CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

ODZOB - Ontwerpbegroting 2027

Raad (besluitvormend) 2 juni 2026, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen zienswijzen op begrotingen 2027 van 5 gemeenschappelijke regelingen16.714 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2027 Meerjarenbegroting 2028 - 2030

Begroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028 - 2030 Versie 23 februari 2026

In opdracht van

MT/DT Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Auteur

Diana Ebbing

Projectnummer Datum

23 februari 2026

Status

Concept

23 februari 2026

Pagina 2 van 52

Inhoudsopgave Voorwoord ......................................................................................................................................................... 5 1. Inleiding ......................................................................................................................................................... 6 1.1 Kernpunten begroting ............................................................................................................ 6 1.2 Opbouw begroting ................................................................................................................. 6

2. Ontwikkelingen........................................................................................................................................... 7 2.1 Meerjarenvisie 2023-2027 ...................................................................................................... 7 2.2 Ontwikkelingen milieu ............................................................................................................ 7 2.3 Meerjaren ontwikkelaanpak naar robuuste omgevingsdienst ................................................... 8 2.4 Robuuste financiering............................................................................................................. 8 2.5 Horizontale verantwoording ................................................................................................... 9 2.6 Schaalsprong regio Zuidoost-Brabant ...................................................................................... 9

3. Programmaplan ....................................................................................................................................... 10 3.1 Programma lokale dienstverlening ........................................................................................ 10 3.2 Programma regionale samenwerking .................................................................................... 12 3.3 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................ 13 3.4 Kosten overhead (bedrijfsvoering) ........................................................................................ 13 3.5 Heffing vennootschapsbelasting ........................................................................................... 14 3.6 Onvoorzien .......................................................................................................................... 14

4. Paragrafen .................................................................................................................................................. 15 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................. 15 4.2 Financiering ......................................................................................................................... 17 4.3 Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 19 4.3.1 Wat willen we bereiken binnen het programma Bedrijfsvoering: .......................................... 19 4.3.2 Hoe willen we dat bereiken? ............................................................................................... 20 4.4 Verbonden partijen............................................................................................................... 25 4.5 Openbaarheidsparagraaf ...................................................................................................... 25

5. Financiële begroting .............................................................................................................................. 27 5.1 Overzicht van baten en lasten ............................................................................................... 27 5.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten ................................................................... 28 23 februari 2026

Pagina 3 van 52

5.3 Opbouw gemiddeld uurtarief ................................................................................................ 32 5.4 Uiteenzetting financiële positie en de toelichting .................................................................. 33 5.5 Meerjarenraming 2028-2030 en de toelichting ...................................................................... 38 BIJLAGE 1 ........................................................................... SPECIFICATIE BIJDRAGE PER DEELNEMER BIJLAGE 2 .............................. SPECIFICATIE BIJDRAGE PER DEELNEMER MEERJARIG (2028 T/M 2030) BIJLAGE 3 ................................................................. OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD BIJLAGE 4 ................................................................... OVERZICHT BATEN EN LASTEN (EXPLOITATIE) BIJLAGE 5 ........................................................ BESTEDINGSPLANNEN RESERVES EN VOORZIENINGEN BIJLAGE 6 ................................................................................................... RISICO-INVENTARISATIE BIJLAGE 7 ................................................................................................ LIJST VAN AFKORTINGEN BIJLAGE 8 ............................................................................................... REGIONALE DOELENBOOM

23 februari 2026

Pagina 4 van 52

Voorwoord De wereld om ons heen verandert sneller dan ooit. We bouwen, vernieuwen en verduurzamen, terwijl we tegelijkertijd afbreken, aanpassen en herstellen. We floreren en innoveren. Maar elke stap die we zetten, heeft impact op lucht, bodem, water en het delicate evenwicht daartussen. In een samenleving die steeds hogere eisen stelt en waarin de druk op de leefomgeving blijft toenemen, zoeken wij samen met u naar balans. Want verwachtingen groeien, regels worden strenger en de vraagstukken waar we voor staan worden complexer. Het jaar 2027 wordt een bijzonder jaar. De landelijke verkiezingen worden gevolgd door gemeenteraadsverkiezingen en provinciale verkiezingen. Zo krijgen nieuwe besturen de kans om hun ambities te vertalen naar duidelijke koers en kaders. Door deze drie bestuurlijke niveaus stevig met elkaar te verbinden, ontstaat ruimte voor grotere positieve impact op onze leefomgeving. Het is hét moment om grote dossiers als luchtkwaliteit, stikstof, water, bodem en zeer gevaarlijke stoffen verder te brengen. In de Kadernota 2027 zijn alle relevante ontwikkelingen beschreven. Als deelnemers ziet u het liefst tevreden inwoners en ondernemers die in een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving kunnen wonen, werken en recreëren.

De basis daarvoor wordt gelegd in de werkprogramma’s waarin de deelnemers onze taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering over verschillende inhoudelijke onderwerpen opdragen. Wij zien voor het jaar 2027 een groei in opdrachten ter grootte van 11.000 werkuren en verwachten de komende jaren een verdere groei. Meerdere gemeenten hebben aangegeven dat de bijdrage uit het gemeentefonds te kort schiet en tot keuzes in het voorzieningenniveau leidt. Daarom hebben wij meegedacht in de mogelijkheid de bijdrage van gemeenten realistisch te verlagen. In deze Begroting 2027 wordt voorgesteld het gemiddelde uurtarief ten opzichte van het geïndexeerde tarief in de kaderbrief te verlagen met € 3,88. De deelnemers wordt wel in overweging gegeven deze verlaging vanaf 2028 in hun begroting in reserve te houden om toekomstige ontwikkelingen op te kunnen vangen. Tegelijkertijd blijven we in deze begroting met de Meerjaren ontwikkelaanpak inzetten op de brede doorontwikkeling van de ODZOB als robuuste schakel in een robuust landelijk stelsel van omgevingsdiensten. In 2027 wordt zowel de Meerjarenvisie als de Meerjaren ontwikkelaanpak voor de jaren daarna geactualiseerd. Zo werken wij samen met onze deelnemers aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving in Zuidoost, Frank Piepers

5

1. Inleiding Voor u ligt de (ontwerp)Begroting 2027 met de meerjarenraming 2028–2030 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Deze begroting is gebaseerd op de bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten uit de Kaderbrief 2027. Daarnaast is rekening gehouden met relevante voortschrijdende (financiële) inzichten.

1.1 Kernpunten begroting De Begroting 2027 laat een stijging van baten en lasten zien ten opzichte van 2026. We presenteren een sluitende begroting, dat wil zeggen dat de geschatte inkomsten en de geschatte uitgaven gelijk zijn. De begrote baten zijn zoals gebruikelijk gebaseerd op de werkprogramma's 2026 van de deelnemers, bestaande uit de direct verstrekte opdrachten en een prognose van de extra te verstrekken opdrachten. Daarin zit een stijging van € 1,3 miljoen. Daarnaast zien we dat er gedurende het jaar door de deelnemers boven op het werkprogramma meer extra opdrachten worden verstrekt. Op basis van de afgelopen jaren is in deze begroting daar voor de eerste keer rekening mee gehouden (voorzichtigheidshalve 60%). De lasten stijgen als gevolg van de toegenomen formatie, een beperkt aantal autonome ontwikkelingen en eerdere besluiten van het AB ten aanzien van de structurele uitbreiding van de personele overhead. Daar tegenover staat dat gezien de verwachte ruimte in de begroting de lonen voor dit jaar kunnen worden begroot op de CAO (lager dan de indexering in de kadernota) en het budget externe inhuur is berekend op het streefpercentage van 15%, 1 % lager dan opgenomen in de Kadernota 2027 en 3% lager dan in de Begroting 2026. Samen gaat dit om een bedrag van ongeveer €0,5 miljoen.

