VRBZO - Ontwerpbegroting 2027_DEF
Tekst van het document
•
Opleidingen en trainingen organiseren voor medewerkers die via onze nieuwe vee-redvoertuigen (‘veetakels’) worden ingezet bij vee reddingen;
•
Meer en betere begeleiding inzetten bij het oefenen bij (risicovolle) bedrijven, en;
•
Investeren in de vakbekwaamheid van ons onderwijsondersteunend personeel, zoals instructeurs.
Om voldoende invulling te kunnen geven aan deze opleidingen en trainingen, is ook een investering in materiaal en materieel nodig. Denk hierbij aan materieel en materiaal voor het oefenen, met name persoonlijke beschermingsmiddelen zoals ademlucht, bluskleding en sloop-/oefenvoertuigen. Investeren in vrijwilligheid Uit het onderzoek voor deel 1 van de bestuurlijke opdracht bleek dat ons materieel- en personeelspreidingsplan4 gedateerd was. Hanteren we de indicatoren die in het materieel- en personeelspreidingsplan staan, dan zien we dat een tekort dreigt aan vrijwilligers die daadwerkelijk beschikbaar zijn voor een uitruk op diverse momenten van de dag. Dit kan ertoe leiden dat het vaker voorkomt dat niet kan worden uitgerukt. Om deze redenen moest opnieuw worden vastgesteld wat de juiste factoren zijn voor invulling van de personele en materiële slagkracht. Daarin zien we dat een uitbreiding van het aantal vrijwilligers met 60 personen nodig is. Door het vaststellen van bestuurlijke deelopdracht 1 is hiermee ingestemd. In de periode 2025-2027 gaan we dit stapsgewijs invullen, waarbij we eind 2027 de uitbreiding volledig willen realiseren. Het is een maatschappelijke trend dat vrijwilligers korter bij de brandweer blijven en het steeds moeilijker wordt om nieuwe vrijwilligers te werven.
Ook in onze regio zien we dat het een uitdaging blijft om voldoende vrijwilligers te vinden voor onze posten, vooral in de kleine kernen. Om een vrijwillige brandweerpost op sterkte te houden of zelfs uit te bereiden, organiseren we komende jaren intensieve wervingscampagnes.
4
De Wet veiligheidsregio’s en het daaraan gelieerde Besluit veiligheidsregio’s geven aan, aan welke opkomsteisen en uitvoeringseisen de brandweer moet voldoen. Een materieel- en personeelspreidingsplan geeft hiervan de vertaling naar de situatie in Zuidoost-Brabant.
Pagina 27 Versie: 1.0
Begroting 2027
Een deel van de medewerkers beschikt over een operationeel brandweeruniform. Vrijwilligers hebben deze bedrijfskleding niet. Dit zorgt voor verschillen in uitstraling en herkenbaarheid. Bij andere veiligheidsregio’s beschikken de vrijwilligers vaak wel over bedrijfskleding. Het uniform draagt bij aan een professionele, eenduidige uitstraling en biedt bescherming bij de uitvoering van lichte taken. In 2026 en 2027 voorzien we alle vrijwilligers van een operationeel uniform. Robuuste beroepsbrandweer We gaan voor een robuuste en toekomstbestendige repressieve beroepsdienst. In bestuurlijke deelopdracht 1 gaven we aan dat we bij de formatie van de beroepsbrandweer aanlopen tegen de gevolgen van aanpassingen in wet- en regelgeving rond diverse vormen van verlof (ouderschaps- en geboorteverlof (WAZO), verlofsparen, 2e loopbaanbeleid, etc.). Zonder verhoging van de formatie leidt dit tot overschrijdingen van de arbeidstijdenwetgeving (ATW/ATB) en tot het onvoldoende toe kunnen kennen van verlof. Vanuit goed werkgeverschap is dit ongewenst. Daarom verhogen we in lijn met bestuurlijke deelopdracht 1 de formatie van de beroepsbrandweer de komende jaren stapsgewijs. In 2027 verhogen we de formatie met 3 fte tot 124 fte en werven we hiervoor nieuwe mensen, die we daarna nog (deels) moeten opleiden.
Om de continuïteit van de beroepsbrandweer ook op andere factoren blijvend te kunnen borgen, moeten we de roosterfactor aanpassen en de planning van de 24 uursdiensten opnieuw inrichten. Deze nieuwe inrichting vindt plaats in 2026 en 2027. Verder gaan we voor duurzame inzetbaarheid (2e loopbaan) van medewerkers van de beroepsbrandweer, passend bij de individuele behoefte en situatie. Volgens artikel 9a CAR-UWO hebben brandweermedewerkers na maximaal 20 jaar in een bezwarende functie recht op een 2e loopbaan binnen of buiten de organisatie. Op verzoek van de sector en sociale partners doet de Universiteit van Maastricht onderzoek naar de regeling en naar mogelijkheden om de regeling aan te passen. Medio 2026 verschijnt het eindrapport van het SEmFire onderzoek. De ambitie van de sociale partners is om in 2027 definitieve afspraken te maken. Zolang het onderzoek loopt, moeten de medewerkers wel een plan voor een 2 e loopbaan maken. We gaan de collega’s daarin helpen via extra begeleiding of aanvullende ondersteuning, zoals opleidingen, detachering of assessments. Risicogericht adviseren over fysieke veiligheid We kijken naar het risico en minder naar de regel; risicogericht werken is daarin het streven. Via de Omgevingswet kunnen gemeenten en provincie meer ruimte bieden aan ontwikkeling en beheer van de leefomgeving.
Door deel te nemen aan de Omgevingstafel proberen we al te zorgen voor veiligheid in een vroeg stadium. Zodat belanghebbenden sneller weten waar ze aan toe zijn. Het gaat vaak om complexe adviesaanvragen, waarbij we diverse risico’s op het gebied van fysieke veiligheid voor de leefomgeving moeten meenemen. Op het vlak van risicobeheersing is de adviescapaciteit en inhoudelijke kennis nog niet klaar voor de uitdagingen van de nabije toekomst. Daarom is in het beleidsplan 2027-2030 opgenomen dat we investeren we in kennis en capaciteit op dit gebied. Op basis van het regionaal risicoprofiel bepalen we voor de geprioriteerde trends en risico's wat de meest effectieve maatregelen zijn. Dit doen we op basis van de 6 sporen van beïnvloeding: 1)
Kennisdeling met en handelingsperspectief voor respons;
2)
Communicatie over restrisico's en handelingsperspectief;
3)
Kennisdeling met en gedragsverandering bij initiatiefnemers;
4)
Beïnvloeding wet- en regelgeving;
5)
Inrichten omgeving, en;
6)
Vergunningen, toezicht en handhaving.
Pagina 28 Versie: 1.0
Begroting 2027
Dit doen we ook voor risico’s die betrekking hebben op brandweerzorg. Risicogericht werken is een harde noodzaak. Het betekent dat we onze capaciteit en middelen inzetten op die risico’s die het grootste effect kunnen hebben op de fysieke veiligheid en continuïteit van de samenleving in onze regio. Dit vraagt om een integrale, gebiedsgerichte aanpak. Dit is bijvoorbeeld nodig in verband met ontwikkelingen rondom de energietransitie. De afgelopen jaren zagen we steeds meer nieuwe innovatieve manieren van energieopwekking en -opslag. Deze relatief nieuwe technieken zorgen ook voor nieuwe vragen over veiligheid. We verwachten dat we meer adviesaanvragen krijgen die met de energietransitie te maken hebben en impact hebben op (brand)veiligheid. Denk daarbij aan (ondergrondse) parkeergarages met elektrische auto’s, maar ook aan grootschalige opslag van batterijen, buurtbatterijen, zonnepaneelvelden, windmolens en gebruik van waterstof. Om dit te bereiken gaan we, zoals beschreven in het beleidsplan 2027-2030, de capaciteit op gebied van advisering en risicobeheersing de komende jaren verhogen. Ook investeren we in de benodigde kennis en vaardigheden van de medewerkers. Passende huisvesting, modern materieel en materiaal Passende duurzame huisvesting VRBZO huurt de kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten maakten we afspraken over huur en onderhoud.
