CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorgestelde tekstvervanging Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

Raad (besluitvormend) 7 juli 2026, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Veldhoven 'Deelplan Zonderwijk'18.511 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsplan gemeente Veldhoven Deelplan Zonderwijk Concept wijzigingsbesluit Ontwerpwijzigingsbesluit

colofon

projectnaam Omgevingsplan gemeente Veldhoven Deelplan Zonderwijk datum 2 mei 2026 projectnummer P04346 IDN opdrachtgever gemeente Veldhoven Concept 2 mei 2026 Ontwerp 22 juli 2025 Vaststelling BRO projectleider TAu projectteam TAu bron kaft BRO review -

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Algemene bepalingen

7

1.1 1.2 1.3 1.4

Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Algemene doelen en oogmerken omgevingsplan Overgangsrecht

7 7 8 9

1.4.1 1.4.2

9 10

1.5

2

3

5

Overige algemene bepalingen

11

Omgevingswaarden en programma’s

13

2.1 2.2 2.3 2.4

13 13 13 13

Verplichte omgevingswaarden Facultatieve omgevingswaarden Programma’s zonder programmatische aanpak Programma’s met programmatische aanpak

Overkoepelende gebiedsaanwijzingen en gebruiksregels

14

3.1

Gebiedsaanwijzingen

14

3.1.1 3.1.2

14 14

3.2

4

Lopende procedures en beschikkingen Eerbiedigende werking

Aanwijzing bebouwingscontour houtkap Aanwijzing bebouwingscontour jacht

Gebruiksregels

14

3.2.1 3.2.2 3.2.3

14 15 15

Algemene gebruiksregels Gebruik van bouwwerken Gebruiken en in stand houden van open erven en terreinen

Overkoepelende bouwregels

16

4.1 4.2 4.3 4.4

16 17 18 19

Algemene bouwregels Vergunningplichtige bouwactiviteiten Vergunningvrije bouwactiviteiten Welstand

Overkoepelende milieuregels

20

5.1 5.2

Algemene regels Externe veiligheid

20 20

5.2.1 5.2.2

20 20

5.3 5.4

Trillingen

20

5.3.1 5.3.2

20 20

20 Algemene regels over geur Verboden activiteiten

Geluid 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4 5.5.5

5.6

Algemene regels over trillingen Verboden activiteiten

Geur 5.4.1 5.4.2

5.5

Algemene regels over externe veiligheid Verboden activiteiten

20 20

21 Algemene regels over geluid Geluid door activiteiten Geluid door wegen Geluid rond luchthavens Geluidregels aanleggen of wijzigen van wegen zonder ggp’s

21 21 21 24 24

Bodem

24

5.6.1

24

Algemene regels over bodem

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

3

5.6.2

5.7 5.8

6

5.7.1 5.7.2

24 25

25

5.8.1 5.8.2

25 25

Algemene regels over watersystemen Vergunningplichtige activiteiten

26

6.1 6.2

26 26

6.4 6.5 6.6 6.7

Algemene regels Parkeren

6.9 6.10 6.11 6.12 6.13

Parkeernormen voor auto’s en fietsen

26

Archeologie en cultuurhistorie

27

6.3.1 6.3.2

27 29

Archeologie Cultuurhistorie

Molenbiotoop Windhinder Schaduw Hydrologie 6.7.1

6.8

Waterberging

29 29 29 29 29

Luchtvaart

30

6.8.1 6.8.2 6.8.3

30 30 30

Luchtvaartverkeerzone - IHCS Luchtvaartverkeerzone - ILS Vogelbeperkingengebied

Kabels en leidingen Reclame Groennorm Klimaatadaptatie Duurzaamheid

31 31 31 31 31

Uitvoeringsregels

32

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

32 32 32 32 32 32 32 32 32

Algemene regels Standplaatsen Terrassen Objecten op de weg In- en uitritten Aanleggen en wijzigen van wegen Houtopstanden Afval Regels voor specifieke milieubelastende activiteiten (mba’s)

Financiële bepalingen

33

8.1

Kostenverhaal

33

8.1.1 8.1.2

33 34

8.2

9

Algemene regels over luchtkwaliteit Verboden activiteiten

Watersystemen

6.2.1

8

24

24

Overkoepelende planologische regels

6.3

7

Verboden activiteiten

Luchtkwaliteit

Algemene regels kostenverhaal Kostenverhaalsgebied Zonderwijk - stadse woonstraten

Financiële bijdragen

38

Functieregels voor alle gebieden

39

9.1 9.2

Algemene regels Agrarisch

39 39

9.2.1 9.2.2 9.2.3

39 39 39

9.3

Functie agrarisch Gebruiksregels agrarisch Bouwregels agrarisch

Bedrijventerrein

39

9.3.1

39

Functie bedrijventerrein

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

4

9.3.2 9.3.3

9.4

9.5

9.7

40

9.4.1 9.4.2 9.4.3

40 40 41

9.9

Functie bedrijvigheid Gebruiksregels bedrijvigheid Bouwregels bedrijvigheid

Groen

41 Functie groen Gebruiksregels groen Bouwregels groen

44

9.6.1 9.6.2 9.6.3

44 44 44

Functie maatschappelijk Gebruiksregels maatschappelijk Bouwregels maatschappelijk

Natuur

45 Functie natuur Gebruiksregels natuur Bouwregels natuur

45

9.8.1 9.8.2 9.8.3

45 45 46

Functie sport en spel Gebruiksregels sport en spel Bouwregels sport en spel

Verkeer

46

9.9.1 9.9.2 9.9.3

46 47 47

9.10.1 9.10.2 9.10.3

11

Functie verkeer Gebruiksregels verkeer Bouwregels verkeer

48 48 52

56

10.1 Toepassingsbereik en aanvullende doelen in dorpskernen- en gehuchten 10.2 Specifieke functieregels in dorpskernen- en gehuchten

56 56

Dorpslinten

57

11.1 Toepassingsbereik en aanvullende doelen in dorpslinten 11.2 Specifieke functieregels in dorpslinten

57 57

Bedrijvigheid in dorpslinten Wonen in dorpslinten

57 58

Woonwijken

59

12.1 Toepassingsbereik en aanvullende doelen in woonwijken 12.2 Specifieke functieregels in woonwijken

59 60

12.2.1 12.2.2 12.2.3 12.2.4

13

48

Functie wonen Gebruiksregels wonen Bouwregels wonen

Dorpskernen- en gehuchten

11.2.1 11.2.2

12

45 45 45

Sport en spel

9.10 Wonen

10

41 42 42

Maatschappelijk

9.7.1 9.7.2 9.7.3

9.8

39 39

Bedrijvigheid

9.5.1 9.5.2 9.5.3

9.6

Gebruiksregels bedrijventerrein Bouwregels bedrijventerrein

Bedrijvigheid in woonwijken Maatschappelijke functie in woonwijken Sport en spel in woonwijken Wonen in woonwijken

