CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage 2.1 TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 Motivering

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststellen TAM omgevingsplan Franse Gat deelgebied 329.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De mogelijke effecten en maatregelen worden hieronder verder toegelicht. Soortenbescherming Voor de planlocatie is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hieruit bleek dat binnen de planlocatie beschermde soorten aanwezig zijn; de gierzwaluw , huismus en gewone dwergvleermuis. Omdat de voorgenomen werkzaamheden (sloop, nieuwbouw en renovatie) leiden tot het verstoren en verwijderen van verblijfplaatsen van deze soorten, is een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) aangevraagd. Ontheffing Wet natuurbescherming Gedeputeerde Staten van Utrecht hebben op 14 oktober 2021 een ontheffing verleend (zaaknummer Z-WNB-RI-REG-2021-0690). De ontheffing geldt tot en met 15 augustus 2026. Met de verleende ontheffing en de uitvoering van mitigerende en compenserende maatregelen is het aspect soortenbescherming geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het omgevingsplan. Om eventuele verstorende werkzaamheden na 15 augustus 2026 voort te kunnen zetten is t.z.t. een verlenging van de ontheffing noodzakelijk. Gebiedsbescherming De planlocatie ligt niet binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Sweco heeft onderzoek gedaan naar stikstofdepositie. Het onderzoek is terug te vinden in Bijlage 4 (Franse Gat fase 3 Onderzoek stikstofdepositie, 06-11-2025, Sweco)

91/105

Voor de beoordeling van de stikstofdepositie is gekeken naar de locaties binnen Natura 2000-gebieden waar er een overbelasting van stikstofdepositie is. Dat wil zeggen dat de heersende achtergronddepositie groter is dan de KDW van de gekarteerde habitattypen en/of leefgebieden. Uit voorzorg worden ook locaties beoordeeld waar de achtergronddepositie tot 70 mol N/ha/jaar onder de KDW ligt (een naderende overschrijding KDW). Rondom het projectgebied zijn de volgende Nederlandse Natura-2000 gebieden met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden aanwezig (zie figuur 5.20): Binnenveld circa 1,8 kilometer; Rijntakken circa 4,3 kilometer; Kolland & Overlangbroek circa 7,5 kilometer; Veluwe circa 8,8 kilometer. Het nabijgelegen Natura 2000-gebied Arkemheen (± 24,6 km) kent geen stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden of geen overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW).

Figuur 5.20: omliggende Natura-2000 gebieden en relevante habitattypen (Bron: Sweco) Effecten van een plan of een project op de stikstofdepositie kunnen ontstaan tijdens de realisatiefase en/of de gebruiksfase. Met het rekenmodel AERIUS Calculator kan deze stikstofdepositie op de relevante stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden van soorten binnen Natura 2000- gebieden worden berekend. Het gebruik van dit rekeninstrument is in de Omgevingsregeling voorgeschreven. Met een ecologische beoordeling is onderzocht of de toename van stikstofdepositie door het voorgenomen plan significant negatieve gevolgen kan hebben voor stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige

92/105

leefgebieden van kwalificerende soorten. Het onderzoek is terug te vinden in Bijlage 5. Op basis van een gebiedsspecifieke analyse wordt geconcludeerd dat significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van alle habitattypen kunnen worden uitgesloten. 5.17.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt een tijdelijke toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige natuur binnen het Natura 2000-gebied Binnenveld. Op basis van een gebiedsspecifieke analyse kan worden geconcludeerd dat het is uitgesloten dat de berekende tijdelijke toenames aan stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zullen leiden tot een negatief ecologisch effect. Hiermee worden ook mogelijke belemmeringen op hersteldoelen voor herstelhexagonen binnen het Natura 2000-gebied Binnenveld niet negatief beïnvloed (in ecologische zin). Daarnaast is een cumulatietoets uitgevoerd, om te achterhalen of de voorgenomen ontwikkeling in cumulatie met andere projecten voor significant negatieve effecten zorgt. Ook hieruit bleek dat significante effecten ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling zijn uitgesloten. In het kader van soortenbescherming is een ontheffing verleent. Bij verstorende werkzaamheden na 15 augustus 2026 zal de ontheffing moeten worden verlengd.