De huurcontracten zijn voor 2027 vernieuwd, waarbij ook afspraken zijn gemaakt over het onderhoudsniveau van de kazernes en het juiste niveau krijgen en houden. In het beleidsplan 2027-2030 is structureel budget opgenomen voor het (gebruikers)onderhoud van de kazernes in de regio. Het gaat hierbij om investeringen in technische installaties en enkele medewerkers om de onderhoudswerkzaamheden te begeleiden en om facilitaire meldingen en reparaties sneller en beter op te pakken. Ook moeten we verder aan de slag met het verduurzamen van onze kazernes om te voldoen aan de normen voor duurzaamheid van overheidsgebouwen. Daarom gaan we in 2026 en 2027 alle kazernes voorzien van laadpalen, mits dit past binnen de ruimte op het elektriciteitsnet. Daarnaast bekijken we met een expertisebureau en gemeenten welke investeringen per locatie nodig zijn om te verduurzamen. Aansluitend moeten we er afspraken over maken met de gemeenten, als eigenaren van de kazernes. Ook bij ons regionaal opleidingscentrum (ROC) in Waalre is het nodig om op diverse gebieden te moderniseren om te voldoen aan de hedendaagse duurzaamheidsnormen. De komende jaren worden er ook diverse nieuwe kazernes gebouwd. Voor een uniforme uitstraling en om doelmatig om te gaan met ontwerpkosten hebben we 3 blauwdrukken voor diverse typen kazernes ontworpen.
Op basis van de actuele informatie bij het opstellen van deze begroting verwachten we dat in 2027 nieuwe kazernes worden opgeleverd in Gemert, Hapert en Eindhoven-Zuidoost en dat het planproces van een nieuwe kazerne in Deurne dan loopt. Bij het in gebruik nemen van de kazernes hebben we te maken met een stijging van de huur, investeringen in nieuwe inrichting (meubilair, technische installaties, aankleding, etc.) en wijzigingen in diverse facilitaire zaken (elektraverbruik, schoonmaak, afval, etc.). Het ontwerp- en bouwproces is nog in de beginfase, dus het lastig om al een nauwkeurige opgave te maken. Zo is er bijvoorbeeld geen rekening gehouden met onvoorziene zaken op de bouwlocatie, aanpassingen aan de bestaande infrastructuur, energieaansluitingen, niveau van verduurzamen, groenvoorziening, uitstraling van het gebouw en dergelijke. De definitieve planning en kosten zijn afhankelijk van verschillende factoren en kunnen daarom nog afwijken. De veiligheidsregio kent diverse bedrijfskritische processen. Deze processen moeten bij crises zoals uitval van elektriciteit, communicatiemiddelen of personeel door blijven gaan. Capaciteit om te onderzoeken wat hiervoor nodig is aan maatregelen en bijbehorende middelen kwam beschikbaar via bestuurlijke deelopdracht 1 (voldoen aan wet- en regelgeving).
Pagina 29 Versie: 1.0
Begroting 2027
De minimaal benodigde middelen om de kritische processen zeker te stellen zijn nagenoeg helder. Denk hierbij aan noodstroomaggregaten en back-up communicatiemiddelen. De eerste focus ligt op de elektriciteitsvoorziening om onze primaire processen door te kunnen laten gaan. Dit vraagt een investering van ongeveer € 1,1 miljoen (in 2026), en vanaf 2027 structurele kosten voor beheer, onderhoud en afschrijving. Hieronder staat een specificatie wat nodig is in de 1 e fase. We maken nog inzichtelijk wat verder nodig is. Item
Krediet 2026
Structurele kosten 2027
Noodstroomvoorzieningen Aanschaf en installatie aggregaten Exploitatie (beheer / onderhoud)
€ 1.094.900
€ €
86.700 50.000
Totaal
€ 1.094.900
€
136.700
VRBZO heeft geen centraal hoofdkantoor. Sinds de regionalisering in 2014 werken kantoormedewerkers verspreid over meerdere locaties. Dit belemmert de verbinding, samenwerking, kennisdeling en een effectieve uitvoering van werkzaamheden. Digitale middelen en thuiswerken bieden hiervoor onvoldoende oplossing. Het bestuur heeft daarom ingestemd met een verkennend onderzoek in 2026 naar een nieuwe hoofdlocatie als onderdeel van de ‘Basis op orde’, uit het beleidsplan 2027-2030. Dit onderzoek richt zich op kantoor- en operationele functies, inclusief ondersteunende diensten zoals het opleidingscentrum, de logistiek en het Regionaal Crisiscentrum (RCC). Op basis van de uitkomsten van het onderzoek bespreken we in 2027 met het bestuur wat de vervolgstap wordt. Duurzaam investeren in veilig materieel en materiaal via een modern meerjareninvesteringsplan (MIP) Tijdens een inzet moeten onze brandweermensen op straat kunnen vertrouwen op de voertuigen en hulpmiddelen die ze gebruiken. Het materieel (voertuigen) en materiaal (gereedschappen en persoonlijke beschermingsmiddelen) is ondersteunend aan de taken tijdens de inzet. Brandweermensen moeten er veilig en effectief mee kunnen werken. Op een gegeven moment is het materieel of materiaal afgeschreven en moeten we het vervangen. Duurzaamheid is daarbij een steeds belangrijkere factor.
Dit betekent investeringen, waarbij we keuzes moeten maken. En soms geen keus hebben om mee te gaan met moderne eisen; 1-op-1 vervangen is dan geen optie. Door deze veranderende eisen zijn aanbestedingen complexer en arbeidsintensiever geworden. We moeten aan de voorkant goed nadenken wat we nodig hebben, wat er op de markt is en of dat voldoet om nieuwe incidenten de komende jaren te bestrijden. Het voorwerk en de implementatie vergen daarmee meer van onze mensen. De afgelopen jaren liepen we achter de feiten aan en zijn achterstanden in investeringen ontstaan. Met de extra capaciteit vanuit bestuurlijke deelopdracht 1 lopen we de komende jaren deze achterstanden in. En zijn we in staat om bij toekomstige vervangingen die vragen om ander beleid, bijvoorbeeld door verduurzaming of nieuwe operationele eisen, dit goed uit te werken. Komende jaren gaan we
in lijn met ons meerjareninvesteringsplan (MIP) investeren in de vervanging van diverse
voertuigen, apparaten en andere activa. Daarbij constateren we dat we onvoldoende vervangingsbudget (krediet en kapitaalslasten) hebben om deze vervangingen uit te voeren. In 2027 zijn er diverse grote investeringsprojecten om ons materieel en materiaal te moderniseren:
Pagina 30 Versie: 1.0
Begroting 2027
a)
Vervanging bluskleding
De bluskleding (uitrukpak) van brandweermensen moet in lijn met de reguliere cyclus worden vervangen om te blijven voldoen aan veiligheidseisen. De aanbesteding hiervoor loopt in 2026, waarna de implementatie en daadwerkelijke vervanging nog deels in 2027 gebeurt. We constateren bij de marktverkenning en uit navraag bij andere veiligheidsregio’s dat de prijzen fors zijn gestegen, waardoor ons huidige vervangingskrediet onvoldoende is. In de kadernota 2027 namen we om deze reden een verhoging van het krediet en bijhorende kapitaalslasten op. b)
Vervanging Meetapparatuur (CO/CO2- en explosiegevaarmeters)
De brandweer gebruikt diverse meetapparatuur om gevaren te meten bij een inzet. Denk hierbij aan gevaarmeters voor explosiegevaar en CO/CO2 gevaar. We moeten de huidige meetapparatuur vervangen, omdat deze het einde van de levensduur heeft bereikt en niet meer goed functioneert. We constateren bij de marktverkenning en uit navraag bij andere veiligheidsregio’s dat de prijzen fors zijn gestegen, waardoor ons huidige vervangingskrediet van onvoldoende blijkt. In de kadernota 2027 namen we om deze reden een verhoging van het krediet en bijhorende kapitaalslasten op. c)
Vervangen redvoertuigen
In 2027 gaan we nieuwe redvoertuigen (ladderwagens) aanschaffen als vervanging van enkele afgeschreven hoogwerkers. In juli 2025 stemde het bestuur in met de vervanging van onze redvoertuigen. De voertuigen worden vanaf 2027 geleverd. Bovenstaande leidt tot onderstaand overzicht van benodigde financiële middelen. Item
Soort investering
Extra krediet
Afschrijving
Extra benodigde kapitaalslasten (s)
a) Bluskleding
Vervanging
€
298.900
7 jaar
€
42.700
b) Meetapparatuur
Vervanging
€
159.100
5 jaar
€
31.800
€
458.000
€
74.500
2027
€
2.196.200
€
190.300
v.a. 2028
€
2.654.200
€
264.800
2028 e.v.
