2024 - Vergrijzing (bevindingen)
Tekst van het document
Rekenkamer
Bijlagen bij het rapport ‘Met het oog op de vergrijzing’ Een onderzoek naar het beleid rondom de vergrijzingsopgave in Veldhoven en de uitvoering daarvan.
september 2024 Rekenkamer gemeente Veldhoven J van den Heuvel A Jooren M Schepers J van Berlo
voorzitter lid lid secretaris
2
Inhoudsopgave Bevindingenrapport
1 Demografische en maatschappelijke ontwikkelingen .............................................. 4 1.1 Demografische ontwikkelingen...................................................................... 4 1.2 Maatschappelijke ontwikkelingen .................................................................. 8 1.3. Conclusies............................................................................................... 12 2 Beleid in relatie met de vergrijzingsopgave ........................................................ 13 2.1 Vooraf ..................................................................................................... 13 2.2 Beleid ...................................................................................................... 14 2.3 Rolverdeling bij de beleidsbepaling .............................................................. 20 2.4 Conclusies................................................................................................ 21 3 Uitvoering van het beleid ................................................................................ 22 3.1 Uitvoeringsactiviteiten ............................................................................... 22 3.2 Verschillende bijdragen van vele spelers ......................................................
31 3.3 Conclusies................................................................................................ 34 4 Monitoring, bijstelling en lering ....................................................................... 36 4.1 Monitoring en eventuele bijstellingen beleid via diverse beleidsterreinen .......... 36 4.2 Leren van ervaringen ................................................................................ 36 4.3 Conclusies................................................................................................ 36 Bijlagen ............................................................................................................ 37 1 Overzicht gehouden interviews ...................................................................... 37 2 Reactie college van B&W .............................................................................. 37
3
1 Demografische en maatschappelijke ontwikkelingen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de eerste twee onderzoeksvragen: 1. Wat is het beeld van de demografische ontwikkeling en in welke mate is er sprake van (dubbele) vergrijzing? 2. Welke maatschappelijke ontwikkelingen tekenen zich af met welke consequenties voor de vergrijzingsopgave? 1.1 Demografische ontwikkelingen In deze paragraaf worden enkele demografische ontwikkelingen gepresenteerd van Veldhoven. Dit schetst de context waarbinnen het beleid ten aanzien van de vergrijzingsopgave uitgevoerd wordt. 1.1.1 Aantal en aandeel ouderen Aantal en aandeel ouderen blijft toenemen In gemeente Veldhoven wonen op 1 januari 2023 10.377 65-plussers, waarvan 2.721 inwoners in de leeftijd 80 tot 100 jaar. De 65-plussers wonen redelijk verspreid over de diverse buurten in Veldhoven. In de buurten Zeelst en D’Ekker wonen in absolute zin de meeste 65-plussers, respectievelijk 1.560 en 1.300. Tabel 1 Aantal inwoners gemeente Veldhoven, 1 januari 2023
Totaal aantal inwoners
46.417
Tot 65 jaar
36.040
65-plussers
10.377
65 tot 80 jaar
7.656
80 tot 100 jaar
2.721
Bron: CBS
Ook relatief gezien wonen in de buurten Zeelst (29,1%) en D’Ekker (32,1%) de meeste ouderen. In heel Veldhoven is op 1 januari 2023 22,4% van de inwoners 65 jaar of ouder. Het aandeel 65-plussers is afgelopen jaren, net als landelijk, toegenomen. Twintig jaar geleden was dit nog 12,9%. Volgens de bevolkingsprognose van de provincie NoordBrabant neemt het aandeel ouderen de komende jaren verder toe. In 2040 is naar verwachting zo’n 25% van de inwoners van Veldhoven 65 jaar of ouder en bijna 9% is 80-plusser. Dat zijn zo’n 12.520 65-plussers en zo’n 4.310 80-plussers.
4
Figuur 1 Aandeel ouderen in gemeente Veldhoven, 1 januari
30%
prognose 2024-2040
25% 20% 15%
10% 5% 0% 1990
1995
2000
2005
2010
65 tot 80 jaar
2015
2020 2023
2030
2035
2040
80 jaar en ouder
Bron: CBS; bevolkings- en woningbehoefteprognose provincie Noord-Brabant 2023
Er is sprake van dubbele vergrijzing In figuur 1 zien we dat er bij de groep ouderen met name een sterke toename is van 80plussers. Het aandeel 80-plussers neemt harder toe dan het aandeel 65-80 jarigen. Er is sprake van zogenaamde dubbele vergrijzing, een toename van oudere ouderen. Ook deze trend zien we terug in de landelijke cijfers. 1.1.2 Grijze druk Grijze druk in Veldhoven groter dan landelijk Nederland vergrijst: de leeftijdsopbouw van de bevolking verandert en het aandeel van oudere leeftijdsgroepen wordt groter, waardoor de gemiddelde leeftijd van de bevolking toeneemt. In 2023 was de grijze druk in Nederland 34%. Dat betekent dat op elke 65plusser er 3 mensen zijn in de werkzame leeftijd (20 tot 65 jaar). Ook in Veldhoven zagen we de grijze druk afgelopen jaren toenemen, tot 39% in 2023. De grijze druk was in Veldhoven in 2023 hoger dan landelijk (34%) en de provincie Noord-Brabant (36%) en iets lager dan de groep gemeenten met 25.000-50.000 inwoners (41%). De grijze druk ligt in Veldhoven vanaf 1990 lager dan deze referentiegroep, maar in de periode 19902005 was het verschil een stuk groter dan de afgelopen twintig jaar. De grijze druk steeg in Veldhoven in die periode ook harder dan landelijk en de referentiegroep.
Een soortgelijke trend zien we ook in een aantal andere omliggende gemeenten van de gemeente Eindhoven, zoals in Geldrop-Mierlo, Best en Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Grijze druk neemt verder toe, maar stijgt in Veldhoven minder hard dan landelijk De komende jaren zal de grijze druk verder toenemen tot zo’n 45% in 2040, zo is de verwachting in de bevolkingsprognose van Nederland (Bron: CBS). Ook voor Veldhoven zal de grijze druk toenemen, van 39% in 2023 tot zo’n 47% in 2040. De grijze druk stijgt in Veldhoven minder hard dan landelijk en in de provincie Noord-Brabant en ligt in 2040 op hetzelfde niveau als gemiddeld in de provincie.
5
Figuur 2 Grijze druk (aantal 65-plussers t.o.v. aantal 20- tot 65 -jarigen) 50% 40% 30% 20% 10% 0% 1990
1995
2000
2005
2010
2015
2020 2023
2030
2035
2040
Veldhoven
25.000 - 50.000 inwoners
Nederland
provincie Noord-Brabant
prognose Veldhoven
prognose Nederland
prognose Noord-Brabant Bron: CBS; waarstaatjegemeente; bevolkings- en woningbehoefteprognose provincie Noord-Brabant 2023
Tenslotte wordt nog een kanttekening geplaatst bij voorgaande prognoses. In de Brainport regio en Veldhoven in het bijzonder wordt komende jaren een grote instroom verwacht van huishoudens uit het buitenland, die hier komen werken. Over het algemeen zullen dat relatief jonge huishoudens zijn. Dat doet overigens niets af aan de hiervoor gesigneerde trend dat het aantal senioren in absolute zin in Veldhoven zal toenemen in de lijn zoals hiervoor aangegeven. Wel heeft deze sterke immigratie invloed op de verhoudingen tussen leeftijdsgroepen in de bevolkingsopbouw. De leeftijdsopbouw zal in Veldhoven meer in balans blijven dan in veel andere gemeenten, waar het aandeel van de senioren relatief sterk groeit. 1.1.3 Wonen en zorg Aantal senioren met een zware zorgvraag neemt toe Eind 2022 heeft Companen een woonzorgonderzoek uitgevoerd voor gemeente Veldhoven. In 2024 hebben zij een verdiepende analyse uitgevoerd. Hierbij is gekeken naar de prognose van het aantal 65-plussers per vitaliteitstrede. De meest vitale ouderen zitten in vitaliteitstrede 1. Zij hebben geen zorgindicatie, maar maken hooguit gebruik van eerstelijns huisartsenzorg of zorg van de specialist. Ouderen die de meeste zorg nodig hebben vallen in vitaliteitstrede 4. Zij hebben zowel een Wlz-indicatie als een Wmoindicatie.
