Bijlage 1d_Erfgoed uitgediept gemeente Veldhoven_Juli2025
Tekst van het document
-
Topografische kaarten TDN 2004: ANWB Topografische Atlas 1:25.000. Noord-Brabant. Den Haag, 2005 (2e druk);
-
Topografische kaarten divers 20e/ 21e eeuw via Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000);
-
Ontgrondingenkaart Provincie Noord-Brabant 1950-1998;
-
Veiligheidsrisicokaarten Zuidoost-Brabant voor grootschalige ondergrondse infrastructuur;
38
-
Bodemsaneringen en stortplaatsen Provincie Noord-Brabant (Bodemloket.nl en https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Stortplaatsen);
-
BAG bestanden;
-
Luchtfoto’s (oud en nieuw);
-
Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE);
-
Beschermde landgoederen en stads- en dorpsgezichten (RCE);
-
Rijks- en gemeentelijke monumenten (RCE en gemeente);
-
Archeologisch Informatiesysteem (Achis) (RCE);
-
Archeologische beleidsadvieskaart Veldhoven uit 2014;
-
Erfgoedkaarten Zuidoost-Brabant.
Het opsporen van cultuurhistorische waarden in het landschap leidde vaak naar mogelijke archeologische gegevens in de bodem. Door het samenvoegen van de informatie in één catalogus en op één kaart werd al snel de wisselwerking tussen de twee takken duidelijk. Bij het reconstrueren van het historisch landschap doken bijvoorbeeld plekken op die archeologisch interessant zijn, zoals oude voorden, omgrachte oude hoeven en schansen. Deze elementen zijn vervolgens in de archeologische verwachtingen- en waardenkaart verwerkt.
39
4 Archeologie De toelichting op de archeologie is te vinden in hoofdstuk 8 Archeologiebeleid Veldhoven 2025 van de Erfgoednota Stad van Vele Gezichten, gemeente Veldhoven 2025-2030.
40
5 Cultuurhistorische waarden
5.1 De waardering van cultuurhistorische elementen en structuren Voor de cultuurhistorische waardering is uitgegaan van (de relictstatus) van alle thema’s en subthema’s van het historisch landschap op de cultuurhistorische inventarisatiekaart. Deze relictinventarisatie is van belang voor het beheer van de nog resterende cultuurhistorische waarden en dient ook de mogelijkheid te scheppen met die waarden bij planontwikkeling op een verantwoorde wijze om te gaan. De aard van de "relicten" is heel verschillend. In het beste geval bestaat het object nog in volle glorie en heeft het nog zijn "oorspronkelijke" functie. Dit is uitzonderlijk en waardevol. Wel moet daarbij bedacht worden wat hier "oorspronkelijk" mag betekenen. Selectie en waardering van objecten en gebieden voor opname vanuit de cultuurhistorische inventarisatiekaart op de cultuurhistorische waardenkaart heeft plaatsgevonden op basis van de volgende kwaliteiten:
de beleefde kwaliteit met zichtbaarheid, herkenbaarheid en meegedragen herinneringen als waarderingscriteria;
de fysieke kwaliteit met gaafheid of authenticiteit als waarderingscriteria;
de inhoudelijke kwaliteit met als waarderingscriteria zeldzaamheid, informativiteit, samenhangendheid c.q. ensemblewaarde (binnen de archeologie en tussen de archeologie, historische geografie en/of historische bouwkunde) en representativiteit.
Hieronder volgt een toelichting op de waarderingscriteria onder de betreffende kwaliteiten. 1.
Beleefde kwaliteit De belevingswaarde van een object, element of landschap valt uiteen in twee criteria: ‘zichtbaarheid’ en ‘herinneringswaarde’. a. Cultuurhistorische waarden zijn soms helemaal niet zichtbaar voor wie in het landschap rondkijkt. Andere waarden springen direct in het oog, soms zelfs al op grote afstand. Bij het criterium zichtbaarheid staat de uiterlijke verschijningsvorm centraal, het gaat om aspecten als zichtbaarheid van landschap(selement), samenhang met andere (zichtbare) objecten/ monumenten of landschapselementen en de landschappelijke entourage. b. Herinnerbaarheid is de ‘herinnering’ die het object oproept over het verleden. Er zijn objecten die zijn verbonden met een levende herinnering aan het verleden. Het feit dat deze bestaat, duidt er veelal op dat het om een zichtbaar object gaat, maar dat is niet per definitie noodzakelijk. Ook een plaats zonder zichtbare overblijfselen kan als ’lieu de memoire’ voortleven. Daarbij zijn verschillende vormen te onderscheiden: -
Er is een categorie die direct verbonden is met historische gebeurtenissen of historische personen. Meestal zijn het objecten van relatief geringe ouderdom waaraan de herinnering altijd is blijven voortleven.
-
Een tweede categorie betreft objecten die niet zozeer met feitelijke historische gebeurtenissen zijn verbonden, maar die in de overlevering worden geassocieerd met sagen en legenden, waaraan een religieuze betekenis wordt toegekend, of die om andere redenen een rol spelen in de beleving van het landschap.
41
-
Een derde categorie betreft objecten die herinneren aan de vormingwijze van dorp of gehucht, meestal steunend op wetenschappelijke analyse.
2.
Fysieke kwaliteit De mate waarin objecten nog intact en in hun oorspronkelijke positie aanwezig zijn. Als een element de tand des tijds goed heeft doorstaan, dan is het waardevoller dan een vergelijkbaar element dat vervallen of incompleet is. Objecten die ooit bijzonder stijlzuiver ontstaan zijn (zoals gebouwen, tuinen, parken, ontginningen) en bovendien gaaf bewaard bleven; of objecten die, ongeacht stijlzuiverheid, in bijzondere mate van compleetheid bewaard bleven (bijvoorbeeld een boerderijcomplex waarvan alle gebouwen, erf en moestuin nog “klassiek” zijn); of die anderszins bijzonder typerend zijn voor het soort object of voor de streek. Binnen deze waarde wordt onderscheid gemaakt tussen de criteria gaafheid en conservering. a. Gaafheid: De mate van de gaafheid van het object en de stabiliteit van de fysieke omgeving. b. Authenticiteit: De mate waarin het object bewaard is gebleven.
