VRBZO - Ontwerpbegroting 2027_DEF
Tekst van het document
Onze huidige maatregel omvat een samenwerkingsconvenant met Veiligheidsregio LimburgNoord, waarbij deze buurregio bijstand verleent bij noodzaak tot een grootschalig watertransportsysteem (WTS). De inspectie geeft aan dat VRBZO over een eigen soortgelijk systeem moet beschikken om te voorkomen dat we onvoldoende slagkracht hebben bij grootschalige incidenten. Een investering in een dergelijk systeem bedraagt ongeveer € 750.000 aan materieel, huisvesting, opleiding/training en oefencapaciteit. Deze kosten zouden deels structureel zijn.
B.
Crisisbeheersing
1. Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident Een grootschalige of langdurige crisis of incident (bijvoorbeeld. grote natuurbrand, coronacrisis, cybercrisis of energiestoring) vraagt veel van ons als organisatie. Onze capaciteit zal op volle toeren moeten draaien. Dit brengt extra kosten met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan een grootschalige inzet van materieel en mensen.
C.
Ondersteuning organisatie
1. Huisvestingskosten: huur, gebruikersonderhoud en duurzaamheid VRBZO huurt haar kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten maakten we afspraken over gebruikersonderhoud. Op basis van het regionaal beleidsplan 2027-2030 komt er extra structureel budget voor het gebruikersonderhoud van kazernes. Daarnaast moeten de kazernes ook verduurzamen. We hebben nog onvoldoende beeld van de kosten van het verduurzamen en de daaraan gekoppelde effecten voor de huurprijzen. Daar maken we met de gemeenten, als eigenaren van de kazernes, afspraken over. Op lange termijn verwachten we een financieel tekort door het verduurzamen van de kazernes. Dit komt bijvoorbeeld door hogere huurlasten door duurzaamheidsinvesteringen, verbouwingen in de kazernes of zelfs nieuwbouw van locaties. Daarom beschouwen we eventuele tussentijdse voordelen als incidenteel.
Pagina 49 Versie: 1.0
Begroting 2027
2. Informatiebeveiliging (cybersecurity) / BIO 2.0 De afgelopen jaren stegen de risico’s en kosten bij een data- of beveiligingslek flink. We zijn continu bezig met het verhogen van het bewustzijn hierover. Dit doen we met technische maatregelen zoals monitoring en scans. Maar ook door aandacht te besteden hieraan in onze interne communicatie. Ook is de maatschappelijke aandacht voor dit thema hoog. Daarom schatten we de kans op een data- of beveiligingslek iets lager in. De kosten bij een dergelijk lek bestaan bijvoorbeeld uit boetes en herstel na een lek of uit kosten voor de uitval en herstart van de operatie. Dit zijn vooral incidentele kosten. In bestuurlijke deelopdracht 1 (voldoen aan wet- en regelgeving) hebben we veel aandacht voor dit risico en de maatregelen die we nemen om het risico te verkleinen. Een belangrijke maatregel is het verhogen van de formatie van gespecialiseerd personeel om op die manier de kwetsbaarheid van informatie- en IT-beveiliging tijdig te signaleren en hierop te acteren. Om de risico’s te verlagen, heeft VRBZO de informatievoorziening deels intern en deels extern georganiseerd. De kwetsbaarheid is voor een deel in 2025 al verlaagd door in de cloud te gaan werken en door het beheer en de beveiliging van netwerk (o.a. SOC-SIEM) uit te besteden aan een gespecialiseerde partij. Andere maatregelen zijn onder meer verwerkersovereenkomsten
afsluiten
met
leveranciers
en
het
protocol
melden
datalek.
Ook
voeren
we
bewustwordingscampagnes uit gericht op medewerkers over de risico's van digitaal verkeer. 3. Eigen Risicodrager WW Werkgevers in de overheidssector zijn verplicht eigenrisicodrager WW (werkloosheidswet). Voor VRBZO is dit dus ook het geval. Dit betekent dat we geen WW-premie afdragen. Daarentegen moeten wij de kosten betalen van de WW-uitkering wanneer iemand werkloos raakt. Dit brengt een risico van aanvullende uitgaven met zich mee. Om dit te verminderen, is het van belang dat we blijven investering in de duurzame inzetbaarheid van medewerkers, zodat zij in het voorkomende geval niet lang in de WW zitten. Vanuit de bestuurlijke opdracht investeren we daarom extra in duurzame inzetbaarheid. Ook hebben we een opleidingsbudget voor medewerkers naast het IKB, dat beschikbaar is voor persoonlijke of functionele opleidingen. Ook is het belangrijk om de arbo-veiligheid te garanderen. Hiervoor is onder andere een actualisatie van het risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E) plan gemaakt. Nieuwe arbo-medewerkers pakken de punten uit deze RIE op. 4. Bedrijfscontinuïteit bij calamiteit De kans bestaat dat door een calamiteit de bedrijfscontinuïteit in het geding komt. Het zou kunnen dat de centrale infrastructuur niet functioneert als gevolg van bijvoorbeeld opzettelijk vernieling, waterschade, stroomuitval, ondercapaciteit of cyberterrorisme/-crime.