Subtotaal c) Redvoertuigen Totaal
Vervanging
15 jaar
Ook zijn we in 2027 bezig met de aanbesteding van tankautospuiten die geschikt zijn voor natuurbrandbestrijding, hulpverleningsvoertuigen, vee-redvoertuigen (‘veetakels’) en (elektrische) dienstvoertuigen. Verder gaan we starten met een groot project om te komen tot de aanbesteding van het complete pakket rondom ademlucht (werkplaats, toestellen en toebehoren). Om in de toekomst beter in controle te komen en blijven op onze investeringen, gaan we in 2027 een passend beheerssysteem opzetten en in gebruik nemen.
Pagina 31 Versie: 1.0
Begroting 2027
Toekomstbestendige brandweerzorg Klimaatveiligheid: slimme bestrijding natuurbranden Natuurbrand is voor de brandweer in onze regio al ruim 10 jaar het zogenaamde ‘maatgevende scenario’. Dat wil zeggen dat vooral de effecten van natuurbranden bepalend zijn voor onze repressieve slagkracht. Landelijk komt er steeds meer aandacht voor natuurbranden, omdat het natuurbrandrisico groeit als gevolg van de klimaatverandering. Op landelijk niveau is aan het Rijk een financiële bijdrage gevraagd. Bij het opstellen van deze begroting is dit nog niet besproken in de Tweede Kamer. Er is wel al een landelijke visie op natuurbrandbeheersing. Deze visie wordt uitgewerkt in plannen die ook in onze regio impact hebben en vragen om diverse investeringen in 2027. Zo gaan we natuurbrandbestrijding slimmer organiseren. Dit doen we onder andere door intensievere landelijke samenwerking, het introduceren van een landelijke doctrine voor de bestrijding van natuurbranden en aangepaste eisen aan ons materieel (voertuigen) en materiaal. We gaan bijvoorbeeld 17 tankautospuiten vervangen, waarbij we aangescherpte eisen voor natuurbrandbestrijding meenemen. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om meerdere specifieke natuurbrandbestrijdsingsvoertuigen (CCFM’s) aan te schaffen.
Dit type natuurbrandbestrijdingsvoertuig is al vele jaren van grote operationele waarde tijdens omvangrijke natuurbranden in bijvoorbeeld Zuid-Europa. Schaalsprong en complexe infrastructuur In de regio Brabant-Zuidoost vindt de komende jaren een schaalsprong plaats. Naar verwachting worden er jaarlijks tot 100.000 extra woningen gebouwd en groeit het inwonersaantal van de regio met circa 210.000 inwoners. Bijbehorende voorzieningen groeien evenredig mee. Als gevolg van meer mensen, meer vermenging van gebruiksfuncties, meer bedrijven en meer verkeersbewegingen nemen ook de risico’s toe. De infrastructuur wordt complexer en de druk op elektriciteit, drinkwater en andere voorzieningen groeit. De kans dat incidenten zich voordoen stijgt. Het is daarom belangrijk dat de ontwikkelingen goed gemonitord worden, zodat we hier proactief op kunnen inspelen. Om hier als VRBZO goed op toegerust te zijn, investeren we de komende jaren in extra adviescapaciteit bij de afdelingen die gaan over risicobeheersing en operationele planvorming. Zij adviseren het bevoegd gezag over fysieke veiligheid bij de inrichting van de ruimte en bouw van nieuwe objecten. Verder borgen we dat deze ontwikkelingen terugkomen in de operationele procedures van de brandweer.
Bouwen aan een toekomstbestendig brandweerstelsel De brandweer moet zich voorbereiden op nieuwe, grotere en complexere incidenten, met impact buiten de eigen regio. Een belangrijk deel van het werk van de brandweer vindt lokaal en regionaal plaats en dat blijft zo. Maar we krijgen te maken met nieuwe risico’s, die om een andere benadering en risico-inschatting vragen. We werken landelijk aan een toekomstbestendige brandweer, die voldoende capaciteit en slagkracht heeft. Zodat we ook grootschalige en nieuwe incidenttypen aankunnen; lokaal, regionaal én landelijk. Na de evaluatie Wet veiligheidsregio’s kwam er wetgeving om de brandweerzorg te versterken. Bijvoorbeeld door het brandweeronderwijs te verbeteren en een toekomstvaste brandweerzorg te ontwikkelen. Bij deze opgaven moet elke regio duidelijk aandacht geven aan ‘goed werkgeverschap’, ‘boeien en binden van personeel’ en inspelen op ‘de medewerker van de toekomst’. Daarin participeren wij in de landelijke beleids- en werkgroepen om het toekomstige stelsel vorm te geven. Dit landelijke programma “Toekomstbestendige Brandweerzorg 2026-2028” (“Grote Werken 3”), waar ook wij aan bijdragen, richt zich op de volgende 4 strategische doelen:
Pagina 32 Versie: 1.0
Begroting 2027
1)
Versterking van de adviesfunctie voor brandveiligheid en risicobeheersing; brandweer wordt gezaghebbende en proactieve adviespartner met landelijke kaders en een netwerk van experts.
2)
Regionale paraatheid en landelijke slagkracht; landelijke risicoanalyse, dekkingsplan en real-time inzicht in paraatheid en inzetbaarheid.
3)
Informatiegestuurde inzet; optimaal benutten van data, informatie en technologie, met aandacht voor mens, organisatie en techniek.
4)
Stelselontwikkeling; duurzame borging van resultaten, betere besluitvorming en een lerend systeem binnen de brandweer.
Het huidige brandweerstelsel bestaat uit een mix van vrijwilligers en beroepsbrandweer. Alle brandweermensen hebben in principe dezelfde taken en opleidingseisen. Door internationale regels en jurisprudentie kan dit veranderen. Dit zijn langlopende trajecten en we weten nog niet welke inhoudelijke en financiële effecten we in 2027 kunnen verwachten.
4.2.2
Wat mag het kosten?
Brandweerzorg € 61,8 mln € 48,3 mln
Realisatie 2025
€ 53,3 mln
Begroting 2026 Lasten
Begroting 2027
€ 0,8 mln
€ 0,7 mln
€ 0,7 mln
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
De kosten voor brandweerzorg bedragen in 2027 € 61,8 miljoen. De stijging van de lasten ten opzichte van 2025 komt door de bestuurlijke deelopdracht 1, het beleidsplan en indexering van budgetten. We verwachten in 2027 € 0,7 miljoen inkomsten. Dit is ongeveer gelijk aan de begroting van 2026. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat we enkele medewerkers gedetacheerd hebben, bijvoorbeeld bij het NIPV. Omdat deze detacheringen incidenteel zijn, begroten we deze inkomsten niet volledig.
Pagina 33 Versie: 1.0
Begroting 2027 4.3
Programma Crisisbeheersing
Pagina 34 Versie: 1.0
Begroting 2027
4.3.1
Ontwikkelingen crisisbeheersing
De komende jaren is het versterken van crisisbeheersing en informatievoorziening een belangrijke taak voor de veiligheidsregio’s. Het Rijk onderkende eerder deze noodzaak en stelt (landelijk) extra budget beschikbaar via een brede doeluitkering (BDuR). De bestedingsdoelen voor de gewenste versterking zijn gerelateerd aan de Landelijke Agenda Crisisbeheersing (LAC). Deze agenda bepaalt de koers op het gebied van de crisisbeheersing voor komende jaren (20242029). De focus van de eerste versie van deze agenda ligt vooral op de eerste jaren, daarna vindt er een integrale actualisatie plaats. De agenda formuleert de ambities via 3 pijlers: 4.
