CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB2025.83a Bijlage 1 bij RIB - Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040 definitief

Raadscommissie 18 september 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Consultatie Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 204026.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Complete binnenstad • • • • • •

Transformatie van een winkelstad naar een complete en compacte binnenstad met een diversiteit aan functies zoals wonen, werken, recreëren, ontmoeten en verblijven. Van een relatief functionele en versteende binnenstad naar een groene en klimaatadaptieve binnenstad. Detailhandel wordt geconcentreerd in het kernwinkelgebied en de bestaande buurtwinkelcentra. De binnenstad is goed bereikbaar voor de auto, fiets en het ov. De binnenstad zelf is auto- en fietsluw (uiteraard is de fiets aan de hand toegestaan). De auto en fiets kunnen geparkeerd worden op locaties aan de rand van de binnenstad waarna het laatste stukje te voet afgelegd wordt. Het voetgangersgebied is toegankelijk voor alle doelgroepen.

Recreatie en (zakelijk) toerisme Veenendaal beschikt over een compacte, aantrekkelijke binnenstad met een breed aanbod aan voorzieningen, winkels, horeca en culturele activiteiten. Deze stedelijke kwaliteit vormt een uitstekend vertrekpunt voor recreatie in de omliggende natuurgebieden, zoals het bosrijke Kwintelooijen en het open landschap van het Binnenveld, gelegen tussen Wageningen, Rhenen, Bennekom en Veenendaal. Om deze recreatieve kansen

49 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

optimaal te benutten, zetten we in op een goede en duurzame bereikbaarheid van deze gebieden. We verbeteren en versterken het regionale fietsnetwerk, investeren in aantrekkelijke wandelstructuren en onderzoeken de ontwikkeling van een volledig doorvaarbare kanoroute over de Grift. In Veenendaal vinden jaarlijks ruim 90.000 overnachtingen plaats. Het grootste gedeelte van deze overnachtingen heeft een zakelijke reden. Zakelijke bezoekers besteden over het algemeen meer per verblijf dan vakantiegangers. Wij stimuleren het zakelijk toeristisch verblijf in Veenendaal, met als doel een hogere economisch toegevoegde waarde van de toeristische sector in de lokale economie in 2040. Dit doen wij enerzijds door Veenendaal samen met het bedrijfsleven actiever te promoten als een aantrekkelijke plaats voor een zakelijk toeristisch verblijf en anderzijds door bereikbaarheid van Veenendaal voor zakelijke bezoekers zoveel mogelijk te optimaliseren. Bereikbaarheid/mobiliteit Voor de economische ontwikkeling van Veenendaal is goede bereikbaarheid een randvoorwaarde. Op dit moment heeft Veenendaal een IC-station bij Veenendaal-De Klomp. Dit station staat bij de NS niet hoog op de prioriteitenlijst om te behouden als IC-station. Behoud zal afhankelijk zijn van de mate waarin Veenendaal op termijn vervoerswaarde kan toevoegen door te verdichten rond het station.

Daarom is het belangrijk dat de ambities voor woningbouw en werkgelegenheid (bij zowel Veenendaal Centrum als Veenendaal-De Klomp) worden gerealiseerd. Gelet op behoefte om kantoren in en nabij treinstations te situeren is het wenselijk rondom Veenendaal-centrum en Veenendaal-De Klomp kantoorontwikkelingen te stimuleren. Om een aantrekkelijke werkstad te zijn, is het uiteraard ook van belang dat een goede doorstroming van het autoverkeer op termijn gewaarborgd blijft. Met de huidige groeiambities is deze garantie er niet. Daarom zal Veenendaal tot 2040 inzetten op de mobiliteitstransitie die richting geeft aan alternatieve vervoersvormen (zie hiervoor ook het hoofdstuk Mobiliteit).

50 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.5.4 Kaart Economie

Afbeelding 14: Kaart economie, gemeente Veenendaal

51 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.5.5 Onderliggende documenten • • • •

Visie Bedrijventerreinen Veenendaal 2030 Visie Recreatie en Toerisme 2040 Evenementenbeleid 2024 Programmaplan Vitale Binnenstad Veenendaal

52 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.6 Mobiliteit 6.6.1 Opgaven • • • •

De groeiende stad optimaal bereikbaar houden. We streven naar nul verkeersdoden. Verbeteren van de fietsinfrastructuur. Gezond, duurzaam en veilig vervoer stimuleren en de autoafhankelijkheid verminderen.

6.6.2 Knelpunten in een groeiende stad Bereikbaarheid en mobiliteit zijn cruciaal voor burgers en bedrijfsleven, om mee te doen aan de maatschappij en voor het verdienvermogen van de stad en regio. De analyse van de huidige bereikbaarheid en het mobiliteitssysteem laat meerdere knelpunten zien. Veiligheid Op een aantal locaties is sprake van verkeersknelpunten veroorzaakt door verkeersonveilige inrichting van wegen, kruisingen, verkeersgedrag en -drukte. Wat betreft verkeersveiligheid geldt dat rekening moet worden gehouden met kwetsbare doelgroepen en een goede scheiding tussen verschillende weggebruikers om conflicten en ongevallen te voorkomen. Auto en parkeren De doorstroming van het auto- en vrachtverkeer op de rondwegen en enkele kruispunten in de stad is niet optimaal. Doorgaand- en sluipverkeer komt voor op woonstraten die hiervoor niet zijn ingericht. Als gevolg van de woningbouwverdichting samen met het nog steeds groeiende autobezit neemt de parkeeroverlast in sommige buurten toe. Ook op de sportparken groeit de parkeerdruk met name op de zaterdagen. Grote bedrijfsbusjes nemen steeds meer parkeerruimte in beslag in woonbuurten. Er zijn echter ook locaties waar beschikbare parkeerplaatsen nauwelijks worden gebruikt en mogelijk opgeheven kunnen worden.

Fiets Wachttijden voor fietsers op sommige kruispunten zijn te groot en de doorstroming en het comfort op (door)fietsroutes kan verbeterd worden. Het toenemende aantal fietsers in combinatie met een diversiteit aan fietspadgebruikers (bakfietsen, elektrische fietsen, fatbikes, speedpedelecs etc.) en verschil in snelheid leidt steeds vaker tot onveilige situaties. Hinderlijk en gevaarlijk geparkeerde fietsen zorgen regelmatig voor overlast bij vooral de stations, flats en drukke locaties in het centrum. Openbaar vervoer De frequentie van bussen en treinen is te laag om een serieus alternatief te zijn voor de auto. Rechtstreekse hoogwaardige openbaar vervoer (OV)-verbindingen naar buurgemeenten ontbreken. De kwaliteit van stations(omgevingen) kan verbeterd worden. De OV-bereikbaarheid van enkele bedrijventerreinen is onvoldoende. Het aanbod en gebruik van deelmobiliteit in Veenendaal is in vergelijking met andere steden beperkt. Het vervoer (auto- bus/trein- deelvervoer-regiotaxi) wordt steeds duurder. Ook zijn sommige locaties voor mensen zonder auto moeilijk te bereiken waardoor de vervoersarmoede kan toenemen. Bij de realisatie van 10.700 woningen en autonome groei van het verkeer zal bij ongewijzigd mobiliteitsbeleid het aantal verplaatsingen toenemen met meer dan 35%. Dit vergroot de druk op de bestaande verkeersstructuren.

Voor verschillende vervoersmodaliteiten zullen bestaande knelpunten groter worden en nieuwe knelpunten ontstaan. Mogelijk kan niet worden voldaan aan de wettelijk ingestelde geluidproductieplafonds vanuit de Omgevingswet. Aanpassingen in het mobiliteitsbeleid en investeringen in het mobiliteitssysteem zijn nodig om de groeiende en vitale stad bereikbaar te houden en de verkeersveiligheid te verbeteren. De auto (rijdend en stilstaand) neemt ten opzichte van andere vervoermiddelen relatief veel ruimte in beslag. Een mobiliteitstransitie richting wandelen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit zorgt ervoor dat mensen de auto minder hoeven te gebruiken omdat er voldoende alternatieven zijn. Dit draagt bij aan efficiënter

53 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

ruimtebeslag voor mobiliteit. Hierdoor ontstaan meer kansen om ook andere opgaven, waaronder groen, water en klimaatadaptatie, de ruimte te geven.

