5. Bijlage 2.1 TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 Motivering
Tekst van het document
bestemmingsplan
TAM-omgevingsplan Franse Gat deelgebied 3 Veenendaal
DATUM IMRO IDN
16-04-2026 NL.IMRO.0345.TAMFranseGat3-vg01
PROJECT PROJECTLEIDER
Franse Gat deelgebied 3 M.M.W. Backx
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Veenvesters 20250653
AUTEUR STATUS
S. Breukhoven, S. Drost vastgesteld
Inhoudsopgave
Motivering
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging planlocatie
6
1.3
Procedure
7
1.4
Leeswijzer
8
Bestaande en toekomstige situatie
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Toekomstige situatie
10
2.3
Strijdigheden omgevingsplan
17
Participatie
19
3.1
Participatie omgeving
19
3.2
Bestuurlijk vooroverleg
20
3.3
Zienswijzen
21
Beleid
22
4.1
Rijksbeleid
22
4.2
Provinciaal beleid
25
4.3
Regionaal beleid
27
4.4
Gemeentelijk beleid
29
Effecten fysieke leefomgeving
42
5.1
Algemeen
42
5.2
Milieueffectrapportage
42
5.3
Omgevingsveiligheid
43
5.4
Water
46
5.5
Grondwaterbescherming
59
5.6
Luchtkwaliteit
61
5.7
Geluid door activiteiten
62
5.8
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
66
5.9
Bodemkwaliteit
70
5.10
Cultureel erfgoed
73
5.11
Geur
77
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
3/105
5.12
Trillingen
78
5.13
Milieuzonering
79
5.14
Ladder voor Duurzame Verstedelijking
80
5.15
Toegankelijkheid Openbare Ruimte
84
5.16
Mobiliteit en Parkeren
85
5.17
Ecologie
90
5.18
Bezonning
93
5.19
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
94
5.20
Windhinder
95
5.21
Slagschaduw bij windturbines
96
5.22
Ontplofbare oorlogsresten
96
5.23
Weging elektriciteits-infrastructuur, energieparagraaf
98
5.24
Gezondheid en milieu
98
5.25
Ruimte voor toekomstige functies, infrastructuur en openbare buitenruimte
99
5.26
Totaalbeeld aspecten
99
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
100
Hoofdstuk 7
Juridisch kader
101
7.1
Toelichting regels
101
7.2
Toelichting verbeelding
103
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
104
8.1
Algemeen
104
8.2
Beleidskader
104
8.3
Omgevingsaspecten
104
Hoofdstuk 8
4/105
Motivering
5/105
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Woningcorporatie Veenvensters vernieuwt de komende twintig jaar 1.100 woningen in de Veenendaalse wijk het Franse Gat. Veel huurwoningen in de wijk zijn verouderd en zijn niet meer van deze tijd. Veenvensters wil deze woningen vervangen door nieuwbouw. De bouwkundige staat van de na-oorlogse woningen is dus niet goed. Verbouwen en verduurzamen is geen optie door de onevenredig hoge kosten daarvan. De huidige bewoners wonen nog steeds met veel plezier, maar er liggen ook kansen om met de nieuwbouw de stedenbouwkundige structuur van de wijk te verbeteren. Verder zal de nieuwbouw bestaan uit duurzame woningen die aansluiten op de huidige wensen. Voor de wijk het Franse Gat in Veenendaal is een gebiedsvisie en stedenbouwkundig randvoorwaarden vastgesteld. De wijk is op het moment in transformatie 'en wordt in drie deelplannen gerealiseerd:' deelplan Rand, deelplan Zuid en deelplan Noord. De deelplannen zijn opgedeeld in deelgebieden: deelgebied 1, 2 en 3. Dit TAM-plan gaat over deelplan Zuid: deelgebied 3. Voor de deelgebieden 1 en 2 is al een bestemmingsplan opgesteld dat is vastgesteld op 3 mei 2023 en opgenomen in het Omgevingsplan. Deelgebied 1 is afgerond, deelgebied 2 is in ontwikkeling en voor deelgebied 3 is het stedenbouwkundig plan vastgesteld op 25 maart 2025.
1.2
Ligging planlocatie
De planlocatie (deelgebied 3) ligt in Veenendaal-Zuidwest in de wijk het Franse Gat en betreft de woningen in de Klaaskaterstraat (aan de oostkant nummer 5 t/m 139 en aan de westkant nummer 82 t/m 96) en in de Dr. de Visserstraat (nummers 6 t/m 10 en 14 t/m 36). Figuur 1.1 toont de begrenzing van Deelgebied 3.
6/105
Figuur 1.1: Luchtfoto met plangrens
1.3
Procedure
Op basis van het omgevingsplan van gemeente Veenendaal is de beoogde transformatie strijdig (zie paragraaf 2.3) Om de gebiedsontwikkeling mogelijk te maken is voorliggende wijziging van het omgevingsplan opgesteld. Met dit TAM omgevingsplan wordt de nieuwbouw van deelgebied 3 mogelijk gemaakt.
7/105
1.4
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van de feitelijk bestaande activiteiten en aanwezige bebouwing op de locatie. Bovendien wordt hier nader ingegaan op de invloed van de locatie op de omgeving en vice versa. De toekomstige situatie beschrijft het initiatief voor de planlocatie en de strijdigheden met het omgevingsplan. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan de voorgenomen inrichting van de percelen. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 en 5 het plan getoetst aan het relevante beleidskader en het beoordelingskader van de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van de het TAM omgevingsplan. Tot slot wordt in Hoofdstuk 7 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ook wel afgekort als etfal).
8/105
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande en toekomstige situatie
Huidige situatie
2.1.1 Feitelijke situatie De bebouwing bestaat uit naoorlogse eengezinswoningen gebouwd in de jaren '50. Binnen de planlocatie zijn nu 95 woningen. De wijk kenmerkt zich door de duidelijke structuur en typische stijl uit de wederopbouwperiode. Een deel van de wijk is al getransformeerd. De gebiedsontwikkeling begon met het renoveren van woningen in deelplan Rand. Aan de woningen in deelplan Noord heeft herstel en onderhoud plaatsgevonden. Het herstel en onderhoud is een tussenstap zodat sloop en nieuwbouw kan worden uitgesteld tot 2030 en later. In Deelplan Zuid gaat het om sloop nieuwbouw plannen. De huidige bewoners mogen doorverhuizen of terugkeren naar de nieuwbouwwoningen. Daarom is het deelplan verdeelt in drie deelgebieden. Deelgebied 1 is afgerond en in deelgebied 2 is de bouw gestart. Voor deelgebied 3 (de planlocatie) is het stedenbouwkundig plan vastgesteld. Het is een dichtbevolkt deel van Veenendaal met weinig groen en voornamelijk sociale huurwoningen. Ook het lage aantal parkeerplaatsen is nu een probleem. De naoorlogse wijk is niet gebouwd met het oog op de auto als primair vervoersmiddel, waardoor een tekort aan parkeerplaatsen ervaren wordt. Hierdoor parkeren sommige bewoners in hun voortuin. Bij de vernieuwing van het Franse Gat blijven belangrijke kwaliteiten van de wijk behouden en worden ze versterkt.
