CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 3 - Integraal beleidskader sociaal domein (2024-2027)

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Keuzenotitie visie sociaal domein22.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Samen werken in verbinding Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

Inhoud 1

2

3

Inleiding

3

1.1 Integraal Beleidskader Sociaal Domein 1.2 Terugblik 1.3 Aanpassing 1.4 Wettelijk kader 1.5 Proces 1.6 Leeswijzer

3 3 5 5 5 5

Relevante beleidsontwikkelingen

6

2.1 Sociaal Domein breed 2.2 Participatiewet 2.3 Gezond en actief leven (2023) en Integraal Zorgakkoord (2022) 2.4 Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) 2.5 Inclusie 2.6 WMO 2.7 Opvang vluchtelingen 2.8 Woningbouwopgaves

6 7

4

Relevante begrippen

13

4.1 Armoede 4.2 Bestaanszekerheid 4.3 Demedicalisering 4.4 Ervaringsdeskundigheid 4.5 Menselijke maat 4.6 Normaliseren 4.7 Participatie 4.8 Positieve gezondheid 4.9 Preventie 4.10 Sociale basis 4.11 Welzijn 4.12 Zelfredzaamheid

13 13 13 13 13 13 13 13 15 15 15 15

7 8

Maatschappelijk doel 3: er blijft kwalitatief goede ondersteuning voor inwoners die het nodig hebben

29

7.1 Het maatschappelijk doel uitgelegd 7.2 De beweging die we willen gaan maken 7.3 Maatschappelijk doel onderverdeeld

29 29 29

Randvoorwaarden

34

Samenvatting Doelen

35

Bijlage 1: Afkortingen

36

Bijlage 2: Model Veenendaal 2020

38

Bijlage 3: Participatietraject Integraal beleidskader Sociaal Domein 2024 2027

39

Bijlage 4: GALA

40

Bijlage 5: wettelijk kader

41

7 7 8 9 9 9

Denkkader

10

3.1 Uitgangspunten 3.2 Werkwijze 3.3 Systematiek IBK-SD

10 11 12

5 6

Maatschappelijk doel 1: we streven naar bestaanszekerheid voor alle inwoners

16

5.1 Het maatschappelijk doel uitgelegd 5.2 De beweging die we gaan maken 5.3 Maatschappelijke doel onderverdeeld

16 16 16

Maatschappelijk doel 2: we bevorderen zelfredzaamheid

23

6.1 Het maatschappelijk doel uitgelegd 6.2 De beweging die we gaan maken 6.3 Maatschappelijk doel onderverdeeld

23 23 23

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 2

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

1 Inleiding 1.1

Integraal Beleidskader Sociaal Domein

Op 21 september 2017 heeft de gemeenteraad de Visie Sociaal Domein ‘De kracht van de samenleving’ vastgesteld. Deze visie gaat over een krachtige, inclusieve samenleving waarin iedereen zich naar vermogen kan ontwikkelen en waar je ook meetelt als je het niet zelf redt. We nemen als samenleving samen de verantwoordelijkheid. Inwoners helpen elkaar, de gemeente en instellingen bieden passende ondersteuning als dit nodig is en geven inwoners ruimte voor initiatieven. Inwoners met complexe problematiek krijgen integrale ondersteuning. Daarbij boeken we winst door verbinding

1.2 Terugblik In Veenendaal werken we in het sociaal domein sinds 2021 met een uniforme toegang voor individuele hulpvragen. We stimuleren inwoners eerst zelf een oplossing te vinden in hun eigen omgeving of netwerk voor ze hier terechtkomen. Vervolgens kan gekeken worden naar de ‘Sociale basis’. Dat zijn alle direct toegankelijke algemene voorzieningen. Als daar geen oplossing gevonden is, kan de inwoner verder in gesprek gaan met één van de loketten (over de sociale basis leest u meer in paragraaf 4.9).

De gemeente geeft met een integraal beleidskader Sociaal Domein (verder IBK-SD) aan welke doelen we daarvoor moeten bereiken. In het IBK-SD staat hoe we van zware naar lichte ondersteuning kunnen gaan. Ook leest u hoe de gemeente wil zorgen dat inwoners weer meer op eigen verantwoordelijkheid kunnen vertrouwen en eigenaarschap durven nemen. Door één beleidskader binnen het sociaal domein te hanteren, vergroten we de samenhang die inwoners met of zonder ondersteuningsvraag nodig hebben. De uitvoering van het IBK-SD geven we samen met onze partners vorm en inhoud. We leggen elk jaar in een uitvoeringsplan vast welke resultaten we willen bereiken en welke inspanningen daarvoor nodig zijn.

Er zijn 4 loketten: Werk en Inkomen, Budgetloket, Centrum voor jeugd en gezin (0-18 jaar) en het Wmo loket (>18 jaar). Deze loketten hebben ieder hun eigen expertise, maar werken met een uniforme werkwijze. We doen bij ieder loket een levensbrede uitvraag om de vraag te verhelderen. De medewerkers van elke loket hebben naast hun eigen expertise basiskennis over de andere loketten. Zo kan 80% van de hulpvragen worden opgelost binnen één loket. Bij de overige 20% van de hulpvragen is een integrale aanpak noodzakelijk om tot een oplossing te komen. Met elkaar bepalen we wat er nodig is en welke route er gevolgd moet worden. Door deze werkwijze hoeft de inwoner niet bang te zijn dat hij bij het verkeerde loket staat.

Voor u ligt het IBK-SD 2024-2027 “Samen werken in verbinding’. In dit beleidskader staat waar we deze vier jaar aan willen werken en wat we willen bereiken. We bouwen voort op het eerste integrale beleidskader 2020-2023 “sterker door verbinding”. De afgelopen jaren zijn al belangrijke stappen gezet. We gaan hiermee door. Dit doen we niet alleen. We werken daarbij samen met inwoners, sociale basis en partners.

Daarnaast is Stichting Veens Welzijn opgericht voor de uitvoering van Welzijnstaken. Veens Welzijn zet zich in om de Sociale Basis te versterken. Daarvoor zijn de basistaken onderverdeeld in 4 pijlers: sociale leefbaarheid vrijwilligers, opvoeden en opgroeien en Langer thuis). Inmiddels levert Stichting Veens Welzijn een belangrijke bijdrage aan het realiseren van een aantal maatschappelijke doelen uit het IBK-SD.

Sinds 2021 voert de gemeente de taken van schulddienstverlening zelf uit via het Budgetloket. Hierdoor kunnen we de dienstverlening beter verbinden met andere onderdelen van het sociaal domein. Sinds 2022 voert de gemeente weer meer regie op het inburgeringsproces van asiel- en gezinsmigranten. Dit proces start met een integrale intake. We bevorderen hiermee de bestaanszekerheid en zelfredzaamheid van migranten. Verder kennen we het Sociaal Startpunt Veenendaal. Deze website biedt een overzicht van het hulpaanbod, activiteiten en nuttige informatie en tips. Op deze manier worden inwoners op weg geholpen. Ook organiseren we jaarlijks sociaal domein brede bijeenkomsten, zijn er publiekscampagnes en hebben we monitors ontwikkeld om resultaten en efecten in kaart te brengen. Dit goede willen we behouden en verder uitbouwen. We zorgen ook voor een update, want we zijn vier jaar verder en de samenleving verandert. Dat komt bijvoorbeeld door demografsche ontwikkelingen: door vergrijzing en extra instroom van vluchtelingen verandert de bevolking van Veenendaal. Ook zien we dat binnen het sociaal domein een steeds groter groeiend beroep wordt gedaan op mantelzorgers en vrijwilligers. Bovendien wijzen rapporten op het overschatten van de zelfredzaamheid van inwoners. Daarnaast staat de bestaanszekerheid bij een groep inwoners onder druk.