Het versterken van de voorbereiding en paraatheid;
5.
Het versterken van een weerbare samenleving;
6.
Het bevorderen van kwaliteit en professionaliteit.
In een landelijke werkgroep bepalen we de thema’s die doorontwikkeling vergen. We gebruiken dit als uitgangspunt voor het programma crisisbeheersing waarin de regionale ambities en bijbehorende doelstellingen van VRBZO staan. Om deze doelen te bereiken krijgen we van het Rijk extra structureel budget via de BDuR. Voor 2027 verwachten we ongeveer € 2,55 miljoen voor de versterking van crisisbeheersing en versteviging van informatievoorziening. In lijn met bespreking in het Veiligheidsberaad worden de extra gelden ten behoeve van lokale/regionale weerbaarheid ingezet om de 10% efficiencykorting op het de totale BDuR door het Rijk te dempen (zie ook hoofdstuk Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.), zodat het uitvoeren van onze kerntaken niet in het geding komt. Versterken van de voorbereiding en paraatheid We leven in een tijd waarin een goede informatiepositie en -analyse van vitaal belang is. Afgelopen jaren hebben preparatie en data- en informatiemanagement in het domein crisisbeheersing zich enorm ontwikkeld. Dat biedt ons kansen om beter zicht te krijgen op veiligheidsrisico’s en ons hierop in een vroeg stadium voor te bereiden. We noemen dat monitoring en signalering. Dat betekent wel dat we moeten investeren in deze vorm van informatiegestuurde veiligheid. Ook verandert het politieke landschap.
Polarisatie neemt toe en geopolitieke spanningen zorgen voor meer cyberdreigingen en hybride oorlogsdreiging. Tegelijkertijd zien we dat Defensie zich in toenemende mate terugtrekt uit civiel-militaire samenwerking. Versterken voorbereiding en paraatheid Het Rijk en de veiligheidsregio’s versterken de komende jaren de samenwerking in de prioritering van (landelijke) risico’s en de uitwerking hiervan in planvorming. Dit is één van de lessen uit eerdere crises en de aanbevelingen uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. We werken toe naar plannen voor meerdere regio’s (soms ook landelijk), het in de praktijk oefenen van deze plannen met de partners en capaciteitsplanning voor de paraatheid en (langdurige) inzetbaarheid van crisisfunctionarissen. Doel is om op deze manier beter voorbereid te zijn op nieuwe crises, die over de grenzen van de regio kunnen gaan en lang kunnen duren. Om in te spelen op de schaalsprong die de komende jaren in de regio Brabant-Zuidoost plaatsvindt, waardoor het aantal adviesvragen vanuit (keten)partners toeneemt, is in het onderdeel ‘basis op orde’ van het beleidsplan 2027-2030 onder andere extra adviescapaciteit bij de GHOR voorzien.
Pagina 35 Versie: 1.0
Begroting 2027
Robuuste informatiedeling en -verwerking We moeten de manier waarop we informatie delen met crisisfunctionarissen verbeteren. We werken aan een netcentrische informatieomgeving, waarin we relevante informatie voor crisisfunctionarissen snel en makkelijk bereikbaar maken. Denk aan risicobeelden, contactgegevens van ketenpartners en actuele, operationele crisisplannen. De juiste actuele informatie is dan altijd beschikbaar op het moment dat het ertoe doet. Is er geen crisis, dan helpt het platform om VRBZO te verbinden met crisisfunctionarissen buiten de eigen organisatie, zoals gemeenten, politie en andere partners (o.a. zorgorganisaties). Aansluiten bij landelijk platform voor crisismanagement Met het Knooppunt Coördinatie regio’s-Rijk (KCR2) maken het ministerie van Justitie en Veiligheid, veiligheidsregio’s en crisispartners een functionaliteit die nu en in de toekomst hard nodig is om de crisisbeheersing te versterken. KCR2 wordt het centrale koppelvlak voor bovenregionale en landelijke informatiestromen. Onder andere vanuit de vitale ketens naar regio’s en andersom. KCR2 ontwikkelt het landelijke beeld, heeft het overzicht en verbindt de ketens in iedere fase van crisisbeheersing (koud, lauw en warm) met elkaar.
Het onderhoudt en activeert netwerken voor een eenduidig informatiebeeld, duiding en gezamenlijke coördinatie en draagt bij aan eenduidige communicatie richting inwoners. In de komende jaren volgt KCR2 een zorgvuldig landelijk ontwikkelingsproces om te kunnen voldoen aan de gezamenlijke ambities. Wij sluiten aan op dit ontwikkelingsproces en zorgen voor de verbinding met de regionale informatieknooppunten. Doorontwikkelen dynamische preparatie Planvormig bestaat vooral uit het maken van wettelijke rampenbestrijdingsplannen en crisisbeheersplannen voor enkele risicovolle bedrijven (Seveso-inrichtingen; bedrijven die vallen onder het ‘Besluit activiteiten leefomgeving’ (Bal) en die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen) en luchthavens. We onderhouden deze plannen en maken afspraken met de vitale partners, om in crisissituaties goed samen te werken aan maatschappelijke continuïteit. Ons goed voorbereiden op nieuwe gekende en ongekende crisistypen, betekent dat we meer kennis en capaciteit nodig hebben. Alleen dan kunnen we aansluiten bij landelijke en regionale netwerken en werkgroepen, zoals we nu al doen. En daarnaast kunnen we netwerken opzetten over thema’s als maatschappelijke continuïteit, veiligheid op luchthavens, cyber, klimaatadaptatie, hoog water, energievoorziening. Die zijn belangrijk om kennis te vertalen naar de praktijk, bij actuele dreigingen.
Door de extra BDuR-gelden kunnen we de mensen inzetten die we nodig hebben, om al deze taken te blijven doen.
Versterken van een weerbare en veerkrachtige samenleving We hebben ook in Nederland te maken met een toenemend aantal risico’s, die de potentie hebben om de samenleving te ontwrichten. De Trendanalyse Nationale Veiligheid 20245 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) benoemt 5 domeinen waarbinnen risico's optreden die de potentie hebben om de samenleving te ontwrichten: klimaat, technologische ontwikkelingen, geopolitiek, economie en sociaal-maatschappelijk. Gezien de toename van dergelijke risico's zetten we, samen met onze partners, in op het vergroten van het veiligheidsbewustzijn en het versterken van de paraatheid voor een weerbare samenleving. Actief betrekken van de samenleving Via een landelijke aanpak willen veiligheidsregio’s, samen met het Rijk, de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving versterken. Dit doen we door ons voor te bereiden op crises, samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Op landelijk niveau wordt deze weerbaarheidsopgave gezien als een van de grootste uitdagingen van deze tijd. Dit vraagt de komende jaren veel van de hele samenleving. VRBZO, gemeenten en netwerkpartners werken samen om inwoners zo goed mogelijk te beschermen. Maar bij een grote ramp of crisis kan niet iedereen tegelijk geholpen worden, 5 Zie ook de Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024 | NCTV
Pagina 36 Versie: 1.0
Begroting 2027
bijvoorbeeld bij langdurige uitval van stroom of drinkwater. Recente voorbeelden laten zien dat uitval van vitale infrastructuur ook in Nederland een denkbaar scenario is. Daarom is het belangrijk dat inwoners, bedrijven en (zorg)organisaties zichzelf minimaal 72 uur kunnen redden, en dat zij ook omzien naar mensen en dieren in hun omgeving. Zo beperken we samen de impact van rampen en crises. Dit noemen we zelfredzaamheid en samenredzaamheid. De overheid en hulpdiensten kunnen zich dan richten op het bestrijden van het incident en het helpen van mensen en dieren die dat het meest nodig hebben. We maken gebruik van de maatschappelijke veerkracht die er al is. We vertellen inwoners wat ze wel en niet van de overheid kunnen verwachten tijdens crises. We ondersteunen het eigen initiatief van mensen, zowel voor als tijdens een crisis. We streven naar een samenleving die samen met de overheid actief kan bijdragen aan zowel de aanpak van crises, als het herstel. Onze doelen zijn onder andere: a)
Maak het voor inwoners, (vitale) bedrijven en maatschappelijke organisaties mogelijk om zelf verantwoordelijkheid te nemen bij crises. Landelijk beleid lokaal toepasbaar maken, bijvoorbeeld door informatie makkelijk en snel beschikbaar te maken of belemmeringen weg te nemen.
b)
Meer en betere risicocommunicatie vanuit de overheid. Risicocommunicatie moet de bewustwording vergroten van risico’s in de samenleving. En duidelijk maken wat je zelf kunt doen. Dit verbetert de veerkracht en samenredzaamheid van de maatschappij.
c)
Meer en specifieke aandacht voor de voorbereiding op nazorg en herstel na een crisis.
d)
Investeren in de samenwerking voor een ‘Weerbare Samenleving’, landelijk en binnen Zuid-6 (een samenwerkingsverband van 6 zuidelijke veiligheidsregio’s in Nederland).