Het bestaande stratenpatroon met lange noord-zuidlijnen blijft herkenbaar en de samenhang tussen bebouwing en openbare ruimte vormt het uitgangspunt. De nieuwe woningen krijgen een eigentijdse uitstraling, geïnspireerd op de jaren '50-woningen, met aandacht voor metselwerk, sobere materialen en ritmiek in de gevels. Bestaande groene plekken en bomen worden zoveel mogelijk ingepast, en de wijk krijgt een groener en opener karakter met meer ruimte voor wandelen en fietsen. De Klaas Katerstraat wordt een fietsstraat en de nieuwe Freule Berkhoutstraat verbindt verschillende groene plekken. Ook sociale kwaliteiten, zoals de Delftse stoepen en het karakteristieke Bruïneplein met zijn platanen, blijven behouden. Zo wordt het Franse Gat vernieuwd met respect voor zijn oorspronkelijke identiteit. Naast de kwaliteiten zijn ook knelpunten te benoemen. Met de herstructurering ontstaat de mogelijkheid deze aan te pakken. Hieronder zijn enkele kort beschreven. Een belangrijke aanleiding voor de herstructurering is de staat van de woningen. Veel woningen zijn gedateerd en toe aan verbetering of vervanging: lage energielabels, gedateerde indeling, technische en functionele gebreken. Bij de zij- en achtertuinen is sprake van verrommeling met schuttingen, aan- en uitbouwen. De aanblik en inrichting van de binnenterreinen zijn in de loop der jaren veranderd.
Aanvankelijk waren de terreinen open en hadden zij een openbaar karakter, kenmerkend voor de periode waarin de wijk tot stand kwam. Tegenwoordig zijn de terreinen dichtgezet met schuttingen en bijgebouwen. Ooit opgezet vanuit de moderne tuinstad gedachte, is ’t Franse Gat in de loop van de jaren een stuk minder groen geworden. Straten werden voorzien van meer parkeerplaatsen, grote tuinen zijn deels bebouwd met aanbouwen, bergingen en garages. Voor- en achtertuinen zijn in veel gevallen bestraat. Dat zorgt niet alleen
9/105
voor een stenig beeld met weinig groen, het zorgt ook voor hittestress (de warmte bouwt zich op in de zomer met al dat steen). Ook kan hierdoor het water niet goed weg bij hevige regenbuien waardoor wateroverlast ontstaat. De buurt is in de jaren ’50 van de vorige eeuw tot stand gekomen. In deze tijd waren veel minder auto’s in Nederland dan we op dit moment hebben. Het gevolg hiervan is dat in bepaalde straten (te) weinig bruikbare parkeerplaatsen aanwezig zijn. Hierdoor is niet voor iedereen een parkeerplaats in de nabije omgeving van de eigen woning, waardoor de bewoners die dit overkomt een stukje moeten lopen voordat ze thuis of bij hun auto zijn. Om toch dicht bij huis te kunnen parkeren hebben bewoners oplossingen gecreëerd: parkeren in de voortuin en in de achtertuin. Voortuinen zijn verhard en ingericht als parkeerplaats. In de achtertuinen zijn door bewoners parkeervoorzieningen (garages) gerealiseerd die bereikbaar zijn via brandgangen ofwel achterpaden, die daar echter nooit voor bedoeld waren. 2.1.2 Gebiedswaarden De planlocatie heeft te maken met een aantal gebiedswaarden. Vanuit het bestemmingsplan wordt 'Archeologie - Middelhoog' aangegeven.
Hoe dit invloed heeft op de beoogde ontwikkeling wordt verder uitgewerkt in paragraaf 5.10 Cultureel erfgoed Ook ligt de planlocatie in de buurt van een Natura 2000 gebied (zie paragraaf 5.17 Ecologie) Het karakter van 't Franse Gat zit voor een belangrijk deel in de architectuur. Deze is typerend voor de gebouwen ut de jaren '50. Die zich kenmerken door een sobere en doelmatige stijl met subtiele architectonische details. Ze hebben metselwerkgevels, flauwe daken met rode pannen en minimale overstekken, wat een eenvoudig, archetypisch huisbeeld oplevert met een gemetselde schoorsteen centraal op het dak. Verbijzonderingen bevinden zich vaak in de kopgevels en bij voordeuren, meestal in de vorm van een afwijkend metselpatroon.
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Ruimtelijk programma Op de locatie staan nu 95 grondgebonden jaren '50 woningen (en 60 parkeerplaatsen). Deze worden gesloopt en vervangen met maximaal 168 nieuwe woningen (en 217 parkeerplaatsen). De toekomstige woningen zijn verdeeld over verschillende woningtypes; drie appartementencomplexen met in totaal 80 appartementen, twee rijen beneden-bovenwoningen met in totaal 23 woningen en zes rijen eengezinswoningen met in totaal 60 woningen.
Tabel 2.1: Aantal woningen
10/105
2.2.2 Ruimtelijk raamwerk Het huidige stratenpatroon wordt behouden. De hoofdwegen (structurerende lijnen) verdelen de wijk op in buurten. Naast de huidige inrichting gericht op autoverkeer komt binnen het herstructureringsgebied meer groen in de woonstraten. In de Mr. Heemskerkstraat en Dr. Colijnstraat komt naast de bestaande straat ruimte voor groen en brede trottoirs. Om het fietsen te stimuleren wordt de Klaas Katerstraat ingericht als fietsstraat – de auto is hier te gast. Het stratenpatroon wordt aangevuld met een nieuwe oostwestverbinding tussen Mr. Heemkerkstraat en Klaas Katerstraat. Deze nieuwe autovrije straat verbindt oude en nieuwe groene plekken: een nieuw plantsoen op de plaats van de W.C. Beeremansstraat en de bestaande groene ruimte tussen Mr. Heemskerk-, Bruïne- en Dr. Colijnstraat.
11/105
Figuur 2.1: Raamwerk Franse Gat (bron: Jam Architecten, 2021) In de tijd dat de wijk gebouwd werd, waren in Nederland nog niet zoveel auto’s als vandaag de dag. Het Franse Gat is niet ingericht voor de hoeveelheid auto’s die nu een parkeerplek nodig hebben in de wijk. Het gevolg daarvan is dat veel bewoners de voortuin hebben ingericht als parkeerplek. In de nieuwe opzet voor deelgebied Zuid wordt daarom rekening gehouden met meer parkeervoorzieningen voor de bewoners. In de straten blijven ook parkeerplaatsen aanwezig. Verder worden de voortuinen vervangen door een Delfste stoep (van maximaal
12/105
1,5 meter diep) en wordt het openbaar groen uitgebreid. Alleen aan de Dr. Schokkingstraat komen voortuinen omdat dit beter aansluit bij het bestaande straatbeeld. Een auto parkeren in de voortuin zal in de toekomst dus nauwelijks meer mogelijk zijn. Deze nieuwe, aangepaste hoofdopzet en ruimtelijke ingrepen zijn mogelijk door: Het straatprofiel wordt verbreed om zo meer ruimte te creeren voor openbaar groen en bredere trottoirs. In plaats van voortuinen komen voor de woningen zogeheten margestroken of Delftse stoepen: een zone van 1,5 meter voor de woning met verharding waar bewoners een stoel, tafel, bloempot of iets anders kunnen plaatsen; Het maken van collectieve parkeerterreinen in de vorm van ‘parkeerkoffers’: een cluster parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers, direct bereikbaar vanaf openbare weg, deels omsloten door bebouwing. Een andere manier is parkeren op een binnenterrein met parkeerplekken alleen voor de omliggende woningen. De Klaas Katerstraat wordt getransformeerd tot een fietsstraat, waar de auto te gast is. Ook wordt de straat groener. Tussen de Mr. Heemskerkstraat en de Klaas Katerstraat komt een nieuwe oost-west verbinding, de Freule Berkhoutstraat. Het is een autovrij gebied gericht op verblijf. Deze nieuwe verbinding, maakt ook het verborgen plantsoen tussen de Dr. Colijnstraat en de Mr. Heemskerkstraat veel meer onderdeel van de openbare ruimte.
