Bestemmingsplan_toelichting en regels
Tekst van het document
Afronding Habraken
73
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
In de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12) wordt voorgeschreven dat tegelijk met het vaststellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan vastgesteld moet worden voor het plangebied of delen ervan, tenzij:
het kostenverhaal anderszins verzekerd is;
er geen noodzaak tot het stellen van locatie-eisen of eisen aan type woningbouw is;
er geen noodzaak is voor het bepalen van een tijdvak of fasering.
Omdat niet alle gronden in eigendom zijn van de gemeente Veldhoven stelt de gemeente parallel aan dit bestemmingsplan een exploitatieplan op zodat kostenverhaal kan worden toegepast.
5.2
Procedure
5.2.1
Vooroverleg
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In verband met de tijdsdruk ingegeven door de in werking treding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is ervoor gekozen geen formeel vooroverleg te houden, maar direct met een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te gaan. Het bestemmingsplan is in aanloop naar de ter inzagelegging op ambtelijk niveau besproken met de verantwoordelijke ambtenaren van het waterschap en de Provincie. 5.2.2
Terinzagelegging
Op 18 december 2023 is een informatiebijeenkomst georganiseerd, waarbij het ontwerpbestemmingsplan centraal stond. Het ontwerpbestemmingsplan, het ontwerp-exploitatieplan en het ontwerpbeeldkwaliteitsplan hebben daarna van vrijdag 22 december tot en met donderdag 1 februari 2024 ter inzage gelegen in het gemeentehuis van Veldhoven. Ook waren de ontwerpplannen digitaal te raadplegen via de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Na de terinzagelegging van deze ontwerpplannen is de groen-blauwe zone uitgewerkt in de vorm van een landschapsplan. Er heeft een informatieavond plaatsgevonden op 28 november 2024 waarbij de conceptversie hiervan centraal stond. Het landschapsplan is daarna op onderdelen aangepast en heeft volgens de gemeentelijke inspraakverordening en via een aparte procedure ter inzage gelegen. In totaal zijn er 5 zienswijzen ingediend, waarvan 4 tegen het ontwerpbestemmingsplan, één tegen het ontwerpbeeldkwaliteitsplan en twee tegen het ontwerp-exploitatieplan. Eén zienswijze tegen het exploitatieplan is nadien ingetrokken. De (resterende) zienswijzen hebben gedeeltelijk geleid tot aanpassingen van de betreffende stukken. Ook zijn er ambtshalve nog enkele aanpassingen in het bestemmingsplan doorgevoerd.
In de als bijlage 19 opgenomen Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen zijn alle zienswijzen samengevat en beantwoord en is een overzicht opgenomen van de ambtshalve aanpassingen. 5.2.3
Vaststelling
Het bestemmingsplan is op 19 maart 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit geldt ook voor het beeldkwaliteitsplan en het exploitatieplan.
Afronding Habraken
74
6
Juridische planopzet
6.1
Plansystematiek
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridisch plangedeelte, heeft de toelichting wel een belangrijke rol bij de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Voor de opzet van de verbeelding en de planregels is zoveel mogelijk aangesloten bij de gemeentelijke modelregels. De gemeente streeft namelijk naar (zoveel mogelijk) standaardisering van bestemmingen en planregels, zodat iedereen in Veldhoven gelijke rechten heeft. Maatwerk is soms nodig, om specifieke situaties goed te kunnen vastleggen. Het bestemmingsplan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), dit zijn op nationaal niveau voorgeschreven richtlijnen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de naamgeving van artikelen en het kleurgebruik van bestemmingen. Het bestemmingsplan is gericht op 'toelatingsplanologie'.
De gedachte hierachter is dat iedereen zelf mag bepalen (voor zover dat is toegestaan binnen de planologische mogelijkheden) wat hij realiseert op zijn grondeigendom. Het bestemmingsplan maakt bepaalde functies mogelijk en kan randvoorwaarden stellen aan de mate en de wijze van bebouwing en het gebruik. De eigenaar bepaalt binnen deze randvoorwaarden zelf wat hij realiseert en of wat hij niet realiseert. Hij is dus niet verplicht om de bestemming te verwezenlijken.
6.2
Toelichting op de verbeelding
De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming of dubbelbestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen aanduidingen zijn aangegeven, waaraan in de regels voorwaarden zijn verbonden. De opgenomen verklaring is niet juridisch bindend en is op de verbeelding opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding.
6.3
Toelichting op de regels
De regels leggen de gebruiksmogelijkheden van de gronden en de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing vast. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3: Algemene regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. 6.3.1
Inleidende regels
De inleidende regels behelzen de begrippen en de wijze van meten.
