CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_Stad van vele gezichten 1 augustus 2025

Raad (besluitvormend) 9 september 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen actualisatie Erfgoedbeleid11.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

VNG, Federatie Ruimtelijke kwaliteit en RCE, 2020: Handreiking met richtlijnen Adviescommissies. Voordt - Pieck, L. van der, M. Kuijl. Kaart der provincie Noord-Brabant, bestaande uit 12 bladen met verzamelings-kaart, volgens de opmetingen van het kadaster. - (S.l.=Maastricht): Geographisch Etablissement van F. Desterbecq, 1842. - 1 deel (ongepagineerd).; plano, In portefeuille. Eigen Haard Goud Waard Onderzoek ErfgoedWaarden Veldhoven Van Toterfout tot heden Websites: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/ https://www.omgevingswetportaal.nl/wet-en-regelgeving/wet https://www.cultureelerfgoed.nl/ https://www.Stichtingerm.nl Rijksdienst voor Overheid en Erfgoed (www.inspectie-oe.nl/ Erfgoedhuis Veldhoven; het geheim van Veldhoven ASML

34

8 Archeologiebeleid Veldhoven 2025 8.1

Inleiding

De omgang met het archeologisch erfgoed is tegenwoordig wettelijk geregeld in de Erfgoedwet (2016) en de Omgevingswet (2024). Gemeenten hebben volgens deze wetten een archeologische zorgplicht. Initiatiefnemers (opdrachtgevers) van ruimtelijke projecten waarbij de bodem wordt verstoord, zijn verplicht rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische overblijfselen als een bestemmingsplan of omgevingsplan dat voorschrijft. De kosten van archeologisch onderzoek, uit te voeren door gecertificeerde archeologische onderzoeksbureaus, zijn in de regel voor rekening van de initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling. Dit principe is vastgelegd in de Erfgoedwet. De archeologische voorschriften worden vastgelegd in de verbeelding en planregels van het omgevingsplan. Er zijn diverse vormen van archeologisch onderzoek op het land: van inventariserend- en waarderend vooronderzoek tot een opgraving. Duurzaam behoud van de archeologische resten (monumenten) in de bodem heeft de voorkeur, maar is bij veel ontwikkelingen vaak moeilijk te realiseren. Vrijwel alle Nederlandse gemeenten hebben tegenwoordig een eigen archeologiebeleid. De basis daarvoor vormt een wetenschappelijk onderbouwde archeologische waarden- en verwachtingenkaart en een daaruit afgeleide archeologische beleidskaart.

De gemeente Veldhoven heeft sinds 2008 haar eigen archeologiebeleid dat op deze basisprincipes is geënt. Dit beleid is nu geactualiseerd en “Erfgoedwet- en omgevingswet-proof” gemaakt.

Zilverackers 2009: Proefsleuvenonderzoek op grote schaal. Inmiddels is dit agrarisch gebied grotendeels bebouwd met de woonwijken Huysackers en negen ‘Buurten’ van het Kransackerdorp.

35

begrippenkader Wat is archeologie? Archeologie is de wetenschap die alle aspecten van samenlevingen uit het verleden bestudeert aan de hand van de materiële resten die de mens in het verleden heeft achtergelaten in- en op de bodem. Materiële resten zijn niet alleen de artefacten (door mens gemaakte voorwerpen), maar ook zaken als spit- en graafsporen, opgevulde kuilen, waterputten, paalsporen en fundamenten van huizen en nederzettingen, grafvelden, akkerlagen (cultuurlagen), ophogingslagen, botanisch materiaal (zaden, vruchten, pollen) enzovoort. Kortom, alles wat de mens heeft gebruikt, gemaakt, aangepast of veranderd en heeft achtergelaten. 99% van de archeologische resten in Nederland ligt verborgen onder de grond, vanaf een diepte die kan variëren vanaf maaiveld, enkele decimeters onder het maaiveld, tot vele meters diep. We noemen deze in de grond bewaarde resten het bodemarchief. Het deel dat niet aan het zicht is onttrokken bestaat bijvoorbeeld uit grafheuvels, hunebedden, kastelen, kerken, grachten, aardwerken, wallen, terpen en dergelijke. Het object van onderzoek van de archeoloog gaat dus vooral om dit bodemarchief met relicten van de mensen uit het verleden. In de praktijk gaat het dan meestal om archeologische resten van, laten we zeggen, vóór ca.

