LIS2024.187a Prov. Gelderland (bijlage 1)
Tekst van het document
3.7.6
De Concessiehouder mag tijdens de herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie, meivakantie en zomervakantie van de middelbare scholen een aangepaste Dienstregeling aanbieden. Het Concessiegebied valt in twee vakantieregio’s (Midden en Zuid), de overheersende scholierenstroom van een lijn bepaalt welke vakantieregio op die lijn van toepassing is. Het is toegestaan per lijn maximaal drie dienstregelingperiodes aan te bieden (bijvoorbeeld: standaard, vakanties en stillere weken voorafgaand aan de zomervakantie) mits dit voor reizigers helder is vormgegeven. Voor elke Dienstregeling gelden de minimumeisen ten aanzien van bedieningstijden en frequenties zoals opgenomen in paragraaf 3.2. De dienstregeling in de zomervakantie duurt maximaal acht weken.
3.7.7
De Concessiehouder mag op Tweede Paasdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag en de vrijdag daarna, Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag en Nieuwjaarsdag een aangepaste Dienstregeling hanteren, bijvoorbeeld de Dienstregeling zoals die geldt op zaterdag of zondag; dit onder de voorwaarde dat de aangepaste Dienstregeling voldoet aan de minimumeisen ten aanzien van bedieningstijden en frequenties en passend is bij de vervoervraag. Voor Oudjaarsavond mag de Concessiehouder de diensten op een tijdstip beëindigen dat aansluit bij wat landelijk gebruikelijk is.
3.7.8
De Concessiehouder geeft in zijn informatie aan Reizigers duidelijk aan in welke periode(n) een aangepaste Dienstregeling geldt.
3.7.9
Wijzigingen in de Dienstregeling die effect hebben op het vervoeraanbod uitgedrukt in Dienstregelingsuren en/of Dienstregelingskilometers worden financieel verrekend overeenkomstig de Financiële bepalingen.
22
Programma van Eisen 19 november 2024
4
Infrastructuur
Reizigers bouwen hun reis op zekerheden. Haltes en routes markeren een aantal zekerheden die het Openbaar Vervoer aan Reizigers kan bieden. De Concessiehouder, Concessieverlener en Wegbeheerders hebben bij het uitvoeren van de Concessie verantwoordelijkheden in het creëren van zekerheid omtrent de infrastructuur. De eisen hieronder verschaffen duidelijkheid in de plichten en verantwoordelijkheden en daarmee de ontwikkelruimte die de Concessiehouder heeft.
23
Programma van Eisen 19 november 2024
4.1
Weginfrastructuur en wegomleidingen
Weginfrastructuur
4.1.1
De Concessiehouder gebruikt voor de uitvoering van de Concessie de voor Openbaar Vervoer beschikbare (weg)infrastructuur. Bij de start van de Concessie betreft dit de bestaande infrastructuur alsmede infrastructuur waarvan de beschikbaarheid op basis van de in het kader van de aanbesteding van de Concessie verstrekte informatie als bekend mag worden verondersteld. Zie hiervoor onder andere het overzicht met de infrastructurele beperkingen en de plannen van de wegbeheerders (o.a. ten aanzien van snelheidsaanpassingen op het Informatieportaal.
4.1.2
De Concessiehouder maakt, voor zover relevant, verplicht gebruik van aanwezige OVinfrastructuur (zoals busbanen en busstroken), zowel bestaande als nieuw aan te leggen, tenzij de Concessieverlener hiervoor ontheffing heeft verleend.
4.1.3
De Wegbeheerder kan wijzigingen aanbrengen in de beschikbare wegen en/ of hier snelheidsremmende maatregelen op aanbrengen. Indien de Concessiehouder en/of Concessieverlener hiervan kennis heeft, maken de Concessieverlener en de Concessiehouder afspraken over de effecten op het Openbaar Vervoer.
4.1.4
De Concessiehouder stelt een vertegenwoordiger aan die als contactpersoon voor de Wegbeheerders fungeert. Deze contactpersoon is ter zake kundig, beschikbaar en aanspreekbaar en is gemachtigd om namens de Concessiehouder afspraken met de Concessieverlener en Wegbeheerders te maken over gebruik en aanpassingen van de voor Openbaar Vervoer beschikbare infrastructuur.
4.1.5
Bij voorstellen voor wijzigingen in de lijnvoering, waaronder het aanbieden van nieuwe Lijnen, gaat de Concessiehouder zoveel mogelijk uit van de voor Openbaar Vervoer beschikbare infrastructuur, waaronder bestaande Haltes en OV-infrastructuur, teneinde benodigde investeringen in aanpassingen van bestaande en aanleg van nieuwe infrastructuur te beperken. Als aanpassingen toch nodig blijken, licht de Concessiehouder nut en noodzaak van deze aanpassingen aan de Concessieverlener en de betreffende Wegbeheerder(s) toe. De Concessiehouder kan bij zijn voorstellen er niet van uitgaan dat Wegbeheerder(s) deze aanpassingen zullen realiseren.
4.1.6
Voor zover een eventuele wijziging in het type Voertuigen dat hij op bepaalde Lijnen inzet een aanpassing van infrastructuur nodig maakt, stemt de Concessiehouder dit vooraf met de betreffende Wegbeheerder(s) af. Als voor de inzet van een (ander) type Voertuig aanpassingen van infrastructuur nodig zijn waartoe de Wegbeheerder(s) niet bereid is (zijn), zet de Concessiehouder een type Voertuig op de Lijn(en) in waarvoor geen aanpassingen van de infrastructuur nodig zijn of neemt hij in zijn Vervoerplan een voorstel tot wijzigen van de route van de Lijn(en) op (zie paragraaf 6.1.4c).
4.1.7
Ingeval de Concessiehouder en betreffende Wegbeheerder(s) geen overeenstemming kunnen bereiken over (aanpassingen van) de voor Openbaar Vervoer beschikbare infrastructuur, stelt de Concessiehouder de Concessieverlener daarvan op de hoogte, waarna de Concessieverlener tracht te bemiddelen. Indien deze bemiddeling niet succesvol is, beslist de Concessieverlener of de Bussen wel of niet gaan rijden en stelt deze Wegbeheerder(s) en Concessiehouder op de hoogte.
24
Programma van Eisen 19 november 2024
Wegomleidingen
4.1.8
Wanneer het handhaven van een route niet mogelijk is als gevolg van wegomleidingen bij werkzaamheden of Evenementen, dient de Concessiehouder in samenspraak met de wegbeheerder(s) Openbaar Vervoer via een alternatieve route te verrichten. In voorkomende gevallen licht de Concessiehouder vooraf, of indien dit niet mogelijk is zo snel mogelijk achteraf, zijn keuze voor de alternatieve route toe aan de Concessieverlener.
4.1.9
De Concessiehouder informeert Reizigers over routewijzigingen en zorgt ervoor dat zij hier zo min mogelijk overlast van ondervinden. Dit houdt in dat zo veel mogelijk van de Haltes van de reguliere route moeten worden bediend.
4.1.10
Uitgangspunt is dat de Concessiehouder een omleiding binnen de bestaande DRU’s oplost. Omleidingen tot 3 minuten extra rijtijd per Rit worden niet door de Concessieverlener vergoed. Eventuele extra DRU’s als gevolg van langere omleidingen dan de hiervoor genoemde 3 minuten worden vergoed tegen het Meerwerk-/ Minderwerktarief, nadat de Concessieverlener hiervoor opdracht heeft verstrekt.
4.1.11
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om bij langere routes als gevolg van wegomleidingen hogere Tarieven/reiskosten bij Reizigers in rekening te brengen. De Concessiehouder zorgt ervoor dat zijn systemen hierop tijdig zijn aangepast.
25
Programma van Eisen 19 november 2024
4.2
Haltes
Haltes
7
4.2.1
De Wegbeheerder is verantwoordelijk voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van Haltes. Het is aan de Concessiehouder om de Wegbeheerder zo nodig op deze verantwoordelijkheid te wijzen.