Afronding Habraken
75
Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. 6.3.2
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemming(en) opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Het bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Bedrijventerrein: Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de beoogde uitgeefbare gronden in het plangebied. Er is gekozen voor een relatief flexibele bestemming wat betreft de bouw- en gebruiksmogelijkheden, maar daarbij zijn wel duidelijke randvoorwaarden gesteld. De bebouwing, de buitenopslag en de overige, al dan niet ondergeschikte, voorzieningen van het bedrijf, waaronder ook in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groen, waterberging en andere waterhuishoudkundige voorzieningen, (collectieve) laadvoorzieningen, e.d. zijn toegestaan binnen deze bestemming. Ter plaatse zijn bedrijven toegestaan tot maximaal milieucategorie van 3.1. Afhankelijk van de ligging ten opzichte van omliggende bestaande woningen zijn er ook bedrijven met een milieucategorie 4.2, 4.1 of 3.2 toegestaan (zie nader par. 4.4 voor uitleg hierover), voor zover opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten. De Staat van bedrijfsactiviteiten is als Bijlage 1 bij de regels opgenomen. Bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen de opgenomen bouwvlakken met een bebouwingspercentage van 50 tot 80%.
De maximale bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven en varieert van 12 tot 16 meter. Verder zijn minimale en maximale oppervlakte per bouwperceel (kavel) opgenomen. Bij dit laatste is onderscheid gemaakt tussen de gronden waar een kleinschalige werkmilieu is beoogd en daar waar een grootschalig werkmilieu is beoogd. Op één locatie binnen het plangebied is een grootschalig bedrijfsperceel toegestaan (tot maximaal 28.500 m², met een afwijkingsmogelijkheid tot maximaal 30.000 m²). Voor dit perceel is een maatwerkregeling opgenomen in de bouwregels. In de bouwregels zijn tevens diverse afwijkingsbevoegdheden opgenomen, die het mogelijk maken om onder nader gespecificeerde voorwaarden af te wijken van de bouwregels. Dit betreft onder meer afwijkingen voor een kleiner bouwperceel, een hoger dan wel lager bebouwingspercentage van een bouwperceel, de situering ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrenzen, e.d. Daarnaast geldt dat door de ligging in de nabijheid van Vliegbasis Eindhoven geluidzones ten aanzien van de luchtvaart zijn opgenomen alsmede luchtvaartverkeerszones. Tenslotte zijn er ook conform het geldend plan enkele veiligheidszones overgenomen als gevolg van de nabijheid van Vliegbasis Eindhoven, twee hogedruk gasleidingen, munitie en inrichtingen met gevolgen voor externe veiligheid. Onder andere milieugevoelige bestemmingen (zoals wonen), detailhandel (m.u.v.
ondergeschikte) en horeca zijn uitgesloten. In de specifieke gebruiksregels is opgesomd welke vormen van gebruik in ieder geval zijn uitgesloten. Ook is een regeling opgenomen voor buitenopslag. Deze is afgestemd op het beeldkwaliteitsplan.
Afronding Habraken
76
Per bouwperceel is maximaal 1 bedrijf toegestaan. Ter borging van een hydrologische neutrale ontwikkeling is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor realisering van voldoende waterbergingsvoorzieningen. Dit wordt op gebiedsniveau voorzien, maar moet worden gerealiseerd voordat nieuwe bedrijfspercelen in gebruik worden genomen. Daarnaast is een gebruiksregel opgenomen om te borgen dat het plan voldoet aan de geldende stikstofregelgeving. De toekomstige emissie mag niet toenemen ten opzichte van de huidige emissie als gevolg van het agrarisch gebruik van de gronden (bemesting). Zie voor meer informatie over dit thema par. 4.9. Tot slot is binnen deze bestemming een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de (tijdige) realisatie en instandhouding van het landschapsplan Habraken binnen de bestemming ‘groen’. Dit landschapsplan is opgenomen in de bijlagen bij de regels. Tot slot zijn enkele afwijkingsbevoegdheden opgenomen ten aanzien van de gebruiksregels. Hierbij zijn telkens nadere specifieke voorwaarden gesteld. Dit betreft onder meer afwijkingen ten aanzien van de regels voor buitenopslag, het toestaan van met de rechtstreeks toegestane bedrijven vergelijkbare bedrijven en een grotere bouwperceelsoppervlakte (binnen een specifiek aangewezen zone).