Tegelijkertijd hebben we te maken met een krapte op de arbeidsmarkt. En ook de rijksoverheid legt inmiddels andere accenten. Het nieuwe IBK-SD bouwt verder op het IBK-SD 2020-2023. We blijven werken vanuit de visie sociaal domein en het Model

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 3

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 4

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Veenendaal 2020, maar we gaan daarbinnen de accenten en focus verleggen. In bijlage 2 vindt u meer informatie over Model Veenendaal 2020.

1.3

1.3.1

Aanpassing Reikwijdte

Het IBK-SD 2020-2023 ging vooral over de Jeugdwet, de Participatiewet (PW), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Het IBK-SD 2024-2027 gaat daarnaast ook over de Wet Inburgering, welzijn en gezondheid. Daarmee breiden we de ‘kern’ van het sociaal domein uit. Ook is er overlap met gemeentebrede vraagstukken, waaronder opvang vluchtelingen en inclusie. Voor de komende vier jaar zoeken we nadrukkelijk verbinding met onderwijs en kinderopvang. Want er zijn tal van dwarsverbanden. Het onderwijs is de dagelijkse ontmoetingsplaats van kinderen, ouders en onderwijsgevenden. Hier worden signalen gezien, worden kennis, vaardigheden, normen en waarden overgedragen en kunnen dwarsverbanden met andere leefgebieden worden gelegd. Dit zijn vaak bepalende jaren in de ontwikkeling van een mens. Ook is er aandacht voor de bijdragen die cultuur en sport leveren aan de mentale en fysieke gezondheid van onze inwoners. Hoe Veenendaal zich de komende jaren ontwikkelt, heeft ook een belangrijke impact op het sociaal domein. Er komen ongeveer 10.000 woningen bij in Veenendaal tussen 2024 en 2040. Dit zorgt voor meer inwoners die ook gebruik (moeten kunnen) maken van o.a. gezondheidszorg, welzijn, onderwijs, cultuur en sport. We hebben bij het begin van deze grote veranderingen oog voor de impact op de sociale kant.

1.3.2

Flexibiliteit

In het IBK-SD 2024-2027 staat aan welke doelen we werken en hoe we uitvoering geven aan onze visie, “De kracht van de

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

samenleving” (2017). In het IBK-SD 2024-2027 richten we ons op de belangrijkste thema's binnen het gehele sociaal domein. Het IBK-SD 2020-2023 kende 10 maatschappelijke doelen (MD's). De tussenevaluatie van het IBK (2022) liet zien dat enkele van deze doelen zijn gerealiseerd, zoals de hiervoor genoemde uniforme toegang. Verder zijn enkele MD’s geborgd in onze werkwijze. Ook kunnen sommige MD’s worden samengevoegd. Bovendien werd handhaving niet genoemd. In het IBK-SD 2024 – 2027 gaan we van 10 maatschappelijke doelen terug naar 3 overkoepelende doelen. Deze gaan over voor het gehele sociaal domein. Maar het IBK-SD is niet voor vier jaar dicht getimmerd. We behouden ruimte voor samenwerking en fexibiliteit om ons aan te passen aan veranderende omstandigheden. Elk jaar wordt in een uitvoeringsplan vastgelegd welke inspanningen we gaan leveren en welke resultaten we willen bereiken. Over deze resultaten rapporteren we. Zo kunnen we nog beter bijsturen en jaarlijks inspelen op de actualiteit.

1.4

Wettelijk kader

Het IBK-SD 2024-2027 is het belangrijkste kader van de gemeente in het sociaal domein voor de komende vier jaar. De gemeente integreert hierin al het gemeentelijk beleid voor Jeugd, Wmo, participatie, minimabeleid, schuldhulpverlening, inburgering, welzijn en gezondheid. Daardoor kan de gemeenteraad integraler en efectiever sturing geven aan de ontwikkelingen in het sociaal domein. Met het IBK-SD 2024-2027 geeft de gemeenteraad ook invulling aan zijn wettelijke verplichtingen om periodiek een plan vast te stellen dat richting geeft aan preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering, maatschappelijke ondersteuning, integrale schuldhulpverlening en lokaal gezondheidsbeleid1 (Meer informatie over het wettelijk kader vindt u in bijlage 5. Sommige wettelijke verplichtingen zijn vastgelegd in andere documenten en niet benoemd in Daarom vindt u in bijlage 5 een overzicht van de wettelijke verplichtingen en in welk document deze zijn uitgewerkt).

1.5

Randvoorwaarden

Proces

Omdat het IBK-SD 2020-2023 afoopt op 31 december moet er voor 1 januari 2024 een nieuw IBK-SD voor de komende vier jaar worden vastgesteld. Conform de wens van de raad zoals genoemd in het raadsakkoord “Samen werken in vertrouwen2” zijn aan de voorkant en gedurende het proces, zowel de Veenendaalse samenleving, de raad als medewerkers intensief betrokken bij de totstandkoming van dit IBK-SD. Daarnaast is samenwerking gezocht met onder meer de bewoners, adviesraden, vrijwilligersorganisaties en onderwijs- en maatschappelijke partners. Overigens is ook het raadsakkoord zelf het resultaat van een intensief traject met de gemeenteraad en de samenleving en is door middel van brede participatie met inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven tot stand gekomen. Input die daar is opgehaald, hebben we betrokken bij het voorliggende IBK Het bureau Opiniepijlers heeft begin 2023 ook inwoners bevraagd. Ruim 400 inwoners hebben hun mening gegeven over de toekomst van het sociaal domein. In bijlage 3 wordt het participatieproces beschreven. Het rapport van Opiniepijlers wordt met het IBK-SD meegezonden. Ook na het vaststellen van het IBK-SD 2024-2027 blijft de blik naar buiten gericht. Samen met partners en externe partijen zullen we uitvoering geven aan dit beleidskader. Dit doen we via gezamenlijke, jaarlijkse uitvoeringsplannen en projecten.

1.6

Leeswijzer

Het IBK-SD is opgebouwd uit 8 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 bevat een opsomming van relevante beleidsmatige ontwikkelingen waar we de komende jaren rekening mee moeten houden. Hoofdstuk 3 geeft het denkkader en de opbouw van het IBK-SD 2024-2027 weer. De duiding van enkele centrale termen staat in hoofdstuk 4. Daarna worden 3 maatschappelijke doelen benoemd, die vervolgens per hoofdstuk worden uitgewerkt in beoogde resultaten en inspanningen. Tenslotte worden de randvoorwaarden beschreven om tot een succesvolle uitvoering van het IBK-SD 2024-2027 te komen.

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 5

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

2 Relevante beleidsontwikkelingen Tussen 2024 en 2027 moeten we rekening houden met een aantal ontwikkelingen. In dit hoofdstuk gaan we in op aangekondigde beleidsontwikkelingen. Deze volgen voor een deel uit wetgevingstrajecten. Maar het gebeurt steeds vaker dat Rijk, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere partijen beleidsdoelen afspreken in akkoorden. Onderstaande lijst is niet uitputtend. We kunnen beleidsdoelen alleen behalen als daar fnanciële dekking voor is. Daarover doen wij in het IBK-SD geen uitspraken.

