LIS2025.113 WereldKidz-Jaarverslag 2024
Tekst van het document
1.515.593
1.356.690
1.452.947
4.758.491
Investeringsactiviteiten Investering MVA
1.2
Desinvestering MVA
1.2
-1.436.759
-896.280 12.895
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Mutatie liquide middelen
-1.436.759
-883.385
16.188
3.875.106
Liquide middelen Beginstand liquide middelen
15.290.540
11.415.434
Eindstand liquide middelen
15.306.728
15.290.540
Mutatie
16.188
3.875.106
51
4 Toelichting op de balans en staat van baten en lasten 2024 4.1 Algemene toelichting Algemeen De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de bepalingen opgenomen in de ministriële Richtlijn Jaarverslaggeving Onderwijs. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de bepalingen van Boek 2 titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de richtlijnen voor de jaarverslaggeving waaronder Richtlijn 660 Onderwijsinstellingen. De jaarrekening is gecontroleerd door Flynth Audit B.V. te Arnhem. De accountant heeft haar werkzaamheden gebaseerd op de uitgangspunten die worden vastgelegd in het Onderwijscontroleprotocol OCW2024. De controle is gericht op de inrichting van de jaarstukken en de rechtmatige besteding en verkrijging van rijksbijdragen. Het treasurybeleid van de stichting is risicomijdend en defensief. Daarbij worden de richtlijnen uit de OCWRegeling “Beleggen, Lenen en Derivaten OCW 2016”, die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft opgesteld (6 juni 2016 met kenmerk WJZ/800938) nageleefd. In 2018 zijn er een tweetal kleine wijzigingen geweest op deze bestaande regeling, d.d. 5 april en 5 december 2018. Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs.
In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Naam van de rechtspersoon: Bestuursnummer: Rechtsvorm: Zetel van de rechtspersoon: Nummer kamer van koophandel:
Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland 41496 Stichting Zeist 302000523
Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn gewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. De wijziging betreft een stelselwijziging voor de voorziening groot onderhoud. Toelichting op kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. WereldKidz houdt geen vreemde valuta aan. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. WereldKidz kent geen transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, zoals financiële leasing. Schattingen Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de instelling over verschillende zaken zich een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. Continuïteit van de activiteiten De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een continuïteitsveronderstelling.
52
4.2 Grondslagen voor waardering activa en passiva Materiële vaste activa Bedrijfsgebouwen en -terreinen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Planmatig onderhoud aan de gebouwen wordt niet geactiveerd, maar loopt via de voorziening groot onderhoud. Overige vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van grond- en hulpstoffen en kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de vervaardiging inclusief installatiekosten.
Voor de categorieën machines en installaties, meubilair, technische apparatuur, audiovisuele apparatuur en leer- en hulpmiddelen is de activeringsgrens bepaald op € 500. Subsidies op investeringen worden in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben. Er gelden de volgende afschrijvingstermijnen:
• •
•
Renovaties (gebouwen en terreinen)
20 - 40 jaar
Inventaris en apparatuur
3 - 20 jaar
• • •
Machines en installaties
10 jaar
Meubilair
10 - 20 jaar
Duurzame Apparatuur ICT
3 - 5 - 10 jaar
Leermethoden (andere vaste bedrijfsmiddelen)
5 - 8 jaar
Vorderingen Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Handelsvorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Er zijn geen rekening-courant schulden bij banken. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vanaf november 2024 neemt WereldKidz deel aan Schatkistbankieren bij het ministerie van Financiën. Dit betekent dat dagelijks afroming of bijstorting plaatsvindt van de banksaldo. Over het tegoed dat wordt aangehouden bij Schatkistbankieren ontvangt WereldKidz een rentevergoeding. Deze is hoger dan bij de huisbankier. WereldKidz houdt geen effecten aan met als doel deze langer dan een jaar aan te houden en heeft ook geen andere vormen van deelneming in groepsmaatschappijen. Voor onderwijsinstellingen geldt dat rijksgelden niet risicodragend belegd mogen worden en dat er altijd sprake moet zijn van hoofdsom garantie, zodanig dat de rijksbijdragen onverkort beschikbaar blijven. WereldKidz voldoet aan deze voorwaarden opgenomen in de OCW-Regeling ‘Regeling Beleggen, Lenen en Derivaten OCW 2016’. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves en/of -fondsen. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, waarbij de beperking door 53
het bestuur is aangebracht. Bij de resultaatbepaling worden de overschotten toegevoegd en bij tekorten zal een onttrekking plaats vinden. Bestemmingsfondsen worden gevormd ter dekking van toekomstige uitgaven inzake bijzondere doeleinden. Aan de vorming van een bestemmingsfonds ligt een verplichting ten grondslag die is opgelegd door derden. In deze jaarrekening zijn de resultaatbestemmingen verwerkt over het verslagjaar. De onverdeelde schoolresultaten uit voorgaande jaren zijn geboekt ten laste van de algemene reserve. De bestemmingsreserves zijn gevormd voor het uitvoeren van onderwijsvernieuwing, onderwijskundige activiteiten en projecten, toekomstige opleidingen en voor financiering van activiteiten op specifieke scholen. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.
Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen. De voorziening jubilea is opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Daarbij wordt een disconteringsvoet van 2,6% (2023: 2,3%) toegepast. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met de verwachte salarisstijgingen en de blijfkans. De voorzieningen vanwege loondoorbetaling bij ziekte wordt gevormd voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of deels niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid. Per 1 januari 2021 is WereldKidz eigenrisicodrager geworden voor de WGA. Op basis van het arbeidsdeskundige onderzoek en de beschikking van de uitvoeringsinstantie wordt de voorziening geschat. Er wordt een voorziening opgenomen voor de verwachte toekomstige kosten. De voorziening duurzame inzetbaarheid is opgenomen tegen de nominale waarde van de gespaarde uren. Voor groot onderhoud aan de schoolgebouwen is een voorziening gevormd. Er is een ondergrens bepaald van € 10.230 per component.