3.
Inhoudelijke kwaliteit Bij de inhoudelijke kwaliteit gaat het om de volgende criteria: a. Zeldzaamheid: De mate waarin een bepaald type object schaars is (of is geworden) voor een periode of in de regio, maar ook wegens archeologische, aardkundige, cultuurhistorische, architectonische, bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid, eventueel verbonden aan een bijzondere ouderdom. Het gaat om objecten van een type of aard waarvan er maar weinig bekend en/of onderzocht zijn nationaal als op provinciaal of regionaal niveau (bijv. boerenschansen, fabriekjes van een bijzonder streekproduct). De beoordeling van zeldzaamheid berust op het huidige inzicht in de inhoud en samenstelling van het materiële erfgoed. Zeldzaamheid wordt beoordeeld als ‘laag’, indien in de betreffende regio nog een groot aantal vergelijkbare objecten uit dezelfde periode bewaard zijn gebleven die in een vergelijkbare of betere conditie verkeren. Zeldzaamheid wordt beoordeeld als ‘hoog’, indien het om een uniek object gaat of als er in de betreffende regio niet of nauwelijks vergelijkbare objecten bekend zijn. In de overige gevallen volgt een score als ‘midden’. b. Informatiewaarde: De betekenis van een object als bron van kennis over het verleden.
Informatiewaarde wordt bepaald door de mate waarin het object een bijdrage kan leveren aan nieuwe kennisvorming over het verleden (landschap, economie, architectuur, techniek, bestuur, etc…) binnen de regio. De informatiewaarde wordt mede bepaald door de ensemblewaarde. Er zijn verschillende soorten kennislacunes te onderscheiden, die al dan niet gecombineerd kunnen voorkomen, zoals gebieden waarvan relatief weinig gegevens bekend zijn; tijdvakken en/of perioden waarover we nog relatief slecht geïnformeerd zijn, typen objecten waarover we nog relatief slecht geïnformeerd zijn en inhoudelijke of thematische kennislacunes. c.
Samenhangendheid (of contextwaarde): De meerwaarde die aan een object wordt toegekend, als essentieel onderdeel van een groter geheel, dat archeologisch, aardkundig, cultuurhistorisch, architectonisch en/of stedenbouwkundig van lokaal, regionaal of (inter)nationaal belang is. Het gaat daarbij om de betekenis van het object (context) voor het aanzien van een straat, dorp of wijk, wegens de ontwikkeling van een streek/dorp, de wijze van inrichting of situering, wegens de hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing en de historisch ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of bodemgesteldheid. Extra waardevol zijn objecten die behouden zijn gebleven in het cultuurof natuurlandschap waarin ze zijn ontstaan (bijvoorbeeld resten van
42
ontginningsnederzettingen in het veengebied) of die nog steeds deel uitmaken van een min of meer gaaf ensemble. d. Representativiteit: De mate waarin een bepaald type object of terrein karakteristiek is voor een periode, functie, stijl of voor deze regio, danwel representatief is voor juist dit bepaalde type element of terrein (bijv. door zijn gaafheid, ligging, koppeling met landschap). Het zijn objecten die qua aard en periode een goede afspiegeling vormen van de verschillende fasen van de lokale/regionale bewoningsgeschiedenis (bijvoorbeeld: restanten van middeleeuwse domeinen, dorpen, gehuchten en ooit geïsoleerde hoeven; maar ook ontginningspatronen uit verschillende perioden). De waarde van het oordeel over de representativiteit neemt toe, naarmate meer informatie beschikbaar is over vergelijkbare objecten uit dezelfde periode en hetzelfde gebied. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in vier waarderingscategorieën (van laag, redelijk hoog, hoog tot zeer hoog) verdeeld en weergegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. De rijks- en gemeentelijke monumenten zijn bij deze waardering buiten beschouwing gelaten omdat deze al eerder gewaardeerd zijn. Dat geldt ook voor de cultuurhistorische ensembles en de aardkundig waardevolle gebieden.
De aardkundige waarden zijn overgenomen van de provinciale aardkundige waardenkaart waarbij reeds een waardering op provinciaal niveau is uitgevoerd. Voor de cultuurhistorische ensembles geldt dat ook deels. Hierin zijn de waardevolle cultuurhistorische vlakken van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart opgenomen en aangevuld met belangrijke cultuurhistorisch waardevolle gebieden in de gemeente Veldhoven. Van de bijna 2150 punten, lijnen en vlakken is een groot deel niet gewaardeerd vanwege de grote omvang van de aantallen en de onmogelijkheid om alle elementen op bovenstaande uitgebreide methode toe te passen. Dat gold vooral voor de vele vlakken bos en hei. Bij bosbouw gaat het bijvoorbeeld om bijna 730 overgebleven stukken bos. Deze gebieden zijn opgenomen op de cultuurhistorische waardenkaart onder historisch groen met een middelhoge waarde. Ook het ecologisch oude bos is onder historisch groen opgenomen, maar als hoge waarde.
43
Foto van de Heuvel in Zeelst in 1950 met de kerk op de achtergrond (bron: Stichting Zeelst Schrijft Geschiedenis).
5.2 Onderscheiden cultuurhistorische waarden Bij de cultuurhistorische waarden van de gemeente Veldhoven maken we onderscheid in de volgende gradaties: 1.
Beschermde rijksmonumenten.