1900, maar tegenwoordig worden bijvoorbeeld ook relicten uit de Tweede Wereldoorlog geschaard onder erfgoed en worden vondsten uit die periode gezien en behandeld als archeologische bodemvondsten. Dinosaurussen en fossielen van vaak vele miljoenen jaren oud, zijn dus geen onderwerp van onderzoek door een archeoloog, want toen bestond de mens nog niet. Het bestuderen daarvan is het vakgebied van de paleontoloog. .

8.2

Veldhoven en haar archeologiebeleid sinds 2008

Tot 1 juli 2016 was het grootste deel van de regelgeving over onroerend erfgoed (het archeologisch bodemarchief, gebouwde en aangelegde monumenten en cultuurlandschappen) wettelijk vastgelegd in de Monumentenwet 1988 en andere gerelateerde wetten. 9 Met name de herziening van de Monumentenwet 1988 door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007), betekende voor de Nederlandse gemeenten dat de omgang met het archeologisch erfgoed in het gemeentelijke vergunningenstelsel goed geborgd moest zijn. De meeste gemeenten, waaronder Veldhoven, zijn dan ook al rond 2007 voortvarend aan de slag gegaan met de borging van het archeologisch erfgoed in het vergunningenstelsel, waarbij het ‘Malta’-principe van ‘de verstoorder betaalt’ wettelijk werd vastgelegd.10 Dit was niet alleen van belang voor het archeologisch erfgoed zélf, maar zeker ook om te voorkomen dat bouwwerkzaamheden stil kwamen te liggen vanwege het aantreffen van vondsten die door het ontbreken van inzichten niet waren voorzien. In zo’n geval liep een gemeente immers zélf het risico financieel de rekening gepresenteerd te krijgen voor de economische schade!

9 De Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007), de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 10 Het Verdrag van Valletta of Malta is mede door Nederland in 1992 ondertekend, om uiteindelijk in 2007 middels wetgeving te worden geïmplementeerd.

36

In 2009 zijn het archeologiebeleid en de beleidskaart vastgesteld om vervolgens als een paraplubestemmingsplan voor alle vigerende en nieuwe bestemmingsplannen te gaan gelden.11 Tussen 2012-2013 is op verzoek van de gemeente Veldhoven het archeologische verwachtingsmodel verfijnd en is de beleidskaart geactualiseerd. Dit had onder meer te maken met de resultaten uit de grootschalige onderzoeken in het ontwikkelingsgebied Zilverackers, maar ook met het ontbreken in de eerste kaart van een goed inzicht in gebieden waar geen archeologische resten meer te verwachten waren. Deze kaartaanpassing was het resultaat van een uitgebreid, gemeentedekkend, archeologisch bureauonderzoek dat resulteerde in een herziene beleidsadvieskaart. Nieuwe bestemmingsplannen werden daarom vanaf 2013 getoetst aan deze ‘nieuwe’ beleidsadvieskaart (zie afbeelding volgende pagina). Sinds 2008 zijn in de gemeente Veldhoven op plekken waar ontwikkelingen gingen plaatsvinden, enkele honderden archeologische onderzoeken uitgevoerd, waaronder vele tientallen opgravingen. Een belangrijk deel daarvan vond tussen 2008 en 2025 plaats in het woongebied Zilverackers, waar nu bijna 200 hectare grond middels proefsleuven en opgravingen is onderzocht. Deze opgravingen hebben een schat aan kennis en verhalen opgeleverd van de eerste ‘Veldhovenaren’ die hier al ca.