De voorziening is beleidsrijk gemaakt door het toepassen van stopjaren aan de hand van de vastgestelde Integrale Huisvestingsplannen uit de verschillende gemeentes. In de voorziening is opgenomen dat 5 jaar voorafgaand aan een stopjaar geen voorziening meer wordt opgenomen voor groot onderhoud én dat er geen groot onderhoud meer wordt uitgevoerd als een cyclus langer dan 5 jaar na het stopjaar doorloopt. Voor de bepaling van de cyclus van het groot onderhoud wordt uitgegaan van de conditiescore ‘redelijk’. Stelselwijziging voorziening groot onderhoud Tot en met 2023 werd ten behoeve van de onderhoudsvoorziening gebruik gemaakt van de tijdelijke regeling zoals opgenomen in alinea 660.601. De tijdelijke regeling stond onderwijsinstellingen toe om, in afwijking van hoofdstuk 212 Materiële vaste activa, paragraaf 4, alinea 451 van de richtlijnen, voor de verslagjaren 2018 tot en met 2023 de jaarlijkse toevoegingen aan de voorziening voor groot onderhoud te bepalen op basis van het geplande groot onderhoud gedurende de gehele planperiode. Dit werd berekend op het niveau van het onderwijspand, gedeeld door het aantal jaren van de planperiode, mits deze methode al in 2017 werd toegepast en de voorziening voor groot onderhoud gedurende de planperiode niet op enig moment negatief werd (de zogenoemde egalisatiemethode). 54
Met ingang van 1 januari 2024 kan niet langer gebruik gemaakt worden van deze tijdelijke regeling. De onderhoudsvoorziening wordt vanaf 1 januari 2024 bepaald in overeenstemming met de alinea’s 451 en 452 van hoofdstuk 212 Materiële vaste activa. Dit houdt in dat de toevoegingen aan de voorziening worden bepaald op basis van het geschatte bedrag per onderhoudscomponent en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt. De kosten van verricht groot onderhoud worden verwerkt ten laste van een onderhoudsvoorziening voor zover deze is gevormd voor de beoogde kosten. Indien de kosten van verricht groot onderhoud afwijken van de boekwaarde van de voor de betreffende onderhoudscomponent aangehouden voorziening, wordt dit verschil verwerkt in de staat van baten en lasten. Bovengenoemde stelselwijziging is verwerkt als mutatie in de onderhoudsvoorziening aan het begin van het boekjaar 2024 en is verwerkt als rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen. De vergelijkende cijfers zijn in overeenstemming met richtlijn 660.602 niet aangepast. De stelselwijziging heeft de volgende betekenis op de individuele posten in de jaarrekening: - voorziening voor stelselwijziging € 2.111.796, mutatie als gevolg van stelselwijziging € 993.189, voorziening na stelselwijziging € 3.104.984.
- eigen vermogen voor stelselwijziging € 11.836.469, mutatie als gevolg van stelselwijziging € 993.189, eigen vermogen na stelselwijziging € 10.843.281. De effecten van de stelselwijziging op het resultaat van het huidige boekjaar bedragen: - lagere dotatie aan de voorziening groot onderhoud voor circa € 390.000. Kortlopende schulden Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde. 4.3 Grondslagen voor bepaling van het resultaat Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop deze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden. Opbrengstverantwoording Opbrengsten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.
Rijksbijdragen Rijksbijdragen worden als baten verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft. De ontvangsten van het samenwerkingsverband (SWV) worden gepresenteerd onder de rijksbijdrage. Overige overheidsbijdragen en -subsidies Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen. Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten. Overige baten 55
Overige baten bestaan uit baten uit verhuur, detachering en overige baten. De baten worden verantwoord in de periode dat de prestatie wordt geleverd. Afschrijvingen op materiële vaste activa Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikname afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen. Personeelsbeloningen Periodiek betaalbare beloningen(lonen, salarissen en sociale lasten) worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers. Pensioenen WereldKidz heeft een pensioenregeling voor haar personeel waarop de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing zijn en waarbij op contractuele basis premie aan het bedrijfstakpensioenfonds ABP wordt betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien tot een terugbetaling of tot een vermindering van toekomstige betalingen leidt. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
De belangrijkste kenmerken van de pensioenregeling zijn: • • • •
• • • •
Er is sprake van een beschikbare pensioenregeling met een pensioenleeftijd van 68 jaar. De regeling bevat een ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Als pensioengevende grondslag geldt het salaris verminderd met de franchise met een maximum en rekening houdende met de deeltijdfactor. Het bestuur van het pensioenfonds beslist jaarlijks in hoeverre aanspraken en uitkeringen worden aangepast. Hiervoor zijn de middelen van het pensioenfonds bepalend. Toeslagverlening is voorwaardelijk en er is geen recht op verlening van toeslagen. Deelname aan de regeling is verplicht gesteld voor alle personeelsleden. De verschuldigde beschikbare premie bedraag 27,0% van de pensioengevende grondslag. De werknemer betaald 30% van de door de werkgever verschuldigde premie, zijnde 30% x 27% is 8,1% van de pensioengevende grondslag. De beleidsdekkingsgraad van het ABP bedraagt ultimo december 2024 111,7%.