2.
Beschermde gemeentelijke monumenten.
3.
Object of gebied met een zeer hoge cultuurhistorische waarde
4.
Object of gebied met een hoge cultuurhistorische waarde
5.
Object of gebied met een redelijk hoge cultuurhistorische waarde
1. Beschermde rijksmonumenten Het gaat hier om objecten of gebieden die door de Minister van OCW krachtens de Erfgoedwet zijn aangewezen als beschermd rijksmonument. Ze staan aangegeven in het landelijke register van Rijksmonumenten. Het gaat in Veldhoven om 27 gebouwde rijksmonumenten (zie hoofdstuk 1 van bijlage 3 Overzicht van waardevol cultureel erfgoed in de gemeente Veldhoven).
44
Villa ‘het Slot’ aan de Kruisstraat 23 in Zeelst is een rijksmonument (foto Monumenten.nl). 2. Beschermde gemeentelijke monumenten Dit betreft objecten of gebieden die door de gemeente krachtens de erfgoedverordening zijn aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. Ze staan aangegeven in het gemeentelijk register van monumenten. In Veldhoven betreft het één gebouwd gemeentelijk monument, namelijk de Jozeftoren in d’n Ekker (zie hoofdstuk 2 van bijlage 3 Overzicht van waardevol cultureel erfgoed in de gemeente Veldhoven).
45
De fiere Jozeftoren in de wijk d’Ekker (foto Eindhovens Dagblad). 3. Object of gebied met zeer hoge cultuurhistorische waarde Op basis van de bekende historische gegevens en/of de landschappelijke ligging zoals aangeduid op de gemeentelijke erfgoedkaart, kunnen deze objecten of gebieden gezien worden als belangrijke elementen van de (boven)regionale identiteit. De objecten en gebieden kunnen het beste beschermd worden via een aanduiding cultuurhistorie in het omgevingsplan, met hierop afgestemde maatwerkregels. De regels in omgevingsplannen, maar ook die rond vergunningen etc., dienen te bevorderen dat men de cultuurhistorie werkelijk als inspiratiebron gebruikt. Het valt te overwegen een aantal van deze terreinen in de toekomst op te nemen op de lijst van gemeentelijke monumenten (zie hoofdstuk 5 van bijlage 3 Overzicht van waardevol cultureel erfgoed in de gemeente Veldhoven). Het gaat bij de cultuurhistorisch waardevolle gebieden om 4 cultuurhistorische ensembles en 76 objecten (waaronder gebouwen, wegen en biotopen).
46
Zandpad en de Molenberg, gelegen in de jonge heideontginning Huismeer, een cultuurhistorisch vlak van provinciaal belang (foto P. Willekens, via Google Maps).
5.3 De opbouw van de cultuurhistorische waardenkaart Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn de in de gemeente aanwezige cultuurhistorische waarden aangegeven en verdeeld naar de volgende verschillende kaartlagen: 1) Historische bouwkunst 2) Historische stedenbouw 3) Cultuurhistorische ensembles 4) Historische zichtrelaties 5) Historische geografie 6) Historisch groen Een overzicht en beschrijving van de gebouwde rijks- en gemeentelijke monumenten en de ensembles is te vinden in bijlagen 3 en 5. Het gaat in totaal om 2147 punten, lijnen en vlakken die verder zijn onder te verdelen over de volgende thema’s uit de erfgoedkaart:
Thema Beemden Bestuurlijk Bosbouw Doorgaande wegen Gegraven waterlopen
Rijksmonume nt
Gemeenteli jk Zeer monument hoog
Hoog 2 2 12
Redelijk Eindtota hoog al 239 239 2 4 5 1048 1055 9 2 23 1
2
3
47
Gehuchten Grondstofwinning Hei Historische bouwkunst Industrieel Kerkelijk Lokale wegen Meubilair Militair Molens Ontginningssysteme n Oude akkers Restbossen Woonwijk Eindtotaal
5
20
25 1 2
1 2 18
2
51 3 17 118 55 2 2
27
70 33 2 390
7
26 7 6 12 1
1
64
3
3 76
1
95 10 31 194 56 2 4
292 1653
3 70 325 5 2147
Tabel 5: Overzicht van alle cultuurhistorische waarden (punt-lijn-vlak) verdeeld over de diverse thema’s uit de erfgoedkaart met de bijbehorende waarden. Hieronder wordt ingegaan op de inhoud van de kaartlagen historische bouwkunst, historische stedenbouw, historische zichtrelaties, historisch groen, historische geografie en cultuurhistorische ensembles. 5.3.1
Historische bouwkunst
Met historische bouwkunst worden ‘onroerende zaken’ bedoeld, zoals boerderijen, woonhuizen, kerken en fabrieken. Maar ook: heiligenbeelden, graven, dorpspomp, etc. Hieronder vallen de puntobjecten uit de thema’s historische bouwkunst, bestuurlijk, kerkelijk, industrieel, militair, molens en meubilair. Het gaat om een totaal van 151 gebouwen/objecten.