De prognose laat zien dat er in de toekomst een grotere groep ouderen is met een zware zorgbehoefte. Het aantal ouderen in vitaliteitstrede 2, 3 en 4 neemt in de periode 2024-2040 harder toe dan het aantal ouderen in vitaliteitstrede 1. Zo is te zien in figuur 3. Het aantal ouderen in vitaliteitstrede 2 t/m 4 neemt naar verwachting toe van 2.140 in 2024 naar zo’n 2.870 in 2040. Het aantal ouderen in treden 3 en 4 neemt toe van 1.570 tot ongeveer 2.020.
6
Figuur 3 Aantal ouderen per vitaliteitstrede1
14.000 12.000 10.000
8.000 6.000 4.000
2.000 0 2024
2030
Vitaliteitstrede 1
Vitaliteitstrede 2
2035
2040
Vitaliteitstrede 3
Vitaliteitstrede 4
Bron: Woonzorgweter Companen, 2024
Figuur 4 Prognose van vraag naar woonvormen 65-plus huishoudens
10.000
8.000 6.000
210 1.180
230 1.270
270 1.410
4.000
2.000
300 1.520
330 1.580
5.670
6.290
6.740
7.020
5.320
2022
2025
2030
2035
2040
0 Regulier wonen
Geclusterd wonen
Woonzorgcentrum/zorggeschikte woning
Bron: woonzorgonderzoek Companen, 2022
1
Hoewel de aantallen van het onderzoek door Companen vanwege een andere berekeningswijze niet overeenkomen met de aantallen uit de provinciale prognose (paragraaf 1.1.1.) is de ontwikkelrichting in beide prognoses wel dezelfde.
7
Naar de toekomst toe vooral tekort aan geclusterde woonvormen en woonzorgcentra/zorggeschikte woningen Het toenemend aantal ouderen leidt tot een toenemende vraag naar woningen. Zoals te zien is in figuur 4. Uit het woonzorgonderzoek van Companen blijkt verder dat de behoefte aan wonen in een woonzorgcentrum/zorggeschikte woning het hardst toeneemt. Daar zien we een vraagstijging van 57% tussen 2022 en 2040. De verhouding van woonvormen waar behoefte aan is, verandert tot 2040 verder niet veel. Bij zo’n 79% van de 65-plus huishoudens zal behoefte zijn aan reguliere woonvormen, bij 18% aan geclusterde woonvormen en bij 4% aan wonen in een woonzorgcentrum/zorggeschikte woning. Als wordt gekeken naar behoefte en aanbod dan ziet gemeente Veldhoven naar de toekomst toe tekorten ontstaan aan geclusterde woonvormen en woonzorgcentra/zorggeschikte woningen. Wat betreft geclusterd wonen zit er ontspanning op het aanbod in de sociale huur, maar is er een aandachtspunt in de particuliere sector. In kwalitatieve zin ligt er wel een opgave in de sociale huur, namelijk het transformeren van traditioneel geclusterd aanbod naar meer moderne concepten. De behoefte aan bepaalde woonvormen hangt samen met de vitaliteitstrede, die niet per se gekoppeld is aan leeftijd.
Zo ontstaat de behoefte aan wonen in een woonzorgcentrum/zorggeschikte woning pas bij 75% van de 65-plussers bij vitaliteitstrede 4. De belangrijkste woonvraag/behoefte aan geclusterd wonen ligt bij treden 2 en 3, namelijk ongeveer 60%. 1.2 Maatschappelijke ontwikkelingen In deze paragraaf worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen geschetst in relatie tot de vergrijzingsopgave. Eerst wordt met een aantal cijfers een beeld gegeven van het welzijn van de ouderen in Veldhoven op dit moment. In paragraaf 1.2.2. volgt een opsomming van belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen, zoals die in andere rapportages zijn gesignaleerd. 1.2.1 Welzijn ouderen in Veldhoven In tabel 2 staan een aantal cijfers over het welzijn van 65-plussers in Veldhoven en een vergelijking met cijfers van de regio en Nederland. Deze cijfers zijn afkomstig van de ouderenmonitor die de GGD periodiek uitvoert onder 65-plussers. Hierin is te zien dat er voor het welzijn van ouderen in Veldhoven geen significante verschillen zijn met de situatie in de regio en landelijk. Het merendeel van de ouderen uit Veldhoven ervaart de eigen gezondheid als (zeer) goed (62%). Tegelijkertijd ervaart 50% dat zij in het dagelijks leven beperkt worden vanwege problemen met de gezondheid. Ongeveer een kwart (24%) is emotioneel eenzaam, een iets groter aandeel (35%) is sociaal eenzaam.
Zo’n twee derde van de 65-plussers heeft het gevoel mee te tellen in de samenleving. Ruim een kwart doet vrijwilligerswerk en bijna 1 op de 5 geeft mantelzorg. Veel ouderen uit Veldhoven (62%) zijn lid van een vereniging of club. Het aandeel dat lid is van een sportvereniging of sportclub is significant hoger (36%) dan in de regio (28%).
8
Tabel 2 Cijfers welzijn ouderen
62%
GGD-regio ZuidoostBrabant 59%
50%
49%
21%
24%
Is emotioneel eenzaam
24%
26%
26%
Is sociaal eenzaam
35%
35%
36%
Heeft psychische klachten
11%
15%
15%
Heeft moeite met rondkomen
13%
11%
11%
Doet vrijwilligerswerk
26%
29%
29%
Geeft mantelzorg
19%
18%
16%
Ervaart weinig regie over eigen leven (1)
14%
15%
14%
Heeft het gevoel mee te tellen in de samenleving (1)
64%
65%
Is lid van een vereniging of club (1)
62%
57%
Gemeente Veldhoven Ervaart de gezondheid als (zeer) goed Beperkt in dagelijks leven vanwege problemen gezondheid Ontvangt hulp vanwege de gezondheid (1)
Nederland 61% 49%
Bron: GGD-ouderenmonitor 2022; (1): cijfers zijn afkomstig uit ouderenmonitor 2020
1.2.2 Maatschappelijke ontwikkelingen Hervormingen langdurige zorg Per 1 januari 2015 zijn er grootschalige hervormingen doorgevoerd in het zorgstelsel. De AWBZ is verdwenen en de kern van de AWBZ is vervangen door de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze wet regelt de intensieve zorg voor mensen die permanent toezicht of zorg nodig hebben (zware, langdurige zorg). Daarnaast is er een nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) gekomen. In het kader van deze wet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning van mensen met een beperking zodat zij langer zelfstandig kunnen blijven wonen en kunnen blijven deelnemen aan de samenleving. Tot slot is de in 2006 ingevoerde Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2015 uitgebreid met onder meer de wijkverpleging. Het pakket van hervormingen raakt daarmee een groot aantal actoren, onder andere zorgaanbieders, zorgprofessionals, gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren. Met de hervormingen beoogt de regering de kwaliteit van de zorg en ondersteuning te verbeteren, de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van ouderen te vergroten én de financiële houdbaarheid van het zorgstelsel te vergroten (PBL, zelfstandig thuis op hoge leeftijd).
Veranderingen in de zorg Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) schetst een aantal belangrijke veranderingen in relatie tot de zorg en ondersteuning voor ouderen (trends in de ouderenzorg, 20182030): • Het aantal ouderen neemt toe: De komende jaren neemt het aantal ouderen van 75 jaar en ouder fors toe. Er zullen meer ouderen zijn die alleen wonen en meer ouderen kampen met gezondheidsproblemen. Ook zal het aantal eenzame ouderen naar verwachting toenemen. Omdat ouderen relatief vaak zorg ontvangen betekent de stijging van het aantal ouderen ook dat de vraag naar zorg zal toenemen. • Ouderen veranderen: Ouderen zullen in de toekomst over het algemeen hoger opgeleid en digitaal vaardiger zijn, meer geld te besteden hebben en langer gezond blijven. De diversiteit onder ouderen zal tegelijkertijd toenemen, zo ook het aantal migrantenouderen. • Tekort aan mantelzorgers en professionals: De grijze druk neemt toe en het aantal mensen dat beschikbaar is om voor de ouderen te zorgen zal fors afnemen. De tekorten aan zorgprofessionals nemen verder toe en ook het aantal potentiële
9
•
•
mantelzorgers neemt af. Ouderen zullen in 2030 vaker kinderloos zijn. Mantelzorg zal dus vermoedelijk ook steeds vaker door leeftijdsgenoten worden geboden. Dit is een relatief kwetsbare groep mantelzorgers. Aard van de zorg verandert: De werkomgeving van de zorgprofessional zal veranderen. Zo wordt vaker als zelfstandige gewerkt, in netwerken of wijkteams. Ook de functie van zorgprofessionals verandert: zij zullen meer gericht zijn op de veerkracht en het zelfmanagement van de ouderen zelf. Naar verwachting zal (medische) zorg steeds meer bij de oudere thuis plaatsvinden. Daarnaast is de verwachting dat er technologisch steeds meer mogelijk is, maar onduidelijk is hoe snel de ontwikkelingen gaan. Technologie wordt regelmatig genoemd als een manier om de behoefte aan personeel in de zorg te verlagen en de zorg zo goedkoper te maken. Het is echter de vraag in hoeverre mensen bereid zijn om technologieën te omarmen en in hoeverre dit het intermenselijke contact kan vervangen. Kwetsbare ouderen: Er is wel optimisme over de zelfredzaamheid van inwoners. Maar dit neemt niet weg dat er ook in de toekomst (groepen) ouderen zijn die niet redzaam zijn en die op hulp van anderen moeten kunnen rekenen.