De beoogde ontwikkeling past voor het aspect ecologie binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.18 Bezonning 5.18.1 Wettelijk kader Nieuwbouw kan zorgen voor toename van schaduw op omliggende panden, wat kan zorgen voor een negatieve impact op het woongenot. Het Bkl bevat geen instructieregels voor bezonning dan wel schaduwhinder. Gemeenten kunnen hier beleid voor vaststellen. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet worden onderbouwd dat er bij een nieuwe ontwikkeling geen sprake is van onevenredige gevolgen voor de bezonningssituatie ter plaatse van omliggende woningen. Gemeente Veenendaal heeft in haar omgevingsplan of andere beleidsstukken geen omgevingswaarden of normen opgenomen voor wat betreft voor wat betreft bezonning en nadelige schaduwwerking op omliggende woningen. In het geval een gemeente niet over dergelijk beleid beschikt, dan kunnen de algemeen gehanteerde TNO-richtlijnen worden toegepast voor het beoordelen van de effecten van beschaduwing. TNO kent een lichte en een strenge norm: de lichte TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam; de strenge TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze normen zijn alleen van toepassing op gevels die zon kunnen ontvangen.

Noordgevels ontvangen nooit direct zonlicht.

93/105

5.18.2 Toetsing Binnen de planlocatie Franse Gat deelgebied 3 zijn vier bouwblokken voorzien met verschillende bouwhoogtes. Het merendeel van de blokken heeft een maximale bouwhoogte van 10 meter en twee blokken beschikken over een maximale bouwhoogte van 13 meter. Op basis van de stedenbouwkundige opzet, de oriëntatie van de blokken, onderlinge afstanden en een in het participatieproces uitgevoerde bezonningsstudie door KAW wordt verwacht dat de hogere blokken (3A en 3B) lokaal mogelijk extra schaduw veroorzaken, met name in de winterperiode, maar dit leidt niet tot structurele overschrijding van de normen. De openbare ruimten en groenvoorzieningen behouden gedurende een groot deel van de dag zonlicht. Er is geen sprake van onevenredige schaduwhinder voor omliggende woningen. 5.18.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling past voor het aspect bezonning binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.19 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 5.19.1 Wettelijk kader Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij het aanvragen van een omgevingsplan rekening gehouden moet worden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder vallen zoals onder andere de energietransitie, mobiliteit en herbruikbaarheid. Omgevingsvisie Gemeente Veenendaal In de omgevingsvisie van de gemeente Veenendaal staan de doelen en beleidmaatregelen omtrent duurzaamheid en klimaatadaptatie: Ruimte voor groen: In de openbare ruimte moet groen en water zichtbaarder en functioneler worden. Zo moet huidig en nieuw groen, gebruiksgroen worden. Mobiliteit: Wandelen en fietsen wordt aantrekkelijker gemaakt door hiervoor betere verbindingen en meer ruimte te creeren . Zo worden deze manieren uitnodigender, toegankelijker en veiliger. Energie: Zonne-energie opwekken op daken en gevels wordt gestimuleerd. Verder wordt met stakeholders in Regio Foodvalley samengewerkt aan een Regionale Energie Strategie. Hiermee worden de ambities om in 2030 voor de helft duurzame energie te hebben en in 2050 klimaatneutraal te zijn concreter. Franse gat is een van de wijken waar aardgasvrij snel een mogelijkheid is. Voor 2050 moeten alle wijken aardgasvrij zijn.

Klimaatadaptatie: Gebiedsontwikkeling moet ruimte geven aan klimaatadaptieve maatregelen zoals regenwateropvang en tegengaan van hittestress. Waterberging voor particulieren wordt mogelijk verplicht. Verder wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen grondwaterneutraal gebouwd.