Figuur 4: indicatie ruimtebeslag mobiliteit per persoon voor diverse vervoerwijzen, inclusief halteren (stallen in blauw), bron; U-ned mobiliteitsstrategie 2040, Utrecht, 2022

6.6.3 Visie mobiliteit Veenendaal 2040 Keuzes met betrekking tot mobiliteit moeten bijdragen aan een vitale, duurzame en veilige leefomgeving. Een vitale gemeente betekent dat we in de leefomgeving mogelijkheden bieden om meer en vaker te bewegen, ontspannen en ontmoeten. We beperken de geluidshinder en de uitstoot voor een goede luchtkwaliteit. En we bieden voldoende mogelijkheden om te bewegen in de openbare ruimte, parken en sportparken. We maken wandelen en fietsen nóg aantrekkelijker. En we realiseren meer mogelijkheden voor ontmoeten. Een duurzame gemeente betekent dat we werken aan klimaatadaptatie en duurzame mobiliteit. We werken volgens de Trias Mobilica: verminder mobiliteit, verander naar duurzamere vormen van mobiliteit (fietsen en lopen) en als er toch per auto of OV kilometers moeten worden gemaakt, verduurzaam deze dan door elektrisch of op waterstof te rijden. Een veilige gemeente betekent dat we een veilig ingerichte fysieke ruimte creëren. De objectieve en subjectieve verkeersveiligheid moet ondanks de toename van het verkeer verbeteren, waarbij steeds meer gebruik zal worden gemaakt van digitale en technologische hulpmiddelen. Een goede bereikbaarheid is een van de belangrijkste randvoorwaarden om te zorgen dat Veenendaal de aantrekkelijke en vitale woon-werk-winkelstad blijft die het nu is.

Het mobiliteitssysteem in de regio heeft nu al een groot aantal knelpunten, zowel binnen de regio als in de aansluitingen op het stedelijk netwerk Nederland. De groei van het aantal woningen gecombineerd met een groei van de economie, maakt de druk op de spoor- en weginfrastructuur alleen maar groter. Via een integrale aanpak (zie figuur 5) willen we brede welvaartdoelen halen door het mobiliteitssysteem te verbeteren. Om maatschappelijk en economisch belangrijke voorzieningen in de toekomst bereikbaar te houden voor inwoners en bedrijven, moeten we de kracht van alle modaliteiten benutten. Kansen op het spoor Vooral het goede spoornet biedt uitstekende kansen voor Veenendaal. Met drie stations, Veenendaal Centrum, West en De Klomp is Veenendaal op dit gebied zeer goed bediend. Bovendien zouden toekomstige ontwikkelingen bij De Meent nog kunnen leiden tot een nieuw treinstation/mobiliteitshub. Veenendaal-De Klomp is van groot strategisch belang voor toekomstige ontwikkelingen, vooral omdat onderzocht wordt of de lijn Utrecht – Arnhem – Duitsland versterkt kan worden, eventueel door uitbreiding van twee naar vier sporen. Dit maakt de ligging van Veenendaal nog strategischer en de ontwikkeling van het gebied De Klomp met woningen en werkgelegenheid nog interessanter.

Door in de komende jaren de ruimtelijke ontwikkelingen rond de OV stations verder vorm te geven verhogen we de vervoerswaarde op het spoor en houden we de bereikbaarheid van de stad op een hoog niveau. Zo gaan duurzame mobiliteit en stedelijke ontwikkeling hand in hand.

54 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Figuur 5: Integrale aanpak Brede Welvaart en mobiliteitssysteem (Mobiliteitsvisie 2050, hoofdlijnennotitie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maart 2023)

6.6.4 Strategische keuzes en maatregelen Algemeen •

•

•

• •

Veenendaal is een belangrijke fietsstad en beschikt over drie treinstations (station Veenendaal de Klomp, Veenendaal-Centrum en Veenendaal-West) met goede regionale aansluitingen. Belangrijk is dat we deze kwaliteiten behouden en in de groeiende stad verder versterken. Vanuit vitaal, duurzaam en veilig stimuleren we het verduurzamen van de mobiliteit (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit) en faciliteren zero emissievervoer. We zorgen voor inclusieve mobiliteit; iedereen kan meedoen, ongeacht leeftijd, financiële middelen, of gezondheid. We zetten in op slimme mobiliteitsoplossingen voor het huidig en toekomstig verkeer. Veenendaal zet zich actief in op nieuwe ontwikkelingen als intelligente snelheidsadaptie, intelligente verkeerslichten, zelfrijdende auto’s, parkeren-op-afstand, robotparkeren, inzet van drones, mobiliteitsdiensten, advanced driving systems, artificial intelligence en publieke mobiliteit. We ontwikkelen een netwerk van mobiliteitshubs om de overstap tussen verschillende vervoersmiddelen gemakkelijker te maken. We richten ons op het verbeteren en de instandhouding van een veilige verkeersinfrastructuur, zodat iedereen zich op een veilige manier door Veenendaal kan bewegen.

Om de leefomgeving te verbeteren zoeken we actief naar creatieve oplossingen voor dubbelgebruik van de ruimte, zoals het verwerken van waterberging in parkeerkoffers, het vergroenen van parkeerplaatsen en het creëren van doorwortelbare ruimte onder verharding.

Voetganger en fietser •

• •

•

We kiezen voor een veilig en groen lokaal voetgangersnetwerk, waarmee we onze inwoners willen stimuleren om korte afstanden te wandelen, maar ook om te bewegen of sporten. Ons netwerk is daarnaast ook toegankelijk en bereikbaar. We maken het hiermee aantrekkelijk om je te fiets, te voet, per scootmobiel of rollator te verplaatsen. We versterken het doorfietsnetwerk in de regio zodat er goede verbindingen ontstaan. Uitbreiding is nodig naar plaatsen als Wageningen, Rhenen, Renswoude/Ederveen/Barneveld en Amersfoort; We versterken het hoofdfietsnetwerk in de stad met name door kwaliteitsverbeteringen, betere doorstroming op kruispunten, verbeteringen op het gebied van verkeersveiligheid en toevoegen van enkele ontbrekende schakels. We lossen een aantal fietsparkeerknelpunten in het centrum, de stationsgebieden en de sportvelden op door het aanbieden van voldoende, goede en aantrekkelijke stallingsmogelijkheden.

55 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Openbaar Vervoer en deelmobiliteit • •

• •

We kiezen ervoor om de stad zo in te richten dat het draagvlak voor een hoogwaardig OV-netwerk voor reizen binnen en buiten Veenendaal ondersteund wordt. Vanuit de Visie Spoorzone en de verstedelijkingsopgave van Foodvalley worden de OV-knooppunten en stations Veenendaal Centrum en Veenendaal de Klomp verder ontwikkeld. De bus- en fietsroutes van en naar de stations en het centrum worden verbeterd. Een deel van de Kerkewijk en de Prins Bernhardlaan worden autoluw ingericht om meer ruimte te bieden voor het langzaam verkeer en de bus. Voor de mogelijke woningbouw in de Nieuwe Meent wordt ruimte gereserveerd voor een nieuw station aan de spoorlijn Utrecht-Veenendaal-Rhenen. De inzet van deelmobiliteit (o.a. deelauto’s, deelfietsen, deelbakfietsen) wordt door de gemeente gefaciliteerd en gestimuleerd.