Om dit te voorkomen zijn er back up generatoren, een fysieke toegangsbeveiliging en investeren we in de beveiliging van onze ICT-infrastructuur door onder meer het uitbesteden van bepaalde facetten aan gespecialiseerde bedrijven. 5. Stijgende rentekosten bij leningen Kapitaalmiddelen van VRBZO worden gefinancierd met vreemd vermogen (leningen). Bij een stijging van de rente op de kapitaalmarkt stijgen de structurele financieringslasten van VRBZO. Wij monitoren de renteontwikkeling continu bij het aantrekken van vreemd kapitaal. Mocht het nodig zijn dan herzien we het financieringsbeleid. 6. Kosten die voortvloeien ten behoeve van bedrijfskritische continuïteit Door krapte op de arbeidsmarkt is het steeds lastiger om mensen in vaste dienst aan te nemen. Vooral voor specialistische functies ervaren we problemen om mensen te vinden. Omdat de werkdruk op de organisatie wel blijft voortbestaan, is het nodig om mensen extern in te huren. Een andere manier om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen, is mensen om te scholen door opleidingen aan te bieden. Dit leidt tot extra uitgaven om onze werkzaamheden te kunnen blijven uitvoeren.
Pagina 50 Versie: 1.0
Begroting 2027
Conclusie Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 4,5 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit is hoger dan het verwachte beschikbare weerstandsvermogen van € 0,65 miljoen in 2027. Door de geplande onttrekkingen uit de algemene reserve als financiering van de bestuurlijke opdracht, wijkt het bestuur bewust af van de afgesproken bandbreedte, wat effect heeft op de financiële robuustheid van VRBZO. In de basis is het beschikbare weerstandvermogen onvoldoende om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Tegelijk is het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Daarnaast zijn de kans en impact van enkele risico’s lastig in te schatten, waarbij met name de impact van aansprakelijkheid bij de brand in Hapert zwaar meeweegt. Juist bij dit risico schatten we de kans dat het risico zich voordoet als zeer onwaarschijnlijk in. Dit overwegend beoordelen wij het totale risico als aanvaardbaar, maar met zorgpunt. Het advies is daarbij vast te houden aan het voornemen uit het beleid P&C 4-GR om positieve jaarrekeningsaldo’s toe te voegen aan de algemene reserve. In het uiterste geval, als diverse risico’s zich daadwerkelijk voordoen en het beschikbare vermogen overschrijden, valt VRBZO terug op de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling om de kosten te dekken.
6.1.2
Financiële kengetallen VRBZO
Het BBV schrijft voor dat we een aantal financiële kengetallen standaard opnemen in de verplichte paragraaf Risicomanagement en Weerstandsvermogen. Het overzicht van deze financiële kengetallen is opgenomen als bijlage.
6.1.3
Weerstandsvermogen en -capaciteit
Het weerstandsvermogen is het vermogen van de organisatie om (financiële) risico’s op te vangen. Het vormt als beheersmaatregel het sluitstuk van risicomanagement. Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare
weerstandscapaciteit
en
de
benodigde
weerstandscapaciteit
(gekwantificeerde
risico’s).
De
weerstandscapaciteit wordt gevormd door de gemeenschappelijke middelen (reserves) en is bedoeld om niet begrote kosten te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: •
De algemene reserve en de reserves waaraan het Algemeen Bestuur een bestemming heeft gegeven die kan worden gewijzigd (bestemmingsreserves);
•
De in de begroting opgenomen ramingen voor onvoorziene uitgaven voor zover hier nog geen bestemming aan is gegeven;
•
De stille reserves, voor zover deze op korte termijn materieel te maken zijn (reserves waarvan de omvang en/of het bestaan niet uit de balans blijkt, voortkomend uit de onderwaardering van activa of overwaardering van schulden bij het volgen van normale waarderingsmethoden).
Pagina 51 Versie: 1.0
Begroting 2027
Behalve de algemene reserve heeft VRBZO geen andere (stille) reserves of risicoposten in de begroting die kunnen dienen als incidentele weerstandscapaciteit. De hoogte van de algemene reserve is op verzoek van de diverse besturen met de andere grote gemeenschappelijke regelingen vastgesteld in de beleidsnotitie kaders P&C 4-GR. Hierbij is een bandbreedte voor de omvang van de algemene reserve bepaald op basis van de omvang van de begroting. In het geval van VRBZO is deze gewenste bandbreedte € 3,2 – 4,0 miljoen voor de begroting van 2027. In 2027 doen we een geplande onttrekking uit de algemene reserve van € 1,33 miljoen als demping voor de impact van de bestuurlijke opdracht. Met de onttrekking uit de algemene reserve in 2026 en 2027 wijkt het bestuur bewust af van de nota reserves en voorzieningen. De verwachte hoogte van de algemene reserve (en hiermee de weerstandscapaciteit) bedraagt in 2027 ongeveer € 0,3 miljoen. Hiermee valt de algemene reserve niet meer binnen de afgesproken bandbreedte. Een toekomstig eventueel positief jaarresultaat zal primair worden gebruikt voor het weer aanvullen van de algemene reserve. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken.
De middelen die dat vermogen bepalen zijn: •
Bezuinigingsmogelijkheden (voor zover nog niet meegenomen in de begroting en meerjarenramingen);
•
Cumulatief geraamde onvoorziene uitgaven;
•
De resterende (onbenutte) belastingcapaciteit (dit is niet van toepassing voor VRBZO).
Het overzicht van weerstandscapaciteit op basis van de jaarrekening 2025 is opgenomen in Bijlage 7: Meerjarenbalans en weerstandsvermogen.