5000 jaar geleden hun eerste boerderijen bouwden tot en met de laat-middeleeuwse bewoners van de streek, die hier de basis legden voor het (agrarische) landschap zoals we dat nog op de topografische kaarten uit het begin van de twintigste eeuw kunnen aflezen. Hoewel dat landschap de afgelopen decennia sterk is veranderd, kan de historische tijdsdiepte nog aan allerhande landschappelijke relicten worden afgelezen. Voornoemde kennis en verhalen zijn nu vooral vastgelegd in vele tientallen wetenschappelijke onderzoeksrapporten die de moeite waard zijn om middels een publieksboek en in digitale vormen leesbaar en toegankelijk te maken zijn voor de geïnteresseerde Veldhovenaar en voor onderwijsdoeleinden.

11 Nota Archeologische Monumentenzorg Veldhoven, oktober 2008

37

De Beleidskaart archeologie 2008 (boven) en de Beleidsadvieskaart 2014 (onder). De diversiteit aan kleuren geeft aan welke gebieden een hoge waarde, een wettelijk beschermd Archeologisch monument of een hoge-, middelhoge-of lage verwachting heeft. Voor de verschillende gekleurde gebieden gelden verschillende ondergrenzen onderzoeksplicht bij bodemingrepen. De beleidsadvieskaart uit 2014 vormt nu, samen met de archeologische waarden- en verwachtingenkaart, de basis voor de volledig geactualiseerde kaart 2025 (zie verderop).

38

8.3

Het archeologiebeleid in essentie samengevat

Het archeologiebeleid van de gemeente Veldhoven is gefundeerd op twee pijlers: Binnen de wettelijke kaders van de Erfgoedwet en de Omgevingswet bepaalt de gemeente voor een belangrijk deel zélf hoe zij ervoor zorgt dat correct wordt omgegaan met het behoud van het archeologisch erfgoed. Dit gebeurt met behulp van de archeologische waarden – en verwachtingenkaart die in het omgevingsplan is vertaald naar een archeologische beleidskaart en naar planregels. Inmiddels is er in Nederland een redelijke standaardmethode hoe planregels juridisch worden geformuleerd en archeologische gebieden in een beleidskaart en in omgevingsplannen worden verbeeld, omschreven en geborgd.12 De gemeente Veldhoven werkt hier feitelijk al sinds 2009 mee, al is de werkwijze door de jaren heen wel verder verfijnd (zie volgende paragrafen). Communicatie en participatie De gemeente Veldhoven is zich terdege bewust van het belang van behoud en het uitdragen van haar cultuurhistorische en archeologisch erfgoed. Ook het archeologisch bodemarchief bevat immers vele karakteristieke en bijzondere elementen die een belangrijke bron van informatie en inspiratie vormen voor de historische identiteit van onze samenleving. De afgelopen 15 jaar is door de gemeente Veldhoven al veel gedaan aan communicatie- en publieksactiviteiten en bereikt daarmee een groeiend publiek.

Dit gebeurde door het verzorgen van rondleidingen bij opgravingen, open dagen, presentaties, tentoonstellingen en publicaties. Maar er zijn nog meer kansen en mogelijkheden. Dat komt in paragraaf 8.3.3 aan de orde. Omgang met bekende en aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten13 Centraal in de systematiek van het archeologiebeleid van de gemeente Veldhoven staan de archeologische (verwachtings-) waarden van het archeologisch erfgoed. Het gaat hierbij om de kans (het risico) dat in de bodem op een bepaalde plek binnen de gemeente archeologische resten kunnen worden aangetroffen en verstoord op het moment dat er bodemingrepen plaatsvinden. Hoe concreter de aanwezigheid van archeologische resten in de bodem, hoe scherper en kleiner de ondergrenzen voor het eisen van onderzoeksplicht gedefinieerd zijn. Op de volgende pagina is de herziene archeologische beleidskaart 2025 afgebeeld. De daaronder staande tabel geeft een beeld van de beleidscategorieën archeologie en hun ondergrenzen onderzoeksplicht. Blijft een voorgenomen ontwikkeling qua bodemverstorende ingrepen beneden bepaalde oppervlakteén diepte-ondergrenzen, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet nodig. Worden bij een ontwikkeling binnen een bepaalde categorie beide ondergrenzen onderzoeksplicht (oppervlakte én diepte) overschreden, dan is een archeologisch (voor)onderzoek nodig.