Financiële baten en lasten Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen. 4.4 Financiële instrumenten en risicobeheersing Prijsrisico WereldKidz is locatiegebonden en loopt geen valuta- en marktrisico. Het renterisico over de rentedragende vorderingen en kortlopende schulden is minimaal, omdat er geen financiële vaste activa en effecten aangehouden worden (wel liquide middelen) en ook geen rentedragende langlopende schulden aangegaan zijn (bijv. bij kredietinstellingen). Liquiditeitsrisico WereldKidz bankiert bij de ABN AMRO, een Nederlandse systeembank en beschikt niet over kredietfaciliteiten bij deze huisbank. WereldKidz doet vanaf november 2024 mee met Schatkistbankieren. 56
Creditsaldo’s worden dagelijks afgeroomd naar het ministerie van financiën en debetsaldo’s worden aangezuiverd tot 0 euro. Continuïteitsrisico De vermogenspositie is op orde. De kengetallen vermogens- en budgetbeheer voldoen aan de interne ondergrenzen. De meerjarenbegroting is sluitend en de liquiditeit ontwikkelt zich conform doelstelling. WereldKidz is een (financieel) gezonde organisatie. 4.5 Activa 1.2 Materiële Vaste Activa De waarde van de materiele vaste activa is in 2024 gestegen met € 493.947. De investeringen vonden voornamelijk plaats in ICT-apparatuur (categorie Inventaris en apparatuur). Dit betrof voornamelijk het vervangen van de digiborden in de lokalen van de scholen. Vanwege de opheffing van WereldKidz Kievit, is de daar aanwezige activa afgeboekt. Dit verklaart de desinvesteringen in de MVA verloopstaat. Het boekverlies hierop is in de exploitatielasten bij de afschrijvingen opgenomen. Gebouwen en terreinen
Inventaris en apparatuur
Andere vaste bedrijfsmiddelen
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen
928.519
9.831.394
1.970.937
12.730.849
Cumulatieve waardevermindering en afschrijvingen
-642.398
-6.024.441
-1.663.311
-8.330.150
286.121
3.806.953
307.626
4.400.700
111.652
1.325.107
0
1.436.759
Bedragen in euro’s
Totaal
Stand per 1 januari 2024
Boekwaarde 01-01-2024 Mutaties 2024 Investeringen Desinvesteringen
-275.393
Afschrijvingen
-49.476
Afschrijvingen op desinvesteringen Totaal mutaties 2024
-738.968
-275.393
-66.963
197.132
-855.407 197.132
62.176
507.878
-66.963
503.091
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen
1.034.642
10.863.401
1.924.454
13.822.498
Cumulatieve waardevermindering en afschrijvingen
-688.027
-6.552.645
-1.687.179
-8.927.851
346.615
4.310.756
237.275
4.894.647
Stand per 31 december 2024
Boekwaarde Afschrijvingspercentage
2,5-5%
5-33,3%
12,5-20%
57
1.5 Vorderingen Bedragen in euro’s
31-12-2024
31-12-2023
Vorderingen 1.5.1 Debiteuren
25.256
83.712
1.5.2 Vordering ministerie OCW
399.207
443.217
1.5.7 Vorderingen overige overheden
321.013
247.331
1.5.8 Overlopende activa
324.465
767.373
1.069.941
1.541.633
Totaal vorderingen
De vorderingen ultimo 2024 zijn fors gedaald ten opzichte van 2023. Dit wordt vooral verklaard doordat er in 2024 minder kosten vooruit zijn betaald. Hierdoor dalen de overlopende activa. Ook dalen de overige vorderingen op gemeentes doordat alle voorbereidingskredieten voor projecten zijn betaald. 1.7 Liquide middelen Bedragen in euro’s
31-12-2024
31-12-2023
Liquide middelen Kasmiddelen Tegoeden op bank- en girorekeningen Deposito's / Spaarrekeningen Totaal liquide middelen
886
241
15.305.840
10.290.300
0
5.000.000
15.306.727
15.290.541
De liquide middelen nemen in 2024 licht toe tot € 15.306.727. Het kasstroomoverzicht geeft een gedetailleerd inzicht in deze toename. WereldKidz heeft een bankgarantie afgegeven ter grootte van € 9.200 aan de verhuurder van de kantoor accommodatie ten behoeve van het bestuursbureau. Per 31-12-2024 staat er een bedrag van € 15.261.079 bij Schatkistbankieren. Bij de ABN AMRO is sprake van een intradaglimiet faciliteit van € 3,5 miljoen. 4.6 Toelichting bij kasstroomoverzicht De kasstroom in 2024 is per saldo € 16.168,- positief. 4.7 Passiva 2.1 Eigen vermogen 31-12-2024
31-12-2023
2.1.1 Algemene reserve
4.318.781
5.119.214
2.1.2 Bestemmingsreserve (publiek)
5.529.423
6.554.097
2.1.4 Bestemmingsfondsen (publiek)
120.820
163.158
9.969.023
11.836.469
Bedragen in euro’s
Eigen vermogen
Totaal eigen vermogen
58
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen. Er is geen sprake van privaat vermogen. Na dotatie van het resultaat 2024 komt het eigen vermogen uit op € 9.969.023. De algemene reserve bedraagt ultimo 2024 € 4.318.781. Verloopoverzicht eigen vermogen a.g.v. stelselwijziging voorziening groot onderhoud
Bedragen in euro’s
Stand per 31-12-2023
Stelselwijziging
Stand per 01-01-2024
Algemene reserve
5.119.214
-993.188
4.126.026
Bestemmingsreserve (publiek)
6.554.097
0
6.554.097
Bestemmingsfonds (publiek)
163.158
0
163.158
11.836.469
-993.188
10.843.281
Totaal eigen vermogen
Bedragen in euro’s
Stand per 01-01-2024
Resultaat 2024
Stand per 31-12-2024
Eigen vermogen Algemene reserve
4.126.026
192.755
4.318.781
Bestemmingsreserve (publiek)
6.554.097
-1.024.674
5.529.423
Bestemmingsfonds (publiek)
163.158
-42.338
120.820
10.843.281
-874.258
9.969.023
3.876.282
-848.007
3.028.275
- Passend onderwijs
343.689
-94.493
249.196
- Onderwijsvernieuwing
294.450
0
294.450
- Innovatiefonds
250.000
0
250.000
- Opleiding en professionalisering
325.000
0
325.000
- Nieuwkomersonderwijs
397.572
0
397.572
- Budgetten individuele scholen
617.104
-82.174
534.930
- Bovenschoolse personeelskosten
450.000
0
450.000
6.554.097
-1.024.674
5.529.423
- Bijdragen eerste inrichting
127.950
-7.130
120.820
- Ontwikkeling en borging basisondersteuning
35.208
-35.208
0
Totaal bestemmingsfondsen (publiek)
163.158
-42.338
120.820
Totaal eigen vermogen Bestemmingsreserve (publiek) - Nationaal Programma Onderwijs (NPO)
Totaal bestemmingsreserve (publiek) Bestemmingsfondsen (publiek)
59
De bestemmingsreserve NPO betreft de bedragen die in 2021, 2022 en 2023 ontvangen zijn voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs, maar nog niet zijn uitgegeven. De reserve is bedoeld om de komende jaren plannen uit te voeren die gemaakt zijn in het kader van NPO. De bestemmingsreserve passend onderwijs betreft bedragen die zijn ontvangen van de verschillende samenwerkingsverbanden en nog niet zijn uitgegeven. De bestemmingsreserves onderwijsvernieuwing, gevormd in 2014, en innovatiefonds, gevormd in 2017, zijn bestemd om onderwijskundige projecten te financieren. Er wordt nagedacht over systeemveranderingen waardoor er ondanks het lerarentekort blijvend goed onderwijs gegeven kan worden. Hier worden nog verder plannen voor ontwikkeld. De bestemmingsreserve voor opleiding en professionalisering is bedoeld om opleidingen te financieren van nieuwe medewerkers die zijn en worden aangetrokken om uitvoering te geven aan het Nationaal Programma Onderwijs. De bestemmingsreserve nieuwkomersonderwijs is gevormd om nieuwkomers die meer dan 1 jaar in Nederland zijn onderwijs te bieden passend aan wat deze leerlingen nodig hebben. De bestemmingsreserve individuele scholen bestaat uit middelen die na het vaststellen van de budgetten extra aan scholen zijn toegekend en nog niet zijn uitgegeven.