Gemotoriseerd verkeer en logistiek •

•

•

• •

We faciliteren autopendel van binnen naar buiten Veenendaal en visa versa door te sturen op een goede en veilige doorstroming op het hoofdwegennet (beide rondwegen en de A12). Deze wegen moeten voldoende capaciteit hebben. In woonwijken willen wij de ongewenste effecten van het verkeer (luchtkwaliteit, geluidshinder en verkeersonveiligheid) beperken door het doorgaande verkeer te ontmoedigen. We maken een verkeerscirculatieplan waarin maatregelen worden voorgesteld om de verkeersstromen in een gebied te optimaliseren en meer ruimte voor bijvoorbeeld de fietser te creëren. Dit kan door het aanpassen van wegen, het invoeren van eenrichtingsverkeer, of het plaatsen van bijvoorbeeld fysieke barrières. Laadinfrastructuur wordt uitgebreid om de groei van elektrische auto’s te faciliteren en te stimuleren. Om de leefomgeving te verbeteren en structurele parkeeroverlast tegen te gaan hanteren we de landelijke methodiek ‘beïnvloeden, benutten, beprijzen en bouwen’: o Beïnvloeden: dit staat voor het beïnvloeden van de parkeervraag. Het stimuleren van alternatieve vervoerswijzen zoals fiets, deelvervoer en OV kan leiden tot een lagere parkeervraag. o Benutten: niet alle parkeervoorzieningen worden op dit moment optimaal benut. We zetten in op maximale benutting. o Beprijzen: parkeerregulering invoeren of uitbreiden is een vorm van beprijzing.

Dit kan helpen de parkeerdruk en -overlast te verlagen of middelen te genereren voor alternatieve parkeervormen (zie bijvoorbeeld Het Ambacht). o Bouwen: het meer geclusterd en meerlaags inrichten van parkeervoorzieningen. Het parkeren wordt gebiedsgericht aangepakt. Waar nodig wordt parkeerregulering uitgebreid. De gemeente heeft als doel een duurzaam, efficiënt en veilig goederenvervoer binnen de stad te realiseren, met aandacht voor leefbaarheid en economische vitaliteit. Dit wordt bereikt door het verminderen van uitstoot en congestie, het optimaliseren van ruimtegebruik, en het bevorderen van innovatie en samenwerking in de logistieke keten. Vanuit het programma Vitale binnenstad wordt de agenda duurzame stadslogistiek uitgevoerd. De opzet van een zero-emissiezone en logistieke hubs wordt onderzocht. Maatregelen uit het Convenant Schoon en Emissie loos Bouwen worden uitgewerkt. Ook wordt bekeken of de overlast van bezorgdiensten in woonwijken kan worden beperkt.

Bovengenoemde keuzes en maatregelen worden nader uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit (OPIM).

56 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.6.5 Kaarten Mobiliteit Kaart Mobiliteit met knelpunten (congestie, parkeeroverlast, knelpunten fiets- en wandel infrastructuur)

Afbeelding 15: Kaart mobiliteit met knelpunten (congestie, parkeeroverlast, knelpunten fiets- en wandel infrastructuur), gem. Veenendaal.

57 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Kaart mobiliteitsnetwerk en daarop de kansen en keuzes (zie paragraaf 6.6.4)

Afbeelding 16: Kaart mobiliteitsnetwerk en daarop de kansen en keuzes (zie paragraaf 6.6.4)

58 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Diverse facetkaarten over mobiliteit.

Afbeelding 17, facetkaart Auto, gemeente Veenendaal

59 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Afbeelding 18, facetkaart Fiets, gemeente Veenendaal

60 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Afbeelding 19, facetkaart OV (Bus/Trein), gemeente Veenendaal

61 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Afbeelding 20, facetkaart Voetganger, gemeente Veenendaal

62 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.6.6 Onderliggende documenten • • • • • •

Koersdocument Omgevingsvisie Veenendaal 2040, gemeente Veenendaal april 2025. Tussenevaluatie Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan 2012-2025, Augustus 2018. Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) 2022-2025. Bereikbaarheidsagenda 2023-2026, regio Foodvalley, 2022. NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley Meer landschap meer stad, 2024. U-Ned Mobiliteitsstrategie 2040, Provincie Utrecht, 2022.

• • •

OV-netwerkperspectief 2025-2035, provincie Utrecht, 2022. Regionaal toekomstbeeld fiets, provincie Utrecht, 2021. Onderweg in Nederland (ODiN) 2023, Centraal Bureau voor de Statistiek, 2024. Mobiliteitsvisie 2050, hoofdlijnennotitie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maart 2023.

•

63 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.7 Energietransitie 6.7.1 Opgaven • • • •

We bouwen aan een duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem dat de groei en leefbaarheid van Veenendaal ondersteunt. We verlagen de CO2-uitstoot en het aardgasverbruik en gaan meer energie lokaal opwekken: in 2050 zijn we klimaatneutraal. We gaan slim om met ons elektriciteitsverbruik om het stroomnet te ontlasten op piekmomenten. We willen de leveringszekerheid van energie voor woningen en bedrijven op peil houden.

6.7.2 Visie op de energietransitie De energietransitie vraagt om een grote verbouwing van ons huidige energiesysteem en heeft grote invloed op hoe de bestaande én nieuwe gebouwde omgeving eruitziet. In het oude systeem werd onze elektriciteit ver weg in grote kolen- of gascentrales opgewekt en via een steeds fijnmaziger netwerk van kabels onder de grond naar onze huizen en bedrijven gebracht. In het nieuwe systeem wordt er zoveel mogelijk energie lokaal opgewekt door zonnepanelen op daken, langs wegen en boven parkeerplaatsen. En steeds vaker ook opgeslagen, onder de grond in warmtebuffers of in batterijen op bedrijventerreinen of in woonwijken. Omdat we elektrificeren moet het elektriciteitsnet vrijwel overal verzwaard worden. We zien dat terug in het straatbeeld in de groei van het aantal transformatorhuisjes en verdeelkasten. Naar verwachting zijn tot 2050 circa 200 trafo’s extra nodig. Een deel van de stad zal overschakelen op een warmtenet, waar ruimte gezocht moet worden voor warmtecentrales en ondergrondse leidingen. De ruimtevraag van het energiesysteem is afhankelijk van keuzes die wij als gemeente maken, maar grotendeels ook van externe factoren. Bij nieuwbouw hebben we over het algemeen meer sturingsmogelijkheden dan in de bestaande bouw. Of er in Veenendaal een extra onderstation nodig is, is afhankelijk van hoe het energiesysteem zich ontwikkeld.

Als we naar een groter deel individuele elektrische warmtepompen bewegen i.c.m. minder lokale duurzame opwek, kan een extra onderstation na 2040 nodig zijn om de toenemende vraag aan te kunnen. Dat is niet onze inzet: we streven naar betere verdeling én verlaging van de piekvraag, zetten in op collectieve warmtesystemen en op lokale duurzame opwek. We zetten ook in op energie besparen. Veel woningen worden geïsoleerd. We verstoren daarmee de leefomgeving van beschermde diersoorten. Het is daarom nodig om dit te compenseren en op andere locaties extra groen en alternatieve verblijfplaatsen te creëren. Ook dit is een indirecte ruimtevraag voor de energietransitie. We blijven hierbij focus houden op een integrale duurzame aanpak en zoeken naar creatieve en innovatieve oplossingen. We hebben aandacht voor energie-armoede, het liefst isoleren we alle huizen biobased, stimuleren we milieuvriendelijke opslag en maken we keuzes hoe we omgaan met groen en bomen bij de ontwikkeling van warmte- en opweksystemen. Het energiesysteem neemt dus steeds meer ruimte in en wordt op steeds meer plekken zichtbaar. De noodzaak om het energienetwerk en ontwikkelingen in samenhang te ontwikkelen vanaf de eerste schets wordt alleen maar groter: dat er altijd energie aanwezig is of geleverd kan worden is geen vanzelfsprekendheid meer.

Hierdoor gaan we waar nodig en mogelijk sturend optreden in gebiedsprocessen. Een betere benutting van de elektriciteitsinfrastructuur helpt, naast verzwaring, om knelpunten zoals we die nu zien op het elektriciteitsnet (netcongestie) in de toekomst te voorkomen. Ruimtelijke keuzes beïnvloeden de energievraag van een gebied. Denk aan de locatiekeuze van een energie-intensief bedrijf of het programma van een nieuwbouwontwikkeling. Door energievraag en aanbod dichtbij elkaar te plannen en door opgewekte energie ‘vast te houden’ in een gebied met behulp van opslag, kan onnodig transport van energie worden voorkomen. Ook kan het slim zijn om verschillende functies in één gebied te hebben, zodat de energievraag verspreid over de dag plaatsvindt en pieken voorkomen worden.

