CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

RB 6e wijziging integrale verordening Sociaal Domein

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: 6e wijziging Integrale verordening sociaal domein12.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

kosten voor feestdagenuitkering en een eenmatige uitkering; e. reiskosten; f. kosten voor de aanvraag van een Verklaring Omtrent Gedrag. 9. Het pgb bevat geen vrij-besteedbaar bedrag.

Artikel,3.1.12a Onderscheid formele en informete hulp 1. Van formeLe hutp is sprake ats de hutp verleend wordt door onderstaande personen: a. personen die werkzaam zijn bij een organisatie met een aanbod dat past bij de hutpvraag waarvoor de jeugdige of de ouders het pgb krijgen. De organisatie staat ingeschreven in het Handetsregister (conform artiket 5 Handetsregisterwet2OOT). De personen beschikken over de relevante diploma's om de werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren of; b. personen die aangemerkt zijn ats zetfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handetsregister conform artikel 5, van de Handetsregisterwet 2007 en beschikken over de retevante diptoma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoetd in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BlG-registratie) of artikel5.2.1 van het Bestuit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugd hutp (SKJ-registratie). 2. Ats de hutp wordt verteend door een andere persoon dan beschreven in het eerste lid gaat het attijd om informete hutp. 3. ln afwijking van het eerste lid is er attijd sprake van informete hul,p ats de jeugdhul.p geboden wordt door een persoon uit het sociate netwerk van de jeugdige of zijn ouders.

Artikel 3.1.12b Hoogte van het pgb

1. De hoogte van een pgb wordt vastgestetd aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld budgetptan, ats bedoetd in artikel 3.1.12, tweede lid. 2. De hoogte van het pgb voor formete hutp bedraagt 85 o/ovât1het tarief voor gecontracteerde jeugdhutp in natura, tenzij op basis van het door de jeugdige of ziin ouders ingediende budgetpLan passende en toereikende jeugdhutp voor een tager tarief kan worden ingekocht. 3. Ats het op basis van het eerste lid vastgestelde pgb in een individueel geval onvotdoende is om de passende jeugdhutp te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hutp hiermee bijtenminste één jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht. 4. De hoogte van het pgb voor informete hutp is bij het bestaan van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht getijk aan de hoogste periodiek van de benodigde hul.p in de CAO WT, vermeerderd met de vakantiebijstag en tegenwaarde van de vertofuren.

Artiket 3.1 .1 2c Weige ri ngsgronden voor een pgb Het co[lege kan een pgb weigeren wanneer gebteken is dat: a. er eerder een pgb is verteend op grond van de verordening dan wel aan een van de hieraan voorafgaande verordening(en) en de jeugdige of zijn ouders zich niet heeft gehouden aan de bij de verlening van dat eerdere pgb opgetegde verptichtingen; b. de jeugdige of zijn ouders geen budgetplan kan aanteveren; c. naar het oordeel van het cotlege uit het budgetptan onvoldoende btijkt dat de voorziening die de jeugdige oÍ zijn ouders inkoopt met het pgb votdoet aan de kwatiteitseisen, bedoetd in artikel 3.1.12d; d. er naar het oordeel van het cottege het ernstige vermoeden bestaat dat de jeugdige of zijn ouders of degene die de jeugdige of zijn ouders hierbij ondersteunt, probtemen heeft bij het omgaan met een pgb; e. de jeugdige of zijn ouders niet votdoet aan de overige aan het pgb verbonden voorwaarden, bedoetd in artiket 3.1.12.

