CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2026.43a Boardletter 2025 (w.g.) - Gemeente Veenendaal

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken10.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

nr. 2026.43a cat. B

Gemeente Veenendaal

Boardletter 2025 8 december 2025 | definitief

Bedankt voor het vertrouwen Aan de raad van de gemeente Veenendaal Doetinchem, 8 december 2025 1003652/HdF/NK Als onderdeel van de controle van de jaarrekening over het kalenderjaar 2025 van uw organisatie hebben we een interimcontrole uitgevoerd. Onze interimcontrole voldoet aan het Nederlands recht en de geldende controlestandaarden. Naar aanleiding van deze controle heeft het College van B&W onze bevindingen en aanbevelingen ontvangen, die dienen als constructieve input als onderdeel van het continue proces van het veranderen en verbeteren van de beheersing van uw organisatie. Tot slot bedanken we de organisatie voor hun medewerking en de prettige samenwerking tijdens onze werkzaamheden. Met vriendelijke groet, Stolwijk Kelderman Accountants Fiscalisten

2

Inhoudsopgave

Aandachtspunten raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

3

Samenvatting Ontwikkelingen in de organisatie De organisatie stuurt steeds meer decentraal en integraal, met duidelijke thema’s. Teamleiders hebben de regie op hun formatie, verzuim en teamplannen. Er is een kwaliteitssysteem met dashboard en kritieke succesfactoren ingevoerd. De begrotingsdiscipline is verbeterd. De financiële functie is nog wat kwetsbaar door het verloop van personeel.

Beheersing processen Er zijn passende instrumenten voor een juiste interne beheersing. Op onderdelen is gekozen voor controles achteraf, waardoor deze een cruciale rol spelen. De opvolging van de meeste van onze adviezen zijn onderhanden.

Planning en control cyclus Het resultaat was begroot op nihil. Bij de tweede bestuursrapportage is dit bijgesteld naar € 1,8 miljoen voordelig. Tussentijds vertoont de prognose van het resultaat een grillig verloop als gevolg van de resultaten op de jeugdwet en de meevallers in de algemene uitkering.

IT en informatiebeveiliging De gemeente Veenendaal beheert de IT-omgeving zelf en biedt diensten aan omliggende gemeenten, met een focus op informatiebeveiliging volgens de BIO-normen en bewustwording van cyberrisico’s. Voorbereidingen worden getroffen voor de NIS2richtlijn en de nieuwe Cyberbeveiligingswet, terwijl een Data Privacy Officer toezicht houdt op de naleving van de AVG. Top 3 Risico’s De belangrijkste risico’s voor de jaarrekening en onze controlewerkzaamheden daarop zijn de zekerheden over de controle op de prestatielevering van de inkopen, de prestaties in de zorg en de afwikkeling van de rechtmatigheidsverantwoording.

4

Samenvatting Herziening Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden Op 21 maart 2025 is het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO) gewijzigd. Voor de controle van de jaarrekening geldt vanaf boekjaar 2025 een standaard goedkeuringstolerantie van 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves. De Raad kan kiezen voor een lagere tolerantie. Verordening De goedkeuringstolerantie is de som van de afwijkingen in de jaarrekening en onzekerheden in de uitvoering van de controle. De goedkeuringstoleranties van 1% bij fouten en 3% bij onzekerheden komen hiermee te vervallen vanaf boekjaar 2025. Jaarlijks wordt door de Raad het controleprotocol vastgesteld. Hierin is rekening gehouden met de wettelijke aanpassing van de goedkeuringstolerantie naar 2%. hebben wij het College van B&W geadviseerd de controleverordening artikel 7 lid 1 met terugwerkende tot 1 januari 2025 te actualiseren op basis van deze herziene goedkeuringstoleranties voor de accountantscontrole. De aanpassing van de controleverordening is door de organisatie in routing gebracht.

Gevolgen omvang materialiteit Op basis van de begrote lasten 2025 in de primaire begroting bedraagt de materialiteit € 5.193.000. Bij de jaarrekening zullen wij opnieuw de materialiteit bepalen op basis van de werkelijke cijfers. Onzekerheden als gevolg van de WMO en jeugd In 2024 resteerde er bij de WMO en jeugdzorg een onzekerheid van € 918.000 over de geleverde zorg. In 2025 ontvangt de gemeente opnieuw gewaarmerkte productieverantwoordingen. Daarmee wordt duidelijk of alle zorg daadwerkelijk is geleverd. Als deze verantwoordingen niet of niet op tijd binnenkomen, heeft dat geen invloed op onze controleverklaring, zolang het bedrag van de onzekerheid onder de 2% van de totale lasten blijft. Dat komt vooralsnog - op basis van de begroting - overeen met € 5.193.000. Voorwaarde is dan wel dat er geen fouten overblijven in de verantwoording. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren lijkt de omvang van de onzekerheden zich onder deze grens te bevinden en lijkt er derhalve vooralsnog geen extra actie noodzakelijk. Vanwege de personele mutaties hebben wij het College van B&W geadviseerd wel te bewaken dat de onzekerheid op de geleverde prestaties voor de WMO en jeugd niet te hoog oploopt.

5

Aandachtspunten van de raad Aandachtspunten Hierna geven wij een toelichting op de aandachtspunten voor de controle 2025 zoals deze zijn meegegeven door de auditcommissie namens de Raad. Deze aandachtspunten zijn een nadere toelichting op de standaard controleopdracht. Van de auditcommissie hebben wij 3 aandachtspunten meegekregen. 1. Budgetten sociaal domein inclusief jeugdzorg - Welke controle kan de accountant op het terrein van het Sociaal Domein uitvoeren? - Wat betreft de jeugdzorg: Blijkbaar hebben we niet goed in beeld hoeveel budget er uit het Rijk komt en hoeveel we uitgeven. Kan dat beter in beeld komen? 2. Onderuitputting - Hoe kunnen we in het vervolg scherper begroten? - Wat zijn verder onze opties om deze post naar beneden te krijgen? 3. Risico’s - We zien altijd de top 10 risico’s in de jaarrekening. Kan er vanuit de accountant een extra analyse gedaan worden op de risico’s?

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

6

Aandachtspunten van de Raad 1. Budgetten sociaal domein inclusief jeugdzorg Accountantscontrole In de accountantscontrole ligt de focus op de getrouwheid van de verantwoorde lasten. Daartoe beoordelen wij of de gefactureerde kosten in overeenstemming zijn met de geleverde prestaties door zorgaanbieders. Daarnaast beoordelen wij of de facturen juist en volledig zijn verwerkt in de financiële administratie. In het kader van de juiste weergave van de rechtmatigheidsverantwoording beoordelen wij of de verstrekte beschikkingen rechtmatig zijn. Wij maken daarbij gebruik van de interne controles die de organisatie zelf uitvoert. Het proces De gemeente Veenendaal stuurt voor de Jeugdwet vooral op de kosten per zorgtraject en de ontwikkeling van de zorgintensiteit. Er zijn geen expliciete doelstellingen voor volumes en doorlooptijden vastgelegd. Binnen het sociaal domein is dit ook niet gebruikelijk omdat de regelingen een zogenaamde open-einde regeling betreffen, er is geen plafond. Er is financieel wel een taakstelling opgenomen in de begroting. Met zorgaanbieders zijn contracten afgesloten op basis van prijs x hoeveelheid. Er zijn geen volume- of budgetplafonds als gevolg van de hiervoor vermelde ‘open einde regeling’. De zorgaanbieder bepaalt de benodigde intensiteit.