Pagina 52 Versie: 1.0
Begroting 2027 6.2
Staat van reserves en voorzieningen
6.2.1
Overzicht staat van reserves en voorzieningen 2025
Reserves Algemene reserve
Begroting 2026
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
€ 3.858.747
€ 291.2826
Toevoeging
Onttrekking
Eindstand
-€ 1.330.000
€ 353.029
-€ 2.467.000
€ 1.683.029
€ 180.000
-€ 180.000
€0
€0
Bestemmingsreserve Bestuurlijke opdracht
€ 1.750.000
-€ 1.750.000
€0
€0
Totaal
€ 5.788.747
-€ 4.397.000
€ 1.683.029
Bestemmingsreserve Noodsteunpunten
€ 291.282
2025
€0
2026
-€ 1.330.000
€ 353.029
2027
Verloopoverzicht voorzieningen
Eindstand
Toevoeging
Onttrekking
Voorziening onderhoud gebouw ROC
€ 730.526
€ 70.000
-€ 428.759
€ 371.767
€ 1.633.377
€ 1.756.604
-€ 1.814.505
€ 1.575.476
Voorziening FLO 1% compensatieregeling
€ 12.053
€0
€0
€ 12.053
Voorziening minnelijke regelingen en RVU
€ 183.908
€0
-€ 183.908
€0
€0
€0
€0
€ 1.527.611
€ 472.389
€0
€ 2.000.000
€ 500.000
€0
€ 2.500.000
€ 97.000
€0
-€ 97.000
€0
€0
€0
€0
€ 4.184.476
€ 2.298.993
-€ 2.524.172
€ 3.959.297
€ 2.379.302
-€ 1.707.544
€ 4.631.055
Voorziening FLO
Voorziening verlofsparen Voorziening overwerk Totaal
6
Begroting 2027
Eindstand Toevoeging
We gaan ervan uit dat het jaarresultaat 2025 conform voorstel wordt toegevoegd aan de algemene reserve
Pagina 53 Versie: 1.0
Onttrekking
Eindstand
€ 70.000
-€ 2.379
€ 439.388
€ 1.809.302
-€ 1.705.165
€ 1.679.613 € 12.053
Begroting 2027
6.2.2
Toelichting staat van reserves en voorzieningen
Voorziening groot onderhoud Regionaal Opleidingscentrum (ROC) In 2022 is groot onderhoud aan het Regionaal Opleidingscentrum (ROC) in Waalre uitgevoerd. Er is daarom ook een nieuw onderhoudsplan opgesteld. In het plan is vanuit 2023 voor 10 jaar vooruit de verwachte onderhoudskosten in beeld gebracht. Op basis van dit plan is een jaarlijkse toevoeging aan de voorziening nodig van € 70.000. Voorziening FLO-regulier Deze voorziening is eind 2020 ingesteld. We voegen jaarlijks een bedrag toe aan deze voorziening en brengen de werkelijke lasten van de FLO-regeling ten laste van deze voorziening. Naar aanleiding van het jaarrekeningtraject 2023 is de voorziening geëvalueerd. Het beleid is in december 2024 door het Algemeen Bestuur opnieuw vastgesteld. In 2024 was, naast de jaarlijkse stortingen, een eenmalige extra toevoeging nodig van € 2.000.000. Voor 2027 zijn geen bijstellingen nodig naast de reguliere indexatiebijstelling. Voorziening FLO-compensatie stelselwijziging In 2006 is het FLO-overgangsrecht afgesproken; de levensloopregeling was een belangrijke pijler in dat FLOovergangsrecht. In de levensloopregeling spaarde de werkgever door middel vaneen bruto werkgeversbijdrage levensloop voor de medewerker. Deze bruto bijdrage werd via de salarisstrook van de medewerker gestort op een zogenaamde Levenslooppolis Loyalis (later a.s.r.).
Het wegvallen van de levensloopregeling per 01-01-2022 leidde er onder andere toe dat werkgevers en vakbonden ter vervanging hiervan een nieuwe regeling hebben afgesproken: de netto FLOspaarregeling. Dit betekende dat alle gespaarde bruto gelden op de levenslooppolissen overgeheveld moesten worden naar een netto spaarregeling. Met als gevolg uitbetaling van bruto gelden en dus verhoogde inkomens voor de medewerkers. Dit overhevelen en het versneld sparen levensloop kan leiden tot een financieel nadeel. Dit financieel nadeel is reden geweest voor werkgevers en vakbonden om een compensatieregeling af te spreken. De compensatieregeling compenseert alleen een nadeel dat toegerekend kan worden aan de kalenderjaren 2019, 2020 en 2021 omdat in deze jaren sprake is gewest van transitie levenslooptegoed en/of versneld sparen levensloop. Eventuele voordelen in het ene kalenderjaar worden verrekend met een nadeel over een ander kalenderjaar. Alle neveninkomsten, uit loondienst of eigen bedrijf, worden meegenomen tot een bedrag van € 9.000. De grens van € 9.000 is de uitkomst van onderhandelingen tussen werkgevers en vakbonden. Per kalenderjaar is een drempel aan de orde van 1% van het inkomen van de medewerker. De werknemer levert bij de werkgever alle benodigde documenten aan. Deze documenten worden doorgestuurd naar het Expertisebureau.
Het Expertisebureau beoordeelt en berekent het bedrag waarvoor de medewerker gecompenseerd wordt. Het kan voorkomen dat een gedeelte van de compensatie door de aard van het nadeel niet meteen uitbetaald kan worden. Denk bijvoorbeeld aan kinderen van medewerkers die door de uitbetaling van het levenslooptegoed een lagere studiefinanciering ontvangen. Dit nadeel doet zich alleen voor als ze hun studie tijdig afronden. De compensatie wordt dan alleen uitbetaald als het kind de studie tijdig afrondt. We vormen in dat geval een voorziening voor deze verplichting.