Artikel 3.1.12d Kwaliteitseisen individuel,e voorziening in de vorm van een pgb

1. Ter waarborging van de kwatiteit van de met een pgb in te kopen individuete voorziening votdoet de uitvoerder van de jeugdhutp aan de volgende eisen: a. beschikt over een Verktaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden bij aanvang van de zorgovereenkomst en gedurende de hutpverlening niet ouder dan drie jaar,waaruit btijkt dat er geen bezwarenzijn voor de uitoefening van diens functie. Ouders zijn uitgestoten van deze eis; b. beschikt over de juiste vaardigheden en deskundigheid om verantwoorde hutp te bieden; c. houdt een deugdetijke administratie b¡j met een registratie van de geteverde hu[p; d. is voldoende vaardig om in de Nederlandse taaI te communiceren; e. werkt volgens een ptan waarin activiteiten en doeten zijn vastgetegd; f. voert de hutp uit in overeenstemming met de beschikking van het cottege; g. stemt de hutp af op de persoontijke situatie van de jeugdige of zijn ouders;

h. stemt de hutp af op andere voorzieningen, overige voorzieningen en índividuete voorzieningen waar de jeugdige of zijn ouders gebruik van maken;

i. respecteert de privacy van de jeugdige of zijn ouders en gaat vertrouwetijk om met informatie over de persoontijke situatie;

j. neemt bijvermoedens van huísetijk gewetd of kindermishandeting in het huishouden van de jeugdige of zijn ouders voor advies of het doen van een metding contact op met VeitigThuis; k. meldt catamiteiten en gewetdsincidenten bij de vertening van jeugdhutp aan het cottege; [. werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college of daartoe aangewezen derden op inhoudetijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en m. is of raakt door verlening van de jeugdhulp naar het oordeel van het college niet overbetast. 2. Ter waarborging van de kwatiteit van de met een pgb in te kopen individuete voorziening votdoet de uitvoerder van formele jeugdhutp aan de votgende aanvuttende eisen: a. hetgeen is bepaatd in artikel 3.1.12a, eerste tid; b. handett in overeenstemming met de professionete standaard; c. werkt op basis van een hutpverteningsptan; d. werkt met een systeem voor kwatiteitsbewaking; e. hanteert de metdcode huisetijk gewe[d en kindermishandeting, de metdpticht catamiteiten en de mel.dpl.icht gewetd bij de vertening van jeugdhutp; en f. stelt een vertrouwenspersoon in staat zijn taak uit te voeren. 3. Er wordt geen pgb voor informete jeugdhutp verstrekt ats, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeting op basis van het Kwa liteitskader Jeugd, formete jeugd h u tp noodzakel,ij k is.

Artiket 3.1.13 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het cotlege kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehete of gedeettel.ijke opschorting van betatingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoetd in artikel, 8.1.4, eerste [id, onder a, d of e, van de wet. 2. Het cottege kan de Sociate Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te bestissen tot een gehele of gedeettel,ijke opschorting van betatingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid ats bedoetd in artikel 3.1.14, derde tid, onder f. 3. Het cottege stett de jeugdige of zijn ouders schriftetijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede [id.

Artiket 3.1.14Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuete voorzieningen in natura en pgb's en misbruik of oneigentijk gebruik van de wet 1 . Het coltege treft de nodige maatregeten om misbruik of het oneigenl,ijk gebruik van individuete voorzieningen tegen te gaan. Tot deze maatregeten behoren in ieder gevaL:

a. het zoeken naar mogetijke samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenl,ijk gebruik en misbruik op het terrein van de zorgof aanverwante terrei nen; b. het maken van afspraken met jeugdhutpaanbieders over de facturatie, resuttaatsturingen, accountantscontrole en productieverantwoordingen , zodal dectaraties en uitbetal.ingen in overeenstemming zijn met de contractuete afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitetijk geteverde prestaties; c. het beperken van de tooptijd van de indicaties of periodiek uitvoeren van controtes bij tangtopende indicaties; d. het uitvoeren van een grondige toets aan de voorkant bij de verstrekking van een pgb op: i. de regiemogetijkheden van de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettetijk vertegenwoordiger; ii. de kwatiteit van de invulting van de individuele voorziening door de pgb-aanbieder mede met het oog op de te bereiken resuttaten, bedoetd in artiket 3.1.11, derde [id, onder b; e. het monitoren van het gebruikvan het pgb en de behaal,de resultaten in retatie tot de gestetde doeten; f. het informeren van de jeugdige of zijn ouders in begrijpel.ijke bewoordingen over de rechten en pl,ichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening-in natura of pgb zijn verbonden en over de mogetijke gevotgen van misbruik en oneigentijk gebruik van de wet. 2.