Verkeer: De bestemming ‘Verkeer’ is opgenomen voor de beoogde wegen, straten en verhardingen, fiets- en/of voetpaden, pleinen en overige verblijfsgebieden, verkeers- en parkeervoorzieningen, (collectieve) laadvoorzieningen. Binnen de bestemming zijn ook groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Dit maakt het mogelijk om de exacte inrichting van de gronden nader uit te werken. Er mogen binnen deze bestemming alleen nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Groen: De bestemming ‘Groen’ is opgenomen voor de overige gronden. Het gaat daarbij vooral om de gronden die zijn beoogd voor het groen-blauwe raamwerk, zoals beschreven in paragraaf 2.5 van deze toelichting. Binnen de bestemming zijn dan ook groenstructuren zoals plantsoenen, groenstroken en andere groenvoorzieningen toegestaan, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals fiets- en/of voetpaden, in- en uitritten etc. Verder zijn ook water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Er mogen binnen deze bestemming alleen nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Leiding – Gas: Aan de noordwestkant van het plangebied zijn twee aardgasleidingen aanwezig. De leidingen hebben, inclusief bijbehorende belemmeringenstrook, de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ gekregen.
Binnen deze dubbelbestemming is een omgevingsvergunning noodzakelijk voor het bebouwen van de gronden conform de overige opgenomen bestemmingen, evenals voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden. De dubbelbestemming heeft tot doel om het functioneren en de mogelijkheden voor onderhoud van de leiding te waarborgen. Waarde – Archeologie 2 en 3 (dubbelbestemmingen): Een deel van de gronden in het plangebied is (nog) niet archeologisch vrijgegeven. Voor deze zones zijn op basis van de gemeentelijke beleidskaart de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde Archeologie 3’ opgenomen. Deze dubbelbestemmingen stellen restricties aan het bebouwen van de betreffende gronden en aan het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden.
Afronding Habraken
77
6.3.3
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is vastgelegd dat het bouwvlak uitsluitend mag worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen. Verder zijn kelders toegestaan waar gebouwen mogen worden gebouwd. Tot slot is een bestaande matenregeling opgenomen. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn regels opgenomen in verband met het zogenaamde vogelbeperkingengebied vanwege het nabijgelegen Vliegbasis Eindhoven. Er is een verbod voor de volgende vormen van grondgebruik en enkele functies binnen het plangebied: a. oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; b. natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; c.
vishouderijen met extramurale bassins;
d. extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; e. afvalwaterzuiveringsinstallaties. Er is een mogelijkheid af te wijken van dit indien kan worden aangetoond dat de belangen van Vliegbasis Eindhoven niet onevenredig worden geschaad. Tot slot is binnen dit artikel een opsomming gegeven van gebruik dat in ieder geval als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn aanvullende regels gesteld in verband met de nabije ligging van Vliegbasis Eindhoven. Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - Inner Horizontal en Conical Surface (IHCS)' geldt in aanvulling op wat verder in deze planregels is bepaald dat de bouwhoogte van bouwwerken niet meer mag bedragen dan 65 meter boven NAP ter waarborging van een obstakelvrij (start- en landings)vlak ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid. Tevens is voorzien in een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerszone - ILS' geldt dat die gronden (naast de andere aangewezen bestemming(en)) primair bestemd zijn als invliegroute van het vliegverkeer voor het nabij gelegen (militaire) Vliegbasis Eindhoven en het daarbij behorende verstoringsvlak van het Instrument Landing System (ILS) ter waarborging van de vliegveiligheid.
De maximum bouwhoogte zoals deze voor de desbetreffende gronden is aangeduid (12 meter voor het meest noordwestelijke deel van het plangebied en 16 meter voor het oostelijk deelgebied) mag niet worden overschreden om zo de werking van de ILS niet negatief te beïnvloeden. In verband met de ligging binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) van de Vliegbasis is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone - arbeidsplaatsendichtheid’ geen nieuwe kwetsbare objecten (woningen) mogen worden opgericht en dat er ter plaatse maximaal 100 arbeidsplaatsen per hectare zijn toegestaan. Door middel van een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken. Deze zone reikt slechts zeer beperkt over het noordwestelijk deel van het plangebied.
Afronding Habraken
78
Tot slot zijn in het plan de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone – geluidsgevoelige functie 35 Ke’ en ‘geluidzone – geluidsgevoelige functie 40 Ke’ opgenomen. Binnen deze zones mogen geen geluidsgevoelige functies worden opgericht, ongeacht het bepaalde in de overige regels. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze afwijkingen betreffen het overschrijden van bouwgrenzen, maatvoeringen en beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen. Overige regels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het parkeren, waarbij voldaan dient te worden aan het gemeentelijk parkeerbeleid en de hierin opgenomen parkeernormen. 6.3.4
Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan. In de overgangsregels is het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik geregeld. In de slotregel is bepaald onder welke titel het plan kan worden aangehaald.