Pagina 54 Versie: 1.0
Begroting 2027
Voorziening oud-medewerkers In 2024 hebben wij een voorziening gevormd voor een aantal medewerkers die door een minnelijke regeling uit dienst gaan. Naast de loonkosten van deze medewerkers, zijn er over deze minnelijke regelingen RVU-boetes verschuldigd. De kosten die hierbij horen zijn toegevoegd aan de voorziening. Wanneer de medewerkers uit dienst zijn, dan zal de voorziening afnemen. Mochten er nieuwe minnelijke regelingen overeen worden gekomen, dan zal er een toevoeging zijn. Voorziening verlofsparen cao Voor verlofsaldi waarover expliciete afspraken zijn vastgelegd in het kader van verlofsparen moet overeenkomstig de geldende regelgeving een voorziening worden gevormd. In deze voorziening is alleen de waarde van verlofuren opgenomen die op basis van de cao tot verlofsparen horen. Algemene reserve Deze reserve is bestemd voor het opvangen van financiële risico’s en van schommelingen in de exploitatiesfeer. Door het Algemeen Bestuur is de Nota algemene reserve vastgesteld. Daarmee is tevens besloten dat de hoogte van de algemene reserve niet is gebaseerd op de risico’s waar de organisatie mee te maken heeft, maar gekoppeld is aan de totale baten van de organisatie. In 2027 bedraagt de begroting € 86,3 miljoen en valt daarmee in de staffel van € 80 miljoen tot € 100 miljoen.
Op basis van die notitie is voor VRBZO de gewenste omvang van de algemene reserve vastgesteld tussen de € 3,2 en € 4,0 miljoen. Begrotingstotaal
Algemene reserve
van
tot
minimum
maximum
€0
€ 5.000.000
€ 150.000
€ 300.000
€ 5.000.000
€ 10.000.000
€ 300.000
€ 600.000
€ 10.000.000
€ 20.000.000
€ 600.000
€ 1.200.000
€ 20.000.000
€ 30.000.000
€ 1.200.000
€ 1.500.000
€ 30.000.000
€ 40.000.000
€ 1.500.000
€ 2.000.000
€ 40.000.000
€ 60.000.000
€ 2.000.000
€ 2.400.000
€ 60.000.000
€ 80.000.000
€ 2.400.000
€ 3.200.000
€ 80.000.000
€ 100.000.000
€ 3.200.000
€ 4.000.000
In 2027 doen we een geplande onttrekking uit de algemene reserve van € 1.330.000 als demping voor de impact van de bestuurlijke opdracht. Met de onttrekking uit de algemene reserve in 2026 en 2027 wijkt het bestuur bewust af van de nota reserves en voorzieningen. Hiermee valt de algemene reserve niet meer binnen de afgesproken bandbreedte. Een toekomstig eventueel positief jaarresultaat zal primair worden gebruikt voor het weer aanvullen van de algemene reserve. Door de onttrekkingen is de algemene reserve te laag om volledig te kunnen dienen als weerstandsvermogen gelet op de risico in de risicoparagraaf. Meer informatie staat in de paragraaf Risicomanagement en weerstandsvermogen.
Pagina 55 Versie: 1.0
Begroting 2027
6.3
Onderhoud kapitaalgoederen
VRBZO heeft geen kapitaalsgoederen zoals bedoeld in het BBV (wegen, riolering, water, groen en openbare gebouwen). Voor het onderhoud van gebouwen in eigendom van VRBZO, zijn specifieke afspraken gemaakt. De gebouwen die in beheer zijn van VRBZO kunnen we onderverdelen in diverse categorieën, te weten: •
Huur van de gemeenten (36 gebouwen);
•
Huur van derden (1 gebouw);
•
In eigendom van VRBZO (1 gebouw: ROC Waalre).
Alle gebouwen (behalve het ROC in Waalre) zijn in eigendom van gemeenten en derden. Als eigenaar is het groot onderhoud van deze kazernes bij hen belegd. In de demarcatielijsten is afgesproken wat het gebruikersonderhoud is dat VRBZO moet uitvoeren. Voor het ROC Waalre hebben we een meerjarenonderhoudsplan en -voorziening. In de voorziening wordt jaarlijks een toevoeging gedaan om toekomstig onderhoud te garanderen. Het onderhoud van alle overige kapitaalgoederen (voornamelijk materieel, materiaal en ICT-middelen) is erop gericht om deze activa steeds in voldoende conditie te hebben om de operationele inzet te waarborgen. In de begroting zijn hier structurele budgetten voor gereserveerd.
6.4
Financiering
6.4.1
Hoofdcomponenten
De financiering van VRBZO bestaat uit 2 hoofdcomponenten: 1.
Gemeentelijke bijdragen van deelnemende gemeenten in gemeenschappelijke regeling;
2.
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding van het ministerie van Justitie en Veiligheid (BDuR).
Daarnaast ontvangt VRBZO nog diverse kleinere bijdragen, bijvoorbeeld door de detachering van medewerkers bij het Rijk, het NIPV of andere veiligheidsregio’s. Ook doen we, zoals afgesproken bij bestuurlijke deelopdracht 1, een onttrekking uit de algemene reserve in 2027. In totaal ontvangt VRBZO in 2027 de volgende bijdragen: Onderwerp
Bedrag
Gemeentelijke bijdrage
€ 72.263.799
Rijksbijdrage
€ 11.886.882
Overige
€ 853.246
Totaal inkomsten
€ 85.003.926
Uit reserve
€ 1.330.000
Totaal baten exploitatiebegroting
€ 86.333.926
6.4.2
Rentelasten
Het overzicht van de rentelasten is opgenomen in Bijlage 5: Renteschema.