Deze bestaande plek wordt een zichtbare en beleefbare groene plek in de wijk. Het gebied rond het Bruïneplein biedt kansen voor appartementen dichtbij voorzieningen, zoals winkels. Het gebied ten zuiden van het plein en bestaande winkels (en ten noorden van de nieuwe oostwest verbinding) valt binnen de invloedssfeer van deze voorzieningen en sluit aan op het rondje Franse Gat. 2.2.3
Randvoorwaarden en ontwikkelingen
Stedenbouwkundige randvoorwaarden bebouwing Voor de planlocatie zijn specifieke stedenbouwkundige randvoorwaarden vastgesteld om een samenhangend en herkenbaar straatbeeld te waarborgen. De bebouwing wordt zorgvuldig gepositioneerd binnen duidelijk afgebakende bouwvlakken. Deze bouwvlakken zijn bedoeld voor aaneengesloten bebouwing, of vormen een ruimtelijk geheel met een binnenterrein waar ruimte is gereserveerd voor parkeren. De rooilijn vormt een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke opzet. Langs deze lijn geldt een margestrook van maximaal 1,5 meter. In overleg met de stedenbouwkundige kan deze margestrook, afhankelijk van de situatie en gewenste ruimtelijke werking, worden vergroot tot maximaal 2 meter. Zo blijft flexibiliteit mogelijk in de geveluitlijning en de overgang tussen openbaar en privégebied. De bouwhoogte van de hoofdgebouwen varieert per bouwblok, maar is overwegend 10 meter (3 lagen hoog). Één bouwblok is 13 meter (4 lagen hoog). Deze variatie zorgt voor een afwisselend en levendig straatbeeld, terwijl de schaal en hoogte in verhouding blijven met de omgeving. De parkeeroplossing wordt voornamelijk gerealiseerd op binnenterreinen, waar parkeerkoffers en parkeerhofjes op een logische en ordelijke manier zijn ingepast. Deze aanpak draagt bij aan een rustig straatbeeld met beperkte parkeerdruk in de openbare ruimte.
De eengezinswoningen worden direct aan de straat of aan de margestrook ontsloten, waarbij de voordeuren een actieve relatie aangaan met het straatprofiel.
13/105
Dit bevordert de levendigheid aan de straatzijde en versterkt de sociale veiligheid. Vanaf de eerste verdieping is het toegestaan om bouwkundige elementen zoals balkons, erkers of loggia's tot maximaal 1,5 meter buiten de rooilijn te laten uitsteken. Deze toevoegingen zorgen voor meer dynamiek in de gevels en bieden bewoners extra gebruikswaarde. Tot slot mogen hoofdgebouwen in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd, zodat de zijgevels van eindwoningen in het verlengde staan van de perceelsgrens en aansluiten op de aangrenzende straat of hoekbebouwing. Hierdoor ontstaat een sterke ruimtelijke samenhang en een afgeronde stedenbouwkundige structuur. Figuur 2.2 toont de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de bebouwing.
14/105
Figuur: 2.2: Stedenbouwkundige randvoorwaarden (bron:Jam architecten, 2021) Stedenbouwkundige randvoorwaarden openbare ruimte: De openbare ruimte wordt ingericht als een groene, veilige en goed toegankelijke woonomgeving met ruimte voor verblijf en langzaam verkeer. Belangrijke straten krijgen bredere trottoirs en groenstroken met bomen, terwijl de Klaas Katerstraat wordt ingericht als fietsstraat. Nieuwe verbindingen verbeteren de bereikbaarheid binnen de wijk.Parkeren vindt voornamelijk plaats op binnenterreinen en in parkeerkoffers, waardoor de openbare ruimte rustig en groen blijft. Daarbij wordt ingezet op duurzame oplossingen, zoals waterdoorlatende verharding.De inrichting richt zich op overzicht, veiligheid en een samenhangend straatbeeld dat bijdraagt aan
15/105
de leefkwaliteit van de wijk. Figuur 2.3 toont de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de openbare ruimte.
Figuur 2.3: Stedenbouwkundige randvoorwaarden openbare ruimte (bron: Jam architecten, 2021)
16/105
2.3
Strijdigheden omgevingsplan
De beoogde ontwikkeling is in strijd met regels uit het bestemmingsplan 'woongebieden 2018' wat onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal. Voor de beoogde ontwikkeling worden alle ter plaatse geldende regels in het bestemmingsplan. Enkele belangrijke strijdigheden zijn: De nieuwbouw uit het stedenbouwkundig plan past niet binnen de huidige bouwvlakken. Binnen de bouwvlakken geldt de bouwaanduiding aaneengebouwd. Door de verschuiving van de bouwblokken past de nieuwbouw niet binnen deze bouwaanduiding; het aantal woningen mag niet worden vergroot ten opzichte van het bestaande en/of vergunde aantal, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' waar dit aantal als maximum geldt; behoudens de ter plaatse aangeduide bouwaanduidingen, bedragen de maximum goot- en bouwhoogte voor aaneengebouwde, twee-aaneen gebouwde en vrijstaande woningen respectievelijk 6 en 10 meter tenzij de bestaande goot- en/of bouwhoogte meer bedraagt, in welk geval de bestaande goot- en/of bouwhoogte als maximum geldt. Dit TAM-omgevingsplan voorziet in een nieuw planologisch kader ten behoeve van de ontwikkeling van deelgebied 3.
17/105
Figuur 2.4: Stedenbouwkundig plan (bron: Veenvensters, 2024)
18/105
Hoofdstuk 3 3.1
Participatie
Participatie omgeving
Proces Participatieaanpak Voor de invulling van de nieuwbouw is samen met de omgeving een stedenbouwkundig plan ontwikkeld, binnen de door de gemeente opgestelde kaders. Om te bepalen hoe de omgeving werd betrokken, is er samen met woningcorporatie Veenvesters, de gemeente Veenendaal en bewoners een particpatieaanpak gemaakt. Heirn is omschreven wie, wanneer en over welke onderwerpen betrokken zou worden bij de ontwikkeling van het stedenbouwkundig plan. Het meegegeven participatiekader van de gemeente om te participeren op trede 3 (verdiepen door dialoog) is hierin verwerkt. Vanaf december 2023 tot september 2024 werkte een projectgroep van Veenvensters samen met de omgeving aan het ontwikkelen van het stedenbouwkundig plan. De eerste bijeenkomsten met de omgeving waren in januari en februari 2024. Bij deze startbijeenkomsten werden de bewoners geinformeerd over de uitgangspunten die waren opgesteld door de gemeente, Veenvensters en de architect. De 148 betrokkenen die aanwezig waren bij de startbijeenkomsten deelde hun zorgen en aadachtspunten met de actoren. In maart 2024 startten de werkateliers waarbij de 41 participanten de schetsontwerpen van de architect beoordeelden en aanscherpten. Een deel van de participanten heeft hierbij ook eigen voorstellen/ontwerpen ingediend.