Afronding Habraken
79
Separate bijlagen Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Vooronderzoek bodem Bijlage 3: Bodemonderzoek Heieindweg 5 Bijlage 4: Luchtkwaliteitsonderzoek Bijlage 5: QRA Habraken buisleidingrapport Bijlage 6: Adviezen veiligheidsregio Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Vervolgonderzoek flora en fauna Bijlage 9: Nader onderzoek flora en fauna Bijlage 10: Vervolgonderzoek steenuilen Bijlage 11: Effectbeoordeling steenuil Bijlage 12: Besluit wet natuurbescherming - soortenbescherming Bijlage 13: Notitie beoordeling stikstof Bijlage 14: Watertoets Bijlage 15: Verkeer- parkeernotitie Bijlage 16: Mer-aanmeldnotitie Bijlage 17: Ambitiedocument Bijlage 18: Landschapsplan Bijlage 19: Nota van Zienswijzen (PM)
Afronding Habraken
80
Regels
Afronding Habraken
82
Afronding Habraken
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 12
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
14
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bedrijventerrein Groen Verkeer Leiding - Gas Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3
14 21 23 25 27 30
Hoofdstuk 3
Algemene regels
33
Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
33 34 35 36 38 39
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
40
Artikel 15 Artikel 16
Overgangsrecht Slotregel
40 41
Bijlagen bij regels
43
Bijlage 1 Bijlage 2
44 56
2
Staat van bedrijfsactiviteiten Landschapsplan
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
Regels
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Afronding Habraken met identificatienummer NL.IMRO.0861.BP00190-0401 van de gemeente Veldhoven. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij bijbehorende bijlagen. 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
achtergevel:
de gevel van een hoofdgebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende hoofdgebouw. 1.6
antenne-installatie:
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.7
antennedrager:
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.8
archeologisch onderzoek:
archeologisch onderzoek, verricht door een organisatie (bijv. een onderzoeksbureau of overheidsinstelling) die daartoe is gecertificeerd conform de Erfgoedwet. 1.9
archeologische verwachting:
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.10
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden).
4
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
1.11
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12
bebouwingspercentage:
een in de regels of verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bepaald gebied aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met gebouwen, overkappingen en carports. Kelders en ondergrondse ruimten tellen niet mee voor de bepaling van de bebouwde oppervlakte, voor zover zij geheel onder het maaiveld zijn gesitueerd. 1.13
bedrijf:
een onderneming gericht op het produceren, vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. 1.14
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.15
bestaande situatie (bebouwing en gebruik):
a. bij bebouwing: zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. bij gebruik van grond en opstallen: zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen. 1.16
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.17
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18
Bevi-inrichtingen:
bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.19
bodemingreep:
werken of werkzaamheden, die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige archeologische bodemarchief. 1.20
bouwen:
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
5
1.21
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.22
bouwlaag:
het gedeelte van een bouwwerk tussen twee vloeren in, met uitzondering van het souterrain en de zolder. 1.23
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.24
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel. 1.25
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.26
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.27
bruto vloeroppervlak (bvo):
het totale gebouwde vloeroppervlak van de ruimte die wordt gebruikt voor de in het plan aangegeven doeleinden, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.28
dak:
de gesloten bovenbeëindiging van een gebouw. 1.29
deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg:
een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de in de KNA gestelde kwalificaties van senior archeoloog. 1.30
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.31
detailhandel in volumineuze goederen:
detailhandel in de volgende categorieën:
6
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
a. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; b. detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans en tenten, aanhangwagens, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen; c. tuincentra; d. grootschalige meubelbedrijven, al dan niet - in ondergeschikte mate - in combinatie met woninginrichting en stoffering; e. bouwmarkten. 1.32
erotisch getinte horeca:
een horecabedrijf dat tot doel heeft het daarbinnen doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard en tevens het bedrijfsmatig ten behoeve van verbruik van ter plaatse verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken. 1.33
erotische massagesalon:
een seksinrichting waar door middel van massage seksuele handelingen worden verricht tegen een vergoeding. 1.34
escortbedrijf:
een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.35
evenement:
een (grootschalig) eenmalig of periodiek terugkerend voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, zoals sportmanifestaties, kermissen, concerten, bijeenkomsten, voorstellingen, shows, tentoonstellingen of thematische markten, al dan niet in tijdelijke onderkomens, zoals tenten of paviljoens. 1.36
extensief dagrecreatief medegebruik:
die vormen van dagrecreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen. 1.37
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.38
geluidzoneringsplichtige inrichting:
een inrichting waarbij als gevolg van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.39
groothandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit.