Pagina 56 Versie: 1.0
Begroting 2027
6.4.3
Renterisiconorm
VRBZO loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet FIDO de renterisiconorm geformuleerd. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar te voorkomen, dit ter bescherming van de financiële positie. Met deze norm bevordert de Wet FIDO een solide financieringswijze bij openbare lichamen. In lijn met het voorschrift van de geactualiseerde Wet FIDO wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende 4 jaren bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de rekening van het komende jaar. De norm schrijft voor dat maximaal 20% van het begrotingstotaal in een bepaald jaar gebruik mag worden voor aflossing of herfinanciering van een lening. 2027
2028
2029
2030
Omvang begroting
€ 86.333.926 € 85.978.043 € 86.036.872 € 86.026.195
20% norm
€ 17.266.785 € 17.195.609 € 17.207.374 € 17.205.239
Aflossing
€ 1.726.667
€ 1.134.167
€ 1.046.667
€ 1.046.667
Herfinanciering of renteverandering
€ 5.000.000
€ 3.900.000
€ 4.100.000
€ 700.000
Totaal
€ 6.726.667
€ 5.034.167
€ 5.146.667
€ 1.746.667
Daarnaast is voorgeschreven dat gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% van het begrotingstotaal mogen financieren met leningen met een looptijd korter dan 1 jaar. Voor onze organisatie bedraagt deze norm daarmee ongeveer € 7.080.000. Deze norm ligt boven onze behoefte aan financiering met een korte looptijd.
6.5
Bedrijfsvoering
De inhoudelijke ontwikkelingen rondom bedrijfsvoering zijn in de begroting opgenomen in hoofdstuk 4.4. Beleidsindicatoren Besluit Begroting en Verantwoording Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft een set met verplichte beleidsindicatoren voor. In totaal beschrijft het Besluit Begroting en Verantwoording 39 indicatoren. Slechts een beperkt aantal indicatoren hebben betrekking op de taakvelden van VRBZO. Het betreft de 6 indicatoren uit het taakveld Bestuur en ondersteuning. Indicator Formatie per 1000 inwoners Bezetting per 1000 inwoners Apparaatskosten per inwoner Externe inhuur % van loonsom Externe inhuur totaal Overhead als % van totale lasten
Waarde 2027 0,53 0,53 € 105 0,35% € 167.407 19%
Conform het vastgestelde beleidsplan 2027-2030 stijgt vanaf 2027 het overheadpercentage met 1 procentpunt naar 19% van de totale lasten.
Pagina 57 Versie: 1.0
Begroting 2027
6.6
Wet open overheid (WOO)
Iedereen heeft recht op informatie van de overheid. Overheidsorganisaties moeten die informatie uit zichzelf geven, of als iemand daarom vraagt. De informatie wordt dan openbaar. Dat is geregeld in de Wet open overheid (Woo). Actieve openbaarmakingsplicht De overheid moet uit zichzelf zoveel mogelijk informatie openbaar maken als dat zonder grote moeite of hoge kosten kan. Daarnaast staan in de Woo 17 soorten informatie die overheden uit zichzelf openbaar moeten maken. Deze verplichting is en wordt stap voor stap ingevoerd, hier zijn we ook in 2027 nog mee bezig. Om informatie actief openbaar te kunnen maken, is de website van VRBZO aangepast. De komende periode voeren we verdere aanpassingen door. VRBZO voldoet aan de verplichtingen die al in werking zijn getreden. VRBZO streeft ernaar ook tijdig te voldoen aan de verplichtingen die de komende periode worden ingevoerd. Het actuele beeld is dat dit realistisch is. Waar dit redelijkerwijs mogelijk is, maakt VRBZO eerder soorten informatie actief openbaar en wacht hiermee dus niet totdat de wettelijke verplichting wordt ingevoerd. Openbaarmakingsplicht op verzoek De overheid maakt informatie openbaar als iemand erom vraagt. VRBZO ontvangt veel verzoeken om informatie of documenten. Deze verzoeken behandelen we allemaal zorgvuldig.
Hierbij bekijken we per verzoek of we dit verzoek kunnen afhandelen door de gevraagde informatie in overleg te verstrekken of dat een verzoek moet worden aangemerkt als een formeel Woo-verzoek. Formele Woo-verzoeken behandelen we in lijn met de procedure en binnen de inhoudelijke kaders op basis van de Woo.
6.7
Verbonden partijen
Een organisatie wordt gezien als een ‘verbonden partij’ als VRBZO belanghebbende is bij de organisatie, zowel vanuit bestuurlijk als financieel oogpunt. VRBZO is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 21 gemeenten deelnemen. VRBZO is voor gemeenten een verbonden partij. Zelf heeft VRBZO geen verbonden partijen.
6.8
Lokale heffingen en grondbeleid
VRBZO kent geen lokale heffingen. Het onderdeel grondbeleid is voor VRBZO niet relevant.
