dus ‘70°C ready’. In een vervolgstap (of direct) kan de woning transitiegereed worden gemaakt. De woning kan dan ook met temperaturen tussen de 40 en 70 graden comfortabel worden verwarmd. (50-65 kWh/m2).

Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

13

Iedere huizenbezitter in Velsen zal moeten worden geïnformeerd en overtuigd om vrijwillig te starten met het nemen van een aantal warmte besparen­ de maatregelen. Om te zorgen dat de kosten zo laag mogelijk blijven zal de huizenbezitters moe­ ten worden gevraagd om alle natuurlijke momen­ ten van onderhoud, verbouwing en verhuizing te benutten. Dit vereist een actieve faciliterende en stimulerende houding van op de eerste plaats ge­ meente Velsen. Alleen dan kunnen zoveel mogelijk woningen in 10 tot 20 jaar op het niveau komen dat deze efficiënt, comfortabel en duurzaam verwarmd kunnen worden. De eerste stap moet gezet worden. Het is van belang dat iedere huizenbezitter in de eerste stap toewerkt naar het minimumniveau (65-80 kWh/m2). De te nemen maatregelen in deze stap zijn onafhankelijk van de uiteindelijke energie-­ infrastructuur in de wijk en zijn minimaal nodig om de woning gereed te maken voor de energie­ transitie. Bij een eengezinswoning zijn dan mini­

maal de vloer en de spouw geïsoleerd en zijn de kozijnen voorzien van dubbel glas. In een vervolg­ stap of indien mogelijk gelijktijdig kan worden toegewerkt naar het basisniveau (50-65 kWh/m2), waarbij aanvullend het dak wordt geïsoleerd, HR++ glas (of beter) wordt geplaatst en het ventilatie­ systeem wordt verbeterd.

3.4 Toekomstbestendige infrastructuur in elke wijk Het bestaande gasnet zal voor een groot deel de komende jaren stap voor stap vervangen gaan worden door een alternatieve energie-­ infrastructuur. Zo moet het elektriciteitsnet ver­ zwaard worden en komen er warmtenetten in bepaalde wijken. De keuze voor de infrastructuur in een wijk is afhankelijk van veel factoren, zoals bouwjaar, gebouwtype, gebouwfunctie, bebou­ wingsdichtheid, het eigendom, de schaal en de beschikbaarheid van bronnen. De keuze voor de infrastructuur in een wijk heeft invloed op:

WARMTEVRAAG UITGEDRUKT IN KILOWATTUUR PER VIERKANTE METER WOONOPPERVLAK (KWH/M2) Het kilowattuur (symbool kWh) is een hoeveelheid energie. De meeste mensen associëren kWh met elektriciteit. Als je een lamp met een vermogen van 1 kW één uur laat werken heeft die lamp 1 kWh stroom gebruikt. In Europa is de afspraak gemaakt om zoveel als mogelijk alle vormen van energie uit te drukken in kWh. Zo kunnen verschillende soorten energie beter met elkaar vergeleken worden. Zo ook de warmtevraag. Door deze uit te drukken in kWh per vierkante meter woonoppervlak (kWh/m2) kan de warmtevraag van verschillende woningtypes en woninggroottes goed met elkaar vergeleken worden. Het maakt daarbij niet uit of deze verwarmd worden met gas, met een warmtenet of met een warmtepomp. De gemiddelde warmtevraag voor ruimteverwarming van een woning in Nederland is circa 80 kWh/m2. Bij niet geïsoleerde woningen kan de gemiddelde warmtevraag oplopen tot boven de 130 kWh/m2. Bij zeer goed geïsoleerde nieuwbouw kan het gemiddelde naar onder de 30 kWh/m2.