Tarieven worden jaarlijks geïndexeerd volgens contractuele afspraken en kunnen worden bijgesteld als ze onjuist blijken. Per zorgtraject worden prestatieafspraken gemaakt. De zorgaanbieder maakt een plan van aanpak met de cliënt om op die manier toe te werken naar een doel en hiermee ook de cliënt zo optimaal te ondersteunen. Op basis van de gerealiseerde doelstellingen wordt gefactureerd.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

In 2025 is een nieuwe integrale verordening sociaal domein vastgesteld. Hierin is het 5stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) gevolgd. Dit is een leidraad voor gemeenten om de hulpvraag van een burger te beoordelen, met name binnen de Jeugdwet. De vijf stappen zijn: Ø de hulpvraag vaststellen; Ø de problemen in kaart brengen; Ø de benodigde ondersteuning bepalen; Ø het onderzoeken van eigen en algemene oplossingen en Ø een maatwerkvoorziening toekennen indien nodig. Het doel is om aan de voorkant lichte zorg zoveel mogelijk te voorkomen en zware zorg beter te beheersen. Het deel van de procesmelding tot en met aanvraag vindt door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) plaats. De gemeente heeft geen zicht op dit deel van het proces (datum melding, bevestiging melding, identificatie cliënt, inhoud en juiste ondertekening van de aanvraag). Binnen de gemeente is op dit deel van het proces geen sprake van zichtbare beheersingsmaatregelen. De gemeente stelt op basis van het advies van het CJG (beperkt tot naam cliënt, soort zorg, zorgaanbieder, tijdsduur en periode) een beschikking op.

Afsluiting

7

Aandachtspunten van de Raad 1. Budgetten sociaal domein inclusief jeugdzorg Middelen vanuit het Rijk De middelen voor de jeugdzorg die aan de gemeente beschikbaar worden gesteld vallen onder de zogenaamde integratie uitkering jeugd. Dit is onderdeel van de algemene uitkering. De uitbetaling van de algemene uitkering is gebaseerd op maatstaven zoals: • Aantal jongeren • Aantal huishoudens met laag inkomen • Sociaaleconomische indicatoren • Sociaal domeinkosten (inclusief jeugdzorg).

Het verloop van de kosten voor de jeugdzorg in de afgelopen jaren laat een stijgende trend zien: Kosten Jeugd (x € 1.000) € 45.000 € 40.000 € 35.000 € 30.000

Door opname in de algemene uitkering zijn middelen voor jeugdzorg niet geoormerkt. Het bedrag dat op basis van het verdeelmodel in de algemene uitkering aan jeugdzorg wordt toegerekend, is gebaseerd op jeugdspecifieke maatstaven en de toevoegingen zoals vermeld in de jaarlijkse circulaires. Gemeenten hebben echter beleidsvrijheid: de gemeenteraad bepaalt via de begroting hoe middelen worden ingezet. In 2025 zijn extra middelen ontvangen in de algemene uitkering voor de tekorten in de jeugdzorg van de afgelopen jaren.

€ 25.000 € 20.000 € 15.000 € 10.000 € 5.000

Beheersing kosten Voor de monitoring gebruikt de gemeente de ‘maatregelenmonitor’ op basis van ingediende declaraties. De data komen direct uit de bronbestanden. De betrouwbaarheid van de rapportages is daarmee gewaarborgd en er kunnen prognoses worden opgesteld over lopende trajecten en zorgintensiteit. Op basis van de monitor ziet de gemeente dat de instroom van jeugdigen stabiliseert, maar dat de intensiteit per cliënt stijgt en daarmee ook de kosten.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

€2021

2022

2023 begroting

2024

2025

2026

realisatie

Afsluiting

8

Aandachtspunten van de Raad 1. Budgetten sociaal domein inclusief jeugdzorg

De belangrijkste aspecten van de hervormingsagenda zijn dan ook:

De provincie Utrecht merkt in haar toezichtsbrief over de begroting 2025 over de stijgende kosten in de jeugd bij de gemeente Veenendaal op:

Ø Financiële haalbaarheid: Stijgende kosten voor de jeugdzorg noodzaken uw organisatie tot het maken van keuzes om de jeugdhulp in de toekomst beschikbaar en betaalbaar te houden. De gemeente moet de inzet van geld nauwlettend in de gaten houden.

In de begroting 2025 nemen de kosten in het sociaal domein, vooral voor jeugdzorg, verder toe. Dit maakt het lastiger om de begroting structureel sluitend te krijgen, ondanks de vanaf 2026 ingeboekte besparingen op basis van de landelijke Hervormingsagenda. De onzekerheid over aanvullende rijksmaatregelen vergroot de complexiteit, waardoor het belangrijk is dat u de ontwikkelingen nauwlettend blijft volgen. Tegelijkertijd wijst de provincie erop dat de Raad wettelijk verplicht is een reële en structureel sluitende begroting vast te stellen, met ramingen voor jeugdzorg die aansluiten bij de werkelijke kostenontwikkeling in uw gemeente. In 2026 wordt dan ook door de organisatie ingezet op het reduceren van de kosten door middel van het implementeren van de "Grenzen aan onze Jeugdzorg"-agenda. Dit is een hervormingsplan om de jeugdzorg toekomstbestendig, klantvriendelijk en financieel haalbaar te houden. Dit houdt in dat er keuzes gemaakt worden om de financiële druk op de jeugdzorg te beheersen. Maar daarnaast blijft de focus liggen op het versterken van positieve gezondheid, veerkracht en mentaal welzijn. De gemeente streeft ernaar dat de meest kwetsbare kinderen en gezinnen de juiste hulp krijgen.

Ø Focus op preventie en veerkracht: De agenda richt zich op het versterken van relaties, positieve gezondheid en veerkracht bij jeugdigen, wat moet bijdragen aan een stabiele toekomst en het voorkomen van ernstige problemen. Ø Kwaliteit en efficiëntie: Het plan is bedoeld om een systeem te creëren dat meer biedt dan alleen hulp, door kansen te creëren en begeleiding te integreren. Het doel is een jeugdstelsel waarin kwaliteit leidend blijft. Ø Keuzes maken: De organisatie vraagt de Raad om keuzes te maken over de inzet van middelen. Dit omvat het richten op jeugdhulp waar de grootste maatschappelijke en financiële impact te behalen valt. Ø Betrokkenheid: De hervorming wordt in samenwerking met alle betrokkenen vormgegeven, wat de zorgvuldige en inhoudelijke aanpak onderstreept. Wij hebben het College van B&W geadviseerd te onderzoeken of de monitoring informatie voldoende is om de effecten van de uitvoering van de ‘Grenzen aan onze jeugdzorg’ in 2026 goed te kunnen volgen, hierover periodiek te laten rapporteren en ook periodiek systematiek te evalueren.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

9

Aandachtspunten van de Raad 2. Onderuitputting In 2024 en 2025 zijn verschillende stappen gezet om de structurele onderuitputting van budgetten terug te dringen. Uit analyses bleek dat de uitvoering van plannen vaak trager verloopt dan begroot, waardoor middelen niet tijdig worden benut. Om dit te corrigeren, zijn diverse maatregelen genomen: Analyse van budgetten 2024 Binnen de hele organisatie is een grondige analyse uitgevoerd van de budgetten aan de hand van een financieel afwegingskader. Daarbij is gekeken waar structureel sprake was van onderuitputting. Grote posten waar dit voorkwam zijn onder andere openbare verlichting, leerlingenvervoer, PGB’s, WMO en kinderopvang. Deze analyse diende in 2024 als basis voor het bijstellen van ramingen en het efficiënter inzetten van middelen. Aanscherping van begrotingsdiscipline 2025 De onderuitputting van budgetten is niet tot enkele posten in het bijzonder terug te leiden en verschilt daarbij ook van jaar tot jaar. Daardoor bleek structurele aframing van specifieke budgetten niet haalbaar. De regels voor budgetoverheveling zijn daarom verscherpt en bij het opstellen van budgetramingen wordt kritischer gekeken naar de noodzaak. Dit moet voorkomen dat middelen onnodig vaststaan in niet-uitgevoerde projecten.

