7. Tussenevaluatie Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023
Tekst van het document
Tussenevaluatie Integraal beleidskader sociaal domein 2020-2023
1
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 1 1.2 Proces ............................................................................................................................................ 1 1.3 Vervolg........................................................................................................................................... 2
2.
Integraal Beleidskader Sociaal Domein ........................................................................................... 3 2.1 Uitgangspunten IBK-SD ................................................................................................................. 3 2.2
Uitwerking IBK-SD.................................................................................................................... 4
2.3 Werkwijze ...................................................................................................................................... 4 3.
Wat is bereikt .................................................................................................................................. 5 3.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 5 3.2
4.
Resultaten................................................................................................................................ 5
Relevante beïnvloeders ................................................................................................................. 10 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 10 4.2
5.
Ontwikkelingen...................................................................................................................... 10
Cliëntervaringen ............................................................................................................................ 13 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 13 5.2 Periodieke cliëntonderzoeken..................................................................................................... 13
6.
Aandachtspunten tussenevaluatie ................................................................................................ 16 6.1
Inleiding ................................................................................................................................. 16
6.2 Aandachtpunten .......................................................................................................................... 16 6.3 Doorontwikkeling ........................................................................................................................ 18 6.4 Knelpunten .................................................................................................................................. 19 7
Samenvatting en dilemma’s .......................................................................................................... 20 7.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 20 7.2 Stellingen ..................................................................................................................................... 21
BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 23 I Opzet IBK-SD .................................................................................................................................... 24 II Financiën Sociaal Domein............................................................................................................... 25 III Evaluatie Huiswerkbegeleiding ..................................................................................................... 26 IV Evaluatie maatwerkbudget (samenvatting) .................................................................................. 29
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 23 januari 2020 is het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 “Sterker door verbinding” (IBK-SD) vastgesteld door de raad. Het IBK-SD vloeit voort uit de Visie sociaal domein uit 2017, die is opgesteld om de extra taken die de gemeente in 2015 hebben gekregen in het sociaal domein vanuit één visie zo integraal mogelijk te benaderen. Met het IBK-SD geeft de gemeente Veenendaal sturing aan de inrichting en uitvoering van het sociaal domein. Voorop staat dat we onze inwoners helpen die daadwerkelijk hulp nodig hebben. We ondersteunen hen zodat ze meer zelf kunnen doen, zelfstandig blijven en mogelijk hun zelfstandigheid kunnen vergroten. In het IBK-SD wordt ook beschreven hoe we de beweging van zware naar lichtere ondersteuning en het accent op eigen verantwoordelijkheid en eigenaarschap kunnen realiseren. Daarbij ondersteunen we Veenendalers vanuit een levensbrede uitvraag om de meest passende ondersteuning te kunnen bieden binnen de sociale basis of, als dat nodig is, vanuit een maatwerkvoorziening. Het IBK-SD heeft een looptijd tot 31 december 2023. Het college heeft bij het vaststellen van het IBKSD door de raad een aantal toezeggingen gedaan, waaronder • •
Onderzoek naar hoe onafhankelijke cliëntondersteuning georganiseerd kan worden; Een intensieve reflectie met elkaar op het IBK-SD begin 2022, waarbij we breder terugkijken en de cliëntervaring nadrukkelijk een plaats geven in de evaluatie; • Een evaluatie huiswerkbegeleiding; • Een evaluatie van pilot “directe ondersteuning ”samen met VAKpartners in de wijk Engelenburg. Verder is in het IBK-SD is een “Maatwerkbudget” geïntroduceerd, dat ingezet kan worden wanneer individuen als gevolg van diverse maatregelen “door het ijs dreigen te zakken”. Bijgaand ontvangt u de tussenevaluatie IBK-SD 2020-2023. In de bijlagen vindt u evaluaties met betrekking tot de huiswerkbegeleiding en het maatwerkbudget. Een rapportage over onafhankelijke cliëntondersteuning heeft u 14 juli 2020 al ontvangen. De evaluatie van de pilot “Directe ondersteuning” ontvangt u separaat in januari 2022 1.2 Proces Voorafgaand aan de evaluatie hebben we op verschillende manieren informatie opgehaald. Mede op initiatief van de raad zelf hebben we samen met de griffie op 11 oktober 2021 een bijeenkomst c.q. markt georganiseerd waar raads- en collegeleden en leden van vrijwilligersorganisaties en andere belanghebbenden in het sociaal domein informeel met elkaar van gedachten hebben kunnen wisselen over de manier waarop het sociaal domein wordt uitgevoerd.
1
Daarnaast hebben informatie verkregen via: • • • •
Adviesraden (Wmo, Jeugdbelang, cliëntenraad) Partners (waaronder CJG, st. Veens Welzijn, onderwijs) Diverse cliëntervaringsonderzoeken Collegiale (ambtelijke) interactieve sessies rondom bepaalde maatschappelijke doelen.
1.3 Vervolg Het IBK-SD heeft een looptijd van vier jaar. We zijn dus pas halverwege. Het doorvoeren van een nieuwe visie en werkwijze vraagt normaal gesproken geduld en volharding. Mogelijk moet er ook tussentijds worden bijgestuurd. Met de tussenevaluatie worden de eerste bevindingen gedeeld tussen college en raad. We laten zien dat er de afgelopen jaren veel werk is verzet, maar nog een aantal zaken in de uitvoering moeten worden doorontwikkeld. Grote fundamentele zaken komen aan de orde bij de eindevaluatie van het IBK-SD medio 2023, als opmaat naar het IBK-SD 2024-2027 tenzij de raad besluit dat zij dit eerder wil.
2
2. Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2.1 Uitgangspunten IBK-SD Het IBK-SD integreert het gemeentelijk beleid op de domeinen Wmo, Jeugd, Participatie en Schulddienstverlening. Met het IBK-SD dragen we bij aan de zelfredzaamheid van Veenendalers, waar nodig met gemeentelijke ondersteuning, om gezond en veilig op te groeien, te leven en deel te (blijven) nemen aan de maatschappij. Het integraal beleidskader geeft duiding aan de termen normaliseren, integraliteit en passende ondersteuning uit de Visie sociaal domein. De basis voor het IBK-SD ligt in de Visie sociaal domein, die de raad in 2017 heeft vastgesteld. Daarin zijn vijf uitgangspunten opgenomen: • • • • •
Iedereen is naar vermogen maatschappelijk actief; Ondersteuning is gericht op het stimuleren van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk; Waar nodig bieden we ondersteuning aan inwoners; licht en algemeen als mogelijk en complex en gespecialiseerd als het moet; Voor ondersteuning aan inwoners op meerdere leefgebieden boeken we winst door verbinding; We voeren regie op de resultaten van ondersteuning.
Onder deze uitgangspunten zijn in de Visie sociaal domein oorspronkelijk 14 maatschappelijke doelen geformuleerd. In het raadsprogramma “Iedereen doet mee 2018-2022" zijn afspraken gemaakt over wat in Veenendaal belangrijk is als het gaat om het sociaal domein. Op basis hiervan is de visie concreter uitgewerkt in het Integraal beleidskader sociaal domein, zijn begrippen nader beschreven en zijn effecten en acties toegevoegd. De focus ligt in het IBK-SD op: • • • • • •
Eigenaarschap en eigen verantwoordelijkheid is het uitgangspunt; Versterken van de sociale basis; Realiseren van een uniforme toegang en integrale aanpak waar nodig; Versterken van de samenwerking met externe partners en afscheid nemen van partners die niet in de gewenste richting mee bewegen; Versterken van de mogelijkheden voor datagedreven sturing; Balans tussen kwaliteit, organisatie en financiën.
Verder zijn in de uitwerking enkele maatschappelijke doelen uit de Visie sociaal domein verwijderd of geherformuleerd.