64 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Netbewuste nieuwbouw wordt steeds belangrijker en wordt in de toekomst in toenemende mate de norm. Woningen en woongebieden worden zo ontworpen dat er tijdens de pieken minder stroom wordt verbruikt. Keuzes zoals het aanleggen van een WKO-systeem en het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen moeten aan het begin van het planproces al worden gemaakt. De ontwerpprincipes voor ‘netbewuste’ duurzame nieuwbouwgebieden zijn uitgewerkt in onze handreiking netbewust bouwen. 6.7.3 Strategische keuzes en maatregelen Tot 2040 maakt Veenendaal de volgende keuzes met betrekking tot het thema Energietransitie: We zetten steviger in op energieplanologie 1. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen houden we rekening met de toepassingen voor lokale energieopwekking en -opslag, zoals zonnepanelen op daken of buurtaccu’s en stemmen de benodigde energie-infrastructuur af op de toekomstige energievraag van het gebied. Waar nodig leidt dit tot aanpassingen in het ruimtelijke programma (aantallen, plaatsing van functies, etc.). 2. We kijken ook naar de ruimte en de opties die er zijn in de ondergrond voor warmtenetten, WKO en collectieve warmte-opslag. De keuzes voor groen en bomen kunnen in wijken waar een collectief warmtesysteem is, anders zijn dan in een wijk waar geen warmtenet ligt. 3. We vullen het Omgevingsplan aan met een energieparagraaf.

Daarnaast worden daarin waar nodig en waar mogelijk, ruimtelijke eisen opgenomen voor energieopwekking en -opslag, energieprestaties en gebiedsnormen. 4. We sturen op dubbel ruimtegebruik om de ruimtelijke impact te verkleinen, bijvoorbeeld een groen dak met zonnepanelen of inpandige trafo’s. 5. Collectieve warmtesystemen kunnen de belasting van het elektriciteitsnet beperken. Waar deze systemen technisch en economisch haalbaar zijn, geven we ze voorrang in de openbare ruimte. 6. We willen dat nieuwe ontwikkelingen een zo laag mogelijke impact hebben op het elektriciteitsnetwerk. We stimuleren initiatiefnemers om gebouwen en het energiesysteem te ontwerpen volgens de uitgangspunten van onze handreiking netbewuste nieuwbouw. We gaan stapsgewijs over op alternatieven voor aardgas 1. We stimuleren inwoners en bedrijven om energie te besparen en intensiveren tegelijkertijd de handhaving van de wet- en regelgeving die hierover gaat. 2. We willen voor alle buurten in Veenendaal weten wat de beste aardgasvrije oplossing is. Samen met bewoners en andere belanghebbenden stellen we daarvoor plannen op. Uiterlijk in 2035 hebben we voor ieder huishouden en bedrijf duidelijk wat de beste oplossing is en wat dit betekent voor hun woning of bedrijf. Het maken van plannen voor buurten en wijken waar kans is op een warmtenet heeft daarbij prioriteit.

Dit draagt bij aan vermindering van netcongestie en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. 3. In de gebieden waar een warmtekavel wordt aangewezen, mag een bedrijf warmte gaan leveren tegen een vast tarief. Hierin moet een publiek meerderheidsbelang vertegenwoordigd zijn, bij voorkeur door het lokale en publieke warmtebedrijf DEVO. We stimuleren het opwekken en het opslaan van energie 1. We zetten ons maximaal in voor opwek van duurzame energie in stedelijk gebied (zonnepanelen op en aan gebouwen en boven parkeerplaatsen). Samen met het bedrijfsleven zetten we ons in voor een pro-actieve aanpak voor grootschalig zon op bedrijfsdaken. 2. We vinden grote windturbines niet passen in onze omgeving met veel woningen, een omgeving met veel landschappelijke en natuurlijke waarde waar veel van onze inwoners de ruimte gebruiken als groen uitloopgebied. Op en bij bedrijventerreinen willen we waar passend medewerking verlenen aan het plaatsen van kleinere of middelgrote windturbines. 3. Windturbines staan wij niet toe in woonwijken vanwege het lage rendement. In voorkomende gevallen kan een uitzondering gemaakt worden voor een turbine op het dak van een hoog appartementengebouw.

65 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

We moedigen inwoners en bedrijven aan om een actieve rol te spelen in de energietransitie 1. We willen inwoners en bedrijven zoveel mogelijk de gelegenheid geven om zelf een rol te spelen in de energievoorziening. We moedigen het ontstaan van energiegemeenschappen aan als platform voor het opwekken en delen van energie tussen inwoners, tussen bedrijven of tussen inwoners en bedrijven. We ondersteunen bedrijven bij het ontwikkelen van smart energy hubs. 2. Bij grootschalige en impactvolle hernieuwbare energie opwek streven we naar een evenwichtige eigendomsverdeling (51% lokaal eigendom). Bovenstaande keuzes en maatregelen zullen nader worden uitgewerkt in een omgevingsprogramma voor de energie- en warmtetransitie.

66 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.7.4

Kaart Energietransitie

Afbeelding 21, Kaart Energietransitie, gemeente Veenendaal

67 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.7.5 • • • • • • • • •

Onderliggende documenten Wet collectieve warmte Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) Klimaatakkoord (hieruit volgt de opdracht/taak voor gemeente om regie te voeren in energietransitie) Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) PMIEK en Energievisie provincie Utrecht Regionale Energie Strategie Foodvalley Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal Transitievisie Warmte Soortenmanagementplan (SMP)

68 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.8 Circulariteit 6.8.1 Opgaven • • • •

Veenendaal is in 2030 50% circulair, in 2040 75% en in 2050 100%. Dat wil zeggen, een samenleving waar waardevolle materialen en grondstoffen worden hergebruikt en geen afval wordt geproduceerd. In 2040 gebruikt Veenendaal 75% minder primaire grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel). In 2040 wordt er per inwoner nog maximaal 80 kilo restafval ingezameld. Van het totaal aan afval wordt minimaal 90% gescheiden ingezameld en minimaal 90% wordt gerecycled.

6.8.2 Visie op circulair Veenendaal Voor de groei en ontwikkeling van Veenendaal hebben we energie, grondstoffen en materialen nodig. Echter, in onze huidige, lineaire, economie putten we de aarde uit, vervuilen de aarde, en verstoren ecosystemen en het klimaat door onverantwoord gebruik van grondstoffen en materialen. De bewustwording dat het zo niet kan doorgaan neemt snel toe, evenals het besef dat er oplossingen moeten worden gevonden. Slimme overheden en bedrijven zetten in op een circulaire economie, waarbij gebruikte materialen geen afval zijn maar grondstof. Wat is circulariteit? Circulariteit betekent dat producten en materialen na gebruik worden ingezet als grondstof voor nieuwe producten of materialen waardoor geen afval meer wordt geproduceerd. Dit wordt ook wel het sluiten van de kringloop genoemd.

Figuur 6: afbeelding van circulariteit (value hill).

Waarom wil Veenendaal circulair worden? Met een groeiende bevolking moeten steeds meer grondstoffen worden gewonnen om nieuwe producten en materialen te produceren. Als deze grondstoffen en materialen al snel worden afgedankt ontstaat een afvalproductie die niet houdbaar is (lineaire economie). Bovendien zijn veel grondstoffen niet hernieuwbaar waardoor deze voorraden geleidelijk op raken. Om de leefbaarheid voor toekomstige generaties te garanderen wil Veenendaal in 2050 100% circulair zijn. Dat betekent dat er geen materialen meer worden weggegooid maar dat deze worden hergebruikt en daarmee waarde toevoegen aan nieuwe productie. Ook is het in 2050 weer veel gewoner om producten van elkaar te lenen en te delen. In elke buurtzijn er Repair-Cafés waar inwoners gemakkelijk producten weer kunnen (laten) repareren. Spullen repareren is daarmee laagdrempelig en wordt weer de norm. Hierdoor zijn er minder producten nodig, maar draagt het ook bij aan sociale cohesie en vermindering van eenzaamheid. Het doel is dat het merendeel van de materialen die nog nieuw worden aangeschaft duurzaam en biobased van aard zijn. Raakvlakken met andere programma’s en thema’s Circulair Veenendaal is onderdeel van de overkoepelende opgave Duurzaam Veenendaal waaronder 3 programma's zijn benoemd: 1. Energie. 2. Groene groei en klimaat. 3. Circulair Veenendaal.