Invoering van een stelpost onderuitputting Vanaf de begroting 2025 is een stelpost onderuitputting opgenomen ter hoogte van € 1.000.000. Voor de jaren 2026 en verder is deze verhoogd tot € 1.305.000. Deze stelpost fungeert als buffer om rekening te houden met te verwachten onderuitputting en zorgt ervoor dat de begroting realistischer is. Deze stelpost kan worden gezien als een soort taakstelling die in de loop van het jaar zal worden ingevuld.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

De provincie Utrecht geeft over deze stelpost onderuitputting aan dat dit tot structurele verlaging van de budgetten moet leiden en beoordeelt daarmee een algemene post onderuitputting als niet reëel. Zij stelt dan ook als voorwaarde dat in de bestuursrapportage 2025 invulling aan deze stelpost onderuitputting wordt gegeven. Invulling via de bestuursrapportage (Berap 2-2025) De stelpost onderuitputting wordt deels ingevuld door middelen die in de tweede bestuursrapportage zijn vrijgevallen of afgeraamd. Budgetten die anders naar de algemene reserve zouden gaan, zijn hiermee verrekend. Een deel van de aframing bij de afschrijvingslasten is ook benut om de stelpost te vullen. Voor de meerjarenperiode 2026– 2029 resteert nog een structureel saldo van circa € 300.000, dat later zal worden ingevuld zodra daar ruimte voor ontstaat. Meerjareninvesteringsplan In 2026 is het meerjareninvesteringsplan geactualiseerd waarbij een realistische fasering van de investeringen in de jaren is opgenomen. Daarmee worden de analyse, strengere begrotingsregels en een structurele stelpost gebruikt om de gevolgen van onderuitputting te beperken. Onderuitputting 2025 Voor de werkelijke onderuitputting over 2025 wordt aan de Raad bij de begrotingswijziging van december een tekstuele toelichting opgenomen over de onderbestedingen.

In het accountantsverslag bij de jaarrekening zullen wij nader ingaan op de onderuitputting van 2025.

Afsluiting

10

Aandachtspunten van de Raad 3. Risico’s In de begroting 2026 is het gemeentelijke risicomanagement herijkt, met meer focus op de risico’s die echt relevant zijn voor de raadsdoelstellingen. Met deze gerichte aanpak is het de bedoeling om de discussie over risico’s effectiever te maken. En daarmee kunnen tijdig maatregelen worden genomen om risico’s te voorkomen.

Onderstaand de tabel met een opsomming van de in de begrotingen 2025 en 2026 opgenomen risico’s. Begroting

Risico inschatting: Kans X Impact

2025

2026

1,7 €

5,6 €

3,9

€

3,2 €

3,2

€

0,8 €

0,7 €

-0,1

€

0,5 €

0,5

Renteontwikkeling

€

2,5 €

0,4 €

-2,1

Fiscale risico’s (BTW, BCF, loonheffing)

€

0,9 €

0,3 €

-0,6

Loon- en prijsontwikkeling bij gesubsidieerde instellingen en GR

€

1,0 €

0,2 €

-0,8

€

0,2 €

0,2

€

2,5 €

-

€

-2,5

€

-

€

-

€

-1,5

(X € 1 m iljoen)

Effect herijking In de begroting 2025 was er een inschatting van de risico’s van € 13,7 miljoen, zijnde het benodigd weerstandsvermogen. In de begroting 2026 is er een risico inschatting van € 16,1 miljoen als het benodigde weerstandsvermogen. Dit is een verhoging van € 2,4 miljoen. Door de herijking is een aantal nieuwe risico’s toegevoegd in de begroting 2026 zoals Ø het risico op hogere indexatie bij nieuwbouw en onderhoud; Ø het risico op de beperkingen in de netcongestie; Ø het risico op een cyberaanval.

Sociaal Domein: Stijgende kosten Jeugdzorg en Wmo

€

Hogere indexatie bij nieuwbouw, onderhoud en GWW-investeringen Gebundelde doeluitkering BUIG Netcongestie belemmert de realisatie gemeentelijke ambities

Cyberrisico’s Personeelstekort door krappe arbeidsmarkt Risico's Theater en IKC's

Daarnaast is een aantal risico’s in de begroting 2026 niet meer expliciet benoemd die wel naar voren kwamen in de begroting 2025 zoals Ø het risico op schommelingen in de algemene uitkering; Ø het risico op prijsstijgingen in de aardgas; Ø het risico op afwijkend exploitatieresultaat DEVO. Deze risico’s zijn in de begroting 2026 opgenomen in het restrisico voor een bedrag van € 5 miljoen. In de begroting 2026 is toegelicht dat dit restrisico noodzakelijk is om een vergelijking te blijven kunnen maken tussen beide jaren.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Algemene uitkering

€

1,5

Mutatie

Prijs van aardgas

€

1,2

€

-1,2

Invoering van de Omgevingswet

€

1,0

€

-1,0

Exploitatieresultaat van DEVO Rest risico's

€

0,6 €

€ 5,0 €

-0,6 5,0

Totaal

€

13,7 €

16,1 €

2,4

Wij hebben het College van B&W geadviseerd in het jaarverslag 2025 een actualisatie van de meerjarige risico's (ten behoeve van eventuele bijstelling van de begroting 2027) op te nemen en een uitleg wat er met risico's van het afgelopen jaar is gebeurd.

Afsluiting

11

Aandachtspunten van de Raad 3. Risico’s Theater en IKC’s en personeelstekort Aan de risico’s rondom de IKC’s en het Theater zijn geen bedragen toegekend. Deze projecten bevinden zich in de voorbereidingsfase en het bestaande budget geldt als grens. De beheersmaatregel op deze risico’s is dat eventuele tegenvallers zoveel mogelijk binnen dit budget worden opgevangen, bijvoorbeeld via de post onvoorzien. Als dat niet toereikend is, wordt het plan of programma van eisen bijgesteld. Risico personeelstekort door krappe arbeidsmarkt Het risico op het personeelstekort is in de begroting 2026 komen te vervallen (begroting 2025 nog € 2,5 miljoen risico). Hiervoor is gekozen omdat de kosten van de organisatie al in de begroting zijn opgenomen en daarmee ook eventuele noodzakelijke kosten voor externe inhuur. Vergelijking andere gemeenten We hebben de risico’s zoals vermeld in de begroting 2026 van de gemeente Veenendaal vergeleken met vier andere gemeenten. Uit deze vergelijking van de risico’s blijkt dat er een diversiteit aan werkwijzen en benaderingen is voor het identificeren en inschatten van risico’s. Deze variatie biedt een waardevolle kans om van elkaar te leren en best practices te delen, aangezien de specifieke risico’s en de inschatting van de kans en impact daarvan per gemeente verschillen.

Op basis van het vergelijk valt het volgende op: Ø Het totale risicobedrag, oftewel het bedrag dat gemoeid is wanneer alle risico’s zich daadwerkelijk voordoen, wordt bij de vergeleken gemeenten hoger ingeschat dan bij de gemeente Veenendaal. Dit geeft aan dat andere gemeenten uitgaan van een grotere financiële impact als risico’s werkelijkheid worden. Met name de impact van een mogelijke cyberaanval wordt bij de andere gemeenten doorgaans hoger ingeschat. Dit betreft bijvoorbeeld de financiële schade door uitval van systemen, herstelmaatregelen, inzet van externe expertise en mogelijke gevolgen voor dienstverlening en privacy. Bij de gemeente Veenendaal is de impact vastgesteld op € 1 miljoen, terwijl in drie benchmarkgemeenten een impact van € 3 miljoen wordt gehanteerd. Ø De gemiddelde kans bij de vergelijkende gemeenten, waarmee wordt bedoeld hoe waarschijnlijk het is dat een risico zich voordoet, ligt rond de 25 procent. Bij de gemeente Veenendaal ligt deze kans-inschatting boven de 50 procent. De gemeente gaat daarmee uit van een hogere mate van waarschijnlijkheid dat risico’s optreden dan vergelijkbare gemeenten. Tot slot Tot slot willen wij benadrukken dat risicobeheersing en het monitoren van het weerstandsvermogen een dynamisch en voortdurend proces is.

Regelmatige evaluatie en aanpassing kan ervoor zorgen dat de financiële gezondheid van de gemeente steeds gewaarborgd blijft.