Dit onderzoek wordt uitgevoerd door gecertificeerde archeologische onderzoeksbureaus.

12 Voor een toegankelijke samenvatting van het archeologiebestel in Nederland wordt het raadplegen van het dossier archeologie op de website van het Expertisecentrum Aanbesteden van de Rijksoverheid aanbevolen: https://www.pianoo.nl/nl/sectoren/archeologie 13 De terminologie voor gebieden met een archeologische waarde of verwachting is in de nieuwe omgevingswet gewijzigd in respectievelijk: archeologisch monument en te verwachten archeologisch monument (Gebaseerd op “Bijlage 3. Voorbeeldregels cultureel erfgoed, geënt op geïntegreerde staalkaarten in VNG-casco omgevingsplan” uit de Handreiking Voorbeeldregels Cultureel erfgoed in het omgevingsplan d.d. dec. 2023, uitgave Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

39

Beleidskaart Archeologie Veldhoven 2025

Beleidscategorieën

Cat. Verwachting of aard

Diepte-ondergrens

Wettelijk beschermd archeologisch monument

Oppervlakte-ondergrens

NVT

versie 04-03-2025

Toelichting

NVT

Geen bodemverstorende activiteiten toegestaan; vergunning RCE noodzakelijk. Aanvraag verloopt via gemeente. Beheer- en onderhouds protocol is van toepassing.

1

Gebieden van zeer hoge archeologische waarde

1 m2

NVT

Bij bodemingrepen groter dan 1 m² is een gemeentelijke omgevingsvergunning vereist. Meldingsplicht aan gemeente bij Ingrepen kleiner 1 m². Beheer- en onderhouds protocol is van toepassing.

2

Gebieden van hoge archeologische waarde

100 m2

40 cm - mv

Bij bodemingrepen die de oppervlakte- én diepte-ondergrens overschreiden, is archeologisch (voor)onderzoek verplicht en een gemeentelijke omgevingsvergunning vereist.

3

Gebieden van archeologische waarde en historische kernen

250 m2

40 cm - mv

Bij bodemingrepen die de oppervlakte- én diepte-ondergrens overschreiden, is archeologisch (voor)onderzoek verplicht en een gemeentelijke omgevingsvergunning vereist.

4

Gebieden met een hoge archeologische verwachting

250 m2

40 cm - mv

Bij bodemingrepen die de oppervlakte- én diepte-ondergrens overschreiden, is archeologisch (voor)onderzoek verplicht en een gemeentelijke omgevingsvergunning vereist.

5

Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting

2500 m2

40 cm - mv

Bij bodemingrepen die de oppervlakte- én diepte-ondergrens overschreiden, is archeologisch (voor)onderzoek verplicht en een gemeentelijke omgevingsvergunning vereist.

6

Gebieden zonder een archeologische verwachting of archeologisch vrijgegeven

NVT

NVT

Geen onderzoeksplicht

40

8.4

Maatschappelijk verantwoorde ondergrenzen onderzoeksplicht

Bovenstaande kaart en de tabel beleidscategorieën met ondergrenzen-onderzoeksplicht, worden verbeeld en verwoord in het omgevingsplan en in de planregels. Ze zijn zowel voor de burger als particuliere initiatiefnemer, alsook de gemeente Veldhoven zélf van toepassing. De toegepaste ondergrenzen zijn onderbouwde en maatschappelijk, verantwoorde keuzes. Een set beleidsregels (paragraaf 8.3.4) zorgt ervoor dat een weloverwogen en onderbouwde vergunningverlening kan worden opgesteld. In de bovenstaande tabel worden de ondergrenzen voor onderzoeksplicht per categorie weergegeven. De gekozen ondergrenzen zijn mede gebaseerd op de (archeologische) eigenschappen van de bodem van het Brabants-Limburgs dekzandlandschap en op de aard en de kwetsbaarheid van het bodemarchief dat in deze streken is vastgesteld of te verwachten. Daarnaast zijn de ondergrenzen bepaald op grond van maatschappelijke afwegingen, waarbij onder meer op basis van het nalopen van vergunningverleningen in de afgelopen decennia is bekeken hoe de individuele burger als initiatiefnemer van ontwikkelingen (bijvoorbeeld de bouw van een huis) zo veel als mogelijk kan worden vrijgesteld van onderzoek, zonder dat dit ernstig ten koste gaat van archeologische waarden.