69 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Daarnaast heeft circulariteit ook sterke raakvlakken met de andere thema's in de omgevingsvisie. Het zal vooral zijn uitwerking moet krijgen binnen thema's als wonen (circulair bouwen), economie (circulair produceren), mobiliteit (stimuleren lopen, fietsen en OV), groen en blauw (beperken van verharding), energietransitie (hernieuwbare energie) en maatschappij en gezondheid (meer inzet van natuurlijke materialen en stimuleren van lenen en repareren). Samenwerking tussen gemeente en markt Vanuit de gemeente stimuleren we de markt via de manier van opdrachtgeven en inkopen. Jaarlijks geven we 75 miljoen euro uit aan producten, diensten en werken en door middel van MVOI zetten we erop in om dit zo duurzaam en circulair mogelijk te doen. Verder zijn we actief betrokken bij de bedrijven in Veenendaal via de commissie Duurzaam Ondernemen van de Bedrijvenkring Ondernemen Veenendaal (BOV). Voorbeeldfunctie gemeente De gemeente heeft een belangrijke voorbeeldfunctie bij de transitie naar een circulair Veenendaal. Wij kunnen alleen inspanningen van onze bedrijven vragen als we zelf in lijn handelen met onze eigen visie. Dit betekent dat de gemeentelijke organisatie de komende jaren actief inzet op bijvoorbeeld circulair inkopen, duurzaam afvalbeheer, circulair bouwen en het hergebruiken van grondstoffen en producten.

6.8.3 Strategische keuzes en maatregelen Op basis van de omgevingsvisie wordt een omgevingsprogramma circulair Veenendaal 2025-2030 uitgewerkt. Dit programma bevat samenhangende maatregelen om circulariteit stevig in het gemeentelijk beleid te verankeren. Hierin zullen onder andere de volgende richtinggevende en bindende maatregelen worden uitgewerkt: 1. We reserveren ruimte op bedrijventerreinen voor circulaire bedrijvigheid. Dit kan bijvoorbeeld op Nijverkamp als potentieel werklandschap van de toekomst of, net buiten Veenendaal, op de Kievitsmeent in Ede. 2. Bij de renovatie of nieuwbouw van het gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed waarbij de gemeente (financieel) betrokken is maken we gebruik van de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken. 3. In de gemeentelijke Nota Afschrijvings- en activabeleid is circulair bouwen het uitgangspunt voor gemeentelijke bouwwerken. 4. Woningen in Veenendaal worden bij voorkeur gebouwd via circulaire principes. Om hierop te kunnen sturen herijken we het Puntensysteem, geven eisen mee voor MPG-scores en stimuleren we demontabel bouwen. 5. Voor de aanleg, renovatie, het beheer en onderhoud van de openbare ruimte wordt de MKI-waarde als kwaliteitscriterium bij aanbestedingen volgens de methodiek van de Beste Prijs/kwaliteitverhouding (BPKV) gebruikt. Aanbiedingen met een lage MKI-waarde scoren beter. 6.

Alle nieuwe gebouwen en wegen worden zo gebouwd dat ze langer meegaan en dat het bouwwerk aanpasbaar is naar de behoefte van de gebruiker (adaptief). 7. Wanneer er noodzakelijkerwijs moet worden gesloopt om vervolgens nieuw te kunnen bouwen wordt 75% van de vrijkomende materialen en onderdelen hergebruikt. Waar dat niet lukt zorgen we voor hoogwaardige recycling. 8. Minimaal 75% van de materialen en producten die de gemeente inkoopt zijn: - gemaakt van duurzame biogrondstoffen - gemaakt van secundaire grondstoffen Tenslotte wordt circulariteit ook verweven in andere beleidsdocumenten zoals de omgevingsprogramma’s die voortvloeien uit deze omgevingsvisie, het afvalbeleidsplan et cetera. Al deze beleidsdocumenten worden tussen 2025 en 2030 geactualiseerd.

70 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.8.4 Kaart Circulariteit

Afbeelding 22: Kaart Circulariteit, gemeente Veenendaal

71 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.8.5 Onderliggende documenten • • • •

Opgaveperspectief Duurzaamheid. Programmaplan Circulair Veenendaal. NPCE. Nota Afschrijvings- en Activabeleid.

72 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.9 Maatschappij, gezondheid en onderwijs 6.9.1 Opgaven Gezondheid • Creëren van een leefomgeving waarin ontmoeten en bewegen gestimuleerd wordt. • Creëren van een leefomgeving waarin gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperkt worden. • Zorgen dat de groei van de stad hand in hand gaat met de leefbaarheid van de stad. • De inrichting van de fysieke leefomgeving nodigt uit om voor elkaar te zorgen en naar elkaar om te zien. • Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening houden met de toenemende vergrijzende bevolking. Maatschappelijke voorzieningen • Nabijheid: dagelijkse maatschappelijke voorzieningen en eerstelijns gezondheidzorg op loopafstand (15 minuten stad). • Maatschappelijke voorzieningen in balans mee laten groeien met de groei van de stad. • Inhaalslag maken waar het gezondheidsvoorzieningen betreft. Onderwijs • Voldoen aan grote vervangingsvraag tot 2040. • Aanbod van onderwijshuisvesting mee laten groeien met de groei van het aantal leerlingen. • Realiseren van toekomstbestendige, inclusieve, huisvesting. 6.9.2 Gezondheid Een stad is geen verzameling stenen maar een leefgemeenschap. Geluidsoverlast, fijnstof, hittestress en wateroverlast zijn slechts voorbeelden waarbij de groei van de stad op gespannen voet kan staan met de gezondheid van haar inwoners. De inrichting van de openbare ruimte heeft een directe relatie met onze gezondheid, zowel mentaal als fysiek.

Dit thema heeft een sterke samenhang met veel andere thema’s in de omgevingsvisie. Mobiliteit (lucht en geluid), economie (schone bedrijven) een gezonde, groen-blauwe leefomgeving en voldoende maatschappelijke voorzieningen spelen in dit kader een belangrijke rol. Gezonde lucht De gemeente Veenendaal heeft het Schone Lucht Akkoord ondertekend. Hierin staan maatregelen waar uitvoering aan moet worden gegeven. Eén van de maatregelen is dat wij als gemeente Veenendaal de doelen en ambities zoals benoemd in artikel 1 uit het Schone Lucht Akkoord gaan implementeren in de omgevingsvisie, het Omgevingsplan en/of programma’s en voor zover mogelijk in andere beleidsinstrumenten: “Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof in 2030”. Gezonde mobiliteit Voldoende beweging is belangrijk om gezond oud te worden. Daarom stimuleren we in Veenendaal dat inwoners zich binnen de stad per voet of fiets verplaatsen en zetten we in op een omgeving die uitnodigt tot sporten en bewegen. Maar ook mensen die minder mobiel zijn, of bijvoorbeeld een rolstoel gebruiken, zich gemakkelijk kunnen verplaatsen.

Dit heeft een tweezijdig effect: minder uitstoot van schadelijke stoffen door auto’s (passieve gezondheid) en meer lichaamsbeweging (actieve gezondheid). Gezonde, groen-blauwe leefomgeving In de openbare ruimte realiseren we voldoende mogelijkheden om te Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten (BOSS) door groenstructuren meer in te richten als gebruiksgroen. Door parken en groenstructuren beter met elkaar te verbinden ontstaat een groen netwerk dat bijdraagt aan biodiversiteit, klimaatveiligheid en de vermindering van hittestress. In de openbare ruimte zorgen we voor een kwalitatief goed netwerk van speelplekken en straatmeubilair. Speciale aandacht is nodig voor ontmoetingsplekken voor jongeren.