Vanaf juni 2024 werd doormiddel van straatgesprekken het nieuwbouwplan gepresenteerd waarbij ook werd toegelicht hoe de inbreng van de participatie was vewerkt in het plan. Na het informeren van de betrokkenen werdt het plan officieel opgeleverd in september en in maart 2025 vastgesteld door het college van B&W. Een uitgebreide verslaglegging van het proces is beschikbaar via de site www.fransegatvernieuwt.nl Reactie & resultaten De reacties en opbrengsten van de participatierondes zijn verwerkt per thema. Hieronder staat of de adviezen zijn overgenomen, de redenering daarvoor en hoe het is verwerkt in het stedenbouwkundig plan. Woningbouw Tijdens de werkateliers is gesproken over de maximale bouwhoogtes zoals vastgelegd in de randvoorwaarden van het stedenbouwkundig plan. De participanten vonden de bouwhoogtes te hoog i.v.m. privacy, en dit geldt met name voor het Dr. Slotmaker de Bruïneplein, waar het binnen de randvoorwaarden mogelijk is om 6 of 8 lagen hoog te bouwen. Naar aanleiding van alle opmerkingen wordt de bebouwing overal twee lagen en kap of drie lagen hoog, passend bij de omliggende bebouwing. Alleen aan het Dr. Slotemaker de Bruïneplein wordt bewust gekozen voor een nieuwe bebouwing van 4 bouwlagen aan de oostzijde van het plein om de plein- en winkelfunctie van het plein te versterken en een nieuwe pleinwand te maken.
De bestaande bebouwing aan de noordzijde van het plein - waar de Jumbo en Aldi gesitueerd zijn - is ook uitgevoerd in vier bouwlagen. Met deze bouwhoogten blijft er een verbinding tussen pleinbezoekers en omwonenden (karakter van de wijk) en heeft het plein voldoende wand. Daarnaast is deze locatie uitermate geschikt om zorggeschikte woningen te realiseren dichtbij de voorzieningen rond het plein. Met deze aanpassingen is in belangrijke mate tegemoet
19/105
gekomen aan de wensen van participanten. Bouwvolume Naast de bouwhoogte is het bouwvolume ook deels aangepast door de inbreng van de participanten. Volgens de participanten waren de eerste schetsontwerpen te stedelijk met te veel woningen, wandvorming en te weinig variatie in de bebouwing. Daarom zijn er verschillende aanpassingen gedaan. Het aantal woningen is verlaagd en er komen meerdere woningtypes waaronder eengezinswoningen, appartementen en beneden bovenwoningen, en er is meer ruimte voor groen. Het straatbeeld aan de gehele Klaas Katerstraat oneven zijde krijgt een duidelijke opbouw naar het plein toe. Van noord naar zuid: 3A eengezinswoningen (2 lagen+kap) en appartementen 3 lagen; 3B appartementen 4 lagen en appartementen 3 bouwlagen; 3C eengezinswoningen (2 lagen en kap), beneden-bovenwoningen (2 lagen en terugliggende 3e laag) en beneden-bovenwoningen (2 lagen). Op deze manier is er een afwisselend straatbeeld en is er geen sprake van een lange en eenvormige muur van bebouwing. Aan de Klaas Katerstraat even zijde en Dr. De Visserstraat komen eengezinswoningen. Gelijkwaardigheid nieuwe woningen De huidige bewoners van de sociale huurwoningen krijgen de mogelijkheid om te verhuizen naar een nieuwbouwwoning. De nieuwe huurwoningen zullen over het geheel genomen gelijkwaardig of groter zijn dan de huidige woningen.
In het nieuwe plan wordt met een delftse stoep tegemoet gekomen aan de wens om voor een woning een privéruimte te hebben, al is dit niet in de vorm van een voortuin. Zo blijft een ruimtelijke scheiding bestaan tussen openbaar en privé. Huurders maakten zich zorgen over de terugkeermogelijkheden in deelgebied 3. De angst bestond dat er weinig eengezinswoningen in de sociale huur terugkomen. In de nieuwbouw van deelgebied 2 komen weliswaar veel eengezinswoningen beschikbaar voor huurders van deelgebied 3, maar veel mensen willen ook de mogelijkheid krijgen om terug te keren in eigen gebied. Veenvesters heeft er daarom voor gekozen om in blok 3D alle eengezinswoningen in de sociale huur aan te bieden. Samen met de eengezinswoningen in de sociale huur in deelgebied 2, is de verwachting dat dit er ruim voldoende zijn voor alle huurders die graag willen terugkeren in de nieuwbouw. Het aantal appartementen in de sociale huur wordt weliswaar lager dan eerder gepland, maar voor de huurders die daarheen willen zijn er meer dan genoeg appartementen. Met alle wijzigingen komen er in heel deelplan Zuid ongeveer 10 sociale huurwoningen méér dan er stonden. Naslagwerk Het participatieproces en resultaten zijn terug te lezen op de website van Veenvensters: https://www.fransegatvernieuwt.nl/deelgebied-3/.
Hier zijn alle participatiedocumenten te vinden zoals: verslagen van bijeenkomsten, infographic van de resultaten, toelichting op de verwerking in het stedenbouwkundig plan en het evaluatierapport. Een samenvatting van het participatieproces is opgenomen in bijlage 6.
3.2
Bestuurlijk vooroverleg
Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling zijn door gemeente Veenendaal de vooroverlegpartners/ketenpartners in gelegenheid gesteld om advies uit te brengen op het voorliggende TAM-omgevingsplan. De adviezen van de gevraagde instanties zijn zoveel mogelijk verwerkt in het voorliggende TAM-omgevingsplan.
20/105
3.3
Zienswijzen
Het college heeft ingestemd met de terinzagelegging van het ontwerp TAM-omgevingsplan. Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft vervolgens met ingang van 16 december 2025 tot en met 26 januari 2026 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond gelegenheid voor eenieder een zienswijze in te dienen. In deze periode zijn 10 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samenvatting en beantwoording van de zienswijzen zijn opgenomen in bijlage 13. Naast de wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen is in deze bijlage ook een overzicht van de ambtshalve wijzigingen opgenomen.
21/105
Hoofdstuk 4 4.1
Beleid
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Met de NOVI wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: a. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; b. Duurzaam economisch groeipotentieel; c. Sterke en gezonde steden en regio's; d. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing en conclusie Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan de nationale belangen door een toekomstbestendige benadering door middel van het realiseren en verbeteren van een goede leefomgevingskwaliteit, het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en zorg te dragen voor een gedifferentieerde woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De ontwikkeling past binnen het beleid. 4.1.2 NOVEX Gebieden De Rijksoverheid heeft 16 gebieden aangewezen waar de ruimtelijke opgaven van overheden zo groot en gestapeld zijn, dat ze vragen om gezamenlijke regie van het Rijk en de regio. Deze gebieden worden de NOVEX-gebieden genoemd. Om de opgaven effectief aan te pakken, bundelen de Rijksoverheid, regio, provincies, waterschappen en gemeenten hun krachten en werken ze gebiedsgericht samen.
Vrijwel elk NOVEX-gebied heeft inmiddels een ontwikkelperspectief met een visie voor de toekomst opgesteld.