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
7
1.40
grootschalige logistiek:
gebruik van gronden en bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter. Er is voorts sprake van grootschalige bebouwing die hoofdzakelijk in gebruik is voor logistieke of distributie-activiteiten met een qua aard verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit. 1.41
internethandel
handelsactiviteiten via het internet, primair bestaande uit kantoor- en/of logistieke functie, met daaraan ondergeschikte detailhandel. Een gespecialiseerd afhaalpunt valt hier niet onder. 1.42
kantoor:
voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.43
logistiek bedrijf:
een bedrijf dat zich richt op de distributie, opslag en het transport van goederen. Een logistiek bedrijf verzorgt de toeleveringsketen (of een deel daarvan) tot de klant. 1.44
nok:
bovenste rand van een dak of de horizontale snijlijn van twee dakvlakken. 1.45
nutsvoorziening:
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.46
ondergeschikte bouwdelen:
bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen en liftschachten. 1.47
ondergeschikte detailhandel:
detailhandel welke als activiteit in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht beperkt is ten opzichte van de aan de ingevolge het bestemmingsplan toegestane relevante bedrijfsmatige activiteit. De bedrijfsvloeroppervlakte voor detailhandel mag niet meer bedragen dan 30% van de toegestane en gebruikte relevante bedrijfsvloeroppervlakte, tot een maximum oppervlakte van 15 m2. Daarbij bedraagt de detailhandelsactiviteit inkomenswervend gezien eveneens maximaal 30% van het inkomen gegenereerd uit de relevante bedrijfsmatige activiteit. De beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen houdt functioneel verband met de toegestane relevante bedrijfsmatige activiteit.
8
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
1.48
ondergeschikte recreatieve voorziening
een voorziening die ten dienste staat van vrijetijdsbesteding en ontspanning welke als activiteit in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht ten hoogste 30% betreft van de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. 1.49
onderkomens:
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonschepen, caravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.50
openbaar gebied:
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied. 1.51
opslagbedrijf:
een bedrijf, gericht op de bedrijfsmatige opslag ter plaatse van goederen, al dan niet voor derden, gedurende langere tijd. 1.52
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en niet meer dan één eigen wand. 1.53
pand:
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.54
parenclub:
een uitgaansgelegenheid waar personen de mogelijkheid wordt geboden om seksuele handelingen te verrichten, zonder dat sprake is van een vergoeding van deze handelingen. 1.55
parkeerplaats:
opstelplaats ten behoeve van één auto, hieronder niet begrepen parkeergarages en/of garageboxen behorende bij woningen. Opstelplaatsen gelegen in collectieve parkeervoorzieningen en carports worden wel aangemerkt als parkeerplaats. 1.56
peil:
a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: 35 cm boven de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte maaiveld.
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
9
1.57
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.58
raamprostitutie:
een seksinrichting bestemd voor of in gebruik voor het zich vanaf de openbare weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats, zichtbaar ter beschikking stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen (prostitutie). 1.59
risicovolle inrichting:
a. een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde of richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; b. bedrijven waarvan de aantoonbare plaatsgebonden risico-contour is gelegen buiten de inrichtingsgrens. 1.60
seksinrichting:
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch- pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, erotisch getinte horeca en raamprostitutie, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.61
toename van stikstofdepositie:
a. er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken wanneer de emissie van stikstof (N/kg/jaar*) meer bedraagt dan de emissie van stikstof (N/kg/jaar*) afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken; b. indien een gelijkblijvende of een afname van de stikstofemissie (N/kg/jaar*) afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura2000-gebied, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie; c. als uitzondering op lid a en lid b van deze bepaling geldt het volgende: er is geen sprake van een toename van stikstofemissie wanneer er sprake is van één van de volgende situaties: 1. de emissie N/kg/jaar afkomstig van betreffende gronden en bouwwerken bedraagt maximaal de emissie( N/kg/jaar*) afkomstig van de betreffende gronden en bouwwerken conform een ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan verleende en onherroepelijke Wnb-vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming; 2.
de toename van de stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en voor stikstof overbelaste habitats in een Natura2000-gebied ten gevolge van een toename van stikstofemissie zoals bedoeld in lid a en lid b van deze bepaling, kleiner is dan 0,005 mol/ha/jaar; * wanneer in deze regels 'emissie N/kg/jaar' wordt gebruikt, wordt de hiervan onderdeel uitmakende hoofdletter 'N' bedoeld als verzamelnaam voor NH3 en NOx.