Thema en subthema Bestuurlijk grensmarkering Raadhuis Historische bouwkunst Boerderij Café Varia Villa Woonhuis Woonhuis met bedrijfsruimte Industrieel Brouwerij Fabrieksgebouw Fabrieksterrein Loods/pakhuis Smidse Weverij Kerkelijk begraafplaats heiligenbeeld Kapel Kerk Kloosterterrein
Rijksmonument
Gemeentelijk monument
18 10
5 3
Zeer hoog Hoog Eindtotaal 2 2 4 1 1 2 1 3 26 51 95 8 9 27 1 3 4 1 1 6 2 13 11 34 48
7 4 1 1 1 7
1
6
1 3
1
3 1
2 3 1 1
1 15 4 2 3 2
2 10 1 5 1 1 1 1 29 4 2 1 10 3 48
Pastorie Stokske wegkruis Meubilair Gedenkteken Kiosk school winkel Militair kazemat Molens Molenberg windmolen Eindtotaal
3
2
1
1 1 2 6 3 1 2
1
2 2 27
1
42
2 2 2 1 1 81
6 1 2 7 3 1 2 1 2 2 4 1 3 151
Tabel 6: Overzicht van de historische bouwkunst verdeeld over de diverse thema’s en subthema’s uit de erfgoedkaart met de bijbehorende waarden. Bij de historische bouwkunst wordt het grootste aantal vertegenwoordigd door de woonhuizen (48x), gevolgd door de boerderijen (27x). Opvallend hierbij is dat 37 % van de waardevolle boerderijen zijn aangewezen als rijksmonument. Dat percentage ligt bij de woonhuizen veel lager, namelijk net iets meer dan 6 %.
Rijksmonumentale boerderij aan de Paddevenweg 2 in Zandoerle (foto Erfgoedhuis Veldhoven). 5.3.2
Historische stedenbouw
Historische stedenbouw is de combinatie van de historisch gegroeide ruimtelijke structuur en de historische bebouwing. Het kan gaan om een buurtschap, dorp, lint of woonwijk (de thema’s woonwijk en gehuchten). Het gaat in Veldhoven om een totaal van 30 vlakken.
Thema en subthema Woonwijk Arbeidersbuurt woonwijk Gehuchten historisch buurtschap historisch dorp historisch lint Eindtotaal
Zeer hoog
Hoog 3 2 1 5
2 1 1 20
8
20 22
1 4
Eindtotaa l 5 3 2 25 1 4 20 30
49
Tabel 7: Overzicht van de historische stedenbouw verdeeld over de diverse thema’s en subthema’s uit de erfgoedkaart met de bijbehorende waarden. Het grootste aandeel wordt ingenomen door de historische gehuchten en huizengroepen, waarvan een aantal een zeer hoge waardering heeft gekregen zoals Zand-Oerle. Voor de dorpen en gehuchten zijn de contouren van de bebouwing uit 1830 als uitgangspunt genomen. Bij de woonwijken zijn woningen aan de Broekweg, Heuvelstraat en Schoolstraat in Veldhoven als hoog waardevol opgenomen. Ook de uitbreidingswijk d’Ekker is een hoge waarde toegekend. Dit geldt ook voor de bijzondere woonwijk Borghoutspark, waarvan de huizen in de Tweede Wereldoorlog oorspronkelijk een kamp voor op Welschap gelegerde Duitse piloten en officieren vormden.
Zicht op Borghoutspark met rechts een van de bijzondere woningen (foto www.veldhovensweekblad.nl). 5.3.3
Historische zichtrelaties
Onder historische zichtrelaties vallen in de gemeente Veldhoven de molenbiotopen rond molen De Adriaan, de Zilster molen en de Sint Jan Windmolen (deels overgenomen van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant 2024). Verder zijn twee zichtlijnen aangegeven die nog een open doorzicht geven op de kerktoren en de open akker van Oerle.
50
De Zilster Molen uit 1858 aan de Kapelstraat-Noord 142 in Veldhoven (foto De Hollandsche Molen). 5.3.4
Historisch groen
De groenelementen en structuren zijn veelal door ingrepen van de mens ontstaan. Meestal zijn deze omwille van de functionaliteit ontstaan, denk maar aan houtwallen, ontginningsbossen en bomenrijen. Vaak worden deze nu als natuur beschouwd. Daarnaast zijn er ook groenelementen die uit esthetische/culturele overwegingen zijn ontstaan, zo kennen we diverse parken, pastorietuinen en bepaalde solitaire bomen. Beide groepen vormen het levend erfgoed van de gemeente. Onder historisch groen vallen punten en vlakken van de thema’s meubilair (bijzondere bomen), doorgaande wegen (laanbeplanting), kerkelijk (pastorietuin, kloosterpark en kerkhof), restbos en bosbouw, onderverdeeld naar de waarden zeer hoog, hoog en redelijk hoog. Het gaat om een totaal van 1436 objecten en vlakken. Het historisch groen is verder aangevuld met ecologisch oude bosstructuren. Het ecologisch oud bos inclusief struiken is geïnventariseerd door Bert Maes en de bijzondere bomen onder meer door de Bomenstichting. Thema en subthema Bosbouw 1900-1930 1750-1850 1850-1900 Doorgaaande wegen Laanbeplanting Doorgaande wegen Laanbeplanting Kerkelijk Religieus groen Meubilair Bijzondere boom Restbossen Ecologisch oud bos Ecologische struiken Restbos Eindtotaal
Zeer hoog
Hoog 2 2
1 1
3
redelijk hoog Eindtotaal 1048 1055 418 425 352 352 278 278 2 1 3 2 1 3 1 2 1 2 2 2 2 2 49 49 49 49 33 292 325 22 22 33 33 270 270 91 1342 1436 5 5
Tabel 8: Overzicht van het historisch groen verdeeld over de diverse thema’s en subthema’s uit de erfgoedkaart met de bijbehorende waarden. 51
Historisch groen op de begraafplaats achter de kerk van Meerhoven. In het aangrenzende processiepark staan onder andere fraaie lindebomen, platanen, esdoorns, Amerikaanse eiken en een beuk (foto Martily-Media via Veldhovensweekblad.nl). 5.3.5
Historische geografie
Historische geografie is de ruimtelijke neerslag van de aanpassingen die de mens in de loop der eeuwen heeft gedaan aan de natuurlijke omgeving. Voorbeelden zijn oude akkercomplexen (“bolle akkers” met plaggendekken), landgoederen, militaire en kerkelijke complexen, ontginningssystemen, patronen van wegen en waterlopen. Het hedendaagse Brabantse landschap is het historisch gegroeide resultaat van een eeuwenlange ontwikkeling. Deze kaartlaag bevat een selectie van de gebieden die deze historisch groei nog goed illustreren. Hieronder vallen de lijnen en vlakken uit de thema’s grondstofwinning, gegraven waterlopen, akkers, heide, beemden, ontginningssystemen, lokale en doorgaande wegen. In deze laag onderscheiden we de waarden zeer hoog, hoog en redelijk hoog. Het gaat om een totaal van 530 lijnen en vlakken. Thema en subthema Beemden Hooiland Doorgaande wegen Doorgaande weg Plein Gegraven waterlopen gracht sloot Grondstofwinning Zandwinput Hei Hei in 1840 Lokale wegen Lokale wegen Ontginningssystemen Heideontginning Oude akkers akkerwal open akker Eindtotaal
Zeer hoog
Hoog
11 10 1
7 6 1 1 1
12 12
118 118
23
70 38 32 196
Redelijk hoog Eindtotaal 239 239 239 239 18 16 2 2 3 1 2 2 1 1 1 1 2 2 2 2 64 194 64 194 3 3 3 3 70 38 32 311 530
Tabel 9: Overzicht van de historische geografie verdeeld over de diverse thema’s en subthema’s uit de erfgoedkaart met de bijbehorende waarden.