14

Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte

• De techniek in en aanpassingen aan de woning die nodig zijn om de woning comfortabel te kunnen verwarmen; • De energiebronnen, die kunnen worden ontsloten; • De (on)mogelijkheid om warmte op te slaan; • Het tempo om de gebouwde omgeving aard­ gasvrij te maken. Voor het verwarmen van de gebouwde omgeving zonder aardgas worden drie categorieën onder­ scheiden (ingedeeld op basis van type warmte-in­ frastructuur): 1. Warmtenetten: netwerken van warm- waterlei­ dingen waarmee gebouwen worden verwarmd. Het water in de warmtenetten wordt verwarmd door duurzame warmtebronnen zoals bijvoor­ beeld geothermie en vormen van aquathermie zoals warmte uit oppervlaktewater. Ook rest­ warmte of biomassa kunnen gebruikt worden om warmtenetten mee te voeden. 2. Elektriciteitsnetten: hiermee kunnen woningen, vaak met behulp van een warmtepomp, elek­ trisch worden verwarmd. Ook het elektriciteits­ net zal gevoed moeten worden met duurzame bronnen. Bij de opwekking van elektriciteit gaat het met name over zon en wind. 3. Gasnetten: via gasnetten kunnen duurzame, hernieuwbare gassen als biogas of waterstof worden vervoerd. Daarnaast kunnen er in de toekomst ook innova­ ties op het gebied van warmtetechnieken worden ontwikkeld die op termijn zorgen voor nieuwe oplossingen.

3.5 Inzet op duurzame bronnen3 Bij iedere energie-infrastructuur hoort een andere energiedrager. Dit zijn respectievelijk gas (gasnet), elektriciteit (elektriciteitsnet) en/of water (warmte­ net). Bij de verschillende energiedragers horen verschillende bronnen. Daarnaast is de meest geschikte bron en bijhorende energie-infrastruc­ tuur sterk afhankelijk van de schaalgrootte, die kan worden gerealiseerd. In elk scenario en bij elke infrastructuur geldt in de energietransitie voorlo­ pig ook nog afhankelijkheid van fossiele bronnen. Geleidelijk zal er eerst afscheid worden genomen van kolen en daarna ook van aardgas. Deze uit­ fasering kost tijd. Bij de keuze voor een nieuwe energie­-infrastructuur is het wel belangrijk dat er voldoende en bewezen alternatieven beschikbaar zijn, zodat de fossiele bronnen op termijn uitge­ faseerd kunnen worden. Belangrijk is dat door de juiste keuze minder fossiele brandstoffen nodig zijn en de afhankelijkheid ervan zoveel als mogelijk beperkt wordt. Ook bij de keuze voor een individuele all-electric oplossing zullen warmtepompen worden ingezet. In dat geval zullen de warmtepompen gebruik maken van bodemenergie, zonthermie of buitenlucht als bron. Er is bij de inzet van warmtepompen dus ook op termijn voldoende duurzame elektriciteit nodig.

Het moet worden voorkomen dat aan de ene kant het beperken van de CO2-uitstoot door uitfasering van aardgas aan de andere kant leidt tot meer gebruik van fossiele elektriciteit. De benodigde elektriciteit kan opgewekt worden met grootscha­ lige zon -en windenergie. Belangrijk daarbij is te vermelden dat voor het voeden van warmtepom­ pen, elektriciteit uit windenergie veel meer geschikt is dan zonne-energie, omdat in het stookseizoen het aanbod van wind vele malen hoger ligt. Binnen

