Bijlage 08. Resort Eindhoven_Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Aangezien het hier een 'losse' detectorvondst betreft, valt er over een mogelijke archeologische context of complextype (vooralsnog nog) niets te zeggen. 1 complete denarius uit het Romeinse Keizerrijk, geslagen onder de autoriteit van keizer Augustus. Met op de voorzijde de portretbuste van Augustus en op de achterzijde het opschrift ‘AVGVSTVS’ onder een steenbok die een aan een roer bevestigde globe vasthoudt. De datering is 18-16 voor Christus.
Tabel 3: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 500 m van het plangebied. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.30 In het onderzoeksgebied bevinden zich geen rijksmonumenten.
29 Arkema 2015 30 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
Figuur 35: Archeologische terreinen, vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021.
60
Figuur 36: Deelgebieden bureauonderzoek 2008. Bron: Stiller 2008.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
61
Figuur 37: Boorpuntenkaart van Antea, geprojecteerd op de huidige topografie. Bron achtergrond: PDOK. Bron boorpuntenkaart: Arkema 2015.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
62
2.8
Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszones dekzandvlakten, dekzandruggen en beekdalbodems. De natuurlijke ondergrond bestaat uit fluvioperiglaciale afzettingen. De top van deze afzettingen bestaat in een groot deel van het plangebied waarschijnlijk uit dekzand. Het plangebied ligt tussen de beekdalen van de Run (in het westen) en de Boven-Dommel in het oosten. Ten noorden van het plangebied mondt de Run uit in de Boven-Dommel. Gezien het bodemgebruik ‘moeras’ op de kadastrale minuut lag het uiterste noordwesten van het plangebied destijds nog in het beekdal van de Run. De rest van het plangebied is tot in de 20e eeuw een heidegebied. In de 20e eeuw wordt de heide ontgonnen. Vanaf de jaren dertig van de 20e eeuw wordt het terrein ingericht voor recreatie doeleinden. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.
Datering
In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit alle archeologisch perioden (Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd). In de 20e eeuw hebben wel verschillende grondwerkzaamheden (heide ontginningen, aanleg en verandering van recreatieterrein en waterpartijen) waardoor de kans op het aantreffen van (intacte) steentijdvindplaatsen aanzienlijk lager is. 2.
Complextype
Door de landschappelijke ligging tussen twee beekdalen kan het terrein theoretisch geschikt zijn geweest voor de vestiging van tijdelijke jachtkampen. Een contra-indicatie is dat geen duidelijke natuurlijke hoogteverschillen hebben bestaan; het hoogteverloop tussen de beekdalen is zeer geleidelijk en een duidelijke beekdalrand of dekzandrug ontbreekt (of is afgegraven). Goede droge kampplaatsen zijn voor zover nu bekend niet aanwezig. Daarnaast zullen door bodembewerkingen (zie onder 1) eventuele jachtkampen waarschijnlijk niet meer intact zijn. In het plangebied kunnen ook resten aanwezig zijn uit de periode van landbouwsamenlevingen (Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen). Of het plangebied geschikt is geweest voor landbouw en bewoning in deze periode is niet zeker. Een aanwijzing dat het niet geschikt was voor landbouw is dat een oud bouwlanddek ontbreekt. Het grootste deel van het plangebied bestaat uit veldpodzolgronden: podzolgronden die ontstaan onder invloed van een matig of hoge grondwaterstand. In het midden en zuiden van het plangebied heeft mogelijk een dekzandrug gelegen; die zone is het meest geschikt geweest voor landbouw. De dekzandrug ontbreekt nu, mogelijk door egalisatie. Als het niet gebruikt is voor landbouw, kunnen nog wel resten van jacht, visvangst, depositie en infrastructuur aanwezig zijn.
In de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd heeft zich een heidegebied ontwikkeld en in de 20e eeuw een recreatiegebied. Uit deze perioden worden geen behoudenswaardige resten verwacht. Wel kunnen spitsporen van het steken van plaggen aanwezig zijn, alsmede sporen van oude wegen / paden en greppels en sloten van ontginningen (complextypen: economie en infrastructuur).
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
63 3.
Omvang
Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de jager verzamelaars (Paleolithicum en Mesolithicum) kunnen worden beschouwd als vlakelementen met een kleine tot zeer kleine omvang. Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de landbouwsamenlevingen kunnen worden beschouwd als vlakelementen met een variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, percelering). 4.
Diepteligging
De top van het potentiële archeologische sporenniveau wordt verwacht onder een dunne bouwvoor van circa 30 tot 50 cm dik. In het noordwesten, waar sprake is van lage enkeerdgronden, ligt dit sporenniveau naar verwachting op 60 tot 100 cm -mv. 5.
Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)
De grondwatertrap is VI in een groot deel van het plangebied. Het sporenniveau in dit deel van het plangebied ligt naar verwachting tussen 30 en 50 cm -mv, dus meestal boven het grondwater. De conservering van organische artefacten (zoals hout, textiel, leer en bot) kan door de (periodiek) zuurstofrijke en droge condities slecht zijn. Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn niet meer gegevens bekend. 6.
Locatie
In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig voor zover de bodem niet al diep is vergraven. Zo is in het noorden van het plangebied vastgesteld dat de bodem diep is verstoord,31 en zijn er aanwijzingen dat het plangebied ook op andere plaatsen is vergraven en/of geëgaliseerd. Dit betreft bodembewerkingen in verband met heide ontginningen, aanleg en verandering van recreatieterrein en waterpartijen. Zie ook paragraaf Mogelijke verstoringen 2.6 en figuur 32. 7.
Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):
Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beeren/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen bestaan waarschijnlijk hoofdzakelijk uit greppels, spitsporen en artefacten zonder bodemkundige context (‘losse vondsten’). Prospectiekenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars en de eerste boeren kunnen worden opgespoord gebruik makend van de aanwezigheid van een strooiing van artefacten (hoofdzakelijk vuursteen). Archeologische resten uit jongere periodes hebben matige tot hoge spoordichtheid en een lage tot hoge vondstdichtheid. Voor het opsporen hiervan kan gebruik worden gemaakt van proefsleuvenonderzoek. 31 Arkema 2015 Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
64 8.