Er zijn ook gemene delers waar te nemen. Zo hebben alle onderzochte gemeenten risico's geïdentificeerd binnen het zorgdomein, het gemeentefonds en cybercriminaliteit.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

12

Algemene beheersing: ons beeld van de organisatie Ontwikkeling financiële positie en vooruitblik De afgelopen jaren heeft de gemeente een positieve financiële ontwikkeling doorgemaakt. Jaar op jaar zijn overschotten gerealiseerd, wat heeft geleid tot een versterking van de algemene reserve en daarmee de financiële weerbaarheid van de organisatie. Deze positieve resultaten zijn vooral het gevolg van onderbestedingen en hogere inkomsten uit het gemeentefonds dan oorspronkelijk geraamd. De algemene reserve fungeert hierdoor als belangrijke buffer voor toekomstige jaren, waarbij een deel in 2026 zal worden ingezet om het verwachte tekort op te vangen. Tegelijkertijd blijft de financiële toekomst onzeker. De herverdeling van middelen en de recente schommelingen in het gemeentefonds maken het meerjarig financiële perspectief moeilijk voorspelbaar. Dit sluit aan bij de landelijke discussie over de structurele financiering van gemeenten vanaf 2026. De financiële vooruitzichten zijn onzeker, omdat veranderingen in de rijksbijdragen en het gemeentefonds ertoe kunnen leiden dat het beeld zowel beter als slechter uitvalt dan nu wordt verwacht. Het blijft daarom van belang dat u de financiële positie en de actualiteit van de meerjarenraming nauwlettend volgt, zodat tijdig kan worden bijgestuurd indien nodig. De provincie Utrecht vraagt ook aandacht hiervoor in haar toezichtsbrief.

Resultaten afgelopen jaren In de afgelopen jaren zijn door de gemeente Veenendaal positieve resultaten geboekt en is een deel aan de algemene reserve toegevoegd. De positieve resultaten waren vaak het gevolg van onderbestedingen en hogere inkomsten uit het gemeentefonds.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Ontwikkeling Algemene uitkering Op landelijk niveau is een dalende trend zichtbaar in de algemene uitkering per inwoner. In 2025 ontvangen gemeenten gezamenlijk ongeveer € 42,1 miljard uit het gemeentefonds, wat neerkomt op gemiddeld € 2.500 per inwoner. Vanaf 2026 verandert de normeringssystematiek: de groei van het gemeentefonds wordt dan niet langer gekoppeld aan de rijksuitgaven, maar aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Deze aanpassing leidt tot een lager accres en een structurele daling van de algemene uitkering. De nieuwe berekeningswijze zorgt voor meer stabiliteit, maar resulteert in een minder sterke groei dan onder de oude ‘trap-op-trap-af’-systematiek. Voor 2027 en 2028 bedragen de accrespercentages naar verwachting respectievelijk circa 4,7% en 4,4%, wat wijst op een beperkte groei van het gemeentefonds. Daarnaast heeft het Centraal Planbureau (CPB) de ramingen voor de economische groei neerwaarts bijgesteld, waardoor het gemeentefonds tot 2030 cumulatief honderden miljoenen euro’s minder ontvangt dan eerder geraamd. In 2025 krijgen gemeenten nog wel ruim € 1 miljard extra, onder meer dankzij een meevaller van het btw-compensatiefonds (€ 428 miljoen) en aanvullende middelen voor jeugdzorg. Deze extra gelden zijn echter incidenteel en verdwijnen na 2027.

Het zogenoemde ‘ravijnjaar’ 2026 wordt enigszins gedempt doordat het kabinet structureel € 414 miljoen per jaar toevoegt voor de jeugdzorg en de opschalingskorting definitief heeft geschrapt. Hierdoor is het verwachte tekort voor 2026 grotendeels voorkomen. Toch dreigt vanaf 2028 opnieuw financiële druk op gemeentebegrotingen, wanneer de tijdelijke buffers wegvallen en het accres verder afneemt. Het toekomstbeeld na 2028 blijft onzeker en is sterk afhankelijk van de economische ontwikkelingen en de keuzes die het kabinet in de komende jaren zal maken.

Afsluiting

13

Algemene beheersing: ons beeld van de organisatie In de begroting 2026 is rekening gehouden met het volgende verloop van de algemene uitkering: Algemene uitkering (X € 1 miljoen) € 180

€ 176

€ 175 € 170

€ 169

€ 170

2027

2028

€ 165

€ 165 € 160 € 155

€ 154

€ 156

€ 150 € 145 € 140 2024

2025

2026

2029

In de begroting van Veenendaal wordt rekening gehouden met een stijging in 2026. Dit wordt gebaseerd op de groei van de stad, dus meer inwoners en woningen. De stijging bij gemeente Veenendaal laat zien dat zij als groeigemeente naar verwachting profiteert van de nieuwe systematiek. Daarnaast wordt rekening gehouden met de verwachte indexering door het Rijk en aanvullende middelen voor maatschappelijke opgaven. Dit resulteert wel in een onzekerheid. De exacte bedragen hangen af van de jaarlijkse voorjaars- en septembercirculaires van het Rijk, waardoor gemeenten pas daarna definitief kunnen inschatten wat zij ontvangen. Daarnaast zijn er risico’s als het Rijk besluit tot bezuinigingen of een andere verdeling, wat alsnog tot lagere uitkeringen kan leiden.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

14

Algemene beheersing: ons beeld van de organisatie Begroting 2025 en verder In de tabel hiernaast zijn de begrotingsresultaten van de gemeente Veenendaal voor komende jaren gepresenteerd, gebaseerd op de begroting 2026.

Begrote resultaten (x€ 1.000) € 2.000

Begrotingsjaar 2026 is sluitend na een onttrekking van € 946.000 uit de algemene reserve. De provincie Utrecht staat toe dat gemeenten onder voorwaarden de algemene reserve inzetten om structurele tekorten te dekken. Daarbij gelden de volgende eisen: 1. De solvabiliteit van de gemeente moet minimaal 20% bedragen en op peil blijven. 2. Het weerstandsvermogen moet voldoende zijn: de beschikbare buffer moet in verhouding staan tot de financiële risico’s. 3. Gemeenten mogen maximaal 10% van de algemene reserve gebruiken en alleen tijdelijk, dus niet als blijvende oplossing. De begroting 2026 van de gemeente Veenendaal voldoet aan deze eisen en daarmee is het toegestaan om het tekort van 2026 te financieren uit de algemene reserve. Vanaf 2027 is een onttrekking uit de algemene reserve niet meer noodzakelijk om de begroting sluitend te krijgen.

€ 1.829

€ 1.800 € 1.600 € 1.400 € 1.200 € 1.000 € 783

€ 800 € 600 € 404 € 306

€ 400 € 200 €1

Het meerjarenbeeld laat na het ‘ravijnjaar’ 2026 een geleidelijke verbetering van het begrotingssaldo zien. Vanaf 2027 zijn toenemende overschotten te zien. Deze resultaatsontwikkeling is het gevolg van: Ø Gerichte keuzes en bijsturing in 2024 om de begroting 2025+ beheersbaar te houden; Ø De meicirculaire 2025 waarin een hogere bijdrage voor Veenendaal is opgenomen en compensatie jeugdzorg; Ø De actualisering van het MIP, die leidt tot lagere kapitaallasten door renteverlaging en realistischere fasering. Er blijft wel een structureel risico bestaan op Jeugdzorg (ca. € 7,5 mln) door kostenstijging en onduidelijkheid over de rijksvergoeding.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

€0 2025

2026

2027

2028

2029

Afsluiting

15

Algemene beheersing: ons beeld van de organisatie De organisatie De organisatie maakt een duidelijke stap naar decentrale, integrale sturing met versterking van strategie en kwaliteitssystemen.. De organisatie beweegt naar thematische aansturing met meer decentrale verantwoordelijkheid. De teamleiders krijgen nadrukkelijker integrale regie op formatie, verzuim en teamplannen. Er is een kwaliteitssysteem met dashboard en kritieke succesfactoren uitgerold. De begrotingsdiscipline verbetert, maar de financiële kolom is nog kwetsbaar door onder meer verloop van personeel. De koers is zichtbaar, maar uitvoering en de financiële functie hebben nog tijd en gerichte versterking nodig om echt stabiel te worden. In het systeem van budgettering en de managementinformatie is een professionaliseringsslag gemaakt maar dit is nog niet overal robuust, onder meer doordat het erg afhankelijk is van Excelbestanden. De grootste financiële risico’s liggen bij jeugdzorg en onderwijshuisvesting, het integraal huisvestingsplan. Er staan omvangrijke meerjarige investeringen op de planning zoals IKC’s en onderwijshuisvesting. Tegelijkertijd is er ook financiële onzekerheid vanuit het Rijk en druk op de ambtelijke uitvoering. Een aantal adviezen uit onze voorgaande managementletters zijn in 2025 opgevolgd en diverse zijn onderhanden.