INNOVATIES EN DE TRANSITIEVISIE WARMTE Deze visie gaat uit van wat er op dit moment bekend is. Het idee is om de visie elke paar jaar te herijken, want de techniek ontwikkelt zich snel. Er zijn diverse veelbelovende innovaties die in de toekomst een belangrijke rol kunnen gaan spelen in de warmtetransitie. Te denken valt aan de hoge temperatuur warmtepompen. Vanwege de hogere temperatuur is minder isolatie nodig om de woning comfortabel te verwarmen. En het is nu al te zien dat naast buitenlucht en bodemwarmte, zonthermie als bron voor warmtepompen ingezet kan worden. Ook zijn er nieuwe duurzame bronnen voor warmtenetten in opkomst, eerst kleinschalig maar ook in potentie grootschalig. Thermische energie uit oppervlakte- en afvalwater zijn hier voorbeelden van (Figuur 4). En hoewel waterstof nu nog schaars is en van aardgas wordt gemaakt, zou deze energiedrager in de toekomst (naar verwachting na 2030) mogelijk inzetbaar kunnen zijn in oudere panden zonder spouwmuur of monumentale panden. Om te zorgen dat in de huidige versie van de Transitievisie Warmte geen keuzes worden gemaakt waar later spijt van wordt gekregen, worden suggesties gedaan voor infrastructuur in de gebouwde omgeving in plaats van specifieke systemen en bronnen. Een warmtenet kan dan later altijd nog met nieuwe bronnen worden gevoed.

En bij de keuze voor all-electric wordt de vrijheid gehouden om voor verschillende sys­temen te kiezen, zoals een luchtwarmtepomp op bodemwarmte of zon­ thermie. Figuur 4: Warmtekansenkaart Velsen aquathermie (bron: Syntraal)

de RES van de regio Noord-Holland Zuid wordt er gewerkt aan de ruimtelijke inpassing van die groot­ schalige opwek. In bijlage A wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende aardgasvrije warmte­ oplossingen, de bijbehorende bronnen en de kan­

sen in Velsen. In deze bijlage staat informatie over warmtenetten, warmtebronnen 4 (o.a. geothermie, aquathermie en biomassa), all-electric, hernieuw­ baar gas en toekomstige innovaties. Zie ook de Regionale Structuur Warmte van regio Noord-Holland Noord 4 https://tauw.geoapps.nl/omgevingswarmte/velsen 3

Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

15

4 Waar gaan we naartoe? In de strategische agenda 2020 wordt de ambitie uitgesproken dat Velsen voorop loopt in de energietransitie en energieneutraal wil zijn. Voor Velsen betekent de energietransitie dat het gebruik van fossiele brandstoffen wordt vervangen door duurzamere vormen van energie om de CO2-uitstoot te reduceren tot uiteindelijk nul. In dit hoofdstuk maken we eerst een analyse van het huidige warmteverbruik. Ook beschouwen de acties die al gaande zijn of gepland. Vervolgens gaan we dieper in op de kansrijke alternatieven voor aardgas in de wijken en buurten van de gemeente Velsen. We laten zien welke wijken al op korte termijn aangepakt kunnen worden en kop­pelen dit aan soort oplossing en een jaartal met een planning tot en met 2030.

4.1 Analyse naar een aardgasvrij Velsen Het doel om in 2050 heel Velsen aardgasvrij te verwarmen is nog ver weg in de tijd maar tege­ lijkertijd is de opgave groot en hebben we die tijd hard nodig zijn. Het verbruik van fossiele warmte in Velsen was in 2019 ongeveer 1202 Terajoule. Dat komt overeen met 38 miljoen kubieke meter aard­ gas 5 en dus zo’n 68.400 ton aan CO2-uitstoot. De vraag rijst dan hoe het “warmtelandschap” er in het Velsen van 2050 uit zal zien. Dat is met de kennis van nu slechts gissen maar met die kennis kunnen we wel een beeld vormen als stip op de horizon.

Gemeente Velsen heeft hier al actie op onderno­ men middels de Regeling Reductie Energiegebruik (RRE), de actie Duurzamer Wonen. Het doel van Duurzamer Wonen is het verlagen van de CO2-uit­ stoot door reductie van energiegebruik in wonin­ gen in particulier eigendom. Dit wil de gemeente bereiken door het geven van energieadvies en het aanbieden van kleine maatregelen als eerste stap naar besparing, met name gericht op isoleren. De lokale energiecoöperatie Energiek Velsen is erg actief met het promoten van de adviezen en boekt