Naast voorgaande inspanningen gaat de veiligheidsregio ook een rol vervullen bij de inrichting van lokale en regionale noodsteunpunten. Gemeenten en veiligheidsregio’s werken de komende jaren samen aan de vormgeving hiervan in de regio. De pilots zijn eind 2026 afgerond. Uiteindelijke invulling hangt deels af van de landelijke aanpak, die in 2027 op basis van de ervaringen uit de pilots concreter zal worden. Veel bestaande taken van VRBZO dragen nu al bij aan weerbaarheid. Effectieve risicocommunicatie We willen bereiken dat onze inwoners, bedrijven en (zorg)organisaties zichzelf kunnen redden en elkaar kunnen helpen in tijden van crisis. Juist daarom is het van belang om risicocommunicatie te intensiveren in de huidige geopolitieke situatie. Er komen dreigingen op onze samenleving af die we tot voor kort niet voor mogelijk hielden. Veranderingen waarop de overheid geen 100% garantie kan bieden op hulp en veiligheid. Heldere risicocommunicatie, bijvoorbeeld door de landelijke Denk Vooruit campagnes regionaal toepasbaar te maken of door concrete communicatie over noodsteunpunten, moet bijdragen aan het vergroten van begrip en handelingsperspectief van inwoners en bedrijven. Hierdoor maken we mensen bewust van de risico’s en de rol die zij zelf kunnen vervullen in de voorbereiding op en tijdens crises. Samen met gemeenten versterken we onze risicocommunicatie.
We breiden de informatie op de website Brabant Alert verder uit en zetten de campagnes Brandveilig Leven voort. Deze breiden we uit naar Veilig Leven, zodat alle risico’s rond fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit aan bod komen. We brengen in kaart welke organisaties communiceren over deze risico’s - zoals politie, waterschappen, provincie, Rijkswaterstaat, het KNMI, het Rode Kruis en Stichting Dieren in Rampen - en maken afspraken over ieders rol, zodat informatie duidelijk is en elkaar versterkt. Daarnaast ontwikkelen we praktische informatie en verstrekken we tips over hoe mensen zich kunnen voorbereiden op risico’s. We onderzoeken welke doelgroepen moeilijk te bereiken zijn en passen onze communicatie daarop aan. Dat doen we bijvoorbeeld via meertalige communicatie, lokale bijeenkomsten, sleutelfiguren in gemeenschappen en nieuwe audio- en visuele middelen. De uitgangspunten zijn vastgelegd in het Regionale Beleidsplan Risicocommunicatie.
Pagina 37 Versie: 1.0
Begroting 2027
Nafase en herstel Na een crisis is het belangrijk dat de samenleving snel kan herstellen. In de nafase zorgen we samen met gemeenten voor een zorgvuldige overdracht naar andere partijen die een rol hebben bij het herstel. Samen met de GGD bieden we getroffenen de juiste psychosociale nazorg. Ook op dit terrein versterken we de samenwerking met andere veiligheidsregio’s en met de Landelijke Expertgroep Nafase, zodat we samen leren van eerdere ervaringen. De lessen en goede voorbeelden verwerken we in onze plannen. Daarnaast ontwikkelen we maatgevende scenario’s voor nafase en herstel, om beter voorbereid te zijn op toekomstige situaties.
Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit De ontwikkelingen die we hierboven noemen, staan voor proactief (crisis)management. Het doel is om te weten welke risico’s op ons afkomen en ons daarop voor te bereiden. Bij reële dreigingen bepalen we met onze netwerkpartners wat nodig is om een crisis te vermijden of de impact te verkleinen. Dit betekent dat onze werkwijzen tijdens een crisis veranderen. En dat we de nieuwe werkwijze goed moeten afstemmen met onze crisisfunctionarissen en -partners. Opleidingsniveau, kennisontwikkeling en innovatie Rijk en veiligheidsregio’s blijven samen de crisisbeheersing en de crisisfunctionarissen professionaliseren. Ons doel is om tijdens de voorbereiding en bij de aanpak van crises, effectief samen te werken. Daarbij de meest actuele inzichten en innovatieve werkwijzen en middelen te gebruiken. En te blijven leren. We gaan daarvoor: •
Een uniform opleidingsniveau voor professionals in crisismanagement ontwikkelen, samen met kennisinstellingen vanuit een gedeelde landelijke doctrine.
•
Een leercultuur opzetten en kennisontwikkeling en innovatie coördineren en bevorderen.
Naast het bevorderen van kwaliteit en professionaliteit binnen de crisisorganisatie, streven wij naar het bevorderen hiervan in de gehele organisatie. Om het onderdeel ‘de basis op orde’ uit het beleidsplan 2027-2030 te realiseren en in te spelen op alle ontwikkelingen wordt verder ingezet op versteviging van (strategische) adviescapaciteit, netwerk- en kwaliteitsmanagement, informatie gestuurde veiligheid en optimale organisatieondersteuning. Uniform kwaliteitsniveau Bevolkingszorg Eén van de adviezen uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s betrof de versterking van het kwaliteitsniveau van Bevolkingszorg. Het Veiligheidsberaad startte een project met als doel een uniform landelijk kwaliteitsniveau voor bevolkingszorg inclusief crisiscommunicatie. Dit kwaliteitsniveau is onder andere gericht op landelijke kwaliteitsnormen en het eenduidig beschrijven van Bevolkingszorg (in relatie tot gemeentelijke crisisbeheersing). Afgeleid van het landelijk Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg maakten we afspraken waar de gemeentelijke crisisorganisatie in onze regio aan moet voldoen. Dit hebben we het Lokaal Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg genoemd. Jaarlijks bekijken we samen met de gemeenten hoe zij ervoor staan en welke stappen er eventueel nodig zijn om aan het (minimale) niveau te voldoen.
Regionaal investeren we de komende jaren met name op de vakbekwaamheid van de crisisfunctionarissen Bevolkingszorg en crisiscommunicatie. Dit is vastgelegd in een meerjarenbeleidsplan en opgenomen in het programma voor opleiden, trainen en oefenen van crisisfunctionarissen.
Pagina 38 Versie: 1.0
Begroting 2027
4.3.2
Wat mag het kosten?
Crisisbeheersing € 7,9 mln € 5,6 mln
€ 6,5 mln
€ 0,1 mln
€ 0,0 mln
€ 0,0 mln
Realisatie 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Realisatie 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Lasten
Baten
De lasten voor crisisbeheersing komen in 2027 uit op € 7,9 miljoen. Een stijging van € 1,4 miljoen ten opzichte van 2026. Deze stijging komt vooral door de hogere BDuR uitkering van het Rijk, het investeringen in het domein van crisisbeheersing conform het beleidsplan en reguliere indexatie. We verwachten bij crisisbeheersing nagenoeg geen baten.