4.2.2
Met uitzondering van DRIS-panelen en andere namens de Concessieverlener of Wegbeheerders aangebrachte voorzieningen voor reisinformatie is de Concessiehouder verantwoordelijk voor plaatsing en onderhoud/reiniging van Haltepalen inclusief halteborden (L3-formaat) en haltevertrekstaatkasten. Dit laatste geldt niet voor Haltes voorzien van een abri met een vitrinekast. Ook bij haltes binnen het concessiegebied waar geen Lijnen van de Concessiehouder halteren, is de Concessiehouder verantwoordelijk voor plaatsing, onderhoud en reiniging van haltepaal, -bord en vertrekstaatkast. De richtlijnen voor de halteborden en vertrekstaatkasten staan in de Brandguide van RRReis.7
4.2.3
Voor het gebruik van Eindpuntvoorzieningen in Arnhem is de concessiehouder verplicht om een huurovereenkomst te sluiten met de gemeente. Deze overeenkomst is in bijlage C6 van de Aanbestedingsleidraad opgenomen. Voor gebruik van de overige Eindpuntvoorzieningen dient de concessiehouder zelf overeenkomsten af te sluiten met de betreffende Wegbeheerders.
4.2.4
De Haltepalen in de huidige concessie zijn het eigendom van de huidige concessiehouder en worden om niet overgedragen aan de nieuwe Concessiehouder. Tijdens de implementatieperiode dient de Concessiehouder te zorgen dat deze Haltepalen in lijn worden gebracht volgens het L3-formaat in RRReis-huisstijl.
4.2.5
De Concessiehouder (ver)plaatst geen Haltepalen zonder voorafgaande schriftelijke instemming van de betreffende Wegbeheerder.
4.2.6
De Concessiehouder zorgt er bij (ver)plaatsing van Haltepalen voor dat Reizigers, waaronder Reizigers in een rolstoel, geen hinder van de Haltepaal ondervinden en neemt hierbij de aanwijzingen van de betreffende Wegbeheerder in acht.
4.2.7
Op Haltes zonder abri en Haltes met abri maar zonder vitrinekast in de abri, bevestigt de Concessiehouder de haltevertrekstaatkast op zodanige hoogte op de Haltepaal dat de informatie in de haltevertrekstaatkast voor zowel Reizigers in een rolstoel als andere Reizigers goed leesbaar is.
4.2.8
De Concessiehouder gaat voor de benamingen en nummering van Haltes uit van de haltenamen en haltenummers uit het Centraal Halte Bestand (CHB) van het NDOV. Nummering kan worden aangepast voor implementatie in samenspraak met Concessieverlener.
4.2.9
De Concessiehouder verwijdert na voorafgaande schriftelijke instemming van de betreffende Wegbeheerder(s) Haltepalen bij Haltes waar niet langer Lijnen van de Concessiehouder of lijnen van concessiehouders van aangrenzende concessies halteren.
https://brandguide.rrreis.nl
26
Programma van Eisen 19 november 2024
4.3
Trolleynetwerk en OV-vastgoed Arnhem
Trolleynetwerk en OV-vastgoed Arnhem
4.3.1
Concessiehouder moet de trolleyinfrastructuur in de gemeenten Arnhem, Rheden en Renkum gebruiken, in elk geval voor de stadslijnen waar nu gebruik wordt gemaakt van de trolleyinfrastructuur. De Gemeenten en de gemeenten Renkum en Rheden hebben vastgesteld dat de trolleyinfrastructuur één zaak is die door natrekking geheel (dus met inbegrip van alle onderdelen) eigendom is van de gemeente Arnhem. Voor het gebruik van de trolleyinfrastructuur dient de Concessiehouder een bruikleenovereenkomst met de gemeente Arnhem te sluiten. Deze is opgenomen in bijlage C7.
4.3.2
Het is toegestaan in de Inschrijving uitbreiding van de bediening met trolley 2.0-bussen aan te bieden. Concessiehouder mag er bij Inschrijving niet vanuit gaan dat de Concessieverlener investeert in uitbreiding van de trolleyinfrastructuur. Indien de Concessieverlener zelf investeert in nieuwe trolleyinfrastructuur in de vorm van extra bovenleiding en onderstations, dan is de overnameregeling ZE-bussysteem daarop niet van toepassing. Die is wel van toepassing zijn op laadpunten in de openbare ruimte, dus ook laders voor trolley 2.0-bussen.
4.3.3
De gemeente Arnhem is verantwoordelijk voor het lange termijn onderhoud aan de trolleyinfrastructuur. De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het reguliere onderhoud van de bovenleiding van de trolleyinfrastructuur. In bijlage C8 is een omschrijving opgenomen van de activiteiten die horen bij het reguliere onderhoud. Deze vormt voor de Concessiehouder de basis, tijdens de implementatiefase kan deze na overleg met de Concessiehouder en de gemeente Arnhem worden aangescherpt. Met de zittende concessiehouder is overeengekomen dat de monteurs worden beschouwd als direct personeel. De kosten voor materialen die nodig zijn voor het reguliere onderhoud aan de bovenleiding worden jaarlijks via een subsidie vergoed door de Concessieverlener (zie artikel 4.1 van de Financiële bepalingen). De monteurs van de zittende concessiehouder worden ook ingezet voor niet-reguliere werkzaamheden aan de bovenleiding. Een overzicht van de niet-reguliere werkzaamheden is opgenomen is opgenomen in bijlage C8. De kosten voor materialen die gekoppeld zijn aan niet-reguliere werkzaamheden aan de bovenleiding worden in rekening gebracht bij de gemeente Arnhem of verhaald op een Derde.
4.3.4
De Concessiehouder dient te zorgen dat er voldoende onderdelen op voorraad zijn voor het uitvoeren van het onderhoud aan de bovenleiding. De zittende concessiehouder heeft een overzicht opgesteld van de voorraden onderdelen voor de trolleyinfrastructuur, inclusief de inkoopprijzen. Dit overzicht is opgenomen op het Informatieportaal. Er geldt geen overnameverplichting voor de onderdelen van de trolleyinfrastructuur. De zittende concessiehouder heeft aangegeven dat hij in de basis bereid is deze te verkopen. De Concessieverlener heeft hier geen rol in.
4.3.5
De gemeente Arnhem is eigenaar van de onderstations voor de trolleyinfrastructuur en verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de onderstations. De Concessiehouder voert geen onderhoudswerkzaamheden uit aan installaties in de onderstations. De gemeente Arnhem zal de komende jaren gelijkrichters in de onderstations vervangen. Zowel Concessiehouder als Concessieverlener worden actief betrokken bij deze plannen. Bij de Inschrijving hoeft de Concessiehouder hier nog geen rekening mee te houden. Tijdens de implementatiefase wordt hierover nader overlegd en wordt een aanpak uitgewerkt. Hierbij geldt de regeling Meer- en Minderwerk zoals opgenomen in artikel 17 van de Financiële bepalingen.
27
Programma van Eisen 19 november 2024
4.4
4.3.6
De Concessiehouder dient voor de levering van stroom voor de trolleyinfrastructuur een overeenkomst af te sluiten met een energieleverancier. Hierbij dient sprake te zijn van Hernieuwbare energie.
4.3.7
De Concessiehouder is gehouden voor de duur van de Concessie de remise aan de Westervoortsedijk 4 te Arnhem te gebruiken. Hiervoor moet een bruikleenovereenkomst met de gemeente Arnhem worden gesloten. De bruikleenovereenkomst is toegevoegd in bijlage C9.
4.3.8
Concessieverlener dient een bruikleenovereenkomst te sluiten met de gemeente Arnhem ten aanzien van het overdekte bussenplein. Deze bruikleenovereenkomst is opgenomen in bijlage C10. Nota Bene: Waterstofbussen zijn niet toegestaan in het overdekte bussenplein. Ook mogen bussen daar niet laden. Wel mogen de Inschrijvers er vanuit gaan dat elektrische Bussen kunnen worden ingezet in het overdekte bussenplein.
4.3.9
In het verleden is de mogelijkheid besproken van de herontwikkeling van de remise. Op dit moment is daar geen plan voor. Concessieverlener en gemeente Arnhem hebben de intentie uitgesproken gezamenlijk een verkenning te starten voor een nieuwe locatie, die geschikt is voor de bus- en trolleyexploitatie. De Concessiehouder is gehouden mee te werken aan de ontwikkeling van en de verhuizing naar een nieuwe locatie van de remise. De Concessiehouder is in dat geval verplicht om de nieuwe remise te gebruiken gedurende de (resterende) concessieperiode. De randvoorwaarden waaronder dit gebeurt zijn punt van overleg. Bij een eventuele verplaatsing van de remise worden de eventuele meer- of minderkosten voor de ov-exploitatie op het moment van de verplaatsing in overleg tussen de Concessiehouder en Concessieverlener vastgesteld. Extra kapitaallasten van een eventuele verplaatsing van de remise is een zaak waar de Concessiehouder buiten staat.