HUIDIGE SITUATIE Figuur 5 laat zien wat de specifieke warmtevraag is binnen een wijk in Velsen. Bij veel woningen is die hoger dan 95 kWth/m2. In paragraaf 3.3 wor­ den deze woningen getypeerd als onvoldoende tot slecht geïsoleerd. 5

https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/ energieverbruik/

16

Figuur 5: Specifieke warmtevraag Velsen op buurtniveau

Wonen in Velsen zonder aardgas | Transitievisie Warmte

hiermee goede resultaten. Uit de gevoerde ge­ sprekken met bewoners over hun energieverbruik blijkt dat er een groot besparingspotentieel is. Veel woningen binnen de betreffende wijken zijn gebouwd rond 1930, waardoor er bij veel panden nog ruime mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld de isolatie van de thermische schil te verbeteren. Hierbinnen vallen isolatiemaatregelen zoals glas-, spouwmuur-, wand- en dakisolatie. Veel bewoners zien in dat het doorvoeren van dergelijke maat­ regelen gunstig is voor hun energierekening. Als

Wat is het?

bewoners deze maatregelen uitvoeren, zorgt dat voor vermindering van de CO2-uitstoot en verhoogt het comfort in de woning. Naast de acties om de warmtevraag in Velsen te reduceren zijn er ook al diver­ se initiatieven om gebouwen op een duurzame manier te verwarmen. Sommige hiervan zijn al gerealiseerd en sommige zijn in de ontwikkel- of in de planfase. De locatie van deze initiatieven zijn te vinden in figuur 6 waarbij tabel 1 de toe­ lichting geeft op deze kaart.

Figuur 6: Initiatieven in Velsen voor het duurzaam verwarmen van gebouwde omgeving

Wanneer? Met wie?

1. Vellesan college: riothermie

De nieuwbouwvleugel van het 2017 Vellesan College wordt sinds 2017 aardgasvrij verwarmd m.b.v. rio­ thermie. De benodigde stroom voor de warmtepomp wordt opgewekt met de zonnepanelen op het dak.

2. De Hofgeest: nieuwbouw met bodemlussen

Betreft 380 nieuwe woningen, waarbij er gekozen is voor indivi­ duele oplossing per woning (bodemlus). Daarnaast is het doel om woningen en de benodigde geluidswal langs rijksweg A22 maximaal te voorzien van zonne­ panelen, zodat het een energieplus-wijk wordt. De elektriciteit kan wellicht ingezet worden voor het all-electric maken van de bestaande wijk ernaast.

NTB

Met Vellesan College en Dunamare Onderwijsgroep

Met projectontwik­ kelaars, (Rijkswa­ terstaat en Ener­ giek Velsen voor de geluidswal)

3. De nieuwbouw van school De Zefier Mei 2021 Eenhoornstraat: en gymzaal De Dolfijnzaal worden riothermie verwarmd m.b.v. rio­thermie.

Gemeente Velsen

4. Driehuis-Zuid: riothermie

Twee jaren ‘60 verzorgings­ tehuizen gaan worden geisoleerd en verwarmd m.b.v. riothermie. De benodigde stroom voor de warmtepomp wordt opgewekt met de zonnepanelen op het dak.

2022

Woningbedrijf Velsen en Zorgbalans

5. Westbroekplas: aquathermie

De Westbroekplas biedt aquathermiekansen voor het zuidelijk deel van Velserbroek. Het betreft bestaande woningen en bevindt zich in de planfase.

NTB

Gemeente Velsen

6. Woonboten Zijkanaal B: aquathermie

Dit betreft 108 woonarken in Zijkanaal. Doel is om een collectief aquathermiesysteem, inclusief WKO te realiseren. Eerste stap is het isoleren van de woonarken.

NTB

Woonarkeigena­ ren, Vereniging Wonen Varen Werken, Rijkswa­ terstaat.

7. Vervolg op riothermie De Zefier (3). 2023 Eenhoornstraat: Hierbij kunnen de brandweerde­ riothermie pendance, Tender College (school), en verderop verzorgingstehuis De Moerberg aardasvrij worden ge­ maakt m.b.v. riothermie.