Het opleggen van archeologische verplichtingen voor kleinschalige bodemingrepen zou immers telkens een financiële last voor de burger en een administratieve last voor de gemeente betekenen en zou daarmee een groot afbreukrisico kunnen vormen van het maatschappelijk draagvlak voor het archeologisch erfgoed. De gestelde ondergrenzen zijn gerelateerd aan de kans (en het risico) dat bij bodemingrepen van een bepaalde omvang belangrijke archeologische resten worden aangetroffen. Hoe hoger de archeologische verwachting (en hoger geplaatst de categorie in de tabel), hoe groter de kans dat dit gebeurt. Bij té ‘ruimhartige’ ondergrenzen zou dit kunnen betekenen dat er een groot risico is dat bijvoorbeeld bij een (zonder archeologische voorwaarden) verleend bouwplan, archeologie wordt aangetroffen en alsnog onderzoek dient plaats te vinden. In zo’n geval loopt de gemeente immers zélf het risico financieel de rekening gepresenteerd te krijgen voor de economische schade! Een dergelijke situatie wordt een toevalsvondst genoemd en formeel ook geduid in de Erfgoedwet. De in Veldhoven en in de ruimere regio toegepaste systematiek met (min of meer) vergelijkbare ondergrenzen onderzoeksplicht hebben zich de afgelopen 15 jaar voldoende bewezen. Grote calamiteiten hebben zich niet voorgedaan.

Een oppervlakte- en diepteondergrens ondergrens van 250 m² en 40 cm onder maaiveld, in een gebied met een hoge archeologische verwachting, is doorgaans niet belastend voor een particulier die voor zichzelf een woning bouwt of laat bouwen. Het risico dat juist op die plek belangrijke archeologische resten worden aangetroffen is bovendien klein. Hoe groter de geplande ruimtelijke ontwikkeling in een gebied met een hoge verwachting, hoe groter de kans dat archeologie wordt aangetroffen.

Gebieden van zeer hoge archeologische waarde (categorie 1) In het beleid heeft op dit gebied één aanpassing plaatsgevonden: Van zeven terreinen van zeer hoge archeologische waarde is bekend dat deze belangrijke archeologische resten (monumenten) onder- en ook deels boven de grond herbergen. Het gaat om een kasteelterrein (’t Oude Slot), vier terreinen onder- en rondom (voormalige) kerken en begraafplaatsen (Zeelst, Meerveldhoven, Sondervick en Oerle) en twee terreinen met nog zichtbare grafheuvels, die geen rijksmonument zijn, waaronder de Molenberg en enkele ‘losse’ grafheuvels ten westen van de Zandoerleseweg. Deze liggen in het

41

verlengde van het archeologisch rijksmonument met vier zichtbare grafheuvels op Knegsels grondgebied.14 De gemeente Veldhoven besluit dat deze zeven terreinen niet worden aangewezen als gemeentelijk monument. Maar gezien hun archeologisch en cultuurhistorisch belang, worden aan deze terreinen een zeer strikte ondergrens onderzoeksplicht gekoppeld van 1 m². Dat wil zeggen dat je met een enkele bodemingreep groter dan één vierkante meter, ongeacht de diepte van de ingreep, een omgevingsvergunning moet aanvragen. Een meldingsplicht is bovendien altijd van toepassing. Een particulier gravend initiatief van een eigenaar komt op de meeste van deze terreinen niet voor en een gemeentelijk initiatief zal op deze plekken slechts sporadisch aan de orde zijn. Historische begraafplaatsen waar nog steeds begraven wordt, of waar graven worden geruimd, zijn vrijgesteld van deze verplichting. Het gaat hier alleen om het kerkterrein van de kerk te Oerle. Naast deze strikte ondergrenzen onderzoeksplicht, besluit de gemeente vanwege de kwetsbaarheid om voor vijf van de zeven terreinen een beheer- en onderhoudsprotocol op te stellen. Net als voor de wettelijk beschermde monumenten, dient een dergelijk protocol te borgen dat onderhoud door- of namens de gemeente verantwoord gebeurt, zodat de archeologische en cultuurhistorische waarde van een terrein ook op de langere termijn geborgd blijft.