4.3.10
Concessiehouder dient op eerste verzoek van Concessieverlener binnen twee maanden alle gegevens inzake de werkprocessen, onderhoud, beheer, belasting en tekeningen ten aanzien van de trolleyinfrastructuur en eventueel van de trolleybussen op eerste verzoek van de Concessieverlener te verstrekken aan Concessieverlener of een derde.
Overige remises en pauzevoorzieningen
Overige remises en pauzevoorzieningen
4.4.1
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het beschikbaar hebben en beheer en onderhoud van voldoende remises, stallingen, werkplaatsen en pauzevoorzieningen (zoals genoemd in Artikel 30, lid 4 van de CAO openbaar vervoer) voor de uitvoering van de Concessie.
4.4.2
De Concessiehouder krijgt de beschikking over de remise plus opstallen aan de Industrieweg 107-109 te Nijmegen. De concessiehouder sluit daarvoor een huurovereenkomst met de Concessieverlener. De huurovereenkomst is in bijlage C11 opgenomen.
4.4.3
De Concessiehouder krijgt de beschikking over remises in Bemmel. Hierbij moet de grond gehuurd worden van de gemeente Lingewaard. De aanbieding van de gemeente Lingewaard is in bijlage C12 opgenomen. Na de gunning dient de Concessiehouder een huurovereenkomst te sluiten met de gemeente Lingewaard. De zittende vervoerder heeft geïnvesteerd in de opstallen op de remise, inclusief de verharding. Hiervoor geldt een overnameverplichting. De waarde hiervan is opgenomen in bijlage C13. Aan het einde van
28
Programma van Eisen 19 november 2024
de Concessie worden de overgenomen opstallen volgens dezelfde manier van afschrijving aanboden in de opvolgende concessie.
4.5
4.4.4
Voor de pauzevoorzieningen op stations Nijmegen, Ede-Wageningen en Zevenaar dient de Concessiehouder ruimtes huren van NS Stations. De aanbieding is opgenomen in bijlage C14. De bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 2024. Het is bedoeld voor rekendoeleinden, om contact te leggen dienst gebruikt te worden van het formulier intake niet-geregulierde diensten van NS Stations. Contactpersoon is Suzanne Steenbergen, mailadres suzanne.steenbergen@nsstations.nl.
4.4.5
Op dit moment huurt de zittende concessiehouder de Bergstraat 1 als pauzevoorziening bij Arnhem CS. Deze is ook bij de start van de nieuwe Concessie beschikbaar. De Concessiehouder dient hiervoor een huurovereenkomst af te sluiten voor deze ruimte met de gemeente Arnhem. Deze wordt gebaseerd op de ROZ kantoorruimte, versie 2015. Het huurbedrag is (volgt) per jaar.
Laadinfrastructuur t.b.v. Bussen en Auto’s
Laadinfrastructuur t.b.v. Bussen en Auto’s
4.5.1
In opdracht van de Concessieverlener heeft de zittende concessiehouder bij Liander een aanvraag gedaan voor zware aansluitingen op de remises in Nijmegen en Bemmel. Voor Nijmegen is een aanvraag gedaan voor 5 MVA aansluiting, voor Bemmel van 3 MVA. De aanbiedingen van Liander worden geplaatst op het Informatieportaal. De aansluitingen komen op naam van de Concessiehouder. De Concessieverlener vergoed deze kosten.
4.5.2
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van te realiseren Energievoorziening en Laadinfrastructuur op de remises.
4.5.3
De Concessiehouder stemt de vormgeving en aanleg van Laadinfrastructuur af met de desbetreffende Wegbeheerder(s) of particuliere grondeigenaren rekening houdend met de ruimtelijke inpassing van de Laadinfrastructuur.
4.5.4
De laders beschikken over een robuust hardware ontwerp (zonder gevaar voor corrosie) waarbij gebruik wordt gemaakt van hoogwaardige componenten om een hoge betrouwbaarheid te bieden.
4.5.5
De laadpaal is modulair opgebouwd met gebruik van open (hard- en software) interface standaarden tussen componenten en systemen, waardoor uitwisselbaarheid tussen toekomstige componenten en systemen gegarandeerd is. De firmware-opbouw voor de correcte dataverbinding tussen laadpaal en backofficesysteem is opgebouwd conform het actuele Open Charge Point Protocol (OCPP). In dit protocol staat beschreven hoe de communicatie tussen laadpaal en backofficesysteem moet plaatsvinden. De OCPP-specificatie en hulpmiddelen zijn te downloaden op www.openchargealliance.org. Ten aanzien van OCPP geldt dat bij een nieuwe release deze binnen een jaar geïnstalleerd dient te worden. Voor de implementatie van OCPP dient een certificaat te worden overgelegd o.b.v. de OCPP Compliant Test Tool (OCTT) voor zowel het CSMS (de backoffice) als de laadpaal, bij voorkeur door een aangesloten en onafhankelijk testlaboratorium. In overleg kan een vergelijkbaar testrapport gebaseerd op de OCTT mogelijk volstaan.
4.5.6
De Concessiehouder zorgt ervoor dat de Laadinfrastructuur blijvend voldoet aan de eisen met betrekking tot veiligheid, standaardisatie en interoperabiliteit, conform vigerende Europese normen. De Concessiehouder levert op het moment dat de Laadinfrastructuur voor het eerst operationeel is en na iedere upgrade de technische beschrijving van de
29
Programma van Eisen 19 november 2024
Laadinfrastructuur bij de Concessieverlener aan. In de documentatie staat in ieder geval benoemd aan welke protocollen de Laadinfrastructuur voldoet en op welke manier dit in lijn is met de Europese regelgeving. 4.5.7
4.6
Uiterlijk 1 jaar na start van de exploitatie van de Concessie met ZE-materieel (voor zover dit niet waterstofbussen zijn) dient de Concessiehouder haar cyber security maatregelen te hebben geïmplementeerd. Dit toont de Concessiehouder aan d.m.v. een cyber security testrapport (b.v. conform de richtlijnen uit de ENCS-protocollen of gelijkwaardig). Bij een update van de EV Charging Systems Security Requirements voldoet de Concessiehouder hier binnen uiterlijk 12 maanden na release aan. De Concessiehouder werkt mee aan pentesten t.b.v. cyber security indien de Concessieverlener dit wenst.
4.5.8
De Laadinfrastructuur inclusief de basisvoorzieningen moet voorbereid zijn op medegebruik door Derden, zoals bedoeld in artikel 4.5.9.
4.5.9
Tenzij de Concessiehouder naar het oordeel van de Concessieverlener aannemelijk maakt dat dit ten koste van de uitvoering van de Concessie gaat, reageert de Concessiehouder positief op verzoeken van Derden om gebruik te mogen maken van zijn Laadinfrastructuur. De Concessiehouder doet in voorkomende gevallen – binnen de grenzen van wat redelijk is vanuit het oogpunt van het garanderen van de eigen dienstverlening – de betreffende Derde een passend aanbod. Indien de Concessiehouder geen overeenstemming met de betreffende Derde kan bereiken, kan de Concessieverlener aan de Concessiehouder een aanwijzing voor een passend aanbod geven. De Concessiehouder geeft de Concessieverlener vooraf inzicht in de afspraken die de Concessiehouder met een Derde maakt, of voornemens is te maken, over medegebruik van de Laadinfrastructuur.
4.5.10
Meting en registratie van energie dienen plaats te vinden in overeenstemming met de Metrologiewet. Op grond van de Metrologiewet dienen de gebruikte meters (zowel aan de zijde van het net als die voor levering aan de klant) aan de eisen van de wet te voldoen en te blijven voldoen. Zolang er nog geen concrete eisen voor DC-meters in de wet zijn opgenomen, worden in deze context de geldende eisen voor AC-meters gehanteerd (voor zover technisch toepasbaar op DC-meters).
Overige infrastructurele voorzieningen
Overige infrastructurele voorzieningen
4.6.1
De Concessiehouder werkt proactief en constructief mee aan het optimaal functioneren van KAR (korte afstand radio)-installaties (en, voor zover nog in gebruik, Vetag/Vecom) bij VRI’s (verkeersregelinstallaties) en op OV-infrastructuur.