52
Het wegenpatroon, de beemden en de akkers springen in de historische geografie naar voren. Deze komen nog voor een heel groot deel overeen met de situatie van voor 1830. Het zandlandschap werd van oudsher voornamelijk gekenmerkt door kleinschaligheid. Het gebied was slecht ontsloten; grotendeels onverharde wegen volgden de randen van de akkers en beeklopen. Hei tot aan de horizon, akkers en driesen als eilandjes daarin, boerderijen lagen in groepjes dicht bij de akkers. Veldhoven ontwikkeld zich pas in de jaren 1965-1975 tot een grootschaliger, beter ontsloten en eenvormiger landschap waarin veehouderijondernemingen met eenvormige vrijstaande stallen met golfplaten daken, silo's en verharde erven het gezicht bepalen in het buitengebied en woonwijken steeds verder oud akkergebied opslokken. Ruilverkavelingen, de aanleg van sloten voor drainagesystemen en infrastructuur hebben nieuwe rechte lijnen door het landschap getrokken. De infrastructuur veroorzaakt bovendien versnippering van het landschap. Fabriekssilhouetten, repeterende woningstroken, lintbebouwing kenmerken vanaf de jaren '30 van de twintigste eeuw het landschap.
De akkers en weiden ten westen van Veldhoven, waar inmiddels de nieuwe wijk Zilverackers is verrezen (Foto R. Otter, 2017, Eindhovens Dagblad). 5.3.6
Cultuurhistorische ensembles
De waardering van de cultuurhistorie gaat uit van losse elementen en van ensembles. Ensembles zijn groepen van historisch landschappelijke elementen die een nauwe samenhang hebben. Ze vormen een tegenwicht tegen de atomisering die bij dit soort inventarisaties steeds dreigt: losse puntjes, lijntjes en vlakjes. Een “open akker” is zo’n ensemble: een open aaneen gesloten landschap met akkers, percelen, steilranden, zandpaden, akkerwallen en aansluiting op de bijbehorende gehuchten en linten, met soms een plein, poel en/of hekwerk. In de inventarisatie kan dat wel een tiental objecten betreffen. Hetzelfde geldt voor een landgoed: een centraal huis met siertuin, moestuin, vijver, park, boerderijen, lanen en dreven, een stuk bos en misschien enkele “follies”: 53
verrassende sierelementen. Het ensemble van dat landgoed vat dat alles weer samen zoals het ook bedoeld is en functioneerde, namelijk als een echt landgoed. Ensembles kunnen zowel bestaan uit meerdere gebouwen die tot een geheel horen zoals een klooster of landgoed, maar het kan ook gaan om één element. Zo'n "element" is dan een ensemble op zich, terwijl elders een ensemble uit een rij apart genoemde elementen is opgebouwd. In Veldhoven gaat het om vier vlakken van provinciaal belang zoals aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant uit 2024 (Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024). De provincie ziet dit Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. Het provinciale beleid voor deze vlakken is gericht op behoud en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en zijn dan ook opgenomen in de omgevingsverordening van Noord-Brabant. De cultuurhistorische vlakken zijn in de omgevingsverordening Noord-Brabant voorzien van instructieregels. Bij de beschrijving (algemeen en specifiek) staan de waarden en kenmerken beschreven die van provinciaal belang zijn.
Overzicht van de cultuurhistorische vlakken (in bruin) in Veldhoven, die de provincie heeft aangeduid op de Cultuurhistorische Waardenkaart 2024 en opgenomen zijn in de omgevingsverordening van Noord-Brabant. De cultuurhistorische ensembles zijn apart op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduid en worden in hoofdstuk 3 van bijlage 2 afzonderlijk beschreven.
54
Provinciaal Uniek nr.
Naam ensemble
Typering
Akkercomplex Zandoerle
Oud zandlandschap
13.001 13.002
vlak
Oerle-Knegsel
KZ02
Beekdal van de Dommel
Dommeldal
DO31
Jonge heideontginning Huismeer
Oud zandlandschap
13.003
Oerle-Knegsel Jonge heidebebossing Toterfout, Halfmijl
13.004
KZ03
Oud zandlandschap Oerle-Knegsel
KZ01
Tabel 10: Overzicht van de ensembles die opgenomen zijn in de Cultuurhistorische waardenkaart van Veldhoven.
De Jonge heidebebossing Toterfout, Halfmijl is één van de vier cultuurhistorisch waardevolle gebieden van provinciaal belang (foto https://www.klikprintenwandel.nl/wandelroutes/naar-degrafheuvels-toterfout-halfmijl/).