Bij ouderen die minder redzaam zijn, gaat het bijvoorbeeld om ouderen met weinig (digitale) vaardigheden, weinig regie, een klein netwerk (dat hen kan ondersteunen of kan helpen om de weg naar publiek gefinancierde zorg en ondersteuning te vinden), een laag opleidingsniveau of een gering inkomen. (SCP, zorgen voor thuiswonende ouderen).
Woonsituatie ouderen De ouderen van vandaag en morgen wonen vaker en langer – op hoge leeftijd, ook als de beperkingen toenemen – zelfstandig dan de ouderen van gisteren. Ouderen willen dit niet alleen zelf maar ook het Rijksbeleid is hierop gericht. Met de Hervorming Langdurige Zorg (HLZ) beoogt het kabinet dat ouderen langer zelfstandig wonen waarbij nadrukkelijk een beroep wordt gedaan op het sociale netwerk van ouderen voor het verlenen van zorg en ondersteuning. Het uiteindelijke doel is dat ouderen niet of pas veel later – als zij een intensieve vorm van zorg nodig hebben – naar een zorginstelling verhuizen. In samenhang met dit beleid is het aantal intramurale verblijfsplaatsen binnen verpleeg- en verzorgingshuizen flink afgenomen (PBL, zelfstandig thuis op hoge leeftijd). Om ervoor te zorgen dat de ouderen van morgen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en meedoen aan de samenleving, is het van belang dat er voldoende geschikte woningen zijn. Met comfort en gebruiksgemak. In de buurt van voorzieningen, met voldoende mogelijkheden om anderen te ontmoeten en te bewegen. En het is van belang dat de leefomgeving passend is voor oudere bewoners (programma wonen en zorg voor ouderen, Ministerie BZK). Het gevolg van deze ontwikkeling is dat ouderen met complexe zorgvragen langer zelfstandig wonen, ook als ze erg kwetsbaar zijn.
Er bestaan zorgen of deze groep, van wie een belangrijk deel lijdt aan dementie en/of ernstige lichamelijke beperkingen, wel de zorg en ondersteuning krijgt die ze nodig heeft. Een deel van deze ouderen mist passende huisvesting en passende zorg. Er zijn weinig voorzieningen die het ‘gat’ tussen thuis en verpleeghuis opvullen. Met name voor senioren met een lager inkomen ontbreken betaalbare woon(zorg)opties. Wanneer ouderen niet zeker zijn van de juiste zorg en ondersteuning, kan dit negatieve gevolgen hebben voor hun gezondheid en kwaliteit van leven. Het is onbekend hoe groot de groep zelfstandig wonende ouderen met een zware zorgvraag is. (SCP, Langer thuis wonen van ouderen met een zorgbehoefte). Integraal ouderenbeleid In een Kamerbrief (22 december 2023) over vergrijzing en het integraal ouderenbeleid worden vijf actielijnen uitgewerkt waarmee wordt gewerkt aan een toekomstbestendige organisatie van wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen:
10
• •
•
•
•
Actielijn 1: Samen vitaal ouder worden. Met maatregelen als reablement2, intergenerationeel wonen, sociale basis en mantelzorgagenda, publiekscampagne Praat vandaag over morgen en maatschappelijke dialoog. Actielijn 2: Sterke basiszorg voor ouderen. Met maatregelen als: visie op de eerstelijnszorg (hechte wijknetwerken bestaande uit huisarts, wijkverpleegkundige, apotheker en maatschappelijk werker), herkenbare en aanspreekbare teams wijkverpleging, handreiking kwetsbare ouderen thuis, verbeteren gegevensuitwisseling en mondgezondheid voor thuiswonende kwetsbare ouderen. Actielijn 3: Passende zorg in de Wlz: met als doelstelling om op adequate wijze in te spelen op de groeiende zorgvraag van ouderen die een beroep doen op de Wlz. Het gaat om het definiëren en leveren van passende zorg in de Wlz. Er wordt ingespeeld op de trend waarbij steeds meer Wlz-cliënten zorg zonder verblijf ontvangen en er sprake is van het scheiden van wonen en zorg. Actielijn 4: Wonen en zorg voor ouderen: heeft als doel om samen met het Ministerie van BZK voldoende woonruimte voor ouderen te realiseren. Met maatregelen als: Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen, Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimte in Ouderenhuisvesting en regionale woondeals.
Actielijn 5: Arbeidsmarkt en innovatie: het gaat om de transitie naar een toekomstbestendige arbeidsmarkt die nodig is om betaalbare, toegankelijke en kwalitatief goede zorg voor ouderen in de toekomst te waarborgen. Dat betekent medewerkers in de sector proberen te behouden, o.a. door meer zeggenschap en ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. En met behulp van technologische en sociale innovaties zorgen dat medewerkers zo effectief mogelijk kunnen werken en zoveel mogelijk kwetsbare ouderen kunnen helpen. met maatregelen als: investeringsakkoord Opleiden wijkverpleging en Stimuleringsregeling innovaties.
Nationale Woon- en Bouwagenda 2022 Eén van de programma’s in de Nationale Woon- en Bouwagenda van 2022 is het Programma wonen en zorg voor ouderen. Het doel van dit programma is het bouwen van meer reguliere woningen voor ouderen en het bouwen van geclusterde woon(zorg)vormen. Het programma bestaat uit twee actielijnen: 1.) het versnellen van de woningbouw en 2.) het vergroten van de doorstroming. Bij actielijn 1 gaat het om het realiseren van woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. Het versterken van de regie op ouderenhuisvesting doet de Rijksoverheid door heldere afspraken te maken met gemeenten en regio’s. Actielijn 2 gaat over een betere doorstroming op de woningmarkt. De verhuisgeneigdheid onder ouderen is laag. Tegelijkertijd kan een kleine stijging van het aandeel ouderen dat verhuist al zorgen voor betere doorstroming op de woningmarkt. Doorstroming begint bij het juiste aanbod voor ouderen. In aanvulling daarop zal het Rijk bekijken hoe ze het voor ouderen makkelijker en aantrekkelijker kunnen maken om te verhuizen. Programma ‘Een thuis voor iedereen’ Een ander programma binnen de Nationale Woon- en Bouwagenda is ‘Een thuis voor iedereen’. Dit programma heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding.
Om dit doel te realiseren maken rijk, provincies, gemeenten en corporaties afspraken over bouw, toewijzing en ondersteuning. Verder wordt als één van de gewenste acties genoemd het opstellen van een integrale woonzorgvisie door iedere gemeente voor alle aandachtgroepen en ouderen.
2
Reablement is een manier van werken waarmee hulpverleners ouderen helpen hun eigen leven te leiden. Zoals ze dat zelf willen.
11
1.3.