Het gemiddeld uurtarief komt daardoor op basis van de baten en lasten uit op € 128,05 en is neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de Kadernota 2027 (€ 131,93). Het tarief is in de begroting verder verlaagd door te anticiperen op het positieve resultaat van de Jaarrekening 2025. Door een deel van het jaarrekeningresultaat te bestemmen voor de dekking van het ontwikkelbudget 2027 kan het uurtarief verder naar beneden worden bijgesteld naar een tarief van € 128,05. Deze neerwaartse bijstelling is afhankelijk van de besluitvorming van het algemeen bestuur (AB) in juli 2026. Als het AB anders besluit zal de definitieve begroting daarop moeten worden aangepast. Gezien de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026 wordt in de begroting extra aandacht besteed aan de ontwikkelingen op milieugebied. In de bijlage is een eerste proeve van een doelen- en activiteitenboom opgenomen die de relatie inzichtelijk maakt tussen provinciale en gemeentelijke ambities en doelen en de activiteiten die de ODZOB daarvoor verricht.

1.2 Opbouw begroting De begroting bestaat uit de volgende onderdelen: •

Het programmaplan dat ingaat op de programma’s lokale dienstverlening, regionale samenwerking.

•

De presentatie van de verplichte paragrafen, voor zover deze voor de ODZOB van toepassing is.

•

De financiële begroting die nader ingaat op de ontwikkeling van baten en lasten en de uiteenzetting van de financiële positie. Ook wordt hier ingegaan op de meerjarenraming.

•

Bijlagen: de gespecificeerde bijdrage per deelnemer, het exploitatieoverzicht van baten en lasten, de geactualiseerde risico-inventarisatie en het overzicht van baten en lasten per taakveld.

6

2. Ontwikkelingen 2.1 Meerjarenvisie 2023-2027 Het doel van de ODZOB is samen met deelnemers en partners zorgen voor een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Er zijn verschillende wetten en regels die het milieu en onze fysieke leefomgeving beschermen. De ODZOB voert voor de deelnemers de taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies. De ODZOB werkt samen met onder meer de andere twee Brabantse omgevingsdiensten, Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, GGD Brabant-Zuidoost, Metropoolregio Eindhoven, Inspectie Leefomgeving & Transport, Functioneel Parket en waterschappen. De Meerjarenvisie 2023-2027 gaat uit van een brede aanpak gericht op de fysieke leefomgeving. De ODZOB wil werken vanuit de big-8 gedachte, waarbij de operationele cyclus bij de omgevingsdienst verbonden is met het strategische beleid ingevuld door landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. De Meerjarenvisie kent drie thema’s: •

Fundament op orde: het op orde hebben, onderhouden en verstevigen van het fundament (operationele cyclus).

•

In samenhang: het verbinden van uitvoering met beleid en het verbinden tussen verschillende beleidsopgaven in de praktijk.

•

Regionaal platform: het voeden van het provinciale en gemeentelijke beleidskader met kennis en ervaring vanuit de uitvoering.

In de Meerjarenvisie ligt de primaire focus op fundament op orde en wordt aanvullend ingezet op In samenhang en Regionaal platform daar waar urgentie of bestaande afspraken erom vragen. Dit speelt vooral bij de pijlers gezond en duurzaam. In 2027 wordt een proces doorlopen om tot vaststelling van de Meerjarenvisie 2028-2031 te komen.

2.2 Ontwikkelingen milieu In de kadernota 2027 is uitgebreid beschreven welke (milieu) ontwikkelingen op ons afkomen waardoor zowel de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor gemeenten als het collectieve regionale programma steeds meer extra aandacht gaat vragen. Het gaat bijvoorbeeld om: •

Ondermijning: regionaal (milieu) ondermijningsbeeld, samenwerking, interventieteams

•

Indirecte lozingen en Kaderrichtlijn water: vergunningverlening, toezicht en bronaanpak

•

Europese richtlijn Luchtkwaliteit: stikstof en (ultra) fijnstof en ammoniak

•

Zeer Zorgwekkende Stoffen: handelingsperspectief om de risico’s te beperken

•

Energie: Regionale Energiestrategie (RES), netcongestie

•

Circulaire economie: reductie van grondstoffen en afvalstromen en risico’s

•

Natuur, biodiversiteit: basiskwaliteit natuur

•

Klimaatadaptatie: bodem en water sturend in de ruimtelijke afwegingen

•

Ketentoezicht: op de afvalketen

•

Geuroverlast: beleidsregels voor in de omgevingsplannen,

In 2026 gaan we in gesprek met de deelnemers over de balans tussen nieuwe taken en de bestaande reguliere wettelijke taken. Daarbij spelen niet alleen inhoudelijke afwegingen een rol, zoals prioritering en capaciteit, maar ook regionale bestuurlijke keuzes om een goed naleefniveau te bereiken op bestaande en nieuwe werkvelden. Het doel is een betere programmering van het Regionaal Operationeel Kader. Vertrekpunt is dat deze ontwikkelingen binnen het huidige budgettair kader wordt opgevangen door

7

risicogericht te werk te gaan, prioriteiten te stellen en efficiënter te werken (businesscases). In 2027 zal duidelijk worden of dit lukt of dat extra middelen nodig zijn.

2.3 Meerjaren ontwikkelaanpak naar robuuste omgevingsdienst Op 19 december 2025 verscheen de allereerste Staat van VTH. Dit nieuwe tweejaarlijkse onderzoek laat zien hoe het landelijk stelsel voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) ervoor staat. Uit de Staat van VTH blijkt dat vooruitgang is geboekt, maar dat het veranderingsvermogen van het stelsel nog kan worden verbeterd. Het verankeren van de producten en aanbevelingen uit het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH) blijft achter bij de verwachtingen. In 2025 hebben VNG, IPO, Unie van Waterschappen en Omgevingsdienst NL de samenwerkingsafspraken ondertekend. Daarin is vastgelegd dat er opvolging zal worden gegeven aan de producten en aanbevelingen uit het IB VTH. Met de Meerjarenagenda Versterking VTH-stelsel Milieu 2026–2029 wordt landelijk richting voor de komende jaren gegeven. Daarnaast is een wetsvoorstel in de maak dat het VTHstelsel verder moet verduidelijken en versterken. Daarin worden onder meer de robuustheidscriteria vastgelegd. In 2025 is de ODZOB door het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat aangemerkt als een robuuste omgevingsdienst. Daarvoor moet de ODZOB (blijven) voldoen aan de robuustheidscriteria en de randvoorwaarden die daarbij horen. In april 2026 dienen alle omgevingsdiensten een eindrapportage ingediend bij het ministerie.

De verwachting is dat op basis van het eindoordeel de komende jaren stappen moeten worden gezet op het gebied van mandatering en extra opleiding en training om net als de deelnemers te kunnen blijven voldoen aan de Kwaliteitscriteria. Aan beide punten wordt gewerkt. Het voldoen aan de robuustheidscriteria betekent niet dat er geen ontwikkeling nodig is. In 2024 heeft het AB daarom ingestemd met de Meerjaren ontwikkelaanpak (MJOA) 2025-2027 en daarvoor een ontwikkelbudget beschikbaar gesteld. In 2027 wordt het ontwikkelbudget onder meer ingezet op de ontwikkeling van de informatiehuishouding, het Regionaal Operationeel Kader (ROK) en extra versterking van projectmanagement ICT. Meerjaren ontwikkelaanpak

* bedragen x 1 € 2027

Ontwikkelagenda: versterken - uitvoeren van ontwikkelopgaven uit het ROK VTH - informatiehuishouding kwantitatie en kwalitatief

192.000

Buffer voor risico's en actuele ontwikkelingen Totaal

258.000 450.000

In 2027 herzien we de Meerjarenvisie. Deze herziening vormt de basis voor een nieuwe MJOA in 2028. In 2027 maken we de balans op van de huidige Meerjaren ontwikkelaanpak en bepalen we wat er daarna nodig is om een robuuste schakel in het landelijke stelsel van omgevingsdiensten te blijven.