5.4 Beperkingen van de cultuurhistoriekaart De waardering van cultuurhistorische elementen en structuren is moeilijk objectief uit te voeren. Een fraai voorbeeld van de moeilijkheid om bijvoorbeeld gaafheid te beoordelen is de “open akker”. In Veldhoven zijn de open akkers meestal ook nu bijzonder "open". Ook is de archeologische inhoud in de regel nog redelijk bewaard. In die zin zijn ze "gaaf". Maar het contrast van de openheid met de niet-open omgeving van het kampenlandschap is verdwenen omdat veel heggen en boomrijen opgeruimd zijn. Ook van de verkaveling is na de eerdere ruilverkaveling veelal niets meer overgebleven, op een enkel toevallig lijntje na misschien. Vanuit die standpunten gezien zijn ze "vervallen of verregaand incompleet". Samen komt dat dan uit op de gemiddelde waardering. Bij de "permanente bossen" kan de mate van gaafheid of volledigheid pas na gericht nader onderzoek vastgesteld worden. Bij de bossen en bosjes moet nagegaan worden of de vegetatie en fauna inderdaad de waarde hebben die dergelijke "oude" bossen en bosjes in potentie kunnen hebben. In dit geval kan het beste de veilige optie gevolgd worden: plek niet aantasten tenzij aangetoond is dat de in potentie aanwezige waarden in feite ontbreken. 55
De waardering gaat uit van losse elementen. Die elementen hebben vaak een zekere samenhang, die hier via het begrip “ensemble” tot uiting wordt gebracht. Meestal liggen de elementen van een “ensemble” bij elkaar, soms strekt een ensemble zich ver uit. Een andere keuze betreft de waardering van afzonderlijke gebouwen. Ook hier prevaleert de samenhang boven het losse element. Een architectonisch niet bijzonder boerderijgebouw kan toch hoog scoren omdat het een om een of andere reden belangrijke boerderij (geweest) is en de boerderij als zodanig wel als kenmerkend voor de streek aangemerkt kan worden. De kaart is niet uitputtend en nog zeker niet volledig. Dat was ook niet de bedoeling: de voortdurende dynamiek van de ruimtelijke ontwikkeling stuurt de metamorfose van inhoud en vorm van de kaart. De gemeente zal hier rekening mee moeten houden en middelen reserveren om actualiteit, continuïteit en efficiëntie van de kaart te waarborgen. Met enige regelmaat zal een herziene, actuele versie van de waardenkaart worden uitgezet in het veld. U kunt hierin ook een rol van betekenis spelen door ons te blijven informeren over ontbrekende dan wel foutief vermelde zaken, opdat iedere volgende versie van de waardenkaart vollediger en actueler is dan zijn voorganger.
Museum ’t Oude Slot in Zeelst (foto IVN Veldhoven).
56
6 Literatuur Adriaenssen, L., 2007: Staatsvormend geweld. Overleven aan de frontlinies in de meierij van Den Bosch, 1572-1629, Tilburg. Arts, N., 2020: Stad en platteland op het zand. Een archeologische biografie van landschappen en samenlevingen in de Kempen 1100-1650, Eindhoven. Arts, N., H. Stoepker, F. Theuws e.a, 2008: De Middeleeuwen en Vroegmoderne tijd in ZuidNederland, Amersfoort (NOaA hoofdstuk 22). Asseldonk, M. v., 2002: De Meierij van ’s-Hertogenbosch. De evolutie van plaatselijk bestuur, bestuurlijke indeling en dorpsgrenzen circa 1200-1832, Tilburg. Ball, E.A.G. & R. Janssen (red.), 2018: Drieduizend jaar bewoningsgeschiedenis van oostelijk NoordBrabant Synthetiserend onderzoek naar locatiekeuze en bewoningsdynamiek tussen 1500 v.Chr. en 1500 n.Chr. op basis van archeologisch onderzoek in het Malta-tijdperk (Nederlandse Archeologische Rapporten 61), Amersfoort. Beex, G., 1968: Archeologisch overzicht der gemeente Veldhoven, Brabants Heem 20, 110-123. Berkvens, R. & K. Leenders 2008: Oude Brabantse Akkers, met een focus op de omgeving van Breda, in: J. van Doesburg, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoudt & T. de Groot, Essen in Zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid, Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 34), 161-192. Berkvens, R., K.A.H.W. Leenders, J. Bosman, M.D. Wagemans, E. Wijnen, V. Mes, M. v. Moolenbroek, E. Drenth, H.