Boven: Veldhoven-Habraken 2010. Archeologisch Erfgoed waar de gemeente Veldhoven trots op kan zijn: De opgraving van vier -voor Nederland- unieke boerderij-plattegronden uit het Laat Neolithicum (ca 3000 v. Chr.) en tien boerderijen uit de Midden Bronstijd (rond ca 1500 v. Chr).

14 Deze terreinen zijn op de beleidskaart genummerd van 1 t/m 7.

42

8.5

Archeologie en publiek

De gemeente Veldhoven hecht grote waarde aan het belang van het uitdragen van haar archeologisch erfgoed. Het bodemarchief bevat immers vele karakteristieke en bijzondere elementen die een belangrijke bron van informatie en inspiratie vormen voor de historische identiteit van onze samenleving. De afgelopen 15 jaar is door de gemeente Veldhoven al veel gedaan aan communicatie- en publieksactiviteiten en bereikt daarmee een groeiend publiek. Dit gebeurde onder andere door het (laten) verzorgen van rondleidingen bij opgravingen, open dagen, presentaties, tentoonstellingen en publicaties. Maar er zijn nog meer kansen en mogelijkheden die een aanzet geven tot een uitvoeringsprogramma archeologisch Erfgoed voor de komende 3 jaren: Het vroegtijdig bij archeologische onderzoeken betrekken van de bewoners in de omgeving van een bouwplan, zodat ze erover mee kunnen praten en zich kunnen verwonderen over de resten die hun voorgangers hebben achter gelaten in het gebied. (Realisatie Plan van Aanpak 2025?) De opgravingen leveren vaak sporen van gebouwen en begravingen uit een ver verleden, die een inspiratie kunnen zijn voor de vormgeving en aankleding van openbaar groen in een woonwijk of bedrijventerrein.

Zo wordt in het Veldhovense woningbouwplan Djept momenteel gewerkt aan een inrichting van een stuk groengebied met de resultaten van een in 2023-25 opgegraven nederzetting uit de Volle Middeleeuwen (ca 1000 -1250). Met een creatieve visie en toepasbare technieken en informatiepanelen kan een verhaal verteld worden over de mensen die hier zo’n 1000 jaar geleden een boeren nederzetting stichtten. (Realisatie 2026?) Een toegankelijk en rijk geïllustreerd boek voor de inwoners van Veldhoven, een verhaal leesbaar voor een breed publiek van jong tot oud. (Realisatie 2027?) Het organiseren van een overzichtstentoonstelling van vondsten van- en verhalen over de vele en grootschalig opgravingen die de afgelopen 15 jaar zijn uitgevoerd in Zilverackers, maar ook in woningbouwgebieden zoals Djept. Museum ’t Oude Slot is hier een zeer geschikte locatie voor. (Realisatie 2026)

43

8.6

Beleidsregels Archeologie Veldhoven

Samenvattend kan het archeologiebeleid van de gemeente Veldhoven met onderstaande beleidsregels worden weergegeven: Beleidsregel 1. behoud in Situ De gemeente Veldhoven wil zoveel als mogelijk de archeologische resten duurzaam in de bodem behouden (behoud in situ). De gemeente laat, waar redelijkerwijs mogelijk, middels een programma van eisen maatregelen opnemen in het ruimtelijk ontwerp van een plan ter bescherming en duurzaam behoud van de archeologische resten. Beleidsregel 2. Categorieën en ondergrenzen verstoringsoppervlakte De gemeente Veldhoven hanteert voor de verschillende gebieden van de beleidskaart, verschillende oppervlakte-ondergrenzen: 1

n.v.t

Wettelijke beschermde archeologische monumenten (hiervoor geldt de Erfgoedwet 2016)