2.4 Robuuste financiering Eind 2025 heeft het AB ingestemd met het uitwerken van concrete voorstellen om de komende jaren in stappen toe te groeien naar een financieringssystematiek die past binnen het landelijk voorkeursmodel. Het gaat om de volgende onderdelen:

8

a.

Vaste bekostiging van een programma bedrijfsvoering.

b.

Locatiegebonden financiering.

c.

Herijking van het programma Collectieve Taken.

De inzet was om met ingang van de Begroting 2027 over te gaan op een vaste bekostiging voor de bedrijfsvoeringskosten (overhead). Voor een zorgvuldige invoering blijkt echter meer tijd nodig is zijn en daarom wordt deze stap nu voorzien voor de begroting 2028. Het AB heeft wijzigingen in de financieringssystematiek als majeur aangemerkt zodat voor invoering steeds om wensen en bedenkingen van raden en Staten wordt gevraagd.

2.5 Horizontale verantwoording Ter versterking van de sturing wordt gewerkt aan het versterken van de horizontale verantwoording. Daaronder wordt verstaan de integrale verantwoording over financiën, beleid en uitvoering, via het college, aan de gemeenteraden en Provinciale Staten. Er wordt een doelen- en activiteitenboom ontwikkeld waarmee meer inzicht ontstaat in de relaties tussen de provinciale en gemeentelijke ambities en doelen en de activiteiten die de ODZOB daarvoor verricht. In bijlage vindt u ter informatie een eerste versie op hoofdlijnen. Deze kan door de deelnemers worden gebruikt om in de gemeentelijke begroting meer aandacht te geven aan de ambities, doelen en activiteiten die voor de leefomgeving van belang zijn. Het doel is in de komende jaren een impuls te geven aan de beleids- en P&C-cyclus en de sturing en verbinding te vernieuwen en te versterken. Daarbij is de inzet meer dan nu het ‘beleidsgesprek’ te gaan organiseren. Het kan ook leiden tot aanpassing van de opbouw van de begroting.

2.6 Schaalsprong regio Zuidoost-Brabant De schaalsprong in de regio Zuidoost-Brabant als gevolg van de Regiodeal en het project Beethoven betekent een grote opgave op de beleidsterreinen van wonen, ruimte, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen. De gemeenschappelijke regelingen MRE, GGD, VRBZO en ODZOB beschouwen het als een gemeenschappelijk opgave, om voor de 21 gemeenten hier hun bijdrage aan te leveren en trekken daar waar mogelijk samen in op. Elke gemeenschappelijke regeling zal vanuit haar eigen perspectief en taakuitvoering hier invulling aan geven. Voor de ODZOB zien wij een rol om vroeg betrokken te zijn in de plan en realisatiefase door inzet van onze expertise bij omgevingsplanactiviteiten, het opstellen van omgevingsplannen, programma’s, beleid en visies voor de fysieke leefomgeving. Verder richten wij waar nodig onze dienstverlening zo in dat een snelle afhandeling van vergunningen en adviezen bij kan dragen aan de realisatiekracht binnen de regio.

9

3. Programmaplan De ODZOB streeft naar de succesvolle uitvoering van de opgedragen werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving, zowel voor deelnemers als niet-deelnemende organisaties. In de Begroting 2027 worden de volgende programma’s onderscheiden: •

Lokale dienstverlening

•

Regionale samenwerking

Wat is ons doel? De ODZOB wil samen met gemeenten, provincie en samenwerkingspartners bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving.

3.1 Programma lokale dienstverlening Wat is ons doel? De ODZOB wil samen met gemeenten, provincie en samenwerkingspartners bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Wat gaan we daar voor doen? Onder dit programma vallen de werkzaamheden die de ODZOB uitvoert voor zowel zijn deelnemers, als voor overige publieke organisaties. Kenmerkend hierbij is de een-op-een relatie tussen de ODZOB (als opdrachtnemer) en de opdrachtgever. De ODZOB richt zich op vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies op inhoudelijke thema’s als milieu, bodem, water, landbouw, duurzaamheid, asbest, bouwen, omgevingskwaliteit en ruimtelijke ordening. De werkzaamheden worden verricht op basis van vooraf op te stellen werkprogramma’s per deelnemer en op basis van losse opdrachten. Wat mag het kosten? In onderstaand overzicht worden de baten en lasten, onderverdeeld naar basis- en verzoektaken getoond. De inhoudelijke toelichting volgt in paragraaf 5.2.

10

Toelichting op het programma Lokale dienstverlening: Baten: De baten binnen dit programma zijn gebaseerd op de werkprogramma’s van onze deelnemers voor het jaar 2026. Deze werkprogramma’s zijn samen met onze deelnemers opgesteld. De werkprogramma’s bevatten twee componenten: -

Verstrekte opdrachten, € 25,3 miljoen;

-

Prognose extra opdrachten € 3,3 miljoen.

Naast de verstrekte opdrachten en extra geprognosticeerde opdrachten zien we dat jaarlijks de deelnemers boven op het werkprogramma meer extra opdrachten verstrekken dan vooraf ingeschat. Op basis van een voorzichtige inschatting nemen we hier een bedrag voor op. Dit is nodig om de benodigde personele capaciteit te kunnen waarborgen. Voor deze post hebben we een raming van ruim € 630.000 opgenomen. De laatste component is een raming van de baten van de niet-deelnemers van in totaal € 2,2 miljoen. Gespecificeerd (naar deelnemer) ziet dit er als volgt uit:

Deelnemer

Verstrekte opdrachten

Asten 874.577 Bergeijk 552.667 Best 658.728 Bladel 754.433 Cranendonck 592.971 Deurne 1.777.548 Eersel 431.083 Eindhoven 1.905.121 Geldrop-Mierlo 476.929 Gemert-Bakel 1.420.180 Heeze-Leende 597.630 Helmond 1.135.378 Laarbeek 1.753.523 Nuenen 433.426 Oirschot 575.943 Reusel-de Mierden 460.755 Someren 1.022.598 Son en Breugel 461.702 Valkenswaard 538.901 Veldhoven 1.055.579 Waalre 228.104 Provincie Noord-Brabant 7.561.217 Subtotaal 25.268.994 Reëel ramen Totaal baten deelnemers Raming niet deelnemers Totaal programma lokale dienstverlening

11

Geprognosticeerde extra opdrachten

Totaal geprognosticeerd per deelnemer

56.633 117.163 296.340 38.689 325.852 124.454 80.768 605.749 97.953 6.880 127.459 76.908 103.065 100.710 145.581 87.077 137.523 19.536 168.888 129.261 98.995 398.853 3.344.336

931.210 669.830 955.068 793.122 918.823 1.902.002 511.850 2.510.870 574.882 1.427.060 725.089 1.212.286 1.856.588 534.137 721.524 547.832 1.160.120 481.238 707.789 1.184.840 327.099 7.960.070 28.613.330 630.880 29.244.210 2.180.554 31.424.764

3.2 Programma regionale samenwerking Wat willen we bereiken? Het uitgangspunt bij dit programma is een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Het gaat vooral om ontwikkelingen die de gemeentegrenzen overstijgen, het bundelen van expertise en het realiseren van schaalvoordelen. Het programma wordt door de deelnemers in gezamenlijkheid opgesteld en vastgesteld door het AB Wat gaan we daar voor doen? Dit programma bestaat uit de volgende subprogramma’s: •

Omgevingsveiligheid Het betreft structurele taken zoals het uitvoeren/uitrollen van de landelijke ontwikkelingen, actualisatie Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS), ontwikkeling Basisnet en Delta Rhine Corridor. Daarnaast vindt ook afstemming met de Veiligheidsregio en andere veiligheidspartners (RIVM, rijk en andere omgevingsdiensten) plaats. Ook registreert de ODZOB de risicovolle activiteiten in het risicoregister gevaarlijke stoffen (RRGS) en in het register externe veiligheid (REV) voor zijn deelnemers. Met invoering van de Omgevingswet is daar de registratie van de (zeer) kwetsbare gebouwen bijgekomen.