De bestemmingsreserve bovenschoolse personeelskosten is gevormd voor toekomstige kosten voor vervanging van langdurig zieke medewerkers omdat WereldKidz eigen risicodrager is voor de WGA. De bestemmingsfondsen betreffen bijdrages voor eerste inrichting (dit bedrag is gelijk aan de toekomstige afschrijvingen van de inrichting) van de gemeente Zeist (€ 49.864) en de gemeente Bunnik (€ 70.956). Het bestemmingsfonds voor ontwikkeling en borging basisondersteuning betreft het exploitatieoverschot in 2023 welke van het Samenwerkingsverband is ontvangen t.b.v. 2024. Dit is in 2024 ingezet voor verdere ontwikkeling van de basisondersteuning. 2.2 Voorzieningen 31-12-2024
Bedragen in euro’s
31-12-2023
Voorzieningen 2.2.1 Personele voorzieningen
859.171
963.245
2.2.3 Voorziening groot onderhoud
3.077.859
2.111.796
Totaal voorzieningen
3.937.030
3.075.041
Stand per 0101-2024
Dotaties 2024
Onttrekkingen 2024
Stand per 3112-2024
Kortlopend <1 jaar
Langlopend >1 jaar
Voorziening langdurig zieken
575.968
353.217
-514.298
414.887
287.367
127.520
Voorziening WGA eigen risicodrager
64.750
89.974
-53.865
100.859
100.859
0
Voorziening jubilea
257.306
27.243
-28.521
256.028
16.288
239.740
Voorziening duurzame inzetbaarheid
65.222
22.176
87.398
34.959
52.439
Personeelsvoorzieningen
963.245
492.610
859.171
439.472
419.699
Bedragen in euro’s
Verloop voorzieningen
-596.684
60
Verloopoverzicht voorziening groot onderhoud a.g.v. stelselwijziging Stand per 31-12-2023
Bedragen in euro’s
Stelselwijziging
Stand per 01-01-2024
Voorziening groot onderhoud
2.111.796
993.188
3.104.984
Voorziening groot onderhoud
2.111.796
993.188
3.104.984
Stand per 01-01-2024
Dotaties 2024
Onttrekkingen 2024
Stand per 31-12-2024
Kortlopend <1 jaar
Langlopend >1 jaar
Voorziening groot onderhoud
3.104.984
329.179
-356.304
3.077.859
146.584
2.931.275
Voorziening groot onderhoud
3.104.984
329.179
-356.304
3.077.859
146.584
2.931.275
Totaal voorzieningen
4.068.229
821.789
-952.988
3.937.030
586.056
3.350.973
Bedragen in euro’s
Vier voorzieningen zijn personeel gerelateerd: jubilea, WGA eigen risico, langdurig zieken en duurzame inzetbaarheid. De voorziening jubilea dient ter dekking van toekomstige jubilea uitkeringen. Medewerkers hebben recht op een uitkering als zij 25 of 40 jaar in het onderwijs werkzaam zijn. Deze voorziening wordt gebaseerd op het personeelsbestand van einde boekjaar 2024. Per 1 januari 2021 is WereldKidz eigen risicodrager voor de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Wanneer ingeschat wordt dat een medewerker die na 1 januari 2021 ziek is geworden, onder deze regeling valt, wordt er voor de toekomstige kosten een voorziening gevormd. De voorziening langdurige zieken is gevormd voor de verplichte loondoorbetaling gedurende de periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid voor betreffende medewerkers. De cao PO kent een budget voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid voor werknemers vanaf 57 jaar en ouder (CAO PO paragraaf 9.6). De werknemer kan tot 170 uren sparen voor verlof. Als hiervoor wordt gekozen, wordt voor dit verlof een voorziening gevormd. Voor groot onderhoud aan de schoolgebouwen is een voorziening gevormd. Er is een ondergrens bepaald van € 10.230 per component. De voorziening is beleidsrijk gemaakt door het toepassen van stopjaren aan de hand van de vastgestelde Integrale Huisvestingsplannen uit de verschillende gemeentes.
In de voorziening is opgenomen dat 5 jaar voorafgaand aan een stopjaar geen voorziening meer wordt opgenomen voor groot onderhoud én dat er geen groot onderhoud meer wordt uitgevoerd als een cyclus langer dan 5 jaar na het stopjaar doorloopt. Voor de bepaling van de cyclus van het groot onderhoud wordt uitgegaan van de conditiescore ‘redelijk’. 2.4 Kortlopende schulden De loongerelateerde schulden nemen toe door een stijgende gemiddelde loonsom. Het gaat specifiek om de nog te betalen sociale premies, pensioenafdrachten en vakantiegeld. De post Ministerie OCW betreft ontvangen subsidies en bijdragen die nog niet uitgegeven zijn. Zoals de vooruitontvangen subsidie voor school en omgeving, basisvaardigheden, brugfunctionaris enz..
61
Bedragen in euro’s
31-12-2024
31-12-2023
Kortlopende schulden Crediteuren
738.760
652.372
Schulden gemeenten
774.362
88.640
Participatiefonds
55.690
106.366
Ministerie OCW
1.390.127
1.309.266
Belastingen en premies sociale verzekeringen
1.909.016
1.683.303
479.089
474.083
1.265.827
1.212.871
0
91.687
752.392
702.772
7.365.263
6.321.360
Schulden terzake van pensioenen Reservering vakantiegeld Reservering bindingstoelage Overlopende passiva Totaal kortlopende schulden
62
4.8 Kengetallen vermogens- en budgetbeheer WereldKidz sluit voor de onder- en bovengrenzen van de kengetallen voor vermogens- en budgetbeheer aan bij de signaleringswaarden van Inspectie voor het Onderwijs van het Ministerie van OCW. De kengetallen zijn een momentopname, berekend naar de in de jaarrekening vastgelegde situatie per 31 december. De trendmatige ontwikkeling van de kengetallen over meerdere jaren geeft inzicht in het gevoerde financieel beleid. De solvabiliteit verschaft inzicht in de financieringsopbouw en geeft aan in hoeverre op lange termijn aan de verplichtingen voldaan kan worden. De ondergrens is 30%. De solvabiliteit is van voldoende niveau en in 2024 licht gedaald t.o.v. 2023 (resp. 65,4% - 70,2%). Dit betekent dat WereldKidz op lange termijn aan haar verplichtingen kan voldoen.