Pagina 58 Versie: 1.0
Begroting 2027
Bijlagen
Pagina 59 Versie: 1.0
Begroting 7
Bijlage 1: Staat met gemeentelijke bijdragen
Aanvullende verhoging 2027 Indexering bestuurlijke 2027 opdracht 1
Subtotaal vastgesteld beleid ex bevolkingszorg
Piket bevolkingszorg 2026
Indexering 2027
Piket bevolkingszorg 2027
Bijdrage 2027 vastgesteld beleid
Subtotaal bestuurlijke opdracht 2-3 en overig regulier beleid
Totale bijdrage 2027
Stijging 2028
2028
Stijging 2029
2029
Stijging 2030
2030
Aandeel in bijdrage
Basis van 2026
Asten
2,03%
€ 1.175.490
€ 31.856
€ 54.841
€ 1.262.187
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.270.770
€ 200.534
€ 1.471.303
€ 19.767
€ 1.491.070
€ 1.194
€ 1.492.264
€ -217
€ 1.492.047
Bergeijk
2,68%
€ 1.551.215
€ 42.038
€ 72.370
€ 1.665.623
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.674.205
€ 264.631
€ 1.938.836
€ 26.085
€ 1.964.921
€ 1.575
€ 1.966.496
€ -286
€ 1.966.210
Gemeente Best
3,39%
€ 1.962.277
€ 53.178
€ 91.548
€ 2.107.003
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 2.115.585
€ 334.756
€ 2.450.341
€ 32.997
€ 2.483.338
€ 1.993
€ 2.485.331
€ -362
€ 2.484.970
Bladel
2,73%
€ 1.584.241
€ 42.933
€ 73.911
€ 1.701.085
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.709.668
€ 270.265
€ 1.979.933
€ 26.640
€ 2.006.573
€ 1.609
€ 2.008.182
€ -292
€ 2.007.890
Cranendonck
2,59%
€ 1.498.222
€ 40.602
€ 69.898
€ 1.608.722
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.617.304
€ 255.590
€ 1.872.894
€ 25.194
€ 1.898.088
€ 1.522
€ 1.899.609
€ -276
€ 1.899.333
Deurne
3,75%
€ 2.169.754
€ 58.800
€ 101.228
€ 2.329.782
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 2.338.364
€ 370.151
€ 2.708.515
€ 36.486
€ 2.745.001
€ 2.203
€ 2.747.205
€ -400
€ 2.746.805
Eersel
2,55%
€ 1.475.749
€ 39.993
€ 68.849
€ 1.584.591
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.593.173
€ 251.757
€ 1.844.930
€ 24.816
€ 1.869.746
€ 1.499
€ 1.871.245
€ -272
€ 1.870.973
Eindhoven
34,79%
€ 20.152.354
€ 546.129
€ 940.186
€ 21.638.669
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 21.647.251
€ 3.437.907
€ 25.085.158
€ 338.878
€ 25.424.035
€ 20.465
€ 25.444.501
€ -3.714
€ 25.440.787
Geldrop-Mierlo
4,57%
€ 2.646.685
€ 71.725
€ 123.478
€ 2.841.888
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 2.850.471
€ 451.513
€ 3.301.984
€ 44.506
€ 3.346.490
€ 2.688
€ 3.349.178
€ -488
€ 3.348.690
Gemert-Bakel
3,59%
€ 2.078.107
€ 56.317
€ 96.952
€ 2.231.375
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 2.239.957
€ 354.516
€ 2.594.474
€ 34.945
€ 2.629.419
€ 2.110
€ 2.631.529
€ -383
€ 2.631.146
Heeze-Leende
1,90%
€ 1.100.959
€ 29.836
€ 51.364
€ 1.182.159
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.190.742
€ 187.819
€ 1.378.561
€ 18.514
€ 1.397.074
€ 1.118
€ 1.398.192
€ -203
€ 1.397.989
Helmond
10,82%
€ 6.268.175
€ 169.868
€ 292.435
€ 6.730.477
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 6.739.060
€ 1.069.325
€ 7.808.384
€ 105.404
€ 7.913.789
€ 6.366
€ 7.920.154
€ -1.155
€ 7.918.999
Laarbeek
2,72%
€ 1.573.270
€ 42.636
€ 73.399
€ 1.689.305
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.697.887
€ 268.393
€ 1.966.281
€ 26.456
€ 1.992.736
€ 1.598
€ 1.994.334
€ -290
€ 1.994.044
Nuenen c.a.
2,79%
€ 1.619.021
€ 43.876
€ 75.534
€ 1.738.430
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.747.012
€ 276.198
€ 2.023.210
€ 27.225
€ 2.050.435
€ 1.644
€ 2.052.080
€ -298
€ 2.051.781
Oirschot
2,19%
€ 1.271.074
€ 34.446
€ 59.301
€ 1.364.821
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.373.403
€ 216.840
€ 1.590.243
€ 21.374
€ 1.611.617
€ 1.291
€ 1.612.908
€ -234
€ 1.612.674
Reusel-De Mierden
1,73%
€ 1.003.002
€ 27.181
€ 46.794
€ 1.076.977
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.085.560
€ 171.108
€ 1.256.668
€ 16.866
€ 1.273.534
€ 1.019
€ 1.274.552
€ -185
€ 1.274.368
Someren
2,39%
€ 1.384.905
€ 37.531
€ 64.611
€ 1.487.047
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.495.630
€ 236.259
€ 1.731.889
€ 23.288
€ 1.755.177
€ 1.406
€ 1.756.584
€ -255
€ 1.756.328
Son en Breugel
1,85%
€ 1.069.195
€ 28.975
€ 49.882
€ 1.148.053
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.156.635
€ 182.400
€ 1.339.035
€ 17.979
€ 1.357.014
€ 1.086
€ 1.358.100
€ -197
€ 1.357.903
Valkenswaard
3,78%
€ 2.189.944
€ 59.348
€ 102.169
€ 2.351.461
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 2.360.043
€ 373.595
€ 2.733.639
€ 36.826
€ 2.770.464
€ 2.224
€ 2.772.688
€ -404
€ 2.772.285
Veldhoven
5,23%
€ 3.031.738
€ 82.160
€ 141.442
€ 3.255.341
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 3.263.923
€ 517.202
€ 3.781.125
€ 50.981
€ 3.832.106
€ 3.079
€ 3.835.185
€ -559
€ 3.834.626
Waalre
1,94%
€ 1.123.329
€ 30.442
€ 52.408
€ 1.206.179
€ 8.356
€ 226
€ 8.582
€ 1.214.762
€ 191.635
€ 1.406.397
€ 18.890
€ 1.425.286
€ 1.141
€ 1.426.427
€ -207
€ 1.426.220
Totaal
100,0%
€ 57.928.707
€ 1.569.868
€ 2.702.600
€ 62.201.175
€ 175.473
€ 4.755
€ 180.228
€ 62.381.403