30
Programma van Eisen 19 november 2024
5
Uitvoering Dienstregeling
Voor Reizigers is een reis met het Openbaar Vervoer geen doel, maar een middel om op hun gewenste bestemming te komen. Reizigers hechten daarbij aan betrouwbaarheid, zekerheid, veiligheid, toegankelijkheid, snelheid en comfort van het Openbaar Vervoer. De Concessieverlener én Concessiehouder streven daarom continu naar een verbetering van de uitvoeringskwaliteit. Betrouwbaar Openbaar Vervoer uit zich in een punctueel uitgevoerde Dienstregeling met zo weinig mogelijk Rituitval. Voldoende comfortabele (zit)plaatsen in Voertuigen en een goede dienstverlening (ook bij bijzondere omstandigheden) geven Reizigers zekerheid dat zij altijd op een veilige, zorgeloze en comfortabele manier kunnen reizen. Deze uitgangspunten vormen het vertrekpunt voor de eisen die de Concessieverlener stelt aan vervoergarantie, Rituitval en Punctualiteit.
31
Programma van Eisen 19 november 2024
5.1
Vervoergarantie
Vervoergarantie
5.2
5.1.1
De Concessiehouder heeft een vervoerplicht: hij vervoert alle Reizigers die bij een Halte aanwezig zijn en die beschikken over een geldig Vervoerbewijs met de eerstkomende Rit die in de Geldende Dienstregeling is opgenomen.
5.1.2
De vervoerplicht zoals genoemd in artikel 5.1.1 geldt in principe ook bij Evenementen, zoals (niet uitputtend) de Nijmeegse Vierdaagse, Koningsdag, Bevrijdingsdag, evenementen in het Gelredome en Airborn Wandeltocht. Vooraf dient de Inschrijver in overleg te treden met de Concessieverlener en organisator of gemeente over de benodigde extra inzet. Hiervoor doet Concessiehouder een opgave van het aantal extra te rijden DRU’s, inclusief een voorstel voor de wijze van financiering. Concessiehouder geeft jaarlijks bij het vervoerplan een prognose van de extra te rijden DRU’s. Na goedkeuring door concessieverlener worden extra DRU’s tegen het reguliere meerwerktarief verwerkt in de jaarlijks subsidie. In het geval dat gemeenten/organisatoren en Concessiehouder het niet eens worden of indien het vervoer formeel valt onder “besloten vervoer” zijn gemeenten/organisatoren gerechtigd het evenementenvervoer bij een derde partij in te kopen. De Concessiehouder dient dit vervoer dan te gedogen. Eventueel door derden uitgevoerd evenementenvervoer mag het door de Concessiehouder uitgevoerde vervoer op geen enkele manier hinderen. Hierover zullen per geval afspraken gemaakt worden tussen de betrokken partijen. Eventuele kosten die ontstaan komen voor rekening van de gemeente, de evenementenorganisator of de vervoerder van het besloten vervoer.
5.1.3
In de Spits geldt op ritniveau dat maximaal 25% van de Reizigers in de Bus maximaal tien minuten mogen staan, op een enkele rit in de hyperspits (drukste half uur per Spits) maximaal 50% maximaal een kwartier.
5.1.4
Het is (ook tijdens de Spits) niet toegestaan dat Reizigers tijdens een Rit met Bus of Auto moeten staan op wegen waar de maximumsnelheid hoger is dan 80 kilometer per uur. Voor het Vervoerplan voor het eerste jaar van de Concessie gaat de Concessiehouder in ieder geval van deze eis uit. In de jaarlijkse vervoerplanprocedure kan de Concessiehouder bij de Concessieverlener een verzoek doen voor een uitzondering op deze eis begeleid met een onderbouwing hoe de veiligheid afdoende geborgd wordt.
5.1.5
De Concessiehouder zorgt ervoor dat buiten de Spits elke Reiziger op elke Rit met Bus een Zitplaats kan vinden. Tijdens Ritten met Auto’s dient elke Reiziger op elk moment een Zitplaats te hebben.
5.1.6
De vervoerplicht als bepaald in eis 5.1.1 geldt niet voor Buurtbussen. Eis 5.1.7 blijft onverkort van toepassing.
5.1.7
Bij een te voorziene extra vervoervraag zet de Concessiehouder extra capaciteit in om te voldoen aan de eisen 5.1.1 tot en met 5.1.6.
Rituitval en punctualiteit
Rituitval
5.2.1
De Concessiehouder spant zich maximaal in om Rituitval te voorkomen.
5.2.2
Voor de rituitval, waarbij geen sprake is van Overmacht, bedraagt op Lijnen in enige kalendermaand:
32
Programma van Eisen 19 november 2024
voor alle Lijnen gezamenlijk niet meer dan 0,4% van het totaal aantal Ritten van alle Lijnen volgens de Geldende Dienstregeling; per Lijn niet meer dan 1,0% van het totaal aantal Ritten van die Lijn volgens de Geldende Dienstregeling.
5.2.3
Als een Rit geheel of gedeeltelijk uitvalt, spant de Concessiehouder zich maximaal in om de overlast voor Reizigers tot een minimum te beperken, in ieder geval door hen te informeren over gewijzigde vertrektijden en alternatieve reismogelijkheden (ook buiten het Openbaar Vervoer).
5.2.4
Ingeval Reizigers bij Rituitval geen alternatieve reismogelijkheden met het Openbaar Vervoer hebben, zet de Concessiehouder uiterlijk binnen één uur nadat de eerste Rit is uitgevallen Vervangend Vervoer in.
5.2.5
Het Vervangend Vervoer is als zodanig herkenbaar en biedt voldoende capaciteit om alle Reizigers naar een nabijgelegen Halte of Station te vervoeren vanaf waar Reizigers hun reis kunnen vervolgen. Reizigers betalen voor dit reisalternatief niet meer dan het Tarief dat zij normaliter betalen voor hun reis met het Openbaar Vervoer. De Concessiehouder communiceert via alle communicatiekanalen duidelijk over dit alternatief.
5.2.6
De Concessiehouder biedt Reizigers met een mobiliteitsbeperking een reisalternatief wanneer hij, Voertuigen inzet die niet voldoen aan de eisen voor toegankelijkheid zoals bepaald in paragraaf 6.4. Dit reisalternatief voldoet aan de volgende eisen: a. Reizigers betalen voor dit reisalternatief niet meer dan het Tarief dat zij normaliter betalen voor hun reis met het Openbaar Vervoer. b. De Concessiehouder zorgt ervoor dat het alternatief even snel ter plaatse is als het niet toegankelijke Voertuig. c. De Concessiehouder communiceert via alle communicatiekanalen duidelijk over dit alternatief.
5.2.7
De Concessiehouder hoeft geen Vervangend Vervoer aan te bieden wanneer: a. het vanuit veiligheidsoverwegingen niet mogelijk is om met Vervangend Vervoer te rijden (bijvoorbeeld bij extreme weersomstandigheden); b. Haltes, ook via alternatieve routes, niet bereikbaar zijn met Openbaar Vervoer.
5.2.8
Ingeval de Concessiehouder van mening is dat hij geen Vervangend Vervoer hoeft aan te bieden, informeert hij de Concessieverlener binnen 120 minuten na aanvang van de Rituitval (i.e. het tijdstip waarop de eerste uitgevallen Rit volgens de Geldende Dienstregeling van een Halte had moeten vertrekken) over de reden hiervoor, teneinde zich op de in artikel 5.2.6 genoemde situaties te kunnen beroepen.
5.2.9
In het geval een Reiziger als gevolg van vertraging of Rituitval van een door de Concessiehouder gereden Rit (Bus of Auto) zijn laatst mogelijke Aansluiting van de dag mist, biedt de Concessiehouder deze Reiziger op eigen kosten binnen 60 minuten Vervangend Vervoer (naar bestemmingen binnen Nederland) of een hotelovernachting aan. Gebruik van het Vervangend Vervoer brengt geen extra reiskosten voor Reizigers met zich mee.
Punctualiteit
5.2.10
De Concessiehouder spant zich maximaal in om Ritten op tijd te laten vertrekken en te laten arriveren.
5.2.11
De Concessiehouder zorgt ervoor dat Ritten nooit eerder vanaf Tijdhaltes (Bussen en Auto’s) vertrekken dan de vertrektijd zoals opgenomen in de Geldende Dienstregeling.
5.2.12
Naast Beginpunten, OV-knooppunten en Eindpunten, zullen nadere Tijdhaltes in de implementatie worden afgestemd en door Concessieverlener worden vastgesteld.