73 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Zorgzame omgeving De inrichting van een buurt bepaalt hoe mensen bewegen, elkaar ontmoeten en naar elkaar omzien. (Dubbele) vergrijzing, individualisering en digitalisering vragen om nieuwe (ruimtelijke) strategieën voor de wijk. Goede verlichting en open plinten zorgen voor een veilig gevoel en “ogen op de straat”. Bij het ontwerp van gebouwen, met name bij appartementen, dient aandacht te worden besteed aan sociale ruimtes. Hanteer een integraal perspectief: zoom geregeld in en uit Bij het (her)ontwerpen van een gebouw is het, vanuit het ontwerp voor de leefomgeving, van belang niet alleen het gebouw centraal te stellen. Belangrijk is ook de betekenis ervan voor het functioneren van de buurt. Andersom, als (her)ontwerpen van de buurt het startpunt is, focus dan op (potentiële) ontmoetingsplekken en wat die voor de buurt (kunnen) betekenen. (bron Platform 31 Buurtsaam). Participatie bij inrichting van de openbare ruimte Belangrijk is om verschillende groepen inwoners te betrekken bij ontwerp en strategie voor de buurt. Dit vraagt meer dan het organiseren van een bewonersavond. Scholen In de publieke ruimte zijn scholen aan elkaar verbonden via een groenblauwe beweegroute, ingericht voor voetgangers en fietsers.

Lokale voedselproductie krijgt een plek in de directe omgeving van de schoolgebouwen om gezonde voeding zichtbaar en toegankelijk te maken, evenals speel- en sportplekken voor gebruikers van alle leeftijden die te allen tijde voor iedereen toegankelijk zijn. Schoolpleinen worden intensief vergroend. 6.9.3 Maatschappelijke voorzieningen Wat zijn maatschappelijke voorzieningen? Maatschappelijke voorzieningen zijn sociale faciliteiten en diensten die belangrijk zijn voor een leefbare gemeenschap. Ze maken het wonen in een stad aantrekkelijk en zijn een belangrijke randvoorwaarde voor de kwaliteit van leven. We onderscheiden in Veenendaal de volgende (groepen van) voorzieningen: • Gezondheid (huisarts, tandarts, apotheek e.d.). • Welzijn (buurt- en wijkaccommodaties). • Onderwijs (scholen, opvang en kinderdagverblijf). • Sport (sportlocaties, zwembaden, formele speel- en sportplekken). • Cultuur (bibliotheek, podiumkunsten, cultureel centrum). De gemeente heeft een belangrijke taak ten aanzien van deze voorzieningen. Voor onderwijshuisvesting en bewegingsonderwijs is dit een wettelijke taak. De gemeente voorziet in deze faciliteiten. Andere maatschappelijke voorzieningen worden door de gemeente ondersteund door middel van o.a. een subsidierelatie en/of de gemeente is eigenaar van het vastgoed zoals bij welzijn en cultuur het geval is.

Waar het gaat om gezondheid gerelateerde functies heeft de gemeente geen wettelijke rol, maar zoeken we in de verbinding met partners naar mogelijkheden. Groeien in balans, richtinggevende referentiewaarden Veenendaal groeit. En om aantrekkelijk te blijven voor nieuwe inwoners en bedrijven is het belangrijk dat sprake is van een aantrekkelijk en voldoende voorzieningenniveau (groeien in balans). Om hierop te kunnen sturen hanteren we een aantal referentiewaarden. Deze waarden geven inzicht en richting aan het gesprek over hoeveel nodig is van een bepaalde voorziening om te kunnen spreken van een voldoende voorzieningenniveau, bijvoorbeeld het aantal fte huisarts per 1000 inwoners of het aantal apothekers per 1000 inwoners. We zetten in op multifunctioneel ruimtegebruik, waarbij we verschillende voorzieningen onder één dak huisvesten. Een voorbeeld hiervan zijn gezondheidscentra, waar een huisarts, fysiotherapeut en een tandarts in hetzelfde gebouw zijn gevestigd.

74 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Onderwijshuisvesting Veenendaal heeft twee urgente vraagstukken op het gebied van onderwijshuisvesting: een grote vervangingsvraag en een uitbreidingsvraag als gevolg van de groei van het aantal inwoners. De vervangingsvraag komt mede voort uit veranderende inzichten rond onderwijshuisvesting. We willen meer toe naar Integrale Kindcentra (IKC) waar meerdere voorzieningen onder één dak zijn ondergebracht. Daarnaast dient huisvesting inclusief te zijn, hetgeen betekent dat er sprake is van een stimulerende leeromgeving voor alle leerlingen, ongeacht hun achtergrond, capaciteit of behoeften. Met name in het noord- en zuidoosten van de stad zijn extra voorzieningen nodig om aan de vraag naar onderwijshuisvesting te kunnen voldoen. 6.9.4 Strategische keuzes en maatregelen Tot 2040 maakt Veenendaal de volgende keuzes met betrekking tot het thema maatschappij, gezondheid en onderwijs: Gezondheid • Bij nieuwe ontwikkelingen houden we rekening met hinder van aspecten zoals geluid en geur. Daarbij kijken we ook naar de optelsom van hinder door deze aspecten en beoordelen we of er sprake is van een acceptabele situatie op het gebied van gezondheid. • Veenendaal houdt zich aan het schone lucht akkoord.

Dat betekent dat we beleid gaan opstellen waarbij we de mogelijkheden onderzoeken om bij woningbouw programmering passende afstanden te gaan hanteren tot bijvoorbeeld wegen en bedrijventerreinen om daarmee gezondheidsrisico’s te vermijden. • In samenwerking met de omgevingsdienst wordt op dit moment een nieuw geluidsbeleid opgesteld. De verwachting is dat dit beleid in 2025 wordt opgeleverd. Hiermee kan sturing gegeven worden aan het realiseren van geluidsgevoelige ontwikkelingen. • Vergroening van de buitenruimte is de belangrijkste maatregel om een gezonde leefomgeving te realiseren. Veenendaal zet hierop in door, waar mogelijk, verharding te vervangen door groene ruimte ten behoeve van bewegen, ontmoeten, sporten en spelen en het verminderen van hittestress. • Bij de inrichting van de leefomgeving hanteren we het BOSS principe, waarbij we voldoende mogelijkheden realiseren voor Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten. • Bij nieuwe bouwplannen kijken we nadrukkelijker naar een gezonde en toegankelijke inrichting van de buitenruimte. • We betrekken inwoners actief bij de inrichting van de openbare ruimte. Het uitgangspunt daarbij is dat de openbare ruimte een belangrijke sociale betekenis heeft voor de gemeenschap, toegankelijk is voor iedereen en moet aansluiten bij de behoeften van onze inwoners. Maatschappelijke voorzieningen • We zorgen voor groei in balans.

Dit betekent dat maatschappelijke voorzieningen meegroeien met de groei van het aantal inwoners. Hiervoor maken we gebruik van referentiewaarden als richting. • We realiseren een nieuw theater dat bijdraagt aan Veenendaal als 'beleefcentrum'. • We faciliteren actief de vestiging van nieuwe huisartsen en geven extra aandacht aan het realiseren van een aantal nieuwe sportvoorzieningen. • We realiseren nieuwe onderwijshuisvesting op locaties waar we voorzien dat het leerlingenaantal gaat groeien. Daarbij kijken we ook naar het vergroten van de capaciteit van bestaande onderwijslocaties. • We besteden aandacht aan toegankelijkheid en inclusie bij nieuwe projecten en bij herinrichting van de openbare ruimte.

75 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.9.5 Kaart Voorzieningen Een kaart met daarop de belangrijkste voorzieningen(clusters) en de voornaamste uitbreidingsvraag.

Afbeelding 23: Kaart maatschappij, gezondheid en onderwijs, gemeente Veenendaal

76 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

6.9.6 Onderliggende documenten •

Sweco onderzoek ‘ruimte voor maatschappelijke voorzieningen Veenendaal’ van mei 2025.