2.1

2.1.1

Sociaal Domein breed

Raadsakkoord Veenendaal “samen werken in vertrouwen (2022)”

De gemeenteraad heeft in het raadsakkoord 2022-2026 de belangrijkste thema's en ambities verwoord voor de huidige bestuursperiode. Dit raadsakkoord bouwt voor het sociaal domein voort op het IBK-SD 2020-2023, Er zijn ook nieuwe accenten. We zijn scherp op de kwaliteit, de organisatie en de financiën van de zorg, omdat beschikbare budgetten beperkt zijn. Verder zijn nieuwe aandachtspunten benoemd: • We stellen de menselijke maat bij maatschappelijke ondersteuning en hulp voorop. • We stimuleren en faciliteren het vrijwilligerswerk en geven actief uiting aan de waardering hiervoor. We hebben daarbij in het bijzonder aandacht voor de (druk op) mantelzorgers. • We bevorderen (buiten) sporten en bewegen. Dat zorgt voor een gezonde leefstijl en voor sociale contacten. • We leveren door preventie en vroegsignalering een bijdrage aan het voorkomen van zwaardere vormen van zorg. We voeren blijvend gesprekken over de

inrichting van onze zorg, waarbij aandacht moet zijn voor normalisering en de-medicalisering3. • Mensen worden gemiddeld ouder en wonen langer thuis, dat geeft extra druk op de zorg. We blijven daarom regie voeren op verbinding wonen, welzijn en zorg. • We hebben aandacht voor voldoende (zorg)voorzieningen voor inwoners in een kwetsbare positie en levensloop- en zorggeschikte woon(zorg)eenheden. Dit is nodig omdat de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking en omdat de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen, waardoor de vergrijzing op twee manieren toeneemt (dubbele vergrijzing). • We hebben aandacht voor mensen in een kwetsbare financiële situatie Door ontwikkelingen in de samenleving kunnen mensen in een kwetsbare financiële situatie komen. Daar hebben we extra aandacht voor. • We hebben bij inkoop van zorg aandacht voor goed opdrachtgeverschap, keuzevrijheid, contractmanagement en innovatie (het gaat om publieke middelen). • We bevorderen innovatie door digitalisering en robotisering in de zorg (domotica).

2.1.2

Menselijke maat

Het Haagse coalitieakkoord “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst (2022)” legt een grote nadruk op het belang van de menselijke maat in de uitvoering. In het akkoord is opgenomen dat gewerkt wordt aan een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is. Wetten en regels moeten worden beoordeeld op eenvoud, menselijke maat en uitvoerbaarheid. Het kabinet wil concrete stappen zetten om niet de regels, maar de mens centraal te zetten en daarmee ervaren hardheden weg te nemen. Het wetsvoorstel tot versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht (Awb) sluit hierop aan. Dit wetsvoorstel beoogt door middel van aanpassingen in de Awb de menselijke maat in het bestuurs(proces)recht te vergroten en de overheid meer 'responsief' te maken. Waarschijnlijk treedt in 2024 de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) in werking. De wet moet regelen dat gemeenten in specifieke situaties de ruimte krijgen om te verkennen of mensen kampen met gestapelde problemen en welke partijen nodig zijn om de problemen op te lossen. Doel van de wet: snellere en meer gecoördineerde ‘integrale’ hulp voor kwetsbare mensen.

2.1.3

Rekenkamercommissie Veenendaal “De menselijke maat gewogen (2023)”

Ook lokaal krijgt “de menselijke maat” veel aandacht. De Rekenkamercommissie Veenendaal heeft in 2023 ”de menselijke maat gewogen”. De rekenkamer concludeert dat de gemeente Veenendaal geen geëxpliciteerde visie heeft op het handelen volgens de menselijke maat. Maar kernwaarden van de menselijke maat komen terug in

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 6

Inleiding

Relevante Bedrijfsontwikkelingen

beleidsstukken en alle gesproken medewerkers hebben een besef wat de menselijke maat inhoudt en wat de impact van beslissingen voor inwoners is. Verder communiceert de gemeente in veel gevallen niet passend, Dat komt doordat de teksten veelal te juridisch zijn en daardoor niet danwel moeilijk te begrijpen voor inwoners. De rekenkamercommissie doet twee aanbevelingen: • Neem bij het vaststellen van nieuwe beleidskaders en beleidsregels, de kernwaarden van de menselijke maat in de stukken op. • Verbeter de begrijpelijkheid van brieven en beschikkingen, zodat inwoners in simpele formuleringen uitleg krijgen over de besluiten die gaan over hen.

2.2

2.2.1

Participatiewet

Participatiewet in balans

Het kabinet wil de balans weer terugbrengen in de Participatiewet, door meer oog te hebben voor de mens achter de uitkering. De maatregelen vormen een samenhangend pakket om de professional meer ruimte te geven, werken en participatie naast de uitkering te stimuleren en de uitkeringsgerechtigde meer zekerheid te geven. Vereenvoudiging, uitvoerbaarheid, vertrouwen, wederkerigheid en menselijke maat zijn hierbij kernwoorden. Met de herzieningen wil het kabinet een nieuwe basis leggen voor de Participatiewet. Die basis moet ook beter aansluiten op het brede sociale domein, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Verschillende wetgeving zit elkaar nu te veel in de weg. Dat wil de minister aanpakken. De wet moet eenvoudiger, begrijpelijker en passen bij het doenvermogen4 van mensen. Breed offensief/simpel switchen We willen bereiken dat iedere inwoner kan meedoen in

Denkkader

Relevante begrippen

de samenleving op de best passende plek door mee te doen met het landelijke project Simpel Switchen in de Participatieketen. Het wordt voor mensen makkelijker vanuit de uitkering aan het werk te gaan of de stap te maken van dagbesteding naar werk. Ook een eventuele noodzakelijke stap terug moet mogelijk zijn zonder dat mensen daarbij financiële onzekerheden kennen of rechten verliezen. Het breed offensief is een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. De maatregelen zijn vooral bedoeld om het eenvoudiger te maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen en het aantrekkelijker maken voor mensen met een beperking om (meer) te gaan werken, hetzij in regulier werk, hetzij in beschut werk.

2.2.2 Aanpak geldzorgen, armoede en schulden Voor een grote groep Nederlanders staat de bestaanszekerheid onder druk. Voor hen is de dagelijkse zorg om rond te komen groot, door onvoldoende of onzekere inkomsten of doordat ze te maken hebben met problematische schulden. Dit zorgt voor stress, gezondheidsproblemen, sociaal isolement en schaamte en zet kinderen langdurig op achterstand, vaak van generatie op generatie. Het kabinet wil deze vicieuze cirkel doorbreken en met een brede, meerjarige aanpak geldzorgen beter voorkom en. Verder wil het kabinet het aantal mensen in armoede en schulden substantieel terugdringen en de bestaanszekerheid van alle Nederlanders versterken. Het actieplan moet leiden tot een halvering van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in 2025 en in 2030 moet het aantal mensen in armoede en met problematische schulden zijn gehalveerd. De aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden van het

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

kabinet bestaat uit een groot aantal acties, initiatieven en maatregelen op diverse terreinen. Voldoende en stabiel inkomen vormt de basis voor bestaanszekerheid. Het is belangrijk dat dit goed geborgd wordt. Preventie speelt vervolgens een rol bij het voorkomen van geldzorgen. Goede voorlichting van jongs af aan, in alle levensfases en dichtbij helpt om de juiste financiële keuzes te kunnen maken. Wie in een schuldensituatie komt kan rekenen op een overheid die werkt voor mensen en voorziet in laagdrempelige, eenvoudige, mensgerichte financiële hulp en sociale incasso. Door deze en andere maatregelen kan worden doorbroken dat overgaat van generatie op generatie, en realiseren we dat meer mensen eerder en betere schuldhulpverlening ontvangen en sneller perspectief hebben op een financieel zorgeloze toekomst.

