CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Vaststelling omgevingsplan, deel I - toelichting

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsplan, deel I27.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

• bestuurder: degene die een motorvoertuig of enig ander voertuig bestuurt (met inbegrip van een fiets), of die vee, hetzij enkele dieren hetzij in kudden, of trek-, last- of rijdieren op de weg onder zijn hoede heeft (onderdeel q). Het bovenstaande geldt ook bij gebruik van genoemde verbodsborden met de aanduiding ‘zone’. Als een gemeente (ook) een parkeer- of stopverbod wil instellen voor andere weggedeelten dan de rijbaan, zoals voor bermen, is dus een aanvullende grondslag bij gemeentelijke verordening nodig. Artikel 2a van de WVW 1994 maakt dit mogelijk. Op grond van dit artikel kunnen gemeenten verkeersregels stellen voor zover:

210

1. deze niet in strijd zijn met de WVW 1994; en 2. verkeerstekens krachtens die wet zich daar niet toe lenen. Aan deze voorwaarden wordt voldaan als de gemeente een parkeerverbod wil instellen voor andere weggedeelten dan de rijbaan. Artikel 12.5 voorziet in de grondslag voor een besluit met die strekking. Door het gebruik van de formulering “niet tot de rijbaan behorend weggedeelte” is ook de afbakening met artikel artikel 5.97 (Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen) geregeld, nu die verbodsbepaling niet van toepassing is op de ‘weg’ (artikel 5.97 , vierde Lid, aanhef en onder a). Het verbod geldt niet voor voertuigen die worden gebruikt voor wegwerkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam. Voor het ter plaatse kenbaar maken van een parkeerverbod plaatst de gemeente een zelf ontworpen verbodsbord. Vanzelfsprekend is het ook mogelijk het parkeren of laten stilstaan op andere weggedeelten dan de rijbaan fysiek onmogelijk te maken, bijvoorbeeld door het plaatsen van schampblokken. Dat is een feitelijke handeling waarvoor geen (verkeers)besluit nodig is

Artikel 12.6 Gebruik openbaar groen De bevoegdheid voor het aanwijzen van terreinen in openbaar groen waar onder andere motorvoertuigen zich mogen bevinden of mogen crossen, bestond al in de Algemene Plaatselijke Verordening, en blijft met dit artikel ook in het omgevingsplan een bevoegdheid van burgemeester en wethouders.

Artikel 12.7 Hondenlosloopgebieden Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Artikel 12.8 Plaatsen fietsen Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Artikel 12.9 Verboden voor honden Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Artikel 12.10 Ligplaatsen vaartuigen Uitgangspunt van de voormalige APV-bepalingen over ligplaatsen is dat het in beginsel is toegestaan met een vaartuig een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen binnen de gemeente, tenzij de plaats deel uitmaakt van door burgemeester en wethouders aangewezen openbaar water (eerste lid). Er geldt slechts een verbod om een ligplaats in te nemen in strijd met de nadere regels van het burgemeester en wethouders op grond van het tweede lid, onder a (delegatie van regelgeving door de raad op grond van artikel 156 van de Gemeentewet). Krachtens artikel 12.10 , tweede Lid, aanhef en onder b hebben burgemeester en wethouders ook de mogelijkheid om een differentiatie naar soort en aantal vaartuigen aan te brengen. Zo kunnen aparte ligplaatsen voor woonschepen en ligplaatsen voor uitsluitend pleziervaartuigen aangewezen worden. Bovendien kan het aantal gelimiteerd worden. Via deze algemeen werkende voorschriften is het mogelijk om bijvoorbeeld aan vaartuigen die gedurende langere tijd een ligplaats willen innemen of hebben, eisen te stellen met betrekking tot de afvoer van het afvalwater, de drinkwatervoorziening etc. Zelfs zou aansluiting op de riolering, het drinkwater- en elektriciteitsnet voorgeschreven kunnen worden, indien de mogelijkheden daartoe redelijkerwijs aanwezig zijn.

Maken burgemeester en wethouders van hun bevoegdheid krachtens het eerste lid geen gebruik om gedeelten van openbaar water aan te wijzen waar het verboden is aan te leggen dan kunnen aan de locatie voor het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats uitsluitend nog beperkingen opgelegd worden krachtens een eventuele provinciale omgevingsverordening dan wel krachtens de Omgevingswet wanneer bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van een ligplaats zodanig gebeurt dat er sprake is van een omgevingsvergunningplichtige inrichting. Hebben burgemeester en wethouders daarentegen wel gedeelten van openbaar water aangewezen dan mag slechts ligplaats ingenomen of beschikbaar gesteld worden op de niet-aangewezen gedeelten en kunnen er daarnaast eventueel nog andere beperkende factoren worden gesteld vanuit de provinciale omgevingsverordening of de Omgevingswet.

211

Daar waar een provinciale omgevingsverordening van kracht is, kan het motief landschapsbescherming niet meer door burgemeester en wethouders ten grondslag gelegd worden aan de aanwijzing van ligplaatsen als bedoeld in het eerste lid of het stellen van nadere regels (dat wil zeggen algemene voorschriften) als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 12.11 Gemeentelijke monumenten Met dit artikel zijn burgemeester en wethouders bevoegd om gemeentelijke monumenten aan te wijzen of in te trekken, zoals voorheen ook het geval was op grond van de erfgoedverordening.

Artikel 12.12 Beeldbepalende panden Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Artikel 12.13 Waardevolle bomenlijst Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Artikel 12.14 Huishoudelijke afvalstoffen De regels die burgemeester en wethouders mogen wijzigen, hebben hun oorsprong in het uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening en aanwijzingsbesluit inzamelaars papier en karton. De bevoegdheid blijft met deze bepaling bij burgemeester en wethouders.

Artikel 12.15 Bedrijfsafvalstoffen De regels die burgemeester en wethouders mogen wijzigen, hebben hun oorsprong in het uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening. De bevoegdheid blijft met deze bepaling bij burgemeester en wethouders.

Afdeling 12.2 Overige bepalingen Artikel 12.16 Intrekken verordeningen Middels een collegebesluit worden naast de in te trekken verordeningen die in dit artikel worden benoemd, de volgende aanwijzingsbesluiten, uitvoeringsbesluiten en overige regels en beleidsstukken ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van het omgevingsplan: • Aanwijzingsbesluit inzake het houden van hinderlijke of schadelijke dieren binnen de bebouwde kom Gemeente Veenendaal 2017; • Beleid tijdelijke reclame-uitingen 2010; • Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal houdende aanwijzingsbesluit fietsparkeren; • Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal houdende de vaststelling van de lijst waardevolle bomen 2018; • Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal houdende regels omtrent aanwijzing inzamelaars huishoudelijk oud papier en karton; • Regels voor uitstallen gemeente Veenendaal; • Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Veenendaal; en • Uitwerkingsbesluit parkeervergunningen Veenendaal.

Artikel 12.17 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Artikel 12.18 Citeertitel Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

212

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11093509/1