2

1 m²

gebieden van zeer hoge archeologische waarde

3

100 m²

gebieden van hoge archeologische waarde

4

250 m²

gebieden van archeologische waarde, waaronder ook de ondergrond van de19de eeuwse historische kernen en lintbebouwing

5

250 m²

gebieden met een hoge verwachtingswaarde

6

2500 m²

gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde

7

geen

gebieden zonder verwachtingswaarde, verstoord of vrijgegeven gebieden.

De oppervlakte van de effectieve bodemverstorende ingrepen wordt hierbij als uitgangspunt genomen voor het bepalen van een archeologische onderzoeksverplichting binnen een plangebied. Dat wil zeggen dat de vergunningverlener beoordeelt in welke mate de bodemingrepen van de voorgenomen ontwikkeling leiden tot een overschrijding van de vrijgestelde oppervlakte (én de diepte) van de ingrepen. Indien de bodemverstorende ingreep de oppervlakte- én diepteondergrens overschrijdt, dan is een archeologisch (voor)onderzoek binnen het plangebied noodzakelijk om vast te kunnen of behoudenswaardige archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Beleidsregel 3. vrijstellingsgrens verstoringsdiepte De gemeente Veldhoven hanteert een vrijstellingsgrens voor onderzoek tot een verstoringsdiepte van maximaal 0,4 m beneden maaiveld. Ingrepen dieper dan deze diepte-ondergrens zijn vanaf een gestelde oppervlakte-overschrijding onderzoeksplichtig (zie beleidsregel 2). Uitzondering hierop geldt voor gebieden van categorie 1 (zeer hoge archeologische waarde). Hiervoor geldt vanwege de oppervlakteondergrens van 1 m² geen diepteondergrens. Daarnaast zijn ingrepen die een geleidelijk negatief effect kunnen hebben op het bodemarchief, zoals het afplaggen van natuurgebieden of het verwijderen van de strooisellaag in een heide- of bosgebied, altijd omgevingsvergunning- én onderzoeksplichtig.

Dit geldt ook graszodenteelt, waarbij het archeologisch niveau immers geleidelijk dichter aan de oppervlakte komt te liggen en daardoor meer kwetsbaar wordt. Beleidsregel 4. Verstoorder betaalt principe De gemeente Veldhoven past het landelijke (en wettelijk vastgelegde) uitgangspunt toe van het principe: ‘de verstoorder betaalt’ voor de kosten van een archeologisch onderzoek. Dat wil zeggen dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan (doorgaans de vergunning-aanvrager) financieel verantwoordelijk is voor eventuele kosten die gemaakt moeten worden voor archeologisch 44

(voor)onderzoek, tot en met de oplevering van de eindrapportage en de deponering van vondsten en documentatie. Beleidsregel 5. Participatie De gemeente Veldhoven onderschrijft de belangrijke rol van historische en archeologische verenigingen, zoals het Erfgoedhuis Veldhoven en de archeologievrijwilligers van de Archeologische Vereniging Kempen en Peelland (AVKP; AWN-afdeling 23). Archeologievrijwilligers kunnen, waar mogelijk, betrokken worden bij archeologisch (veld) onderzoek. De gemeente kan hiervoor voorwaarden laten opnemen in een archeologisch Programma van Eisen. Voorts kunnen deze organisaties – vanwege hun lokale kennis - geraadpleegd worden bij het uitvoeren van bureauonderzoeken en quickscans. Beleidsregel 6. beoordelingsrichtlijnen De gemeente Veldhoven past, naast bovenstaande beleidsregels, onderstaande beoordelingsrichtlijnen toe, die bij de aanvraag van een omgevingsvergunning op plekken met een dubbelbestemming archeologie worden voorgelegd en getoetst door de vergunningverlener, de beleidsmedewerker Erfgoed en diens archeologisch adviseur. a.