€ 9.882.396
€ 72.263.799
€ 974.117
€ 73.237.916
€ 58.829
€ 73.296.744
-€ 10.677
€ 73.286.068
Gemeente
Pagina 60 Versie: 1.0
Gemeente
Totale bijdrage 2027
2028
2029
2030
Asten
€ 1.471.303
€ 1.491.070
€ 1.492.264
€ 1.492.047
Bergeijk
€ 1.938.836
€ 1.964.921
€ 1.966.496
€ 1.966.210
Best
€ 2.450.341
€ 2.483.338
€ 2.485.331
€ 2.484.970
Bladel
€ 1.979.933
€ 2.006.573
€ 2.008.182
€ 2.007.890
Cranendonck
€ 1.872.894
€ 1.898.088
€ 1.899.609
€ 1.899.333
Deurne
€ 2.708.515
€ 2.745.001
€ 2.747.205
€ 2.746.805
Eersel
€ 1.844.930
€ 1.869.746
€ 1.871.245
€ 1.870.973
Eindhoven
€ 25.085.158
€ 25.424.035
€ 25.444.501
€ 25.440.787
Geldrop-Mierlo
€ 3.301.984
€ 3.346.490
€ 3.349.178
€ 3.348.690
Gemert-Bakel
€ 2.594.474
€ 2.629.419
€ 2.631.529
€ 2.631.146
Heeze-Leende
€ 1.378.561
€ 1.397.074
€ 1.398.192
€ 1.397.989
Helmond
€ 7.808.384
€ 7.913.789
€ 7.920.154
€ 7.918.999
Laarbeek
€ 1.966.281
€ 1.992.736
€ 1.994.334
€ 1.994.044
Nuenen c.a.
€ 2.023.210
€ 2.050.435
€ 2.052.080
€ 2.051.781
Oirschot
€ 1.590.243
€ 1.611.617
€ 1.612.908
€ 1.612.674
Reusel-De Mierden
€ 1.256.668
€ 1.273.534
€ 1.274.552
€ 1.274.368
Someren
€ 1.731.889
€ 1.755.177
€ 1.756.584
€ 1.756.328
Son en Breugel
€ 1.339.035
€ 1.357.014
€ 1.358.100
€ 1.357.903
Valkenswaard
€ 2.733.639
€ 2.770.464
€ 2.772.688
€ 2.772.285
Veldhoven
€ 3.781.125
€ 3.832.106
€ 3.835.185
€ 3.834.626
Waalre
€ 1.406.397
€ 1.425.286
€ 1.426.427
€ 1.426.220
Totaal
€ 72.263.799
€ 73.237.916
€ 73.296.744
€ 73.286.068
Pagina 61 Versie: 1.0
Bijlage 2: Overzicht van baten en lasten Lasten Onderdeel Brandweerzorg
Baten
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
€ 48.325.943
€ 53.262.479
€ 61.784.746
-€ 841.573
-€ 721.246
-€ 721.246
Crisisbeheersing
€ 5.560.043
€ 6.468.597
€ 7.855.394
-€ 51.597
-€ 32.000
-€ 32.000
Ondersteuning organisatie
€ 13.504.121
€ 14.371.698
€ 16.593.787
-€ 88.070
€0
€0
€ 624.256
€ 99.999
€ 100.000
-€ 67.324.411
-€ 73.449.526
-€ 85.580.680
Gemeentelijke bijdrage
-€ 55.977.411
-€ 58.104.180
-€ 72.263.799
Rijksbijdrage
-€ 10.858.192
-€ 10.848.463
-€ 11.886.882
Financiering
Totaal
Reserves
€ 540.000
-€ 4.396.883
-€ 1.330.000
Overige
€ 84.256
€ 99.999
€ 100.000
-€ 488.808
-€ 100.000
-€ 100.000
€ 68.014.363
€ 74.202.772
€ 86.333.926
-€ 68.305.650
-€ 74.202.772
-€ 86.333.926
Pagina 62 Versie: 1.0
Bijlage 3: Meerjarenbegroting 2027 – 2030 Onderstaande tabel toont de meerjarenraming. Onderdeel
2027
2028
2029
2030
2027
2028
2029
2030
Brandweerzorg
€ 61.784.746
€ 61.878.139
€ 61.988.749
€ 61.988.749
-€ 721.246
-€ 721.246
-€ 721.246
-€ 721.246
Crisisbeheersing
€ 7.855.394
€ 7.855.394
€ 7.748.627
€ 7.748.627
-€ 32.000
-€ 32.000
-€ 32.000
-€ 32.000
Ondersteuning organisatie
€ 16.593.787
€ 16.144.511
€ 16.199.496
€ 16.188.819
€0
€0
€0
€0
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
-€ 85.580.680
-€ 85.224.797
-€ 85.283.626
-€ 85.272.949
Gemeentelijke bijdrage
-€ 72.263.799
-€ 73.237.916
-€ 73.296.744
-€ 73.286.068
Rijksbijdrage
-€ 11.886.882
-€ 11.886.882
-€ 11.886.882
-€ 11.886.882
Uit reserve
-€ 1.330.000
Financiering
Overige
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
-€ 100.000
-€ 100.000
-€ 100.000
-€ 100.000
Totaal
€ 86.333.926
€ 85.978.043
€ 86.036.872
€ 86.026.195
-€ 86.333.926
-€ 85.978.043
-€ 86.036.872
-€ 86.026.195
Pagina 63 Versie: 1.0
Begroting 2027
Bijlage 4: Begroting ingedeeld naar taakvelden Taak ID 0.4
Taak Overhead
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
€ 68.514.518
8.3
Wonen en bouwen
€ 1.125.622
-€ 18.000
0.5
Treasury
€ 100.000
-€ 100.000
0.7
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
0.8
Overige baten en lasten
Eindtotaal
Lasten Baten € 16.593.787
€0
-€ 12.622.128
-€ 72.263.799 €0
-€ 1.330.000
€ 86.333.926
-€ 86.333.926
64
Begroting 2027
Bijlage 5: Renteschema 2027 Externe rentelasten over de korte en lange financiering
€ 424.771
Externe rentebaten
-€ 100.000
Saldo rentelasten en rentebaten
€ 324.771
Rente grondexploitatie
€0
Rente projectfinanciering
€0
Rentebaten van doorverstrekte leningen
€0
Subtotaal
€0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen
€ 324.771 €0 €0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€ 324.771
De aan de taakvelden toegerekende rente
€ 324.771
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€0
65
Begroting 2027
Bijlage 6: EMU saldo Omschrijving
2027
Exploitatiesaldo voor onttrekking reserves
€ -1.330.000
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
€ 5.169.453
Dotaties aan de post voorzieningen
€ 2.379.302
Investeringen die worden geactiveerd
€ -9.150.416
Baten uit bijdragen andere overheden die niet al zijn verantwoord in de exploitatie
€0
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa
€0
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-,
€0
Baten bouwgrondexploitatie
€0
Lasten op de balanspost voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen
€ -1.707.165
Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen
n.v.t.