Mogelijke verstoringen
Begin 20e eeuw was het plangebied een heidegebied dat toen is ontgonnen. Bij de ontginning is de top van het toenmalige bodemprofiel waarschijnlijk vergraven en verploegd. Grote delen van het plangebied kunnen zijn in de 20e eeuw geëgaliseerd gezien de afwezigheid van dekzandruggen die op de geomorfologische kaart staan in getekend (midden en zuiden van het plangebied) of een welving die ten noorden van het plangebied herkenbaar is, maar in het plangebied niet. Daarnaast zijn in het hele plangebied bodemverstoringen aanwezig in relatie tot het gebruik en inrichting van het recreatiegebied.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
65
3
Booronderzoek
3.1
Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.2,32 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”, in overeenkomstig de richtlijnen van de gemeente Veldhoven.33 Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. De boringen zijn gezet (en de profielputjes zijn gegraven) met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de gegevens van de verkenning wordt de aard en intactheid van de bodemopbouw gecontroleerd en kan de verwachting worden verfijnd. In aanvulling hierop zijn profielputjes gegraven. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is ruim 1 hectare kleiner dan het plangebied omdat een deel in 2015 is vrijgegeven.
Het terreindeel dat nu niet is onderzocht destijds archeologisch onderzocht met boringen met als conclusie dat de bodem verstoord was en waarschijnlijk geen archeologische resten aanwezig zijn.34 Die conclusie is destijds verwerkt in het bestemmingsplan. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek heeft een omvang van 13,4 ha.
3.2
Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:
7 cm Edelmanboor.
Aantal boringen:
107.
Boordiepte:
De boringen zijn gezet tot in de schone natuurlijke ondergrond (C-horizont). De meeste boringen zijn gezet tot dieptes tussen 100 en 120 cm-mv. De minimale boordiepte was 100 cm-mv. De maximale boordiepte was 300 cm-mv.
Verspreiding van de boorpunten: De boringen zijn gepland in een regelmatig verspringend 34 m x 39 m grid. Hiermee wordt een boordichtheid van 8 boringen per hectare bereikt. Het grid is daarna aangepast aan obstakels in het plangebied, zoals bebouwing (waaronder ook tenten en caravans), verharding en begroeiing, en kabels en leidingen. Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De 32 SIKB 2022 33 Kortlang, Van de Water en Van der Weele 2011 34 Arkema 2015 Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
66 opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. De uitgelegde grond is gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.35 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald met een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.36 Profielputjes:
Verspreid door het terrein zijn twaalf profielputjes gegraven op plaatsen waar de C-horizont binnen 70 cm kon worden bereikt. De profielputjes hebben een omvang van circa 50 cm x 50 cm bij de insteek aan het maaiveld, en zijn 50 tot 80 cm diep. De profielputjes zijn gegraven direct naast, of ter plaatse van een boorpunt. Eén wand van het profielputje is opgeschaafd, gefotografeerd met meetlint en daarna beschreven. De profielputjes zijn genummerd vanaf 202 tot en met 214. Nummers 201 en 209 zijn komen te vervallen doordat bij en in de omgeving van de beoogde plek de C-horizont te diep lag.
De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op dinsdag 14 en woensdag 15 mei 2024 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en F. Roodenburg (KNA Prospector), C. de Jong (KNA Prospector) en L. Kuhuwael (stagiair Hogeschool Saxion). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld.37 Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.
35 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 36 Kadaster en PDOK 2014 37 De Boer 2024 Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
67
Figuur 38: Ligging van boorpunten en profielputjes. Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
68
Figuur 39: Bodemkundige en geologische resultaten. Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
69
Figuur 40: Schematisch west-oost doorsnedes met getekende boorprofielen, noordelijk deel. Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
70
Figuur 41: Schematisch west-oost doorsnedes met getekende boorprofielen, midden deel.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
71
Figuur 42: Schematisch west-oost doorsnedes met getekende boorprofielen, zuidelijk deel.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
Figuur 43: Schematisch noord-zuid doorsnede met getekende boorprofielen.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
73
3.3
Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De locaties van de boringen en profielputjes zijn in figuur 38 weergegeven. De boorgegevens en beschrijvingen van profielputjes staan in Bijlage 1. Met de gegevens zijn schematische doorsnedes gemaakt. Deze zijn weergegeven in figuren 40 tot en met 43. In figuren 44 tot en met 52 staan foto’s van de opgeboorde grond bij enkele boorpunten. In Bijlage 2 staan foto’s van de profielputjes. De overige foto’s zijn beschikbaar via: https://doi.org/10.17026/AR/E9ZQNE. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater stond tijdens het onderzoek meestal tussen 50 en 100 cm -mv. De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit kalkloos siltig zand en leem.
3.3.1
Lithostratigrafie Er kunnen drie lithostratigrafische pakketten worden onderscheiden: Pakket 1: beekafzettingen: In het westen van het plangebied liggen lagen zwak tot uiterst siltig zand en sterk zandige leem. In de lagen bevindt zich grind, hout- en plantenresten en veenbrokken. De mediane korrelgrootte van het zand is: zeer fijn (105 tot 150 µm), matig fijn (150 tot 210 µm) en matig grof (210 tot 300 µm). De kleuren zijn: (licht en donker) (blauw- en bruin-) grijs. In het pakket bevinden zich roestvlekken. Het pakket is aanwezig in negen boorprofielen langs de westrand van het plangebied (boorpunten 31, 33, 34, 47, 67, 71, 87, 88 en 95). De betreffende boorpunten zijn groen gemarkeerd in figuur 39. De top van het pakket ligt tussen 30 en 175 cm -mv (1945 en 1702 cm NAP). Op basis van de ligging aan de westrand bij het beekdal van de Run, en de organische bijmengingen en het grind worden deze lagen als beekafzettingen geïnterpreteerd (Laagpakket van Singraven). Midden 19e eeuw is de Run gekanaliseerd (paragraaf 2.5). Sindsdien bestaat de huidige rechte grens tussen het beekdal en de Run, maar daarvoor was de overgang van het beekdal naar de naastliggende heide (het plangebied) geleidelijk. Dit verklaart de aanwezigheid van beekafzettingen in het plangebied.
Pakket 2: dekzand en overige periglaciale afzettingen In de rest van het plangebied bestaat de natuurlijke ondergrond uit lagen zwak tot uiterst siltig zand en zwak tot sterk zandige leem. Deze lagen hebben geen organische bijmengingen en grind. De mediane korrelgrootte van het zand is: zeer fijn (105 tot 150 µm), matig fijn (150 tot 210 µm) en matig grof (210 tot 300 µm). De kleuren zijn wisselend; het is overwegend licht bruingrijs met roestvlekken bovenin en licht grijs naar onderen. Daarnaast zijn tinten blauw, oranje en geel aanwezig. De top van het pakket ligt tussen 20 en 160 cm -mv (2026 en 1755 cm NAP).