33
Programma van Eisen 19 november 2024
5.2.13
De Concessiehouder zorgt ervoor dat van alle Ritten van een Lijn in iedere kalendermaand ten minste 90% arriveert binnen 180 seconden na de aankomsttijd zoals vermeld in de Geldende Dienstregeling op Tijdhaltes van de betreffende Rit.
5.2.14
Als de punctualiteitseisen uit artikel 5.2.12 voor een Buurtbuslijn niet haalbaar zijn, gaat de Concessiehouder met de betreffende buurtbusvereniging in overleg om gezamenlijk te bepalen hoe een betere uitvoering van de Dienstregeling mogelijk is.
34
Programma van Eisen 19 november 2024
Materieel
6
Reizigers en Personeel voelen zich prettig wanneer de Voertuigen waarin ze reizen en werken veilig, toegankelijk, comfortabel en netjes zijn. Tijdens de Concessie vinden verdere stappen plaats in de transitie naar zero emissie. Dit hoofdstuk beschrijft de daarmee samenhangende eisen. Dit hoofdstuk bevat de eisen waaraan Voertuigen die de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie inzet of laat inzetten, minimaal moeten voldoen. Dit betreft zowel algemene technische eisen als functionele eisen ten aanzien van veiligheid, toegankelijkheid, comfort en netheid.
6.1
Algemene en technische eisen
Algemene eisen
6.1.1
De eisen ten aanzien van het Materieel gelden voor Voertuigen die: a. de Concessiehouder zelf voor de uitvoering van de Concessie inzet; b. die in opdracht van de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie door derden worden ingezet.
6.1.2
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat het Materieel in overeenstemming is (en blijft) met alle eisen die bij of krachtens wet- en regelgeving op het Materieel van toepassing zijn.
6.1.3
Voor alle typen Bussen en Auto’s gelden dezelfde eisen, tenzij in het PvE en/of in bijlage C15 specifiek anders is aangegeven.
6.1.4
In alle gevallen stemt de Concessiehouder de aantallen en kenmerken van de Voertuigen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet, af op: a. het verwachte aantal Reizigers; b. de capaciteit van de Voertuigen (bijvoorbeeld het aantal Zitplaatsen); c. de infrastructuur (o.a. qua lengte, hoogte, breedte, draaicirkel, afstand bodem tot het wegdek, toegestane aslast en aandrijving). De Concessiehouder gaat bij het opstellen van het Vervoerplan bij de Wegbeheerders na of de typen Voertuigen die hij op een Lijn wil inzetten aansluiten bij de capaciteit en beperkingen van de betreffende infrastructuur (zie ook paragraaf 4.1). Op sommige locaties kan een regeling van kracht zijn (bijvoorbeeld geslotenverklaring) waarvoor een ontheffing nodig is. De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het tijdig aanvragen van vergunningen en ontheffingen.
6.1.5
De Concessiehouder garandeert dat alle systemen, apparatuur, functies, etc. waarover eisen zijn opgenomen werkend zijn.
Technische eisen
6.1.6
Bussen en Auto’s zijn in ieder geval voorzien van de volgende apparatuur: a. Een voertuigvolgsysteem (VVS), onder meer ten behoeve van de levering van actuele gegevens zoals bedoeld in paragraaf 13.1. b. Een KAR-systeem en (zolang wegbeheerders dit toepassen) een VETAG/VECOM-systeem. Op het moment dat wegbeheerders i-VRI's implementeren werkt Concessiehouder constructief mee aan de implementatie. Concessiehouder zorgt dat het Materieel beschikt over een systeem dat met de boordcomputer geïntegreerd is, waarmee VRI's en andere intelligente OV-infrastructuur conform de i-VRI standaarden adequaat kunnen worden beïnvloed.
35
Programma van Eisen 19 november 2024
c. een communicatiesysteem waarmee: (i) het Personeel en bestuurders van Buurtbussen te allen tijde contact kunnen opnemen met de verkeersleiding van de Concessiehouder en (ii) bestuurders van Buurtbussen onderling en met de buurtbuscoördinator contact kunnen opnemen. d. vaste Check-in-check-out-apparatuur en betaalapparatuur (zie ook paragraaf 8.1); e. een dynamisch reisinformatiesysteem (minimaal één display per Bus of Auto) voor het tonen van reisinformatie (zie artikel 7.2.6); f. een (automatisch) halteomroepsysteem (zie artikel 6.4.2), met uitzondering van Auto’s; g. camera’s die voldoen aan de eisen in paragraaf 12.6. h. een communicatiesysteem waarmee buschauffeurs direct andere bussen kunnen bereiken ("kortverkeer") bijvoorbeeld om een Aansluiting te verzekeren. 6.1.7
De Concessiehouder zorgt dat alle apparatuur in de Bussen en Auto’s goed werkt en test de werking van de apparatuur in ieder geval voor aanvang van de Concessie en bij instroom/vervanging van Voertuigen en vervanging van apparatuur tijdens de looptijd van de Concessie. De Concessiehouder verstrekt uiterlijk twee maanden voor de start van de Concessie en voor de instroom/vervanging van (apparatuur in) Bussen en Auto’s aan de Concessieverlener een rapport waaruit blijkt dat de apparatuur in de Bussen en Auto’s aan de eisen voldoet.
6.1.8
Bussen en Auto’s zijn voorzien van een dodehoekspiegel of camera-monitoringsysteem. In geval van gebruik van dodehoekspiegels voorziet de Concessiehouder elke stallingslocatie van een spiegelafstelplaats en instrueert hij chauffeurs periodiek over het correct afstellen van de spiegels.
6.1.9
Auto’s zijn voorzien van: a. Een comfortabele verende chauffeursstoel b. automatische transmissie c. Airconditioning d. achterruitenwisser en raamverwarming achterdeuren e. achteruitrijcamera f. mistlampen aan de voorzijde g. elektrische buitenspiegels h. programmeerbare standkachel
8
6.1.10
De Concessieverlener ziet de gebruikerstoepassing “geconditioneerde coöperatieve OV prioriteit” als een belangrijke toepassing voor bevordering van de doorstroming bij kruispunten. Implementatie van deze coöperatieve toepassing (via cellulaire techniek) vraagt aanpassingen van bestaande verkeersregelinstallaties. De Concessiehouder werkt vanuit zijn eigen rol en mogelijkheden actief aan deze aanpassingen mee, onder meer door ervoor te zorgen dat de Bussen en Auto’s geschikt zijn voor het uitvoeren van C-ITS-prioritering bij de betreffende verkeersregelinstallaties.
6.1.11
De Concessiehouder en zijn Bussen en Auto’s voldoen aan de eisen en afspraken binnen het partnership Talking Traffic. CROW legt de standaarden vast in CROW-publicaties en plaatst deze op de website.8 Uiterlijk twee maanden voor aanvang van de Concessie toont de Concessiehouder aan dat hij aan deze eisen voldoet.
Zie: http://www.crow.nl/thema-s/verkeersmanagement/landelijke-ivri-standaarden
36
Programma van Eisen 19 november 2024
6.2
Trolleybussen
Trolleybussen
6.3
6.2.1
De Concessiehouder is verplicht 41 trolleybussen en bijbehorende reservedelen over te nemen van de zittende concessiehouder. De waardebepaling is opgenomen in bijlage C16. De zittende concessiehouder heeft besloten om 9 trolleybussen die bij de start van de Concessie ouder dan 15 jaar zijn aan te bieden. De aanbieding is opgenomen in bijlage C17. Indien de Concessiehouder hier gebruik van maakt verleent de Concessieverlener toestemming deze in te zetten, maar in totaal mogen deze trolleybussen niet langer dan 20 jaar ingezet worden vanaf het moment van de eerste inzet.
6.2.2
De Concessiehouder zorgt dat er voldoende trolleybussen zijn om de trolleylijnen te exploiteren. Het gaat hier dan om de stadslijnen in Arnhem waar nu al trolleybussen rijden, maar ook de route Arnhem - Wageningen waar trolleybussen dienen te worden ingezet die batterijen aan boord hebben (trolley 2.0). In Bijlage C1 is gespecificeerd welke lijnen met trolleybussen moeten worden gereden.