60 60 60 60

Stadse woonstraten

61

13.1 Toepassingsbereik en aanvullende doelen in stadse woonstraten 13.2 Specifieke gebruiksregels in stadse woonstraten

61 61

13.2.1 13.2.2 13.2.3

Vergunningvrije gebruiksactiviteiten Meldingsplichtige gebruiksactiviteiten Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

61 61 61

5

13.2.4

Verboden gebruiksactiviteiten

13.3 Specifieke bouwactiviteiten in stadse woonstraten 13.3.1 13.3.2

14

15

16

Beoordelingsregels bouwen Regels voor hoofdgebouwen

63

63 63 63

Sterk stedelijke structuur

64

14.1 Toepassingsbereik en aanvullende doelen in sterk stedelijke structuur 14.2 Specifieke functieregels in de sterk stedelijke structuur

64 64

Bedrijventerreinen

65

15.1 Toepassingsbereik en aanvullende doelen in bedrijventerreinen 15.2 Specifieke functieregels in bedrijventerreinen

65 65

Buitengebied

66

16.1 Toepassingsbereik en aanvullende doelen in buitengebied 16.2 Specifieke functieregels in buitengebied

66 66

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

6

1

Algemene bepalingen

1.1

Begripsbepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1. Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan. 2. Ook de begripsbepalingen uit de volgende documenten gelden voor dit omgevingsplan: -

de Omgevingswet;

-

bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving;

-

bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

-

bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

-

bijlage I van het Omgevingsbesluit,

-

en bijlage I van de Omgevingsregeling.

Deze begripsbepalingen zijn van toepassing, tenzij daarvan is afgeweken in bijlage I van dit omgevingsplan. 3. In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn ter plaatse van het werkingsgebied tijdelijke deel omgevingsplan gemeente Veldhoven de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op deze regels. 4. In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in dat TAM-omgevingsplan van toepassing op de regels in dat TAM-omgevingsplan. 5. Als een begripsbepaling in een ter plaatse geldend ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan afwijkt van een begripsbepaling, opgenomen in bijlage I bij dit omgevingsplan, dan is op de begripsbepaling in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of TAM-omgevingsplan van toepassing op de desbetreffende regels in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of TAM-omgevingsplan.

1.2

Meet- en rekenbepalingen

Artikel 1.2 Meet- en rekenbepalingen In dit omgevingsplan gelden de meet- en rekenbepalingen in deze afdeling. Artikel 1.3 Wijze van meten Bij toepassing van de bouwregels in dit omgevingsplan wordt gemeten volgens NEN 2580. Artikel 1.4 Afstand van een gebouw tot een perceelsgrens De afstand van een gebouw tot een perceelsgrens is de kortste afstand van enig punt van het gebouw tot aan de perceelsgrens. Ondergeschikte bouwonderdelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten. Artikel 1.5 Breedte van gebouwen De breedte van gebouwen is de afstand tussen de zijgevels (indien geen sprake is van een rechthoekig gebouw: de gemiddelde breedte van het gebouw). Artikel 1.6 Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

7

Artikel 1.7 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen. Artikel 1.8 De dakhelling De hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak. Artikel 1.9 De diepte van een bodemingreep De diepte van de bodemverstorende ingreep, gemeten ten opzichte van het peil ter plaatse (straat of terreinniveau). Artikel 1.10 De diepte van gebouwen De diepte van gebouwen wordt bepaald door het meten van de grootste afstand in meters tussen de voorste en achterste gevels. Artikel 1.11 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Artikel 1.12 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken, dakopbouwen en dakkapellen. Artikel 1.13 De oppervlakte van een bodemingreep Het gebied (zone) waarbinnen bodemingrepen plaatsvinden die een verstorende werking kunnen hebben op het archeologisch bodemarchief.

Artikel 1.14 De oppervlakte van een bouwwerk De oppervlakte tussen de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren (gemeten buitenzijde van de scheidingsconstructie), neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein van het bouwwerk. Artikel 1.15 Vloeroppervlakte De oppervlakte van een ruimte gemeten vanaf de binnenzijde van de verticale scheidingsconstructie. Artikel 1.16 Voorrangsbepaling Ter plaatse van ‘werkingsgebied tijdelijke deel omgevingsplan gemeente Veldhoven’ zijn de meet- en rekenbepalingen van toepassing zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende tijdelijk deel omgevingsplan.

1.3

Algemene doelen en oogmerken omgevingsplan

Artikel 1.17 Algemene doelen omgevingsplan Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: 1. het waarborgen van de veiligheid; 2. het beschermen van de gezondheid;

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

8

3. het beschermen van het milieu; 4. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; 5. het beschermen van landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden; 6. het behoud van cultureel erfgoed; 7. het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; 8. de natuurbescherming; 9. het tegengaan van klimaatverandering; 10. de kwaliteit van bouwwerken; 11. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; 12. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; 13. het gebruik van gronden en bouwwerken; 14. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; 15. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; 16. een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; 17. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 18. het bieden van voldoende woonruimte; 19. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; 20. het doelmatig beheer van afvalstoffen; 21. een hoge kwaliteit van het openbaar gebied; 22. kwalitatief hoogwaardig wonen; 23. een fietsvriendelijke woonwijk; 24. een aanvaardbare akoestische woonomgeving; 25. een aanvaardbaar geurniveau voor woningen; 26. een veilige woonomgeving met een aanvaardbaar maatschappelijk risico; 27. een energieneutraal woongebied; 28. een klimaatbestendig woongebied; 29.

een speel- en beweegvriendelijke wijk. Artikel 1.18 Oogmerken Tenzij anders is bepaald, zijn de regels in dit omgevingsplan gesteld met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: 1. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en 2. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

1.4

Overgangsrecht

1.4.1

Lopende procedures en beschikkingen

Artikel 1.19 Toepassingsbereik 1. Deze afdeling bevat algemene regels over het overgangsrecht. 2. Van deze afdeling kan elders in het omgevingsplan met specifieke overgangsregels worden afgeweken. In dat geval is het specifieke overgangsrecht van toepassing.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