2.3

Gezond en actief leven (2023) en Integraal Zorgakkoord (2022)

Met het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) stimuleert het Rijk gemeenten om lokaal en samen met partners in te zetten op een gezond en actief leven met een stevige sociale basis. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Op basis van een regiobeeld5 wordt in 2023 een regioplan gemaakt samen met regionale partners en zorgverzekeraar. Het Zorgakkoord en het regioplan hangen met elkaar samen en ondersteunen de brede blik op gezondheid. Ook bevordert het domeinoverstijgend samenwerken zowel binnen als buiten de gemeente. Verder beoogt het een beweging naar de voorkant. Daardoor levert GALA ook een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit de Hervormingsagenda Jeugd. (zie bijlage 4)

2.4

Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023)

De Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 7

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

houdbaar te krijgen. Deze agenda is opgesteld door het ministerie van VWS, zorgaanbieders, professionals, gemeenten en cliëntenorganisaties. Er wordt structureel geïnvesteerd in de landelijke kwaliteit en effectiviteit van jeugdhulp. Lokale teams en toegang worden versterkt. Ook komt er een aanpassing van de Jeugdwet. De Jeugdhulpplicht wordt afgebakend waardoor duidelijker wordt waarvoor kinderen en ouders hulp kunnen krijgen. Gemeenten worden verplicht bepaalde specialistische zorg regionaal in te kopen om beschikbaarheid en continuïteit van zorg beter te organiseren. Dit betekent onder andere dat de Jeugdhulpregio FoodValley zal worden geformaliseerd in een Gemeenschappelijke Regeling. Er wordt onderzocht hoe jeugdhulp beter kan worden verbonden aan aanpalende domeinen zoals onderwijs, volwassen-ggz en bestaanszekerheid. Al deze opgaven worden vanaf 2023 uitgewerkt en lopen tot 2028. De looptijd van het IBK-SD valt dus binnen deze periode. De gemeente Veenendaal maakt werk van deze Hervormingsagenda. We zorgen daarbij dat de maatregelen vertaald worden naar de lokale situatie. Dit wordt in jaarlijkse uitvoeringsplannen verwerkt. Naast lokaal werkt de gemeente ook regionaal. Op het gebied van jeugdhulp werkt de gemeente samen met in de Jeugdhulpregio FoodValley. De 7 samenwerkende gemeenten stellen periodiek een Regiovisie Jeugdhulpregio FoodValley vast.

In deze regiovisie werken wij met ‘Ons Verhaal’. Dit zijn de waarden die ons als gemeenten in de samenwerking én op de inhoud richting geven. Deze regiovisie is ook betrokken bij het opstellen van het IBKSD 2020-2023. De huidige regiovisie is vastgesteld in de raadsvergadering van 27 januari 2022.

2.5

Inclusie

Sinds 2016 is in Nederland het VN-Verdrag Handicap in werking getreden. Dit betekent dat de overheid de

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 8

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

mensenrechten van mensen met een beperking moet bevorderen, beschermen en waarborgen. Participatie, toegankelijkheid (fysiek, sociaal en digitaal) en autonomie zijn grondbeginselen uit het verdrag Voorzieningen in het sociaal domein en een toegankelijke leefomgeving zijn daarvoor onontbeerlijk. Gemeenten zijn verplicht om in hun beleidsplannen voor de uitvoering van de Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet op te nemen hoe ze uitvoering geven aan het VN-Verdrag Handicap. Van 2024-2034 werkt de gemeente aan diversiteit en inclusie volgens een gemeentebrede, integrale visie6. Het doel van de visie is om te borgen hoe wij omgaan met diversiteit en het werken aan inclusie op alle vlakken. Hierdoor voelen inwoners van Veenendaal geen maatschappelijke of fysieke belemmeringen en kan iedereen onderdeel van de samenleving zijn, zonder uitsluiting.

2.6

2.6.1

WMO

Inkomensafhankelijke bijdrage Wmo

Sinds de invoering van het abonnementstarief voor de Wmo vanaf 2019 kunnen huishoudens gebruik maken van bepaalde Wmo-voorzieningen voor een vast tarief van € 19 per maand, ongeacht inkomen, vermogen of gebruik. Door het abonnementstarief is het gebruik van Wmo-voorzieningen sterker gestegen dan het Rijk had verwacht. In de praktijk leidt het gestegen gebruik ertoe dat de toegankelijkheid en uitvoerbaarheid van Wmovoorzieningen onder druk komt te staan. Dit zien we het meest bij de Schoonmaakondersteuning Om de houdbaarheid van de Wmo te verbeteren, heeft het kabinet besloten een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren voor alle Wmo-voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt,. Deze wijziging wordt verwacht per 1 januari 2026. Hoe de nieuwe,

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Met de komst van de spreidingswet worden gemeenten structureel verantwoordelijk voor de opvang van vluchtelingen. Verder is de gemeente ook aansprakelijk voor de uitvoering van de daarbij horende wettelijke taken. (huisvesting, integratie, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, inburgering informatievoorziening, onderwijs, etc.). Dit willen wij nu en in de toekomst ook op een goede manier blijven doen. Daarvoor moeten we deze taken zowel in de gemeentelijke organisatie als daarbuiten borgen.

inkomensafhankelijke eigen bijdrage er precies uit komt te zien moet eerst landelijk verder worden uitgewerkt. Vervolgens vindt hiervan de lokale vertaling plaats. 2.6.2 Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst Een Thuis. In het Regeerakkoord wordt benoemd dat blijvende inzet nodig is op het voorkomen van dakloosheid, vernieuwing van de maatschappelijke opvang en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze mensen. Hiertoe is samen met partners het Actieplan Dakloosheid 2023-2030 opgesteld. De zes actielijnen zijn: • Versterken bestaanszekerheid: borging van het bestaansminimum; • Preventie: voorkomen dakloosheid is altijd het beste; • Wonen Eerst: iedereen een eigen woonplek met ondersteuning op maat; • Integraal werken in de uitvoering: regie, snelheid en menselijke maat; • Geen beleid zonder ervaringskennis: beleid wordt gemaakt, getoetst en uitgevoerd met mensen met ervaringskennis; • Inclusieve aanpak: aandacht voor jongeren, LHBTIQ+ en dakloze EU-burgers

2.7

Randvoorwaarden

2.8

Woningbouwopgaves

De gemeente heeft met het Rijk en de regio Food Valley een woningbouwdeal gesloten. Dit zorgt ervoor dat in Veenendaal in het gebied Spoorzone tussen 2024 en 2030 ruim 3.000 woningen worden gebouwd. Een deelgebied in de Spoorzone is het Ambacht. Hier worden 1.800 woning gebouwd. Een aantal te realiseren gebiedsdoelen hebben een nauwe relatie met het sociaal domein: werken en voorzieningen ondersteunen het wonen en sociale cohesie & samenhang.

Opvang vluchtelingen

In Nederland hebben gemeenten de verantwoordelijkheid om statushouders te huisvesten. Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Het aantal statushouders dat gemeenten moet huisvesten, wordt bepaald door de rijksoverheid en is gebaseerd op het aantal inwoners van de gemeente. Door het toenemende aantal vluchtelingen zien we ook de taakstelling, en dus het aantal mensen wat wij moeten plaatsen, toenemen. Daarbij kwam ook nog de toestroom van Oekraïners.

De druk op de woningmarkt zorgt er ook in Veenendaal voor dat het lastig is om te voldoen aan de huisvestingsvraag voor inwoners die extra aandacht nodig hebben. We denken dan vooral aan: jongeren die voor het eerst zelfstandig willen wonen, inwoners met onbegrepen en/of moeilijk gedrag, inwoners waarbij zorg dichtbij moet zijn én ouderen die vanuit een eengezinswoning willen doorstromen naar een geschiktere woonplek. Ook de asielcrisis en het huisvesten van vluchtelingen, asielzoekers en statushouders is een aandachtspunt voor de komende jaren. De keuzes die op landelijk en gemeentelijk niveau worden gemaakt zijn van invloed op de vraagstukken die (vaak op een later moment) aan de orde komen in het sociaal domein.