6.2.3
Op de (huidige en toekomstige) trolleybuslijnen dienen in principe alleen trolleybussen ingezet te worden. Naast Overmacht mag maximaal 3% van de Ritten op maandbasis gereden worden door vervangende Bussen uit het overige wagenpark. Tot Dienstregelingjaar 2028 kan de Concessieverlener deze eis verruimen, indien de Concessiehouder hiervoor gegronde redenen aanvoert. Een reden hiervoor is wanneer bestelde nieuwe trolleybussen niet voor de start van Concessie geleverd kunnen worden.
6.2.4
De voor de uitvoering van de dienstregeling in te zetten trolleybussen mogen niet ouder zijn dan 15 jaar, tenzij de Concessieverlener schriftelijk toestemming verleent aan de Concessiehouder om hiervan af te wijken.
6.2.5
Indien de Concessiehouder tijdens de Concessie trolleybussen eerder dan na 15 jaar wil vervangen door nieuwe trolleybussen, dan is dit toegestaan.
6.2.6
De trolleybussen die aan het einde van de Concessie nog geen 15 jaar oud zullen onder de Overnameregeling ZE-bussysteem vallen, deze is opgenomen als bijlage E. Voor trolleybussen geldt een lineaire afschrijving over een periode van 15 jaar, eventueel gecorrigeerd op basis van een door een onafhankelijke partij uit te voeren schouw van de staat van de voertuigen ten tijde van de overdracht.
Duurzaamheid en circulariteit
Duurzaamheid
6.3.1
De Concessiehouder streeft bij de uitvoering van het Openbaar Vervoer blijvend naar: a. beperking van het energieverbruik; b. minimalisatie van de uitstoot van schadelijke stoffen, geluids- en trillingshinder, emissie van zware metalen en chemisch afval.
6.3.2
Voor wat betreft milieuprestaties gelden de volgende bepalingen: a.
Nieuwe trolleybussen hebben geen verbrandingsmotor meer.
b.
Bij de start van de Concessie mogen bestaande Bussen en Auto’s worden ingezet. Ook mogen nieuwe CNG-bussen en nieuwe ZE-bussen instromen. Ook nieuwe CNG-bussen mogen de hele Concessieperiode ingezet worden. Vanaf 2030 geldt wel dat de DRU-factor voor een CNG-bus 0,9 is (zie paragraaf x van de Financiële bepalingen). Voor de inzet van
37
Programma van Eisen 19 november 2024
CNG-bussen na december 2029 geldt een weegfactor van 90% (zie paragraaf 3.2 van de Financiële bepalingen). b. Nieuwe Bussen en Auto’s die vanaf 2030 instromen in de Concessie zijn ZE-voertuigen. c. Vanaf 2030 mogen geen dieselbussen meer worden ingezet. d. De Opvolgende concessiehouder die medio .2036 gaat rijden mag alleen ZE-voertuigen inzetten. 6.3.3
Bestaande Bussen die worden ingezet voldoen qua milieuprestaties ten minste aan de Euro VI-norm (Bussen) en aan de Euro 6-norm (Auto’s) en hebben een werkend roetfilter met uitzondering van afwijkende materieeleisen als bepaald in Bijlage C15.
6.3.4
Bij de inzet van zowel bestaande als nieuwe CNG-bussen wordt gebruik gemaakt van groen gas als brandstof. Het aantonen van rijden op groen gas gebeurt via certificaten die via VertiCer worden uitgegeven.
6.3.5
Tijdens de looptijd van de Concessie zet de Concessiehouder Voertuigen in die qua milieuprestaties en qua inzet gemeten in Dienstregelingsuren ten minste voldoen aan hetgeen is opgenomen in de Inschrijving. Het is de Concessiehouder niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Concessieverlener minder Dienstregelingsuren met ZE-voertuigen uit te voeren dan in de Inschrijving is aangeboden.
6.3.6
De Concessiehouder maakt voor het laden van de ZE-voertuigen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet, uitsluitend gebruik van Hernieuwbare energie. De Concessiehouder toont door middel van het overleggen van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit aan dat alle gebruikte stroom afkomstig is uit hernieuwbare energiebronnen zoals omschreven in Richtlijn 2009/28/EG. Wanneer energiebronnen het predicaat ‘hernieuwbaar’ (gaan) verliezen, krijgt de Concessiehouder gedurende drie jaar gelegenheid om zijn energiecontracten aan te passen om te blijven voldoen aan de eis ten aanzien van het gebruik van Hernieuwbare energie. Garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit voldoen aan artikel 1, eerste lid van de Elektriciteitswet 1998 en zijn uitgegeven door een daartoe aangewezen instantie (artikel 73 tweede lid Elektriciteitswet 1998) of door een onafhankelijke instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie (artikel 76 eerste lid Elektriciteitswet 1998).
6.3.7
Met het gebruik van Hernieuwbare energie voor het opladen van de ZE-bussen en -auto’s, zoals omschreven in artikel 6.3.6, ontstaat bij de Concessiehouder de mogelijkheid voor de verkrijging van verhandelbare emissierechten (zoals hernieuwbare brandstofeenheden). De Concessiehouder laat de gebruikte Hernieuwbare energie registreren bij de Nederlandse Emissieautoriteit ten gunste van de Concessieverlener zonder dat de Concessieverlener terzake enige vergoeding verschuldigd is. De Concessieverlener bepaalt wat er met de verkregen verhandelbare emissierechten gebeurt.
6.3.8
Vanaf het moment dat de Concessiehouder nieuwe ZE-voertuigen inzet, zorgt de Concessiehouder er voor dat ook de apparatuur ten behoeve van Klimaatbeheersing in die Voertuigen, zoals standkachels of airconditioning volledig vrij is van uitstoot van schadelijke stoffen gemeten aan het Voertuig.
6.3.9
De Concessiehouder verleent zijn medewerking aan de uitvoering van beleid en initiatieven/pilots van of namens de Concessieverlener gericht op een verdere verduurzaming van de uitvoering van de Concessie.
38
Programma van Eisen 19 november 2024
Circulariteit
6.3.10
De Concessiehouder streeft bij de uitvoering van de Concessie blijvend naar vermindering van het primair grondstoffengebruik en maximalisatie van hergebruik van producten, materialen en grondstoffen en behoud van natuurlijke hulpbronnen (= circulaire economie).
6.3.11
De Concessiehouder treft binnen zijn bedrijfsvoering maatregelen gericht op circulariteit. De Concessiehouder richt zich daarbij op aspecten die vanuit het oogpunt van circulariteit het grootste effect sorteren, zoals de Batterijpakketten van ZE-voertuigen, de remises en de Laadinfrastructuur. Het gaat daarbij in ieder geval om: a. herkomst van materialen en producten b. langere levensduur, circulair ontwerp, ‘product as a service’, reparatie, hergebruik en recycling van gebruikte materialen en producten c. overige werkprocessen d. afspraken met leveranciers en afnemers.
6.3.12
De Concessiehouder levert als onderdeel van de duurzaamheidsrapportage (zie artikel 2.2.9) een overzicht van de resultaten (en impact in termen van reductie grondstoffengebruik en CO2) van de maatregelen op het gebied van circulariteit in het afgelopen kalenderjaar.
6.3.13
De Concessiehouder committeert zich aan de CO2-prestatieladder (SKAO). De Concessiehouder implementeert de CO2-prestatieladder en is binnen één jaar na start van de Concessie ten minste op trede 3 en binnen drie jaar na de start van de Concessie ten minste op trede 4 van de CO2-prestatieladder gecertificeerd.
39
Programma van Eisen 19 november 2024
6.4
Toegankelijkheid
Toegankelijkheid
6.4.1
Bussen, Taxibussen en Buurtbussen beschikken over ruimte voor ten minste één (elektrische) rolstoel, uitgaande van de maximale afmetingen van 120 cm lang, 70 cm breed en 109 cm hoog. In Bussen is deze ruimte voorzien van: een rolstoelbevestigingssysteem waarmee Reizigers met een rolstoel zichzelf zonder tussenkomst van andere personen kunnen vastzetten; een beugel ter voorkoming van het zijwaarts verplaatsen in bochten; een vanuit de rolstoel bereikbare stopknop en een aanduiding van de rolstoelplaats. In Taxibussen zekert de chauffeur Reizigers met een rolstoel door middel van een snel en eenvoudig te bedienen vastzetinrichting, bijvoorbeeld 4-puntssysteem met rolautomaten.
6.4.2
De Concessiehouder zorgt ervoor dat in nieuwe Bussen vanaf de rolstoelplek de (actuele) reisinformatie van ten minste één display goed zichtbaar is en de automatische halteomroep goed hoorbaar is.