In de organisatie wordt de opvolging van onze adviezen gemonitord per kwartaal. In de 2e bestuursrapportage 2025 is aan de Raad een vertrouwelijke terugkoppeling gegeven over de voortgang. Rekenkameronderzoek In 2025 heeft de Rekenkamer een review uitgevoerd op de programmabegroting. De Rekenkamer heeft hierbij de volgende uitkomst:

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

De programmabegroting biedt nu onvoldoende houvast voor kaderstelling. Het overzicht en de samenhang tussen doelen, keuzes en beïnvloedingsruimte ontbreken. Er zijn veel doelen en deze zijn erg breed. De kosten per doel of activiteit en de daarbij mogelijke effect- en prestatie-indicatoren ontbreken grotendeels. Daardoor is de beïnvloedingsruimte van de Raad onduidelijk. Zo heeft de Raad geen inzicht in wettelijke taken, gebonden budgetten of juist vrij besteedbare budgetten. De bestuursrapportages melden afwijkingen, maar ondersteunen beperkte inhoudelijke bijsturing. Op hoofdlijnen geeft het Rekenkameronderzoek de volgende adviezen: 1] Maak de drie W-vragen meer navolgbaar: Ø Wat willen we bereiken: formuleer SMART en met indicatoren; Ø Wat doen we: benoem concrete prestaties; Ø Wat mag het kosten: specificeer de toerekening per doel/activiteit. 2] Toon de beïnvloedingsruimte expliciet. Splits budgetten in wettelijke taken, gebonden budgetten en vrij besteedbaar en benoem keuzepunten of alternatieven. 3] Verbind afwijkingen in de bestuursrapportages aan keuzes. Geef per relevante afwijking oorzaak, effect op doelen en mogelijkheden tot bijsturing. Het college van B&W heeft hierop een reactie gegeven aan de Rekenkamer en toegelicht welke acties reeds in gang zijn gezet.

Afsluiting

16

Algemene beheersing: ons beeld van de organisatie Investeringsagenda en liquiditeit In de begroting 2026 is het MeerjarenInvesteringsPlan (MIP) geactualiseerd en gefaseerd in de jaren opgenomen. De focus ligt op de fysieke leefomgeving en maatschappelijk vastgoed. Er is een nieuw theater Lampegiet opgenomen. In het MIP is ook het Integraal HuisvestingsPlan voor het onderwijs fase 1 met meerdere IKC’s en sportvoorzieningen opgenomen. Gebiedsontwikkelingen zoals Spoorzone, Groenpoort, Tuinstraat en het Franse Gat vragen ook de nodige liquiditeiten bij het realiseren van deze investeringen. De liquiditeitsbehoefte die hoort bij deze investeringen wordt gefinancierd met kasgeld- en langlopende leningen. Het aantrekken van de middelen wordt gefaseerd gedaan op basis van de realisatie. De netto schuld zal in de komende jaren toenemen met name door het MeerjarenInvesteringsPlan. De netto schuld is aan het begin van 2025 € 153,7 miljoen. De verwachting is dat het toeneemt met de volgende bedragen: Ø 2025 € 25 miljoen. Ø 2026 € 49,2 miljoen Ø 2027 € 52,6 miljoen Ø 2028 € 64,8 miljoen Ø 2029 € 57 miljoen Eind 2029 zou de netto schuld dan circa € 380 miljoen zijn. De schulden groeien in de komende jaren sneller dan de reserves van de gemeente Veenendaal. Daardoor daalt de solvabiliteit, de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen.

Dat is een duidelijk waarschuwingssignaal, maar vormt in 2026–2029 vooralsnog geen knelpunt. Er zijn voldoende liquide middelen om de facturen te blijven betalen.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

In de begroting 2026 wordt ook nog verder in de toekomst gekeken naar de jaren 2030 en 2031. Er is een doorkijk opgenomen wat deze toekomstige ontwikkelingen die buiten de scope van de begroting liggen, voor effect hebben. Ieder kwartaal wordt de liquiditeitsplanning bijgesteld en besproken. In de begroting 2025 is een meerjareninvesteringsplan opgenomen. Het is niet zichtbaar in welk jaar welk deel van de investeringen gepland is. In de bestuursrapportages wordt alleen gerapporteerd over de voortgang van de investeringen bij afwijkingen. Op basis van de bestuursrapportages is dit zeer beperkt. Wij hebben het College van B&W geadviseerd de investeringen van het boekjaar inzichtelijk te maken in het kredietoverzicht in de jaarrekening. Inkoopbeleid In het, sinds 2017 geldende inkoopbeleid van uw organisatie, is vastgesteld welke inkoopprocedure gevolgd dient te worden bij welke omvang van de inkopen. Hierbij wordt verwezen naar de te hanteren procedures volgens de drempels van de gids proportionaliteit. In de gids zijn echter geen concrete bedragen aangegeven, alleen richtlijnen. De concretisering van de bedragen is weergegeven op intranet van de gemeente Veenendaal en daarmee bekend bij de personeelsleden. Wij hebben het College van B&W geadviseerd het inkoopbeleid te actualiseren en daarin de harde grenzen voor de inkoopprocedures ook op te nemen.

Afsluiting

17

Algemene beheersing: ons beeld van de organisatie Lokale heffingen Met ingang van 2025 is de heffing en inning van de lokale heffingen overgedragen aan GBLT. Er is een dienstverleningsovereenkomst opgesteld tussen GBLT en de gemeente Veenendaal Wij hebben het College van B&W geadviseerd deze dienstverleningsovereenkomst te formaliseren door deze te laten ondertekenen door beide partijen. GBLT levert tussentijds rapportages aan inzake de opgelegde aanslagen, verleende kwijtscheldingen, oninbaar verklaarde bedragen en openstaande debiteuren. Om garantie te krijgen over de juistheid debiteurenstand en de volledigheid van de opbrengst wordt aan het einde van het jaar een gewaarmerkte verantwoording opgeleverd door GBLT. De waarmerk wordt afgegeven door de accountant van GBLT waar wij mee in contact zijn getreden. Vanwege de nieuwe situatie in 2025 waarbij de lokale heffingen zijn uitbesteed hebben wij het College van B&W geadviseerd expliciet aandacht te besteden aan de aansluiting tussen de gewaarmerkte verantwoording van GBLT en de cijfers in de jaarrekening. De openstaande vorderingen lokale heffingen uit voorgaande jaren zijn per 1 januari 2025 niet aan GBLT overgedragen. De gemeente Veenendaal is zelf verantwoordelijk voor de inning en heeft dit uitbesteed aan een externe partij voor invordering.