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 9

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

3 Denkkader 3.1

Uitgangspunten

Het IBK-SD 2024-2027 is de uitwerking van de vastgestelde Visie sociaal domein ‘De kracht van de samenleving’ (2017) en het Model Veenendaal 2020. Het model beoogt met een stevige sociale basis en meer samenhang in het sociaal domein, een verdere beweging van zware naar lichtere zorg op gang te brengen, zodat er voldoende geld beschikbaar is voor de ondersteuning die mensen echt nodig hebben. Daarbij moeten kwaliteit, organisatie en financiën tegelijkertijd op orde zijn. De uitgangspunten van de visie blijven de basis van het IBKSD 2024-2027: • Iedereen is naar vermogen maatschappelijk actief. • Ondersteuning is gericht op het stimuleren van de eigen kracht van inwoners en hun netwerk. • Waar nodig bieden we ondersteuning aan inwoners. • Voor ondersteuning aan inwoners op meerdere leefgebieden boeken we winst door verbinding. • We voeren regie op de resultaten van ondersteuning. De visie op het sociaal domein gaan we lokaal verder uitwerken voor de komende jaren. We blijven dus op dezelfde koers. De focus zal wel verschuiven, zodat we antwoord kunnen geven op de hiervoor geschetste actuele ontwikkelingen. In het IBK-SD 2024-2027 focussen we op: • Preventie en vroegsignalering De komende jaren willen we meer nadruk leggen op het voorkomen dat inwoners ondersteuning of zorg nodig hebben en daar waar wel nodig, er op tijd bij

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 10

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

zijn. Dit gaat bijvoorbeeld over het voorkomen van gezondheidsproblemen, maar ook over het behoud van werk, het voorkomen van schulden en het versterken van de sociale basis. Ook bestaanszekerheid speelt hier een rol. • Inclusieve samenleving en kansengelijkheid We willen dat iedereen naar vermogen mee kan doen en hebben ook iedereen nodig om een bijdrage te leveren. Daarbij hoort dat we gelijke kansen proberen te creëren. Hier raken de visie op diversiteit en inclusie en het IBKSD 2024-2027 elkaar. • Toekomstbestendig sociaal domein De komende jaren komt de zorg steeds verder onder druk te staan. Door vergrijzing en ontgroening en een toename van de zorgvraag wordt het steeds moeilijker om iedereen die dat nodig heeft zorg te bieden. Als gemeente moeten we ook nadrukkelijk meedenken over de organisatie en de toekomst van zorg uit andere domeinen, zoals de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. • Zelfredzaamheid en de sociale basis We willen dat inwoners zich zoveel mogelijk zelf en samen kunnen redden en dat iedereen mee kan doen. Daarom is het investeren in de sociale basis hard nodig: de overheid kan dit namelijk niet allemaal organiseren. Tegelijkertijd laten onderzoeken zien dat zelfredzaamheid soms wordt overschat. Niet iedereen is daartoe in staat. In deze gevallen moet de overheid en/of de sociale basis een stap extra (kunnen) zetten.

• Handhaving, controle en verantwoording Dekking van het sociaal domein gaat over miljoenen euro’s. Daarom is het belangrijk om goed te verantwoorden wat er met dat geld gebeurt. Een zakelijke

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

Het IBK-SD 2024-2027 “samen werken in verbinding” is een strategisch kader op hoofdlijnen. Hierin wordt de beweging beschreven die we willen bewerkstelligen en worden de belangrijkste thema’s en ambities voor Veenendaal voor de komende periode verwoord. In dit kader staat waar we aan willen werken.

Deels is dit al bestaande praktijk, maar dit maken we nu expliciet. Door dit begrip onderdeel te maken van beleidsdocumenten maken we inzichtelijk hoe naar de menselijke maat gehandeld moet worden in beleid en uitvoering. Daarnaast is er de mogelijkheid om hier achteraf op te reflecteren en evalueren. Inwoners mogen van de gemeente verwachten dat we hen behoorlijk behandelen en daarbij eerlijk, duidelijk en begripvol zijn en dat we ‘oog hebben voor de eigenheid en vermogens van inwoners in specifieke omstandigheden en bij de uitvoering van vastgesteld beleid’. We willen graag dat mensen zich gehoord, gezien en geholpen voelen. Onze dienstverlening moet zo goed mogelijk aansluiten op de mogelijkheden en behoeften van onze inwoners. Dat houdt in dat we oog hebben voor de menselijke maat en waar nodig maatwerk bieden. Dat doen we uiteraard binnen de ruimte die de wet- en regelgeving ons biedt. Dit betekent overigens ook dat we, als de toepassing van beleidsregels tot onevenredige uitkomsten leidt, in concrete gevallen hiervan zullen afwijken.

Dit kader is tot stand gekomen na een intensief participatietraject. Dit traject past bij onze bestuursstijl. Deze passen we ook in het vervolg toe. Dit betekent dat we het IBK-2024-2027 niet dichttimmeren. Er moet ruimte zijn en blijven voor inbreng van (maatschappelijke) partners en we moeten kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Daarbij staan we in contact met de Veenendaalse samenleving.

Daarbij spreken we heldere en begrijpelijk taal. De motivering van besluiten moet in begrijpelijke taal worden opgesteld. De lezer moet kunnen begrijpen hoe we tot een besluit zijn gekomen en wat het besluit voor hem of haar betekent. De menselijke maat werkt daarbij overigens twee kanten op: ook medewerkers mogen verwachten dat zij fatsoenlijk en respectvol bejegend worden door inwoners en andere partijen.

3.2.2 Menselijke maat

We houden dus rekening met de leefwereld en met het doenvermogen van de inwoners, Want naast denkvermogen is 'doenvermogen' minstens zo belangrijk om aan de hoge eisen van de participatiesamenleving te kunnen voldoen. In onze dienstverlening hebben we daarom aandacht voor het belang van niet-cognitieve vermogens, zoals een doel stellen, in actie komen, volhouden en om kunnen gaan

houding richting aanbieders, toezicht en handhaving en een goede datahuishouding met goede monitoring horen hierbij. Daarbij ontmoeten we ook een aantal dilemma's. Hoe verhoudt bijvoorbeeld vroegsignalering zich tot zelfredzaamheid. Maatwerk tot rechtsgelijkheid. vertrouwen tot het controleren op rechtmatigheid. En hoe verhoudt de sociale basis zich tot draagkracht. In het IBKSD 2024-2027 willen we daar een balans in vinden. Daar komen we in de volgende hoofdstukken op terug.

3.2

3.2.1

Werkwijze

Bestuurlijke samenwerking

In contact met inwoners en bij de uitvoering van het IBK-SD 2024-2027 hanteren we “de menselijke maat”. Dit uitgangspunt staat bij maatschappelijke ondersteuning en hulp voorop en bepaalt hoe we inwoners en organisaties/ partners willen benaderen en de wijze waarop we de doelen willen bereiken.

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 11

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

met verleiding en tegenslag. Ook gaat het om vraagverlegenheid of het ontbreken van een netwerk. Overigens zien we daarbij nog steeds het positieve effect van (zelf)redzaamheid. Streven naar zelfredzaamheid of samenredzaamheid blijft (zie hoofdstuk 6). We zetten daarom ook in op het doorontwikkelen van de sociale basis. In het zoeken naar oplossingen en maatwerk verliezen we de afwegingskaders (zoals evenwicht, kwaliteit, financiën en organisatie) en aandacht van onze medewerkers en partners in het veld niet uit het oog.