VRK (brand­ weer), Tender College, Dunamare Onderwijs­groep, Woningbedrijf Vel­ sen en Zorgbalans.

Op weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

17

Tabel 1: Toelichting op initiatievenkaart van figuur 6

8. Tiberiusplein

Het riothermiesysteem bij het Vellesan College heeft overcapaciteit en biedt kansen voor uitbreiding naar omliggende gebouwen (andere schoolgebouwen, sporthal, politiebureau)

NTB

NTB

9. Startmotor

De Woningcorporaties vormen de startmotor bij de energietransitie. Binnen de wijken Zeewijk en Duinwijk liggen mogelijkheden om te starten. Er is plaatselijk al een stadsverwarmingssysteem aanwezig. De nieuwbouw aan de Orionweg is gereed gemaakt voor aansluiting op het warmtenet.

± 2025

Woningbedrijf Velsen, Velison Wonen, HVC en gemeente Velsen

paste oplossing is. Naast de investeringskosten in de warmtepomp zijn ook de kosten meegenomen voor elektriciteitsnetverzwaring. Deze kosten zijn gebaseerd op een aantal praktijkcases, maar zullen per wijk uiteraard sterk kunnen verschillen. • Bestaande gasnet (voorlopig) laten liggen: De derde warmteoplossing maakt gebruik van het bestaande gasnet. Deze warmteoptie is belangrijk omdat er buurten overblijven waar zowel all-electric als een warmtenet zeer kostba­ re en daarom onrealistische warmteopties zijn met de huidige stand van de techniek. Het gaat dan met name om landelijke buurten en om oude binnen­ steden. Aangezien het Warmtetransitiemodel een model is dat een uitspraak doet over welke warmteoptie logisch is om mee te starten in een wijk vanuit het oogpunt van kosten, is het ook logisch om buurten aan te wijzen waar je voorlopig nog niet start en het gasnet voorlopig nog blijft liggen.

TOEKOMSTIGE SITUATIE Hoe krijgen we dan een beeld van de toekomstige warmtevoorziening in Velsen? De warmtekaart van figuur 7 laat per buurt zien hoe de aardgasvrije warmte-infrastructuur zal worden wanneer er met de kennis van nu wordt gekeken naar Velsen in 2050. De kaart is gebaseerd op een analyse met het Warmtetransitiemodel van Over Morgen. In bijlage B wordt de werking van dit model uitgebreid toegelicht. Het is zeer goed mogelijk dat op basis van nieuwe inzichten en innovaties het eindresultaat van de warmtetransitie er anders uit zal zien. In figuur 7 geeft de kleur van een buurt geeft aan wat per buurt de meest waarschijnlijke warmteoplossing is, op basis van de stand van techniek van vandaag en de laagst maatschappelijke kosten: • Warmtenet: Een middentemperatuur warmtenet levert bij deze warmteop­ lossing warmte van 60°C tot 70°C aan woningen en gebouwen. Alle wonin­ gen, die worden aangesloten moeten dus het minimum- of basisolatieniveau hebben bereikt (50-80 kWh/m2). Het warmtenet kan dus naast warmte voor ruimteverwarming ook direct warmte voor warm tapwater leveren. • ‘All-electric’: Dat betekent dat er alleen een elektriciteitsnet in de buurt is. Als dat het geval is, dan is er een warmteopwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt.

In het model is uitgegaan van een lucht-water-warmtepomp, omdat dit in praktijk de meest toege­