Definitie: Eigen vermogen, inclusief voorzieningen gedeeld door het totale vermogen (balanstotaal). Het weerstandsvermogen relateert de omvang van het eigen vermogen aan de grootte van de stichting. Definitie: Eigen vermogen gedeeld door de totale baten (exclusief bijzondere baten). De liquiditeit geeft aan in hoeverre op korte termijn aan de verplichtingen kan worden voldaan. Voor 2024 geldt dat de vlottende activa zijn gedaald en de kortlopende schulden ook zijn toegenomen. De liquiditeitsratio daalt hierdoor naar 2,22 (2023: 2,66). De definitie van de ratio liquiditeit is: de verhouding tussen de vlottende activa (som van liquide middelen, vorderingen en voorraden) en de kortlopende schulden.
Door het negatieve resultaat is de rentabiliteit over 2024 -1,8% (2023: 4,1%). Definitie: exploitatieresultaat, inclusief saldo op financiële baten en lasten gedeeld door de totale baten. De ratio voor het signaleren van eventueel bovenmatig vermogen is in 2024 gedaald naar 1,28 (2023: 1,65). Dit wordt veroorzaakt door het inzetten van de bestemmingsreserve NPO gelden waardoor in 2024 een negatieve resultaat is ontstaan. Daarnaast is het eigen vermogen gedaald door de stelselwijziging van de voorziening groot onderhoud. Het eigen vermogen daalde hierdoor met € 993.000 en hiermee daalde ook het bovenmatig eigen vermogen.
Signaleringswaarde OCW
jaarrekening 2024
jaarrekening 2023
jaarrekening 2022
Solvabititeit (EV+VZ)/TV
<30%
65,4%
70,2%
72,5%
Weerstandsvermogen EV/TB
geen
20,2%
24,1%
21,5%
Liquiditeit VA/KS
<0,50
2,22
2,66
2,72
Rentabiliteit NR/TB
geen
-1,8%
4,1%
6,8%
>1
1,28
1,65
1,44
€ 2.175.355
€ 4.672.655
€ 2.986.331
Grenswaarden vermogensbeheer
Ratio eigen vermogen
Bovenmatig eigen vermogen
Het huidig bovenmatig eigen vermogen zal de komende jaren planmatig worden afgebouwd door te investeren in onderwijskwaliteit, versterken van de WereldKidz organisatie en professionalisering van de verschillende onderwijsteams. Ook zal een deel van het overschot worden gereserveerd voor duurzame huisvestingsmaatregelen en het moderniseren van de leeromgeving, zodat deze beter aansluit bij de onderwijsbehoeften van onze leerlingen. 63
4.9 Verantwoording subsidies (model G) G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule Omschrijving
Status
Toewijzing Kenmerk
Datum
J=afgerond O=onderhanden
IIB210243
13-12-2021
o
RSO-23494
12/21/2023
o
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV22-PO-2014
11-11-2022
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV23-PO-3934
31-5-2023
o
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV23-PO-3998
31-5-2023
o
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV23-PO-4011
31-5-2023
o
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV23-PO-4041
31-5-2023
o
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV24-PO-2898
17-6-2024
o
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV24-PO-3102
18-6-2024
o
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV24-PO-2895
18-6-2024
o
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV24-PO-3547
18-6-2024
o
Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden
VBV24-PO-3103
18-6-2024
o
Subsidieregeling lerarenbeurs
1349824
22-8-2023
Subsidieregeling zij-instroom
1350829
22-8-2023
Subsidieregeling zij-instroom
1350849
22-8-2023
Subsidieregeling zij-instroom
1355973
20-10-2023
o
Subsidieregeling zij-instroom
1355975
20-10-2023
o
Subsidieregeling zij-instroom
1356015
20-10-2023
o
Subsidieregeling zij-instroom
1373683
21-11-2023
o
Subsidieregeling lerarenbeurs
1414380
20-8-2024
o
Subsidie impuls en innovatie bewegingsonderwijs Regeling school en omgeving
j
j j j
64
G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule Omschrijving
Status
Toewijzing Kenmerk
Datum
J=afgerond O=onderhanden
Subsidieregeling zij-instroom
1413820
20-8-2024
o
Subsidieregeling lerarenbeurs
1414522
20-8-2024
o
Subsidieregeling zij-instroom
1413827
20-8-2024
o
Subsidieregeling lerarenbeurs
1414966
20-8-2024
o
Subsidieregeling lerarenbeurs
1414653
20-8-2024
Subsidieregeling zij-instroom
1407015
22-4-2024
o
Subsidieregeling zij-instroom
1390282
20-4-2024
o
Subsidieregeling zij-instroom
1407039
22-4-2024
o
Subsidieregeling zij-instroom
1388308
20-2-2024
o
Subsidieregeling brugfunctionaris
BRF-243185
8-5-2024
o
Subsidieregeling brugfunctionaris
BRF-243093
8-5-2024
o
Subsidieregeling brugfunctionaris
BRF-243296
8-5-2024
o
Subsidieregeling brugfunctionaris
BRF-240671
8-5-2024
o
DPOVO23261
21-7-2023
o
Subsidieregeling doorstroomprogramma po-vo voor gelijke kansen
j
G2 Verantwoording van subsidies die volledig aan het doel/activiteit moeten worden besteed met verrekening van het eventuele overschot G2A Aflopend per ultimo verslagjaar Omschrijving
Toewijzing
kenmerk
datum
Bedrag van toewijzing
Subsidieontvangsten t/m verslagjaar
Overige ontvangsten
Eigen bijdrage verrekenen
€
€
€
€
Totale kosten per 31 december 2024
Saldo per 31 december 2024 (naar balanspost 2.4.4)
N.v.t.
65
G2B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar
Omschrijving
Toewijzing
kenmerk
Bedrag van de toewijzing
Ontvang -en per 01-012024
Subsidie ontvangsten in verslagjaar
Overige ontvangsten in verslagjaar
Eigen bijdrage in verslagjaar
Lasten in verslagjaar
Totale kosten per 31 december 2024
€
€
€
€
€
€
€
datum
N.v.t.