Eventuele kwijtscheldingsverzoeken van reeds opgelegde aanslagen dienen tijdig te worden afgehandeld binnen de wettelijke termijnen. De afwikkeling van de vorderingen wordt in Excel geregistreerd.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Wij hebben het College van B&W geadviseerd: - Te bewaken dat de kwijtscheldingsverzoeken tijdig worden afgehandeld; - Er voortgang plaatsvindt op de inning van de vorderingen; - Een juiste inschatting te maken van de oninbare vorderingen per jaareinde; - De balanspositie gebaseerd is op de werkelijke vorderingen. Doelmatigheidsonderzoeken Er is een verordening voor het uitvoeren van doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken uit 2004. De afgelopen jaren is strikt genomen niet voldaan aan de frequentie van de onderzoeken zoals deze in de verordening zijn opgenomen. Voor het uitvoeren van dergelijke onderzoeken zijn middelen en capaciteit een voorwaarde. Uiteraard zijn er wel onderzoeken geweest, maar zijn deze niet aan de verordening gekoppeld. Wij hebben het College van B&W geadviseerd de onderzoeken welke in 2025 zijn uitgevoerd aan te merken als doelmatigheidsonderzoeken. Ook kunt u er voor kiezen een minder strenge verordening op te stellen, door - met toestemming van de Raad - alleen de mogelijkheid van doelmatigheidsonderzoeken door het College van B&W op te nemen.

Afsluiting

18

Algemene beheersing: ons beeld van de organisatie Fiscaliteiten Convenant Horizontaal Toezicht De Belastingdienst heeft in het kader van de doorontwikkeling van het horizontaal toezicht alle bestaande convenanten in Nederland eenzijdig opgezegd. De Belastingdienst heeft het horizontaal toezicht doorontwikkeld. In de kern betekent dit dat minder organisaties in aanmerking komen voor individueel horizontaal toezicht. Van organisaties die er nog wel voor in aanmerking blijven komen wordt een actievere invulling dan voorheen gevraagd. Uw organisatie is in overleg met de Belastingdienst voor een nieuw convenant ‘Doorontwikkeld Horizontaal Toezicht’. Hierover vinden gesprekken plaats en worden procedures waar nodig aangescherpt.

Vennootschapsbelasting In het kader van de wet modernisering VPB-plicht overheidsondernemingen is in het verleden advies ingewonnen bij een externe accountant. Uiteindelijk heeft dit geleid tot afspraken met de Belastingdienst over de VPB-positie van het grondbedrijf van de gemeente. Hieruit blijkt dat de gemeente uitsluitend VPB-plichtig voor het belang in Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost C.V. Ten aanzien van de waardering op de fiscale openingsbalans zijn schriftelijke afspraken met de Belastingdienst gemaakt. In de komende jaren wordt gewerkt aan Spoorzone, een nieuw stedelijk gebied. Na onderzoek door uw organisatie komt naar voren dat hier geen sprake is van een VPB-plicht.

BTW Wij hebben het BTW proces beoordeeld. In de afgelopen jaren is de BTW-labelling (per kostenplaats) in het financiële pakket niet beoordeeld. Er wordt wel op een aantal facturen interne controle uitgevoerd om te bepalen of de btw-verwerking juist is. In het verleden is een afspraak met de Belastingdienst gemaakt over (de berekeningswijze van) het gehanteerde mengpercentage. Het betreft een afspraak uit 2014. In het verlengde van het onderhanden zijnde convenant Horizontaal Toezicht zal de Belastingdienst het proces van de BTW labelling en de bepaling van het mengpercentage beoordelen.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

19

Algemene beheersing: Ons beeld van de organisatie Integriteit en fraude Fraude en integriteit staan steeds nadrukkelijker op de landelijke agenda. Burgers verwachten dat publieke middelen zorgvuldig en transparant worden beheerd. Incidenten van fraude of integriteitsschendingen ondermijnen dit vertrouwen direct. Voor de accountantscontrole betekent dit dat niet alleen de financiële rechtmatigheid wordt getoetst, maar ook aandacht besteed wordt aan cultuur, processen en risico’s die fraude kunnen bevorderen en de maatregelen die een organisatie daarop heeft getroffen. Het structureel verankeren van integriteit binnen beleid en organisatiecultuur en maatregelen om fraude te voorkomen is daarom essentieel. Actualisatie gedragscode politieke ambtsdragers In de gemeentewet wordt voorgeschreven dat iedere gemeente een gedragscode integriteit voor politieke ambtsdragers vaststelt. In 2025 is de bestaande gedragscode politieke ambtsdragers uit 2015 herzien. Daarnaast is op verzoek van de raad een aantal protocollen opgesteld met basisafspraken over hoe om te gaan met agressie, intimidatie en vermoedens van integriteitsschendingen. Hiermee is het integriteitskader voor politieke ambtsdragers verder versterkt. Frauderisicoanalyse Om de risico’s van misbruik en oneigenlijk gebruik in kaart te brengen en te beheersen, kan een frauderisicoanalyse behulpzaam zijn.

Een frauderisicoanalyse is een systematische methode om de kwetsbare processen, activiteiten en functies te identificeren, te beoordelen en te prioriteren. Op basis hiervan kan de organisatie passende maatregelen nemen om de preventie, detectie, respons en evaluatie van misbruik en oneigenlijk gebruik te verbeteren.

Fraude opvolging In een fraude opvolgingsplan kan worden opgenomen hoe binnen de organisatie wordt omgegaan met signalen van fraude, welke verantwoordelijkheden gelden voor onderzoek en opvolging en hoe rapportage en evaluatie plaatsvinden. Wij hebben het College van B&W geadviseerd om een plan van aanpak in geval van (vermoedens van) fraude vast te leggen. Misbruik en Oneigenlijk Gebruik (M&O) Daarnaast is een optie om beleid voor misbruik en oneigenlijk gebruik vast te stellen. Dit bevat de visie, de doelstellingen, de kaders en de verantwoordelijkheden voor het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik in het sociaal domein. Het beleid voor misbruik en oneigenlijk gebruik geeft richting aan de uitvoering, controle en evaluatie van het M&O-beleid (misbruik en oneigenlijk gebruik) binnen de verschillende regelingen die de organisatie uitvoert of handhaaft. Uw organisatie heeft een M&O beleid opgesteld (december 2023) zoals ook wordt geadviseerd in de kadernota Rechtmatigheid. In 2024 lag onze aandacht vooral op de aanwezigheid van een actueel M&O beleid. Dit jaar hebben we daarop voortgebouwd door ook de inhoud en praktische uitwerking van dit beleid te beoordelen.

Het M&O beleid van uw organisatie kan eventueel nog worden aangevuld met: Ø Proactieve signalering van risicovolle situaties; Ø Een periodieke evaluatie van het M&O-beleid; Ø Indicatoren om de effectiviteit van preventie-handhavingsmaatregelen te meten; Ø Rapportage over resultaten en verbeterpunten aan de gemeenteraad.

Wij hebben het College van B&W geadviseerd om een frauderisicoanalyse op te stellen.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

20

Algemene beheersing: ons beeld van de organisatie Wet Bibob De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) helpt gemeenten om te voorkomen dat vergunningen, subsidies of aanbestedingen misbruikt worden voor criminele activiteiten, zoals witwassen of fraude. Als de gemeente de Wet Bibob niet toepast of onzorgvuldig uitvoert, bestaat het risico dat zij onbedoeld meewerkt aan criminele activiteiten. Uw organisatie heeft beleidsregels voor de Wet Bibob opgesteld. Deze kunnen eventueel nog worden aangevuld met: Ø Toelichting inzake de omgang met persoonsgegevens en een verwijzing naar de AVG; Ø Toelichting inzake de samenwerking met de politie, het Openbaar Ministerie of de belastingdienst; Ø Een periodieke evaluatie van het Bibob-beleid en eventueel het aanpassen.

Mandaat strategische aankopen In de Nota Grondbeleid is opgenomen dat College van B&W het mandaat heeft tot het doen van strategische grondaankopen indien er nog geen sprake is van een vastgestelde grondexploitatie. In de nota is toegelicht dat het College van B&W de plicht heeft de raad achteraf zo snel mogelijk te informeren over de aankoop en financiële gevolgen.

Rol accountant We benadrukken dat onze controle niet specifiek gericht is op fraudeopsporing. De verantwoordelijkheid voor het voorkomen en ontdekken van fraude ligt bij het directie en het College van B&W, niet bij de accountant. De accountant is wel verantwoordelijk voor het overwegen van fraudegerelateerde risico's in de controleplanning en -uitvoering. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar de opdrachtbevestiging.