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
74 Op basis van de landschappelijke ligging worden deze lagen geïnterpreteerd als periglaciale afzettingen (Formatie van Boxtel). De top van deze afzettingen is vrijwel steeds matig fijn of matig grof en goed gesorteerd. Deze lagen worden geïnterpreteerd als dekzand (Formatie van Boxtel; Laagpakket van Wierden). Deze lagen zijn geel gemarkeerd in de profielen. Het dekzand ligt vrijwel altijd binnen 50 cm op een uiterst siltige zandlaag of leemlaag. Deze uiterst siltige zandlagen en leemlagen (en overige onderliggende periglaciale afzettingen) zijn licht blauw gemarkeerd in de profielen. Pakket 3: Antropogeen De top van het bodemprofiel is in de 19e, 20e en 21e eeuw omgewerkt. De volgende pakketten zijn onderscheiden: a) Bouwvoor (20e eeuw): zwak tot sterk siltig zand, matig tot sterk humeus. Het pakket is overwegend donker bruin, donker grijs en zwart. Het pakket is 10 tot 55 cm dik, behalve bij boorpunten 33 (70 cm dik) en 51 (80 cm dik). In het pakket bevindt zich een spoor baksteen. Het is soms roestig. Het pakket is verspreid over het terrein aanwezig (38 van de 107 boorpunten). Dit pakket is waarschijnlijk de oorspronkelijke bouwvoor uit de periode van vóór de realisatie van het recreatieterrein; het moet dus in de 20e eeuw zijn ontstaan.
Bij boorpunt 33 betreft het mogelijk de eerdlaag van de beekeerdgrond die zich daar heeft ontwikkeld (strikt genomen dus niet een bouwvoor). Bij boorpunt 87 is de ‘bouwvoor’ waarschijnlijk ook een restant vaneen beekeerdgrond. Bij boorpunt 51 is deze bouwvoor mogelijk zo dik door een modern ophogingspakket maar dit onderscheid kon in het veld niet worden gemaakt. b) Bouwvoor - menglaag (20e eeuw): Onder de bouwvoor ligt bij elf boorpunten een bruingrijze of grijsbruine menglaag van 10 tot 30 cm dik; deze heeft zowel kenmerken van de bovenliggende (A) als de onderliggende (C) horizont en heeft een gevlekte structuur. Deze boorpunten zijn grijs gemarkeerd in figuur 39. Enkele keren zijn hierin in de opgeboorde grond dunne humeuze lijnen, vermoedelijk resten van wortelgangen, te zien (figuur 44). c) Omgewerkte grond (20e/21e eeuw). Ter plaatse van 79 van de 107 boorpunten bestaat de top van het bodemmateriaal uit een duidelijk omgewerkt pakket. Dit is een heterogene mix van zand met verschillende textuur, humusgehalte en kleur. Bij tien boorpunten ligt onder de omgewerkte grond nog een (restant van de) bouwvoor en/of een B-horizont. Bij 69 boorpunten is geen A-horizont en B-horizont meer aanwezig (omgewerkte grond tot in C-horizont). Het pakket is gemiddeld 55 cm dik (eerste en derde kwartiel: 44 cm en 70 cm); de maximale dikte van de omgewerkte laag is 175 cm. 3.3.2
Bodemkunde Podzolhorizonten Ter plaatse van acht (van de 107) boorpunten is in de top van de natuurlijke afzettingen (dekzand) een restant van een podzolprofiel aanwezig. Het gaat om een bruin verkleuring door inspoeling van humus. Resten van B-horizonten zijn Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
75 aanwezig bij boorpunten 10, 24, 36, 37, 51, 54, 77, 85. Deze boorpunten zijn rood gemarkeerd in figuur 39. Foto’s van de uitgelegde grond bij deze boorpunten staan in figuren 45 tot en met 52. Bijzonderheden bij deze boorpunten: •
Bij boorpunt 10 is een profielputje (206) gegraven. Ze Bijlage 2 voor de foto). Uit het profielputje blijkt dat de humeuze bovengrond een zeer scherpe laagondergrens heeft en kleibrokken bevat. Dit is in de opgeboorde grond moeilijk herkenbaar (figuur 45). Daarnaast is de Bhorizont in het profielputje veel minder duidelijk dan bij de boring. Onder de BC-horizont is het profiel vanaf 75 cm-mv direct grijs gereduceerd.
•
Bij boorpunt 37 is sprake van een zeer ijzerrijke oranje B-horizont (figuur 46). Vanaf 80 cm -mv is hier de bodem gereduceerd.
•
Bij boorpunten 51 en 54 loopt de B/BC-horizont zeer diep door (figuren 49 en 50). Bij boorpunt 51 ligt de B-horizont tussen 80 en 130 cm-mv. Bij boorpunt 54 ligt de B-horizont tussen 70 en 100. Daaronder ligt een BChorizont tot einde boring (150 cm-mv).
•
Het podzolprofiel bij boorpunten 77 en 85 is ‘onthoofd’ (figuren 51 en 52); de bovengrond is verwijderd en vervolgens is een omgewerkt pakket teruggestort.
Beekeerdgronden In een strook in het westen van het plangebied zijn beekafzettingen aanwezig. Bij twee van deze boorpunten is vermoedelijk de eerdlaag (A-horizont) van een beekeerdgrond nog aanwezig: dit betreft boorpunten 33 en 87. De eerdlaag is ontstaan doordat niet / gedeeltelijk afgebroken organisch materiaal door bioturbatie in de ondergrond wordt vermengd. Het betreft dus geen ophooglaag (esdek). De eerdlaag is 70 cm dik bij boorpunt 33 en ligt daar direct op de schone licht grijze gereduceerde C-horizont. Bij boorpunt 87 is het (restant van de) eerdlaag 20 cm dik. Deze eerdlaag ligt onder een ophooglaag. Onder de eerdlaag ligt daar een licht blauwgrijze zandige gereduceerde leemlaag. Hydromorfe kenmerken In het plangebied is vrijwel overal binnen 80 cm-mv sprake van een licht grijze ondergrond met roestvlekken. Bij dertien boorpunten is sprake van zeer veel roest in de top van het profiel (boorpunten 12, 13, 19, 27, 36, 40, 55, 58, 61, 74, 80, 83, 101). Deze punten liggen verspreid door het plangebied. Op veel plaatsen zijn ondiep in het profiel (binnen 100 cm-mv) sterk tot uiterst siltige zandlagen en leemlagen aanwezig. Dit verklaart dat de natuurlijke afwatering slecht is en periodiek hoge grondwaterstanden aanwezig kunnen zijn, zodat roest ontstaat.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
76
Figuur 44: Foto van opgeboorde grond bij boorpunt 76, met menglaag en onder detail van donkere banden, (vermoedelijk) resten van wortelgangen.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
77
omgewerkt
B-
BC-horizont
C-horizont
Figuur 45: Opgeboorde grond bij boorpunt 10. Bij dit boorpunt is profielkuil 206 gegraven, zie Bijlage 2 voor de foto.