18

WONEN IN EDAM-VOLENDAM ZONDER AARDGAS | TRANSITIEVISIE WARMTE

Figuur 7 Kaart met warmteopties op basis van laagst maatschappelijke kosten

De maatschappelijke kosten omvatten dus de gehele keten, dus zowel bron, infra­ structuur, levering en aanpassingen aan het vastgoed. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. In bijlage B wordt de werking van dit Warmtetransitiemodel toegelicht en wordt uitgelegd hoe de warmtekaart tot stand is gekomen. Maatschappelijke kosten zeggen echter niet per definitie dat een project rendabel is. Dat vraag­ stuk komt aan de orde bij de wijkuitvoeringsplannen. Buurten met veel panden die geschikt zijn voor all-electric hebben de kleur blauw. Als all-electric in deze buurten 10 tot 30% goedkoper is dan een collec­ tief warmtenet kleurt die buurt lichtblauw. Als dat meer dan 30% is, kleurt de buurt donkerblauw. Buurten of wijken die in aanmerking komen voor all-elec­ tric zijn doorgaans nieuwe wijken, waar woningen al vergaand geïsoleerd zijn en de kosten om elektrisch te gaan verwarmen relatief laag zijn. In figuur 7 zien we daarom de relatief nieuwe wijken in Velserbroek donkerblauw kleuren. In de groene wijken of buurten is het verschil in kosten tussen een warmtenet in vergelijking met andere opties ten voordele van het warmtenet.

De verwach­ ting is dat een warmtenet hier minimaal meer dan 10% goedkoper is dan ande­ re aardgasvrije oplossingen. Voor een collectieve oplossing speelt ook massa mee. Met andere woorden, er moet binnen een gebied voldoende afname van warmte zijn om te zorgen dat een collectieve oplossing rendabel is. In de Schi­ plaanbuurt te IJmuiden, een CBS-buurt met ruim 420 woningen waarvan 360 appartementen, zien we daarom een donkergroen gebied waar een warmtenet meer dan 30% goedkoper is dan de andere aardgasvrije oplossingen Wat nog meer opvalt zijn de Westerwijkbuurt, Velsen-Zuid en de Santpoort-­ Zuid. Deze kleuren ‘oranje’. Voor deze buurten komt naar voren dat voorlopig het gasnet laten liggen leidt tot de laagst maatschappelijke kosten. In deze buurt staan veel ruime vrijstaande woningen van voor 1975. Dat beperkt de mogelijkheden om deze panden te voorzien van verduurzamingsmaatregelen. Daarom lijkt hernieuwbaar gas hier nu de meest geschikte optie. In de tussen­ tijd kan ook worden gekozen voor een hybride oplossing. Uiteraard duurt de weg naar 2050 nog lang. Gedurende het proces om volledig aardgasvrij te gaan wonen in Velsen worden er nog innovaties op de markt verwacht voor wijken waar nu aardgasvrije alternatieven moeilijk te realiseren of erg kostbaar zijn.

Tot slot zijn er ook rode en grijze gebieden. Voor de rode gebieden geldt dat het verschil in maatschappelijke kosten tussen een warmtenet en all-electric minder dat 10% is. Bij de grijze gebieden is er geen conclusie te trekken omdat hier onvoldoende data beschikbaar is. Het betreft vooral bedrijventerreinen. Kansen voor bedrijventerreinen beginnen bij het inventariseren van de warmte-­ en koudevraag, het eventuele aanbod van restwarmte als bron en de inzet op het bedrijventerrein of richting nabijgelegen woningen. Veel bedrijven zijn zelf al bezig met een besparingsopgave en duurzame opwek. GreenBizIjmond helpt hierbij en biedt de mogelijkheid om de verschillende initiatieven en stap­ pen naar verduurzaming te bundelen. Het beeld van de warmtekaart in figuur 7 is dus niet in beton gegoten. Zo is in het proces van totstandkoming van deze Transitievisie Warmte is extra input geleverd door de professionele stakeholders in de projectgroep. Op basis van de warmtekaart van figuur 7 zou je bijvoorbeeld kunnen verwachten dat er in Velserbroek kansen zijn voor all-electric. Door Liander en Velison Wonen is echter respectievelijk aangegeven dat de kosten voor het verzwaren van het elektriciteitsnet daar onevenredig hoog zijn en dat er andere complexen zijn met een hogere prioriteit om duurzaamheidsmaatregelen toe te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=3d538cdc-0aff-4daa-80c7-973a10194f8d