Conclusies
Uit het voorafgaande kan worden geconcludeerd: • Ook in Veldhoven is sprake van vergrijzing en dubbele vergrijzing. Het aantal inwoners van boven 65 jaar ontwikkelt zich van 10.377 in 2023 naar zo’n 12.520 in 2040. Het aantal 80-plussers ontwikkelt zich van 2.721 naar zo’n 4.310. • Het aantal senioren met een zware zorgvraag neemt toe. • Het aandeel senioren in de bevolkingsopbouw is in de afgelopen jaren toegenomen en de prognoses geven voor de komende jaren eenzelfde lijn aan. Een verwachte hoge instroom van (arbeids)migranten kan een tegenbeweging vormen tegen het stijgend aandeel van senioren in de bevolkingsopbouw. • Kijkend naar de verschillende wijken blijken met name in D’Ekker en Zeelst relatief veel senioren te wonen. • Het merendeel van de ouderen uit Veldhoven ervaart de eigen gezondheid als (zeer) goed (62%). Tegelijkertijd ervaart 50% dat zij in het dagelijks leven beperkt worden vanwege problemen met de gezondheid. Ongeveer 35% van de senioren geeft aan ‘sociaal eenzaam’ te zijn. • Ouderen zullen langer zelfstandig thuis blijven wonen, ook wanneer zij kwetsbaar zijn of een complexe zorgvraag hebben. Een deel van hen mist passende huisvesting en passende zorg. Er zijn vooralsnog weinig voorzieningen die het ‘gat’ tussen thuis en verpleeghuis op kunnen vullen.
• De tekorten aan zorgprofessionals nemen verder toe en ook het aantal potentiële mantelzorgers en vrijwilligers neemt op termijn af. Daardoor zullen zorgprofessionals meer gericht zijn op de veerkracht en het zelfmanagement van de ouderen zelf. Naar verwachting zal (medische) zorg steeds meer bij de oudere thuis plaatsvinden. Daarnaast is de verwachting dat er technologisch steeds meer mogelijk is, maar onduidelijk is hoe snel deze ontwikkelingen gaan. De druk op de netwerken in de wijk neemt daardoor toe. • Gelet op voorgaande demografische en maatschappelijke ontwikkelingen kan de vergrijzingsopgave als urgent worden gekwalificeerd.
12
2 Beleid in relatie met de vergrijzingsopgave In dit hoofdstuk worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Welk beleid is ontwikkeld om op de vergrijzingsopgave in te spelen? • Welke spelers zijn op welke wijze betrokken bij de beleidsformulering en de besluitvorming daarover? 2.1 Vooraf Alvorens inhoudelijk op het beleid in te gaan wordt ingegaan op een veel voorkomende discussie of er een specifiek beleid voor senioren wenselijk is of dat dit via verschillende beleidsnota’s vorm moet krijgen. Uit de literatuur blijkt dat de doelgroep senioren zeer divers is. Veel senioren functioneren op vrijwel alle levensterreinen zoals inwoners onder de 65. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verwoordt dit in het rapport ‘Wozo, Programma Wonen, zorg en Ondersteuning’ als volgt: ´De oudere´ bestaat niet: ‘Ouderen willen kunnen rekenen op ondersteuning en zorg die past bij hun situatie. ‘De oudere’ bestaat niet. Voor vitale ouderen geldt dat ondersteuning en zorg niet of nauwelijks nodig is en slechts dient om hen in staat te stellen zelfstandig te blijven leven en weer mee te doen. Zij willen daarom bij voorkeur in hun eigen omgeving blijven wonen en vinden dat de ondersteuning en zorg hen niet in de weg moet staan om het leven in te richten op de manier waarop zij dat willen.’ Diverse groepen: ‘We zien verschillen in (groepen) ouderen.
Dit hangt samen met waar zij wonen, wat hun achtergrond is en nog belangrijker: hoe zij vóór het oud worden hun leven invulden (bijvoorbeeld levenshouding en andere culturele achtergrond kunnen een specifieke aanpak vereisen).’ Persoonsgerichte aanpak: ‘Ouderen verschillen in hun mogelijkheden om hun leven zelf goed vorm te geven, hun netwerk, hun vaardigheden om gebruik te maken van digitale toepassingen en hun financiële mogelijkheden. Wat zij wel gemeen hebben is dat iedereen oud wil worden, maar niemand oud wil zijn. Mensen willen zo lang mogelijk zelfstandig zijn, regie houden op hun eigen leven en wonen op een plek waar ze zich thuis voelen. Van belang is dat we samen met de sector zoeken naar een persoonsgerichte en effectieve aanpak.’ De kracht van ouderen: ´De afgelopen 70 jaar is de gemiddelde levensverwachting gemiddeld met 10 jaar toegenomen, waarbij ook de als goed ervaren gezondheid is toegenomen. Ouderen leven dus steeds langer in als goed ervaren gezondheid. Ze willen blijven participeren en niet afgeschreven worden. Zij willen op hun kracht en verantwoordelijkheid aangesproken worden. Zij hebben levenservaring en wijsheid, die zij kunnen overdragen aan de jongere generaties door bijvoorbeeld te fungeren als opleider, mentor, oppas en vrijwilliger.
Alleen al vanwege de groei van deze groep, zullen zij hun wensen over de inrichting van de samenleving steeds sterker naar voren brengen.’ Digitaal vaardig: ´De digitale vaardigheden en mogelijkheden van ouderen zullen toenemen. De toegang tot internet vergroot het (gemiddelde) vermogen van ouderen om informatie tot zich te nemen, regie te voeren en gebruik te maken van technologische en sociale innovaties, waaronder mogelijkheden om afhankelijkheid van zorg te verminderen.’ In dat opzicht ligt het hanteren van leeftijdsgrenzen als selectiecriterium voor beleidsformulering dan ook minder voor de hand. Een zeer groot deel van de senioren leeft en heeft dezelfde mogelijkheden als jongere leeftijdsgroepen. Daarnaast zijn er jongere huishoudens, die op allerlei levensterreinen meer beperkingen hebben dan senioren. In Veldhoven is bewust gekozen om in deze geen doelgroepenbeleid te
13
ontwikkelen. Dat laat onverlet dat er via verschillende beleidsterreinen aandacht (nodig) is voor de (dubbele) vergrijzingsopgave in Veldhoven. 2.2 Beleid Het beleid of beleidsfragmenten voor de vergrijzingsopgave komen in verschillende beleidsdocumenten en overeenkomsten tot uiting. Achtereenvolgens wordt ingegaan op: • De producten uit de P&C cyclus; • De Woon(zorg-)visie Goed wonen in een groeiend Veldhoven 2023-2027; • Mobiliteitsvisie; • Visie Maatschappelijke participatie ‘Veldhoven vooruit’; • Verordening sociaal domein; • De subsidieovereenkomst Stichting Welzijn Ouderen Veldhoven (SWOVE); • De subsidieovereenkomsten met diverse organisaties; • De visie op Veldhoven; • Veldhoven Vitaal; • Overig beleid. 2.2.1 Kadernota en begroting Kadernota In de meest recente Kadernota (2024) is het beleid geformuleerd via verschillende programma’s. In principe geldt dat beleid voor alle inwoners. Wanneer in de Kadernota wordt gespeurd naar passages, die (enigszins) van toepassing zijn op de vergrijzingsopgave, komen drie programma’s naar voren: Bestuur en Ondersteuning, Sociaal Domein, Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing. Zo wordt in het programma Bestuur en Ondersteuning gesteld: • •
De gemeentelijke organisatie is omgevingsbewust en communicatief: We staan als organisatie in contact met onze doelgroepen en netwerken in onze samenleving en passen onze communicatie daarop aan. Onze dienstverlening is toegankelijk en passend: We zijn voor iedereen bereikbaar. Onze doelgroepen kunnen bij ons terecht voor informatie, producten en diensten. We stemmen onze dienstverlening af op de behoeften en de belangen van onze klant. Daarbij gaat het algemeen belang voor het individuele belang.
In het Programma sociaal domein wordt opgemerkt:
‘Vanuit het sociaal domein dragen we bij aan een duurzame toekomst voor al onze inwoners. Dat doen we vanuit de gedachte, waarbij we willen dat onze inwoners: • zich zo gezond, positief en veilig mogelijk ontwikkelen; • zo optimaal mogelijk mee kunnen doen in de (lokale) samenleving; • zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; • zo goed en lang mogelijk sociaal en financieel zelfredzaam zijn en eigen regie over hun leven kunnen voeren.’