v.d. Laarschot & J. Schotten, 2011: Kempisch erfgoed in beeld. Een regionale erfgoedkaart voor de Kempen- en A2 gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot, Reusel-De Mierden, Waalre, Valkenswaard, Cranendonck en Heeze-Leende, Eindhoven (SRE Milieudienst). Bijnen, J, 1985: Een omgracht woongebied van middeleeuwse adel te oerle, in: J. Slofstra / H.H. van Regteren Altena / F. Theuws (eds.), 1985: Het Kempenproject 2. Een regionaal-archeologisch onderzoek in uitvoering, (Bijdragen tot de studie van het Brabantse Heem 27), Waalre, 67-75. Bijnen, J., 1994: ‘De Oude Kerkhof’ in d’Ekker te Veldhoven. Een archeologische verkenning, Veldhoven. Bijnen, J., 20073 (2005): Veldhoven. 4000 jaar geschiedenis van Oerle, Meerveldhoven, Veldhoven en Zeelst, Veldhoven. Bijnen, J.F.C.M. / Lijten, J.P.J., 1999: De St. Lambertuskerk aan de Polkestraat te Meerveldhoven, een geschiedkundig onderzoek, Veldhoven. Bijsterveld, A.J., 2009: Maakbaar Erfgoed. Perspectieven op regionale geschiedenis, cultureel erfgoed en identiteit in Noord-Brabant, Tilburg. Coenen, J., 2006: Veldhoven. Van Toterfout tot heden. Een overzicht van de geschiedenis van Veldhoven, Meerveldhoven, Oerle en Zeelst, Veldhoven. 57
Deeben, J., D.P. Hallewas, P.C. Vos en W. van Zijverden, 2005: Paleogeografie en landschapsgenese (NOaA hoofdstuk 8, versie 1.0). Deeben, J., H. Peeters, D. Raemaekers, E. Rensink en L Verhart, 2006: De vroege prehistorie (NOaA hoofdstuk 11). Doesburg, J., O. Brinkkemper, F.T.S. Brounen, M.C. Houkes, I.M.M. van der Jagt, B.J.M. Jansen, M.A. Lascaris, E. Romeijn, M. Snoek & B.P Speleers. 2019: Archeologie op de Kaart. Analyse van gemeentelijke archeologische en cultuurhistorische (verwachtings)waardekaarten in vier pilotgebieden verspreid over Nederland, Amersfoort. Enckevort, H. van, 2012: Gebundelde sporen: enkele kanttekeningen bij aardewerk en nederzettingen uit Romeins Nederland, Leiden (proefschrift Universiteit Leiden). Van Enckevort, H., J. Hendriks en M. Nicasie, 2017: Nieuw licht op donkere eeuwen. De overgang van de laat-Romeinse tijd naar de vroege middeleeuwen in Zuid-Nederland (NAR 58), Amersfoort. Enckevort, H. van, T. de Groot, H. Hiddink en W. Vos 2008: De Romeinse tijd in het MiddenNederlandse rivierengebied en het Zuid-Nederlands dekzand- en lössgebied (NOaA hoofdstuk 18). Fokkens, H. & R. Jansen (red.), 2002: 2000 jaar bewoningsdynamiek. Brons- en ijzertijdbewoning in het Maas-Demer-Scheldegebied, Leiden, 1-22. Fokkens, H., Steffens, B.J.W.
and van As, S.F.M., 2016: Farmers, fishers, fowlers, hunters.Knowlegde generated by development-led archaeology about the Late Neolithic, Early Bronze and the start of the Middle Bronze Age (2850 - 1500 cal BC) in the Netherlands (Nederlandse Archeologische Rapporten 53), Amersfoort. Fontijn, D., 2001/2002: Sacrificial Landscapes. Cultural Biographies of Persons, Objects and Natural Places in the Bronze Age of the Southern Netherlands, c. 2300-600 BC (= Analecta Praehistorica Leidensia, 33/340), Leiden. Gerritsen, F., 2003: Local Identities. Landscape and community in the late prehistoric MeuseDemer-Scheldt region (Amsterdam Archaeological Studies 9), Amsterdam Gerritsen, F., P. Jongste & L. Theunissen, 2006: De late prehistorie in Noord-, Oost- en ZuidNederland en het rivierengebied (NOaA hoofdstuk 17). Gerritsen, F. & E. Rensink (red.), 2004: Beekdallandschappen in archeologisch perspectief. Een kwestie van onderzoek en monumentenzorg (NAR 28), Amersfoort. Ginkel, E. van / L. Theunissen, 2009: Onder heide en akkers. De archeologie van Noord-Brabant tot 1200, Utrecht. Glasbergen, W., 1954a: Barrow excavations in the Eighth Beatitudes. The Bronze Age cemetery between Toterfout and Halve Mijl, North Brabant 1. The excavations, Paleohistoria 2, 1-134. Glasbergen, W., 1954b: Barrow excavations in the Eighth Beatitudes.
The Bronze Age cemetery between Toterfout and Halve Mijl, North Brabant 1. The Implications, Paleohistoria 3, 1-204. 58
Hartog, C. den, 2004: Peelland: de lange-termijngeschiedenis van een wegenpatroon, Amsterdam (Vrije Universiteit). Hiddink, H.A., 2003: Het grafritueel in de Late IJzertijd en Romeinse tijd in het Maas-DemerScheldegebied, in het bijzonder van twee grafvelden bij Weert (ZAR 11)., Amsterdam. Hiddink, H.A. & J. Renes 2007: De oude akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van Limburg, in: J. van Doesburg, M. de Boer, J.H.C. Deeben, B.J. Groenewoudt & T. de Groot (red.), Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland. Onderzoek en beleid, Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 34), 129-159. Huijbers, A.M.J.H. 2007: Metaforiseringen in beweging. Boeren en hun gebouwde omgeving in de Volle Middeleeuwen in het Maas-Demer-Scheldegebied, Amsterdam. Kalshoven, M.J., 2007: De Romeinse site te Veldhoven-Koningshof, Amsterdam (ongepubliceerde bachelorscriptie Vrije Universiteit Amsterdam). Kampen, J. van & V. van den Brink, 2013: Archeologisch onderzoek op de Habraken te Veldhoven. Twee unieke nederzettingen uit het Laat Neolithicum en de Midden Bronstijd en een erf uit de Volle Middeleeuwen (Zuidnederlandse Archeologische Rapporten 52), Amsterdam. Kolen, J. et al., 2004: Biografie van Peelland. De cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS) van Peelland. Toelichting bij de kaart. Zuid-Nederlandse Archeologische Rapporten 13.