3
2.2 Uitwerking IBK-SD Het IBK-SD gaat uit van 10 maatschappelijke doelen. Hieraan zijn in het IBK-SD beoogde effecten gekoppeld, die we nastreven als gemeente met onze partners en de Veense samenleving in de periode 2020 – 2023. In het jaarlijks door het college vast te stellen uitvoeringsplan zijn de beoogde meerjarige effecten vertaald in beoogde resultaten die we in dat jaar nastreven. Bij elke beoogd resultaat zijn vervolgens inspanningen benoemd. Zowel de beoogde resultaten en inspanningen van het uitvoeringsplan zijn opgenomen in de Effectmonitor Sociaal Domein. Door hier periodiek over te rapporteren kan de voortgang worden gevolgd. Schematisch ziet dit er als volgt uit:
In bijlage 1 vindt u een korte beschrijving van de 10 maatschappelijke doelen, de beoogde effecten en de inspanningen voor 2021. 2.3 Werkwijze De vraagstukken in het sociaal domein worden opgavegericht opgepakt. Dit is een nieuwe manier van werken, waarbij we uitgaan van de volgende punten: • • • • • •
De (maatschappelijke) opgave is leidend; Samenwerking is organisatiegrensoverstijgend; Alle partijen met een belang en bijdrage worden betrokken; Multidisciplinaire, horizontale samenwerkingsverbanden; Snel kunnen meebewegen met ontwikkelingen en veranderingen; In een open relatie staan met de omgeving, om te horen wat er speelt, ideeën te bespreken en samen voor oplossingen te zorgen.
4
3. Wat is bereikt 3.1 Inleiding In de effectenmonitor geven we elk kwartaal weer welke inspanningen zijn verricht en welke resultaten zijn behaald. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste integrale mijlpalen van de afgelopen twee jaar.
3.2 Resultaten •
Sociaal brede bijeenkomsten
Een doelstelling uit het Integraal Beleidskader is dat we meer in verbinding willen komen met de samenleving. Zo is in het IBK-SD opgenomen dat we jaarlijks sociaal domein brede bijeenkomsten organiseren. In september 2020 en juni 2021 organiseerden we – als gevolg van de corona pandemie - digitale bijeenkomsten met partners uit de samenleving. Daarbij zijn diverse lokale partners uitgenodigd (onderwijs, zorgaanbieders, vrijwilligersorganisaties etc). De bijeenkomsten kenden een plenair gedeelte waar algemene ontwikkelingen werden besproken, daarna was er de mogelijkheid om in workshops onderwerpen dieper te verkennen. Deze bijeenkomsten werden goed bezocht en er was volop sprake van participatie en interactie. De bijeenkomsten worden goed gewaardeerd. Wel heeft elkaar “live” ontmoeten de voorkeur.
•
Sociaal startpunt Veenendaal
De gemeente Veenendaal ontwikkelde samen met maatschappelijke organisaties een nieuwe website: www.sociaalstartpuntveenendaal.nl. Op deze website vinden inwoners informatie en activiteiten en diensten van ruim 500 professionele en vrijwilligersorganisaties op het gebied van zorg, ondersteuning, wonen, opvoeden, werk en welzijn. Kortom: het hele sociale domein. De website biedt een overzicht van het hulpaanbod, activiteiten en nuttige informatie en tips. De website sociaalstartpuntveenendaal.nl is een belangrijk hulpmiddel voor de toegang tot het sociaal domein in Veenendaal. Hiermee geven we inwoners een mogelijkheid zelf te kijken welke vormen van ondersteuning er in Veenendaal zijn. Zo kunnen inwoners of mensen in hun directe omgeving een vraag of probleem zelf oplossen. Het startpunt is begin 2021 opgeleverd en wordt doorontwikkeld.
zie https://sociaalstartpuntveenendaal.nl
5
•
Onafhankelijke clientondersteuning
Onafhankelijke clientondersteuning werd tot en met 2020 uitgevoerd door Veens. Vanwege de quasi-inbesteding van de welzijnstaken bij de gemeente kon dit niet door de nieuwe Stichting Veens Welzijn (actief sinds 1 januari 2021) worden uitgevoerd. Sinds 2021 wordt onafhankelijke clientondersteuning daarom uitgevoerd door MEE en Helpende Handen.
De taken die bij deze organisaties zijn belegd zijn: • • • • • • • •
•
de inwoner zijn verhaal laten vertellen en helpen ordenen (vraaginventarisatie en verheldering); hulp bieden bij het in kaart brengen en betrekken van het sociaal netwerk; informatie geven over beschikbare ondersteunings- en/of participatiemogelijkheden; ondersteuning bieden bij de afweging van de inwoner om ook een beroep te doen op zorg of steun waarvoor een indicatie of beschikking nodig is; ondersteuning bieden bij het toegangsproces; ondersteuning bieden bij eventuele klachten- en bezwaarprocedures; ondersteuning bieden bij het keuzeproces van een aanbieder; ondersteuning bieden bij de stappen die de inwoner vervolgens moet zetten om gebruik te kunnen maken van het gewenste aanbod.
Uniforme toegang/ triage
In Veenendaal werken we in het sociaal domein sinds 2021 met een uniforme toegang voor individuele hulpvragen. Voordat inwoners hier terechtkomen, stimuleren we ze eerst zelf een oplossing te vinden binnen eigen omgeving/ netwerk. Vervolgens kan gekeken worden naar de ‘Sociale basis’, dat zijn alle direct toegankelijke algemene voorzieningen. Als daar geen oplossing gevonden is, kan de inwoner verder in gesprek treden met één van de loketten. Deze loketten hebben ieder hun eigen expertise, maar werken met een uniforme werkwijze; dat noemen we de Uniforme Toegang. Er zijn 4 loketten: Werk en Inkomen, Budgetloket, Centrum voor jeugd en gezin (0-18 jaar) en het Wmo loket (>18 jaar). We doen dit volgens het “no wrong door” principe, doordat we bij ieder loket een levensbrede uitvraag hanteren bij de vraagverheldering. Onze medewerkers hebben basiskennis over de andere loketten waardoor 80% van de hulpvragen kan worden afgevangen binnen één loket. We werken met dezelfde kernwaarden als die van het IBK-SD. Bij de overige 20% van de hulpvragen is een integrale aanpak noodzakelijk om tot een oplossing te komen. Er is dan sprake van (complexe) multiproblematiek die gaat over verschillende leefgebieden. In dat geval wordt de casus door één van de loketten opgeschaald naar het triageteam. Met elkaar bepalen ze wat er nodig is in een casus en welke route er gevolgd moet worden.
Dit kan ook betekenen dat we samen met de cliënt en alle betrokken partijen een integraal plan van aanpak opstellen. De doelen en resultaten worden door één procesregisseur van één van de loketten gemonitord. Als er sprake is van een ernstig veiligheidsvraagstuk wordt er opgeschaald naar het interventieteam. Hier zit ook de politie en verslavingszorg bij. Zie ook https://vimeo.com/555196890/d93cbfb208
6
•
Integrale verordening Sociaal Domein
Sinds 1 juli 2021 is de integrale verordening sociaal domein in werking getreden. Werken vanuit één IBK-SD-visie vraagt immers ook om het bij elkaar brengen van de wettelijke kaders van het sociaal domein. In de integrale verordening zijn de tien afzonderlijke verordeningen samengevoegd tot één integrale verordening. WMO-, Jeugd-, Participatiewet- en Wet gemeentelijke Schuldhulpverleningverordeningen zijn hoofdstukken of paragrafen geworden in de nieuwe integrale verordening. Immers het IBK-SD vraagt een andere manier van kijken en handelen in onze organisatie. De nieuwe Integrale Verordening sociaal domein Veenendaal is een stap in de richting van deze andere manier van kijken en handelen. Het geeft onze consulenten een handvat om per casus één of meerdere producten of diensten in te zetten die een antwoord geven op de ondersteuningsvraag van de Veenendaler. Alle toegangsregels tot het sociaal domein zijn nu op elkaar afgestemd en te vinden in één document. Tevens is daar een hoofdstuk handhaving aan toegevoegd. Het is de bedoeling deze verordening blijvend door te ontwikkelen.