3.3

Systematiek IBK-SD

De visie Sociaal Domein vormt het uitgangspunt van het IBK-SD 2024-2027. Hierin staat een aantal begrippen centraal. Deze worden in het IBK nader beschreven en op basis daarvan zijn maatschappelijke doelen bepaald. De gemeenteraad bepaalt dus met het vaststellen van het IBK-SD 2024-2027 aan welke doelen we gaan werken. Vervolgens leggen we in een jaarlijks uitvoeringsplan vast welke resultaten we dat jaar willen bereiken en welke inspanningen daarvoor nodig zijn. Dit uitvoeringsplan komt tot stand in samenwerking met adviesraden, medewerkers in de uitvoering en belangrijke maatschappelijke partners. Het uitvoeringsplan wordt vastgesteld door het college. Dat doen we omdat er in een periode van vier jaar veel omstandigheden buiten de invloedsfeer van de gemeente zijn. Door een jaarlijks uitvoeringsplan kunnen we goed en flexibel uitvoering geven aan de maatschappelijke doelen uit het IBK-SD 2024-2027. In een jaarlijks uitvoeringsplan kunnen we resultaten beter SMART7 maken. Over de bereikte resultaten rapporteren we periodiek middels een monitor. We beoordelen jaarlijks of de inspanningen uit het

Denkkader

Relevante begrippen

uitvoeringsplan nog relevant zijn voor het volgende jaar (peilstokmoment). Leveren onze inspanningen de verwachte en gewenste resultaten, dan zetten we ze voort. Doen ze dat niet of zijn ze afgerond, dan kiezen we voor nieuwe inspanningen om de beoogde resultaten (verder) te realiseren. Omdat niet elk resultaat (eenvoudig) te meten is gaat het in het sociaal domein niet alleen om tellen, maar ook

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

om vertellen. In het IBK-SD 2024-2027 leggen we per maatschappelijk doel vast welke beweging we willen maken. En we geven in de P&C cyclus ook een inhoudelijke verantwoording over het beoogde resultaat. Na twee jaar wordt de voortgang van het IBK-SD 20242027 geëvalueerd. Daarbij wordt gerapporteerd over de uitgangspunten, de maatschappelijke doelen en de beoogde resultaten. Dit wordt voorgelegd aan de Raad.

Schematische weergave:

5 Uitgangspunten visie Sociaal Domein (2017) 3 Maatschappelijke doelen IBK Sociaal Domein 2024-2027 Kaders, Begrippen en Beoogde effecten IBK Beoogde resultaten Uitvoeringsplan 2024 Inspanningen uitvoeringsplan 202 Monitor

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 12

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

4 Relevante begrippen 4.1

Armoede

Er is sprake van armoede als mensen gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden.8 Vanwege de gestegen infatie is de armoedegrens in 2023 130% van de toepasselijke bijstandsnorm ten opzichte van 110% in 2020. Hierdoor stijgt het aantal mensen in armoede in Veenendaal met 3,5% punt.9

4.2

Bestaanszekerheid

Werken aan bestaanszekerheid betekent het op orde brengen van de basisvoorwaarden: “De zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, de zekerheid van werk en van mee kunnen doen in de samenleving. Maar ook de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning. En in een veilige en prettige omgeving, met snelle en toegankelijke dienstverlening in situaties die de veiligheid bedreigen.”10

4.3

Demedicalisering

Met demedicalisering wordt bedoeld dat er niet meer uitsluitend naar medische oplossingen wordt gezocht voor ervaren klachten. Soms hebben andere (preventieve of curatieve) interventies meer efect. Denk bijvoorbeeld aan het bevorderen van een gezonde leefstijl met sporten en bewegen, het oplossen van fnanciële zorgen of het vergroten van de draagkracht, Hierdoor kan onnodig beroep op de gezondheidszorg worden terug gebracht.

4.4

Ervaringsdeskundigheid

Een ervaringsdeskundige is iemand die kundig is geworden op een bepaald terrein door eigen ervaring; doordat diegene het

zelf heeft meegemaakt. Er is dus geen opleiding voor nodig, al zijn er opleidingen die mensen met ervaringskennis opleiden tot gediplomeerde ervaringsdeskundigen.

4.5

Menselijke maat

De Rekenkamercommissie gemeente Veenendaal heeft de menselijke maat als volgt gedefnieerd11: 'Oog hebben voor de eigenheid en vermogens van inwoners in specifeke omstandigheden en bij de uitvoering van vastgesteld beleid'. Deze defnitie nemen we over en verwerken we in het IBK-SD 2024-2027.

4.6

Normaliseren

Het begrip “normaliseren” benadrukt dat afwijkingen van het gemiddelde, ‘de norm’ niet standaard als problematisch aangemerkt worden. Normaliseren gaat over het verkleinen van de zorgvraag door middel van het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van jeugdigen, opvoeders en het sociale netwerk. Ook gaat het erom onnodig diagnosticeren of problematiseren van incidenten en afwijkingen van het gemiddelde te voorkomen. Wij benadrukken dat jeugdigen en opvoeders met hulpvragen waarbij jeugdhulp noodzakelijk is wel aanspraak moeten kunnen blijven maken op de juiste ondersteuning.12 Normaliseren beschrijft dus een beweging die we willen maken. We willen dat er minder vaak (onnodig) professionele oplossingen worden gezocht bij tegenslagen. Tegenslagen horen tot op zekere hoogte ook gewoon bij het leven. Niet alles wat afwijkt van het gemiddelde vraagt direct om professionele hulp. We willen dat een sterkere sociale basis inwoners helpt om meer steun te vinden in hun omgeving en minder13 afhankelijk te zijn van professionele hulp. Als er

toch professionele hulp nodig is, dan bieden we die zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Dit begrip wordt vaak toegepast in de Jeugdwet, maar deze is breder hanteerbaar. De beweging naar normaliseren is een gezamenlijke opgave die we dan ook samen maken met onze sociale partners, onderwijs, kinderopvang en niet in de laatste plaats met onze inwoners.

4.7

Participatie

Met participatie wordt bedoeld dat iedereen naar vermogen kan meedoen in de samenleving. Participatie in betekenisvolle activiteiten en contacten kan bijdragen aan het individueel welzijn van mensen en daarmee een middel zijn om een hogere kwaliteit van bestaan te realiseren. Participatie, het meedoen en bijdragen aan de maatschappij kent zo allerlei positieve aspecten zoals zingeving, zelfontplooiing, verbondenheid, (bevordering van) zelfredzaamheid en sociaal contact. Maar participatie heeft vaak ook maatschappelijke relevantie. Het is niet alleen belangrijk voor de inwoner zelf, maar heeft ook als doel anderen te helpen of bij te dragen aan de leefomgeving of maatschappij14.

4.8

Positieve gezondheid

Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies15. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Het denken over gezondheid en ziekte is de laatste jaren sterk aan het veranderen. Lange tijd zagen we gezondheid vooral als afwezigheid van ziekte. Positieve Gezondheid kijkt juist breder. Daarbij gaat het niet om gezondheid als een statisch gegeven

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 13

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

of een te bereiken doel. Maar om de veerkracht van mensen om zich aan te passen aan wat zich in het leven voordoet. Die brede invulling van gezondheid, is uitgewerkt in zes dimensies. Die zijn voortgekomen uit onderzoek naar wat mensen zelf verstaan onder gezondheid. Zij blijken niet alleen lichamelijke gezondheid belangrijk te vinden, maar bijvoorbeeld ook zingeving, meedoen en kwaliteit van leven. Het spinnenwebdiagram beschrijft de zes dimensies en bijbehorende aspecten. Met het spinnenweb kunnen mensen hun eigen gezondheid in kaart brengen. Ook is het een instrument dat kan worden ingezet als opmaat naar een gesprek over gezondheid en welzijn. SPINNENWEBDIAGRAM

Lichaamsfuncties 10 8 6 4 2 Dagelijks functioneren

0

Meedoen

Mentaal welbevinden

Zingeving

Kwaliteit van leven

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 14

Inleiding

4.9

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Preventie

Preventie is een breed begrip. In Veenendaal hebben we als doel preventieve maatregelen in een zo vroeg mogelijk stadium in te zetten om zwaardere zorg en ondersteuning te voorkomen. In elke fase van het leven zijn er preventieve maatregelen mogelijk. Dat kan gaan om het kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren tot het voorkomen van vallen bij ouderen. Hierbij hoort ook de aanpak van sociale achterstanden, armoede, schulden, eenzaamheid en de inrichting van de leefomgeving. In relatie tot gezondheid gaat