6.4.3
Bussen zijn voorzien van een (gedeeltelijk) lage vloer en een elektrische of hybride oprijplaat zodat Reizigers met een rolstoel vanaf een halteperron zonder assistentie de Voertuigen in en uit kunnen gaan. De Concessiehouder garandeert dat de chauffeur desgevraagd assistentie verleent aan Reizigers in een rolstoel bij het betreden en verlaten van het Voertuig. Voor Auto’s kan volstaan worden van een handbediende rolstoelplaat.
6.4.4
De chauffeur halteert zo dicht mogelijk langs de halteperrons, zodat Reizigers eenvoudig in en uit kunnen stappen. Indien het Voertuig voorzien is van een handbediende rolstoelplank zoals beschreven in artikel 6.4.3, verleent de chauffeur indien nodig assistentie aan Reizigers in een rolstoel bij het betreden en verlaten van het Voertuig.
6.4.5
Nieuwe Bussen zijn voorzien van een knielfunctie.
6.4.6
De Concessieverlener is er een voorstander van dat rolstoelers kunnen reizen in een Buurtbus. Een chauffeur van een Buurtbus kan echter niet verplicht worden een rolstoel te voeren, omdat de Buurtbus volgens de wet een Auto is en daarop is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte niet van toepassing. Indien buurtbusverenigingen geen Reizigers in een rolstoel willen vervoeren, dient de Concessiehouder een alternatief aan te bieden. Indien buurtbusverenigingen wel Reizigers in een rolstoel vervoeren geldt eis 6.4.1 inzake de Taxibussen voor deze vereniging(en) en chauffeurs.
40
Programma van Eisen 19 november 2024
6.5
Uiterlijk exterieur en interieur en reclame
Uiterlijk Exterieur en Interieur
9
6.5.1
De Concessiehouder dient vanaf start Concessie de RRReis-huisstijl te gebruiken voor het exterieur en interieur van Bussen en Auto’s. Deze Voertuigen voldoen qua kleurstelling, naamgeving en inrichting aan de eisen zoals die voortvloeien uit de Brandguide m.b.t. RRReis9 .
6.5.2
De Concessiehouder dient vanaf start Concessie de het exterieur de RRReis-huisstijl te geven aan de trolleybussen die over worden genomen. De stoelbekleding wordt vervangen van de trolleybussen die bij de start van de Concessie nog minimaal 3 jaar moeten worden ingezet.
6.5.3
Bussen die in de transitie naar zero emissie tijdelijk worden ingezet worden voorzien van de tijdelijke RRReis-huisstijl die is opgenomen in de Brandguide.10 Auto’s worden vanaf de start voorzien van de RRReis-huisstijl.
6.5.4
De Concessiehouder mag, wanneer er geen (reserve) Voertuigen uitgevoerd conform een specifieke productformule beschikbaar zijn, andere Voertuigen op Ritten van Lijnen vallend onder de betreffende productformule/regio inzetten voor de uitvoering van Versterkingsritten of tijdelijk ter vervanging van een defect Voertuig. De Concessiehouder meldt de locatie en de duur van de inzet van afwijkende Voertuigen in het beheeroverleg en de kwartaalrapportage.
Zie: https://brandguide.rrreis.nl
10 https://brandguide.rrreis.nl/toepassingen/busmaterieel/tijdelijke-bussen-noodbussen-en-versterkingsritten
41
Programma van Eisen 19 november 2024
Reclame
6.5.5
Het is de Concessiehouder niet toegestaan reclame aan te brengen aan de buitenzijde van de Voertuigen, anders dan op de achterzijde (inclusief eventueel de achterruiten) van de Bussen en Auto’s. Dit onder de voorwaarde dat de reclame niet ten koste gaat van de herkenbaarheid van (specifieke elementen van) de Voertuigen, het merk RRReis en/of verstrekte reisinformatie in of op de Voertuigen (zie paragraaf 7.2). In de Voertuigen is het alleen toegestaan om reclame op displays te tonen in lijn met artikel 7.2.7. Voor Buurtbussen geldt dat uitsluitend de buurtbusverenigingen de mogelijkheid hebben om, binnen de kaders van de RRReis-Brandguide en Stichting Reclame Code, reclame aan te (laten) brengen aan de binnen- en buitenzijde van de Buurtbussen. De opbrengsten van de reclame op of in de Buurtbussen komen toe aan de betreffende buurtbusvereniging (zie ook het Protocol Buurtbus OV Oost). De Concessiehouder neemt bij het aanbrengen van reclame de bepalingen in de betreffende Brandguide in acht. Het aanbrengen en verwijderen van reclame mag geen invloed hebben op kwaliteit van het lakwerk en de huisstijlelementen (zoals logo’s, vormentaal, slogan en teksten) en daarmee op de uitstraling van de Voertuigen (zonder reclame).
6.5.6
Op verzoek van de Concessieverlener plaatst, onderhoudt en verwijdert de Concessiehouder voor zijn rekening reclame voor de Concessieverlener op en/of in door de Concessieverlener aangegeven Bussen en Auto’s tijdens een door de Concessieverlener aangegeven periode. Dit beperkt zich tot maximaal drie verzoeken per jaar en maximaal 20 Voertuigen per verzoek, daarboven vergoedt de Concessieverlener de kosten op basis van een door de Concessiehouder vooraf te verstrekken gespecificeerde offerte. De reclame kan betrekking hebben op de organisatie van de Concessieverlener of op beleids- en uitvoeringsprogramma’s waarbij de Concessieverlener betrokken is.
6.5.7
De Concessiehouder zorgt dat de reclame als bedoeld in artikel 6.5.5 voldoet aan de richtlijnen van de Stichting Reclame Code.
42
Programma van Eisen 19 november 2024
6.6
Comfort en netheid
Comfort en netheid
6.7
6.6.1
De Concessiehouder zorgt voor geluids- en trillingsarme Bussen en Auto’s met voldoende schokbreking en vering, een goed zitcomfort, voldoende bagageruimte, prettige interieurverlichting, goede voorzieningen in Bussen voor Reizigers die onverhoopt moeten staan, en andere voorzieningen en diensten die het verblijf in de Voertuigen veraangenamen.
6.6.2
Voertuigen zijn voorzien van goed werkende apparatuur ten behoeve van de Klimaatbeheersing en ventilatie, zodanig dat Personeel, buurtbuschauffeurs en Reizigers bij alle weersomstandigheden aangenaam in alle delen van de Voertuigen kunnen verblijven en ramen niet beslaan.
6.6.3
Voertuigen zijn voorzien van een goede cabine-ergonomie (goede, instelbare stoel met voldoende zijdelingse steun en/of steun in de onderrug en verstelbaar stuur, beide eenvoudig te bedienen) zodanig dat het Personeel en buurtbuschauffeurs hun taken goed kunnen uitvoeren.
6.6.4
Voertuigen zijn voorzien van een goed werkend, voor Reizigers gratis wifi-netwerk met voldoende snelheid voor normaal internetgebruik, waarvan Reizigers gebruik kunnen maken zonder dat zij zich daarvoor hoeven te registreren.
6.6.5
Nieuwe Voertuigen beschikken over oplaadpunten voor telefoon/laptop.
6.6.6
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het interieur en exterieur van Bussen en Auto’s gedurende de hele dag schoon en heel zijn en vrij zijn van graffiti en schade die afbreuk doet aan de veiligheid en uitstraling van het Openbaar Vervoer.
Buurtbussen
Buurtbussen
6.7.1
De Concessiehouder stelt Buurtbussen beschikbaar voor door de Concessieverlener vastgestelde Buurtbuslijnen in het Concessiegebied en onderhoudt deze Buurtbussen. De Concessiehouder zorgt voor extra Buurtbussen ten behoeve van vervangende inzet vanwege onderhoud en ten behoeve van Versterkingsritten.
6.7.2
Er dienen 3 Buurtbussen overgenomen te worden van de zittende concessiehouder. Dit is uitgewerkt in de Waardebepaling die is opgenomen in bijlage C16.
6.7.3
De Buurtbussen zijn geschikt om bestuurd te worden door chauffeurs die in het bezit zijn van een rijbewijs B.
6.7.4
De Concessiehouder voorziet de Buurtbussen van huisregels, bijvoorbeeld via stickers, waaronder de regel dat het verplicht is om als Reiziger een veiligheidsgordel te dragen.