•

Samen Sterk in Brabant (SSiB) De provinciebrede (regie en uitvoering) van dit subprogramma is belegd bij de collega’s van de Omgevingsdienst Brabant Noord. De SSiB-organisatie garandeert het noodzakelijke toezicht in het buitengebied. De structurele financiële bijdrage (inclusief de jaarlijkse indexering) vanuit de regio Zuidoost-Brabant loopt via de (begroting van de) ODZOB. Er is in 2025 een onderzoek uitgevoerd naar onder meer de toereikendheid van het toezicht. Het is nog niet duidelijk hoe dit onderzoek wordt vertaald naar de praktijk.

•

Collectief programma Het betreft structurele taken zoals de ondersteuning van het GPO, de coördinatie op de consignatiedienst en de uitvoering van het Werkprogramma Agrofood en Leefomgeving (WAL). Daarnaast worden eenmalige projecten uitgevoerd met een afgebakende eenjarige of meerjarige doorlooptijd. Daarmee wordt ingespeeld op nieuwe wet- en regelgeving en beleidsontwikkelingen. Het programma wordt jaarlijks door het algemeen bestuur vastgesteld. De projecten leveren een bijdrage aan het realiseren van de Meerjarenvisie van de ODZOB op de thema’s Veilig, Gezond, Duurzaam en Omgeving. In 2026 wordt onderzocht of en hoe de systematiek van het collectief programma moet worden geactualiseerd.

12

Wat mag het kosten?

3.3 Algemene dekkingsmiddelen Onder de algemene dekkingsmiddelen zijn de verwachte rentebaten geraamd. Wat mag het kosten?

De beperkte rentelast wordt toegerekend aan de overhead.

3.4 Kosten overhead (bedrijfsvoering) Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) hanteert als definitie voor de overhead: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Dit betreft de overheadfuncties van de ODZOB. Het met ingang van 2025 voor 3 jaren beschikbaar gestelde ontwikkelbudget is ook hieronder opgenomen.

13

Wat mag het kosten?

Overhead

* bedragen x 1€ Realisatie 2025

Omschrijving

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten

287.134

0

0

Lasten

9.739.405

10.109.309

10.648.747

Tot aal saldo van bat en en last en

-9.452.270

-10.109.309

-10.648.747

0

0

0

Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo overhead

0

0

471.148

-9.452.270

-10.109.309

-10.177.599

Anticiperend op de bestemming van een deel van het jaarrekeningresultaat 2025 voor de jaarschijf 2027 van de Meerjaren ontwikkelaanpak is een onttrekking vanuit een beoogde reserve geraamd. Het AB zal hierover op 2 juli 2026 een besluit nemen. Door inzet van deze reserve hebben we het tarief voor 2027 met € 1,83 structureel kunnen verlagen. Een verdere toelichting op de overheadkosten is opgenomen in de toelichting op het overzicht van baten en lasten.

3.5 Heffing vennootschapsbelasting Net als andere publieke organisaties valt de ODZOB onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Een klein deel van de onze activiteiten valt onder de Vennootschapsbelastingplicht. Wat mag het kosten?

3.6 Onvoorzien De ODZOB beschikt niet over een post onvoorzien.

14

4. Paragrafen Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) schrijft voor dat in de beleidsbegroting wordt ingegaan op een 4-tal verplichte paragrafen. De thema’s lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor de ODZOB. Daarnaast is hier ook de verplichte openbaarheidsparagraaf vanuit de Wet Open Overheid (WOO) toegevoegd.

4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de financiële verordening is bepaald dat het beleid over risico’s in een nota weerstandsvermogen en risicomanagement wordt vastgelegd. Deze nota is in 2024 door het algemeen bestuur vastgesteld. Het weerstandsvermogen van de ODZOB is het vermogen om incidentele financiële risico's op te kunnen vangen en daarmee de taken te kunnen voortzetten, zonder dat dit leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. We bepalen het weerstandsvermogen door de relatie te leggen tussen de weerstandscapaciteit (de middelen die beschikbaar zijn om niet begrote kosten te dekken) en de risico's die we als ODZOB lopen en waarvoor op onze balans geen voorzieningen zijn getroffen. Volgens de financiële verordening bestaat onze weerstandscapaciteit uit de vrije ruimte in de algemene reserve. Het deel van de risico’s dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken moet door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen worden afgedekt. De streefwaarde voor het weerstandsvermogen is vastgesteld op ≥ 1,0. De verwachte weerstandscapaciteit per 01-01-2027 is € 2,0 miljoen, gelijk aan de boven bandbreedte van de Algemene reserve. Risico’s en weerstandsvermogen: Risicomanagement betreft het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit (van de bedrijfsvoering) van de organisatie kunnen beïnvloeden.

Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Vandaar dat tweemaal per jaar de risicoinventarisatie wordt geactualiseerd. Deze is opgenomen in bijlage 6. Het totaal van de gekwantificeerde risico’s bedraagt € 1,5 miljoen. De weerstandsratio per eind 2027 komt hiermee, naar verwachting, uit op 1,3 Dat is boven onze streefwaarde van > 1 Financiële kengetallen: Om een beeld te presenteren over de financiële positie van de ODZOB worden hier enkele kentallen gepresenteerd. Deze zijn afgeleid van de in paragraaf 5.4 getoonde geprognotiseerde balans.

15

Kenget allen Realisat ie 2025

Raming 2025

Begrot ing 2026

Mjr 2027

Mjr 2028

Mjr 2029

Netto schuldquote

-12,0%

-11,4%

-10,9%

-10,8%

-11,0%

-10,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-12,0%

-11,4%

-10,9%

-10,8%

-11,0%

-10,8%

Solvabiliteitsratio

54,5%

54,2%

53,2%

52,1%

51,7%

51,3%

Structurele exploitatieruimte

3,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Netto schuldquote (streefwaarde: < 100%) De netto schuldquote toont de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (streefwaarde: < 100%) Dit kengetal is gelijk aan de ongecorrigeerde versie omdat de ODZOB geen leningen verstrekt. Solvabiliteitsratio (streefwaarde: ≥ 20%) De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit alle reserves en het exploitatieresultaat. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties op de reserves te delen door de totale baten. Grondexploitatie en belastingcapaciteit Deze kengetallen zijn niet van toepassing op de ODZOB. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB sluiten aan bij wat verwacht kan worden bij een gemeenschappelijke regeling.