4.10 Niet in de balans opgenomen verplichtingen en rechten WereldKidz heeft voor een bedrag van € 3.417.131 aan termijnverplichtingen. Wanneer er contracten zijn, waarvan de opzegtermijn langer is dan 5 jaar, is in de kolom > 5 jaar de restantwaarde van het contract opgenomen. Daarnaast heeft WereldKidz een bankgarantie afgegeven aan de verhuurder van de kantoorlocatie ten behoeve van het bestuursbureau. In 2022 is aan WereldKidz een NWO-subsidie van € 139.687 voor een periode van 5 jaar toegekend met de verplichting dat WereldKidz 0,35 fte vervangende inzet regelt. <1 jaar
>1 jaar en <5 jaar
Canon
48.536
Cloudwise B.V.
Totaal
Einddatum
182.010
230.546
30-9-2029
67.597
242.224
309.821
31-7-2029
CSU Schoonmaak
140.880
446.120
587.000
1-3-2029
Lisman & Lisman
110.265
321.607
431.872
30-11-2028
MAS Schoonmaak
291.666
923.610
1.215.276
1-3-2029
Meerwijk Romaro Schoonmaakgroep
148.224
469.376
617.600
1-3-2029
Pon autolease (VPFS)
15.615
3.253
18.868
16/3/2026
Ricoh-DocuWare Cloud Professional II
4.685
4.685
1/7/2025
Volvo car lease
1.463
1.463
11/2/2025
Bedragen in euro’s
>5 jaar
Verplichtingen
Totaal
828.931
2.588.200
0
Bedragen in euro’s
<1 jaar
>1 jaar en <5 jaar
>5 jaar
3.417.131
Totaal
Einddatum
€9.200
30-11-2028
Rechten Bankgarantie Lisman & Lisman
€9.200
66
Beroepsprocedure inzake het wegvallen van de vordering OCW
Per 1 januari 2023 is de bekostiging van het primair onderwijs na wetswijziging vereenvoudigd. Daarmee is de bekostigingssystematiek gewijzigd. Bij de overgang van de oude naar de nieuwe bekostigingssystematiek zijn schoolbesturen door de regelgeving en besluitvorming van de minister met een groot materieel probleem geconfronteerd. Waar de schoolbesturen in een (school)jaar normaal gesproken 100% aan bekostiging ontvangen, was dat in de overgang naar de nieuwe bekostigingssystematiek circa 93% voor het schooljaar 2022/2023. Schoolbesturen in het primair onderwijs werden daardoor in de periode augustus tot en met december 2022 door de minister met circa 7% gekort op hun bekostiging. Dit komt voor ons schoolbestuur neer op € 1.785.000. Dit bedrag is – evenals vorig jaar – niet als vordering op de balans per 31 december 2023 opgenomen. De minister stelt zich op het standpunt dat dit materieel grote probleem voor het schoolbestuur slechts ‘een boekhoud-technische correctie [is] aangezien de totale bekostiging van het Rijk naar scholen niet wijzigt door de vereenvoudiging’. De overgang van een oude naar een nieuwe bekostigingssystematiek is echter niet louter een papieren exercitie; de keuzes die daarbij worden gemaakt hebben werkelijk een negatief effect op het onderwijsproces.
De keuze van de minister om de schoolbesturen in 2022 fors minder bekostiging toe te kennen heeft reële consequenties. Als bestuur investeren we hierdoor minder dan gewenst in onze schoolgebouwen, omdat we zien dat onze reserves na toepassing van de richtlijn groot onderhoud en besteding gelden uit het nationaal plan onderwijs laag worden. WereldKidz heeft met 221 andere schoolorganisaties, juridisch begeleid door advocatenkantoor Stibbe en gecoördineerd vanuit de PO-Raad, gezamenlijk bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen voor de laatste vijf maanden van 2022. Dit bezwaar is op 30 november 2022 door de minister ongegrond verklaard. De financiële belangen en de relevante juridische vragen naar aanleiding van de beslissing op bezwaar van de minister waren het volgens WereldKidz waard om de kwestie aan een onafhankelijke partij, zijnde de bestuursrechter, voor te leggen. Daarom heeft WereldKidz gezamenlijk met 221 andere schoolorganisaties beroep bij de rechtbank Midden-Nederland ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister. De rechtbank heeft op 21 juni 2024 het beroep van 222 schoolorganisaties gegrond verklaard. Zij zijn onderwijsbekostiging misgelopen in de overgangsperiode (augustus – december 2022) voorafgaand aan de vereenvoudiging van de bekostiging in het primair onderwijs.
De rechtbank gaf de schoolbesturen gelijk en oordeelde dat de staatssecretaris het tekort moet aanvullen. De staatssecretaris is tegen die uitspraak in hoger beroep gegaan. Op het moment van schrijven loopt de hogerberoepsprocedure nog. De zitting staat gepland voor het najaar van 2025.
67
4.11 Baten
3.1 Rijksbijdragen
Bedragen in euro’s
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Rijksbijdragen 3.1.1 Rijksbijdrage OCW
46.276.540
45.309.136
43.626.533
832.870
587.820
3.361.932
3.1.5 Opbrengsten Passend Onderwijs
1.446.463
1.121.325
1.533.025
Totaal rijksbijdragen
48.555.873
47.018.281
48.521.490
3.1.2 Overige subsidies OCW
De rijksbijdragen zijn uitgekomen op € 48,6 miljoen (2023: € 48,5 miljoen). Hiervan is € 1,6 miljoen aanvullende bekostiging voor nieuwkomersonderwijs (2023: € 2,2 miljoen). De forse verlaging van de post Overige subsidies OCW wordt veroorzaakt doordat in 2023 de laatste tranche van de NPO subsidies zijn uitgekeerd (circa € 2 miljoen). In deze post zijn o.a. de subsidies voor basisvaardigheden, brugfunctionaris en zij-instromers opgenomen. 3.2 Overige overheidsbijdragen en subsidies
Bedragen in euro’s
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Overige overheidsbijdragen en -subsidies 3.2.1 Gemeentelijke bijdragen en subsidies
263.378
229.529
3.2.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies
21.185
29.161
Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies
284.563
258.690
Subsidies afkomstig van gemeenten zijn bedoeld om bij te dragen (stimuleringsgelden) in de ontwikkeling van specifieke beleidsterreinen, zoals schakelklassen en school- begeleidingsactiviteiten.