Onverminderd artikel 8.1.2van de wet doen een jeugdige en zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het cottege mededeling van alte feiten en omstandigheden, waarvan hun redetijkerwijs duidetijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverwegingvan een bestissing aangaande een individuele voorziening in natura of pgb. 3. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een bestissing aangaande een individuete voorziening in natura of pgb herzien dan wel intrekken indien het cottege vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvottedige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of vottedige gegevens tot een ander bestuit zou hebben gel,eid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuete voorziening in natura of op het pgb zijn aangewezen; c. de individuete voorziening in natura of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet votdoen aan de voorwaarden van het pgb; e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening in natura of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; of f. de jeugdige tanger dan twee maanden verbl,ijft in een instetling ats bedoetd in de Wet la ngd u rige zorg of de Zorgverzekeringswet. 4.

lndien het cottege een bestissing op grond van het derde [id, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvo[[edige gegevens opzettetijk heeft pl,aatsgevonden, kan het cottege geheel of gedeettetijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuete voorziening in natura of het ten onrechte genoten pgb. 5. Een besLuit tot vertening van een pgb kan worden ingetrokken indien btijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetating niet is aangewend voor de bekostigingvan de voorziening waarvoor de vertening heeft ptaatsgevonden.

Artiket 3.1.15 Onderzoek naar recht- en doetmat¡ghe¡d individuel,e voorzieningen in natura en pgb's 1 . Het cotlege onderzoekt periodiek, aI dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen in natura en pgb's met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. 2. Het cottege wijst ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de nateving van het bepaatde bij of krachtens de wet en hoofdstuk 3 van deze verordening. 3. Voor zover de toezichthoudende ambtenaar door inzage in bescheiden bij de vervutling van zijn taak dan wel door verstrekking van gegevens in het kader van een metding gegevens, daaronder begrepen bijzondere persoonsgegevens ats bedoetd in de Atgemene verordening gegevensbescherming, heeft verkregen, ter zake waarvan de beroepskracht uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verpticht is, getdt getijke verplichting voor de toezichthoudende ambtenaar. 4. De aanvrager en ontvanger van de indíviduete voorziening en eventueel betrokken derden verstrekken aan het cotlege a[[e medewerking en informatie die benodigd is voor het onderzoek ats bedoetd in het eerste lid voor zover de medewerking redetijkerwijs gevorderd kan worden. 5.

Het cottege kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een voorziening en op basis daarvan bestuiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de voorziening en de wederzijds tussen het cottege en de jeugdige of zijn ouder resterende verptichtingen en de afhandeting daarvan. 6. Het cotlege kan ten aanzien van het bepaatde in dit artikel nadere regets stelten. Artiket 3.1 .1 5a Toezichthouder 1 . De toezichthouder, bedoeld in artikel 3.1.15, functioneert onafhanketijk. 2. De toezichthouder is betast met: a. de bevoegdheid om intichtingen te vorderen, waaronder van de potitie en de betastingdienst; b. de bevoegdheid om de (ctiënten)administratie te vorderen bij de jeugdhutpaanbieder; c. de bevoegdheid om de administrat¡e te vorderen van de jeugdige of zijn dan wel. zijn wettetij k vertegenwoord iger; d. hetvorderen van identificatie; e. de inzage van documenten en toegang tot gegevens; f. het betreden van ptaatsen, met uitzondering van woningen; g. het controteren of de jeugdhutpaanbieder de verptichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het cottege nateeft;

h. het ondersteuningsinhoudetijk controteren van de overeenkomsten die de jeugdige of zijn ouders dan wet zijn wettetijk vertegenwoordiger heeft gestoten; votdoen deze aan bij de aanvraag geteverde gegevens en informatie; i. het controteren of de voorziening veitig, doettreffend, doetmatig en ctiëntgericht wordt

uitgevoerd; j. het uitvoeren van formele controte, materiële controte, detailcontrote en f ra udeond erzoek bij jeugd hu Ipaa n bieders. 3. De toezichthouder maakt zijn onderzoeksrapport actief openbaar en neemt daarbij de regets uit de Wet open overheid en de Algemene Verordening Gegevensbescherming in acht.