9

Artikel 1.20 Overgangsrecht voor een aanvraag om een vergunning, ontheffing, maatwerkvoorschrift of ander besluit 1. Op een aanvraag voor een omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan wordt de beslissing genomen met toepassing van de regels zoals die gelden op het moment dat op de aanvraag wordt beslist. 2. In afwijking van het eerste lid geldt voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken dat de regels over die activiteit worden toegepast zoals die op grond van het omgevingsplan golden op het moment van de aanvraag, maar uitsluitend indien ten tijde van het indienen van de aanvraag sprake was van een rechtstreekse aanspraak op het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, en er ook geen voorbeschermingsregels van toepassing waren. 1.4.2

Eerbiedigende werking

Artikel 1.21 Overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is en afwijkt van het omgevingsplan na wijziging, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. in stand worden gehouden, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd en in vernieuwde of veranderde staat in stand worden gehouden; b. na het tenietgaan door een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd en in vernieuwde of veranderde staat in stand worden gehouden, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. 2. Onder een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is, wordt in dit artikel tevens verstaan een bouwwerk dat in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de voorheen geldende regels over bouwwerken in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan. Artikel 1.22 Overgangsrecht gebruik ten dienste van functie 1.

Het gebruik van gronden en bouwwerken ten dienste van de functie (of andere gebiedsaanwijzing) met de daarbij behorende milieugebruiksruimte dat bestond op het tijdstip van het laatste besluit tot wijziging van het omgevingsplan op de betreffende locatie en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met dit wijzigingsbesluit strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit wijzigingsbesluit strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met het voorheen geldende wijzigingsbesluit voor die locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. Artikel 1.23 Overgangsrecht overige activiteiten 1. Een ontheffing of vergunning voor een activiteit die op grond van dit omgevingsplan: a. vergunningplichtig is, geldt als een omgevingsvergunning voor die activiteit;

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

10

b. meldingsplichtig is, geldt als een melding voor die activiteit. 2. Een voorschrift uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een activiteit die op grond van dit omgevingsplan niet vergunningplichtig is, geldt als een maatwerkvoorschrift voor zover het mogelijk is op grond van dit omgevingsplan over die activiteit maatwerkvoorschriften te stellen. Artikel 1.24 Overgangsrecht handhavingsbesluiten Als dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing wordt en voor dat moment een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c.

als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:

d. de last volledig is uitgevoerd; e. de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of f.

1.5

de last is opgeheven.

Overige algemene bepalingen

Artikel 1.25 Rangorde 1. Indien op een locatie als gevolg van een stapeling van gebiedsaanwijzingen meerdere locatiegebonden en/of meer specifieke regelingen gelden, dan gaat de regeling voor die het meest bijdraagt aan de algemene doelen van dit omgevingsplan als opgenomen in afdeling 1.3. 2. Indien via een locatiegebonden en/of meer specifieke regeling anders is bepaald dan in de hoofdstukken met overkoepelende regels, dan gaat die regeling voor. 3. De regels in het werkingsgebied nieuwe deel omgevingsplan gemeente Veldhoven gaan bij strijdigheid voor op de regels in het werkgebied tijdelijke deel omgevingsplan gemeente Veldhoven. Artikel 1.26 Normadressaat Tenzij elders in dit omgevingsplan specifiek anders is bepaald, wordt aan de regels over activiteiten in dit omgevingsplan voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 1.27 Bevoegdheid stellen maatwerk/vergunningvoorschriften 1. Er kunnen, gelet op de oogmerken zoals genoemd in dit omgevingsplan, maatwerkvoorschriften worden gesteld ten aanzien van activiteiten zoals opgenomen in dit omgevingsplan. 2. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit omgevingsplan tenzij anders is bepaald en met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenregels. 3.

Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan worden verbonden. 4. Er kunnen voorschriften aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Deze vergunningvoorschriften strekken tot bescherming van het oogmerk in verband waarmee de vergunning is vereist. Artikel 1.28 Gelijkwaardigheid 1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in plaats van een maatwerkregel of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 1.27, een gelijkwaardige maatregel te treffen.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

11

2. Met de gelijkwaardige maatregel wordt ten minste hetzelfde resultaat bereikt als met de voorgeschreven maatregel of het vergunningvoorschrift is beoogd. Artikel 1.29 Algemene weigeringsgronden omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; c.

een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; en

d. de doelstellingen als opgenomen in afdeling 1.3. Artikel 1.30 Gegevens en bescheiden meldingsplicht en informatieplicht Bij een meldingsplicht of een informatieplicht op grond van dit omgevingsplan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit en het onderwerp waarvoor een melding wordt ingediend of waarvoor een informatieplicht geldt; b. het telefoonnummer van de aanvrager; c.

het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

d. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; e. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; en f.

als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager en, indien van toepassing, de gemachtigde.

Artikel 1.31 Administratieve bepaling Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in dit omgevingsplan - of in de bij dit omgevingsplan behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift is herzien of vervangen en die herziening of vervanging is gepubliceerd. Artikel 1.32 Zorgplicht Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken die zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en, c.

als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dit redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

12

2

Omgevingswaarden en programma’s

2.1

Verplichte omgevingswaarden

GERESERVEERD

2.2

Facultatieve omgevingswaarden

GERESERVEERD

2.3

Programma’s zonder programmatische aanpak

GERESERVEERD

2.4

Programma’s met programmatische aanpak

GERESERVEERD

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

13

3

Overkoepelende gebiedsaanwijzingen en gebruiksregels

3.1

Gebiedsaanwijzingen

3.1.1

Aanwijzing bebouwingscontour houtkap

Artikel 3.1 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap Er is een bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn. Artikel 3.2 Voorrangsbepaling Voor de gronden gelegen binnen het werkingsgebied tijdelijke deel omgevingsplan gemeente Veldhoven zijn ook de regels van toepassing zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijke deel omgevingsplan. 3.1.2