Bedragen in euro’s
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Overige baten 3.5.1 Verhuur
176.927
145.000
3.5.2 Detachering personeel
17.500
6.453
3.5.3 Overig baten
321.502
209.401
Totaal overige baten
515.929
145.000
196.520
412.374
3.5 Overige baten De baten voor het gebruik van ruimtes in de scholen is gedaald. Dit wordt veroorzaakt doordat er iets minder locaties zijn met kinderopvang. In de post overige baten zijn overige ontvangsten geboekt van diverse instanties zoals bijvoorbeeld van de Hogeschool Utrecht voor begeleiding van studenten. 68
4.12 Lasten 4.1 Personeelslasten
Bedragen in euro’s
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Personeelslasten 4.1.1 Lonen en salarissen
37.829.688
38.545.698
35.976.881
4.1.2 Overige personele lasten
4.810.090
2.689.446
4.025.443
4.1.3 Af: uitkeringen
-514.803
Totaal personeelslasten
-361.513
42.124.976
41.235.144
39.640.811
Brutolonen en salarissen
29.213.353
30.558.550
27.530.153
Sociale lasten
4.615.912
3.884.745
4.421.616
Pensioenpremies
4.000.423
4.102.403
4.025.112
Lonen en salarissen
37.829.688
38.545.698
35.976.881
-92.666
165.000
543.096
Personeel niet in loondienst
2.891.681
95.625
1.809.945
Overige
2.011.075
2.428.821
1.672.402
Overige personele lasten
4.810.090
2.689.446
4.025.443
Specificatie lonen en salarissen
Specificatie overige personele lasten Dotaties personele voorzieningen
De personeelslasten zijn 2,5 miljoen euro hoger dan 2023. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere lonen en salarissen (€ 920.000), hogere kosten voor personeel niet in loondienst (€ 1.082.000) en overige personele kosten (€1.210.000). Daarentegen een lagere dotatie personele voorzieningen (€ 636.000) en hogere ontvangen uitkeringen (€ 92.000). In de lonen en salarissen is (extra) formatie ingezet voor uitvoering van Nationaal Programma Onderwijs ter hoogte van € 837.000. Dit bedrag wordt ten laste gebracht van de bestemmingsreserve NPO. In 2024 waren er gemiddeld 448,0 fte in dienst (2023: 450,2 fte). Ultimo 2024 waren 447,9 fte in dienst (2023: 444,5 fte).
69
Bezoldiging bestuurders en toezichthouders en wet normering topfunctionarissen (WNT) De wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector regelt dat inkomens die gefinancierd worden uit publieke middelen openbaar gemaakt moet worden. WereldKidz heeft geen topfunctionarissen in dienst die meer verdienen dan het bezoldigingsmaximum PO. Dit geldt overigens ook voor de leden van de raad van toezicht (voorzitter <15% van het maximum en leden <10% van het maximum). De bezoldiging van de voorzitter van het college van bestuur is vanaf 1 januari 2016 afhankelijk van het aantal complexiteitspunten. Voor WereldKidz is de complexiteit gelijk aan 12 punten: Klasse D. Het bijbehorende maximum aan beloning is gelijk aan € 181.000. De puntentelling is als volgt tot stand gekomen:
• • •
omzet (t-2) van WereldKidz ligt tussen de € 25 en € 75 miljoen (6 punten); leerlingaantal ligt tussen de 2.500 en 10.000 leerlingen (3 punten); aantal onderwijssoorten dat aangeboden wordt is 3 (per onderwijssoort één punt)
De inschatting is dat toekomstgericht de mate van complexiteit (score) stabiel blijft. Leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een termijn van vier jaar en treden af volgens een rooster van aftreden. Een aftredend lid is maximaal eenmaal herbenoembaar. De vergoeding bestaat uit een vaste periodieke beloning van € 6.000 per jaar (voorzitter € 9.000). In 2024 is in totaal € 33.000 aan vergoedingen verstrekt. Op de volgende bladzijdes staan de bezoldiging van de bestuurder en de leden van de raad van toezicht.
70
1.
Bezoldiging topfunctionarissen
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.
Gegevens 2024 Bedragen in euro’s
W.J. Wever
Functiegegevens
Voorzitter CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2024
01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
153.793
Beloningen betaalbaar op termijn
23.365
Subtotaal
177.158
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
181.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
Bezoldiging
N.v.t.
177.158
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2023 Bedragen in euro’s
W.J. Wever
Functiegegevens
Voorzitter CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2023
01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
146.982
Beloningen betaalbaar op termijn
23.234
Subtotaal
170.216
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
173.000
Bezoldiging
170.216 71
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 Gegevens 2024 Bedragen in euro’s
J.Steenvoorden
Functiegegevens
Bestuurder a.i.
Kalenderjaar Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde) Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar
2024 21/5 - 31/12 8 850
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar
221
Maxima op basis van de normbedragen per maand
231.600
Individueel toepasselijk maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
187.850
Bezoldiging (alle bedragen exclusief btw) Bezoldiging in de betreffende periode
142.954
Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
142.954
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging
n.v.t. 142.954
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
72
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen
Gegevens 2024 L. de Brito
O. Kramers
M. van Leeuwen
D. Kuijpers
J. Stamhuis
Lid RvT
Lid RvT
Lid RvT
Lid RvT
Functiegegevens
Voorzitter RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2024
01/01 31/12
01/01 31/12
01/01 31/12
01/01 31/12
01/01 31/12
Bezoldiging
9.000
6.000
6.000
6.000
6.000
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
27.150
18.100
18.100
18.100
18.100
-/- Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Bezoldiging
9.000
6.000
6.000
6.000
6.000
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
L. de Brito
O. Kramers
M. van Leeuwen
D. Kuijpers
J. Stamhuis
Lid RvT
Lid RvT
Lid RvT
Lid RvT
Functiegegevens
Voorzitter RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2023
01/01 31/12
01/01 31/12
01/01 31/12
01/01 31/12
01/01 31/12
Bezoldiging
9.000
6.000
6.000
6.000
7.260
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
25.950
17.300
17.300
17.300
17.300
Bedragen in euro’s
Bezoldiging
Gegevens 2023 Bedragen in euro’s
Bezoldiging
73
2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.