A-horizont
B-horizont
C-horizont
Figuur 46: Opgeboorde grond boorpunt 24.
A-horizont
B-horizont
C-horizont
Figuur 47: Opgeboorde grond boorpunt 36.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
78 A-horizont
B-horizont
C-horizont
Figuur 48: Opgeboorde grond boorpunt 37.
A-horizont
B-horizont
B-horizont
C-horizont
Figuur 49: Opgeboorde grond boorpunt 51.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
A-horizont
menglaag
B-horizont
BC-horizont
79
Figuur 50: Opgeboorde grond boorpunt 54. De C-horizont was bij einde boring (150 cm) nog niet bereikt).
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
80
Figuur 51: Opgeboorde grond boorpunt 77.
omgewerkt
B-horizont
C-horizont
Figuur 52: Opgeboorde grond boorpunt 85.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
iz C-hor
ont
B-horizont C-horizont
omgewerkt
81
3.4
Archeologische interpretatie Het booronderzoek bevestigt dat in een groot deel van het onderzoeksgebied de oorspronkelijke bodem (vóór kanalisatie van de Run en in gebruik name voor de landbouw in de 19e / 20e eeuw) waarschijnlijk bestond uit beekeerdgronden (langs de westrand) en veldpodzolgronden (de rest van het plangebied). Het booronderzoek bevestigt ook de gegevens uit het bureauonderzoek en mondelinge mededelingen van de terreinbeheerder wat betreft de veronderstelde bodemverstoringen: Door grondwerkzaamheden bij ontginning en daarna ontwikkeling van het recreatiepark is de top van het bodemprofiel in het overgrote deel van het plangebied vergraven. (Deels) intacte beekeerdgronden zijn nog aanwezig bij twee boorpunten. (Deels) intact veldpodzolgronden zijn nog aanwezig bij acht boorpunten. Deze gegevens corresponderen met de resultaten van het onderzoek uit 2015 in het noorden van het plangebied. Toen is vastgesteld dat de ondergrond in die zone verstoord was.38 Uit de gegevens van het booronderzoek blijkt dat het plangebied tot aan de 19e / 20e eeuwse ontginning een nat gebied is geweest. Duidelijke hoogteverschillen in het terrein zouden een dergelijk landschap tussen twee beekdalen een zeer geschikte vestigingsplaatsen kunnen bieden voor kampementen van jagerverzamelaar. Echter, dergelijke hoogte-verschillen zijn niet (meer) aanwezig.
De natte ligging van het terrein sluit aan bij de bevindingen van het genoemde onderzoek uit 2015 en met het prospectie onderzoek dat in 2008 direct ten zuiden van het onderzoeksgebied is uitgevoerd.39 Uit het AHN blijkt al dat de storthoop zoals aangegeven op de geomorfologische kaart (OF91) in het plangebied niet (meer) aanwezig is. Tijdens het booronderzoek zijn in de zone van de voormalige geen storthoop geen bodemlagen of verstoringen gevonden die een relatie met de (voormalige) storthoop hebben.
38 Arkema 2015 39 De Boer 2008 Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
82
4
Conclusie
4.1
Conclusie Bureauonderzoek 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
Het voornemen bestaat uit het herinrichten van een recreatieterrein aan de Witvenseweg in Veldhoven. In het noorden van het plangebied wordt een hotel gebouwd. Aan de west- en zuidkant van het hotel komen twaalf lodges. Aansluitend aan de oostzijde is een (herinrichting van het) parkeerterrein gepland. Aan de zuidkant van het park worden nieuwe recreatieverblijven geplaatst rondom nieuwe waterpartijen. Ook is het de bedoeling dat de infrastructuur, het groen en de voorzieningen gerevitaliseerd gaan worden. 2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszones dekzandvlakten, dekzandruggen en beekdalbodems. Het plangebied ligt tussen de beekdalen van de Run (in het westen) en de BovenDommel in het oosten. Ten noorden van het plangebied mondt de Run uit in de Boven-Dommel. De natuurlijke ondergrond bestaat uit periglaciale afzettingen. De top van deze afzettingen bestaat in een groot deel van het plangebied waarschijnlijk uit dekzand. In het dekzand hebben zich veldpodzolgronden ontwikkeld. Ten westen van het plangebied, en op enkele plaatsen op de rand van het plangebied, staan lage enkeerdgronden gekarteerd. Het betreffen oorspronkelijk waarschijnlijk beekeerdgronden die bij de kanalisatie van de Run in de 20e eeuw zijn omgewerkt en deels opgehoogd. 3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
Begin 20e eeuw was het plangebied een heidegebied dat toen is ontgonnen. Bij de ontginning is de top van het toenmalige bodemprofiel waarschijnlijk vergraven en verploegd. Delen van het plangebied kunnen zijn geëgaliseerd gezien de afwezigheid van dekzandruggen die op de geomorfologische kaart staan in gekend (midden en zuiden van het plangebied) of een welving die ten noorden van het plangebied herkenbaar is, maar in het plangebied niet. De terreinbeheerder bevestigt dit. Daarnaast zijn in het hele plangebied bodemverstoringen aanwezig in relatie tot de inrichting en het gebruik van het recreatiegebied in de 20e en 21e eeuw. 4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
Het plangebied is tot in de 19e eeuw onderdeel van de Uitvensche Heide. Richting het zuiden ligt de Broekhovensche heide. Ongeveer anderhalve kilometer ten noordwesten van het plangebied ligt de historische kern van Veldhoven. Het broek (moeras) en heide wordt begrensd door beekdalen van de Run (in het westen en noorden) en de Boven-Dommel (in het oosten). Tussen het midden van de 19e eeuw en begin 20e eeuw wordt de Run ter hoogte van het plangebied gekanaliseerd. In deze periode krijgt de oostkant van het Rundal een scherpe rechte grens. Dit is ook de westgrens van het plangebied. In 1901 is een groot deel van het plangebied nog heide. In 1921 zijn grote delen van de heide ontgonnen ten behoeve van landbouw. In de jaren dertig van de 20e eeuw wordt natuurbad ‘t Witven aangelegd in het noorden van het plangebied. In Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
83 de rest van van de 20e eeuw wordt een zwembad en daarna weer een recreatieplas aangelegd. Het recreatie terrein breidt in de 20e en 21e eeuw steeds verder uit met recreatiewoningen, kampeerplaatsen en voorzieningen (horeca, tennisbanen, midgetgolf, parkeerplaatsen). 5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
In het plangebied liggen geen (delen van) AMK terreinen, geen vondstlocaties en geen historische kernen/erven en het ligt niet aan een ontginningsas. Een deel (circa 1 ha) van het plangebied is in 2015 archeologisch onderzocht met boringen en toen vrijgegeven omdat de bodem verstoord was.40 6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
Op basis van de ligging in het landschap kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit alle archeologisch perioden (Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd). Met name de ligging tussen twee beekdalen maakt het terrein geschikt voor de vestiging van tijdelijke jachtkampen. Daarom heeft het plangebied waarschijnlijk een hoge archeologische verwachting op de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Er moet rekening gehouden worden dat archeologische resten van kampementen, begravingen en rituelen uit de periode van jager-verzamelaars aanwezig zijn. Daarnaast kunnen resten van jacht, visvangst, depositie en infrastructuur (voordes en paden) aanwezig zijn. Gezien de bodemverstoringen door de vroeg 20e eeuwse heideontginningen en inrichting van het recreatieterrein daarna is de kans echter groot dat resten uit deze periodes zijn verstoord. In het plangebied kunnen ook resten aanwezig zijn uit de periode van landbouwsamenlevingen (Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen), zoals resten van nederzettingen/erven en grafvelden. Of het plangebied geschikt is geweest voor landbouw en bewoning in deze periode is echter niet zeker. Paleogeografische reconstructies geven aan dat het terrein met veen bedekt is geweest en terrein dat geschikt zou zijn geweest om landbouw te bedrijven is dus waarschijnlijk niet aanwezig of zeer klein van omvang geweest. Een bouwlanddek ontbreekt.