22/105
De 16 NOVEX-gebieden zijn onderverdeeld in 3 verschillende clusters: haven- en industriegebieden, verstedelijkingsgebieden en landelijke gebieden. Op dit moment werken de NOVEX-gebieden aan de ontwikkeling van een uitvoeringsagenda, één agenda per gebied. De drie clusters bestaan uit: Havengebieden: Groningen, Noordzeekanaalgebied, North Sea Port District, Rotterdamse haven, Schiphol, Zuid-Limburg Verstedelijkingsgebieden: Lelylijn, Metropoolregio Amsterdam, Regio Groningen-Assen, Regio Zwolle, Stedelijk Brabant, Utrecht-Amersfoort, Zuidelijke Randstad. Landelijke gebieden: Arnhem Nijmegen Foodvalley, De Peel, Groene Hart. In Arnhem Nijmegen Foodvalley werken Regio en Rijk samen aan het vormgeven van gebiedsgerichte regie op een combinatie van ruimtelijke opgaven. Ruimte voor wonen is een van de hoofdopgaven. Deze hoofdopgave betreft de realisatie van maximaal 25.000 tot 2030 Toetsing en conclusie De planlocatie is onderdeel van Arnhem Nijmegen Foodvalley, (regio Foodvalley). Verdere toetsing of de ontwikkeling past binnen de vereisten van dit gebied blijkt uit de toetsing aan de instructieregel voor NOVEX-gebieden uit het Bkl, dit komt terug in paragraaf 5.14. De toetsing aan het regionaal beleid is terug te vinden onder paragraaf 4.3.1.
4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Artikel 5.129g van het Bkl geeft aan dat als een ontwikkeling voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, rekening moet worden gehouden met: De behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. In paraagraaf 5.14 staat de toetsing aan bovengenoemde instructieregel uit het Bkl.
23/105
4.1.4 Nationaal Water Programma 2022 - 2027 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben in 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Klimaatverandering, milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Toetsing en Conclusie Doormiddel van de weging van het waterbelang, wordt ervoor gezorgd dat er bij nieuwbouwplannen aandacht is voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Voor de uitwerking en toetsing zie paragrafen 5.4 Water en 5.5 Grondwaterbescherming.
4.1.5
Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptie
De relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van water worden bij het Rijk opgenomen in het Deltaprogramma. Hierin is voor verschillende thema's beschreven wat het beleid is en hoe het Rijk dat in overleg met overige partners wil gaan bereiken. Het Deltaprogramma bestaat uit verschillende onderwerpen op het gebied van water. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptie het meest relevant, omdat hierin de consequenties van de klimaatontwikkelingen voor Nederland zijn opgenomen, evenals de maatregelen die we moeten nemen om 'klimaat adaptief' te worden. Een deel van deze maatregelen zal ruimtelijke impact hebben. Met klimaat adaptief wordt bedoeld: het klimaat veerkrachtig en robuust inrichten van Nederland, gegeven de klimaatontwikkelingen die op ons afkomen. Op basis van de internationale en nationale klimaatmodellen is de verwachting dat het weer in Nederland extremer gaat worden. Dat betekent: meer hevige regenbuien (veel neerslag in korte tijd) en langere periodes met droogte en hitte. Dit heeft consequenties voor de leefbaarheid in steden en dorpen en voor bijna alle (economische) sectoren in Nederland. Met het nemen van klimaat robuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze veranderingen waarmee we steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast, droogte en hitte beperken.
Toetsing en conclusie Voor de beoogde ontwikkeling is rekening gehouden met klimaatadaptatie en de gevolgen van wateroverlast. Voor de uitwerking en toetsing zie paragrafen 5.4 Water,5.5 Grondwaterbescherming en 5.19 Duurzaamheid en klimaatadaptatie.
24/105
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht Op 01-04-2021 is door de Provinciale Staten van provincie Utrecht de Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld.De provincie Utrecht zet in op een gezonde en veilige leefomgeving, aan de hand van zeven samenhangende beleidsthema's: Stad en land gezond Klimaatbestendig & waterrobuust Duurzame energie Vitale steden & dorpen Duurzaam gezond & veilig bereikbaar Levend landschap erfgoed & cultuur Toekomstbestendige natuur & landbouw De volgende onderdelen van de Provinciale omgevingsvisie zijn voor de ontwikkeling van belang: Ambitie milieu en gezondheid wij streven naar een gezonde en veilige leefomgeving: de milieukwaliteit is goed, de veiligheid is gewaarborgd, bewegen wordt gestimuleerd, er zijn voldoende ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden en iedereen doet mee. Klimaatbestendig en waterrobuust Tot 2040 worden veel nieuwe woningen gebouwd. Het is belangrijk om deze woningen klimaatadaptief te ontwikkelen om toekomstige extra investeringen en overlast in de woonomgeving door de verandering van het klimaat te beperken. Hiervoor zullen we gemeenten faciliteren bij het klimaatbestendig ontwikkelen. Duurzame energie De provincie Utrecht is zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal.
De provincie Utrecht heeft samen met partners haar bijdrage geleverd in onder andere de Regionale Energiestrategieën om aan de afspraken in het nationale Klimaatakkoord te voldoen. Vitale steden en dorpen een sterke provincie met een duurzaam, gezond en divers woon- en leefklimaat. Behoud en versterking van de inclusiviteit van de Utrechtse samenleving, zodat alle inwoners kunnen wonen, werken of ontmoeten waar en wanneer zij dat wensen. Iedereen die in de provincie Utrecht wil wonen kan beschikken over passende woning, Regio Foodvalley Voor deze regio wordt een verstedelijkingsstrategie gegeven als regionale uitwerking van het beleid. Daaruit blijkt dat de woningbehoefte in Foodvalley het aanbod overtreft en ook de prognoses laten een groei zien. In de periode 2019 tot 2040 moeten er binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley 7.000 tot 8.000 woningen worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte.
25/105
Toetsing en conclusie De gebiedstransformatie draagt bij aan de grote woningbouwopgave die er ligt. Binnen het plan wordt aandacht besteed aan klimaatbestendigheid, duurzaamheid, veiligheid, inclusiviteit en gezondheid. Het plan is in lijn met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening provincie Utrecht Op 1 f eptembet 2025 hebben Provinciale Staten van Utrecht de eerste wijziging Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld, deze is op 1 maart 2024 in werking getreden. In de omgevingsverordening staan de regels die nodig zijn om het beleid uit de Omgevingsvisie van de provincie uit te voeren. In de verordening zijn alle regels voor de leefomgeving van circa 20 verordeningen samengebracht naar één verordening. Navolgend worden de relevante thema's uit de provinciale verordening toegelicht: Water Artikel 2.6 gaat in op de omgevingswaarde wateroverlast binnen de bebouwde kom Waterschap Vallei en Veluwe. De planlocatie valt in het beheersgebied van Waterschap Vallei en Veluwe binnen de bebouwde kom waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen aanwezig zijn . Hierbij geldt als omgevingswaarde de overstromingskans van 1 keer per 100 jaar.
Hierbij geldt Artikel 2.13 Instructieregel monitoring omgevingswaarde wateroverlast, waarmee het waterschap wordt belast met de uitvoering van de monitoring voor de omgevignswaarden en de zorg dat wateroverlast beperkt blijft tot de maximaal gestelde omgevingswaarde. Artikel 2.16 Instructieregel overstroombaar gebied, geeft aan dat de planlocatie ligt binnen de grenzen van overstroombaargebied. Hierdoor moet het omgevingsplan regels bevatten die rekening houden met overstromingsrisico's. De motivering daarvan gaat in op het gemeentelijk beleid omtrent overstromingsrisico's. Klein open bodemenergiesysteem - Grondwatergebied Een deel van de planlocatie valt binnen het gebied 'klein open bodemenergiesysteem'dat in Artikel 3.4 wordt vrijgesteld van de vergunningsvereiste voor het aanleggen of gebruiken van een open bodemenergiesysteem, indien de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken niet meer bedraagt dan 10 m3/u. Boringsvrije zone – Grondwaterbeschermingszone Artikel 3.6 stelt dat de planlocatie is gelegen binnen de 'Boringsvrije zone' van het grondwaterbeschermingsgebied. Hierbinnen zijn geen activiteiten toegestaan die een risico vormen voor de grond – en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie. Onderhavige ontwikkeling voorziet enkel in het toevoegen van nieuwe woningen en vormt daarmee geen risico.