De volgende doelen worden gesteld: •
•
•
‘Versterken van de sociale samenhang in buurten en wijken We dragen bij aan het creëren en versterken van een gevoel van saamhorigheid en verbondenheid onder bewoners. Het moet bijdragen aan een veiligere en prettiger leefklimaat en betere leefbaarheid in de wijk. Ook kan het bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid, een groter sociaal netwerk en het bevorderen van participatie en betrokkenheid van bewoners in de wijk. Bevorderen van zelfredzaamheid en maatschappelijke deelname We continueren, transformeren en ontwikkelen de diverse (nieuwe) vormen van ondersteuning en voorzieningen in het kader van de Wmo. We geven daarmee een antwoord op de uitdagingen waarmee we binnen het sociaal domein te maken hebben en sluiten aan op de behoeften van de veranderende samenleving. Bevorderen inclusieve samenleving Vergroten van bewustwording over en inzet van ervaringsdeskundigheid van mensen met een beperking draagt bij aan een inclusieve samenleving.’
14
In het Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing worden de volgende doelen geformuleerd: •
•
‘Werken aan een beter passende woningvoorraad Vanuit de Woon(zorg)visie sturen we op het toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad. Dit betekent voldoende beschikbare en betaalbare woningen met een grotere diversiteit aan woningen. Aanpassingen in de bestaande woningvoorraad zouden moeten leiden tot meer aanbod voor kleine huishoudens, ouderen en mensen met fysieke beperkingen. Bestaande woningen worden verduurzaamd en levensloopbestendig gemaakt. Ook kunnen bestaande woningen of andere panden beter worden benut, bijvoorbeeld door transformatie tot wonen, woningsplitsing en kamerbewoning. Zo kunnen meer mensen doorstromen naar een beter passende woning. Indien nodig zetten we instrumentarium in om beschikbaarheid, betaalbaarheid en passendheid te waarborgen. Verbinden van de opgaven voor wonen en zorg Wonen en zorg zijn geen gescheiden werelden. We streven ernaar dat inwoners met een zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig kunnen (blijven) wonen in een geschikte woning in hun eigen omgeving of sociale netwerk. De woonomgeving moet hiervoor ook geschikt zijn, met aandacht voor leefbaarheid, inclusie, voorzieningen en ontmoetingsplekken. Inwoners moeten zich meer bewust worden van de mogelijkheden van aanpassen van de eigen woning of doorstromen naar een meer geschikte woning.
Om wonen en zorg te kunnen faciliteren, versterken we de samenwerking met de externe partners en in de regio.’
Programmabegroting 2024 In de Programmabegroting 2024 wordt in dezelfde programma’s als in de Kadernota aandacht besteed aan aspecten van de vergrijzingsopgave. Soms door opname van dezelfde doelen en soms door verder uitwerking te geven aan de doelen. Dat laatste geldt vooral voor het programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing. Daar wordt bijvoorbeeld een actieplan bewustwording en doorstroming aangekondigd. Hierover wordt opgemerkt: •
•
‘Opstellen actieplan bewustwording en doorstroming We ontwikkelen in 2024 samen met onze partners een actieplan gericht op het bevorderen van bewustwording en doorstroming, in het kader van passend wonen in elke levensfase. Specifieke aandacht voor senioren. Daarbij richten wij ons op zowel koop als (sociale en vrije sector) huur. Denk bijvoorbeeld aan Seniorenpunt, woonmakelaar, ontzorgen met verhuizen, etc. We stimuleren daarin ook dat onze inwoners eigen verantwoordelijkheid nemen voor toekomstbestendig wonen. We leggen verbinding met lopende projecten vanuit duurzaamheid: o.a. ontzorging verduurzaming koopwoningen, onderzoek benutten natuurlijke momenten. Ook de rol van de SNV-stimuleringslening (t.b.v. aanpassingen voor verduurzaming of om langer thuis te wonen) wordt hierin betrokken. Verkenning pilot voorrangsregeling In Q4 van 2024 wordt gestart met een onderzoek naar de mogelijkheid van een pilotproject met een voorrangsregeling voor mensen die binnen hun eigen wijk willen doorstromen. We willen op die manier ruimte bieden aan zowel jong als oud, waarvoor het sociaal netwerk in de nabijheid belangrijk is. Het onderzoek moet halverwege 2025 gereed zijn.’
Voorts wordt in relatie met het thema ‘wonen voor senioren’ gewezen op de samenwerking binnen ‘Het Juiste Huis’. Binnen deze samenwerking wordt gewerkt aan de doelen van Woon(zorg)visie. Gesteld wordt: ‘‘We streven ernaar dat inwoners met een zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig kunnen (blijven) wonen in een geschikte woning in hun eigen omgeving of sociale netwerk. De woonomgeving moet hiervoor ook geschikt zijn, met aandacht voor leefbaarheid, inclusie, voorzieningen en ontmoetingsplekken. Inwoners moeten zich meer bewust worden van de mogelijkheden van aanpassen van de eigen woning of doorstromen naar een meer geschikte woning. Om wonen en zorg te kunnen faciliteren, versterken we de samenwerking met de externe partners en in de regio.
Als activiteiten worden genoemd: •
Organiseren Samenwerkingstafel Wonen en Zorg We organiseren een Samenwerkingstafel Wonen en Zorg. We zetten daarbij in op een goede ketensamenwerking tussen onder andere zorginstellingen, zorgkantoor en woningcorporaties. Daarin stemmen we gewenste ontwikkelingen af en bespreken we kansen, knelpunten, voorwaarden en financieringsmogelijkheden. In 2024 werken we aan het opzetten van deze samenwerking. Daarnaast maken we een doorvertaling van de huidige analyse van de woonzorgbehoefte in een concrete opgave voor wonen met zorg,
15
•
•
inclusief geclusterd wonen voor alle doelgroepen. We gebruiken dit om samen met onze partners de komende jaren gericht ontwikkelingen te sturen en te monitoren. Ontwikkeling toetsingskader woonzorg-initiatieven We werken een breed toetsingskader uit, op basis waarvan we nieuwe projecten en initiatieven goed afgewogen – gemeentebreed - kunnen beoordelen. Er wordt getoetst of deze wel voorzien in een lokale of regionale behoefte en hoe dit gespreid is over de gemeente of regio en de betaalbaarheid van de voorziening in relatie tot de doelgroep. Verkenning en borging kwaliteitseisen wonen en zorg Algemene definities rondom wonen en zorg worden in de regionale begrippenlijst wonen vastgelegd. Daarnaast willen we graag randvoorwaarden stellen aan de bouw, bijvoorbeeld om te voorkomen dat er direct na oplevering Wmo-voorzieningen moeten worden aangebracht in een nieuwbouwproject voor wonen en zorg. Er zijn veel verschillende keurmerken die toegepast kunnen worden op de bouw van woonzorgconcepten en woningbouw in het algemeen. Er zijn echter ook belemmeringen (vooral financieel) om deze generiek toe te passen. Daarom wordt een document opgesteld met de kwaliteitseisen die we voor Veldhoven het meest belangrijk vinden. Deze passen we toe met maatwerk, rekening houdend met de doelgroep van het desbetreffende project.’
2.2.2 Woon(zorg)visie ‘Goed wonen in een groeiend Veldhoven’ In april 2023 is de geactualiseerde Woon(zorg)visie "Goed wonen in een groeiend Veldhoven" vastgesteld, met een looptijd van 2023-2027. Hierin wordt de volgende bouwstenen benoemd: • •
•
•
•
•
‘Bouwsteen 1: Beschikbaar en betaalbaar Het doel is om te faciliteren dat woningzoekenden tijdig een betaalbare woning in Veldhoven kunnen vinden. Bouwsteen 2: Een toekomstbestendige en passende woningvoorraad Diverse ontwikkelingen leiden tot een veranderende kwalitatieve woningbehoefte. Deze komt onder andere voort uit de demografische ontwikkelingen (nieuwkomers, vergrijzing, groeiend aantal 1-persoons huishoudens), maatschappelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld het langer thuis wonen) en uit klimaatverandering (grote noodzaak tot verduurzaming). Dit maakt het extra belangrijk om als gemeente actief te werken aan een toekomstbestendige woningvoorraad. Bouwsteen 3: Vitale leefgemeenschappen Een vitale gemeente betekent dat mensen elkaar kennen, bewust met elkaar samenleven en andere wijk- en dorpsgenoten ontmoeten en hun talenten inzetten voor een fijne woonen leefomgeving. Bouwsteen 4: Integrale aanpak Als het om de kwaliteit van wonen, de nieuwbouwopgave en de leefbaarheid van Veldhoven gaat dan is ‘ontschotting’ nodig. Het bouwen van nieuwe woningen, het verduurzamen van bestaande woningen, bereikbaarheid en mobiliteit (van bezit naar gebruik), leefbaarheid, wonen met zorg, energietransitie, klimaatadaptatie en vergroening zijn onderwerpen die sterk met elkaar samenhangen.