Relevante begrippen

het om het bevorderen en beschermen van de gezondheid en het voorkomen van ziekten.16

4.10 Sociale basis De sociale basis valt uiteen in een persoonlijke sociale basis, (het eigen netwerk van de inwoner zelf) een gemeenschappelijke basis (informeel georganiseerde verbindingen zoals buurtinitiatieven) en een institutionele sociale basis (er is sprake van een subsidierelatie tussen gemeenten en welzijnsorganisaties). Hier worden ook

De inwoner en diens sociale netwerk Gemeenschappen

Gemeenschappelijke sociale basis

Bewoners initiatieven

Persoonlijke sociale basis Mantelzorg

Plekken voor ontmoeting Vrijwilligers Eerstelijns hulpverlening

Randvoorwaarden

verbindingen gelegd met andere organisaties, zoals de woningbouwverenigingen, het onderwijs en de kinderopvang. Op deze terreinen is de gemeente geen opdrachtgever maar wel samenwerkingspartner. Wij bouwen in de gemeente Veenendaal vanuit het model van het Verwey-Jonker Instituut. Onderstaand model van het Verwey-Jonker Instituut17 geeft alle levensterreinen van een individu weer: de persoonlijke, gemeenschappelijke en de institutionele sociale basis. Niet op al deze terreinen hebben wij als gemeente evenveel invloed. De meeste invloed hebben we op de gemeenschappelijk en institutionele sociale basis.

4.11 Welzijn

MODEL VERWEY-JONKER INSTITUUT

Institutionele sociale basis

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Verenigingen

Professionals in de sociale basis Steunpunt vrijwilligers

Accomodatie en voorzieningen

Onder welzijn verstaan we het fysiek, mentaal en sociaal welbevinden van een individu, waarbij het individu in staat is om zijn of haar volledige potentieel te benutten en zich tevreden te voelen met zijn of haar leven. Fysiek welzijn omvat gezondheid, ftheid, voeding en de afwezigheid van ziekte en letsel. Mentaal welzijn verwijst naar een gevoel van tevredenheid en geluk, evenals een gevoel van mentale balans en veerkracht. Sociaal welzijn heeft betrekking op de kwaliteit van de relaties van een persoon met anderen, inclusief vrienden, familie, collega's en de bredere gemeenschap.18 Welzijnswerk is een breed begrip dat verwijst naar de praktijk van het ondersteunen van individuen, gezinnen en gemeenschappen om hun welzijn te verbeteren. Als gemeente kun je zelf invulling en prioritering geven aan welzijn(staken).

4.12 Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het op acceptabel niveau kunnen functioneren in het dagelijks leven. Zelfredzaamheid gaat over het voeren van de regie over het eigen leven en heeft functionele, fnanciële en sociale aspecten. Iedereen heeft het recht op het maken van eigen keuzes en zelfstandigheid. Dit zelfbeschikkingsrecht is echter niet absoluut. De samenleving verwacht dat mensen tot op zekere hoogte rekening houden met elkaar en dat mensen zich op een bepaalde manier naar elkaar gedragen.19

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 15

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

5 Maatschappelijk doel 1:

we streven naar bestaanszekerheid voor alle inwoners

Dit maatschappelijk doel is een uitwerking van Uitgangspunt 1 van de Visie Sociaal Domein: Iedereen is naar vermogen maatschappelijk actief.

5.1

Het maatschappelijk doel uitgelegd

We streven naar een samenleving waarin iedereen naar vermogen en op de best passende plek meedoet en waarbij inwoners naar elkaar omkijken. Om mee te kunnen doen is het noodzakelijk dat er bestaanszekerheid is. Bestaanszekerheid betekent dat inwoners zelf of met anderen kunnen voorzien in bestaansvoorwaarden. Bestaansonzekerheid en armoede worden daarom wel in één adem genoemd. Centraal staat dat inwoners langere tijd niet de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden voor levensonderhoud, en breder, voor een goed leven20. Dit zijn niet zozeer kwetsbare inwoners, maar vooral inwoners in een kwetsbare positie: inwoners die op dat moment geen reserves hebben – economisch, mentaal, sociaal – om de situatie aan te kunnen. Bestaansonzekerheid kan ertoe leiden dat inwoners steeds verder geïsoleerd raken. Je leefwereld wordt kleiner, je schaamt je voor je situatie en je hebt minder tot geen aansluiting meer op je omgeving.

De zekerheid van bestaansvoorwaarden is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Inwoners kunnen door allerlei omstandigheden of gebeurtenissen moeite hebben om zichzelf en hun bestaan te organiseren. Verborgen, onderliggende factoren die kunnen meespelen zijn laaggeletterdheid en onvoldoende gezondheidsvaardigheden21. Om te laten zien hoe ingrijpend de gevolgen van bestaansonzekerheid zijn, koppelen we bestaanszekerheid aan vijf leefgebieden: financiën, wonen, sociale relaties, lichamelijke en psychische gezondheid, werk en dagbesteding22.

5.2

De beweging die we gaan maken

We gaan verder op de ingeslagen weg: iedereen moet mee kunnen doen naar vermogen. We bestrijden zowel de oorzaken als de effecten van bestaansonzekerheid en de reden dat iemand wel of niet mee kan doen. Dit alles om de samenleving inclusiever te maken. Het vraagt om extra aandacht voor inwoners in een kwetsbare positie.

5.3 Maatschappelijke doel onderverdeeld We bevorderen de bestaanszekerheid van inwoners door onderstaande subdoelen:

Maatschappelijk doel

Subdoelen

We streven naar bestaanszekerheid voor alle inwoners

We zetten in op het verkleinen van de effecten van inkomensongelijkheid We zetten in op een voor de inwoner zo passend mogelijke woonruimte Iedereen doet mee naar vermogen We zetten in op het bestrijden van gezondheidsverschillen Iedereen heeft een zo passend mogelijke dagbesteding

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 16

Inleiding

5.3.1

Relevante Beleidsontwikkelingen

Subdoel 1.1: We zetten in op het verkleinen van de effecten van inkomensongelijkheid

Financiën vormen een wezenlijk onderdeel van bestaanszekerheid. Wanneer een huishouden langer van een laag inkomen moet rondkomen, dan neemt vaak naast de inkomensproblematiek ook de bestaansonzekerheid toe23. Als bestaansonzekerheid het gevolg is van onvoldoende inkomen om rond te kunnen komen en daardoor schulden ontstaan heeft dat grote gevolgen voor zowel de fysieke als psychische gezondheid van mensen. Ook tast bestaansonzekerheid het vermogen aan om de juiste beslissingen te nemen24. Voor regelingen die de gemeente zelf uitvoert zorgen we dat de te voeren procedures bijdragen aan inkomenszekerheid en inkomensstabiliteit. We richten ons op de bevordering van bestaanszekerheid, binnen de context van de gezinsproblematiek25. Geldzorgen en problematische schulden kunnen voor veel verdriet en uitsluiting zorgen. Dit kan leiden tot hardnekkige achterstanden op het gebied van gezondheid, onderwijs, werk en veiligheid. Zo blijkt 26 dat huishoudens met problematische schulden ongeveer 2x vaker jeugdzorg hebben dan huishoudens zonder problematische schulden. Bovendien zijn dit vaak problemen die overgaan van ouders op kinderen. In de uitvoeringsplannen worden de inspanningen per doelgroep uitgewerkt zodat we ons richten op: kinderen, jongeren, volwassen en ouderen27. Daarnaast is het voor bepaalde doelgroepen moeilijk om uit de armoede te komen.