94/105

5.19.2 Toetsing Op het gebied van duurzaamheid wordt een grote stap gemaakt door de huidige slecht geïsoleerde woningen te vervangen door nieuwbouw dat gasloos en energieneutraal wordt gerealiseerd. Verder is met Veenvesters afgesproken dat voor de grondgebonden woningen BENG 3 = 100% geldt. Ook voor de appartementen geldt BENG 3 = 100%, mits het dakoppervlak voldoende ruimte biedt. Het dakoppervlak wordt maximaal benut met zonnepanelen, rekening houdend met de benodigde ruimte voor overige installaties en het borgen van de toegankelijkheid van het dak. Het percentage van BENG 3 geeft aan welk deel van gebouwgebonden energieverbruik hernieuwbaar wordt opgewekt. Ook de score voor de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) scoort beter dan wat landelijk is verplicht. Op het gebied van klimaatadaptatie wordt de wijk klimaatbestendiger door waterberging te realiseren in de openbare ruimte. Dit door middel van waterbergingsvoorzieningen, infiltratiesystemen en meer groen in de straat. Afspraken over maatregelen die verder gaan dan de wettelijke verplichtingen zijn vastgelegd in de exploitatieovereenkomst die is gesloten tussen Veenvesters en de gemeente. De nieuwbouwwoningen worden niet meer aangesloten op gas. In paragrafen 4.2.1, 4.4.6 en 5.4 wordt is verder ingegaan op de toetsing aan de relevant beleidskaders voor duurzaamheid en klimaatadaptatie.

5.19.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt op meerdere vlakken bij aan een duurzame- en klimaatadaptieve inrichting van de fysieke leefomgeving. Door aandacht voor waterbeheer en groenvoorziening. Het project draagt voor het aspect duurzaamheid en klimaat bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.20 Windhinder 5.20.1 Wettelijk kader Nieuwbouw kan vanwege de positionering en bouwhoogte veranderingen teweeg brengen in het lokale windklimaat. In het Bkl of andere wetgeving zijn geen instructieregels opgesteld voor windhinder. Daarom hebben gemeenten de vrijheid om hier zelf beleid op te maken. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet worden onderbouwd dat er bij een nieuwe ontwikkeling geen sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor het windklimaat in de directe omgeving. Gemeente Veenendaal heeft in haar omgevingsplan of andere beleidsstukken geen omgevingswaarden of normen opgenomen voor wat betreft windhinder en windgevaar. In het geval een gemeente niet over dergelijk beleid beschikt, kan voor het beoordelen van het lokale windklimaat op loop- en verblijfsniveau de algemeen gehanteerde norm NEN 8100 ('Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving') worden toegepast. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar. De norm werkt met uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans in percentage van uren per jaar. Voor verschillende

95/105

situaties en activiteiten (doorlopen, slenteren, langdurig zitten) is aangegeven of het windklimaat slecht, matig of goed is. In deze norm zit een beslismodel dat aangeeft wanneer een windonderzoek nodig kan zijn: gebouwen hoger dan 30 meter: windonderzoek is nodig; beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is; onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is. 5.20.2 Toetsing Rond de planlocatie komen geen gebouwen voor die hoger zijn dan 15 meter. De bouwhoogte van de omliggende woningen is maximaal 10 meter met uitzondering van de woningen aan het Dr. Slotemaker de Bruineplein waar 13 en 15 meter is toegestaan. Binnen de planlocatie is de hoogst toegestane bouwhoogte 13 meter. Op basis hiervan is nader onderzoek niet nodig.

5.20.3 Conclusie Het planvoornemen zorgt niet voor onaanvaardbare windhinder of windgevaar binnen of buiten de planlocatie.