Indien in één plangebied meerdere archeologische (verwachtings)waarden voorkomen, dan geldt de hoogste waarde (en dus de kleinste ondergrens). Slechts als de hoogste waarde een zeer beperkt deel uitmaakt van het plangebied (< 10 %), kan, na afweging, worden besloten om de oppervlakteondergrens te hanteren die het grootste deel uitmaakt van het plangebied.

b.

indien geen onderzoek moet worden uitgevoerd omdat de omvang van de ingreep beneden de onderzoeksgrenzen (diepte- en/of oppervlakte-ondergrens) gebleven wordt, blijft de dubbelbestemming Waarde-Archeologie (WR-A) van het omgevingsplan onverminderd van toepassing, tenzij overtuigend kan worden aangetoond dat geen archeologische resten (meer) worden verwacht.

c.

Indien op basis van de oppervlakte en diepte van de bodemverstorende ingrepen archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is, dan vindt dit onderzoek plaats in het gehele plangebied. Bij een vooronderzoek moet gedacht worden aan bureau- en booronderzoek en in de meeste gevallen ook aan een proefsleuvenonderzoek.

d.

Indien de bodem in minder dan 5% van het ingrepengebied wordt verstoord, dan kan de gemeente afwegen vrijstelling te verlenen van de verplichting tot uitvoering van archeologisch onderzoek. De dubbelbestemming Waarde-Archeologie (WR-A) van het bestemmingsplan blijft onverminderd van toepassing.

e.

In gebieden waar ingrepen gepland worden met een geleidelijk effect, dient eerst vastgesteld te worden wat het effect van de ingreep (op termijn) kan zijn op de eventueel aanwezige archeologische ondergrond.

f.

Voor -agrarische- activiteiten die vergunningplichtig zijn (zoals diepploegen, aspergeteelt, drainagesystemen aanleggen, ontgronding enz.) geldt eveneens de verplichting tot het uitvoeren van een onderzoek om vast te stellen wat het effect ervan op de langere termijn kan zijn. Verder besluitvorming over het (zonder nader onderzoek) toestaan van een dergelijke activiteit, is een afweging die door de gemeente wordt gemaakt.

g.

Archeologie-sparende maatregelen die in het kader van een bouwinitiatief of andere (potentieel) bodemverstorende activiteit worden genomen om behoud in situ in de bodem) te realiseren, dienen garant te staan voor een duurzaam in situ-behoud van een vindplaats als geheel. Versnippering van het archeologische bodemarchief ter plaatse mag niet aan de orde zijn. De initiatiefnemer overlegt hiervoor ter goedkeuring een uitgewerkt Plan van Aanpak al dan niet op basis van een (gemeentelijk) Programma van Eisen.

h.

Indien middels een omgevingsplan percelen grond worden herbestemd van met als doel deze als (particuliere) bouwkavels in te richten en te verkopen, geldt altijd een onderzoeksplicht op 45

terreinen met een archeologische (verwachtings)waarde. Ongeacht de van toepassing zijnde ondergrenzen onderzoeksplicht. Op het betreffende plangebied vindt minstens een bureau- en booronderzoek plaats. Indien uit dit (voor)onderzoek een gerede kans op de aanwezigheid van archeologische resten wordt bevestigd, dan dient in het kader van deze aanvraag altijd een plangebied-dekkend archeologisch proefsleuvenonderzoek plaats te vinden. Blijken in de bodem behoudenswaardige archeologische resten aanwezig, dan worden deze op kosten van de initiatiefnemer van het plan opgegraven, tenzij duurzaam behoud in de bodem gegarandeerd kan worden en daarvoor maatregelen worden getroffen. Beleidsregel 7. De gemeente Veldhoven spant zich in om samen met de inwoners van Veldhoven het archeologisch en historisch Erfgoed toegankelijk en beleefbaar te maken.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15846968/1