Bouwsteen 5: Innovatie versterkt De bouw van nieuwe woningen moet beleid gestuurd zijn: we bouwen wat nodig is om tot een toekomstbestendige, gedifferentieerde woningvoorraad te komen. Dat kan iets anders zijn dan waar op de woningmarkt op dat moment de vraag het grootst naar is of wat in de traditionele bouw haalbaar is. Om toch in een gevarieerde gebouwtypologie te bouwen, zijn creatieve en ook innovatieve oplossingen nodig. Bouwsteen 6: Samenwerking en rolopvatting De grote uitdagingen op de woningmarkt vragen om duidelijke keuzes, een consistent woonbeleid en een strakke regie van de gemeente. Wij zullen daarom in deze visie kaders stellen terwijl we daarnaast de nodige flexibiliteit inbouwen om snel te reageren op veranderende omstandigheden. De gemeentelijke organisatie kan dat niet alleen. Het Veldhovense woonbeleid wordt gemaakt, Woon(zorg) visie Veldhoven 2023 uitgewerkt en uitgevoerd in samenwerking met een breed scala aan professionals in wonen, zorg en welzijn met wie wij duidelijke en wederkerige afspraken willen maken.
Deze bouwstenen worden in de visie verder ingevuld. Maar de uitwerking krijgt vooral ook vorm via een uitvoeringsprogramma, dat – mede gelet op de ontwikkelingen - elk twee jaar wordt opgesteld.
16
Met name in het hoofdstuk over ‘Wonen en zorg verbonden’ in deze visie wordt een grondige analyse gegeven van de ontwikkelingen op dit terrein. Deze worden gevolgd door 4 doelen: ‘Doel 1: inwoners met een zorgvraag kunnen zo lang mogelijk zelfstandig wonen in een geschikte woning in hun eigen omgeving. Doel 2: de woonomgeving is geschikt voor iedereen met aandacht voor leefbaarheid, inclusie, voorzieningen en ontmoetingsplekken. Doel 3: we vergroten de bewustwording over tijdig aanpassen of doorstromen naar een geschikte woning. Doel 4: we versterken de samenwerking op wonen en zorg met de externe partners en in de regio’.
In het verlengde van deze doelen zijn 13 actielijnen benoemd. Het gaat hierbij om concrete acties ter implementatie van de doelen. 2.2.3 Mobiliteitsvisie In december 2023 heeft de raad de mobiliteitsvisie vastgesteld. In deze visie wordt ingezet op een transitie naar duurzame mobiliteit en op veel punten wordt een relatie gelegd met diverse beleidsvelden. Ook met relevantie voor de vergrijzingsopgave. Zo wordt gesteld dat lokale voorzieningen op fiets en loopafstand moeten liggen en wordt gesproken over een zogenaamde ‘15 minuten stad’. Daarover wordt opgemerkt: ‘In het Veldhovense beleid voor ruimtelijke ordening is het nodig om rekening te houden met reistijd en routes voor langzaam verkeer bij het plaatsen van voorzieningen. We zorgen ervoor dat voorzieningen op loop- of fietsafstand bereikbaar zijn, zodat langzaam verkeer een makkelijke en aantrekkelijke manier van verplaatsen wordt. Dit noemen we het concept van de '15-minutenstad.' In dit idee van de compacte stad, met meer gemengde functies, komen woningen, werkplekken en voorzieningen dichter bij elkaar. Dat maakt het mogelijk om met minder en kortere verplaatsingen meerdere bestemmingen te bereiken. Lange autoritten zijn daardoor minder nodig. Binnen Veldhoven wordt de fiets nu al het meest gebruikt, maar we zien dit aandeel graag toenemen.
En in de toekomst is dat ook nodig.’ Daarbij wordt voorrang gegeven aan veel bezochte bestemmingen als: ‘educatieve voorzieningen (zoals scholen), winkelvoorzieningen (zoals supermarkten), zorgvoorzieningen (zoals de huisarts), vrijetijdsvoorzieningen (zoals sportvelden) en overstapvoorzieningen naar OV (zoals (HOV)bushaltes en HUB's).’
2.2.4 Visie maatschappelijke participatie ‘Veldhoven Vooruit’ Begin 2017 is deze visie in de raad vastgesteld. De visie vormt het kader voor de maatschappelijke agenda van de gemeente Veldhoven en beoogt een toetsingskader te bieden voor initiatieven die worden ontplooid in het sociaal domein. Ter afbakening van het centrale onderwerp 'maatschappelijke participatie' zijn elf thema’s benoemd, namelijk: ‘1. Wonen 2. Werken en dagbesteding 3. Ontmoeten 4. Ontspannen 5. Leren en ontwikkelen 6. Verplaatsen/vervoer 7. Zorgen/ondersteuning/mantelzorg 8. Inkomen/financiën 9. Gezondheid 10. Veiligheid 11. Duurzaamheid’.
Voorts zijn 6 kernwaarden van maatschappelijke participatie benoemd. Deze zogenaamde '6 V's' scheppen een begrijpelijk en praktisch kader om initiatieven in het sociaal domein te kunnen toetsen aan de visie. De 6 V's van Veldhoven zijn: ‘1. Verbonden;
we kennen elkaar en helpen elkaar. 2. Vertrouwd; we kunnen ons zelf zijn en worden serieus genomen. 3. Vlakbij; we kennen de weg naar voorzieningen in de buurt. 4. Vindingrijk; we gebruiken de slimste hulpmiddelen. 5. Voorkomen; we treden preventief op. 6. Vooruit; we pakken samen door. Aan de hand van deze 6 V's is een zogenaamde 'Inspiratiebox' opgesteld. Deze biedt een methodiek om de maatschappelijke beweging naar een participatiemaatschappij te faciliteren, te stimuleren, te wegen en te verbeteren. Door middel van de Inspiratiebox 'kan een initiatief of werkwijze in het sociaal domein getoetst worden aan de bijdrage die deze levert aan maatschappelijke participatie.’
17
2.2.5 Verordening sociaal domein In oktober 2023 is door de raad de Verordening sociaal domein vastgesteld. Hierin zitten ook aanknopingspunten voor de aanpak van de vergrijzingsopgave in Veldhoven, ook al is de Verordening breder. Zo geeft de verordening gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: • Gezond en veilig opgroeien • Vervoer van en naar school • Wonen en leven in een veilige en gezonde omgeving • Werken en participeren • Uitkeringen • Hulpverlening bij schulden • Inburgeren. Bij de toepassing van de Verordening hanteert de gemeente de volgende kernwaarden: ‘1. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de doelen te realiseren. 2. Inwoners zetten zich ervoor in om deze doelen te bereiken. 3. De gemeente helpt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor problemen. 4. Bij het bieden van hulp of ondersteuning betrekt de gemeente de uitgangspunten van de visie maatschappelijke participatie: • Verbonden: we kennen elkaar en helpen elkaar; • Vertrouwd: we kunnen ons zelf zijn en worden serieus genomen; • Vlakbij: we kennen de weg naar voorzieningen in de buurt; • Vindingrijk: we gebruiken de slimste hulpmiddelen; • Voorkomen: we treden preventief op; en • Vooruit: we pakken samen door.’
2.2.6 Subsidieovereenkomst SWOVE (Stichting Welzijn Ouderen Veldhoven) Hoewel andersoortig dan de hiervoor aangegeven beleidslijnen zit in de subsidieverlening ook beleid vervat. Zo wordt in de overeenkomst als doel van de subsidieverlening aangegeven: ‘De activiteiten van SWOVE dragen bij aan het bevorderen van de inclusieve samenleving door mensen met een afstand tot de samenleving of een risico daartoe mee te laten doen. De activiteiten zijn vooral gericht op basisvoorzieningen en preventie voor ouderen met als doel het langer thuis kunnen wonen mogelijk te maken én de kwaliteit van leven nu en straks te verbeteren.’