Aanwijzing bebouwingscontour jacht

GERESERVEERD

3.2

Gebruiksregels

3.2.1

Algemene gebruiksregels

Artikel 3.3 Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten 1. Binnen het werkingsgebied nieuwe deel omgevingsplan gemeente Veldhoven zijn gebruiksactiviteiten verboden die in strijd zijn met de functies en activiteiten die aan een locatie zijn toegekend. Dit geldt, tenzij het gebruik noodzakelijk is voor het doel waarvoor de gronden en bouwwerken zijn bedoeld. 2. Gebruiksactiviteiten die volgens deze afdeling niet zijn toegestaan – of alleen zijn toegestaan na een melding of omgevingsvergunning – zijn verboden. Artikel 3.4 Algemene verboden gebruiksactiviteiten De volgende gebruiksactiviteiten zijn in ieder geval verboden: 1. Het gebruiken van vrijstaande bijgebouwen en of bijgebouwen behorende bij bedrijfsgebouwen als (zelfstandige) woningen. 2. Het gebruiken of laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een coffeeshop; 3. Het gebruiken of laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van seksgerelateerde bedrijvigheid; 4. Het gebruiken van onbebouwde gronden: a. als stand- of ligplaats van onderkomens; b. voor seksgerelateerde bedrijvigheid; c.

als opslag-, stort of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

14

3.2.2

Gebruik van bouwwerken

GERESERVEERD 3.2.3

Gebruiken en in stand houden van open erven en terreinen

GERESERVEERD

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

15

4

Overkoepelende bouwregels

4.1

Algemene bouwregels

Artikel 4.1 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk is van toepassing op het bouwen, in stand houden en voor zover aangegeven het gebruiken van bouwwerken. Artikel 4.2 Specifieke zorgplicht bouwwerken De specifieke zorgplicht bouwwerken houdt in aanvulling op artikel 1.32 in ieder geval in dat: a. beschadiging van bestaande bouwwerken zo veel mogelijk wordt voorkomen; b. belemmering van het gebruik van bestaande bouwwerken zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt; en, c.

bij werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.

Artikel 4.3 Bestaande maatvoering toegestaan 1. Indien de maatvoeringen van bestaande bouwwerken meer bedragen dan op grond van dit omgevingsplan is voorgeschreven, mogen deze maatvoeringen als maximaal toegestaan worden aangehouden en in stand gehouden. 2. In die gevallen dat de maatvoeringen van bestaande bouwwerken, minder bedragen dan op grond van dit omgevingsplan is voorgeschreven, mogen deze maatvoeringen als minimaal toegestaan worden aangehouden en in stand gehouden. Artikel 4.4 Anti-dubbeltelregel 1. Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 2. Bouwwerken die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een vergroting van het oorspronkelijke bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of het gebruik daarvan, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 4.5 Bouwen passend bij functie Bouwactiviteiten zijn alleen toegestaan voor zover passend bij de functie en gebruiksactiviteiten die ter plaatse zijn toegelaten, tenzij ter plaatse anders is bepaald of door een omgevingsvergunning is toegestaan. Artikel 4.6 Bouwen binnen bouwvlak 1.

Indien een bouwvlak is aangegeven worden (hoofd)gebouwen uitsluitend gebouwd binnen dit bouwvlak, behalve waar in bouwregels afwijkende regels zijn gegeven. 2. Binnen het bouwvlak zijn ook andere bouwwerken toegestaan die horen bij het hoofdgebouw. 3. Indien geen bouwvlak is aangegeven worden gebouwen uitsluitend gebouwd als er in de betreffende bouwregel uitdrukkelijk bouwmogelijkheden zijn opgenomen.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

16

Artikel 4.7 Bouwen in voorste bouwgrens De voorgevel van het meest naar voren gelegen gebouw dient in de voorste bouwgrens of maximaal 2 meter daarachter geplaatst te worden. Artikel 4.8 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, voor zover gelegen binnen de aangewezen functie, mogen in afwijking van de regels en werkingsgebieden worden overschreden door tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, afdaken zonder eigen wanden en andere ondergeschikte bouwdelen van gebouwen, uitgezonderd erkers, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt. Artikel 4.9 Bebouwingspercentage bouwvlak Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij een maximum bebouwingspercentage is aangegeven. In dat geval mag het bouwvlak bebouwd worden tot maximaal het toegestane percentage. Artikel 4.10 Maximum bouw- en goothoogte hoofdgebouwen De goothoogte en bouwhoogte van het hoofdgebouw mogen niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de omgevingsnorm 'maximum goothoogte’ en/of ‘maximum bouwhoogte'. Artikel 4.11 Ondergronds bouwen Kelders en parkeergarages zijn, voor zover geheel gesitueerd onder het peil, overal toegestaan waar gebouwen zijn toegestaan, tenzij anders is bepaald.

4.2

Vergunningplichtige bouwactiviteiten

Artikel 4.12 Voorafgaand onderzoek bij bouwactiviteit 1. Voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief de daaraan grenzende tuin of het aangrenzende terrein, wordt onderzocht of er sprake is van een mobiele verontreinigingssituatie door: a. raadpleging van het bodeminformatiesysteem Nazca Bodem; b. voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of c.

het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 50 m²; of b. een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m². 2. Er is sprake van een mobiele verontreinigingssituatie als het grondwater: a. een verontreinigingscontour heeft in minimaal 100 m³ poriën verzadigd bodemvolume die de signaleringsparameter grondwatersanering, zoals opgenomen in 'Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater' van de Omgevingsverordening Noord Brabant overschrijdt; of

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

17

b. in een kwetsbaar gebied, als bedoeld in artikel 3.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, de verontreinigende stof in minimaal 100 m3 poriën verzadigd bodemvolume de voorkeurswaarde grondwater overschrijdt, bedoeld in 'Bijlage V Gevaarlijke stoffen in het grondwater' van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Artikel 4.13 Beoordelingsregels bouwactiviteit bij mobiele verontreinigingssituatie De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt alleen verleend als: a. geen sprake is van een mobiele verontreinigingssituatie, zoals bedoeld in artikel 4.12; b. sprake is van een mobiele verontreinigingssituatie zoals bedoeld in artikel 4.12, maar de bron van de mobiele verontreinigingssituatie niet ligt op het perceel waarop wordt gebouwd; of c.

sprake is van een mobiele verontreinigingssituatie en uit een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit als bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat: 1. gevaar voor het grondwater is uit te sluiten; 2. als gevaar voor het grondwater niet is uit te sluiten, voor de bodemsanering een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is ingediend; 3. als gevaar voor het grondwater aanwezig is, een grondwatersanering is uitgevoerd in overeenstemming met de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening NoordBrabant; of 4. als de bodemsanering of grondwatersanering nog niet is afgerond, de bouwactiviteiten geen belemmering opleveren voor de sanering.