Het grootste deel van het plangebied bestaat uit veldpodzolgronden. Als het niet gebruikt is voor landbouw, kunnen nog wel resten van jacht, visvangst, depositie en infrastructuur aanwezig zijn. In de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd heeft zich een heidegebied ontwikkeld en in de 20e eeuw een recreatiegebied. Uit deze perioden worden geen behoudenswaardige resten verwacht. Wel kunnen spitsporen van het steken van plaggen aanwezig zijn, alsmede sporen van oude wegen / paden en greppels en sloten van ontginningen (complextypen: economie en infrastructuur). De top van het potentiële archeologische sporenniveau wordt verwacht onder een dunne bouwvoor van circa 30 tot 50 cm dik. In het noordwesten, waar sprake is van lage enkeerdgronden, ligt dit sporenniveau naar verwachting op 60 tot 100 cm -mv. Zie verder paragraaf 2.8.
40 Arkema 2015 Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
84 7.
Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?
De aard en omvang van de ingrepen zijn nog niet exact bekend. Echter, op plaatsen waar sprake is van een ondiepe ligging van het potentiële archeologische sporenniveau (in een groot deel van het plangebied), zullen graafwerkzaamheden al snel reiken tot in dit niveau. Eventuele archeologische resten zullen dan worden vergraven. 8.
Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten?
Aanbevolen wordt om de aard en intactheid van het bodemprofiel nader te bepalen door middel van een verkennend archeologisch booronderzoek.
4.2
Conclusie Booronderzoek 9.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?
Het booronderzoek bevestigt dat het bodemmateriaal bestaat uit zand en leem. Het bodemmateriaal kan lithostratigrafisch worden onderverdeeld in (1) beekafzettingen (langs de westrand van het plangebied), (2) dekzand en overige periglaciale afzettingen in de rest van het plangebied en (3) een antropogeen pakket (3: bouwvoor en omgewerkte grond). De 20e eeuwse bouwvoor (A-horizont) is bij 40 boorpunten nog aanwezig. Deze bouwvoor is 10 tot 55 cm dik. Onder deze bouwvoor ligt bij tien boorpunten een 10 tot 30 cm dikke menglaag. Bij twee boorpunten is de eerdlaag (ook: Ahorizont) van de oorspronkelijk beekeerdgrond nog herkenbaar. Bij 79 van de 107 boorpunten bestaat de top van het bodemprofiel uit omgewerkte grond; bij 64 boorpunten is de bodem omgewerkt tot in de C-horizont. Het pakket omgewerkte grond is gemiddeld 55 cm dik. In de top van het dekzand is bij acht boorpunten nog een B-horizont aanwezig. Deze boorpunten met B-horizont liggen verspreid door het midden van het plangebied (figuur 39). Drie keer ligt de B-horizont direct onder de omgewerkte grond; vijf keer wordt de B-horizont afgedekt door de 20e eeuwse bouwvoor. Tabel 4: Profieltypen in het plangebied. Type profiel
Aantal boringen
omgewerkt tot in de C-horizont
64
met A- (op AC-) op C-horizont
35
met A- op B- op C-horizont
5
omgewerkte grond op B- op C-horizont
3
Totaal aantal profielen
107
De omgewerkte grondlagen zijn waarschijnlijk ontstaan tijdens de kanalisatie (langs de westrand) van de Run in de 19e eeuw, de ontginning van de heide in de 20e eeuw en aanleg en ontwikkeling van het recreatieterrein daarna. De bodem in het plangebied is bleek en roestig, vrijwel altijd vanaf de top van de C-horizont. Dit bevestigt dat het grondwater regelmatig hoog staat. Waarschijnlijk Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
85 doordat ondiep regelmatig sterk of uiterst siltige zandlagen en leemlagen aanwezig zijn. 10.
Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?
Er is één potentieel archeologisch sporenniveau aanwezig. Dit is de top van de B-horizont, of de top van de C-horizont als sprake is van een AC profiel. Dit niveau ligt 25 tot 85 cm -mv, meestal 40 tot 50 cm -mv. De diepteligging van dit niveau is in het hele plangebied (ongeveer) hetzelfde. In dit niveau kunnen sporen van nederzettingen en/of kampementen aanwezig zijn. Echter, de lage natte ligging van het terrein, maakt het onwaarschijnlijk dat dit terrein daadwerkelijk voor bewoning in gebruik is geweest. Dit geldt voor zover de periode van jager-verzamelaars (Paleolithicum en Mesolithicum) als voor de periode van landbouwers Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen). Eventuele duidelijke hoogtes waar droge zones met kampplaatsen uit de vroege prehistorie zouden kunnen worden verwacht, zijn in het terrein niet (of niet meer) aanwezig. De kans dat behoudenswaardige archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn, wordt daarom als klein ingeschat. Eindoordeel: 11.
Indien (mogelijk) archeologische resten aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? Er worden waarschijnlijk geen archeologische resten verstoord. b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische resten? Maatregelen zijn niet nodig
12.
Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
Vervolgonderzoek is niet nodig.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
86
Figuur 53: Advieskaart.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
87
5
Advies Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling (figuur 53). Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Veldhoven.
5.1
Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid De eerste versie van dit rapport is op 13 augustus 2024 beoordeeld door de archeologisch deskundige van de gemeente (I. de Jongh, L.M. van Luling en F.P. Kortlang, Kragten-ArchAeo). De opmerkingen uit het beoordelingsdocument zijn verwerkt in onderhavige versie van het rapport. De archeologisch deskundige van de gemeente heeft in de beoordeling aangegeven in te stemmen met het advies om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. De tweede versie van dit rapport is op 5 september 2024 beoordeeld. De opmerkingen uit de beoordeling zijn verwerkt in onderhavige versie van het rapport.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
88
6
Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2023. ‘AHN4’. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. Arkema, M. 2015. ‘Camping ’t Witven, Runstraat 40 te Veldhoven, Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen’. Antea Group Archeologie 403117. Anteagroup. Beckers, I. S. J. en J. M. Blom. 2010. ‘Witvenseweg 11 te Heers (gemeente Veldhoven), een bureauonderzoek’. ADC-rapport 2419. Amersfoort. Beheer PDOK. ‘BAG Panden Service’. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/ metadata/1c0dcc64-91aa-4d44-a9e3-54355556f5e7. Bisschops, J. H., J. P. Broertjes en W. Dobma. 1985. ‘Geologische kaart van Nederland : toelichtingen bij de geologische kaart van Nederland 1: 50.000 = Geological map of the Netherlands: Blad Eindhoven west (51W)’. Haarlem: Rijks Geologische Dienst. Blom, J. M. en I. S. J. Beckers. 2010. ‘Waterberging de Run, gemeentes Eersel, Veldhoven en Bergeijk, een bureauonderzoek’. ADC-rapport 2441. Amersfoort. de Boer, A. G. 2024. ‘Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek Soort onderzoek: vooronderzoek Fase: verkennend. Witvenseweg, Veldhoven, gemeente Veldhoven’. Bureau voor Archeologie. de Boer, E. 2008. ‘Veldhoven, Witvenseweg-Volmolenweg (deellocatie 1), Archeologisch booronderzoek (verkennende fase)’. BILAN rapport 2008/156. BILAN. Bosch, J. H. A. 2008.
‘Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2’. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. Bureau van de Militaire Verkenningen. 1850. ‘Topografische Militaire Kaart 1850’. Alterra. ten Cate, J. A. M. 1977. ‘Geomorfologische kaart van Nederland : schaal 1:50.000: Blad 51: Eindhoven’. Wageningen [etc.]: Stichting Bodemkartering [etc.]. Damoiseaux, J. H. en T. C. Teunissen van Manen. 1984. ‘Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, Blad 51 West Eindhoven’. Wageningen: Stichting voor Bodemkartering. De Boer, E. 2006. ‘Veldhoven, De Run 2000/7000, Archeologisch vooronderzoek’. BILAN rapport 2006/52. BILAN. Gemeente Veldhoven. 2008. ‘Beleidskaart archeologie gemeente Veldhoven’. Versie 2. https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0861.BP000380401/b_NL.IMRO.0861.BP00038-0401_rb1.pdf. ———. 2014. ‘Archeologische Beleidsadvieskaart gemeente Veldhoven’. Google Street View. ‘Street View’. https://maps.google.nl/. Hendriks, F. 2008. ‘Veldhoven, Heers, Heerseweg 122, Archeologisch bureauonderzoek’. BILAN rapport 2008/157. BILAN. Het waterschapshuis. 1996. ‘ahn1 downloads’. https://api.ellipsis-drive.com/v2/ogc/wfs/050cc269-5ee8-4a71-a0ec7bfd73179dc2?request=getCapabilities. ‘http://www.ruimtelijkeplannen.nl’. Kadaster. 1811. ‘Kadastrale Minuten’. 1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. ———. 2024. ‘BAG Viewer’.
https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/? zoomlevel=1. Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
89 ———. ‘Bonnebladen’. http://www.kadaster.nl/web/artikel/producten/Bonnebladen.htm. Kadaster en PDOK. 2014. ‘AHN2 en 3 - WCS service’. http://nationaalgeoregister.nl. Kortlang, F. P., A. van de Water en M. van der Weele. 2011. ‘Implementatiedocument 4: Standaardrichtlijnen archeologisch onderzoek en bijbehorende rapportage(s), Eindhoven’. Kortlang, F. P. en M. van der Weele. 2009. ‘Veldhoven, Opwaardering van de Gender, Bureauonderzoek’. ArchAeO-Rapport P09097. Eindhoven: ArchAeO. Nationaal Georegister. 2022. ‘BRT Achtergrond’. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/ map. ———. ‘Luchtfoto Beeldmateriaal RGB 25cm en 8cm WMTS’. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/ metadata/c82a783a-9a58-4761-a809-b4c5d90dcd35. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut. PDOK. ‘TOP25raster WMS’. Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK). https://service.pdok.nl/brt/topraster/wms/v1_0. ———. ‘Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) - gedetailleerde grootschalige basiskaart’. https://www.pdok.nl/introductie/-/article/basisregistratie-grootschaligetopografie-bgt-. Peeters, M. M. 2013. ‘Veldhoven, Heerseweg 141, Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek’. RAAP-notitie 4390. RAAP.
Provincie Noord-Brabant. 2021. ‘Regionaal Water en Bodem Programma 20222027, Kader Richtlijn Water (KRW) en overige oppervlaktewaterlichamen (lijnen)’. https://georegister.brabant.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/ metadata/1a97162b-8a42-4129-8a25-56da1bdbc4c2. Rensink, E., H. J. T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken en B. I. Smit. 2015. ‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld’. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2016. ‘Kaart van verdedigingswerken, alle linies en stellingen’. https://landschapinnederland.nl/bronnen-enkaarten/militaire-landschapskaart. ———. 2017. ‘Rijksmonumentenregister’. Cultureelerfgoed.nl. https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister. ———. 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services. ‘e-depot voor de Nederlandse archeologie’. http://www.edna.nl. SIKB. 2022. ‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.2’. SIKB. https://sikb.nl/doc/archeo/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %204_2.pdf. Stichting RAAP. 2017. ‘Indicatieve Kaart Militaire Waarden (IKME)’. Stiller, D. R. 2008. ‘Witvenseweg/Volmolenweg, Veldhoven, Archeologisch Bureauonderzoek’. Hazenberg AMZ Publicatie 3620. Hazenberg Archeologie.