•
Integraal beleidsplan handhaving
Het is essentieel om ervoor te zorgen dat we ons geld besteden aan inwoners die steun ook echt nodig hebben. Het voorkomen van onrechtmatig gebruik, controle en handhaving zijn binnen het sociaal domein dan ook onmisbaar. Zo borgen we dat de meest kwetsbare inwoners van Veenendaal kunnen rekenen op goede ondersteuning, voorkomen dat door onrechtmatig gebruik onnodige uitgaven worden gedaan en weten inwoners en aanbieders dat plegen van fraude niet loont. Met het beleidsplan geeft het college haar visie op handhaving binnen het sociaal domein, benoemt uitgangspunten en beschrijft welke instrumenten worden ingezet om het beoogd resultaat te bereiken. In 2022 gaan we aan de hand van een implementatieplan integrale handhaving in de praktijk brengen.
•
Stichting Veens Welzijn
Voor de uitvoering van Welzijnstaken is stichting Veens Welzijn opgericht. De basistaken van Veens Welzijn richten zich op het versterken van de Sociale Basis. Doel: individuele ondersteuning voorkomen (preventie) en afschalen van maatwerkvoorzieningen. Ze versterkt bestaande verbindingen en stimuleert nieuwe samenwerkingen De opdracht loopt parallel aan het IBK-SD. Inmiddels levert Stichting Veens Welzijn een belangrijke bijdrage aan het realiseren van maatschappelijke doelen uit het IBK-SD. Stichting Veens Welzijn geeft uitvoering aan een viertal pijlers:
7
• • • •
Sociale Leefbaarheid Vrijwilligers Opvoeden en opgroeien Langer thuis
•
Budgetloket
Sinds 1 januari 2021 kunnen inwoners van Veenendaal terecht bij het Budgetloket voor vragen over geld en schulden. Waar voorheen het Budget Advies Centrum, onderdeel van Vitras/Santé Partners dit deed, voert de gemeente deze taken van schulddienstverlening nu zelf uit. Hierdoor zijn we beter in staat om de dienstverlening in samenhang op te pakken met andere onderdelen in het sociaal domein. Het budgetloket is nu onderdeel van de gemeentelijke organisatie en wordt aangemerkt als één van de vier loketten. https://www.youtube.com/watch?v=g8_cMzFX2HI&list=PL0N7iSZlPegzO5osnfJQAJRJGgDS6E2PY
•
Ontwikkeling monitors
Om ontwikkelingen te volgen zijn verschillende monitors ontwikkeld en voor een deel nog in ontwikkeling. De beoogde resultaten en inspanningen van de uitvoeringsplannen worden opgenomen in de Effectmonitor Sociaal Domein. Deze wordt elk kwartaal opgeleverd. Op deze manier kunnen college en ambtelijke organisatie sturen op de beoogde resultaten en inspanningen en kunnen de raad en inwoners van Veenendaal inzicht krijgen in de mate waarin we de beoogde effecten realiseren om zo de realisatie van onze maatschappelijke doelen dichterbij te brengen. Met andere woorden: in hoeverre zijn we op de goede weg bij het bereiken van de maatschappelijke doelen die we nastreven. Daarnaast kennen we diverse monitors voor intern gebruik, zoals de taakstellingsmonitor en dashboards Participatiewet en WMO. Jeugd wordt nu aan de hand van diverse lijsten gevolgd en aan een overzichtelijk dashboard jeugd wordt gewerkt. In 2023 is het de bedoeling dat er een integraal dashboard sociaal domein is ontwikkeld.
•
Publiekscampagne
In 2020 is de basis voor de publiekscampagne sociaal domein gelegd. Deze publiekscampagne heeft tot doel inwoners te stimuleren zelf op zoek te gaan naar oplossingen voor problemen en om sommige problemen te normaliseren. Dat betekent niet dat de inwoner er alleen voor komt te staan. 8
Het netwerk van de inwoner, partners in de sociale basis en de gemeente kunnen daarbij helpen. Zo is gekomen tot de slogan ‘zelf, maar niet alleen’. In de komende jaren willen we voor verschillende onderwerpen of thema’s campagnes ontwikkelen om deze beweging te ondersteunen. Dit doen we zo veel mogelijk aan de hand van praktijkvoorbeelden. In 2021 hebben we een campagne gevoerd rondom het thema schulden en budgetloket.
9
4. Relevante beïnvloeders 4.1 Inleiding Met het vaststellen van het IBK-SD begin 2020 kon de gemeente aan de slag met de implementatie daarvan. Als gemeente hebben we niet alles zelf in de hand; we leven in een omgeving waar maatschappelijke ontwikkelingen invloed hebben op het verloop van de uitvoering. In 2020 en verder waren er diverse relevante ontwikkelingen. In dit hoofdstuk gaan we hier verder op in.
4.2 Ontwikkelingen •
Covid-19
Het IBK-SD is op 23 januari 2020 vastgesteld. Rond deze tijd is ook Covid-19 voor het eerst in Nederland gesignaleerd en Covid-19 maakt sindsdien deel uit van ons leven. Halverwege maart 2020 ging Nederland in een gedeeltelijke lockdown. De impact van het virus en de maatregelen om de pandemie te bestrijden zijn tot op de dag van vandaag veelomvattend. Niet alleen raakt het de kwetsbare inwoners van Veenendaal op het gebied van gezondheid en welbevinden, maar ook schoolgaande kinderen, jeugd, studenten, werkenden, etc. Covid-19 grijpt diep in op ons maatschappelijk leven. Het treft de economie (horeca, detailhandel, cultuur) en een nieuwe doelgroep, waaronder veel zzp’ers, moesten een beroep doen op nieuwe gemeentelijke uitkeringen. Ook de sociale verbanden en buurt- en sportactiviteiten kregen anders vorm. De gemeente, stichting Veens Welzijn, zorgaanbieders en re-integratiebedrijven moesten hun dienstverlening anders vormgeven. We moesten als gehele maatschappij wennen aan een nieuwe manier van samen leven, thuiswerken en thuiswinkelen. Dit heeft ook impact gehad op de implementatie van het IBK-SD. Prioriteiten kwamen anders te liggen en dienstverlening moest worden aangepast. Ook konden nieuwe (buurt)activiteiten niet worden opgestart. Daarnaast heeft Covid-19 ook laten zien dat we met zijn allen flexibel en saamhorig zijn.
Juist door Covid-19 zijn ook nieuwe initiatieven en overlegstructuren ontstaan. In raadsinformatiebrieven is de raad geïnformeerd over de (lokale) maatregelen en de impact van corona op onze samenleving.
•
Financiën
Met de decentralisaties heeft de gemeente extra taken gekregen op het gebied van Wmo en Jeugd. In het IBK-SD geeft de gemeente haar visie op hoe zij deze taken uit wil voeren. Landelijk bleek echter dat de middelen die gemeenten gekregen hebben om deze taken uit te voeren niet voldoende zijn. We zien een toename van uitgaven, terwijl de uitkering van het Rijk niet in gelijke mate stijgt. Veel gemeenten kennen tekorten op het sociaal domein, met name binnen de Jeugd en Wmo. In bijlage 2 vindt u de financiële stand van zaken voor Veenendaal. (Dreigende) Tekorten stelt de gemeente voor het maken van keuzes en het treffen van maatregelen. Daarbij zoeken we naar een balans tussen kwaliteit, organisatie en financiën.
10
Ondertussen wordt ook door de VNG gepleit voor een toereikend budget. Een arbitragecommissie heeft uitspraak gedaan in het geschil tussen de VNG en het rijk over jeugdzorg. Het rijk dient de gemeenten te compenseren voor het feitelijk tekort voor de jeugdzorg. Tussen VNG, VWS en andere partijen wordt gewerkt aan een hervormingsagenda. De hervormingsagenda heeft twee doelen • •
betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelstel.