Artikel 4.14 Aanvraagvereisten bouwactiviteit bij mobiele verontreinigingssituatie 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de resultaten van het voorafgaande bodemonderzoek, bedoeld in artikel 4.12; b. de resultaten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; c.

de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft uitgevoerd;

d. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; en e. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht. 2. Een kopie van de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, wordt na ontvangst onverwijld aan Gedeputeerde Staten toegezonden. 3. De bouwactiviteit start niet eerder dan nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, die voortvloeien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, zijn uitgevoerd.

4.3

Vergunningvrije bouwactiviteiten

Artikel 4.15 Aanwijzing algemene toegestane bouwactiviteiten Het is toegestaan zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken mits het in overeenstemming is met: 1. paragraaf 2.3.3 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. paragraaf 22.2.7.3; of, 3. artikel 22.27 en artikel 22.28 (uitzonderingen op vergunningplicht – omgevingsplan onverminderd van toepassing), de toegedeelde functie én de vaste beoordelingsregels van dit omgevingsplan die op die locatie van toepassing zijn.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

18

Artikel 4.16 Aanvullende vergunningvrije toegestane bouwactiviteiten In afwijking van artikel 22.27 sub f, zijn open erfafscheidingen op hoekpercelen, voor zover gericht naar het openbaar gebied tot een bouwhoogte van 2 meter op hoekpercelen toegestaan, in het geval dat de open erfafscheiding is gesitueerd vanaf 2 meter achter het verlengde van de voorgevellijn. Artikel 4.17 Dakopbouw op woning Het is toegestaan om een dakopbouw op een hoofdgebouw te realiseren, mits deze voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de dakopbouw beslaat de volledige breedte van het hoofdgebouw; b. het dakvlak aan de voorzijde wordt doorgetrokken, waardoor: 1. de nok hoger en verder naar achteren ligt, en 2. de dakhelling gelijk blijft aan de oorspronkelijke hellingshoek van het dak; c.

de achterzijde van de dakopbouw bestaat uit een hellend dakvlak waarin een rij verticale ramen is opgenomen;

d. tussen de onderkant van de ramen en de achtergevel bevindt zich een hellend dakvlak van minimaal 1 meter; e. de nok wordt aan beide zijden gevormd door een hellend dakvlak met een gelijke hellingshoek.

4.4

Welstand

Artikel 4.18 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling zijn van toepassing op het bouwen en verbouwen van bouwwerken, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is. Artikel 4.19 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het behouden en verbeteren van de architectonische kwaliteit. Artikel 4.20 Doelen Bij de beoordeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen worden de volgende doelen, zoals opgenomen in het gemeentelijk welstandsbeleid, zoals vervat in het ‘Ambitiedocument Samen voor ruimtelijke kwaliteit’, als toetsingskader gehanteerd: a. Sterk stedelijke structuur: In het Citycentrum, langs belangrijke wegen en op bedrijventerreinen streven we naar een hoge beeldkwaliteit. Met beeldkwaliteit bedoelen we hoe een gebouw en de omgeving eruit moet zien. De genoemde plekken mogen meer stedelijkheid uitstralen. Daar mogen de gebouwen eruitzien als in een stad. b. Blijvend herkenbare dorpsstructuren: In de dorpskernen en -linten streven we naar een duidelijke herkenbaarheid. Hier zetten we in op gebouwen met kenmerken uit het verleden. c.

Zorgvuldig opgezette ontwikkelingsgebieden: Het gaat hier om de plekken waar grotere ontwikkelingen mogelijk zijn. Hier geven we ruimte aan unieke bouwplannen die zorgen voor een welkome en prettige afwisseling tegenover de vaak veel op elkaar lijkende wijkstraten.

d. Aantrekkelijke woonwijken: We bewaken de basiskwaliteit met respect voor de bestaande omgeving. Hier willen we dat (ver)bouwprojecten passen bij wat er mooi en goed is in de bestaande omgeving. e. Stimuleren van verduurzaming van bouwwerken, waarbij welstandscriteria niet veroorzaken dat geen duurzaamheidsmaatregelen mogelijk zijn.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

19

5

Overkoepelende milieuregels

5.1

Algemene regels

Artikel 5.1 Toepassingsbereik 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van milieubelastende activiteiten. 2. De regels in dit hoofdstuk zijn ook van toepassing op het toevoegen, wijzigen en in stand laten van geluidgevoelige en kwetsbare gebouwen, ruimten en/of locaties.

5.2

Externe veiligheid

5.2.1

Algemene regels over externe veiligheid

GERESERVEERD 5.2.2

Verboden activiteiten

Artikel 5.2 Verboden activiteiten Het verrichten van activiteiten met een extern veiligheidsrisico als bedoeld in afdeling 5.1.2 en bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving is verboden.

5.3

Trillingen

5.3.1

Algemene regels over trillingen

GERESERVEERD 5.3.2

Verboden activiteiten

GERESERVEERD

5.4

Geur

5.4.1

Algemene regels over geur

Artikel 5.3 Bebouwingscontour geur Het werkingsgebied van het nieuwe deel van het omgevingsplan van de gemeente Veldhoven is gelegen binnen de bebouwingscontour geur. 5.4.2

Verboden activiteiten

GERESERVEERD

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

20

5.5

Geluid

5.5.1

Algemene regels over geluid

GERESERVEERD 5.5.2

Geluid door activiteiten

GERESERVEERD 5.5.3

Geluid door wegen

5.5.3.1 Bouwen van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied Artikel 5.4 Toepassingsbereik 1. Deze subparagraaf is van toepassing op een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van het omgevingsplan dat geheel of gedeeltelijk ligt in een geluidaandachtsgebied van: a. wegen, spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds; b. lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds; en c. verharde gemeentewegen en waterschapswegen zonder geluidproductieplafonds, niet zijnde een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde. 2. Deze subparagraaf is niet van toepassing op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar. Artikel 5.5 Meet- en rekenbepalingen geluid Op het bepalen van het geluid op een gevel zijn de meet- en rekenvoorschriften, gesteld bij en krachtens de Omgevingswet, van toepassing. Artikel 5.6 Geluidgevoelige gebouwen 1. Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw: a. met een woonfunctie; b. met een onderwijsfunctie; c. voor kinderopvang met bedden; d. voor gezondheidszorg met bedden. 2. Ook een woonwagen is een geluidgevoelig gebouw. De ruimtes in een woonwagen zijn geen geluidgevoelige ruimtes.