6.7.5
Een Buurtbus heeft 8 Zitplaatsen voor Reizigers. De rolstoelplaats in Buurtbussen is voorzien van een klapstoel (= 8ste Zitplaats).
6.7.6
Concessiehouder zal met de buurtbusverenigingen afstemmen en hen betrekken bij de besluitvorming over de opties ten behoeve van het bedieningsgemak en comfort alvorens Buurtbussen te bestellen.
43
Programma van Eisen 19 november 2024
6.8
Onderhoud Materieel
Onderhoud Materieel
6.8.1
De Concessiehouder laat de Bussen en Auto’s, Energievoorziening en Laadinfrastructuur onderhouden overeenkomstig de voorschriften van de leverancier. Hierbij moet rekening worden gehouden met de artikelen over onderhoud uit de Overnameregeling ZEbussysteem in bijlage E.
6.8.2
De Concessiehouder overlegt jaarlijks voor 1 april aan de Concessieverlener een inspectierapport Materieel een daartoe gecertificeerde onderneming dat rapporteert over de onderhoudsstatus van de Bussen en Auto’s die hij na afloop van de Concessie ter overname wil aanbieden. Per Bus en Auto bevat deze rapportage minimaal: a. het kenteken b. een beschrijving van het Voertuig; c. de kilometerstand; d. de energie- of brandstofverbruik e. de State of health van de batterijen van ZE-voertuigen f. de onderhoudsstatus g. de opgetreden ernstige defecten of schades, gebreken, storingen of onderhoudsachterstanden en de acties die ondernomen zijn om deze tekortkomingen te herstellen; g. de APK (indien van toepassing)
7
6.8.3
De Concessiehouder staat toe dat de Concessieverlener op elk moment de staat van het Materieel kan (laten) controleren en een audit kan (laten) uitvoeren op het onderhoudsproces van het Materieel.
6.8.4
De Concessiehouder houdt voor de Bussen voldoende (technische) reserveonderdelen aan, zodat de Geldende Dienstregeling met de in het Programma van Eisen vereiste kwaliteit kan worden uitgevoerd, met inbegrip van de benodigde onderhouds- en revisiemomenten.
Reisinformatie
Goede reisinformatie van deur tot deur is voor Reizigers dan ook onmisbaar. Reizigers willen volledige en juiste reisinformatie kunnen raadplegen om hun reis vooraf te plannen. Daarnaast willen Reizigers tijdens hun reis over actuele reisinformatie kunnen beschikken. Bij verstoringen brengt de Concessiehouder Reizigers proactief op de hoogte van de oorzaak en duur en geeft informatie over alternatieve reismogelijkheden. De Concessieverlener stelt hiervoor de communicatiekanalen behorend bij het Platform RRReis aan de Concessiehouder ter beschikking. Tevens dient de Concessiehouder gebruik te maken van eigen communicatiekanalen en algemene landelijke reisinformatiekanalen.
7.1
Beschikbaarheid, begrijpelijkheid en toegankelijkheid
Beschikbaarheid
7.1.1
De Concessiehouder stelt aan Reizigers gratis reisinformatie ter beschikking zonder dat Reizigers een account of een equivalent hiervan hoeven aan te maken of persoonlijke gegevens hoeven achter te laten. Op verzoek van Reizigers stelt de Concessiehouder kosteloos reisinformatie schriftelijk (dat wil zeggen op papier) beschikbaar.
44
Programma van Eisen 19 november 2024
7.1.2
De Concessiehouder informeert Reizigers en relevante Stakeholders ten minste 4 weken voor de ingangsdatum van de Geldende Dienstregeling over relevante wijzigingen, in ieder geval van de Dienstregeling en de Tarieven.
7.1.3
De Concessiehouder neemt voor zijn aanbod aan reisinformatie in enig Dienstregelingjaar het aanbod in het voorafgaande Dienstregelingjaar als uitgangspunt.
7.1.4
De Concessiehouder kan in het Concessiejaarplan voorstellen opnemen voor een andere inhoud, vormgeving, uitvoeringsvorm en/of verspreidingsvorm van reisinformatie. Voorwaarde hierbij is dat aan het Platform RRReis verbonden partijen met deze voorstellen instemmen en dat de beschikbaarheid en kwaliteit voor de verschillende doelgroepen van de reisinformatie ten minste vergelijkbaar blijft; dit laatste ter beoordeling van de Concessieverlener.
Begrijpelijkheid en toegankelijkheid
7.2
7.1.5
De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle reisinformatie begrijpelijk en toegankelijk is voor alle Reizigers, waaronder Reizigers met een visuele of auditieve beperking of laaggeletterdheid.
7.1.6
Als norm voor de begrijpelijkheid van reisinformatie geldt niveau B1 van het Europees Referentiekader voor de talen.
7.1.7
Als norm voor de toegankelijkheid van reisinformatie op websites geldt het waarmerk Drempelvrij niveau AA (zie www.drempelvrij.nl).
7.1.8
Als norm voor de toegankelijkheid van reisinformatie op apps geldt de normering volgens WCAG 2.1 niveau AA. Het uitgangspunt is dat de Concessiehouder alle functionaliteiten drempelvrij aanbiedt. Mocht het niet mogelijk zijn om alle gewenste functionaliteiten van de app drempelvrij te maken, kan de Concessiehouder de Concessieverlener verzoeken naast een drempelvrije ook een niet-drempelvrije versie van de app aan te bieden aan Reizigers. De Concessieverlener moet dit voorstel goedkeuren.
Inhoud (digitale) reisinformatie en informatie in en op Auto’s en Bussen
Inhoud (digitale) reisinformatie
7.2.1
De reisinformatie die Concessiehouder aanbiedt omvat in ieder geval: a. Een actuele deur-tot-deur reisplanner (met de reële vertrek- en aankomsttijden en vermeldingen van storingen) voor ten minste het Openbaar Vervoer en de Dienstregeling op halte- en lijnniveau, inclusief de mate van toegankelijkheid, overstapmogelijkheden en informatie over Aansluitingen, ook naar aangrenzende concessies en Andere Mobiliteitsdiensten. De Concessiehouder gebruikt hiervoor in ieder geval de reisplanner van het communicatieplatform RRReis. Bij start van de Concessie hebben de concessieverleners in Oost-Nederland de eindregie over het Platform RRReis. De Concessiehouder is verantwoordelijk voor: i. het aanleveren van data zodat de reisplanner van RRReis goed kan functioneren en ook voor eventuele koppelingen met eigen systemen ten behoeve van bijvoorbeeld de verkoop van Reisproducten; ii. het bestellen/boeken van reizen conform de daartoe (landelijk) afgesproken koppelvlakken of werkwijze. b. Actuele reisinformatie en informatie over wijzigingen zoals (ongeplande) omleidingen en Evenementen, Rituitval met vermelding van oorzaak, duur, reisalternatieven en einde van de wijziging.
45
Programma van Eisen 19 november 2024
c. Actuele informatie over verstoringen met vermelding van oorzaak, verwachte duur en reisalternatieven (ook buiten het Openbaar Vervoer), zo spoedig mogelijk na het optreden van de (ver)storing. De Concessiehouder zorgt ervoor dat Reizigers desgevraagd deze informatie over door hen aangegeven reizen of trajecten ontvangen. d. Informatie over Tarieven, (verkrijgbaarheid van) Reisproducten en (verkrijgbaarheid van) Productdragers, waarbij de Concessiehouder ervoor zorgt dat Reizigers op basis van deze informatie, bij voorkeur met vermelding van geldige aanbiedingen, eenvoudig kunnen bepalen welk Reisproduct het beste past bij de wensen. e. Informatie over Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer waaronder de wijze waarop Reizigers een reis kunnen boeken en betalen. f. Informatie over de bereikbaarheid van de klantenservice en klachtenlijn, inclusief vermelding van alle wijzen waarop de klantenservice bereikbaar is. g. Een verwijzing naar de websites van concessiehouders van aangrenzende concessies en NS, naar aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten in het Concessiegebied en naar MaaSaanbieders. De Concessiehouder houdt de verwijzingen gedurende de looptijd van de Concessie up-to-date. h. Adres en telefoonnummer van Klachtenloket Openbaar Vervoer. i. Informatie over de Dienstregeling, lijnfolders en lijnennetkaart in pdf-format.
Deze paragraaf bevat eisen aan reisinformatie in en op Bussen en Auto's. Uitzonderingen op deze eisen zijn opgenomen in bijlage C15.