De definitieve Hervormingsagenda Jeugd moet 1 februari 2022 klaar zijn (onder voorbehoud van goedkeuring deelnemende partijen).
•
Rijksbeleid
In het IBK-SD leggen we het accent op eigen verantwoordelijkheid en eigenaarschap. Van inwoners wordt verwacht dat zij eerst zelf op zoek gaan naar een oplossing voor hun sociale vraagstukken. De gemeente is er niet om alle problemen uit handen te nemen. Inwoners worden in staat geacht om ‘normale’ hobbels zelf te kunnen nemen. Daarbij ondersteunen we Veenendalers vanuit een levensbrede uitvraag om de meest passende ondersteuning te kunnen bieden binnen de sociale basis of, als dat nodig is, vanuit een maatwerkvoorziening. We zien dat het afgelopen jaar het rijk een aantal besluiten heeft genomen die dit uitgangspunt doorkruisen. Zo zien we dat met name meer draagkrachtige inwoners eerder dan voorheen een beroep doen op de gemeente voor schoonmaakondersteuning en dat van gemeenten juist gevraagd wordt inwoners actief op te zoeken, voordat de hulpvraag aanwezig is. Dit wordt hieronder toegelicht.
•
Invoering abonnementstarief schoonmaakondersteuning
In Veenendaal was de schoonmaakondersteuning al jaren een algemene voorziening. De invoering van het landelijk abonnementstarief heeft gevolgen voor het beleid van de gemeente. Per 1 januari 2020 betaalt ieder huishouden een eigen bijdrage van maximaal € 19,- per maand voor hulp en ondersteuning. Zo wordt ook stapeling van eigen bijdragen voorkomen. De maximale eigen bijdrage ad € 19,- is onafhankelijk van het inkomen of vermogen van betrokkene. Door de invoering van het abonnementstarief is schoonmaakondersteuning aantrekkelijker geworden, met name voor mensen met een hoger inkomen. In het hele land leidt dit tot stijging van het aantal mensen dat gebruik maakt van schoonmaakondersteuning. Daar waar personen schoonmaakondersteuning eerst zelf regelden en betaalden, wordt nu een beroep gedaan op de gemeente. Door van schoonmaakondersteuning een maatwerkvoorziening te maken verwachtten we de stijging van het aantal klanten te kunnen beperken, maar het aantal klanten is desondanks toch gestegen. De realiteit leert dat het aantal klanten ook in 2021 spectaculair is toegenomen (+40%). Ook is extra budget nodig om de ondersteuning voor deze klanten te betalen. •
Nieuwe inburgeringsstelsel (2022)
De snelste weg voor inburgeringsplichtigen om mee te doen in de maatschappij is het leren van de Nederlandse taal en het vinden van een baan. Om dat te bereiken verandert de inburgeringswet, 11
waarmee nieuwkomers de kans krijgen een goede start te maken in Nederland. De nieuwe Wet inburgering treedt in werking op 1 januari 2022. De regie op de uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel ligt bij gemeenten, met de bedoeling dat inburgering wordt gepositioneerd als onderdeel van het brede sociaal domein. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat gemeenten de regie krijgen op inburgering vanaf het moment van koppeling door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) van de inburgeringsplichtige aan de gemeente. De nieuwe regierol betekent een aanpak op alle fronten. De gemeente bepaalt in een brede intake samen met de inburgeraar welke route hij/zij gaat volgen en legt dit vast in het persoonlijk Plan Integratie en Participatie (hierna; PIP). De route, aangeboden vanuit de gemeente, combineert taalonderwijs en toeleiding naar werk en gaat direct na vestiging in de gemeente van start. De gemeente moet een aanbod samenstellen en beschikbaar stellen voor de inburgeraars. Deze wet schrijft ook voor dat alle bijstandsgerechtigde asielstatushouders de eerste zes maanden na aankomst in de gemeente financieel ontzorgd worden. Om het inburgeringstraject zo snel en effectief mogelijk te laten starten wordt gemeenten gevraagd regie te nemen in het begeleiden van statushouders bij het op orde brengen van de eerste levensbehoeften en het voorkomen van financiële problemen.
Dit principe is anders dan van het IBK-SD, waarbij de eerste verantwoordelijkheid bij de inwoner zelf ligt. De voorbereidingen voor een goede uitvoering van de wet zijn in 2021 conform planning getroffen. •
Vroegsignalering
De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is per 1 januari 2021 gewijzigd en uitgebreid met de activiteit “vroegsignalering”. De wijziging houdt concreet in dat gemeenten door signaalpartners op de hoogte worden gesteld van beginnende betalingsachterstanden Vervolgens moet de gemeente actief contact leggen met mensen die mogelijk hulp nodig hebben, maar zelf geen hulpvraag formuleren. Dit is een manier van outreachend werken. •
Hersteloperatie Kinderopvangtoeslag
Gemeenten hebben een rol gekregen in de hersteloperatie Kinderopvangtoeslag. In Veenendaal gaat het om ongeveer 80 inwoners die als gedupeerde ouders zijn aangemerkt door de Belastingdienst. Deze ouders zijn actief benaderd voor hulp en met hen zijn gesprekken gevoerd. Voor vijf personen is een plan van aanpak opgesteld. Ongeveer 30 personen zijn tot het eind van 2021 begeleid in het kader van nazorg. •
Wet Educatie Beroepsonderwijs (2020)
Uitgangspunt is dat elke arbeidsmarktregio, onder regie van de centrumgemeente en in samenwerking met relevante stakeholders en partners, aan de slag gaat met een eigen ambitieus plan, dat voorziet in een aantoonbare groei van het bereik passend bij de lokale en regionale situatie. Hierbij is specifieke aandacht voor het bereiken van de groep NT1’ers, de kwaliteit van het aanbod en de gemeentelijke monitoring van het bereik en de resultaten.
Om aan deze ambities te voldoen is er in 2021 het Regionaal programma basisvaardigheden Arbeidsmarktregio FoodValley 2021 - 2024 vastgesteld. Vervolgens zijn de ambities vertaald naar acties op regionaal niveau. Dit uitvoeringsplan is eind 2021 vastgesteld. Het regionale programma en het regionale uitvoeringsplan zijn als uitgangspunt gebruikt voor het lokale uitvoeringsplan van het Taalhuis (2021-2024). 12
5. Cliëntervaringen 5.1 Inleiding Het college heeft toegezegd cliëntervaring nadrukkelijk een plaats te geven in de evaluatie. Op verschillende manieren wordt de cliëntervaring gemeten en meegenomen. •
Opiniepijlers (2019)
In aanloop naar het IBK-SD (2019) hebben ruim 500 inwoners van Veenendaal hun mening gegeven over het sociaal domein in Veenendaal. Dit onderzoek is uitgevoerd door “Opiniepijlers”. Opiniepijlers vervulde in de informatievergaring en verwerking een neutrale rol. De interviewers van Opiniepijlers spraken namens de gemeente met inwoners die gebruik maken van een door de gemeente gefinancierde regeling/voorziening, inwoners die ondersteuning geven aan andere inwoners (bijv als mantelzorger) en inwoners die geen gebruik maken van een regeling/voorziening en niemand ondersteunen. In totaal werden 534 interviews afgenomen, verdeeld over straatgesprekken in en rond de discussiebus (369), thuisgesprekken (45 mensen met een voorziening, geselecteerd door de gemeente) en 70 jongeren. In die interviews is aangegeven dat “handhaving en rechtmatigheid” belangrijk zijn bij de uitwerking van het IBK-SD. Inmiddels is een beleidsplan handhaving Sociaal Domein opgesteld. Daarnaast heeft voorlichting ook een belangrijke plaats gekregen in het beleid. Dit resulteert in de website sociaalstartpunt veenendaal.nl en een publiekscampagne. Voor de eindevaluatie IBK-SD willen we opnieuw zo’n breed onderzoek doen. Daarnaast worden ook periodiek onderzoeken gedaan onder inwoners.