Artikel 5.7 Waar waarden gelden De waarden voor het geluid door een activiteit gelden: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; en b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; c.

als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen; en

d. als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in de geluidgevoelige ruimte.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

21

5.5.3.2 Vergunningplicht en beoordelingsregels geluidgevoelig gebouw in geluidaandachtsgebied Artikel 5.8 Aanwijzing vergunningplicht geluidgevoelig gebouw in geluidaandachtsgebied Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een geluidgevoelig gebouw toe te voegen in een geluidaandachtsgebied. Artikel 5.9 Beoordelingsregel geluidgevoelig gebouw in geluidaandachtsgebied 1. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.8 wordt alleen verleend als het geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is. 2. Voor zover het gaat om geluid door wegen en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds als omgevingswaarden is het eerste lid niet van toepassing op het geluid op een niet-geluidgevoelige gevel. Artikel 5.10 Aanvaardbaarheid bij standaardwaarden Van een aanvaardbaar geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw is in elk geval sprake als het geluid op de gevel niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in onderstaande tabel

Artikel 5.11 Aanvaardbaarheid afwijken tot grenswaarden 1. Van een aanvaardbaar geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw is ook sprake als het geluid op de gevel niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in artikel 5.10 en wordt voldaan aan de hierna genoemde voorwaarden. 2. Het is niet mogelijk om zodanige geluidbeperkende maatregelen te treffen waarmee aan de standaardwaarden wordt voldaan. 3. De overschrijding van de standaardwaarden wordt zoveel mogelijk beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen in overeenstemming met de ‘Beleidsregels geluid onder de Omgevingswet gemeente Veldhoven' of diens rechtsopvolger. 4. Vanwege de bescherming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het voorkomen van saneringssituaties wordt voldaan aan de volgende voorwaarden bij het oprichten van geluidgevoelige gebouwen langs gemeentewegen:

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

22

a. Een woning dient te beschikken over een geluidluwe zijde wanneer de geluidbelasting tussen de standaardwaarde en de grenswaarde ligt. b. Bij een gebouw met niet-zelfstandige woonruimten dient ten minste 50% van de woningen te zijn gesitueerd aan een gevel met een geluidbelasting van maximaal 5 dB boven de standaardwaarde, de ’Beleidsregels geluid onder de Omgevingswet gemeente Veldhoven’ of diens rechtsopvolger. c. Voor maximaal één buitenruimte geldt dat deze niet is gelegen aan de gevel met de hoogste geluidbelasting, tenzij wordt voldaan aan de ‘Beleidsregels geluid onder de Omgevingswet gemeente Veldhoven’ of diens rechtsopvolger. d. Het gecumuleerde geluid is aanvaardbaar is en in overeenstemming met de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving in een milieukwaliteitsmaat volgens de methode Miedema, in overeenstemming met de ‘Beleidsregels geluid onder de Omgevingswet gemeente Veldhoven’ of diens rechtsopvolger; en het gezamenlijke geluid is aanvaardbaar; 5. Het bevoegd gezag is van oordeel dat er sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau zonder dat er overwegende bezwaren zijn tegen maatregelen. Artikel 5.12 Uitzonderingen grenswaarden Op het voldoen aan de grenswaarden zoals bedoeld in artikel 5.10 gelden de volgende uitzonderingen: a.

Vervangende nieuwbouw, inhoudende het vervangen van bestaande geluidgevoelige gebouwen die een betere geluidwering krijgen die is afgestemd op het geluid buiten en daardoor meer woonkwaliteit bieden, voor zover: 1. geen sprake is van een wezenlijke toename van het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde; en 2. de grenswaarde met niet meer dan 5dB wordt overschreden. b. Bij een functiewijziging, inhoudende het toelaten van een geluidgevoelige gebouw door wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand gebouw dat geen geluidgevoelig gebouw is, mits de grenswaarde met niet meer dan 5dB wordt overschreden. Artikel 5.13 Overschrijding grenswaarde bij zwaarwegende maatschappelijke belangen Wanneer het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 5.10 bedoelde grenswaarde kan het geluid aanvaardbaar zijn als: a. Aan de gevel van het geluidgevoelige gebouw waarop de grenswaarde wordt overschreden, bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen die: 1. bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of 2. borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde; en b.

Zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen. Artikel 5.14 Vergunningvoorschriften 1. Aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.8, worden de voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van onaanvaardbare geluidhinder. Dit betreft in ieder geval het gezamenlijke geluid, de gevel met maatregelen, de geluidluwe gevel en/of (compenserende) maatregelen. 2. Voor zover de in het eerste lid bedoelde voorschriften betrekking hebben op het nemen van bouwkundige maatregelen, waarvoor op grond van de overkoepelende bouwregels in hoofdstuk 4 een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken geldt, dan zijn de bouwregels in hoofdstuk 9 en verder op het verrichten van die omgevingsplanactiviteit bouwwerken onverkort van toepassing.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

23

Artikel 5.15 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.8 wordt een rapport verstrekt: a. waaruit de mate van geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw blijkt; en b. waarin, indien nodig in verband met een overschrijding van de standaard en/of grenswaarde, inzicht wordt gegeven in de mogelijk te treffen: 1. bronmaatregelen; 2. overdrachtsmaatregelen; 3. maatregelen bij de ontvanger. 2. Onderdeel van het rapport zoals bedoeld in het eerste lid zijn in ieder geval: a. Een overzichtelijke geografische tekening van de te ontwikkelen geluidgevoelige gebouwen; b. Een verantwoording van verifieerbare uitgangspunten die zijn gebruikt bij de berekening van de geluidbelastingen; c. Inzicht in de resultaten van de berekende geluidbelasting per geluidgevoelig gebouw zonder maatregelen; d. Inzicht in de resultaten van de berekende geluidbelasting per geluidgevoelig gebouw na maatregelen; e. Een toets aan wet- en regelgeving en een onderbouwing van de afwegingen en maatregelen conform de ‘Beleidsregels geluid onder de Omgevingswet gemeente Veldhoven’ of diens rechtsopvolger; f. 5.5.4

Een in figuren inzichtelijk gemaakt overzicht welke waarde per geluidgevoelig gebouw geldt. Geluid rond luchthavens

GERESERVEERD 5.5.5

Geluidregels aanleggen of wijzigen van wegen zonder ggp’s

GERESERVEERD

5.6

Bodem

5.6.1

Algemene regels over bodem

GERESERVEERD 5.6.2

Verboden activiteiten

GERESERVEERD

5.7

Luchtkwaliteit

5.7.1

Algemene regels over luchtkwaliteit

GERESERVEERD

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

24

5.7.2

Verboden activiteiten

GERESERVEERD

5.8

Watersystemen

5.8.1

Algemene regels over watersystemen

Artikel 5.16 Oogmerken watersystemen 1. De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; b. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en c.

het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.