10
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
1.62
transportbedrijf:
een bedrijf dat gespecialiseerd is in het vervoeren van goederen of personen. 1.63
verblijfsgebied:
gronden waarbij de nadruk ligt op het verblijf van personen in het openbaar gebied en die tevens een verkeersfunctie hebben voor fietsers en voetgangers. 1.64
voorgevel:
de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw. 1.65
voorste bouwgrens:
de naar de weg gekeerde grens van een bouwvlak. Indien een bouwvlak met meerdere zijden aan de weg grenst zijn er meerdere voorste bouwgrenzen. 1.66
water:
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.67
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan voorzieningen als duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten en dergelijke.
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
11
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand van een gebouw tot een perceelsgrens:
de afstand van een gebouw tot een perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand in meters van enig punt van het gebouw tot aan de perceelsgrens. Ondergeschikte bouwonderdelen, zoals dakgoten, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen worden hierbij buiten beschouwing gelaten. 2.2
breedte van gebouwen:
de breedte van gebouwen wordt bepaald door het meten van de afstand in meters tussen de buitenwerkse eindgevelvlakken (indien geen sprake is van een rechthoekig gebouw: de gemiddelde breedte van het gebouw). 2.3
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, tenzij in deze regels expliciet anders is bepaald. 2.5
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de diepte van een bodemingreep:
de diepte van de bodemverstorende ingreep, gemeten ten opzichte van het maaiveld ter plaatse (straat of terreinniveau). 2.7
de diepte van gebouwen:
de diepte van gebouwen wordt bepaald door het meten van de grootste afstand in meters tussen de voorste en achterste eindgevelvlakken. 2.8
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.9
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
12
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
2.10
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.11
de oppervlakte van een bodemingreep:
het gebied (zone) waarbinnen bodemingrepen plaatsvinden die een verstorende werking kunnen hebben op het archeologisch bodemarchief. 2.12
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.13
vloeroppervlakte:
de oppervlakte van een ruimte gemeten vanaf de binnenzijde van de scheidingsconstructie.
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
13
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Bedrijventerrein
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemene bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
bedrijven; groothandels; ondergeschikte detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten; ondergeschikte internethandel in de vorm van internet bezorgdiensten zonder fysieke bezoekmogelijkheid, met uitzondering van flitsbezorgsupermarkten met darkstores; e. nutsvoorzieningen, met inbegrip van collectieve energievoorzieningen; f. kantoren, uitsluitend als onzelfstandig onderdeel van een ter plaatse aanwezig bedrijf; g. het opwekken van elektriciteit door middel van zonnepanelen (op daken van gebouwen) of overige voorzieningen ten behoeve van opslag of uitwisseling van energie, waaronder voorzieningen ten behoeve van tijdelijke opslag en uitwisseling van elektriciteit; h. groenvoorzieningen; i. verkeersvoorzieningen; j. parkeervoorzieningen, met inachtneming van artikel 14.1; k. geluidwerende voorzieningen; l. water, alsmede waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in artikel 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 3.1.2
Nadere detaillering van de bestemming
In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in artikel 3.1.1 onder a.: a. per bouwperceel is één bedrijf toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder sub a is het toegestaan om zonnepanelen op gebouwen of overige voorzieningen ten behoeve van opslag of uitwisseling van energie te laten exploiteren door derden; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan van milieucategorie 3.1 uit Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten; d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan van milieucategorie 3.1 tot en met milieucategorie 3.2 uit Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten; e. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan van milieucategorie 3.1 tot en met milieucategorie 4.1 uit Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten; f. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan van milieucategorie 3.1 tot en met milieucategorie 4.2 uit Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van een bouwperceel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding kleinschalig werkmilieu' bedraagt minimaal 2.000 m² en maximaal 10.000 m²; b. de oppervlakte van een bouwperceel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding grootschalig werkmilieu bedraagt minimaal 10.000 m² en maximaal 25.000 m²; c. de oppervlakte van een bouwperceel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf -
14
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
groot bouwperceel' bedraagt minimaal 10.000 m² en maximaal 28.500 m². 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen, inclusief installaties en/of overige ondergeschikte bouwdelen, mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. de dakhelling bedraagt minimaal 2º en maximaal 5º; d. het bebouwingspercentage van het bouwperceel bedraagt minimaal 50% en maximaal 80%; e. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt, voor zover dit geen bouwgrens betreft, aan beide zijden minimaal 3 m; f. kelders zijn, voor zover geheel onder het maaiveld gesitueerd, overal toegestaan waar gebouwen zijn toegestaan, met dien verstande dat ingeval kelders gedeeltelijk boven het maaiveld uitsteken, het bebouwingspercentage niet mag worden overschreden; g. in afwijking van het bepaalde onder b en d geldt voor gebouwen van openbaar nut, zoals voorzieningen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie, dat de bebouwde oppervlakte niet meer dan 10 m² en de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen; h. per bouwperceel is maximaal één inrit toegestaan waarbij de breedte van deze inrit niet meer mag bedragen dan 8 m; i.
ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn', dient de gevellijn voor tenminste 40% te worden bebouwd. Deze eis geldt voor hoeksituaties maar voor één zijde. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: Bouwwerk, geen gebouw zijnde Maximum bouwhoogte antenne-installaties, voor zover gelegen achter de naar de 15 m openbare weg gekeerde bouwgrens of het verlengde daarvan licht- en andere masten 8m pergola's 2,7 m terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) 1,4 m terreinafscheidingen in of achter de naar de weg gekeerde 2m gevel(s) sprinklerinstallatie, uitsluitend binnen het bouwvlak ter plaatse 15 m van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groot bouwperceel' overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vóór de naar de 2m openbare weg gekeerde bouwgrens of het verlengde daarvan overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, achter de naar de 2m openbare weg gekeerde bouwgrens of het verlengde daarvan b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - installaties uitgesloten' zijn installaties op daken van gebouwen niet toegestaan. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijken oppervlakte bouwperceel
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 onder a, b of c teneinde de minimale oppervlakte van een bouwperceel te verlagen, dan wel de maximale oppervlakte van een bouwperceel te verhogen, mits: a. geen afbreuk wordt gedaan aan de regionale en provinciale programmeringsafspraken; b. dit noodzakelijk is voor een doelmatige inrichting van het bedrijventerrein; c. er geen bezwaren bestaan vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en architectonische vormgeving; d. in geval wordt afgeweken van artikel 3.2.1 onder c ten behoeve van logistieke en/of transportbedrijven, tevens toepassing wordt gegeven aan artikel 3.5.6.
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
15
3.3.2
Afwijken lager bebouwingspercentage
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder d teneinde het minimaal voorgeschreven percentage van 50% te verlagen, mits: a. het lagere percentage noodzakelijk is, gelet op de aard van het bedrijf; b. voor het bedrijf op het moment van vestiging zwaarwegende bedrijfseconomische redenen aanwezig zijn om nog niet aan het minimumpercentage te voldoen. 3.3.3 Afwijken hoger bebouwingspercentage Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder d teneinde het maximaal voorgeschreven percentage van 80% te verhogen, mits: a. het hogere percentage noodzakelijk is, gelet op de aard van het bedrijf; b. voor het bedrijf op het moment van vestiging zwaarwegende bedrijfseconomische redenen aanwezig zijn om nog niet aan het minimumpercentage te voldoen; c. de parkeervoorzieningen c.q. parkeernorm hierbij niet in het geding komen, omdat voldaan kan worden voorwaarden om hiervan af te kunnen wijken, een en ander zoals verwoord in artikel 14.1; d. de waterhuishoudkundige situatie niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed, een en ander met inachtneming van artikel 14.2.
3.3.4 Afwijken van de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder e teneinde het toe te staan om aan één zijde in de perceelsgrens te bouwen, waarbij geldt dat de afstand tot een bedrijfsgebouw op het belendende perceel niet minder dan 6 m mag bedragen, mits: a. de parkeervoorzieningen cq. parkeernorm hierbij niet in het geding komen; b. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; c. er geen bezwaren bestaan vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en architectonische vormgeving; d. de brand-, verkeers- en openbare veiligheid komen niet in gevaar. 3.3.5 Afwijken grotere maatvoering nutsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder g teneinde ten behoeve van nutsgebouwen een grotere bebouwde oppervlakte en/of een hogere bouwhoogte toe te staan, mits: a. de parkeervoorzieningen cq. parkeernorm hierbij niet in het geding komen; b. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. er geen bezwaren bestaan vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en architectonische vormgeving; d.
de brand-, verkeers- en openbare veiligheid komen niet in gevaar; e. er geen bezwaren zijn vanuit milieukundig oogpunt, waaronder begrepen externe veiligheid; f. de afwijking leidt niet tot een onaanvaardbare negatieve invloed op de werking van het ILS van de Vliegbasis Eindhoven. Voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning dient schriftelijke advies te worden ingewonnen bij de beheerder van het ILS. 3.3.6 Afwijken teneinde een bredere en/of meerdere inritten toe te staan Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder h teneinde een bredere inrit, dan wel twee inritten per bouwperceel toe te staan, mits; a. de parkeervoorzieningen c.q. parkeernorm hierbij niet in het geding komen; b. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. er geen bezwaren bestaan vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en architectonische vormgeving; d. dit logistiek gezien noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf.