Pagina 39 Versie: 1.0
Begroting 2027 4.4
Ondersteuning organisatie
Pagina 40 Versie: 1.0
Begroting 2027
4.4.1
Toelichting thema’s
Binnen ondersteuning organisatie wordt, naast alle reguliere zaken, in 2027 gefocust op voldoen aan wet- en regelgeving (deelopdracht 1)
en het onderdeel ‘basis op orde’ uit het regionaal beleidsplan 2027-2030. Een gezonde en
toekomstbestendige bedrijfsvoering vraagt meer dan alleen registreren en vaststellen. In de hieronder beschreven punten staat aangegeven wat VRBZO gaat doen om de basis op orde te krijgen en te houden, en in control te komen en te blijven en continu te verbeteren. Professioneel en in control Informatievoorziening en digitale weerbaarheid De afgelopen jaren is de wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging fors toegenomen. De bekendste voorbeelden zijn privacywetgeving (AVG) en de baseline informatieveiligheid overheid (BIO). Daarbij zien we de komende jaren nog significante verzwaringen komen rondom informatiebeveiliging, wat een sterke stijging van de structurele kosten betekent. Onze informatieveiligheid moet als organisatie in het veiligheidsdomein aan een hoger volwassenheidsniveau gaan voldoen. Dat ligt hoger dan het basale niveau dat in de BIO is opgenomen. Daarnaast is ook de BIO 2.0 in werking getreden waaraan we moeten voldoen. Ook in 2027 wordt verder ingezet op voorgaande ontwikkelingen. Informatiegestuurde bedrijfsvoering betekent dat beschikbare data systematisch wordt verzameld, gekoppeld en geanalyseerd. Om de basis op orde te brengen, zijn vaste dashboards en een duidelijke datastructuur nodig, zodat iedereen met dezelfde informatie werkt.
Daarnaast bouwen we capaciteit op om data continu te volgen, te testen en te gebruiken, ook met nieuwe technieken zoals kunstmatige intelligentie. Zo kan de organisatie beslissingen nemen op basis van feiten in plaats van aannames. Dit versterkt de samenwerking met partners en maakt de crisisorganisatie efficiënter, veerkrachtiger en beter voorbereid op actuele en toekomstige uitdagingen. We sluiten aan bij landelijke ontwikkelingen en speerpunten. Daarbij staan informatiegericht werken, missiekritieke communicatie, informatieveiligheid, uniforme data en infrastructuur en digitale fitheid centraal. Tenslotte vraag archiefbeheer en het wegwerken van achterstanden in documentverwerking om aandacht, zodat we voldoen aan wetgeving en informatie snel beschikbaar is voor alle teams. Robuuste bedrijfsvoering We zijn in 2025 gestart met de grootste kwetsbaarheden aan te pakken, dit namen we op in bestuurlijke deelopdracht 1 (voldoen aan wet- en regelgeving). Dit krijgt net als in 2026 ook een vervolg in 2027. Naast ICT gerelateerde zaken (o.a. systemen en tools) is bewustwording bij medewerkers een belangrijke pijler waarop we investeren. Goed omgaan met dynamische bedrijfsrisico’s is steeds belangrijker. Door ontwikkelingen als de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming), BIO 2.0 en de rechtmatigheidsverklaring, moeten we ons bewust zijn van de risico’s in de organisatie.
En daarnaar handelen. Want sommige risico’s kunnen we niet op traditionele manieren afdekken. Alle medewerkers moeten zich hier bewust van zijn en hun verantwoordelijkheid nemen. We moeten werken aan een cultuur, waarin risicogericht denken over processen normaal is. Niet alleen bij incidenten en crises, maar ook in het andere werk en in rustige tijden.
Pagina 41 Versie: 1.0
Begroting 2027
Veel processen zijn onvoldoende beschreven of verouderd, en kwaliteitsafspraken ontbreken vaak. Daardoor gebeurt veel werk ad hoc, ontstaan fouten en blijven verbeterkansen liggen. Procesmanagement en kwaliteitszorg moeten structureel worden versterkt. Ook vanuit bedrijfscontinuïteitsoogpunt verdient procesmanagement aandacht: juist een organisatie als een veiligheidsregio moeten kunnen blijven functioneren tijdens storingen of crises. Daarom investeren we in het in kaart brengen van de (kwetsbare) processen en het optimaliseren hiervan, waarin inrichting, borging en evaluatie plaats kan vinden (PDCA-cyclus / continu verbeteren). In 2026 en 2027 zetten we ook in op het verder op orde brengen van HRM. Hiervoor onderscheiden we 3 pijlers: •
Kennis:
opbouwen
van
HRM-
en
VRBZO-specifieke
kennis
via
gestructureerde
inwerk-
en
opleidingsprogramma’s. •
Informatie: ontwikkelen van een actuele, volledige en betrouwbare informatiebasis en het opstellen van een integraal meerjarenplan.
•
Systemen: digitaliseren van personeelsdossiers en optimaliseren van HRM-processen in AFAS met workflows.
Het gaat hierbij om een incidentele impuls om de basis op orde te krijgen. Daarnaast heeft de afdeling HRM een grote opgave op het gebied van werving en selectie. Dat betekent dat we de komende jaren extra investeren in arbeidsmarktcommunicatie om bredere bekendheid te geven aan in het algemeen VRBZO en waarom we een goede potentiële werkgever zijn in het bijzonder. Naast reguliere vacatures zijn er veel extra vacatures door organisatiegroei vanuit het regionaal beleidsplan 2027-2030 en interne doorstroom. Om dit juist, tijdig en volledig uit te voeren is tijdelijk extra capaciteit nodig. Deze capaciteit zetten we in voor zowel uitvoerende als adviserende ondersteuning. Leiderschap, strategie en innovatie Om tijdig bij te kunnen sturen, is het onder andere nodig om interne controle meer te verweven in het reguliere proces. Dit draagt bij aan het verder op orde krijgen van de basis. In de afgelopen jaren zijn hier stappen in gezet, maar ook voor 2027 blijft dit een aandachtspunt. Extra capaciteit en digitalisering helpen om rapportages te verbeteren en contracten beter te beheren. Directie en management hebben meer ondersteuning nodig - bestuurlijk, juridisch, strategisch én administratief. Dit helpt om vanuit de juiste taak, rol en verantwoordelijkheid te kunnen adviseren en besluitvorming te versnellen.
Met gerichte communicatie willen we daarnaast de organisatie beter zichtbaar maken voor inwoners, gemeenten, (keten)partners en de arbeidsmarkt. De technologische ontwikkelingen gaan snel en bieden ongekende kansen om het leven van mensen te verbeteren, maar brengen ook nieuwe risico’s met zich mee. De toenemende afhankelijkheid van technologie maakt onze samenleving kwetsbaarder voor uitval en cyberaanvallen. Uitval van technologie maakt rampen en crises bovendien complexer, waardoor maatschappelijke ontwrichting sneller kan optreden. Nieuwe ontwikkelingen brengen nieuwe risico’s met zich mee. Om die zo goed mogelijk in beeld te krijgen en effectief en veilig te kunnen bestrijden, is kennis nodig van de gevolgen van technologische innovaties. Tegelijkertijd biedt technologie grote kansen. Innovatie helpt om risico’s beter te voorspellen en beheersen om zo incidenten slimmer, veiliger en duurzamer aan te pakken. De komende periode gaat VRBZO aan de slag met dynamische risicomonitoring, informatiegestuurde veiligheid en veiligheidsinnovatie.
Pagina 42 Versie: 1.0
Begroting 2027
Toekomstbestendige bedrijfsvoering Uniformeren en continu verbeteren Zoals uit de vorige programma’s al blijkt: de primaire processen van de organisatie zijn volop in beweging. Dat betekent dat bestaande processen, werkwijzen en regelingen niet altijd meer goed passen bij de toekomst. Deze moeten mee veranderen met de hogere eisen die samenhangen met een veilige, moderne en flexibele organisatie. Daar zijn en blijven we mee aan de slag op het gebied van de administratieve organisatie en soms (oude) arbeidsvoorwaarden. In een paar jaar tijd gaan we deze doorontwikkeling van de organisatie realiseren. In 2025 en 2026 is gestart met het voldoen aan wet- en regelgeving. Hierop voortbordurend gaan we aan de slag met het zo efficiënt mogelijk inrichten van de bedrijfsvoeringprocessen. Hierbij valt te denken aan het verder automatiseren van administratieve taken en het realiseren van uniformiteit in rooster- en planningssystematiek en systemen. Investeren in mensen en middelen kost tijd en geld, maar levert op de lange termijn veel voordelen op. Veilig en vitaal Duurzame inzetbaarheid, diversiteit en inclusie Beroepsbrandweermensen die vanaf 2006 in dienst zijn gekomen, mogen maximaal 20 jaar in een repressieve functie werken. Deze groep medewerkers helpen we in de voorbereiding op hun 2 e loopbaan.