Verkoop van effecten
n.v.t.
Berekend EMU saldo
€ -4.638.826
66
Begroting 2027
Bijlage 7: Meerjarenbalans, kengetallen en weerstandsvermogen 7A: Meerjarenbalans Onderdeel
2027
2028
2029
2030
Totaal Materiele vaste activa
30.345.312
39.367.556
35.036.122
33.879.134
Totaal Vaste activa
30.345.312
39.367.556
35.036.122
33.879.134
9.749.796
6.749.796
7.650.192
6.749.796
1.294
1.294
1.294
1.294
Totaal overlopende activa
1.279.119
1.279.119
1.279.119
1.279.119
Totaal Vlottende activa
11.030.209
8.030.209
8.930.605
8.030.209
Totaal Activa
41.375.521
47.397.765
43.966.727
41.909.343
Activa
Vaste activa
Vlottende activa
Totaal uitzettingen
Totaal Liquide middelen
67
Begroting 2027
Passiva
Vaste passiva
Totaal Eigen vermogen
353.029
353.029
353.029
353.029
Totaal Voorzieningen
4.640.127
4.809.400
4.883.385
5.043.948
Totaal Vaste schulden
17.033.080
22.886.051
19.381.030
17.163.081
Totaal Vaste passiva
22.026.237
28.048.480
24.617.443
22.560.058
Totaal Vlottende schuld
3.204.461
3.204.461
3.204.461
3.204.461
Totaal Overlopende passiva
16.144.824
16.144.824
16.144.824
16.144.824
Totaal Vlottende passiva
19.349.285
19.349.285
19.349.285
19.349.285
Totaal Passiva
41.375.521
47.397.765
43.966.728
41.909.343
0
0
0
0
Vlottende passiva
Saldo balans
68
Begroting 2027
7B: Financiële kengetallen en weerstandsvermogen Netto schuldquote
2027
2028
2029
2030
Totaal Vaste schulden
-17.033.080
-22.886.051 -19.381.030
-17.163.081
Totaal Vlottende schulden
-3.204.461
-3.204.461
-3.204.461
-3.204.461
Totaal Overlopende passiva
-16.144.824
-16.144.824 -16.144.824
-16.144.824
Totaal Uitzettingen
9.749.796
6.749.796
7.650.192
6.749.796
Totaal Overlopende activa
1.279.119
1.279.119
1.279.119
1.279.119
Totaal Liquide middelen
1.294
1.294
1.294
1.294
Subtotaal netto-schuld
-25.352.156
-34.205.127 -29.799.709
-28.482.157
Baten Excl. Mutaties reserves
-86.333.926
-85.978.043 -86.036.872
-86.026.195
Netto schuldquote
29%
40%
35%
33%
-353.029
-353.029
-353.029
-353.029
-47.397.765 -43.966.728
-41.909.343
Solvabiliteitsratio Totaal eigen vermogen Totaal passiva Solvabiliteitsratio
-41.375.521 0,85%
0,74%
0,80%
0,84%
Algemene reserve
1.683.029
353.029
353.029
353.029
Resultaat boekjaar
0
0
0
0
Bestemmingsreserve
0
0
0
0
Incidentele weerstandscapaciteit
1.683.029
353.029
353.029
353.029
Structurele weerstandscapaciteit
0
0
0
0
1.683.029
353.029
353.029
353.029
Weerstandsvermogen en -capaciteit
Totale weerstandscapaciteit
69
Begroting 2027
Bijlage 8: Investeringsbegroting Categorie
2027
2028
Bedrijfsgebouwen
2029 €
2030
221.000
Machines Apparaten Installaties
€
772.000
€
179.000
€
23.000
€
408.000
Overige materiele vaste activa
€
668.000
€ 2.361.000
€
233.000
€
259.000
Vervoermiddelen
€ 7.710.416
€ 3.320.000
€ 1.090.000
€ 4.091.000
Eindtotaal
€ 9.150.416
€ 5.860.000
€ 1.567.000
€ 4.758.000
70