Gegevens 2024 Bedragen in euro’s
W.J. Wever
Functiegegevens Functie(s) bij beëindiging dienstverband
Voorzitter CvB
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Jaar waarin dienstverband is beëindigd
2025
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
70.473
Individueel toepasselijk maximum
75.000
Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband
70.473
Waarvan betaald in 2024
0
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
74
4.2 Afschrijvingen
Bedragen in euro’s
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Afschrijvingen 4.2.2 Materiële vaste activa
855.407
Boekresultaten materiele vaste activa
87.405
Totaal afschrijvingen
942.812
1.085.675
794.569 13.364
1.085.675
807.933
Het boekverlies in 2024 betreft voornamelijk schoolinventaris van WereldKidz Kievit wat is afgeboekt en om niet is overgedragen aan het nieuwe bestuur waar een groot deel van de leerlingen naar overgestapt zijn. 4.3 Huisvestingslasten
Bedragen in euro’s
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Huisvestingslasten 4.3.1 Huur
912.818
892.000
902.327
1.117.021
674.871
513.236
4.3.4 Energie & Water
503.998
576.636
536.716
4.3.5 Schoonmaakkosten
919.728
978.196
930.087
4.3.8 Overige huisvestingslasten
687.265
873.570
962.473
4.140.830
3.995.273
3.844.839
4.3.3 Onderhoud
Totaal huisvestingslasten
De huisvestingslasten zijn ten opzichte van 2023 gestegen met € 287.000. De stijging wordt vooral verklaard door meer (onvoorzien) onderhoud uit te voeren dan voorgaande jaren. Daarentegen is de dotatie voorziening groot onderhoud circa de helft lager dan in 2023, namelijk € 329.000 (2023: € 718.000). 4.4 Overige lasten
Bedragen in euro’s
Realisatie 2024
Begroting 2024
Realisatie 2023
Overige lasten Administratie en beheerslasten
1.337.164
1.528.246
1.303.336
Inventaris, apparatuur en leermiddelen
1.630.000
1.270.883
1.430.930
129.638
204.953
176.092
3.096.802
3.004.082
2.910.358
Overige Totaal overige lasten
Ten opzichte van 2023 zijn de overige lasten gestegen met € 195.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere leerlinggebonden kosten zoals leermiddelen en licenties. 75
Accountant honoraria Realisatie 2024
Bedragen in euro’s
Begroting 2024
Realisatie 2023
Onderzoek jaarrekening
56.870
Andere controleopdrachten
2.684
-
Andere niet controledienst
-
-
Fiscale adviezen
-
-
Accountantslasten
48.247
59.554
46.391
48.247
46.391
4.13 Financiële baten, lasten en buitengewoon resultaat 5 Financiële baten en lasten Realisatie 2024
Bedragen in euro’s
Begroting 2024
Realisatie 2023
Financiële baten en lasten Rentebaten
74.797
Totaal financiële baten en lasten
74.797
8.168 0
8.168
Vanaf eind november doet WereldKidz mee met schatkistbankieren. Dit levert een hogere rentevergoeding op dan bij de huisbankier. 4.14 Model E: Verbonden partijen Eigen vemogen 31-12-2024
Resultaat 2024
Art 2: 403 BW
Deel-name (%)
Consolidatie (%)
Nummer KvK
Vereniging Zeist
4
58243542 n.v.t
n.v.t
Nee
n.v.t
n.v.t
Stichting Passenderwijs
Stichting
4
56956274 n.v.t
n.v.t
Nee
n.v.t
n.v.t
Samenwerkingsverband Rijn & Gelderse vallei PO
Vereniging Ede
4
58964789 n.v.t
n.v.t
Nee
n.v.t
n.v.t
Samenwerkingsverband VO Zuidoost Utrecht
Vereniging Zeist
4
30225446 n.v.t
n.v.t
Nee
n.v.t
n.v.t
Woerden
Code activiteiten
Statutaire Zetel
Juridische vorm
Samenwerkingsverband PO Zuidoost Utrecht
Code activiteiten: 1: contractonderwijs, 2 contractonderzoek, 3 onroerende zaken, 4. overig 4.15 Gebeurtenissen na balansdatum Er hebben zich na het opmaken van de jaarrekening geen gebeurtenissen van betekenis voorgedaan die nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum. 76
4.16 Ondertekening Voorzitter college van bestuur (op interim basis)
Judith Steenvoorden
Leden raad van toezicht
Lara de Brito
Olivia Kramers
Marc van Leeuwen
Dieneke Kuijpers
Jellienke Stamhuis
Zeist, 4 juni 2025
77
Overige gegevens
Groningensingel 1 Postbus 9221 6800 KB ARNHEM telefoon (088) 236 7777 e-mail Audit@Flynth.nl
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan de raad van toezicht van Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2024 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2024 van Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland te Zeist gecontroleerd. Naar ons oordeel: ▪
geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland op 31 december 2024 en van het resultaat over 2024 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs;
▪
zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2024 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024.
De jaarrekening bestaat uit: 1.
de balans per 31 december 2024;
2.
de staat van baten en lasten over 2024; en
3.
de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Stichting Openbaar Onderwijs Rijn- en Heuvelland zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2024 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.
Flynth Audit B.V. is lid van BKR International. Bankrekeningnummer IBAN NL67 RABO 0106 6642 20 - BIC: RABONL2U. Handelsregister 09063021. www.flynth.nl. Dienstverlening vindt plaats onder algemene voorwaarden, op aanvraag verkrijgbaar en gedeponeerd bij de KvK in Arnhem.
Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie Het jaarverslag omvat andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. De andere informatie bestaat uit: •
bestuursverslag;
•
overige gegevens.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: •
met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
•
alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en op grond van de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024 is vereist.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het college van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het college van bestuur en de raad van toezicht voor de jaarrekening Het college van bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Het college van bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024. In dit kader is het college van bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het college van bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het college van bestuur afwegen of de onderwijsinstelling in staat is haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het college van bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het college van bestuur het voornemen heeft om de onderwijsinstelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het college van bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten toelichten in de jaarrekening.
De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderwijsinstelling. 661038667/MV/1150
2
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht, dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: •
het identificeren en inschatten van de risico’s -
dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten;
-
van het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, die van materieel belang zijn;
•
het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
•
het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderwijsinstelling;
•
het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het college van bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
•
het vaststellen dat de door het college van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;