6.9.a Sociale en omgevingsveiligheid Veiligheid is belangrijk voor de inwoners van Veenendaal en komt daarom terug in een van de drie leidende principes (zie hoofdstuk 5). We onderscheiden voor de Omgevingsvisie vier vormen van veiligheid: • Sociale veiligheid. • Klimaat- en energieveiligheid. • Verkeersveiligheid. • Omgevingsveiligheid. De onderdelen klimaat- en energieveiligheid en verkeersveiligheid worden uitgewerkt onder de paragrafen 6.3, 6.9 en 6.10. Hier wordt nader ingegaan op de thema’s sociale veiligheid en omgevingsveiligheid. 6.9.a.1 Sociale veiligheid door inrichting van de openbare ruimte De veiligheid en het veiligheidsgevoel van inwoners kan versterkt worden door de inrichting van de openbare ruimte. Per gebiedstype of wijk zijn er verschillende maatregelen die kunnen bijdragen aan dat gevoel van veiligheid. In een compacte en levendige binnenstad betekent dit bijvoorbeeld dat we inzetten op goede verlichting, overzichtelijke wandel- en fietsroutes en goede bereikbaarheid door hulpdiensten In een buitenwijk ligt de nadruk eerder op speel- en ontmoetingsplekken, lage verkeerssnelheden en overzichtelijke kruispunten, slimme verlichting en spreiding van voorzieningen die overlast kunnen geven. En op een bedrijventerrein bijvoorbeeld op heldere ontsluitingsstructuren, bereikbaarheid van hulpdiensten, brandveiligheid en toezicht.

Door op wijkniveau in te zetten op ontwikkelingen die bijdragen aan een verbeterde sociale cohesie, zoals een buurtcentrum, neemt de neiging tot crimineel gedrag van individuen af. We houden rekening met hoe verschillende doelgroepen zich door de stad bewegen, elkaar ontmoeten en gebruik maken van de ruimte. Het veiligheidsgevoel verschilt per plek, moment en type gebruiker. Dit vraagt om keuzes die afgestemd zijn op het karakter en gebruik van een gebied, in plaats van generieke oplossingen. Er zijn wel een aantal basisprincipes waar we bij het inrichten en beheer van de openbare ruimte rekening mee houden. De fysieke leefomgeving biedt geen gelegenheid aan, of nodigt uit tot criminaliteit. De inrichting is zodanig dat deze vandalismebestendig is. We voorkomen leegstand en gaan verloedering tegen. Het politiekeurmerk veilig wonen (veilige woning, veilig complex, veilige omgeving en veilige wijk) biedt handvatten om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met inbraakwering, brandveiligheid, verlichting en (over)zicht, veilig parkeren en veilige binnenterreinen, achterpaden, onderdoorgangen, e.d. 6.9.a.2 Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid gaat over het voorkomen, beperken en bestrijden van effecten van mogelijke crises of rampen.

Ook gaat dit over het beschermen van de leefomgeving tegen de risico’s van de productie, het transport en de verwerking van gevaarlijke stoffen. In dit kader zijn twee zaken van belang: a. Beschermen: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur; b. Benutten: het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. We beschermen mensen die in de gemeente Veenendaal wonen, werken en recreëren zo goed mogelijk tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (door vervoer, opslag en gebruik daarvan), mét inachtneming van de ontwikkelopgaven (zoals de woningbouwopgave en de energietransitie). Per risicovolle situatie hanteren we hiervoor de volgende beleidsuitgangspunten:

77 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Transportactiviteiten over weg en spoor We behouden, en actualiseren wanneer nodig, de aangewezen gemeentelijke routes voor het veilig vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze routes krijgen een veiligheidsgebied toegewezen waarvoor specifieke regels gelden, zodat we mensen kunnen beschermen tegen eventuele ongevallen met gevaarlijke stoffen. Transportactiviteiten door buisleidingen Bij nieuwe ontwikkelingen rondom belangrijke en/of gevaarlijke buisleidingen zorgen we dat er voldoende afstand tot kwetsbare gebouwen is. Hiermee verzekeren we een veilige leefomgeving voor onze inwoners. Als het gaat om de aanleg van nieuwe leidingen voor gevaarlijke stoffen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, sturen we bij hen ook aan op het creëren van een zo veilig mogelijke situatie. Risicovolle stationaire activiteiten We willen een veilige omgeving rondom onze bedrijventerreinen, maar onderschrijven ook het belang van een bloeiende economie en voldoende werkgelegenheid. Als het gaat om bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen staan we daarom open voor nieuwvestiging of uitbreiding van bestaande bedrijven. Echter, we doen dit altijd met een veilige omgeving als uitgangspunt. We zetten in op het zoveel mogelijk clusteren van risicovolle activiteiten op bedrijventerreinen, gescheiden van gebieden waar wordt gewoond, gewerkt (kantoren) of gerecreëerd.

Daarbij stimuleren wij ook het nemen van bronmaatregelen om het plaatsgebonden risico of het aandachtsgebied van de betreffende risicovolle activiteit zoveel mogelijk te beperken. Ruimtegebruik nabij risicovolle activiteiten We houden voldoende afstand aan tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (wonen, werken en recreëren), en nemen toereikende veiligheidsmaatregelen indien dit niet mogelijk is. We maken hier onderscheid tussen zeer kwetsbaar, kwetsbaar en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties bij verschillende risicobronnen. Doorwerking in omgevingsplan De in de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 genoemde bescherming voor omgevingsveiligheid landt in het omgevingsplan. Daarin gaan we een aantal keuzes maken die te maken hebben met het beschermen van onze inwoners tegen de gevaren van het transport van of werken met gevaarlijke stoffen. Dit doen we onder andere door verschillende veiligheidsgebieden aan te wijzen en aan te geven welke functies niet gepast zijn in de buurt van risicovolle locaties.

78 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

7. Gebiedsprofielen In dit hoofdstuk worden de belangrijkste ruimtelijke keuzes en uitgangspunten vertaald naar verschillende gebieden in de stad. Deze gebiedsprofielen onderscheiden zich van elkaar doordat zij allemaal andere ruimtelijke kenmerken hebben, bijvoorbeeld op het gebied van de bebouwingsdichtheid, het type woningen, werkgelegenheid en groenvoorziening. Het betreft hier niet de traditionele indeling in wijken en buurten. De grenzen zijn niet heel hard. Soms overlappen gebieden elkaar.

Afbeelding 24: Gebiedsprofielen

79 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

7.1 Centrum

Gebieden: Gebied binnen de centrumring. Omschrijving: Gebied in het hart van de stad, met veel historische elementen. Fijnmazige openbare ruimte met een hoge gebouwdichtheid en een sterke mix van woningen, werkruimten en (culturele) voorzieningen. Vooral in de binnenstad concentreren zich veel voorzieningen die het 'beleefcentrum' mogelijk maken zoals theater, horeca en detailhandel. Dit gebied heeft regionale aantrekkingskracht en kenmerkt zich door veel 'reuring' op straat. Qua mobiliteit is dit gebied vooral ingericht voor de fietser en voetganger en goed ontsloten voor het OV door station Veenendaal Centrum.

80 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Centrum 2040

Kenmerken

Kansen

Groen, blauw en klimaatadaptatie

•

Er zijn doorlopende boomstructuren op enkele hoofdaders en centrumring Er is hoogwaardige openbare ruimte, berekend op intensief gebruik door grote aantallen inwoners en bezoekers. Door hoge dichtheid van bebouwing, is er relatief veel verharding. Er is veel groen op, aan of tegen gebouwen. Er zijn enkele grootschalige groene elementen, zoals parken.

•

Er is een hele hoge dichtheid van woningen. Er zijn veel betaalbare en zorggeschikte woningen boven winkels. Er is veel reuring en dynamiek op straat. Er is een sterk contrast tussen hoge bouw met veel woningen in met name de Binnenstad en de buurten met grondgebonden woningen in het westen en noordoosten. In de Binnenstad is een divers aanbod van werken, bijvoorbeeld in de zakelijke dienstverlening, detailhandel of ambacht. In de Binnenstad is een hoge functiemenging met wonen, werken, voorzieningen, cultuur en horeca. De Binnenstad is een beleefcentrum met regionale aantrekkingskracht. Er is uitstekende infrastructuur voor voetganger en fietser. Er is een goede ontsluiting van station Centrum richting het gebied Centrum. Het parkeren in de Binnenstad is voornamelijk uit het zicht in parkeergarages. Scherp toegangsregime voor voertuigen in de binnenstad. Er is op straat relatief weinig ruimte voor de auto.