5.2 Periodieke cliëntonderzoeken In het kader van de Jeugdwet en de WMO zijn gemeenten verplicht om een cliëntenervaringsonderzoek (CEO) te laten uitvoeren. Van de meest recente heeft de raad in september 2021 al uitgebreid kennis kunnen nemen. Daarnaast verricht de gemeente Veenendaal ook onderzoek naar de clientervaringen op grond van de Participatiewet en doen we onderzoek naar de leefbaarheidservaring onder alle inwoners van Veenendaal. We vinden het belangrijk om te weten hoe inwoners de door de gemeente georganiseerde ondersteuning binnen het sociaal domein ervaren. Ook kan de informatie uit een CEO helpen bij het verbeteren van de dienstverlening. Deze onderzoeken laten we uitvoeren door onafhankelijke onderzoeksbureaus. De Wmo- forum Jeugdbelang en Cliëntenraad zijn betrokken geweest bij het opstellen van de verschillende vragenlijsten. En de resultaten worden met hen besproken. We moeten vaststellen dat de respons soms niet hoog genoeg is om de resultaten betrouwbaar te generaliseren voor de gehele populatie. In deze gevallen spreken we over indicatieve cijfers. Om de respons te verhogen worden CEO thans anders georganiseerd, nl. door continu meting. In 2020 en 2021 zijn diverse onderzoeken verricht. Dit betekent dat ervaringen op basis van nieuwe werkwijzen slechts in beperkte mate zijn meegenomen.
Daarnaast voert de gemeente periodiek onderzoek uit naar de leefbaarheid. Eind 2021 is aan 15.000 Veenendalers gevraagd deel te nemen aan een leefbaarheidsonderzoek. Inwoners worden op verschillende onderdelen bevraagd, waaronder woongenot, veiligheid etc. Zo ontstaat per buurt een 13
beeld. Het vragenformulier is uitgebreid met vragen over het sociaal domein. De enquête is ingevuld door 4158 personen. Een uitgebreide analyse (per buurt) ontvangt u later. Hieronder wordt kort ingegaan op aspecten die direct te maken hebben met het sociaal domein en alle buurten omvat. •
Jeugd - Zowel ouders/verzorgers als jeugdigen hebben gemiddeld een (zeer) positieve ervaring met (het aanvragen van) de jeugdhulp in Veenendaal. - Significant meer ouders/verzorgers dan in 2019 zijn tevreden over de doorverwijzing van het CJG naar een jeugdhulpaanbieder; - Significant meer ouders/verzorgers dan in 2019 zijn tevreden over de kwaliteit van de jeugdhulp van de zorgaanbieder; - Het belangrijkste verbeterpunt is dat 33% van de ouders/verzorgers heeft aangegeven langer dan 6 weken te moeten wachten op de start van de jeugdhulp na het gesprek met het CJG of de aanmelding bij de jeugdhulpaanbieder. Bij de inkoop van Jeugdhulp en in de huidige contractgesprekken wordt dit verbeterpunt meegenomen.
•
Wmo -
-
•
Cliënten voelen zich over het algemeen goed en snel geholpen en ervaren het contact met Wmo-medewerkers als prettig; Cliënten hebben het gevoel dat zij samen met de consulent hebben gezocht naar de beste oplossing; Door de ontvangen hulp en ondersteuning ervaren cliënten een betere kwaliteit van leven en een grotere zelfstandigheid; Minder cliënten dan in 2019 wisten waar zij met hun hulpvraag terecht konden, of dat zij gebruik konden maken van de onafhankelijke cliëntondersteuner. Wel is het percentage dat bekend was met de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning in 2020 nog altijd hoger dan het landelijk gemiddelde; Van de deelnemers rapporteert 32% alternatieve zorg te hebben ontvangen wanneer de reguliere zorg niet door kon gaan vanwege de coronamaatregelen. Voor de overige 68% kan het zijn dat het niet nodig was om alternatieve zorg aan te bieden omdat de zorg wel door kon gaan, of dat de term ‘alternatieve zorg’ niet voor alle deelnemers dezelfde invulling had.
Uit de resultaten blijkt namelijk ook dat: o 50% van de deelnemers minimaal 1 keer per week contact heeft gehad met de hulpverlener wanneer de hulp tijdelijk moest worden stopgezet vanwege corona; o 82% van de deelnemers de zorg heeft ontvangen waar zij op basis van de beschikking recht op hadden; o De aanbieders in 95% van de gevallen de gemaakte afspraken over de inzet van zorg en ondersteuning heeft nagekomen.
Participatiewet -
-
De algemene waardering van de dienstverlening in het kader van de Participatiewet is gestegen. Het zittend bestand geeft een 7,5 waar dit in 2018 een 6,7 was. Personen die in 2020 zijn uitgestroomd geven een 7,2 waar dit in 2018 een 6,2 was. Daarmee scoort Veenendaal hoger dan landelijk; het gemiddeld rapportcijfer is daar 6,5. De tevredenheid is op alle gebieden toegenomen. Zo vinden respondenten het makkelijker om informatie te krijgen over hun uitkering, is de gemeente makkelijker te bereiken en worden vragen sneller beantwoord. De brieven en beschikkingen zijn volgens de respondenten duidelijker geworden.
14
•
De waardering voor medewerkers is gegroeid. Zij zijn meer deskundig, nemen tijd voor de cliënten, leven zich in en werken aan een oplossing. In 2020 is 66% van de respondenten (zeer) tevreden over het contact met de gemeente
Leefbaarheid onderdeel sociaal domein 2021 (totaal, geen onderverdeling in buurten) - 94% van inwoners geeft aan voor zichzelf te kunnen zorgen (1,5% niet). - 66% geeft aan actief te zijn in de maatschappij. - 86 geeft aan voldoende contacten te hebben met andere mensen. - 20% is soms of vaak eenzaam. - 50% wil in de nabije toekomst vrijwilligers werk (blijven) doen. - Verder zijn personen actief in het geven van mantelzorg (18,5% intensief en 29,7% incidenteel) - Personen geven hulp aan buren (4,4% intensief en 60,4% incidenteel).
15
6. Aandachtspunten tussenevaluatie 6.1 Inleiding Op 23 januari 2021 is het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 door de raad vastgesteld. Het IBK-SD vormt niet de start van de visievorming over het sociaal domein en zeker ook niet het einde van de visievorming. In de praktijk werken we sinds 2015 binnen en aan het sociaal domein. Het IBK-SD vormt de paraplu boven activiteiten die eerder waren gestart of later zijn ingevoerd. Ook worden nu nieuwe taken en wetten uitgevoerd die bij de totstandkoming van het IBK-SD nog onbekend waren. Het IBK-SD 2020-2023 heeft een looptijd van vier jaar. We zijn nu halverwege. Vanwege de coronapandemie zagen we dat uitwerking van het IBK-SD anders liep dan verwacht. Ontmoeting en verbinding met partners en vrijwilligersorganisaties (ook onderling) heeft anders vorm gekregen. Ook moeten we ons realiseren dat ook onder normale omstandigheden cultuurveranderingen tijd, overleg, volharding en geduld vragen. Toch zijn grote stappen gemaakt. Bij een tussenevaluatie maken we de tussenbalans op. Deze evaluatie is bedoeld om zaken te signaleren en kan worden gebruikt bij het opstellen van een nieuw raadsprogramma. De raad kan besluiten of er aanleiding is om het IBK-SD 2020-2023 tussentijds bij te stellen. Uitgangspunt is dat er een nieuw IBK-SD 2024-2027 opgesteld. Daar gaat een uitgebreide evaluatie aan vooraf.