5.21 Slagschaduw bij windturbines 5.21.1 Wettelijk kader In paragraaf 5.1.4.4a van het Bkl worden regels gesteld voor slagschaduw van windturbines. Het gaat hierbij om regels voor windturbines met een rotordiameter van 2 meter of meer die langer dan 10 jaar ergens zullen staan. Slagschaduwgevoelige gebouwen zijn gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie en een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebruik (artikel 5.98b Bkl). De gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met de aanvaardbaarheid van slagschaduw van windturbines. Deze regels zijn opgenomen in paragraaf 22.3.18 van de Bruidsschat en zijn gelijk aan het beschermingsniveau uit het Activiteitenbesluit, zolang de gemeente deze regels nog niet heeft verplaatst en/of aangepast (check bruidsschat/omgevingsplan). 5.21.2 Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling is niet gelegen in de buurt van een windturbine, waardoor er geen strijdigheid is met de gestelde regels over slagschaduw.

5.22 Ontplofbare oorlogsresten 5.22.1 Wettelijk kader Het is bekend dat in de gemeente Veenendaal tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen zijn geweest. Dit houdt in dat er op plaatsen mogelijk ontplofbare oorlogsresten (OO) in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Uit de praktijk is gebleken dat circa 10% van de afgeworpen bommen niet is geëxplodeerd en in de bodem is achtergebleven als blindganger. De gemeente Veenendaal heeft in mei 2018 beleid ten aanzien van OO vastgesteld. Door het vaststellen van een gemeentelijk beleid wordt geborgd dat activiteiten met betrekking tot OO binnen de gemeente worden getoetst en daar waar nodig beheersmaatregelen kunnen worden genomen en/of voorgeschreven. Het beleid is tevens bedoeld om eenieder die van plan is grondroerende werkzaamheden binnen de gemeente uit te voeren, te

96/105

verplichten de benodigde acties te ondernemen met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid en risico's van OO op de betreffende locatie. Het opsporen en verwijderen van (mogelijke) OO wordt alleen uitgevoerd om het risico met betrekking tot OO weg te nemen, en daarmee een veilige werkomgeving en leefomgeving te creëren tijdens uit te voeren werkzaamheden of activiteiten. Dit is ook de reden dat de gemeente Veenendaal altijd ingelicht moet worden als er projectmatig bodemroerende activiteiten plaatsvinden binnen gebieden die als verdacht zijn aangemerkt. Vanwege voortschrijdende inzichten in de gebeurtenissen tijdens de Tweede Oorlog heeft er in 2020 een update van de bodembelastingkaart conventionele explosieven plaatsgevonden. 5.22.2 Toetsing De planlocatie ligt niet binnen een verwachtingsgebied ontplofbare oorlogsresten. Het gemeentelijk beleid stelt dat binnen onverdachte gebieden werkzaamheden normale doorgang kunnen hebben. Vervolgstappen op het gebied van OO zijn niet nodig. Daarbij dient vermeld te worden dat er ten alle tijden rekening gehouden dient te worden met het Protocol van Toevalsvondsten.

Figuur 5.21: De planlocatie geprojecteerd op de OO-bodembelastingkaart van de gemeente Veenendaal. 5.22.3 Conclusie De planlocatie ligt op basis van de risicokaart Veenendaal niet binnen een verwachtingsgebied ontplofbare oorlogsresten. Nader onderzoek is daarmee niet nodig.

97/105

5.23 Weging elektriciteits-infrastructuur,energieparagraaf 5.23.1 Wettelijk kader De instructieregels uit de provinciale verordening geven in artikel 5.11 aan dat bij de bouw van 10 of meer woningen, die tot een aanvullende belasting van de elektriciteits-infrastructuur kunnen leiden, rekening gehouden wordt met de aansluitbaarheid op de elektriciteits-infrastructuur. 5.23.2 Toetsing en conclusie Er is inventariserend overleg gevoerd met de netbeheerder. Daaruit is gebleken dat het plan past binnen de energie-instrastructuur van de netbeheerder. In het kader van het vooroverleg wordt de netbeheerder in de gelegenheid gesteld om te reageren op het plan. In het kader van de wijkvernieuwing van het Franse Gat werkt netbeheerder Stedin samen met de gemeente Veenendaal aan de inzet van verzwaring van het elektranetwerk.