In 2024 gaat het om een subsidiebedrag van € 687.217, -. Hiervoor ontplooit SWOVE-activiteiten in de sfeer van: • • •
‘Preventie: vroegtijdig signaleren van de noodzaak tot ondersteuning en samen met de persoon in kwestie zijn mogelijkheden benutten om deze ondersteuning te organiseren, zodat de kwaliteit van leven nu en straks behouden blijft c.q. verbetert. Ondersteunen van kwetsbare bewoners en hen helpen hun netwerken te versterken; zodat zij langer thuis kunnen blijven wonen. Problemen en verergering van problemen bij (jonge) mantelzorgers en vrijwilligers voorkomen zodat hun zinvolle inzet bij de ondersteuning van kwetsbare mensen gewaarborgd blijft.’
2.2.7 Andere subsidieovereenkomsten en subsidieregelingen Met de verschillende KBO-afdelingen in Veldhoven (Zeelst, Veldhoven-Dorp/Zonderwijk/ ’t Look, Meerveldhoven/D’Ekker, Oerle, Heikant/de Kelen) zijn subsidieovereenkomsten gesloten. Het doel van de subsidieverlening is: ‘belangenbehartiging voor oudere inwoners in georganiseerd verband. Evenals het bevorderen van de zelfredzaamheid van ouderen en het mogelijk maken dat ouderen elkaar ontmoeten.’
Als activiteiten en te leveren prestaties worden benoemd: •
‘het inzetten van cliëntondersteuners t.b.v. individuele belangenbehartiging;
18
• • •
het op eigen initiatief dan wel op verzoek van de gemeente geven van op de doelgroep gerichte informatie; activering van ouderen door het aanbieden van aansprekende activiteiten; het bieden van ontmoetingsmogelijkheden ter bevordering van netwerkversterking.
De subsidiebedragen liggen per KBO tussen de € 4500,- tot € 9500,-. Ook wordt een bijdrage verleend aan Oktober, de Verpleging en Verzorgingsinstelling in Veldhoven. Zij krijgen subsidie voor sport- spel en beweegactiviteiten voor ouderen, die zij uitvoeren in Veldhoven. In 2024 gaat het om een bedrag van € 15.633. Het doel van de subsidie is: ‘om het mogelijk te maken om sport-spelen beweegactiviteiten te organiseren die specifiek gericht zijn op de doelgroep ouderen binnen Veldhoven’.
In dit verband zijn ook algemene subsidieregelingen als ‘Vitale samenleving’ en ‘Goed woon- en leefklimaat’ van belang. Via de regeling Vitale samenleving ‘stimuleert de gemeente Veldhoven dat alle inwoners van Veldhoven naar vermogen meedoen aan de Veldhovense samenleving. De gemeente subsidieert daarom activiteiten van organisaties om kwetsbare inwoners te ondersteunen.’
Over de regeling ‘Goed Woon- en leefklimaat’ wordt gesteld: ‘De gemeente wil graag dat alle inwoners kunnen meedoen aan de Veldhovense samenleving. Ze geeft daarom subsidie aan organisaties die dit ondersteunen. Bijvoorbeeld voor jeugdsport, scouting, speeltuinen, muziekschool, zwembad, theater, dorpsverenigingen, ouderenbonden, zangen muziekverenigingen, dorpsfeesten en jaarlijkse tradities, toeristische en recreatieve voorzieningen.’
2.2.8 Visie op Veldhoven Onlangs is de visie op Veldhoven vastgesteld. In de adviesnota bij deze visie wordt gesteld: ‘Deze visie kan worden gezien als de paraplu waaronder de andere visies in de gemeente hangen. Het is niet de bedoeling dat de visie op termijn een soort ‘samenvatting van Veldhovens beleid’ wordt. De visie is abstracter. Ze kijkt door een andere bril naar verschillende (door de samenleving aangedragen) thema’s en bevat richtinggevende uitspraken die voor meerdere beleidsvelden relevant zijn.’
Hoewel niet expliciet op de vergrijzingsopgave wordt ingegaan, zoals bijvoorbeeld wel gebeurt op thema’s als internationalisering en groen, worden wel aspecten van de vergrijzingsopgave aangestipt. Bijvoorbeeld op punten als: ‘Doorstroomwoningen voor ouderen. Door het gebrek aan doorstroming houden ouderen, soms bij gebrek aan doorstroommogelijkheden, woningen ‘bezet’ waar jonge gezinnen zich zouden kunnen vestigen. Het is zinvol om hierop te anticiperen. In de toekomst van Veldhoven is het van belang dat er leuke, interessante en mooie voorzieningen komen waar ouderen fijn samen kunnen leven. Dit kan ook in hybride woonvormen zijn, waarbij juist oud en jong mengen. Door heel Nederland zijn er interessante voorbeelden van hoe dit gedaan kan worden. Creatieve woonvormen. Er is ook behoefte aan nieuwe woonconcepten die ruimte bieden aan verschillende doelgroepen. Hierbij gaat het ook om de invulling van wat een ‘passende woning’ is. Dit zal in samenspraak met de doelgroepen, met de samenleving moeten gebeuren.’
Naar aanleiding van de bespreking in de oordeelsvormende vergadering en in de besluitvormende vergadering van de raad is op 7 mei 2024 een geamendeerd besluit door een grote meerderheid van de raad aangenomen. Daarbij is de voorliggende visie als ‘inwonersvisie’ gekwalificeerd en is toegezegd dat deze inwonersvisie wordt aangevuld met enkele thema’s om te komen tot dé Visie op Veldhoven en deze in het eerste kwartaal van 2025 aan te bieden aan de raad.
19
2.2.9. Veldhoven Vitaal 2023-2026 In ‘Veldhoven Vitaal 2023-2026’ zijn uitgangspunten en doelen met betrekking tot gezondheid uitgewerkt. Het betreft een uitwerking van de plannen op hoofdlijnen voor elk SPUK-GALA thema. In deze lokale uitwerking van het GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) is een samenhangende lokale aanpak ontwikkeld op het gebied van gezondheid, sport, bewegen en sociale basis. Zo komen onderwerpen terug als: • • • • • • • •
Terugdringen gezondheidsachterstanden; Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten; Het versterken van de sociale basis; Valpreventie; Een gezonde leefstijl; Versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid; Vitaal ouder worden; Domein overstijgende inzet vanuit een regionale preventie infrastructuur.’
In het plan ‘Veldhoven Vitaal 2023-2026’ zijn per thema doelen en activiteiten uitgewerkt. Ook worden risicogroepen benoemd. De doelgroep ouderen komt bij diverse thema’s als één van de risicogroepen naar voren. En valpreventie is bijvoorbeeld specifiek gericht op ouderen. Naast Veldhoven Vitaal is er een regiobeeld en regioplan opgesteld om regionaal vorm te geven aan het integrale Zorgakkoord (IZA). Zie paragraaf 3.1.3. 2.2.10 Overig beleid Naast bovengenoemde beleidsdocumenten, overeenkomsten en verordening wordt op tal van levensdomeinen beleid ontwikkeld in Veldhoven. Gedacht kan worden aan het beleid over duurzaamheid, omgevingsvisie en omgevingsplannen, sportbeleid, e.d. Zo is het Visiedocument ‘Veldhoven beweegt’ doorvertaald in uitvoeringsplannen. Het Lokaal Sportakkoord Veldhoven heeft eveneens uitwerking gekregen in de vorm van uitvoeringsnotities. Hierin is ook zichtbaar wat er specifiek voor ouderen is gedaan. De inhoud van het Sportakkoord is meegenomen en geactualiseerd in het plan ‘Veldhoven Vitaal 2023-2026’. Tenslotte wordt gewezen op twee in ontwikkeling zijnde beleidsdocumenten: visie op het sociaal domein en een nieuwe maatschappelijke structuurvisie. In de gesprekken is aangegeven dat een aanvang is gemaakt met het opstellen van een visie op het sociaal domein.