Ook kunnen dan meer fundamentele zaken aan bod komen. 6.2 Aandachtpunten Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten •
Uitgangspunt zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid
Centraal in het IBK-SD staan zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. De gemeente heeft en behoudt wel een verantwoordelijkheid voor de meest kwetsbare doelgroep. We realiseren ons dat er een groep kwetsbare inwoners is die niet beschikt over een vermogen of netwerk. Deze laten we niet vallen. Via vroegsignalering proberen we (samen met partners) signalen tijdig op te pakken. Ons model is niet alleen gericht op afschalen, maar door het triageteam kunnen we zaken ook snel opschalen. Dit om erger te voorkomen. Het streven blijft wel dat inwoners hun verantwoordelijkheid voor zover mogelijk zelf nemen. Dit onderwerp is bij het vaststellen van het IBK-SD uitgebreid aan bod geweest. •
Breedte van het IBK-SD
Ons IBK-SD richt zich op de wetten Wmo, Jeugd, Participatiewet en de wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarnaast zijn aanpalende beleidsterreinen genoemd. Daar waar onderwijs in 2020 nog aanpalend werd genoemd, trekken we dit onderwerp nu binnen het sociaal domein. Immers er zijn tal van dwarsverbanden. Het onderwijs is de dagelijkse ontmoetingsplaats van kinderen, ouders en onderwijsgevenden. Hier worden signalen gezien, worden kennis, vaardigheden, normen en waarden overgedragen en kunnen dwarsverbanden met
16
andere leefgebieden worden gelegd. Dit zijn vaak bepalende jaren in de ontwikkeling van een mens. Welzijn, CJG, onderwijs, leerplicht, kinderopvang moeten in onderlinge samenhang worden bezien. Daarnaast wordt ook steeds meer verbinding gelegd met sport, gezondheid en cultuur en huisvesting. Gezamenlijke effecten en activiteiten worden steeds me er opgevoerd in de uitvoeringsplannen. De verbindingen die we leggen zijn inhoudelijk. Financieel laten we de huidige constructie bestaan. •
Ontmoeting, verbinding en invulling begrippen
In 2022 gaan we verder in gesprek met partners aanbieders, inwoners en met elkaar. Juist in gesprekken krijgen algemene begrippen als “normaliseren” en de-medicaliseren vorm en inhoud. Aan de hand van cases gaat dit leven. Met ontmoeting leren we elkaar kennen en te vinden. De visievorming over normaliseren voeren we ook landelijk en regionaal. In de Foodvalley is het uitvoeringsplan Focusagenda Onderwijs – Jeugdhulp besloten. Deze agenda omvat vijf thema’s gericht op aandacht voor kinderen met het streven naar een gezamenlijke visie voor gemeenten naar normalisering en naar meer inclusief onderwijs als een overkoepelend agendapunt. In 2022 gaan we samen met leerkrachten, bestuurders, ouders en kinderen hier een visie voor ontwikkelen
•
Financiën
De afgelopen jaren stond beleid in sociaal domein gelijk aan financiële tekorten. Dit is een landelijke discussie en inmiddels zijn er diverse rapporten verschenen die deze tekorten inzichtelijk maken en duiden. • • •
Jeugd – onderzoeksbureau AEF Wmo- o.a. derde monitor abonnementstarief 2021 Participatie- Berenschot
De VNG voert in “Den Haag” de lobby om voor gemeenten extra middelen beschikbaar te krijgen om alle taken binnen het sociaal domein uit te voeren. Dit heeft o.a. geleid tot nieuwe afspraken over de financiering van de jeugdzorg. De gemeente Veenendaal ondersteunt de lobby. Aanvullend wordt lokaal altijd getoetst aan de balans tussen kwaliteit, organisatie en financiën. Ook als er voldoende middelen zijn, zullen we kritisch kijken of we voldoende kwaliteit bieden. Extra geld impliceert niet dat inwoners dan ook beter ondersteund worden. Dit betekent dat we voortdurend scherp en kritisch moeten zijn over de producten en dienstverlening die we aanbieden. Is wat we aanbieden ook daadwerkelijk nodig. Is wat wij aanbieden effectief en efficiënt voor onze inwoners en de organisatie? Kunnen zaken anders en beter worden georganiseerd?
17
6.3 Doorontwikkeling •
Actualiseren maatschappelijke doelen
Het IBK-SD kent 10 maatschappelijke doelen (MD’s). Deze zijn gebaseerd op de 14 uit visie “sociaal domein 2017”. De MD’s zijn vastgesteld door de raad. Aanpassen van de MD’s is daarmee ook een bevoegdheid van de raad. Ondertussen merken we wel dat er wensen zijn ten aanzien van de MD’s, immers: • • • •
Enkele MD’s zijn al gerealiseerd (bijvoorbeeld realiseren toegang); Enkele MD’s bevatten geen nieuw beleid of nieuwe activiteiten, maar zijn going concern (zoals meer mensen vinden plek op arbeidsmarkt); Enkele MD’s kunnen worden geschrapt of samengevoegd; Andere MD’s kunnen worden toegevoegd (bijvoorbeeld handhaving).
Daarmee is de indeling in MD’s al verouderd. Op termijn moeten we nadenken over het herdefiniëren van de MD’s. Dit wordt opgepakt bij het proces van het opstellen van het nieuwe IBK SD. •
Doorontwikkelen communicatie
Voor het IBK-SD is een publiekscampagne opgezet. Deze campagne loopt door en is intensief en langdurig. Daarnaast is afgelopen periode ingezet op uitbreiding van de digitale communicatie, waaronder sociaalstartpunt en “mijn loket” en de mogelijkheid om met de gemeente te chatten. We moeten alert zijn op het bereik van gemeentelijke communicatie en dan ook denken aan ouderen, laaggeletterden of digibeten. Daarvoor zetten we ook niet-digitale instrumenten in. •
We hebben o.a. in de bibliotheek en via het welzijnswerk, aandacht voor (digitale) laaggeletterdheid, voor alle doelgroepen. Zo is de bibliotheek nu bezig met het inrichten van een zogeheten ‘oefenplein’ waar alle inwoners terecht kunnen met vragen en kunnen oefenen met taal onder begeleiding van taalvrijwilligers.
•
We hebben als doel in het werkplan van het Taalhuis 2021-2024 opgenomen:
o
Website en externe communicatie voldoet aan taalniveau A2/B1 of is door visuele toepassingen toegankelijker voor inwoners met een lager taalniveau.
Dit project moet nog opgezet worden. Zo wordt onder andere onderzocht in hoeverre onze communicatie op dit moment al aan dat niveau voldoet.
•
Aanpassen effectmonitor
De effectmonitor is de digitale opvolger van het projectenboek sociaal domein. Dit is een uitgebreid instrument waarin ontwikkelingen, effecten en inspanningen binnen het sociaal domein kunnen worden gevolgd. Deze informatie is beschikbaar voor het management, raad en geïnteresseerden. Met betrekking tot de effectmonitor zijn er verschillende aandachtspunten: • • •
toegankelijkheid en vindbaarheid monitor op de website vereenvoudigen effectmonitor frequentie en relatie met P&C cyclus
18
•
Aanpassen Sociaal startpunt
Het sociaalstartpuntveenendaal.nl is ontwikkeld door een landelijk opererend bedrijf. Deze wordt lokaal aangepast. De website biedt een overzicht van het hulpaanbod, activiteiten en nuttige informatie en tips. Ten aanzien van het startpunt zijn verschillende wensen • • •
•
verbeteren zoekfunctie (op stedelijk en buurtniveau) onderscheid maken in organisaties (verschil professional en vrijwilligersorganisatie) borgen beheer en actueel houder
Integrale verordening
In 2021 is de integrale verordening Sociaal domein vastgesteld. Deze verordening bundelt de “oude” verordeningen WMO, Jeugd en Participatiewet. Gekozen is voor een “gebundelde” verordening. In de praktijk wordt daar nu ervaring mee opgedaan. Zo kijken we of binnen deze verordening daadwerkelijk voldoende ruimte is om integraal een casus te bekijken en maatwerk te toe te passen. Een andere mogelijkheid is om een zogenaamde “omgekeerde ”verordening te maken. Deze gaat meer uit van de bedoeling van de wetgever dan van de wet zelf. In de eindevaluatie komen we hierop terug.