Topografische Dienst. ‘Topografische kaarten 1927-1995’. Emmen: Staat der Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
90 Nederlanden. ‘Topotijdreis’. http://www.topotijdreis.nl/. Torremans, R. 2008. ‘Veldhoven, De Run, Een inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven’. ADC 1281. ADC ArcheoProjecten. Verhees, H. 1794. ‘Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van Bataafsch Braband, bevattende de Meyerye van ’s Bosch, bestaande in de vier kwartieren...’ https://proxy.archieven.nl/0/2D1069803F7043FCA7EC25DFAB5BBEA1. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans. 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam: Prometheus. Wageningen Environmental Research. 2023. ‘BRO - Geomorfologische Kaart (GMM)’. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/ metadata/459231d0-7379-4f26-a444-7616e1d888f0.
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
Bijlage 1: Beschrijvingen boringen en profielputjes Beschrijvingen boringen: nr.
grens grond bijmenging mediaan kleur cm-mv
nieuwvormingen
antropogene horizont bijmengingen
interpretatie lithostratigrafie
overig
boven onder 1
grondwaterstand tijdens boring: 60 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
40 zand
matig siltig; matig fijn donker-bruinmatig grijs humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond
40
50 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs sterk humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; omgewerkte grond
50
100 zand
matig siltig
matig fijn licht-grijs
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond
2
beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
15 grind
zwak zandig; sterk humeus
15
30 zand
30
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
basis scherp; omgewerkte grond
zwak siltig; matig fijn grijs-bruin zwak humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; omgewerkte grond
70 zand
matig siltig; matig fijn donker-bruin matig humeus
omgewerkte Formatie van Echteld grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; omgewerkte grond
70
80 zand
matig siltig
matig grof
grijs
80
100 zand
matig siltig
matig grof
grijs
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
fijn grind zwart
spoor roestvlekken
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig grote spreiding; zand matig Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
dekzand
Formatie van Boxtel, matig grote spreiding; zand matig Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk Veldhoven Witvenseweg
nr.
grens grond bijmenging mediaan kleur cm-mv
nieuwvormingen
antropogene horizont bijmengingen
interpretatie lithostratigrafie
overig
boven onder 3
grondwaterstand tijdens boring: 100 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
30 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs matig humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
30
70 zand
matig siltig
matig fijn oranje-bruin
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; brokken zwart zand ip 60
70
105 zand
zwak siltig
matig grof
licht-bruingrijs
105
130 zand
zwak siltig
matig grof
licht-bruingrijs
spoor roestvlekken
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
4
beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
40 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs- spoor spoor baksteen matig bruin roestvlekken humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond; bsp
40
65 zand
matig siltig; matig fijn grijs-bruin matig humeus
spoor spoor baksteen roestvlekken
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
spoor bruine vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond; bsp
65
85 zand
zwak siltig
matig fijn licht-bruingrijs
weinig roestvlekken
85
110 zand
zwak siltig
matig fijn grijs
110
125 zand
uiterst siltig matig fijn licht-blauwgrijs
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
periglaciale afzettingen
Formatie van Boxtel
5
matig kleine spreiding; zand afgerond grondwaterstand tijdens boring: 150 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024
0
60 zand
matig siltig; matig fijn donker-bruin-
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
omgewerkte Antropogeen omgewerkt
matig kleine spreiding; zand Veldhoven Witvenseweg
nr.
grens grond bijmenging mediaan kleur cm-mv
nieuwvormingen
antropogene horizont bijmengingen
interpretatie lithostratigrafie
overig
grond
afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
spoor bruine vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor kleibrokjes; basis geleidelijk; omgewerkte grond
boven onder matig humeus
grijs
60
90 zand
matig siltig; matig fijn bruin-grijs zwak humeus
90
150 zand
sterk siltig
matig grof
grijs
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond
6
beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
7 geen monst er
klinker
7
30 zand
matig siltig; matig zwak grof humeus
grijs-grijs
30
95 zand
matig siltig
matig grof
licht-bruingrijs
weinig roestvlekken
95
120 zand
uiterst siltig matig grof
licht-bruingrijs
weinig roestvlekken
weinig baksteen
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
C-horizont dekzand periglaciale afzettingen
matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis scherp; omgewerkte grond; baksteen rood hard 5mm
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk Formatie van Boxtel
7
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk grondwaterstand tijdens boring: 150 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024
0
40 zand
zwak siltig; matig fijn grijs matig grindig; matig humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig grote spreiding; zand hoekig; basis scherp
40
150 zand
matig siltig; matig fijn bruin-grijs zwak humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
weinig bruine vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; omgewerkte grond
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
Veldhoven Witvenseweg
nr.
grens grond bijmenging mediaan kleur cm-mv
nieuwvormingen
antropogene horizont bijmengingen
interpretatie lithostratigrafie
overig
boven onder 150
180 zand
matig siltig
matig fijn licht-grijs
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond
8
beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
15 zand
matig siltig; matig fijn zwart sterk humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
15
40 zand
matig siltig; matig fijn grijs-bruin matig humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; omgewerkte grond; omgewerkt met resten B-horizont
40
80 zand
matig siltig
80
130 zand
uiterst siltig matig fijn licht-grijs
matig fijn licht-grijs-grijs weinig roestvlekken
C-horizont dekzand periglaciale afzettingen
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk Formatie van Boxtel
9
matig kleine spreiding; zand afgerond beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024
0
30 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs sterk humeus
30
55 zand
matig siltig; zeer fijn bruin-grijs zwak humeus
55
75 zand
matig siltig
75
120 zand
uiterst siltig matig fijn blauw-grijs
matig fijn oranje
spoor baksteen
veel roestvlekken
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis geleidelijk; baksteenfragmenten 5mm hard
C-horizont dekzand periglaciale afzettingen
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk Formatie van Boxtel
10
matig kleine spreiding; zand afgerond beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024
0
60 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs sterk
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor zandbrokjes; basis Veldhoven Witvenseweg
nr.