5.24 Gezondheid en milieu 5.24.1 Wettelijk kader Een van de doelen van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De afgelopen jaren is er binnen de ruimtelijke ordening al steeds meer aandacht voor gezondheid (zowel gezondheidsbescherming als gezondheidsbevordering), maar onder Omgevingswet komen de gezondheidsafwegingen meer centraal te staan. 5.24.2 Toetsing Voor het aspect luchtkwaliteit liggen de concentraties luchtverontreinigende stoffen wel boven de gezondheidskundige advieswaarden (maar dat geldt voor de hele gemeente Veenendaal omdat de achtergrondconcentraties reeds hoger zijn dan deze advieswaarden). In de GGD-Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid wordt aanbevolen om nieuwe gevoelige bestemmingen, inclusief woningen en ziekenhuizen, bij voorkeur niet binnen 150 meter van een snelweg en niet binnen 25 meter van een drukke weg binnen de bebouwde kom met meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal te bouwen. Dit is onafhankelijk van de vraag of de grenswaarden worden overschreden of niet. De GGD adviseert om binnen 25 meter van een dergelijke weg geen nieuwe functies voor hooggevoelige groepen te realiseren. De planlocatie ligt niet binnen 25 meter van een dergelijke weg en voldoet daarmee aan het GGD advies.

Met het oog op de gezondheidssituatie in brede zin, is van belang dat de planlocatie goed bereikbaar is voor langzaam verkeer. Alle voorzieningen zijn op loop- of fietsafstand bereikbaar, waarmee het autogebruik wordt beperkt en een gezonde leefstijl (met zo veel mogelijk beweging) wordt gestimuleerd. De openbare ruimte wordt ingericht als een groene, veilige en goed toegankelijke woonomgeving met ruimte voor verblijf en langzaam verkeer. Belangrijke straten krijgen bredere trottoirs en groenstroken met bomen, terwijl de Klaas

98/105

Katerstraat wordt ingericht als fietsstraat. Deze elementen dragen in positieve zin bij aan de gezondheid van bewoners en gebruikers van het gebied. 5.24.3 Conclusie De ontwikkeling draagt voor het aspect gezondheid bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.25 Ruimte voor toekomstige functies, infrastructuur en openbare buitenruimte 5.25.1 Wettelijk kader Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties vereist in bepaalde gevallen dat gebieden worden vrijgehouden voor toekomstige ontwikkelingen die alleen op bepaalde locaties kunnen plaatsvinden. Zo kan uitbreiding van een infrastructuurnetwerk meestal beter – en goedkoper – gebeuren op de locatie waar dat netwerk al aanwezig is. Tegelijkertijd is op veel van die locaties sprake van een vrij grote ontwikkeldruk. Daarom wordt in paragraaf 5.1.6 van het Bkl in navolging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een aantal reserveringsgebieden aangewezen. Het gaat om gebiedsreserveringen voor de lange termijn voor de grote rivieren, gebieden rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen, gebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimte voor de Parallelle Kaagbaan en de reservering van de Tweede Maasvlakte voor deep sea gebonden activiteiten.

In paragraaf 5.1.7 van het Bkl wordt geregeld dat ontwikkelingen geen belemmering mogen vormen voor militaire terreinen en objecten, oefen- en schietgebieden, militaire zend- en ontvangsinstallaties, laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen, militair radarbeeld, elektriciteitsopwekking, kernenergiecentrales, hoogspanningsverbindingen, rijksvaarwegen, scheepvaart, communicatie-, navigatie- en radarapparatuur burgerluchtvaart en landelijke fiets- en wandelroutes. Tot slot moet conform paragraaf 5.1.8 van het Bkl rekening gehouden worden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. 5.25.2 Toetsing en conclusie De planlocatie is niet gelegen in een gebied zoals bedoeld in paragraaf 5.1.6 en 5.1.7 van het Bkl. Er is vanuit dit aspect dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.26 Totaalbeeld aspecten Uit alle gevoerde onderzoeken komt naar voren dat het initiatief niet op onacceptabele gevolgen of belemmeringen stuit voor de directe omgeving.

99/105

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16872450/2