6.4 Knelpunten Naast aandachtspunten zijn er ook knelpunten. •
Ambitie versus capaciteit
Aan ambitie is geen gebrek. We moeten deze ambitie natuurlijk ook waar kunnen maken. We moeten scherp zijn in het uitspreken van ambities in relatie tot onze capaciteit en werkdruk. Dit geldt zowel voor raad, college, ambtelijke organisaties als (vrijwilligers)organisaties. •
Werkwijze Rhenen en Renswoude
De gemeente Veenendaal voert de Participatiewet en wet gemeentelijke schuldhulpverlening uit voor de gemeente Rhenen en Renswoude. Deze wordt zoveel als mogelijk geharmoniseerd. Wmo en Jeugd wordt door deze gemeenten echter zelf uitgevoerd. Met het integraal werken worden deze wetten gezamenlijk genomen en integraal toegepast. Voor Veenendaal zijn de uitgangspunten uit het IBK-SD leidend. Als Rhenen en Renswoude een ander integraal uitgangspunt hanteren vraagt dit op casusniveau wel extra afstemming en overleg. Dat moeten we ons wel realiseren. Nu werken we bijvoorbeeld met verschillende verordeningen Participatiewet voor Veenendaal enerzijds en Rhenen en Renswoude anderzijds. Dit gaat gepaard met extra werkzaamheden.
19
7 Samenvatting en dilemma’s 7.1 Inleiding Op 23 januari 2020 is het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 “Sterker door verbinding” (IBK-SD) door de raad vastgesteld. Het IBK-SD focust zich op de volgende zaken: • Eigenaarschap en eigen verantwoordelijkheid is het uitgangspunt; • Versterken van de sociale basis; • Realiseren van een uniforme toegang en integrale aanpak waar nodig; • Versterken van de samenwerking met externe partners en afscheid nemen van partners die • niet in de gewenste richting mee bewegen; • Versterken van de mogelijkheden voor datagedreven sturing; • Balans tussen kwaliteit, organisatie en financiën. Het IBK-SD gaat uit van de 10 maatschappelijke doelen die zijn vastgelegd in de “Visie sociaal domein’ (2017). Hieraan zijn in het IBK-SD beoogde effecten gekoppeld, die we nastreven als gemeente met onze partners en de Veense samenleving in de periode 2020 – 2023. In het jaarlijks vast te stellen uitvoeringsplan zijn de beoogde meerjarige effecten vertaald in beoogde resultaten die we in dat jaar nastreven en zijn de inspanningen benoemd. De beoogde resultaten en inspanningen van het uitvoeringsplan zijn opgenomen in de Effectmonitor Sociaal Domein. De verantwoording over het Sociaal domein (aan de hand van IBK-SD) volgt de cyclus van de Planning en Control Cyclus. Het IBK-SD heeft een looptijd tot 31 december 2023.
Het college heeft bij het vaststellen van het IBKSD aan de raad onder andere de volgende toezeggingen gedaan: • Intensievere reflectie met elkaar op IBK-SD begin 2022. Wat zijn de dingen die we dan inhoudelijk zouden moeten aanpassen; en • Daarbij breder terugkijken en de cliëntervaring nadrukkelijk een plaats geven in de evaluatie. Mede op initiatief van de raad zelf heeft het college samen met de griffie op 11 oktober 2021 een bijeenkomst c.q. markt georganiseerd waar raads- en collegeleden en leden van vrijwilligersorganisaties en andere belanghebbenden in het Sociaal Domein informeel met elkaar van gedachten hebben kunnen wisselen over de manier waarop het Sociaal Domein wordt uitgevoerd. In de voorliggende tussenevaluatie keken we terug op de afgelopen jaren, beschreven we wat is gerealiseerd en wat we moeten doorontwikkelen. Daarnaast benoemen we aandachtspunten. Ook liepen we in de afgelopen twee jaar aan tegen een aantal dilemma’s. Hieronder wordt aan de hand van stellingen gevraagd hoe u tegen deze zaken aankijkt. Deze stellingen reflecteren niet persé de mening van het college, maar dragen bij aan de bespreking van de tussenevaluatie in de raad van februari 2022 en het aanscherpen van de discussie.
Vervolgens is het aan de raad of zij op basis van de tussenevaluatie wil bijsturen, zaken wil (laten) uitwerken of hiermee wil wachten tot een nieuw IBK-SD 2024-2027 Mogelijk laat zij dit over aan de nieuw te installeren raad. Aan de hand van de bespreking van de tussenevaluatie in de raad van februari 2022 zal het college het vervolgproces schetsen. Zowel de uitgangspunten van het IBK-SD als de 10 maatschappelijke doelen zijn breed geformuleerd. Deze laten we bij de tussen-evaluatie verder onaangeraakt. 20
7.2 Stellingen Stellingen 1. Meer geld voor het sociaal domein is niet de oplossing; soms is de inwoner juist gebaat met minder voorzieningen.
De zoektocht binnen het sociaal domein moet niet liggen op het inzetten van meer en/of duurdere instrumenten. Deze werken soms averechts. We moeten ons richten op instrumenten die bewezen effectief zijn. Meer geld voor de jeugdzorg leidt niet automatisch tot meer geluk voor de jeugd. Het kan zelfs leiden tot meer schade voor de jeugd. 2. We kunnen leren van zorgaanbieders die (veel) winst maken.
De gemeente doet zaken met veel zorgaanbieders. Juist van de zorgaanbieders die winst maken (en goede zorg bieden) kunnen we leren. Immers zij werken efficiënt en effectief. 3. We nemen afscheid van aanbieders die onze visie niet delen.
Het IBK-SD gaat uit van normaliseren en de-medicaliseren. Dit betekent afschalen waar mogelijk en opschalen indien noodzakelijk. Met de raad, inwoners en aanbieders gaan we deze termen uitdiepen en vormgeven. Aanbieders die deze visie in de praktijk niet delen, kunnen niet langer rekenen op opdrachten van de gemeente. Dit betekent dat de inwoner ook minder te kiezen heeft. 4. We mogen als gemeente meer de randen van de wet opzoeken als dit de doelen van het IBK-SD dichterbij brengt.