Het huidige beleid waarbij de algemene reserve gemaximeerd wordt op basis van de geraamde baten betekent dat er niet expliciet gestuurd wordt op de solvabiliteit van de ODZOB. De structurele exploitatieruimte heeft voor de ODZOB slechts een beperkte betekenis. Deelnemers mogen verzoektaken slechts onder voorwaarden en in beperkte mate verminderen. Daarnaast wordt in de begroting uitgegaan van een kostendekkend gemiddeld uurtarief, waardoor baten en lasten in principe structureel in evenwicht zijn.

16

4.2 Financiering In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op de begroting heeft de ODZOB geen lange termijn rentevisie opgesteld. Rentetoerekening Onderstaand overzicht toont welke rentelasten en renteresultaat er verwacht wordt en wordt inzicht gegeven op welke wijze rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. Rent eschema

* bedragen x 1€

Omschrijving a

De externe rentelast over de korte en lange financiering

b

De externe baten (idem)

-200.000

Saldo rentelasten en rentebaten

-199.000

c1 c2 c3

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

1.000

0 0 0 0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1

Rente over eigen vermogen

d2

Rente over vreemd vermogen

-199.000 0 0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

-199.000

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

199.000

f

Renteresultaat op taakveld Treasury

0

De beperkte rentelasten worden toegerekend aan de overhead. Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB financiert zijn activiteiten voornamelijk door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. Enkel voor de verzoektaken buiten de werkprogramma’s moet zelf financiering geregeld worden. Hiervoor beschikt de ODZOB over een kredietfaciliteit tot maximaal € 1,8 mln. Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal.

17

Voor de ODZOB komt dit in 2027 neer op een saldo van maximaal ruim € 2,7 mln. Uit onderstaande tabel blijkt dat de ODZOB binnen deze norm blijft.

Kasgeldlimiet

* bedragen x 1 € Omschrijving

ultimo 2025

ultimo 2026

ultimo 2027

- opgenomen gelden < 1 jaar

-

-

-

- schuld in rekening-courant

-

-

-

1 Vlottende schuld

- door derden gestorte gelden < 1 jaar

-

-

-

- overige schulden / overlopende passiva

1.486.117

2.943.904

2.943.904

Totaal

1.486.117

2.943.904

2.943.904

2 Vlottende middelen - contante gelden in kas

-

-

-

- tegoeden rekening courant

4.651.582

4.479.772

4.324.221

- overige uitstaande tegoeden < 1 jaar

2.526.575

2.569.726

2.569.726

Totaal

7.178.157

7.049.499

6.893.947

3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2)

-5.692.040

-4.105.594

-3.950.043

3.2 Toegestane kasgeldlimiet

2.625.286

2.657.246

2.657.246

Ruimte (3.2 -/- 3.1)

8.317.326

6.762.840

6.607.289

Begrotingstotaal

32.015.684

32.405.438

32.405.438

Normpercentage

8,20%

8,20%

8,20%

2.625.286

2.657.246

2.657.246

3 Toets kasgeldlimiet

Berekening toegestane kasgeldlimiet

Norm

Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op vaste schuld bestaat er een renterisiconorm. Deze norm schrijft voor welk deel van de leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Bij de ODZOB is in 2026 geen sprake van herfinanciering en daardoor wordt er voldaan aan de norm.

18

Rent erisiconorm

* bedragen x 1 €

Variabelen

2027

2028

2029

2030

1

Renteherzieningen

0

0

0

0

2

Aflossingen

0

0

0

0

3

Renterisico (1+2)

0

0

0

0

4

Renterisiconorm

6.481.088

6.481.088

6.481.088

6.481.088

5a Ruimte onder risiconorm (4 > 3)

6.481.088

6.481.088

6.481.088

6.481.088

5b Overschrijding risiconorm (3 > 4)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Begrotingstotaal

32.405.438

32.405.438

32.405.438

32.405.438

Percentage 20%

6.481.088

6.481.088

6.481.088

6.481.088

Minimumbedrag conform regeling

2.500.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

Berekening renterisiconorm (4)

4.3 Bedrijfsvoering In de loop van 2025 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar een toekomstige financieringssystematiek op basis van het landelijk voorkeursmodel IBP-VTH. Dit onderzoek is medio 2025 afgerond en op basis van de eindrapportage heeft het algemeen bestuur op 23 oktober 2025 het besluit genomen om concrete voorstellen uit te gaan werken voor in ieder geval het onderdeel “Vaste bekostiging van een programma bedrijfsvoering”. De uitwerking van dit programma is inmiddels gereed, maar voor een zorgvuldige invoering is nog een aantal stappen nodig. Gedurende 2026 zetten we hierop in, zodat we in de ontwerpbegroting 2028 een door de deelnemers gedragen voorstel tot invoering kunnen inbrengen. In deze begroting is de bedrijfsvoering gebaseerd op de bestaande methodiek.

4.3.1 Wat willen we bereiken binnen het programma Bedrijfsvoering: Wij zijn een betrouwbare en betaalbare organisatie die in controle is

KPI's

Totaal declarabele uren Gemiddeld declarabele uren per fte Gemiddeld uurtarief Ziekteverzuim FTE's direct in aantallen FTE's direct in % FTE's overhead in aantallen FTE's overhead in % FTE's inhuur in aantallen FTE's inhuur in %

Norm begroting 2025

€

Realisatie Prognose Berap 2025 31-12-2025

246.000 1.299,0 123,46 € 6,0% 189,4 80% 47,3 20% 42,4 18%

19

123.377 636,2 123,07 6,7% 193,9 80,9% 45,9 19,8% 35,8 14,9%

Norm begroting 2026

€

Norm begroting 2027

246.000 1.299,0 128,42 € 6,0% 189,4 80% 47,3 20% 42,4 18%

257.000 1.299,0 128,05 6,0% 197,8 79,3% 51,6 20,7% 37,4 15%

De totale declarabele uren zijn toegenomen ten opzichte van voorgaande jaren. De reden daarvan is dat door zowel onze deelnemers als de ODZOB zelf reëler is geraamd. Onze gemiddelde declarabele uren per fte zijn daar onlosmakelijk mee verbonden en stijgen met de declarabele uren mee. De overheadnorm is gebaseerd op 20,67% en is iets gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Dat wordt veroorzaakt door de structurele versterking van de personele overhead waarvoor vanaf de begroting 2025 structureel € 250.000 (prijspeil 2024) voor is beschikbaar gesteld. Deze personele versterking is inmiddels ingevuld en toegevoegd aan deze normgetallen. In de loop van 2025 hebben we ingezet op het verlagen van de externe inhuur. Door de risico’s op afbouwafspraken rondom onze taken met onze deelnemers te beheersen moet er wel een flexibele schil aanwezig blijven. Door deze flexibele schil van 15% zijn we als organisatie wendbaar om mee te bewegen in diverse ontwikkelingen.

4.3.2 Hoe willen we dat bereiken? Betrouwbare organisatie

Digitale soevereiniteit De ODZOB stelt zich op als actieve volger van de ontwikkelingen bij rijk en/of koepelorganisatie(s) en gaan niet zelf experimenteren of vooruitlopen op ontwikkelingen. Wel zorgen we er in de inrichting voor dat we zoveel mogelijk zijn voorbereid op een eventuele migratie naar een soeverein alternatief (‘exit strategie’). Informatieveiligheid Digitalisering zit steeds meer in het hart van onze organisaties. De maatschappelijke relevantie van de lokale overheid richting inwoners en ondernemers is sterk afhankelijk van de inzet van digitale middelen. Daarom zullen wij de komende jaren hierin moeten (blijven) investeren om de bedrijfsvoering, (publieke) dienstverlening en maatschappelijke waarde van onze organisatie op niveau te houden. De ODZOB wil een digitaal veilige organisatie zijn die het vertrouwen van inwoners, bedrijven en deelnemers waarborgt (landelijk volwassenheidsniveau 3, basis op orde). Privacy/AVG De ODZOB beschermt dagelijks privacygevoelige gegevens van inwoners, organisaties en deelnemers door zorgvuldig, veilig en verantwoord met deze informatie om te gaan. De capaciteit voor privacy is in het verleden opgevangen binnen de beschikbare bedrijfsvoering. De rol van functionaris gegevensbeheer is een deeltaak. Dit knelt in de uitvoering zodat in deze begroting een werkbudget is opgenomen om specifieke opdrachten uit te kunnen zetten.