Wij hebben het College van B&W geadviseerd het mandaat in de nota grondbeleid aan te passen en/of in de jaarlijkse begroting een krediet beschikbaar te stellen voor strategische grondaankopen.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Tegenover deze interne beleidsregel staat in de Gemeentewet (art. 189) dat het budgetrecht een exclusieve bevoegdheid van de Raad is en niet mag worden gedelegeerd aan het College van B&W. Het genoemde mandaat is daarmee in strijd te zijn met het wettelijke kader, omdat het College van B&W via dit mandaat feitelijk financiële besluiten neemt die onder het budgetrecht vallen. Hierdoor ontstaat een risico dat er onrechtmatig verplichtingen worden aangegaan door het College van B&W.

Afsluiting

21

Algemene beheersing: ons beeld van de organisatie Veronderstellingen inzake financiële risico’s in relatie tot de financiële positie In de controleverklaring rapporteren wij over de veronderstellingen inzake financiële risico’s in relatie tot de financiële positie. Voor uw organisatie hebben wij in dit kader de volgende aspecten beoordeeld: - Het proces van risico-inschatting; - De bepaling van het beschikbare weerstandvermogen; - De omvang van het beschikbare weerstandsvermogen ten opzichte van het benodigd weerstandsvermogen; - De uitkomsten van het toezicht door de provincie.

Het proces van risico-inschatting bij uw organisatie De risico’s worden - bij het opstellen van de P&C–documenten - driemaal per jaar geactualiseerd. Op basis van de onderkende risico’s wordt een inschatting van het financiële risico en de kans per risico in een specifiek risicosysteem Naris opgenomen en berekend.

Nota Weerstandsvermogen Een nota Weerstandsvermogen beschrijft hoe een gemeente haar financiële weerbaarheid beoordeelt en beheert door risico’s te identificeren, te kwantificeren en te vergelijken met de beschikbare weerstandscapaciteit. Door een nota Weerstandsvermogen vast te laten stellen worden de uitgangspunten bevestigd door de Raad.

De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt in totaal € 36,7 miljoen in de begroting van 2025, opgebouwd uit € 28,7 miljoen aan algemene reserves en € 8 miljoen aan onbenutte belastingcapaciteit.

De bepaling van het beschikbare weerstandvermogen Het beschikbare weerstandsvermogen is het daadwerkelijke financiële bufferkapitaal dat de gemeente opzij heeft gezet om deze risico’s te dekken. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve en de onbenutte belastingcapaciteit.

De uitgangspunten voor het bepalen van het weerstandsvermogen zijn opgenomen in de P&C documenten. De gemeente Veenendaal hanteert geen afzonderlijke nota voor weerstandsvermogen en risicomanagement. De Raad heeft er bewust voor gekozen om dit beleid op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen, zodat het volledig is geïntegreerd in de reguliere planning en controlcyclus in plaats van te worden vastgelegd in een losse beleidsnota.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

22

Algemene beheersing: Planning en control cyclus De omvang van het beschikbare weerstandsvermogen ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen Een goede balans tussen het benodigde weerstandsvermogen en het beschikbare weerstandsvermogen is essentieel voor de financiële stabiliteit en het vermogen van de gemeente om adequaat op onvoorziene omstandigheden te reageren.

Toezicht provincie bij uw organisatie In december 2024 heeft de provincie de begroting 2025 beoordeeld en op basis daarvan aangegeven dat deze structureel en reëel in evenwicht is. Over het jaar 2025 voert de provincie regulier repressief toezicht uit. De provincie attendeert uw organisatie op het volgende:

De ratio van het beschikbare weerstandsvermogen ten opzichte van het benodigde weerstandsvermogen (de risico’s maal de kans) laat in de verschillende P&C documenten het volgende beeld zien:

Monitoring ombuigingsmaatregelen 2025 Van de stelpost onderuitputting van € 1 miljoen wil de provincie in 2025 een duidelijke voortgangsrapportage zien. Ø 2e Bestuursrapportage 2025: er is een overzicht opgenomen inzake de invulling van de stelpost onderuitputting.

P&C document

Ratio

Jaarrekening 2023

2,9

Jaarrekening 2024

3,0

Begroting 2025

2,9

Begroting 2026

2,7

Ontwikkelingen jeugdzorg De kosten voor jeugdzorg stijgen en maken een structureel sluitende begroting lastig. Ramingen moeten aansluiten bij de werkelijke kostenontwikkeling. Ø Begroting 2026: er is ingezet op een kostenbeheersing Meerjarenperspectief Na 2025 blijft het saldo structureel negatief. U moet bij de Kadernota 2026 extra herstelmaatregelen uitwerken. Ø Begroting 2026: het meerjarig beeld laat positieve resultaten zien.

Binnen het BBV wordt een ratio weerstandsvermogen van 1,0 (oftewel 100% dekking) algemeen gezien als minimumniveau dat gemeenten zouden moeten nastreven. De gemeente Veenendaal zit hier ruim boven.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Inzet surplus algemene reserve Structurele tekorten worden deels gedekt uit de algemene reserve. Dit mag beperkt, maar de huidige meerjarige inzet voldoet niet aan de eis van minimaal 20% solvabiliteit. Ø Begroting 2026: Vanaf 2027 is een onttrekking uit de algemene reserve niet meer nodig.

Afsluiting

23

Algemene beheersing: planning en controlcyclus De planning & control cyclus is van cruciaal belang voor het effectieve beheer en draagt bij aan het waarborgen van financiële transparantie en verantwoordingsplicht. Deze cyclus biedt de mogelijkheid om inzicht te krijgen in de financiële situatie van de organisatie en stelt de organisatie in staat om tijdig te reageren op zowel financiële uitdagingen als kansen.

Het resultaat laat in de loop van 2025 het volgende verloop zien:

BBV en begroting 2025 en 2026 Het BBV stelt een aantal eisen aan de begroting. Wij hebben uw begroting 2025 en begroting 2026 aan deze regels getoetst. Wij hebben vastgesteld dat de begroting 2025 en 2026 voldoen aan de voorschriften uit het BBV.

€ 2.000

Verloop resultaat (X € 1.000)

€ 1.500 € 1.000

Tussentijdse informatievoorziening De tussentijdse informatievoorziening maakt het mogelijk om de financiële prestaties regelmatig te evalueren en, indien nodig, bij te sturen. De tussentijdse informatievoorziening bestaat uit 3 bestuursrapportages die aan de Raad ter besluitvorming worden voorgelegd.

€ 500 €0 begroting

Door onder meer positieve ontwikkelingen in de algemene uitkering is de prognose van het resultaat bij de tweede bestuursrapportage naar € 1,8 miljoen positief. De prognose laat een grillig verloop zien gedurende het jaar, mede als gevolg van de prognose voor de kosten Jeugdwet en de toezeggingen in de algemene uitkering.

1e bestuursrappotage

2e bestuursrapportage

-€ 500 -€ 1.000

Jaarrekening In de jaarrekening wordt aan externe partijen verantwoording afgelegd over de financiële gezondheid en prestaties van de organisatie. Over de jaarrekening rapporteren wij in ons accountantsverslag.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

24

Algemene beheersing: planning en controlcyclus Pensioen wethouders De pensioenrechten van wethouders worden momenteel door de individuele gemeenten gereserveerd. De daarvoor beschikbare middelen zijn opgenomen op de balans onder de voorziening Appa. Per 1 januari 2028 wordt de Appa (Algemene pensioenverordening voor politieke ambtsdragers) overgeheveld naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp) en ondergebracht bij pensioenfonds ABP. De bestaande Appa-pensioenen worden ingebracht in het ABP-pensioencontract. Vanaf dat moment liggen alle verantwoordelijkheden voor de pensioenen van politieke ambtsdragers bij het ABP. Landelijk is met een aantal gemeenten onderzoek verricht naar de verwachte overdrachtswaarde die gemeenten per 1 januari 2028 aan ABP dienen over te dragen. Uit deze berekeningen blijken verschillen in de benodigde waarde, onder meer als gevolg van de dekkingsgraad van ABP. De Commissie BBV geeft aan dat gemeenten de voorziening APPA en eventuele kapitaalverzekeringen per 31 december 2025 moeten worden aangepast aan de uitkomsten van het landelijke onderzoek. Voor gemeenten die niet hebben deelgenomen betekent dit een inschatting van de noodzakelijke verhoging van circa 10–20%.