Artiket 3.1.15b Maatregeten bij onrechtmat¡ghe¡d 1 . Ats uit onderzoek van de toezichthouder btijkt dat de ondersteuning niet conform de gestetde (kwatiteits-) eisen is geteverd of onrechtmatig is gedectareerd dan handett het cottege conform ee n vastgestetde hand havin gs tij n. 2. Bij de te nemen maatregeten worden de votgende uitgangspunten in acht genomen: a. handhaven geschiedt op basis van risico's; b. maatregelen zijn doetgericht, proportioneeI en subsidiair; c. lichte maatregeten worden getroffen waar het kan en zwate maatregeten waar nodig; d. handhaving is maatwerk waarbij iedere situatie apart wordt afgewogen; e. het bel.ang van jeugdigen en zijn ouders staat voorop.

Artikel 3.1.16 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregeten en jeugd rectassering

1. Het college baseert in het betang van een goede prijs-kwatiteitverhouding de tarieven die het hanteert voor door jeugdhuLpaanbieders te leveren jeugdhutp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregeten of jeugdrectassering, op ten minste de votgende kostprijsetementen: a. ctiëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; b. ctiëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. een redetijke toestag voor overheadkosten; d. kosten voor indexering. 2. Het cottege bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhutpaanbieders of gecertificeerde insteltingen datzij het vertenen van preventie, jeugdhutp, kinderbeschermingsmaatrege[en of jeugdrectassering atleen aan derden uitbesteden ats zij die derden daarvoor een reëte prijs betaten, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoel,d in het eerste lid. 3. Het eerste en tweede tid gel,den voor subsidies stechts voor zover zijworden verstrekt voor de daadwerketijke vertening van preventie, jeugdhutp, ki nderbescherm i ngsmaatregeten of jeu gd reclasseri ng aa n jeu gd igen of h u n ouders en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveetheid verrichte diensten.

Artikel 3.1.17 Betrekken van inwoners bii het beleid 1 . Het cottege stett jeugdigen

of ouders, en vertegenwoordigers van ctiëntgroepen en getegenheid voorstetten voor het beteid betreffende vroegtijdig in de adviesraden

jeugdhutp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beteidsvoorstetten betreffende jeugdhul,p, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervu[[en. 2. Het cottege zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deetnemen aan periodiek overteg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmetden en dat zijworden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overteg benodigde ínformatie en ondersteuning. Artikel, 3.1 .1 I Hardheidsctausule Het college kan in bijzondere gevatten in het voordeel van de jeugdige of ouders afwijken van de bepalingen van dit hoofdstuk ats naar het oordeel van het cottege toepassing van de verordening in het concrete geval leidt tot onevenredig nadeLige gevolgen voor jeugdige of ouders die niet in verhouding staan tot het doel van de verordening.

Artiket I I Inwerkingtreding Deze verordening treedt ín werking op 1 aprit 2026.

Artikel, lll GiteertiteL Deze verordening wordt aangehaatd ats: 6e wijziging van de lntegrate verordening

sociaaI domein Veenendaat.

VastgesteLd in de openbare vergadering van 26-2-2026

rvan V

-l o è OJ OJ

*Hg=ägHärfl Z EE." = -e E a E(D(DO,

o.

o¡

l\)

EL

o o

tt=

o-

!¡ q¡

G'

o

7t

E ct

o

É tltJNCù(¡)Cr"6)O)!

¡!. @ @

o

o)

ooooooooo

ô

oooooooood

N

o o

G !¡

o o 0 CL o J

E o ¿

oq

a' o (l o)

N

o

zg m u,

U'

m

3

zo = z tll = 3

z

o lll z o 3 ln

z

o, CL

o o

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16654404/1