Daarbij wordt er rekening mee gehouden dat er al veel beleid is ontwikkeld in het sociaal domein. De visie zal echter: • een meer strategisch karakter krijgen; • meer inspelen op een proactieve in plaats van reactieve benadering; • de integraliteit van en de samenhang binnen de grotere opgaven opzoeken. Een tweede aangekondigd onderwerp is de maatschappelijke structuurvisie. Hierin zal worden ingegaan op de vraag: welke voorzieningen heeft Veldhoven nodig om een duurzame prettige leefomgeving te creëren die past bij de groei die Veldhoven doormaakt. Het gaat hierbij om de maatschappelijke benodigde voorzieningen op het gebied van gezondheid, zorg, sport, groen, wijkaccommodaties, etc. 2.3 Rolverdeling bij de beleidsbepaling Bij de Woon(zorg-)visie is bij de beleidsontwikkeling nauw samengewerkt met de vele spelers op dit terrein. In het verlengde daarvan zijn in het uitvoeringsprogramma wonenzorg duidelijk trekkers aangegeven en ook wie de verder betrokken partners zijn. Dit geldt zowel voor de rolverdeling binnen de gemeentelijke organisatie als voor de betrokken externe spelers. Ook wordt dit zichtbaar in de zogenaamde prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties en huurdersorganisaties.
20
Ook op andere terreinen is de lijn in Veldhoven om via participatie tot beleid te komen. De meest betrokken spelers en vaak ook bewoners worden geraadpleegd in het proces van beleidsvorming. In de gesprekken met externe partners wordt positief gesproken over de wijze waarop de gemeente hen betrekt bij de beleidsvorming. De Samenwerkingstafel Wonen en Zorg wordt vaak als een mooi voorbeeld genoemd. Ook bij de opstelling van de visie op Veldhoven is vroegtijdig een zeer intensief participatieproces gevolgd. En in dit verband wordt ook gewezen op de door de raad vastgestelde participatienota. Daarin vormt het belang om in samenspraak met inwoners tot beleidsvorming te komen een belangrijk uitgangspunt. Soms is het moment van inschakeling wat laat, zo wordt in enkele gesprekken opgemerkt. Het sterker en soms ook meer vroegtijdig aansluiten bij ideeën en initiatieven vanuit bewoners en organisaties verdient daarbij aandacht. 2.4 Conclusies Uit het voorafgaande kan worden geconcludeerd: • Het beleid voor de vergrijzingsopgave is vormgegeven via een groot aantal visies, beleidsdocumenten, verordeningen en subsidieovereenkomsten. Daardoor is sprake van een gefragmenteerd beleidsbeeld, wanneer de vergrijzingsopgave als vertrekpunt wordt genomen. Dit is inherent aan het feit dat bewust niet gekozen is voor een doelgroepenbeleid.
• Met de Woon(zorg-) visie en de daarin benoemde overlegtafel is een stevige basis gelegd voor de aanpak van dat onderdeel van de vergrijzingsopgave. • Belangrijke trefwoorden in het beleid met al dan niet expliciete verwijzing naar de vergrijzingsopgave zijn: bevorderen inclusieve samenleving, zelfredzaamheid en maatschappelijke deelname, sociale samenhang in de buurten, versterking buurtnetwerken en het bieden van ontmoetingsplekken in de buurten, stimulering gezonde leefstijl en meer sport en bewegen, toekomstbestendige woningen en passende woonomgevingen, sterkere verbindingen tussen wonen en zorg, vroegtijdige signalering ondersteuningsbehoefte, bevordering van innovatie en de ’15 minuten stad’. • De aangekondigde visie op het sociaal domein en de op te stellen maatschappelijke structuurvisie bieden interessante beleidsmatige aanknopingspunten voor de aanpak van de vergrijzingsopgave. • De totstandkoming van het beleid vindt plaats in nauwe samenspraak met (vertegenwoordigers van) inwoners en organisaties. Ook hier vormt het doorlopen proces van de Woon (zorg-) visie een goed voorbeeld. In de onlangs vastgestelde participatienota is deze werkwijze ook expliciet vastgelegd.
21
3 Uitvoering van het beleid In dit hoofdstuk worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Op welke wijze en in welke mate vindt de uitvoering van het beleid plaats? • Wie speelt welke rol bij de uitvoering? 3.1 Uitvoeringsactiviteiten De beleidsuitvoering vindt plaats via tal van projecten en activiteiten. Deze zijn veelsoortig. Gedacht kan worden aan: • projecten waarin wordt gezocht naar de ontwikkeling en vernieuwing in de aanpak; • het bieden van een basispakket in termen van accommodaties en ter stimulering en ondersteuning. En het bieden van subsidies aan externe partners, die aan deze projecten of ondersteuning en stimulering een bijdrage leveren; • de participatie in regionale projecten. In het navolgende wordt een aantal voorbeelden gegeven van deze uitvoeringsactiviteiten. Daarbij zijn ook veel organisaties en inwoners betrokken. Daarvan wordt hierna een beeld geschetst. 3.1.1 De aanpak via vernieuwende projecten en activiteiten Bij de aanpak van de vergrijzingsopgave kan vanwege de omvang en de toenemende groei van de opgave niet worden volstaan met voortzetting van reguliere activiteiten en projecten. Vernieuwing is geboden. In Veldhoven zijn daarvan ook al enkele goede voorbeelden aanwezig. Daarop wordt hieronder ingegaan.
Woon(zorg-)visie en Samenwerkingstafel Wonen en Zorg Met de Woon(zorg-)visie heeft de gemeente Veldhoven een goede stap gezet om tot afstemming tussen deze beleidsvelden te komen. De urgentie van de opgave is daarin duidelijk zichtbaar gemaakt. Hiervóór is reeds op de inhoud van de visie gewezen. Voor de uitvoering van het geformuleerde beleid speelt de Samenwerkingstafel Wonen en Zorg een belangrijke rol. Daarover wordt vermeld: ‘De Samenwerkingstafel is bedoeld om vraagstukken te verkennen en te adresseren die zich voordoen in het realiseren van onze -gezamenlijke- ambities. En om vanuit kennisdeling en uitwisseling gezamenlijk oplossingen en mogelijkheden uit te werken. Dit vanuit de overtuiging dat partijen elkaar nodig hebben in het realiseren van doelen op het gebied van wonen en zorg. Via deze Samenwerkingstafel willen we samen de opgaven nader verkennen, kansen signaleren, kennis delen en gezamenlijk gewenste ontwikkelingen aanjagen. De Samenwerkingstafel verbindt partijen in hun opgaven.’ In de gesprekken komt naar voren dat de Samenwerkingstafel Wonen en Zorg als een mooi, waardevol initiatief wordt gezien. Er ligt een kans voor andere beleidsvelden om ook een dergelijke samenwerkingstafel te starten. Wonen en zorg is weliswaar een belangrijk thema, maar ook bij andere thema’s vraagt de vergrijzingsopgave uitdrukkelijk om aandacht.
Bijvoorbeeld op thema’s als sport en bewegen, mobiliteit, de inrichting van de openbare ruimte, e.d. Hoewel op sommige van deze thema’s ook duidelijk aandacht wordt besteed aan de vergrijzing, wordt de urgentie hiervan niet altijd ervaren, zo wordt gesteld. Voorgenomen verkenning meer preventie en minder curatie SWOVE heeft het voornemen om bij de nieuwe subsidieaanvraag (2025) een projectvoorstel in te dienen over een beweging van minder curatie naar meer preventie.
22
Daarmee zou zichtbaar moeten worden op welke wijze een stevigere inzet op het zogenaamd ‘voorliggend veld’ kostendrukkend werkt op de dure curatie. Inventarisatie en slimmer organiseren ontmoetingsplekken In het kader van preventie wordt ook gewezen op een ander project van SWOVE. Bij dit project gaat het om goed in beeld te krijgen welke ontmoetingsplekken er zijn in de verschillende Veldhovense wijken. Het gaat om verschillende ‘ruimte biedende’ accommodaties, zoals buurthuizen, multifunctionele accommodaties, kantines sportverenigingen, e.d.). Hiermee kun je koppelkansen zoeken. In de gesprekken klinkt vaak door dat een dergelijke foto wenselijk is en dat vooral ook moet worden nagegaan hoe deze ruimtes ook een rol kunnen spelen in het bevorderen van de ontmoetingsfunctie in buurten. Met daaraan gekoppeld een signaalfunctie. Dat veronderstelt dat de mensen/vrijwilligers die zich inzetten op de ontmoetingsplekken ook signalen oppikken wanneer het minder goed met iemand gaat. En vervolgens op de juiste manier met deze signalen omgaan. Middels training kan dat worden versterkt. Tegelijk is het goed, zo wordt gesteld, om na te gaan hoe efficiënt deze ruimtes gebruikt worden. Zo zitten in de omgeving van Veldwijzer binnen een actieradius van 200 meter verschillende accommodaties: naast Veldwijzer zijn dat de Band, Tweespan en een MFA.