16
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
3.3.7
Afwijkende maatvoering bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.3 voor het bouwen van vrijstaande antennes, licht- en andere masten en overige bouwwerken geen gebouwen zijnde met een grotere hoogte, mits; a. de maximale bouwhoogte bedraagt 40 meter; b. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. er geen bezwaren bestaan vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en architectonische vormgeving; d. dit niet leidt tot een onaanvaardbare negatieve invloed op de werking van het ILS van de Vliegbasis Eindhoven. Voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning dient schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de beheerder van het ILS. 3.3.8 Afwijken hogere erfafscheiding Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.3 voor het bouwen van terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) tot een hoogte van maximaal 3 m, mits; a. de hogere maatvoering is noodzakelijk met het oog op externe veiligheid en/of de beveiliging van goederen/stoffen die op het terrein aanwezig zijn; b. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c.
er geen bezwaren bestaan vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en architectonische vormgeving. 3.3.9 Afwijken hogere erfafscheiding voor de naar de weg gekeerde gevel(s) Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.3 voor het bouwen van terreinafscheidingen tot een hoogte van maximaal 2 m voor de naar de weg gekeerde gevel(s), mits; a. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. er geen bezwaren bestaan vanuit een verantwoorde stedenbouwkundige inrichting en architectonische vormgeving. Dit houdt in ieder geval in dat de hogere terreinafscheiding op minimaal 1 meter uit de voorste perceelgrens wordt opgericht en dat de zone voor de terreinafscheiding een (overwegend) groene invulling te krijgen. c. de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komen. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Buitenopslag
Buitenopslag is toegestaan, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. buitenopslag is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en achter het verlengde van de naar de weg gekeerde gevel(s); b. geen buitenopslag is toegestaan is binnen 3 m van de bouwperceelsgrens, met uitzondering van de achterste bouwperceelsgrens; c. de stapelhoogte mag maximaal 3 m bedragen, met dien verstande dat de stapelhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - buitenopslag' maximaal 2 m mag bedragen. 3.4.2 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het gebruiken van gronden of bouwwerken voor: a. risicovolle inrichtingen, waaronder mede begrepen lithium-ion accu's van meer dan 10 ton en waterstoftankstations;
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)
17
b. bedrijven welke vallen onder artikel 2.1, derde lid van het Besluit omgevingsrecht; c. activiteiten die zijn opgenomen in Kolom 1 en 2 van de onderdelen C en D van de Bijlage van het Besluit milieueffectrapportage; d. detailhandel, behoudens ondergeschikte detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten en groothandel zoals bedoeld in 3.1.1 onder b en c; e. kantoren, behoudens als onzelfstandig onderdeel van een ter plaatse aanwezig bedrijf; f. horecabedrijven; g. bedrijfsverzamelgebouwen; h. grootschalige logistiek; i. touringcarbedrijven; j. autosloperijen; k. mestverwerking; l. composteerbedrijven; m. grondverzet of gronddepots; n. slachterijen; o. visteelt, viskwekerijen; p. dierenasiels of -pensions; q. tankstations; r. bewoning; s. parkeerbedrijven c.q. parkeervoorzieningen ten dienste van buiten het plangebied van dit plan gevestigde bedrijven; t. garagebedrijven en garageboxen; u. opslagbedrijven. 3.4.3 Logistieke en/of transportbedrijven Logistieke en/of transportbedrijven zijn toegestaan, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwperceelsoppervlakte bedraagt maximaal 5.000 m²; b. in afwijking van het gestelde onder a, mag de bouwperceelsoppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groot bouwperceel' maximaal 28.500 m² bedragen. 3.4.4 Geen toename stikstofemissie a.
Tot een gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanaf de betreffende gronden c.q. vanuit de betreffende bouwwerken. b. Onder het gebruik van gronden en bouwwerken wordt ook begrepen de aan de functie van de gronden en bouwwerken gerelateerde verkeersbewegingen. 3.4.5 Landschappelijke inpassing Het gebruik van gronden en gebouwen binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' voor bedrijfsdoeleinden is toegestaan, indien de gronden met de bestemming 'Groen' uiterlijk 1 jaar na de bouwkundige oplevering van het laatste bedrijfspand zijn ingericht conform de randvoorwaarden als opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels en deze inrichting na realisatie duurzaam in stand wordt gehouden. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Omgevingsvergunning toestaan vergelijkbare bedrijven
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1.2 onder b t/m e voor het toestaan van bedrijven die naar aard en milieubelasting of ruimtelijke impact (verkeersaantrekkende werking, ruimtebeslag, aantal arbeidsplaatsen e.d.) vergelijkbaar zijn met de toegestane bedrijven, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een onevenredige toename van de aantasting van het woon- en leefklimaat is niet toegestaan, b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken plaats.
18
Bestemmingsplan "Afronding Habraken" (vastgesteld)