Het volgen van deze lijn verandert de aard van de voorziening niet, vraagt geen afzonderlijk raadsbesluit en een eventuele begrotingsoverschrijding is rechtmatig omdat deze voortkomt uit hogere regelgeving. Wij hebben het College van B&W geadviseerd de voorziening APPA per 31 december 2025 op te hogen met 10-20%.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Toegerekende rente Door de toerekening van de rente aan materiele vaste activa en grondexploitaties ontstaat een voordelig renteresultaat in de begroting 2025 van € 92.000. Het is niet toegestaan een voordelig renteresultaat op basis van de interne rente te creëren. Wij hebben het College van B&W geadviseerd de toegerekende rentebaten en rentelasten op elkaar te laten aansluiten door het percentage van de renteomslag vanaf de begroting te laten aansluiten op het werkelijke, gemiddelde rentepercentage van externe financiering. IV3 en de begroting IV3 is een rapportage waarin gemeenten hun financiële gegevens uniform en gedetailleerd aanleveren aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het indienen van de IV3rapportage is wettelijk verplicht. Dit zorgt ervoor dat alle gemeenten op een uniforme manier hun financiële gegevens rapporteren. Door uniforme rapportage kunnen de financiële gegevens van verschillende gemeenten met elkaar vergeleken worden. Dit helpt bij het identificeren van trends en het nemen van geïnformeerde beslissingen op nationaal en regionaal niveau. De afnemers van deze financiële informatie zijn onder meer de financiële toezichthouder, de Europese Unie, het ministerie van BZK en het CBS. Tijdens onze controle hebben wij vastgesteld dat de IV3 (informatie voor derden) over de begroting van 2025 niet aansluit met de over 2025 vastgestelde begroting.

Wij hebben het College van B&W geadviseerd de te verstrekken informatie aan het CBS in overeenstemming te brengen met de begroting.

Afsluiting

25

Algemene beheersing: IT en informatiebeveiliging IT-Omgeving De IT-omgeving is volledig in eigen beheer. Er zijn diverse softwareapplicaties voor de verschillende processen. Het niet goed functioneren van IT-systemen kan verstrekkende gevolgen hebben voor de dagelijkse werkzaamheden en dienstverlening aan burgers. Daarnaast biedt de gemeente Veenendaal diensten aan voor de gemeenten Renswoude, Woudenberg, Scherpenzeel, voor Sportservice Veenendaal en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Informatiebeveiliging Er is informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld voor 2021 tot 2025. Dit is gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Dit is een normenkader voor informatiebeveiliging binnen de overheid. Op basis van dit informatiebeveiligingsbeleid wordt nu een meerjarenplan en tactisch beleid verder uitgewerkt. Daarin wordt nader beschreven wie welke werkzaamheden uitvoert met welke doelstellingen. De bewustwording van de cyberrisico’s wordt onder de aandacht gebracht door dit onder meer te benadrukken in het onboarding programma, berichten op intranet en testen met phishing mails. Het verzorgen van een cybertraining en een cursus digitale zelfverdediging zijn in voorbereiding.

Continuïteitsplan Een continuïteitsplan minimaliseert de impact van een verstoring of een calamiteit in de dagelijkse processen. In 2025 is het continuïteitsplan geactualiseerd. Gebruikersbeheer Wij hebben de bevoegdheden per applicatie beoordeeld en komen tot de volgende bevindingen waarvan wij adviseren deze aan te passen: Ø Ortax en CLO: er zijn verscheidene medewerkers die een combinatie hebben van meerdere rollen; Ø CLO: de applicatie heeft geen mogelijkheid tot het genereren van een lijst met mutaties in rechten en rollen; Ø Rechten Suite: er zijn 6 applicatiebeheerders met alle rechten. Er is geen periodieke beoordeling van de logging van de applicatiebeheerders; Ø Rechten Raet: er zijn 8 applicatiebeheerders met alle rechten en 3 applicatie beheerdersrollen; Ø Rechten Key2Financiën: de applicatiebeheerder heeft ook een uitvoerende rol binnen het team. Wij hebben het College van B&W geadviseerd de logging van de verschillende applicaties te activeren en periodiek te beoordelen en ook de bestaande rechten periodiek te beoordelen.

In 2020 is het strategisch beleidskader voor de privacy vastgesteld. Dit privacy beleid is bij alle medewerkers bekend en ‘wat te doen bij een datalek’ is ook voldoende onder de aandacht.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

Afsluiting

26

Algemene beheersing: IT en informatiebeveiliging Cyberbeveiligingswet (NIS2-richtlijn) Algemeen Om de cyberbeveiliging en de weerbaarheid van essentiële diensten in EU-lidstaten te verbeteren is de Network and Information Security directive (NIS2-richtlijn) ontworpen. In Nederland wordt de NIS2-richtlijn geïmplementeerd in de vorm van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en zal de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) vervangen. De geplande ingangsdatum van de Cyberbeveiligingswet is tweede kwartaal 2026. De Cbw bevat nieuwe en bijgewerkte eisen voor bedrijven en organisaties die als essentiële dienstverleners of belangrijke organisaties worden beschouwd. De komst van de nieuwe richtlijn moet bijdragen aan meer Europese harmonisatie en een hoger niveau van cybersecurity bij bedrijven en organisaties ten opzichte van de voorganger Wbni (NISrichtlijn). Meer sectoren, zoals energie, transport, water, openbaar bestuur, financiële diensten, digitale infrastructuur en gezondheidszorg, vallen nu onder deze regels. Verplichtingen De Cbw stelt nieuwe eisen aan risicomanagement, verantwoordingsplicht, rapportage, het bedrijfscontinuïteitsplan, incident respons plan en opleidingen. Er is meer nadruk op risicobeheer, waarbij het opstellen en up-to-date houden van risico-analyses belangrijker is geworden.

Hierbij moet niet alleen gekeken worden naar de risico’s binnen de eigen organisatie, maar ook naar risico’s die ontstaan door diensten van derden (toeleveringsketen). We willen benadrukken dat het vroegtijdig identificeren van de mogelijke impact van de Cyberbeveiligingswet op uw organisatie en het nemen van proactieve maatregelen essentieel is om te voldoen aan de nieuwe eisen en om de beveiliging van uw netwerk- en informatiesystemen te waarborgen.

Inhoudsopgave

Aandachtspunten Raad

Algemene beheersing

Beheersing processen

De belangrijkste verplichtingen van de Cbw zijn: Zorgplicht Bedrijven en organisaties zijn verplicht zelf een risicobeoordeling uit te voeren, op basis waarvan zij passende en evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen nemen voor de beveiliging. Bestuur Het bestuur van bedrijven en organisaties moeten de maatregelen goedkeuren en toezicht houden op de uitvoering ervan. Het bestuur dient hierbij adequate opleidingen te volgen. Registratieplicht Bedrijven en organisaties zijn verplicht zicht te registeren. Meldplicht De Cbw schrijft voor dat bedrijven en organisaties incidenten binnen 24 uur moeten melden bij het Computer Security Incident eEsponse Team (CSIRT) en de toezichthouder. Hierbij moeten de aard en omvang van het incident, de mogelijke gevolgen, de getroffen diensten en de genomen of geplande maatregelen worden gerapporteerd. Toezicht Samenwerking tussen organisaties en toezichthouders is belangrijker geworden. Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen komen ook onder toezicht te staan. Daarbij wordt gekeken naar de naleving van de verplichtingen uit de richtlijn, zoals de zorgen meldplicht. Als organisaties zich niet aan de Cyberbeveiligingswet houden, kunnen sancties opgelegd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16599944/1