Risicomanagement vormt de kern van privacy en informatiebeveiliging binnen de ODZOB-context. Uitgangspunt voor informatiebeveiliging is het systematisch identificeren, analyseren en behandelen van risico’s die de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie kunnen aantasten. Voor privacy geldt dat er risicobeoordelingen worden uitgevoerd om de risico’s voor rechten en vrijheden van betrokkenen te beoordelen. Met een gestructureerde en herhaalbare aanpak brengen we procesrisico’s in kaart zodat er passende maatregelen kunnen worden genomen. Wet veilige publieke taak De medewerkers van de ODZOB komen soms in aanraking met ongewenst gedrag en handelingen van inwoners of ondernemers. De ODZOB zoekt in die gevallen indien nodig afstemming met het bevoegde

20

gezag en het functioneel parket en maakt gebruik van de mogelijkheden die de Wet Veilige Publieke taak biedt zodat medewerkers zich gesteund en gesterkt voelen in hun taakuitvoering. Rechtmatige inkoop en aanbesteding De ODZOB werkt samen met BIZOB en heeft inkoopbeleid vastgesteld. Dit Inkoopbeleid geeft aan hoe de: ODZOB zijn beleidsdoelen mede met de inzet van zijn inkopen wil bereiken en schetst hiervoor de kaders. Dit Inkoopbeleid wordt iedere vier jaar geëvalueerd en - indien gewenst - geactualiseerd. Digitale toegankelijkheid Overheidsorganisaties moeten hun websites, intranet en apps toegankelijk maken en houden. De ODZOB heeft in 2025 status A bereikt waarmee we wettelijk aan alle eisen voldoen. Voor 2027 is een volgend project ‘digitoegankelijkheid’ ingepland om aan de eisen te kunnen blijven voldoen. Organisatieontwikkeling

Samenwerking deelnemers We werken samen met onze deelnemers aan de opgaven voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Met zowel het GPO als het bestuur (DB en AB) zoeken we de verbinding om deze opgaven aan te pakken en te implementeren. In 2026 maken we via de ‘Code Goede Samenwerking’ afspraken met onze deelnemers over de manier waarop we onze taken uitvoeren. Deze afspraken worden periodiek, voor de eerste keer in 2027, geëvalueerd.

Visitatie Omgevingsdienst Nederland (Omgevingsdienst NL) Verder treffen we in de tweede helft van 2027 voorbereidingen voor het visitatietraject onder leiding van Omgevingsdienst NL. Bij dit traject wordt de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken en de samenwerking met onze deelnemers en ketenpartners tegen het licht gehouden. De visitatie is gepland in januari 2028. Informatiemanagement De afgelopen jaren is gewerkt om de ICT op orde te krijgen en klaar te maken voor de toekomst. Belangrijke systemen zoals PowerBrowser (voor vergunningen, toezicht en handhaving) en AFAS (voor personeel en financiën) werken goed en worden steeds beter benut en uitgebreid. Via een speciaal datawarehouse (Azure) worden met Power BI steeds meer dashboards gemaakt. Zo kunnen we beter sturen op informatie. We werken vooral in de cloud: sneller, stabieler en veiliger. ODZOB heeft een actueel strategisch informatiebeleid (2025). Ook zijn architectuur en dataprincipes vastgesteld. Op basis daarvan werken we gericht aan het verbeteren en ontwikkelen van onze informatiehuishouding. Verbeteren data en informatie Een goed functionerende informatievoorziening en het versterken van onze informatiepositie is noodzakelijk om als ODZOB onze ontwikkeldoelstellingen mogelijk te maken.

We versterken onze informatiepositie door van ongestructureerde informatie (in documenten) naar gestructureerde informatie (data) te gaan. Hierbij blijven we, waar relevant, inzetten op innovatieve en data gedreven oplossingen. Daarnaast blijven we aangehaakt bij landelijke ontwikkelingen zoals de dat gedreven vergunning en het register milieubelastende activiteiten (RMBA). Met de opgaven binnen de MJOA zorgen we er voor dat we

21

doorbouwen aan een goed fundament waarin we in beeld hebben wat de vergunde en actuele situatie is bij bedrijven in onze regio. Digitalisering Voor het verhogen van de kwaliteit, effectiviteit en efficiëntie van processen binnen de ODZOB starten we in 2026 een pilot op het gebied van hyperautomation. De inzet is erop gericht om zelfstandig business cases te kunnen opstellen, beoordelen en effectueren, RPA-toepassingen te kunnen ontwikkelen en beheren en kansen, mogelijkheden en risico’s voor de inzet van AI binnen de ODZOB te identificeren. Dit is een van de businesscases om effectiever en efficiënter te kunnen werken. Daarvoor willen we met behulp van expertise van een externe partner beleidskaders, kennis en competenties ontwikkelen en borgen. Bij een succesvol verloop verwachten we deze ontwikkeling in 2027 door te kunnen zetten. Verbeteren processen Binnen de Meerjaren ontwikkelaanpak worden projecten opgezet rond het stroomlijnen, verbeteren en versnellen van processen en procedures. In de komende jaren richten we ons op het op orde brengen van de basis. Vooruitlopend op de Omgevingswet zijn nieuwe procesbeschrijvingen gemaakt voor vergunningverlening, toezicht, advies en juridisch. Een groep medewerkers is hiervoor opgeleid (green en black belt). Daarmee is een goede basis gelegd voor verbetering van werkprocessen en productbeschrijvingen.

Hierdoor werken de medewerkers efficiënter en zijn de doorlooptijden korter. Daarvoor is het nodig de beheerorganisatie te professionaliseren. We gaan hier ook de ondersteunende en sturende processen in betrekken. Businesscases Op basis van business cases wordt samen met de deelnemers gewerkt aan vereenvoudiging, uniformering en digitalisering van de uitvoeringsprocessen en een efficiënte en effectieve uitvoering van de opgedragen taken. De inventarisatie is gedaan en in 2026 en 2027 worden deze opgepakt. Kwaliteitsmanagementsysteem Vanaf 2026 wordt gewerkt aan het inrichten van een kwaliteitsmanagementsysteem (KMS). Het is een van de vereisten die de kwaliteitscriteria 3.0 stelt. De ODZOB kiest voor een duurzame en geleidelijke implementatie van het KMS die aansluit op de ontwikkeling van de organisatie. Het legt de basis voor de ambitie om aantoonbaar een robuuste organisatie te zijn. Een KMS definieert processen voor het beheren en verbeteren van de kwaliteit in een organisatie met als doel beheersing van de functionaliteit en effectiviteit van bedrijfsprocessen concreet inzichtelijk te maken, te documenteren, te uniformeren waar mogelijk, te verbeteren en te waarborgen. Het inrichten van een KMS is een strategische beslissing die bijdraagt aan het verbeteren van de algehele prestaties van de ODZOB.