Bepalingen uit de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet schuren soms met de doelen van het IBK-SD. Moeten we de letter van de wet volgen en ons begrenzen of kunnen we binnen de bedoeling van het IBK-SD de ruimte opzoeken. Om zaken helder te krijgen en ons doel van het IBK-SD te bereiken zoeken we deze grens op. Dit kan ook betekenen dat over de grens wordt gegaan en de gemeente wordt teruggefloten. Wmo Wet
Praktijk
Wens
Schoonmaakondersteuning is enkel voor hen die dit niet zelf kunnen regelen en/of betalen De wetgever bepaalt dat een maatwerkvoorziening een passende bijdrage moet leveren aan het realiseren van een situatie waarin een inwoner van een gemeente in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. In deze wet is geen ruimte om de eigen financiële middelen van inwoners onder het begrip 'eigen kracht' te scharen Steeds meer inwoners doen een beroep op de gemeente voor schoonmaakondersteuning. De groei in aanvragen zit sinds de invoering van het abonnementstarief voor een belangrijk deel bij mensen met een midden- tot hoger inkomen. Deze groep regelde en betaalde voorheen de schoonmaakondersteuning zelf. Met de invoering van het abonnementstarief betalen ze voor maatwerkvoorzieningen (waaronder schoonmaakondersteuning) nu € 19,- per maand totaal. De rest betaalt de gemeente. Deze groei is ongewenst. De gemeente onderzoekt hoe deze groei kan worden afgeremd. Eventueel kan een inkomenstoets worden ingevoerd 21
Participatiewet Bijstandsgerechtigden dienen naar vermogen bij te dragen aan de maatschappij. Wet Het gaat bij de tegenprestatie naar vermogen om ‘additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden’. De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. De duur en de omvang van de op te dragen tegenprestatie dient in de regel beperkt te zijn. Dat betekent dat het college steeds een afweging maakt op basis van de situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan worden Praktijk In de verordening dienen regels gesteld te worden over de duur en de omvang van de op te dragen tegenprestatie. Om aan de veilige kant van internationale bepalingen met betrekking tot het verbod op dwangarbeid te blijven (artikel 4 EVRM) kiezen gemeente vaak voor 4 tot 8 uur tegenprestatie per week. Veenendaal heeft in haar verordening ook deze bandbreedte staan. Wens Het verrichten van een tegenprestatie past binnen de visie van het sociaal domein. Vier tot acht uur wordt daarbij gezien als minimum. Een optie zou kunnen zijn deze te verhogen naar maximaal 16 uur per week. Jeugd Wet
Praktijk
Wens
We hechten aan de adviezen van jeugd en huisartsen, maar ambiëren een regiefunctie met betrekking tot inzet van instrumenten De jeugdwet maakt gemeente bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor alle jeugdzorg. In de nieuwe jeugdwet is geborgd dat de huisarts mag doorverwijzen naar alle vormen van jeugd. Zowel de huisarts als de medisch specialist heeft vanuit zijn specifieke expertise een verantwoordelijkheid om goede diagnoses te stellen, zorg te verlenen of de jeugdige te begeleiden naar ondersteuning, hulp of zorg die volgens de professionele standaard nodig is. Daarnaast stellen de Jeugdwet en de wet op passend onderwijs het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) verplicht. Het OGOO stemt onder andere de samenwerking van onderwijs en door de gemeenten gefinancierde hulp af. De huidige vorm betekent dat de huisarts bepaalt en de gemeente betaalt. Mede vanuit het oogpunt van de kwaliteit van hulpverlening en kostenbeheersing wil de gemeente ook sturen op volumebeheersing. Het CJG zet hiervoor contactpersonen per wijk in. De gemeente wil niet tornen aan het verwijsrecht van huisartsen, maar hier wel meer regie in voeren.
Mogelijk kan de gemeente (CJG) komen met een pallet aan voorzieningen waar de huisartsen naar door kunnen verwijzen. De expertise blijft daarbij ook bij de huisarts, maar de gemeente doet een toets op (effectiviteit) aanbod en kwaliteit aanbieder. Deze werkwijze kan ook worden toegepast in de samenwerking met het onderwijs.
22
BIJLAGEN
23
I Opzet IBK-SD
24
II Financiën Sociaal Domein
25
III Evaluatie Huiswerkbegeleiding 1. Aanleiding In het ‘Plan van aanpak bestrijding kinderarmoede’ van 2017 is door de raad vastgesteld dat gelijke kansen op scholing een belangrijke voorwaarde zijn voor het doorbreken van generationele armoede. Een van de regelingen die wie hiervoor hebben vastgesteld is het vergoeden van huiswerkbegeleiding. Dit zouden we gaan doen in 2 stappen: 1. Vanaf oktober 2017 vergoeden van commerciële huiswerkbegeleiding op indicatie van de school. 2. Vanaf 2018 starten met het opzetten van een ‘Educatief centrum’ met een partner in het sociaal domein, waar naast leren leren, ook aandacht wordt besteed aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden en het versterken van het zelfbeeld. De instroom wordt georganiseerd in samenwerking met scholen en partners uit het sociaal domein. In de begeleiding wordt samengewerkt met ouders, school en waar gewenst hulpverleners. 2.Vergoeding van commerciële huiswerkbegeleiding Vanaf 1 oktober 2017 zijn we gestart met het vergoeden van commerciële huiswerkbegeleiding op indicatie van de school. De indicatie van de school is vanaf 2019 losgelaten. Jaar 2017 2018 2019
Aantal kinderen 18 61 78
In bovenstaande tabel is te zien dat het aantal kinderen dat huiswerkbegeleiding ontving is toegenomen maar dit zijn geen unieke personen. Het is mogelijk dat een kind meerdere jaren achtereen vergoeding voor huiswerkbegeleiding ontving. Vanaf 1-1-2020 zijn we gestopt met het vergoeden van de commerciële huiswerkbegeleiding. Er bestaat echter nog steeds de mogelijkheid om commerciële huiswerkbegeleiding te vergoeding wanneer het aanbod van Huiswerk Plus niet passend is. Dit is de afgelopen 2 jaar 1x voorgekomen. Resultaten Voordelen: - Ouders zijn volledig vrij in het kiezen van een huiswerkinstituut - We bereikten veel kinderen Nadelen: - Het is niet vast te stellen wat de kinderen leerden bij de commerciële huiswerkinstituten en in hoeverre ze ‘onafhankelijk’ werden gemaakt van het huiswerkinstituut. - Er was weinig tot geen aandacht voor het ‘sociale component’ of voor het ontwikkelen van kansen. - Er was weinig tot geen samenwerking met de scholen en de ouders. - Het is heel vrijblijvend.
26
3.Huiswerk Plus In bijlage 1 staat het Plan van aanpak van Huiswerk plus zoals deze vanaf 2018 is vormgegeven. Na een pilotfase in 2018 t/m 2020 heeft Huiswerk plus vanaf 2021 heeft een plaats gekregen in het reguliere aanbod van Stichting Veens Welzijn. Huiswerk Plus is een groot succes gebleken. Zelfs in tijden van corona hebben ze de uitvoering van Huiswerk Plus gerealiseerd binnen een context waar de inzetmogelijkheden beperkt waren. In totaal komt ongeveer een derde van de jongeren uit een gezin dat rond moet komen van een inkomen tot 120%. Van de totale deelnemers dit jaar zouden ongeveer 25 kinderen in de oude situatie recht hebben gehad op een vergoeding vanuit de minimaregelingen. Dit lijkt weinig ten opzichte van de 78 kinderen die in 2019 een vergoeding ontvingen maar als we onderstaande argumenten in ogenschouw nemen, dan is dit een heel goed aantal: -
-
We weten van deze 78 kinderen niet of er echt noodzaak was voor huiswerkbegeleiding. Huiswerk Plus meer van een kind en zijn ouders vraagt, waardoor ze afhaken. Het is vrijwillig maar niet vrijblijvend. Kinderen bij Huiswerk Plus veel meer leren waardoor ze het jaar erna vaak niet meer terug hoeven te komen. Dit weten we bij commerciële huiswerkbegeleiding niet. Zij willen immers ook hun klanten behouden. Er opvallend weinig telefoontjes zijn gekomen van ouders of scholen toen de vergoeding van commerciële huiswerkbegeleiding stopte. Dit in tegenstelling tot wijzigingen in andere regelingen. Dit leert ons dat er mogelijk een goed alternatief is of dat de noodzaak toch niet zo hoog was.
Het percentage kinderen met een migratieachtergrond dat deelneemt aan Huiswerk Plus is vergelijkbaar of zelfs hoger dan het percentage dat voorheen deelnam aan commerciële huiswerkbegeleiding. Dus ook deze doelgroep weet het aanbod in de sociale basis te vinden. Resultaten Voordelen: - Er wordt naast leren leren, ook aandacht besteed aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden en het versterken van het zelfbeeld. - De instroom wordt georganiseerd in samenwerking met scholen en partners uit het sociaal domein. - In de begeleiding wordt samengewerkt met ouders, school en waar gewenst hulpverleners. - Huiswerk Plus meer van een kind en zijn ouders vraagt, waardoor ze afhaken. Het is vrijwillig maar niet vrijblijvend. - Huiswerk Plus is voor de meeste kinderen maar één schooljaar nodig. - Het aanbod is ook toereikend voor kinderen met een migratieachtergrond. Nadelen: - Ouders hebben geen keuze tussen verschillende vormen van huiswerkbegeleiding. - Huiswerk Plus meer van een kind en zijn ouders vraagt, waardoor ze afhaken. Het is vrijwillig maar niet vrijblijvend.