grens grond bijmenging mediaan kleur cm-mv
nieuwvormingen
antropogene horizont bijmengingen
interpretatie lithostratigrafie
overig
boven onder humeus
geleidelijk
60
70 zand
matig siltig
matig fijn bruin
B-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
70
75 zand
matig siltig
matig fijn bruin-grijs
BChorizont
dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
75
120 zand
matig siltig
matig fijn licht-grijs
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond
11
beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
30 zand
matig siltig; matig fijn bruin-grijs matig humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
30
60 zand
matig siltig
omgewerkte Antropogeen opgebracht matig kleine spreiding; zand grond afgerond; basis scherp; opgebrachte grond
60
85 zand
matig siltig; matig fijn zwart sterk humeus
85
130 zand
matig siltig
matig fijn geel
matig fijn licht-bruingrijs
weinig roestvlekken
spoor grijze vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig zandbrokjes; basis scherp
A-horizont bouwvoor
Antropogeen omgewerkt
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond
12
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
grondwaterstand tijdens boring: 100 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
30 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs matig humeus
spoor roestvlekken
30
80 zand
matig siltig
veel roestvlekken
80
95 leem
sterk zandig
95
120 zand
sterk siltig
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
matig fijn oranje
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond C-horizont dekzand
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
licht-blauwgrijs
periglaciale afzettingen
Formatie van Boxtel
basis geleidelijk
matig fijn oranje-grijs
periglaciale
Formatie van Boxtel
matig kleine spreiding; zand Veldhoven Witvenseweg
nr.
grens grond bijmenging mediaan kleur cm-mv
nieuwvormingen
antropogene horizont bijmengingen
interpretatie lithostratigrafie
overig
afzettingen
afgerond
boven onder
13
grondwaterstand tijdens boring: 130 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
15 zand
zwak siltig; matig fijn zwart sterk humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
15
70 zand
matig siltig; matig fijn grijs-bruin zwak humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
weinig bruine vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig zandbrokjes; basis scherp; omgewerkte grond
70
120 zand
zwak siltig
120
150 leem
sterk zandig
matig fijn oranje-bruin
veel roestvlekken
licht-blauwgrijs
C-horizont dekzand periglaciale afzettingen
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk Formatie van Boxtel
14
beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
50 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs sterk humeus
50
80 zand
uiterst siltig matig fijn licht-bruingrijs
80
120 zand
matig siltig
15
matig fijn licht-bruingrijs
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
weinig roestvlekken
weinig gele vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig zandbrokjes; basis scherp; omgewerkte grond
C-horizont periglaciale afzettingen
Formatie van Boxtel
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk
periglaciale afzettingen
Formatie van Boxtel
matig kleine spreiding; zand afgerond grondwaterstand tijdens boring: 100 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024
0
7 geen monst er
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
klinker
Veldhoven Witvenseweg
nr.
grens grond bijmenging mediaan kleur cm-mv
nieuwvormingen
antropogene horizont bijmengingen
interpretatie lithostratigrafie
overig
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis scherp; omgewerkte grond
boven onder 7
95 zand
matig siltig; matig zwak grof grindig; zwak humeus
bruin-grijs
95
150 zand
matig siltig
grijs
matig grof
spoor roestvlekken
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel
16
matig kleine spreiding; zand afgerond grondwaterstand tijdens boring: 120 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024
0
20 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs sterk humeus
20
55 zand
zwak siltig; matig fijn bruin-grijs matig humeus
weinig spoor baksteen roestvlekken
55
110 zand
matig siltig
matig fijn licht-bruingrijs
weinig roestvlekken
110
130 zand
matig siltig
matig fijn licht-bruingrijs
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
weinig grijze vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig zandbrokjes; basis scherp; omgewerkte grond; baksteenfragmenten 5 mm hard
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
17
grondwaterstand tijdens boring: 100 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
45 zand
matig siltig; matig matig grof humeus
45
80 zand
matig siltig; matig fijn donker-bruin- spoor matig grijs roestvlekken humeus
A-horizont bouwvoor
Antropogeen omgewerkt
matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig plantenresten; basis geleidelijk
80
105 zand
matig siltig
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel,
matig kleine spreiding; zand
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
donker-bruingrijs
matig fijn licht-bruin-
omgewerkte Onbekend grond
weinig
matig grote spreiding; zand matig afgerond; weinig zandbrokjes; basis scherp; omgewerkte grond
Veldhoven Witvenseweg
nr.
grens grond bijmenging mediaan kleur cm-mv
nieuwvormingen
antropogene horizont bijmengingen
interpretatie lithostratigrafie
overig
boven onder grijs 105
130 zand
zwak siltig
roestvlekken
Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
matig fijn licht-grijs
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond
18
grondwaterstand tijdens boring: 80 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
20 zand
matig siltig; matig fijn bruin-grijs zwak humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
20
75 zand
matig siltig
matig grof
licht-bruingrijs
weinig roestvlekken
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
75
100 zand
matig siltig
matig grof
licht-bruingrijs
spoor roestvlekken
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
19
veel grijze vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
10 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs sterk humeus
10
80 zand
matig siltig; matig fijn grijs-bruin zwak humeus
80
105 zand
zwak siltig; matig fijn donker-grijs sterk humeus
105
130 zand
matig siltig
matig fijn licht-oranjebruin
veel roestvlekken
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
130
150 zand
sterk siltig
matig fijn licht-blauwgrijs
weinig roestvlekken
dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond
20
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
spoor baksteen
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; baksteenfragment rood 1cm
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand matig afgerond; basis scherp
grondwaterstand tijdens boring: 120 cm-mv; beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 Veldhoven Witvenseweg
nr.
grens grond bijmenging mediaan kleur cm-mv
nieuwvormingen
antropogene horizont bijmengingen
interpretatie lithostratigrafie
overig
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
veel bruine vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; veel zandbrokjes; basis geleidelijk; omgewerkte grond
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; omgewerkte grond
boven onder 0
60 zand
matig siltig; matig fijn bruin-grijs zwak humeus
60
120 zand
sterk siltig; matig humeus
matig fijn donker-grijs
120
150 leem
sterk zandig
blauw-grijs
weinig roestvlekken
C-horizont periglaciale afzettingen
Formatie van Boxtel
21
beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
30 zand
matig siltig; matig fijn donker-bruinsterk grijs humeus
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; weinig zandbrokjes; basis scherp
30
70 zand
zwak siltig
matig grof
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig grote spreiding; zand matig afgerond; weinig zandbrokjes; basis geleidelijk; bruine brokken op 60
70
100 zand
matig siltig
matig fijn grijs
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
100
100 zand
sterk siltig
matig fijn grijs
C-horizont
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond; basis geleidelijk
licht-bruingrijs
22
beschrijver: A. de Boer; datum boring: 14-mei-2024 0
30 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs sterk humeus
30
60 zand
matig siltig; matig fijn donker-grijs matig humeus
60
130 zand
matig siltig
Bureau voor Archeologie Rapport 1461
matig fijn grijs
weinig baksteen
spoor roestvlekken
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; baksteenfragment rood 1 cm
omgewerkte Antropogeen omgewerkt grond
matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; omgewerkte grond
C-horizont dekzand
Formatie van Boxtel, matig kleine spreiding; zand Laagpakket van Wierden afgerond