Archeologisch Centrum Vrije Universteit, Amsterdam. Kolen, J., 2009: De beekdalen van Peelland: achtergronden en uitgangspunten voor archeologisch onderzoek (notitie Biografie van Peelland project, Stichting Archeologisch Samenwerkingsverband). Kolen, J., H. v.d.d Laarschot & G. Box, 2004: Beekdalen en hun cultuurgeschiedenis: Peelland, in: F. Gerritsen & E. Rensink, Beekdallandschappen in archeologisch perspectief. Een kwestie van onderzoek en monumentenzorg (Nederlandse Archeologische Rapporten 28), Amersfoort, 35-56. Modderman P.J.R. / L.P. Louwe Kooijmans, 1966: The Heibloem. A cemetry from the late bronze age and early iron age between Veldhoven and Steensel. Prov. Noord-Brabant. (Analecta Praehistorica Leidensia II),9-26. Renes, H., 2004. Beekdalen, bewoning en wegenpatronen. In: Gerritsen, F. & E. Rensink, 2004. Beekdallandschappen in archeologisch perspectief. Een kwestie van onderzoek en monumentenzorg (Nederlandse Archeologische Rapporten 28), Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort. Roymans. J.A.M., 2008: Herinrichting Raamsloop te Mispeleind, gemeente Reusel-de Mierden : archeologische begeleiding van de grondwerkzaamheden. RAAP rapport 1686 (Amsterdam). Roymans, J., 2005. Een cultuurhistorisch verwachtingsmodel voor Brabantse beekdallandschappen: een 59
mogelijke toekomst voor het verleden van de beekdalen (Onuitgegeven scriptie Vrije Universiteit), Amsterdam. Roymans, J.A.M. & N. Sprengers 2012: Tien bronzen bijlen bij een Romeinse dam. Herinrichting beekdal Kleine Beerze, deeltraject Hoogeloon-Vessem, Gemeenten Bladel en Eersel. Resultaten archeologische begeleiding en opgraving, Weesp (RAAP-rapport 2537) Roymans, N. & F. Theuws 1991 (eds.), Images of the past. Studies on ancient societies in NorthWestern Europe, Amsterdam (Studies in prae- en protohistorie 7). Schabbink, M. (red.), 2015: Vier eeuwen boeren Synthese Oogst voor Malta onderzoek: Archeologische sporen van boerderijen en erven 1250-1650 (NAR 49), Amersfoort. Spek, Th., 2004: Het Drentse esdorpenlandschap. Een historisch-geografische studie, Utrecht Theunissen, E.M., 1999: Midden-Bronstijdsamenlevingen in het zuiden van de Lage Landen. Een evaluatie van het begrip ‘Hilversum-cultuur’, Leiden. Theunissen, E.M., J.W. de Kort, W. Derickx en M. van der Heiden, 2018: Cirkelen rond heuvels. Over beheer en behoud van het grafeuvellandschap tussen Toterfout en Halfmijl (gemeente Veldhoven) (Rapportage Archeologische Monumentenzorg nr. 248), Amersfoort. Theuws, F.C.W.J., 1988: De archeologie van de periferie. Studies naar de ontwikkeling van bewoning en samenleving in het Maas-Schelde-Demergebied in de vroege middeleeuwen, Amsterdam.
Theuws, F., 1989: Middeleeuwse parochiecentra in de Kempen 1000-1350, in: A. Veroeven & F. Theuws (red.), Het Kempenproject 3. De Middeleeuwen Centraal (Bijdragen tot de studie van het Brabantse Heem deel 33), Waalre. Theuws & N. Roymans (eds.), 1999: Land and Ancestors. Cultural dynamics in the Urnfield period and the Middle Ages in the Southern Netherlands, Amsterdam (Amsterdam Archaeological Studies 4), 241-308. Theuws, F. / N. Roymans, 2009: Veldhoven-Zilverackers. Cultuur en Landschap van Verleden Gemeenschappen. Een wetenschappelijk onderzoekskader ten behoeve van de archeologie in het plangebied. Uitwerking deelaspect: Kaders voor de proefsleuvencampagne Zilverackers-Noord, Amsterdam (intern document). Theuws, F. / M. van der Heiden (eds.), 2011: De archeologie van de Brabantse akkers, Amsterdam. Tol, A.J. e.a., 2017: Tussen Aarlese weg en Broekstraat. Archeologisch onderzoek van een historisch cultuurlandschap in Aarle, gemeente Best (Archol rapport 280), Leiden. Tump, M., 2008: Nederwetten-De Esrand (gemeente Nuenen,Gerwen en Nederwetten). Opgraving. BAAC-Rapport A-08.0378 (Den Bosch). Verhart, L.B.M., 2000: Times fade away. The neolithization of the southern Netherlands in an anthropological and geographical perspective (Archaeological Studies Leiden University 60), Leiden 2000. 60
Verspay, J.P.W., 2007: Onzichtbare erven. Het Brabantse platteland in de Late Middeleeuwen, Diemen. Verspay, J.P.W., A.M.J.H. Huijbers, H. van Londen, J. Renes & J. Symonds, 2018: Village Formation in the Netherlands during the Middle Ages (AD 800 – 1600). An assessment of recent excavations and a path to progress (NAR 56), Amersfoort. Verwers, W.J.H., 1973: A merovingian cemetery in Veldhoven, province of North-Brabant, Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek 23, 315-335. Verwers, W.J.H., 1978: North Brabant in Roman and Early-Medieval Times III: The Merovingian Cemetery of Meerveldhoven (mun. of Veldhoven), Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek 28, 251-307. Water A. van de, F.P. Kortlang, M. van der Weel & T. Hos, 2014: De Archeologiekaart van Veldhoven. Een archeologische waarden- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Veldhoven (2 delen). ArchAeO-rapport 1402. Zalinge Spooren, L. van. Gemeint en gemeenschap. Jaargeboden in Peelland, circa 1300 - 1795. Tilburg - Hilversum (Stichting ZHC en Verloren), 2018. Zeelst Schrijft Geschiedenis, 2005: Kadastrale Atlas van de gemeenten Oerle Veldhoven Zeelst in 1832, Eindhoven.
61