In de planregels is daarnaast een aanlegstelsel opgenomen waarmee mogelijk risicovolle activiteiten vergunningplichtig worden gemaakt waarmee activiteiten met nadelige gevolgen voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie worden uitgesloten. Bereikbaarheid Artikel 4.1 Instructieregel bereikbaarheid: Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien waarborgt dat de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een toename van de knelpunten in de bereikbaarheid. Bij voorkeur leiden de nieuwe ontwikkelingen tot een afname van knelpunten in de bereikbaarheid.
26/105
Energie Artikel 5.11 Instructieregel weging elektriciteits-infrastructuur: Een omgevingsplan waarin nieuwe functies zijn voorzien die tot een aanvullende belasting kunnen leiden, wordt rekening gehouden met de aansluitbaarheid op de elektriciteitsinfrastructuur. Landschap Artikel 7.11 Instructieregel Gelderse Vallei: De planlocatie is op grond van de verordening gelegen binnen het landschap 'Gelderse Vallei'. De locatie is onderdeel van de bebouwde kom van Veenendaal en daarmee zijn ter plaatse van de planlocatie geen of nauwelijks elementen van het betreffende landschap nog aanwezig. Afbreuk van kernkwaliteiten kan daarmee op voorhand worden uitgesloten. Stedelijk gebied Artikel 9.2 wijst de planlocatie aan als stedelijk gebied. Voor een plan dat betrekking heeft op de ontwikkeling van woningbouw binnen stedelijk gebied geldt op grond van artikel 9.17 uit de verordening dat de woningbouw passend dient te zijn binnen het door gedeputeerde staten vastgestelde programma woningbouw. In het programma Wonen en Werken is voor het Utrechtse deel van de regio Foodvalley opgenomen dat in de periode tot 2040 zo'n 7.900 tot 9.100 woningen dienen te worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte. De totale plancapaciteit (hard, zacht en potentieel) omvat circa 7.771.
Er is daarmee nog ruimte om extra woningen te realiseren in deze regio om aan de woningbehoefte te voldoen. Voorliggend plan draagt met maximaal 168 woningen bij aan de invulling van de woningbehoefte. Hiermee kan gesteld worden dat het initiatief passend is binnen het programma wonen. Daarnaast mag de woningbouw niet leiden tot extra bodemdaling. Aandachtsgebied stiltegebied Artikel 9.25 wijst de planlocatie aan als aandachtsgebied stiltegebied. Dit is een zone van 1500 meter rondom een stiltegebied. Artikel 9.29 stelt dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie binnen het aandachtsgebied regels bevat betreft de doelstellingen voor het geluidniveau uit artikel 9.26. De motivering gaat in op het gemeentelijk beleid. (zie paragraaf 5.7)
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Ambities Regio Foodvalley Regio Foodvalley is in het kader van het programma NOVEX aangewezen als één van de 16 NOVEX-gebieden. De ambities en keuzes zijn gebiedsgericht samengevat per regio. De regio Foodvalley-Zuid, waar Veenendaal onderdeel van is, ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Voor deze regio wordt een verstedelijkingsstrategie gegeven als regionale uitwerking van het beleid. Daaruit blijkt dat de woningbehoefte in Foodvalley het aanbod overtreft en ook de prognoses laten een groei zien. In de periode 2020 tot 2040 moeten er in regio Foodvalley 40.000 woningen worden gebouwd om tegemoet te komen aan de geprognotiseerde woningbehoefte. Toetsing en conclusie
27/105
Zie toetsing onder 5.14 Ladder voor Duurzame Verstedelijking. 4.3.2 Woondeal Regio Foodvalley Voor de regio Foodvalley hebben Rijk, provincie, woonregio's en gemeenten afspraken gemaakt over de ambities. Hierin staan de aantal woningen en percentages over betaalbaarheid. De belangijkste ambities zijn: Voldoende woningen en woningbouw. Tot 2030 maximaal 25.000 extra woningen. (Deze woningen spelen in op de (toekomstige) vraag). Voldoende huizen voor iedere inkomensgroep. Vitale en duurzame steden, dorpen en wijken. Verbetering van stads- en dorpscentra. Alle woningen hebben in 2023 gemiddeld energielabel B en zijn in 2050 aardgasloos. Behoud en verbetering van natuur en landschap. Woningbouw en energietransitie vragen ruimte: dit wordt slim ingepast zodat het minimale ruimte inneemt. Verstedelijking gaat niet ten koste van natuur en landschap. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het bouwen van extra woningen voor de inkomensgroep waarvan het meeste vraag is, zoals sociale huur en koop. Met het plan wordt ook de leefomgeving van de wijk ook verbeterd door meer ruimte voor groen en veiligere straten. Verder worden alle woningen aardgasloos. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de regionale woondeal.
4.3.3 Blauw Omgevingsprogramma 2022 - 2027 Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema’s en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma’s. Dit Blauw Omgevingsprogramma is de gebiedsgerichte doorvertaling van de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050). Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico’s (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplichte deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. Het waterbeheerprogramma is resultaatsverplichtend en zelfbindend. In het BOP is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in een aantal programma’s: Waterveiligheid: Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. Watersysteem: Dit programma draait om een goed functionerend watersysteem: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar.
Daarbij let het waterschap onder ander op kwaliteit van het water en de verbinding met andere instellingen. Wonen en zuiveren: In het programma ‘Wonen en zuiveren’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Verder vormt een waterinclusieve bebouwde omgeving een speerpunt. Circulaire economie: Afvalvermindering, slim hergebruik en optimalisatie van de verschillende installaties zijn voorbeelden van opgaven. Energietransitie: Het waterschap wil een proactieve rol innemen in de energietransitie. Dat vraagt om een
28/105
duurzame opwekking van de energie of het tegengaan van verspilling in de processen. Toetsing en Conclusie Doormiddel van de weging van het waterbelang, wordt ervoor gezorgd dat er bij nieuwbouwplannen aandacht is voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Voor de uitwerking en toetsing zie paragrafen 5.4 Water en 5.5 Grondwaterbescherming.
4.3.4 Blauwe omgevingsvise waterschap Vallei en Veluwe Op 20 februari 2019 is door het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI 2050) vastgesteld. Met deze BOVI zet waterschap Vallei en Veluwe op nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. In de BOVI wordt gedacht vanuit drie waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. De visiekaart en waterprincipes werken door in de doelen van het nieuwe waterprogramma. Toetsing en Conclusie Doormiddel van deweging van het waterbelang, wordt ervoor gezorgd dat er bij nieuwbouwplannen aandacht is voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Voor de uitwerking en toetsing zie paragrafen 5.4 Water en 5.5 Grondwaterbescherming. 4.3.5 Waterschapsverordening waterschap Vallei en Veluwe Op 17 oktober 2023 heeft het algemeen bestuur van waterschap Vallei en Veluwe hun waterschapsverordening vastgesteld. De waterschapsverordening bevat regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het watersysteem binnen het waterschapsgebied. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur van Waterschap Vallei en Veluwe en de daarbij behorende algemene regels.
Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op rijksniveau waren geregeld Toetsing en Conclusie Doormiddel van de weging van het waterbelang, wordt ervoor gezorgd dat er bij nieuwbouwplannen aandacht is voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Voor de uitwerking en toetsing zie paragrafen 5.4 Water en 5.5 Grondwaterbescherming.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie 2030 De Omgevingsvisie Veenendaal 2030 is een strategisch beleidsdocument dat de toekomst van de fysieke leefomgeving van Veenendaal beschrijft. Het document behandelt verschillende thema's zoals bouwen en wonen, groen, natuur en water, mobiliteit, milieu, economie, recreatie, cultuur, veiligheid, gezondheid, welzijn en duurzaamheid.
29/105
De kern van de Omgevingsvisie is gebaseerd op drie leidende principes: gezondheid, duurzaamheid en veiligheid. Het bevorderen van een gezonde leefstijl wordt nagestreefd door meer groen en beweegmogelijkheden te creëren. Duurzaamheid richt zich op de energietransitie, klimaatadaptatie en de circulaire economie. Veiligheid omvat zowel sociale veiligheid als de veilige inrichting van de leefomgeving. Voor elk thema zijn specifieke doelstellingen geformuleerd: 1. Bouwen en Wonen: Duurzaam en circulair bouwen, levensloopbestendige woningen, en voldoende betaalbare woningen. 2. Groen, Natuur en Water: Meer groen, verbeteren biodiversiteit, en klimaatadaptieve maatregelen. 3. Mobiliteit: Stimuleren van fietsen en wandelen, verbeteren openbaar vervoer, en duurzame mobiliteit. 4. Economie: Behouden en versterken van bedrijvigheid, stimuleren circulaire economie, en ontwikkelen van een ICT-campus. 5. Milieu: Verbeteren lucht-, bodem- en waterkwaliteit, en beheersen van risico's door externe veiligheid. 6. Centrum: Verlevendigen van de binnenstad, meer groen, reguleren horeca en uitgaansgelegenheden, en optimaliseren van de warenmarkt. Toetsing en conclusie De strategische doelen van de ontwikkeling liggen in lijn met doelstellingen 1, 2 en 3. Een van de strategische doelen van het Franse gat is het realisere van een klimaatadaptieve en toekomstbestendige wijk.
Het plan geeft meer ruimte voor openbaar groen en waterberging. Het volgende doel is om als wijk in 2050 aardgasloos zijn waardoor de nieuwbouwwoningen niet worden aangesloten op gas. Het volgende doel gaat in op het bouwen van voldoende betaalbare en levensloopbestendige woningen om zo goed aan te sluiten op de vraag. andere maatregelen gaan in op het stimuleren van duurzamemobiliteit door het aanleggen van fietsstraten en bredere trottoirs. Hiermee ligt het plan in lijn met de Omgevingsvisie van de gemeente Veenendaal.
4.4.2 Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan (GRWP) Het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan (GRWP) beschrijft hoe de gemeente haar zorgtaken voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater uitvoert. De watertaken van de gemeente bestaan uit het inzamelen en afvoeren of verwerken van stedelijk afvalwater en hemelwater. Voor zover doelmatig neemt de gemeente maatregelen tegen grondwateroverlast en zorgt zij samen met het waterschap Vallei en Veluwe dat het stedelijk oppervlaktewater schoon, veilig en beleefbaar is. Bewoners en bedrijven hebben ook een taak. Zo moeten zij zelf voor de voorzieningen op hun perceel zorgen. In sommige gebieden en situaties moeten zij ook het hemelwater bergen en verwerken of afvoeren, of zelf maatregelen nemen tegen grondwaterproblemen. Toetsing en Conclusie Doormiddel van de weging van het waterbelang, wordt ervoor gezorgd dat er bij nieuwbouwplannen aandacht is voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Voor de uitwerking en toetsing zie paragrafen 5.4
30/105
Water en 5.5 Grondwaterbescherming.
4.4.3 Welstandsnota 2017 Het welstandsbeleid van de gemeente Veenendaal is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te worden. Door het ontwikkelen van beleidsregels voor de welstandsadvisering zet de gemeente haar visie op het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de rol van de welstandszorg daarin uiteen. Deze welstandsnota vormt het toetsingskader voor zowel de reguliere vergunningsplichtige bouwwerken als voor de zogeheten veel voorkomende kleine bouwwerken die vergunningsplichtig zijn. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen omgevingsplan en welstandscriteria van belang. Het omgevingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Datgene dat door het omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het omgevingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het omgevingsplan biedt dus invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het omgevingsplan.
In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het omgevingsplan, maar het omgevingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren. Toetsing en conclusie Bij de wijziging van het omgevingsplan wordt tevens een beeldkwaliteitsplan voor het Franse Gat deelgebied 3 vastgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld als beleidsregel op grond van artikel 4.19 Omgevingswet. Dit betekent dat voor het Franse Gat deelgebied 3 niet de welstandsnota als toetsingskader geldt, maar dat het beeldkwaliteitsplan daarvoor in de plaats komt. In de regels is geborgd dat de aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwwerk, naast andere aspecten, beoordeeld wordt aan de hand het beeldkwaliteitsplan 'Franse Gat deelgebied 3'. De adviescommissie ruimtelijke kwaliteit is het adviesorgaan wat bij de vergunningverlening betrokken wordt. Daarnaast geldt het beeldkwaliteitsplan als toetsingskader voor vergunningvrije bouwwerken in het kader van repressief welstand. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen in bijlage 12 .
4.4.4 Gebiedsgericht beleid 4.4.4.1 Gebiedsvisie het Franse Gat Gebiedsvisie Franse Gat De gebiedsvisie Franse Gat (vastgesteld 17-09-2020) beschrijft de aanpak van de gebiedsontwikkeling. Het Franse Gat is verdeeld in drie deelgebieden: Rand, Noord en Zuid. Deelgebied Zuid bestaat de ontwikkeling geheel uit sloop- en nieuwbouw van circa 250 woningen, waarvan maximaal 168 in deelgebied 3.
31/105
Figuur 4.1: Deelplannen Franse Gat (bron: Jam Architecten, 2021) In de visie zijn uitgangspunten vastgelegd waarmee de wijk vernieuwd zal worden. Zo wordt het nieuwe woningaantal hoger mede door hogere bebouwing. Dit zal zich concentreren rond de voorzieningen. Verder zal het ontwerp passen bij de bestaande bouw en het karakter daarvan. Wat wel veranderd zijn de woning types. Deze zullen voor verschillende doelgroepen worden gebouwd met aandacht voor levensbestendige woningen. Ook zullen naast sociale huur meer koopwoningen bij komen. Het sociale huuraanbod zal gelijk blijven.
32/105
De openbare ruimte wordt verbeterd door meer ruimte voor groen, waterberging, voetgangers en fietsers, Ook zullen er meer parkeerplaatsen komen die deels gecentreerd worden op binnenterreinen. Op de stedenbouwkundige randvoorwaarden en het plan wordt verder ingegaan in Hoofdstuk 2. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan de opgestelde gebiedsvisie wat is verdeeld in drie hoofdstukken. Renovatie en strategische doelen De beoogde ontwikkeling van het Franse Gat richt zich op een grondige herstructurering van de wijk, waarbij verouderde woningen worden vervangen of verbeterd, maar het karakter van de bestaande buurt behouden blijft. Veel woningen verkeren in een slechte technische staat en zijn niet geschikt voor duurzame renovatie, waardoor sloop en nieuwbouw op veel plekken noodzakelijk is. Het stedenbouwkundig raamwerk blijft grotendeels gebaseerd op de bestaande structuur van lange straten en bouwvelden, maar wordt verfijnd en groener ingericht. De hoofdstraten blijven de dragers van de wijk, terwijl nieuwe oost-westverbindingen en autoluwe routes de samenhang en doorwaadbaarheid verbeteren. De openbare ruimte krijgt een grote kwaliteitsimpuls. Verharde voortuinen maken plaats voor margestroken met groen en zitplekken, trottoirs worden verbreed en het straatbeeld wordt groener en klimaatbestendiger ingericht.