Strategische Personeel Planning (SPP) In 2026 wordt de strategische personeelsplanning (SPP) voor de eerste keer afgerond en deze wordt vanaf 2027 jaarlijks herhaald. In 2027 wordt in het verlengde hiervan het HR21 functiegebouw geactualiseerd. Dit is ook nodig in verband met de verwachte Wet loontransparantie die is gebaseerd op een nieuwe Europese richtlijn die tot doel heeft gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardig werk te waarborgen. De richtlijn legt transparantie‑ en rapportageverplichtingen op aan werkgevers.

22

Arbeidsmarkt In 2025 heeft de ODZOB met succes ingezet op het werven van vast personeel, onder meer door in te zetten op starters en zij-instromers die we zelf opleiden. Dat heeft ertoe geleid dat de bezetting en de samenstelling op dit moment goed op orde is. We moeten de komende jaren hierop blijven inzetten. De opdrachten blijven naar verwachting toenemen en de personele formatie en bezetting moet meegroeien om de dienstverlening te kunnen leveren. Met een goed onboardingprogramma zorgen we ervoor dat nieuwe collega's zich snel thuis voelen binnen de ODZOB en zich aan de organisatie verbinden. Daarnaast hebben wij oog voor de diversiteit en vitaliteit van onze medewerkers en organiseren events voor verbinding, samenwerking en een positief ODZOBgevoel. Verder hebben wij preventief aandacht voor onze medewerkers om verzuim en uitval zoveel als mogelijk te voorkomen en re-integratie te bevorderen. Medewerkersonderzoek In 2023 en 2025 is een Medewerkersonderzoek uitgevoerd. Het is een belangrijk instrument om te volgen hoe de organisatie zich ontwikkelt en geeft daar richting aan. Uit het laatste onderzoek in 2025 kwamen verbeterkansen naar voren op de thema’s herstelbehoefte, regeldruk en integrale samenwerking. Daar zijn acties op uitgezet. In 2027 wordt het volgende Medewerkersonderzoek uitgevoerd.

Met de resultaten daaruit werken we verder aan een betrokken en toekomstgerichte organisatie. Kwaliteitscriteria 3.0 Met ingang van 1 januari 2025 zijn de landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving vernieuwd. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit drie onderdelen, namelijk kritische massa op de inzetbare kennis en ervaring, procescriteria ter ondersteuning van de regionale beleidscyclus en competentieprofielen voor onze medewerkers. De kwaliteitscriteria blijven in ontwikkeling en de ODZOB ziet de kwaliteitscriteria als een cruciaal voertuig om het vakmanschap van de ODZOB op een adequaat niveau te houden en te ontwikkelen. Twee keer per jaar worden de individuele portfolio's geactualiseerd waardoor direct de koppeling kan worden gelegd naar het opleidingsprogramma. Leren en ontwikkelen De samenstelling van het personeelsbestand verandert en vervangt. Er moet worden geïnvesteerd in het vakmanschap en de competenties van de medewerkers. Het betekent een groeiend beroep op het opleidingsbudget en de niet productieve tijd die nodig is om de opleiding zelf te volgen. Het dashboard dat in het kader van de toetsing van de kwaliteitscriteria beschikbaar is, is een belangrijk instrument om gericht te werken aan de ontwikkeling van onze medewerkers.

Op het gebied van de bedrijfsvoering gaan de ontwikkelingen snel en is permanente educatie nodig om aan de verwachtingen te kunnen blijven voldoen. Expertise en kennisinfrastructuur Binnen de ODZOB wordt in 2026 in het verlengde van de kennisinfrastructuur van Omgevingsdienst NL de eigen infrastructuur uitgebouwd. Deze kennis is nodig om op basis van expertise te kunnen adviseren bij integrale opgaven op regio- en gemeentelijk niveau en geeft invulling aan het regionaal platform dat de Meerjarenvisie 2023-2027 ten doel is gesteld. De kennis hoeft niet alleen vanuit de ODZOB te komen. Bij een aantal gemeenten zit specialistische kennis die kan worden ontsloten voor alle deelnemers. De ontwikkelingen waar landelijk op zal worden ingezet zijn: zeer zorgwekkende stoffen, bodem en ondergrond, circulaire economie, klimaatadaptatie, energietransitie en waterkwaliteit. Binnen de ODZOB

23

richten we ons op zeer zorgwekkende stoffen, energie en circulaire economie. In 2027 zetten we, in overleg met onze deelnemer, aanvullend in op (de) andere vakgebieden. Integriteit De bijzondere kenmerken van overheidstaken vereisen een hoog integriteitsniveau. Overheidsorganisaties en hun medewerkers moeten voldoen aan specifieke, zwaarwegende eisen ten aanzien van houding en optreden. Daarvoor is een adequaat integriteitsbeleid nodig. In 2026 wordt het bestaande integriteitsbeleid van de ODZOB geactualiseerd. In 2026 en 2027 ontvangen medewerkers regelmatig informatie, handvatten en gespreksonderwerpen om integriteit in hun dagelijkse werk toe te passen. Besluit begroting en verantwoording (Bbv)

Reikwijdte overhead 2023 In lijn met de Notitie Overhead 2023 op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (Bbv) worden door de ODZOB de volgende functies tot de overhead gerekend: directie & management, financiën, ICT, personeel & organisatie, secretariaat & facilitair, communicatie en de concernstaf. In deze begroting heeft in de voorbereiding op een vaste financiering van het programma bedrijfsvoering een beperkte herschikking plaatsgevonden. Daarnaast is de overhead structureel opgehoogd vanuit structureel beschikbare middelen vanuit de Meerjaren ontwikkelaanpak. Per saldo betreft dit 2,01 Fte. Hiermee komt het percentage overhead in verhouding tot de directe uren iets hoger uit. Beleidsindicatoren Gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht (beleids)indicatoren op te nemen. Doel is de begroting inzichtelijker te maken in het kader van horizontale verantwoording richting de deelnemers en een betere onderlinge vergelijkbaarheid van omgevingsdiensten. De berekening van de indicatoren is tot stand gekomen op basis van de volgende eenheden: Eenheden Omschrijving

Begroting 2025

Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Aantal bewoners

809.176

809.176

809.176

816.291

Peildatum

1-1-2024

1-1-2024

1-1-2024

1-1-2025

Formatie

236,72

238,30

236,72

249,41

Bezetting

236,72

239,86

236,72

249,41 24.555

Bedragen x € 1.000 Loonsom

21.318

17.851

22.286

Lasten overhead

9.736

9.314

10.109

10.178

Apparaatskosten

30.556

28.915

31.787

34.382

Lasten externe inhuur

5.478

6.672

5.625

5.234

Totale lasten

31.165

30.428

32.405

34.382

24

Beleidsindicat o ren

Omschrijving

Begro t ing 2025

Realisat ie 2025

Begro t ing 2026

Begro t ing 2027

Formatie (a a nta l per 1.000 i nwoners )

0,29

0,29

0,29

Bezetting (a a nta l per 1.000 i nwoners )

0,29

0,29

0,29

0,30

Apparaatskosten

37,76

36,46

39,28

41,39

Externe inhuur

20%

15%

20%

18%

Overheadkosten

32%

33%

32%

30%

0,30

De beleidsindicatoren kunnen als volgt worden toegelicht: •

Formatie: aantal formatieplekken, afgezet tegen het aantal inwoners in onze regio.

•

Bezetting: aantal bezette formatieplekken, afgezet tegen het aantal inwoners in onze regio.

•

Apparaatskosten: bedrag per inwoner van alle personele en materiële kosten verband houdende met het functioneren van de organisatie.