2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met: a. de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma, voor zover die betrekking hebben op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; en b. de nazorgmaatregelen zoals opgenomen in het evaluatieverslag van de grondwatersanering, bedoeld in artikel 3.52 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, en de gebruiksbeperkingen die daaruit voortvloeien. 5.8.2

Vergunningplichtige activiteiten

Artikel 5.17 Vergunningplicht lozen op de bodem Het is verboden zonder omgevingsvergunning afvalwater op of in de bodem of in het riool te lozen, tenzij het lozen op grond van deze afdeling of hoofdstuk 22 is toegestaan.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

25

6

Overkoepelende planologische regels

6.1

Algemene regels

GERESERVEERD

6.2

Parkeren

6.2.1

Parkeernormen voor auto’s en fietsen

Artikel 6.1 Instandhouding van parkeerplaatsen Het in de omgevingsvergunning vastgelegde aantal parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen, inclusief de bijbehorende afmetingen en functie, moet worden behouden. Wat betreft de afmetingen gelden de maatvoeringseisen zoals vastgelegd in de omgevingsvergunning of de maatvoeringseisen zoals opgenomen onder artikel 6.3 en artikel 6.4. Artikel 6.2 Instandhouding laad- en losplaatsen De laad- en losplaatsen die in een omgevingsvergunning zijn vastgelegd, moeten in aantal, omvang en functie behouden blijven. Artikel 6.3 Parkeren en laad- en losplaatsen bij vergunningvrije en meldingsplichtige activiteiten Als het gebruik van een terrein of gebouw verandert en daarvoor géén omgevingsvergunning nodig is, geldt het volgende: a.

Er moet voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen aanwezig zijn zoals opgenomen in de ‘Nota parkeernormen 2025’ of diens rechtsopvolger.

b.

De parkeervoorzieningen op eigen terrein voldoen aan de maatvoeringseisen uit NEN 2443, of diens rechtsopvolger.

c. d.

De parkeervoorzieningen in de openbare ruimte voldoen aan de maatvoeringseisen uit ASVV 2021, of diens rechtsopvolger. Voor parkeervoorzieningen op een oprit geldt dat deze moeten voldoen aan de maatvoeringseisen uit NEN 2443 en ASVV 2021, telkens vermeerderd met 0,5 meter beweegruimte rondom de parkeervakken, overeenkomstig de ‘Nota parkeernormen 2025’ of diens rechtsopvolger.

Artikel 6.4 Parkeren en laad- en losplaatsen bij vergunningplichtige activiteiten Als het gebruik of de omvang van een terrein of gebouw verandert of sprake is van nieuwbouw en daarvoor een omgevingsvergunning is vereist, geldt het volgende: a.

Er moet voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen aanwezig zijn zoals opgenomen in de ‘Nota parkeernormen 2025’ of diens rechtsopvolger.

b.

Parkeervoorzieningen op eigen terrein voldoen aan de maatvoeringseisen uit NEN 2443 of ASVV /CROW publicaties over parkeervoorzieningen, of diens rechtsopvolgers.

c. d.

e.

Parkeervoorzieningen in de openbare ruimte voldoen aan de maatvoeringseisen uit ASVV 2021, of diens rechtsopvolger. Voor parkeervoorzieningen op een oprit geldt dat deze moeten voldoen aan de maatvoeringseisen uit NEN 2443 en ASVV 2021, telkens vermeerderd met 0,5 meter beweegruimte rondom de parkeervakken, overeenkomstig de ‘Nota parkeernormen 2025’ of diens rechtsopvolger. Er is voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

26

f.

De laad- en losplaatsen voldoen aan ASVV 2021 en CROW-publicatie 381 of diens rechtsopvolger waarin maatvoeringseisen staan die gelden voor laad- en losplaatsen.

g.

Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen als wordt voldaan aan de ‘Nota parkeernormen 2025’ of diens rechtsopvolger.

Artikel 6.5 Aanvraagvereisten voor parkeren en/of laden en lossen Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of voor het wijzigen van het gebruik worden, voor zover relevant, de volgende gegevens en bescheiden ingediend: a.

Een parkeerbalans volgens de ‘Nota parkeernormen 2025’ of diens rechtsopvolger;

b.

Het aantal parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen;

c.

De inrichting en afmetingen van de parkeervoorzieningen op eigen terrein;

d.

De inrichting en afmetingen van parkeervoorzieningen buiten eigen terrein, inclusief een motivering dat deze gebruikt mogen worden;

e.

De inrichting en afmetingen van laad- en losplaatsen.

6.3

Archeologie en cultuurhistorie

6.3.1

Archeologie

Artikel 6.6 Toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden 1. Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in gebieden met archeologische verwachtingswaarden die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de archeologische waarden. 2. Het betreft in ieder geval de volgende activiteiten voor zover deze activiteiten worden verricht in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde: a. bouwen; en b. het uitvoeren van de volgende werken en/ of werkzaamheden: 1. grondwerkzaamheden, zoals het afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen en diepwoelen van gronden; 2. het indrijven van voorwerpen in de grond zoals heipalen, damwanden, boor- en pompputten; 3. waterhuishoudkundige ingrepen zoals het aanbrengen van onderbemaling; 4. het aanleggen van dammen en stuwen en het aanbrengen van oeverbeschoeiing; 5. het aanleggen, dempen of wijzigen (zoals het verbreden, verdiepen, wijzigen van oevers en profiel) van sloten, greppels, watergangen en overige waterpartijen; 6. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; 7. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; 8. het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden boomteelt, graszodenteelt en siergewassenteelt; 9.

het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 10. het aanbrengen van ondergrondse transport- energie of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5 meter bedragen; 11. het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen, waarbij grondroering plaatsvindt; 12. het afplaggen of verschralen van heide- of natuurgebieden; en 13. het aanleggen van een drainagestelsel en beregeningsinstallatie.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

27

Artikel 6.7 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van archeologische waarden. Artikel 6.8 Aanwijzing gebieden met archeologische verwachtingswaarden 1. Er zijn gebieden met een archeologische verwachtingswaarden, onderverdeeld in gebieden zoals opgenomen in dit artikel. 2. Er zijn gebieden met hoge archeologische verwachtingswaarden; 3. Er zijn gebieden met gemiddelde archeologische verwachtingswaarden; 4. Er zijn gebieden met lage archeologische verwachtingswaarden; Artikel 6.9 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten genoemd in artikel 6.6 te verrichten in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarden als: a. de diepte meer is dan 40 cm; en b. de oppervlakte meer is dan 100 m². 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten genoemd in artikel 6.6 te verrichten in een gebied met gemiddelde archeologische verwachtingswaarden als: a. de diepte meer is dan 40 cm; en b. de oppervlakte meer is dan 250 m². 3. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten genoemd in artikel 6.6 te verrichten in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarden als: a. de diepte meer is dan 40 cm; en b. de oppervlakte meer is dan 2.500 m².