Sociale minima ervaren weinig toekomstperspectief en zien weinig mogelijkheden om hun situatie te verbeteren. Zo kunnen jongeren met een beperking en een betaalde baan vaak niet meer uren maken om uit de uitkering te komen 28 en nemen ouderen vaak genoegen met te weinig ondersteuning 29. Voor bestaanszekerheid is een goede inburgering van

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

niet vanzelfsprekend. Dit kan uiteindelijk leiden tot schulden en/of dak- en thuisloosheid.

nieuwkomers belangrijk maar we moeten ook aandacht hebben voor de eerste generatie anderstaligen. Zij kunnen te maken hebben met verminderde kansen vanwege achterstanden in taal en verschil in cultuur. Ook voor mensen met Nederlands als eerste taal kan laaggeletterdheid een risico zijn op bestaansonzekerheid. 5.3.1.1

Waar zetten we de komende tijd op in, een paar voorbeelden: • We onderzoeken welke invloed bestaanszekerheid heeft bij aanvragen van voorzieningen, zoals Jeugdhulp of WMO. • We maken de mogelijkheden van het gebruik van de Veenendaalpas breder waardoor er meer keuzevrijheid is en mensen het in kunnen zetten waarvoor zij het nodig hebben 30. • We bevorderen dat inburgeraars op een zo hoog mogelijk taalniveau examen doen.

5.3.2 Subdoel 1.2: We zetten in op een voor de inwoner zo passend mogelijke woonruimte

Een dak boven je hoofd is de basisvoorwaarde voor bestaanszekerheid en bevordert kansengelijkheid. We streven naar zo zelfstandig mogelijk wonen, ook voor inwoners met psychosociale of psychiatrische problemen die in een (zeer) kwetsbare situatie verkeren. Waar mogelijk voorkomen we dat inwoners vanwege hun problematiek hun woonplek moeten verlaten. Waar dit niet mogelijk is, en mensen geen eigen oplossing hebben, proberen we dit zoveel mogelijk lokaal in Veenendaal op te lossen. In een uiterst geval is er bij complexe problematiek regionale Maatschappelijke Opvang beschikbaar in Ede. In de Maatschappelijke Opvang worden mensen begeleid om zo snel mogelijk naar een zo zelfstandig mogelijke woonsituatie door te stromen. Daarnaast investeren we in jongerenhuisvesting voor jongeren tussen 16 en 27 jaar.

Inwoners in kwetsbare posities zijn relatief veel van hun besteedbare inkomen kwijt aan woonlasten, in vergelijking met inwoners met een hoger inkomen. Soms zelfs zoveel, dat er tekorten ontstaan. Dit komt door spanning op de woningmarkt, het gebrek aan betaalbare en passende woonruimte en stijgende energieprijzen. Een deel van de woningen is bovendien slecht geïsoleerd wat de betaalbaarheid verder onder druk zet. De inwoners die nu (verder) in de knel dreigen te komen met het betalen van de energierekening vinden onvoldoende de weg naar mogelijkheden voor verduurzaming en de voorzieningen die de overheid daarvoor aanbiedt31. Ook jongeren en inwoners met middeninkomens lopen steeds meer risico. In geval van ingrijpende gebeurtenissen als baanverlies, scheiding of het verlaten van het ouderlijk huis, is het vinden van passende en betaalbare woonruimte

De plek waar je woont heeft effect op je kansen in het leven. Uit onderzoek 32 blijkt dat wanneer je in een wijk woont met een gemiddeld lager inkomen, jij later zelf ook minder gaat verdienen, zelfs als jouw ouders bovengemiddeld verdienen. Daarnaast rust er vaak een stigma op een zogenaamde achterstandswijk. Een wijkgerichte aanpak kan hierdoor effectief zijn. In de Woonvisie Veenendaal hebben we aandacht voor specifieke woonproblemen van de verschillende inwoners en huishoudens in onze gemeente, waaronder jongeren (18 tot 25 jaar), starters (25 tot 40 jaar), gezinnen, senioren en aandachtsgroepen (waaronder wonen met een zorgvraag, woonwagenbewoners en urgenten). Voor al deze doelgroepen willen we, in lijn met de Omgevingsvisie,

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 17

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

Randvoorwaarden

Samen werken in verbinding - Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 | 18

Inleiding

Relevante Beleidsontwikkelingen

voldoende en passende woonruimte bieden in onze gemeente. We proberen alle aandachtsgroepen te bedienen, maar dit betekent ook dat niet iedereen volledig aan bod komt en verdringing op de loer ligt. De (nieuwe) huisvestingsverordening kent (na vaststelling) vanaf 2024 ook de urgentiecategorie uitstroom uit een (intramurale) instelling. Op regionaal niveau moeten we afspraken maken over de verdeling en spreiding van aandachtsgroepen. We leggen in dat kader de verbinding tussen wonen en (Wmo) zorg. Ook in aanloop naar het volkshuisvestelijk programma (onder de Omgevingswet/-visie). Waar nodig maken we hier keuzes in op basis van de woon(zorg)ladder.

Denkkader

Relevante begrippen

Maatschappelijk doel 1, 2 en 3

In de Lokale Inclusie Agenda Veenendaal34 zijn acties en interventies vastgelegd waarmee de gemeente werkt aan het bevorderen van toegankelijkheid voor inwoners met een fysieke of cognitieve beperking. Een inclusieve samenleving vraagt om plekken waar inwoners zich veilig en welkom voelen, waar ze de ruimte krijgen om binnen hun eigen mogelijkheden mee te doen en waar mensen respectvol met elkaar omgaan. De overheid moet hierin voorwaardenscheppend zijn met bijvoorbeeld een antidiscriminatiebeleid35 en een Visie op Diversiteit en Inclusie 36. Alles begint met gelijkwaardigheid.

Inwoners die deelnemen aan het maatschappelijk leven voelen zich beter en gezonder33.

5.3.3.2 Bewegen en ontmoeten Bestaansonzekerheid is een belemmering om te participeren in allerlei type relaties, in allerlei sferen (sociaal, economisch, sportief, cultureel et cetera) en op alle niveaus: in het persoonlijk netwerk, in groepen, gemeenschappen, organisaties en de samenleving. Mensen met een grote bestaanszekerheid hebben vaker sociale relaties waarmee zij in staat zijn om risico’s en onverwachte tegenvallers op te vangen. Mensen met weinig bestaanszekerheid hebben juist steeds vaker een sociaal netwerk dat die onzekerheid versterkt. Ontmoeten is een manier om het sociale netwerk te versterken 37. Ontmoeting kan op diverse manieren; beweging op allerlei manieren zorgt voor ontmoeting en helpt om fit in het leven te staan. Het welzijnswerk zet ook in op ontmoeten, verbinden en het aangaan van sociale relaties. Ditzelfde geldt voor de culturele activiteiten.

5.3.3.1 Inclusiviteit van de samenleving In een inclusieve samenleving kan iedere inwoner meedoen in de samenleving, omdat iedereen gelijkwaardige kansen krijgt. We erkennen dat inwoners wel gelijkwaardig, maar niet gelijk zijn en geen gelijke ondersteuning nodig hebben. Vanuit het kader van het IBK-SD 2024-2027 is het logisch om mensen ongelijk te behandelen om gelijkwaardige kansen te bereiken.

Sport en beweging spelen een steeds belangrijke rol binnen het sociaal domein in Veenendaal. Sport en bewegen hebben een positief effect op de fysieke én mentale gezondheid van de inwoners en dragen bij aan sociale cohesie en participatie. Door sport en beweging te stimuleren kunnen we samen met de partners in het sociaal domein bijdragen aan een gezonde en vitale samenleving.

5.3.2.1 Waar zetten we de komende tijd op in, een paar voorbeelden: • We zetten in op preventie door netwerksamenwerking op het gebied van veiligheidsproblematiek en (dreigende) dakloosheid. • We bereiken meer huishoudens met een lager inkomen vanuit het Programma Energieneutraal Veenendaal, bijvoorbeeld door de lokale aanpak van het Nationaal Isolatieprogramma

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16459076/2