•

Externe inhuur: lasten inhuur externen, uitgedrukt als percentage van de totale loonsom vermeerderd met de overige lasten inhuur externen. Het gepresenteerde % komt in deze tabel anders uit dan het genoemde percentage van 15% inhuur op andere plaatsen in deze begroting. De genoemde 15% is het percentage in aantal externen afgezet tegen het aantal vaste medewerkers.

•

Overheadkosten: betreft het % lasten van de overhead ten opzichte van de totale lasten.

4.4 Verbonden partijen Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (BIZOB) Sinds 2018 is de ODZOB aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (BIZOB). Deze stichting heeft zich ontwikkeld tot een expertisecentrum op het gebied van inkoop en aanbestedingen, waar inmiddels meer dan 35 publieke organisaties bij aangesloten zijn. De ODZOB heeft een indirect bestuurlijk belang (via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) en een financieel belang in de BIZOB, vandaar dat BIZOB hier als verbonden partij wordt gepresenteerd. Het BBV geldt niet voor stichtingen zodat er geen financiële gegevens over resultaat en vermogen zijn opgenomen. Het financiële risico voor de ODZOB blijft beperkt tot een eventuele aanpassing van tarieven. Omgevingsdienst NL Omgevingsdienst NL is op dit moment een vereniging van directeuren. Er is een proces gestart om te komen tot een vereniging van omgevingsdiensten met een passende governance. De verwachting op dit moment is dat deze omvorming in 2027 gaat plaatsvinden. Daarvoor moet een zienswijzeprocedure bij de deelnemers worden doorlopen.

4.5 Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 3.5 van de Woo kent de verplichting van een openbaarheidsparagraaf. Daarin wordt aandacht besteed aan de beleidsvoornemens voor de uitvoering van de wet. Bij de Woo staan de volgende pijlers centraal:

25

Actieve openbaarmaking De Woo noemt 17 categorieën van informatie die actief openbaar moeten worden gemaakt. De ministeriële regeling “Actieve openbaarmaking Woo” beschrijft de wijze waarop deze openbaar gemaakt moeten worden. Deze regeling is opgedeeld in vier tranches. De eerste tranche, met daarin de uitwerking van de eerste vijf categorieën, is per 1 november 2024 in werking getreden. De overige drie tranches worden uitgewerkt. In de eerste helft van 2026 wordt meer duidelijk over de inwerkingtreding van deze categorieën verwacht. Passieve openbaarmaking Iedereen kan de ODZOB vragen om bepaalde informatie openbaar te maken via een zogenaamd Wooverzoek. Ook bij openbaarmaking op verzoek gaat de Woo ervan uit dat het belang van openbaarheid altijd geldt en alleen in uitzonderingsgevallen een bijzonder belang vóór openbaarmaking kan gaan. Concreet betekent dit dat een Woo-verzoek (of onderdelen daarvan) alleen kan (of kunnen) worden geweigerd wanneer een beschermd belang in het geding is. Voor wat betreft de verzoeken die de ODZOB zelf betreffen is de impact van de uitvoering van de Wet Open Overheid beperkt. Voor de uitvoering van de behandeling van verzoeken op de taakuitvoering voor de bevoegde gezagen daarentegen zien wij een toename in aantal en complexiteit van verzoeken.

Uitgangspunt is dat de bevoegde gezagen zelf (bestuurlijk) verantwoordelijk zijn voor de (juridische) coördinatie naar aanleiding van een Woo-verzoek. De rol van de ODZOB is de benodigde informatie aan te leveren. Alleen voor de provincie geldt dat de ODZOB een Woo-verzoek volledig afhandelt. Informatiehuishoudingsplicht Eén van de uitgangspunten van de Woo is dat de informatiehuishouding op orde is. De verbetering van de informatiehuishouding is bij de ODZOB niet nieuw. Jaarlijks worden stappen gezet, mede onder invloed van het zaakgericht werken en digitalisering. De Meerjaren ontwikkelaanpak bevat twee majeure projecten die invulling geven aan het geactualiseerde strategische informatiebeleidsplan.

26

5. Financiële begroting 5.1 Overzicht van baten en lasten Overzicht van bat en en last en

* bedragen x 1€ Realisatie 2025 Baten

Lasten

29.160.247

19.649.591

29.160.247

19.649.591

- Basistaken 1)

15.850.011

- Verzoektaken 2)

Begroting 2026 Saldo

Baten

Lasten

9.510.656

30.103.344

20.656.234

9.510.656

30.103.344

20.656.234

10.343.426

5.506.586

14.579.381

13.310.236

9.306.165

4.004.071

2.013.832

1.723.239

290.593

31.174.080

21.372.830

Begroting 2027 Saldo

Baten

Lasten

Saldo

9.447.110

31.424.764

22.069.869

9.447.110

31.424.764

22.069.869

9.354.895

10.004.042

4.575.339

14.822.649

10.410.068

4.412.581

15.523.963

10.652.192

4.871.771

16.602.115

11.659.801

4.942.314

2.102.094

1.634.895

467.199

2.099.857

1.657.933

441.924

9.801.250

32.205.438

22.291.129

9.914.309

33.524.621

23.727.802

9.796.819

Programma Programma Lokale dienstverlening Deelprogramma Opdrac hten

Programma Regionale samenwerking Totaal Programma's

9.354.895

Algemene dekkingsmiddelen

266.856

0

266.856

200.000

0

200.000

200.000

0

200.000

Overhead

287.134

9.739.405

-9.452.270

0

10.109.309

-10.109.309

0

10.648.747

-10.648.747

Heffing VPB

0

4.104

-4.104

0

5.000

-5.000

0

5.120

-5.120

Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves

0

0

0

0

0

0

0

0

0

31.728.070

31.116.339

611.731

32.405.438

32.405.438

0

33.724.621

34.381.669

-657.048

Toevoeging en ont t rekking reserves Mutatie reserves

329.007

329.007

0

0

0

657.048

0

657.048

Totaal toevoeging en onttrekking aan reserves

329.007

0

329.007

0

0

0

657.048

0

657.048

Saldo van baten en lasten na mutatie reserves

32.057.078

31.116.339

940.739

32.405.438

32.405.438

0

34.381.669

34.381.669

0

1)

De gerealiseerde baten 2025 zijn inclusief € 127.926 externe projectkosten.

2)

De gerealiseerde baten 2025 zijn inclusief € 580.194 externe projectkosten.

27

5.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten De baten van de ODZOB bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor werkzaamheden uit de individuele werkprogramma’s van de deelnemers en de deelnemersbijdragen voor de regionale samenwerking, waaronder het collectief programma. De door de ODZOB uitgevoerde activiteiten worden verrekend op basis van gerealiseerde uren tegen het toepasselijke tarief uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Daarnaast worden directe (project)kosten voor derden één op één doorbelast. De Begroting 2027 is, zoals gebruikelijk, gebaseerd op de meest recente ramingen uit werkprogramma’s (in dit geval: 2026) en de afzonderlijke onderdelen uit het programma regionale samenwerking (voor zover van toepassing). De werkprogramma’s zijn wel geactualiseerd op de al bekende ontwikkelingen in 2027. Samen met de deelnemers zijn eventuele extra opdrachten, welke in de loop van het jaar 2027 in opdracht worden gegeven, geprognosticeerd. Als laatste component is op basis van de realisatie in voorgaande jaren een voorzichtige inschatting gemaakt van de opdrachten die we bovenop de verstrekte en geprognosticeerde opdrachten ontvangen. De lasten bestaan voornamelijk uit personeel gerelateerde kosten, waaronder salarissen en kosten externe inhuur. In de kostenramingen is rekening gehouden met: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16854827/2