•

De bebouwing wordt gebruikt voor energie-opwek, zoals bijvoorbeeld zonnepanelen op daken. Er wordt gebruik gemaakt van collectieve warmteoplossingen zoals het warmtenet en WKO.

•

•

• • •

Wonen

• • • •

Economie

•

• •

Mobiliteit

• • • • •

Energie

• •

•

• • • •

•

De Binnenstad aantrekkelijker maken en daarmee regionaal op de kaart zetten.

•

Verbeteren OV-verbinding Spoorzone – Centrum – De Klomp. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit verbinding station Veenendaal Centrum en de Binnenstad. Instellen van emissievrije zones; bevoorrading winkels door schone voertuigen en slimme stadslogistiek. Inzetten op lage parkeernormen en hoge parkeertarieven. Gebruik van parkeergarages actief stimuleren.

• •

• •

• •

Maatschappij, gezondheid en onderwijs

•

Ruimtelijke kansen

• • • •

•

Er is een sterke clustering van voorzieningen in de Binnenstad en alles is op loopafstand van elkaar.

Schaarse ruime optimaal benutten voor vergroening door 3D groen (daken, gevels en maaiveld). Pleinen vergroenen en schaduwplekken creëren voor ontmoeting en verblijf en om hittestress en wateroverlast te voorkomen. Waar mogelijk ontharden door toepassing van waterdoorlatende verharding. Bij woningbouwontwikkeling waterberging voor aanzienlijk deel oplossen op de kavels. Verblijfskwaliteit van het groen verbeteren. Groenstructuren zuid-westelijk deel centrum opwaarderen in verband met toekomstige ontwikkelingen rond theater. Onderzoeken naar mogelijkheden voor woningsplitsing.

Er wordt gezocht naar mogelijkheden om de ruimte op daken te gebruiken voor individuele opwek van energie via zon op dak. Er wordt gezocht naar collectieve warmte oplossingen via warmtenet en WKO. Stimuleren van duurzame manier van warmte en koeling van winkelruimten.

•

De toegankelijkheid voor minder validen wordt verder verbeterd. • Hittestress wordt aangepakt, vooral met het oog op kwetsbare groepen. Hogere bouwhoogtes gebruiken voor efficiënte benutting van de schaarse ruimte. Inzetten op multifunctioneel ruimtegebruik. De (her)ontwikkeling van fabrieksterreinen. Andere vorm van bevoorrading biedt kansen voor het ruimtegebruik in het centrum. Het gebied buiten de Binnenstad blijft qua bebouwing kleinschalig.

81 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

7.2 Stedelijk gebied

Gebieden: Spoorzone en gebied rondom station West. Omschrijving: Het stedelijk gebied bevindt zich in het centrale deel van de stad tegen het centrum aan. Het is hier rustiger dan in het centrum maar duidelijk drukker dan in de woonwijken. Het is een gebied met veel variatie in functie en gebouwgrootte, maar gemiddeld een hoge dichtheid. Het biedt stedelijke voorzieningen zoals onderwijs en sportfaciliteiten. Het is goed verbonden met het OV (treinstations zijn vlakbij) en daarom is er veel ruimte voor de voetganger en de fietser. Men ontmoet elkaar op straat, in een hoogwaardige groene openbare ruimte. Er wordt zorgvuldig met de beperkte ruimte omgegaan, met zoveel mogelijk multifunctioneel ruimtegebruik en ruimte-efficiënte oplossingen.

82 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

Stedelijk gebied 2040

Kenmerken

Kansen

Groen, blauw en klimaatadaptatie

•

Er is veel groen op, aan of tegen gebouwen. Er zijn doorlopende boomstructuren op enkele belangrijke verkeersaders. Er zijn enkele grootschalige groene elementen, zoals parken.

•

Een gemiddeld hoge dichtheid van woningen. Een mix van gestapelde en grondgebonden woningen.

•

Er wordt ingezet op de bouw van woningen voor jongvolwassenen en ouderen.

Er is een flink aantal werkruimten, voornamelijk voor de kenniseconomie en zakelijke dienstverlening. In de buurt van OV-stations is ruimte voor kantoren en stadsverzorgende economie. Er zijn gemengde woon-werk gebieden (zoals het Ambacht). Er is ruimte voor maakbedrijven die zich richten op de circulaire economie. Er is een uitstekende infrastructuur voor fietser, voetganger en OVgebruiker. De fiets-, wandel- en OV-routes zijn optimaal verbonden met het centrumgebied. Er is hoogwaardig openbaar vervoer dat zorgt voor een snelle verbindingen met de regio. Parkeren wordt in veel gebieden geclusterd opgelost.

•

Bij transformatiewijken en in sommige bestaande wijken wordt ingezet op het combineren van wonen met stedelijk werken. In bestaande leegstaande plinten van bebouwing wordt onderzocht of zich daar maakbedrijven kunnen vestigen die zich richten op de circulaire economie.

• •

Wonen

• •

Economie

•

•

• • Mobiliteit

•

•

•

•

Energie

•

•

Maatschappij, gezondheid en onderwijs

• •

Ruimtelijke kansen

• • • • •

•

•

• • •

• •

Bij transformatiewijken wordt ingezet op het versterken van groene- en blauwe structuren en de verbinding tussen deze structuren en het buitengebied. Bij wijkvernieuwingen wordt ingezet op het vergroenen van de wijk door boomstructuren, kleinschalig groen en veel groen op, aan of tegen bebouwing te realiseren.

Doorontwikkeling van het spoor op het traject Utrecht – Arnhem – Duitsland. De verkeersonveilige situatie rondom wegen met een hoge verkeersintensiteit wordt verbeterd. Het station Veenendaal Centrum wordt opgewaardeerd en krijgt een kwalitatief betere verbinding met het centrum-gebied. Ontwikkeling van station Zuid indien woningbouw bij De Meent wordt gerealiseerd. Bij transformatiewijken en ook bij sommige bestaande wijken worden de mogelijkheden voor geclusterd parkeren onderzocht.

Er wordt gebruik gemaakt van • Bij transformatiewijken wordt, waar mogelijk, ruimte collectieve energiesystemen zoals ingepland voor collectieve energiesystemen. warmtenet en WKO op locaties waar dit • Op locaties waar wonen en werken met elkaar kansrijk is. worden gecombineerd wordt ingezet op energieDoor het gemengd gebruik van wonen uitwisseling. en werken vindt veel energieuitwisseling plaats via smart-Grids. Sterke clustering van voorzieningen. • Bij wijkvernieuwing wordt specifiek aandacht besteed aan ruimte voor sociaal-maatschappelijke Er is veel ruimte voor voorzieningen. onderwijsinstellingen, sportfaciliteiten, medische clusters en woon-zorg complexen. De transformatie van de Spoorzone. De ontwikkeling van het gebied rondom Station Veenendaal West. De ontwikkeling van het voormalige SKF-terrein tot innovatiedistrict. Het versterken van de structuur Spoorzone – Centrum – De Klomp. Het realiseren van een hoge dichtheid van bebouwing, waar bij entrees van wijken en langs structurerende lijnen hogere bebouwing passend kan zijn.

83 Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040

7.3 Woonwijken

Gebieden: Noord-West, West, Zuid-West, Zuid-Oost en Noord-Oost. Omschrijving: Gebied met voornamelijk woningen en aantrekkelijke compacte wijkcentra of winkelstraten. Her en der zijn ook enkele grootschalige groene parken verspreid door dit gebied. Er zijn verschillende soorten wijken te herkennen, verbonden aan hun tijdsgeest. Hierdoor is er diversiteit te herkennen in o.a. ruimte voor groen en gebouwgrootte. Bewoners hebben vaak een eigen tuin en de auto kan vrijwel overal terecht, met aangepaste snelheid. Binnen een wijk domineert vaak één type woning. Er zijn wijken met vooral grondgebonden woningen en wijken met slechts gestapelde woningen. Bij grondgebonden woningen is een eigen voor- en achtertuin de norm. De maatschappelijke voorzieningen en de toegang tot recreatief groen zijn op orde. Het fietsnetwerk in dit gebied is uitstekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15923091/1