Binnengebieden worden beter verbonden met de straten, waardoor het woonmilieu opener, veiliger en aantrekkelijker wordt. De verkeersstructuur wordt aangepast aan een rustiger, meer leefbare wijk. Autoverkeer wordt gebundeld, hierdoor ontstaat meer ruimte voor voetgangers, groen en verblijf. Gezond en duurzaam leefklimaat Op het gebied van de energietransitie wordt de wijk voorbereid op een toekomst zonder aardgas. Nieuwe woningen worden direct aardgasvrij gebouwd en voorzien van duurzame installaties, zoals warmtepompen en goede isolatie. Voor bestaande woningen wordt gekeken naar isolatie, energiebesparing en mogelijke aansluiting op een warmtenet of andere collectieve systemen. Daarmee draagt de herstructurering bij aan de landelijke doelstelling voor CO2-reductie en aan lagere woonlasten voor bewoners. Ook klimaatadaptatie speelt een grote rol in het plan. De wijk kampt nu met veel verharding, wateroverlast en hittestress, daarom wordt in de herinrichting ruimte gemaakt voor meer groen en waterinfiltratie. Straten krijgen bredere groenstroken en bomen, voortuinen worden groener ingericht en er komen margestroken die regenwater beter kunnen opnemen. Nieuwe autoluwe en groene verbindingen zorgen voor meer verblijfskwaliteit, schaduw en biodiversiteit.
Sociaal en leefbaar De ontwikkeling van het Franse Gat richt zich op een sociale en leefbare wijk waar bewoners prettig en langdurig kunnen wonen. Er wordt ingezet op goede voorzieningen dichtbij huis, zoals een nieuw Integraal Kindcentrum dat onderwijs, opvang en welzijn combineert en als ontmoetingsplek voor de buurt dient. De wijk krijgt een gevarieerd woningaanbod met meer levensloopbestendige woningen, zodat ouderen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan zorg en welzijn dichtbij bewoners en het versterken van sociale samenhang door ontmoeting, participatie en een veilige, overzichtelijke woonomgeving.
33/105
4.4.5 Strategische visie Op 26 oktober 2017 heeft de raad de Strategische Visie voor Veenendaal in 2040 vastgesteld. Hierin zijn de kernambities voor de toekomst van Veenendaal opgenomen. Veenendalers kiezen voor een versterking van de woonfunctie en richten hun blik naar de regio. Dat betekent dat de ambities zich primair richten op het versterken van de woon- en leefomgeving, met in het kielzog de arbeidsmarkt gericht op wonen en arbeidsintensieve bedrijvigheid. Dit is in lijn met de trend werken volgt wonen. Ook de blik naar buiten die de voorkeur heeft van de Veenendaalse gemeenschap is in lijn met een belangrijke trend: die van lokale gebondenheid naar regionale samenwerking. Algemene conclusie van de demografische ontwikkelingen is dat Veenendaal in de toekomst niet alleen maar de groei hoeft te accommoderen, maar zich ook kan toeleggen op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Van kwantiteit naar kwaliteit! Deze kwaliteiten moeten een diverse bevolkingsgroep aanspreken. Veenendaal moet zich in de toekomst dus richten op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. En – in lijn met de wensen van inwoners – moet Veenendaal zich bovenal concentreren op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
Dat betekent dat Veenendaal moet zorgen dat het slim omgaat met de ruimte door intensivering van de woonbebouwing, herontwikkeling en functieverandering en voldoende aandacht blijft houden voor groen. Onderdeel van een aantrekkelijke woonomgeving is een goede bereikbaarheid van arbeidsplaatsen. Veenendaal richt zich daarom in de toekomst niet op ruimte-intensieve en arbeidsextensieve bedrijvigheid, maar op arbeidsintensieve bedrijven. Kortom, de visie stelt vooral eisen aan de kwaliteit van nieuwe of herontwikkelingen en spreekt zich niet uit over kwantitatieve doelstellingen. Deze richting – Veenendaal als leefstad met een sterke, regionale binding – werken we uit aan de hand van vier thema's. Juist binnen deze thema's liggen de grootste maatschappelijke veranderingen. Per thema zijn de volgende kernambities geformuleerd: Netwerksamenleving: “niet alleen, maar samen” met ruimte voor ieders eigen identiteit; (Samen) leven: Veenendaal met excellent woonklimaat; Digitale wereld: Veenendaal heeft een hoogwaardige duurzaam bedrijfsleven met arbeids- en kennisintensieve bedrijven en een bruisend multifunctioneel centrum; Duurzaamheid: Veenendaal heeft in 2040 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling draagt bij aan 3 kernambities van de strategische visie, Netwerksamenleving, (Samen) leven en duurzaamheid.
Netwerksamenleving De beoogde ontwikkeling sluit goed aan bij de ambitie van Veenendaal om een verbonden en inclusieve netwerksamenleving te zijn. De plannen zijn samen met bewoners, gemeente en Veenvesters ontwikkeld, waardoor de vernieuwing zowel fysiek als sociaal van betekenis is. De stedenbouwkundige opzet stimuleert ontmoeting door Delftse stoepen, groene pleinen en autoluwe straten. Zo ontstaat ruimte om elkaar te ontmoeten en samen te leven. De wijk behoudt haar karakter als jaren '50-tuinstad, maar krijgt meer variatie in bewoners en woningen. Hierdoor komt ieders identiteit tot zijn recht binnen een hechte gemeenschap. 't Franse Gat wordt zo een wijk van “niet alleen, maar samen.”
34/105
(Samen) leven De vernieuwing draagt direct bij aan een excellent woonklimaat. Verouderde woningen maken plaats voor comfortabele, energiezuinige en levensloopbestendige nieuwbouw, geschikt voor uiteenlopende doelgroepen. De leefomgeving wordt groener, veiliger en uitnodigender met brede trottoirs, fietsstraten en autovrije zones. De Speelse Straat en het nieuwe plantsoen aan de W.C. Beeremansstraat bieden ruimte voor ontmoeting en ontspanning. Met aandacht voor veiligheid, overzicht en sociale controle ontstaat een prettige, gezonde en samenhangende leefomgeving waarin bewoners zich thuis voelen. Duurzaamheid Duurzaamheid vormt een centrale pijler in het plan. Alle woningen worden aardgasloos en energiezuinig gebouwd en de wijk krijgt meer groen, waterberging en minder verharding om hitte en wateroverlast te beperken. De openbare ruimte wordt ingericht met groene daken, waterdoorlatende bestrating en infiltratievoorzieningen voor regenwater. Daarnaast wordt bewonersparticipatie gestimuleerd bij de inrichting van groene plekken, waardoor duurzaamheid ook sociaal wordt verankerd. De herontwikkeling maakt van het Franse Gat een toekomstbestendige, klimaatbewuste wijk die de duurzaamheidsambities van Veenendaal 2040 tastbaar maakt. 4.4.6 Opgaveperspectief Duurzaamheid De raad van de gemeente Veenendaal heeft op 6 februari 2024 het Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal vastgesteld.