We volgen hier in de basis de landelijke lijn, maar we willen meer doen voor onze medewerkers vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap. We moeten hiervoor zelf beleid ontwikkelen. Landelijk vindt onderzoek plaats naar mogelijkheden om deze regeling aan te passen. De afronding hiervan is in 2026. Ook moet de veiligheidsregio beleid maken en scholing en voorlichting geven ten aanzien van de verhoogde risico’s in het werk en situaties waar medewerkers van een veiligheidsregio in het verleden aan blootgesteld zijn. Denk hierbij aan PTSS-casussen die landelijk in het nieuws waren. Dit maakt onderdeel uit van de bestuursopdracht en hier zijn we al mee gestart, dit loopt ook door in 2027. Verder moet VRBZO aan de slag met de Wet banenafspraak en het quotum arbeidsbeperkten dat streeft naar extra banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Werken aan diversiteit en inclusie is onderdeel van goed werkgeverschap. Ook is het van belang om nu en in de toekomst nieuwe medewerkers te kunnen vinden en om onbenut arbeidspotentieel te benutten. Gezien de inzet die nodig is om te kunnen werven en nieuwe medewerkers in te werken, starten we hiermee in 2026 in combinatie met duurzame inzetbaarheid. Vanaf dat jaar loopt de benodigde capaciteit verder op tot het niveau zoals opgenomen in de uitwerking van de bestuurlijke deelopdracht 1 (voldoen aan wet- en regelgeving).
Veilige werkomgeving Het oprichten van een interne bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV) waarbij de coördinator BHV regie voert op het proces is een actie die voortkomt uit deelopdracht 1 (voldoen aan wet- en regelgeving) en doorloopt in 2027. De bedrijfshulpverlening is bij ons nog niet op het gewenste niveau, terwijl de Arbowet dit verplicht stelt. Plannen zijn verouderd en op veel locaties ontbreken actuele voorzieningen. De BHV-organisatie wordt ingericht voor 37 locaties, met de bijbehorende middelen, eerdergenoemde coördinator BHV en voldoende opleidingen en oefeningen. Jaarlijkse bijscholing en actualisering blijven nodig om veiligheid te waarborgen. Hiermee voldoen we aan wet- en regelgeving en wordt de veiligheid van de werkomgeving verder vergroot. Naast BHV is er ook aandacht voor andere arbo-gerelateerde zaken. Deze wordt onder regie van de arbo-coördinator preventief en correctief opgepakt. De arbo-coördinator bewaakt en coördineert het arbobeleid in binnen de organisatie, met als hoofddoel het creëren en handhaven van een veilige en gezonde werkomgeving door risico’s te minimaliseren, medewerkers te informeren en te zorgen voor naleving van de Arbowet, met focus op o.a. verzuimpreventie.
Pagina 43 Versie: 1.0
Begroting 2027
4.4.2
Wat mag het kosten?
Ondersteuning organisatie € 16,6 mln € 13,5 mln
Realisatie 2025
€ 14,4 mln
Begroting 2026 Lasten
Begroting 2027
€ 0,1 mln
€ 0,0 mln
€ 0,0 mln
Realisatie 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten
De kosten voor ondersteuning van de organisatie komen in 2027 uit op € 16,6 miljoen. De stijging ten opzichte van 2026 wordt veroorzaakt door het effect van het besluit over bestuurlijke deelopdracht 1 (voldoen aan wet- en regelgeving), het beleidsplan 2027-2030 en door indexering. Vanuit dit deel van de organisatie worden geen eigen baten genereerd. Wel komt het voor dat medewerkers worden gedetacheerd, bijvoorbeeld bij andere veiligheidsregio’s of het NIPV. Die baten zijn echter niet structureel.
Pagina 44 Versie: 1.0
Begroting 2027
5
Financiële overzichten
5.1
Schatkistbankieren
Bij schatkistbankieren moeten de decentrale overheden, dus ook VRBZO, hun tegoeden aanhouden bij het Ministerie van Financiën. Bij verplicht schatkistbankieren is het niet meer mogelijk beleggingen en deposito’s zelfstandig aan te gaan buiten het drempelbedrag. Het drempelbedrag is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal van de decentrale overheid, met een minimum van €1.000.000. Voor VRBZO geldt dat het drempelbedrag in 2027 net iets meer dan €1.000.000 groot is. In de jaarrekening rapporteren we of we aan dit drempelbedrag voldoen.
5.2
Investeringsbegroting
We besteden het grootste deel van ons budget aan loonkosten. Maar we doen ook investeringen, zeker binnen het programma Brandweerzorg. Voor deze begroting voegen we het jaar 2030 toe (zie ook bijlage 8: Investeringsbegroting). De investeringen die we in dat jaar toevoegen zijn steeds vervangingsinvesteringen, waaronder: •
Tankautospuiten (TS);
•
Bepakking tankautospuiten;
•
Ademlucht materiaal;
•
Dienstbus;
•
Heftruck magazijn;
•
Diverse ICT hardware (laptops, LAN wifi switches, smartphones)
5.3
Overzicht incidentele baten en lasten
VRBZO heeft slechts beperkt incidentele baten. De meeste baten zijn in hun aard structureel, zoals de gemeentelijke bijdragen en uitkering van het Rijk. Voor baten die soms hoger en soms lager uitvallen, zoals de deelname van derden aan trainingen en detachering van medewerkers, nemen we in de meerjarenbegroting een vast basisniveau op. De beperkte schommelingen in deze baten kan de organisatie opvangen.
Pagina 45 Versie: 1.0
Begroting 2027
6
Verplichte paragrafen
Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat een aantal paragrafen verplicht onderdeel uitmaakt van het jaarverslag. Deze verplichte paragrafen staan in dit hoofdstuk. De paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid gelden niet voor onze organisatie en zijn daarom weggelaten.
6.1
Risicomanagement en weerstandsvermogen
In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie kunnen verstoren. De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor VRBZO op gebied van risicomanagement zijn: •
Risico’s in een cyclisch proces inventariseren, beoordelen en monitoren via een continuïteitsplan.
•
De instelling van een weerstandsvermogen heeft als doel om een stabiele (trendmatige) ontwikkeling van de gemeenschappelijke bijdrage te waarborgen.
•
De hoogte van de algemene reserve is afhankelijk van het begrotingstotaal en moet tussen de € 3,2 miljoen en € 4,0 miljoen liggen. De algemene reserve dient als primair weerstandsvermogen.
6.1.1
Risico-inventarisatie
Het risico-overzicht in het continuïteitsplan bestaat uit de factoren kans en impact. Met kans bedoelen we welke mate van waarschijnlijkheid er bestaat dat een risico zich manifesteert. Bij ieder risico schatten we in hoe waarschijnlijk het is dat dit risico zich in de nabije toekomst voordoet. Met impact bedoelen we de negatieve financiële invloed die een risico mogelijk heeft op de continuïteit van de dienstverlening: wat zijn de geschatte kosten? Door het bepalen van kans en (financiële) impact vindt een inschatting van risico’s plaats. Om het benodigd weerstandsvermogen te berekenen vermenigvuldigen we de geschatte impact met een percentage volgens onderstaande tabel. Kans Zeer waarschijnlijk Waarschijnlijk Reëel (50/50) Onwaarschijnlijk Zeer onwaarschijnlijk
Impact 90% 70% 50% 30% 10%
Over het algemeen zien we door toenemende druk van wet- en regelgeving en risico’s in de bedrijfsvoering dat de mate van risico is toegenomen. In onderstaand schema staan de belangrijkste risico’s inclusief de risico-inschatting, kans en impact. De belangrijkste items (grootste kans en/of impact) lichten we vervolgens toe. Tijdens de reguliere planning en control gesprekken worden de risico’s besproken en bijgesteld. Het managementteam monitort de risico’s, en eventueel genomen beheersmaatregelen om de impact te dempen, en weegt deze periodiek.