Artikel 6.10 Uitzonderingen vergunningplicht archeologie Het verbod als bedoeld in artikel 6.9 geldt niet voor activiteiten die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c.

mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; of

d. in het kader van archeologische onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd mits verricht door een daartoe bevoegde deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Artikel 6.11 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning archeologie Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.9 worden de volgende gegevens en bescheiden ingediend: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de bouwactiviteiten en/of werkzaamheden; en b. een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden waar de activiteiten worden verricht zijn onderzocht en waaruit volgt hoe deze in voldoende mate worden veiliggesteld. Artikel 6.12 Beoordelingsregels omgevingsvergunning archeologie De omgevingsvergunning voor activiteiten in gebieden met archeologische verwachtingswaarden wordt alleen verleend als de activiteiten niet leiden tot een verstoring van de archeologische waarden.

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

28

Artikel 6.13 Mogelijkheid verbinden voorschriften aan omgevingsvergunning archeologie Indien uit het in artikel 6.11 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. Het doen van nader archeologisch onderzoek; b. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; c.

De verplichting tot het doen van opgravingen;

d. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 6.3.2

Cultuurhistorie

GERESERVEERD

6.4

Molenbiotoop

GERESERVEERD

6.5

Windhinder

GERESERVEERD

6.6

Schaduw

GERESERVEERD

6.7

Hydrologie

6.7.1

Waterberging

Artikel 6.14 Waterberging 1. Ter beperking van droogte en wateroverlast worden gronden en bouwwerken niet in gebruik genomen of gegeven voordat op het bouwwerkperceel is voorzien in een waterbergingsvoorziening met een capaciteit die ten minste gelijk is aan de volgens de in artikel 6.15 vereiste capaciteit. 2. De waterbergingsvoorziening wordt in stand gehouden en functionerend gehouden. Wijziging of vervanging is toegestaan, mits de capaciteit en werking ten minste gelijkwaardig zijn. 3. Vóór ingebruikname wordt een opleverdossier met berekening, situatietekening en fotoverslag overlegd waaruit blijkt dat aan dit artikel is voldaan. Artikel 6.15 Vereiste waterbergingscapaciteit 1. De vereiste capaciteit wordt bepaald aan de hand van het bebouwde en/of verhard oppervlak op het bouwwerkperceel, afgerond op hele m², met toepassing van de volgende eisen: a. Bij een feitelijke toename van 250 m² tot en met 500 m² geldt een waterbergingsopgave van minimaal 42 mm per m²; b. Bij een feitelijke toename van meer dan 500 m² geldt een waterbergingsopgave van minimaal 60 mm per m²;

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

29

2. In afwijking van lid 1 wordt de vereiste capaciteit binnen het stroomgebied ‘Gender’ bepaald aan de hand van het bebouwde en/of verhard oppervlak op het bouwwerkperceel, afgerond op hele m², met toepassing van de volgende eisen: a. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen waarbij meer dan 250 m2 verhard oppervlak wordt aangelegd of vernieuwd een waterbergingsopgave van minimaal 42 mm per m², of de waterbergingsopgave zoals vastgelegd in het geldende waterbeleid; b. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen waarbij meer dan 500 m2 verhard oppervlak wordt aangelegd of vernieuwd een waterbergingsopgave van minimaal 60 mm per m²; of de waterbergingsopgave zoals vastgelegd in het geldende waterbeleid. Artikel 6.16 Aanwijzing vergunningplicht waterberging Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van artikel 6.15. Artikel 6.17 Beoordelingsregel afwijken waterberging Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.16 wordt alleen verleend, als het realiseren van de waterbergingscapaciteit redelijkerwijs niet mogelijk is en de hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd op het openbare riool of de openbare weg.

6.8

Luchtvaart

6.8.1

Luchtvaartverkeerzone - IHCS

Artikel 6.18 Algemene regel luchtvaarverkeerszone - IHCS Ter plaatse van 'luchtvaartverkeerszone - IHCS' geldt dat functies op die gronden (naast de andere aangewezen functies) - primair zijn toegedeeld als obstakelvrij (start- en landings)vlak ter waarborging van de vliegveiligheid. Artikel 6.19 Bouwregel luchtvaartverkeerszone - IHCS Ter plaatse van 'luchtvaartverkeerzone - IHCS' geldt in aanvulling op overige bouwregels dat de bouwhoogte van bouwwerken niet meer mag bedragen dan 65 meter boven NAP. 6.8.2

Luchtvaartverkeerzone - ILS

GERESERVEERD 6.8.3

Vogelbeperkingengebied

Artikel 6.20 Aanwijzing vergunningplicht vogelbeperkingengebied Ter bescherming van het vogelbeperkingengebied van de luchthaven Eindhoven is het verboden om zonder omgevingsvergunning functies en gebruiksactiviteiten binnen de volgende categorieën te starten of in stand te laten: a. oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; b. natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; c.

vishouderijen met extramurale bassins;

d. extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; of e. afvalwaterzuiveringsinstallaties. Artikel 6.21 Beoordelingsregels omgevingsvergunning vogelbeperkingengebied De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.20 wordt verleend als:

Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

30

1. de belangen van luchthaven Eindhoven niet onevenredig worden aangetast; 2. overleg is gevoerd met de daarvoor bevoegde instanties; en 3. er geen onevenredig risico bestaat op een toename van vogelaanvaringen voor het luchtverkeer van en naar de luchthaven. Artikel 6.22 Aanvraagvereisten vogelbeperkingengebied Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.20 worden de volgende gegevens en bescheiden ingediend: a. een faunaeffectenstudie; b. een verslag van overleg met de bevoegde instanties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17005687/1