Pagina 46 Versie: 1.0
Begroting 2027
Risico-inventarisatie
Kans
Impact
Bedrag
i/s
A. Brandweerzorg 1 Wijzigingen in beleid FLO-regeling beroepsbrandweer
Reëel (50/50)
pm
pm
2 Loonkosten van vrijwilligers en WNRA
Reëel (50/50)
€ 500.000
€ 250.000
s
3 Aansprakelijkheid brand Hapert boven verzekerd bedrag
Zeer onwaarschijnlijk
€ 22.000.000
€ 2.200.000
i
4 PFAS vervuiling door blusschuim
Onwaarschijnlijk
pm
pm
i
5 PTSS door inzet bij incidenten
Reëel (50/50)
€ 200.000
€ 100.000
i
6 Onvoldoende slagkracht om te voldoen aan de landelijke normen voor grootschalig brandweeroptreden
Reëel 50/50
€ 750.000
€ 375.000
i/s
Waarschijnlijk
€ 500.000
€ 350.000
i
B. Crisisbeheersing 1 Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident
C. Ondersteuning organisatie (bedrijfsvoering) 1
Huisvestingskosten: huur, gebruikersonderhoud en duurzaamheid
Zeer waarschijnlijk
€ 500.000
€ 450.000
s
2
Informatieveiligheid (cybersecurity) i.v.m. data- en/of beveiligingslek
Onwaarschijnlijk
€ 1.000.000
€ 300.000
i
3
Eigen risicodrager WW
Waarschijnlijk
€ 75.000
€ 52.500
i
4
Bedrijfscontinuïteit bij calamiteit
Onwaarschijnlijk
pm
pm
i
5
Stijgende rentekosten voor leningen
Reëel (50/50)
€ 400.000
€ 200.000
s
6
Kosten die voortvloeien t.b.v. bedrijfskritische continuïteit
Zeer waarschijnlijk
€ 250.000
€ 225.000
i
(bijvoorbeeld kostbare opleidingen of inhuur expertise op gebied van brand- en omgevingsveiligheid, business intelligence, HRM, ICT, kosten juridische ondersteuning etc.)
TOTAAL A.
€ 4.500.500
Brandweerzorg
1. Wijzigingen in beleid FLO-regeling De functioneel leeftijdsontslag (FLO) regeling is een pensioenregeling die regelmatig aan wijzigingen onderhevig is. Hierdoor kunnen financiële verplichtingen ontstaan die invloed hebben op de pensioenvoorziening. De precieze impact van toekomstige wijzigingen in de FLO-regeling is lastig vooraf in te schatten. Om dit risico te beperken monitoren we de wetgeving rond de FLO-regeling actief. Voor de FLO-regeling is vanaf 2020 een voorziening aangemaakt. Deze is verder toegelicht in de jaarrekening. 2. Loonkosten in relatie tot vrijwilligers en WNRA De wet normalisering rechtspersoon ambtenaren (WNRA) heeft als doel om de rechtspositie van ambtenaren en werknemers in het bedrijfsleven gelijk te trekken. Deze wet is ook van toepassing op het personeel van veiligheidsregio's. Vanwege het vrijwillige brandweersysteem in Nederland heeft de invoering van de WNRA specifieke gevolgen voor deze regio's. Op dit moment hebben brandweervrijwilligers een aparte juridische positie, die verschilt van die van beroepspersoneel. Met de invoering van de WNRA hebben vrijwilligers in de toekomst een arbeidsovereenkomst en kunnen zij aanspraak maken op toeslagen en voorzieningen die ook voor beroepspersoneel gelden. Dit zou kunnen leiden tot aanzienlijk hogere structurele kosten.
Pagina 47 Versie: 1.0
Begroting 2027
De veiligheidsregio’s hebben een uitzonderingspositie gekregen en daarmee is de WNRA voor ons uitgesteld. Kijkend naar andere veiligheidsregio’s zien we dat de kosten eventueel kunnen oplopen tot €1.500.000 per jaar. Inmiddels weten we dat onze regio minder nadeel heeft dan andere regio’s. Dit heeft te maken met het feit dat wij niet aan kazernering doen. Kazernering houdt in dat vrijwilligers als een soort beroepskracht op de kazerne blijven om de paraatheid te dekken. Veiligheidsregio’s die dit systeem hanteren krijgen bij de intreding van WNRA met veel extra kosten te maken. Er vindt landelijk nog onderzoek plaats naar het effect van de invoering en naar manieren om daar invloed op uit te oefenen. Daarom zijn de ontwikkelingen rondom de invoering van de WNRA voor vrijwilligers op dit moment nog onzeker. 3. Aansprakelijkheid brand Hapert boven verzekerd bedrag De brandweer is namens de dakdekker die betrokken was bij een brand in een bedrijfsgebouw in Hapert aansprakelijk gesteld voor schade. Het incident vond in 2020 plaats. De rechtszaak over deze casus bevindt zich nog in een onderzoekend stadium. VRBZO is verzekerd voor materiele schade tot een bedrag van € 5 miljoen. De totale claim bedraagt maximaal € 27 miljoen. De kans dat we dit bedrag in geheel moeten uitbetalen, achten wij zeer onwaarschijnlijk.
Doordat het om een aanzienlijk bedrag gaat, drukt het zwaar op de benodigde weerstandscapaciteit. 4. PFAS-vervuiling door blusschuim De brandweer heeft tijdens inzetten en oefeningen gebruik gemaakt van blusschuim dat PFAS kan bevatten. Hierdoor kan de bodem van oefenlocaties en incidentlocaties mogelijk verontreinigd zijn geraakt. Een (mogelijke) PFAS-verontreiniging brengt mogelijk gezondheidsrisico’s of juridische, financiële en/of bestuurlijke risico’s met zich mee. Onderzoeken en eventuele bodemsaneringen zijn kostbaar. Daarnaast bevatten diverse onderdelen van de voertuigen en bepakking sporen van PFAS. Denk hierbij aan de slangen op de voertuigen, de bluskleding van de brandweer en wordt PFAS toegepast in het was-proces van bluskleding. De mogelijke impact van PFAS is nog onduidelijk. 5. PTSS door inzet bij incidenten De brandweer wordt ingezet bij allerlei soorten incidenten. Sommige incidenten zijn dermate heftig dat de betrokken medewerkers mogelijk (een vorm van) post-traumatische stressstoornis (PTSS) oplopen. Dit kan leiden tot (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid en psychische klachten. Wij ondersteunen de medewerkers onder meer via de bedrijfsarts, een team collegiale opvang en vertrouwenspersonen. Voor alle veiligheidsregio’s wordt op dit moment een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt.
Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota worden hiervoor gelden toegekend. Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de eigen veiligheidsregio moeten worden gedragen. De kosten zijn moeilijk in te schatten. Dit is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en het ziektebeeld van de betreffende persoon. We gaan hier uit van 2 personen met totale kosten van € 100.000 per persoon.
Pagina 48 Versie: 1.0
Begroting 2027
6. Onvoldoende slagkracht om te voldoen aan de landelijke normen voor grootschalig brandweeroptreden In het rapport “Grenzen Bereikt” geeft de inspectie JenV medio 2025 haar oordeel over de stand van zaken over het grootschalig brandweeroptreden in Nederland. De inspectie toetst hierbij iedere veiligheidsregio aan de basisvereisten zoals is vastgelegd in ‘Grootschalig Brandweeroptreden 2.0’ (GBO 2.0). VRBZO voldoet grotendeels aan de basisvereisten van GBO 2.0, maar mist formele vastlegging van bestuurlijke kaderafspraken en moet op enkele punten maatregelen nemen om onvoldoende slagkracht bij grootschalige brandweeroptreden te voorkomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ons optreden bij incidenten zoals grote natuurbranden. De formele bestuurlijke besluitvorming van afspraken leggen we in 2026 voor aan het Algemeen Bestuur. Verder moeten we interregionale oefening(en) organiseren om beter voorbereid te zijn op een grootschalig brandweeroptreden, wat extra capaciteit vraagt in het regionale oefenprogramma. De laatste belangrijkste aanbeveling van de inspectie betreft een aanpassing van de maatregel betreffende het watertransport, om te voorkomen dat we onvoldoende slagkracht hebben bij grootschalige incidenten.